Raadsbrief 04122024 Gemeenschappelijke Regeling WBO Jeugd
Tekst van het document
College van Burgemeester en Wethouders www.breda.nl www.breda.nl/contact Postadres Postbus 90156, 4800 RH Breda
Aan de Bredase gemeenteraad Stadserf 1 4811 XS BREDA
Bezoekadres Stadskantoor
Uw brief
Datum
Ons kenmerk
Onderwerp
Telefoon / Behandeld door
Bijlagen
-
Gemeenschappelijke Regeling WBO Jeugd
04-12-2024 Anika Onderwater - Sacharias / BBI BESTUURSADVISEURS
5002639 --
Beste leden van de raad, De gemeenten in de Regio West Brabant Oost (WBO) hebben hun samenwerking op het domein jeugdhulp sinds 2015 geformaliseerd in een Dienstverleningsovereenkomst (DVO). Deze DVO is ingericht voor de organisatie en inkoop van jeugdhulp, jeugdbescherming & jeugdreclassering en crisishulp. Daarnaast werken de gemeenten bijvoorbeeld samen binnen het Jeugdadviesteam (JAT) en het Regionaal expertteam (RET). Om de samenwerking te optimaliseren en sterk wendbaar te blijven, ontwikkelen we een Gemeenschappelijke Regeling (GR) zoals in de regiovisie Regio WBO “De juiste en de beste hulp voor de jeugdige, zo dichtbij mogelijk” staat benoemd. Dat is een zorgvuldig proces en gaat gefaseerd. De huidige werkzaamheden van Team WBO, op dit moment vastgelegd in de Dienstverleningsovereenkomst (DVO), brengen we onder bij de GR. Het oprichten van een GR is in lijn met de landelijke wetgeving (wet verbetering beschikbaarheid zorg voor jeugdigen) die nu in ontwikkeling is en biedt een solide basis en een goed vertrekpunt om gezamenlijk door te gaan ontwikkelen richting een beleidsrijke samenwerking, waarbij taken en bevoegdheden worden ondergebracht bij een GR. De wethouders jeugd van Regio WBO hebben in een principebesluit de voorkeur uitgesproken voor een GR in de vorm van een Openbaar Lichaam.
Bij de oprichting van een GR is het belangrijk om te inventariseren welke taken moeten worden overgedragen en wat de bijbehorende bevoegdheden zijn. Voor wat betreft de samenwerking tussen de WBO-gemeenten wordt een collegeregeling het meest passend geacht. Hierbij worden alleen de uitvoerende bevoegdheden van het college overgedragen aan de op te richten gemeenschappelijke regeling. Bevoegdheden van de raad blijven bij de raad. De rol van de gemeenteraad verandert dus niet. Met het collegebesluit van 19 november 2024 is het college akkoord gegaan met het principebesluit van de bestuurders. Vervolg Uiteindelijk moet een oprichtingsdocument van de gemeenschappelijke regeling worden opgesteld. Hiervoor zijn de volgende 5 bestuurlijke uitgangspunten geformuleerd, waarmee het college akkoord is gegaan. Bevoegdheden 1 Algemeen bestuur (AB) en Dagelijks Bestuur (DB) Een Openbaar Lichaam kent een AB en een DB. De keuze gaat over de verdeling van bevoegdheden tussen deze twee bestuursorganen binnen de Gemeenschappelijke Regeling (GR). Er is gekozen voor een model waarin het Dagelijks Bestuur (DB) uitgebreidere bevoegdheden krijgt. Dit bevordert de slagvaardigheid en flexibiliteit, doordat 1 Volgens de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr) heeft het Algemeen Bestuur (AB) de volgende wettelijke
bevoegdheden: kaderstelling en beleidsvorming, vaststelling van de begroting en jaarrekening, toezicht en controle op het Dagelijks Bestuur (DB), vaststelling van verordeningen en reglementen, benoeming en ontslag van leden van het DB, en het nemen van besluiten over investeringen en uitgaven buiten de reguliere begroting. Het Dagelijks Bestuur (DB) heeft wettelijk de taak om het door het AB vastgestelde beleid uit te voeren, dagelijkse besluiten te nemen, vergaderingen van het AB voor te bereiden, contracten te sluiten en inkoopactiviteiten uit te voeren binnen de door het AB vastgestelde kaders, en de GR te vertegenwoordigen in en buiten rechte.
