Svz memo tbv werkgroep Omgevingswet bijlage 3
Tekst van het document
Memo Aan: Van: Datum: Onderwerp:
A
Werkgroep Omgevingswet Gemeenteraad Breda Wethouder Förster 23 november 2023 Stand van zaken voorbereiding implementatie Omgevingswet
DOEL
Met deze memo geef ik u inzicht hoe de gemeente Breda ervoor staat in het laatste kwartaal voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet per 1 januari 2024. We werken vanuit een aantal sporen aan de voorbereiding op de wet.
B
TOELICHTING
De gemeente Breda heeft zich in de afgelopen jaren vanuit de verschillende sporen zo gedegen mogelijk voorbereid op de inwerkingtreding van de Omgevingswet. Hierbij zijn dwarsverbanden en relaties continu (op)gezocht. Het moment van inwerkingtreding betekent het overgaan van de voorbereidings- en (voor zover mogelijk) oefenfase naar de praktijk. Dit betekent vooral dat de druk op de organisatie en de digitale systemen zal toenemen en dat een breder deel van de organisatie en het publiek op de nieuwe manier zal gaan moeten werken. Ondanks een zorgvuldige voorbereiding en communicatie zowel intern als extern is dit niet zonder risico’s. Daarbij moeten we rekening houden met een zeker nog niet optimaal werkend DSO en software, waar veel sporen een raakvlak mee hebben. Uitgangspunt daarbij is uiteraard het zo goed mogelijk blijven faciliteren van (wenselijke) ontwikkelingen, zoals woningbouwplannen, en ook het in stand houden van minimaal het huidige dienstverleningsniveau. Om dit te kunnen doen, worden maatregelen getroffen zoals het instellen van een ‘belteam’ om vragen van klanten die te maken met de Omgevingswet te kunnen beantwoorden. Duidelijke communicatie en transparantie over verwachtingen bij wat wel en wat (nog) niet kan zijn dan ook erg belangrijk. De nieuwe processen zullen actief gevolgd worden waarbij resultaten en ervaringen intern en extern geëvalueerd worden.
C
NADERE INFORMATIE OP ONDERDELEN
Status bestuursvoorstellen in route besluitvorming: Op 9 oktober is aan de griffie een overzicht gestuurd van de vóór 1 januari 2024 te nemen besluiten door de raad die samenhangen met inwerkingtreding van de Omgevingswet. Hieronder is van die besluiten de stand van zaken gegeven. In route besluitvorming:
-
-
Voorstel mbt verplichte participatie > planning raad: wordt 23 nov in beeldvormende sessie besproken samen met voorstel mbt delegatiebesluit Delegatiebesluit (hoeft niet persé dit jaar) > college: 7 nov college akkoord, planning raad: wordt 23 nov in beeldvormende sessie besproken samen met voorstel mbt verplichte participatie Nota Ruimtelijke kwaliteit > college akkoord, planning raad: donderdag (23 nov) is er een informatieve beeldvormende sessie voor de raad. Daarna wordt vervolg bepaald door raad hoe NRK verder geagendeerd wordt. Legesverordening > college: 21 nov, planning raad: 7 december (beeldvormend), 14 december (oordeelsvormend), 21 december (besluitvormend) Voorstel ‘nota financiële bijdragen kwaliteitsverbetering fysieke leefomgeving’ > Voorstel wordt naar verwachting geagendeerd data voor het college van 28 november en daarna doorgestuurd naar de raad voor besluitvorming.
Reeds door raad vastgesteld: -
Procedureverordening nadeelcompensatie > 16 november door raad vastgesteld. Technische aanpassing APV > 16 november door raad vastgesteld.
