CConstaterende datBorsele
Koppel je AI →
Document · PDF

SWVO Jaarstukken 2025

Besluitvormende raadsvergadering 18 juni 2026, gemeente BorseleBij agendapunt: Voorstel om in te stemmen met de zienswijzen over de financiële stukken van VRZ, GR De Bevelanden, OLAZ, De Betho, SWVO, GGD, Publiek Vervoer Zeeland, De Zeeuwse Muziekschool en Sabewa (portefeuillehouders)22.377 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Niet gevonden in dit document.

2025 Gemeenschappelijke Regeling Samenwerkingsverband Welzijnszorg Oosterschelderegio (SWVO)

1.

JAARVERSLAG ............................................................................................................................................... 3 Inleiding ........................................................................................................................................................... 3

Jaarverslag per programma............................................................................................................................. 4 Programma Educatie .................................................................................................................................................... 4 Programma Uitvoering Wmo ........................................................................................................................................ 6 Programma Gezondheidsbeleid .................................................................................................................................. 16 Programma Overige projecten ................................................................................................................................... 19 Programma Secretariaat ............................................................................................................................................ 22 Paragrafen ..................................................................................................................................................... 23 Bedrijfsvoering ............................................................................................................................................................

23 Weerstandsvermogen en risicobeheersing ................................................................................................................. 24 Financiering ................................................................................................................................................................ 25 Verbonden Partijen ..................................................................................................................................................... 25 Rechtmatigheid ........................................................................................................................................................... 25 Informatiebeveiliging en privacy ................................................................................................................... 27 2.

JAARREKENING ........................................................................................................................................... 29 Balans ............................................................................................................................................................ 29 Overzicht van baten en lasten 2025 ............................................................................................................... 31

Toelichting op de balans ................................................................................................................................ 32 Grondslagen voor waardering en resultaatbepaling .................................................................................................. 32 Vlottende activa .......................................................................................................................................................... 34 Vaste passiva .............................................................................................................................................................. 35 Vlottende passiva ........................................................................................................................................................ 37 Niet uit de balans blijkende verplichtingen ................................................................................................................. 40 Toelichting Overzicht van baten en lasten 2025 ............................................................................................ 41 Vennootschapsbelasting (VPB) ...................................................................................................................................

41 Overzicht van baten en lasten Programma Educatie .................................................................................................. 42 Overzicht van baten en lasten Programma Uitvoering Wmo ..................................................................................... 46 Overzicht van baten en lasten Programma Gezondheidsbeleid ................................................................................. 48 Overzicht van baten en lasten Programma Overige projecten ................................................................................... 51 Overzicht van baten en lasten Programma Secretariaat ............................................................................................ 55 Analyse begrotingsafwijkingen en de begrotingsrechtmatigheid 2025 ..................................................................... 59 Overzicht incidentele baten en lasten ............................................................................................................ 60 Wet Normering Topinkomens (WNT) ............................................................................................................ 61 Taakvelden .....................................................................................................................................................

63 Paragraaf Rechtmatigheid ............................................................................................................................. 64 3.

BIJLAGEN .................................................................................................................................................... 65 Samenstelling bestuur ................................................................................................................................... 65 Samenstelling bureau secretariaat ................................................................................................................ 66 Overzicht bijdragen van gemeenten en resultaat 2025 ................................................................................. 67

2 Jaarverslag en jaarrekening SWVO 2025

1.

JAARVERSLAG Inleiding

Algemeen Het SWVO is een Gemeenschappelijke Regeling (GR) waaraan de gemeenten Borsele, Goes, Kapelle, Noord-Beveland, Reimerswaal, Schouwen-Duiveland en Tholen deelnemen. De GR beoogt het realiseren van gezamenlijke beleidsontwikkeling, -voorbereiding en -uitvoering voor een aantal bovengemeentelijke voorzieningen en activiteiten op het gebied van het gemeentelijk sociale domein. In dit jaarverslag wordt een overzicht gegeven van de activiteiten van het SWVO en de daaraan bestede financiën. Voor de verantwoording hiervan is het SWVO gehouden aan het Besluit Begrotingen en Verantwoording (BBV) waarin de wettelijke regels zijn vastgelegd. Op grond van het BBV zijn zowel de begroting, het jaarverslag en de jaarrekening vormgegeven per beleidsprogramma. Eerst wordt hieronder ingegaan op de organisatie- en overlegstructuur van het SWVO. Vervolgens wordt in het inhoudelijk jaarverslag per programma verslag gedaan van de activiteiten van het SWVO (wat hebben we gedaan) en de kosten en baten per activiteit (wat heeft het gekost). In het jaarverslag wordt niet ingegaan op de te behalen beleidsdoelen. Deze doelen zijn door de deelnemende gemeenten vastgelegd in hun begroting en jaarrekening. Het SWVO geeft hieraan uitvoering op regionaal niveau, namens de deelnemende gemeenten.

Na de inhoudelijke rapportage over de programma’s zijn de paragrafen bedrijfsvoering, weerstandsvermogen, financiering en rechtmatigheid uitgewerkt. In de jaarrekening treft u eerst de balans aan en het overzicht van baten en lasten met een financieel totaaloverzicht van de uitgevoerde programma’s. Tot slot volgen de toelichting op de balans en het overzicht van baten en lasten. Structuur GR Het bestuur van het SWVO bestaat uit één vertegenwoordigend bestuurder namens elke deelnemende gemeente in de GR. De samenstelling van het bestuur is opgenomen in de bijlagen. De besluitvorming in het bestuur wordt voorbereid in een ambtelijk overleg voor de verschillende beleidsonderwerpen van het SWVO. Voor deelopdrachten worden werkgroepen gebruikt die onder verantwoordelijkheid van het ambtelijk overleg onderwerpen uitwerken. Het managementoverleg, waarin de hoofden van de afdelingen welzijn/zorg zijn vertegenwoordigd, heeft hierbij een coördinerende en sturende rol. Het secretariaat van het SWVO ondersteunt en adviseert het bestuurlijke overleg, het managementoverleg en de ambtelijke overleggen. Daarnaast heeft het secretariaat een taak in de beleidsontwikkeling, -voorbereiding en -uitvoering namens de samenwerkende gemeenten in de Oosterschelderegio.

Bestuur Secretaris Bureau SWVO Management Overleg Inkoop en opdrachtgeverschap

Zorg en preventie

Educatie Cultuur

Regionaal Jeugdbeleid

Diversen

3 Jaarverslag en jaarrekening SWVO 2025

Jaarverslag per programma Programma Educatie Volwasseneducatie Iedere arbeidsmarktregio ontvangt jaarlijks middelen in het kader van de Wet Educatie Beroepsonderwijs (WEB). Goes ontvangt als contactgemeente het WEB-budget voor Zeeland. Met dit budget kunnen gemeenten een aanbod basisvaardigheden voor niet inburgering plichtige volwassenen vanaf 18 jaar verzorgen. Basisvaardigheden zijn taal, rekenen en digitale vaardigheden. In Zeeland is afgesproken dat Goes de educatiemiddelen verdeeld onder de sub-regio’s Zeeuws-Vlaanderen, Walcheren en Oosterschelderegio. Hierdoor worden de sub-regio’s in de gelegenheid gesteld om de middelen in te zetten, passend bij de lokale situatie. SWVO zet in de Oosterschelderegio het beleid rond volwasseneducatie/aanpak basisvaardigheden uit en ontvangt hiervoor een deel van de educatiemiddelen vanuit de contactgemeente. De educatiemiddelen in de Oosterschelderegio werden in 2025 ingezet bij Scalda, als formele taalaanbieder en expertisecentrum, en voor de non-formele aanpak van laaggeletterdheid via de (Digi)Taalhuizen. Zowel Scalda als het (Digi)Taalhuis streven naar een netwerkaanpak. Dit netwerk bestaat uit samenwerking tussen gemeenten, instellingen in het maatschappelijke veld (vindplaatsen), formele en non-formele taalaanbieders, vrijwilligersorganisaties, welzijnsorganisaties e.d.

