23027.12 - Bijlage 7 - Onderzoek flora en fauna
Tekst van het document
ecoresult Quickscan In het kader van de Wet natuurbescherming en Verordening ruimte
Plangebied: Mosselaarweg 17, Best Opsteller(s): K. van Veen
Archiefexemplaar van BL23-04740
- Bijlage 7 Onderzoek flora en fauna
o) ecoresult
Quickscan In het kader van de Wet natuurbescherming en Verordening ruimte Ondertitel
Plangebied: Mosselaarweg 17, Best
Opsteller(s)
K. van Veen
Datum
13-04-2018
Versienummer
01
Rapportkenmerk
ER20180312v01
Aantal pagina's
29
Opdrachtgever
Van Dun Advies B.V.
Contactpersoon
R.Jansen
Collegiale toets
L. Boon
Wijze van citeren
Veen, van. K., 2018. Quickscan. In het kader van de Wet natuurbescherming en Verordening ruimte. Plangebied: Mosselaarweg 17, Best Rapportkenmerk ER20180312v01. Ecoresult B.V., Dordrecht.
Ecoresult B.V. Van Ravesteyn-erf 156 3315 DK Dordrecht 078 75 184 12 info@ecoresult.nl www.ecoresult.nl
© copyright Ecoresult B.V. 2018 Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar worden gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of welke wijze dan ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de auteursrechthebbende. Ecoresult B.V. kan door opdrachtgever niet aansprakelijk worden gesteld voor schade die voortvloeit uit gebruik van data of gegevens of door toepassing van aanbevelingen en conclusies, die zijn opgenomen in deze rapportage.
INHOUDSOPGAVE
1 Inleiding.......................................................................................................................................... 5 1.1 Aanleiding................................................................................................................................. 5 1.2 Doel........................................................................................................................................... 5 1.3 Leeswijzer................................................................................................................................. 5 2 Toelichting onderzoekskader.......................................................................................................... 7 2.1 Wet natuurbescherming............................................................................................................7 2.2 Verordening ruimte.................................................................................................................... 8 3 Omschrijving plangebied.............................................................................................................. 11 3.1 Algemeen................................................................................................................................
11 3.2 Beschrijving............................................................................................................................. 11 3.3 Voorgenomen ontwikkelingen..................................................................................................13 3.4 Planning...................................................................................................................................13 4 Onderzoeksresultaten beschermde gebieden............................................................................. 15 4.1 Wet natuurbescherming.......................................................................................................... 15 4.2 Verordening ruimte.................................................................................................................. 15 5 Onderzoeksresultaten beschermde soorten.................................................................................17 5.1 Algemeen................................................................................................................................ 17 5.2 Soorten Vogelrichtlijn............................................................................................................... 17 5.3 Soorten Habitatrichtlijn............................................................................................................
20 5.4 Nationaal beschermde soorten...............................................................................................22 6 Conclusies en aanbevelingen.......................................................................................................25 6.1 Beschermde gebieden........................................................................................................... 25 6.2 Beschermde soorten...............................................................................................................25 7 Geraadpleegde bronnen.............................................................................................................. 27 7.1 Literatuur................................................................................................................................. 27 7.2 Internet.................................................................................................................................... 27 Bijlage 1 Foto-impressie plangebied.............................................................................................. 29
ecoresult
1
Inleiding
1.1
Aanleiding
In opdracht van Van Dun Advies B.V heeft Ecoresult B.V een quickscan uitgevoerd voor het plangebied genaamd: Mosselaarweg 17, Best. De aanleiding betreft de bouw van een woonhuis, waarvoor twee bestaande schuren dienen te worden gesloopt (zie verder hoofdstuk 3.2). Deze werkzaamheden kunnen schadelijke effecten hebben op beschermde soorten en natuurgebieden. Wet- en regelgeving voor flora, fauna en natuurgebieden kan hierdoor worden overtreden. Deze quickscan zoomt in op de (mogelijke) effecten door de activiteiten en op welke wijze gehandeld dient te worden.
1.2
Doel
Door middel van een oriënterend bronnen- en veldonderzoek zal worden onderzocht of de voorgenomen ontwikkelingen kunnen leiden tot: ^
Overtreding van verbodsbepalingen voor (potentieel) aanwezige soorten flora en
^
fauna. In het kader van de Wet natuurbescherming (Wnb). Een (significant) negatief effect op instandhoudingsdoelstellingen van Natura 2000gebieden. In het kader van de Wet natuurbescherming (Wnb).
^
Een (significant) negatief effect op de wezenlijke kenmerken en waarden van het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Of een negatief effect op anderzijds beschermde natuurgebieden op provinciaal niveau (o.a. bijzondere provinciale natuurgebieden, bijzondere provinciale landschappen, belangrijke weidevogel gebieden). In het kader van de Verordening ruimte.
1.3
Leeswijzer
In deze rapportage wordt allereerst het kader beschreven waar aan getoetst wordt. Vervolgens wordt het plangebied en de geplande activiteiten beschreven. Hierna worden per beschermingsregime de voor het plangebied relevante beschermde gebieden en beschermde soorten beschreven en beoordeeld. In de conclusie worden de resultaten van dit oriënterend onderzoek samengevat en wordt (indien van toepassing) geadviseerd welk aanvullend onderzoek noodzakelijk is. Afgesloten wordt met een bronvermelding en een fotobijlage van het plangebied ten tijde van het oriënterend veldbezoek.
