Bijlage 4 Nader onderzoek vleermuis, Broerswetering 8.pdf
Tekst van het document
Nader onderzoek Vleermuis ‘Broerswetering 8’ te Bunschoten
Blad 2 van 18
Colofon Titel Subtitel
Nader onderzoek vleermuis Broerswetering 8, te Bunschoten
Opdrachtgever
AJ Real Estate Zuidwenk 57-B ‘s-Hertogenbosch
Projectnummer Datum Status
08NO06-21 27 oktober 2021 Concept
Veldonderzoek
J. te Voortwis
Auteur(s):
S.T. Brouwer
Kwaliteitscontrole
P.D. Fitskie
Intern traineeship veldonderzoeker
BSc Wiskunde en Toepassingen, Universiteit Utrecht Oud-vrijwilliger IVN Nijkerk bij Landschapsbeheer en Weidevogelbescherming Gecertificeerd Imker
Ecologisch adviseur Planvormer Wet natuurbescherming, ruimtelijke ontwikkeling niveau 4 Flora- en fauna controleur Specialisatie mitigeren met vleermuiskasten
De informatie in voorliggende rapportage is (deels) afkomstig uit de NDFF en mag niet zonder toestemming van BIJ12 worden verstrekt aan derden of op enige andere wijze openbaar gemaakt worden Copyright © 2021 FF Solutions. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar worden gemaakt door middel van druk, fotokopie, elektronisch of op welke wijze dan ook, zonder schriftelijke toestemming van de auteurs.
Blad 3 van 18
Inhoudsopgave 1
Inleiding 1.1 Huidig situering projectlocatie 1.2 Voorgenomen werkzaamheden 1.3 Planning
4 4 5 5
2
Wetgeving 2.1 Ontheffing 2.2 Erkend belang
6 6 7
3
Ecologie van soorten 3.1 Vleermuizen
8 8
4
Onderzoek methodiek 4.1 Vleermuissoorten
10 10
5
Resultaten 5.1 Vleermuizen 5.2 Overige soorten 5.3 Samenvatting
11 11 14 14
6
Samenvatting en conclusie 6.1 Eindconclusie
15 16
7
Bijlage 7.1 Bijlage 1 bronnen 7.2 Bijlage 2 Kaart
17 17 18
Blad 4 van 18
1
Inleiding FF Solutions heeft van AJ Real Estate opdracht gekregen nader onderzoek naar de vleermuis uit te voeren binnen de ontwikkeling ‘Broerswetering 8’, te Bunschoten. Tijdens de veldbezoeken is gelet op de aanwezigheid van bovengenoemde soort. De voorgenomen ontwikkeling betreft het herbestemmen van een projectlocatie. Binnen de projectlocatie bestaat het voornemen om binnen de bebouwde kern van Bunschoten een winkelgebouw te herontwikkelen. Het is nog onbekend of het gebouw wordt gesloopt of gerenoveerd. De voorgenomen ontwikkeling betreft mogelijk een functiewijziging binnen de projectlocatie. Of de functionaliteit van de projectlocatie na realisatie in wezenlijk gewijzigd is, is ons onbekend. Er is een Quickscan1 (hierna genoemd Quickscan) uitgevoerd, hierin komt naar voren dat de vleermuis mogelijk verblijft in aanwezige bebouwing. Ook dient onderzocht te worden of de projectlocatie in gebruik genomen wordt als essentieel foerageergebied en vliegroute voor vleermuizen.
1.1
Huidig situering projectlocatie De projectlocatie bevindt zich binnen de bebouwde kom in het centrum van Bunschoten. De bebouwing betreft een vrijstaand winkelpand welk is opgebouwd uit bakstenen spouwmuren. Het dak is voorzien van vijf geschakelde zadeldaken met sneldek-dakpannen. De dakpannen sluiten goed aan, op enkele plaatsen ontbreekt een betonnen voeg van de nokpan. Er bevinden zich boeidelen aan de voor en achterzijde van het pand, tussen de boeidelen en muur ontstaat een smalle kier.