Bij het (Digi)Taalhuis worden, via deze netwerkaanpak, laaggeletterden gesignaleerd, ondersteund en de weg gewezen naar een passend formeel of non-formeel (taal)traject. Ook vrijwilligers kunnen zich melden bij een (Digi)Taalhuis wanneer ze zich in willen inzetten als taalvrijwilliger. Binnen de Oosterschelderegio vindt afstemming plaats binnen de beleidsgroep basisvaardigheden. Hierin zitten vertegenwoordigers vanuit een aantal gemeenten, GR de Bevelanden, Scalda, Bibliotheek Oosterschelde en SWVO. Zeeuwse afstemming vindt plaats binnen de ambtelijke Zeeuwse werkgroep Educatie. Het SWVO maakt hier namens de gemeenten van de Oosterschelderegio deel van uit. Cultuureducatie KCE Oosterschelderegio vervult als 'cultuurmakelaar' een onafhankelijke loketfunctie tussen vraag en aanbod binnen de gemeenten van de Oosterschelderegio. KCE Oosterschelderegio versterkt cultuurparticipatie door middel van dienstverlening en bemiddeling op het gebied van cultuureducatie. De organisatie initieert en stimuleert cultuureducatie voor de jeugd. KCE presenteert per schooljaar een samenhangend aanbod, naargelang de behoefte van scholen, met aandacht voor alle culturele disciplines. Hierbij wordt onderscheid gemaakt in regulier en reformatorisch aanbod. De basis-, VO en mbo-scholen kunnen op basis van het aanbod een passende keuze maken.

Zij financieren de activiteiten voor leerlingen vanuit hun eigen middelen. KCE Oosterschelderegio is organisatorisch ondergebracht bij Muziekschool Zeeland. Cultuurkwadraat KCE participeert in de Rijkregeling Cultuureducatie met Kwaliteit, een regeling ten behoeve van cultuureducatie in het onderwijs. Voor de uitvoering van de regeling is Stichting Cultuurkwadraat opgericht om als penvoerder te fungeren bij het aanvragen van subsidies voor Zeeland. In de regeling Cultuureducatie met Kwaliteit 4 (2025-2028) ligt de focus met name op deskundigheidsbevordering binnen de scholen op het gebied van kunst en cultuur. Verder wordt ervoor zorggedragen dat kwalitatief goede cultuureducatie een vaste plaats krijgt binnen het onderwijs en bij de culturele instellingen. Jeugdtheaterschool Een aantal Zeeuwse gemeenten en de provincie subsidiëren gezamenlijk de Jeugdtheaterschool Zeeland (JTSZ) voor kinderen en jongeren vanaf 7 jaar. Het SWVO maakt subsidieafspraken met de JTSZ namens de gemeenten Borsele, Goes, Kapelle, Noord-Beveland en Schouwen-Duiveland. De cursussen die JTSZ aanbiedt zijn niet kostendekkend. Om kostendekkend te draaien zouden de ouderbijdragen flink omhoog moeten. Dit zou erin resulteren dat enkel kinderen van ouders met een hoog inkomen de cursussen kunnen volgen.

De genoemde gemeenten betalen nu een deel van de cursuskosten, waardoor de ouderbijdragen betaalbaar blijven voor de meeste mensen. JTSZ heeft in de Oosterschelderegio locaties in Goes en Zierikzee.

4 Jaarverslag en jaarrekening SWVO 2025

Lasten en baten Primaire begroting 2025

Definitieve begroting 2025

Realisatie 2025

Realisatie 2024

749.462

843.446

865.354

784.151

749.462

843.446

866.481

785.907

Gerealiseerde totaal saldo van baten en lasten

0

0

1.127

1.755

Toevoeging/onttrekking aan reserves

0

0

0

0

Gerealiseerde resultaat

0

0

1.127

1.755

Lasten Programma 1, Educatie Baten Programma 1, Educatie

5 Jaarverslag en jaarrekening SWVO 2025

Programma Uitvoering Wmo Vooraf In afstemming met de Commissie BBV en de accountant van de gemeenschappelijke regeling (GR) SWVO, en op basis van o.a. de meest actuele notitie rechtmatigheid van de Commissie BBV, worden de lasten voor de uitvoering Wmo niet in de jaarrekening van SWVO verwerkt maar in de financiële documenten van de deelnemende gemeenten. De lasten uitvoering Wmo worden inzichtelijk gemaakt in de financiële verantwoording 2025. De eventuele bevindingen van de accountant van SWVO, die gaan over getrouwheid en rechtmatigheid, worden door SWVO gecommuniceerd naar de aangesloten gemeenten. Die bevindingen kunnen daardoor worden gebruikt voor het lokale rechtmatigheidsoordeel van de colleges van B&W en door de accountants van de deelnemende gemeenten. Dit betekent dat de lasten Wmo 2025 wel inzichtelijk zijn in de financiële verantwoording, maar niet worden meegenomen in het rechtmatigheidsoordeel van het DB van SWVO. Deze worden, voor wat betreft getrouwheid, ook niet meegenomen in de oordeelsvorming van de accountant van SWVO. Taken SWVO Het SWVO is in het kader van de Wet Maatschappelijke Ondersteuning (Wmo) verantwoordelijk voor de gezamenlijke inkoop en het contractbeheer van: • hulpmiddelen; • trapliften; • regiotaxivervoer; • huishoudelijke ondersteuning; • individuele begeleiding; • dagbesteding.

SWVO betaalt de facturen van de aanbieders, die Wmo ondersteuning hebben geleverd aan de inwoners van de gemeenten in de Oosterschelderegio en van gemeente Veere. Dit gaat gepaard met de administratieve verwerking van de aanvragen van inwoners die ondersteuning hebben gekregen en welke ondersteuning dit betreft. Via de BI-Tool kan SWVO inzicht bieden in de ontwikkeling van de aantallen ondersteuning en cliënten per gemeente per type ondersteuning. Op basis van deze cijfers kan, indien nodig, bijgestuurd worden via regionaal Wmo-beleid. Zo is het project ‘Grip op de Wmo’ uitgevoerd, waarmee gemeenten onderzocht hebben op welke manieren zij konden sturen in de uitgaven voor de Wmo. Om kosten te dempen is bijvoorbeeld gekeken naar alternatieven voor de Wmo-maatwerkvoorzieningen, zoals algemene en voorliggende voorzieningen. Ook is meer aandacht geschonken aan communicatie voor cliënten en aanstaande cliënten over de bedoeling van de Wmo en voor welke doelgroep deze wet eigenlijk is ontwikkeld. Ten behoeve van de inkoop en het contractbeheer stimuleert SWVO regionale afstemming over het Wmobeleid, zodat gezamenlijke afspraken kunnen worden gemaakt. Vernieuwde contracten voor Wmo maatwerkvoorzieningen Vanaf 1 mei 2024 zijn de vernieuwde contracten met de aanbieders van Wmo maatwerkvoorzieningen van kracht.

In deze contracten, de Deelovereenkomst, gaat het over afspraken die SWVO met de aanbieders heeft gemaakt over de levering van de voorzieningen dagbesteding, huishoudelijke ondersteuning en begeleiding. SWVO heeft deze contracten, namens de gemeenten in de Oosterschelderegio en gemeente Veere, met de aanbieders afgesloten. De vernieuwingen die in deze contracten zijn doorgevoerd, hebben o.a. betrekking op de manier van beschikken. Bij het stellen van een indicatie voor de ondersteuning die nodig is voor een cliënt, hoort sinds mei 2024 ook een tijdsduur. Gemeentelijke toegangen vermelden daarom in de beschikking voor de cliënt ook het aantal tijdseenheden in een bepaalde periode dat de ondersteuning aan de betreffende cliënt wordt geleverd. Ook de financieringswijze van de maatwerkvoorziening is aangepast. De aanbieders worden niet meer vergoed via een lumpsumfinanciering, maar voor het aantal tijdseenheden tegen een vaste prijs. Voor de vernieuwde contracten hebben gemeenten reële tarieven voor de maatwerkvoorzieningen afgesproken met de aanbieders, die recht doen aan de recente Cao-onderhandelingen en aan enkele specifieke Zeeuwse kenmerken, zoals de relatief lange reistijden. Om de lopende indicaties om te kunnen zetten naar inspanningsgerichte indicaties – dus met een tijdseenheid - is met de gemeentelijke toegangen een overgangsperiode afgesproken van twee jaar.

