02.01 - conceptverslag commissie SOB 11-10-2021
Tekst van het document
Verslag van de vergadering van de commissie Stadsontwikkeling en -Beheer, gehouden op maandag 11 oktober 2021, in de Van Polanenzaal, aanvang 20.00 uur. Aanwezig zijn als: voorzitter
:
de heer L.C.A. Anink;
volksvertegenwoordigers :
mevrouw J.W. Lauw-Schouten, raadslid Leefbaar Capelle; de heer G. Spruit, raadslid Leefbaar Capelle; de heer drs. S. van Loef, raadslid VVD; de heer H.E. Tiesma, burgerraadslid D66; de heer B.H.W. Oudshoorn, burgerraadslid SGP; de heer S. Geissler, raadslid PvdA; de heer M.W. Vlot, raadslid SP; mevrouw J. den Engelsman, raadslid CDA; de heer ing. P. Eilander, raadslid ChristenUnie; de heer E.C. Raadsen, raadslid GroenLinks
secretaris
:
de heer drs. A.J.M.C. Schoenmakers;
portefeuillehouders
:
de heer M.J.W. Struijvenberg, wethouder; de heer N. van Veen, wethouder (8);
notulist
:
de heer D.J. van Eck (Notuleerservice Dictum).
Op de publieke tribune zijn bij de aanvang van de vergadering 6 personen aanwezig.
1. Opening, mededelingen en vaststelling agenda. De VOORZITTER opent de vergadering en heet een ieder van harte welkom. De agenda wordt ongewijzigd vastgesteld. De VOORZITTER geeft het woord aan wethouder Struijvenberg voor het doen van een mededeling betreffende de afdoening van de motie inzake Rivium. Wethouder STRUIJVENBERG deelt mede dat hem is duidelijk geworden dat het zal worden gewaardeerd indien de motie niet nu ter afdoening wordt aangeboden aan de gemeenteraad, maar dat die zal volgen bij de samenwerkingsovereenkomst in plaats van bij de intentieovereenkomst. Wat hem betreft is dat akkoord. De mededeling wordt voor kennisgeving aangenomen. 2. Vaststellen verslagen commissie Stadsontwikkeling en -Beheer Raadsbrede commissie 7 september 2021 Commissie Stadsontwikkeling en -Beheer van 13 september 2021 Raadsbrede commissie 15 september 2021 De verslagen worden ongewijzigd vastgesteld. 3. Spreekrecht inwoners Van het spreekrecht wordt geen gebruik gemaakt. 4. Gemeenschappelijke regelingen DCMR Milieudienst Rijnmond Geen opmerkingen. 5. Corona Geen opmerkingen 6. Plan van aanpak ter uitvoering van het Rekenkamerrapport ‘Gebiedsontwikkeling het Nieuwe Rivium’
Commissie Stadsontwikkeling en -beheer maandag 11 oktober 2021
Pagina:
2
Mevrouw DEN ENGELSMAN zegt de wethouder en de ambtelijke organisatie dank voor het plan van aanpak. Namens de CDA-fractie stelt zij de wethouder een viertal aanvullende vragen betreffende de aanbevelingen 7, 8 en 9, een stukje over de financiën en het vervolgtraject. In aanbeveling 7 wordt geadviseerd de afspraken vast te leggen, maar nog wel enige flexibiliteit te behouden. De wethouder roept zij op bij het aanpassen van die afspraken de reden daarvoor goed te documenteren. Uit de aanbevelingen 8 en 9 wordt de fractie niet helemaal duidelijk of er wel of niet een dashboard zal komen. Van de wethouder wil zij daarom weten of er een overzicht zal komen, of daadwerkelijk het dashboard. Betreffende de financiën wordt in het raadsvoorstel aangegeven dat daarmee nu nog geen rekening wordt gehouden. De vraag is of dat dan later nog gebeurt, bij de voorjaarsnota, of dat er een soort overzicht zal worden verstrekt van mogelijke consequenties. Met betrekking tot het vervolgtraject valt te lezen dat de raad een halfjaar na het vaststellen van het plan van aanpak zal worden gerapporteerd over de voortgang. Alle aanbevelingen staan voor Q4 en Q1 op de planning.
Kan de gemeenteraad in ieder geval nog vóór de gemeenteraadsverkiezingen op de hoogte worden gesteld van de voortgang? De heer EILANDER memoreert dat tijdens de raadsbehandeling al veel toezeggingen waren gedaan die nu zwart-op-wit op papier staan. Zoals mevrouw Den Engelsman al terecht opmerkte, staat de impact op de organisatie en de financiën er niet bij. Hij gaat er daarom maar van uit dat het gewoon inclusief is. Q1, waarnaar in het stuk wordt verwezen, valt vóór de gemeenteraadsverkiezingen en hij neemt dan ook aan dat een en ander voor de verkiezingen zal kunnen worden afgerond. De heer TIESMA merkt op dat het plan van aanpak er volgens D66 goed uitziet, zeker qua opvolging. Er resten hem daarom nog slechts enkele vragen. De fractie zal het op prijs stellen wanneer bij aanbeveling 2 ook de afwijking van het advies van de controller wordt vermeld, inclusief de reden. Bij de opvolging van aanbeveling 3 komt een beetje naar voren dat het een flinke vergaderinspanning zou kunnen vergen. Men kan het wel gewild hebben, maar de vraag is wat dit betekent voor de besliskracht. Bij aanbeveling 6 staat in het laatste blokje dat het college de aanbeveling ter harte wil nemen. Het lijkt hem beter het woord ‘wil’ door ‘zal’ te vervangen.
Is de wethouder tot die aanpassing bereid? Bij de vraag die door de beide vorige sprekers is gesteld over de planning sluit hij zich aan, al zou hij de vraag zelfs wat scherper willen stellen: zou Q4 2021 niet een mooie plandatum zijn? De heer OUDSHOORN geeft aan dat dezelfde aanscherping die D66 heeft bepleit bij aanbeveling 6 naar de mening van de SGP zou passen bij aanbeveling 1. Bij eerste lezing van het stuk vroeg hij zich af of dit plan van aanpak van twee A4’tjes, heel kort omschreven, niet wat makkelijk was. Inhoudelijk staat alles er eigenlijk wel in, maar de aanbevelingen 1 en 6 zouden wel iets steviger geformuleerd mogen worden, zodat het ook echt een aanpak betreft. Bij aanbeveling 9 over het digitale dashboard is vermeld dat de projectorganisatie in overleg is met een afvaardiging van de raad, om te overleggen hoe die raad aangehaakt kan blijven. Hij hoopt dat de wethouder iets meer kan vertellen over de richting die hij daarbij voor ogen staat. De heer VLOT concludeert dat het plan van aanpak enige vastheid biedt en, hoewel het volgens sommige collega’s wat summier lijkt, zeker aangaande de aanbevelingen wel voldoet. Met betrekking tot de financiën is bij hem de vraag gerezen of de positie van de projectcontroller een toegevoegde functie is.
Zo ja, dan zou nu al bekend moeten zijn welke financiële consequenties dat zou kunnen hebben binnen de bewoordingen van het plan van aanpak. Voor de rest valt er op dit moment weinig over te zeggen. De heer SPRUIT typeert het stuk als een helder en duidelijk plan van aanpak, voorzien van een realistische planning. Zoals anderen al geconstateerd hebben, is kwartaal 1 van 2022 zo’n beetje het kantelpunt tussen oude en nieuwe raad, vandaar dat ook bij Leefbaar Capelle de vraag is gerezen wat dit nu betekent voor de uitwerking. Kan het nog in deze raad behandeld worden, of schuift het door naar de volgende raad? In het bijzonder geldt dit voor de aanbevelingen 8, 9 en 10, die met name de informatiepositie van de raad raken: het dashboard waarop de risico’s inzichtelijk worden gemaakt. Is in
Commissie Stadsontwikkeling en -beheer maandag 11 oktober 2021
Pagina:
3
deze planning dan het format gereed voor hoe het eruit gaat zien, of zal dan ook een gevuld dashboard worden gepresenteerd, zodat in één oogopslag kan worden beoordeeld wat het allemaal betekent voor de risico’s? De heer GEISSLER toont zich namens de PvdA eveneens tevreden met het voorliggende plan van aanpak. Bij aanbeveling 2 is aangegeven dat een projectcontroller wordt toegevoegd aan de formatie, maar dat de beslissingsmacht uiteindelijk bij de projectmanager blijft liggen. Een prima rolscheiding wat de PvdA betreft, waarbij op basis van goede vastlegging uiteindelijk goede beslissingen kunnen worden genomen en ook zaken gereconstrueerd kunnen worden, als daarover goed gerapporteerd wordt door die verschillende rollen. Ten aanzien van de aanbevelingen 9 en 10 wordt expliciet gerefereerd aan een gesprek met een afvaardiging van de raad. Volgens hem is dit echter een meer informeel groepje, dat zich destijds gemeld heeft om te kunnen meedenken met de wethouder en de ambtelijke organisatie over het Rivium. Het is dus niet echt een afvaardiging van de raad. Hij is daarom benieuwd in hoeverre de wethouder de gemeenteraad meeneemt bij de aanbevelingen 9 en 10. De heer RAADSEN meent dat de aanpak procesmatig wel ongeveer correct is.