Fig. 1.0 Vooraanzicht (zuidzijde) projectlocatie (bron: Quickscan)
1 Quickscan Wnb door FF Solutions (30-04-2021) projectnummer 08QS06-21
Blad 5 van 18
Rondom het winkelpand bevindt zich bestrating, fietsenrekken en openbare lantaarnpalen. Aan de noordzijde is een parkeerplaats aanwezig met enkele solitaire bomen in een perkje met een grond bedekkende vegetatie. Aan de zuidzijde bevindt zich een doorgaande weg, gevolgd door een smalle watergang met aan weerszijde bomen en met regelmaat gemaaid gras. Oostelijk van het winkelpand bevindt zich een steeg, aan de westzijde bevindt zich een doorgaande weg gevolgd door een woonwijk.
1.2
Fig. 1.1 Achter aanzicht (noordzijde) pand (bron: Quickscan)
Fig. 1.2 Aansluiting nok met boeiboord (bron: Quickscan)
Fig. 1.3 Goed aansluitende dakpannen (bron: Quickscan)
Fig. 1.4 Aansluiting boeideel met gevel (bron: Quickscan)
Voorgenomen werkzaamheden Binnen de projectlocatie bestaat het voornemen om binnen de bebouwde kern van Bunschoten een winkelgebouw te her ontwikkelen. Het is nog onbekend of het gebouw wordt gesloopt of gerenoveerd. Echter wil de opdrachtgever vooruitlopend inzicht krijgen in de risico’s betreft flora en fauna aspecten omtrent dit gebouw. De voorgenomen ontwikkeling betreft mogelijk een functiewijziging binnen de projectlocatie. Of de functionaliteit van de projectlocatie na realisatie in wezenlijk gewijzigd is, is ons onbekend.
1.3
Planning Ons is onbekend wanneer de werkzaamheden starten en zijn afgerond.
Blad 6 van 18
2
Wetgeving De vleermuis wordt binnen de Wet natuurbescherming beschermd als habitatrichtlijnsoorten. Alle in Nederland voorkomende vleermuizen zijn wettelijk strikt beschermd. Vleermuizen zijn strikt beschermd in de habitatrichtlijn. Werkzaamheden rondom of aan verblijfplaatsen mogen deze niet beschadigen of opheffen. - Art. 3.5.1, Het is verboden soorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen. - Art. 3.5.2, het is verboden specifiek beschermde soorten opzettelijk te verstoren. - Art. 3.5.4, het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen te beschadigen, vernielen of wegnemen.
2.1
Ontheffing In sommige situaties en onder bepaalde voorwaarden mag u verboden uit de Wet natuurbescherming wel overtreden. U heeft dan een vrijstelling of ontheffing nodig. Het verschil tussen een vrijstelling en ontheffing: . Een vrijstelling is een uitzondering op een verbod. Deze geldt voor iedereen die aan de voorwaarden van de vrijstelling voldoet. . Een ontheffing is een besluit waarbij in een individueel concreet geval een uitzondering op een wettelijk verbod wordt gemaakt door de provincie of de RVO. Het traject waarin er beoordeeld wordt of er een ontheffing voor de Wet natuurbescherming nodig is, of er gebruik gemaakt kan worden van een vrijstelling bestaat uit vier stappen. 1. Zijn er beschermde soorten aanwezig Een ecologisch deskundige stelt vast of er beschermde flora en fauna binnen of in de directe omgeving van de projectlocatie aanwezig zijn. Zijn er geen beschermde soorten, dan is een ontheffing aanvragen niet nodig. 2. Veroorzaakt u schade Heeft de voorgenomen ontwikkeling negatieve invloed op beschermde dieren en-/ of planten. Dan is een vervolgonderzoek door een deskundige noodzakelijk. Zijn de voorgenomen werkzaamheden niet schadelijk, dan is een ontheffing aanvragen niet nodig. 3. Probeer schade te voorkomen Vaak kunnen schadelijke effecten door mitigerende maatregelen voorkomen worden.