Deze periode eindigt op 1 mei 2026. In haar prognoses voor 2024 heeft SWVO rekening gehouden met een kostenstijging die zij baseerde op de hogere reële tarieven van de maatwerkvoorzieningen sinds 1 mei 2024. Ook heeft zij een lichte verhoging van de kosten ingecalculeerd die betrekking heeft op de overgang naar de nieuwe systematiek en de nieuwe wijze van indiceren. Na het opmaken van de balans eind 2024 / begin 2025, bleek dat de kosten 6 Jaarverslag en jaarrekening SWVO 2025

minder hard waren gestegen en dat voor sommige voorzieningen zelfs sprake was van een daling van de kosten. Als we enkele jaren teruggaan en we kijken naar de ontwikkeling van de totale kosten vanaf 2022 – zie hiervoor grafiek 1 - dan zien we dat de totale kosten voor de maatwerkvoorzieningen huishoudelijke ondersteuning, begeleiding en dagbesteding voor alle gemeenten samen, een stijgende lijn laten zien vanaf 2022 en dat in de overgang naar 2025 sprake is van een kentering. Deze verandering is ingezet in mei 2024 en valt daarmee samen met de start van de vernieuwde contracten. Bedacht moet echter worden dat de verschillende voorzieningen een eigen ontwikkeling hebben. Zo is voor huishoudelijke ondersteuning maar korte tijd sprake geweest van een daling in het aantal aanvragen. Eind 2024/begin 2025 was weer sprake van een lichte stijging die verder doorzet. Voor de voorzieningen begeleiding en dagbesteding geldt dat de stijging hiervan achterblijft op die van huishoudelijke ondersteuning. Het aantal aanvragen voor begeleiding laat inmiddels weer een lichte stijging zien. Grafiek 1 Ontwikkeling van de kosten voor maatwerkvoorzieningen in de periode 2022 t/m 2025

De analyse in het jaarverslag 2024 was ook dat het aantal unieke cliënten vanaf april/mei 2024 een gestage daling liet zien. Aan de hand van de ontwikkelingen die we zien via de BI-tool, gecombineerd met de gesprekken met de gemeentelijke toegangen en met de aanbieders, gaan wij er van uit dat er niet één factor aan te wijzen is als oorzaak voor de afnemende stijging van de kosten in 2024 en de daling in 2025. Wij hebben een aantal verklaringen voor de ontwikkeling van de kosten en van het aantal cliënten, die we hieronder noemen en toelichten: •

Bij enkele gemeentelijke toegangen was sprake van een achterstand in de verwerking van nieuwe aanvragen en in de verwerking van verlengingsaanvragen. Hierdoor was respectievelijk een nieuwe cliënt via de BI-tool nog niet in beeld en bij een verlenging kon een aanbieder niet declareren gedurende de verwerking van de verlenging.

•

Ook denken we dat in de daling van cliënten en kosten kan hebben meegespeeld dat de toegangen terughoudend waren in het plaatsen van cliënten bij een aanbieder, omdat bij de contractvernieuwing niet alle aanbieders meteen groen licht hadden gekregen om ondersteuning te kunnen blijven leveren. Niet alle aanbieders voldeden namelijk meteen aan de gevraagde geschiktheidseisen, die nodig waren om het contract te kunnen vernieuwen.

•

toename van het aantal cliënten dat van Wmo naar Wlz is overgegaan. Aanbieders melden dat zij deze ontwikkeling ook zien. Het ontstaan van een groeiende groep oudere ouderen maakt, dat vaker een beroep wordt gedaan op ondersteuning via de Wlz. Enkele aanbieders melden bovendien dat de aanvragen voor Wlz iets sneller en soepeler verlopen dan voorheen. Volgens aanbieders komt het steeds vaker voor dat ouderen die bij hen dagbesteding afnemen, in een latere fase van hun leven bij hen binnen komen dan voorheen. De ondersteuning via de Wmo is dan eigenlijk niet meer passend.

•

de andere manier van indiceren, met daarin een tijdseenheid, maakt dat de toegangen gerichter kunnen indiceren dan voorheen met het lumpsumbudget. Toen ging het om een vast budget per cliënt per maand per bouwsteen. Nu gaat het om een aantal tijdseenheden, dat gebaseerd is op de intensiteit van de ondersteuningsvraag en vermenigvuldigd is met een vast tarief. Na ruim een jaar inspanningsgericht indiceren, kan gesteld worden dat het aantal tijdseenheden per cliënt lager ligt dan voorheen. Dat betekent dat per cliënt relatief minder kosten worden gemaakt dan voorheen. De gemeentelijk toegangen en de aanbieders zijn alert op signalen van cliënten die betrekking 7 Jaarverslag en jaarrekening SWVO 2025

hebben op de vraag of de indicatie qua aantal tijdseenheden voldoende passend is bij de ondersteuningsbehoefte. Waar we in 2024 nog een groot aantal ‘oude’ indicaties hadden op basis van lumpsum, is dat aantal verhoudingsgewijs in 2025 kleiner geworden. •

door de krapte op de arbeidsmarkt kan niet altijd direct tegemoet worden gekomen aan de vraag naar huishoudelijke ondersteuning. Om toch zoveel mogelijk cliënten te kunnen voorzien van ondersteuning, leveren enkele aanbieders niet iedere week, maar eens in de 14 dagen huishoudelijke ondersteuning aan hun cliënten. Aanbieders doen dit selectief waarbij ze goed kijken bij welke client het passend is om niet per week maar om de week huishoudelijke ondersteuning te bieden.

•

toename van het aantal indicatievrije dagbestedingen. Via de BI-tool tellen we alleen de cliënten die een indicatie hebben, omdat deze via het berichtenverkeer verwerkt wordt. Het berichtenverkeer vormt de basis voor de BI-tool. Dat betekent dat cliënten die naar een dergelijke dagbesteding gaan, niet meetellen. Daar komt bij dat de indicatie van de cliënten die de dagbesteding al bezochten voordat deze indicatievrij was, wordt stopgezet. In de cijfers is dan ook een afname te zien van het aantal cliënten.

•

toename van het aantal inloopvoorzieningen. Door een toename van deze voorliggende voorzieningen – waarvan inwoners een lagere drempel en meer flexibiliteit ervaren - maken cliënten die nog geen dringende ondersteuningsvraag hebben, eerder gebruik van deze voorzieningen dan van een maatwerkvoorziening.

Op basis van de gegevens uit de BI-tool en op basis van de demografische ontwikkeling, is de verwachting – een verwachting die ook de aanbieders hebben uitgesproken – dat het totale aantal cliënten de komende tijd verder zal toenemen. De kosten van de voorzieningen zullen waarschijnlijk naar verhouding minder hard stijgen, hetgeen samenhangt met de wijze van indiceren die meer op maatwerk per cliënt is gericht. Hulpmiddelen Voor Hulpmiddelen is een contract afgesloten met leverancier Medipoint. Dit contract loopt nog tot 31 mei 2025. In 2024 is er een Europese aanbesteding gestart. We hebben met leverancier Medipoint een overbruggingsovereenkomst afgesloten totdat er een nieuwe overeenkomst is afgesloten. De hulpmiddelen worden bekostigd met een lumpsumbudget per jaar. Indexering Medipoint berekent jaarlijks op 1 juni een nieuw jaarbudget op basis van het bestand aan hulpmiddelen dat op dat moment uitstaat en het CPI van de maand maart van dat betreffende jaar. Hieronder de aantallen van het uitstaand bestand met peildatum 1 juni. 1-6-2021 3.877 1-6-2022 3.807 1-6-2023 3.854 1-6-2024 3.900 1-6-2025 3.929 Grafiek 2 Uitstaand bestand hulpmiddelen per 1 juni en per 31 december

8 Jaarverslag en jaarrekening SWVO 2025

Het uitstaande bestand is, als je terugkijkt over de jaren, redelijk constant en zit tussen de 3.800 en 4.000 (uitstaand bestand 31-12-2025 3.968). Het jaarbudget 2025 komt uit op € 3.635.811,- en is harder gestegen dan het uitstaande aantal hulpmiddelen. Dit wordt verklaard door de indexatie die in de eerste vijf maanden van het jaar nog was bepaald op basis van het CPI van maart 2024 (3,3%). Vanaf 1 juni gold het CPI maart 2025 dat is vastgesteld op 3,7%. De gemiddelde CPI indexering in 2025 is 3,5%. Grafiek 3 Kosten per jaar (jaarbudget) voor hulpmiddelen (in miljoenen euro’s)

