CConstaterende datBergen (L)
Koppel je AI →
Document · PDF

Vragen aan Stuurgroep Mss

Gemeenteraad 9 juli 2024, gemeente Bergen (L)Bij agendapunt: Continuïteitsplan Mutsaersstichting en steunvraag gemeenten;3.311 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Niet gevonden in dit document.

g emeent

e

BERnEN Postbus 140, 5854 ZJ Bergen Telefoon (0485) 34 83 83 Telefax (0485) 34 28 44

Verzonden per e-mail: f.schatorje@venlo.nl Bestuurlijke stuurgroep herstelplan MSS T.a.v. de heer F. Schatorjé Met cc aan:

E-mail info@bergen.nl www.bergen.nl

Lysias: de heer M. Benard : marcetbenard@tysiasadvies.nt Gemeenteraad Bergen Alle colleges van de regiogemeenten (Midden en Noord): Beesel: bob.vostermans@beesel.nl; bstuurssecretariaat@beeset.nt Gennep: h.teunissen@gennep.nl; bestuurssecretariaat@gennep.nl Horst aan de Maas: r.patmen(ahorstaandemaas.nt; a.jacobs@horstaandemaas.nt Mook en Middetaar:inge.vandijk@mookenmiddelaannt; bestuurssecretariaat@mookenmiddetaar.nt Peel en Maas: wilma.delissen@peelenmaas.nl; bes@peetenmaas.nt Venlo: a.schotten@vento.nt; m.brings@vento.nt Venray: michiet.uitdehaag@venray.nt ; monique.lamers@venray.nt Echt-Susteren: burgemeester@echt-susteren.nt of j.hessets@echt-susteren.nt; kabinet@echt-susteren.nl Leudal: d.schmalschlaeger@leudal.nl; bmo@leudal.nl Maasgouw: d.schneider@gemeentemaasgouw.nt; bestuursondersteuning@gemeentemaasgouw.nl Nederweert: burgemeester@nederweertnt ; bestuurssecretariaat@nederweert.nl Roerdalen: monique.deboer@roerdalen.nl; bmo@roermdalen.nl Roermond: yotandahoogtanders@roermond.nt; bestuurssecretariaat@roermond.nl Weert: r.vtecken@weert.nt; j.verdonschot@weert.nl Bezoekadres:

1

Raadhuisstraat 2 5854 AX Nieuw Bergen ......

Datum: 7 juni 2024 Uw kenmerk: uw brief van 29 mei 2024 Ons kenmerk: 94363 Onderwerp: Continuïteitsplan Mutsaersstichting

Geachte stuurgroep, Naar aanleiding van uw brief d.d. 29 mei 2024 waarin u aangeeft bereid te zijn nog vragen te beantwoorden, maken wij graag gebruik van deze mogelijkheid. In aansluiting op de opmerking in uw brief over solidariteit, zijn wij van mening dat juist in het kader van onderlinge betrokkenheid en commitment het stellen van (kritische) vragen bijdraagt aan het verkrijgen van alle noodzakelijke informatie om een weloverwogen beslissing te kunnen nemen. Ons college is daarin adviserend naar de gemeenteraad. Voor het goede begrip van het tot nu toe gelopen proces en daarin gemaakte afwegingen en besluitvorming, willen we graag per omgaande beschikken over de notulen van de overleggen van de bestuurlijke stuurgroep herstelplan MSS alsmede alle notulen die aan voornoemd proces vooraf zijn gegaan. De problematiek speelt kennelijk al langer dan november 2023. Graag wenst ons college uitdrukkelijk te benadrukken dat zij de kinderen, die thans in behandeling zijn bij de Mutsaersstichting, een zeer warm hart toedraagt. Ook ons college streeft, net zoals alle gemeente van Noord- en Midden Limburg, naar continuïteit van de zorg voor deze kinderen. Ons college is evenwel van mening dat er meer wegen naar Rome leiden. In casu lijken er immers meer opties te zijn om continuïteit van deze zorg te kunnen waarborgen.

