02 NIEUW Bijlage integraal huisvestingsplan Onderwijs 2026-2041 2025001637.pdf
Tekst van het document
Integraal Huisvestingsplan Onderwijs 2026 - 2041 PO & VO
|
Gemeente Bloemendaal
IHP Bloemendaal 2026 - 2041 | 1
Datum 5 december 2025 Versie
4.0
IHP Bloemendaal 2026 - 2041 | 2
Inhoud
01
Samenvatting ............................................................................................................................................................ 5
02
Inleiding ...................................................................................................................................................................... 8
03
Kaderstellende wet- en regelgeving............................................................................................................... 11
04
Scholenlandschap.................................................................................................................................................. 14
05
Leerlingprognose .................................................................................................................................................. 18
06
Bewegingsonderwijs............................................................................................................................................. 25
07
Ambities en uitgangspunten ............................................................................................................................. 29
08
Planvorming ............................................................................................................................................................ 33
09
Financiën................................................................................................................................................................... 48
10
Vervolg en uitvoering .......................................................................................................................................... 56
IHP Bloemendaal 2026 - 2041 | 3
Voorwoord
Het Integraal Huisvestingsplan is tot stand gekomen in nauwe samenwerking met de schoolbesturen. Hun kennis en ideeën hebben gezorgd voor een realistisch en gedragen plan, waarin niet de stenen centraal
Goed onderwijs verdient goede gebouwen. Een
staan, maar vooral de leerlingen en medewerkers die
school is immers meer dan een plek met lokalen en
hier dagelijks gebruik van maken.
gangen: het is een omgeving waar kinderen groeien, leren, samenwerken en zich veilig voelen. Met dit
Ik hoop dat dit plan bijdraagt aan het planmatig
Integraal Huisvestingsplan Onderwijs 2025 wil de
realiseren van en investeren in inspirerende, gezonde
gemeente Bloemendaal samen met de schoolbesturen
en duurzame schoolgebouwen, waar leerlingen en
ervoor zorgen dat die schoolomgeving ook in de
leerkrachten met plezier samenkomen. Want
toekomst past bij wat het onderwijs nodig heeft.
investeren in goede onderwijshuisvesting is investeren in de toekomst van onze kinderen!
Bloemendaal heeft een groot en divers onderwijsaanbod. Veel scholen dateren uit het begin van de 20e eeuw. In de afgelopen honderd jaar is de
Thessa van der Windt,
manier waarop we leren en lesgeven veranderd.
Wethouder Onderwijs, mobiliteit, beheer &
Klassen zijn kleiner, docenten geven minder klassikale
klimaatadaptatie Gemeente Bloemendaal
instructie en scholen dagen meer uit tot samen leren. Ook aan duurzaamheid en een gezond binnenklimaat stellen we andere eisen dan in de vorige eeuw. Daarbij komt dat het aantal kinderen in onze gemeente kleiner wordt. Dat alles vraagt om schoolgebouwen die flexibel en toekomstbestendig zijn. Dit plan helpt de gemeente en de scholen om stap voor stap te werken naar een bij Bloemendaal passend onderwijshuisvestingsaanbod – met oog voor kwaliteit, haalbaarheid en samenwerking.
IHP Bloemendaal 2026 - 2041 | 4
01 Samenvatting Het Integraal Huisvestingsplan (IHP) voor de
de Klimaatwet (het realiseren van 55% CO₂-reductie in
gemeente Bloemendaal biedt een strategisch kader
2030 en energieneutraal in 2050).
voor investeringen in de onderwijshuisvesting (PO & VO) voor de periode 2026-2041. Dit plan is opgesteld in samenwerking tussen de schoolbesturen en de gemeente Bloemendaal.
Het huidige scholenlandschap omvat 15 basisscholen en 3 middelbare scholen, verdeeld over de vijf kernen. De leerlingprognoses tonen de komende jaren een lichte daling in het primair onderwijs (-2,9% tot 2035)
-
Beheersbare schoolomvang (200-250 leerlingen);
-
'Renovatie tenzij';
-
Ruimte voor samenwerking met kindpartners;
-
Adequate en toekomstbestendige gymvoorzieningen conform KVLO-normen;
Aanleiding en huidige situatie
en stabiele aantallen in het voortgezet onderwijs
De schoolgebouwen in Bloemendaal hebben een
(hiervoor zijn regionale afspraken gemaakt). De
gemiddeld bouwjaar van 1950 (landelijk: 1983), waarbij
afgelopen jaren heeft heeft het leerlingaantal in het
slechts 2 van de 18 schoolgebouwen relatief nieuw
PO een sterke(re) daling van circa 12% laten zien.
Financiële kaders
zijn. Veel van de gebouwen hebben daarnaast een
Planvorming en visie
De totale investering bedraagt circa €125 miljoen over
monumentale of karakteristieke waarde wat het behoud van deze gebouwen waardevol maakt. Na het niet vaststellen van het vorige IHP in 2018 zijn (de beperkte) investeringen in de onderwijshuisvesting veelal ad-hoc gedaan zonder een integrale visie op het geheel. De aankomende wetswijziging 'Planmatige aanpak onderwijshuisvesting' maakt het hebben van
Dit IHP heeft een looptijd van 16 jaar (2026-2041), opgedeeld in vier termijnen van vier jaar met een vierjaarlijkse herijking van het IHP. De visie & ambitie van dit IHP is gebaseerd op acht kernuitgangspunten: -
Kwalitatief hoogwaardige
een IHP vanaf 2027 daarnaast wettelijk verplicht voor
onderwijsomgeving (Frisse Scholen B +
gemeenten.
energieneutraal);
De gemeente staat daarmee voor een dubbele wettelijke opgave: zorgplicht voor adequate en kwalitatief goede onderwijshuisvesting én voldoen aan
-
Thuisnabij onderwijs voor Bloemendaalse kinderen;
-
-
Realistische en uitvoerbare financiële planning.
16 jaar (prijspeil juli 2025): circa € 104 miljoen voor onderwijshuisvesting en € 21 miljoen voor de gymzalen. Daarbij komt nog circa € 9 miljoen voor tijdelijke huisvesting (alleen al in termijn 1 & 2). Dit vraagt om een structurele dekking van circa €10 miljoen per jaar. Vanaf 2027 is dit reeds opgenomen in het Meerjareninvesteringsplan van de gemeente. De investeringen zijn gespreid over met name de eerste 3 terijnen, met de grootste pieken in termijn 2 (€42,8 miljoen) en termijn 3 (€39,5 miljoen).
Doelmatige spreiding en een passend onderwijslandschap;
IHP Bloemendaal 2026 - 2041 | 5
Uitvoeringskader eerste termijn
schoolbesturen hiervoor financieel hebben moet
Monitoring, risico’s en vervolg
De eerste termijn (2026-2029) vormt het primaire
worden onderbouwd met een projectspecifieke
Het IHP wordt iedere vier jaar herijkt. De voortgang
uitvoeringskader. In deze termijn zijn de volgende
businesscase. De kaders hiervoor worden gezamenlijk,
van het IHP en de ontwikkeling van leerlingprognoses
projecten opgenomen:
na vaststelling van het IHP, opgesteld.
wordt daarbij jaarlijks in het OOGO besproken. Ook
-
Renovatie De Paradijsvogel, inclusief gymzaal
Parallel aan de uitvoering van de 1e termijn worden
-
Renovatie Willinkschool
een aantal onderzoeken en gesprekken opgestart. Het
-
Renovatie Vondelschool, inclusief gymzaal
betreft:
-
Renovatie Kennemer Lyceum fase 1
-
Nieuwbouw gymzaal Bornwaterschool
Voor de uitvoering van de projecten in de eerste
-
termijn is een budget van circa € 27.6 miljoen e
geraamd. Daarnaast wordt in de 1 termijn het
-
voorbereidingskrediet verstrekt voor de projecten uit e
de 2 termijn zodat deze voortvarend opgestart kunnen worden. Het voorbereidingskrediet dat hiervoor in de 1e termijn beschikbaar wordt gesteld bedraagt circa € 3.8 miljoen. Dit brengt het totaal voor de 1 termijn op een bedrag van circa € 31.4 miljoen.
-
voortgang van het IHP. Een strategisch document zoals een IHP kent de
Onderzoek naar locaties en efficiënte inrichting tijdelijke huisvesting
-
de gemeenteraad wordt jaarlijks geïnformeerd over de
nodige risico’s. In het IHP worden de volgende risico’s in ieder geval onderkent:
Monitoren & frequent actualiseren van
-
Prijsstijgingen (jaarlijkse indexatie is vereist)
leerlingprognoses
-
Vertraging (vergunningen, aanbestedingen
Gesprekken over leerlingstromen met
en netcongestie hebben mogelijk (negatieve)
buurgemeenten (zijn reeds opgestart)
invloed op de planning)
Herijking IHP (opstarten medio 2028)
-
omggeving.