Trapliften Er is een overeenkomst gesloten met Otolift B.V. voor het leveren en onderhouden van de trapliften in de Oosterschelderegio. Deze loopt nog tot 14 juni 2026. Het onderhoud van het reeds uitstaande bestand, wordt uitgevoerd door de leveranciers die de trapliften in het verleden hebben geplaatst. Naast Otolift zijn dat Handicare en ThyssenKrupp. Doordat Otolift al geruime tijd de trapliften levert en de oude trapliften vervangt, groeit het marktaandeel van deze leverancier in onze regio. In 2025 ziet de verdeling van het uitstaande bestand er als volgt uit: Tabel 1 Totaal uitstaande bestand per leverancier

Gemeente

Otolift

Handicare

ThyssenKrupp

Totaal

Borsele

43

7

1

51

Goes

107

37

7

151

Kapelle

27

5

2

34

Noord-Beveland

25

3

0

28

Reimerswaal

37

9

5

51

Schouwen-Duiveland

97

11

4

112

Tholen

73

14

0

87

Totaal

409

86

19

514

In 2024 stonden er nog 540 trapliften uit. Voor 2025 staan er 514 trapliften uit. Tabel 2 Ontwikkeling totaal aantal uitstaande trapliften per gemeente

Gemeente

2021

2022

2023

2024

2025

Borsele

47

45

50

48

51

Goes

172

166

166

166

115

Kapelle

31

34

36

32

34

Noord-Beveland

40

35

30

27

28

Reimerswaal

61

63

63

61

51

Schouwen-Duiveland

101

110

113

114

112

Tholen

68

78

83

92

87

Totaal

520

531

540

540

514 9

Jaarverslag en jaarrekening SWVO 2025

In 2025 betaalden de gemeenten gezamenlijk € 333.841,- voor aankoop en onderhoud van trapliften. Grafiek 4 Kosten aankoop en onderhoud liften

Regiotaxi vervoer In 2025 is er weer veelvuldig gebruik gemaakt van de Regiotaxi. Het totaal aantal ritten kwam neer op 166.969. Kijkend naar tabel 3 ligt het aantal ritten van 2025 net iets onder het totaal van 2024. De daling is toe te schrijven aan een aantal gemeenten die minder kilometers dan in 2024 hebben verbruikt. Voor sommige gemeenten geldt dat zij wel meer kilometers dan vorig jaar hebben verbruikt. De verschillen echter zijn niet significant ten opzichte van 2024 vandaar dat de totalen van 2024 en 2025 dicht bij elkaar liggen. Over het algemeen kan daarmee voorzichtig gesteld worden dat het Wmo vervoersvolume lijkt te stabiliseren. In onderstaande tabellen en grafieken wordt de ritontwikkeling Wmo zichtbaar. Tabel 3 Aantal ritten Regiotaxi

Gemeente Wmo Borsele Goes Kapelle Noord-Beveland Reimerswaal Schouwen-Duiveland Tholen

2021

2022

2023

13.297 40.761 5.582 4.197 9.882 25.064 11.696

15.455 54.848 7.634 5.495 12.834 31.937 16.034

16.816 60.294 9.100 6.565 16.741 34.268 16.741

2024 15.813 62.550 9.276 7.199 17.149 35.429 21.098

2025 15.949 60.810 9.628 8.175 15.401 34.393 22.612

Regio

110.479

144.237

160.525

168.515

166.969

Kijkend naar de cijfers in tabel 4 zijn er, ten opzichte van 2024, de nodige veranderingen waar te nemen. Het totaal aantal reizende pashouders in 2025 ligt 85 reizigers hoger dan in 2024. Deze stijging, in absolute zin, is iets meer dan de helft van de stijging van aantal reizende pashouders van 2024 naar 2025 (ongeveer 250). Voor de rest is te zien dat, ten opzichte van 2024, de parameters ritten per pashouder, aantal kilometer per pashouder en aantal kilometer per rit lager liggen in 2025. Dit correspondeert ook met het net iets lagere totale kilometer aantal dat in 2025 is gerealiseerd ten opzichte van 2024. De conclusie die hiermee getrokken kan worden is dat er meer reizende pashouden bij zijn gekomen maar dat zij, over de gehele breedte, minder ritten per pashouder hebben geboekt en minder kilometers per pashouder hebben verreden. Zoals te zien gaat het echter om marginale verschillen. De gemiddelde kosten per rit zijn voor nagenoeg alle gemeenten toegenomen. Jaarlijks worden de tarieven van de vervoerders verhoogd met de NEA-index. Voor 2025 was dit 1,5%. De stijging in kosten per rit ligt echter hoger dan 1,5%. Daarnaast is er in september 2024 voor perceel Goes een nieuw contract ingegaan. Deze nieuwe, hogere tarieven zijn in het verslag van 2024 maar deels meegenomen aangezien het contract is gestart in een lopend boekjaar.

Vandaar dat de stijging van de kosten voor de vijf gemeenten die vallen onder dit perceel relatief groter is in vergelijking met 2024.

10 Jaarverslag en jaarrekening SWVO 2025

Een stijging van de kosten per rit die hoger ligt dan de NEA-index duidt op het feit dat de gemaakte ritten minder goed te combineren zijn geweest. Hierdoor is er meer capaciteit ingekocht om de gevraagde ritten weg te rijden. Dit betreffen vaak ritten die relatief lang zijn (20 kilometer of verder) en naar bestemmingen gaan die moeilijk te combineren zijn (denk hierbij aan ziekenhuizen of specialistische afspraken). Tabel 4 Aantal pashouders die in 2025 hebben gereisd

Gemeente

Reizende pashouders

Gem. aantal ritten per pashouder

Gem. aantal KM per pashouder

Gem. aantal km per rit

Gem. kosten per rit

Borsele

479

33,30

414

12,4

€ 42,94

Goes

1.558

39,03

274

7,0

€ 22,15

Kapelle

288

33,43

360

10,8

€ 37,74

Noord-Beveland

196

38,38

567

14,8

€ 50,02

Reimerswaal

372

38,70

486

12,6

€ 46,82

Schouwen-Duiveland

911

37,42

415

11,1

€ 35,47

Tholen

622

36,24

384

10,6

€ 42,88

Totaal 2025

4.426

36,64

414

11,3

€ 39,72

(Totaal 2024)

4.341

37,86

420

11,1

€ 35,68

De netto kosten per vervoersgerechtigde in tabel 5 zijn berekend op basis van het aantal pashouders dat in 2025 werkelijk gebruik heeft gemaakt van het vervoersysteem. Uit de tabel blijkt dat regionaal gezien de netto kosten per inwoner en ook de netto kosten per reizende pashouder in 2025 zijn gestegen t.o.v.2024. De totale netto kosten lagen in 2025 hoger dan in 2024, mede door de hierboven reeds genoemde oorzaken, en het aantal inwoners lag ook iets hoger maar compenseerde dat niet. Tabel 5 Netto kosten per inwoner en per reizende pashouder in 2025

Netto kosten per inwoner

Netto kosten per reizende pashouder

Borsele Goes

€ 29,63 € 33,95

€ 1.430,04 € 864,54

Kapelle

€ 27,92

€ 1.261,57

Noord-Beveland Reimerswaal Schouwen-Duiveland Tholen

€ 47,37 € 28,90 € 34,92 € 35,98

€ 1.919,79 € 1.812,06 € 1.327,35 € 1.553,97

Regioprijs 2025 (Regioprijs 2024)

€ 34,10 € 30,60

€ 1.452,76 € 1.185.00

Gemeente

De stijging van de kosten in 2025, die al zichtbaar was in tabel 4, heeft ook direct impact op de cijfers uit tabel 5. De groep reizende pashouders is gestegen daar waar de overige parameters op dat gebied iets lager uitkwamen dan in 2024. Echter de financiële gevolgen van de jaarlijkse indexatie, het ingaan van een nieuw contract en de lagere combinatiegraad zorgen ervoor dat de netto kosten per reizende pashouder zijn toegenomen. Klachten vervoer De dienstverlening rondom de Regiotaxi wordt door zowel gebruikers als gemeenten over het algemeen als zeer prettig ervaren. Echter komen er in een jaar altijd klachten voor. De klachten die binnen komen worden geregistreerd in het GVZ klachtenportaal. Onderstaande analyse is dus op basis van de informatie uit dit portaal.

