CConstaterende datBunschoten
Koppel je AI →
Document · PDF

CS 1165743 bijlage keuzebladen Bunschoten

Commissie Ruimte 1 december 2021, gemeente BunschotenBij agendapunt: CS 1165743 Toekomstbeeld Omgevingsvisie Bunschoten5.084 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Niet gevonden in dit document.

ederland, Community Map Contributors

INFORMATIEBLADEN KEUZESESSIE OMGEVINGSVISIE BUNSCHOTEN

LEESWIJZER

N704

De voorliggende infobladen zijn opgesteld ter voorbereiding op de keuzesessie met de gemeenteraad van Bunschoten in het kader van de omgevingsvisie. Het doel van deze sessie is om keuzes te maken en prioriteiten te stellen. Tijdens de sessie gaan we per deelgebied aan de slag met die keuzes in de vorm van stellingen. Per deelgebied geeft het infoblad het volgende overzicht: • Botsingen in het gebied. • Toelichting per botsing. • Relevante informatie uit participatie, beleid en leefomgevingsfoto • Ruimte voor eigen aantekeningen Eemdijk

De impactbeoordeling geeft aan wat de effecten van de denkrichtingen zijn op de leefomgeving. Deze impact beoordeling is gedaan op basis van vier domeinen: LEGEN• D A Gezond en veilig = milieu (geluid, lucht, geur, etc.), gezondheidsbescherming en -bevordering en veiligheid. • Omgevingskwaliteit = natuur, biodiversiteit, archeologie, GEMEENTEGRENS landschap, bodem, water en ondergrond. D E E L G E B I E D Ecultuurhistorie, N • Sociaal en economisch = wonen, leefbaarheid en sociale HISTORISCHE AS aspecten, economie, werkgelegenheid en mobiliteit. H I S T O R I S C H C E N T R U M S PA K E N B U R G • Duurzaamheid = energie, klimaat, circulariteit.

Bunschoten-Spakenburg

W O O N K E R N B U N S C H O T E N - S PA K E N B U R G

De scorebalk ziet er als volgt uit:

T R A N S F O R M AT I E G E B I E D Z U I D W E N K

LEGENDA

EEMDIJK WOONKERN ZEVENHUIZEN

A1

GEMEENTEGRENS

De gemeenteraad wordt gevraagd om een politieke positie in te nemen bij de 6 vraagstukken en de voorgelegde keuzes te maken. We werken met scherpe stellingen, maar tijdens de discussie is er alle ruimte voor u om daarin de nodige nuances te brengen. Na de sessie worden de keuzes en redeneerlijnen Koen Wilmer Gemeente Bunschoten vertaald naar ambities voor 1:40.000 de omgevingsvisie. BEDRIJVENTERREIN

DEELGEBIEDEN HISTORISCHE AS

BUITENGEBIED

H I S T O R I S C H C E N T R U M S PA K E N B U R G

! °

A1

W O O N K E R N B U N S C H O T E N - S PA K E N B U R G

Baarn

T R A N S F O R M AT I E G E B I E D Z U I D W E N K

OPDRACHTGEVER

EEMDIJK

Omgevingsvisie Bunschoten

A1

BEDRIJVENTERREIN

KAARTTITEL

Deelgebiedenkaart Omgevingsvisie

BUITENGEBIED

! ° Gemeente Bunschoten

GIS SPECIALIST

Koen Wilmer PROJECTLEIDER

Jan van den Bosch PROJECTOMSCHRIJVING

Omgevingsvisie Bunschoten

KAARTTITEL

Deelgebiedenkaart Omgevingsvisie

SCHAAL

PROJECTLEIDER

FORMAAT

Jan van den Bosch PROJECTOMSCHRIJVING

WOONKERN ZEVENHUIZEN

OPDRACHTGEVER

GIS SPECIALIST

Esri Nederland, Community Map Contributors

1:40.000 FORMAAT

A3

BLAD IN BLADEN

STATUS

WIJZ.NR

concept

BLAD IN BLADEN

STATUS

WIJZ.NR

07-06-2021 concept

1 van 1

0

www.anteagroup.nl

KAARTNUMMER

1

P:\00455000\00455267\GISmap Deelgebiedenkaart\Deelgebiedenkaart Bunschoten.aprx

SCHAAL

DATUM

07-06-2021

A3

DATUM

1 van 1

0

www.anteagroup.nl

KAARTNUMMER

1

P:\00455000\00455267\GISmap Deelgebiedenkaart\Deelgebiedenkaart Bunschoten.aprx

HELE GEMEENTE

1.

1. HOE GAAN WE KWALITATIEF OM MET DE WONINGBOUWOPGAVE?

TOELICHTING

IMPACTBEOORDELING

Uit de 1e ronde participatie is gebleken dat de samenleving groot belang hecht aan voldoende groen en speelplaatsen in de leefomgeving, met rustpunten voor ouderen. Het belang van ommetjes en het scheppen van gelegenheid tot ontmoeten werd steeds benadrukt. Dit roept de vraag op hoe met beschikbare inbreidings- en uitbreidingslocaties voor woningbouw en andere voorzieningen, zoals onderwijs, moet worden omgegaan. Er is immers ook grote behoefte aan voldoende (betaalbare) woningen.