In de kern Bloemendaal voorziet dit plan ook in het op termijn terug gaan van 5 naar 3 schoollocaties. Dit is een geleidelijk en gevoelig bestuurlijk proces waarvoor
Aanvullende kosten door eisen vanuit de
-
(Onvoorziene) ontwikkelingen in leerlingaantallen.
e
de gesprekken tussen de Bloemendaalse
Na vaststelling van het IHP wordt opgestart met het
schoolbesturen inmiddels zijn opgestart. Aangezien dit
gezamenlijk opstellen van een uitvoeringsplan. Dit
traject eerst doorlopen moet worden, vinden de
plan bevat specifieke afspraken over de uitvoering,
investeringen in de kern Bloemendaal in de
projectorganisatie, het bouwheerschap, et cetera en
Schoolbesturen hebben uitgesproken bereid te zijn
schoolgebouwen pas vanaf de 2e termijn plaats. Wel
zorgt er daarmee voor dat een IHP niet alleen maar
om mee te investeren in bovennormatieve, school
wordt er in de 1e termijn voorbereidingskrediet
een strategisch plan blijft maar ook daadwerkelijk tot
specifieke, kwaliteit en wensen. De gemeente is vanuit
verstrekt om deze planvormig verder vorm te geven.
uitvoering komt.
Daarnaast dient er in de 1e termijn rekening gehouden te worden met circa € 4 miljoen voor tijdelijke huisvesting van de scholen die gerenoveerd worden.
haar zorgplicht verantwoordelijk voor het realiseren van kwalitatief goede schoolgebouwen. De ruimte die
IHP Bloemendaal 2026 - 2041 | 6
Inleiding IHP Bloemendaal 2026 - 2041 | 7
02 Inleiding 02.01 Aanleiding en context
Het eerdere traject om te komen tot een IHP (2018)
huisvesting onderdeel van is. In 2030 dient er conform
Met de totstandkoming van het Integraal
heeft niet geleid tot de vaststelling van het IHP.
het Klimaatakkoord van Parijs een reductie in de CO2-
Huisvestingsplan (IHP) voor het primair en voortgezet
Hierdoor is het traject stilgevallen en is er in de
emissie behaald te zijn van 55% ten opzichte van
onderwijs legt de gemeente Bloemendaal samen met
periode tussen 2018 en nu slechts beperkt en zonder
1990. In 2050 dient het maatschappelijk vastgoed 95%
de schoolbesturen het fundament waarmee de
een eenduidige strategische visie geïnvesteerd in de
CO2 gereduceerd te hebben ten opzichte van 1990.
komende jaren gebouwd kan worden aan
onderwijshuisvesting. Tot op heden ontbreekt het dan
Dit komt neer op een zo goed als volledig energie
toekomstbestendige, goede, gezonde en bovenal
ook aan een actueel, samenhangend, volledig én
neutrale portefeuille in 2050. Onlangs is in de
prettige onderwijshuisvesting. Goede
bestuurlijk vastgesteld IHP.
Europese Commissie gesproken over een mogelijk extra tussendoel van 90% reductie in 2040. Wat deze
onderwijshuisvesting is immers een van de randvoorwaarden voor kwalitatief goed onderwijs.
Investeringen die de afgelopen jaren hebben
ontwikkeling betekent voor de Nederlandse
Voor een groot gedeelte bestaat het
plaatsgevonden zijn veelal ad-hoc geweest.
klimaatwetgeving is op dit moment nog onduidelijk.
scholenlandschap in Bloemendaal uit karakteristieke
De huidige opgave is daardoor groot en vraagt om
Maar een versnelling ten opzichte van het huidige
en deels monumentale schoolgebouwen. Hoewel
duidelijke keuzes en bestuurlijke richting. Met dit plan
vervangingstempo is sowieso benodigd.
deze gebouwen zeer waardevol zijn vloeit hier ook de
anticipeert de gemeente daarnaast ook op de
urgentie voor een breed gedragen en volledig IHP uit
aanstaande wettelijke verplichting om vanaf 2027 een
Hiermee ligt er een dubbele wettelijke verplichting
voort.
IHP vast te stellen, zoals voorgesteld in het
voor gemeenten om te investeren in
De combinatie van sterk verouderde schoolgebouwen,
wetsvoorstel ‘Planmatige aanpak onderwijshuisvesting’
onderwijshuisvesting. Enerzijds de wettelijke zorgplicht
een relatief kleine basisgeneratie (het aantal kinderen
dat, naar verwachting, in januari 2027 in werking
die gemeenten hebben voor het voorzien in
in de basisschoolleeftijd dat in de kern woont), de
treedt.
kwalitatief goede en adequate onderwijshuisvesting en daarnaast de wettelijke verplichting om de
geografische ligging van Bloemendaal en de behoefte aan het realiseren van meer samenhang in het
Er zijn ook grotere ontwikkelingen die zijn uitwerking
vastgoedportefeuille te verduurzamen richting
scholenlandschap vraagt namelijk om gezamenlijke
hebben op de lokale context. De klimaatopgave en
energieneutraliteit in 2050.
sturing op de investeringen in de
het Klimaatakkoord van Parijs, en de vertaling daarvan
onderwijshuisvesting. Een gedragen IHP geeft deze
in de Nederlandse Klimaatwet, stellen hoge eisen aan
02.02 Doelstelling en totstandkoming
sturing.
de verduurzaming van onze samenleving en het
Dit IHP is tot stand gekomen in nauwe samenwerking
tempo waarin we dit realiseren. Zo ook voor het
tussen de schoolbesturen en de gemeente
maatschappelijk vastgoed waar de onderwijs-
IHP Bloemendaal 2026 - 2041 | 8
Bloemendaal. Hoewel de gemeente vanuit de
financiering dienen te worden onderbouwd middels
02.04 Status van het IHP
wetgeving verantwoordelijk is voor het voorzien in
een businesscase. Een leidraad hiervoor wordt in het
Het IHP is opgesteld in lijn met het wetsvoorstel
onderwijshuisvesting (incl. bewegingsonderwijs) is er
vervolg op dit IHP opgesteld. Er zijn hiervoor
‘Planmatige aanpak onderwijshuisvesting’ dat
bij onderwijshuisvesting altijd sprake van wederzijdse
verschillende voorbeelden die als onderlegger
momenteel in behandeling is. Conform deze wet
afhankelijkheid. Een meerjarenplan zoals een IHP is
gebruikt kunnen worden. Zoals het rekenmodel dat
wordt het IHP vastgesteld als langetermijnplanning
dan ook alleen succesvol wanneer dit in samenspraak
momenteel opgesteld wordt door het ‘Programma
waar gemeente en schoolbesturen zich aan
opgesteld én gerealiseerd wordt.
Onderwijshuisvesting’.
committeren.
Dit IHP betreft dan ook een weloverwogen
Het IHP schept ook kaders voor het onderdeel
investeringsplanning voor de periode 2026-2041 voor
02.03 Looptijd
‘renovatie’, dat niet eerder een voorziening binnen de
de onderwijshuisvesting in Bloemendaal.
Dit IHP bestrijkt de periode 2026–2041 en is
Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs
Het betreft een strategisch document waarin niet alle
opgebouwd uit tijdvakken van vier jaar. Het eerste
Bloemendaal 2022 is geweest. Dit IHP voorziet
keuzes tot achter de laatste komma zijn gemaakt.
tijdvak loopt van 2026 tot en met 2029 en vormt het
daarmee in een prioritering in voorzieningen vanuit de
Sommige ontwikkelingen dienen de komende jaren
primaire uitvoeringskader. De budgetten die benodigd
verordening. Voor deze onderdelen is het IHP leidend
nog verder verkend te worden. Maar dit IHP geeft
zijn voor de uitvoering van het eerste tijdvak worden
boven de verordening. In alles waar dit IHP niet in
nadrukkelijk wel prioritering en richting waar zowel de
opgenomen in het gemeentelijke
voorziet, blijft de verordening leidend. Schoolbesturen
gemeente als de schoolbesturen in samenspraak mee
Meerjareninvesteringsplan (MIP). De volgende
en de gemeente Bloemendaal spreken uit enkel af te
verder kunnen.
tijdvakken geven een doorkijk naar de verdere
wijken van het IHP wanneer daar een zwaarwegende
planvorming. Hoewel deze toekomstige investeringen
motivatie onder ligt. Afwijkingen op het IHP worden
Daarbij biedt dit IHP de gemeente een
nog niet opgenomen (kunnen) worden in het
daarbij altijd eerst tijdens het OOGO (Op
meerjarenperspectief voor de benodigde
gemeentelijke MIP wordt er met het vaststellen van dit
Overeenstemming Gericht Overleg) tussen gemeente
investeringen en daaruit voortvloeiende kapitaallasten
IHP wel een gedeeld commitment uitgesproken om
en alle schoolbesturen besproken. Afwijkingen zijn
die benodigd zijn om te voldoen aan haar wettelijke
de projecten uit te voeren conform de prioritering
daarbij enkel mogelijk onder de volledige consensus
zorgplicht omtrent de onderwijshuisvesting.
zoals deze is opgenomen in het IHP. Het IHP wordt
van het OOGO, binnen de vastgestelde financiële
Tenslotte biedt dit IHP een meerjarenperspectief voor
iedere 4 jaar herijkt, op dat moment wordt ook de
kaders.
