CConstaterende datBergen
Koppel je AI →
Document · PDF

Toelichting Dorpsstraat 36 tm 42 Afferden vastgesteld

Gemeenteraad 30 mei 2023, gemeente BergenBij agendapunt: Gewijzigd vaststellen bestemmingsplan woningbouw Dorpsstraat 36 t/m 42 en Mgr. Frederixplein Afferden;11.881 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

3 alinea's met “toegelicht”: 114 135 244

uiteraard ook van toegevoegde waarde zijn bij een brand in de nabijheid, waarbij het gebouw in de rook komt te liggen. Gemeente: - Communiceer actief over de risico’s van het transport van gevaarlijke stoffen met bewoners binnen het plangebied. Daarbij geldt als handelingsperspectief: schuil in het gebouw of vlucht indien de overheid dit aangeeft (o.a. via NL-alert of WAS procedure) van het risico vandaan rekening houdend met de wind. Indien schuilen nodig is dan dienen ramen en deuren te worden gesloten en mechanische ventilatie te worden uitgezet; - Brandweerzorgnorm: Gaarne kennis te nemen van een overschrijding van de opkomsttijd van de tankautospuit Bergen van enkele minuten. Eventueel te nemen maatregelen zijn uiteengezet in het “Dekkingsplan werkexemplaar 1.06 gemeente Bergen”. Conclusie Het aspect externe veiligheid vormt geen belemmering voor onderhavige ontwikkeling.

5.1.6

Bedrijven en milieuzonering Onder milieuzonering wordt verstaan een voldoende ruimtelijke scheiding tussen enerzijds milieubelastende bedrijven of inrichtingen en anderzijds milieugevoelige functies zoals woningen. Om het begrip hanteerbaar te maken is gebruik gemaakt van de publicatie ‘Bedrijven en milieuzonering’ van de VNG. In deze publicatie zijn bedrijven ingedeeld in milieucategorieën. Per bedrijfstype is indicatief aangegeven wat de afstand tot een gevoelige functie dient te zijn (zogenaamde richtafstanden). De aan te houden afstanden hebben betrekking op stof, geluid, gevaar en geur. De beoogde woningen betreffen geen bedrijf of inrichting welke moet worden getoetst aan een minimumafstand tot andere gevoelige objecten. Omdat de beoogde woningen gevoelige objecten betreffen, is gekeken naar de omliggende functies en de bijbehorende aan te houden afstanden tot gevoelige objecten. De richtafstanden welke zijn opgenomen in de VNG-publicatie worden aangehouden om te bepalen of er genoeg ruimte zit tussen bedrijven en gevoelige objecten. Deze afstanden zijn gebaseerd op het omgevingstype ‘rustige woonwijk’ en kunnen als basis worden gehanteerd, maar zijn indicatief. In het geval dat een locatie is gelegen binnen een ‘gemengd gebied’ kunnen de richtafstanden met 1 stap worden verkleind. Een gemengd gebied heeft verschillende kenmerken.

Dit kan bijvoorbeeld een lint zijn waar meerdere functies naast elkaar zijn gevestigd of een gebied dat langs een drukke ontsluitingsweg is gelegen. Een gemengd gebied kent hierdoor al een hogere milieubelasting, waardoor er kleinere richtafstanden mogen worden aangehouden dan bij een rustige woonwijk. In de omgeving van het plangebied zijn zowel woonbestemmingen als bedrijvigheid en detailhandelsvoorzieningen aanwezig. Daarnaast is de planlocatie in het centrum van Afferden gelegen aan de doorgaande weg Dorpsstraat, waardoor gesproken kan worden van een gemengd gebied. De aan te houden afstanden conform de VNGpublicatie mogen daarom met 1 stap worden verkleind. In onderstaande tabel is getoetst

28

of voldaan kan worden aan de VNG-afstanden. De richtafstanden zijn reeds met 1 stap verkleind. Tabel 2 VNG-afstanden en werkelijke afstanden tot omliggende functies

Adres

Functie

Richtafstand

Dorpsstraat 30 Dorpsstraat 19 Dorpsstraat 21 Dorpsstraat 23

Meubelwinkel Bakkerij Bakkerij Bedrijf van milieucategorie 1 of 2 Detailhandel Detailhandel Kerk

Dorpsstraat 44 Dorpsstraat 56 Monseigneur Frederiksplein 4

Voldaan?