Derhalve is deugdelijk onderzoek, (voorafgaande aan de definitieve besluitvorming in dezen) noodzakelijk en onontbeerlijk. Uitgangspunten voor de toetsing van het continuïteitsplan zijdens ons college en aansluitend onze vragen t.b.v. de raad (schuingedrukt): Kritische benadering inzake het opgeleverde Herstelplan c.q. Continuïteitsplan Gemeenten zijn verantwoordelijk voor de continuïteit van de zorg, maar niet verantwoordelijk voor de instandhouding van (commerciële) zorginstellingen. Het lijkt er nu op dat gemeenten impliciet toch deze (commerciële) zorginstellingen in stand moeten gaan houden. Vraag: kunt u gemotiveerd aangeven waarom de stuurgroep meent dat van het `in standhouden van zorginstellingen'in casu uitdrukkelijk géén sprake zou zijn? Het Herstelplan van 25 maart 2024 (trede 3) is zonder nadere toelichting één op één omgezet in een continuïteitsplan (trede 4) (hierna te noemen: plan). Dit terwijl er nadien toch cruciale nieuwe feiten aan het licht zijn gekomen, die maken dat de haalbaarheid van het plan ons inziens onder druk is komen te staan. De haalbaarheid is evenwel niet opnieuw getoetst. Vraag: komt er op zeer korte termijn nog een herziening van het plan waarin onder meer alle laatste ontwikkelingen zijn meegenomen? Zo nee: waarom acht de stuurgroep dit niet noodzakelijk? 2

Het plan is mede gebaseerd op de bevindingen van PWC. De waarde van het OG blijkt achteraf van veel lagere waarde (waarbij zij opgemerkt dat achteraf ook is gebleken dat er ook nagenoeg geen zekerheden kunnen worden gevestigd). Dit roept bij het college vraagtekens op over de betrouwbaarheid en validiteit van het financiële onderzoek en daarmee ook de vraag of de haalbaarheid van het plan (nog steeds) reëel is. Vraag: kunt u aangeven waarom de stuurgroep van mening is dat vaststelling van een achteraf veel lagere waarde van het OG niet van invloed is op de uiteindelijke haalbaarheid van het plan en het dus daarom niet nodig zou zijn, de haalbaarheid van het plan opnieuw te toetsen? Vraag: zijn er nog schulden bij de Ontvanger? Zo ja, hoe hoog zijn deze? Tarieven In de tijpraatbijeenkomsten'welke zijn georganiseerd door Lysias, is aangegeven dat diverse via de vorige aanbesteding vastgestelde huidige tarieven, te laag zijn en deze tarieven kunnen, juridisch gezien, niet worden aangepast tot de eerstvolgende aanbesteding in 2026. (zie hiervoor ook de adviezen van Stibbe) Vraag: tarieven zijn nu al niet altijd kostendekkend.

In hoeverre heeft dit geconstateerde feit invloed op de haalbaarheid van het plan (lees: hoe groot is deze verliespost per maand/per jaar, dit uitdrukkelijk los van de overige kosten zoals bijvoorbeeld kosten voor bedrijfsvoering/personeel, etc.? Tarieven en daarmee de opbrengstenkant zouden immers (tot 2026 - nieuwe aanbesteding-) geen verliespost mogen zijn om de haalbaarheid van het plan te kunnen garanderen. Second opinion door onafhankelijk accountant Het college heeft vanaf januari 2024 de vraag gesteld of het mogelijk is om een onafhankelijke accountant om een second opinion te verzoeken. Dit werd eerder geweigerd omdat sprake was van trede 3. Thans is sprake van trede 4. Vraag: kan nu wel om een second opinion worden verzocht door de gemeenten, omdat nu sprake is van trede 4? Zo nee: waarom niet? Is hiervoor nog voldoende tijd? Kritische bevindingen IGJ De IGJ heeft de nodige vraagtekens gesteld, bij de haalbaarheid van het plan (zie brief van 8 mei 2024). Dit zijn min of meer dezelfde vraagtekens die het college voorafgaande aan voornoemd schrijven ook al had. De inspectie heeft getoetst of het plan volledig, realistisch en duurzaam is. Vraag: geeft de brief van de IGJ aanleiding om het plan op die punten te herzien c.q.

aan te scherpen en zodoende opnieuw te toetsen op de haalbaarheid op zowel de korte- als lange termijn? Zo ja: wat is hier dan de uitkomst van? De IGJ heeft (globaal) de volgende aanmerkingen op het plan: a.) loskoppelen van de kwaliteit en de voorgenomen bedrijfsmatige gevolgen lijken volgens de IGJ niet logisch (kwaliteit vs bedrijfsvoering).