Alternatief 1: Laag blijven bouwen (minder ruimte voor groen en speelplaatsen binnen het dorp) De woningopgave prevaleert in dit alternatief boven de openbare ruimte binnen de bebouwde kom. Uitbreiden is geen optie want het buitengebied is te waardevol en moet worden behouden. De nieuwe woningen sluiten qua bouwhoogte aan bij de bestaande woningen, maar nemen daarbij ook de meeste beschikbare ruimte in. Extra groen en speelvoorzieningen komen er niet.

De vraag luidt: hoe kijkt u aan tegen de gewenste kwaliteiten voor de inrichting van de openbare ruimte enerzijds en de behoefte aan zoveel mogelijk woningen anderzijds? Waar ligt wat u betreft het accent? In welke mate kan er hoger gebouwd worden om meer ruimte te maken voor groen en openbare voorzieningen?

Beoordeling: Het niet toevoegen van speelplekken en ontmoetings- en rustplekken voor ouderen is een groot gemis voor gezondheidsbevordering. Zeker omdat er met de nieuwbouw nog meer mensen bijkomen. Dit resulteert in een negatieve tot zeer negatieve score voor gezondheid. De omgevingskwaliteit wordt in het buitengebied gewaarborgd (blijft in feite gelijk), maar door het gebrek aan groen in de directe leefomgeving is er plaatselijk sprake van een negatief gevolg. Aan de vraag naar woningen wordt wel voldaan, dus sociaal wordt positief beoordeeld. Duurzaamheid scoort neutraal, dit alternatief heeft geen duidelijke effecten op dat vlak.

RELEVANTE INFORMATIE Huidig beleid De huidige kwaliteit van de bestaande woningen willen we op niveau houden. Dit doen we door de bestaande kwaliteiten van de woonomgeving te behouden en versterken, zoals het groen en water in de wijken, en de voorzieningen in de buurt. Bewoners die lang in onze gemeente willen blijven wonen en/of thuis willen blijven wonen, moeten ook de mogelijkheid hebben. Dat betekent dat we ruimte maken voor levensloopbestendige woningen. Ook flexibele woonconcepten bieden kansen, omdat deze makkelijk te veranderen zijn aan de behoeften van de bewoner. De gemeente is er trots op dat ze een “eiland in de groene zee zijn”. Dit moet behouden blijven en beschermd worden. Ook willen we het groene karakter van onze woonwijken en kernen behouden om de huidige kwaliteit van de bestaande woningen op niveau te houden. Participatie Diverse inwoners zijn van mening dat er onvoldoende betaalbare woningen zijn. Appartementen en nieuwbouw zijn voor starters te duur. Het liefst zien zij voor alle doelgroepen een fijn plekje met genoeg ruimte en groen in de omgeving. Doorstroming is daarvoor wel belangrijk. Daarentegen hebben zij liever niet dat het dorp wordt volgebouwd (zowel inbreiding als uitbreiding). De woningbouwopgave moet niet ten koste gaan van het open landschap.

Alternatief 2: Laag blijven bouwen (en ruimte voor groen binnen het dorp, uitbreiden naar buiten) De ambities die er liggen voor openbare voorzieningen, groen en woningbouw leggen allen een claim op de beschikbare ruimte binnen de kern. Door te kiezen voor het toevoegen van nieuwe woningen die aansluiten bij de bestaande bebouwing (laagbouw), gecombineerd met voldoende groen in de wijken en openbare voorzieningen, kan de woningbouwambitie alleen behaald worden door ook uit te breiden naar het buitengebied. Beoordeling: Het voortzetten van de lage bebouwing op inbreidingslocaties leidt niet tot significante verbetering of verslechtering van de gezondheid- en veiligheidssituatie, maar doet daarentegen wel afbreuk aan de omgevingskwaliteit die het groene buitengebied van Bunschoten nu biedt, en waar de gemeente veel waarde aan hecht. Het toevoegen van woningen verbetert de sociale leefbaarheid (dankzij de vraag naar woningen) en het woningaanbod in de gemeente, maar op vlak van duurzaamheid is de (in)efficiëntie van laagbouw gecombineerd met interen op het buitengebied (waar ook andere ruimteclaims liggen) als negatief beoordeeld.

Leefomgevingsfoto De woningbehoefte tot 2040 is ingeschat op 1900 woningen, zoals hierboven is gebleken. Dat betekent een gemiddelde nieuwbouwopgave van zo’n 100 woningen per jaar. Op langere termijn zal het gemiddelde bouwtempo per jaar iets verhoogd moeten worden, naar +- 115 nieuwe woningen per jaar. Door demografische ontwikkelingen verandert de vraag naar woningen. Ouderen willen langer thuis blijven wonen en huishoudens worden gemiddeld steeds kleiner. Dit vraagt om meer woningen en woningen die passend zijn bij de woonwensen (zoals levensloopbestendig wonen).