Het gaat vooral om maatregelen die de negatieve gevolgen voor beschermde soorten voorkomen of verzachten. Denk aan het ontzien van voortplantingsplaatsen of vaste rust- of verblijfplaatsen. Een ecologisch deskundige helpt, adviseert en begeleidt u bij het realiseren van de maatregelen. Voorkomt u hiermee alle schadelijke effecten? Dan hoeft u geen ontheffing voor de Wet natuurbescherming aan te vragen. Wordt een beschermde soort toch verstoord ondanks de preventieve maatregelen? De soort moet bijvoorbeeld op zoek naar een andere verblijfplaats. Dan heeft u wel een ontheffing voor de Wet natuurbescherming nodig. 4. Maak gebruik van een gedragscode Naast de algemeen vrijgestelde soorten zijn er ook andere soorten waarvoor een vrijstelling mogelijk is. Dit is als er gebruik gemaakt wordt van een goedgekeurde gedragscode. Diverse gemeenten en brancheverenigingen hebben zo'n gedragscode opgesteld en door het RVO laten goedkeuren.
Blad 7 van 18
De ontheffing verkrijgen kan uitsluitend door toekenning van bevoegd gezag vanuit de provincie of het werken met een goedgekeurde gedragscode vanuit de rijksoverheid (RVO). Leiden de stappen niet tot vrijstelling? Dan is er voor het uitvoeren van de voorgenomen werkzaamheden alsnog een ontheffing nodig
2.2 Erkend belang De Wet natuurbescherming biedt mogelijkheden handelingen te doen aan of rondom nest en-/ of rustplaatsen van beschermde soorten indien een algemeen erkend belang kan worden gekoppeld aan de voorgenomen ontwikkeling. Om handelingen te doen, moeten maatregelen de schade aan beschermde soorten voorkomen, beperken of te niet doen, volgens de eisen die de Wet natuurbescherming stelt. Er zijn geen vaste verblijfplaatsen van soorten vastgesteld. Het inzetten van een erkend belang is niet relevant.
Blad 8 van 18
3
Ecologie van soorten De levenswijze van ieder dier – en plantgroep stelt specifieke eigenschappen aan het habitat waarin zij zich bevinden. Het habitat van een beschermde soort moet voldoen aan deze eigenschappen zodat deze soort kan overleven, groeien en voortplanten. Binnen dit hoofdstuk wordt kort in beeld gebracht welke levenswijze het te onderzoeken beschermde soort geniet.
3.1
Vleermuizen Elke vleermuissoort stelt specifieke eisen waaraan een leefgebied moet voldoen. Verblijfplaatsen, foerageergebieden en vliegroutes zijn essentiële leefgebieden van de vleermuis. Deze worden afzonderlijk van elkaar behandeld.
3.1.1 Verblijfplaats Vleermuizen zijn nacht-actieve vliegende zoogdieren, levendbarend, houden een winterslaap en de vrouwtjes brengen een jong groot. De meeste zoogdieren verlangen een beschermde ruimte om te slapen, baren en hun jongen in groot te brengen, zo ook vleermuizen. Dit is de zogenaamde vaste rust en-/ of verblijfplaats. Vleermuizen kunnen zelf geen nest maken, gat in de boom maken of een hol graven. Vleermuizen zijn daardoor voor hun verblijfplaatsen helemaal aangewezen op al bestaande omstandigheden. Vleermuizen bezitten door het jaar heen een groot scala aan verschillende soorten verblijfplaatsen om aan de in bovengenoemde behoefte te voorzien en zijn daarbij erg kieskeurig. Er wordt voor deze diergroep in het algemeen onderscheid gemaakt tussen kraamverblijfplaats-en, zomerverblijfplaatsen, paarverblijfplaatsen en winterverblijfplaatsen. In de kraam-verblijfplaats worden de jongen (één per vrouwtje) gebaard en gezoogd. In dergelijke verblijfplaatsen scholen meerdere vrouwtjes (met jongen) bij elkaar. De omvang van een dergelijke kolonie verschilt per locatie en per soort. Zomer- of kraamverblijfplaats De vrouwtjes wonen in de zomer in kraamverblijfplaatsen. Hier brengen ze hun jongen groot meestal.