de schoolbesturen waarop zij hun eigen (investerings-)
volgende fase verder in detail uitgewerkt op basis van
De gemeenteraad stelt het IHP vast. Het IHP is
beleid kunnen afstemmen om desinvesteringen in
de nieuwste inzichten. Bij het vaststellen van een
daarmee beleidsmatig kaderstellend in de uitvoering
onderhoud te voorkomen en mogelijk middelen op te
herijking wordt vervolgens de volgende termijn
van de gemeentelijke zorgplicht omtrent het voorzien
sparen. Deze besparingen kunnen vervolgens worden
verwerkt in het gemeentelijke MIP.
in onderwijshuisvesting (incl. bewegingsonderwijs).
ingezet voor de co-financiering van de huisvestingsopgaven. De mogelijkheden tot co-
IHP Bloemendaal 2026 - 2041 | 9
Kaderstellende wet- en regelgeving IHP Bloemendaal 2026 - 2041 | 10
03 Kaderstellende wet- en regelgeving 03.01 Gemeentelijke zorgplicht Vanuit de wetgeving (Wet op het Primair Onderwijs
Uitzonderingen hierop zijn mogelijk wanneer het
In goed overleg is het op dit moment mogelijk dat
eigendom van een schoolgebouw historisch anders
schoolbesturen mee investeren in bepaalde
georganiseerd is geweest, zoals gebouwen of
aanvullende ambities die verder gaan dan deze
gronden die volledig in eigendom zijn van een
minimumeisen. Bijvoorbeeld op het gebied van
school(bestuur) of secundaire stichting.
duurzaamheid of onderwijskundige functionaliteit. Echter zijn deze mogelijkheden binnen de wetgeving
(WPO), Wet Voortgezet Onderwijs 2020 (WVO) en de
Gemeenten ontvangen niet geoormerkte financiële
beperkt en dienen deze, op projectniveau, in goed
Wet op de Expertisecentra (WEC)) hebben gemeenten
middelen voor investeringen in onderwijshuisvesting
overleg en onderbouwd middels een businesscase tot
een zorgplicht voor het beschikbaar stellen van
via de algemene uitkering uit het Gemeentefonds.
stand te komen.
voldoende en adequate onderwijshuisvesting.
Schoolbesturen ontvangen ook niet geoormerkte
Gemeenten zijn hiermee ook verantwoordelijk voor
financiële middelen vanuit de landelijke overheid voor
De voorziening ‘renovatie’ heeft in de huidige
het periodiek investeren in nieuwbouw van
de instandhouding en exploitatie van de
wetgeving nog geen eenduidige plek. Op dit moment
schoolgebouwen wanneer de gebouwen niet langer
schoolgebouwen.
wordt renovatie veelal gezien als grootschalig
van een ‘redelijk niveau’ zijn. Hiertoe behoort ook
De hoogte van beide financieringsstromen staat onder
onderhoud halverwege of aan het einde van de
huisvesting voor bewegingsonderwijs.
druk en zijn in de praktijk structureel te laag om te
levensduur van een gebouw om de levensduur van
Theoretisch wordt hiervoor in de meeste situaties een
voldoen aan de verantwoordelijkheid die erbij hoort.
een gebouw (kortstondig; +/- 20 jaar) te verlengen.
levensduur van 40 jaar gehanteerd. Echter worden
Schoolbesturen in het Primair Onderwijs kennen op dit
Dit levert discussie op wiens verantwoordelijkheid de
schoolgebouwen in Nederland gemiddeld pas na het
moment nog een investeringsverbod. Dit betekent dat
bekostiging hiervan is; gemeente (investering) of
69 levensjaar vervangen.
zij beperkt zijn in het doen van investeringen in
schoolbestuur ((groot) onderhoud).
Een gemeente behoudt het economisch claimrecht
gebouwen. Een uitzondering hierop is het doen van
In het, momenteel in behandeling zijnde, wetsvoorstel
(‘economisch eigendom’) op de schoolgebouwen en
investeringen in exploitatie verlagende maatregelen,
‘Planmatige aanpak onderwijshuisvesting’ wordt
de gronden. Maar vanaf het moment van
mits deze binnen een acceptabele termijn kunnen
‘Renovatie’ opgenomen als mogelijk volwaardig
ingebruikname komt het juridisch eigendom van
worden terugverdiend. De aanstaande wetswijziging
alternatief voor nieuwbouw. Mits ook nagenoeg
schoolgebouwen te liggen bij het schoolbestuur. Het
voorziet in een versoepeling van dit
dezelfde kwalitatieve prestaties gerealiseerd worden.
schoolbestuur is vanaf dat moment verantwoordelijk
investeringsverbod. Waarmee de mogelijkheden voor
Hiermee wordt ‘aan nieuwbouw gelijkwaardige
voor het onderhouden van het gebouw gedurende de
het PO vergelijkbaar worden met het VO. Het Bbl
renovatie’ een verantwoordelijkheid voor gemeenten.
levensduur en daarmee het zijn van een ‘goed
(Besluit bouwwerken leefomgeving) stelt sinds 2024 de
Dit is een belangrijke toevoeging aan de wetgeving,
huisvader’.
minimale landelijke eisen aan nieuwbouw en verbouw
met name voor gemeenten met veel historisch
Op het moment dat een school het gebouw verlaat
van schoolgebouwen op veiligheid, gezondheid,
waardevolle schoolgebouwen zoals de gemeente
valt het eigendom weer terug naar de gemeente.
bruikbaarheid en energiezuinigheid.
Bloemendaal. Het geeft gemeente en schoolbesturen
e
IHP Bloemendaal 2026 - 2041 | 11
de mogelijkheid om historische gebouwen te
worden zoveel als mogelijk direct de stap te maken
van Bijna Energieneutrale Gebouwen (BENG). Wat
koesteren maar deze kwalitatief en energetisch wel
naar ENG. Dit voorkomt later versnelde des-, of
betreft het binnenklimaat en het gebruikscomfort zit
naar de huidige standaarden te brengen en middels
aanvullende investeringen. Gebouwen die nu niet ENG
het Bbl op of rond Frisse Scholen klasse C;
renovatie de levensduur te verlengen met minimaal 40
gerealiseerd worden moeten namelijk vóór 2050
‘voldoende’. De eisen uit het Bbl en het ambitieniveau
jaar.
alsnog ENG gemaakt worden.
Frisse Scholen klasse C gelden als minimumnorm. Het is van belang schoolgebouwen zodanig te realiseren
03.02 Klimaatakkoord
Naast de energetische verduurzaming die
dat zij toekomstbestendig zijn. De ambitie is dan ook
Het klimaatakkoord van Parijs, en de uitwerking
voorschreven wordt in de klimaatwet staat onze
om Frisse scholen klasse B te realiseren.
daarvan in de Nederlandse Klimaatwet, vraagt iets van
maatschappij ook voor aanvullende
de verduurzaming van ons maatschappelijk vastgoed,
duurzaamheidsuitdagingen zoals reductie van
03.04 Wet Markt en Overheid
waaronder schoolgebouwen. In de klimaatwet is
materiaalgebruik (circulariteit), klimaatadaptie
De Wet Markt en Overheid is op de onderwijsmeters
opgenomen dat de CO2-emissie van schoolgebouwen
(voorkomen van hittestress en wateroverlast) en
in schoolgebouwen niet van toepassing aangezien het
in 2050 met 95% gereduceerd moet zijn ten opzichte
natuurinclusiviteit (bevorderen van de biodiversiteit).
voorzien hierin een wettelijke verplichting is voor
van 1990. Hiervoor is een tussendoel opgenomen van
Deze elementen zijn nog niet vastgelegd in harde
gemeenten en deze meters ook in eigendom gegeven
55% reductie in 2030. Onlangs is in de Europese
wetgeving. Maar behoeven bij ontwikkelingen wel
worden na realisatie. Echter op het moment dat
Commissie gesproken over een extra tussendoel van
expliciete aandacht. Bij ontwikkelingen vanuit het IHP
ruimten in een schoolgebouw verhuurd worden aan
90% reductie in 2040. De precieze (wettelijke)
wordt daarvoor aangesloten bij het meest actuele
derden met een commerciële grondslag (zoals
uitwerking daarvan is op dit moment nog onduidelijk.
duurzaamheidsbeleid dat actief is, of gaat worden, in
kinderopvang, (fysio-)therapie, huisartsen, et cetera) is
Deze verduurzaming vraagt dat de gehele
de gemeente Bloemendaal.
een gemeente, vanuit de Wet Markt en Overheid,
gebouwvoorraad in 2050 nagenoeg energieneutraal
verplicht hiervoor een commercieel tarief te hanteren.
