Bijlage 2 Brief Min KGG over GNOZ 2e tranche
Tekst van het document
> Retouradres Postbus 20401 2500 EK Den Haag Directoraat-generaal Klimaat en Energie Bezoekadres Bezuidenhoutseweg 73 2594 AC Den Haag Postadres Postbus 20401 2500 EK Den Haag Overheidsidentificatienr 00000001003214369000 T 070 379 8911 (algemeen) F 070 378 6100 (algemeen) www.rijksoverheid.nl/ez
Datum Betreft
6 november 2024 Tweede tranche Gebiedsinvesteringen net op zee
Geacht College ,
Behandeld door R.H.J. Dautzenberg T 070 379 6296 R.H.J.Dautzenberg@minezk.nl Ons kenmerk DGKE / 89592913 Uw kenmerk
Nederland werkt aan een toekomst met duurzame energie. Daarbij maken we steeds meer gebruik van duurzame energiebronnen, zoals windenergie die op zee Bijlage(n) 1 wordt opgewekt. Om de klimaatdoelstellingen te realiseren is de ambitie voor windenergie op zee een opgestelde capaciteit van circa 21 gigawatt (GW) rond 2032. Het ministerie van Klimaat en Groene Groei (KGG) realiseert deze opgave in gebieden die zijn aangewezen in de (aanvullende) routekaart windenergie op zee, waar de te ontwikkelen windparken en aanlandlocaties van de netaansluitingen zijn opgenomen. Om een verantwoorde inpassing van de bijbehorende infrastructuur van het net op zee mogelijk te maken is in 2022 500 miljoen euro beschikbaar gesteld voor gebiedsinvesteringen in de omgeving van de vijf aanlandlocaties van de netaansluitingen die als onderdeel van de aanvullende routekaart gerealiseerd worden. Hiervan is inmiddels 210 miljoen euro toegekend aan de eerste tranche gebiedsinvesteringen, waaronder 50 miljoen euro aan uw regio. Als gevolg van de afspraken uit het Regeerprogramma is het resterende bedrag verminderd tot 245 miljoen euro voor de tweede tranche gebiedsinvesteringen. Het doel van deze gebiedsinvesteringen is de leefkwaliteit in de omgeving van de aanlandlocaties te verbeteren.
De gebiedsinvesteringen zijn een extra impuls voor de regio en zijn daarmee aanvullend op de kosten voor realisatie en (wettelijke) compensatie die van toepassing zijn op de energie-infrastructuur projecten. Uw regio is een van de vijf aanlandlocaties die aanspraak kan maken op deze middelen. Met deze brief informeren wij u graag over deze tweede tranche ‘Gebiedsinvesteringen net op zee’ en vragen wij u om regionale investeringsplannen voor de gebiedsinvesteringen uit te werken, indien uw regio hier aanspraak op wil maken. Financiële bijdrage en regionale verdeling De middelen voor de gebiedsinvesteringen worden beschikbaar gesteld vanuit het Klimaatfonds. Daarvan wordt 220 miljoen euro bekostigd uit de Europese Herstelen Veerkrachtfaciliteit (HVF) indien Nederland bepaalde mijlpalen bereikt. De middelen voor de gebiedsinvesteringen zijn eenmalig en worden beschikbaar
Pagina 1 van 6
Directoraat-generaal Klimaat en Energie
gesteld via twee tranches. De middelen worden beschikbaar gesteld om te investeren in de leefbaarheid van de regio’s waar windenergie op zee aanlandt, conform de planning uit de aanvullende routekaart windenergie op zee. De gebiedsinvesteringen zijn daarmee verbonden aan de procedures die resulteren in definitieve besluiten voor de aanlanding. Voor deze tweede tranche is voor uw regio een maximum van 49 miljoen euro gereserveerd. Deze middelen zijn bedoeld voor de gebiedsinvesteringen en voor eventuele uitvoeringskosten die hiermee gepaard gaan. De omvang van deze uitvoeringskosten mag maximaal 10% van de totale kosten bedragen.
Ons kenmerk DGKE / documentId
Administratieve overeenkomst De samenwerking tussen Rijk en regionale partners voor de besteding van de eerste tranche gebiedsinvesteringen heeft vorm gekregen in een bestuursovereenkomst, die 27 mei 2024 met uw regio is afgesloten. Hierin zijn afspraken gemaakt over de beleidsmatige, financieel-juridische en organisatorische kaders van de eerste tranche gebiedsinvesteringen. Een eis die volgt uit de HVF is een administratieve overeenkomst die KGG en de regio’s uiterlijk 31 maart 2026 behoren te sluiten. In deze administratieve overeenkomst behoren alle acties1 in de regio’s te worden beschreven van de eerste en tweede tranche. De nog te ondertekenen administratieve overeenkomst bevat minimaal voor elke actie de volgende elementen: (i)
aanleiding actie;
(ii)
de positieve impact van de acties (van zowel de eerste als tweede tranche) op de leefkwaliteit;
(iii)
resultaten actie;
(iv)
budget per actie;
(v)
implementatie periode;
(vi)
de financieringsstromen (aanbestedende diensten, contractant0en, eindbegunstigden en eindontvangers) voor zover bekend.