Jammer is wel dat het zich vrijwel helemaal tot dat procesmatige beperkt en nergens inhoudelijk invulling wordt gegeven aan het ‘hoe dan?’ Zo zou bijvoorbeeld bij een dashboard ook aangegeven kunnen worden wat er eigenlijk op komt te staan en wat wordt gemonitord op dat dashboard. Hij mist dat nu een beetje, maar hoopt dat dat alsnog zal worden ingevuld. De heer VAN LOEF betuigt instemming met het plan van aanpak. Wethouder STRUIJVENBERG bevestigt dat nog veel zaken ingevuld moeten worden. Wat nu voorligt, is alleen het plan van aanpak, dat volgens de verordening aan de raad dient te worden toegestuurd, zodat die weet wat ongeveer wanneer gaat komen en hoe daarmee wordt omgegaan. Daarmee is het, zoals de heer Raadsen terecht opmerkte, een procesmatig verhaal. Naar hij begrijpt, wordt het op prijs gesteld dat datgene wat in Q1 is voorzien nog voor de raadverkiezingen wordt opgeleverd. Hij zegt toe daarvoor zijn best te zullen doen, maar houdt nog een kleine slag om de arm. Mocht het niet lukken voor Q1, dan zal ook de reden daarvan worden toegelicht. Het is inderdaad de bedoeling, zoals mevrouw Den Engelsman zei, afspraken vast te leggen én flexibiliteit te behouden. Het is hem echter niet duidelijk wat zij voor ogen heeft met haar oproep de reden voor wijziging van afspraken vast te leggen.
Mevrouw DEN ENGELSMAN herinnert eraan dat het meerdere keren is voorgekomen dat het in de dossiervorming niet meer duidelijk was wanneer afspraken vastgelegd of gewijzigd waren. De wens om flexibiliteit te behouden is begrijpelijk. Als een afspraak is gemaakt en er is om welke reden dan ook een aanpassing nodig, dan moet dat mogelijk zijn, maar documenteer dan wel goed waarom van de oorspronkelijke afspraak wordt afgeweken. Wethouder STRUIJVENBERG vindt dat een prima suggestie. De heer Oudshoorn bevestigt hij dat degenen met wie door de projectorganisatie wordt overlegd over het dashboard geen bevoegdheden hebben. Hij wil echter voorkomen dat straks naar beste kunnen een dashboard wordt opgeleverd dat vervolgens tot teleurstelling zou leiden in de gemeenteraad. Hij stelt daarom hoge prijs op input van wat door de gemeenteraadsleden gewenst wordt op het gebied van het dashboard. Dat gesprek moet nog plaatsvinden. Het lijkt hem echter wel verstandig van tevoren input mee te krijgen van mensen die erover willen meedenken. Door D66 is erop aangedrongen bij aanbeveling 2 ook de afwijking van het advies van de controller te vermelden. Het lijkt hem een wat vreemde eend in de bijt, omdat de eindverantwoordelijkheid bij de projectleider blijft berusten. Adviezen worden vastgelegd en als daarvan wordt afgeweken, wordt dat op zich ook vastgelegd. Wellicht kan dat D66 soelaas bieden.
De heer TIESMA werpt tegen dat de raad de verslagen waarin dat staat niet te zien krijgt. Wethouder STRUIJVENBERG erkent dat en zou ook niet willen aanbevelen om de verslagen van alle ambtelijke overleggen naar de raad te sturen. Het is echt een verantwoordelijkheid van het college.. De heer EILANDER informeert naar het escalatieniveau van de projectcontroller. Kan deze zich tot iemand wenden, bijvoorbeeld een businesscontroller of concerncontroller, als in het worst case scenario een advies herhaaldelijk niet wordt gevolgd?
Commissie Stadsontwikkeling en -beheer maandag 11 oktober 2021
Pagina:
4
Wethouder STRUIJVENBERG antwoordt dat niet specifiek voor het Rivium, maar voor de ambtelijke organisatie in het algemeen geldt dat het eenieder vrij staat om zich in voorkomend geval tot een vertrouwenspersoon, of een wethouder of leidinggevende te wenden. De functie van projectcontroller is er al in de voorjaarsnota 2020 bij gekomen voor de organisatie en kan uit bestaand budget, zodat er in die zin geen financiële consequenties aan verbonden zijn. De ‘stevigheid’ van de omschrijvingen bij de aanbevelingen 1 en 6 zal hij meenemen. Hij voegt eraan toe dat wat de heer Tiesma bepleit – het veranderen van ‘wil’ in ‘zal’ – eigenlijk ook zo is bedoeld. Volgens D66 zou opvolging van aanbeveling 3 een vergaderinspanning kunnen vergen die ten koste zou kunnen gaan van de besliskracht. Vergaderen is onderdeel van het werk en heel belangrijk, maar daar gaat dit punt niet over. Vraag hierbij is meer of is vastgelegd hoe men het wil regelen. Dat is het geval, maar het moet uiteindelijk ook in het project zelf landen. Tweede termijn De heer EILANDER vraagt of voorafgaande aan de raadsvergadering nog een gewijzigd stuk zal worden toegezonden met twee nieuwe woorden, t.w. ‘zal’ in plaats van ‘wil’.
Zo ja, dan mag het voorstel wat de ChristenUnie betreft als hamerstuk worden geagendeerd, al zal nog wel een keer met elkaar van gedachten moeten worden gewisseld over de invulling van de klankbordgroep Rivium. Overigens voegt hij eraan toe dat niet hij, maar waarschijnlijk zijn collega Van Buuren daarvan deel zal willen uitmaken. De heer RAADSEN geeft een klein schotje voor de boeg over de invulling van het dashboard. Mocht de controller het gevoel hebben dat diens advies ten onrechte niet wordt gehonoreerd, zou dat dan in het dashboard kunnen komen? De heer GEISSLER memoreert dat de PvdA niet aan de eerste klankbordgroep heeft willen deelnemen, omdat de fractie niet een andere rol wilde vervullen dan de controlerende rol die de raad toekomt en daar wellicht ook gesproken zou kunnen worden over bouwenveloppen en andere zaken die nu met name aan het college zijn. Waar het in dit geval alleen gaat over rapporteren aan de raad, schuift de PvdA graag aan in de klankbordgroep. Wethouder STRUIJVENBERG bevestigt dat nog een gewijzigde versie van het stuk zal worden geproduceerd. Voor het overige is hij het er geheel mee eens dat het belangrijk is om snel met de klankbordgroep voor het dashboard bijeen te komen. De VOORZITTER concludeert dat het voorstel voorlopig aan de hamerstukkenlijst kan worden toegevoegd. 7.
Verordening Starterslening Capelle aan den IJssel 2021 De heer TIESMA noemt de starterslening een mooi zetje in de rug voor starters bij de aankoop van hun eerste woning. De tekst is grotendeels overgenomen van het Stimuleringsfonds Volkshuisvesting en dat is prima. D66 vindt het al bij al een goed voorstel en heeft er verder geen vragen over. De heer EILANDER juicht het toe dat geprobeerd wordt de starters (35% van de kopers) sneller een huis te laten vinden. Wat hem benieuwt is of er in de regio al voorbeelden zijn waaruit blijkt dat een instrument als dit werkt. Een ‘maar’ is er echter ook wat de ChristenUnie betreft: een hogere hypotheek betekent een hogere schuld en die moet ook worden afgelost. Zal dat het niet moeilijker maken om daarna weer door te stromen? De heer VAN LOEF geeft te kennen dat ook de VVD zeer tevreden is met het voorstel. Bij lezing ervan vroeg hij zich overigens wel af hoe tot het percentage van 30 is gekomen. Het aantal inwoners in de regio in acht nemend, heeft hij zelf een percentage starters van minimaal 50 berekend. In dat geval zou het bedrag in feite te laag zijn, maar aan de andere kant is het revolverend, zodat het uitgeleende geld, als het goed is, ook weer terugkomt.
