B18 reactie aanbesteding textiel AVU
Tekst van het document
Geacht college van B&W, met name de wethouder met afval en/of Sociale Zaken in de portefeuille
Bijgevoegd treft u een gezamenlijke reactie aan van Utrechtse kringlooporganisaties op het genomen besluit van 30 juni 2021 door bestuur van de AVU om de bij haar Utrechtse deelnemende gemeenten een akkoordverklaring te vragen om akkoord te gaan met een gezamenlijke aanbesteding textiel. Wij adviseren u dringend om de akkoordverklaring niet te tekenen en indien dit al gebeurd mocht zijn, u te beroepen op het feit dat u onvolledig en onjuist geïnformeerd bent. Zeker gezien het feit dat door deelname aan de aanbesteding het voortbestaan van de kringlooporganisaties ernstig bedreigd wordt. Ook zien wij meer nadelen dan voordelen voor de gemeenten. Wij, de hieronder genoemde kringlooporganisaties, zijn pas medio juli 2021 op de hoogte gekomen van de stukken van de gezamenlijke aanbesteding van textiel en zijn niet geïnformeerd noch geraadpleegd zoals in de documenten (zie bijlagen) van de AVU gesteld wordt. Vandaar de reactie op dit moment. Hieraan voorafgaand hebben wij overlegd over onze reactie. Wij hebben onze argumenten voor u in onze reactie op een rij gezet. Kort samengevat komt de reactie op het volgende neer. De positie, belangen en standpunten van de kringloopbedrijven zijn vrijwel volledig genegeerd.
Gevolg is een voorgenomen wijze van aanbesteding waarin geen rekening is gehouden met landelijke doelstellingen voor hergebruik van textiel binnen Nederland, geen rekening is gehouden met lokale (sociale) werkgelegenheidseffecten en het daarbij bovendien de vraag is of de procedure mededingingsrechtelijk op een correcte manier is verlopen Alle kringlooporganisaties zijn stichtingen zonder winstoogmerk en gecertificeerd lid van de Branchevereniging Kringloopbedrijven. Alle organisaties hebben een langdurige relatie met de gemeenten waarin zij actief zijn.
Namens de directies van de kringlooporganisaties en de Branchevereniging Kringloopbedrijven, Noppes Kringloopwinkels (w.o. Houten, Woerden, Nieuwegein, IJsselstein)
De Arm Utrecht
Emmaus Haarzuilens Utrecht
KringloopCentrum Amersfoort-Leusden
Kringloopcentrum Baarn-Bunschoten-Nijkerk
Emmaus Domstad Utrecht
Kringloop Restore (w.o. Veenendaal en Renswoude)
KringloopCentrum Eemnes-Huizen
Kringkoop (De Ronde Venen, Stichtse Vecht) Pagina 1 van 10
Reactie kringlooporganisaties op besluit bestuur AVU om de Utrechtse gemeenten te vragen akkoord te gaan met gezamenlijke deelname aanbestedingsprocedure textiel Aanleiding voor reactie De AVU (Afvalverwerking Utrecht) heeft de vraag uitgedaan aan de Utrechtse gemeenten of zij zich akkoord verklaren om mee te doen een aan aanbestedingsprocedure voor de inzameling, sortering en vermarkten van textiel in het najaar 2021, met de verplichting met de winnende inschrijver een overeenkomst af te sluiten. Wij, de kringlooporganisaties in de provincie Utrecht alsmede onze branchevereniging , hebben indirect kennis genomen van de betreffende documenten. De documenten bevatten naar ons idee onjuistheden, zijn niet volledig, bevatten suggestieve informatie en geven niet de zienswijzen van de kringlooporganisaties weer. Dit leidt ons inziens tot verkeerde besluitvorming. De documenten waarvan we kennis hebben genomen: - Uitgangspuntennotitie aanbesteding textiel (besproken binnen AVU op 9 dec 2020) - Begeleidend schrijven d.d. 16 juni 2021 aan het algemeen bestuur AVU nr. 21/01/11/5v - Verslag ambtelijk overleg textiel AVU 25-05-2021 - Presentatie ambtelijk overleg textiel 25-05-2021 - Akkoordverklaring deelname aanbestedingsprocedure textiel.
