24001.12 - Bijlage Multimodaal Mobiliteitspakket MRE (concept)
Tekst van het document
Multimodaal Mobiliteitspakket MRE Visie, principes en pakket
ConceptVersie ter consultatie – 10 november 2023 Archiefexemplaar van BL23-18079
- Multimodaal Mobiliteitspakker MRE (concept) 10-11-2023
01
INHOUDSOPGAVE
Inleiding 1.
Visie
2.
Ontwikkelprincipes
3.
Adaptief mobiliteitspakket
01 Wintelre
2
Inleiding
Zuidoost-Brabant motor van de economie,
Zuidoost-Brabant vormt één Brainport-ecosysteem
ruimtelijke ontwikkeling van de regio
voorbereid op de toekomst
De 21 gemeenten in Zuidoost-Brabant vormen
(Ontwikkelstrategie Zuidoost-Brabant.
Zuidoost-Brabant is een krachtige motor van
één Brainport-ecosysteem. De verschillende
Verstedelijkingsstrategie SGE, woondeal).
de Nederlandse economie, met een enorme
delen van de regio dragen samen, met hun
groeipotentie. Voor het Rijk en de provincie
eigen kwaliteiten, bij aan de kracht van het
Noord-Brabant is dat reden om met partijen in
ecosysteem: profileren met lokale kwaliteiten
de regio te werken aan het behouden en
én krachten bundelen versterkt het totale
versterken van de economische kracht van
ecosysteem. Daarom is dit mobiliteitspakket
Brainport Eindhoven. Om de groeipotentie te
opgesteld voor heel Zuidoost-Brabant.
kunnen verzilveren en deze groei ook goed in te kunnen passen in de huidige situatie is het belangrijk te voorsorteren op toekomstige ontwikkelingen. Er wordt de komende decennia verder geïnvesteerd in een hoogwaardig vestigingsklimaat, door ervoor te zorgen dat er voldoende aantrekkelijke woningen zijn, de regio voldoende bereikbaar is en er voldoende ruimte is voor groei van de economie. In alle gevallen heeft deze toename aan woningen, inwoners en arbeidsplaatsen grote impact op de regio, onder meer op gebied van mobiliteit. Dat vraagt een gedeelde visie en een gezamenlijk pakket mobiliteitsmaatregelen.
Relatie met eerder vastgesteld beleid We verbinden de mobiliteitsopgaven aan de andere grote opgaven waar we als regio voor staan en stellen een mobiliteitspakket op voor de hele regio Zuidoost-Brabant. Zomer 2023 is de Ontwikkelstrategie Zuidoost-Brabant
Waarom nu?
afgerond, waarin de ruimtelijke ontwikkeling
Het huidige mobiliteitssysteem is
beschreven is. Dit vormt een belangrijk
onvoldoende voorbereid om de groei in
startpunt voor dit mobiliteitspakket. Verder
inwoners en arbeidsplaatse binnen Zuidoost-
bouwen we voort op studies en strategieën
Brabant goed te faciliteren. In het BO MIRT
die eerder al neer zijn gelegd (zoals Regionale
2022 is daarom de afspraak gemaakt een
Mobiliteitsagenda, Ontwikkelstrategie, MIRT-
adaptief, wendbaar en multimodaal pakket
onderzoek Brainport Eindhoven en de
voor periode 2023 - 2030 uit te werken,
Brainportdeal 2022). Deze stukken vormen
inclusief kosten, financiering en fasering. Met
belangrijke bouwstenen voor de
voorliggend multimodaal mobiliteitspakket
totstandkoming van voorliggende visie en
wordt invulling gegeven aan deze afspraak en
maatregelpakket. De bestuurlijke afspraken uit
een antwoord geformuleerd op grote opgaven
het BO-MIRT resulterend in de Brainportdeal
die voor de deur staan. Daarmee is dit een
vormen integraal input voor dit
belangrijk instrument voor succesvolle
mobiliteitspakket.
01
3
Inleiding - Leeswijzer Visie: ‘Het waarom?’. Eindbeeld, streefsituatie, richting waar
we naar toe willen met onderbouwing (financiële/
I. Visie
II. Ontwikkelprincipes
haalbaarheidsaspect buiten beschouwing).
Visie | Ontwikkelprincipes | Adaptief pakket
Werkwijze
Ontwikkelprincipes: ‘Het hoe?’ Concretisering van de visie,
Dit document bestaat uit drie onderdelen: visie, ontwikkelprincipes en adaptief
Het pakket is in de volgende stappen tot stand gekomen:
als we het einddoel weten, hoe komen we daar?
maatregelenpakket.
Doorvertaling in principes. Adaptief pakket: ‘Het wat?’ Doorvertaling naar maatregelen.
Wat is er nodig om vanuit de ontwikkelprincipes onze visie te
III. Adaptief pakket
realiseren, binnen de randvoorwaarden zoals haalbaarheid en effectiviteit?
•
Analyse van de mobiliteitsopgaven van
De visie gaat over ‘Het waarom?’. Dat is het gewenste eindbeeld, de richting waar we
de MRE op basis van bestaand onderzoek en databronnen. De
naar toe willen, zonder directe inkadering door beschikbare middelen of uiteindelijke
samenvatting is opgenomen als bijlage.
fasering.
•
De ontwikkelprincipes beschrijven ‘Het hoe?’. Ofwel concretisering van de visie, als we het einddoel weten, hoe komen we daar? Het gaat daarbij om doorvertaling van de visie in meer concrete principes: Als we verder gaan ontwikkelen en maatregelen gaan treffen, waar houden we ons dan aan vast? Het adaptief pakket gaat over ‘Het wat?’ Dit is de doorvertaling naar maatregelen. Wat is er nodig om vanuit de ontwikkelprincipes
Inventarisatie van maatregelen op basis van bestaande programma’s en studies vanuit gemeenten, provincie en MRE.