5
ecoresult
2
Toelichting onderzoekskader
2.1
Wet na tuurbescherming
Per 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming (Wnb) van kracht. Deze nieuwe wet is een vervanging en samenbundeling van drie voorgaande wetten; de Natuurbeschermingswet 1998, de Boswet en de Flora- en faunawet1. Tevens heeft er een decentralisatie van het bevoegd gezag plaatsgevonden: per 1 januari 2017 zijn de provincies verantwoordelijk voor de vergunningen en ontheffingen. De Wnb is op te delen in grofweg drie delen:
2.1.1
Bescherming van gebieden
De Wnb richt zich met de bescherming van natuurgebieden uitsluitend op Natura 2000gebieden. Natura 2000 is een Europees netwerk van beschermde natuurgebieden. In Natura 2000-gebieden worden bepaalde diersoorten en hun natuurlijke leefomgeving beschermd om de biodiversiteit te behouden. Invloeden (ook van buitenaf) mogen deze instandhoudingsdoelstellingen niet in gevaar brengen.
2.1.2
Bescherming van soorten
De Wnb onderscheidt drie verschillende beschermingsregimes, met elk hun eigen verbodsbepalingen (zie tabel 1). De eerste twee categorieën zijn gebaseerd op de door de Europese Unie opgestelde Vogelrichtlijn (uit 1979) en de Habitatrichtlijn (uit 1992). Het derde beschermingsregime betreft soorten die niet op Europees niveau beschermd zijn, maar wel op landelijk niveau: de Nationaal beschermde soorten (in de wet aangeduid als “andere soorten”). Als bevoegd gezag heeft iedere afzonderlijke provincie (een aantal) algemene soorten uit deze derde categorie vrijgesteld van ontheffingsplicht. Wel geldt altijd voor alle soorten de algemene zorgplicht. Deze zorgplicht houdt in dat men bij werkzaamheden met mogelijk negatief effect op planten en dieren, maatregelen dient te nemen (binnen wat redelijkerwijs van men verwacht kan worden) om onnodige schade aan planten of dieren te voorkomen2.
1 2
www.rvo.nl Ministerie van Economische zaken (2016) Soortenbescherming bij ruimtelijke ingrepen
7
o) ecoresult Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn ŝ 3.1 Wnb
Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn ŝ 3.2 Wnb
Beschermingsregime Nationaal beschermde soorten (andere soorten) ŝ 3.3 Whb
Art 3.1 lid 1 Het is verboden in het wild levende vogels opzettelijk te doden of te vangen.
Art 35 lid 1 Het is verboden soorten in hun natuurl ij ke verspreidi ngsgebi ed opzettelijk te doden of te vangen.
Art 3.10 lid 1a Het is verboden soorten opzettelijk te doden of te vangen.
Art 3.1 lid 2 Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen.
Art 35 lid 4 Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren te beschadigen of te vernielen.
Art 3.10 lid 1b Het is verboden de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren opzettelijk te beschadigen of te vernielen.
Art 3.1 lid 3 Het is verboden eieren te rapen en deze onder zich te hebben.
Art 35 lid 3 Niet van toepassing Het is verboden eieren van dieren in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen.
Art 3.1 lid 4 en lid 5 Art 35 lid 2 Niet van toepassing Het is verboden vogels opzettelijk te Het is verboden dieren opzettelijk te storen, tenzij de storing niet van verstoren. wezenl ij ke i nvl oed is op de staat van instandhouding van de desbet reffende vogel soort. Niet van toepassing
Art 35 lid 5 Het is verboden plantensoorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.
Art 3.10 lid 1c Het is verboden plantensoorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.
Tabel 1: Soortenbescherming en verbodsbepalingen volgens de Wnb
2.1.3
Bescherming van houtopstanden
De bescherming van houtopstanden betreft voornamelijk een voortzetting van de Boswet en richt zich op de instandhouding van het bosareaal. Bij houtopstanden groter dan 10 are of 20 rijbomen en gelegen buiten de bebouwde kom geldt een meldplicht, herplantplicht en mogelijke oplegging van een kapverbod. In deze quickscan blijft de bescherming van houtopstanden buiten beschouwing.
2.2
Verordening ruimte
In de verordening ruimte is het Natuurnetwerk Nederland (NNN) vastgelegd. Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is een netwerk van groene gebieden, voorheen bekend als 8
ecoresult de Ecologische Hoofdstructuur (EHS). Het NNN wordt beschermd via het planologisch kader. Het NNN is verankerd in de bestemmingsplannen waarin de regels uit de provinciale Verordening ruimte zijn verwerkt. Het ruimtelijke beleid voor het NNN kent het “nee, tenzij” principe en is gericht op ‘behoud, herstel en ontwikkeling van de wezenlijke waarden en kenmerken’ van het NNN. Naast het NNN kan de provincie planologische bescherming aan gebieden toekennen door hen aan te wijzen als “bijzondere provinciale natuurgebieden” of “bijzondere provinciale landschappen”. Hierbij valt bijvoorbeeld te denken aan de bescherming van belangrijke weidevogelgebieden. Het NNN kent geen uniform beschermingsregime. Iedere provincie kan een eigen invulling geven aan bijvoorbeeld compensatie. Het beschermingsregime van overige op provinciaal niveau beschermde gebieden kan sterk verschillen tussen provincies.
