CConstaterende datBergen
Koppel je AI →
Document · PDF

Ontwerpregeling openbaar lichaam Regio Noord-Limburg

Gemeenteraad 15 september 2025, gemeente BergenBij agendapunt: Voorstel tot vaststellen van de zienswijze op de ontwerpregeling openbaar lichaam Regio Noord Limburg;5.929 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Niet gevonden in dit document.

De colleges van de gemeenten Beesel, Bergen, Gennep, Horst aan de Maas, Mook en Middelaar, Peel en Maas, Venlo en Venray, overwegende dat: • de regio Noord-Limburg de afgelopen jaren belangrijke stappen hee� gezet in het vergroten van de regionale samenwerking; • de raden van de gemeenten Beesel, Bergen, Gennep, Horst aan de Maas, Mook en Middelaar, Peel en Maas, Venlo en Venray in 2020 daartoe de ‘Regiovisie Noord-Limburg 2040’ hebben vastgesteld en voornoemde Regiovisie is vertaald in een uitvoeringsprogramma met concrete opgaven en middelen; • op basis van deze gezamenlijke koers twee Regio Deals (I en II) en een regionale investeringsagenda zijn overeengekomen met het Rijk en de provincie Limburg, waarmee een totale publieke waarde van circa €95 miljoen is gemobiliseerd; • de colleges van de gemeenten Beesel, Bergen, Gennep, Horst aan de Maas, Mook en Middelaar, Peel en Maas, Venlo en Venray reeds in 2019 een bestuursconvenant zijn overeengekomen over de hoofdlijnen van de samenwerking, de organisa�e, de uitvoering, de financiële aspecten, de monitoring en de evalua�e van de Regiovisie, het Uitvoeringsprogramma, de Regio Deals en de Investeringsagenda; • het college en de burgemeester van de gemeente Venlo feitelijk en juridisch optreden als penvoerder, kassier en vertegenwoordiger van de samenwerking en een mandaat, volmacht en mach�ging hee� om namens het college en de

burgemeester van de overige deelnemers besluiten te nemen, privaatrechtelijke rechtshandelingen, en feitelijke handelingen te verrichten ter uitvoering van besluiten die worden genomen op de wijze zoals is bepaald in het bestuursconvenant, of op basis van besluiten die genomen zijn door het burgemeestersoverleg van de regio; • het vanuit het oogpunt van collec�ef eigenaarschap, het bereiken van rechtma�gheid en transparan�e, democra�sche legi�miteit (vooral met inbegrip van de raden) en het vergroten van de regionale slagkracht nu opportuun is om qua inhoud en vorm een volgende stap te zeten in de samenwerking binnen de regio Noord-Limburg; • de gewijzigde Wet gemeenschappelijke regelingen extra waarborgen biedt om de kaderstellende en controlerende rol van gemeenteraden te versterken ten opzichte van een openbaar lichaam; en gelet op de Wet gemeenschappelijke regelingen en de Gemeentewet, BESLUITEN: ieder voor zover het hun eigen bevoegdheden betre�, de gemeenschappelijke regeling Regio Noord-Limburg met ingang van 1 januari 2026 te treffen, waardoor deze als volgt komt te luiden:

1

REGIO NOORD-LIMBURG HOOFDSTUK 1 – ALGEMENE BEPALINGEN Ar�kel 1 Begripsomschrijvingen In deze regeling wordt verstaan onder: a. college: een college van burgemeester en wethouders van een deelnemer; b. deelnemende gemeente(n): de gemeenten Beesel, Bergen, Gennep, Horst aan de Maas, Mook en Middelaar, Peel en Maas, Venlo en Venray; c. deelnemer: een college dat deelneemt aan deze gemeenschappelijke regeling; d. gedeputeerde staten: het college van gedeputeerde staten van de provincie Limburg; e. investeringsfonds: fonds voor de investering in concrete projecten die passen bij de thema's van het uitvoeringsprogramma, eventueel in combina�e met middelen van andere overheden en private par�jen; f. raad: de gemeenteraad van een deelnemende gemeente; g. regeling: de onderhavige gemeenschappelijke regeling Regio Noord-Limburg; h. regiovisie: de Regiovisie 2040, dan wel de meest actuele versie daarvan, welke is vastgesteld door de raden van de deelnemende gemeenten; i. samenwerkingsverband: het openbaar lichaam als bedoeld in ar�kel 2 van deze regeling; j. s�muleringsfonds: fonds dat middels cofinanciering het s�muleren en/of aanjagen van projecten van derden die de economische structuur in de regio versterken en die passen binnen de kaders van het uitvoeringsprogramma, tot doel hee�; k.