•
In drie ambtelijke ontwikkelsessies is gewerkt aan opgaven, contouren van het pakket en inhoudelijke criteria. Op basis hiervan is door adviesbureau Studio Bereikbaar het pakket opgesteld.
Resultaat is voorliggend voorstel voor een samenhangend mobiliteitspakket voor de regio.
onze visie te realiseren, binnen de randvoorwaarden zoals haalbaarheid en effectiviteit?
01
4
I. Mobiliteitsvisie 01
5
1
Visie
Groei in mobiliteit kan niet langer opgevangen
houden, zal er dus ingezet worden op
van werkplek, klantenkring, zakelijke
door opschaling bestaande mobiliteit
slimme oplossingen.
contacten, dagelijkse voorzieningen en
De Brainportregio groeit hard en naar verwachting blijft dat de komende jaren zo. De sterke economische kracht zorgt voor tienduizenden nieuwe banen. De ontwikkelstrategie Zuidoost-Brabant gaat uit van 100.000 extra woningen tot 2040. De komst van nieuwe inwoners en werkplekken leidt ook tot fors meer verplaatsingen. In de nationale Integrale Mobiliteitsanalyse (IMA 2021) is te zien hoe de mobiliteitsgroei zich met name op de weg vertaalt in forse congestie en afnemende bereikbaarheid. Deze groei in mobiliteit kan niet worden opgevangen door de bestaande mobiliteit op te schalen. Zowel ruimtelijk als met betrekking tot klimaat en leefbaarheid zijn de grenzen bereikt. Om Zuidoost Brabant in de toekomst bereikbaar én leefbaar te
sociaal netwerk. Dit in plaats van focus
Brede welvaart in relatie tot groei
op verkeerskundige doelen als
Naast de ambitie om het succes van de
filebeperking en verandering van
Brainport te behouden en te versterken is er ook de noodzaak om dit te laten bijdragen aan de Brede Welvaart voor alle groepen bewoners en bedrijven in de regio: Een schone, gezonde en veilige omgeving voor iedereen in Zuidoost-Brabant. Dat vergt strategische keuzes op het gebied van wonen, werken en bereikbaarheid. Het PBL heeft uitwerking gegeven aan Brede Welvaart in relatie tot mobiliteit in vier dimensies (zie figuur). Mobiliteit raakt veel
vervoerswijze. •
Naast bereikbaarheid vraagt Brede Welvaart om het beperken van de negatieve voetafdruk van mobiliteit op leefomgeving, veiligheid en gezondheid. Daaronder vallen aspecten als klimaatneutraal, beperken van schadelijke emissies, voorkomen van barrièrewerking, verkeersveiligheid en sociale veiligheid.
aspecten van brede welvaart, zowel positief als negatief. Het centraal zetten van Brede Welvaart in het mobiliteitsdomein betekent: •
Binnen het thema mobiliteit ligt de nadruk op bereikbaarheid voor iedereen 01
Helmond
6
Visie Urgentie vanuit Brede Welvaart
de regio dragen, ieder met hun eigen
economische groei in het Stedelijk Gebied
kraakt in zijn voegen, niet alleen in onze regio,
De urgentie vanuit Brede Welvaart is drieledig:
kwaliteiten, bij aan de kracht van Zuidoost-
Eindhoven en het in gang zetten van een
maar in iedere stedelijke regio. Meer van
De mobiliteitsgroei door extra inwoners en
Brabant. Het bundelen van lokale kwaliteiten
mobiliteitstransitie in de meest stedelijke
hetzelfde is geen oplossing. Er is in de regio
arbeidsplaatsen maakt sturing nodig om te
vormt de sleutel om de Brainportregio
delen van de regio. Dat betekent ook dat er nu
een breed gedragen besef dat we naar een
voorkomen dat én de bereikbaarheid
bereikbaar en leefbaar te houden. De
urgentie is om in opgaven en maatregelen te
ander mobiliteitssysteem moeten. De
achteruit gaat én leefomgeving,
verschillen in de regio zijn ook zichtbaar in de
verbreden en voor de hele MRE voort te
mobiliteitstransitie is in de meest stedelijke
gezondheid en veiligheid achteruit gaan.
bestaande mobiliteit en de mogelijkheden van
bouwen op de Brainportdeal.
gebieden al in gang gezet. Centrale uitdaging
Brede Welvaart gaat nadrukkelijk over
ieder gebiedstype. Daar zijn we ons bewust
‘voor iedereen’. Binnen de verscheidenheid
van en daar is ook ruimte voor. Uitdaging
van de MRE is de opgave om lusten en
daarbij is om de samenhang te bewaken en
lasten zodanig te verdelen dat alle kernen
oplossingen te bieden om de MRE als één
en wijken daadwerkelijk meeprofiteren van
Daily Urban System te laten functioneren; de
de groei van de Brainport en van de
bewoners, bezoekers en andere gebruikers
investeringen.
van elk deel van de regio maken gebruik van
Opgaven op het gebied van klimaat,
het gehele netwerk.
•
•
Ordegrootte bestaande woningbouwplannen (bron: Ontwikkelstrategie Zuidoost Brabant)
•
leefbaarheid, gezondheid en veiligheid zijn
Het huidige mobiliteitssysteem staat al onder druk. Er is een schaalsprong ten aanzien van verstedelijking en bereikbaarheid nodig om ook in de toekomst de potentie van de regio te benutten. Duizenden nieuwe woningen worden gebouwd en bedrijventerreinen worden uitgebreid. Tegelijkertijd vraagt de
Verbreden opgaven en maatregelen naar hele MRE
regio om versterking van de identiteit en
‘Voor de hele regio’ betekent ook dat het
aantrekkelijkheid als een fijnmazig stedelijk
maatregelpakket de hele regio verder moet
netwerk verbonden met het landelijk gebied.
brengen, rekening houdend met aard en
We verwachten een forse mobiliteitsgroei en
Voor de hele regio, als één Daily Urban System
omvang van de opgaven. Afgelopen jaren zijn
we willen zorgen voor een adequate
De regio kent een grote verscheidenheid in
er samen met het Rijk belangrijke stappen
bereikbaarheid, met daarbij de zorg voor een
steden, dorpen en landschappen. Deze
gezet voor de Brainport, resulterend in de
duurzame en gezonde leefomgeving voor alle
verscheidenheid in combinatie met sterke
Brainportdeal van zo’n 1,6 miljard. De nadruk
inwoners, ondernemers en bezoekers van de
verknoping vormt een belangrijke identiteit
heeft daarbij gelegen op de
regio. Dat gaat niet lukken met het huidige
van de Brainport. De verschillende delen van
verstedelijkingsopgave en stormachtige
mobiliteitssysteem. Het huidige systeem
maatschappelijk fors urgenter dan 10 jaar geleden, en die urgentie zal de komende 10 jaar verder groeien.