9
ecoresult
3
Omschrijving plangebied
3.1
Algemeen
Het plangebied is gelegen in het agrarisch gebied langs de Mosselaarweg, Best, gemeente Best, provincie Noord- Brabant (zie ook Afbeelding 1). Het plangebied betreft het volledige terrein zoals is weergegeven in afbeelding 1 (rood omlijnd), echter is enkel het geel omlijnde deel onderhevig aan werkzaamheden. Het plangebied betreft twee leegstaande varkensstallen, een woonhuis een stuk land in gebruik als alpaca weide, enkele kleine opstallen en een leegstaande graasweide. *
W Jnf
{ i; -i
m 9 Jê Legenda te slopen bebouwing n Mosselaarweg 17
392500.
■mī.
ecoresult
153000
Afbeelding 1: Ligging van het plangebied (rood omlijnd) en het te slopen gedeelte van het plangebied (geel omlijnd). Voor de regionale ligging, zie kaartinzet rechtsboven. Bron: PDOK
3.2 ^
Beschrijving De varkensstallen hebben rondom enkelvoudige stenen muren zonder luchtspouw. Aan de binnenzijde zijn betonblokken aan de binnenmuur aanwezig. Het dak bestaat uit een enkelvoudig asbestplaten in een golfpatroon. De dakrand is voor circa 70% dichtgemaakt met dubbeltjesgaas. Op de delen die niet dicht zijn, zijn oude nesten van kauw aangetroffen. Aan de zijgevels zijn overstekken aanwezig van enkele planken. De binnenzijde van de schuren zijn onverlicht en hangen volledig vol met spinnenrag. Ondergrondse ruimten zijn aanwezig in de vorm van gierputten, deze 11
ecoresu zijn van buitenaf de bebouwing niet toegankelijk. ^
Het woonhuis betreft een boerderij en bestaat uit twee aan elkaar gebouwde delen met een gedeeltelijk rieten dak en gedeeltelijk belegd met dakpannen. De boerderij heeft rondom stenen muren, of een luchtspouw aanwezig is, is niet bekend. Rondom een deel van de ramen zijn houten raamluiken aanwezig. Of ondergrondse ruimten aanwezig zijn is niet bekend. Rondom de boerderij staan nog enkele kleinere houten
^
opslagschuurtjes. Open water is in en rondom het plangebied afwezig.
^
Ten noorden en zuiden van de varkensstallen zijn graasweiden aanwezig. Op deze
^
weiden staan alpaca’s te grazen en bestaan enkel uit kort gras (gazon). Beplanting is in het plangebied met name aanwezig in de vorm van gazon en sporadisch wat lage kruiden. Langs de boerderij is tuinbeplanting aanwezig in de vorm van lage heesters. Langs de west- en zuidrand van het plangebied is een hoge bomenrij aanwezig. Dit betreffen eiken, esdoorns en gewone es met een hoogte tot circa 12 meter en met onderbegroeiing van struiken. In de bomen zijn geen
^
boomnesten of boomholten aanwezig. Verlichting is in het plangebied afwezig. Verlichting is ten noorden van het plangebied aanwezig in de vorm van sporadische straatverlichting langs de Mosselaarweg.
■TV
«CCS
Uc Mi ŭ l
: I'"
Afbeelding 2: De noordelijke varkensstal. Foto: K. van Veen | Ecoresult B. V. Zie bijlage 1 voor een foto-impressie van het plangebied.
12
ecoresult 3.3
Voorgenomen ontwikkelingen
De voorgenomen activiteit betreft het bouwen van een woonhuis. Hiervoor dienen de twee bestaande varkensstallen gesloopt te worden. Voor deze ontwikkeling is een bestemmingsplanwijziging nodig.
3.4
Planning
De planning van de voorgenomen ontwikkelingen is op dit moment nog niet bekend.
13
ecoresult
4
Onderzoeksresultaten beschermde gebieden
4.1
Wet na tuurbescherming
4.1.1
Natura 2000
Het meest dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied is Kampina & Oisterwijkse Vennen, gelegen ca. 5,9 km ten noordwesten van het plangebied3 (afbeelding 3). Invloeden (ook van buitenaf) mogen de instandhoudingsdoelstellingen van de betreffende Natura 2000gebieden niet in gevaar brengen. Negatief effect (door emissie, geluid, trilling of verlichting) op bovengenoemde gebieden valt uit te sluiten op basis van de afstand van deze gebieden tot het plangebied en de aard van de activiteiten die hier zullen plaatsvinden. Aanvullend (veld)onderzoek is niet noodzakelijk. Daarmee hoeft geen vergunning als bedoeld in artikel 2.7 van de Wnb te worden aangevraagd.