Meestal leven ze hierbij in groepen (kolonies) Zomer- of kraamverblijfplaats De mannetjes wonen in de zomer soms solitair, soms in groepen, maar altijd op een andere plaats dan de vrouwtjes van hun soort. Tijdelijke of paarverblijfplaats vaak kennen vleermuizen ook tussenkwartieren, waar ze slechts kort verblijven tijdens de reis van hun winter- naar zomerkolonie. Zo trekken de mannetjes en vrouwtjes aan het eind van de zomer naar speciale paarkwartieren, waar ze kort verblijven. Winterverblijfplaats Vleermuizen overwinteren in gebouwen, bunkers, ijskelders, groeven en boomholtes.
3.1.2 Vliegroutes Om in het donker de weg te kunnen vinden en voedsel te kunnen zoeken zendt een vleermuis een signaal uit dat weerkaats op voorwerpen in de omgeving. De weerkaatsing (echo) vangt de vleermuis op met zijn oren en daardoor kan hij de plaats en vorm van die voorwerpen bepalen. Deze techniek wordt echolocatie genoemd. De vleermuis moet vanuit hun verblijfplaats hun weg kunnen vinden op zoek naar voedsel. Met behulp van echolocatie moeten ze wegwijs worden in de omgeving russen verblijfplaats en foerageergebied. Lijnvormige elementen als een bomenrij of watergang met opgaande begroeiing is hierbij vaak belangrijk voor hun oriëntatie. 3.1.3 Foerageergebied Elke vleermuissoort vindt voedsel op zijn specifieke manier. Wel zoeken alle vleermuissoorten beschutting van de wind. Dit vanwege de hoeveelheid insecten en om energie te besparen.
Blad 9 van 18
3.1.4 Vastgestelde soorten Naam: Gewone dwergvleermuis (Pipistrellus pipistrellus) Voorkomen in Nederland: Status: Habitatrichtlijn/ BIJ12 Rode lijst 2020: Thans niet bedreigd Trend laatste 12 jaar: Stabiel of toegenomen Zeldzaamheid: Algemeen Staat v. instandhouding: Onbekend (Bron: verspreidingsatlas, basisrapport Rode Lijst Zoogdieren 2020)
Naam: Laatvlieger (Eptesicus serotinus) Voorkomen in Nederland: Status: Habitatrichtlijn Rode lijst 2020: Kwetsbaar Trend laatste 12 jaar: Matig afgenomen Zeldzaamheid: Algemeen Staat v. instandhouding: Matig ongunstig (Bron: verspreidingsatlas, basisrapport Rode Lijst Zoogdieren 2020)
Blad 10 van 18
4 Onderzoek methodiek Ieder dier – en plantengroep verlangt zijn eigen methode van inventarisatie om een zo goed mogelijk in kaart te brengen welke betekenis de projectlocatie betekend voor de betreffende soort. De resultaten vanuit het veldonderzoek zijn te vinden in hoofdstuk 5.