(ENG) moet zijn. Dit vraagt om een versnelling in de
03.03 Besluit bouwwerken leefomgeving
Het is belangrijk om dit aspect mee te nemen bij de
verduurzamingsopgave. Op dit moment is Bijna
Het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl), voorheen
mogelijke ontwikkeling van (Integrale) Kindcentra
Energie Neutraal (BENG) nog de verplichting conform
‘Bouwbesluit’ voorschrijft alle regels waar gebouwen
((I)KC’s) of Multifunctionele Accommodaties (MFA’s).
het Besluit Bouwwerken Leefomgeving (Bbl; voorheen
aan moeten voldoen ten aanzien van veiligheid,
Het advies is dat de gemeente hier separaat
Bouwbesluit). Echter de EPBD IV (Europese richtlijn
gezondheid, bruikbaarheid en duurzaamheid
accommodatie- en/of huurbeleid voor opstelt.
energieprestatie gebouwen) voorschrijft dat
(energiezuinigheid en milieu). Dit vormt het wettelijke
gebouwen vanaf 2030 emissievrij moeten zijn; ofwel
minimum niveau voor gebouwen (waaronder
energieneutraal (ENG). Gelet op deze doelen en
schoolgebouwen) waarin een gemeente moet
aanstaande verplichtingen is het dan ook verstandig
investeren. Energetisch voorschrijft het Bbl op dit
om bij gebouwen die vanaf nu grootschalig aangepakt
moment een wettelijke verplichting voor het realiseren
IHP Bloemendaal 2026 - 2041 | 12
Scholenlandschap IHP Bloemendaal 2026 - 2041 | 13
04 Scholenlandschap 04.01 Scholenoverzicht In de gemeente Bloemendaal zijn 15 scholen in het primair onderwijs, verdeeld over de vijf kernen. In de
PO: ● Bloemendaalse Schoolvereniging ● Stichting WijWijzer scholen ● Stichting KOPAD ● Stichting TWijs ● Stichting Antoniusschool Aerdenhout
kern Bloemendaal zijn vijf scholen gevestigd, in Overveen, Aerdenhout en Bennebroek drie scholen en
VO: ● Dunamare
in Vogelenzang één dorpsschool. Elke basisschool
● Stichting Scholengemeenschap Kennemer Lyceum
beschikt over een eigen gebouw. Het merendeel van de scholen valt onder twee schoolbesturen: WijWijzer en Stichting TWijs. De BSV, De Josephschool en Antoniusschool worden bestuurd door zelfstandige schoolbesturen. In het voortgezet onderwijs zijn drie scholen: het Kennemer Lyceum in Overveen en twee locaties van Dunamare: Hartenlust in Bloemendaal en het MCA in Aerdenhout. Figuur 1 toont de spreiding van de scholen op de kaart. 04.02 Schoolbesturen De volgende schoolbesturen zijn actief in de gemeente Bloemendaal. Stichting WijWijzer Stichting WijWijzer is actief in de regio ZuidKennemerland en biedt openbaar en bijzonder primair onderwijs op 28 locaties. In de gemeente Bloemendaal vallen acht basisscholen onder dit Figuur 1: Scholen op de kaart
IHP Bloemendaal 2026 - 2041 | 14
bestuur: de Theresiaschool, Bornwaterschool,
Wilhelminaschool, Willinkschool en de Tijo van
Dunamare Onderwijsgroep (VO)
Julianaschool, Aloysiusschool, Franciscusschool, De
Eeghenschool. TWijs beheert in totaal 34 scholen en
Dunamare is een regionale onderwijsgroep voor
Paradijsvogel, Vondelschool en Sparrenbosschool.
staat voor inclusief onderwijs, brede ontwikkeling en
voortgezet onderwijs in Zuid-Kennemerland. In
WijWijzer is in 2024 ontstaan uit een fusie tussen de
maatschappelijke betrokkenheid.
Bloemendaal vallen twee VO-scholen onder dit bestuur: het Montessori College Aerdenhout (MCA) en
besturen Stopoz en Jong Leren, en is verder actief in onder meer Haarlemmermeer, Heemstede en Zandvoort. Stichting WijWijzer is het bestuur met de
School
Kern
meeste scholen en meeste leerlingen in de gemeente
Bos en Duinschool
Bloemendaal
Bloemendaal.
Koningin Wilhelminaschool
Aantal leerlingen
De Hartenlustschool. Dunamare beheert in totaal 22
(1-10-2024)
scholen in de regio. 122 180
Overveen
Tijo van Aantal leerlingen School
Kern
Eeghenschool
Aerdenhout
Willinkschool
Bennebroek
(1-10-2024)*
Bornwaterschool
Bloemendaal
179
St. Theresiaschool
Bloemendaal
146
Aloysiusschool
Overveen
190
Julianaschool
Overveen
386
Vondelschool**
Aerdenhout
345*
Bennebroek
200
Sparrenbosschool
Bennebroek
198
De Paradijsvogel
Vogelenzang
De Franciscus
201
Totaal
172
Totaal
675
Tabel 2: Scholen TWijs
Drie basisscholen in de gemeente Bloemendaal vallen onder een zelfstandig schoolbestuur: de stichting KOPAD (De Josephschool) en de Bloemendaalse
1.403
Antoniusschool in Aerdenhout. Deze besturen
(1-10-2024)
MCA
Aerdenhout
423
Totaal
846
Het Kennemer Lyceum in Overveen is een zelfstandige school voor voortgezet onderwijs met een eigen stichting en raad van toezicht. De school biedt havoen vwo-onderwijs. Aantal leerlingen
beheren elk één school binnen de gemeente en opereren onafhankelijk van grotere schoolbesturen.
Kennemer Lyceum
Overveen
Totaal Aantal leerlingen School
Kern
Haarlem, Bloemendaal, Heemstede en Zandvoort.
BSV
Bloemendaal
139
TWijs verzorgt in Bloemendaal het onderwijs op vier
De Josephschool
Bloemendaal
206
basisscholen: de Bos en Duinschool, Koningin
Antoniusschool
Aerdenhout
220
(1-10-2024) 1.024 1.024
Tabel 5: Kennemer Lyceum
(1-10-2024)
Totaal
**Per 02-05-2025 (inclusief 84 leerlingen van SAB)
423
Kern
Stichting TWijs is een stichting met een christelijke en
het meest actueel
Bloemendaal
School
Stichting TWijs
* Leerlingtelling van 1-10-2024 is tijdens het opstellen van dit IHP
De Hartenlust
Stichting Kennemer Lyceum (VO)
Zelfstandige schoolbesturen
Schoolvereniging (BSV) in Bloemendaal, en de
katholieke identiteit met scholen in onder meer
Kern
Tabel 4: Scholen Dunamare
104
Tabel 1: Scholen WijWijzer
Aantal leerlingen School
565
Tabel 3: Scholen zelfstandige schoolbesturen
IHP Bloemendaal 2026 - 2041 | 15
04.03 Kwaliteit schoolgebouwen
recente investeringen als gevolg van het niet
De omvang van de gymzalen en de staat van de
Zoals weergegeven in figuur 2 is het merendeel van
beschikken over een vastgesteld IHP.
huidige gymlocaties voldoen echter niet meer aan de huidige landelijke normen. Veel van de gymzalen zijn
de schoolgebouwen in Bloemendaal gerealiseerd in de eerste helft van de twintigste eeuw (de
04.04 Gymlocaties
te klein voor het aanbieden van hedendaags en
vooroorlogse periode of de periode van de
Een deel van de basisscholen in Bloemendaal beschikt
gevarieerd bewegingsonderwijs.
wederopbouw). Het gemiddelde bouwjaar van
over een eigen gymzaal of heeft toegang tot een
Deze opgave is verder uitgewerkt in hoofdstuk 6:
scholen in Nederland is 19831, dat betekent dat de
vaste gymvoorziening op of nabij het schoolterrein.
bewegingsonderwijs.
gebouwen in Bloemendaal (gemiddeld 1950)
Daarmee is de ruimtelijke spreiding van gymcapaciteit
aanzienlijk ouder zijn dan het landelijke gemiddelde.
relatief goed.
De gebouwen zijn daarnaast slechts beperkt gerenoveerd of aangepast aan actuele eisen. Hierdoor zijn ze bouwkundig, energetisch en qua gebruikscomfort sterk verouderd en voldoen ze in veel gevallen niet meer aan de wensen en normen van deze tijd. Slechts twee gebouwen – de Bos en
Aantal scholen naar bouwjaarklasse
Duinschool (2017) en De Franciscus (2014) – zijn
10
relatief nieuw en verkeren daarmee in goede staat.
9
9
8
In 2018 is een quickscan uitgevoerd naar de
7
technische staat van de schoolgebouwen, aangevuld
6
met een korte enquête onder medewerkers. De
5
uitkomsten bevestigden het bestaande beeld. Deze
4
uitkomsten zijn echter niet leidend geweest voor de prioritering waarin scholen worden meegenomen in dit IHP. De noodzakelijkheid van ingrepen is in vrijwel alle gevallen rechtstreeks terug te voeren op de hoge leeftijd van de gebouwen en het ontbreken van 1
6
3 2
1
1
1
1987-1992
1992-2015
>2015
1 0 <1946
1946-1987
Figuur 2: Aantal scholen naar bouwjaarklasse
Pien voor Onderwijs, 2024
IHP Bloemendaal 2026 - 2041 | 16
Leerlingprognose IHP Bloemendaal 2026 - 2041 | 17
05 Leerlingprognose 05.01 Leerlingprognose (PO/VO)
Leerlingenaantallen per school (PO) 2025* & 2035
Voor de scholen is een prognose opgesteld van de ontwikkeling van het aantal leerlingen (XXllnc, 2025).
