CConstaterende datBest
Koppel je AI →
Document · PDF

24094.19a - Beantwoording technische vragen D66 over TAM-Omgevingsplan Stationsomgeving

Raadsvergadering 16 december 2024, gemeente BestBij agendapunt: Jan-Willem Slijper1.043 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Niet gevonden in dit document.

Beantwoording technische vragen Vragen:

Dorpsplein 2

U kunt uw vraag mailen naar raadsgriffie@gembest.nl * Postbus 50 5680 AB Best Naam + politieke partij Marius Ekamp D66 Raadsvoorstel/ 24094 - Stationsomgeving T: 0499 360 375 onderwerp Vragen en Vraag 1: Pag 93 van het BRO bestemmingsplan: Maken wij terecht op uit paragraaf 9.4 antwoorden: dat gedurende de looptijd van de realisatie (t/m 2035 gaan de berekeningen) er een bijdrage vanuit de exploitatie van de Oostzijde is ad. € 3.3 mio (excl. kostenstijgingen) t.g.v. de parkeergarage aan de westzijde? Wij kunnen ons namelijk vinden in de motivering dat de parkeergarage aan de westzijde in ieder geval voor 50% toe te rekenen is aan de ontwikkelingen aan de oostzijde. Antwoord 1:

Vraag 2:

Antwoord 2:

Vraag 3:

Antwoord 3:

Vraag 4:

Antwoord 4:

Vraag 5:

Antwoord 5:

Het bedrag van € 3,4 miljoen zijn de geraamde investeringen voor de inrichting van de westzijde (o.a. parkeergarage, infrastructuur en groen). De ontwikkeling aan de oostzijde heeft deels profijt van deze investeringen. Daarom zijn deze investeringen voor 50% toegerekend aan de oostzijde. Hetzelfde geldt voor de bijdrage gezonde leefomgeving die genoemd wordt in hoofdstuk 7 van € 246.125,-. Komt die gedurende het project vrij om bijvoorbeeld te investeren in zaken om de leefbaarheid in de omliggende wijken te versterken? Dit is de financiële bijdrage op grond van het door de raad vastgestelde ‘Omgevingsprogramma Kostenverhaal en Financiële bijdragen gemeente Best’. Elk bouwplan levert deze financiële bijdrage, welke is bestemd voor (gedeeltelijke) dekking van gemeentelijke investeringen, die voorzien en opgenomen zijn in dit Omgevingsprogramma (zoals doorfietsroutes, natuurontwikkeling, etc.). Zie ook toelichting op pagina 94 van het Tamomgevingsplan. Wat betekent het dat de WBI subsidie meegenomen is in tabel 7.5? Kosten zijn ook zonder de subsidie minder dan de opbrengsten, betekent dit dat de WBI subsidie beschikbaar is voor de westzijde? De WBI-subsidie is toegekend voor de ontwikkeling van en investeringen in het stationsgebied, zowel Oost als West. Aan de besteding van de WBIsubsidie zijn separate en eigen voorwaarden gesteld.

De WBI-subsidie zal worden besteed aan infrastructurele investeringen in het stationsgebied In de afgelopen jaren is er meerdere keren geld vrijgemaakt voor de projectkosten van de stationsomgeving. Zijn deze kosten meegenomen in de exploitatieopzet van de Oostzijde, waardoor ze gedekt moeten worden door toekomstige inkomsten? Dit zou dan op dat moment een voordeel opleveren doordat we een deel van de investeringen die we in het verleden hebben gedaan terugkrijgen? De gerealiseerde plankosten, waarvoor in het verleden voorbereidingskredieten zijn gegeven, zijn opgenomen in de facilitaire gemeentelijke grondexploitatie en worden gedekt uit de ontvangen en nog te ontvangen kostenverhaalsbijdrage voor gemeentelijke plankosten. De volgende passage lijkt niet te kloppen met tabel 7.5 die er boven staat, daar zit namelijk de WBI subsidie in (een bijdrage/subsidie van derden). Wij zouden denken dat daarom in deze passage een lager getal zou moeten staan dan 21.9 mio. Vraag is dus: klopt deze passage?