4.1
Vleermuissoorten Er zijn veldonderzoeken uitgevoerd, tussen alle veldbezoeken zit minimaal 20 dagen. Ook verschillen de momenten waarop het veldbezoek zijn uitgevoerd, dit omdat in-uitvliegtijden per vleermuissoort kan verschillen. Gedurende een veldonderzoek is de projectlocatie minimaal twee uur lang onderzocht. Er is gebruik gemaakt van het NGB vleermuisprotocol 2021 en BIJ12 kennisdocumenten. De inventarisaties met betrekking tot vleermuizen zijn met behulp van een zogenaamde batdetector uitgevoerd; Batbox Baton XD. Een batdetector is een apparaat dat de onhoorbare ultrasone geluiden van vleermuizen opvangt en vertaalt in voor mensen hoorbare geluiden. Door interpretaties van ritme, klank en hoogte van het door het apparaat uitgezonden geluid kunnen de meeste soorten vleermuizen worden onderscheiden en op naam worden gebracht.
Blad 11 van 18
5
Resultaten Onderstaand tabel zijn alle veldbezoeken inclusief omstandigheden vermeld. Binnen dit hoofdstuk bevinden zich de vaststellingen naar aanleiding van het nader onderzoek. Onderstaand tabel zijn de weersomstandigheden ten tijde van het veldonderzoek weergegeven. Per soort worden de vaststellingen genoemd, welk zijn gedaan tijdens de veldbezoeken.
Tab. 5.0, Verzameltabel gegevens veldbezoeken (Bron: FF Solutions)
Datum 1 2 3 4 5
10-062021 30-062021 20-072021 01-092021 21-092021
5.1
Periode Vleermuis avond Vleermuis ochtend kraam + zomer Vleermuis ochtend kraam + zomer Vleermuis avond paar Vleermuis avond paar
Tijd 21:4500:15 02:305:30 02:4505:45 21:1500:30 20:1500:30
Zon op
Zon onder
Min. temp.
Max. temp
Wind BFT
Neerslag
Deskundige
05:17
21:58
-
21
1
Droog
2
05:23
22:03
-
14
2
Droog
2
05:45
21:46
-
13
1
Droog
2
06:51
20:26
-
16
2
Droog
2
07:26
19:38
-
13
1
Droog
2
Vleermuizen Het onderzoek naar vleermuizen is sterk gebonden aan weersomstandigheden. Bij te lage temperaturen (<8-10°C), te veel wind (> 3-4 bft.) of te veel neerslag (> motregen) zijn sommige soorten minder actief of afwezig waardoor waarnemingen onvolledig kunnen zijn.
5.1.1 Waarnemingen Veldbezoek 10 juni 2021 Tijdens dit veldbezoek zijn slechts 1 à 2 gewone dwergvleermuizen waargenomen. De gewone dwergvleermuis (of dwergvleermuizen) kwamen rond 23:00 langs vliegen om te foerageren boven het water langs de bomen aan de Broerswetering ten zuiden buiten de projectlocatie. Veldbezoek 30 juni 2021 Tijdens dit veldbezoek zijn geen vleermuizen waargenomen. Er is gescand rondom het gehele projectgebouw. Veldbezoek 20 juli 2021 Tijdens dit veldbezoek zijn de gewone dwergvleermuis en laatvlieger waargenomen. Het betrof een droge nacht waarbij verschillende lantaarnpalen rondom de projectlocatie uitgevallen waren. Aan de Broerswetering (zuidwest hoek van projectgebouw) zijn een maal de gewone dwergvleermuis en een maal de laatvlieger jagend waargenomen zo rond 04:00. Rond 05:00 is nog een maal de gewone dwergvleermuis waargenomen aan de noordzijde van het projectgebouw. In de omgeving van de projectlocatie is verder geen activiteit waargenomen van vleermuizen. Er zijn geen invliegende vleermuizen waargenomen. Veldbezoek 01 september 2021 Tijdens dit veldbezoek zijn wederom de gewone dwergvleermuis en laatvlieger waargenomen. De gewone dwergvleermuis laat zijn baltsroep horen, hierbij vliegt hij herhaaldelijk een soortgelijke route. Hierbij vliegt hij voornamelijk langs de bomen en het water aan de zuidzijde (Broerswetering).