Julianaschool
Uit die prognose komt naar voren dat op lange termijn (10 jaar) het leerlingenaantal in de gemeente Bloemendaal redelijk stabiel blijft. In oktober 2024 zaten er in totaal 3.010 kinderen op PO scholen en 1.870 op VO scholen in de gemeente. De verwachting
Vondelschool De Franciscus Antoniusschool
is dat dit aantal de komende tien jaar in het PO daalt naar 2.923 en VO naar 1.867. Dit is een procentuele afname van respectievelijk 2,9% en 0,2%.
Aloysiusschool Sparrenbosschool
De afgelopen jaren heeft het aantal leerlingen in het PO wel een sterke(re) daling laten zien van circa 12%
De Josephschool
sinds schooljaar 2019/2020 (toen 3.438 leerlingen).
Willinkschool
Uit de grafiek in figuur 3 kan geconstateerd worden
Tijo van Eeghenschool
2025 2035
dat de Julianaschool en de Vondelschool het grootste
Koningin Wilhelminaschool
aantal leerlingen hebben. Het leerlingenaantal op deze scholen is momenteel groter dan 340. Het leerlingenaantal neemt voor beide scholen naar verwachting de komende tien jaar af. De sterkste groei van het aantal leerlingen is verwacht bij De
Bornwaterschool De Paradijsvogel
Figuur 3: Leerlingprognose per school PO St. Theresiaschool
Paradijsvogel, de enige school in de kern BSV
Vogelenzang. De drie kleinste scholen (naast De Paradijsvogel): St. Theresiaschool, BSV en Bos en
Bos en Duinschool
Duinschool liggen alle drie in de kern Bloemendaal. 0
De verwachting is dat het aantal leerlingen op deze
50
100
150
200
250
300
350
400
450
Figuur 3: Leerlingprognose per school PO
IHP Bloemendaal 2026 - 2041 | 18 *Oktober telling 2024 (m.u.v. Vondelschool: per 02-05-2026 -inclusief 84 leerlingen van SAB)
scholen verder afneemt. Conform deze prognose
Leerlingenaantallen per school (VO) 2025
komen de BSV en de Bos en Duinschool daarmee op termijn, op of onder de opheffingsnorm van de gemeente Bloemendaal. Voor de gemeente
Kennemer Lyceum
Bloemendaal is deze norm vastgesteld op 116 leerlingen; blijft een school daar drie jaar op rij onder,
2025
MCA
2035
dan kan zij haar bekostiging verliezen en worden opgeheven. Voor de Bos en Duinschool is het daarbij van belang om te vermelden dat recente wijziging
De Hartenlust 0
200
400
600
800
1.000
1.200
naar Montessori-onderwijs hierin nog niet verwerkt is. De komende tijd is het van belang om te monitoren
Figuur 4: Leerlingprognose per school VO
wat het effect hiervan is op de leerlingprognose. De andere twee scholen in de kern Bloemendaal: De Josephschool en de Bornwaterschool blijven beide redelijk stabiel. Met betrekking tot het VO blijft het aantal leerlingen vrij stabiel. Dit heeft ook te maken met regionale afspraken die gemaakt zijn over leerlingenaantallen en de omvang van de VO scholen in de regio. Het Kennemer Lyceum heeft het grootste aantal leerlingen (1.024). Bestuur Dunamare heeft met het MCA en De Hartenlust een leerlingenaantal van 846. De leerlingen zijn vrijwel gelijk verspreid over de twee scholen.
IHP Bloemendaal 2026 - 2041 | 19
05.02 Herkomst leerlingen
grootst. Ook in Bloemendaal (+217) en Overveen
van buiten van ongeveer 9%. In de gemeente
De prognosecijfers bieden ook inzicht in de
(+214) is sprake van substantiële instroom van buiten
Bloemendaal is dit gemiddeld 39%.
basisgeneratie en herkomst van de leerlingen per
de gemeente. In Bennebroek is het verschil beperkt en
kern. Deze analyse is vooral voor het PO van belang,
in Vogelenzang ligt het leerlingenaantal juist onder de
VO heeft van nature een groter voedingsgebied en
omvang van de lokale basisgeneratie.
daarmee een meer regionale functie dan PO scholen.
Geografisch gezien is echter, voor een belangrijk deel, een verklaring te geven voor dit hoge percentage. De gemeente Bloemendaal is langgerekt, met relatief veel
Aanvullend op de analyse van de prognosecijfers is
scholen op korte afstand van de gemeentegrenzen.
In onderstaande tabel is voor het PO per kern het
gekeken naar de DUO cijfers. Op basis van de DUO
Aan de oostkant is de gemeente Bloemendaal daarbij
verschil weergegeven tussen de omvang van de
cijfers is een vergelijking van het percentage
bijna volledig ‘vastgegroeid’ aan de gemeenten
basisgeneratie en het feitelijke aantal leerlingen dat op
‘buitenleerlingen’ per gemeente opgesteld. Dit
Haarlem en Heemstede. Voor een deel van de
een school in die kern staat ingeschreven.
percentage geeft het procentuele aandeel
gezinnen die aan de andere kant van de
buitenleerlingen t.o.v. het totaal aantal leerlingen
gemeentegrens wonen is een Bloemendaalse school
weer. Deze vergelijking is weergegeven in tabel 7. De
vaak wel de meest thuisnabije keuze.
tabel toont dat in de gemeente Bloemendaal
Een gemeentegrens is geen fysieke barrière, voor
Basis Kern
generatie
leerlingen
verschil
Bloemendaal
575
792
217
substantieel meer leerlingen van buiten de gemeente
ouders en kinderen doet deze grens er niet toe in hun
Overveen
542
756
214
naar school gaan dan dat in aangrenzende
keuze voor een basisschool. Andere aanwezige
gemeenten het geval is. Gemiddeld kennen
elementen, zoals N-wegen, spoorlijnen, water, et
gemeenten in Nederland een percentage leerlingen
cetera, vormen daarentegen wél een fysieke barrière.
Aerdenhout
513
795
282
Bennebroek
507
570
63
Vogelenzang
143
104
-39
Dit beïnvloedt het keuzegedrag van ouders en Gemeente
Percentage buitenleerlingen
leerlingen. Dit is met name zo bij de scholen gelegen
39%
dichtbij de woonwijken in Haarlem-Zuid en
Haarlem
1%
Heemstede. De beweging andersom (van
Zandvoort
3%
Bloemendaal naar buiten) is beperkt, mede vanwege
Haarlemmermeer
6%
het plaatsingsbeleid zoals dat van toepassing is in de
Velsen
8%
gemeente Haarlem.
Heemstede
13%
Vanuit het oogpunt dat kinderen thuisnabij onderwijs
basisgeneratie. Dit betekent dat een substantieel deel
Gem. Nederland
9%
kunnen volgen (ongeacht een gemeentegrens) is het
van de leerlingen afkomstig is van buiten de eigen
Tabel 7: Benchmark aangrenzende gemeenten
Tabel 6: PO – basisgeneratie en aantal leerlingen per kern
De tabel laat zien dat in verschillende kernen het aantal leerlingen op school afwijkt van het aantal kinderen dat er woont (de basisgeneratie). In Bloemendaal, Overveen en Aerdenhout ligt het leerlingenaantal aanzienlijk hoger dan de
Bloemendaal
dan ook onwenselijk, en onhaalbaar, om hier te
kern of van buiten de gemeente Bloemendaal. In
streven naar een percentage buitenleerlingen van 0%.
Aerdenhout is dit verschil met 282 leerlingen het
Ook het landelijke gemiddelde van 9% is voor een
IHP Bloemendaal 2026 - 2041 | 20
gemeente als Bloemendaal naar verwachting niet
strategische planvorming van dit IHP ook om voor de
05.03 Ruimtebehoefte
haalbaar. Dit percentage zal altijd hoger blijven liggen
lange termijn te kijken naar de doelmatigheid van de
Om de toekomstige huisvestingsopgave goed te
dan gemiddeld.
spreiding en de hoeveelheid scholen over de kernen
kunnen beoordelen, wordt het geprognosticeerde
in de gemeente. Gelet op de omvang van de scholen
aantal leerlingen vertaald naar een theoretische
Echter omdat de gemeente voor deze leerlingen geen
in de gemeente lijkt een indikking in het aantal
ruimtebehoefte2. De theoretische ruimtebehoefte gaat
bekostiging ontvangt, levert dit voor de gemeente
schoollocaties op termijn onvermijdelijk om qua
uit van de totale vloeroppervlakte van het
zowel financiële als organisatorische uitdagingen op.
omvang gezonde scholen te behouden.