Vier dimensies van brede welvaart in relatie tot mobiliteit (bron: PBL, 2021)
Samengevat
is om die transitie enerzijds op te schalen en anderzijds tot een mobiliteitssysteem te komen dat de hele MRE bedient. Daarin moet niet alleen de ‘nieuwe’ mobiliteit aandacht hebben maar is ook een reëel toekomstperspectief voor bestaande mobiliteitsvormen waaronder de auto nodig. Kortom, het is nodig om gezamenlijk een duidelijke richting uit te gaan met weerspiegeling van de belangen en behoefte van de hele regio. Deze visie met uitwerking in een mobiliteitspakket is daarvan de weerslag.
01
7
De vijf gezamenlijke pijlers van de mobiliteit in de regio Kern van iedere succesvolle samenwerking is een duidelijk
Brainport succes van de regio – bereikbaarheid collectieve
welvaart is als leidend perspectief benoemd in het
Gezamenlijk slim benutten van het mobiliteitssysteem
besef van het gezamenlijke belang bij de samenwerking.
opgave
MRE Samenwerkingsakkoord 2023-2026.
Iedere vervoerswijze heeft een eigen dynamiek.
Dat geldt zeker voor het werken aan de mobiliteit van de
Het economisch succes van de Brainport is het
MRE. Het gezamenlijke belang is daar zonder twijfel groot.
succes van de hele regio en helpt de hele regio
De volgende vijf pijlers geven inhoud aan hoe die
vooruit. Het maakt Zuidoost-Brabant tot een
gezamenlijkheid eruit ziet.
dynamische en groeiende regio. Het stelt bewoners
Eén Daily Urban System De MRE kenmerkt zich door het feit dat het één Daily Urban System vormt waarin bewoners, bedrijven en instellingen intensieve relaties onderhouden in het hele gebied voor wonen, werken, studie, voorzieningen, zakelijke en sociale contacten. Tegelijkertijd zijn er grote verschillen in de regio en
Verplaatsingen in de regio (alle modaliteiten) (data uit ODiN)
en bedrijven in staat zich te ontplooien en succesvol te zijn. En het verschaft de dynamiek en middelen om maatschappelijke opgaven succesvol aan te kunnen pakken. Het belang van de Brainport is daarom een
Brede Welvaart is alleen mogelijk als de hele regio inclusief provincie, Rijk en bedrijfsleven daaraan bijdraagt. Zonder gezamenlijkheid gaat de bereikbaarheid van de één ten koste van de leefomgeving of veiligheid van de ander. Brede Welvaart is daarmee een gezamenlijke pijler van deze visie.
Fietsen werkt het beste bij een grote nabijheid. Het openbaar vervoer vraagt bundeling van stromen om de hoogste kwaliteit te bieden. De auto is sterk voor kriskras verplaatsingen terwijl er juist congestie optreedt als de stromen te groot worden. In een drukke en groeiende regio zoals Zuidoost Brabant is het essentieel het ‘spel’ van het juiste vervoersmiddel op de juiste plaats goed te spelen. Als voorbeeld. Door
belang van hele regio. Topbereikbaarheid die nodig is
Werken aan nieuwe mobiliteit voor de hele regio
de mobiliteit naar het snel groeiende ASML anders
om succesvol te blijven is daarom ook een collectieve
Veel inwoners van de MRE doorkruisen de hele regio.
vorm te geven, met HOV-4, regionale hubs en nieuwe
opgave.
Slimme mobiliteitsoplossingen werken dus alleen als
fietsverbindingen, blijft de N2 functioneren; misschien
ze regiobreed worden geïmplementeerd. Dat betekent
wel het belangrijkste punt in het autonetwerk van de
niet overal hetzelfde maar juist slimme combinaties.
hele regio. De transitie van de mobiliteit naar ASML is
Bijvoorbeeld sturend parkeerbeleid en frequent HOV
daarmee een collectief belang, ook voor wie er niet
in Eindhoven, een regionale hub in Eersel en
werkt. Op eenzelfde wijze draagt een regionale hub bij
deelauto’s in Bladel. Zodat een trip van Bladel naar
Eersel en goede busverbinding naar Asten bij aan de
het centrum van Eindhoven soepel multimodaal
ruimtelijke kwaliteit op Fellenoord, omdat het
gemaakt kan worden. Gezamenlijk werken aan
alternatief voor de regio op orde is kan in
nieuwe mobiliteit zet de gebruiker en de reis centraal,
Eindhovense centrum kwaliteit gemaakt worden. Het
waarna vanzelf de goede maatregel op de goede
gezamenlijk benutten van het mobiliteitssysteem is
locatie volgt. Niet het grondgebied of gemeentegrens
ook nodig om de woningbouwopgave te realiseren,
maar het belang van de inwoner en het gezamenlijke
een ander gezamenlijk belang van de regio. Juist door
mobiliteitssysteem staat hierbij voorop.
ruimte te maken waar het kan, ontstaat er plek voor
verschilt de (lokale) mobiliteitsopgave (onder meer
Brede Welvaart
door verschillende schaalniveaus: wel/geen direct
De komende jaren staan we voor de opgave om de
raakvlak met autosnelwegen, OV-verbindingen,
verwachte sterke groei van bedrijven en inwoners in
deelmobiliteit, etc.). Dat vraagt aandacht voor
de regio op een goede manier te laten plaatsvinden.