Hierna verdwijnt hij uit beeld, kort hierna verschijnt een baltsende gewone
Blad 12 van 18
dwergvleermuis op de parkeerplaats ten noorden van de projectlocatie (mogelijk dezelfde). Hij vliegt tussen bomen door op de parkeerplaats om later weer langs de projectlocatie naar de Broerswetering te vliegen en de route te herhalen. Tijdens zijn vlucht laat hij naast de baltsroep ook zijn normale roep horen. De laatvlieger laat sporadisch een sociale roep hopen, maar hij foerageert voornamelijk tussen de bomen, boven het water aan de Broerswetering. Veldbezoek 21 september 2021 Tijdens dit veldbezoek was de aanwezige winkel (Lidl) nog open. Er is weinig activiteit waargenomen van vleermuizen. Aan de noordzijde van het projectgebouw zijn een jagende laatvlieger en een sociaal gedrag vertonende gewone dwergvleermuis waargenomen. Aan de zuidzijde van het projectgebouw is een jagende gewone dwergvleermuis waargenomen. Alle vleermuizen worden een korte periode waargenomen, en vliegen geen herhaaldelijke route. Vaststellingen Er zijn waarnemingen gedaan van enkele individuen van zowel de laatvlieger als de gewone dwergvleermuis. De gewone dwergvleermuis heeft jagend en sociaal gedrag laten zien aan de noordzijde van het projectgebouw. De laatvlieger en gewone dwergvleermuis hebben meermaals gebruik gemaakt van het water en de parkeerplaatsen bij het projectgebouw om te foerageren.
Op 20 juli 2021 zijn twee lichtpunten bij het projectgebouw niet aan, er zijn toen, maar ook op 1 september 2021, individuen van de laatvlieger en gewone dwergvleermuis waargenomen die eveneens de westzijde van het projectgebouw gebruiken als weg om zich te verplaatsen. Er zijn geen invliegende of uitvliegende vleermuizen vastgesteld.
Lampen waargenomen op 10-6-21 t/m 21-9-21 Lampen waargenomen op 30-6-21 t/m 21-9-21 Lampen waargenomen op 21-9-21 Projectlocatie Laatvlieger Gewone dwergvleermuis Foeragerende laatvlieger Foeragerende gewone dwergvleermuis Paarterritoria gewone dwergvleermuis
Deze twee lampen waren uit op 20-7-21 Fig. 5.1, Vleermuizen waarnemingen in kaart (achtergrondbron: www.pdok.nl)
Blad 13 van 18
Tab. 5.2, vaststellingen vleermuizen , - = niet aanwezig, ? = mogelijk aanwezig (niet uit te sluiten), X = aanwezig
Soort Gewone dwergvleermuis Laatvlieger
Winter -
Verblijfplaats Zomer Kraam Paar -
1-2 individuen
-
-
1-2 individuen
-
-
Projectlocatie maakt onderdeel uit van het leefgebied voor
Foerageergebied De bomen met bijbehorende watergang ten zuiden van de projectlocatie worden in gebruik genomen om bij te foerageren, dit door zowel de gewone dwergvleermuis als de laatvlieger. De voorgaand genoemde soorten foerageren ook boven de parkeerplaats die aanwezig is aan de westzijde en zuidzijde van het gebouw. Binnen de projectlocatie is er geen sprake van een essentieel foerageergebied, de omgeving rondom de projectlocatie vervult de rol van het foerageergebied. Vliegroute Beide vleermuizen vliegen en foerageren rondom de projectlocatie. Hierbij maken ze gebruik van de bomen welk aanwezig zijn op de parkeerplaats, de bomenrij en watergang langs de Broerswetering. Buiten deze twee vleermuizen zijn er geen andere vleermuizen waargenomen welk langs deze watergang met bomenrij vliegen. Er is veel verlichting aanwezig rondom en tegen de projectlocatie aan. 5.1.2