schoolgebouw, dus inclusief verkeersruimte,
Om deze reden bestaat de behoefte om gezamenlijk
Voor de gemeente is het daarbij de ambitie om dit
installaties, sanitair, et cetera. Er wordt geen rekening
een manier te vinden om, in overleg, regie te houden
‘indikken’ in de planvorming van het IHP ook te
gehouden met klasgrootte en de indeelbaarheid van
op de leerlingstromen. Het uitgangspunt is hierbij in
gebruiken om een, zover mogelijk, enigszins
gebouwen. Zeker de wat oudere gebouwen zijn vaak
ieder geval dat er voor een kind uit de gemeente
wegtrekkende beweging van de gemeentegrens te
niet optimaal functioneel. Om deze reden wordt een
Bloemendaal altijd plek is op een thuisnabije school in
maken. Hiermee kan op een meer natuurlijke manier
overmaat van +/- 10% in de praktijk veelal niet als
de gemeente Bloemendaal. Het op termijn
het keuzegedrag van ouders van buiten de gemeente
overmaat gezien maar eerder als ‘passende
terugdringen van het aandeel buitenleerlingen is
Bloemendaal beïnvloedt worden en is de verwachting
huisvesting’.
daarbij een ambitie van de gemeente.
dat ook op deze manier de instroom van buitenaf wat
Schoolbesturen staan er voor open om, als de beschikbare plekken voor Bloemendaalse kinderen op de Bloemendaalse scholen in het gedrang komen, het gesprek op te starten over het meer sturen op leerlingstromen. Het is hierbij nadrukkelijk van belang dat dit gesprek breder wordt opgestart waarbij ook de omliggende gemeenten (met name Haarlem en Heemstede) worden betrokken. Dit proces zal na vaststelling van het IHP verder worden opgestart.
meer beperkt kan worden. Ook hier geldt dat dit in
PO
samenspraak met de schoolbesturen en de
De onderwijshuisvesting (PO) in de gemeente omvat
buurgemeenten plaats moet vinden. Door scholen te
in totaal circa 20.933 m² Bruto Vloeroppervlak (BVO),
verplaatsen ontstaat namelijk elders mogelijk een
terwijl er op basis van het aantal leerlingen op 1-10-
tekort aan onderwijsruimte. Het belangrijkste
2024 een normatieve ruimtebehoefte is van circa
uitgangspunt blijft vanzelfsprekend dat ieder kind op
18.030 m² BVO. Dit betekent dat er theoretisch 14%
een thuisnabije school onderwijs kan volgen. Deze
overmaat bestaat voor het PO in de gehele gemeente.
gesprekken zijn op bestuurlijk niveau begin 2025
Deze normatieve overmaat is ongelijk verdeeld over
reeds opgestart.
de kernen en scholen. In een aantal scholen is op basis van de theoretische berekening sprake van
De spreiding van scholen is historisch ontstaan en is
aanzienlijke overmaat. Deze overmaat is op een aantal
daarmee een gegeven. Echter gebruiken we de
schoollocaties ingevuld met Kinder- en/of
2
Instrument Ruimtebehoefteberekening 2021, PO Raad,
https://www.poraad.nl/model-ruimtebehoefte-basisschool
IHP Bloemendaal 2026 - 2041 | 21
Buitenschoolse opvang. Voor andere scholen geldt
meer dan circa 10% is op basis van het
dat er sprake is van een theoretisch ruimtetekort.
leerlingenaantal op 1-10-2024. Deze zijn daarmee op
In tabel 8 op de volgende pagina is een overzicht
dit moment min of meer passend gehuisvest.
opgenomen van de theoretische ruimtebehoefte en
Het is daarbij belangrijk om te vermelden dat in een
de daarbij horende overmaat of tekort per school.
groot aantal van de schoollocaties kindpartners (kinderopvang of peuterspeelzaal) structureel gebruik
De tabel toont dat vooral bij de scholen in
maakt van ‘onderwijsmeters’. De procentueel gemeten
Bloemendaal sprake is van aanzienlijke normatieve
‘overmaat’ is dus niet 1-op-1 te bestempelen als
overmaat. Ook De Paradijsvogel kent een aanzienlijke
leegstand, maar wordt deels op een andere,
overmaat. Voor de scholen in de overige kernen geldt
maatschappelijk waardevolle, manier benut.
dat de normatieve overmaat/ruimtetekort niet veel BVO in m²
Plaats
BSV
Bloemendaal
1.658
139
899
759
46% Ja
Bornwaterschool
Bloemendaal
1.465
179
1.100
365
25% Ja
St. Theresiaschool
Bloemendaal
913
146
934
-21
-2% Ja
De Josephschool
Bloemendaal
1.411
206
1.236
175
12%
Bos en Duinschool
Bloemendaal
1.290
122
814
476
37% Ja
Aloysiusschool
Overveen
1.312
190
1.156
156
12% Ja
Vondelschool
Aerdenhout
2.153
345
1.935
218
10% Ja
Julianaschool
Overveen
2.345
386
2.142
203
9% Ja
Koningin Wilhelminaschool
Overveen
1.170
180
1.105
65
6% Ja
Tijo van Eeghenschool
Aerdenhout
1.306
201
1.211
95
13% Ja
Antoniusschool
Aerdenhout
1.357
220
1.307
50
4% Ja
De Franciscus
Bennebroek
1.125
200
1.206
-81
-7% Ja
Sparrenbosschool
Bennebroek
1.161
198
1.196
-35
-3% Ja
Willinkschool
Bennebroek
1.254
172
1.065
189
15%
De Paradijsvogel
Vogelenzang
1.013
104
723
290
29%
20.933
2.988
18.030
2.904
14%
Totaal
Aantal leerlingen
verschil in m²
School
Ruimtebehoefte
Overmaat (%)
Kindpartners aanwezig (structureel gebruik)
Tabel 8: Normatieve ruimtebehoefte per school (PO) (o.b.v. aantal leerlingen 1-10-2024)
IHP Bloemendaal 2026 - 2041 | 22
VO
uitbreiding. Zowel het MCA als De Hartenlust hebben
In het VO is er sprake van normatief ruimtetekort. Het
een ruimtetekort van (ruim) meer dan 10% en hebben
Kennemer Lyceum heeft op basis van de m² BVO een
daarmee in lijn met de verordening recht op
normatief ruimtetekort van ongeveer 8,5% in 2025.
uitbreiding. Voor het MCA zijn hiervoor reeds plannen
Conform de verordening is bij minimaal 10%
in ontwikkeling om deze locatie te voorzien van een
ruimtetekort over een periode van 10 jaar recht op
optopping. BVO in m²
Aantal leerlingen 2025
verschil in m²
School
Plaats
Ruimtebehoefte
Overmaat (%)
Kennemer Lyceum
Overveen
6.615*
1.024
7.180
-565
-8,5%
Hartenlust
Bloemendaal
2.810
423
3.525
-715
-25%
MCA
Aerdenhout
2.760
423
3.543
-783
-28%
Tabel 9: Normatieve ruimtebehoefte per school (VO) 2025 * Het totale BVO van het Kennemer Lyceum bedraagt 7.223m2, echter bevat dit gebouw een grote mate van inefficiëntie waardoor het ‘nuttige BVO’ van het gebouw in de huidige staat een aantal jaren geleden omlaag is gebracht naar 6.615m2
IHP Bloemendaal 2026 - 2041 | 23
Bewegingsonderwijs IHP Bloemendaal 2026 - 2041 | 24
06 Bewegingsonderwijs In de gemeente zijn 14 gymlocaties gevestigd in scholen, daarnaast zijn er 2 onafhankelijke binnensportlocaties (waarvan een in eigendom is van de gemeente) die momenteel voor andere doeleinden dan bewegingsonderwijs worden ingezet.
Omvang gymzaal 2
Omvang voldoet
Omvang voldoet
Gymzaal (bij school)
m (circa)
voor PO
voor VO
06.01 Omvang gymzalen
BSV
185
Nee
Nee
De gemeente heeft richtlijnen opgesteld voor
Bornwaterschool
200
Nee
Nee
St. Theresiaschool
142
Nee
Nee
Bos en Duinschool
322
Ja
Ja
Aloysiusschool
202
Nee
Nee
Tabel 10: Gemeentelijke richtlijnen omvang gymzaal
Julianaschool
161
Nee
Nee
De huidige gymlocaties die gebruikt worden voor
Koningin Wilhelminaschool
200
Nee
Nee
Vondelschool
191
Nee
Nee
Tijo van Eeghenschool
257
Ja
Nee
Antoniusschool
161
Nee
Nee
Sparrenbosschool
263
Ja
Nee
De Paradijsvogel
253
Ja
Nee
MCA
250
Nee
Nee
Kennemer Lyceum
636 (2 zalen)
Ja
Ja
afmetingen van een gymzaal voor het PO en VO. Deze zijn weergegeven in onderstaande tabel. Gymzaal PO
21 x 12
252 m2
Gymzaal VO
22 x 14
308 m2
bewegingsonderwijs zijn vergeleken met de richtlijnen voor de omvang van gymzalen zoals vastgesteld door de gemeente. Deze resultaten zijn weergegeven in tabel 11. Hieruit blijkt dat alleen de gymzaal van de Bos en Duinschool en de twee gymzalen van het Kennemer Lyceum voldoen aan de afmetingen voor bewegingsonderwijs voor zowel het PO als het VO. De gymzaal bij de Tijo van Eeghenschool, de Sparrenbosschool en De Paradijsvogel voldoen met betrekking tot de omvang aan de gemeentelijke richtlijnen voor gymzalen voor het PO.
