CConstaterende datBrummen
Koppel je AI →
Document · PDF

(071) Perspectiefnota 2027-2030

Besluitvormende raadsvergadering 2 juli 2026, gemeente BrummenBij agendapunt: Perspectiefnota 2027-20304.448 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Niet gevonden in dit document.

PERSPECTIEFNOTA 2027 - 2030

Perspectiefnota 2027-2030 Zaaknummer: Z126343 Documentnummer: D482142 Vastgesteld B&W: 19 mei 2026

2

Inhoudsopgave Inhoudsopgave........................................................................................................................................ 3 Aanbieding van de Perspectiefnota ........................................................................................................ 4 Financiële Hoofdlijnen ............................................................................................................................ 6 Risico's................................................................................................................................................... 11 Financiële uitgangspunten en grondslagen .......................................................................................... 14

3

Aanbieding van de Perspectiefnota Geachte leden van de raad, Voor u ligt de Perspectiefnota 2027-2030. Een document dat richting geeft aan de komende jaren, maar ook een moment markeert: de overdracht aan een nieuw college en een nieuwe raad. Dat doen we met vertrouwen, omdat we samen veel hebben bereikt. En dat doen we met realisme, omdat de uitdagingen voor de komende periode groot zijn. De afgelopen jaren stonden in het teken van bouwen aan een sterke, sociale en duurzame gemeente. We hebben belangrijke stappen gezet in alle domeinen. In het sociaal domein is gewerkt aan het integrale kaderdocument sociaal domein met een visie op de sociale basis. De integrale kadernota beschrijft de waarden, de missie, de centrale uitgangspunten en de uitgangspunten voor een financieel duurzaam beleid sociaal domein. Hiermee is een fundamentele verandering in gang gezet. De kosten in de jeugdzorg zijn fors gestegen, maar de manier waarop we nu werken — met meer focus, meer eigenaarschap en een andere mentaliteit — laat substantiële positieve effecten zien. Naast de integrale kadernota sociaal domein zijn ook bij de uitwerking van het Interventieplan belangrijke mijlpalen bereikt. In de fysieke leefomgeving zijn omvangrijke resultaten geboekt op het gebied van verduurzaming van de gemeente, voldoen aan de woningbouwopgave, investeren in Eerbeek en vergroenen van de gemeente.

De opbrengst hiervan is te zien in onze projecten, zoals de solar parking bij het gemeentehuis, planvorming voor het Dorpshuis Brummen en het PAKhuis in Eerbeek en de bomenactie “Elke Brummenaar een boom”. Ook is het traject rondom de Bestuurlijke Toekomst opgestart. De afgelopen twee jaar is onderzocht op welke manier we ervoor kunnen zorgen dat het huidige voorzieningen- en dienstverleningsniveau kan worden behouden. Dit heeft geleid tot het besluit samen met de gemeente Rheden een nieuwe gemeente op te bouwen. Tegelijkertijd hebben we te maken met ontwikkelingen die onze gemeente raken. Geopolitieke spanningen, prijsstijgingen en economische onzekerheden hebben direct effect op onze inwoners en onze voorzieningen. Het faillissement van papierfabriek Coldenhove is daarvan een tastbaar voorbeeld: het raakt gezinnen, wijken en de lokale economie. In lijn met de uitgangspunten van de raad dat we moeten doen wat het beste is voor onze inwoners, en dat we onze voorzieningen op peil moeten houden, biedt het college u deze perspectiefnota aan. Juist daarom blijft het uitgangspunt van dit college overeind: we doen wat het beste is voor onze inwoners, en we houden onze voorzieningen zo veel mogelijk op peil. Dat is in lijn met het uitgangspunt dat de raad zelf heeft uitgesproken. Voor 2027 presenteren we een sluitende begroting.