0 meter 0 meter 0 meter 10 meter

Werkelijke afstand 45 meter 13 meter 12 meter 11 meter

0 meter 0 meter 10 meter

0 meter 60 meter 13 meter

Ja Ja Ja

Ja Ja Ja Ja

In de tabel is te zien dat aan alle minimumafstanden kan worden voldaan. Gezien het bovenstaande vormen de geprojecteerde woningen dan ook geen belemmering voor de omliggende aanwezige bedrijfsfuncties in het kader van het aspect bedrijven en milieuzonering.

5.1.7

Kabels, leidingen en hoogspanningslijnen Bij ontwikkelingen is het van belang om te kijken of er door of nabij het plangebied kabels, leidingen en hoogspanningslijnen zijn gelegen waar rekening mee gehouden moet worden. Kabels en leidingen Uit het bestemmingsplan en de risicokaart (paragraaf 5.1.5) komt naar voren dat er geen kabels in het plangebied aanwezig zijn die een beschermingszone in het kader van de te voeren planologische procedure hebben. Voordat gestart wordt met de nieuwbouwwerkzaamheden zal een KLIC-melding worden gedaan.

5.2

Water Water verdient een belangrijke plek in de ruimtelijke planvorming. In het verleden werd het water voornamelijk gevormd en waterlopen veranderd naar de wensen van inrichter en gebruikers. De laatste jaren blijkt steeds meer dat dit kan leiden tot waterproblematiek. Hierbij kan worden gedacht aan verdrogingsverschijnselen, maar ook aan zeespiegelstijging, hogere afvoeren van rivieren en hevigere weersveranderingen. Bij locatiekeuze, de (her)inrichting en het beheer van nieuwe ruimtelijke functies moeten de relevante waterhuishoudkundige aspecten worden meegenomen.

5.2.1

Beleidskader Het plangebied valt onder het beheer van Waterschap Limburg. Het waterschap Roer en Overmaas en Waterschap Peel en Maasvallei zijn gefuseerd in 2017 en hebben voorlopend op de fusie het Waterbeheerplan 2016-2021 vastgesteld waarin alvast invulling wordt gegeven aan het gezamenlijk waterbeheer. Binnen de kaders van de Waterwet, de Europese Kaderrichtlijnwater, de Deltabeslissingen en het Provinciaal Omgevingsplan Limburg is het Waterbeheerplan 2016-2021 opgesteld waarin het toekomstbestendig waterbeheer wordt beschreven. Het beschrijft onder andere: 29

• • •

Hoe het watersysteem en waterkeringen op orde worden gebracht. Welke thema’s op de agenda staan en welke strategie het Waterschap inneemt. Welke maatregelen worden uitgevoerd, de partners die hierin ondersteunen en op welke manier het Waterschap dit proces zal monitoren en bijsturen.

Bij ruimtelijke ontwikkelingen, waaronder ver- en nieuwbouwplannen, hanteert het waterschap een aantal uitgangspunten ten aanzien van het duurzaam omgaan met water, die van belang zijn als vertrekpunt van het overleg tussen initiatiefnemer en waterbeheerder. In aansluiting op het landelijke beleid hanteert het Waterschap het beleid dat bij nieuwe plannen onderzocht en aangegeven dient te worden hoe omgegaan wordt met het schone hemelwater. Het uitgangspunt is om ontwikkelingen hydrologisch neutraal uit te voeren. Kortom, het initiatief mag niet leiden tot een verandering in de waterhuishoudkundige situatie ter plaatse en in de directe omgeving. Het streven is daarbij om het schone en het verontreinigde water zoveel mogelijk te scheiden. Verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan Bergen 2020-2025 Het beleid voor hemelwater afkomstig van bebouwing in de gemeente Bergen volgt het beleid van het Waterschap: het beleid is hydrologisch neutraal ontwikkelen waarbij hemelwater wordt afgekoppeld van riolering. Hemelwater afkomstig van daken en verhardingen dient conform de watertoets op particulier terrein in de bodem te worden geïnfiltreerd of, als dit niet mogelijk is, worden gebufferd en vertraagd worden afgevoerd naar een hemelwaterriool of oppervlaktewater.