3

b.) Wat is het effect van het faillissement van Buro Maks voor de Mss voor de haalbaarheid van het plan? (denk ook aan verloren gaan van eerder verstrekte gelden door Mss aan Buro Maks) c.) Het plan voorziet niet in een lange termijn doorberekening van de business case van de Mss, waarmee voor de lange termijn naar een positief resultaat kan worden gewerkt. d.) Hoe gaat de Mss de subsidie `continuïteit cruciale Jeugdzorg'van 3 mln. euro in 1jaar terugbetalen aan het Rijk? e.) De status van het achterstallig onderhoud (in eigendom/gehuurd) is niet (voldoende) meegenomen in het plan. Er ontbreekt een strategische vastgoedplanning. f.) Korte- en langetermijnplanning, visie en gevolgen, inzake de infrastructurele voorziening voor de Wijnbergschool is onvoldoende belicht in het plan. g.) ICT-investeringen zijn on hold gezet. Dat lijkt niet logisch (transparantie richting bedrijfsvoering noodzakelijk i.v.m. onder meer (toetsing) van de kwaliteit van de zorg). h.) De samenwerkingen en deelnemingen van de Mss worden opnieuw geëvalueerd. Echter in het plan wordt niet gesproken over de eventuele beslissingen in dezen en de gevolgen hiervan (mede) op de lange termijn. i.) Hoe wordt de Mutsaers Academie concreet gemaakt en welke prioriteit heeft dit plan in het geheel? j.) Het plan spreekt van een reductie van het bestuur.

Onvoldoende is gemotiveerd waarom hiervoor is gekozen (mede gezien het feit dat de bedrijfsvoering in het verleden te wensen over liet en thans transparantie wordt geëist richting allerlei instanties ). Een eenhoofdig bestuur lijkt vooralsnog daarom geen reële optie. Systeemproblematiek in het zorglandschap Het geval van de Mutsaersstichting staat niet op zich. Het lijkt erop dat er een systeemprobleem is in het zorglandschap (en dan met name in Limburg). Dit probleem is te groot voor de jeugdregio's en dus voorlopig nog niet opgelost. Hiervoor is ondersteuning van het ministerie, VNG, JA en de inspectie nodig. Het ministerie van VWS heeft daarom inmiddels een Taskforce opgericht. Dit systeemprobleem zal niet worden opgelost door (steeds) gemeenten te verzoeken om een financiële bijdrage (vergelijk ook het geval Xonar en Buro Maks). Vraag: gezien het voorgaande lijkt het erop dat het plan enkel voorziet in `pleisters plakken'en dus slechts een oplossing biedt op de (zeer) korte termijn, terwijl de problematiek (met name ook door de geografische ligging in Limburg) niet zonder bijstand van het Rijk kan en het plan slechts een mogelijke oplossing zal bieden voor enkel de lange termijn en ook op deze lange termijn de haalbaarheid hiervan niet kan worden gegarandeerd. In hoeverre deelt de stuurgroep deze stelling.

Zo nee: kunt u onderbouwen waarom niet? Faillissement Zowel bij faillissement als bij het verstrekken van een financiële bijdrage op grond van het plan, zijn er (financiële) risico's. Het lijkt erop dat er toch meerdere opties zijn. De gevolgen van een eventueel faillissement zijn volgens ons college evenwel onderbelicht en onvoldoende uitgewerkt zodat een afweging (subsidie verstrekken of failliet laten gaan) lastig is af te wegen. In geval van faillissement zal het Rijk zorgdragen voor de continuïteit van cruciale zorg (vangnetstichting).

4

Vraag: is het niet zo dat uitsluitend een bank om een bijdrage/lening kan worden verzocht bij faillissement? Een curator dient alsdan min of meer een haalbare terugbetalingsverplichting te garanderen? Geldt een eventuele terugbetalingsverplichting dan niet ook voor gemeenten indien er sprake zou zijn van een (verplichte) boedelbijdrage in de vorm van een lening? Vraag: bij een faillissement dienen misschien gemeenten een boedelbijdrage te leveren omdat gemeenten verantwoordelijk zouden kunnen worden gehouden voor de continuïteit van de zorg. Echter de samenstelling naar kostensoort is zo mogelijk anders en lager dan bij het huidige plan? Mogelijkerwijs zijn kosten als 2,5 miljoen voor onvoorziene uitgaven, afstoten diverse deelnemingen, transitiekosten personeel, etc. bij faillissement niet aan de orde? Vraag: zijn de kosten daarom dan misschien niet vele malen lager en dan dus ook een eventuele boedelbijdrage? Wat kunnen dan de kosten zijn (toelichting op basis van een cijfermatige onderbouwing).