Consequenties aanbesteding Akkoord gaan met deelname van en acceptatie van de uitkomsten van de aanbestedingsprocedure heeft grote, ongewenste consequenties voor de kringlooporganisaties. Het bedreigt het voortbestaan van de kringlooporganisaties. Deze bedreiging heeft ook nadelen voor de gemeenten. Het verandert de samenwerking tussen gemeenten en kringlooporganisaties en de resultaten daarvan op het gebied van milieu en arbeidsdeelname. Textielverkoop in de winkel is de basis van het break-even verdienmodel van kringlooporganisaties. Het genereert ook veel werkplekken. Met de aanbesteding wordt er op dwingende wijze een model opgelegd over de werkwijze met betrekking tot textielinzameling, - sortering en vermarkting. Dit heeft een grote negatieve impact op de exploitatie en de functie van kringlooporganisaties in de samenleving. Al kan, zoals de AVU stelt, bij de aanbesteding de gemeente ervoor kiezen om de inzameling uit de aanbesteding te laten, dan teken je met de akkoordverklaring dat al de ingezamelde textiel naar het sorteerbedrijf moet gaan en dat de kringlooporganisatie de kleding gesorteerd terug moet kopen. Deelname aan de aanbesteding leidt tevens tot een monopolist in de provincie Utrecht waarmee een langdurige samenwerking wordt aangegaan.
Het gaat nu om een akkoord voor deelname waarvan niet duidelijk is hoe deze uitwerking is en wat de consequenties daarvan zijn. Deelname betekent ook dat de gemeente de uitkomst van de aanbestedingsprocedure accepteert. Deze consequenties zijn in elk geval niet geïnventariseerd bij onderstaande kringlooporganisaties. Eerder ondervond kringlooporganisatie Noppes (toen nog KMH) de negatieve consequenties van het aangaan van een langdurige exclusieve overeenkomst met kledingtextielinzamelaar Kici (voorganger van Symphony) en kledingsorteerbedrijf Textiles BV voor haar winkels in de provincie Utrecht. Deze externe sortering leidde in 2011 bijna tot sluiting van de winkels van Noppes in Utrecht. Het aanleveren van kleding van de juiste kwaliteit en van het goede seizoen waren jarenlang zwaar onvoldoende. Na een langdurig juridisch proces is uiteindelijk Noppes weer vrij om de kleding zelf te sorteren. Pagina 2 van 10
Besluitvorming B&W Een besluit met grote impact vraagt om zorgvuldigheid en transparantie. En ook om betrokkenheid van de betreffende partijen. De vraag naar het transparant maken van de textielstromen is opmerkelijk genoeg niet aan de kringlooporganisaties gesteld.
Hieronder gaan we in op de volgende punten: • Proces • Inhoud van de documenten • Relatie met de gemeenten • Conclusie
PROCES Onze belangrijkste opmerkingen: Betrokkenheid / mate van consultatie De kringlooporganisaties, op Kringkoop Mijdrecht na en in mindere mate ook Restore Kringloop, zijn niet geïnformeerd noch geconsulteerd gedurende het hele proces. In de begeleidende brief van 16 juni aan het bestuur van de AVU wordt gesteld: ‘De AVU heeft met een aantal gemeenten en ook met kringlooporganisaties uitvoerig gesproken over de textielinzameling binnen hun gemeenten en de gevolgen van een aanbesteding van de AVU’ in het document Afvalverwijdering Utrecht nr 21/011/5v – Aanbesteding textiel is onjuist. Het is ons inziens geen juiste weergave van de werkelijkheid. Uitvoerig gesproken is er alleen door de heer P. Kompier van de AVU met Kringkoop Mijdrecht. Er is met het overgrote deel van de Utrechtse kringlooporganisaties absoluut niet gesproken over de concrete aanbestedingsplannen en de gevolgen van de aanbesteding, zowel niet in de kleinere gemeenten maar ook niet in de grotere gemeenten zoals Amersfoort en Utrecht. Namen van kringlooporganisaties worden niet genoemd. De tekst suggereert dat er draagvlak zou bestaan onder de kringlooporganisaties voor de voorgnomen aanbesteding , hetgeen blijkens deze brief geenszins het geval is.