Tabel 11: Omvang huidige gymlocaties
IHP Bloemendaal 2026 - 2041 | 25
06.02 Klokuren analyse
verordening. Een gymlocatie is voor het VO
dat het gebruik hoger is dan de (normatieve)
De Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs
beschikbaar voor maximaal 40 uur per week.
behoefte. Dit heeft te maken met de te kleine gymzalen: scholen zijn genoodzaakt groepen te
Bloemendaal 2022 stelt dat scholen in het PO recht hebben op 1,5 klokuur bewegingsonderwijs per groep
Onderstaande tabel toont per kern het aantal
splitsen waardoor ze netto meer gebruik maken van
en dat een PO gymlocatie circa 26 klokuren per week
beschikbare gymlocaties en -beschikbare klokuren per
de zalen. In het VO is het huidige gebruik hier niet
beschikbaar is. Het aantal klokuren voor het VO wordt
week (voor PO en VO). Daarnaast is de huidige
inzichtelijk gemaakt. Hier is dezelfde situatie van
berekend op basis van een formule uit de
behoefte in kaart gebracht (op basis van het huidige
toepassing dat klassen (deels) niet in één keer les
aantal groepen) en het huidige gebruik. Wat opvalt is
kunnen krijgen. Maar daarnaast zijn deze cijfers
Aantal
Benodigd
beschikbare Aantal gymlocaties In
Buiten
Kern
scholen
scholen
Bloemendaal
4
0
Overveen
5
1
aantal zalen
zalen
Totale
klokuren per
Huidige
Huidig
o.b.v.
nodig
Omvang zalen
Investering nodig (vervangende
locaties
week*
behoefte**
gebruik**
behoefte
totaal
geschikt***
nieuwbouw)
Voor
Voor
PO
VO
PO
VO
PO
VO
PO
VO
PO
VO
4
104
160
49,5
44,87
72,1
n.b.
1,9
1,1
3,0
1
VO)
6
130
240
45
79,11
62,1
n.b.
1,7
2,0
3,7
2
2 gymzalen
2 gymzalen (1 voor
2 gymzalen (1 voor Aerdenhout
4
0
4
104
160
43,5
44,56
63,1
n.b.
1,7
1,1
2,8
1
0
VO)
Vogelenzang
1
0
1
26
40
7,5
0
11,2
n.b.
0,3
0
0,3
1
0
1 gymzaal 1 gymzaal (termijn 3) + onderzoek sporthal voor bewegings-
Bennebroek
1
1
2
52
80
37,5
0
20,7
n.b.
1,4
0
1,4
1
0
onderwijs?
* Aantal beschikbare klokuren is op basis van locaties in eigendom (zonder commercieel sportcomplex in Overveen) ** Behoefte en gebruik is uitgedrukt in klokuren per week *** Aantal locaties geschikt: van de locaties in de scholen
Tabel 12: Omvang huidige gymlocaties
IHP Bloemendaal 2026 - 2041 | 26
vertroebeld omdat de VO scholen extra
Tenslotte is er in Bennebroek een gemeentelijke
bewegingsonderwijs aanbieden vanuit bijvoorbeeld
sporthal aanwezig die momenteel niet gebruikt wordt
het examenvak BSM (bewegen, sport en
voor het bewegingsonderwijs. Op basis van de
maatschappij), ‘Topuren Sport’ en het examenvak
klokuren berekening is er in Bennebroek behoefte aan
LO2. Dit betreft boven normatief bewegingsonderwijs
0,4 extra gymzaal. In de uitvoering van dit IHP moet
dat door de scholen aangeboden wordt. Hoewel dit
worden verkend of het mogelijk is om de aanwezige
vanuit het maatschappelijke belang van gezondheid
sporthal wél te gaan benutten voor het
en bewegen wenselijk is gaat het aanbieden van deze
bewegingsonderwijs. Het benutten van deze sporthal
(extra) vakken verder dan waarvoor de gemeente
voor een gedeelte van de week (overdag) heeft de
vanuit haar zorgplicht voor voldoende en adequate
voorkeur. Wanneer dat niet mogelijk is dan zal er in
onderwijshuisvesting (waaronder bewegingsonderwijs)
de kern Bennebroek namelijk een extra
verantwoordelijk is. Deze verantwoordelijkheid is
gymvoorziening gerealiseerd moeten worden. Daar is
afgebakend binnen de klokuren formule zoals deze is
in dit IHP nog geen rekening mee gehouden.
opgenomen in de verordening. De laatste zes kolommen in de tabel tonen hoeveel zalen nodig zijn volgens de huidige behoefte (mits goede omvang) en hoeveel zalen al geschikt zijn. Dit leidt tot de investeringsopgave voor het bewegingsonderwijs zoals weergegeven in de laatste kolom. Daarbij komt nog dat bestaande gymzalen die qua omvang wel geschikt zijn, zoals de zalen van het Kennemer Lyceum, op termijn gerenoveerd moeten worden. Op dit moment zijn er 15 gymzalen aanwezig in de gemeente. Wanneer de zalen van voldoende omvang zijn dan zouden er in totaal 13 zalen benodigd zijn, verdeeld over de verschillende kernen (per kern afgerond naar boven).
IHP Bloemendaal 2026 - 2041 | 27
Ambities en uitgangspunten IHP Bloemendaal 2026 - 2041 | 28
07 Ambities en
(technische) haalbaarheidsstudies onderzocht
Hiervoor zijn de gesprekken in de kern
worden in hoeverre deze ambitie haalbaar is.
Bloemendaal reeds opgestart.
uitgangspunten
Om op de lange termijn de leerlingenaantallen in Uitgangspunt IHP: de ambitie is het realiseren of
het PO beter in overeenstemming te brengen
De raad heeft in februari 2024 een aantal
renoveren van schoolgebouwen naar minimaal
met de eigen basisgeneratie, is het noodzakelijk
uitgangspunten voor het IHP vastgesteld. Deze zijn
het niveau Frisse Scholen klasse B en deze, waar
om hierover het gesprek met de regio te voeren.
aangevuld met input vanuit de schoolbesturen en
mogelijk, energieneutraal (ENG) te maken.
Deze gesprekken dienen plaats te vinden in samenspraak met de schoolbesturen en de
vormen samen met de ambities het kader van dit IHP. Hieronder worden de uitgangspunten puntsgewijs
2.
betrokken gemeenten.
Thuisnabij onderwijs
toegelicht. In samenspraak met de schoolbesturen en
Kinderen moeten de kans hebben om in de
de gemeente zijn sommige uitgangspunten verder
directe woonomgeving naar school te gaan.
Uitgangspunt IHP: om het leerlingenaantal in het PO op de lange termijn dichter bij de eigen
geconcretiseerd. Dit is dan toegevoegd in roze onder de noemer ‘Uitgangspunt IHP’. 1.
Uitgangspunt IHP: de schoolbesturen hebben
basisgeneratie te brengen, moeten gesprekken
aangegeven het gesprek op te willen starten over
met de buurgemeenten worden opgestart. In het
Onderwijskwaliteit als vertrekpunt
het sturen op leerlingstromen wanneer er voor
IHP wordt daarnaast een eerste aanzet gedaan
Schoolgebouwen moeten ondersteunend zijn aan
Bloemendaalse kinderen op een Bloemendaalse
om het aantal schoollocaties op termijn geleidelijk
goed onderwijs. We zetten in op functionele,
(thuisnabije) school geen capaciteit meer is. Het
terug te brengen.
gezonde en veilige gebouwen die aansluiten bij
uitgangspunt is namelijk dat er voor
de onderwijskundige visie van de school.
Bloemendaalse kinderen altijd plek moet zijn op
4.
Beheersbare schaal per locatie
een thuisnabije school. Begin 2025 zijn hierover
Het aantal scholen per kern moet passen bij het
De raad heeft de kwaliteitsambitie op Frisse
reeds bestuurlijke overleggen gevoerd. Dit
aantal leerlingen en bij de beschikbare middelen.
scholen klasse C gezet. Dit komt nagenoeg
gesprek moet verder gecontinueerd worden met
Daarbij zijn kleinere scholen kwetsbaar, onder
overeen met de minimale eis vanuit het Bbl
de buurgemeenten.
andere door het mogelijk wegvallen van de landelijke ‘kleine scholen-toeslag’. Het streven is
(voorheen bouwbesluit). Met oog op de Doelmatige en evenwichtige spreiding van
daarom naar één doorlopende leerlijn in het PO
belang van een goed binnenklimaat in relatie tot
voorzieningen
(circa 200-250 leerlingen).
leerprestaties, is de ambitie voor het IHP
In kernen met een onevenwichtige verhouding
Ingrepen vanuit het IHP richten zich daarmee op
verhoogd naar frisse scholen klasse B en, voor
tussen scholen en leerlingenaantallen wordt het
het realiseren van een robuust en uitvoerbaar
zover mogelijk, om de gebouwen ENG te
aantal locaties in goed overleg heroverwogen.
scholenaanbod per kern.
toekomstige wetgeving en het aangetoonde
3.
realiseren. Bij renovatie zal per project middels
IHP Bloemendaal 2026 - 2041 | 29
Uitgangspunt IHP: De ambitie is het realiseren 5.