5.2.2

Toekomstige waterhuishoudkundige situatie Het initiatief heeft enerzijds betrekking op de sloop van een aantal woningen en de bestaande bebouwing ten behoeve van het horecabedrijf en anderzijds betrekking op de realisatie van woningen met bijbehorende voorzieningen. In de huidige situatie bestaat nagenoeg het gehele plangebied uit bebouwing en verharding. In de toekomstige situatie wordt een groot gedeelte van het plangebied bebouwd en een gedeelte in gebruik genomen als parkeervoorziening. Hierdoor is geen sprake van een toename in verhard oppervlak, wat betekent dat vanuit het oogpunt van hydrologisch neutraal ontwikkelen er geen verdere maatregelen noodzakelijk zijn. Toch zal er extra aandacht worden geschonken aan het infiltreren van het hemelwater. De aanvrager zal het hemelwater op eigen terrein verwerken. Vanuit het Verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan Bergen 2020-2025 moet rekening gehouden worden met 60 mm/m2 verhard oppervlak, daarbij telt ook de verharding en de opritten mee als verhard oppervlak. De hemelwaterberging dient zo ontworpen te worden dat deze binnen 48 uur weer voor 90% beschikbaar is voor waterberging. Het in de hemelwaterberging opgevangen water dient te worden hergebruikt, geïnfiltreerd of vertraagd afgevoerd te worden naar oppervlaktewater.

De nieuw aan te leggen parkeerplaatsen op eigen terrein (zowel de parkeerplaatsen op het achterterrein van het appartementencomplex als de parkeerplaatsen haaks op het Mgr. Frederixplein) kunnen worden voorzien van halfverharding (in de vorm van bijvoorbeeld graskeien) waardoor hemelwater rechtstreeks wordt geïnfiltreerd via het straatwerk van de inrit en de parkeervakken. Deze wijze van infiltreren kan tevens toegepast worden op de nieuw aan te leggen parkeerplaatsen parallel aan Het Mgr. Frederixplein. De wijze waarop de

30

voorziening(en) voor de waterberging worden gedimensioneerd, zal nader worden uitgewerkt in de uiteindelijke aan te vragen omgevingsvergunning Bouwen. De nieuwe woningen kunnen, voor wat betreft het vuilwater, zoals de gebouwen in de huidige situatie aangesloten blijven op het riool. Tot slot is het met het oog op klimaatadaptatie en biodiversiteit van belang dat tenminste 20% van de totale perceeloppervlakte ingericht dient te worden als groenvoorziening. Als telregel hierin geldt dat de oppervlakte van particuliere tuinen voor tenminste 50% uit groenvoorzieningen dient te bestaan (geen verharding dus). Dit aspect zal ook nader uitgewerkt worden in de uiteindelijke aan te vragen omgevingsvergunning Bouwen. Hiermee vormt het aspect water geen belemmering voor onderhavig plan.

5.3

Natuur

5.3.1

Gebiedsbescherming Sinds 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming het geldend wettelijk kader wanneer het gaat om natuurbescherming. Deze wet heeft drie wetten vervangen, namelijk de Natuurbeschermingswet 1998, Boswet en de Flora- en faunawet. De Wet natuurbescherming heeft voor wat betreft gebiedsbescherming betrekking op de Europees beschermde Natura 2000-gebieden. De Vogelrichtlijnen Habitatrichtlijngebieden worden in Nederland gecombineerd als Natura 2000-gebieden aangewezen. Als er naar aanleiding van projecten, plannen en activiteiten mogelijkerwijs significante effecten optreden, dienen deze vooraf in kaart te worden gebracht en te worden beoordeeld. Wanneer deze mogelijk een negatief effect hebben op beschermde natuur in een Natura 2000-gebied geldt een vergunningsplicht. Daarnaast is de specifieke soortenbescherming geëvalueerd en gemonitord. Op basis daarvan is de soortbescherming voor sommige soorten gewijzigd. Sommige soorten worden daardoor beter beschermd, andere soorten komen in een lager beschermingsregime of worden nieuw toegevoegd. De algemene zorgplicht blijft bestaan voor alle inheemse flora- en fauna. (Nieuwe) ontwikkelingen kunnen namelijk negatieve gevolgen hebben voor beschermde flora- en faunasoorten.

