Raadsvoorstel
Tekst van het document
Raadsvoorstel Nummer 1181936 - Verordening sociaal domein 2024 Aan de commissie: Samenleving Portefeuillehouder: P. van Asselt Beleidskader: Integraal beleidskader Sociaal domein 2024-2027 Samen Verder Opmerkingen griffie: Team: Samenleving Ambtenaar: Rosan Hilhorst Telefoonnummer: 033 - 299 1411 E-mailadres: r.hilhorst@bunschoten.nl Datum raadsvergadering: 18 april 2024 Aanvullende stukken 1. Titel: Verordening Sociaal domein 2024 gemeente Bunschoten Bijlagen digitaal beschikbaar: X Ter inzage: 2. Titel: Toelichting op de Verordening sociaal domein 2024 gemeente Bunschoten Bijlagen digitaal beschikbaar: X Ter inzage: 3. Titel: Overzicht wijzigingen verordening sociaal domein Bijlagen digitaal beschikbaar: X Ter inzage: 4. Titel: Was/Wordt versie Verordening sociaal domein+ toelichting Bijlagen digitaal beschikbaar: X Ter inzage: 5. Titel: Adviezen adviesraad / Memo Adviesraad Bijlagen digitaal beschikbaar: X Ter inzage: 6. Titel: Beantwoording college brief adviesraad Bijlagen digitaal beschikbaar: X Ter inzage: 7. Titel: Oplegger overzicht wijzigingen hoofdstuk 3 werk en participatie Voorstel 1. Stel de Verordening Sociaal Domein 2024 gemeente Bunschoten en de daarbij behorende Toelichting bij de Verordening Sociaal Domein 2024 gemeente Bunschoten vast en laat deze met terugwerkende kracht in werking treden op 1 januari 2024. 2.
Trek met ingang van 1 januari 2024 de Verordening Sociaal Domein 2023 en de Toelichting op de Verordening Sociaal Domein 2023 in. Inleiding De gemeente Bunschoten hanteert een ‘Omgekeerde Verordening’, welke is ontwikkeld door Stimulansz. Jaarlijks worden er aanpassingen doorgevoerd vanwege wetswijzigingen, jurisprudentie en kleine tekstuele aanpassingen. Wederom worden een aantal wijzigingen voorgesteld. De wijzigingen zijn opgenomen in de bijlage ‘Overzicht wijzigingen verordening sociaal domein’. Veel voorgestelde wijzigingen dit jaar hebben betrekking op het Breed Offensief (Participatiewet) en de Jeugdhulp. Vanwege de vele wijzigingen in de Participatiewet is er in de bijlage daarom een aparte oplegger opgenomen t.b.v. wijzigingen die betrekking hebben op het Breed offensief. Kort wordt hieronder weergegeven waar de voorgestelde wijzigingen betrekking op hebben in de verordening en wat de achtergrond is van deze wijzigingen. Het breed offensief Op 1 juli 2023 zijn er verschillende wijzigingen van de Participatiewet in werking getreden. Deze wijzigingen vragen een uitwerking in een gemeentelijke verordening. Het doel van de wetswijziging is dat:
Regelingen rondom mensen met een beperking eenvoudiger worden voor werkgevers en werknemers. Werken aantrekkelijker wordt gemaakt voor mensen met een arbeidsbeperking. Meer mensen van de doelgroep Participatiewet duurzaam aan het werk zijn. In de arbeidsmarktregio Amersfoort werken we met de regiogemeenten Amersfoort, Leusden, Nijkerk, Baarn, Soest en Woudenberg, samen aan één werkgevers- en werkzoekende dienstverlening. Het ministerie roept arbeidsmarktregio's daarom op om voorzieningen zo veel mogelijk te harmoniseren.