Dat geeft de nieuwe raad een goede start en de tijd om weloverwogen keuzes te maken voor de langere termijn. Tegelijkertijd zijn de jaren daarna minder positief. Zonder aanvullende maatregelen van het Rijk of ingrijpende keuzes op lokaal niveau is vanaf 2028 sprake van een structureel tekort. De ervaring leert dat het Rijk regelmatig incidenteel bijspringt, maar daarop kunnen we niet blind varen. Tegelijkertijd willen we ook geen onomkeerbare besluiten nemen, zoals het sluiten van een voorziening als het zwembad of een bibliotheek, terwijl achteraf blijkt dat het Rijk bijspringt, Deze Perspectiefnota geeft daarom een reëel beeld van de opgave, zonder vooruit te lopen op keuzes die aan de nieuwe raad zijn. 4

Uw raad is aan zet Met deze Perspectiefnota dragen we een gemeente over die stevig staat, met duidelijke ambities en een sociaal en duurzaam profiel. We hebben successen geboekt, we hebben moeilijke stappen gezet en we hebben een organisatie gebouwd die klaar is voor de volgende fase. De nieuwe raad en het nieuwe college krijgen hiermee een solide basis om verder te werken aan een sterke, verbonden en toekomstbestendige gemeente Brummen. Het college van burgemeester en wethouders Brummen, mei 2026

5

Financiële Hoofdlijnen Inleiding In dit hoofdstuk laten we het actuele financieel meerjarenperspectief 2027-2030 zien. Het startpunt is Programmabegroting 2026-2029. Hierbij wordt een onderscheid gemaakt tussen het totale en het structurele meerjarenperspectief.

Financieel meerjarenperspectief 2027-2030 In tabel 1 staat het financieel meerjarenperspectief voor de jaren 2027-2030. Hierin zijn de belangrijkste wijzigingen opgenomen ten opzichte van de Programmabegroting 2026-2029.

Bedragen x € 1.000

Totaal meerjarenperspectief

Structureel meerjarenperspectief

2027

2028

2029

2030

2027

179

-1.241

-1.147

-1.147

Programmabegroting 2026-2029 1 Septembercirculaire 2025 2 Bijstelling BUIG

544

2028

2029

2030

-1.075

-1.113

-1.113

64

18

2

-20

64

18

2

-20

-1.075

-1.075

-1.075

-1.075

-1.075

-1.075

-1.075

-1.075

3 Correctie stelpost jeugdzorg VNG

-480

-480

-480

-480

-480

-480

38

4

5

5

38

4

5

5

-794

-2.775

-2.694

-2.716

-429

-2.609

-2.660

-2.682

5 Impactanalyse Woo

-224

-224

-224

-224

-224

-224

-224

-224

6 Voorjaarsnota / meicirculaire

P.M.

P.M.

P.M.

P.M.

P.M.

P.M.

P.M.

P.M.

7 Loonkosten obv CEP 2026

-66

202

380

P.M.

-66

202

380

P.M.

8 Bijstelling Jeugd en Wmo hulpmiddelen

580

600

630

630

580

600

630

630

Financieel beeld Perspectiefnota

-504

-2.197

-1.908

-2.310

-139

-2.031

-1.874

-2.276

4 Decembercirculaire 2025 Financieel beeld januari 2026 Ontwikkelingen:

Dekkingsvoorstellen: 9 Afromen DU CDOKE

35

10 Verlagen toevoeging reserve T&R naar 20%

96

96

96

96

96

96

96

96

11 Verlagen budget omgevingswet

25

25

25

25

25

25

25

25

12 Aframen div. kosten RO

10

10

10

10

10

10

10

10

13 Aframen budget particuliere plannen

15

15

15

15

15

15

15

15

14 Verlagen plankosten Ruimte voor Eerbeek

20

20

20

20

20

20

20

20

15 Verlagen budget extra capaciteit omg. vergunningen

50

50

50

50

50

50

50

50

16 Groenonderhoud in centra en toegangswegen van A naar B

15

15

15

15

15

15

15

15

17 Bezuiniging op programma Duurzaamheid

25

25

25

25

25

25

25

25

18 Interventieplan sociaal domein

770

1.030

1.085

1.085

770

1.030

1.085

1.085

18 Versnellingsopties interventieplan

300

P.M.

P.M.

P.M.