gebiedseigen eigenschappen en keuzevrijheid in
Hierbij willen we dat alle mensen het fijn vinden om in
mobiliteitsgedrag. Het vraagt ook een
onze regio te zijn en te verblijven, dat iedereen mee
mobiliteitssysteem dat álle bewoners, bezoekers en
kan doen en zich kan ontplooien en dat mensen
andere gebruikers in staat stelt relaties in de héle
kunnen bijdragen aan de (economische) successen
regio (want één Daily Urban System) te onderhouden.
die we in de Metropoolregio Eindhoven boeken. Het
Het gezamenlijk belang is dus om te werken aan een
perspectief van ‘brede welvaart’ is hiervoor ons
mobiliteitssysteem dat op plekken passend is en
kompas. Naast materiële welvaart gaat het ook om
iedereen op alle plekken brengt.
andere aspecten die van belang zijn voor de levenskwaliteit van mensen in onze regio. Brede
nieuwe inwoners en arbeidskrachten op de bestaande netwerken.
01
8
Centrale ambitie en doelstelling De MRE stelt Brede Welvaart (*) centraal als perspectief om de stormachtige economische en ruimtelijke groei op een goede manier mogelijk te maken en ten dienste te stellen van de gehele MRE. Dat betekent dat we in de MRE bereikbaarheid voor iedereen bieden, en dat doen op zodanige wijze dat er een goede balans is met leefomgeving, gezondheid en veiligheid. Vanuit de urgentie en karakteristiek van de MRE gaat daarbij speciale aandacht
Doelstelling Bereikbaarheid voor iedereen Multimodale topbereikbaarheid voor de Brainport: - Internationaal en nationaal richting economische- en kennisclusters en stedelijk netwerk. - Groot arbeidsmarktbereik.
uit naar: •
Het mogelijk maken van de economische ontwikkeling van de Brainport.
•
Mogelijk maken van de woningbouw/verstedelijkingsopgave.
•
‘Voor iedereen’, zorgen dat alle kernen, wijken en groepen meeprofiteren.
Deze centrale ambitie vertaalt zich in de volgende doelstellingen. (*) Brede Welvaart definiëren we hierin in lijn met de vier pijlers van het PBL (PBL 2021).
MRE functioneert als één Daily Urban System voor werken, bovenlokale voorzieningen en middelbaar & hoger onderwijs.
Doelstellingen op overige aspecten van Brede Welvaart
Mobiliteit is duurzaam (klimaatneutraal)
Mobiliteit is verkeersveilig en sociaal veilig Mobiliteit leidt er niet toe dat de leefbaarheid van kernen en wijken tekort schiet door vervuiling, geluidsoverlast, barrièrewerking of onveiligheid.
Alle inwoners van de MRE vanuit alle kernen en wijken hebben toegang tot dagelijkse en niet-dagelijkse voorzieningen en kunnen zich economisch, maatschappelijk en sociaal ontplooien. De 100.000 nieuwe woningen en nieuwe arbeidsplaatsen in de MRE zijn goed bereikbaar .
01
9
Strategie Om de doelstellingen te bereiken kiezen we voor de volgende strategie. Actieve mobiliteit als basis Lopen en fietsen zijn de ‘actieve modes’ en dragen bij aan alle aspecten van Brede Welvaart. Niet alleen bereikbaarheid voor iedereen maar ook gezondheid, leefbaarheid en (sociale)veiligheid. Lopen en fietsen passen goed bij de regio; veel dagelijkse verplaatsingen worden gemaakt in de eigen wijk of kern, tot wel 60% van het totaal. Voor de fijnmazige oplossingen van deur tot deur is de fiets het meest logische vervoermiddel. Daarbuiten biedt de e-bike met regionale verbindingen en snelfietsroutes uitstekende kansen voor veel regionale ritten. Er zal dus geïnvesteerd worden in de uitbouw en de verbetering van een regiodekkend netwerk van veilige en vlotte fietsroutes tot in elke kern. Collectieve mobiliteit voor de hele regio Als ambitieuze en meest innovatieve regio kiezen we ook wat betreft mobiliteit voor duurzaam en slim. We zetten in op een brede mobiliteitstransitie, waarbij in de hele regio hoogwaardige collectieve mobiliteit beschikbaar is. We bieden iedereen kwaliteit en leveren slim maatwerk. Vanuit de IC-knopen Eindhoven en Helmond maakt de Brainportregio de verbinding
met de rest van Nederland en Europa. Sprinters en HOV-lijnen verbinden snel en hoogfrequent deze IC-knopen met de economische toplocaties, regionale hubs en de regionale knopen Maarheeze, Eersel, Deurne, Best, Geldrop, Veldhoven en Helmond BSD. De HOVassen vormen een metronet voor de regio. Wijken en kernen zijn aangetakt op deze HOVassen, via eigen HOV-haltes of via collectief maatwerk. Auto blijft belangrijk en is onderdeel van een multimodaal mobiliteitsaanbod De auto is en blijft een belangrijk vervoersmiddel, zeker op (middel)lange afstand buiten het stedelijk gebied. De auto zal vaker de vorm hebben van een deelauto of worden ingezet voor een deel van de reis. Door regionale mobiliteitshubs wordt het makkelijker om de auto te combineren met de fiets, het OV of besloten collectief vervoer, zodat voor elke verplaatsing het meest geschikte vervoersmiddel gebruikt kan worden. Deze multimodale aanpak voor de auto biedt de kans om in de centra van kernen en in (nieuwe) stedelijke woon- en werkgebieden de autobereikbaarheid te beperken om ruimte te maken voor andere functies (verblijven, groen) en de transitie naar duurzame mobiliteit te
ondersteunen. De multimodaliteit zorgt ervoor dat deze plekken voor iedereen bereikbaar blijven, ook vanuit vertreklocaties waar de auto de meest logische keuze is en blijft. De blijvende positie van de auto betekent ook dat verduurzaming van het autogebruik door transitie naar zero-emmissie essentieel is om de stap naar duurzame mobiliteit te zetten.
werkgevers, instellingen en inwoners helpt om geïnformeerd en ondersteund te kiezen voor duurzame mobiliteit en bereikbaarheid.
