CConstaterende datBrummen
Koppel je AI →
Document · PDF

(134) Achtergrondrapport Programma Mobiliteit D433795

Besluitvormende raadsvergadering 27 juni 2024, gemeente BrummenBij agendapunt: Programma Mobiliteit 2050, Ruimte voor beweging16.321 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Niet gevonden in dit document.

433795

PROGRAMMA MOBILITEIT RUIMTE VOOR BEWEGING I ACHTERGRONDRAPPORT I BIJLAGE 1

IN SAMENWERKING MET

INHOUDSOPGAVE 01 Structuur & demografie Regionaal Lokaal

02 Mobiliteit in beeld Modal split Voetganger Fiets Openbaar vervoer Intensiteiten Auto Landbouw- en vrachtverkeer Veerpont

03 Verkeersveiligheid Ongevallen Locaties

Programma Mobiliteit 2050 Achtergrondrapport

Pag. 5 6 8

Pag. 16 17 19 21 27 29 32 37 38

Pag. 40 41 44

2

INHOUDSOPGAVE 04 Beleid & raakvlakken Lokaal Regionaal Provinciaal Landelijk

05 Brummenaren denken mee! Enquête Achtergrond Kwaliteit en belang Uitdagingen voor de toekomst Trends & ontwikkelingen Wat gaat goed? Wat kan beter?

06 Trends & ontwikkelingen Trends in relatie tot Brummen 20 landelijke trends

07 Input begeleidingsgroep (CBVV) Programma Mobiliteit 2050 Achtergrondrapport

Pag. 47 48 59 62 67

Pag. 73 74 75 77 81 82 83 84

Pag. 87 88 89

Pag. 92 3

LEESWIJZER Voor u ligt het ‘Achtergrondrapport’ van de ‘Programma Mobiliteit 2050 – Ruimte voor beweging’. Het programma is een beleidsdocument, waarin het beleid met betrekking tot verkeer en vervoer wordt uiteengezet. In dit achtergrondrapport vindt u alle achtergrondinformatie over mobiliteit in de gemeente voor de huidige situatie en waar mogelijk met een blik vooruit.

Hoofdstuk 4 – Beleid & raakvlakken geeft een weergave van het huidige beleid met raakvlakken voor verkeer en vervoer in de gemeente. Dit beleid en de raakvlakken op het gebied van beleid, zoals projecten, zijn uitgewerkt op lokaal, regionaal, provinciaal en landelijk niveau. De belangrijke en relevante beleidsstukken worden hier samengevat.

Hoofdstuk 1 – Structuur & demografie geeft de feitelijke structuur van de gemeente weer en de directe omgeving, op regionaal schaalniveau en op lokaal niveau. Dit hoofdstuk geeft ook informatie over de demografie en de toekomstverwachting wat betreft leeftijdsopbouw en gezinssamenstelling.

Hoofdstuk 5 – Brummenaren denken mee laat zien hoe de mensen die de enquête hebben ingevuld denken over het verkeer en vervoer in de gemeente. De mening van de respondenten is in dit hoofdstuk uitgewerkt, met onder andere informatie over de meest gebruikte vervoerwijzen nu en in de toekomst en de relevante trends en ontwikkelingen die de respondenten zien voor de komende jaren.

Hoofdstuk 2 – Mobiliteit in beeld laat voor elke relevante vorm van mobiliteit binnen de gemeentegrenzen van Brummen zien wat de huidige stand van zaken is. De modal split is opgenomen, de drukste plekken voor voetgangers, het fietsnetwerk, de openbaar vervoer mogelijkheden, de structuur voor gemotoriseerd verkeer, informatie over vracht- en landbouwverkeer en de huidige staat van dienst van de veerpont. Hoofdstuk 3 – Verkeersveiligheid beschrijft de verkeersveiligheid van de afgelopen jaren in de gemeente. Op basis van VIA Stat data worden het aantal ongevallen en verkeersslachtoffers weergegeven en de trend van de afgelopen jaren. Daarnaast worden de gevaarlijkste plekken in de gemeente omschreven op basis van de data.

Programma Mobiliteit 2050 Achtergrondrapport

Hoofdstuk 6 – Trends & ontwikkelingen omschrijft in het kort welke trends en ontwikkelingen er landelijk spelen en welke het meest relevant voor de gemeente zijn. Algemeen. Aan het eind van elk hoofdstuk is een ‘groene’ pagina opgenomen zoals deze pagina. Deze pagina’s vormen de samenvatting van het hoofdstuk en op de pagina staat de belangrijkste informatie beschreven die meegenomen wordt in het Programma Mobiliteit.

4

01 Structuur & demografie

REGIONAAL – Verkeersstructuur REGIO STEDENDRIEHOEK De gemeente is onderdeel van de Stedendriehoek die gezamenlijk een Mobiliteitsagenda 2023-2027 hebben opgesteld. De Stedendriehoek ligt centraal in Oost-Nederland. Op het kruispunt van de A1 en de A50, de IJssel, de spoorverbinding oost-west (Randstad-Berlijn) en de spoorverbinding noord-zuid (Zwolle-Arnhem). Als regio in twee provincies, midden tussen de Randstad, Twente, Zwolle en ArnhemNijmegen. De regio is divers en bestaat uit zowel grote steden als gemeenten met meer landelijke kernen. Hoewel de uitdagingen op het gebied van mobiliteit soms verschillen, is er samenhang en blijft samenwerking binnen de regio noodzakelijk. VERKEERSSTRUCTUUR In de Stedendriehoek is Brummen de meest zuidelijk gelegen gemeente. Aan de oostzijde grenst de gemeente aan de IJssel, parallel aan de IJssel zijn de N345 en N348 gelegen. De N348 verbindt de Regio Arnhem-Nijmegen, de gemeente en Zutphen aan elkaar en de N345 verbindt de gemeente met Apeldoorn. Ter hoogte van De Hoven is recent een nieuwe rondweg geopend als onderdeel van de N345.

Programma Mobiliteit 2050 Achtergrondrapport

Over de IJssel is een veerdienst aanwezig welke een directe verbinding maakt naar Bronckhorst in de Regio ArnhemNijmegen.

De N786 en N787 doorkruisen de gemeente en realiseren de verbinding van oost naar west. Dit is de verbinding tussen de N345 en de A50. Vanaf de A50 kan richting het noorden (Apeldoorn) de A1 worden bereikt en richting het zuiden (Arnhem) de A12. Richting het zuiden is voor een deel van de inwoners van de gemeente de snelste route via de N348 en A348 richting Arnhem. Voor de meest directe verbinding naar Apeldoorn kan vanaf Dieren het Apeldoornskanaal worden gevolgd. Over de Apeldoornseweg en Kanaal Zuid kan Apeldoorn relatief snel worden bereikt.

6

REGIONAAL – Verkeersstructuur

Programma Mobiliteit 2050 Achtergrondrapport

7

LOKAAL – Landschap CAHIER 1 IDENTITEIT - LANDSCHAPSBIOGRAFIE “Het landschap in de gemeente Brummen is uniek door de afwisseling van landschapszones. Fietsend of lopend van de Veluwe naar de IJssel kom je door 6 zones die elk een eigen karakter hebben. Een dergelijke opeenvolging van landschapstypen zie je nergens anders. Dit geeft het Brummense landschap een geheel eigen identiteit.”, zo wordt geschreven in ‘Brummen – de Landschapsbiografie’. In de omgeving van de gemeente speelt water een hoofdrol, de gemeente bestaat uit een efficiënt netwerk van watergangen, onder andere naar de IJssel. Het overgrote deel van de gemeente ligt onder de zeespiegel, daarom werd in de middeleeuwen al gekozen om te wonen op de hoogst gelegen locaties: Eerbeek en Hall. Door de natuurlijke vorming van heuvels elders in het landschap ontstonden steeds meer bewoonbare locaties, zoals Leuvenheim en Brummen.

•

De lange rechte lijnen van wegen en waterlopen. Deze herinneren aan het middeleeuwse markenlandschap, dat ontstond in het natte gebied tussen de twee zones waar mensen konden wonen.

•

Het verleden nog zichtbaar. In belangrijke delen van het Brummense landschap zie je nog steeds het kleinschalige patroon van het oude cultuurlandschap. Zeker, er zijn veel houtwallen en landweggetjes opgeruimd, maar in vergelijking met veel andere landschappen is het Brummense landschap nog behoorlijk dooraderd met natuurlijke landschapselementen.

De identiteit van het Brummense landschap wordt in de landschapsbiografie onderscheiden in drie elementen: •

De zonering. Fietsend van de Veluwe naar de IJssel passeer je 6 zones, ieder met een eigen karakter. Die zonering is door het water gestuurd. Een dergelijke zonering vind je nergens in Nederland en maakt het Brummense landschap uniek.