Dit betekent dat we de voorliggende verordening moesten afstemmen met de regiogemeenten om verschillen zo klein en uitvoerbaar mogelijk te houden. Dit heeft veel tijd in beslag genomen. De nieuwe verordening wordt daarom met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2024 vastgesteld. Het uitgangspunt vanuit het breed offensief is dat de gemeente een breed aanbod aan passende ondersteuning verzorgt en dat opneemt in een verordening. We voorzien geen problemen met het later vaststellen van de verordening omdat deze aansluit bij de bestaande uitvoeringspraktijk. De voorzieningen die per 1 juli 2023 echt nieuw zijn konden ook op basis van de wetswijzingen al worden verstrekt. Met deze wetswijziging is de verordeningsplicht voor gemeenten uitgebreid, zowel met betrekking tot het omschrijven van de voorzieningen als het proces. Zodat voor zowel de werkgevers als werknemers duidelijker is welke voorzieningen en processen er nu zijn. Hervormingsagenda Jeugd 2023-2028 Jongeren moeten in Nederland veilig en gezond kunnen opgroeien. Jeugdzorgorganisaties kunnen hulp bieden wanneer dat nodig is. Echter, momenteel is jeugdzorg niet adequaat beschikbaar voor degene die het het hardst nodig hebben. Vaak ontbreekt passende zorg of is deze niet tijdig beschikbaar. Daarnaast is het aantal jeugdigen met lichte problematiek gestegen. Op dit moment ontvangt in Nederland 1 op de 7,5 jeugdigen jeugdzorg.
Eenzelfde trend is zichtbaar in gemeente Bunschoten. Zoals weergegeven in de schriftelijke mededeling aan de raad van 26 september 2023 is in Bunschoten is gebleken dat de kosten van de jeugdzorg in Bunschoten de laatste 1,5 jaar fors zijn gestegen, met een hardere stijging dan het landelijke en regionale gemiddelde. De overheid stelt dat dit in de toekomst niet zo kan blijven. Er zijn niet genoeg hulpverleners beschikbaar om de hoeveelheid jeugdzorg te verlenen. Tegelijkertijd wijst de overheid erop dat niet alle opvoedingsvragen het best verholpen zijn door de inzet van jeugdhulp. Daarom wil de overheid de jeugdzorg anders organiseren. Samen met gemeenten, jeugdzorgaanbieders, hulpverleners en cliëntenorganisaties heeft het kabinet de "Hervormingsagenda Jeugd 2023-2028" opgesteld met als doel de jeugdzorg te verbeteren en financieel houdbaar te krijgen. De belangrijkste ontwikkelopgave is het streven naar normalisatie. Hierbij wordt ernaar gestreefd dat jeugdigen minder snel onderworpen worden aan diagnostiek en dat opvoedingsvraagstukken meer in de eigen omgeving worden aangepakt. Deze nieuwe verordening is vooruitlopend op de Hervormingsagenda jeugd aangepast om de integrale werkwijze met voorliggende algemene- en andere voorzieningen te bevorderen.
Geen minimumloon als pgb-tarief voor informele hulp De Centrale Raad heeft onlangs (ECLI:NL:CRVB: 2023:1394 en ECLI:NL:CRVB: 2023: 1580) overwogen dat bij een maatwerkvoorziening in de vorm van een pgb het minimumloon niet mag worden gehanteerd als tarief voor informele hulp (hulp door het sociale netwerk). De gemeente Bunschoten hanteert niet het minimumloon, maar een tarief dat 50% is van het tarief waarvoor aanbieders zijn gecontracteerd. Toch is voor de zekerheid een ondergrens opgenomen voor het tarief voor informele hulp. De ondergrens hangt af van de CAO die van toepassing is. Verhoging eigen bijdrage geïndiceerd collectief taxivervoer In het kader van de Wmo heeft gemeente Bunschoten collectief taxivervoer ingekocht, ofwel de regiotaxi. Hiervoor heeft de gemeente het regionale convenant "Regiotaxi Eemland Heuvelrug" gesloten. De regiotaxi rijdt in opdracht van de provincie Utrecht. Het doel van de regiotaxi is inwoners met beperkingen in de mobiliteit te ondersteunen in hun zelfredzaamheid, zodat zij deel kunnen
nemen aan de maatschappij. Naast collectief taxivervoer aan inwoners met een Wmo indicatie levert de provincie ook collectief taxivervoer aan inwoners zonder een Wmo indicatie. In 2023 betaalden inwoners met een Wmo-indicatie een eigen bijdrage van €1,15 per zone en inwoners zonder een Wmo indicatie een eigen bijdrage van €2,75 per zone. In 2024 zijn de kosten van het openbaar vervoer met 12% gestegen. Omdat dit zou leiden tot een verdere verschraling van het openbaar vervoer, heeft mevrouw Bikker, fractievoorzitter van de ChristenUnie in de Tweede Kamer, een motie ingediend. Naar aanleiding hiervan heeft de Nederlandse overheid besloten extra financiële middelen beschikbaar te stellen aan de provincies. Hiermee hoeven provincies de tarieven voor het reguliere openbaar vervoer niet te verhogen. Deze financiële impuls geld echter niet voor het doelgroepen vervoer, waardoor de tarieven voor geïndiceerd collectief taxivervoer, wel zijn verhoogd. In het convenant Regiotaxi Eemland Heuvelrug is vastgelegd dat de tarieven voor geïndiceerd collectief vervoer jaarlijks geïndexeerd worden op basis van de NEA-index. De NEA-index voor 2024 bedraagt 3,4%. De bijdrage van de gemeente is daardoor verhoogd. Voorgesteld wordt om de eigen bijdrage van de inwoner te verhogen naar €1,20 per zone. De eigen bijdrage voor niet geïndiceerd collectief vervoer blijft dus €2,75 per zone.