19 Halveren inzet GGW en participatie

113

120

127

132

113

120

127

132

20 Verhogen concerncorrectie personeel naar 5%

190

198

205

212

190

198

205

212

560

-593

-235

-625

1.225

-427

-201

-591

Stand Perspectiefnota 2027-2030

6

35

Toelichting financieel meerjarenperspectief 2026-2029 Programmabegroting 2026-2029 In bovenstaande tabel zijn de saldi opgenomen zoals die zijn besloten in de Programmabegroting 2026-2029. Aan de linkerkant staat het totaal van alle lasten en baten. Aan de rechterkant alleen die van de structurele lasten en baten. De provincie ziet er als toezichthouder op toe dat de structurele lasten in evenwicht zijn met de structurele baten. In bovenstaande tabel is zichtbaar dat het structurele perspectief iets gunstiger is dan het totaal. Financieel beeld januari 2026 Na het vaststellen van de Programmabegroting hebben er een aantal ontwikkelingen zich voorgedaan. Die zijn toegelicht in de raadsinformatiebrieven over de Septembercirculaire 2025 (D469079), Forse financiële tegenvallers 2025 (D474830) en de Decembercirculaire 2025 (D476253). Ontwikkelingen Inmiddels zijn er nog een aantal andere ontwikkelingen die invloed hebben op het meerjarenperspectief: 5. Impactanalyse Woo: Er is een eerste impactanalyse gemaakt op welke stappen er nodig zijn om te voldoen aan de Wet open overheid. Dit betekent een investering in software om documenten te kunnen anonimiseren en publiceren. Daarnaast is er personele capaciteit benodigd om de applicaties te implementeren en onderhouden. Dit betekent een structurele extra last van € 224.000. 6.

Voorjaarsnota / meicirculaire: Het Rijk heeft de voorjaarsnota gepubliceerd. Hier zitten nog geen concrete toezeggingen in die de financiële positie van de gemeente structureel verbeteren. De meicirculaire zal moeten uitwijzen waar we vanuit kunnen gaan bij het opstellen van de begroting. Daarom is deze ontwikkeling als pro memorie (P.M.) aangemerkt. 7. Loonkosten obv CEP 2026: Jaarlijks maakt het CPB een prognose van de ontwikkeling van een aantal economische indicatoren. Hierop wordt de indexatie van lonen en prijzen in de begroting gebaseerd. Voor lonen heeft dat een wisselend financieel effect op de meerjarenbegroting. 8. Bijstelling Jeugd en Wmo hulpmiddelen: Vanaf 2025 is er sprake van een relatieve daling van het aantal jeugdigen met een betaalde voorziening. Deze dalende trend is in de eerste maanden van 2026 nog steeds zichtbaar voor het aantal jeugdigen en de uitgaven. Om die reden en in het kader van scherp ramen worden diverse uitgavenposten in de jeugdzorg verlaagd. Daarnaast worden WMO-hulpmiddelen en rolstoelen niet meer ingekocht maar ze worden via een leaseconstructie beschikbaar gesteld. Dit levert een besparing op. Al met al betekent dit een totaal tekort van bijna € 0,5 miljoen in 2027, oplopend naar € 2,3 miljoen in 2030.

Het structurele perspectief is, met name in 2027, iets gunstiger met een tekort van € 139.000 in 2027, oplopend naar € 2,3 miljoen in 2030. Dekkingsvoorstellen In de voorliggende perspectiefnota worden een aantal dekkingsvoorstellen gedaan om in ieder geval 2027 structureel sluitend te maken. Het gaat om de volgende voorstellen:

7

9. Afromen DU CDOKE: De bijdrage van het Rijk voor extra capaciteit voor de uitvoering van klimaatbeleid is met ingang van 2026 fors verhoogd en vrij besteedbaar gemaakt. Hoewel deze middelen volledig nodig zijn voor het uitvoeren van de wettelijke taken voor onder andere de warmtetransitie, is er nu enige ruimte om een klein deel ervan te laten vrijvallen. 10. Verlagen toevoeging reserve T&R naar 20%: In de nota Reserves en Voorzieningen is vastgelegd dat 25% van de opbrengst van de toeristenbelasting wordt toegevoegd aan de reserve Toerisme en Recreatie. Dit zou verlaagd kunnen worden naar 20% van de opbrengst. 11. Verlagen budget omgevingswet: Dit budget wordt ingezet om de Omgevingswet te implementeren. Het gaat met name over het omzetten van oude bestemmingsplannen, het opstellen van de Omgevingsvisie en het ontsluiten van informatie via het DSO. Het verlagen van dit budget heeft niet direct impact op de doelen. Als er tegenvallers zijn gedurende de uitvoering, betekent dit wel vertraging in de uitvoering. 12. Aframen div. kosten RO: Een post voor diverse kosten zou kunnen worden afgeraamd. We zetten deze post in om RO zaken die we als gemeente op eigen initiatief uitvoeren. Als er, bijvoorbeeld door een wetswijziging, kosten gemaakt moeten worden om daarvoor beleid in te voeren, betalen we dat uit deze post.