Programma Mobiliteit 2050 Achtergrondrapport

8

LOKAAL – Ruimtelijke ontwikkelingen ROUTEKAART WONEN (2023) Brummen staat voor een grote opgave voor woningbouw en versnelling is nodig. Het laatste woningbehoefte-onderzoek uit 2018 (geactualiseerd in 2020) liet een opgave zien voor het toevoegen van 900 woningen tussen 2020 en 2030. De woningbehoefte is afhankelijk van meerdere factoren en is een dynamisch gegeven. Omdat de woningbehoefte voorlopig niet zal afnemen, heeft het college in september 2022 aan de provincie Gelderland de ambitie uitgesproken om te streven naar de realisatie van 1.250 woningen tot en met 2030. Dit betekent vanaf 2023 dus nog een toevoeging van zo’n 1.050 woningen. Dit aantal is ook opgenomen in de regionale woondeal die ondertekend is op 8 maart 2023 door de colleges van burgemeester en wethouders, het college van Gedeputeerde Staten van de provincie Gelderland en de minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening. WONINGBOUW ONTWIKKELINGSLOCATIES Om dit te realiseren zijn er diverse inbreidingslocaties uitgezet binnen de gemeente en zijn een aantal grootschalige locaties voor nieuwbouwwijken opgezet (Koersnota Loenen – Eerbeek, zie ook volgende pagina): 1.

Eerbeek – Lombok Zuid – 200 woningen;

2.

Eerbeek – Burgersterrein – 100 woningen;

3.

Brummen – Elzenbos – 460 woningen;

4.

Brummen – Stationsgebied noord – 250 tot 350 woningen;

5.

Brummen – Stationsgebied zuid – 250 tot 350 woningen;

Programma Mobiliteit 2050 Achtergrondrapport

6.

Brummen – Akkergeelster – 10 woningen;

7.

Brummen – Ambachtstraat – 24 woningen;

8.

Brummen – Sperwerstraat – 16 woningen;

9.

Leuvenheim – Metelerkampweg – 10 tot 20 woningen;

10.

Empe – Meeuwenbergweg – n.t.b.

Op het moment van schrijven zijn er nieuwe beleidsinzichten die reiken tot 2040, zie hiervoor Koersnota Loenen – Eerbeek. BEDRIJVENTERREIN HAZENBERG Dit bedrijventerrein heeft recent een uitbreiding met circa 2,5 ha gehad en er zijn op dit moment geen uitgeefbare kavels meer beschikbaar. Omdat de uitbreiding een nieuw bedrijventerrein is, is daar parkmanagement verplicht gesteld om zo kwaliteit te kunnen waarborgen. OVERIGE RELEVANTE ONTWIKKELINGEN De gemeente Zutphen gaat aan de slag met de plannen voor de toekomstige wijk De Hoven Noord. Daar gaat zij in de komende jaren woningen bouwen in het gebied ten noorden van de bestaande wijk De Hoven. Tegelijkertijd wordt er bekeken hoe dit gebied beter ingericht wordt. Dit is een relevante ontwikkeling voor de gemeente, aangezien dit invloed kan hebben op de bereikbaarheid van Empe. Het is van belang om rekening te houden met deze ontwikkeling bij het opstellen van het Programma Mobiliteit.

9

LOKAAL – Ruimtelijke ontwikkelingen kaart LEGENDA RUIMTELIJKE ONTWIKKELINGEN IN GROTERE OMVANG OF ONBEKENDE OMVANG

Programma Mobiliteit 2050 Achtergrondrapport

•

Eerbeek – Lombok Zuid (200 won.)

•

Eerbeek – Burgersterrein (100 won.)

•

Brummen – Elzenbos (460 won.)

•

Brummen – Stationsgebied noord (250 tot 350 won.)

•

Brummen – Stationsgebied zuid (250 tot 350 won.)

•

Leuvenheim – Metelerkampweg (10 tot 20 won.)

•

Empe – Meeuwenbergweg (n.t.b.)

•

Bedrijventerrein Hazenberg (2,5 ha)

•

Zutphen – De Hoven Noord (n.t.b.)

10

LOKAAL - Voorzieningen BELANGRIJKE VOORZIENINGEN Voor de gemeente zijn de belangrijkste voorzieningen in kaart gebracht (zie volgende pagina) in relatie tot mobiliteit. In de overzichtskaart op de volgende pagina zijn de volgende algemene voorzieningen gevisualiseerd: •

Centrumgebieden (inclusief drogist en horeca).

•

Supermarkten.

•

(Basis)scholen.

•

Stations.

•

Sportfaciliteiten.

Aanvullend zijn een aantal voorzieningen die specifiek en uniek voor de gemeente zijn, gevisualiseerd op de kaart. Dit zijn voornamelijk voorzieningen die van belang zijn vanuit toeristisch oogpunt, betreffende: •

Landal Coldenhove (vakantiepark).

•

Campings.

•

Nationaal Park Veluwezoom.

•

Buurthuizen.

Programma Mobiliteit 2050 Achtergrondrapport

11

LOKAAL - Voorzieningenkaart LEGENDA

3x 4x 4x

•

Centrumgebied (inclusief drogist en horeca)

•

Supermarkt

•

School

•

Station openbaar vervoer (trein en bus)

•

Station Eerbeek (stroomtrein)

•

Sportfaciliteit

•

Landal Coldenhove (vakantiepark)

•

Camping

•

Nationaal Park Veluwezoom

3x

Programma Mobiliteit 2050 Achtergrondrapport

12

LOKAAL - Demografie DEMOGRAFIE AFGELOPEN 20 JAAR In de afgelopen 20 jaar is het inwonersaantal van de gemeente redelijk stabiel tussen de 20.500 en 22.000 inwoners. Eerbeek is de grootste kern van de gemeente (10.000 inwoners), opgevolgd door de kern Brummen (8.500 inwoners). De andere kernen zijn aanzienlijk kleiner dan 1.000 inwoners per stuk (CBS, 2023). VOORSPELLING 2040 De provincie Gelderland stelt met enige regelmaat een nieuwe bevolkingsprognose op. Deze prognoses kunnen op gemeentelijk niveau fluctueren, maar zijn op regionaal niveau redelijk betrouwbaar. Per kern van de gemeente zijn geen groeiverwachtingen beschikbaar.

Primos 2022 is gebaseerd op de nationale prognose van eind 2021 (CBS). De prognose is een trendraming die gebaseerd is op de ontwikkeling van de binnenlandse migratie in het recente verleden. De vluchtelingenstroom vanuit Oekraïne door de oorlog is nog niet verwerkt in deze prognose. De bevolkingsprognose voor de gemeente tot 2040 (er zijn geen prognoses voor 2050 beschikbaar) is dat er een groei plaatsvindt van 2,2% ten opzichte van 2020. In 2020 had de gemeente 20.700 inwoners, dat zou betekenen dat er in 2040 circa 21.200 inwoners in de gemeente wonen.

2040 Inwoners: 21.200

Programma Mobiliteit 2050 Achtergrondrapport

2040 (Primos, 2022) (bewerkt door Goudappel) 13

LOKAAL – Leeftijdsklassen en gezinssamenstelling LEEFTIJDSKLASSEN De figuur rechts(boven) toont de prognose van het aandeel inwoners naar een bepaalde leeftijdsklasse in 2040. Uit de figuur blijkt dat er een groei plaatsvindt van het aantal inwoners ouder dan 65 jaar (wetende dat het totale inwonersaantal in Brummen groeit). Tegelijkertijd daalt het aantal inwoners tussen de 45 en 64 jaar sterk en wordt er een lichte groei verwacht van het aantal inwoners onder de 14 jaar.

HUISHOUDENS SAMENSTELLING In de samenstelling van de huishoudens verandert weinig tussen 2022 en 2040, volgens de prognosecijfers uit de figuur rechts(onder). Iets minder dan 1/3de van de huishoudens is een eenpersoonshuishouden, meer dan 1/3de bestaat uit een meerpersoonshuishouden zonder kinderen en 1/3de van de huishoudens bestaat uit een meerpersoonshuishouden met kind(eren) en eenoudergezinnen.

Programma Mobiliteit 2050 Achtergrondrapport

14

WAT NEMEN WE MEE? •

Het hoofdwegennet van Brummen vormt zich door twee regionale verbindingen die de gemeente doorkruisen: de N786 van de A50 tot aan de IJssel (nabij Dieren) en de N348/A348 die de verbinding vormt tussen Arnhem en Zutphen.

•

Om op het landelijk snelwegennetwerk te komen moet enige afstand worden afgelegd, er is geen op-/afrit beschikbaar in de gemeente. De gemeente heeft wel twee treinstations.

•

Het landschap van Brummen kenmerkt zich door drie elementen: de 6 zones met een eigen karakter en in belangrijke delen van het Brummense landschap zie je nog steeds het kleinschalige patroon van het oude cultuurlandschap.

•

De grootste woningbouwontwikkeling van de toekomst is gepland (nog niet vastgesteld) ten westen van het spoor in de kern Brummen, verspreid over twee locaties. Daarnaast vinden er tal van andere ontwikkelingen plaats die worden meegenomen in het Programma Mobiliteit.

•

De gemeente bestaat uit twee kernen van circa 8.500 tot 10.000 inwoners, respectievelijk Brummen en Eerbeek. De overige kleine kernen in de gemeente bevatten minder dan 1.000 inwoners.

•

De bevolkingsprognose voor de gemeente tot 2040 is dat er een groei plaatsvindt van 2,2% ten opzichte van 2020.