Bij negatieve effecten van ontwikkelingen kan onder andere gedacht worden aan: optische verstoring door het toevoegen van bebouwing, verlies van oppervlakte, verdroging of vernatting, vermesting en verzuring, verstoring door licht, geluid, trilling en dergelijke. Bij ruimtelijke planvorming is daarom een toetsing aan de natuurwetgeving verplicht. Natura 2000 De planlocatie is niet gelegen binnen een Natura 2000-gebied. Het meest nabijgelegen gebied behorende bij Natura 2000 is ten oosten van het plangebied op een afstand van circa 420 meter gelegen en betreft de ‘Maasduinen’. Daarnaast is op 6,2 kilometer ten noorden van het plangebied het Natura 2000-gebied ‘Zeldersche Driessen’ gelegen. Ontwikkelingen kunnen een significant negatief effect hebben op Natura 2000-gebieden door onder andere een aanzienlijke toename van het aantal verkeersbewegingen en sloop- en bouwwerkzaamheden. Er is derhalve voor de aanlegfase een stikstofdepositieberekening uitgevoerd. Ook voor de gebruiksfase is een stikstofdepositieberekening uitgevoerd. Voor deze berekening zijn de

31

verkeersgeneratiecijfers van de huidige en toekomstige situatie (zie paragraaf 5.6.1) gehanteerd. De rapportage van de stikstofdepositieberekeningen is bijgevoegd als bijlage IV. Uit de berekeningen blijkt dat de ontwikkeling geen depositieresultaten boven 0,00 mol/ha/jr. tot gevolg heeft, Dit betekent dat de ontwikkeling geen significant negatieve effecten op Natura 2000-gebieden heeft. Natuurnetwerk Nederland Het plangebied is niet binnen het Natuurnetwerk Nederland gelegen. Het dichtstbijzijnde gebied behorend tot het Natuurnetwerk Nederland is op 150 meter ten zuiden van het plangebied gelegen. Gezien de kleinschalige aard van de ontwikkeling en de afstand tot het dichtstbijzijnde gebied, zijn significante negatieve effecten uit te sluiten.

5.3.2

Soortenbescherming De Wet natuurbescherming regelt de bescherming en instandhouding van planten- en diersoorten die in het wild voorkomen. Daarnaast dienen alle in het wild levende planten en dieren in principe met rust te worden gelaten. Eventuele schade aan in het wild levende planten en dieren dient beperkt te worden middels het nemen van mitigerende maatregelen. Als mitigatie niet voldoende is om schade te voorkomen is het verplicht de resterende schade te compenseren. Het komt voor dat bebouwing en groenelementen zoals bomen fungeren als vaste verblijf- of voortplantingsplaats voor dieren. Het verwijderen hiervan kan een negatieve gevolgen hebben voor dieren. In het kader van de Wet natuurbescherming dient te worden bepaald of er al dan niet nader onderzoek dient te worden gedaan naar voorkomende diersoorten. In dit geval kunnen de te slopen gebouwen als verblijfplaatsen voor diersoorten dienen. Er dient voor de bestemmingswijziging vastgesteld te worden of de ontwikkeling een negatief effect heeft op eventueel aanwezige dier- en plantensoorten. Er is daarom op 22 november 2021 een Quickscan Flora en Fauna uitgevoerd. Het volledige onderzoeksrapport is als separate bijlage V bijgevoegd. Hieronder zijn de conclusies uit het onderzoek weergegeven.

Op basis van de uitgevoerde Quickscan Wet natuurbescherming dient voorafgaand aan de werkzaamheden middels aanvullend ecologisch onderzoek duidelijkheid te worden verkregen omtrent de functie van de onderzoekslocatie voor huismus, gierzwaluw en vleermuizen. Gelet op de bebouwing grenzend aan de onderzoekslocatie, zijn bij de bouwfase en gebruiksfase, overtredingen van de Wet natuurbescherming ten aanzien van vleermuizen te vermijden als mogelijke verblijfplaatsen functioneel en duurzaam behouden blijven. Hiervoor wordt geadviseerd deze bebouwing mee te nemen in een aanvullend onderzoek naar vleermuizen of uit voorzorg geen additionele (bouw)verlichting toe te passen richting de omliggende bebouwing. Indien verstoring door een toename van verlichting dreigt, zal een verlichtingsplan in samenwerking met