4.2
4.2.1
Verordening ruimte
Natuurnetwerk Nederland
Het meest dichtstbijzijnde onderdeel van het Natuurnetwerk Nederland (NNN) ligt ca. 860 meter ten westen van het plangebied4 (afbeelding 4). Op basis van de afstand van deze gebieden tot het plangebied en de aard van de activiteiten die hier zullen plaatsvinden valt op voorhand uit te sluiten dat er sprake is van (tijdelijke) negatieve impact op de wezenlijke waarden en kenmerken van bovengenoemd gebieden. Aanvullend (veld)onderzoek is niet noodzakelijk.
3 4
http://www.synbiosys.alterra.nl/natura2000/googlemapszoek2.aspx https://kaartbank.brabant.nl/viewer/app/natuurbeheerplan
15
o) ecoresu Kíeinder Liempde
Den'Berg
Lennisheuvel
Kampina
Liempde
Oisterwijkse Vennen
Kampina
Hazelaar Vrilkhoven
Oisterwijkse Vennen
Krrtderbos
Heikani eiHgeboom
Tregeiaar Polsdonken
Kattenberg
Evenhetwd
Spoordonk Pandç
Verrent üeveld
Svatón Botemijk
Afbeelding 3: Natura 2000 in de omgeving van het plangebied (rood omcirkeïd).
snepsemo
’"■te* ':'"n
««w -....,
nřJA
Afbeelding 4: NNN (groen en oranje) rondom het plangebied (rood omcirkeld). Bron: httpsd/kaartbank. brabant. nl/viewer/app/natuurbeheerplan
16
ecoresult
5
Onderzoeksresultaten beschermde soorten
5.1
Algemeen
Het verkennend veldonderzoek is uitgevoerd op 09-03-2018 door K. van Veen, ecologisch deskundige5 bij Ecoresult B.V Het complete plangebied is - daar waar nodig - met hulp van een verrekijker onderzocht. Omdat enkel binnen een deel van het plangebied werkzaamheden plaats vinden (zie afbeelding 1) zal hoofdstuk 5 specifiek over dit onderdeel in gaan. Waar nodig, bij mogelijke externe effecten, zal de omgeving buiten dit gebied bij de effectenbeoordeling worden betrokken De Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) is geraadpleegd om een indruk te krijgen over de aanwezigheid van beschermde soorten rondom het plangebied. Dit betreffen waarnemingen in de omgeving van het plangebied gedurende de afgelopen 5 jaar. Voor zover bekend zijn andere bronnen met relevante informatie afwezig. Op basis van het bronnenonderzoek en de aanwezige habitats was een goede inschatting van de potenties en aan- of afwezigheid van de beschermde soorten te maken. Voorliggende quickscan heeft een geldigheid van maximaal 3 jaar na uitvoering van het onderzoek.
5.2
Soorten Vogelrichtlijn
5.2.1
Bronnenonderzoek
5
Voor een definitie van ecologisch deskundige wordt verwezen naar https://mijn.rvo.nl/ecologischdeskundige?inheritRedirect^rue
17
o) ecoresult Soort
Soortgroep
Afstand
Boomvalk Buizerd Gierzwaluw Grote Gele Kwikstaart Havik Huismus Kerkuil Ooievaar Ransuil Roek Slechtvalk Sperwer Steenuil Wespendief Oehoe Sechtvalk Zwarte Wouw
Vogels met vaste rust of verblijfplaats Vogels met vaste rust of verblijfplaats Vogels met vaste rust of verblijfplaats Vogels met vaste rust of verblijfplaats Vogels met vaste rust of verblijfplaats Vogels met vaste rust of verblijfplaats Vogels met vaste rust of verblijfplaats Vogels met vaste rust of verblijfplaats Vogels met vaste rust of verblijfplaats Vogels met vaste rust of verblijfplaats Vogels met vaste rust of verblijfplaats Vogels met vaste rust of verblijfplaats Vogels met vaste rust of verblijfplaats Vogels met vaste rust of verblijfplaats Vogels met vaste rust of verblijfplaats Vogels met vaste rust of verblijfplaats Vogels met vaste rust of verblijfplaats
0- 1 km 0- 1 km 0- 1 km 0- 1 km 0- 1 km 0- 1 km 0- 1 km 0- 1 km 0- 1 km 0- 1 km 0- 1 km 0- 1 km 0- 1 km 0- 1 km 1 - 5 km 1 - 5 km 1 - 5 km
Tabel 2: Waargenomen vogels met vaste rust- of verblijfplaatsen binnen een afstand van 5 km van het plangebied. Bron: NDFF - quickscanhulp, geraadpleegd op 13-03-2018
5.2.2
Verkennend veldonderzoek
Het plangebied is geschikt voor vogels met jaarrond vaste rust- en verblijfplaatsen in gebouwen. Huismus is aanwezig op de boerderij ten oosten van de varkensstallen. Op dit gebouw zijn huismussen waargenomen op de dakrand bij het dakpannen dak aan de noordoost zijde. De varkensstallen zijn ongeschikt voor vogels met jaarrond beschermde nesten op gebouwen. Het dak van de varkensstallen bestaat uit een enkelplaats golfplaten (asbest) dak op panlatten. De dakrand van beide schuren is voor circa 70% afgesloten door middel van dubbeltjesgaas. De delen van het dak die open zijn betreffen grote openingen tussen de bovenzijde van de golfplaten en de panlatten. Deze ruimten zijn volledig geïnspecteerd met behulp van een zaklamp. Naast nesten van kauw zijn er geen andere nesten aangetroffen. Derhalve is aanwezigheid van huismus in het plangebied uitgesloten. Tijdens het veldbezoek zijn in het plangebied geen huismussen aangetroffen en ook geen sporen van nesten van de soort onder de dakrand. De twee schuren zijn uitvoering geïnspecteerd op de aanwezigheid van uilen. De bebouwing is niet betreedbaar voor uilen. Er zijn geen openingen waardoor soorten als kerkuil of steenuil binnen in de bebouwing kunnen komen. Aan de buitenzijde van de varkensstallen zijn houten boeiborden aanwezig die op enkele plaatsen gebroken zijn.