Kiezen voor maatwerk Maatwerk is een belangrijk deel van de strategie vanwege de verschillen in de regio die we koesteren als kwaliteiten. Motto daarbij is ‘bereikbaarheid voor iedereen, maar niet op
dezelfde manier’. Het Brabantbrede ontwikkelprincipe voor de mobiliteitstransitie wijst daarbij de weg; 15-minuten stad als uitgangspunt, maatwerk in de vervoersmiddelmix.
Slimme mobiliteit als verbindend element Handelsmerk van de Brainport zijn hoogtechnologische oplossingen, van idee tot realisatie. Slimme mobiliteit past bij uitstek bij de Brainport. In het programma SmartwayZ.NL is hierin ook al een jarenlange praktijk opgebouwd. Ook in deze strategie neemt slimme mobiliteit een belangrijke rol in. Daarbij kijken we met name naar: •
Mobiliteitsdiensten die ervoor zorgen dat multimodaal reizen, deelmobiliteit en overstappen op hubs probleemloos, aangenaam en goed geïnformeerd verlopen.
•
Vervoersmiddelen op maat, van een innovatieve Brainportlijn tot slimme en schone logistiek en nieuwe vervoersmiddelen voor de lastmille van HOVknoop naar eindbestemming.
•
Een uitgekiende gedragsaanpak die
Ontwikkelprincipe uit Verstedelijkingsstrategie Noord-Brabant (bron: Verstedelijkingsstrategie Brabant 2040)
01
10
II. Ontwikkelprincipes 01
11
2
Ontwikkelprincipes
In de visie is ‘Het waarom?’ uiteengezet, waarmee een eindbeeld ofwel streefsituatie neer is gezet. In dit deel worden ontwikkelprincipes neergezet, over ‘Het hoe?’: De concretisering van de visie. Met het einddoel in het achterhoofd wordt de volgende stap gezet richting ontwikkeling en realisatie. Het gaat daarbij om doorvertaling van de visie in meer concrete principes: Als we verder gaan ontwikkelen en maatregelen gaan treffen, waar houden we ons dan aan vast?
01
12
11 ontwikkelprincipes 1.
We faciliteren de economische ambities die wij hebben voor de regio. We benutten daarbij het groeipotentieel, waarbij een schaalsprong nodig is voor wonen, voorzieningen en mobiliteit. Dat doen vanuit één ecosysteem, waarbij we elkaars kracht versterken.
2.
6.
verantwoordelijk voor de provinciale wegen en de busconcessie, gemeenten zijn verantwoordelijk voor bijvoorbeeld flankerend beleid en het onderliggend wegennet.
We bouwen aan een integraal mobiliteitssysteem op regionale schaal. Daarmee kan onze
Alleen samen kunnen we de meeste meerwaarde bieden.
regio als één geheel functioneren, waarbij we de groei(potentie) van de regio faciliteren. Voertuigen, infrastructuur en diensten vormen één geheel, in samenhang met omgevingskwaliteiten. De reizigers en vervoerders/verladers vormen de spil in dit slimme mobiliteitssysteem. Het moet voor hen een vanzelfsprekende structuur zijn voor het plannen en maken van reizen passend bij hun wensen en voorkeuren. 3.
4.
Voor verdere invulling van de mobiliteitstransitie hanteren we het STOMP principe. Met STOMP wordt in het ontwerpproces prioriteit gegeven aan duurzame mobiliteitsvormen en minder prioriteit aan minder duurzame vormen. We gaan eerst uit van de voetganger (Stappen), vervolgens de fietser (Trappen), OV en MaaS. Als laatste wordt de privéauto meegenomen in de inrichting.
8.
In het stedelijk gebied zetten we in op een mobiliteitstransitie waarbij verblijfskwaliteit, lopen,
de leefomgeving. bewust
fietsen, deelmobiliteit en OV (voor de lange afstanden) voorop staan. Een flankerende aanpak met sturende parkeeraanpak, gedragsaanpak en herinrichting van de openbare
We werken samen aan een transitie van ons mobiliteitssysteem. Voor ons is dat een mobiliteitssysteem dat bijdraagt aan een concurrerende en duurzame economie en
ruimte horen daarbij. Dat vraagt ook een mental shift (een nieuwe kijk op reizen en op het mobiliteitssysteem) en een modal shift (van auto naar ruimte efficiëntere en
mensen in staat stelt mee te doen aan de samenleving. We werken aan een mobiliteitssysteem dat tegelijkertijd een bijdrage levert aan een veilige en gezonde
duurzamere alternatieven deelmobiliteit, OV, fiets en lopen).
leefomgeving. We gaan daarbij actief op zoek naar de nieuwe kansen die de mobiliteitstransitie biedt. 5.
7.
We zijn ons bewust van (potentiële) effecten mobiliteit op kwaliteit van leven en zetten mobiliteit daarvoor in. Brede welvaart is geen randvoorwaarde, maar een doel: met mobiliteit verbeteren we zaken als gezondheid, veiligheid, energie en kwaliteit van
Hiermee werken we samen als één overheid aan onze gezamelijke doelstellingen voor onze regio, met daarin verschillende verantwoordelijkheden. De provincie is bijvoorbeeld
We doen dit samen met partners en doen dit door te kiezen en in te zetten op specifieke opgaven, gebieden en netwerken die de meeste meerwaarde hebben in het integrale mobiliteitsysteem. We zijn ons ervan bewust dat onze mobiliteitskeuzes invloed hebben op de kwaliteit van leven en op onze toekomst én we handelen daarnaar.