Bij de gemeente Veenendaal is een verzoek gedaan door de AVU of de gemeente zou willen aansluiten bij een samenwerking, hierop heeft de gemeente aangegeven hiervoor momenteel geen aanleiding te zien, dit mede omdat zij zijn aangesloten bij de ACV-groep en Restore Kringloop. Er heeft een bedrijfsbezoek plaatsgevonden in het sorteercentrum van Restore in Ede waarbij dhr P Kompier de organisatie heeft gezien en zijn kerncijfers gedeeld. Ook in dit gesprek werd bevestigd wat de keuze van de gemeente Veenendaal was. Bij de inventarisatie is ook geen contact opgenomen met de Branchevereniging Kringloopbedrijven. Er zijn inmiddels beleidsdoelstellingen vastgelegd voor hergebruik van textiel in Nederland vastgesteld door Staatssecretaris van Veldhoven van 5% nu, naar 10% in 2025 en 15% in 2030 (zie voortgangsprogramma 2021 Beleidsprogramma Circulair Textiel). Hieraan leveren de kringlooporganisaties een cruciale en transparante bijdrage. De branchevereniging vreest dat naast werkgelegenheidseffecten ook de onlangs vastgestelde doelen voor het binnenlands hergebruik van textiel uit beeld zullen verdwijnen.
Pagina 3 van 10
Onderwerpen van proces •
Niet alle relevante onderwerpen zijn onderdeel geweest van het proces. De vraag over wat de consequenties zijn voor de kringlooporganisaties van de aanbesteding textiel is niet aan de kringlooporganisaties gesteld, met uitzondering van Kringkoop Mijdrecht. Uit de genoemde documenten blijkt dat er geen antwoorden zijn gegeven op de consequenties met betrekking tot de volgende onderwerpen: • werkgelegenheid in kringlooporganisaties • financiële gevolgen voor de kringlooporganisaties Het achterhalen hiervan is geen onderdeel van het proces geweest. De gemeenten hadden behoefte aan duidelijkheid over de lokale invulling door de kringlooporganisaties en de samenstelling van de ingezamelde en gesorteerde stromen. Naar aanleiding daarvan heeft er een ambtenarenoverleg plaatsgevonden op 25 mei jl. Uit de presentatie op dit overleg en ook uit het verslag van de bijeenkomst blijkt dat dit onvoldoende aan de orde is geweest en vragen onjuist of niet volledig beantwoord zijn. Zo antwoordt de heer Kompier op de vraag van mevrouw Bakker wat er gebeurt met mensen die nu in de kringloopwinkels de textielsortering doen, dat “er bij de inzameling en de opschoning van het textiel niks verandert ten opzichte van de huidige situatie”. Dit is juist maar beantwoord niet de vraag. Op dat kleine deel van het werk verandert er qua volume van het werk niets.
De vraag ging echter over het werk dat daarna komt, het daadwerkelijke sorteren, waarin in iedere winkel tientallen personen werken, dat geheel verdwijnt uit de kringloop met de aanbesteding. Vervolgens stelt hij dat “het proces van fijnsortering is niet geschikt voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt” en dat is dus onjuist. Ook blijkt uit de documenten dat er alleen in vage bewoordingen over consequenties is gesproken. Wij, als kringlooporganisaties, kunnen deze duidelijkheid wel verschaffen. Over de genoemde onderwerpen is met ons niet gesproken.