Deze openingen zijn geïnspecteerd echter zijn nergens sporen van aanwezigheid van uilen aangetroffen. Andere openingen in de bebouwing zijn niet aanwezig. Bomen zijn enkel buiten het plangebied aanwezig. Dit betreffen eiken, esdoorns en gewone es met onderbegroeiing van struiken. In de naast het plangebied aanwezige bomen zijn geen boomholten of boomnesten waargenomen. 18
ecoresult 5.2.2.1
Nietjaarrond beschermde nesten
Het plangebied is potentieel geschikt als niet essentieel functioneel leefgebied (foerageergebied) voor vogels met niet jaarrond beschermde nesten zoals koolmees, pimpelmees en spreeuw. 5.2.2.2
Algemene broedvogels
Het plangebied is potentieel geschikt als voortplantingsplaats voor algemene vogels (gebouwbroeders). Verscheidene andere algemene vogels zijn waargenomen in en om het plangebied tijdens het veldbezoek: kauw, Turkse tortel, roodborst en merel.
5.2.3
Effectbeoordeling en toetsing
5.2.3.1
Jaarrond beschermde nesten
Het plangebied is geschikt voor huismus. Huismus is aanwezig op de boerderij binnen het plangebied. De te slopen varkensstallen zijn ongeschikt voor vogels met jaarrond beschermde nesten op gebouwen. Omdat er enkel werkzaamheden plaats vinden ter plaatse van de varkensstallen zijn negatieve effecten op de huismus uitgesloten. De boerderij bevindt zich op voldoende afstand tot de werkzaamheden waardoor verstoring met wezenlijke invloed niet van toepassing is. Rondom de varkensstallen is tevens geen functioneel leefgebied van huismus aanwezig waardoor negatieve effecten door verstoring ook voor deze functie is uitgesloten. Aanvullend onderzoek is niet nodig. Het aanvragen van een ontheffing of het treffen van aanvullende maatregelen is niet nodig. 5.2.3.2
Nietjaarrond beschermde nesten
Vogels met niet jaarrond beschermde nesten zijn vogels die weliswaar vaak terugkeren naar de plaats waar zij het jaar daarvoor hebben gebroed of de directe omgeving daarvan en die wel over voldoende flexibiliteit beschikken om, als de broedplaats verloren is gegaan, zich elders te vestigen. Deze zijn buiten het broedseizoen niet beschermd. Categorie 5-soorten zijn wel jaarrond beschermd als zwaarwegende feiten of ecologische omstandigheden dat rechtvaardigen. Het plangebied is enkel geschikt als niet essentieel functioneel leefgebied voor vogels met niet jaarrond beschermde soorten. Negatieve effecten zijn hierdoor uitgesloten. 5.23.3
Algemene broedvogels
Het plangebied is potentieel geschikt als voortplantingsplaats voor algemene vogels Nesten van deze vogels vallen alleen tijdens het broedseizoen onder de bescherming van de wet. Het betreft lokaal en regionaal algemene vogels. Tijdelijke schadelijke effecten door uitvoering van de werkzaamheden op bezette nesten van algemene vogels zijn te 19
o) ecoresult voorkomen (in gebruik zijnde vogelnesten mogen in principe nooit worden verstoord) door buiten het broedseizoen te werken (buiten grofweg de periode 15 maart - 15 augustus).
5.3
Soorten Habitatrichtlijn
5.3.1
Bronnenonderzoek
Soort
Soortgroep
Afstand
Boomkikker Kamsalamander Fbel kikker Gevlekte witsnuit li bel Gewone dwergvleermuis Gewone grootoorvleermuis Hei kikker Rugstreeppad Bever Bosvleermuis Franjestaart Laatvlieger Rosse vleermuis Ruige dwergvleermuis Watervleermuis
Amfibieën Amfibieën Amfibieën Insecten- Libellen Zbogdieren Zbogdieren Amfibieën Amfibieën Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren
0- 1 km 0- 1 km 0- 1 km 0- 1 km 0- 1 km 0- 1 km 1- 5 km 1- 5 km 1- 5 km 1- 5 km 1- 5 km 1- 5 km 1- 5 km 1- 5 km 1- 5 km
Tabel 3: Waargenomen habitatrichtlijnsoorten binnen een afstand van 5 km van het plangebied. Bron: NDFF - quickscanhulp, geraadpleegd 13-03-2018.