Uitgaande van het beschikbare bedrag van 750.000 euro en het leenbedrag van 28.000 euro, volgens de cijfers uit de regio, zouden nu maar iets van 27 mensen geholpen kunnen worden. Vraag is dan toch of het bedrag niet te laag is.
Commissie Stadsontwikkeling en -beheer maandag 11 oktober 2021
Pagina:
5
De heer VLOT waardeert het dat mensen een mogelijkheid wordt gegeven om financieel meer stappen te kunnen zetten op de woningmarkt, al blijft het een onzalig idee om meer geld te stoppen in de woningmarkt, met als gevolg dat de prijzen maar blijven stijgen. Naar hij heeft gelezen, zou 65% van de starters eigenlijk een sociale woning willen en het is bekend dat 80/85% van de sociale woningen naar niet-Capellenaren gaat. Wellicht verdient het aanbeveling om daar wat mee te doen. In een interview met de heer Knot, president van de Nederlandsche Bank, verwees deze naar de fiscale voordelen van een ton die geschonken kan worden en de hypotheekrenteaftrek. Daar zit de winst in en er moet gewoon gebouwd worden, en dan niet meer voor wat ‘middeninkomens’ heet, want de lasten worden ook voor die middeninkomens veel te hoog. Daarin is gewoon tekort geschoten en dan zijn dit maatregelen die niet ten goede komen aan een betaalbare woningmarkt. Mevrouw LAUW-SCHOUTEN releveert dat de gemiddelde leeftijd van een starter volgens de gegevens van de SVn momenteel 26,8 jaar bedraagt. Daaruit blijkt wel hoe moeilijk het is voor een starter om aan een koopwoning te komen. Leefbaar Capelle staat daarom positief tegenover het voornemen van de gemeente om een starterslening te verstrekken tot maximaal 35.000 euro.
De heer GEISSLER betoogt dat ook de PvdA de starterslening een sympathiek voorstel vindt. De fractie is er overigens nog niet over uit hoe haar uiteindelijke standpunt in de raad zal worden verwoord en dat heeft er ook mee te maken dat in de rapportage van de SVn weliswaar staat dat een starterslening een bijdrage kan leveren aan het bevorderen van de doorstroming van huur naar koop, maar dat anderzijds de vraag kan worden gesteld of het niet zal leiden tot hogere woningprijzen. Heeft het college daarover nagedacht en is ook onderzocht in hoeverre behoefte bestaat aan deze regeling? Door de lage rentes zijn de woningprijzen gestegen omdat mensen meer zijn gaan bieden en voor de verlaging van de overdrachtsbelasting geldt hetzelfde. Is dit niet ook een maatregel die wellicht tot dat effect zou kunnen leiden? Is daarnaar gekeken in relatie tot het aantal beschikbare woningen dat vrijkomt en waarop door starters aanspraak wordt gemaakt? De heer OUDSHOORN stelt dat het voor starters en jonge gezinnen bijna onmogelijk is om betaalbare huur- of koopwoningen te vinden in Capelle, met alle gevolgen van dien: jongeren trekken weg, wonen lang in een onwenselijke situatie, of steken zich onverantwoord diep in de schulden.
De gemeente moet hier actiever in worden door haar grond- en vastgoedbeleid hierop in te richten, door starters voorrang te geven bij de toediening van woningen, bijvoorbeeld door afspraken te maken over nieuwbouw – financiële ondersteuning aan starters en jonge gezinnen hoort daarbij – en door op creatieve manieren meer aanbod te realiseren. Inmiddels zet de gemeente wat eerste stappen en dat doet de SGP goed. De voorliggende starterslening is ook een goede stap. Graag verwijst hij de wethouder en de ambtenaren wel naar de publicatie van Platform31 over 34 maatregelen die door de gemeente genomen kunnen worden om huur- en koopstarters te helpen. Kent de wethouder deze publicatie en is hij bereid te bezien welke maatregelen in Capelle nog meer kunnen worden ingezet voor de starters? Aandacht vraagt hij voor het feit dat regelmatig woonhuizen worden onderverhuurd aan studenten. Het tekort aan studentenwoningen (26.000) is ook een probleem, maar de vraag is even welk probleem waarmee wordt opgelost. Regelmatig komt het nu voor dat in eengezinswoningen zes studenten worden geplaatst en daarmee wordt de huizenmarkt op een wat andere manier op slot gezet.
De vraag is daarom: is het in Capelle ook mogelijk na te denken over een zelfbewoningsplicht bij de koop van een woning? In artikel 4 lid 2 van de Verordening Starterslening is bepaald dat het maximale bedrag van 35.000 euro door het college aangepast kan worden. Waarom is dat artikel überhaupt nodig? Het suggereert dat in een individueel geval een hoger bedrag toegekend kan worden. Een volgende vraag gaat over de termijnen van de aanvragen. Op het moment dat een starter de aanvraag indient voor de lening, kan het conform de regeling zomaar veertien weken duren voordat er antwoord op komt. Is dat in deze tijd wel realistisch, terwijl de woningen soms al binnen een week weg zijn? Van het geraamde bedrag van 750.000 euro kunnen bij maximale toekenning van het bedrag maar 21/22 mensen van de regeling gebruikmaken. Tegelijkertijd is het de vraag of dat heel erg is. Eerder is de vrees uitgesproken dat de woningprijzen omhoog zullen gaan. Bij 21 gevallen hoeft die vrees niet
Commissie Stadsontwikkeling en -beheer maandag 11 oktober 2021
Pagina:
6
te bestaan, terwijl dan wel 21 mensen zijn geholpen. Hij pleit er daarom voor het bedrag in eerste instantie zo te laten, om eens aan te kijken wat het effect is van de regeling. De heer RAADSEN geeft te kennen dat GroenLinks ten prooi is aan zeer gemengde gevoelens over de voorliggende regeling. In de analyse van de SP kan hij zich volledig vinden. Uiteindelijk lost deze maatregel de problemen op de woningmarkt natuurlijk niet op en deze regeling zal inderdaad leiden tot een verdere stijging van de toch al te hoge prijzen. Dat geldt overigens niet alleen voor deze regeling. Door onder andere de PvdA zijn verschillende andere regelingen genoemd die dat ook doen. Wat nog niet genoemd is de zogenaamde jubelton, die er ook al flink aan heeft bijgedragen. Er gaan dan ook al stemmen op om die weer af te schaffen. Aan de andere kant kun je constateren dat er zeer veel sociaaleconomische ongelijkheid bestaat, ook op dit gebied, want als je rijke ouders hebt, kun je die te dure woning zonder een dergelijke regeling kopen. Er zijn daarom al 250 gemeenten die dit doen en dan is het ook weer sociaal ongelijk als het in Capelle niet zou kunnen. Maar goed, het blijft een subsidie op het te duur kopen van een woning, want je hebt die extra lening als je meer geld nodig hebt dan het taxatierapport van de bank aangeeft, en dat betekent niets anders dan dat je er te veel voor gaat betalen.
Tegelijkertijd is hij heel blij te horen dat de gemeente er ineens over nadenkt om leningen te gaan verstrekken. Tot nu toe was dat volstrekt taboe. Dat kon echt niet, daar was de gemeente niet van, werd steeds gezegd. Maar nu kan het ineens wel en dat stemt hem vreugdevol, omdat er ook nog veel goede andere redenen zijn om leningen te verstrekken op de woningmarkt. Te denken valt bijvoorbeeld aan een duurzaamheidslening, zoals die door dezelfde organisatie SVn wordt aangeboden, en die kan goed helpen om de enorme opgave die de gemeente nog heeft op het gebied van isolatie van woningen snel aan te pakken, zeker nu de gasprijzen zo hard stijgen. Op dit moment heeft hij daarom maar één vraag aan de wethouder: waarom niet meteen ook een duurzaamheidslening? Mevrouw DEN ENGELSMAN deelt mee dat er ook bij het CDA wat gemengde gevoelens leven. Aan de ene kant kunnen hiermee jongeren en Capelse starters aan een koopwoning worden geholpen. Als dit er twee of drie jaar geleden was geweest, had haar dochter op dit moment wellicht een koophuis gehad in plaats van een huurhuis. Aan de andere kant heeft de Nederlandsche Bank een waarschuwing doen uitgaan over het feit dat starters zich best wel diep in de schulden steken, zeker als je huis onder water komt te staan, wat inhoudt dat je straks, als de huizenprijzen dalen, met een te hoge hypotheek zit.