Individuele inkomenstoeslag De individuele inkomenstoeslag is in de Participatiewet geregeld. Inwoners die drie jaar of langer van een laag inkomen moeten leven, kunnen niet sparen. Hier voorziet de individuele inkomenstoeslag in. Centrale raad van beroep heeft geoordeeld (ECLI:NL:CRVB:2023:1788) dat een gemeenteraad in de verordening mag aangeven wat zij onder een laag inkomen verstaat. Voorstel is om dit gelijk te trekken met het huidige minimabeleid en 115% van het sociaal minimum hiervoor te hanteren en dan niet de wettelijke inkomstenvrijlating te hanteren. Dit is gunstiger voor de inwoner en minder ingewikkeld voor de uitvoering. Daarbij wordt voorgesteld om wél de kostendelersnorm te hanteren, omdat hiermee de werkwijze gelijk wordt getrokken met Baarn en Soest. Te weinig besef van verantwoordelijkheid Aan het artikel ‘te weinig besef van verantwoordelijkheid’ is toegevoegd dat de bijstandsuitkering met 100% gedurende één maand verlaagd wordt als de inwoner verwijtbaar werkloos is geworden en hierdoor geen recht heeft op een WW-uitkering. De bijstandsuitkering wordt met 50% gedurende een maand verlaagd als een inwoner verwijtbaar werkloos is geworden, maar geen WW rechten heeft opgebouwd. Hardheidsclausule Op dit moment is er geen hardheidsclausule opgenomen in de verordening, terwijl dit wel gebruikelijk is en de inleiding van hoofdstuk 11 hier wel naar refereert.
De gemeente kan met een hardheidsclausule van een bepaling uit de verordening afwijken als toepassing van die bepaling een onredelijke uitkomst heeft voor de inwoner of voor een ander die direct bij het besluit betrokken is. Argumenten 1.1. De verhoging van de eigen bijdrage voor inwoners die gebruik maken van de regiotaxi is gezien de stijging van de zorgkosten en de afbouw van de bijdrage van de provincie noodzakelijk en zorgt voor een uniform beleid voor het innen van een bijdrage in de regiotaxi. Een deel van deze verhoging van kosten zal bij de inwoners neergelegd moeten worden, gezien de stijging van de zorgkosten de afgelopen jaren en de afbouw van de bijdrage van de provincie. Alle gemeenten (Baarn, Bunschoten, Soest, Amersfoort, Woudenberg, Leusden, Utrechtse Heuvelrug en Wijk bij Duurstede) stellen aan hun gemeenteraad voor om de eigen bijdrage van inwoners met 5 cent per zone te verhogen voor geïndiceerd collectief taxivervoer, zodat inwoners van deze gemeenten, die van dezelfde taxi’s gebruik maken, een uniforme eigen bijdrage moeten betalen. 1.2. De Participatiewet is als gevolg van het Breed Offensief op een aantal punten gewijzigd. Het Breed Offensief is een brede landelijke agenda en bevat maatregelen om de arbeidsmarktkansen voor mensen met een arbeidsbeperking te vergroten.