Transparantie •
De Uitgangspuntennotitie aanbesteding textiel die in december 2020 gereed was en besproken is door het bestuur van de AVU is niet door AVU en ook niet door gemeenten gedeeld met de kringlooporganisaties. Wij begrijpen dit niet, zeker niet in relatie tot het belang van transparantie; een belang waaraan AVU veel waarde hecht.
•
Het gebruik van logo’s van kringlooporganisaties in de presentatie suggereert ons inziens dat de AVU mede namens de kringlooporganisaties spreekt. Er lijkt ons inziens sprake van een grotere betrokkenheid dan werkelijk. Met geen enkele kringlooporganisatie is hierover contact geweest en geen enkele kringlooporganisatie heeft toestemming gegeven voor het gebruik van hun logo.
INHOUD Onze belangrijkste opmerkingen over de inhoud volgen hieronder. De opmerkingen betreffen veelal onjuistheden, onvolledigheden en suggestieve tekst. •
Op pagina 2 van het document Afvalverwerking staat: ‘Na de aanbesteding blijft de rol van de kringlooporganisaties onveranderd’’. Dit is pertinent onwaar. Het sorteerbedrijf dat de aanbesteding wint, krijgt het monopolie over inname en afzet van niet alleen de niet-herdraagbare recyclestromen, maar ook van al het herdraagbare textiel. De kringlooporganisaties hebben het meest fijnmazige en uitgebreide Nederlandse netwerk van Pagina 4 van 10
detailhandel in tweedehands textiel en worden met deze aanbesteding of gedwongen tot winkelnering bij één leverancier (de sorteerder) , ongeacht prijs, kwaliteit, volumebehoefte. De sorteerder wordt monopolist. Ook het feit dat ‘verschillende partijen aangegeven hebben niet meer in te schrijven op aanbestedingen, waarbij een deel geroofd is’ moet alarmbellen doen rinkelen. Wij overwegen dit bij doorgang ter toetsing voor te leggen aan de Nederlandse Mededingingsautoriteit. De voorgenomen wijze van aanbesteding bemoeilijkt het behalen van de doelstellingen in het beleidsplan circulaire textiel 2020-2025 . Immers de kringloopbedrijven kennen de lokale afzetmarkten als geen ander en sorteren (nota bene met inzet van social return) zeer specifiek voor de lokale afzetmarkt. Indien kringloopbedrijven niet meer de eerste keuze hebben dan gaat dat vrijwel zeker ten koste van het aanbod in de kringloopwinkels en werkgelegenheid. Als een kringlooporganisatie ervoor kiest om toch zelf de herdraagbare fractie te sorteren, wordt het financiële effect hiervan volledig overgeheveld naar de sorteerder, doordat het de kringlooporganisatie niet is toegestaan om zelf verder te sorteren en de ( ook financiële) regie te houden over de overige stromen; hoe transparant die ook zijn. •
Op pagina 3 van het document Afvalverwerking staat: ‘Gemeenten en kringlooporganisaties moeten zich ervan bewust zijn dat de vergoeding die men gewend was definitief verleden tijd zijn’. Hiermee claimt de AVU de gehele winstmarge alvast voor de winnende ( commerciële) aanbestedingspartij. Daar komt bij dat met de op handen zijnde wetgeving rond producentenverantwoordelijkheid en bijbehorende geldstromen deze bewering in een heel ander daglicht komt te staan.
•
Op pagina 3 van het document Afvalverwerking staat: ‘De inkomsten die de kringlooporganisaties ontvangen voor de afzet en verkoop van het textiel, evenals de inkoopprijs voor de textielpakketten voor verkoop in de winkel kunnen worden geborgd in het aanbestedingstraject’. De prijzen mogen dan wel vastgelegd worden, maar op de geleverde kwaliteit van de textielpakketten die in de kringlooporganisatie moet inkopen bij het sorteerbedrijf, heeft de kringlooporganisatie geen enkele invloed. Aangezien de kringlooporganisaties door de aanbesteding gedwongen bij de monopolist moet afnemen, en dit sorteerbedrijf als inteernationaal handelaar geen direct belang heeft in de lokale verkoop aan de burger, ontstaat een zeer ongewenste situatie. Namelijk het minder verkopen van herdraagbaar textiel.