Alle kleine beetjes helpen echter, daar is het CDA wel van overtuigd. Daarom is de fractie er geen voorstander van om het bedrag te verhogen, zoals de VVD zou willen, maar eerst eens af te wachten wat het effect van de regeling is. Bij de vraag van de heer Oudshoorn over de 14wekentermijn sluit zij zich aan. Dat ook op sociale-huurwoningen moet worden ingezet, is zij geheel met de SGP eens. Per slot van rekening is nog altijd 65% van de woningzoekenden op zoek naar een sociale-huurwoning. Op een ander moment zal daarom eens goed moeten worden nagegaan hoe daarmee moet worden omgegaan. Wethouder STRUIJVENBERG meent dat deze starterslening een mooie aanvulling betekent op het beleid om een aantal mensen in Capelle te kunnen helpen, al is het zeker geen wondermiddel waarmee de woningmarkt uit de situatie wordt geholpen waarin deze zich op dit moment bevindt. In den lande zijn al voorbeelden bekend waaruit blijkt dat het werkt. Sommige gemeenten hebben er een budget voor vastgesteld dat al vrij snel op raakte. Of dat ook hier gebeurt is afwachten. Met het bedrag dat is bedacht kan 25 tot 30 mensen een starterslening worden aangeboden. Of het storm zal lopen of niet zal moeten blijken. Als het heel snel gaat, zal mogelijk opnieuw bij de raad worden aangeklopt om te beoordelen wat er dan moet gebeuren.
Dat de lening tot een hogere schuld leidt, is natuurlijk waar, maar daar staat tegenover dat het alleen geldt voor woningen tot aan de NHG-grens, zodat men een NHG-garantie achter de hand heeft voor het geval er onverhoopt problemen zouden ontstaan. Daarnaast wordt zorgvuldig getoetst of iemand überhaupt in aanmerking komt voor het verstrekken van een extra lening. Het prijsopdrijvende effect van deze regeling voor de Capelse woningmarkt lijkt hem zo goed als verwaarloosbaar. Een verkenning daarnaar is ook niet gedaan, omdat het slechts om een zeer beperkt aantal transacties zal gaan.
Commissie Stadsontwikkeling en -beheer maandag 11 oktober 2021
Pagina:
7
De heer Oudshoorn zegt hij toe kennis te zullen nemen van het rapport van Platform31, om te bezien of er ook nuttige zaken in staan voor het lokale beleid. Een zelfbewoningsplicht geldt momenteel al voor nieuwbouwwoningen. Voor bestaande bouw is een wetwijziging nodig. Zodra die mogelijkheid bestaat, zal hij er met meer dan normale interesse kennis van nemen. Door de SGP is voorts gevraagd waarom in de verordening de bepaling is opgenomen dat het maximale bedrag van 35.000 euro door het college kan worden aangepast. Dat is zo’n goede vraag, dat hij zich daarover nader zal moeten beraden in de aanloop naar de gemeenteraadsvergadering. De termijn van 14 weken is inderdaad lang, maar gelukkig duurt het meestal korter. Ten slotte stelt hij voor de vraag die is gesteld over duurzaamheidsleningen te herhalen in het volgende deel van de vergadering, waarbij ook de wethouder duurzaamheid aanwezig zal zijn. Tweede termijn De heer VLOT doet het goed dat de wethouder heeft erkend dat de regeling geen zaligmakend middel is en op dit moment maar voor een kleine groep is weggelegd.
Is de wethouder ook bereid in overleg met de woningbouwcorporatie te komen tot een andere wijze van toekennen van grond voor woningbouw aan ontwikkelaars, die daardoor duur gaan bouwen omdat ze nu eenmaal ook hun portemonnee gevuld willen zien, zodat er meer en sneller sociale-woningbouw gerealiseerd kan worden, waarnaar maar liefst 65% van de mensen op zoek is? De heer GEISSLER herhaalt zijn vraag of ook is onderzocht in hoeverre behoefte bestaat aan deze starterslening. Door de wethouder is aangegeven dat voor nieuwbouwwoningen al een zelfbewoningsplicht bestaat. Naar hij heeft begrepen, is voor bestaande woningen een maatregel in ontwikkeling die wellicht in een overkoepelend bestemmingsplan zal worden verwerkt. Door de PvdA zijn daarover technische vragen gesteld aan de ambtelijke organisatie, die nog beantwoord moeten worden. Inmiddels is het bijna een jaar geleden dat ter zake drie moties zijn ingediend – als hij het zich goed herinnert had de heer Spruit daartoe het voortouw genomen – en gezien de urgentie van het onderwerp wordt het nu wel tijd dat er iets gaat gebeuren. De heer RAADSEN meent te hebben begrepen dat het hier een eenmalige lening betreft voor één jaar. Hij is benieuwd naar de reden daarvoor. De heer OUDSHOORN dankt de wethouder voor diens toezegging dat er nog iets zal worden uitgezocht. Hij neemt aan dat dat vóór de raadsvergadering zal gebeuren.
Wethouder STRUIJVENBERG merkt aan het adres van de heer Vlot op dat de gemeente er zelf bij is als ontwikkelaars iets ontwikkelen, althans wanneer daarvoor een bestemmingsplanachtige zaak of grondaankopen e.d. nodig zijn. Waar de heer Vlot opmerkte dat 65% van de mensen op zoek is naar een sociale woning, zal bedoeld zijn dat 65% van de starters daarnaar op zoek is, zoals in het stuk staat. Het gesprek over de hoeveelheid sociale woningen vindt overigens plaats op een heel ander terrein, in samenspraak met de regio en vanzelfsprekend ook met de corporatie. De maatregel ten aanzien van zelfbewoning in een paraplu-bestemmingsplan gaat eerder meerdere huishoudens op één adres, als idee. Dat moet nog worden uitgezocht en is dus nog niet in een voorstel voor de raad vervat. De heer Geissler verzoekt hij hem na de vergadering mede te delen over welke moties deze precies een tussenbericht verwacht en welke stand van zaken hij daarop dan heeft aan te leveren. Mevrouw DEN ENGELSMAN attendeert er ‘als beschermvrouwe van de toezeggingenlijst’ op dat in een tussenbericht van juni is aangegeven dat de wethouder of in het vierde kwartaal 2021, of in het eerste kwartaal van 2022 met de stukken zal komen over de verkamering. Wellicht kan de wethouder nu wel aangeven of ze nog voor de gemeenteraadsverkiezingen tegemoet kunnen worden gezien.
Wethouder STRUIJVENBERG durft dat niet te zeggen en vraagt zich overigens ook af of het wat dit punt betreft echt cruciaal is om dat te doen. De heer GEISSLER verzekert dat hij kennis heeft genomen van de toezeggingenlijst en het tussenbericht dat daarop is vermeld. De PvdA heeft behoefte aan een nadere duiding van het laatste tussenbe-
Commissie Stadsontwikkeling en -beheer maandag 11 oktober 2021
Pagina:
8
richt van juni. Hij hoopt dat dat tussenbericht in ieder geval voortvarend zal worden opgepakt. De verkiezingen zijn wat hem betreft niet heilig in dat opzicht. Wethouder STRUIJVENBERG gaat ten slotte in op de bijdrage van de heer Raadsen die, als hij het goed heeft verstaan, gewag maakte van een eenmalige, eenjaarslening. Dat is deze starterslening echter zeker niet. De heer RAADSEN vraagt of het bedrag van 750.000 euro dan elk jaar opnieuw op de begroting komt te staan. Wethouder STRUIJVENBERG licht toe dat het bedrag van 750.000 euro het totale bedrag is, dat revolverend wordt ingezet. De VOORZITTER ziet tevreden gezichten in de commissie en constateert dat de Verordening Startersregeling vooralsnog aan de hamerstukkenlijst voor de raadsvergadering kan worden toegevoegd. Schorsing (21.13 – 21.27 uur) . 8. Principebesluit concept Transitievisie Warmte De heer RAADSEN vindt het een beetje jammer steeds lappen tekst te moeten lezen waar niet veel nieuws in staat, vergeleken met bijvoorbeeld de Transitievisie Warmte van anderhalf jaar geleden, of het programma Duurzaamheid van tweeënhalf jaar geleden. Nieuw is dat de gemeente volgens de Raad voor openbaar bestuur 18 fte nodig zou hebben om Capelle aardgasvrij te maken. De voornemens beziende die in deze nota staan moet hij overigens vaststellen dat Capelle nog lang niet zo ver gaat en dus ook die 18 fte niet nodig heeft.