Renovatie tenzij
Uitgangspunt IHP: Op dit moment zijn geen
van toekomstbestendige gymvoorzieningen. Om
De voorkeur gaat uit naar renovatie boven
investeringen opgenomen voor het aanvullend
onze gymvoorzieningen aan te laten sluiten bij de
nieuwbouw, tenzij de kwaliteit of indeling
realiseren (bij bouwen) van ruimten voor
huidige wensen en eisen realiseren we deze
onvoldoende is op te waarderen. Hierbij wordt
kindparnters. In sommige situaties is het te
zoveel als haalbaar in lijn met de veel gebruikte
gestuurd op lange levensduur en lage
renoveren gebouw groter dan waar de school
KVLO normen (zaaloppervlakte van circa 22,3 x
exploitatielasten.
‘recht’ op heeft. Hier ontstaan mogelijkheden om
15,4 (+/- 343m2) met een vrije zaalhoogte van 7m
deze leegstaande ruimten (kostprijsdekkend) te
en de bijbehorende voorzieningen conform de
Uitgangspunt IHP: Renovatie wordt gelijk gesteld
verhuren aan kindpartners. Voor een gedeelte
KVLO).
aan nieuwbouw en kent dezelfde
zijn deze kindpartners op dit moment ook al
afschrijvingstermijn van 40 jaar. Daarbij wordt
aanwezig in de gebouwen. Bij andere gebouwen
voor het investeringsbedrag uitgegaan van de
kan op een later moment besloten worden om
uitvoerbaarheid
bestaande metrage, zonder uitbreidingen. In de
alsnog ruimtes toe te voegen aan het gebouw.
Het college stuurt aan op een bandbreedte in de
uitvoering zijn functionele uitbreidingen wel
Dit gebeurt altijd kostenneutraal (langjarige
investeringen van circa €10 miljoen per jaar.
toegestaan, mits deze binnen het bestaande
overeenkomsten met kostprijsdekkende huur) en
Spreiding over de jaren voorkomt een
projectbudget worden gerealiseerd. Het
heeft daarmee geen directe invloed op de
piekbelasting op de begroting en maakt de inzet
opgenomen budget is daarmee dus
begroting van de gemeente.
van reserves beter mogelijk.
Evenwichtig en doelmatig gymlandschap
Alleen voorstellen die passen binnen de
Streven naar onderwijsinhoudelijke samenwerking
Gymvoorzieningen moeten voldoende zijn om
uitvoeringscapaciteit van gemeente en besturen
ontwikkellijn 0-12
kwalitatief goed bewegingsonderwijs te kunnen
worden opgenomen. De ambities worden
De ambitie is om de inhoudelijke samenwerking
bieden naar de huidige standaarden, zonder
vertaald naar een haalbare investeringsplanning,
op te zoeken om de overgangen voor leerlingen
structurele over- of ondercapaciteit. De richtlijn
met inzet van beschikbare middelen en heldere
te vergemakkelijken. Dit bevordert
van de gemeente stelt lagere eisen aan de
rolverdeling.
kansengelijkheid. Deze samenwerking ontstaat
omvang van gymzalen dan de veel gebruikte
Schoolbesturen hebben aangegeven bereid te
8.
Realistische planning en bestuurlijke
kaderstellend. 7. 6.
vanuit de inhoud. In de praktijk kan dit een fysieke
3
3
KVLO normen.
zijn om, waar passend, financieel bij te dragen
uitwerking hebben in bijvoorbeeld een
aan investeringen in de onderwijshuisvesting. De
kindcentrum.
financiële bijdrage vanuit schoolbesturen betreft
KVLO = Koninklijke Vereniging voor Lichamelijk Opvoeding
IHP Bloemendaal 2026 - 2041 | 30
altijd het gedeelte van de investeringen die boven
een gedelegeerde werkgroep, vastgesteld.
normatief zijn voor aanvullende kwaliteit. Dit zijn
Hiervoor kan onder andere aansluiting gezocht
bijvoorbeeld schoolspecifieke wensen op het
worden bij rekenmodellen die momenteel
gebied van exploitatie en/of duurzaamheid.
opgesteld worden vanuit het nationale
De gemeente is vanuit haar zorgplicht immers
‘Programma Onderwijshuisvesting’.
verantwoordelijk voor het minimaal realiseren van ‘de basis’. De mate en vorm van co-financiering wordt per project beoordeeld op basis van een businesscase; het vooraf vastleggen van een vast percentage is niet wenselijk. De investeringsbehoefte en mogelijkheden, baten en risico’s kunnen namelijk sterk verschillen per project. Echter wordt het kwaliteitsniveau (frisse scholen B en ENG) wel als uitgangspunt gehanteerd voor alle projecten, ongeacht of co-financiering in de uitvoering wel of niet mogelijk blijkt. Anders ontstaat het risico op ongelijkheid tussen de verschillende schoollocaties waarbij een school met mogelijk meer vermogen kwalitatief beter gerealiseerd wordt dan een school met minder vermogen. Dit heeft een negatief effect op de kansengelijkheid van kinderen in de gemeente. Uitgangspunt IHP: Frisse scholen B en ENG is het uitgangspunt voor ieder project. Per project wordt middels een businesscase beoordeeld wat de mogelijkheden zijn voor de co-financiering vanuit het schoolbestuur. In het vervolg, na vaststelling van het IHP, wordt de inhoud van deze businesscase gezamenlijk, of in bijvoorbeeld
IHP Bloemendaal 2026 - 2041 | 31
Planvorming IHP Bloemendaal 2026 - 2041 | 32
08 Planvorming
blijven bestaan. De planvorming is nadrukkelijk een
voorkomen we gedwongen sluitingen of
gebouwelijke analyse op basis waarvan wordt
desinvesteringen.
geconcludeerd welke gebouwen op termijn, vanuit Om te komen tot gedragen planvorming hebben
verschillende parameters, het meest geschikt zijn om
Uit de gevolgde analyse komen de gebouwen die
meerdere werksessies plaatsgevonden met de
toekomstbestendig te maken en dus in te investeren.
gebouwtechnisch het meest kansrijk zijn. Investeren in
schoolbesturen en de gemeente. Naast de
Deze analyse is in overleg met de schoolbesturen tot
de meest kansrijke gebouwen is daarbij altijd de meest
gezamenlijke werksessies hebben er een aantal
stand gekomen.
logische keuze.
verdiepende gesprekken plaatsgevonden met
Welke school uiteindelijk in welk gebouw en in welke
specifieke afvaardigingen van de betrokkenen om
vorm onderwijs gaat verzorgen is een bestuurlijk/
Voor de prioritering van de investeringen is
meer concreet op een aantal situaties in te kunnen
inhoudelijke aangelegenheid. Dit gesprek wordt nu in
vervolgens het bouwjaar van de schoolgebouwen als
zoomen.
bijvoorbeeld de kern Bloemendaal gevoerd en dient
startpunt genomen. De gebouwen zijn voor het
de komende tijd nog verder uitgediept te worden.
overgrote deel echter dermate oud dat dit relatief weinig richting geeft voor de prioritering. Daarom is
De wijze waarop de planvorming tot stand is gekomen verschilt tussen het PO en het VO. Per sector wordt
De gebouwen in het PO zijn in de werksessies aan de
daarnaast vooral gekeken naar de mogelijkheden voor
het proces hier beknopt beschreven.
hand van de volgende parameters geanalyseerd
het creeëren van logische volgordelijkheid in de
PO In het PO ligt er een belangrijke vervangings-
-
/renovatie opgave. De gebouwen zijn, op enkele
Capaciteitsanalyse (omvang en aantal
kernen, de haalbaarheid (capaciteit en planning) en de
lokalen)
financiële ruimte in de gemeentelijke begroting.
Spreiding in de kern (logische spreiding en centraal in de kern)
Dit heeft geresulteerd in de gedragen planvorming
uitzonderingen na, allemaal sterk verouderd. Het is
-
Toekomstbestendigheid
zoals deze in de komende paragrafen per kern wordt
daarbij niet meer zozeer de vraag welk gebouw er
-
Aanwezigheid gymvoorziening
beschreven.
‘het slechtst’ aan toe is maar meer de vraag hoe we met elkaar komen tot een goede en haalbare
In kernen met een ruimteoverschot is op termijn een
VO
volgordelijkheid.
vermindering van het aantal locaties nodig om aan te
Voor het VO is de planvorming wat eenvoudiger. Een
Daarbij speelt in een aantal van de kernen de opgave
(blijven) sluiten bij de daadwerkelijke behoefte. Door
capaciteitsanalyse laat zien dat zowel Hartenlust als
om het aantal scholen beter aan te laten sluiten bij het
tijdig te anticiperen op het aantal locaties komen we