RUIMTE VOOR AANTEKENINGEN

Alternatief 3: Hoogbouw op bepaalde plekken toestaan (waarbij ruimte blijft/wordt toegevoegd voor groen) Door de keuze te maken om op bepaalde plekken (die zich daar het best voor lenen) hoogbouw toe te staan – passend binnen de omgeving, maximaal 6 bouwlagen – wordt de druk op de inbreidingslocaties minder. De hoogte in bouwen betekent dat er meer ruimte blijft voor openbare voorzieningen en groen in de wijk. Bovendien geeft de hoogte in bouwen de mogelijkheid tot het verwezenlijken van de woningbouwopgave zonder het buitengebied daarvoor aan te tasten. Beoordeling: Er vinden bij dit alternatief geen significante veranderingen plaats op vlak van gezondheid en veiligheid. Hoogbouw is echter niet in lijn met bestaande lagere bebouwing en kan daarom gezien worden als een lichte verslechtering van de omgevingskwaliteit, hoewel een gedegen ontwerp dit effect kan mitigeren. Bovendien blijft hiermee het buitengebied gespaard. Op sociaal vlak wordt een licht positief resultaat geboekt: de woningbouwopgave wordt verwezenlijkt, maar hogere bebouwing is niet zondermeer voor alle doelgroepen aantrekkelijk (denk bijvoorbeeld aan ouderen). Daarentegen is (middel)hoogbouw zoals in dit alternatief wel een vorm van duurzaam ruimtegebruik en dit alternatief scoort daarom positief op duurzaamheid.

HELE GEMEENTE

2.

2. CENTRALE ROL VOOR DE AUTO OF DUURZAME MOBILITEIT STIMULEREN

TOELICHTING

IMPACTBEOORDELING

Er zijn aanzienlijke veranderingen gaande op het gebied van mobiliteit. Bijvoorbeeld als gevolg van de elektrificering en het toegenomen thuiswerken.

Alternatief 1: Auto optimaal faciliteren Dit alternatief zet in op het faciliteren van autogebruikers. Dat betekent dat er voorzien wordt in voldoende parkeergelegenheid en dat de toegankelijkheid voor autovervoer geoptimaliseerd wordt, bijvoorbeeld in de infrastructuur en doorgaande routes, op een zo verkeersveilig mogelijke manier.

De vraag luidt: waar moet wat u betreft het accent liggen? Moet dat liggen op voorzieningen voor het autoverkeer en parkeren, of wilt u meer stimuleren dat mensen gebruikmaken van de fiets, het openbaar vervoer of collectieve vormen van vervoer?

RELEVANTE INFORMATIE Huidig beleid We faciliteren in de toekomst steeds meer het gebruik van elektrische fietsen, auto’s en bussen. We gaan aan de slag met het optimaliseren van openbaar vervoer in de gemeente. Ook deelconcepten zoals deelauto’s en -scooters juichen we toe. In de woongebieden zorgen we voor goede fietsverbindingen, de toegankelijkheid voor mensen met een beperking, voldoende parkeergelegenheid en verduurzaming van vervoer. Onze gemeente werkt aan een fijnmazig netwerk van wegen en paden die ook door recreatief verkeer (fietsers en wandelaars) gebruikt worden. Kortom, we optimaliseren bereikbaarheid en veiligheid voor alle weggebruikers. Participatie Er ontstaat een verdeeldheid over het meer ruimte creëren voor langzaam verkeer of meer mogelijkheden bieden voor de auto. De vraag vanuit inwoners is wat wel en niet bij de gemeente past. Diverse inwoners geven aan dat enkele wandelroutes (stoepen en paden) nu niet veilig zijn, zowel voor mensen met als zonder beperking. Op sommige plekken in de gemeente kan gemotoriseerd verkeer beter gescheiden worden van langzaam verkeer (zoals voetgangers en fietsers). Leefomgevingsfoto De OV-dekkingsgraad van de gemeente Bunschoten is 74,9 %. Het verzorggebied is met name Historische lint Bunschoten, Centrum Spakenburg en Eemdijk en de randen van de randen van Bunschoten-Spakenburg en de bedrijventerreinen.

Het aantal verkeersbewegingen neemt naar verwachting toe. Dit betreft zowel het wegverkeer als het openbaar vervoer.

Verkeersongevallen 2014-2019

Beoordeling: Hoewel de vervuiling van autoverkeer steeds minder wordt door eerdergenoemde trends, blijven er nog altijd genoeg auto’s rondrijden die uitlaatgassen uitstoten. Door het autogebruik te blijven faciliteren wordt hiermee ook de luchtverontreiniging en potentiële geluidhinder versterkt. Op zowel gezondheids- als duurzaamheidsvlak scoort deze variant daarom negatief. Bovendien leidt meer autogebruik tot ongelukken met een toenemende kans op grotere gevolgen, dus hier is een veiligheidsrisico mee gemoeid. Het faciliteren van de automobilist betekent ook dat er meer asfalt zal komen, gecombineerd met het toevoegen van meer parkeerplaatsen zorgt dit voor een vermindering van de omgevingskwaliteit. Enkel het thema wonen/sociaaleconomisch blijft neutraal, hieraan verandert niets.