Status DSO (digitaal stelsel omgevingswet) De landelijke DSO voorziening is bedoeld voor omgevingsplannen en vergunningverlening. Het vergunningendeel inclusief koppelingen naar bijvoorbeeld de Omgevingsdienst (OMWB) verloopt prima. Dit is goed gekoppeld aan de Bredase systemen en uitgebreid getest. Vergunningaanvragen kunnen ontvangen worden vanuit de landelijke voorziening en kunnen goed worden verwerkt. De user interface voor de landelijke voorziening die de burger kan gebruiken om een aanvraag te doen is op dit moment nog niet zoals het moet zijn. Niet gebruikersvriendelijk is er met regelmaat onduidelijkheid in de vragenboom die men doorloopt tijdens de aanvraag. Conclusie: werkbaar, maar nog niet optimaal. Voor het maken van het omgevingsplan werkt het DSO ook nog niet naar behoren: het DSO is nog in ontwikkeling, niet stabiel en er komen geregeld foutmeldingen voor. Om ontwikkelingen niet te vertragen, is daarom besloten gebruik te maken van een tijdelijk alternatief aangeboden vanuit het landelijk project, namelijk TAM-IMRO. Op die manier hoeft voor ontwikkelingen nog niet gewerkt te worden met de STOP/TPOD-standaarden. Aan het gebruik van TAM-IMRO zitten ook nadelen, maar deze wegen op dit moment niet op tegen de risico’s en onmogelijkheden die kleven aan het gebruik van STOP-TPOD.
Conclusie: ontwikkelingen kunnen doorgang vinden door af te wijken van het omgevingsplan met een omgevingsvergunning (BOPA) of waar dat niet mogelijk is door het gebruik van TAM-IMRO. Status Omgevingsplan Voorop wordt gesteld dat in de procedure voor het opstellen van het omgevingsplan geen sprake is van wezenlijke veranderingen. Ook een omgevingsplan gaat eerst als ontwerp ter inzage en wordt daarna aan de raad aangeboden ter vaststelling.
Stand van zaken Vanuit het project omgevingsplan worden voorbereidingen getroffen om: • •
Ontwikkelingen mogelijk te (blijven) maken met projectgerichte omgevingsplannen; Een nieuw planologisch kader te kunnen maken voor heel Breda met gebiedsgerichte omgevingsplannen.
Zoals hierboven al aangegeven is, door het ontbreken van functies in de software waarmee de omgevingsplannen gemaakt moeten worden en vanwege een niet-stabiel Digitaal Stelsel Omgevingsrecht, het nog geen optie om een “echt” omgevingsplan te maken zoals de wet dat beoogt. Om het faciliteren van ontwikkelingen met een omgevingsplan na inwerkingtreding van de Omgevingswet met zo min mogelijk vertraging door te laten gaan, is ervoor gekozen om met TAM-IMRO te werken. Dit is de tijdelijke maatregel die het Rijk alle gemeenten biedt als er sprake is van technische knelpunten. Gemeenten mogen daar na de inwerkingtreding van de Omgevingswet een jaar lang gebruik van maken. Het TAM-IMRO plan voldoet technisch nog niet aan de Omgevingswet en lijkt op een bestemmingsplan. Juridisch gezien is het wel een omgevingsplan. In de eerste fase na de inwerkingtreding van de Omgevingswet zal de raad voor ontwikkelingen met name TAM-IMRO omgevingsplannen vaststellen. Als deze TAM-IMRO plannen onherroepelijk zijn geworden, dan moeten ze verwerkt worden in het omgevingsplan dat wel voldoen aan de technische eisen van de Omgevingswet. Dat zal gebeuren door ze mee te nemen in gebiedsgerichte omgevingsplannen of door veegplannen op te stellen. Naar verwachting zullen deze omgevingsplannen pas in 2026 of later worden aangeboden worden aan de raad ter vaststelling.
