CConstaterende datBrummen
Koppel je AI →
Document · PDF

(071) Raadsvoorstel Zienswijze op ontwerpregeling GR Jeugd

Besluitvormende raadsvergadering 20 november 2025, gemeente BrummenBij agendapunt: Zienswijze ontwerp GR Jeugd Zorgregio Midden-IJssel/Oost-Veluwe1.579 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Niet gevonden in dit document.

RaadsVoorstel Ons kenmerk

:

Programma(s)

:

Onderwerp

:

Z111008/D454841 Sociale leefomgeving Zienswijze op ontwerpregeling GR Jeugd

AAN DE GEMEENTERAAD

Brummen, 13 oktober 2025

Wij stellen voor te besluiten om:

1. Kennis te nemen van de ontwerpregeling Gemeenschappelijke Regeling Jeugdregio+ Midden IJssel/Oost Veluwe. 2. Af te zien van het indienen van een zienswijze op de ontwerpregeling van de GR Jeugdregio+ Midden IJssel/Oost Veluwe.

Inleiding In het wetsvoorstel voor de “Wet verbetering beschikbaarheid jeugdzorg” wordt geregeld dat gemeenten gezamenlijk in een verplichte gemeenschappelijke regeling (GR) kinderbeschermingsmaatregelen, jeugdreclassering en nader aan te wijzen vormen van specialistische jeugdhulp inkopen. Het doel daarvan is te waarborgen dat deze vormen van zorg altijd in voldoende mate beschikbaar zijn. De Wet verbetering beschikbaarheid jeugdzorg is nog niet vastgesteld. Deze wordt op 30 september behandeld in de Eerste Kamer. De verwachting is dat deze dan ingaat per 1 januari 2026, waarna de gemeenten een jaar hebben om een GR in te richten. Vooruitlopend op de wetgeving werken de gemeenten in de regio aan de ontwikkeling van de GR. Gekozen is voor een bedrijfsvoeringsorganisatie (BVO) als vorm voor de GR. Voor de Bedrijfsvoeringsorganisatie is een ontwerpregeling opgesteld. Elk college dient de ontwerpregeling van de Jeugdregio+ Midden IJssel/Oost Veluwe vast te stellen en de raad de mogelijkheid te bieden over het ontwerp een zienswijze naar voren te brengen. Daarnaast wordt advies gevraagd aan de Adviesraad Sociaal domein. In de Zorgregio wordt nu breder samengewerkt voor jeugdhulp en Wmo. De verplichte vorming van een GR heeft impact op de samenwerking in de Zorgregio. Voor de Wmo wordt in een separaat traject bepaald welke samenwerkingsvorm het beste past bij de doelstellingen.

Op basis daarvan worden nieuwe samenwerkingsafspraken gemaakt. Beoogd effect Voldoen aan de wettelijke verplichting om de samenwerking voor jeugd te formaliseren via een gemeenschappelijke regeling om te zorgen voor goede zorg voor kwetsbare kinderen en jongeren en te bevorderen dat deze vormen van zorg altijd in voldoende mate beschikbaar zijn. Argumenten 1.1 Hiermee wordt opvolging gegeven aan de Wet verbetering beschikbaarheid jeugdzorg en de Hervormingsagenda Jeugd. Vanuit het wetsvoorstel Verbetering Jeugdzorg en de Hervormingsagenda Jeugd geldt de verplichting om (waarschijnlijk per 1 januari 2027) een GR te treffen voor de organisatie van specialistische jeugdhulp met de acht gemeenten die samen de Jeugdregio MIJ/OV vormen. Het doel is de bevordering van de beschikbaarheid van specialistische jeugdzorg. De GR dient namens de colleges werkzaamheden uit te voeren die toe zien op inkoop, administratieve processen, bovenregionale afstemming en de organisatie van de regionale expertteams. Daarnaast worden gemeenten met het wetsvoorstel verplicht om een regiovisie vast te stellen. Deze regiovisie zal op een later moment aan het college worden voorgelegd. De gemeenten blijven zelf verantwoordelijk voor de uitvoering van de Jeugdwet. De financiering van de jeugdhulp zal daarmee ook blijven lopen via het gemeentefonds.