Ja, deze passage klopt en komt voort uit de wettelijke voorschriften voor bepaling van de maximaal verhaalbare kosten op grond van de 1

Beantwoording technische vragen

Vraag 6: Antwoord 6:

Vraag 7:

Antwoord 7:

kostenverhaalsregels opgenomen in de wijziging van het omgevingsplan (we volgen de stappen zoals wettelijk is voorgeschreven; we kunnen niet meer kosten verhalen dan de opbrengsten). Kunt u de begrotingswijziging (14 begrotingswijziging 2024) toelichten? De begrotingswijziging is een administratieve vertaling van de facilitaire grex. In de begrotingswijziging zijn de gemeentelijke kosten (plankosten en aankoop ‘gronden derden’) en de gemeentelijke opbrengsten (kostenverhaalsbijdrage en verkoop ‘gronden derden’) opgenomen. De facilitaire grex heeft geen invloed op de exploitatie, omdat deze wordt verwerkt op de gemeentelijke balans. Dit gebeurt via de post ‘mutatie boekwaarde’. In de kostenverhaalopzet (7.2) rekent u met kostenstijging van 2% en opbrengststijging van 1,5%. Intuïtief klinken beide percentages als laag gelet op huidige ontwikkelingen van woningbouw- en materiaalprijzen en lonen. Kunt u de keuze voor deze percentages motiveren en welke risico’s kunnen te lage rekenpercentages hebben voor de gemeente in dit specifieke plan? De parameters in tabel 7.2 zijn de parameters die ook in de gemeentelijke grondexploitaties worden gehanteerd. Deze parameters zijn gebaseerd op jaarlijkse onderzoeksgegevens, -rapportages en data ten aanzien van civiele kosten, plankosten en opbrengsten uit gronduitgifte van bouwrijpe grond.

Voor zowel de kosten- als de opbrengstenstijging is gekeken naar langjarige gemiddelden, zodat onverwachte en niet te voorziene pieken en dalen worden uitgevlakt. Tenslotte is het goed te beseffen dat de opbrengstenstijging een resultante is van de verwachte stijging van verkoopprijzen voor woningbouw en de verwachte stijging van stichtingskosten. Beide onderdelen hebben ieder hun eigen stijging en kan daarmee resulteren in een intuïtief laag voorkomende stijging van opbrengsten voor gronduitgifte. In de ontwikkeling van de oostzijde is het woningbouwprogramma grotendeels begrensd in maximale verkoopprijzen, waarbij (als al aan de orde) een hogere opbrengstenstijging niet aan de orde is. In de kostenverhaalsregels, waarin het gemeentelijk kostenverhaal publiekrechtelijk wordt verzekerd, worden net als in de gemeentelijke grondexploitaties ook de gemeentelijke parameters gehanteerd.

Meer vragen over hetzelfde onderwerp? Voeg dan rijen toe met de tab-toets.

*Als u de vragen donderdag na de beeldvormende sessie vóór 12.00 uur mailt, beantwoordt het college uw vragen uiterlijk donderdag voor de oordeelsvormende sessie.

Artikel uit 1e Wijziging Reglement van Orde gemeenteraad 2023: Artikel 3.35 – Technische vragen Technische vragen worden kort en bondig geformuleerd. Het zijn informatieve vragen die bedoeld zijn om een beter begrip van een onderwerp of geagendeerd raadsvoorstel te krijgen. Het kunnen vragen zijn over feiten, omstandigheden en de uitleg daarvan of over de feitelijke gevolgen van een besluit. 2. Technische vragen worden ingediend bij de griffie. 3. Technische vragen over geagendeerde raadsvoorstellen die zijn ingediend bij de griffie uiterlijk donderdag vóór 12.00 uur na de beeldvormende sessie, worden door het college uiterlijk donderdag voor de oordeelsvormende sessie vóór 12.00 uur beantwoord. De antwoorden van het college worden door de griffie op het raadsinformatiesysteem geplaatst bij het agendapunt van de desbetreffende sessie. 4. Bij technische vragen over een onderwerp spant het college zich in om de technische vragen zo spoedig mogelijk, maar uiterlijk binnen 7 dagen na ontvangst van de vraag, te 1.

2

Beantwoording technische vragen beantwoorden. De antwoorden van het college of de burgemeester worden door de griffie op het raadsinformatiesysteem geplaatst.

3

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14882472/2