32

een ter zake deskundige worden opgesteld, waar maatregelen in worden vastgelegd om verstoring door verlichting te voorkomen. Overtredingen ten aanzien van algemene broedvogels kunnen worden voorkomen door te werken buiten het broedseizoen. Indien binnen het broedseizoen gewerkt gaat worden, is een broedvogelinspectie voorafgaand aan de start van de werkzaamheden benodigd. Geadviseerd wordt om ook het snoeiafval buiten het broedseizoen te verwijderen. Voor beschermde soorten behorend tot de overige soortgroepen zijn overtredingen ten aanzien van de Wet natuurbescherming wegens het ontbreken van geschikt habitat/verblijfsmogelijkheden, op basis van de verspreidingsgegevens, de aanwezigheid van voldoende alternatieve en/of gezien de aard van de ingreep niet aan de orde. Wel dient rekening te worden gehouden met de algemene zorgplicht.

5.4

Archeologie De Erfgoedwet is per 1 juli 2016 ingegaan. Deze wet bundelt bestaande wet- en regelgeving voor behoud en beheer van het cultureel erfgoed en archeologie in Nederland. Bovendien zijn aan de Erfgoedwet een aantal nieuwe bepalingen toegevoegd. In een bestemmingsplan of andersoortige planologische regeling dient een beschrijving te worden opgenomen hoe met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden. In dit plan dient aangetoond te worden dat de ontwikkeling geen negatieve effecten heeft op de archeologische en/of cultuurhistorische waarden. In deze ruimtelijke onderbouwing is een splitsing gemaakt tussen archeologie en cultuurhistorie. Archeologie is in de bodem aanwezig en is meestal niet beleefbaar, terwijl cultuurhistorie zichtbaar en beleefbaar is in de omgeving. In de volgende paragraaf wordt verder ingegaan op het aspect ‘landschap en cultuurhistorie’. Conform het bestemmingsplan ‘Afferden’ heeft het plangebied de dubbelbestemming ‘Waarde - Archeologie’. Voor deze gebieden geldt dat bij bodemingrepen dieper dan 50 centimeter en een minimale verstoringsoppervlakte van 250 m 2 een archeologisch onderzoek dient te worden uitgevoerd. Er is derhalve in december 2021 een archeologisch onderzoek uitgevoerd. Onderstaand zijn de conclusies en aanbevelingen uit dit onderzoek weergegeven.

Voor de volledige rapportage wordt verwezen naar bijlage VI. Doel van het bureauonderzoek is een antwoord te vinden op de vraag wat de gespecificeerde archeologische verwachting voor het plangebied is. Op basis van de ligging van het plangebied in de historische kern van Afferden, nabij de terrasrand naar een lager gelegen Maasterras, heeft het plangebied een middelhoge gespecificeerde verwachtingswaarde voor archeologische resten uit het Laat Paleolithicum tot en met het Neolithicum en een hoge gespecificeerde verwachtingswaarde voor archeologische resten uit de Bronstijd tot en met de Nieuwe tijd. Gezien de in dit onderzoek opgestelde archeologische verwachting is binnen het plangebied vervolgonderzoek noodzakelijk om deze te toetsen. Het vervolgonderzoek

33

kan het beste worden uitgevoerd in de vorm van een karterend en waarderend proefsleuvenonderzoek na de sloop van de (bovengrondse delen van de) huidige bebouwing in het plangebied. Booronderzoeken zijn in historische kernen minder geschikt gezien de grote kans op het voorkomen van puinlagen die aan historische bebouwing toegeschreven kunnen worden. Bij een proefsleuvenonderzoek dienen verspreid over het plangebied sleuven gegraven te worden met als doel om eventuele archeologische waarden te karteren en waarderen. Voor dit onderzoek dient een door de bevoegde overheid goedgekeurd Programma van Eisen te zijn opgesteld waarin is vastgelegd waaraan het onderzoek moet voldoen. Bovenstaand advies is van Econsultancy. De resultaten van onderhavig onderzoek zijn door de bevoegde overheid (gemeente Bergen) beoordeeld. Het advies van Econsultancy dient te worden opgevolgd. Het programma van eisen zal tijdig voorafgaand aan de start van de nieuwbouwactiviteiten bij het bevoegd gezag worden aangeleverd.