Verder wordt dit budget ingezet om ontwikkelingen die op basis van beleid wenselijk zijn te stimuleren. Dit om gewenste ontwikkelingen sneller op gang te brengen. Denk bijvoorbeeld aan het makkelijker maken van het aanleggen van landschapselementen in het buitengebied. 13. Aframen budget particuliere plannen: Gedurende een ruimtelijke procedure kunnen er zich zaken voordoen die onverwacht extra kosten met zich meenemen die we niet kunnen beleggen bij de initiatiefnemer. Als het gaat om een ontwikkeling die op grond van ons beleid zeer wenselijk is, kunnen we dit budget inzetten om de kans op haalbaarheid in deze te vergroten. Het budget wordt niet jaarlijks volledig benut en daarom is de direct impact van deze maatregel beperkt. 14. Verlagen plankosten Ruimte voor Eerbeek: In voorgaande jaren is dit budget niet volledig uitgeput. 15. Verlagen budget extra capaciteit omg. vergunningen: Dit budget wordt ingezet om kennis en capaciteit in te zetten bij het verwerken van aanvragen omgevingsvergunningen. Denk daarbij aan complexe aanvragen waarvoor bouwkundige kennis nodig is waarover wij niet binnen onze organisatie beschikken. Het budget kan worden verlaagd, maar beperkt de ruimte die we hebben om waar nodig capaciteit bij te schakelen. 16.

Groenonderhoud in centra en toegangswegen van A naar B: A-niveau voor het groenonderhoud en het ruimen van zwerfvuil in de dorpscentra en aan de toegangswegen is ingevoerd om de dorpen een nette en verzorgde uitstraling te geven. Dit heeft een positief effect op de beleving van deze openbare ruimte en de waardering door toeristen. De uitstraling wordt echter meer bepaald door het inrichtingsniveau dan het onderhoudsniveau. Het terugvallen op B-niveau zal niet door veel personen opgemerkt worden en is nog steeds een acceptabel onderhoudsniveau. 17. Bezuiniging op programma Duurzaamheid: Het budget voor programma Duurzaamheid zou structureel verlaagd kunnen worden. Het realiseren van de doelen uit het programma zal wel vertraagd worden.

8

18. Interventieplan sociaal domein: Binnen het sociaal domein staan we samen voor een aantal stevige inhoudelijke en financiële opgaven. Opgaven die vragen om zorgvuldige keuzes, onderlinge samenhang en vooral om gezamenlijke verantwoordelijkheid, snelle samenwerking en daadkrachtig handelen. De huidige en toekomstige financiële positie van het sociaal domein raakt inmiddels niet meer alleen onze eigen taken, maar heeft ook impact op de bredere sociale basisvoorzieningen in Brummen. De urgentie om dit tij te keren is reëel en groot. Daarom is een concreet en integraal interventieplan voor het sociaal domein als geheel nodig, inclusief een stevige financiële onderbouwing. Dat vraagt om scherpte, samenhang en duidelijke keuzes. Vanuit onderstaande hoofddoelen: • Zichtbare verschuiving: voorveld wordt hoofdveld • Heldere resultaatafspraken, inclusief sturing en monitoring • Kostenreductie • Volumereductie • Basis op orde Hoewel er vertrouwen is in de uitvoerbaarheid van het plan, is er tegelijkertijd het besef dat dit pakket ons nagenoeg tot de ondergrens brengt van wat noodzakelijk is om de wettelijke taken uit te voeren, de beleidsinhoudelijke ambities te realiseren en de sociale basisvoorzieningen voor inwoners toegankelijk en houdbaar te houden. Het verwachte financiële effect hiervan loopt op van € 770.000 in 2027 naar € 1.085.000 in 2030.