Zijn stelling is dat met de huidige bezetting van de gemeente op dit onderwerp, plus al het aanbod van het ECC, dat ongeveer de helft van het aantal levert, al erg veel zou kunnen worden gedaan op het gebied van woningisolatie. Gemeld wordt wel dat daarop wordt ingezet, en dat is op zichzelf goed, maar hij heeft veel meer behoefte aan daden en veel minder aan woorden. GroenLinks is het ermee eens dat eerst wordt gekozen voor passieve koeling voor actieve, maar er staat bij dat dat bijvoorbeeld met oppervlaktewater zou kunnen worden gedaan en dat lijkt hem niet aan te bevelen, want dat zou betekenen dat je het oppervlaktewater in de zomer gaat opwarmen, met alle gevolgen van dien van blauwalg. Dat alternatieven voor gas woonlastenneutraal moeten zijn is een bekend verhaal. Met de huidige stijging van de aardgaslasten zal dat volgens hem nu al vanzelf gaan gebeuren, zodat er waarschijnlijk helemaal geen wet voor nodig is. Veel meer behoefte heeft hij aan een wet die een eind maakt aan hoge huren voor slecht geïsoleerde woningen. Het huidige ‘woonlastenneutraal’ biedt eigenlijk alleen maar de garantie dat je evenveel teveel blijft betalen als je nu doet. Wat betreft de regierol van de gemeente, vindt hij het opvallend dat de gemeente zegt dat vooral te willen doen waar de bewoners zelf al veel energie aan den dag leggen.
Volgens hem is dat juist nodig in de gebieden waarin de bewoners dat niét doen. In het rijtje met de opsomming van duurzame energie mist hij de zonnewarmte. Bij de particuliere oplossingen is die zeker niet onbelangrijk, maar ook collectief niet. Vergeet niet dat een normaal zonnepaneel maar 20% van de energie die erop valt in stroom omzet en de andere 80% in warmte, waarmee meestal niets wordt gedaan, wat zonde is, omdat men die in de winter juist het meest nodig heeft. Waar ook biomassa wordt genoemd, herinnert hij eraan dat biomassa maar heel beperkt duurzaam is. Alleen wanneer hergebruik van die massa in behoudende zin, zoals bijvoorbeeld in bouwmateriaal, of in de vorm van compost, niet mogelijk is, is het misschien duurzaam, anders wordt het gewoon verbrand en komt er even veel CO2 in de lucht, plus nog een hoop andere rommel. WKO, warmte/koudeopslag, zou hij zeker tot 25 meter diep geen bron willen noemen, maar wel een opslagtechniek. Op zichzelf is die techniek trouwens wel goed bruikbaar in combinatie met zon- en warmtepanelen. Er zijn goede voorbeelden van te vinden in de gemeente Haarlem, die er ook leningen voor verstrekt. Dat duurzame gassen, groengas en waterstof, eventueel via het huidige leidingnetwerk gedistribueerd kunnen worden, is op zichzelf juist, maar het ligt energetisch totaal niet voor de hand, en zeker qua kosten niet. Het is gewoon veel te duur.
Bovendien is het gas nodig voor andere doeleinden. Wat voorbarig vindt hij het te stellen dat het niet voor de hand ligt dat Capelle op een warmtenet van Zuid-Holland aansluit. Het is inderdaad waar dat door de provincie het besluit is genomen om te be-
Commissie Stadsontwikkeling en -beheer maandag 11 oktober 2021
Pagina:
9
ginnen met de westkant, en daarvoor zijn allerlei redenen aan te voeren, maar op zichzelf is er voldoende energie en marktpotentie om het aan de oostkant ook te gaan doen. Dat het hier nog niet meteen komt, ligt misschien ook aan de gemeente zelf, omdat zij zich alleen afhankelijk maakt van Eneco en de bij haar bestaande bronnen en warmteleidingen. Dat is waarschijnlijk niet zo verstandig. Het zou veel beter zijn als Capelle wat actiever op zoek ging naar partners, om te bezien hoe de overvloedig aanwezige warmte in het haven- en industriegebied van Rotterdam hierheen kan worden gekregen. Een wat merkwaardige opmerking vindt hij dat het isolatieniveau afhangt van de aanvoertemperatuur. Hij zou het liever omdraaien, namelijk dat de aanvoertemperatuur afhangt van de isolatie. Het is een optimalisatievraagstuk dat goed moet worden aangepakt en waarbij sowieso gesteld kan worden dat alle betaalbare isolatiemaatregelen hun geld gemakkelijk terugverdienen. Daarom dringt hij erop aan zoveel mogelijk te isoleren, en wel nu al, zeker als nog niet bekend is wat straks de alternatieve warmtebron gaat worden. Meer isolatie schaadt nooit en is altijd goed voor de portemonnee. Bij minder isolatie loop je de kans dat je nu al te veel betaalt voor het gas en dat straks een installatie resteert die niet aansluit op de keuze die dan gemaakt wordt voor de temperatuur van het warmtenet.
Ten slotte de vraag die iedereen verwacht zal hebben. Er is nu een starterslening voorgesteld, maar waarom niet ook een duurzaamheidslening? De heer GEISSLER vraagt aandacht voor de volgende zin op pagina 1, onder de randvoorwaarden: “De realisatie van deze visie is echter niet mogelijk.” Dat zo concreet formuleren in een Transitievisie Warmte kan wat de PvdA betreft echt niet, zeker niet in deze tijd, en het doet ook geen recht aan wat in het vervolg van deze Transitievisie staat, bijvoorbeeld over isoleren, waarmee daadwerkelijk een start wordt gemaakt. Uit het geciteerde spreekt helemaal geen ambitie. De wethouder verzoekt hij dan ook dit op een andere manier te verwoorden. De heer SPRUIT maakt een compliment voor het makkelijk leesbare stuk, dat de inwoners van Capelle zeker van nut is als zij willen weten hoe het gesteld is in hun wijk en hun specifieke situatie en wat zij kunnen doen om hun woning in de tussentijd te verduurzamen. Het leidt tevens tot de vraag hoe een en ander gecommuniceerd zal worden met de inwoners.
Hoe zal ervoor worden gezorgd dat zij hiervan kennis kunnen nemen, zodat zij kunnen anticiperen op datgene wat voor hen in de komende jaren het meest van toepassing zou kunnen zijn? Is het wellicht denkbaar aan de WOZ-beschikking, die meestal in het begin van het jaar binnenkomt, enige informatie ter zake toe te voegen? Verder is deze notitie waarschijnlijk geschreven in de tijd dat de gasprijs fors lager was dan nu. Heeft dat ook effect op de voorstellen die hierin staan? Komen sommige adviezen/suggesties die in de nota zijn verwoord wellicht in een ander daglicht te staan als de gasprijs langdurig hoog blijft? Op de warmtekaart op pagina 22 wordt ongeveer op wijkniveau aangegeven wat in de komende jaren de optie zou kunnen zijn. In een paar wijken is dat een beetje een hybride model: er kan zowel sprake zijn van een warmtenet als van het gebruik van warmtepompen. Bij Schenkel is dat nog enigszins te begrijpen, kijkend naar het landelijk gebied, maar bij Oostgaarde en ’s-Gravenland wat minder. Kan de wethouder uitleggen waarom de verschillende warmteopties op deze manier op de kaart zijn aangegeven en hoe een en ander wordt gecommuniceerd met de bewoners die net in zo’n grensgebiedje wonen? De heer VLOT vond het wel leuk van de heer Raadsen te horen dat meteen 18 fte aan de slag kunnen worden gezet om de woningen te isoleren.