9.
Door deze stedelijke mobiliteitstransitie in combinatie met flankerend beleid blijft er ruimte op het autowegennet. Die capaciteit op het autonetwerk reserveren we voor verplaatsingen van personen en vracht waarvoor geen goed alternatief is. Buiten de (hoog)stedelijke milieus blijft de auto het belangrijkste vervoersmiddelen voor verplaatsingen buiten de eigen kern.
01
13
11 ontwikkelprincipes 10.
Buiten het stedelijk gebied is het voorzieningenaanbod verschillend per kern en of dit wel of niet lopend of fietsend bereikbaar is. Maar meestal is voor een (steeds groter deel) van de dagelijkse en niet dagelijkse activiteiten een externe verplaatsing in de stedelijke regio nodig. De auto vervult daarin een zeer belangrijke rol. Wel kijken we hoe we de auto slimmer in kunnen zetten. Daarnaast is een belangrijke opgave is om met (snel)fietsroutes en gedeelde mobiliteit/OV wel basisbereikbaarheid zonder auto te bieden. Investeringen zijn geen taboe, maar moeten passen bij de rol van de auto in de toekomst, waarbij slimmer inzetten van de auto noodzakelijk is. Ook is het zaak voor grote werkgebieden verder te kijken dan autobereikbaarheid.
11.
Een belangrijke schakel in het regionale systeem tussen de verschillende modaliteiten zijn multimodale overstappunten (hubs). De routes hierheen worden belangrijker en rond deze knooppunten wordt ook ingezet op extra woningbouw (koppeling met verstedelijking). Het gaat daarbij zowel om (intercity)stations (in stedelijk gebied draaipunt van mobiliteit, nog meer de toegangspoort van de regio) en multimodale hubs en knooppunten (overstappunten en kans voor ontwikkeling functies).
01
14
III. Adaptief mobiliteitspakket
01
15
3
Adaptief multimodaal mobiliteitspakket
Het multimodaal mobiliteitspakket voor de
kan gezien worden als een verbreding van
Dit pakket vormt een startpunt van een
MRE is een adaptief pakket. Dit deel beschrijft het adaptieve mobiliteitspakket.
het ontwikkelpad uit het MIRT-onderzoek op MRE-schaal voor het thema mobiliteit.
iteratief proces waarin maatregelen worden geconcretiseerd, besluiten worden
Adaptief pakket voor de MRE
Met dit adaptieve mobiliteitspakket wordt
Het multimodaal mobiliteitspakket van de MRE is geen strak gekaderd pakket
geanticipeerd op die verschillen in startpositie van projecten en onzekerheden.
genomen en (her)prioritering plaatsvindt. Leidend daarbij zijn de ontwikkelprincipes
maatregelen met een strik eromheen. Het is een adaptief pakket waarin sommige
Die onzekerheden betreffen:
maatregelen al concreet en hard zijn, inclusief financiering en afspraken tussen
•
mobiliteit of veranderingen in woningbouwprogrammering.
regio, provincie en rijk, en andere nog in een initiatief of onderzoeksfase zitten danwel eerst gezamenlijke besluitvorming nodig is. Bovendien is de MRE volop in beweging en
•
Onzekerheid in de uitwerking van maatregelen en daarmee in kosten, haalbaarheid (o.a. stikstof) en effect.
is het ook daarom nodig regelmatig te actualiseren en herprioriteren.
Bijvoorbeeld, het effect van de mobiliteitstransitie en restopgave voor
Deze werkwijze sluit aan bij het MIRTonderzoek Brainportregio https://www.smartwayz.nl/media/2051/bra
Onzekerheid in de ontwikkeling van de opgaven zoals ontwikkeling van de
het autoverkeer die daaruit volgt.
inportregio-ontwikkelpad-lq.pdf
Onzekerheid in beschikbare financiële middelen, inclusief allianties om
Het adaptief multimodaal mobiliteitspakket
middelen vrij te maken en doelstellingen verbonden aan de middelen.
•
uit hoofdstuk 3 en doelstellingen uit hoofdstuk 2. Onderscheid in drie typen projecten De maatregelen in het pakket bevinden zich in verschillende stadia van onderzoek/verkenning, besluitvorming en financiering. Om tot realisatie te komen, is het zaak deze verschillen te erkennen en stapsgewijze uit te werken en besluiten te nemen. De organisatie voor programmatisch werken die in MREverband wordt opgetuigd is daar het ideale vehikel voor. We maken onderscheid in drie typen projecten dan wel onderzoeksopgaven:
01
16
Adaptief mobiliteitspakket
Beleidsverkenningen. Dit zijn onderzoeksopgaven waarbij concrete ingrepen/projectinhoud nog
niet op één lijn zitten. Bijvoorbeeld als gemeenten al wel een voorkeur hebben voor
Van adaptief pakket naar prioritering en programmering
een maatregel maar provincie of Rijk als wegbeheerder of financier nog niet.
Na vaststelling van het adaptief pakket begint een doorlopend proces van prioriteren, programmeren, realiseren en monitoren. Parallel aan het opstellen van deze visie wordt
bepaald moeten worden. Opgaven zijn gemarkeerd als beleidsverkenning in één van de volgende gevallen:
hier door de MRE een programmaorganisatie voor neergezet.
1.
Een groot deel van de inhoudelijke afweging
De omvang van de opgave is nog niet duidelijk, bijvoorbeeld de restopgave voor het wegverkeer. Pas daarna is projectdefinitie mogelijk. De ‘actualisatie netwerkstrategie HWN/OWN’ waarin de opgave voor het autoverkeer wordt onderzocht is hier een belangrijk voorbeeld van.
2.