•
Op pagina 2 van het document Afvalverwerking staat: ‘De AVU wil transparantie in de afzet van het gesorteerde textiel, daarom dient het ingezamelde textiel in Nederland fijngesorteerd te worden’. De tekst wekt de suggestie dat sortering in veel stromen veel transparantie geeft. Dit is niet juist. Wij lichten hieronder toe:
•
Bovenstaande zin wekt naar ons idee de suggestie dat de kringlooporganisaties niet kunnen fijnsorteren. Wij zijn zeker in staat om in meerdere reststromen te sorteren.
•
De begrippen ‘fijnsortering’ en ‘grofsortering’ worden geframed door het zonder argumenten te koppelen aan het begrip transparantie. De begrippen worden inhoudelijk niet uitgelegd. Wel wordt er een zware relatie gelegd met transparantie. En ook deze relatie wordt niet uitgelegd.
•
Transparantie wordt neergezet als een doel op zich. Wij, in aansluiting op het landelijke regeringsbeleid, zetten in op milieuwinst. Transparantie hierbij is als middel van groot belang. Pagina 5 van 10
•
Afhankelijk van de soort partij die door een sorteerder wordt gesorteerd, zijn er twee hoofdstromen: * geroofd en * ongeroofd. Zowel geroofde ( deel winkelkwaliteit er uitgehaald voor eigen verkoop) als ongeroofde / geschoonde partijen kunnen verder worden gesorteerd in: 1. herdraagbaar 2. niet-herdraagbaar. De fractie herdraagbaar ( waar de meeste milieuwinst te behalen is) kan verder worden fjingesorteerd in broek bij broek, shirt bij shirt etc., maar zal bij geroofd niet voor de Nederlands markt zijn ( want die kwaliteit is er dan al uit). Deze stromen worden vooral geëxporteerd, en de transparantie van deze verkoopkanalen hangt niet af van het aantal fracties waarin is uit gesorteerd, het zal niet zozeer de milieu-waarde verhogen, alleen de financiële waarde. De fractie niet-herdraagbaar kan ook verder worden 'fijngesorteerd' in allerlei recyclebare stromen, zoals katoen, wol etc. ter vervezeling of andere verwerking. Deze stromen worden zoveel mogelijk in Nederland verder verwerkt, als er voldoende verwerkingscapaciteit / vraag voor is. Zo niet, dan belanden deze stromen alsnog in het restafval. Dit is niet het effect van niet uitsorteren, maar van gebrek aan ( binnenlandse) verwerkingsmogelijkheden. Commerciële sorteercentra zijn hierin niet meer of minder transparant dan kringloopcentra als het gaat om afzetkanalen.
Er zijn beleidsdoelstellingen vastgelegd voor hergebruik van textiel in Nederland, waar de Kringloopcentra overtuigend en transparant een grote bijdrage aan leveren.
•
In de gehele Massabalans 2018, alsmede in het Beleidsprogramma circulair textiel komen de begrippen fijnsortering en grofsortering niet voor. Het zijn geen argumenten of meetpunten in de Voortgangsrapportage van 20-05-2021 van de staatssecretaris. Fijnsorteren is daarmee geen onderdeel van het landelijke beleid. Hergebruikdoelstellingen zijn dat, zoals eerder gesteld wel. Zie nogmaals de voortgangsrapportage van het beleidsprogramma circulair textiel 2020-2025. https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2021/05/20/bijlage-1voortgangsrapportage-beleidsprogramma-circulair-textiel
•
De algehele indruk Is dat transparantie niet het hoofddoel is van de aanbesteding. Een beperkt aantal gemeenten waar niet de kringlooporganisaties maar organisaties als Reshare en Sympany kleding inzamelen (soms ondergronds) raken inkomsten kwijt die zij voorheen van ontvingen van deze organisaties. Deze inzamelaars stellen nu dat als zij transparant de reststomen uit moeten sorteren er geld bij moet, behalve….. als zij al het textiel krijgen. Dit lijkt de echte hoofreden van de aanbesteding. Vervolgens worden er argumenten ingebracht, vanuit een eenzijdig perspectief, die bovendien deels onwaar zijn, om de totale textielstroom middels de aanbesteding bij een grotere textielsorteerder te krijgen. Deze problematiek treft een enkele gemeente en lijkt nu met onjuiste informatie en verkeerde argumenten te worden afgewenteld op alle Utrechtse gemeenten, middels de aanbesteding. Daarnaast blijkt uit de documenten dat met de lokale werkgelegenheidseffecten nauwelijks rekening is gehouden. Van een zorgvuldige integrale belangenafweging is daarmee geen sprake.