Dit is een scherpe raming van de mogelijke besparing. De kostenontwikkeling in het sociaal domein kent een grillig verloop en het is lastig te voorspellen hoe maatregelen financieel uitpakken. Daarnaast blijven we als gemeente afhankelijk van externe factoren. Het blijft daarom belangrijk om rekening te houden met een eventuele inzet van de behoedzaamheidsreserve wanneer de maatregelen minder effectief zijn of wanneer de kosten stijgen als gevolg van externe ontwikkelingen. Naast de structurele besparingen en maatregelen bevat het interventieplan ook een aantal opties om op onderdelen te kunnen versnellen. Dit betreffen incidentele investeringen. Om deze maatregelen te kunnen treffen reserveren we € 300.000 in 2027. Op basis van de resultaten bekijken we wat er in de opvolgende jaren wenselijk en mogelijk is. 19. Halveren inzet GGW en participatie: Op dit moment is er formatie specifiek belast met het uitvoeren van het beleid rondom gebiedsgericht werken en participatie. Er kan voor gekozen worden om dit niet langer te behandelen als losstaand beleidsveld, maar het te integreren als vanzelfsprekend onderdeel van het dagelijks handelen van medewerkers. Dit zou een verschuiving betekenen van project- en beleidsmatig werk naar verandering in de organisatiecultuur.

Dit vraagt aan de voorkant extra inzet, maar op termijn zou het kunnen leiden tot een halvering van de inzet op zowel gebiedsgericht werken als participatie. 20. Verhogen concerncorrectie personeel naar 5%: In het kader van scherper ramen is er in het verleden voor gekozen om 4% van de loonsom af te ramen. Op personeelskosten werd jaarlijks fors overgehouden doordat medewerkers niet in het maximum van hun loonschaal zitten en er ook sprake was van onderbezetting. Op basis van de realisatie van de afgelopen drie jaar zou het percentage verhoogd kunnen worden van 4% naar 5%.

9

Tegelijkertijd is dit geen taakstellende bezuiniging op personeel. Als er sprake is van volledige bezetting en meer medewerkers aan het einde van hun loonschaal leidt dit tot een tekort die incidenteel gedekt kan worden uit de behoedzaamheidsreserve. Vervolgens zou het percentage weer neerwaarts bijgesteld moeten worden. Stand Perspectiefnota 2027-2030 Het financieel beeld was, bij de start van deze perspectiefnota, in alle vier de begrotingsjaren negatief. In 2027 was er sprake van een tekort van € 794.000. In de jaren daarna ging het om een tekort van € 2,7 miljoen. Er zijn een aantal ontwikkelingen die het beeld beïnvloeden. Het gaat hierbij om meerkosten van de Woo, een bijstelling van de salariskosten en een bijstelling van de verwachte kosten voor jeugdzorg en Wmo hulpmiddelen. Deze ontwikkelingen verbeteren het meerjarenbeeld structureel met een financieel effect van tussen € 300.000 en € 800.000 voordelig. In deze perspectiefnota worden ook een aantal structurele dekkingsvoorstellen gedaan. Met name het interventieplan sociaal domein heeft een positief effect van ruim € 1 miljoen. Maar ook in de andere programma’s worden ook aanzienlijke voorstellen gedaan. Onder aan de streep betekent dit een fors beter resultaat voor alle jaren. 2027 sluit nu met een positief saldo van € 560.000.

De opvolgende jaren laten nog wel een tekort zien, maar dit is wel fors verlaagd doordat er structurele maatregelen worden getroffen. Dit biedt een solide basis voor het opstellen van de Programmabegroting 2027-2030.

Vaststelling Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 2 juli 2026. De gemeenteraad van Brummen,