Procedure definitieve regioplan Gebiedsinvesteringen Net op Zee Om tijdig te voldoen aan deze eis, wordt u verzocht in regionaal verband voor 31 december 2025 een definitieve versie van het regioplan Gebiedsinvesteringen net op zee op te stellen waarin alle acties uit de eerste en tweede tranche zijn gedefinieerd met bovenstaande zes punten. Dit zal worden toegevoegd aan de administratieve overeenkomst en ondertekend op uiterlijk 31 maart 2026. Vanuit KGG wordt een modelovereenkomst opgesteld, die de belangrijkste afspraken bevat. Deze overeenkomst wordt afgestemd met de betrokken regionale partijen.
actie: maatregel, project of groep projecten, die bijdragen aan de verwezenlijking van de algemene of specifieke doelstellingen van de HVF. 1
Pagina 2 van 6
Directoraat-generaal Klimaat en Energie
In voorbereiding op deze indiening wordt u verzocht uiterlijk 1 november 2025 een conceptversie van het regioplan in te dienen bij KGG. Op basis van de in deze brief genoemde voorwaarden en op basis van het nog op te sturen format voor het regioplan vindt een analyse van de ingediende conceptversie plaats door KGG. Ook vindt in de periode december 2025 tot en met maart 2026 afstemming met de regionale partijen plaats ten behoeve van het definitieve regioplan en de bijbehorende administratieve overeenkomst. De toekenning van de uiteindelijke financiële bijdrage aan de regio vindt plaats wanneer de administratieve overeenkomst is gesloten. De bijdrage zal vorm krijgen via een nader te bepalen financieel instrument.
Ons kenmerk DGKE / documentId
De uitwerking van het definitieve regioplan is aan de betrokken regionale partijen. Wel stelt KGG een aanspreekpunt beschikbaar in de vorm van procesbegeleiders om u te ondersteunen bij de uitwerking van de regioplannen. Deze procesbegeleiders zullen op korte termijn contact opnemen met de ambtelijke vertegenwoordiging in uw regio over de uitwerking van het regioplan. Proces samenvatting -
oktober 2024: regio’s informeren over opzet tweede tranche; 17 oktober 2024: kick-off bijeenkomst in Utrecht; oktober 2024 – juni 2025: uitwerken maatregelen; juni 2025 – december 2025: vaststellen acties regio’s / definitieve regioplannen en uitwerken administratieve overeenkomst; 1 november 2025: inleveren bij EZK concept definitief regioplan; 31 december 2025: inleveren bij EZK definitief regioplan; Q1 2026: formaliseren en ondertekenen administratieve overeenkomst.
Vervolg De afgelopen periode is uw regio zowel bestuurlijk als ambtelijk betrokken geweest bij de eerste tranche van de gebiedsinvesteringen. Met de uitvraag van het definitieve regioplan zetten we hierin een volgende stap. Een vergelijkbare brief is verzonden naar de andere regio’s waar de aanlanding vanuit wind op zee wordt gerealiseerd. Tevens wordt het bredere bestuurlijke en ambtelijke netwerk dat bij de aanlanding in uw regio betrokken is, geïnformeerd over de verzending van deze brief, aangezien de gebiedsinvesteringen een (boven)regionaal karakter kunnen hebben. Zoals aangegeven zullen onze procesbegeleiders contact opnemen met de ambtelijke vertegenwoordiging in uw regio, om gezamenlijk vorm te geven aan het vervolgproces. Voor nadere informatie over de gebiedsinvesteringen kunt u zich tot deze procesbegeleiders wenden.
Pagina 3 van 6
Directoraat-generaal Klimaat en Energie
Wij kijken uit naar het definitieve regioplan voor de eerste tranche en het regioplan voor de tweede tranche voor uw regio.
Ons kenmerk DGKE / documentId
Met vriendelijke groet,
De Minister voor Klimaat en Groene Groei, namens deze:
Erik van der Rijt MT-lid Realisatie Energietransitie
Pagina 4 van 6
Directoraat-generaal Klimaat en Energie
Ons kenmerk
Bijlage: voorwaarden Gebiedsinvesteringen Net op Zee DGKE / documentId In het bereiken van overeenstemming tussen regionale partners en het Rijk over de voorstellen die een bijdrage krijgen is een aantal voorwaarden aan de orde. De gebiedsinvesteringen worden gefinancierd uit het Klimaatfonds en middelen uit de Europese HVF. Daarom moet met het regioplan worden voldaan aan de vereisten die volgen uit het Klimaatfonds, de HVF en andere geldende Europese en nationale regelgeving. Om u hierin te ondersteunen treft u hieronder een overzicht van de belangrijkste relevante beleidskaders (o.a. eisen, voorwaarden en verplichtingen) voor de gebiedsinvesteringen. Een uitgebreidere versie van dit kader is tevens beschikbaar in de vorm van de ‘Handleiding Gebiedsinvesteringen net op zee’. 1. Doel & thema’s Ter versterking van de leefkwaliteit worden de bijdragen voor de gebiedsinvesteringen aangewend voor investeringen in één of meerdere van onderstaande thema’s: Thema 1: behoud en versterken van de natuur Maatregelen die natuur en ecologische waarden bij de aanlandlocatie behouden/versterken.