Programma Mobiliteit 2050 Achtergrondrapport

15

02 Mobiliteit in beeld 16

MODAL SPLIT – INTERN Modal Split (in verplaatsingen of ritten)  Gemeente Brummen  Nederland

Modal Split (in kilometers)  Gemeente Brummen  Nederland

TOELICHTING DATA Op basis van OViN data (Onderzoek verplaatsingen in Nederland) is een beeld verkregen van de gekozen vervoerwijzen van de Brummenaren. Aangezien het onderzoek een beperkte steekproef betreft is enige voorzichtigheid geboden met de verwerking van de resultaten. De resultaten geven een indicatie van de mate waarin de modaliteit wordt gebruikt. De figuur links toont de modal split voor verkeer dat binnen de gemeente verplaatst. De grafiek boven toont het aantal verplaatsingen of ritten en de grafiek onder toont het aantal kilometers dat binnen de gemeente wordt gereden per vervoerwijze in procenten (%). De gegevens voor de gemeente zijn afgezet tegen het landelijk Nederlands gemiddelde. INTERNE MODAL SPLIT Bij verplaatsingen binnen de gemeente is het fietsgebruik iets boven het landelijke gemiddelde met 40%. Ook het aandeel verplaatsingen met de auto als bestuurder is relatief hoog met circa 29%. In Voorst en Zutphen is dit respectievelijk 27% en 22%. Er wordt juist meer dan gemiddeld gewandeld naar bestemmingen binnen de gemeente. Het openbaar vervoer wordt intern binnen de gemeente nauwelijks gebruikt op basis van dit onderzoek. Dat is niet vreemd aangezien de gemeente een relatief lage dichtheid van openbaar vervoer heeft (bijvoorbeeld in vergelijking met het openbaar vervoernetwerk van de gemeente Apeldoorn).

In Voorst en Zutphen ligt dit aandeel respectievelijk op 0% en 1%.

Programma Mobiliteit 2050 Achtergrondrapport

17

MODAL SPLIT – EXTERN Modal Split (in verplaatsingen of ritten)  Gemeente Brummen  Nederland

LEESWIJZER De figuur links toont de modal split voor verkeer dat de gemeente in- of uitgaat. De grafiek boven toont het aantal verplaatsingen of ritten en de grafiek onder toont het aantal kilometers dat van en naar de gemeente wordt gereden per vervoerwijze in procenten (%). De gegevens voor de gemeente zijn afgezet tegen het landelijk Nederlands gemiddelde.

Modal Split (in kilometers)  Gemeente Brummen  Nederland

EXTERNE MODAL SPLIT Voor de externe verplaatsingen (van buiten de gemeente naar Brummen en andersom) geldt dat ongeveer de helft van de verplaatsingen met de auto wordt gedaan. Voorst en Zutphen scoren gelijkwaardig. Er worden van en naar Brummen wel bovengemiddeld veel verplaatsingen gemaakt als passagier en ook het aantal kilometers als passagier komt hoger uit dan het Nederlands gemiddelde. In Voorst en Zutphen liggen deze percentages lager dan het Nederlands gemiddelde. De fiets wordt bij 12% van de verplaatsingen gebruikt. Dit beeld komt redelijk overeen met het landelijk gemiddelde. Dit is in Zutphen gelijk en in Voorst 15%. Het aantal verplaatsingen in de trein is met 3% minder dan het landelijk gemiddelde van 6%. Ondanks dat er twee treinstations zijn gelegen in de gemeente is er een relatief laag gebruik. Dit is in Voorst en Zutphen respectievelijk 3% en 11%.

Programma Mobiliteit 2050 Achtergrondrapport

18

VOETGANGER – Drukte in beeld Voor Brummen en Eerbeek geldt dat er in de centrumgebieden tussen de 1.000 en 2.500 voetgangersbewegingen plaatsvinden per etmaal.

TOELICHTING DATA OmniTRANS Spectrum, ook wel ‘Mobiliteitsspectrum’ genoemd, is een mobiliteitsdatabron bestaande uit ruimtelijke data en mobiliteitspatronen voor heel Nederland. Deze databron geeft inzicht in alle aspecten van mobiliteit; van bestemmingen van verkeer vanuit een bepaald gebied, tot de bereikbaarheid per modaliteit vanuit een bepaalde wijk, en de verkeersintensiteiten op ieder wegvak in Nederland, voor onder andere de voetganger.

Brummen  Eerbeek 

Voor voetgangersdata (en fietsdata) is het Mobiliteitsspectrum nog in ontwikkeling, de huidige gegevens zijn gebaseerd op de dichtheid van bestemmingen en acceptabele loopafstanden. De data geeft een algemeen beeld van de drukste gebieden, maar is niet accuraat genoeg om een goed beeld te geven van de kleinere kernen dan Brummen en Eerbeek. VOLUME VOETGANGERS PER ETMAAL In de figuren rechts zijn de voetgangersactiviteiten in de kern Brummen en Eerbeek weergegeven. Uit de data blijkt dat er in Brummen voornamelijk wordt gelopen ter hoogte van het station en het centrumgebied. In Eerbeek zijn de activiteiten van voetgangers ook gericht op het centrumgebied.

Programma Mobiliteit 2050 Achtergrondrapport

19

VOETGANGER – Loop- en wandelnetwerk De gemeente grenst aan Nationaal Park Veluwezoom en is daardoor een zeer geschikte locatie om vanuit te gaan wandelen. In de gemeente zijn diverse opties voor wandelen, waaronder meerdere Klompenpaden en Lange Afstand Wandelpaden. KLOMPENPADEN De volgende Klompenpaden (zie figuur rechts) zijn aanwezig in Brummen: •

Leuvenschepad (13,1 km, startpunt: Het buurthuis in Leuvenheim)

•

Eertbeeckse Beekpad (16 km, startpunt: Grand Café De Korenmolen in Eerbeek)

•

Loenense Enkenpad (11 km, startpunt: Eetcafé t Ruifje in Loenen)

LANGE AFSTAND WANDELPADEN De volgende Lange Afstand Wandelpaden van Wandelnet doorkruisen de gemeente: •

Graafschapspad.

•

Hanzestedenpad.

•

Trekvogelpad.

•

Maarten van Rossumpad.

Programma Mobiliteit 2050 Achtergrondrapport

20

FIETS - Intensiteiten INTENSITEITEN FIETSVERKEER Op basis van de data uit het Mobiliteitsspectrum (zie toelichting data pagina 19) blijkt dat in de gemeente op de meeste straten per etmaal minder dan 500 fietsers passeren. Er zijn een aantal uitzonderingen (afgerond op 100-tallen):

5.

6.

4. 7.

2.

1. 9.

8.

1.

Stuijvenburchstraat, Eerbeek

> 1.000 fiets/etmaal;

2.

Eerbeekseweg/Loenenseweg

500-1.000 fiets/etmaal;

3.

Harderwijkerweg, Laag-Soeren

> 1.000 fiets/etmaal;

4.

Apeldoornseweg t.h.v. Boerenstraat

500-1.000 fiets/etmaal;

5.

Voorsterweg

500-1.000 fiets/etmaal;

6.

Zutphensestraat

> 1.000 fiets/etmaal;

7.

Zutphensestraat

> 1.000 fiets/etmaal;

8.

Cortenoeversweg

> 1.000 fiets/etmaal;

9.

Zutphensestraat

500-1.000 fiets/etmaal;

10. Arnhemsestraat

> 1.000 fiets/etmaal.

3. 10.

Programma Mobiliteit 2050 Achtergrondrapport

In de gemeente vinden de meeste fietsverplaatsingen plaats op de routes tussen Eerbeek en Zutphen, Zutphen en Brummen, Brummen en Dieren en Dieren en Eerbeek. Tussen deze plaatsen rijden de fietsers niet allemaal over één route, maar verspreiden zij zich over diverse routes tussen beide plaatsen.

21

FIETS - Bereikbaarheid Reistijd fiets < 15 min.

15 – 30 min. 30 – 45 min.

TOELICHTING DATA MapitOut is een tool die de afstand weergeeft vanaf een bepaalde bestemming voor verschillende vervoerwijzen. De afstanden worden op basis van verschillende databronnen berekend en onderscheiden op basis van verschillende reistijden. Google Maps word gebruikt voor het basisniveau waarin wegen, straten en stations worden aangegeven. De tool gaat ervan uit dat de gebruiker bij een fietsreis standaard 5 minuten de tijd nodig heeft om de fiets te parkeren. Het uitgangspunt is de totale reis, niet alleen de effectieve tijd die gefietst wordt. RESULTAAT VANUIT BRUMMEN Vanuit het centrum van Brummen kan per fiets (zonder elektrische aandrijving) binnen 15 minuten een aantal kernen binnen de gemeente worden bereikt, maar geen omliggende plaatsen. Binnen een halfuur fietsen worden Eerbeek, Dieren en Zutphen bereikt. Rheden en Klarenbeek zijn binnen 45 minuten fietsen ook gedeeltelijk bereikbaar. De grotere steden in de omgeving, zoals Apeldoorn en Arnhem zijn te bereiken op meer dan 60 minuten fietsen.