Alternatief 2: Inzet op duurzame mobiliteit Door in te zetten op duurzame mobiliteit (fietsen, openbaar vervoer of deelauto’s) worden inwoners en bezoekers gestimuleerd om gezondere en milieubewustere keuzes te maken. Fietsen is daarbij de duidelijkste gezonde bezigheid, maar ook bijvoorbeeld het lopen van of naar de bushalte kan een belangrijk moment van beweging zijn, zeker voor ouderen. Beoordeling: Op gebied van gezondheid scoort dit alternatief positief. In de omgevingskwaliteit en op vlak van wonen verandert dit alternatief ten opzichte van de referentiesituatie niets of nauwelijks. Stimuleren van deelauto’s is een grote stap richting de deeleconomie, waarin het niet meer nodig is voor eenieder om een auto te bezitten. Openbaar vervoer is daarbij ook een efficiëntere vorm van personenvervoer dan individuele auto’s en fietsen stoot helemaal geen schadelijke stoffen uit. Op duurzaamheid scoort deze variant dan ook zeer positief.

RUIMTE VOOR AANTEKENINGEN

OV-dekkingsgraad

BUITENGEBIED

3.

3. OPENHEID POLDER EN BEHOUD LANDSCHAPPELIJKE WAARDEN TEGENOVER RUIMTECLAIMS EEN PLEK GEVEN IN HET BUITENGEBIED

TOELICHTING

IMPACTBEOORDELING

Het valt te voorzien dat de claims op ruimtegebruik in het buitengebied in de toekomst aanzienlijk toenemen. Er ontstaat een behoefte aan nieuwe vormen van agrarische bedrijvigheid, de bestaande sector zal verduurzamen, er zal meer vraag zijn naar het starten van nevenactiviteiten, vanuit de samenleving is gebleken dat er meer behoefte is aan gevarieerde ommetjes in het buitengebied, de recreatieve druk zal toenemen, bodemdaling moet worden tegengegaan, er komen wellicht claims vanuit de energietransitie, etcetera.

Alternatief 1: Buitengebied open landschap behouden (ruimtelijke kwaliteit) De waarde van het buitengebied in relatie tot de bebouwde kern is die van ‘een eiland in een groene zee’. Dat houdt in dat dit open groene landschap beschermd moet worden tegen verrommeling en differentiatie in gebruik. Door heel bewust te kiezen voor het in huidige vorm behouden van het buitengebied worden ontwikkelingen niet mogelijk en blijft de omgevingskwaliteit bestaan.

De vraag luidt: hoe zien we de botsing tussen het behoud van de openheid van de polder en de landschappelijke waarden, en anderzijds het bieden van ruimte aan de verschillende opgaven die op ons afkomen?

Beoordeling: Het behouden van de bestaande situatie leidt tot weinig effecten, waardoor alle scores neutraal blijven. Omdat de focus van dit alternatief volledig ligt op het behouden van de bestaande omgevingskwaliteit is deze ter verduidelijking wel positief beoordeeld.

RELEVANTE INFORMATIE Huidig beleid Voor openheid van de polder en het behoud van landschappelijke waarden is geen specifiek beleid. Participatie Voor de inwoners staat voorop: het landschap in de polder moet open blijven met ruimte voor o.a. kwalitatief groen. Hierbinnen vallen een aantal mogelijkheden, maar ook ruimteclaims die hiermee botsen. De beste invulling voor de polder blijft voor de inwoners de agrarische functie omdat dit ‘nou eenmaal hoort bij de cultuur van Bunschoten’. De agrarische functie maakt overigens recreatie en natuur in het buitengebied mogelijk. Inwoners vinden het daarnaast belangrijk dat er, voor zowel eigen inwoners als toeristen, een goed fiets- en wandelnetwerk aanwezig is. Dit hoeft het open landschap niet in de weg te staan. Echter kan dit wel de landschappelijke waarden in de weg staan. Een punt van discussie bleef: het toestaan van hoogwaardige bedrijven van buitenaf, die iets in ons segment toevoegen. Zolang deze bij de omgeving passen en er genoeg werkruimte voor de agrarische sector overblijft is dit bespreekbaar.

Alternatief 2: Ruimte in het buitengebied zoeken voor energieopwek, aanpak bodemdaling, natuur, etc. Het benutten van de buitenruimte voor zaken waar aandacht voor nodig is als (aanpak van) bodemdaling, versterking van natuurnetwerken en duurzame energieopwek is een logisch gevolg van de opgaven die recentelijk pas naar boven zijn gekomen. Daarbij is de vraag naar recreatief gebruik van het buitengebied groter geworden. Een en ander kan worden gecombineerd met de transformatie waar de agrarische sector voor staat. Denk bijvoorbeeld aan een natuurinclusieve boerderij waar ook bezoekers welkom zijn om te helpen. Of zonnepanelen combineren met schaduwminnende gewassen. Beoordeling: Inspelen op de huidige opgaven is vooral een duurzaamheidskwestie, waarbij dat thema in dit alternatief dan ook zeer positief beoordeeld wordt, mede door het faciliteren van energieopwek, het combineren van functies en het versterken van natuurwaarden. Dit nieuwe gebruik brengt wel een negatief effect teweeg op de omgevingskwaliteit, omdat het concreet de waarde die de gemeente legt op de openheid en rust van het groene buitengebied aantast. Dit gaat dan met name om de verstoring die recreatieve functies zouden kunnen brengen en de openheid die wordt doorbreken wanneer bijvoorbeeld zonnepanelen worden gerealiseerd. Gezondheid, veiligheid en woonthema’s worden niet beïnvloed en scoren neutraal.