Vraag: kan het fraude onderzoek wellicht dan verlopen via het OM? En kunnen alsdan kosten worden bespaard? Dit ook in verband met het feit dat het OM wél inzage krijgt/heeft in alle documenten en bescheiden? Zie hiervoor ook het kopje hierna: Traudeonderzoek(en)' Vraag: in hoeverre kan de FIOD hier ook mede een rol in spelen? Vraag: komt de financiële last (bij faillissement) dan niet (uitsluitend) bij commerciële instelling(en) zelf te liggen in plaats van bij de burger? In hoeverre acht de stuurgroep dit gegeven relevant in haar beslissing (kiezen voor steun in plaats van de optie faillissement)? Lening verstrekt door het Rijk van 3 miljoen Wellicht is het Rijk bij faillissement ook haar verstrekte 3 miljoen kwijt indien de Mss binnen een jaar alsnog failliet gaat? De voorwaarde is echter dat deze lening binnen 1 jaar moet zijn terugbetaald. In het plan is niet goed onderbouwd hoe de Mss dit binnen1 jaar gaat doen. Zie hiervoor ook de opmerkingen onder het kopje: `kritische bevindingen IGJ' Vraag: zou het zo kunnen zijn dat het Rijk er thans vanuit gaat dat de Mss binnen 1jaar er weer financieel bovenop is, omdat een terugbetalingsverplichting van een jaar is geëist? Kan de stuurgroep bevestigen dat dit op juiste gronden is gebaseerd door het Rijk. Immers; het continuïteitsplan laat een geheel ander tijdsverloop zien (zo mogelijk pas na 10 jaar, of nog later).

Vraag: welk vooronderzoek heeft het Rijk uitgevoerd en op basis van welke gronden heeft het Rijk doen besluiten de Mss een lening te verstrekken met een terugbetalingsverplichting binnen 1 jaar? Welke stukken zijn door het Rijk hiervoor opgevraagd bij de Mss? Kan de stuurgroep hierover de nodige documentatie overleggen? Vraag: op staatssteun in zijn algemeenheid is in de eerder door de stuurgroep overgelegde stukken nog niet ingegaan, althans nog niet voldoende onderzocht. Wat is 5

de stavaza in dezen? Zie ook de opmerking gemaakt onder het kopje `Vergt deze systeemproblematiek geen regionale en landelijke politieke aandacht?' Overnameprijs thans dan wel overname prijs voor `doorstart' Aanvankelijk is bericht dat er thans geen overnamekandidaat is voor de Mss. Mogelijk ligt dat aan de hoogte van de overname prijs. Vermoed wordt dat een overname prijs bij een doorstart in gevat van faillissement echter vele malen lager zal liggen en dus een eventuele - snelle - bedrijfsovername realistischer, dan bij het coûte que coûte doorzetten van het plan waarvoor geen overname kandidaat beschikbaar zou zijn geweest. Een curator zal hier na faillissement terstond mee aan de slag moeten gaan. Van een reële doorstart zou daarom (weldegelijk) sprake kunnen zijn? Vraag: kan de stuurgroep hiervan op dit punt nog een nadere en goed (cijfermatige) onderbouwing overleggen alsmede ingaan op onze bovenvermelde stellingen, indien er sprake is van faillissement i.p.v. steun? Wat zijn de cruciale cijfermatige verschillen tussen beide opties (kiezen voor steun dan wel faillissement). Aansprakelijkheidsrisico's - Stibbe Advocaten heeft advies uitgebracht met een complete onderbouwing van mogelijke gevolgen voor een aansprakelijkheidsstelling achteraf. Deze stukken zijn daarom (zeer) terecht vertrouwelijk. Concurrent zorgaanbieders zouden immers hieruit een slaatje kunnen slaan.