11 Jaarverslag en jaarrekening SWVO 2025

In 2025 zijn er in totaal 55 gegronde klachten ingediend bij de GVZ aangaande de dienstverlening van de GVZ (1) en de dienstverlening van het taxivervoer (54). De meeste klachten (30) waren tijd gerelateerd. Dit houdt in dat taxi’s later kwamen dan de besteltijd, een relatief lange route reden of uiteindelijk te laat kwamen op hun afspraak. Huishoudelijke Ondersteuning Kosten In 2025 zijn de kosten voor Huishoudelijke Ondersteuning, voor alle zeven gemeenten samen, gestegen naar € 18.615.462. Dit is een procentuele stijging ten opzichte van 2024 met 4,6 %. De stijging van de kosten in 2024 ten opzichte van de kosten in 2023 was 9,1%. De afname van de stijging is o.a. te verklaren door de overstap van resultaatgericht naar inspanningsgericht indiceren, waardoor ook een tijdseenheid in de beschikking voor de cliënt wordt opgenomen en beter op maat een bepaalde duur van de ondersteuning kan worden aangeboden. Waar in 2024 nog sprake was van een flink aantal ‘oude’ beschikkingen (zonder tijdseenheid), is in 2025 het aantal ‘nieuwe’ beschikkingen op basis van p x q verhoudingsgewijs toegenomen. Grafiek 5 Kostenontwikkeling Huishoudelijke Ondersteuning (HO)

Volume Tot en met 2021 steeg het aantal cliënten met een indicatie voor Huishoudelijke Ondersteuning sterk als gevolg van de invoering van het abonnementstarief. Na een afvlakking in 2022 – mogelijk nog als gevolg van corona -, is in 2023 een behoorlijke stijging te zien. Het aantal cliënten in 2024 laat een gestage stijging zien ten opzichte van 2023. Voor 2025 geldt dat het aantal cliënten, zeker in het tweede deel van 2025 sterker is toegenomen. Grafiek 6 Ontwikkeling aantal cliënten HO regionaal

Door continu te blijven communiceren naar inwoners (lees: de potentiële cliënten) over de bedoeling van de Wmo en dat de Wmo zich in het bijzonder richt op de inwoners die niet zelfstandig in hun ondersteuningsvraag kunnen voorzien, willen de gemeenten bewerkstelligen dat de beschikbare ondersteuning terecht komt bij de doelgroep van de Wmo. Het gaat dan met name om de huishoudelijke ondersteuning, waar door steeds meer inwoners een beroep op wordt gedaan. Daarnaast wordt onderzocht wat inwoners nog zelf kunnen – eventueel met behulp van adviezen van een ergotherapeut en/of met handige hulpmiddelen – en wat het sociale netwerk van de inwoner kan betekenen voor de invulling van de ondersteuningsvraag. Op deze manier wordt ondersteuning gericht ingezet bij de inwoners die het echt nodig hebben. 12 Jaarverslag en jaarrekening SWVO 2025

Begeleiding Voor de uitvoering van begeleiding zijn er twee varianten: begeleiding regulier en begeleiding specialistisch. De laatste variant is een intensievere vorm van begeleiding waardoor het tarief ook wat hoger ligt. De voorziening Kortdurend Verblijf, waar zeer beperkt gebruik van wordt gemaakt door cliënten, valt voor wat betreft de financiële verantwoording eveneens onder begeleiding. In de vernieuwde contracten is het aantal aanbieders dat Kortdurend Verblijf biedt, sterk gedaald. Deze voorziening is erop gericht om mantelzorgers en het netwerk van een cliënt te ontlasten door de cliënt, die veel zorg nodig heeft, voor een korte duur bij de aanbieder te laten verblijven. Kosten en volume De kosten voor begeleiding en dagbesteding werden tot en met 2022 niet separaat vastgelegd. In grafiek 7 is een vergelijking te maken met betrekking tot de kosten voor begeleiding én dagbesteding samen in de afgelopen jaren. Ook in deze grafiek is, net als in de grafiek voor HO, een sterke stijging in 2023 waarneembaar als gevolg van uitstel van de ondersteuningsvraag tijdens de coronajaren 2022 en eerder. In 2024 is een lichte daling te zien van de kosten, die zich verder doorzet in 2025. Grafiek 7 Kostenontwikkeling zorgkosten begeleiding en dagbesteding

Als we de kosten voor alleen begeleiding vergelijken tussen 2023 en 2024, dan zien we een lichte daling. De totale werkelijke zorgkosten voor begeleiding in 2024 bedroegen € 11.765.231 en in 2025 € 10.594.319. In de begroting waren we uitgegaan van een lichte stijging van de kosten vanaf medio 2024 door de hogere tarieven die zijn opgenomen in de vernieuwde contracten met de Wmo aanbieders. De geconstateerde daling heeft mogelijk meerdere oorzaken waaronder de wachtlijsten bij enkele aanbieders van begeleiding, maar ook het feit dat cliënten uitgestroomd zijn naar WLZ- of uit zorg zijn na dossieronderzoek. De verwachting is dat de daling niet verder doorzet en dat het aantal aanvragen iets zal stijgen. Dit op basis van de toenemende vergrijzing, maar ook naar aanleiding van de ontwikkeling dat meer taken, die voorheen onder de zorg vielen, naar welzijn en de Wmo verschuiven. Het aantal cliënten voor begeleiding en dagbesteding schommelt voor de gemeenten in de Oosterschelderegio als totaal in de periode 2022 – 2025 tussen de 2.320 en 2.400. We verwachten hierin de komende periode geen ingrijpende wijzigingen. Grafiek 8 Ontwikkeling aantal cliënten begeleiding en dagbesteding regionaal

13 Jaarverslag en jaarrekening SWVO 2025

Dagbesteding Ook bij dagbesteding is sprake van twee varianten: dagbesteding regulier en dagbesteding specialistisch. Daarnaast zijn steeds meer dagbestedingslocaties overgegaan op indicatievrije levering van dagbesteding. Dit is conform hetgeen we hebben opgenomen in de Deelovereenkomst/het contract met de aanbieders van Wmo-ondersteuning. Als dagbesteding indicatievrij wordt aangeboden, kunnen ook inwoners zonder Wmo-indicatie gebruik maken van de dagbesteding. Echter, zodra dagbestedingslocaties indicatievrij worden zijn de cliënten niet meer zichtbaar via de BI-tool. Kosten en volume De kosten van dagbesteding zijn in 2025 gedaald ten opzichte van 2024. Ging het in de Oosterschelderegio in 2024 nog om een bedrag van € 5.649.170, in 2025 is sprake van een verdere daling naar € 4.845.251. De reden voor de afname is, zoals hierboven al beschreven voornamelijk te vinden in het feit dat dagbestedingslocaties indicatievrij zijn geworden. In de grafiek 8 hierboven, is te zien dat het aantal cliënten daalt. Alhoewel het in beide grafieken gaat om een optelling van cliënten voor begeleiding en dagbesteding samen, is nog steeds goed te zien dat in vrijwel alle gemeenten sprake is van een daling in het volume.

Ontwikkeling Binnen de dagbesteding vinden nog steeds verschuivingen plaats van geïndiceerde dagbestedingsplaatsen naar indicatievrije dagbestedingen waar mensen terecht kunnen zonder indicatie. Hierdoor is lastig meetbaar hoe het aantal gebruikers zich verhoudt ten opzichte van de kostenontwikkeling. Overige kosten Wmo Onder overige kosten Wmo verstaan we bijvoorbeeld de inkoop van externe specifieke juridische en financiële kennis die de Wmo betreft. Ten behoeve van de vernieuwde en verlengde Wmo-contracten heeft SWVO in 2024 een jurist ingeschakeld en een financieel expert die de nieuwe tarieven heeft berekend. Beide adviseurs waren in 2025 nog op afroep beschikbaar voor vragen over de vernieuwde contracten als dat nodig was. In 2025 waren deze kosten ruim € 13.000. Ook heeft SWVO een extern adviseur in de arm genomen om de Europese aanbesteding voor hulpmiddelen te begeleiden en advies te leveren indien dat nodig is. De kosten voor deze aanbesteding waren hoger dan van tevoren ingeschat. Dit heeft te maken met de extra advisering die nodig was, omdat enkele inschrijvers een gelijkwaardige inschrijving hebben aangeboden. De kosten hiervoor in 2025 bijna € 73.000.