Adviseur: C. Wiegers

Blz. 1 van 4

1.2 In de uitwerking van de ontwerpregeling zijn de uitgangspunten van de gemeenten meegenomen. De gezamenlijke gemeenten hebben de volgende uitgangspunten benoemd voor de inrichting van een GR voor jeugd: • Flexibiliteit, keuzemogelijkheid voor gemeenten om aan onderdelen wel/niet deel te nemen. • Efficiënte samenwerking in een robuuste, toekomstbestendige organisatie. • Gezamenlijk eigenaarschap en betrokkenheid van raden. Gezamenlijk is geconcludeerd dat een bedrijfsvoeringsorganisatie het beste aansluit bij deze uitgangspunten. In de voorbereiding voor de ontwerpregeling is consensus gevonden tussen de gemeenten over de volgende onderwerpen: • Naam van de GR: Jeugdregio+ Midden IJssel/Oost Veluwe. • Aansluitend op de wens voor flexibele zakelijke samenwerking worden als basistaken voor de GR de wettelijk verplichte taken vanuit de Wet verbetering beschikbaarheid jeugdzorg benoemd. Daarnaast kunnen colleges aanvullende opdrachten beleggen bij de bedrijfsvoeringsorganisatie, via een zogenoemd kapstokartikel (zie argument 1.3). • Bijdrage: De verdeling van de kosten voor de uitvoering van taken vindt plaats naar rato van het aantal inwoners. • Besluitvorming en stemverhouding: o Het bestuur streeft in zijn besluitvorming naar unanimiteit. o Als unanimiteit niet kan worden bereikt wordt het besluit genomen bij stemming. Zie de ontwerpregeling voor een uitwerking hiervan.

2.1 Met de inrichting van de GR worden de samenwerkingsafspraken geactualiseerd. De gemeenten in de regio werken al een aantal jaar tevreden samen in de Zorgregio MIJ/OV. Met de inrichting van de GR worden de samenwerkingsafspraken geactualiseerd. Doel is dat de GR ons helpt om de inkoop, bedrijfsvoering en monitoring voor jeugdhulp efficiënt en effectief uit te voeren. Afgelopen maanden hebben de gemeenten, samen met het regioteam gewerkt aan deze afspraken, met de ontwerpregeling als resultaat. We zien nu geen reden tot aanpassing van de afspraken in de ontwerpregeling. Kanttekeningen 1.1 De mogelijkheid voor aanvullende taken leidt tot onzekerheid voor de uitvoeringsorganisatie. Omdat van tevoren niet bekend is welke taken colleges in de toekomst zouden willen beleggen (of niet meer willen beleggen) bij de bedrijfsvoeringsorganisatie, is niet aan de voorkant bekend welke taken belegd gaan worden bij de uitvoeringsorganisatie van de BVO. Daarnaast kunnen colleges aanvullende opdrachten op termijn ook niet meer afnemen. Als de wens bestaat bij één of meer colleges om gebruik te maken van het kapstokartikel, dan wendt dit college (of deze colleges) zich tot het bestuur van de BVO met de vraag of het bestuur bereid is om de bedrijfsvoeringsorganisatie de betreffende taken voor het college of de colleges uit te laten voeren.

Het is vervolgens aan het bestuur van de BVO om te bepalen of de BVO in staat is om, en bereid is tot, het uitvoeren van de door de colleges gewenste taken. Ook is het aan het bestuur van de bedrijfsvoeringsorganisatie om te besluiten tegen welke voorwaarden de uitvoering van deze taken gedaan kan worden. Op de besluitvorming van het bestuur over het al dan niet uitvoeren van extra taken en tegen welke voorwaarden, is de in de GR vastgelegde besluitvormingsprocedure van toepassing. Daarnaast worden in de onderliggende DVO voor de BVO afspraken vastgelegd over frictiekosten en opzegtermijn voor aanvullende taken. Het bestuur van de bedrijfsvoeringsorganisatie is dus ‘in control’ voor wat betreft de vraag of en zo ja hoe extra taken bij de bedrijfsvoeringsorganisatie worden belegd. Hierbij is altijd van belang dat de bedrijfsvoeringsorganisatie in staat moet worden gesteld de taak naar behoren uit te voeren en moet daarnaast worden gegarandeerd dat colleges die bepaalde taken niet afnemen, daarvan geen hinder of kosten ervaren. 1.2 De kapstokbepaling beperkt sturingsmogelijkheden voor college en gemeenteraad. College(s) kunnen vragen of de bedrijfsvoeringsorganisatie een aanvullende taak wil uitvoeren, maar het is aan het bestuur van de BVO om te bepalen of en tegen welke voorwaarden ze dit doet. Dit beperkt de invloed van het college.