Echter, inmiddels zijn deze stukken verstrekt aan alle colleges (en de raden). Mochten in het ergste geval deze stukken bij concurrent zorgaanbieders terechtkomen, dan dienen gemeenten rekening te houden met aansprakelijkheidstellingen en eventuele verzoeken om schadevergoeding. Vraag: in hoeverre acht de stuurgroep dat dit gebeurt reëel nu de stukken veelvuldig zijn gedeeld? Vraag: los van het voorgaande, hoe hoog acht de stuurgroep de kans dat gemeenten achteraf in verband met deze opgetuigde constructie, door (concurrent)derden aansprakelijk worden gesteld (dit geldt eens te meer daar Stibbe adviseert om als grondslag een `instandhoudingssubsidie'te verstrekken, waarvoor gemeenten eigenlijk niet aan de lat staan). Grondslag `instandhoudingssubsidie'en het aanbestedingsrecht Instandhoudingssubsidie en concurrent zorgaanbieders. Vraag: begeven gemeenten zich niet op zeer glad ijs, door (onder het mom van een instandhoudingssubsidie) financiële steun aan (een) commerciële zorginstelling(en) te leveren? En hoe verhoudt zich het `financiële belang'dat gemeenten na verstrekking van deze subsidie alsdan hebben met o.m. het aanbestedingsrecht bij de eerstvolgende aanbesteding? De lening loopt immers langer dan 10 jaar en de eerstvolgende aanbesteding is al in 2026. Concurrent zorgaanbieders zouden bij deze aanbesteding wel eens de nodige vragen kunnen stellen.

Zie hiervoor ook het advies van Stibbe (zij adviseren immers: `een algemene instandhoudingssubsidie'). Vereiste financiële ratio's niet haalbaar bij de eerstvolgende aanbesteding in 2026 - Er zijn zorgen over het gegeven dat de Mss over 1,5 jaar nog niet voldoet aan de voorwaarden die worden gesteld bij een (nieuwe) aanbesteding. Van invloed zijn alsdan 6

ook de actuele financiële ratio's. Vermoed wordt dat deze ratio's van de Mss tegen die tijd nog niet voldoende zijn. De stuurgroep is voornemens om de aanbestedingsvoorwaarden m.b.t. deze financiële ratio's daarom naar beneden bij te stellen, zodat ook de Mss mee kan doen met de aanbesteding. Verder is de zorg uitgesproken dat er door verlaging van de financiële ratio's inferieure zorgaanbieders zullen meedoen met een aanbesteding. Dan komt mogelijk weer de kwaliteit in het geding. Dat dient volgens de werkgroepen te worden voorkomen. Vraag: hoe dat kan worden voorkomen is vooralsnog nog ongewis. In hoeverre deelt de stuurgroep deze zorgen en heeft de stuurgroep hier inmiddels een oplossing voor gevonden? Vergt deze systeemproblematiek geen regionale en landelijke politieke aandacht? Nu financiële steun verlenen aan de Mutsaersstichting zou kunnen betekenen dat andere zorgaanbieders op termijn problemen in de bedrijfsvoering afwentelen op gemeenten. Dit is een zeer zorgelijke ontwikkeling die uitdrukkelijk politieke aandacht behoeft (zowel regionaal als landelijk). (vergelijk: Xonar, Buro Maks, Mutsaersstichting, etc.).

Vraag: in hoeverre garandeert de stuurgroep dat van een hernieuwde financiële bijdrage door gemeenten geen sprake is, op basis van het thans voorliggende plan (zonder de verzochte aanpassingen)? Zie hiervoor ook het kopje: `Systeemproblematiek in het zorglandschap' -

Het Rijk heeft al erkend dat er sprake is van systeemproblematiek (zie oprichting Taskforce). Gemeente Bergen pleit uitdrukkelijk voor landelijke (Rijk) en regionale (alle overige Limburgse gemeenten) aandacht hiervoor. Vraag: acht de stuurgroep het reëel en principieel correct dat gemeenten met deze (financiële) problematiek worden opgezadeld, terwijl deze problematiek in wezen voor het overgrote deel te maken heeft met falende (commerciële) bedrijfsvoering en zo mogelijk wanbeheer en dus is er geen sprake van continuïteit van de zorg maar uiteindelijk louter sprake van `het in stand houden van zorginstellingen'? Vraag: is dit redelijk tegenover andere zorgaanbieders die geen steun krijgen? Kan dan van gemeenten verlangd worden commerciële instellingen in stand te houden, juist nu de uitdrukkelijke insteek was: `marktwerking'? Vraag: kan de stuurgroep onderbouwen waarom het Rijk niet al op dit moment kan worden aangesproken om (financiële) oplossingen voor de Mss te formuleren? Het Rijk is immers `eindverantwoordelijke'