Verder heeft het Algemeen Bestuur besloten om een beschikbaarheidswijzer (Webapptool) aan te schaffen en te implementeren voor de Oosterschelderegio en Veere voor de duur van 3 jaar om inzicht te krijgen in de wachtlijsten van de Wmo maatwerkvoorzieningen. De totale kosten voor 2025 ruim € 10.000. Onderstaand een overzicht van de overige kosten Wmo in 2025 Werkelijk 2025

Overige kosten Wmo Diversen (bijeenkomsten, folders e.d.)

3.055

Webapptool

10.380

Hulpmiddelen

72.986

Nieuwe contracten/Kostprijs + Jaarrekening

13.572

Totaal

99.993

14 Jaarverslag en jaarrekening SWVO 2025

Lasten en baten Primaire begroting 2025

Definitieve begroting 2025

Realisatie 2025

Realisatie 2024

50.081.333

0

0

0

Programma 2, Uitvoering Wmo

50.181.333

100.000

100.000

100.000

Gerealiseerde totaal saldo van baten en lasten

100.000

100.000

100.000

100.000

Toevoeging/onttrekking aan reserves

-100.000

-100.000

-32.115

-78.318

0

0

67.885

21.682

Lasten Programma 2, Uitvoering Wmo Baten

Gerealiseerde resultaat

Beleidsindicator Sociaal Domein Met de wijziging van het BBV van 5 maart 2016 zijn gemeenschappelijke regelingen voortaan gehouden om in het jaarverslag, de maatschappelijke effecten die met de verschillende programma’s worden beoogd of gerealiseerd, toe te lichten aan de hand van beleidsindicatoren. Bijgevoegd de beleidsindicator Sociaal Domein: Tabel 7 Beleidsindicator Sociaal Domein

Aantal cliënten met een maatwerkvoorziening per 10.000 inwoners Borsele Goes Kapelle Noord-Beveland Reimerswaal Schouwen-Duiveland Tholen AANTAL

Werkelijk 2025

Begroot 2025 339 499 363 360 250 412 360 386

347 479 364 393 268 427 384 393

inwoners 1-1-2024 23.116 39.677 13.011 7.943 23.325 34.631 26.864 168.567

Voor de primaire begroting 2025 is uitgegaan van het aantal cliënten per 01-01-2024 dat gebruik maakte van een maatwerkvoorziening huishoudelijke ondersteuning, begeleiding of dagbesteding. Dit waren 393 cliënten per 10.000 inwoners. Het werkelijke aantal cliënten per 10.000 inwoners was 386 op 31-12-2025; iets minder dan waar in de begroting van uit is gegaan. Op basis van de verdergaande vergrijzing van de bevolking zal in de komende jaren het aantal cliënten dat gebruik maakt van een maatwerkvoorziening gestaag stijgen.

15 Jaarverslag en jaarrekening SWVO 2025

Programma Gezondheidsbeleid Regionaal gezondheidsbeleid Gemeenten hebben de wettelijke taak (Wet publieke gezondheid) om de gezondheid van hun inwoners te bevorderen en te beschermen. Een andere belangrijke taak voor gemeenten is om iedere vier jaar gezondheidsbeleid te maken, gebaseerd op de landelijke prioriteiten op het gebied van publieke gezondheid. We weten dat we voor een substantieel deel ziekte kunnen voorkomen door gezondheid te verbeteren door een gezonde leefstijl en gezonde leefomgeving. Dat vraagt om meer focus op eigen regie, leefstijl en preventie, maar ook om een krachtige inzet op de leefomgeving en de aanpak van sociale problematiek. Een brede en duurzame aanpak in de wijk. Het bevorderen van gezondheid doe je als gemeente niet alleen, maar samen met (maatschappelijke) organisaties en inwoners. De zeven gemeenten in de Oosterschelderegio, SWVO en de GGD Zeeland hebben samen de ambities en de opgaven van het gemeentelijk gezondheidsbeleid benoemd in het regionaal kader gezondheid Oosterschelderegio 2022-2025, getiteld Hoe kunnen we de gezondheid van onze inwoners versterken? In de loop van 2022 hebben de gemeenteraden en het bestuur van SWVO de kadernota vastgesteld. Het regionaal kader gezondheid is een richtinggevend kader waarin de landelijke inzichten zijn verwerkt en regionale ambities zijn benoemd.

In het regionaal kader geldt als de rode draad: positieve gezondheid, samenwerking over beleidsterreinen heen (Health in all Policies) en aanpak op achterliggende problematiek. In het kader staan vier gezondheidsvraagstukken (ofwel speerpunten) uit de landelijke nota centraal: • • • •

Gezondheid in de fysieke en sociale leefomgeving Gezondheidsachterstanden verkleinen Druk op het dagelijks leven bij jeugd en jongvolwassenen Vitaal ouder worden

De nieuwe landelijke nota gezondheidsbeleid (vervolg op de nota uit 2020) is pas eind 2025 gepubliceerd. Het bestuur heeft op 19 juni 2025 daarom besloten het regionale kader met een jaar te verlengen. De laatste jaren zijn er veel landelijke ontwikkelingen rond zorg en gezondheid. Om ook in de nabije toekomst de zorg toegankelijk en betaalbaar te houden, wordt vanuit het Rijk ingezet op de transformatie van zorg naar gezondheid (en zelfs van zorg naar preventie). Het doel is meer/ betere aansluiting tussen het medisch en sociaal domein, oftewel een gewenste en noodzakelijke samenwerking tussen zorgaanbieders, zorgverzekeraars en gemeenten. Dit komt terug in de volgende landelijke akkoorden: het Integraal Zorg Akkoord (IZA) uit 2022 en het Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA) uit 2023. In 2025 is het Aanvullend Zorg en Welzijnsakkoord (AZWA) ondertekend. Het AZWA markeert de volgende fase in de beweging naar meer samenhang tussen zorg, welzijn en het sociaal domein. Het akkoord bouwt voort op de regionale samenwerking en opgaven die binnen IZA zijn gestart. In hoofdlijnen ligt met AZWA vast dat: • Regionale samenwerking tussen gemeenten, zorgverzekeraars en zorg- en welzijnspartijen wordt voortgezet; • De focus op samenhang tussen zorg, welzijn en preventie wordt versterkt; • Aanvullende afspraken worden gemaakt over financiering, governance en verantwoording.

De verdere uitwerking van AZWA vindt plaats in 2026. De gemeentelijke opgave kent twee (financiële) lijnen t/m 2026 (na 2026 worden het AZWA-middelen): • SPUK GALA: lokale gemeentelijke taken, gericht op preventie en gezondheidsbevordering. • SPUK IZA: bovenlokale gemeentelijke taken uit het IZA. Uitgangspunt is werken vanuit een regionale (in ons geval provinciale) preventie infrastructuur. Mandaatgemeente is Goes. De gezondheidsvraagstukken uit het regionaal kader gezondheid gelden nog steeds. Door het GALA, IZA en AWZA liggen de opgaven en uitvoering nu vooral op Zeeuws en lokaal niveau (en is de uitwerking niet op Oosterschelderegio-niveau). De rol van de regionale werkgroep Gezondheid & Preventie is veranderd door deze ontwikkelingen. SWVO sluit aan bij deze ontwikkelingen door beleidscapaciteit t.b.v. de (Zeeuwse) IZA-opdracht te detacheren. Regionale activiteiten gezondheidsbeleid In de begroting SWVO (programma Gezondheidsbeleid) is een deel van de gemeentelijke middelen voor gezondheidsbeleid beschikbaar voor de uitvoering van regionaal preventiebeleid. Uit deze middelen wordt de uitvoering van de Zeeuwse aanpak Laat ze niet (ver)zuipen bekostigd (de bijdrage van de

16 Jaarverslag en jaarrekening SWVO 2025

Oosterschelderegio). Verder wordt de inkoop van interventies voor verslavingspreventie en GGZ-preventie1 bij Emergis Preventie/ 1nul1 regionaal afgestemd en gecontracteerd (regionale raamovereenkomst tussen SWVO en Emergis Preventie). Het zijn zowel regionale als lokale activiteiten waarover afspraken worden gemaakt. Door de regionale afspraken kunnen meer interventies worden ingezet omdat de regionale afspraken zorgen voor expertise en grotere groepen. De inzet is vooral gericht op voorlichting aan jongeren en hun ouders en outreachende preventie. De interventies zijn gebaseerd op positieve gezondheid en er wordt gewerkt met interventies uit het landelijk basispakket Verslavingspreventie. Algemeen Maatschappelijk Werk (AMW) en Cliëntondersteuning De vijf gemeenten van de Bevelanden2 subsidiëren gezamenlijk het Algemeen Maatschappelijk Werk (AMW), cliëntondersteuning en Sociaal Juridische Dienstverlening (SJD). Daarvoor zijn nadere afspraken gemaakt met SMWO (Stichting Maatschappelijk werk en Welzijn Oosterschelderegio) over activiteiten en doelstellingen. Cijfers • In 2025 heeft SMWO met 1.950 inwoners korte contacten gehad (d.w.z. minder dan 4 uur, 3 of minder contactmomenten) en zijn 1.139 casussen (langdurende dienstverlening) opgepakt. • Er wordt steeds vaker een beroep gedaan op Sociaal Juridische Dienstverlening. In 2025 waren er 1.421 casussen SJD (t.o.v.