Bredere scope Omgevingsplan Het omgevingsplan kent een veel bredere scope dan het bestemmingsplan. Van regels over ruimtelijke ordening gaat het omgevingsplan naar het stellen van regels over de fysieke leefomgeving. Dat betekent bijvoorbeeld dat regels over het kappen van bomen uiteindelijk in het omgevingsplan opgenomen moeten worden. Die regels staan nu in een ander instrument, namelijk de APV. Daarnaast wordt met het omgevingsplan beoogd, ruimte te bieden voor beleidsmatige afwegingen. De Bruidsschat is daar een voorbeeld van. In de Bruidsschat zitten onder meer regels die nu door het rijk gesteld worden, maar onder de Omgevingswet een plek krijgen in het omgevingsplan. Te denken valt daarbij aan regels over het geluid van horecagelegenheden. Onder de huidige wetgeving zitten deze regels in het Activiteitenbesluit, maar onder de Omgevingswet maken ze deel uit van het omgevingsplan. Aan de regels kan de gemeente zelf invulling geven. In eerste instantie zal er overigens nog maar zeer beperkt van deze beleidsvrijheid gebruik worden gemaakt, omdat de opgave om tot één omgevingsplan voor heel Breda te komen al behoorlijk complex is. Om deze reden is er voor gekozen om vooralsnog zoveel mogelijk beleidsneutraal over te gaan. Gelet op het voorgaande, kan worden vastgesteld dat de raad over meer onderwerpen wat te zeggen krijgt dan nu het geval is.
Status Communicatie intern en extern We proberen iedereen voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet zo goed mogelijk te informeren over welke veranderingen de wet met zich meebrengt. Een goede communicatie is daarbij essentieel. Ook na inwerkingtreding zullen we burgers, professionals en collega’s waar nodig helpen zodat het dienstverleningsniveau minimaal gelijk blijft en ontwikkelingen zo min mogelijk stagneren. Dit doen we concreet voor externen:
-
De brieven voor vergunningen en de Wet kwaliteitsborging (Wkb) zijn gereed. De controle door een extern bureau vindt nog plaats, maar deze zijn gereed voor 1 januari 2024.
-
De teksten voor de gemeentelijke website met daarbij veel gestelde vragen inclusief beantwoording daarop (FAQ’s) zijn klaar voor 1 januari 2024. Aan de teksten voor de website die relevant zijn na 1 januari 2024 wordt gewerkt.
-
de website www.breda.nl is voorzien van informatie over de Omgevingswet. Zo worden daar een aantal FAQ’s over de Omgevingswet plus beantwoording toegevoegd voor inwoners en professionals.
-
er komt een belteam als ondersteuning voor het klantcontactcentrum voor specifieke vragen over de Omgevingswet. Een belangrijk deel hiervan zullen vragen zijn van particulieren die een initiatiefplan of omgevingsvergunning willen indien en daarbij tegen problemen aanlopen.
-
we benaderen nog een aantal ontwikkelaars en vragen hen welke behoefte zij hebben qua communicatie over de Omgevingswet.
We voeren geen grootschalige communicatiecampagne maar stellen dat relevante informatie duidelijk en makkelijk vindbaar moet zijn op het moment dat iemand er mee bezig is. De focus ligt op ‘touchpoint’ communicatie: alle contactpunten waarop een klant in contact komt met onze dienstverlening ten aanzien van de Omgevingswet. Primair doen we dat via de gemeentelijke website. Status Wet kwaliteitsborging (Wkb) Gelijk met de Omgevingswet gaat de Wkb in voor nieuwbouw CC1 klasse. Politiek gezien is hier nog wat onrust over (Eerste Kamer), maar de wet gaat vooralsnog gewoon door. De onrust zit hem in het feit dat een kwaliteitsborger kan besluiten geen verklaring af te geven dat het gebouw voldoet aan de technische eisen van het Bbl en dan is het aan de gemeente of zij een gedoogbesluit af geven om het gebouw toch in gebruik te nemen. De VNG zou met een handhavingskader komen voor dit probleem, maar deze is er tot op heden nog niet. Breda heeft in het VTH beleid opgenomen dat we bij risicovolle aspecten zelf toezicht gaan houden op de bouw, zodat we niet bij de opleving voor verrassingen komen te staan als de kwaliteitsborger aangeeft dat het pand niet voldoet.