•
RMN geeft aan zelf textiel te willen inzamelen. Het handmatig legen van bovengrondse textielcontainers is arbeidsintensief. Dit werk wordt al jaren in een groot deel van de gemeenten door Utrechtse kringlooporganisaties gedaan. Het zelf willen uitvoeren van deze activiteit door een intergemeentelijke organisatie en deze betaalde werkgelegenheid dus wegnemen bij de kringlooporganisatie is een slecht idee, gezien dit veelal door medewerkers uit de doelgroepen Pagina 6 van 10
gedaan wordt. Er wordt niet uitgelegd wat het belang voor haar gemeenten daarbij zou zijn en het inzamelen door medewerkers van de RMN zal zeker niet goedkoper zijn. •
In de Uitgangspuntennotitie aanbesteding textiel op pagina 9 wordt gesteld dat het een voordeel is indien de kringloopwinkels niet zelf hoeven te sorteren; ‘In de praktijk blijkt dit namelijk toch vaak ongeschikt en te zwaar werk voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt, ondanks alle goede bedoelingen’. Wij zijn het hiermee oneens. Het sorteren van kleding is niet te zwaar en gebeurt al tientallen jaren door medewerkers van kringlooporganisaties. Het sorteren van kleding is juist een hele aantrekkelijke werksoort voor een hele grote groep mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. Bij de meeste kringlooporganisaties is het sorteren van kleding juist een van de meest aantrekkelijke werksoorten. Ook veel vrijwilligers doen met plezier dit werk. De enige kringlooporganisatie (voormalig onderdeel SW-bedrijf) die geconsulteerd is, en die moeite had om de textielsorteer-werkplekken te bezetten en is een organisatie die werkt met mensen van de krimpende sociale werkvoorziening. Deze specifieke case kan niet als voorbeeld dienen voor de overige kringlooporganisaties.
•
Letterlijk staat er in het document Afvalverwijdering Utrecht nr 21/011/5v – Aanbesteding textiel: ‘Met het lezen van de uitgangspuntennotitie wordt duidelijk dat de gemeenten feitelijk voor de volgende keuzes staan: ➢ Wel of niet aansluiten bij een aanbesteding van textiel in AVU-verband? ➢ Wordt naast de sortering ook de inzameling van het textiel aanbesteedt, of niet? ➢ Wordt het textiel ‘origineel’ (ongeroofd) aangeboden waarbij de kringlooporganisatie door de textielsorteerder van textiel wordt voorzien voor verkoop in de winkel, of niet?’
. De indruk na het lezen van de stukken van de AVU is dat zij maar één visie weergeven, waarin de kringlooporganisaties van Utrecht zich niet herkennen. Daarnaast lijken bovenstaande vragen te suggereren dat er maar één oplossing is en andere mogelijkheden worden niet genoemd. Indien meer transparantie of inzicht in stromen het doel is kan dit in gesprek met de kringlooporganisaties worden besproken. De zekerheid van lokaal hergebruik met inzet van social return mag niet teniet gedaan worden door een onzorgvuldig voorbereidde aanbesteding.