1.378 in 2024). Het beroep op maatschappelijk werk nam in 2025 af (van 1.259 naar 1.010), maar de intensiviteit van de casuïstiek neemt wel toe. Het aantal casussen cliëntondersteuning bleef vrij stabiel (2024: 637, 2025: 657). • Bij Sociaal Juridische Dienstverlening gaan de kortdurende vragen vooral over geldzaken en regelgeving in het algemeen. De langer lopende zaken betreffen vooral problematiek met de belastingdienst/ toeslagen en het beroep doen op de minimaregelingen. Hulpvragers zijn vaak mensen met een taalachterstand/laaggeletterdheid of gebrek aan digitale vaardigheden. • De problematiek bij onafhankelijke cliëntondersteuning typeert zich door veel vragen over het zorglandschap. Er is vaak sprake van problemen met zorg bij geestelijke gezondheidsproblemen. De wachtlijsten in de GGZ zijn lang zijn en de clientondersteuner blijft vaak (op verzoek van de cliënt) betrokken totdat de zorg goed geregeld is. Ook zijn er veel ondersteuningsbehoeften in gezinssituaties waar GGZ problematiek aanwezig is. • Problematiek bij het maatschappelijk werk kenmerkt zich voor de kortere vragen vooral op financiën en wonen. Langer lopende casussen betreft ook hier vaak mensen met geestelijke gezondheidsproblematiek, maar geen GGZ diagnose. Te denken valt aan sombere gevoelens, geen zelfvertrouwen, weinig eigenwaarde.

Het kan ook gaan om sociale problemen op gebied van relaties, werk en omgeving bij mensen die wel een GGZ diagnose hebben (of zouden moeten krijgen). • Vaak is er sprake van meervoudige problematiek: 83% in 2025. Dit heeft ook effect op de doorlooptijd. Van de langdurende dienstverlening is 33% van de casussen binnen 6 maanden afgerond. De wachttijden blijven helaas bestaan. In 2025 werd 62% van alle hulpvragen binnen 1½ maand opgepakt, vergelijkbaar met 2024. • SMWO is een laagdrempelige voorziening. Zo is 65% van de casussen is op eigen initiatief (zonder doorverwijzing) ontstaan. • Het merendeel van de hulpvragen (82%) lost SMWO samen met de hulpvrager op: individueel, in een groep of met ondersteuning uit de omgeving. Slechts in beperkte mate wordt doorverwezen naar andere organisaties. Ontwikkelingen De samenleving verandert. De medewerkers van SMWO zien veel onzekerheid bij inwoners over hun persoonlijke situatie. De stijgende prijzen als gevolg van de inflatie zorgt voor veel mensen tot problemen op het gebied van hun bestaanszekerheid. Als je niet weet of je je rekeningen kunt betalen en fatsoenlijk eten kunt kopen voor je gezin, dan geeft dat heel veel stress. Stress leidt tot mentale en fysieke problemen, die weer doorwerken op allerlei andere levensgebieden, zoals werk, opvoeding, relaties en zingeving.

De complexiteit van de problemen waar mensen mee kampen is groot. Als de basis niet op orde is (dak boven je hoofd, goed inkomen, fijn netwerk), dan valt de bodem onder het bestaan weg en doen veel mensen een beroep op hulp, zorg of ondersteuning. Aangezien de zorg verder krimpt en minder snel beschikbaar is, moeten veel mensen terugvallen op inzet van vrijwilligers en mantelzorg, die het alsmaar zwaarder krijgen en uiteindelijk ook hulp vragen bij SMWO.

1 De GGZ-preventie richt zich op het voorkomen van psychische problemen en gezondheidsschade. We spreken ook wel

over interventies mentale gezondheid. 2 Borsele, Goes, Kapelle, Noord-Beveland en Reimerswaal. De gemeenten Schouwen-Duiveland en Tholen maken zelf

afspraken over maatschappelijk werk en cliëntondersteuning.

17 Jaarverslag en jaarrekening SWVO 2025

De toenemende druk betekent ook veranderingen bij SMWO. Zo is er bijvoorbeeld een uitgebreid aanbod aan trainingen beschikbaar. De afgelopen jaren is veel geïnvesteerd in het groepsaanbod, wetende dat dit een preventieve werking heeft op de toestroom van individuele vragen. Verder is een pilot gestart met Ehealth modules van GezondeBoel. Dit platform biedt veel digitale modules aan die relevant zijn voor inwoners met hulpvragen op sociaal-emotioneel en praktisch gebied. De beweging van zorg naar gezondheid, en het liefst naar preventie, is ook voor SMWO de uitdaging. Preventie in het sociaal domein is echter veel meer is dan gezonde voeding en een half uur per dag bewegen. Van belang is om te beseffen dat een verbonden en betrokken samenleving dringend nodig is voor het voorkómen van de sociale ziekten van deze tijd (zoals bijvoorbeeld toenemende mentale klachten / depressiviteit). Het sociaal werk heeft een belangrijke rol om deze beweging te versterken. In 2025 heeft SMWO samen met vijf zelfstandige sociaal werkorganisaties in Zeeland de coalitie Sociaal Werk Zeeland gestart. Vanuit deze netwerksamenwerking wordt bijgedragen aan Zeeuwse opgaven uit het IZA, samen met gemeenten, zorgpartijen, GGD en inwoners.

Lasten en baten Primaire begroting 2025

Definitieve begroting 2025

4.055.359

3.772.773

3.773.146

3.848.689

4.055.359

3.772.773

3.773.146

3.848.689

Gerealiseerde totaal saldo van baten en lasten

0

0

0

0

Toevoeging/onttrekking aan reserves Gerealiseerde resultaat

0 0

0 0

0 0

0 0

Lasten Programma 3, Gezondheidsbeleid Baten Programma 3, Gezondheidsbeleid

Realisatie 2025

Realisatie 2024

18 Jaarverslag en jaarrekening SWVO 2025

Programma Overige projecten Jeugdbeleid Het SWVO faciliteert het regionaal overleg van de procescoördinatoren/procesregisseurs van de deelnemende gemeenten. Ook doet zij dit voor de Jeugdbeschermingstafel voor de Oosterschelderegio. Aan deze tafel wordt inhoudelijke casuïstiek met de Raad voor de Kinderbescherming afgestemd. Verder controleert SWVO de administratie van de intensieve zelfstandigheidstraining (IZT) die gemeenten afnemen van Juvent en gaat zij over tot betaling van de facturen die Juvent hiervoor stuurt. Leerlingenvervoer In samenwerking met de Gemeentelijke Vervoerscentrale Zeeland geeft het loket Leerlingenvervoer uitvoering aan het leerlingenvervoer in de Oosterschelderegio met uitzondering van de gemeente Borsele. Naast een vergoeding voor openbaar vervoer, een kilometervergoeding voor eigen vervoer, of een stimuleringsregeling voor het gebruik van de fiets, kan het loket leerlingenvervoer ook een bekostiging geven voor aangepast vervoer. De verordening en bijbehorende beleidsregels die in 2024 zijn vastgesteld, blijven in 2025 van kracht voor alle gemeenten waarvoor het loket het leerlingenvervoer uitvoert. In deze verordening is de vergoeding voor openbaar vervoer en fietsgebruik voor VSO-leerlingen komen te vervallen. Dit betekent dat het loket minder middelen heeft om zelfstandig reizen voor deze groep te stimuleren.