M.E.A. Knook griffier

J.N. Rozendaal voorzitter

10

Risico's In dit hoofdstuk nemen we u mee in de risico's en onzekerheden waar de gemeente mee te maken heeft. In het overdrachtsdocument dat u recentelijk heeft ontvangen, worden ontwikkelingen en risico's voor de gemeente integraal behandeld. Dit hoofdstuk is daar een aanvulling op. Geopolitieke spanningen Zoals we in het verleden hebben gemerkt, kunnen geopolitieke spanningen effecten hebben op de financiële positie van de gemeente, ondernemers en inwoners. Hierbij valt te denken aan de kosten en leveringszekerheid van grondstoffen voor grond-, weg- en waterbouw. Dit kan invloed hebben op de kosten en doorlooptijd van (fysieke) projecten. Een hogere energieprijs heeft direct consequenties voor de gemeentelijke budgetten. Ondernemers en inwoners kunnen hier ook last van ondervinden, waardoor een mogelijke ondersteuningsvraag ook indirect gevolgen heeft voor de gemeentebegroting. Tot slot maken recente ontwikkelingen ook duidelijk dat er een toegenomen dreiging is voor onze informatieomgeving. Dit maakt het des te belangrijker om de IT-beveiliging op orde te krijgen en houden. Aflopen Integraal Zorgakkoord en Gezond en Actief Leven Akkoord en start Aanvullende Zorg en Welzijn Akkoord Het Integraal Zorg Akkoord (IZA) en het Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA) lopen af in 2026. Deze gaan op in het Aanvullend Zorg- en Welzijn Akkoord (AZWA) en Hoofdlijnen Akkoord Ouderen (HLO).

Per 1-1-2027 dienen deze akkoorden te worden uitgevoerd. Het AZWA en het HLO bevatten verplichten activiteiten die bijdragen aan de preventie infrastructuur en de versterking van de sociale basis. Deze akkoorden kennen een ander financieringssysteem, waar nog geen duidelijkheid over is vanuit de Rijksoverheid. Mogelijk worden de gelden hiervoor overgeheveld naar de gemeente via het gemeentefonds. De verwachting is dat bij het vaststellen van de begroting hier meer duidelijkheid over is. Participatiewet in Balans De huidige Participatiewet sluit onvoldoende aan bij de leefwereld van inwoners en de uitvoeringspraktijk van gemeenten. De wet is complex, streng in handhaving en biedt te weinig ruimte voor maatwerk, waardoor inwoners onzekerheid ervaren en professionals beperkt worden in hun vakmanschap. Dit is de aanleiding voor het kabinet geweest om de wet te herzien. De Participatiewet in Balans omvat 20 samenhangende wetswijzigingen die vanaf 2026 gefaseerd worden ingevoerd. De herziening richt zich op meer rechtszekerheid, een stabieler bestaansminimum en grotere professionele ruimte voor gemeenten. De wijzigingen moeten leiden tot eenvoudiger regelgeving, voorspelbare uitvoering en meer mogelijkheden om af te wijken van standaardregels wanneer dat nodig is voor de menselijke maat.

Ook worden procedures toegankelijker en wordt de financiële beoordeling van inwoners realistischer ingericht. Voor gemeenten betekent dit dat beleid, processen en systemen opnieuw moeten worden ingericht. De impact is aanzienlijk, maar de herziening biedt tegelijkertijd kansen om de dienstverlening beter te laten aansluiten bij de behoeften van inwoners en om de uitvoeringspraktijk te versterken.

11

Wet van school naar duurzaam werk De Wet van school naar duurzaam werk is ontwikkeld om de overgang van jongeren van onderwijs naar arbeidsmarkt structureel te versterken. Al langere tijd blijkt dat jongeren, vooral degenen met extra ondersteuningsbehoeften, moeite hebben om een duurzame plek op de arbeidsmarkt te vinden. De wet is ingevoerd om de overgang van school naar werk te verbeteren en jongeren eerder en effectiever te ondersteunen. De wet richt zich op een nauwere samenwerking tussen onderwijsinstellingen, gemeenten en werkgevers. Gemeenten krijgen een sterkere regierol in deze aanpak, wat vraagt om een integrale werkwijze, duidelijke afspraken en een goed georganiseerd ondersteuningsaanbod. De wet biedt daarmee kansen om jongeren eerder in beeld te krijgen, de dienstverlening te versterken en duurzame arbeidsparticipatie te bevorderen, terwijl tegelijkertijd de samenwerking in de regio wordt verstevigd. Armoederegelingen Internationale spanningen, zoals de conflicten in het Midden-Oosten en Oekraïne en toenemende handelsbelemmeringen, zetten de energieprijzen onder druk. Dit vertaalt zich in stijgende kosten van levensonderhoud. Met name de huishoudens met lage en middeninkomens worden daar hard door getroffen. Tegelijkertijd verkent het Rijk maatregelen om de overheidsfinanciën op orde te houden, waarbij aanpassingen in de sociale zekerheid niet worden uitgesloten.