Ontbrekende informatie •
Recent is er door een aantal bij de Branchevereniging aangesloten kringlooporganisaties een textielcoöperatie opgericht, die zich expliciet bezig houdt met het sorteren en transparant verhandelen van het niet herdraagbaar textiel. Een aantal Utrechtse kringlooporganisaties oriënteert zich op deelname aan deze textielcoöperatie.
•
Ook het in de presentatie genoemde Utrechtse, aan kringloop gelieerde, kledingsorteerbedrijf Kringtex, die al 20 jaar naast de fijnsortering van herdraagbaar textiel ook de niet-herdraagbare kleding fijnsorteert in recyclebare reststromen, is in gesprek met de nieuwe textielcoöperatie om samen te bekijken hoe de bij haar aangesloten kringlooporganisaties dit verder regionaal vorm kunnen geven. Dit met aandacht voor de gewenste transparantie.
•
In de genoemde presentatie worden landelijke cijfers gegeven. De herkomst van de cijfers worden niet genoemd en zijn deels onjuist. Relevant zijn vooral de cijfers op het niveau van de Pagina 7 van 10
provincie Utrecht. De kilogrammen geven bijvoorbeeld een indicatie van de benodigde grootte en capaciteit van het sorteerbedrijf. •
De negatieve financiële consequenties van de aanbesteding (inkoop van gesorteerde kleding van mindere kwaliteit) zijn in het geheel niet gegeven. De inkoop van textiel bij het sorteerbedrijf zal voor een kleine winkel al snel boven de € 100.000 bedragen. Gezien de kosten van huur en personeel zal de kledingafdeling in plaats van een opbrengstencentrum een kostenpost worden. Dit zal bij de sterke afhankelijkheid van de verkoopopbrengst van onze kringloopwinkels noodgedwongen ertoe leiden dat we de m2 van de kledingafdeling moeten terugbrengen en dus minder stuks kleding verkopen. Eventuele prijsstijgingen van de stuks die te koop worden aangeboden zijn het onvermijdelijke gevolg. Dit zorgt ervoor dat er minder kleding verkocht zal worden voor de mensen met een kleinere beurs. Het verwachte effect is minder verkoop van herdraagbaar textiel. Dat is ons inziens niet verenigbaar met de landelijke en lokale doelstellingen!
•
De lokale verschillen in inzameling en verwerking van het textiel zijn relevant, omdat de consequenties zowel voor de gemeente als ook de kringlooporganisatie, daarmee ook verschillen. In de documenten is hieraan geen aandacht gegeven. In het ambtenarenoverleg wordt gesteld dat het als het model van terugkopen van textiel in 2 gemeenten werkt dat het zich bewezen zou hebben. Dit is een hele gevaarlijke opmerking. De situatie van het de ene kringlooporganisatie is echt fundamenteel anders en ook haar financiering. Deze zit bij de ene organisatie veel meer in personele/re-integratie subsidies dan een andere die uitsluitend op de verkoop in de winkel leunt en dit worden er steeds meer. De verkoop van goed textiel kan dan tot 40% van de totale kosten (inclusief personeel) voor haar rekening nemen.
RELATIE MET DE GEMEENTEN We waren in de veronderstelling dat we tijdig en transparant betrokken zouden worden om onze bijdrage te kunnen leveren aan toekomstige landelijke milieudoelstellingen en doelstellingen die de onderlinge samenwerking betreffen, ook op het gebied van bijvoorbeeld inclusiviteit en SROI. De Utrechtse kringlooporganisaties hebben een jarenlange goede samenwerking met de gemeenten waarin ze actief zijn. Wij betreuren het dan ook ten zeerste dat een intergemeentelijke organisatie op een ander relationeel niveau dan de reguliere samenwerking de inventarisatie heeft uitgevoerd.