5.5

Landschap en cultuurhistorie Met de komst van de Erfgoedwet is het verplicht om de facetten historische (steden)bouwkunde en historische geografie mee te nemen in de belangenafweging. Hierbij gaat het om zowel beschermde als niet formeel beschermde objecten en structuren. De provincie richt zich op de bescherming van objecten en de bescherming, benutting en ontwikkeling van structuren en esembles van een grotere schaal. Conform de cultuurhistorische waardenkaart van de provincie Limburg en de gemeente Bergen (Kaartbijlage 7A bij RAAP-rapport 1644) zijn er geen monumenten of cultuurhistorisch waardevolle elementen aanwezig binnen het plangebied. Met onderhavige ontwikkeling zijn de cultuurhistorische en landschappelijke kenmerken dan ook niet in het geding.

5.6

Verkeer en parkeren Het toevoegen of veranderen van een functie heeft in veel gevallen een effect op het aantal verkeersbewegingen. Het is daarom van belang om te kijken welke veranderingen er optreden en of dit een effect heeft op het wegverkeer en het parkeren.

5.6.1

Mobiliteit In de huidige situatie zijn er verkeersbewegingen van en naar het plangebied ten behoeve van de horecafunctie en de woningen. Deze functies zullen verdwijnen en plaats maken voor 10 appartementen en 7 grondgebonden woningen (waarvan 3 woningen in de huidige situatie al bestaan). Om te bepalen of voorgenomen ontwikkeling een belemmering vormt ten aanzien van het aspect mobiliteit, wordt de CROW-publicatie 381 ‘Toekomstbestendig parkeren. Van parkeerkencijfers naar parkeernormen’ gehanteerd. Tabel 3 Aantal verkeersbewegingen huidige en nieuwe situatie (conform CROW publicatie)

Aantal/oppervlakte Norm Huidige situatie Horecafunctie 840 m2 (bvo) 10,8 * (Bedrijfs)Woningen 4 7,3 ** Totaal aantal verkeersbewegingen per etmaal huidige situatie

Totaal 90,7 29,2 119,9

34

Nieuwe situatie Appartement, huur 8 4,1 ** (goedkoop/midden) Appartement, huur (duur) 2 5,9 ** Geschakelde woning, koop 5 7,3 ** Levensloopbestendige 2 7,3 ** woning, koop Totaal aantal verkeersbewegingen per etmaal nieuwe situatie Verschil huidige / toekomstige situatie

32,8 11,8 36,5 14,6 95,7 - 24,2

2

* minimum aantal verkeersbewegingen per 100 m (bvo) per etmaal discotheek, weinig/niet stedelijk gebied ** gemiddeld aantal verkeersbewegingen per woning per etmaal, schil centrum weinig/niet stedelijk gebied

Voor het partycentrum ‘Kubbus’, dat in de huidige situatie in het horecapand aanwezig is, zijn de verkeersgeneratiecijfers uit de categorie ‘discotheek’ van de CROW-publicatie 381 gehanteerd. Deze functie is ook verankerd in het geldende bestemmingsplan (horeca van categorie 4, discotheek / dancing, nachtcafé of een zalencentrum met nachtvergunning). Voor het partycentrum is de minimum verkeergeneratienorm gehanteerd (worst-case). Gezien het beperkte aanbod en de kwaliteit van andere vervoerswijzen (met name openbaar vervoer) kan voorliggende locatie, conform de CROW richtlijnen, niet als centrumgebied worden aangemerkt. Op een locatie buiten het centrum is het aanbod van alternatieve vervoerswijzen veelal lager en de kwaliteit minder. Hierdoor komen gebruikers eerder met de auto naar de functie. In voorliggend bestemmingsplan zijn daarom de verkeersgeneratiecijfers voor de locatie ‘schil centrum’ gehanteerd om de verkeersgeneratie van de huidige en nieuwe situatie te kunnen bepalen. Uit tabel 3 blijkt dat het gemiddeld aantal verkeersbewegingen per etmaal in de nieuwe situatie afneemt ten opzichte van de huidige situatie. Door deze afname en het gegeven dat de infrastructuur in de huidige situatie het aantal verkeersbewegingen kon verwerken, is aanpassing aan de bestaande infrastructuur niet aan de orde. Het aspect mobiliteit levert dan ook geen belemmeringen op.