Er moet nog een afweging plaatsvinden
Projectverkenningen. Dit zijn uitwerkingsopgaven waarbij doel, locatie en type ingreep bepaald zijn, maar er nog geen startbeslissing genomen is waarin (zicht op) financiering geregeld is en een formele verkenning cq planuitwerking opgestart wordt. Projectverkenningen zijn erop gericht nut en noodzaak vast te stellen, globale kosten te bepalen en de stap te zetten naar besluitvorming over financiering.
welk project wordt uitgevoerd en met welke prioriteit en financiële afspraken, moet dus nog plaatsvinden. Hiervoor gelden de volgende spelregels: 1.
tussen verschillende typen oplossingen, bijvoorbeeld tussen herinrichting van een
3.
3.
moet nog worden geconcretiseerd tot per kern duidelijk is aan welke ingrepen behoefte is. Er is ook sprake van een beleidsverkenning als partijen op één van bovenstaande aspecten nog
Projectuitwerkingen. Dit zijn projecten in de fase
partijen (gemeenten, regio en waar relevant provincie en rijk) daartoe besluiten.
tussen startbeslissing en realisatie. De uitwerking is gericht op stapsgewijze uitwerking conform MIRT of andere relevante systematiek en daarmee verfijnen van de scope.
4.
Ontwikkelprincipes als basis Er is een inhoudelijke vertaalslag van de ontwikkelprincipes gemaakt. Centrale elementen daarin: •
Opbouw (H)OV-netwerk, inclusief ontwikkeling van de knopen.
•
•
Opbouw van fietsnetwerk op meerdere schaalniveaus.
Periodiek wordt het ontwikkelpad herijkt waarbij expliciet getoetst wordt of het pakket nog maximaal bijdraagt aan de
Uitwerking van slimme mobiliteit met specifieke aandacht voor multimodaal reizen en gedrag.
•
het OV toekomstbeeld voor Zuidoost Brabant. Projecten uit de inventarisatie die nog niet
in de bereikbaarheid van de Brainport is als startpunt genomen om op voort te bouwen.
gedeeld zijn, zijn hier als beleidsverkenning aan toegevoegd zodat stapsgewijze gezamenlijke
Hiermee kunnen een aantal grote ingrepen worden gedaan die de basis vormen voor de
projectafwegingen gemaakt kunnen worden
verdere ontwikkeling van de Brainport en het mogelijk maken de gewenste mobiliteitstransitie
Corridor en gebiedsgerichte koppeling van maatregelen De grootste inhoudelijke samenhang in de MRE bevindt zich op corridorniveau. Binnen de corridors worden de meeste verplaatsingen gemaakt, moet geschakeld worden tussen gebiedstypen en moet de mobiliteitstransitie vorm krijgen. Maatregelen zijn daarom zoveel mogelijk geclusterd per corridor. Brainportdeal als start De vastgestelde investering van 1,5 miljard
in te zetten. Tegelijkertijd realiseren de betrokken partijen bij de Brainportdeal zich dat er substantiële vervolgstappen nodig zijn. Dit mobiliteitspakket omvat die stappen voor de gehele MRE. Inhoudelijk is geprobeerd zoveel mogelijk gebruik te maken van projecten uit de Brainportdeal door investeringen te zien als eerste stap in een corridor en aan te sluiten op hubs die vanuit de Brainportdeal mogelijk gemaakt worden.
Koppeling met gebiedsontwikkeling (ontwikkelstrategie en verstedelijkingsakkoord).
Mogelijke projecten die worden genoemd binnen beleidsverkenningen krijgen pas een status als project wanneer de beleidsverkenning is afgerond en betrokken
Een opgave die in meerdere kernen speelt
gekomen:
De ontwikkelprincipes zijn richtinggevend voor eventuele nieuwe of vervangende projecten.
bestaande route of realisatie van een nieuwe weg.
Verantwoording samenstelling adaptief pakket Het pakket is op de volgende wijze tot stand
Als inhoudelijk toetskader gelden de doelstellingen (pagina 9, zie ook rechts).
2.
multimodale inhoudelijke doelstellingen.
•
Uitwerking van automobiliteit als resterende opgave na een mobiliteitstransitie én opgave voor leefbaarheid.
Gezamenlijkheid en inventarisatie als uitgangspunten Per vervoerswijze is gestart met gemeenschappelijke bestaande onderzoeken of projecten van regio en provincie, bijvoorbeeld 01
17
Adaptief mobiliteitspakket
01 Vervolg
18
Totaaloverzicht - Maatregelen mobiliteitspakket MRE
Totaaloverzicht Deze kaart laat het complete ontwikkelpad in een
de andere blokken. In de uitwerking en toepassing van
oogopslag zien. Op de volgende pagina’s zijn de verschillende losse elementen van het ontwikkelpad
het mobiliteitspakket zit juist in het combineren van de verschillende elementen kracht. Door het combineren
uitgewerkt. Merk op dat het ontwikkelpad is opgesplitst per modaliteit. Uiteraard zit er sterke
van maatregelen van verschillende modaliteiten(bijvoorbeeld per corridor) ontstaan
samenhang tussen deze ‘blokken’, en hebben keuzes en ontwikkelingen binnen een bepaald blok impact op
multimodale maatregelpakketten, waarbij individuele maatregelen elkaar versterken.
01
19
Uitsnede - Maatregelen Knooppuntontwikkeling en gebiedsaanpak: verblijfskwaliteit nabijheid en parkeren
Ruimtelijke ontwikkeling en flankerend beleid Knooppuntontwikkeling en gebiedsaanpak: verblijfskwaliteit nabijheid en parkeren
komen. Aan deze ruimtelijke ontwikkeling zijn maatregelen zoals ‘internationale
wordt op een alternatief). Ook kunnen andere keuzes minder aantrekkelijk
Verplaatsingsgedrag en het ruimtelijkeconomisch functioneren van een gebied hangen sterk met elkaar samen. Daarom
knoop’, ‘verkenning IC station Helmond’ en de ‘verkenning naar regionale knopen’ verbonden.
worden gemaakt (zoals door sturend parkeerbeleid in de omgeving) of kan de maatregel juist als onderdeel van een
vormt het ingrijpen in de ruimtelijke ordening een belangrijke stap in het
Flankerend beleid
netwerk of keten versterkt worden (zoals door goede aantakking op het bestaande
verminderen en of voorkomen van mobiliteitsopgaven. Hier ligt een sterke koppeling met gebiedsontwikkeling die in de ontwikkelstrategie en het
Door flankerend beleid kan het effect van individuele maatregelen versterkt worden. Hierdoor kan bijvoorbeeld de individuele maatregel versterkt worden (zoals door
verstedelijkingsakkoord naar voren
een gedragsaanpak waarbij men gewezen
fiets- en OV-netwerk). Een belangrijk deel van het flankerend beleid zit daarbij in het sturen op goede ruimtelijke ordening.