Programma Mobiliteit 2050 Achtergrondrapport

22

FIETS - Bereikbaarheid RESULTAAT VANUIT EERBEEK Gekeken vanuit het centrum van Eerbeek kan per fiets binnen 15 minuten aan aantal kernen in de directe omgeving worden bereikt, zoals Loenen, Hall en Laag-Soeren. Na 30 minuten fietsen zijn Brummen, Dieren en Empe ook binnen fietsafstand gelegen. Vanuit Eerbeek is binnen 45 minuten fietsen de zuidzijde van Apeldoorn bereikbaar en de westkant van Zutphen. Ook kleinere kernen als Klarenbeek, Beekbergen en Doesburg liggen binnen de fietsafstand van 45 minuten. De noordkant van Arnhem is bereikbaar als er 60 minuten wordt gefietst. Met deze fietsafstand wordt ook het centrum van Apeldoorn bereikt.

Reistijd fiets < 15 min. 15 – 30 min. 30 – 45 min.

Programma Mobiliteit 2050 Achtergrondrapport

23

FIETS - Beleving ENQUÊTE FIETSSTAD De Fietsersbond organiseert regelmatig een enquête onder Nederlandse gemeenten om te komen tot de Fietsstad van het jaar. Er worden vragen gesteld aan burgers in vijf categorieën:

•

Kwetsbare fietsers.

•

Beleving.

•

Onderhoud.

•

Netwerk.

•

Infrastructuur.

Naast de publieksenquête zijn er een aantal objectieve gegevens toegevoegd over het fietsen in de Nederlandse gemeenten: •

Omrijdfactor.

•

Stedelijke dichtheid.

•

Rotondes.

•

50 km/h.

BELEVING IN BRUMMEN De bereikbaarheid wordt niet alleen gemeten door de afstand, maar ook door de beleving van de fietser. Over het algemeen scoort Brummen hoger op de belevingsscore dan gemiddeld in Nederland, alleen niet op de ‘stedelijke dichtheid’ in de beleving van de fietsers. Het belangrijkste aandachtspunt uit de enquête van de Fietsersbond is de stedelijke dichtheid die relatief laag is in de gemeente, dit komt voornamelijk door het uitgestrekte gebied. Fietsers in de gemeente waarderen dit element minder goed dan het Nederlands gemiddelde. Alle andere toetsingscriteria scoren allemaal beter dan dit gemiddelde.

Verder scoort de fietsbeleving in de gemeente vergelijkbaar met het landelijk gemiddelde op basis van de cijfers van de Fietsersbond.

De tabel rechts toont de gemiddelde score in Nederland en de score voor de gemeente in 2020. De scores zijn op schaal van 1 tot 5, waarbij 5 de beste/hoogste score is. Er is in de resultaten geen onderscheid gemaakt tussen de verschillende doelgroepen.

Programma Mobiliteit 2050 Achtergrondrapport

24

FIETS - Knooppuntennetwerk KNOOPPUNTENNETWERK FIETS De Veluwe wordt jaarlijks massaal bezocht door bezoekers met als meest voornamelijk doel te recreëren in de natuur. Daarbij staan fietsen en wandelen hoog bovenaan gevolgd door mountainbiken, paardrijden en watersporten. Ook de eigen inwoners van de Veluwe maken volop gebruik van deze infrastructuur. Een goede recreatieve infrastructuur is dan ook een basisbehoefte om deze gebruikersgroepen te faciliteren (Kwaliteitstoerisme gemeente Brummen, 2022). Bij de oprichting van het huidige Routebureau Veluwe is in 2018 het fietsknooppuntensysteem geheel aangepakt. Alle bebording is vervangen, de informatieborden zijn vernieuwd in het Nederlands, Engels en Duits en het aantal kilometers aan routes zijn uitgebreid. Ook de gemeente heeft geparticipeerd in dit proces. Door dit netwerk zijn meerdere routes opgesteld die door de gemeente gaan: •

Van rijke huizen (40 km).

•

Papier hier in Eerbeek (50 km).

•

Fietsroute Posbank start Eerbeek (30 km).

Naast deze routes wordt actief gebruik gemaakt van het recreatieve fietsknooppuntennetwerk van de ANWB, (gevisualiseerd op het de kaart links) en diverse routes zoals:

Programma Mobiliteit 2050 Achtergrondrapport

•

Oranjeroute

•

Hanzesteden route

25

FIETS - Deelfiets BESCHIKBAARHEID DEELFIETSEN In de gemeente zijn twee verschillende aanbieders van deelfietsen (exclusief huurfietsen). Op het treinstation Brummen is de mogelijkheid om OV-fietsen te lenen en in Eerbeek kan gebruik worden gemaakt van een lokaal initiatief ‘Veluwe deelfiets’. Op treinstation Voorst-Empe en in de overige kernen in de gemeenten zijn momenteel geen aanbieders van deelfietsen actief.

Programma Mobiliteit 2050 Achtergrondrapport

26

OPENBAAR VERVOER TREIN De gemeente beschikt over twee treinstations die in dienst zijn voor dagelijks personenvervoer: •

Station Brummen (NS Sprinter).

•

Station Voorst-Empe (Arriva stoptrein).

Op beide stations halteren 2 treinen per uur per richting. Vanaf station Brummen is dit de Sprinter richting Wijchen en Arnhem of richting Zutphen. Vanaf station Voorst-Empe is dit de stoptrein richting Zutphen of Apeldoorn. In Eerbeek bevindt zich ook een station, dit station wordt beheert door de Veluwse Stroomtrein Maatschappij. Door de organisatie worden toeristische ritten gemaakt, de VSM rijdt op het traject Apeldoorn – Dieren en doet de dorpen Beekbergen, Loenen en Eerbeek aan. De trein rijdt van april tot en met oktober nagenoeg elke zondag, in de zomerperiode ook doordeweeks en voor speciale evenementen (zoals Sinterklaas). De VSM heeft de ambitie om de overwegen te beveiligen TREINNETWERK ONTWIKKELING In de mobiliteitsagenda Regio Stedendriehoek 2023-2027 is een actiepunt om een lobby voor het tot één lijn maken van de spoorverbinding Apeldoorn-Zutphen-Winterswijk uit te zetten. Daarbij wordt mogelijk ook rekening gehouden met een spoorverdubbeling ter hoogte van Empe.

REISGEDRAG 2022 (NS) Uit het NS Jaarverslag 2022 blijkt dat station Brummen dagelijks 699 in- en uitstappers heeft. De reisrichting van deze reizigers is gelijk verdeeld over de richting Dieren en Zutphen. 30% van de reizigers reist in de ochtendspits, 11% in de avondspits en 59% in de daluren. Ter vergelijking zijn opvolgend voor een paar stations het aantal in- en uitstappers opgenomen: Velp – 1.109, Dieren – 3.064 en Zutphen – 9.261. Voor station Voorst-Empe zijn geen gegevens beschikbaar. BUS Het vervoer per trein wordt aangevuld door het vervoer per bus, er zijn diverse buslijnen actief in de gemeente: •

Lijn 43: Apeldoorn – Eerbeek – Arnhem (lijnbus)

•

Lijn 503: Brummen – Eerbeek (buurtbus)

•

Lijn 504: Eerbeek – Zutphen (buurtbus)

•

Lijn 515: Leuvenheim – Brummen – Zutphen (buurtbus)

•

Lijn 109: Eerbeek – Apeldoorn (lijnbus)

Buslijn 43 rijdt 2 keer per uur in beide richtingen. De buslijnen 503, 504 en 515 rijden in beide richtingen 1 keer per uur en rijden met een vaste dienstregeling. Lijn 109 rijdt alleen in de ochtend- en avondspits en rijdt dan 2 keer per uur per richting. Welke verschillende routes de lijnen over het wegennetwerk van de gemeente rijden is weergegeven op de volgende pagina. Er zijn geen reizigersgegevens beschikbaar. Het aantal plaatsen per lijnbus of buurtbus is divers.

Programma Mobiliteit 2050 Achtergrondrapport

27

OPENBAAR VERVOER

Programma Mobiliteit 2050 Achtergrondrapport

28

INTENSITEITEN – Gemotoriseerd verkeer TOELICHTING DATA In de figuren op de volgende pagina’s zijn de intensiteitsklassen voor het aantal motorvoertuigen per etmaal voor respectievelijk 2018 en 2030 weergegeven. Het aantal motorvoertuigen per etmaal is afgeleid uit het regionale verkeersmodel Stedendriehoek, 2018-2030. Een verkeersmodel is een computermodel dat inzicht geeft in de huidige en toekomstige verkeers- en vervoersstromen. De berekeningen vinden plaats op basis van een netwerk van infrastructuur en verkeerstellingen. Deze data wordt aangevuld met demografische en andere sociale gegevens om inzicht te geven in de verkeers- en vervoersstromen van de toekomst. Op dit moment wordt het huidige verkeersmodel geactualiseerd. VERKEERS- EN VERVOERSSTROMEN Om inzicht te krijgen in de huidige situatie maken wij gebruik van de meest recente versie van het verkeersmodel Stedendriehoek, 2018-2030. Op de volgende pagina’s zijn de intensiteiten voor 2018 en 2030 weergegeven en is het absolute verschil tussen 2018 en 2030 weergegeven op de kaart.