Deze samenloop van factoren vergroot naar verwachting de instroom in gemeentelijke ondersteuning en minimaregelingen, zowel in omvang als in diversiteit van de doelgroep. Het is belangrijk om hier als gemeente tijdig op te anticiperen. Onderzoek Jeugdgezondheidszorg (JGZ) In 2025 hebben 22 gemeenten in de GGD-regio Noord- en Oost-Gelderland (NOG) besloten om een onderzoek te laten uitvoeren naar de toekomstbestendigheid van de Jeugdgezondheidszorg in de regio. Het doel van het onderzoek is de jeugdgezondheidszorg op een toekomstbestendige manier in Noord- en Oost-Gelderland te organiseren. In het onderzoek staat centraal hoe de gemeenten hun inwoners het beste kunnen bedienen In de regio Noord- en Oost-Gelderland (NOG-regio) is de jeugdgezondheidszorg voor 0-18-jarigen verdeeld over vijf zorgorganisaties. Dit brengt inhoudelijke, organisatorische en financiële uitdagingen met zich mee. De JGZ 0-4 jaar is belegd bij Icare (NoordVeluwe), Vérian (Midden-IJssel) en Yunio (Achterhoek, inclusief Lochem en Zutphen). De JGZ 5-18 jaar is belegd bij de GGD Noord- en Oost-Gelderland (GGD NOG). Apeldoorn heeft de JGZ 0-18 integraal belegd bij CJG Apeldoorn. Het onderzoeksbureau concludeert dat een werkwijze met onderscheid 0-4 / 5-18 jaar op termijn niet houdbaar is.

De Bestuurlijke Begeleidingsgroep, die het onderzoek begeleidt, heeft besloten om de overgebleven scenario’s (integrale JGZ 0-18 belegd bij de GGD en integrale JGZ 0-18 belegd bij private aanbieders) nader te onderzoeken. Naar verwachting worden de resultaten van het onderzoek in de zomer van 2026 verwacht en zal er in het najaar hierover besloten worden door de 22 gemeenten. De verdere uitwerking hiervan zal mogelijk gevolgen hebben voor de inrichting en financiering van de zorg in 2027. Personeel krapte in de (jeugd)zorg Het personeelstekort in de zorg heeft verstrekkende gevolgen. Wachttijden lopen op en de werkdruk neemt toe waardoor de kwaliteit van zorg onder druk staat. De toename van professionals die kiezen voor een zzp-status kan leiden tot hogere uitgaven en een gebrek aan continuïteit in de zorg.

12

Asielopvang Brummen heeft vanuit het Verdeelbesluit een wettelijke verplichting om 350 asielopvang te realiseren. Hiervoor is sinds februari 2024 de Michaelshoeve als locatie in beeld. Ten tijde van het opstellen van de tekst van de Perspectiefnota is nog onzeker of COA de Michaelshoeve kan verwerven. Als de Michaelshoeve uit beeld verdwijnt als mogelijke opvanglocatie, dan zal er nieuwe locatie gevonden moeten worden. Ook zullen er dan opnieuw aanloopkosten worden gemaakt, waarvan dekking onzeker is. De reeds gemaakte aanloopkosten voor Michaelshoeve worden dan afgeboekt ten laste van de reserve Oekraïneopvang. In een eerder stadium is de inschatting gemaakt dat voor het realiseren van een AZC van circa 120 plekken er aanloopkosten van circa € 1 miljoen moeten worden en dat dit vervolgens een structureel verlies op de begroting betekent van € 300.000 per jaar (zie onder andere raadsinformatiebrief D457476). Daarnaast kunnen er indirecte kosten zich voordoen voor bijvoorbeeld extra inzet bij burgerzaken en zorgkosten in het sociaal domein. Hier zouden nieuwe afspraken met het Rijk en COA over moeten worden gemaakt. Opvang Oekraïense ontheemden Met ingang van maart 2027 vervalt de huidige Europese Richtlijn Tijdelijke Bescherming en wordt nationale beleid van kracht.