Effecten beoordeling Verblijfplaatsen Er zijn geen verblijfplaatsen waargenomen binnen de projectlocatie. Daarom worden geen effecten verwacht op verblijfplaatsen. Foerageergebied Zowel tijdens als na de voorgenomen ontwikkeling zal er voldoende foerageergebieden beschikbaar zijn voor de vleermuizen in de directe omgeving. Vliegroute Ten zuiden van de projectlocatie bevindt zich een watergang met bomenrij waar de twee vleermuizen langs vliegen. Er is veel openbare verlichting aanwezig rondom de projectlocatie. Ook de projectlocatie wordt verlicht. De bomenrij naast de watergang biedt in zekere mate een donker lijnvormig landschapselement. Deze watergang met bomenrij bevindt zich buiten de projectlocatie (aan de overzijde van de weg) en is in de huidige situatie flink verlicht. Het is niet aannemelijk dat binnen een voorgenomen ontwikkeling de hoeveelheid verlichting richting de donkere bomenrij met watergang zal toenemen. Dusdanig toenemen waardoor de bomenrij en watergang niet meer als oriëntatiepunt voor vleermuizen in gebruik genomen kan worden. Mocht er toch sprake zijn van toename van licht in de richting van de bomenrij en watergang, dan dient een vleermuisdeskundige te worden ingeschakeld.
Blad 14 van 18
5.2 Overige soorten Tijdens de Quickscan worden diverse soorten verwacht. Tijdens alle veldbezoeken is aandacht besteed van aanwezigheid en vestiging plaatsen van fauna. Tab. 5.3, Verzameltabel overige waarnemingen veldbezoeken (Bron: FF Solutions)
Soort Houtduif Kauw Meerkoet
Waarneming
Wat
Waar
Conclusie
Visueel
Rustend, foeragerend
Aantal 1
Dak van projectlocatie, omgeving
Leefgebied
Visueel
Rustend, foeragerend
1
Dak van projectlocatie, omgeving
Leefgebied
Visueel
Nest
Watergang ten zuiden buiten de projectlocatie
Leefgebied
1 (plus kuikens)
Conclusie De houtduif en kauw maken gebruik van het dak van het projectgebouw om op te rusten, foerageren doen ze in de omgeving van de projectlocatie waarbij ze onder andere foerageren op (voedsel)afval dat door mensen is achtergelaten. In de watergang ten zuiden van de projectlocatie is een nestelende meerkoet met kuikens gezien. De kauw verlangt specifieke eisen aan de nestplaats, eisen welk binnen de projectlocatie niet waargenomen zijn. Mogelijk verblijven ze in de directe omgeving, of groeperen enkel tijdelijk rondom de projectlocatie.
5.3 Samenvatting Gegevens van de vaststellingen zijn opgesteld in tabel en in kaart. In Fig. 5.1. zijn reeds de verzamelgegevens van de vleermuizen te zien in de kaart. 5.3.1 Verzameltabel Tab. 5.4, vaststellingen vleermuizen , - = niet aanwezig, ? = mogelijk aanwezig (niet uit te sluiten), X = aanwezig
Projectlocatie maakt onderdeel uit van het leefgebied voor
Verblijf-/ nestplaats Soort Gewone dwergvleermuis Laatvlieger Overige soorten
Winter Zomer Kraam Enkele waarneming, zie 5.2
Paar -
1-2 individuen 1-2 individuen Diverse soorten
Blad 15 van 18
6
Samenvatting en conclusie In opdracht van AJ Real Estate is door FF Solutions een nader onderzoek uitgevoerd naar de vleermuis ter plaatse van de Broerswetering 8, te Bunschoten. Binnen de projectlocatie bestaat het voornemen om binnen de bebouwde kern van Bunschoten een winkelgebouw te herontwikkelen. Het is nog onbekend of het gebouw wordt gesloopt of gerenoveerd. De voorgenomen ontwikkeling betreft een mogelijke functiewijziging binnen de projectlocatie. Of de functionaliteit van de projectlocatie na realisatie in wezenlijk gewijzigd is, is ons onbekend. De Wet natuurbescherming is gericht op het duurzaam in stand houden van soorten in hun natuurlijke leefgebied. Niet alleen de instandhouding van verblijfplaatsen is van belang, maar ook de instandhouding van het leefgebied. De zorgplicht houdt in dat negatieve gevolgen voor flora en fauna zoveel mogelijk voorkomen moet worden. De zorgplicht dient te allen tijde in acht genomen te worden en geldt voor alle flora en fauna ongeacht status van bescherming. De vaststellingen van het nader onderzoek worden weergegeven in onderstaand tabel.