Programma Mobiliteit 2050 Achtergrondrapport

29

INTENSITEITEN – Motorvoertuigen per etmaal 2018 Intensiteiten uit het Regionaal verkeersmodel Stedendriehoek, 2018-2030. Op basis van motorvoertuigen per etmaal in 2018.

1: N786 2: Loenenseweg 3: Stuijvenburchstraat 4: Coldenhovenseweg 5: Dierenseweg 6: Eerbeekseweg 7: Rhienderensestraat 8: Apeldoornseweg 9: Vosstraat

10: Hoevesteeg 11: N345 12: N345 13: Zutphensestraat 14: N348 15: N348 16: Arnhemsestraat 17: N348

11.

13.000 10.

1.200 12.

9.600 8. 9.

8.000

700

2.

6.200

3.

13.

7.

5.800

1.400

14.

12.600

21.400 15.

1.

4.

5.600

14.000 4.300

16.

5.700 5.

1.900 6.

5.900 17.

15.200 Programma Mobiliteit 2050 Achtergrondrapport

30

INTENSITEITEN – Motorvoertuigen per etmaal 2030 Intensiteiten uit het Regionaal verkeersmodel Stedendriehoek, 2018-2030. Op basis van het verwacht aantal motorvoertuigen per etmaal in 2030.

1: N786 2: Loenenseweg 3: Stuijvenburchstraat 4: Coldenhovenseweg 5: Dierenseweg 6: Eerbeekseweg 7: Rhienderensestraat 8: Apeldoornseweg 9: Vosstraat

10: Hoevesteeg 11: N345 12: N345 13: Zutphensestraat 14: N348 15: N348 16: Arnhemsestraat 17: N348

11. +3.500

16.500 10.

1.000 12.

17.000

Inclusief de absolute toename ten opzichte van 2018.

8.

+7.400

+1.200 9.

9.200 2.

-200

800

+1.000

7.200

+100

3.

+100

7.

5.900

+400

1.800

13.

14.

14.800

26.500

+2.200 15.

1.

4.

5.800

+700

16.800

5.000

16.

+200

8.600 +2.900 5.

+5.100

+2.800

3.200 +1.300

6.

6.500 +600

17.

18.100 Programma Mobiliteit 2050 Achtergrondrapport

+2.900 31

AUTO - Bereikbaarheid Reistijd auto A50

< 15 min.

15 – 30 min. 30 – 45 min.

TOELICHTING DATA MapitOut is een tool die de afstand weergeeft vanaf een bepaalde bestemming voor verschillende vervoerwijzen. De afstanden worden op basis van verschillende databronnen berekend en onderscheiden op basis van verschillende reistijden. Google Maps word gebruikt voor het basisniveau waarin wegen, straten en stations worden aangegeven. RESULTAAT VANUIT BRUMMEN Vanuit het centrum van Brummen kan per auto binnen 15 minuten een aantal omliggende kernen worden bereikt, waaronder Eerbeek, Dieren en Zutphen. Met een reistijd van 30 minuten wordt het bereik vergroot in alle richtingen. Daardoor komen grote steden zoals Apeldoorn en Arnhem binnen bereik, evenals de kleinere kernen en dorpen zoals Eefde, Vorden, Zevenaar en Klarenbeek.

A1

A12 A348

Programma Mobiliteit 2050 Achtergrondrapport

Met een maximale reistijd van 45 minuten kunnen steden als Deventer, Nijmegen en Wageningen worden bereikt. Voor de grotere steden richting de randstand moet langer dan 45 minuten afgelegd worden, met circa 60 minuten reistijd liggen ook Amersfoort, Utrecht en Zwolle binnen bereik van Brummen.

32

AUTO - Bereikbaarheid Reistijd auto < 15 min.

15 – 30 min.

A50

RESULTAAT VANUIT EERBEEK Binnen 15 minuten rijden met de auto vanuit het centrum van Eerbeek kunnen diverse omliggende kernen worden bereikt, waaronder Brummen, Dieren, Loenen, Klarenbeek en Beekbergen. Met een reistijd van 30 minuten worden de grote steden Apeldoorn, Arnhem en Deventer bereikt met de auto. Daarnaast zijn er ook nog meer kernen binnen reisafstand gekomen, bijvoorbeeld Zutphen, Rheden, Hoenderloo en Vaassen.

30 – 45 min.

Binnen een maximale reistijd van 45 minuten ligt nagenoeg de hele stad Zwolle binnen bereik en de randen van Amersfoort en Nijmegen. Om andere grote steden zoals Enschede en Utrecht te bereiken is een reistijd van langer dan 45 minuten noodzakelijk met de auto.

A1

A12 A348

Programma Mobiliteit 2050 Achtergrondrapport

33

AUTO – Snelheidslimieten

Programma Mobiliteit 2050 Achtergrondrapport

34

AUTO – Elektrische auto TOENAME ELEKTRISCHE AUTO’S De elektrische auto is in opkomst in Nederland. In Brummen hadden in 2022 12 op de 1.000 inwoners een elektrische auto, dat betekent circa 250 elektrische auto’s in de gemeente. Dit is iets lager dan het Nederlands gemiddelde per 1.000 inwoners. Sinds 2017 is het aantal verkochte elektrische en hybride auto’s in Nederland met ruim 200% gestegen naar 750.000 in 2022. Door een toename van het aantal elektrische voertuigen groeit ook de vraag naar laadpunten voor de elektrische auto. In de gemeente zijn er per 1.000 inwoners minder dan 3 (semi)publieke e-laadpunten aanwezig, de dekkingsgraad van de laadbehoefte ligt daarmee onder de 15%.

Ook in de gemeente neemt het aantal elektrische voertuigen toe en zijn er onvoldoende (semi)publieke laadpunten beschikbaar om deze voertuigen op te laden. Opladen vindt dus voornamelijk plaats op privéterrein. Met het laadpalenplan kunnen inwoners bij de gemeente een laadpaal aanvragen in de openbare ruimte.

Programma Mobiliteit 2050 Achtergrondrapport

35

AUTO – Deelauto DEELAUTO’S IN DE GEMEENTE Het aantal deelauto’s per 100.000 inwoners neemt in Nederland de afgelopen jaren sterk toe en het deelconcept wordt steeds bekender. Initiatieven vanuit grote organisatie zoals Greenwheels van NS helpen daarbij. In de gemeente blijft de groei van het gebruik van deelauto’s achter ten opzichte van het Nederlands gemiddelde. De afgelopen jaren zijn er in Brummen stabiel 4,8 deelauto’s per 100.000 inwoners. Dit houdt in dat er vanuit de beschikbare gegevens (2017–2021) een kans is dat er slechts één deelauto aanwezig is (exclusief eventueel auto’s die particulier worden gedeeld).

DEELAUTO STATION BRUMMEN Sinds 2011 staat er op het treinstation van Brummen een deelauto van Greenwheels. De auto heeft een vaste parkeerplaats op het parkeerterrein bij het NS station, langs de Stationsweg in Brummen. Met de inzet van een deelauto faciliteert de gemeente een milieuvriendelijk initiatief, dat bijdraagt aan bewust autogebruik en uitkomst biedt aan mensen die slechts af en toe een auto nodig hebben.

Programma Mobiliteit 2050 Achtergrondrapport

36

LANDBOUW- EN VRACHTVERKEER LANDBOUWVERKEER Bij een landelijke gemeente als de gemeente hoort natuurlijk ook landbouwverkeer. Landbouwverkeer is op veel wegen en routes in de gemeente te vinden. Doordat landbouw-verkeer vaak grote voertuigen zijn, ontstaan er soms verkeers-onveilige situaties. Met name in combinatie met kwetsbare fietsers. Landbouwverkeer dient zo goed en veilig mogelijk binnen het overige verkeer afgewikkeld te worden. Binnen de gemeente worden de volgende regels en uitgangspunten ten aanzien van de afwikkeling van landbouwverkeer gehanteerd (GVVP, 2011): •

Op gebiedsontsluitingswegen buiten de bebouwde kom waar een maximumsnelheid 80 km/h geldt wordt, vanwege het grote snelheidsverschil, in beginsel gestreefd naar parallelwegen of alternatieve routes.

•

Op wegen met een maximumsnelheid van 50 km/h wordt landbouwverkeer op de rijbaan toegestaan.

•

60 km/h wegen zijn erftoegangswegen buiten de bebouwde kom waar in principe wordt uitgegaan van gemengd verkeer, alle verkeersdeelnemers op dezelfde rijbaan. Wanneer de fietsintensiteit hoog is wordt echter gestreefd naar vrijliggende fietspaden of alternatieve routes voor het landbouwverkeer.

•

In de kernen wordt het landbouwverkeer zoveel mogelijk geweerd. Mochten zij toch door de kernen moeten rijden, dan dient het landbouwverkeer zoveel als mogelijk gebruik te maken van de gebiedsontsluitingswegen.