Als dat grootschalig aangepakt moet worden, zal er volgens hem eerder huisvesting voor bepaalde arbeidsmigranten in de gemeente geregeld moeten worden, maar dat terzijde. Zo’n twee/tweeënhalf jaar geleden is door een ingenieursbureau een presentatie verzorgd over de geothermale bronnen die in de gemeente voorhanden zijn. Dat zag er heel positief uit en daarmee hadden inmiddels grote stappen gemaakt kunnen worden. Zo komt hij al snel op het punt van de regievoering. Private eigenaren kunnen op dit moment niet worden gedwongen, dus ongeacht het plan dat uitgerold wordt kan er altijd een onderbreking komen in zo’n ontwikkeling. In een schrijven van het Energiecollectief, dat naar hij meent ook met het college is gedeeld, wordt dat ook aangehaald. Hoe grootschaliger de aanpak, hoe meer de kosten gedrukt kunnen worden, maar de mate waarin dat mogelijk is, is afhankelijk van de inspanning die de individuele Capellenaar zich wil of kan getroosten. Daarbij moet worden bedacht dat veel Capellenaren eenvoudigweg niet in staat zijn die omschakeling te maken. Er
Commissie Stadsontwikkeling en -beheer maandag 11 oktober 2021
Pagina:
10
zal daarom financiering nodig zijn en in dat licht heeft de SP al eens voorgesteld een duurzaamheidsfonds in het leven te roepen. Er zijn 10.000 huishoudens in Capelle die zelf deze stappen niet kunnen zetten en daarom afhankelijk zijn van wat de gemeente in samenwerking met corporaties en andere eigenaren bereid is te doen om ook die huishoudens mee te laten profiteren van deze verduurzaamheidsslag. De heer Spruit informeerde naar de wijze waarop gecommuniceerd zal worden met de Capellenaar. Volgens hem wordt op dit moment al redelijk gecommuniceerd. Naar hij meent heeft de wethouder zelf op de markt gestaan met een duurzaam pannenkoekje en een doosje. Het valt eigenlijk samen met de participatieverordening die vanavond in een andere commissie wordt besproken. De gemeente zal zeker de kans moeten aangrijpen om zoveel mogelijk mensen hierbij te betrekken en te blijven informeren, om hen zo voor te bereiden op de stappen die gezet gaan worden. De heer OUDSHOORN noemt het mooi dat weer een volgende stap kan worden gezet, in lijn met het eerder ingezette pad, zodat er niet veel verrassingen in zitten. Wat wel opvalt, en daarvoor is eerder al aandacht gevraagd, is het ontbreken van een plan B. Kan daarover niet alsnog worden nagedacht? Op pagina 32 wordt gewag gemaakt van de bewonersinitiatieven, die worden ondersteund.
Benieuwd is hij wel wat onder dat ‘ondersteunen’ wordt verstaan. De heren Raadsen en Vlot hebben zojuist al gevraagd of het niet mogelijk is een financiële constructie voor de inwoners van de gemeente te bedenken die het hun mogelijk maakt de hoge kosten van bijvoorbeeld woningisolatie te betalen. Een duurzaamheids- of isolatielening is zeker belangrijk voor de slecht geïsoleerde woningen, waarin vaak de mensen wonen die dat het hardst nodig hebben. Het zou mooi zijn als de wethouder zou kunnen toezeggen dat dat de komende tijd gerealiseerd zal worden. Een laatste opmerking betreft de communicatie. Vaker al heeft hij betoogd dat er niet vroeg genoeg gecommuniceerd kan worden. Met het ‘van het gas af-plan’, zoals hij het maar even noemt, zal men de komende twintig jaar nog wel bezig zijn en het is goed om daarover enorm bewust te communiceren, vooral ook al op scholen en plekken waar de jeugd zich bevindt. De heer EILANDER constateert met anderen dat deze volgende logische stap geen verrassing is. Vanavond zal hij zich beperken tot een paar algemene opmerkingen en zeker niet de diepte ingaan. Het laatste laat hij liever over aan mensen die daarin veel beter zijn dan hij, met name ook aan het ECC. Wat dat betreft moet hij zeggen dat hij er nogal wat moeite mee heeft dat de raad weer een mail heeft ontvangen van het ECC, dat zich niet serieus genomen voelt en te laat betrokken.
Wat is daar aan de hand? Volgens hem had de wethouder de vorige keer beterschap beloofd, wat best wat energie had gekost – daar wil hij het maar bij houden – en nu volgt toch weer dit. Hij vindt dat lastig en onhandig. Deze club zal nu eindelijk eens serieus genomen moeten worden. Dat betekent niet dat alles van die zijde moet worden overgenomen, maar op tijd notities verstrekken is toch wel het minste wat verwacht mag worden. Als zelfs nog weinig is gedaan met een opmerking die de vorige keer is gemaakt, zoals men schrijft, baart hem dat grote zorgen. Dat ingezet wordt op isoleren, is duidelijk, maar wat er niet bij staat is: hoe dan? Misschien hoeft dat ook niet in deze nota, maar het was volgens hem wel goed geweest om er in ieder geval iéts over op papier te zetten. De heer Oudshoorn maakte wat dat betreft een mooie koppeling naar een duurzaamheidslening of -fonds. Zojuist is het voorstel besproken voor een starterslening, dat waarschijnlijk een hamerstuk zal worden voor de raad, wat al genoeg zegt over de manier waarop de raad ertegen aankijkt. Daar kan het blijkbaar wel, waarom hier niet? Ten slotte stelt ook hij de vraag: waar is plan B? Het kan toch niet de bedoeling zijn dat de gemeente helemaal niks doet als de overheid niet betaalt.
Mevrouw DEN ENGELSMAN merkt op dat het CDA net als de heer Eilander met een flinke knoop in de maag zit door de ontvangst van wéér een brief van het ECC. De fractie is best een beetje ontstemd over deze tweede brief. Zij verzoekt de wethouder daarom dringend opnieuw met het ECC om de tafel te gaan zitten, om te bezien wat eventueel nog haar inbreng kan zijn op dit stuk. Het CDA is er veel aan gelegen om die verhouding weer goed te krijgen. Afgelopen vrijdag wist het AD te melden dat het Warmtebedrijf Rotterdam ermee gaat stoppen. Wat betekent dit voor Capelle, heeft het invloed op het voorliggende stuk?
Commissie Stadsontwikkeling en -beheer maandag 11 oktober 2021
Pagina:
11
De SGP had de vorige keer gevraagd of er niet een warmtekaart per wijk kon komen en die is er nu; heel mooi. De kaderstelling van 2019 maakte het echter ook mogelijk te zien welke oplossing per wijk daadwerkelijk mogelijk was, bijvoorbeeld geothermie, aquatechniek, WKO etc., en dat mist zij hierin een beetje. Elektrisch koken zal meer gestimuleerd en onder de aandacht worden gebracht. Havensteder is momenteel bezig met heel veel duurzaamheidsingrepen en eventueel zullen bij zo’n aanpak ook keukens of badkamers worden vervangen. In hoeverre kan in de prestatieafspraken met Havensteder al worden geregeld dat bij het renoveren van een keuken ook elektrisch koken mogelijk wordt gemaakt? Wat betreft de communicatie met de bewoners wijst zij erop dat het ECC via de energiecoaches al allerlei informatie verstrekt. Met de Week van de duurzaamheid en de energieboxen die verstrekt zijn aan de mensen is haars inziens al een hele grote stap gezet om bekendheid te geven aan de duurzaamheidstransitie. In maart 2021 was nog niet bekend hoe de subsidie van 600.000 euro precies ingezet zou worden. Daarbij was onder meer sprake van het eventueel aanstellen van een betaald coördinator. Is inmiddels al aan te geven waaraan deze subsidie besteed zal worden? De heer VAN LOEF brengt namens de VVD te berde dat in dit dossier realisme nodig is.
Dat staat ook duidelijk in de stukken en daar wil hij de wethouder mee complimenteren. Als hij zijn collega’s vanavond zo hoort, kan worden vastgesteld dat er enorme ambities zijn, die helaas echter ook geld zullen kosten. Wat dat betreft is de gemeente in hoge mate afhankelijk van het Rijk. De heer TIESMA geeft te kennen dat D66 zich heel goed realiseert dat nu een visie voorligt en dat veel praktische uitvoering nog moet volgen. De gemeente staat wel een grote uitdaging te wachten. Minder gas leidt nu al tot paniek in allerlei huishoudens en dat maakt de overstap naar andere bronnen des te noodzakelijker. De vraag over het Warmtebedrijf is al gesteld, maar hij wil die nog wat scherper stellen: wat kan volgens de wethouder geleerd worden van dit debacle en hoe kan zeker worden gesteld dat ook op lange termijn warmte geleverd zal worden door enige leverancier? Op pagina 5 wordt verwezen naar de Regionale Energiestrategie. Kan de wethouder uit de doeken doen hoe Capelle met andere gemeenten intensief gaat samenwerken om de vraag naar warmte te beantwoorden? Op pagina 6, onder ‘Capaciteit gemeente’, komt het aantal van 18 fte voor het uitvoeren van taken uit het Klimaatakkoord een beetje uit de lucht vallen. Gezien de reputatie van de wethouder zal dit geen overschatting zijn, maar de onderbouwing ontbreekt.