Fraudeonderzoek(en) - Fraudeonderzoek Vraag: de Mss is zelf doende met een fraudeonderzoek. Wat is de stavaza op dit moment? Zijn er al resultaten bekend? Welke info mag hierover wel en welke info mag/hoeft volgens u niet (te) worden gedeeld? Vraag: hebben gemeenten straks voor hun eigen onderzoek (al dan niet via de MGR) toegang tot alle bescheiden in de breedste zin des woords?

7

Zo nee: welke documenten zijn alsdan uitgesloten en welke stukken kunnen t.z.t. wel worden overgelegd? Waarom wel/niet? Zou een indeplaatstelling ook voordelen kunnen hebben? Het ministerie van VWS kan via interbestuurlijk toezicht uiteindelijk een besluit via indeplaatsstelling de gemeenten dwingen hun verantwoordelijkheid te nemen. Bij een indeplaatstelling zal het ministerie in het budgetrecht van de gemeenteraad treden en zodoende alsnog een financiële bijdrage af kunnen dwingen. Bij interbestuurlijk toezicht. In geval van het sociaal domein treedt het Rijk (in casu het ministerie van VWS) op als toezichthouder. Het interbestuurlijk toezicht is alleen gericht op de uitvoering van wettelijke medebewindstaken. Het is niet bedoeld om kwaliteit van de taakuitvoering te verbeteren. Ingrijpen gebeurt alleen als wettelijk vastgelegde medebewindstaken niet (juist) worden uitgevoerd. Of als besluiten in strijd zijn met het algemeen belang of het recht. Dan kan de toezichthouder gebruikmaken van deze instrumenten: a. Schorsing en vernietiging: als gemeenten of provincies besluiten nemen die in strijd zijn met het recht of het algemeen belang, kan de Kroon deze besluiten schorsen en/of vernietigen. Dit gebeurt bij Koninklijk Besluit. Om te bepalen of tot ingrijpen wordt overgegaan, doorloopt de toezichthouder een `interventieladder'.

Deze bestaat uit 6 stappen: van signaleren tot en met het definitief toepassen van het instrument b. Indeplaatsstelling bij taakverwaarlozing: als een gemeente of provincie een medebewindstaak verwaarloost, kan de toezichthouder die taak overnemen. Vraag: is het een optie om voor deze variant te kiezen, omdat zodoende het Rijk verplicht is om het continuïteitsplan te toetsen (mede op de financiële haalbaarheid daarvan)? En worden zodoende de aansprakelijkheidsrisico's (bijvoorbeeld waar Stibbe op wijst en de risico's t.a.v. de aanbesteding in 2026, etc.), die nu wordt afgewenteld op gemeenten, daarmee niet nihil? Immers, gemeenten kunnen alsdan naar het Rijk verwijzen? Vraag: op basis van welke (financiële) gegevens gaat het Rijk onderzoek doen? Wat als de Zuid-Limburgse gemeenten afzien van het verstrekken van financiële steun Als de Zuid-Limburgse gemeenten niet meedoen en het ministerie geen indeplaatsstelling oplegt, dan zal door de gemeenten Noord- en Midden Limburg een extra bijdrage worden verlangd. Vraag: hoe hoog wordt alsdan dit bedrag voor de gemeente Bergen? Graag ontvangt het college op bovenstaande vragen een schriftelijk antwoord. Deze brief alsmede uw antwoord op onze vragen zal worden gedeeld met de bovenvermelde adressen in cc. Alvast dank voor uw bericht.

8

Burgemeester en wethouders van Bergen (L),

De secretaris, ValidSigned door Bert Timmermans op 07-06-2024

H.H.M Timmermans

9

De burgemeester ValidSigned door Michael Rauner op 07-06-2024

M.H.D. Rauner

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14257281/1