De grootste punt van zorgen ontstaat voornamelijk bij ruimteclaims voor energie. De voorkeur wordt uitgesproken om te beginnen met het volleggen van de daken van huizen en bedrijfshallen met zonnepanelen. Er wordt ook geopperd om te kijken naar zonnepanelen op het water. Daarna de mogelijkheid van het buitengebied bekijken. Leefomgevingsfoto Alternatief 3: Borging van omgevingskwaliteit bij ruimteclaims in het buitengebied randvoorwaardelijk maken. Of de gemeente het nu wil of niet, er zullen ruimteclaims komen in het buitengebied. Door aan de voorkant heel stellig te zijn over de kwaliteit van de omgeving, en dit randvoorwaardelijk te maken (bijvoorbeeld in bestemmingsplannen) voor plannen om bij afweging goedgekeurd te laten worden, worden zaken die nodig zijn uitvoerbaar zonder dat de kwaliteit van het gebied beschadigt. Hierdoor kan er geanticipeerd worden op de vele ontwikkelingen die niet in de rode contour kunnen landen. Zo worden bijvoorbeeld zonnepanelen eerst op gebouwen voorzien, niet in het open veld, omdat dat door de randvoorwaarden niet meer ‘de makkelijkste weg’ is. Uitbreiding van de rode contour is in dit alternatief uitgesloten, deze is expliciet niet te verenigen met de kwaliteiten van het buitengebied.

RUIMTE VOOR AANTEKENINGEN

Beoordeling: Het borgen van de omgevingskwaliteit betekent dat deze gelijk blijft. Er is echter potentie dat plannen de omgevingskwaliteit versterken (bijvoorbeeld door eerder ontstane verstoringen ongedaan te maken). Mede hierdoor scoort dit aspect neutraal tot positief. Op duurzaamheidsvlak betekent de randvoorwaarde van de omgevingskwaliteit dat er maatwerk geleverd moet worden om innovaties door te voeren. Dit is een beperkende factor die grootschalige oplossingen onwaarschijnlijk maakt. Desalniettemin wordt er daardoor wel goed gekeken naar zo duurzaam mogelijk ruimtegebruik binnen de rode contour. Dit resulteert in een positief tot zeer positieve score. Dit alternatief heeft weinig tot geen effecten op sociaal gebied, gezondheid en veiligheid.

BUITENGEBIED

4.

4. HOE EN WELKE PRIORITEITEN STELLEN IN DE RUIMTECLAIMS IN HET BUITENGEBIED

TOELICHTING

IMPACTBEOORDELING 1/2

Als we kijken naar die verschillende ruimteclaims uit botsing 3, dan is een belangrijke vervolgvraag hoe en welke prioriteiten we daarin stellen.

Alternatief 1: Prioriteit bij agrarische ontwikkelingen Alternatief 1 geeft agrarische ontwikkelingen voorrang. Dat betekent enerzijds schaalvergroting en anderzijds een omslag naar circulaire en/of natuurinclusieve landbouw.

De vraag luidt: wat ziet u als de belangrijkste kwaliteiten voor de toekomst van het buitengebied? Welke accenten moeten er daardoor gelegd worden als het gaat om de op lange termijn te maken keuzes? Als we prioriteiten stellen: welke zijn dat dan? Gaan agrarische ontwikkelingen en energietransitie bijvoorbeeld boven natuurontwikkeling en bodemdaling tegengaan? Of willen we binnen het buitengebied verschillende accentgebieden aanwijzen?

Beoordeling: Deze prioriteit biedt voor de agrarische ondernemers sociaaleconomische kansen omdat zij hun bedrijf verder kunnen ontwikkelen, en ook voor wat betreft werkgelegenheid brengt dit voordelen. Dit is licht positief gescoord. De verduurzaming die gepaard gaat met deze ontwikkeling is tevens licht positief.

RELEVANTE INFORMATIE Huidig beleid Ambities voor de toekomst van het buitengebied van Bunschoten ziet de gemeente rondom een aantal thema’s: • We zorgen in het buitengebied voor meer mogelijkheden om te bewegen, zoals veilige wandel- en fietspaden. Daarbij zijn ook rustpunten in het landschap belangrijk. • We vinden het belangrijk dat iedereen een plek heeft in ons buitengebied om verschillende activiteiten te ondernemen. • We zorgen ervoor dat het vestigingsklimaat van bedrijven en de agrarische sector behouden blijft en wordt versterkt. • We zetten het buitengebied in om duurzame energie te kunnen opwekken. • We richten het buitengebied klimaatadaptief in en zetten ons in om verdere bodemdaling terug te dringen. Participatie Zie botsing 3.