01
20
Uitsnede - Maatregelen Collectief vervoer (OV, maatwerk en gedeeld)|
Collectief vervoer (OV, maatwerk en gedeeld) HOV-hoofdstructuur Met het realiseren van een sterk (H)OV-
verbindend en ontsluitend, modal shift/transitie; regionaal – verbindend
(koppeling met verstedelijking).
netwerk in de regio zorgen we voor een hoofdstructuur door de regio heen, waarmee we de OV-bereikbaarheid van de regio verbeteren. Dit zorgt voor een
netwerk en als basisvoorziening/ ruggegraat). Koppeling knopen
Maatwerk en gedeeld vervoer We bouwen aan een integraal mobiliteitssysteem op regionale schaal. Elke plek in de regio is daarin uniek. Ook
aantrekkelijker alternatief voor autoverplaatsingen (en dus meer ruimte op het
Dit (H)OV is sterk gekoppeld aan de (regionale) knopen (zie ook ‘ruimtelijke
voor plekken met een lagere reizigersvraag zorgen we voor een
autonetwerk), bevordert duurzame mobiliteit en zorgt dat zoveel mogelijk inwoners ontsloten zijn via een OV-
ontwikkeling’). Deze multimodale overstappunten (hubs) vormen een belangrijke schakel in het regionale
basisbereikbaarheid, bijvoorbeeld door het aanbieden van gedeeld vervoer of maatwerkoplossingen. In 2024 start een
netwerk. Vorm en functie van het netwerk sluiten daarbij aan op de typologie van het
systeem tussen de verschillende modaliteiten. Rond deze knooppunten
traject om dit gezamenlijk vorm te geven, zowel de concessie als aanvullende
gebied (stedelijk gebied - functie
wordt ook ingezet op extra woningbouw
vormen van gedeelde mobiliteit.
01
21
Uitsnede - Maatregelen Autobereikbaarheid in combinatie met veiligheid en leefbaarheid
Autobereikbaarheid - in combinatie met veiligheid en leefbaarheid Passende rol auto
wegennet (OWN) in Brainport Eindhoven
aspect (Maarheeze, Eersel, Deurne,
Er wordt ingezet op een mobiliteitstransitie,
tot ten minste 2040.
Best, Geldrop, Veldhoven en Helmond BSD) (zie Ruimtelijke ontwikkeling) en
met focus op minder reizen/verplaatsen en op een verschuiving van autogebruik naar
Hubs
wordt daar ook voor andere kernen
meer fiets, lopen, openbaar vervoer en
We maken onderscheid in verschillende
gekeken naar de potentie van centrale
slimme (deel)mobiliteit. Maar ook in het
soorten hubs:
HOV-haltes, die ook als hub kunnen
nieuwe mobiliteitssysteem, en nog meer in
•
Hubs kortetermijnmaatregelenpakket
fungeren.
de transitieperiode, houdt de auto een
A2 Randweg Eindhoven, waarbij het
Merk op dat de hubs hier ingetekend staan,
belangrijke rol. Wel kijken we daarbij hoe
gaat om zoeklocaties nabij A50; A2
maar uiteraard net zo sterk onder OV, fiets
we de auto slimmer in kunnen zetten. We
Noord; A58; A67 Oost; A2 Zuid; en A67
en ruimtelijke ontwikkeling kunnen vallen.
zien daarbij de uitwerking van
West. Aanvullende hubs regionale strategie –
Leefbaarheid en veiligheid
een mobiliteitstransitie én als opgave voor
Hiernaast zit er nog volop potentie in de
De uitwerking van automobiliteit zien we
leefbaarheid.
regio voor andere hubs. We verkennen
als resterende opgave, na een
hierbij de mogelijkheden, waarbij we
mobiliteitstransitie én als opgave voor
Hoofdstructuur
sterke koppeling leggen met het
leefbaarheid. Daarom onderzoeken we om
Belangrijk onderdeel van de hoofdstructuur
mobiliteitsnetwerk (nu en toekomstig).
welke veiligheids- en leefbaarheids-
is de netwerkstrategie HWN/OWN. In deze
Later in de tijd schalen we deze hubs
knelpunten het gaat, en wordt dit
studie wordt gezocht naar een gedragen
waar nodig op.
afgewogen aan de hand van doelbereik en
Hiernaast hebben we ook nog regionale
kostenefficiëntie.
automobiliteit als resterende opgave, na
meerjarige netwerkstrategie voor het hoofdwegennet (HWN) en onderliggend
•
•
knopen waar focus zit op het ruimtelijke
01
22
Uitsnede - Maatregelen Fietsbereikbaarheid
Maatregelen fietsbereikbaarheid Opbouw fietsnetwerk meerdere schaalniveaus Een robuust fietsnetwerk in de regio
noodzaak voor uitbreiding van infrastructuur. Daarom wordt ingezet op
snelfietsroutenetwerk, als juist meer lokale verbindingen, waardoor voor elke
bevordert duurzame mobiliteit, is gezond, draagt bij aan het verminderen van verkeerscongestie en vermindert de
het versterken van het fietsnetwerk. Dit gebeurt op verschillende schaalniveaus. Zowel via uitbreiding van het
fietsverplaatsing een sterk aaneengesloten fietsnetwerk ontstaat.
01
23
01
24