Ons kenmerk 5002639 Paginanummer 2 van 3
het DB sneller kan reageren op operationele uitdagingen en direct fungeert als sparringpartner voor de programmamanager Team WBO. Hierdoor kan het Algemeen Bestuur (AB) zich richten op strategische beleidsvorming zonder te worden belast met de dagelijkse uitvoering. Samenstelling bestuur Er is gekozen voor brede vertegenwoordiging van alle gemeenten in het AB en DB en om het AB samen te stellen uit 10 leden en het DB met vijf. De voorgestelde samenstelling bevordert gelijkwaardigheid, doordat alle gemeenten vertegenwoordigd zijn in het DB met vijf leden. In het AB nemen minimaal twee collegeleden per deelnemende gemeente zitting, wat zorgt voor een integrale benadering tussen de inhoudelijke (jeugd) en financiële portefeuille. Dit model biedt een stevige verankering van beide domeinen in de besluitvorming en creëert een solide basis voor eventuele toekomstige uitbreiding van het takenpakket naar strategische lange termijn onderwerpen, zonder dat de bestuursstructuur hoeft te worden aangepast. Stemverhouding Voor dit onderdeel gaat de keuze over hoe de stemmen binnen het Algemeen Bestuur (AB) en het Dagelijks Bestuur (DB) worden verdeeld onder de deelnemende gemeenten. Een gelijkwaardige stemverhouding zorgt ervoor dat alle deelnemende gemeenten, groot of klein, een gelijke invloed hebben op de besluitvorming binnen de GR.
Dit bevordert het gevoel van gelijkwaardigheid en partnerschap tussen de gemeenten, wat essentieel is voor een constructieve samenwerking en het opbouwen van wederzijds vertrouwen. Door iedere gemeente één stem te geven, wordt de besluitvorming transparanter en eenvoudiger, en wordt het proces minder belast door complexe berekeningen of fluctuaties in inwoneraantallen of financiële bijdragen. Om te voorkomen dat één gemeente besluitvorming kan blokkeren wordt gekozen voor een gelijkwaardige stemverhouding binnen het AB en DB waarbij met meerderheid van stemmen de besluiten kunnen worden genomen. Delegatie en mandatering Voor een krachtige samenwerkingsorganisatie met een heldere en werkbare governance is besloten dat de colleges de taken en bevoegdheden overdragen (=delegatie). De keuze tussen delegatie en mandatering heeft relatief weinig implicaties voor de mate van invloed die de gemeenteraden kunnen uitoefenen aangezien het hier een collegeregeling betreft waarbij enkel collegebevoegdheden worden gedelegeerd. Er worden geen raadsbevoegdheden overgedragen. Personeel en huisvesting (bedrijfsvoering) Er is gekozen voor een model waarin -uiteindelijk- zoveel mogelijk bedrijfsvoerings- en personele zaken door de GR in eigen beheer worden uitgevoerd.
Om de eenmalige transitiekosten en verhoogde inhuur- en overheadkosten te vermijden in een waarschijnlijk financieel moeilijk jaar, wordt de huidige situatie met betrekking tot de bedrijfsvoering en personeelsinzet in 2026 gecontinueerd. Dit biedt de GR de tijd om in detail te onderzoeken welke bedrijfsvoeringstaken en personeelsleden wanneer overgaan naar de GR, en welke beter afgenomen kunnen worden bij een gastheergemeente. Dit geeft ook de ruimte om een zorgvuldig proces met betrekking tot het personeel te doorlopen. Tussentijdse overgang van de bestaande gastheergemeente naar een andere gastheergemeente voor een periode van een of meer jaren is bedrijfsmatig niet logisch. Dit levert transitiekosten op naar een tijdelijke situatie en verandering van de ene gastheergemeente naar de andere gastheergemeente is niet onafhankelijker. Deze gefaseerde aanpak biedt de mogelijkheid om de overgang naar een zelfstandige bedrijfsvoering zorgvuldig te plannen en (financiële) risico’s te minimaliseren.
Ons kenmerk 5002639 Paginanummer 3 van 3
Volgende stap in projectfase De vervolgstap is dat een inrichtingsplan voor de inrichting van een gemeenschappelijke regeling wordt opgesteld, dit bestaat uit een oprichtingsdocument en bedrijfsplan. Dit wordt vervolgens voorgelegd aan uw raad voor een zienswijze. Hoogachtend, Burgemeester en wethouders van Breda,
, burgemeester,
, gemeentesecretaris