Programma Mobiliteit 2050 Achtergrondrapport

VRACHTVERKEER In de kern van Brummen en Eerbeek speelt het afwikkelen van vrachtverkeer een centrale rol, in het bijzonder de ontsluiting van De Hazenberg (Brummen) en Eerbeek-Zuid. Vrachtverkeer vanaf De Hazenberg ontsluit via de L.R. Beijnenlaan naar de N787 of via de Spoorstraat richting de kern Brummen. Vrachtverkeer dat naar de N348 rijdt maakt nagenoeg altijd gebruik van routes door de kern Brummen. Vanaf bedrijventerrein Eerbeek-Zuid kan via de Coldenhovenseweg direct de N786 worden bereikt. Nationale en internationale verbindingen kunnen vanaf de N786 worden bereikt zonder door de kernen van de gemeente te rijden met vrachtverkeer (dit geldt ook voor vrachtverkeer van en naar de papierfabriek). Uitgangspunt van de gemeente is dat vrachtverkeer wordt afgewikkeld op een gebiedsontsluitingsweg en dat vrachtverkeer op erftoegangswegen alleen van toepassing is voor bestemmingsverkeer. In de Koersnota Eerbeek – Loenen zijn ook diverse uitgangspunten opgenomen. Uit de ontvangen informatie van de gemeente blijkt dat op de volgende wegen ongewenst doorgaand vrachtverkeer aanwezig is: •

Knoevenoordstraat;

•

Rhienderensestraat;

•

L.R. Beijenlaan;

•

De Pothof.

37

VEERPONT In 1808 kreeg het pontje tussen Brummen en Bronckhorst veerrechten. (Omroep GLD, 2022)

INFORMATIE OVER DE VEERPONT Ten zuidoosten van de kern Brummen aan de Bronkhorsterweg is een veerpont gelegen over de IJssel. De veerpont verbindt de gemeente Brummen met de gemeente Bronckhorst. Er kunnen personenwagens, wandelaars, (brom-)fietsers, motoren en lichte bestelauto’s op de pont (geen touringcars en vrachtwagens). In de maanden oktober tot en met april vaart de veerpont doordeweeks van 07:30 tot 17:30 uur en in het weekend van 10:00 tot 17:00 uur. Van mei tot en met september zijn de tijden doordeweeks van 07:30 tot 19:00 uur en in het weekend van 09:30 tot 19:00 uur. Bij ijsgang, boven windkracht 7 en bij hoogwater vaart de pont niet.

Programma Mobiliteit 2050 Achtergrondrapport

TOEKOMST VEERPONT De veerpont over de IJssel tussen Bronkhorst en Brummen dreigt te verdwijnen, omdat de huidige eigenaar stopt met de exploitatie van de veerdienst. Het beheer en veerpontrecht (de verbinding) is ondergebracht bij een private partij. De schipper vreest de gevolgen voor de lokale economie als de pont verdwijnt: "Mensen gaan dan eerder naar Doesburg of Zutphen toe, de winkels in Bronkhorst en Brummen zijn hier de dupe van natuurlijk.“ (Regio 8, 2023)

38

WAT NEMEN WE MEE? •

•

Voor de verplaatsingen binnen de gemeente is het fietsgebruik relatief hoog in vergelijking met andere gemeenten. Hetzelfde geldt voor het autogebruik, het verschil met andere gemeenten is hierbij nog groter. De fietsverplaatsingen zijn voornamelijk binnen de kernen en het autoverkeer tussen de kernen. Lopen (van A naar B) en wandelen (recreatief) zijn in de gemeente bekende vormen van verplaatsing, het vindt overal plaats. Voornamelijk in de centrumgebieden zijn relatief veel voetgangers en in de buitengebieden voornamelijk wandelaars.

•

In de gemeente zijn de fietsafstanden relatief groot, op de ‘stadsfiets’ kunnen binnen 15 minuten geen grote plaatsen buiten de gemeente worden bereikt. Vanuit het fietsperspectief heeft voornamelijk de elektrische fiets potentie om autoverkeer te minderen. Het recreatieve fietsnetwerk is uitgebreid en volledig, dit wordt voornamelijk gebruikt door toeristen.

•

De gemeente heeft twee treinstations (Brummen en Voorst-Empe) met 2 treinen per uur per richting. Verder rijden er diverse (buurt)buslijnen door de gemeente die een groot deel van de gemeente bereikbaar maken met het openbaar vervoer.

Programma Mobiliteit 2050 Achtergrondrapport

•

De gemeente bevat minder deelauto’s en elektrische auto’s dan gemiddeld in Nederland.

•

Brummen is niet direct aangesloten op het landelijk snelwegennetwerk, de belangrijkste aangesloten stroomwegen zijn de N348 tussen Zutphen en Arnhem en de N786 tussen Dieren en de A50/A1.

•

Het gebruik van vracht- en landbouwverkeer is een aandachtspunt in de gemeente, voornamelijk vanuit verkeersveiligheidsperspectief en overlast.

•

Voor inwoners van de gemeente is de veerpont tussen Brummen en Bronckhorst en belangrijke verbinding die niet mag ontbreken, onder andere voor de economie en het toerisme.

39

03 Verkeersveiligheid 40

ONGEVALLEN - Locaties TOELICHTING DATA De ongevallendata uit dit hoofdstuk komt uit de VIA Software, die werkt op basis van de STAR Database. Deze database bevat ongevallendata van politie en verzekeraars. STAR staat voor Smart Traffic Accident Reporting en is in het leven geroepen om de registratie van ongevallen beter te maken. De ongevallendata zijn beschikbaar voor de periode van 1 januari 2014 tot en met 1 juli 2023.

ONGEVALLENLOCATIES In de afgelopen 8,5 jaar hebben er in de gemeente 870 geregistreerde ongevallen plaatsgevonden. De locaties van de ongevallen zijn weergegeven op onderstaande afbeelding, het gaat om ongevallen met dodelijke afloop (13), met letsel (88) en met uitsluitend materiële schade (769). Hoe groter de bol, hoe meer ongevallen er op die specifieke locatie hebben plaatsgevonden.

Aantal UMS/dodelijk/letsel

Aantal dodelijk

Programma Mobiliteit 2050 Achtergrondrapport

41

ONGEVALLEN - Slachtoffers Bij enkele ongevallen zijn niet alle gegevens geregistreerd. Desondanks geeft de data een representatief beeld van de werkelijkheid (VIA).

KENMERKEN SLACHTOFFERS Het aantal geregistreerde ongevallen laat een afname zien van 2014 (121 ongevallen) tot en met 2022 (86 ongevallen). Deze cijfers worden ondersteund door onderstaande afbeelding, waarin het aantal verkeersslachtoffers per kwartaal is aangeduid vanaf 2014 tot Q2 2023.

Op de volgende pagina is weergegeven wat de leeftijd was van de verkeersslachtoffers. Daaruit blijkt dat in de leeftijdscategorie 15–30 jarigen bovengemiddeld veel slachtoffers zijn gevallen in de gemeente. Ook met personen van 80 jaar of ouder hebben er relatief gezien veel ongevallen (met dodelijke afloop) plaatsgevonden.

Uit de data blijkt dat over de afgelopen jaren het aantal gewonden is afgenomen. Daarentegen is het aantal doden nagenoeg gelijk gebleven in de afgelopen jaren. Het aantal verschilt sterk per jaar, zo kende 2019 0 verkeersdoden in de gemeente.

Bij ongevallen is de personenauto veruit het vaakste betrokken, zo blijkt uit de figuur op de volgende pagina. Daaropvolgend volgen de fiets en de scooter. Van de geregistreerde ongevallen zijn de meeste flank ongevallen.

Mogelijke gewonden Gewonden Doden Gemiddelde laatste 4 kwartalen

Programma Mobiliteit 2050 Achtergrondrapport

42

ONGEVALLEN - Slachtoffers Het aantal verkeersongevallen in Brummen is lager dan het landelijk gemiddelde per 100.000 inwoners. Echter is het aantal verkeersdoden hoger per 100.000 inwoners ten opzichte van het landelijk gemiddelde. (Waarstaatjegemeente, 2021)

Programma Mobiliteit 2050 Achtergrondrapport

43

LOCATIES – ONVEILIGE TRAJECTEN EN KRUISPUNTEN TOELICHTING DATA De top 10 onveilige trajecten en top 7 onveilige kruispunten zijn weergegeven in de figuur op de volgende pagina. De top is gebaseerd op de ongevallenscore, apart voor trajecten en kruispunten, op een landelijke schaal. De snelheidsscore is hierin niet meegenomen. Dit komt omdat ongevallen altijd het uitgangspunt vormen bij verkeersveiligheid. De kleur op de kaart komt overeen met de CROSS-score: een combinatie van de ongevallen- en snelheidsscore.

TOP 10 ONVEILIGE TRAJECTEN (ZWART) 1.

Clabanusweg, Diederikweg, Emperweg, Gravenstraat, Plagweg, Voorsterweg en Weg over het Hontsveld.

2.

Apeldoornseweg, Dierenseweg en Kanaalweg.

3.

Loenenseweg, Stuijvenburchstraat.

4.

N787.

5.

Apeldoornseweg.

6.

N348, Schansweg.

7.