Het aantal zelf lijkt hem al meer dan voldoende motivatie om samenwerking met andere gemeenten te zoeken. Hoe is het trouwens mogelijk dat er 18 fte nodig zijn, terwijl de huidige projectleider een aantal weken geleden als bezuiniging is opgevoerd bij de taakstelling? Op pagina 17 is sprake van middenwarmte. Zo’n overgang betekent nogal wat als je nu in Schollevaar woont. De radiatoren zijn allemaal afgestemd op hoge temperaturen en of een middentemperatuur ook lukt is een grote vraag. Heel veel woningen zijn weliswaar geïsoleerd, maar naar de maatstaven van 1980/’90 en na-isolatie is vaak niet mogelijk, of kostbaar. Wat hij hier mist, is een termijn en de aankondiging dat de gevolgen voor huiseigenaren of woningbezitters nader worden onderzocht en hoe dit zal worden opgelost. Aangekondigd is weliswaar dat Eneco onderzoek doet, maar Eneco is gewoon een doorgever van warmte en wekt niet zelf op. Kan de wethouder hierop iets gedetailleerder ingaan? Wethouder VAN VEEN stelt vast dat de heer Raadsen hier heeft gedoceerd, zoals wel vaker, en daarvoor is hij deze altijd dankbaar. De enige vraag die hij daaruit heeft gedistilleerd betrof een starterslening voor duurzaamheid. Omdat dat niet in het programma van het college staat, laat hij dit graag aan de raad over. De heer EILANDER werpt tegen dat de starterslening ook niet echt in de Woonvisie stond als concrete maatregel.
De wethouder is al een paar keer door de raad opgeroepen eens na te denken over de vraag hoe het isoleren van woningen echt van de grond gekregen zou kunnen worden voor mensen die het niet kunnen betalen en waar het juist het hardst nodig is. Hij daagt het college uit eens wat verder te kijken dan alleen naar puur het collegeprogramma. Zou het niet een hele goede tip zijn van deze commissie om eens serieus te kijken naar een duurzaamheidsfonds, of -lening?
Commissie Stadsontwikkeling en -beheer maandag 11 oktober 2021
Pagina:
12
Wethouder VAN VEEN merkt dat het tegen de verkiezingen loopt, want er worden alleen maar uitgaven bepleit, zonder ooit met een dekkingsplaatje te komen. Dat is makkelijk politiek bedrijven en het is niet voor het eerst dat hij daarmee geconfronteerd wordt. De heer OUDSHOORN vraagt of de wethouder het met hem eens is dat de starterslening uiteindelijk nul op de teller heeft waar het betreft een financiële dekking van de gemeente. Wethouder VAN VEEN beaamt dat. De heer OUDSHOORN stelt in aansluiting daarop de vraag of de wethouder dan ook kan bevestigen dat een duurzaamheidslening in die zin geen dekking vereist. Wethouder VAN VEEN antwoordt ontkennend. De startersleningen voor 35.000 euro zijn volledig gedekt, want vallen onder de Nationale Hypotheek Garantie. Aan het adres van de heer Geissler merkt hij op dat de eerste randvoorwaarde ‘van het gas af’ is. Inhakend daarop stelde de heer Oudshoorn de vraag wanneer ter zake initiatieven te verwachten zijn. Eerder heeft hij in deze commissie mogen melden dat de gemeente absoluut niet over het geld beschikt om woningen van het gas af te halen. Het eerste project waaraan hard gewerkt wordt en waarover morgen in het college een besluit zal worden genomen, is voor de Florabuurt, waar een lening is aangevraagd om het voor de mensen woonlastenneutraal te krijgen.
Het moet uit een nationaal garantiefonds komen en dat zijn lastige subsidieaanvragen die via de subsidioloog in het gemeentehuis lopen. Van de uitslag zal hij de commissie kond doen, zodra die bekend is. De heer Spruit heeft aandacht gevraagd voor de communicatie met de inwoners. Zoals bekend, is van de Rijksoverheid een bedrag van 600.000 euro verkregen, waarmee naast het gemeentehuis het Energieloket is geopend. Daar kunnen de mensen terecht om te zien wat voor hen de voordelen zijn. Verder zullen ongeveer 6000 gezinnen worden bezocht. De rode draad in dit verhaal is isoleren en het plaatsen van zonnepanelen. Voor Capellenaren met een kleine beurs volgt nog een actieplan Energiearmoede. Warmtenet in dichtbevolkte gebieden is voor de gemeente het uitgangspunt. Hij zegt toe de commissie nog te zullen informeren over het tijdstip waarop dit actieplan tegemoet kan worden gezien. Een Rijkssubsidie voor zonnepanelen bestaat niet. Er zijn wel financiers in de markt die die dingen op de daken leggen, daaraan is uiteraard een fee verbonden en dan kan er gebruik van worden gemaakt. Bij scholen zie je dat ook gebeuren. De heer VLOT zegt te hebben begrepen dat er ook al ondernemers op dat vlak zijn die daken opkopen, waarna de opbrengst uiteindelijk zelfs niet eens ten goede komt aan de bewoners van die panden.
Wethouder VAN VEEN bevestigt dat, maar voegt eraan toe dat zoiets buiten de gemeente om gaat. De heer VLOT vraagt hoe het in dat opzicht gesteld is met woningcorporaties. Wethouder VAN VEEN geeft aan dat ook Havensteder de mogelijkheid heeft om van dit soort financieringsconstructies gebruik te maken, maar daarop tot heden niet positief heeft gereageerd. De heer Oudshoorn moet hij zeggen dat het college een plan B voor ‘van het gas af’ op kosten van de gemeente, niet ziet zitten. Het is financieel ook niet haalbaar. De heer OUDSHOORN stelt voorop dat een plan B dezelfde uitvoering kent als plan A. Het enige verschil is dat de financiering in plan B niet plaatsvindt door het Rijk, maar misschien door de gemeente. De vraag is in feite over welke kosten het dan gaat, want pas dan kan worden beoordeeld of het een realistisch plan is. Wethouder VAN VEEN deelt mede dat ambtelijk informatie ter zake is ingewonnen in Rotterdam, waar in Zuid woningen van het gas worden gehaald. Rotterdam kon beschikken over ruim een miljard aan Enecogelden en daarvan is 50 miljoen gebruikt om woningen van het gas te halen. Voor dat bedrag heeft men echter maar twee wijken kunnen doen, omdat de kosten opliepen tot tien- à twintigduizend euro per woning.
Een plan B vindt hij op zichzelf prima, maar hij stelt voor eerst de ontwikkeling in de Florabuurt eens af te wachten en te bezien welke subsidiemogelijkheden er zijn. In alle stukken wordt woonlastenneutraliteit als uitgangspunt aangehaald. Zeker in de Florabuurt, waarvan eenieder weet dat het niet de rijkste buurt in Capelle is, gaat het in dat opzicht ook over andere dingen, zoals bijvoorbeeld potten, pannen of een fornuis. Daar is nog niet over nagedacht. De heer GEISSLER vraagt of de gemeente niet meer zou moeten doen om die woonlastenneutraliteit voor de bewoners te bevorderen, ook als ze daarvoor niet volledig gecompenseerd zou worden. Als nu namelijk niets wordt gedaan, worden achterstanden opgelopen en gaat het van kwaad tot erger. Wethouder VAN VEEN geeft wat dat betreft een doorkijkje naar de Florabuurt, waarmee hij zich vooral in financiële zin heeft beziggehouden. Het spel van Havensteder is daar, net als bij de Hoeken, dat er
Commissie Stadsontwikkeling en -beheer maandag 11 oktober 2021
Pagina:
13
wordt geïsoleerd, waar een kleine huurverhoging tegenover staat, en dat uit die isolatie vervolgens het huurvoordeel moet worden gehaald. In de Hoeken is er meer dan 10 miljoen euro mee gemoeid geweest, in de Florabuurt zal het een dikke 30 miljoen euro zijn. De heer GEISSLER constateert dat hiermee geen antwoord is gegeven op zijn vraag. Wat hij wil weten, is of de gemeente niet ook uit eigen middelen een bijdrage zou moeten leveren om de woonlastenneutraliteit te bevorderen. Hij verwijst wat dat betreft naar de oplopende gasprijzen Wethouder VAN VEEN wil voorkomen dat nu twee dingen door elkaar worden gehaald. Tegenwoordig kun je geen krant meer openslaan, zonder de vraag aan te treffen hoe de mensen die het niet kunnen betalen gecompenseerd kunnen worden voor de hogere gasprijzen. Persoonlijk is hij van mening dat dat aan de Rijksoverheid is, gegeven het feit dat de helft van de gasprijs uit belastingen bestaat. Hij zou niet weten hoe de gemeente dat zou moeten betalen. Met woonlastenneutraliteit heeft het in ieder geval niets te maken, want er gebeurt helemaal niets aan de woning. De ondersteuning van bewonersinitiatieven, waarnaar de heer Oudshoorn informeerde, is maatwerk, waaraan in dit huis wordt voldaan.