Tab. 6.0, vaststellingen , - = niet aanwezig, ? = mogelijk aanwezig (niet uit te sluiten), X = aanwezig
Verblijf-/ nestplaats
Projectlocatie maakt onderdeel uit van het leefgebied voor
Risico’s
Ingreep verstorend
Actie
Soort
Winter
Zomer
Kraam
Paar
Gewone dwergvleermuis Laatvlieger Overige soorten
-
-
-
-
1-2 individuen
Geen
-
-
-
1-2 individuen Diverse soorten
Geen Geen
-
-
Enkele waarneming, zie 5.2
Blad 16 van 18
6.1 Eindconclusie Dit Ruimtelijke Ontwikkeling project resulteert niet in het opheffen van vaste rust- en verblijfplaatsen en zal door het nemen van maatregelen geen wezenlijke invloed hebben op de gunstige instandhouding van beschermde soorten.
Binnen de projectlocatie bestaat het voornemen om binnen de bebouwde kern van Bunschoten een winkelgebouw te herontwikkelen. Het is nog onbekend of het gebouw wordt gesloopt of gerenoveerd. De voorgenomen ontwikkeling betreft een mogelijke functiewijziging binnen de projectlocatie. Of de functionaliteit van de projectlocatie na realisatie in wezenlijk gewijzigd is, is ons onbekend.
Binnen de projectlocatie zijn vastgesteld; . Deel leefgebied diverse broedvogels; . Deel leefgebied vleermuis; Buiten de projectlocatie . Leefgebied diverse broedvogels; . Leefgebied vleermuis;
Schade kan volledig worden voorkomen. Er behoeft geen ontheffing aangevraagd te worden.
De algemene zorgplicht blijft van kracht. Bij calamiteiten zal opnieuw moeten worden beoordeeld welke maatregelen passend zijn.
Dhr. G.R Bouw Nijkerk, 27 oktober 2021
Blad 17 van 18
7
Bijlage
7.1
Bijlage 1 bronnen
Literatuur
Ministerie van I&M (2012). Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte. Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig. Ministerie van LNV (2004). Besluit van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit TRCJZ/2004/57, houdende vaststelling van rode lijsten flora en fauna. Ministerie van LNV (2009). Besluit van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit van 28 augustus 2009, 25344, houdende vaststelling van geactualiseerde Rode lijsten flora en fauna. BIJ12 kennisdocument gewone dwergvleermuis (juli 2017) Vleermuisprotocol Netwerk Groene Bureaus (2017)
Internet Soortinformatie
www.zoogdierenvereniging.nl www.vleermuisnet.nl www.vogelbescherming.nl www.sovon.nl www.vleermuizenindestad.nl
Bijbehorende (leidende) documenten Quickscan Wet natuurbescherming ontwikkeling ‘Broerswetering 8’ te Bunschoten opgesteld 30 april 2021, door FF Solutions
Blad 18 van 18
7.2 Bijlage 2 Kaart
Kaart 1:124000, rood omcirkeld projectlocatie (achtergrondbron: www.pdok.nl)