N348, Brummen – Zutphen.

8.

Voorsterweg.

Snelheidsscore De snelheidsscore is gebaseerd op de indicatoren: limietoverschrijding, aandeel limietoverschrijders en verkeersvolume. Hierbij is gebruik gemaakt van de HERE-snelhedendata van juli 2022.

9.

N345, Brummen – Zutphen (en 10).

1.

Apeldoornseweg - Dierenseweg - Hallseweg.

CROSS-score De CROSS-score is een combinatie van de ongevallen- en de snelheidsscore. De score wordt uitgedrukt door de kleur van het traject/kruispunt op de kaart op basis van de positie van de witte stip in de kleurenmatrix.

2.

Het Stroomdal - Vulcanusweg - Zutphensestraat.

3.

Bernstein - Loenenseweg - W. Einthovenstraat.

4.

Molenstraat - Struijvenburchstraat.

5.

Kwazenboschweg - N345 N348.

6.

Apendoornseweg - Boerenstraat.

7.

Arnhemsestraat - N348.

Ongevallenscore De ongevallenscore is gebaseerd op de indicatoren: alle ongevallen, slachtofferongevallen, dodelijke ongevallen en het risicocijfer. Hierbij is gebruik gemaakt van de STAR ongevallendata van 2018 t/m 2022.

Omdat data van een langere periode wordt gebruikt, is het effect van een maatregel of reconstructie niet direct zichtbaar. De data loopt als het ware achter op de werkelijkheid. Het zijn dus kruispunt en wegvakken die mogelijk een aandachtspunt zijn, maar waar mogelijk kort geleden al maatregelen zijn genomen of op de planning staan. Programma Mobiliteit 2050 Achtergrondrapport

TOP 7 ONVEILIGE KRUISPUNTEN (WIT)

44

LOCATIES – ONVEILIGE TRAJECTEN EN KRUISPUNTEN Deze figuur laat zien welke wegvakken en kruispunt een hoger verkeersveiligheidsrisico hebben. Dit is gebaseerd op de data zoals beschreven op voorgaande pagina. Omdat data van een langere periode wordt gebruikt, is het effect van een maatregel of reconstructie niet direct zichtbaar. De figuur en de data loopt als het ware achter op de werkelijkheid. Het zijn dus kruispunt en wegvakken die mogelijk een aandachtspunt zijn, maar waar mogelijk kort geleden al maatregelen zijn genomen of op de planning staan.

Programma Mobiliteit 2050 Achtergrondrapport

45

WAT NEMEN WE MEE? •

De verkeersveiligheidscijfers verbeterden de afgelopen jaren in de gemeente. In de afgelopen jaren is het totaal aantal verkeersongevallen én het aantal verkeersslachtoffers afgenomen. Echter is het aantal verkeersdoden nagenoeg stabiel gebleven, terwijl het jaar 2019 bewezen heeft dat 0 verkeersdoden in de gemeente mogelijk is.

•

Wanneer alleen de ongevallen met letsel of dodelijke afloop worden meegenomen, zijn geen duidelijke concentraties van ongevallen waarneembaar op specifieke wegvakken of kruispunten. Wanneer alle ongevallen worden meegenomen (dus zowel met enkel materiële schade, letsel of dodelijk afloop), zijn wel enkele concentraties waarneembaar. Mede op basis van deze ongevalsscore, de snelheidsscore en de CROSS-score zijn de top 10 gevaarlijkste trajecten en top 7 gevaarlijkste kruispunten van de gemeente bepaald. Deze trajecten en kruispunten vormen een aandachtspunt voor de komende jaren.

•

Betrokkenen van een verkeersongeval zijn vaak tussen de 15 en 30 jaar of ouder dan 80 jaar. Deze kwetsbare doelgroepen hebben extra aandacht nodig om in de komende jaren de verkeersveiligheid te verbeteren.

Programma Mobiliteit 2050 Achtergrondrapport

•

Personenauto’s zijn het vaakst betrokken bij verkeersongevallen in de gemeente. Direct opvolgend de fietser en scooter. De verkeersveiligheid voor deze doelgroepen dient extra prioriteit te krijgen om het aantal verkeersongevallen met deze doelgroepen te verminderen.

46

04 Beleid & raakvlakken

LOKAAL – Coalitieakkoord COALITIEAKKOORD BRUMMEN 2022–2026 Met het coalitieakkoord wil de gemeente haar betrokkenen meenemen in de plannen voor de komende jaren. Dit doet zij onder de volgende hoofdpunten: •

Bestuurskracht: Onverkorte uitvoering van het ontwikkelplan ‘Klaar voor de Toekomst’ om de bestuurskracht van de gemeente te vergroten om daarmee meer te kunnen betekenen voor de inwoners.

•

Participatie: Inwoners in staat stellen vroegtijdig invloed uit te oefenen op het beleid en als gemeentebestuur en organisatie zichtbaar, aanwezig en benaderbaar zijn.

•

Klimaat/duurzaamheid: Een stevige inzet om de energietransitie te bevorderen met de nadruk op de praktische realisatie van duurzame energiebronnen en energiebesparing.

•

Eerbeek-Loenen 2030: Bevorderen van het evenwicht tussen economische doelen, wonen en leefbaarheid in de toekomstplannen voor Eerbeek. De gemeente stelt zich hierbij actief op. Komen tot goede invulling van Kerstenterrein, Stationsplein en Burgersterrein.

•

Centrum Brummen: De aantrekkelijkheid van het centrum versterken en realisatie van woningbouw.

•

Wonen: Realisatie van 900 woningen met de nadruk op betaalbare huur en koop om zo inwoners de mogelijkheid te bieden in de eigen gemeente te blijven wonen.

•

Openbare ruimte: Een toegankelijke en uitnodigende openbare ruimte met representatieve kwaliteit.

•

Mobiliteit: Herinrichting van wegen om daarmee de snelheid te beperken, veilige fietsverbindingen.

•

Leefbaarheid: Aandacht voor leefbaarheid in de brede zin: schone lucht, schoon water, de scholen, gemeenschapscentra en verenigingen.

•

Sociaal Domein: Goed preventiebeleid staat centraal. We organiseren en waarborgen dat hulp geboden wordt als dat nodig is. Vroegtijdig hulp aanbieden zodat de problemen niet groter worden.

•

Vitaliteit: Sport en cultuur ondersteunen vanwege hun waarde en vanwege de maatschappelijke betekenis, de sociale samenhang en vorming.

Programma Mobiliteit 2050 Achtergrondrapport

48

LOKAAL – Coalitieakkoord MOBILITEIT Voor het thema ‘mobiliteit’ is in het akkoord de volgende tekst opgenomen: “Een goede inrichting en goed onderhoud van onze infrastructuur draagt bij aan allerlei doelstellingen zoals veiligheid, klimaatbeleid en gezondheid. Het Verkeerscirculatieplan in Eerbeek en een actueel gemeentelijk verkeers- en vervoersplan voor de hele gemeente gaat inzicht geven in de gewenste infrastructuur voor alle verkeersstromen.” Tot 2026 zet de gemeente voornamelijk in op: •

Actualisatie van het gemeentelijk verkeers- en vervoersplan.

•

Opstellen investeringsplan voor grootschalige herinrichtingen.

•

Wegen zodanig inrichten dat een veilige snelheid wordt afgedwongen.

•

Veilige fietsverbindingen van Eerbeek naar Zutphen, Dieren en Apeldoorn.

•

Goede en logische doorgaande routes creëren zodat automobiliteit in het buitengebied beperkt wordt tot bestemmingsverkeer.

•

Verlaging van de snelheid langs het Apeldoorns kanaal naar 60 km/h.

•

Verbetering en uitbreiding van het aantal fiets- en wandelroutes.

•

Lobby richting provincie voor behoud en verbetering van het openbaar vervoer.

•

Lobby richting provincie voor geluids- en uitstoot reducerende maatregelen op de N348.

•

Het toevoegen van meer openbare laadpalen en bandenpompen in de openbare ruimte.

Programma Mobiliteit 2050 Achtergrondrapport

49

LOKAAL – Hotspots mobiliteit HOTSPOTS MOBILITEIT 2019–2022 In de afgelopen jaren is door de gemeente actief gewerkt aan verkeerskundige knelpunten. De memo en overzichtskaart ‘Hotspots Mobiliteit 2019-2022’ was daarvoor opgesteld en dit was een College Besluit voor de financiële afweging om te komen tot de perspectiefnota. Een samenvatting van de inhoud staat hieronder:

Programma Mobiliteit 2050 Achtergrondrapport

•

Masterplan Eerbeek. Voorkomen van doorgaand verkeer door het centrum, een duidelijk parkeerbeleid opstellen voor het centrum en ruimte bieden voor recreatieve fietsroutes.

•

Centrumplan Brummen. De balans tussen verkeer, parkeren en het hart van het centrum terug in balans brengen, mede door nieuw parkeerbeleid en het faciliteren van een hoogwaardig recreatief fietsnetwerk.

•

Fietsroutes verbeteren voor gebruikers voor onderwijs, sport en recreatief.