De vraag die door de heer Eilander en mevrouw Den Engelsman werd gesteld of het ECC wel gelijkwaardig is betrokken als de andere stakeholders wekte de indruk alsof de gemeente het ECC niet serieus zou nemen. Daarbij werd er ook nog op aangedrongen de communicatie met het ECC te verbeteren. Het ECC heeft zelf gekozen voor deze publicatie op dit moment. Verder is er met het ECC een consultatieronde, en wel met de raad en met de stakeholders. Dus men reageert eerder dan men in wezen in de consultatieronde zit. Die consultatieronde komt nog, en wel met alle stakeholders, ook het ECC. De gemeente neemt het ECC honderd procent serieus en van degenen die contacten hebben met het ECC heeft hij begrepen dat dat uitstekend werkt. De heer EILANDER vraagt of hij goed heeft begrepen dat eerst de raad zal worden geconsulteerd en dan de stakeholders. Wethouder VAN VEEN repliceert dat het een consultatieronde is met de stakeholders én de raad. Die consultatie is nog gaande. De heer EILANDER meent te weten dat het gebruikelijk is eerst de stakeholders te consulteren en pas als laatste de raad. Op dit moment wordt de raad geconsulteerd, maar nergens heeft hij kunnen terugvinden wat de consultatie van de stakeholders heeft opgeleverd. Wethouder VAN VEEN antwoordt dat die gesprekken nu worden gevoerd. De heer EILANDER concludeert dat dit dus de verkeerde volgorde is.
Als eerste behoren de stakeholders te worden geconsulteerd, pas daarna dient een compleet stuk aan de raad te worden voorgelegd. Wethouder VAN VEEN preciseert dat gesprekken met de stakeholders al hebben plaatsgevonden op de ruwe versie van het stuk. De heer EILANDER vraagt of die consultatie wat heeft opgeleverd en of het nu voorliggende stuk inclusief de reacties op de consultatie van de stakeholders is. Wethouder VAN VEEN licht toe dat nu sprake is van een consultatie en dat nog geen besluit voorligt. De VOORZITTER vat samen dat een ruwe versie is geconsulteerd, die is verwerkt en momenteel voorligt. Vervolgens vindt nog steeds een consultatie plaats. Wethouder VAN VEEN bevestigt dat. De heer EILANDER betreurt het dat niet in een oplegnotitie of iets dergelijks is meegegeven wat het proces is geweest en wat al gedaan is. Als tip geeft hij de wethouder mee de raad voortaan mee te nemen in het proces en aan te geven wat er al gedaan is, welke versie voorligt en wie daarvan al wat gevonden heeft. Wethouder VAN VEEN vervolgt met de vraag die is gesteld over het Warmtebedrijf Rotterdam. In antwoord daarop kan hij mededelen dat het voor Capelle geen enkele consequenties heeft. De heer TIESMA herhaalt zijn vraag wat de gemeente van dit debacle kan leren. Per slot van rekening zal Capelle straks ook zo’n traject ingaan met een dergelijk bedrijf of energieleverancier.
Wethouder VAN VEEN constateert dat het financieel-technisch bezien gewoon een fiasco is geworden. In de krant heeft hij gelezen dat men daar al 200 miljoen kwijt is, zonder dat er enig vooruitzicht is. Welke lering Capelle daaruit zou moeten trekken, zou hij niet weten. Volgens een ander krantenbericht zouden twee grote aanbieders de garantie hebben gegeven dat Rotterdam en deze omgeving van warmte voorzien kunnen blijven worden. Mevrouw Den Engelsman deelt hij mede dat in de afspraken die met Havensteder zijn gemaakt al voorzien is in faciliteiten voor elektrisch koken.
Commissie Stadsontwikkeling en -beheer maandag 11 oktober 2021
Pagina:
14
De subsidie van 600.000 euro zal worden ingezet voor een adviesfunctie, isoleren, zonnepanelen en energieboxen die uitgedeeld worden. Het aantal van 18 fte is inclusief de RES, dus inclusief regionaal. De heer TIESMA vraagt of dit betekent dat andere gemeenten ook van die 18 fte gebruik gaan maken, of dat er gewoon 50 fte nodig zijn voor een aantal gemeenten, waarvan Capelle er 18 heeft te betalen. Wethouder VAN VEEN legt uit dat minder dan 18 fte nodig is als er minder regionaal wordt samengewerkt. Het zit ‘m dus in die 18 fte. De middenwarmte waarnaar de heer Tiesma informeerde blijkt met dezelfde radiatoren opgevangen te kunnen worden. De heer TIESMA vindt dat moeilijk te geloven. Het zou namelijk betekenen dat er in de jaren ‘70/’80 al rekening mee werd gehouden dat met middentemperatuur gewerkt zou gaan worden. Maar overigens zal hij er in een ander gremium nog wel eens op terugkomen. Tweede termijn De heer RAADSEN begrijpt dat de consultatieronde nog lopende is. Zullen alle reacties die het ECC in haar reactie heeft opgenomen nog verwerkt worden in het definitieve rapport? Vanavond is enkele malen gesproken over een plan B. Hij wil niet zo ver gaan om meteen een plan B te willen neerleggen voor 2050, hoe men dan helemaal van het gas af zal zijn. Daarvoor zijn er nog te veel onzekerheden. Wel wil hij iets anders in het midden brengen.
In deze en eerdere nota’s is terecht geconstateerd dat isoleren een heel goede maatregel is. Een van de gedachten achter woonlastenneutraliteit is dat door te isoleren kosten kunnen worden bespaard in energie, een besparing die vervolgens gebruikt kan worden om subsidiemaatregelen te bekostigen via een lening. Uit ervaringen van het ECC blijkt dat heel veel eigenaren wel zouden willen isoleren, maar koudwatervrees hebben. Ze weten niet goed waar ze moeten beginnen en zijn bang dat ze het allemaal niet kunnen behappen. Er is grote behoefte aan procesondersteuning – in dit geval denkt hij aan de gemeente, samen met bijvoorbeeld het ECC –, op een zodanige manier dat hele straten tegelijkertijd achter elkaar worden aangepakt in een buurt, wat veel kostenvoordelen met zich kan brengen. Ziet de gemeente voor de komende vijf jaar mogelijkheden om meer te doen, met meer enthousiasme vanuit de gemeente vooral, en met het aanbieden van meer procesondersteuning, om de bewoners te helpen wegwijs te raken in wat ze kunnen doen met hun woning en hoe ze geholpen kunnen worden met het aanvragen van leningen en dat soort dingen? Wat hij zich kan voorstellen is het volgende. Een halfjaar gleden kreeg hij een brief in de bus met de mededeling dat de watermeter vervangen zou worden. De enige keus die hij nog had was of men een uurtje eerder of later kon komen.
Dit is volgens hem precies de aanpak die de gemeente zou moeten voorstaan met woningisolatie. Stuur de bewoners gewoon een brief met de mededeling dat in hun wijk aan de gang zal worden gegaan en dat op een bepaald tijdstip iemand een uurtje lang de woning zal komen inspecteren, waarbij gratis advies zal worden verstrekt. Het kost weliswaar geld, maar de gemeente heeft ook geld kunnen vinden om de hondenbelasting af te schaffen en hij kan zich voorstellen dat hiervoor op dezelfde manier wel iets te vinden zal zijn. Kortom, is de gemeente bereid wat meer te doen dan alleen de bewoners oproepen vooral te gaan isoleren? De heer TIESMA herhaalt zijn vraag hoe het mogelijk is dat hier 18 fte nodig is, terwijl de huidige projectleider als bezuiniging wordt opgevoerd bij de taakstelling. Ten slotte twee ‘binaire’ vragen. Wordt de warmtetransitie meegenomen in de prestatieafspraken met Havensteder, ja of nee? Worden bij de transitie van kantoren/woningen eisen gesteld aan de verduurzaming en de warmtetransitie, ja of nee? De heer SPRUIT komt terug op de vraag die hij had gesteld over de communicatie.