5.3.2
Verkennend veldonderzoek
5.3.2.1
Vleermuizen
De varkensstallen zijn ongeschikt voor vaste rust- en verblijfplaatsen van gebouwbewonende vleermuizen. De bebouwing in de varkensstallen bestaat uit cementblokken aan de binnenzijde waar een bakstenen muur tegenaan is gebouwd. Deze twee lagen zijn met specie aan elkaar vast gemaakt en hiertussen zijn geen ruimten aanwezig. Andere ruimten in de muren die potentieel door vleermuizen gebruikt kunnen worden zijn niet aanwezig. Op enkele plekken zijn dunnen kieren aanwezig die door vleermuizen gebruikt kunnen worden om in de binnenzijde van de schuren te komen. De binnenzijde van de schuren hangen echter vol met spinnenwebben en spinnenrag en op geen locatie zijn sporen aanwezig van een hangplek van vleermuizen zoals gewone grootoorvleermuis. Het dak bestaat uit een enkelplaats golfplaten dak op panlatten. De ruimten onder het dak zijn groot en bieden voor vleermuizen geen gunstige plek voor vaste rust- en verblijfplaatsen. Derhalve is aanwezigheid van vleermuizen uitgesloten. De boerderij is potentieel geschikt voor vleermuizen. Verblijfplaatsen kunnen zich hier bevinden 20
ecoresult onder het dakvlak van de dakpannen, achter raamluiken of in het rieten dak. Soorten die hier aangetroffen kunnen worden zijn hoofdzakelijk gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis en laatvlieger. Bomen zijn in het plangebied afwezig. In de bomen grenzend aan het plangebied zijn geen holten zoals spechtengaten of rottingsholten aanwezig die door vleermuizen gebruikt kunnen worden. Het plangebied is geschikt als (niet) essentieel functioneel leefgebied voor vleermuizen (foerageergebied en vliegroute). (Beschutte) lijnvormige elementen in de vorm van bomenrijen zijn aanwezig. In de omgeving zijn echter op voorhand genoeg alternatieven aanwezig die door vleermuizen blijvend gebruikt kunnen worden. 53.2.2
Overige Habitatrichtlijn soorten
Het plangebied is ongeschikt voor andere volgens het bronnenonderzoek in de omgeving aanwezige habitatrichtlijnsoorten. Aanwezigheid van heikikker, poelkikker, kamsalamander, boomkikker, bever en gevlekte witsnuitlibel is uitgesloten wegens de afwezigheid van (open) water in het plangebied. Aanwezigheid van rugstreeppad tijdens de werkzaamheden is niet uitgesloten. Indien tijdens de werkzaamheden graafwerkzaamheden plaats vinden en een (tijdelijke) pionierssituatie met open grond ontstaat kan rugstreeppad zich vestigen.
5.3.3
Effectbeoordeling en toetsing
5.3.3.1
Vleermuizen
De varkensstallen zijn ongeschikt voor gebouwbewonende vleermuizen. De binnen het plangebied gelegen boerderij is wel geschikt voor vleermuizen. Omdat er enkel werkzaamheden plaats vinden ter plaatse van de varkensstallen zijn negatieve effecten op vleermuizen uitgesloten. De boerderij bevindt zich op voldoende afstand tot de werkzaamheden waardoor verstoring niet van toepassing is. Aanvullend onderzoek is niet nodig. Het aanvragen van een ontheffing op de Wet natuurbescherming of het treffen van aanvullende maatregelen is niet nodig. 5.3.3.2
Rugstreeppad
Indien tijdens de werkzaamheden een zandige vlakte ontstaat of er een zanddepot aanwezig is, is aanwezigheid van rugstreeppad niet uitgesloten. Er kunnen maatregelen worden getroffen om te voorkomen dat rugstreeppad zich vestigt. Maatregelen om te voorkomen dat rugstreeppadden zich vestigen op het werkterrein: ^ Op het werkterrein wordt voorkomen dat er (tijdelijke) grond- en/of zanddepots en takkenbossen ontstaan die als resp. voortplantingshabitat of functioneel leefgebied van rugstreeppad zouden kunnen functioneren. 21
ecoresult ^
Indien niet voorkomen kan worden dat grond- en/of zanddepots meer dan 4 weken blijven liggen, dienen deze grond- en/of zanddepots direct na afwerking afgedekt te
^
worden met landbouwplastic of aan de onderzijde een goed afsluitend zeildoek, of; Het plaatsen van paddenwerende schermen rondom het werkterrein of de zanddepots. De schermen zijn 50 centimeter hoog en steken minimaal 10 centimeter in de grond. Deze schermen dienen regelmatig gecontroleerd te worden op
^
scheuren of gaten. Het voorkomen van vorming van ondiepe plassen op het werkterrein.