Hierbij kunt u denken aan: • investeringen in natuurherstel- en verbeteringsmaatregelen op basis van natuurverbeteringsplannen en soortenbeschermingsplannen; • projecten om ecologie in het gebied te herstellen en versterken; • activiteiten die bijdragen aan de biodiversiteit in het gebied; en • projecten die de verstoring van het gebied door licht en geluid moeten tegengaan of de kwaliteit van water en bodem moeten verbeteren. Thema 2: verbeteren van de fysieke leefomgeving Maatregelen die de fysieke leefomgeving bij de aanlandlocatie verbeteren, met name de fysieke levensomstandigheden van bewoners en gebruikers in het gebied. Hierbij kunt u denken aan: • investeringen in de openbare ruimte die bijdragen aan de leefkwaliteit; • verbetering van de lokale mobiliteitsinfrastructuur; • aanleg van groene en/of recreatieve ruimten zoals bossen of parken; • investeringen in geluidsbescherming; en • publieke informatiecentra voor de energietransitie. Thema 3: versterken van de regionale economie Maatregelen die de regionale economie verduurzamen, vernieuwen en versterken om nieuwe en toekomstbestendige bedrijvigheid en banen te creëren - in lijn met Regionale Innovatie Slimme Specialisatie Strategie (RIS3).
Hierbij kunt u denken aan: • investeringen in kleine en middelgrote ondernemingen die leiden tot economische diversificatie, modernisering en omschakeling; • investeringen in (nieuwe) bedrijven en lokale werkgelegenheid; • investeringen in digitalisering en verduurzaming van het bedrijfsleven; en • investeringen in arbeidsmarktinzet (met verduurzaming en innovatie). Thema 4: versnellen en toepassen van de (duurzame) energietransitie. Pagina 5 van 6
Directoraat-generaal Klimaat en Energie
Maatregelen die de energietransitie versnellen en tot lokale toepassingen leiden. Investeringen dienen in lijn te zijn met de Regionale Energie Strategieën (RES). Hierbij kunt u denken aan: • productie van duurzame energie en innovaties in energiebesparing; • investeringen in opslag van duurzame energie, zoals warmtenetten; en • investeringen in het ontwikkelen en/of opschalen van technieken voor het produceren van groene waterstof, en het benutten van groene waterstof voor het vergroenen van de industrie.
Ons kenmerk DGKE / documentId
2. Type projecten en voorwaarden De bijdrage vanuit het Rijk voor de gebiedsinvesteringen is een extra impuls voor de regio en niet bedoeld voor de (directe) kosten voor realisatie en (wettelijk) vereiste compensatie die van toepassing zijn op de realisatie van de aanlandingen. Daarnaast geldt dat middelen uitsluitend ter beschikking worden gesteld voor acties die: • de leefkwaliteit in het gebied dat nadelige gevolgen ondervindt van de aanlanding versterken; • ten minste klimaatneutraliteit als randvoorwaarde hebben; • een positief saldo van maatschappelijke baten en lasten hebben; • additioneel zijn aan bestaande of geplande publieke investeringen en niet vallen binnen een bestaande regeling van de Rijksoverheid, zoals het Just Transition Fund, of bijvoorbeeld overlappen met de zogenoemde Regio deals die het Rijk en regio’s sinds 2018 met elkaar sluiten; • niet strijdig zijn met opgaven uit het regeerakkoord of onderliggend Rijksbeleid. Acties gerelateerd aan landbouw hebben als gevolg van bepalingen uit het Klimaatfonds een beperking op het gebied van o.a. emissiereductie veehouderij en emissiereductie en co2 opslag door slim landgebruik. Tot slot wordt u verzocht aandacht te besteden aan een brede betrokkenheid vanuit de regio (inwoners, maatschappelijke organisaties, bedrijfsleven, etc.). 3.
Gebiedsafbakening Gebiedsinvesteringen vinden plaats in het gebied waar de aanlanding impact heeft op de leefkwaliteit, waaronder: • de aanlandlocatie; • het gebied aangrenzend aan de aanlandlocatie; en • het gebied van het tracé (over land en water) van de aanlanding. De geografische afbakening, regionale verdeling en motivering daarvan is de verantwoordelijkheid van de regio. 4. Uitvoering & Governance Uitgangspunt is actief commitment en inzet van alle partijen. De gebiedsinvesteringen beogen een impuls voor langdurige effecten op leefkwaliteit. Er wordt door KGG vanuit gegaan dat de bijdrage voor de gebiedsinvesteringen doelmatig en doeltreffend worden ingezet. Dit betekent dat in de regionale investeringsvoorstellen de regionale opgave (het doel) helder moet zijn en dat de geformuleerde oplossing logisch bijdraagt aan dit doel (verbetering van leefkwaliteit). Doelmatigheid vereist dat de kosten daarbij in verhouding staan tot de beoogde (maatschappelijke) baten. Pagina 6 van 6