Alternatief 2: Prioriteit bij energieopwek Prioriteit geven aan het creëren van ruimte voor opwek van duurzame energie. Denk hierbij aan zonne- en windenergie. Initiatieven voor warmte-opwek zijn ook denkbaar. Beoordeling: Voor de energietransitie betekent veel duurzaam opgewekte energie een zeer positief effect, maar de impact wordt gemaakt op de kwaliteit van het landschap; deze wordt omgezet naar bijvoorbeeld (grootschalige) monofunctionele zonneparken. Het effect op het landschap, en daarmee de omgevingskwaliteit, is negatief beoordeeld. Alternatieven als windmolens hebben een andere vorm van impact op het landschap, maar met eenzelfde negatief resultaat.

Leefomgevingsfoto Grondwateroverlast is het grootste in het buitengebied: er is een aanmerkelijke tot zeer grote kans op toename in de toekomst. Bijna het gehele buitengebied heeft velden met zonpotentie/zonnepanelen, voornamelijk 1-3 ha en groter per perceel. De potentie is gebaseerd op o.a. de grootte van het veld en de zoninstraling De landschappelijke waarden komen onder druk te staan doordat ruimte geboden moet worden voor de opwekking van duurzame energie. Ook neemt de druk in de ondergrond toe door nieuwe ruimtevragende functies, zoals energiewinning door middel van warmte-koudeopslag en geothermie.

Bodemdaling

Zonpotentie velden

Alternatief 3: Prioriteit bij natuurontwikkeling Het versterken en ontwikkelen van natuurwaarden in het buitengebied sluit aan bij de visie van de gemeente om een eiland in een groene zee te zijn. Beoordeling: Natuurversterking in de directe omgeving leidt tot een positief effect op gezondheid doordat er mogelijkheden worden geboden om van het buitengebied gebruik te kunnen maken voor bijvoorbeeld een natuurwandeling of fietstocht. Daarnaast komt het de omgevingskwaliteit ten goede. Omdat het buitengebied nu ook al groen en open is, is het effect hiervan als positief beoordeeld. Ook kan natuurontwikkeling een positieve bijdrage leveren aan de duurzaamheidsambities door deze natuur klimaatadaptief en gecombineerd groen/blauw uit te voeren.

RUIMTE VOOR AANTEKENINGEN

Natuurgebieden

BUITENGEBIED 4. HOE EN WELKE PRIORITEITEN STELLEN IN DE RUIMTECLAIMS IN HET BUITENGEBIED

IMPACTBEOORDELING 2/2 Alternatief 4: Prioriteit bij tegengaan bodemdaling Ruimtelijke functies vergen continue (kunstmatige) beheersing van het watersysteem, waarbij ontwatering leidt tot bodemdaling. Dit proces wordt versterkt door klimaatverandering. Veenoxidatie leidt landelijk tot ongeveer 3% van de landelijke jaarlijkse broeikasgas uitstoot. Bodemdaling leidt ook tot grotere overstromingsrisico’s. Dit alternatief focust op deze problematiek. Door het bufferen van neerslag kan de zoetwatervraag worden voldaan. Ook moeten er gebiedsgerichte eisen komen aan de uitspoeling van gewasbeschermingsmiddelen en meststoffen. Om de KRW-doelen te behalen moeten sommige stukken landbouwgrond worden afgewaardeerd en andere geëxtensiveerd. In (natte) natuurgebieden moeten hydrologische buffers komen. Voor onderhoud aan infrastructuur gebruikt men zettingsarme technieken. Beoordeling: Bodemdaling leidt direct tot twee effecten. Enerzijds komt er door inklinking van de boven CO2 vrij. Door dit tegen te gaan blijft deze luchtverontreinigende stof in de bodem. Het tegengaan van bodemdaling leidt daarom tot een positieve score voor gezondheid. Anderzijds leidt bodemdaling tot relatief hogere grondwaterstanden, met als gevolg dat vooral het buitengebied de waterafvoer niet volledig kan verwerken. Agrarische gronden komen hierdoor onderwater te staan.

Het tegengaan hiervan leidt tot een positieve score op het sociaaleconomisch aspect dat gekoppeld is aan de agrarische bedrijven in het buitengebied.

Alternatief 5: Prioriteit bij woningbouw Evenals bij stelling 1 wordt hier gekozen om het buitengebied te gebruiken om aan de woningvraag te kunnen voldoen. Dit betekent een uitbreiding van de bebouwde kom in plaats van buitengebied. Beoordeling: Het uitbreiden van het woonareaal leidt tot een hogere verkeersdrukte in de gemeente. Dit leidt op zijn beurt tot slechtere luchtkwaliteit, geluidhinder en andere gezondheidsrisico’s, evenals dat meer verkeer leidt tot gevaarlijkere situaties op wegen. Gezondheid en veiligheid zijn daarom negatief beoordeeld. De omgevingskwaliteit wordt zeer negatief beïnvloed, omdat woningbouw het tegenovergestelde van de kwaliteit van het open groene buitengebied is. Op vlak van de vraag naar woningen wordt wel positief tot zeer positief gescoord, omdat de vraag naar woningen hoog is en het prioriteren van die vraag daar een oplossing voor biedt. Er worden geen directe effecten op duurzaamheid verwacht.