•

Project N786. Betreft veilige inpassing wegprofiel 50 km/h, verbeteren van de oversteekbaarheid voor voetgangers en fietsers, veilige aansluitingen van bedrijventerreinen op de weg.

•

Schoolomgevingen. Afspraken met docenten over parkeren en het verkeer, opvoeden van ouders bij het halen en brengen en inventariseren van een veilige schoolomgeving met de 10 gouden regels van VVN.

•

Overig. Voor de overige punten zijn in het lokaal beleid specifieke acties benoemd op het gebied van verkeer om uit te voeren tot en met 2022. Het grootste deel van de acties zijn inmiddels uitgevoerd. 50

LOKAAL – Programma Eerbeek - Loenen PROGRAMMA EERBEEK–LOENEN 2030 Het programma Eerbeek-Loenen 2030 is een samenwerking tussen de industriekring Eerbeek Loenen (IKEL), de gemeente Brummen en de provincie Gelderland. Er wordt met elkaar samengewerkt aan het verstevigen van een goed woon-, recreatie- en werkklimaat met oog voor de omgeving en het milieu. In het programma Eerbeek-Loenen 2030 zijn of worden de thema’s Vestigingsklimaat, Leefbaarheid en Energietransitie uitgewerkt in concrete projecten. De wens is om met deze projecten de leefbaarheid in de dorpen Eerbeek en Loenen te vergroten en de (papier)industrie in de regio te behouden. Daarnaast delen de dorpen en de industrie de ambitie en zien zij de noodzaak om een stap te maken met energietransitie. Kansen die dit met zich meebrengt, zullen zich vertalen in een schoner milieu, innovatie en verbeterde concurrentiepositie voor bedrijven. Bij het bepalen van de verkeerskundige koers zijn vooral de projecten ‘Verkeerscirculatieplan Eerbeek’ en de ‘Structuurvisie Centrum Eerbeek en Eerbeekse beek’ van belang.

Programma Mobiliteit 2050 Achtergrondrapport

51

LOKAAL – Koersnota wegennetvisie Eerbeek-Loenen DOEL VAN DE KOERSNOTA De Koersnota vormt een ambitiedocument dat kaderstellend is voor vervolgbesluitvorming over onderdelen van het wegennet. Hierin legt de gemeente ten aanzien van het gebruik en de inrichting van het wegennet de koers vast en geeft aan op welke wijze zij toewerkt naar het eindbeeld. De Koersnota heeft drie doelen: 1.

2.

3.

Het opstellen van een functionele indeling van het wegennet als kader voor nadere besluitvorming over de oplossingsrichtingen. Het afronden van de al 15 jaar lopende verkenning en discussie en het formuleren van een duidelijk kader voor het vervolg. Dit wordt bereikt door het uitvoeren van een finale samenhangende objectieve analyse op basis van het verkeerskundig onderzoek uit 2020, diverse eerdere onderzoeken (vanaf 2005) en het recent afgeronde verkeersveiligheidsonderzoek naar de gemeentelijke kanaalroute.

CONTOUREN WEGENNETVISIE Op basis van de inventarisatie en duiding van de knelpunten tekent zich een beeld af van de benodigde/gewenste aanpassingen in het wegennetwerk van Eerbeek-Loenen (zie inhoud Koersnota). De hoofdelementen van de gebiedsaanpak zijn geografisch van noord naar zuid gezien: 1.

Een veilige Kanaalroute.

2.

Een robuuste verbinding Loenen - A50.

3.

Een veilige en leefbare traverse Loenen.

4.

Versterken route Coldenhovenseweg - Loubergweg Lageweg door Eerbeek.

5.

Versterken zuidelijke ontsluiting Eerbeek Brummenseweg Dierenseweg - Kanaalweg.

6.

Afwaarderen route door Laag-Soeren.

Het in kaart brengen van alle relevante knelpunten en oplossingsrichtingen en deze opnemen in een uitvoeringsprogramma dat gedragen wordt door de betrokken overheden en stakeholders.

De Koersnota is het resultaat van het samenbrengen van de onderzoeksresultaten en bevindingen die de afgelopen jaren zijn verzameld in het participatietraject Eerbeek Loenen 2030.

Programma Mobiliteit 2050 Achtergrondrapport

52

LOKAAL – Structuurvisie Eerbeek STRUCTUURVISIE CENTRUM EERBEEK & EERBEEKSE BEEK De gemeente heeft in november 2021 de Visie Centrum Eerbeek en Eerbeekse Beek vastgesteld. Hierin staan de lange termijnambities voor het centrum en de beek vastgelegd. De visie omvat een aantal kwalitatieve doelen die omgezet zijn naar een structuurontwerp. De centrumvisie omvat ook een belangrijke relatie met het VCP, met name voor de Stuijvenburchstraat. De structuurvisie beschrijft vanuit verschillende gezichtspunten de gewenste ruimtelijke structuur van het centrumgebied. Het versterken van het verblijfskarakter is het kernwoord. Keuzes uit de structuurvisie die het verkeer in Eerbeek beïnvloeden zijn: 1.

Behoud tweerichtingsverkeer Stuijvenburchstraat (zonder doorgaand verkeer). De huidige inrichting van de Stuijvenburchstraat, maar ook die van de Loenenseweg, vraagt om een optimalisatieslag om beter te voldoen aan de vereisten van ‘Duurzaam veilig’.

2.

In onderzoek: van één- naar tweerichtingsverkeer op het tracé Coldenhovenseweg tussen de Stuijvenburchstraat en de afslag naar de Wasacker.

3.

In deze visie is het uitgangspunt dat doorgaand verkeer niet door het centrumgebied over de Stuijvenburchstraat Loenenseweg gaat. Het beperkte aandeel doorgaand verkeer wordt liefst met een stringente inrichting verleid om gebruik te maken van de route over de Harderwijkerweg – Coldenhovenseweg – Loubergweg.

Programma Mobiliteit 2050 Achtergrondrapport

4.

Verbeteren toegankelijkheid en veiligheid voor de fietser, voetganger, minder validen en slechtzienden in het centrumgebied (kader Duurzaam Veilig).

5.

Realisatie van een fiets- en wandelroute van de Veluwe naar het centrum langs de Eerbeekse beek.

6.

Veilige en aantrekkelijke routes voor fietsers en voetgangers tussen De Wasacker, de stationsomgeving en het centrumgebied aan de Stuijvenburchstraat.

De structuurvisie kiest impliciet voor het aantrekkelijker maken van het traject Coldenhovenseweg - Loubergweg voor gemotoriseerd verkeer om het centrum van Eerbeek iets rustiger te maken. Vaststaat dat de Coldenhovenseweg Loubergweg op het gebied van vormgeving en veiligheid een groot aantal knelpunten kent zoals naar voren is gekomen bij de onderzoeken van het VCP.

53

LOKAAL – Mobiliteitsplan centrum Eerbeek MOBILITEITSPLAN CENTRUM EERBEEK In 2020 is in opdracht van de gemeente het mobiliteitsplan Eerbeek Centrum opgesteld. Het mobiliteitsplan benoemt een aantal aandachtsgebieden voor de toekomst. Zo wordt duidelijk dat voor de Stuijvenburchstraat aandacht nodig is voor de verkeersveiligheid ook in relatie tot de gereden snelheden. Voor de route Coldenhovenseweg is met name de snelheid van belang, evenals de ontsluiting van de bedrijven, die in de huidige situatie veelal van de weg gebruik maken om op te stellen. De gemeente is van mening dat als de hoeveelheid doorgaand verkeer op de Stuijvenburchstraat naar beneden moet worden gebracht, dat het dan van wezenlijk belang is om te kijken naar de vormgeving van de aansluiting van de Loenenseweg op de Eerbeekseweg - Harderwijkerweg evenals de vormgeving van de aansluiting van de Stuijvenburchstraat op de Loubergweg en Lageweg. Aandachtspunt is dat bij het gebruik van snelheid verlagende maatregelen de busmaatschappij mogelijk om de kern wil gaan rijden. Verder is het van belang een eenduidig oordeel te formuleren over de functie en het gebruik van de Stuijvenburchstraat en daar de passende vorm bij te ontwerpen.

Deze centrumstructuur wordt als volgt omschreven: Het centrum concentreert zich tussen de spoorlijn en De Wasacker met de ingang op de Stuijvenburchstraat. De Stuijvenburchstraat krijgt de typologie van een dorpsstraat met in het midden een dorpsplein. De Stuijvenburchstraat als dorpsstraat heeft een verknopende functie: de grotere parkeervelden aan weerszijden van het compactere centrum worden er verknoopt, evenals de Eerbeekse beek en de (langzaam) verkeersverbindingen richting het spoor en het station. Om in deze opzet te slagen is een aantrekkelijke en logische route over de Coldenhovenseweg belangrijk.

De ruimtelijk economische visie is op zoek naar een meer gecomprimeerd centrum. Er is behoefte aan een heldere ruimtelijke structuur, de relatie tussen het station en het centrum verdient verbetering, de Eerbeekse beek heeft meer potentie in zich dan in de huidige situatie wordt gebruikt, niet alleen in het centrum maar ook als route richting het bungalowpark en de woongebieden in Eerbeek.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14175450/1