Pagina 8 van 10
CONCLUSIES Onze belangrijkste conclusies: •
De consequenties van de aanbesteding bedreigen het voortbestaan van de kringlooporganisaties. Dit betekent dat er veel inclusieve arbeid verdwijnt, ook als de kringlooporganisatie wel blijft bestaan. Daarnaast zal er minder kledingstukken in de winkels worden verkocht en heeft de aanbesteding een averecht effect op de landelijke en gemeentelijke milieudoelstellingen.
•
De indruk na het lezen van de stukken van de AVU is dat zij maar één visie weergeven, waarin de kringlooporganisaties van Utrecht zich niet herkennen. Daarnaast lijken bovenstaande vragen te suggereren dat er maar één oplossing is en andere mogelijkheden worden niet genoemd. Indien meer transparantie of inzicht in stromen het doel is kan dit in gesprek met de kringlooporganisaties worden besproken. De zekerheid van lokaal hergebruik met inzet van social return mag niet teniet gedaan worden door een onnodige aanbesteding.
•
Het besluit van het bestuur van de AVU om akkoord te vragen aan de deelnemende gemeenten is ons inziens op grond van onjuiste en onvolledige informatie gebeurd, mede als gevolg van een onvoldoende goed doorlopen proces.
•
In aansluiting op het vorige punt is het niet wenselijk dat de akkoordverklaring wordt getekend. Indien dit reeds gebeurd is hopen wij dat u dit herroept.
•
In de uitgangspuntennotitie staan meerdere zaken genoemd die lijken te hebben geleid naar de wens tot aanbesteden textiel, zodat al het textiel bij 1 textielsorteerbedrijf gesorteerd gaat worden. De indruk is dat de problematiek van een enkele gemeente die onder druk staan van de grote inzamelaars (met veelal ondergrondse containers) onder valse voorwendselen is afgewenteld op de overige gemeenten middels de aanbesteding. Dit legt een bom onder afspraken die gemeenten al jarenlang met kringlooporganisaties hebben en dus op het voortbestaan van de kringlooporganisaties. Wellicht zit een snelle en een door het ministerie aangedragen oplossing in het vervangen van ondergrondse containers door handgeloste bovengrondse containers, zoals reeds in Rotterdam succesvol is gedaan.
•
Het proces is onvoldoende geweest: - De kringlooporganisaties en de Branchevereniging zijn niet voldoende betrokken en geconsulteerd. - Meerdere relevante onderwerpen zijn geen onderdeel geweest van het proces en de juiste vragen zijn niet gesteld.
•
Gegevens zijn onvolledig, niet onderbouwd en zeer tendentieus. Gebezigde terminologie sluit niet aan op het beleidsplan circulair textiel. Daarmee wordt ons inziens niet het juiste beeld geschetst waarop besluitvorming moet plaatsvinden.
•
De sorteerder wordt door de aanbesteding monopolist. Wij overwegen dit bij doorgang ter toetsing voor te leggen aan de Nederlandse Mededingingsautoriteit.
•
De AVU zegt terecht dat de verwerking van textiel geen overgedragen taak is aan de AVU. De onvolledigheid en gebrek aan onderbouwing en inhoud van de uitgangspuntennotitie is des te verbazingwekkender. Er is een wetsontwerp al aangenomen in de Tweede Kamer om de ‘gemeentelijke regelingen ‘ organisaties meer democratisch en transparanter te maken. Ook
Pagina 9 van 10
de AVU zou in dit textieldossier alsnog voor een transparant, democratisch proces moeten opteren.
VERVOLG Wij begrijpen dat sommige opmerkingen stevig kunnen overkomen. We zagen ons genoodzaakt om deze toch te maken gezien de consequenties voor de kringlooporganisaties en de gemeenten. Wij gaan graag met elkaar in gesprek over het vervolg en zijn zeer bereid om constructief mee te denken. Wij hopen dat de kringlooporganisaties eerst de kans krijgen om te onderzoeken hoe zij de toenemende landelijke eisen op gebied van kledinginzameling en sortering kunnen matchen en gezamenlijk met de betreffende gemeenten dit kunnen uitwerken.
Pagina 10 van 10