Ook worden ouders/verzorgers hierdoor geconfronteerd met hoge kosten voor het openbaar vervoer, omdat de VSO-scholen vaak verder weg liggen. Voor een ov- vergoeding verwijst het loket ouders/verzorgers door naar het desbetreffende gemeentelijke loket, zo is afgesproken in het gemeentelijk beleidsoverleg. Tijdens het beleidsoverleg heeft het loket voorgesteld om meerjarige beschikkingen te gaan verstrekken, te beginnen met leerlingen die SO-onderwijs volgen. Dit voorstel is positief ontvangen door de beleidsmedewerkers. Het loket zal dit verder uitwerken en een pilot starten met één school, gepland voor begin 2026. Na een evaluatie van deze pilot wordt de regeling uitgebreid voor alle scholen met SO-leerlingen. Ook geldt dit voor leerlingen van VSO-scholen met een lichamelijke en/of verstandelijke beperking waarbij zelfstandig reizen niet haalbaar is. Tabel 8 Netto vervoerskosten Leerlingenvervoer

Overzicht netto vervoerskosten Leerlingenvervoer (vervoerskosten en vergoedingen ouders) Gemeente

2021

2022

Borsele

564.073

502.283

490.776

451.584

423.836

Goes

194.475

168.929

182.212

207.419

215.516

Kapelle

211.031

178.297

206.958

211.625

187.711

Noord-Beveland

125.713

125.751

128.544

193.366

207.433

Reimerswaal

634.838

585.844

649.363

648.617

679.063

Schouwen-Duiveland

490.045

566.213

640.143

770.543

736.815

Tholen

656.303

663.895

761.167

791.775

750.017

2.876.477

2.791.213

3.059.162

3.274.929

3.200.391

Totaal

2023

2024

2025

Tabel 9 Aantal leerlingen in leerlingenvervoer meerdere jaren

Gemeente

Aantal leerlingen 2021-2022

2022-2023

2023-2024

2024-2025

2025-2026

Borsele

0

0

0

0

0

Goes

62

49

54

54

54

Kapelle

57

61

66

48

53

Noord-Beveland

44

39

53

46

50

Reimerswaal

208

215

218

192

182

Schouwen-Duiveland

120

121

125

113

97

Tholen

185

167

155

145

138

676

652

671

598

574

Totaal

19 Jaarverslag en jaarrekening SWVO 2025

Elk jaar voeren we gesprekken met de betrokken scholen over het leerlingenvervoer. Tijdens deze gesprekken wordt besproken welke reisvaardigheden de leerlingen bezitten die gebruikmaken van aangepast vervoer, en of de overstap naar de fiets of het openbaar vervoer mogelijk is. Vooral bij de overgang van (speciaal) basisonderwijs naar voortgezet (speciaal) onderwijs is het belangrijk om hierover tijdig contact te hebben met zowel scholen als ouders. Er heeft een overleg plaatsgevonden over het vervoersontwikkelplan, waarbij beleidsmedewerkers, medewerkers van het loket leerlingenvervoer en vertegenwoordigers van verschillende scholen uit het speciaal onderwijs aanwezig waren. In dit overleg is besloten om een informatiefolder te ontwikkelen die uitlegt welke verwachtingen er zijn om het zelfstandig reizen, waar mogelijk, vanaf 9 jaar te stimuleren. Deze folder is momenteel in de maak en wordt bij de start van het leerlingenvervoer uitgereikt door de school of het loket aan ouders/verzorgers van leerlingen die een beschikking voor aangepast vervoer hebben ontvangen. Tabel 10 Aantal leerlingen per gemeente bij aanvang schooljaar

Gemeente Taxi

Aantal leerlingen aanvang schooljaar 2025-2026 Eigen verOpenbaar voer Fiets vervoer Totaal

Borsele

0

0

0

0

0

Goes

52

2

0

0

54

Kapelle

47

6

0

0

53

Noord-Beveland

32

18

0

0

50

Reimerswaal

128

8

3

43

182

Schouwen-Duiveland

90

1

0

6

97

Tholen

90

48

0

0

138

439

83

3

49

574

Totaal

Het loket leerlingenvervoer volgt de landelijke en regionale ontwikkelingen over het vakgebied leerlingenvervoer. Tweemaal per jaar vindt een overleg plaats met gemeentelijke beleidsmedewerkers, waarin zij hierover worden geïnformeerd. Daarnaast is er regionaal deelgenomen aan informatieve cursussen, zoals de actualiteitendag georganiseerd door Segment en een cursusdag gericht op de Jeugdwet en/of leerlingenvervoer. Voor deze laatste cursus zijn ook medewerkers van gemeenten, zoals beleidsmedewerkers en jeugdconsulenten, uitgenodigd om elkaars vakgebied beter te leren kennen. Jeugdzorg vervoer Binnen de vervoerscontracten van het SWVO worden ook de ritaanvragen voor het vervoer van jeugdigen met een indicatie voor (GGZ) Jeugdzorgvervoer ook via de Gemeentelijke Vervoerscentrale Zeeland uitgevoerd In tabel 11 is de ontwikkeling van het aantal jeugdigen dat in 2025 gebruik heeft gemaakt van het Jeugdzorgvervoer weergegeven t.o.v. voorgaande jaren. Tabel 11 Aantal jeugdigen in het jeugdzorgvervoer

Gemeente

Aantal Jeugdigen 2021

2022

2023

2024

2025

Borsele

21

16

21

17

19

Goes

25

29

23

21

22

Kapelle

6

7

13

11

12

Noord-Beveland

5

2

4

6

7

Reimerswaal

20

17

26

28

16

Schouwen-Duiveland

19

23

19

19

20

Tholen

6

5

2

10

14

Totaal

102

99

108

112

110

20 Jaarverslag en jaarrekening SWVO 2025

Gemeente Veere – Contractbeheer en uitvoering Wmo Vanaf 1 januari 2021 heeft gemeente Veere de inkoop en het contractbeheer voor Wmo-voorzieningen ondergebracht bij SWVO. SWVO heeft daartoe met gemeente Veere een Dienstverleningsovereenkomst afgesloten. In deze overeenkomst zijn naast de beschrijving van de opdracht en de te volgen handelwijze ook afspraken opgenomen over de financiering. De bijdrage van de gemeente Veere bedraagt hiervoor in 2025 € 136.186,-. Dit bedrag wordt jaarlijks verhoogd met het VZG-percentage. Het bedrag is opgebouwd uit loon-, huisvestings-, organisatie- en automatiseringskosten. Lasten en baten Primair bevoorschot 2025

Definitief bevoorschot 2025

Realisatie 2025

Realisatie 2024

7.455.212

3.113.779

2.958.047

2.989.021

7.455.212

3.113.779

3.115.046

3.043.696

Gerealiseerde totaal saldo van baten en lasten

0

0

156.999

54.675

Toevoeging/onttrekking aan reserves

0

0

0

0

Gerealiseerde resultaat

0

0

156.999

54.675

Lasten Programma 4, Overige projecten Baten Programma 4, Overige projecten

21 Jaarverslag en jaarrekening SWVO 2025

Programma Secretariaat Ontwikkelingen In 2025 is opnieuw geïnvesteerd in het optimaliseren van de informatiebeveiliging en heeft het uitfaseren van de bestaande server plaatsgevonden. Daarmee werkt de organisatie volledig in "the cloud” en is het functioneel beheer van alle apparatuur ondergebracht bij Acknowledge. Hiermee heeft SWVO/CZW ook op dit punt een kwaliteitsslag gemaakt. Daarnaast is binnen de organisatie AI beleid opgesteld en is de keuze gemaakt om in dit kader voor alle medewerkers SafeGPT beschikbaar te stellen voor gebruik in hun werk. Ook hebben medewerkers van het SWVO en CZW-bureau en ZSSSD een bijdrage geleverd in het aanleveren van input voor de lopende governance discussie over de invulling van de Zeeuwse Samenwerking in het Sociaal Domein. In dat kader is met instemming van het OZO Sociaal Domein eind 2025 de ontwerpregeling voor een nieuwe governance Sociaal Domein Zeeland voor zienswijze aan de gemeenten gestuurd. Deze regeling omvat de omvorming van de GR SWVO /CZW bureau naar een nieuwe GR Sociaal Domein Zeeland en Jeugdzorgregio, waar ook de 6 andere Zeeuwse gemeenten gaan deelnemen en waar naast de taken van SWVO /CZW, de taken van de Inkooporganisatie Jeugd en het programmateam ZSSD in op gaan. Het jaar 2026 staat in het teken van de besluitvorming en voorbereiding van deze nieuwe GR die op 1 januari 2027 operationeel moet zijn.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/17028935/1