thema: de in het uitvoeringsprogramma door de gemeenten benoemde maatschappelijke thema's waarop structureel wordt samengewerkt; l. uitvoeringsprogramma: programma waarin de Regiovisie wordt uitgewerkt en waarin de ac�viteiten van het samenwerkingsverband, alsmede de benodigde financiële en personele middelen, worden aangegeven; m. wet: de Wet gemeenschappelijke regelingen. Ar�kel 2 Openbaar lichaam 1. Er is een openbaar lichaam, genaamd “Gemeenschappelijke regeling Regio Noord-Limburg”. 2. Het openbaar lichaam bezit rechtspersoonlijkheid en is geves�gd in de gemeente Venlo. Ar�kel 3 Bestuursorganen 1. Het samenwerkingsverband kent de volgende bestuursorganen: a. het algemeen bestuur; b. het dagelijks bestuur; c. de voorziter. 2. De bestuursorganen kunnen zich in hun taakuitoefening laten bijstaan door commissies van advies en bestuurscommissies als bedoeld in ar�kel 16 en 17 van deze regeling. HOOFDSTUK 2 – OPENBAAR BELANG, TAKEN EN BEVOEGDHEDEN VAN DE REGIO NOORD-LIMBURG Ar�kel 4 Te behar�gen openbaar belang De regeling wordt getroffen in het belang van: - het op interregionaal, na�onaal en interna�onaal niveau posi�oneren, handhaven en uitbouwen van het profiel van de regio Noord-Limburg als gezondste regio; - het creëren van een op�male, regionale (beleids)afstemming tussen de gemeenten; 2

-

het s�muleren van het ves�gings- en verblijfsklimaat voor inwoners en bedrijven in de regio Noord-Limburg; het organiseren van een adequate vorm van samenwerking tussen overheid en maatschappelijke partners ter behar�ging van de gezamenlijke belangen op de thema's zoals die nader worden uitgewerkt in het uitvoeringsprogramma.

Ar�kel 5 Taken Het samenwerkingsverband hee� de volgende taken: a. het uitvoeren van de Regiovisie; b. het op basis van de Regiovisie vaststellen van een uitvoeringsprogramma; c. het organiseren van de inzet van de gemeenten op de thema's van het uitvoeringsprogramma; d. het gezamenlijk optrekken op de thema's van het uitvoeringsprogramma naar de provincie Limburg, Rijksoverheid, Europese en na�onale instellingen, bedrijven en overheden; e. het regisseren van de uitvoering en monitoren van de opgaven uit het uitvoeringsprogramma; f. het signaleren van en inspelen op ontwikkelingen die van meerwaarde zijn voor de regio Noord-Limburg; g. het faciliteren van overleg, kennisdeling en ontmoe�ng in de regio; h. het optreden als kassier van de Regio Deal(s) met het Rijk en de Investeringsagenda met de provincie Limburg; i. het beheren en inzeten van investerings- en s�muleringsfondsen binnen de thema's van het uitvoeringsprogramma. Ar�kel 6 - Bevoegdheden 1. De deelnemers dragen geen bevoegdheden over aan het samenwerkingsverband, met uitzondering van de bevoegdheid van de colleges tot: a. het vaststellen van subsidieregelingen voor investerings- en s�muleringsfondsen en het op basis daarvan verlenen van subsidies, en; b. het vaststellen en actualiseren van een uitvoeringsprogramma. 2.