^
Deze maatregelen dienen tevens getroffen te worden voorafgaand aan de winterrustperiode van rugstreeppad. Deze loopt globaal van oktober tot en met maart. Afhankelijk van het seizoen en de weersomstandigheden kan deze periode langer dan wel korter zijn. De geschiktheid van de periode voor het uitvoeren van de
werkzaamheden dient te worden bepaald door een deskundige op het gebied van rugstreeppad. Indien ondanks het treffen van maatregelen zich onverhoopt toch rugstreeppadden op het terrein vestigen mogen aanwezige rugstreeppadden, door een ecologisch deskundige, over kleine afstanden en binnen korte tijd verplaatst worden naar geschikt habitat buiten het werkterrein om ze te beschermen tegen nadelige gevolgen van de werkzaamheden. Voor deze handeling is geen ontheffing van de Wet natuurbescherming nodig, omdat het niet de bedoeling is de dieren (definitief) aan de natuur te onttrekken. 5.3.3.3
Overige soorten
Het plangebied is ongeschikt voor vaste rust- en verblijfplaatsen of als essentieel functioneel leefgebied van andere habitatrichtlijnsoorten. Negatieve effecten zijn uitgesloten. Er hoeven geen aanvullende maatregelen
5.4
Nationaal beschermde soorten
5.4.1
Bronnenonderzoek NDFF
22
ecoresult Soort
Soortgroep
Provinciale vrijstelling NoordBrabant Bastaardkikker Amfibieën 0- 1 km ja Bruine kikker Amfibieën 0- 1 km ja Gewone pad Amfibieën 0- 1 km ja Kl ei ne watersal amander Amfibieën 0- 1 km ja kleine ijsvogel vlinder Insecten- Dagvlinders 0- 1 km nee Bosbeekjuf fer Insecten- Libellen 0- 1 km nee Hazelworm Rept el en 0- 1 km nee Levendbarende hagedis Rept el en 0- 1 km nee Ringslang Rept el en 0- 1 km nee Aardmuis Zoogdieren 0- 1 km ja Bosmuis Zoogdieren 0- 1 km ja Damhert Zoogdieren 0- 1 km nee Das Zoogdieren 0- 1 km nee Dwergmuis Zoogdieren 0- 1 km ja Dwergspitsmuis Zoogdieren 0- 1 km ja Eekhoorn Zoogdieren 0- 1 km nee Egel Zoogdieren 0- 1 km ja Haas Zoogdieren 0- 1 km ja Huisspitsmuis Zoogdieren 0- 1 km ja Konijn Zoogdieren 0- 1 km ja Ree Zoogdieren 0- 1 km ja Veldmuis Zoogdieren 0- 1 km ja Vos Zoogdieren 0- 1 km ja Al penwatersal amander Amfibieën 1- 5 km nee Vinpootsal amander Amfibieën 1- 5 km nee Vuursal amander Amfibieën 1- 5 km nee bruine eikenpage Insecten- Dagvlinders 1- 5 km nee grote weerschij nvl i nder Insecten- Dagvlinders 1- 5 km nee Beekrombout Insecten- Libellen 1- 5 km nee Kwabaal Vissen 1- 5 km nee Bunzing Zoogdieren 1- 5 km nee Ondergrondse woel muis Zoogdieren 1- 5 km ja Steenmarter Zoogdieren 1- 5 km nee Waterspitsmuis Zoogdieren 1- 5 km nee Wezel Zoogdieren 1- 5 km nee Tabel 4: Waargenomen Nationaal beschermde soorten (Andere soorten Ş 3.3 Wnb) binnen een
afstand van 5 km van het plangebied. Bron: NDFF quickscanhulp, geraadpleegd 13-03-2018.
5.4.2
Verkennend veldonderzoek
5.4.2.1
Grondgebonden zoogdieren
Afstand
Het plangebied is enkel geschikt voor Nationaal beschermde soorten zoogdieren waarvoor 23
ecoresult in Noord- Brabant een provinciale vrijstelling geldt. Dit betreffen egel en verschillende soorten muizen. Het plangebied bestaat uit twee schuren en een weide met alpaca’s. (Groen)structuren in de vorm van bosschages, bomen, houtstapels of ruige terreinen zijn niet aanwezig. Daarnaast zijn in het plangebied geen grondholen aanwezig waardoor geschikt habitat voor vaste rust- en verblijfplaatsen en functioneel leefgebied van wezel, bunzing, hermelijn, damhert, das, eekhoorn en waterspitsmuis ontbreekt. Een eventueel passerende kleine marterachtige is niet uitgesloten echter vormt het plangebied wegens het ontbreken van dichte groenstructuren niet tot blijvend functioneel leefgebied. De varkensstallen zijn ongeschikt voor steenmarter. In de bebouwing is geen verlaagd plafond aanwezig of andere afgesloten ruimten die door steenmarter gebruikt kunnen worden. In en rondom de bebouwing zijn daarnaast geen sporen zoals prooiresten, latrines of vraatsporen aangetroffen die kunnen wijzen op aanwezigheid van de soort. 5.4.2.2
Amfibieën en reptielen
Het plangebied is enkel geschikt voor passerende Nationaal beschermde soorten amfibieën waarvoor in Noord- Brabant een provinciale vrijstelling geldt. Geschikt voortplantings habitat of functioneel leefgebied is afwezig. Dit betreffen o.a. de bruine kikker en gewone pad. Het plangebied is ongeschikt voor ringslang, hazelworm, levendbarende hagedis, alpenwatersalamander of vinpootsalamander. In het plangebied ontbreekt geschikt leefgebied in de vorm van open water, houtwallen, ruige terreinen of poelen. In het plangebied is enkel gazon en bebouwing aanwezig. Derhalve is aanwezigheid uitgesloten.