RUIMTE VOOR AANTEKENINGEN

5.

BEDRIJVENTERREINEN

6.

5. RUIMTE HOUDEN VOOR BEDRIJVIGHEID

TOELICHTING

IMPACTBEOORDELING

De uitbreiding van bedrijventerrein De Kronkels is momenteel in realisatie en bedrijventerrein Zuidwenk wordt in de komende jaren getransformeerd naar een woon-werklocatie.

Alternatief 1: Inzetten op uitbreiden bestaande bedrijventerreinen Dit alternatief zet in op kwantiteit van bedrijvigheid door het realiseren van extra ruimte voor uitbreiding van bestaande bedrijventerreinen.

De vraag luidt: hoe kijkt u aan tegen de toekomst van de bedrijvigheid in de gemeente Bunschoten op lange termijn? Welke kwaliteiten moeten dan voorop staan? Gaan we dan inzetten op kwantiteit (extra bedrijventerrein) of kwaliteit (optimale benutting van bestaande bedrijventerreinen). En hoe ziet u in dit verband de transformatie van het bedrijventerrein Zuidwenk?

RELEVANTE INFORMATIE Huidig beleid Bunschoten als ondernemende gemeente is één van de drie strategische uitgangspunten. Ondernemerschap en bedrijvigheid in onze gemeente willen we behouden en versterken. Hiermee draagt onze lokale economie bij aan een fijn woon- en werkklimaat. We voorkomen dat bedrijven geen mogelijkheden tot uitbreiding meer hebben en zich noodgedwongen buiten de gemeente moeten vestigen. We onderzoeken in samenwerking met het bedrijfsleven hoe we op langere termijn de vitaliteit van de koek- en vissector in Bunschoten kunnen borgen. Participatie De wens is om meer ruimte te bieden aan lokale ondernemers. Inwoners zijn van mening dat we niet op een stad moeten gaan lijken door bijvoorbeeld grote ketens in de gemeente toe te staan. Hoogwaardige bedrijven van buitenaf die iets in ons segment toevoegen, moeten we volgens de deelnemers niet uitsluiten. Ook brengen bedrijven van buitenaf werkgelegenheid met zich mee. Echter moet er genoeg werkruimte voor de agrarische sector overblijven. Leefomgevingsfoto -

Bedrijfslocaties

Beoordeling: Uitbreiden van bedrijventerreinen leidt tot een verslechtering van de gezondheid voor de nabije omgeving, omdat, afhankelijk van het type bedrijvigheid, hinder en overlast kan worden verwacht. Dit aspect wordt daarom negatief beoordeeld. De omgevingskwaliteit gaat ook verloren omdat de uitbreiding buiten de bestaande contouren van bedrijventerrein plaatsvindt. De score is hierom negatief. Op sociaal(-economisch) vlak wordt dit alternatief positief beoordeeld, omdat het nieuwe werkgelegenheid met zich meebrengt. Uitbreiden van bedrijventerreinen door nieuwbouw te realiseren in plaats van verouderde bedrijven op te knappen is echter vanuit oogpunt van duurzaam ruimtegebruik negatief beoordeeld.

Alternatief 2: Herstructureren van huidige bedrijventerreinen Door dieper in te gaan op de knelpunten van de huidige bedrijventerreinen kan er optimaal gebruik worden gemaakt van de ruimte. Daarvoor moet samen met ondernemers een visie worden gemaakt, want het is nog altijd minder makkelijk om te herstructureren dan om ergens anders ‘nieuw te beginnen’. Beoordeling: Herstructurering draagt bij aan optimaal gebruik van de beschikbare ruimte, in lijn met de behoeften vanuit de huidige tijd. Zo kan bijvoorbeeld waar het bedrijventerrein aan een woonwijk grenst worden gekozen voor een lagere bedrijfscategorie om overlast te verminderen. Het effect is een licht positieve score op gezondheid en veiligheid en in dezelfde logica voor omgevingskwaliteit (het geheel wordt ook met dit in het achterhoofd geherstructureerd). De herstructurering van bedrijventerreinen leidt ook tot een situatie waarin verouderde leegstaande panden weer nieuw leven ingeblazen wordt, hetgeen leidt tot een licht positief effect op sociaaleconomisch vlak. Duurzaamheid is in dit alternatief positief beoordeeld, omdat herstructurering kansen biedt om ook de nieuwste duurzaamheidsmaatregelen (bijvoorbeeld zon op dak, isolatie) toe te passen èn omdat het uitgaat van bestaande bebouwing en haar materialen, waardoor minder grondstoffen nodig zijn dan bij nieuwbouw het geval zou zijn.

Alternatief 3: Nieuw bedrijventerrein aanleggen Door te kiezen voor een nieuw bedrijventerrein wordt het mogelijk om bedrijven uit te laten breiden, maar ook om te vernieuwen.