Hieronder krijgen Oekraïense ontheemden een ‘Transitiedocument’ met een tijdelijke verblijfsvergunning voor 3 jaar. Met het verblijfsrecht ontstaat ook recht op huisvesting, alsook recht op ondersteuning vanuit de Participatiewet. Momenteel voldoen niet alle opvangplekken aan de vereisten vanuit de Huisvestingswet. Wij onderzoeken op welke wijze wij- op basis van de huidige samenstelling van de groep ontheemden- kunnen voldoen aan de huisvestingsverplichting. Het Rijk stelt middelen beschikbaar vanuit de Doelgroep flexibele regeling voor onzelfstandige huisvesting. Ook zijn er nog middelen in de reserve Oekraïneopvang. Huisvesting statushouders In de aanloop naar de sluiting van de doorstroomlocatie op de Michaelshoeve per maart 2026, zijn alle statushouders die daar verbleven ondergebracht in reguliere huurwoningen. Hiermee hebben wij ook (nagenoeg) voldaan aan de huisvestingstaakstelling voor 2026.

13

Financiële uitgangspunten en grondslagen In dit hoofdstuk zijn de financiële uitgangspunten en grondslagen opgenomen die zullen worden gehanteerd bij het opstellen van de Programmabegroting 2027-2030. Lasten

Uitgangspunten

Prijsstijging 2027-2030 (inflatie)

Uitbestedings- en subsidiebudgetten worden, waar dat aan de orde is, meerjarig geïndexeerd met een percentage dat gebaseerd is op het consumentenprijsindexcijfer (cpi) zoals opgenomen in het Centraal Economisch Plan (CEP) 2026. De percentages zijn: 2027: 2,1% 2028: 2,5% 2029: 2,1% 2030: 2,3%

Gemeenschappelijke regelingen (GR)

De bijdragen in 2027 en verder zijn gebaseerd op (concept)begrotingen 2027 van de GR of de meest recente gegevens over de ontwikkeling van de bijdrage aan de GR.

Loonkosten (inclusief sociale lasten)

Uitgangspunt voor de indexering van loonkosten is de Loonvoet overheid zoals opgenomen in het CEP 2026. Op basis van het CEP 2026 worden de volgende indexeringen voor salarissen opgenomen: 2027: 4,2% 2028: 4,0% 2029: 3,6% 2030: 3,5%

Kapitaallasten

Op basis van de staat van activa, het meerjarige investeringsplan in de Programmabegroting 2027-2030 en de investeringsruimte 2027-2030.

Rentelasten

Op basis van de leningenportefeuille tot en met 2025 en de ontwikkeling financieringsbehoefte 2026-2029. Hierbij is rekening gehouden met een gemiddelde rente van 2,75% voor langlopende leningen.

Rente over activa

De totale rentelast wordt via een gemiddeld percentage omgeslagen over de boekwaarde van de activa.

Eigen financieringsmiddelen

Hierover wordt geen rente berekend.

Baten

Uitgangspunten

Onroerende zaakbelastingen

De opbrengst van de OZB wordt in 2027 met 13% verhoogd. In de jaren daarna wordt een jaarlijkse inflatiecorrectie toegepast die is gebaseerd op het CEP 2026 (zie Prijsstijging (2027-2030).

Toeristenbelasting

De opbrengst van de toeristenbelasting wordt in 2027 verhoogd met gemiddeld € 0,50 per persoon per nacht boven de inflatiecorrectie.

Rioolrechten

100% kostendekkend.

Afvalstoffenheffing

100% kostendekkend.

Grafrechten

Het tarief wordt jaarlijks geïndexeerd met de inflatiecorrectie op basis van het CEP 2026 (zie Prijsstijging (2027 2030)) en is maximaal 100% kostendekkend.

Leges

Het tarief wordt jaarlijks geïndexeerd met de inflatiecorrectie op basis van het CEP 2026 (zie Prijsstijging (2027-2030)) en is maximaal 100% kostendekkend.

Rente verstrekte leningen

Op basis van de bestaande leningenportefeuille.

Huur en overige vergoedingen

Het tarief wordt jaarlijks geïndexeerd met de inflatiecorrectie op basis van het CEP 2026 (zie Prijsstijging (2027-2030)).

14

Engelenburgerlaan 31 6971 BV Brummen 0575 - 568 233 gemeente@brummen.nl

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16975677/2