Hierbij zijn kaders gegeven om ondersteuning op maat te bieden, door inzet van voorzieningen zoals o.a. loonkostensubsidies, jobcoaching of werkplekvoorzieningen. Het zijn beleidsarme wijzigingen waarbij het doel niet is om op voorhand begrenzingen aan te geven maar om gemeenten meer te laten harmoniseren en transparant te zijn
voor werkgevers, werknemers en werkzoekenden waarbij toch maatwerk geleverd kan worden. De raad heeft de opdracht om algemene regels in een verordening op te stellen waarin het beleid van de gemeente ten aanzien van haar re-integratietaak wordt neergelegd. In de bijgevoegde oplegger geven wij aan wat nieuw is ten opzichte van de oude verordening en wat nieuw is in de uitvoering. 1.3. De verordening is regionaal afgestemd. Participatiewet Op grond van de Participatiewet en de wet SUWI moet regionaal worden samengewerkt tussen de gemeenten en het UWV in de arbeidsmarktregio Amersfoort. De voorzieningen en processen zijn daarom zo veel mogelijk afgestemd met de gemeenten Amersfoort, Baarn, Soest, Leusden, Nijkerk en Woudenberg. Hierdoor voorkomen we allereerst rechtsongelijkheid tussen inwoners en werkgevers in onze regio. Ten tweede voorkomen we dat ons beleid moeilijk uitvoerbaar is voor regionale uitvoeringsorganisaties zoals onder andere de BBS, RWA en het regionaal Werkgeversservicepunt. De beschreven voorzieningen en processen sluiten aan bij de huidige uitvoeringspraktijk voor zover het geen nieuwe voorzieningen betreft die de wetgever in de wetswijziging heeft opgenomen. Advies is dan ook gevraagd aan uitvoerende professionals van de BBS en (juridisch) medewerkers van uitvoeringsorganisatie BBS.
Hervormingsagenda Jeugd 2023-2024 (Jeugdwet) Eén van de speerpunten van de Hervormingsagenda Jeugd 2023-2024 is het beperken van de reikwijdte van jeugdhulp waardoor jeugdhulp beschikbaar is voor jeugdigen en gezinnen in de meest kwetsbare situaties. Vooruitlopend op verdere uitwerking van de Hervormingsagenda zijn in regionaal verband een aantal uitgangspunten geformuleerd over de reikwijdte van jeugdhulp. Vanuit deze uitgangspunten is daar waar kan de verordening scherper geformuleerd. De geformuleerde regionale uitgangspunten zijn: 1) 2) 3) 4) 5) 6) 7) 8) 9)
(pleeg)ouders zijn verantwoordelijk voor de opvoeding en ondersteuning van hun kind; Hulp is altijd gericht op het versterken van de eigen kracht en sociale steun vanuit het netwerk; Jeugdhulp is aanvullend op de eigen kracht en sociale steun van het gezin en algemeen toegankelijke voorzieningen; De hulpvraag wordt eerst vanuit aanpalende domeinen zoals het onderwijs, volwassenen-ggz en bestaanszekerheid opgepakt, voordat jeugdhulp wordt ingezet; De ondersteuningsstructuur van het onderwijs is voorliggend op jeugdhulp; Collectieve voorzieningen gaan voor op individuele voorzieningen; Specialistische jeugdhulp wordt aangeboden door gecontracteerde aanbieders; Alleen als er geen passend gecontracteerd aanbod is, kan er een pgb worden ingezet; Jeugdhulp wordt niet met terugwerkende kracht toegekend.
1.4 Voor verdere uitwerking van regelingen voor werkzoekenden wordt gewacht op het wetsvoorstel "Participatiewet in balans". Voor de Participatiewet verwachten we nog meer wetswijzigingen die in het wetsvoorstel "Participatiewet in balans" zijn opgenomen. Door de val van het kabinet is dit wetsvoorstel controversieel verklaard. Uit dat wetsvoorstel blijkt dat er nog meer diverse verbeteringen worden voorgesteld, waaronder het verruimen van bijverdiengrenzen en premieregelingen. Wij adviseren daarom om nu te wachten met het ontwikkelen van nieuwe lokale regelingen of het invoeren van nieuwe premieregelingen. In deze verordening zijn daarom bijvoorbeeld niet de facultatieve voorzieningen als detacheringsbaan opgenomen. 1.5 Voor verdere aanscherping van de reikwijdte Jeugdhulp, wordt gewacht op een verdere uitwerking van de Hervormingsagenda Jeugd. Naar aanleiding van de Hervormingsagenda Jeugd is de verwachting dat het beperken van de reikwijdte van jeugdhulp steeds meer gestalte krijgt. Naar verwachting zal dan de verordening volgend jaar verder aangescherpt worden. Ook brengt de VNG dit jaar een modelverordening Jeugdhulp uit. Daarbij zal ook gekeken worden naar mogelijkheden tot verdere aanscherping.