RUIMTE VOOR AANTEKENINGEN

Beoordeling: Het effect van nieuwe bedrijventerreinen op de verkeerssituatie leiden echter tot een negatieve score voor gezondheid (luchtkwaliteit, geluidhinder, geurhinder) en veiligheid (verkeersdrukte en omgevingsveiligheidsrisico’s). Bovendien is het offer wat gemaakt moet worden voor de ruimte een deel van het open landschap, hetgeen resulteert in een zeer negatieve score voor wat betreft de omgevingskwaliteit. Er zitten wel sociaaleconomische voordelen aan dit alternatief: het biedt kansen voor werkgelegenheid en om nieuwe en/of ander type bedrijven naar de gemeente te trekken. In het kader van duurzaamheid is het effect tweeledig: enerzijds het ‘achterlaten’ van oude bedrijventerreinen en kiezen voor totale nieuwbouw inclusief bijbehorende infrastructuur hetgeen veel grondstoffen kost. Anderzijds kan dit nieuwe bedrijventerrein wel zeer duurzaam ingericht worden, met veel innovaties in de panden verwerkt. Zwaarwegend in deze beoordeling is het bijkomende inefficiënte duurzame ruimtegebruik. Hierom is voor duurzaamheid een negatieve score genoteerd.

HISTORISCH CENTRUM EN LINT

7.

6. HISTORISCH CENTRUM OOK ALS OPENLUCHTMUSEUM, OF LEVENDIG DORP

TOELICHTING

IMPACTBEOORDELING

Er is al meer dan eens gezegd dat de gemeente Bunschoten geen tweede Volendam wil worden. Tegelijkertijd is toerisme en recreatie een belangrijke pilaar voor de Bunschoter economie en zien we allerlei ambities terugkomen op het gebied van kwaliteitstoerisme.

Alternatief 1: Centrum gericht op toerisme (met de bijbehorende voorzieningen Het faciliteren van (kwaliteits-)toerisme en recreatie is een belangrijke economische impuls voor de gemeente. Door het centrum vooral op deze functies te richten wordt dit versterkt.

De vraag luidt: hoe zien we dan bijvoorbeeld het centrum van Spakenburg over twintig jaar? Is het dan nog steeds levendig dorp waar onze inwoners met plezier wonen en er voor hen voldoende en goede voorzieningen zijn? Of leggen we de focus op meer voorzieningen voor (kwaliteits)toerisme en willen we ons centrum ook zien als een openluchtmuseum? Hoe zorgen we daarbij voor de juiste balans?

Beoordeling: Het creëren/versterken van het centrum als ‘openluchtmuseum’ biedt kansen voor de economische aspecten van toerisme, maar doet enigszins afbreuk aan de sociale cohesie en de leefbaarheid (omdat voorzieningen voor bewoners wijken voor voorzieningen voor toerisme), waardoor onderaan de streep een licht positieve beoordeling overblijft. Ook wordt in dit alternatief de omgevingskwaliteit, aantrekkingskracht van het toerisme, behouden en versterkt. Dit aspect is positief beoordeeld. De thema’s gezondheid/veiligheid en duurzaamheid worden niet beïnvloed in dit alternatief en blijven dus neutraal beoordeeld.

RELEVANTE INFORMATIE Huidig beleid Bunschoten kiest er niet voor om zich te richten op massatoerisme. Ook op lange termijn blijft de inzet gericht op de kwaliteitstoerist, die ook meer te besteden heeft. Participatie Volgens inwoners moeten we als gemeente nu een keuze gaan maken wat we met toerisme willen. Als we meer toerisme willen aantrekken dan moeten we meer doen om toeristen te behouden in Bunschoten. Denk aan het aanleggen van een camping en het toevoegen van kleinschalige hotels. Hierbij moeten we volgens verschillende deelnemers waken dat we geen massatoerisme krijgen. Om dit te voorkomen moeten we toerisme meer verspreiden over de gemeente, zowel in tijd als ruimtelijk. Ook zouden we na moeten blijven denken over innovatieve mogelijkheden voor toerisme en een link tussen handel en toerisme creëren, zoals het promoten van lokale producten (op de markt). Leefomgevingsfoto -

Alternatief 2: Centrum gericht op bewoners (met bijbehorende voorzieningen) Het aantrekkende toerisme mag niet in de weg liggen van het woongenot. Voorzieningen voor bewoners krijgen voorrang op voorzieningen voor toerisme. Beoordeling: Dit alternatief heeft een duidelijk thema als hoofddoel; leefbaarheid voor bewoners. Hoewel er op economisch vlak wat offers voor gemaakt worden, weegt het sociale aspect toch uiteindelijk positief tot zeer positief, mede door de eerdere uitspraken van de gemeente tegen een al te toeristische invulling van het centrum van Spakenburg. Voor wat betreft de andere drie aspecten worden geen effecten verwacht, deze blijven neutraal.

Gemeentelijke monumenten

RUIMTE VOOR AANTEKENINGEN

Beschermd dorpsgezicht en rijksmonumenten

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10793028/1