5.6.2

Parkeren De gemeente Bergen heeft geen specifiek beleid omtrent parkeernormen. Het Gemeentelijk Verkeers- en Vervoersplan Bergen 2014 stelt dat er wordt aangesloten bij de landelijke parkeernormen die zijn vastgelegd in de CROW-publicaties. In dit geval in de publicatie ‘Toekomstbestendig parkeren, van parkeerkencijfers tot parkeernormen’ (december 2018). Parkeren dient daarbij wel zoveel mogelijk te geschieden op eigen terrein. In onderstaande tabel is een berekening gemaakt van de parkeerbehoefte in de huidige en nieuwe situatie. Tabel 4 Aantal parkeerplaatsen huidige en nieuwe situatie (conform CROW publicatie)

Aantal/oppervlakte Norm Huidige situatie Horecafunctie 840 m2 (bvo) 6,9 * (Bedrijfs)Woningen 4 1,5 ** Totaal aantal benodigde parkeerplaatsen huidige situatie

Totaal 58 6 64

35

Nieuwe situatie Appartement, huur 8 1,1 ** (goedkoop/midden) Appartement, huur (duur) 2 1,4 ** Geschakelde woning, koop 5 1,5 ** Levensloopbestendige 2 1,5 ** woning, koop Totaal aantal benodigde parkeerplaatsen nieuwe situatie Verschil huidige / toekomstige situatie

8,8 2,8 7,5 3 22 - 42

2

* parkeernorm per 100 m (bvo) per etmaal ** parkeernorm per woning per etmaal

Uit tabel 4 blijkt dat het aantal benodigde parkeerplaatsen in de nieuwe situatie afneemt met 42 parkeerplaatsen ten opzichte van de huidige situatie. Ondanks dat de parkeerbehoefte als gevolg van voorgenomen ontwikkeling afneemt, wordt in de nieuwe situatie voldaan aan voldoende parkeergelegenheid. Deze parkeervoorzieningen worden deels op eigen terrein (16 parkeerplaatsen) en deel in openbaar gebied (6 parkeerplaatsen) gerealiseerd. Om de langparkeerplaatsen aan de Pastoor Berdenstraat mogelijk te maken wordt deze straat verbreed. Gezien er in voldoende parkeergelegenheid kan worden voorzien, levert het aspect parkeren geen belemmeringen op.

36

HOOFDSTUK

6.1

6 Uitvoerbaarheid

Inleiding In dit hoofdstuk wordt de haalbaarheid van het bestemmingsplan aangetoond. De ontwikkeling moet zowel in financieel als in maatschappelijk opzicht haalbaar zijn.

6.2

Economische uitvoerbaarheid Bij in voorbereiding zijnde bestemmingsplannen dient op grond van artikel 3.6.1 van Bro in de plantoelichting de economische uitvoerbaarheid van het plan inzichtelijk te worden gemaakt. Wanneer sprake is van een bouwplan zoals gedefinieerd in artikel 6.2.1 van Bro, dient er conform 6.12 van Wro een exploitatieplan te worden opgesteld. Voor het planvoornemen is een herinrichting van de openbare ruimte benodigd en dient er een herinrichting van het Mgr. Frederixplein plaats te vinden om de nieuwe parkeerplaatsen te realiseren. Voor de benodigde aanpassingen is een anterieure overeenkomst tussen de initiatiefnemer en de gemeente gesloten.

6.3

Maatschappelijke uitvoerbaarheid Voorliggend bestemmingsplan heeft ingevolge artikel 3.8 van de Wet ruimtelijke ordening gedurende zes weken ter inzage gelegen, waarbij er enkele zienswijzen zijn ingediend. Op basis van deze zienswijzen is voorliggend bestemmingsplan aangepast. Ook heeft er een omgevingsdialoog plaatsgevonden. De initiatiefnemer heeft de omwonenden middels een informatiebijeenkomst op de hoogte gebracht van de gewenste ontwikkelingen op de planlocatie. Voor de verslaggeving van deze informatiebijeenkomst en de reactie van de betrokken personen wordt verwezen naar bijlage VII.

37

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12667119/1