5.4.3
Effectbeoordeling en toetsing
Het plangebied is enkel geschikt voor Nationaal beschermde soorten waarvoor in de provincie Noord- Brabant een vrijstelling geldt. Aanvullend onderzoek naar deze soorten is niet noodzakelijk. Wel geldt te allen tijde de zorgplicht. Dit houdt in dat indien mogelijk schadelijke effecten op egel en verschillende soorten muizen zoveel mogelijk dient te worden voorkomen. Te denken valt aan het werken in één richting waarbij de dieren een vlucht mogelijkheid hebben.
24
ecoresult
6
Conclusies en aanbevelingen
6.1
Beschermde gebieden
6.1.1
Wet natuurbescherming
Op basis van de afstand tot het plangebied en de aard van de werkzaamheden valt voorhand uit te sluiten dat de activiteiten de natuurlijke kenmerken van Natura 2000gebieden zullen aantasten. Aanvullend onderzoek is niet noodzakelijk. Het aanvragen van een ontheffing of vergunning is niet nodig.
6.1.2
Verordening ruimte
Op basis van de afstand tot het plangebied en de aard van de werkzaamheden valt voorhand uit te sluiten dat de activiteiten negatieve effecten hebben op het Natuurnetwerk Nederland (NNN), Gemeentelijke groenstructuren en Belangrijke weidevogelgebied. Aanvullend onderzoek is niet noodzakelijk. Het aanvragen van een vergunning is niet nodig.
6.2
Beschermde soorten
6.2.1
Soorten Vogelrichtlijn
6.2.1.1
Jaarrond beschermde nesten
Het plangebied is ongeschikt voor vaste rust- en verblijfplaatsen of als essentieel functioneel leefgebied voor vogels met jaarrond beschermde nesten in gebouwen en bomen. Negatieve effecten zijn uitgesloten. Het aanvragen van een ontheffing op de Wet natuurbescherming of het treffen van aanvullende maatregelen is niet nodig. 6.2.1.2
Nietjaarrond beschermde nesten
Het plangebied is enkel geschikt als niet essentieel functioneel leefgebied voor vogels met niet jaarrond beschermde soorten. Negatieve effecten zijn hierdoor uitgesloten.
25
ecoresult 6.2.1.3
Algemene broedvogels
Het plangebied is potentieel geschikt als voortplantingsplaats voor algemene vogels. Het betreft lokaal en regionaal algemene vogels. Tijdelijke schadelijke effecten door uitvoering van de werkzaamheden op bezette nesten van algemene vogels zijn te voorkomen (in gebruik zijnde vogelnesten mogen in principe nooit worden verstoord) door buiten het broedseizoen te werken (buiten grofweg de periode 15 maart - 15 augustus). Broedvogels die zich in het plangebied vestigen na de uitvoeringsperiode en onderhevig zijn aan het nieuwe gebruik (campingterrein) zijn aanwezig ondanks de aanwezigheid van mensen.
6.2.2
Soorten Habitatrichtlijn
6.2.2.1
Rugstreeppad
Aanwezigheid van rugstreeppad tijdens de werkzaamheden is op voorhand niet uitgesloten. Er kunnen maatregelen worden getroffen om vestiging van rugstreeppad tegen te gaan (zie paragraaf 5.3.3.2). 6.2.2.2
Overige habitatrichtlijnsoorten
Het plangebied is ongeschikt voor andere vaste rust- en verblijfplaatsen of als essentieel functioneel leefgebied voor habitatrichtlijnsoorten.
6.2.3
Nationaal beschermde soorten
Het plangebied is enkel geschikt voor Nationaal beschermde soorten flora en fauna waarvoor in de provincie Noord- Brabant een vrijstellingsbesluit van kracht is. Voor deze soorten is er geen ontheffing vereist en aanvullend onderzoek is niet noodzakelijk. Wel geldt voor deze soorten de algemene zorgplicht. Dit houdt in dat indien mogelijk schadelijk effect op soorten (spits)muizen zoveel mogelijk dient te worden voorkomen. Te denken valt aan het verplaatsen van dieren naar veilige locaties buiten het werkgebied indien zij aangetroffen worden tijdens de werkzaamheden.
26
ecoresult
7
Geraadpleegde bronnen
7.1
Literatuur
7.2
Internet
Beschermde gebieden http://www.synbiosys.alterra.nl/natura2000/googlemapszoek2.aspx https://kaartbank.brabant.nl/viewer/app/natuurbeheerplan
Nationale Databank Flora en Fauna http://app.quickscanhulp.nl/ Natuurwetgeving en kennisdocumenten httpYMetten.overheid.n^BWBR0037552^017-01-01#Hoofdstuk2 www.rvo.nl https://www.bij12.nl/onderwerpen/natuur-en-landschap/kennisdocumenten-soortenontheffingen-wet-natuurbescherming/ PDOK - Publieke Dienstverlening op de Kaart http://pdokviewer.pdok.nl Vleermuisprotocol 2017 http://www.netwerkgroenebureaus.nl/werken-aan-kwaliteit/vleermuisprotocol
27
ecoresult
Bijlage 1
Foto-impressie plangebied
ĮBľ ijgEv mm
In het plangebied aanwezige varkensstallen. Foto: K. van Veen | Ecoresult B. V.
Weide met alpaca’s aan de noordzijde van het plangebied. Op de achtergrond de boerderij Foto: K. van Veen | Ecoresult B.V."
29