Daarnaast heeft ook de gemeenteraad minder zeggenschap wanneer

Z111008/D454841

Blz. 2 van 4

gebruik wordt gemaakt van het kapstokartikel. Omdat aanvullende taken geen wijziging van de regeling betreffen en er dus geen mogelijkheid is om een zienswijze in te dienen. 1.3 De statutaire vestigingsplaats van de GR en de plaats voor het archief staan los van de werkelijke vestigingsplaats. Bij de statutaire vestigingsplaats (artikel 2) en de voorschriften en bewaarplaats voor het archief (artikel 24) staat de gemeente Apeldoorn benoemd. De gemeenten zijn nog met elkaar in gesprek over het vraagstuk van hosting van de uitvoeringsorganisatie voor de GR. De statutaire vestigingsplaats staat los van de hosting. 1.4 Als de GR niet start per 1 januari 2026 zullen voor de overgangsperiode in 2026 tijdelijke afspraken gemaakt moeten worden. De huidige samenwerkingsafspraken lopen tot 1 januari 2026. De huidige afspraken zullen tijdelijk doorlopen tijdens de overgangsperiode. Burgerparticipatie Niet van toepassing. Advies adviesorganen Dit besluit en de ontwerpregeling worden doorgestuurd naar de Maatschappelijke Adviesraad Brummen (MAR) voor advies. Communicatie Dit voorstel wordt voorgelegd aan de acht colleges van de samenwerkende gemeenten in de Zorgregio MIJ/OV. Na besluitvorming door de colleges wordt de uitkomst gedeeld met alle betrokken partijen. Financiële toelichting In de regeling worden nieuwe afspraken gemaakt, ook over de verdeling van de bijdrage per gemeente.

Deze verdeling vindt, net als nu, plaats op basis van inwonersaantal. Het is op dit moment dus nog niet bekend of, en zo ja hoeveel, de meerkosten zijn voor deze nieuwe manier van werken. Hier wordt op een later moment op teruggekomen. Juridische grondslag -

Gemeentewet Wet Gemeenschappelijke regelingen Wetsvoorstel Wet verbetering beschikbaarheid Jeugdzorg

Inkoop en aanbesteding Niet van toepassing. Uitvoering Dit voorstel wordt voorgelegd aan de acht colleges van de samenwerkende gemeenten in de Zorgregio MIJ/OV. Het proces tot vaststelling van de ontwerpregeling kent de volgende stappen: Stap 1: De ontwerpregeling wordt ter instemming aan de colleges aangeboden. Stap 2: Alle betrokken colleges leggen de ontwerpregeling voor aan hun gemeenteraden die vervolgens 8 weken de tijd hebben om een zienswijze op de regeling te geven aan het college. Stap 3: Het PFO van de Zorgregio waarin de 8 wethouders jeugdzorg zitting hebben, geeft aansluitend een reactie op de ingediende zienswijzen. Daarbij verzoeken zij de colleges in te stemmen met de (eventueel gewijzigde) regeling. Stap 4: De colleges nemen een besluit op dit verzoek en verzoeken aansluitend de gemeenteraden om toestemming tot het aangaan van de regeling. Deze toestemming mag alleen worden onthouden wanneer de regeling in strijd is met het recht of het algemeen belang. Stap 5: Deze toestemming moet uiterlijk na 13 weken ontvangen zijn van alle gemeenten, waarbij de mogelijkheid bestaat voor verlenging met nogmaals 13 weken. Streven is dat de GR in werking treedt uiterlijk 1 juli 2026.

Z111008/D454841

Blz. 3 van 4

Stukken behorende bij besluitvorming: 1. 2.

Concept raadsbesluit (D454844) Ontwerpregeling Bedrijfsvoeringsorganisatie (D468650)

Burgemeester en wethouders van Brummen,

H. Matser secretaris

Z111008/D454841

G.J.M. van Rumund burgemeester (wnd.)

Blz. 4 van 4

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16162699/2