Kanttekening De eigen bijdrage voor geïndiceerd collectief vervoer stijgt, terwijl de eigen bijdrage voor inwoners zonder indicatie onveranderd blijft. Dit kan leiden tot ongelijkheid. Ondanks dat alleen de eigen bijdrage voor inwoners die reizen op basis van een Wmo indicatie wordt verhoogd, blijft het vervoer voor deze doelgroep aanzienlijk goedkoper dan voor inwoners die reizen zonder Wmo indicatie. Bovendien is de verhoging van de eigen bijdrage gering ten in vergelijking met de algehele inflatie; alle uitkeringen en het minimumloon zijn met minimaal 10% gestegen. Hierdoor kan de verhoging van de eigen bijdrage voor inwoners met Wmo indicatie met 5 cent als reëel worden beschouwd en wordt deze doelgroep blijvend instaat gesteld om deel te kunnen nemen aan de maatschappij, in overeenstemming met de doelstelling van de Wmo. Doordat op het gebied van re-integratie de verordening zoveel mogelijk gelijk is getrokken met regiogemeenten, is er minder ruimte voor lokaal beleid. Hoewel we met deze verordening lokale regelgeving vaststellen op het gebied van re-integratie is deze inhoudelijk gelijk aan de verordeningen van de regiogemeenten. Lokale wijzigingen kunnen zorgen voor minder efficiënte uitvoering door de uitvoerende partijen zoals Uitvoeringsorganisatie BBS en het Werkgeversservicepunt Amersfoort.
Financiën In principe leidt het vaststellen van de verordening niet direct tot financiële consequenties. Bestaande financiële kaders zijn leidend. Wijzigingen van wetgeving/ aanpassingen in de verordening kunnen wel leiden tot extra risico’s voor de budgetontwikkeling. Die nemen we dan mee in de Tussentijdse bestuursrapportages Uitvoering Na vaststelling van de Verordening 2024 wordt deze gepubliceerd op www.overheid.nl. De verordening zal met terugwerkende kracht op 1 januari 2024 in werking treden. Communicatie Na publicatie van de door de raad vastgestelde Verordening 2024 wordt deze bekendgemaakt en geconsolideerd op www.overheid.nl, onder intrekking van de vorige verordening. Hiermee is de verordening openbaar en te raadplegen. Daarnaast brengen wij Uitvoeringsorganisatie BBS, het Sociaal team, het Zorgloket en de regiogemeenten hiervan op de hoogte. Aan de Adviesraad Sociaal domein is advies gevraagd. Zij hebben een advies gegeven in een eerder stadium over de regiotaxi. De uitgangspunten van de reikwijdte Jeugdhulp en de wijzigingen van breed offensief (en de keuzes hierin) zijn in twee vergaderingen van de Adviesraad Sociaal domein nader toegelicht. De daadwerkelijke doorvertaling in de verordening is naar hen toegestuurd op een later moment. Zij hebben het college van advies voorzien. De beantwoordingsbrief namens het college over beide adviezen is toegevoegd.
De raad van de gemeente Bunschoten, Gezien het voorstel van burgemeester en wethouders van 26 februari 2024, nummer 1181935; Gelet op de Gemeentewet: Besluit 1. De Verordening Sociaal Domein 2024 gemeente Bunschoten en toelichting vast te stellen en met terugwerkende kracht in werking te laten treden op 1 januari 2024 2. De Verordening Sociaal Domein 2023 in te trekken per 1 januari 2024 Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Bunschoten van 18 april 2024, Griffier Drs. E. Hoogstraten Voorzitter M. van de Groep