De bevoegde organen van de deelnemende gemeenten verlenen ieder afzonderlijk de voor de uitvoering van deze regeling benodigde mandaten, volmachten en mach�gingen aan het samenwerkingsverband. HOOFDSTUK 3 – NADERE UITWERKING TAKEN EN BEVOEGDHEDEN Ar�kel 7 Uitvoeringsprogramma 1. Het algemeen bestuur stelt na aanvang van een nieuwe bestuursperiode een uitvoeringsprogramma vast voor een periode van vier jaren, waarin wordt vastgelegd: − het gezamenlijke toekomstbeeld van de regio; − de thema's waarop wordt samengewerkt, alsmede de van het toekomstbeeld afgeleide strategie op de thema's; − de regionale opgaven, die op de thema's in gezamenlijkheid worden opgepakt en door de gemeenten worden uitgevoerd. 2. Het uitvoeringsprogramma is voorts rich�nggevend bij het bovenregionaal posi�oneren van de regio Noord-Limburg. Ar�kel 8 S�muleringsfonds en investeringsfondsen 1. Voor het s�muleringsfonds geldt het volgende: 3

a. het s�muleringsfonds strekt tot cofinanciering van projecten van derden, die bijdragen aan de economische structuurversterking van de regio en die passen binnen de kaders van de Regiovisie en het uitvoeringsprogramma; b. het s�muleringsfonds kan behalve als projec�inanciering in voorkomende gevallen ook ingezet worden als programmafinanciering; c. het algemeen bestuur stelt voor de wijze van verdeling van de beschikbare middelen een subsidieregeling vast; d. het s�muleringsfonds wordt gevoed door een verplichte gemeentelijke bijdrage op basis van het inwonertal van de deelnemende gemeenten van het jaar, voorafgaand aan dat, waarvoor de bijdrage verschuldigd is en door eventuele bijdragen van derde par�jen. Ar�kel 1 van de Gemeentewet is van overeenkoms�ge toepassing; e. de bijdrage wordt jaarlijks bij de vaststelling van de begro�ng voor het daaropvolgende begro�ngsjaar vastgesteld door het algemeen bestuur. 2. Voor investeringsfondsen geldt, in afwijking van lid 1, het volgende: a. het algemeen bestuur stelt voor de inrich�ng, beheer en voor de wijze van verdeling van de beschikbare middelen van een investeringsfonds een subsidieregeling vast; b.

Onverminderd de bevoegdheid om voor de voeding van een investeringsfonds jaarlijks de bijdrage vast te stellen bij de vaststelling van de begro�ng voor het daaropvolgende begro�ngsjaar, is het dagelijks bestuur bevoegd om voor de voeding van het fonds samenwerkingsovereenkomsten met de deelnemende gemeenten en derden te sluiten. HOOFDSTUK 4 – HET ALGEMEEN BESTUUR Ar�kel 9 Samenstelling en zi�ngsduur 1. Iedere deelnemer wijst uit zijn eigen midden één lid aan als lid van het algemeen bestuur, alsmede diens plaatsvervanger. 2. De leden van het algemeen bestuur van deze regeling hebben zi�ng gedurende dezelfde periode als de zi�ngsduur van de colleges. Indien zij in de nieuwe zi�ngsperiode opnieuw deel uitmaken van het college kunnen zij terstond opnieuw worden aangewezen. 3. Het lidmaatschap eindigt zodra een lid ophoudt collegelid van de desbetreffende gemeente te zijn. 4. De leden van het algemeen bestuur, die tussen�jds ontslag nemen, stellen de voorziter van het algemeen bestuur hiervan op de hoogte. Het ontslag gaat in zodra onherroepelijk in hun opvolging is voorzien. Ar�kel 10 Werkwijze en vergaderorde 1. Het algemeen bestuur vergadert in beginsel zes maal per jaar en voorts zo dikwijls als de voorziter of het dagelijks bestuur dit nodig acht, of ten minste twee leden dit vragen onder schri�elijke opgave van de te behandelen onderwerpen. 2.

De leden streven in hun besluitvorming naar consensus. Als ten aanzien van een agendapunt geen consensus kan worden bereikt, wordt het betrokken agendapunt aangehouden tot de eerstvolgende vergadering van het algemeen bestuur. In die vergadering vindt de besluitvorming plaats op basis van een gekwalificeerde meerderheid van stemmen, waarbij: (i) er sprake dient te zijn van een gewone meerderheid van stemmen van het ter vergadering aantal aanwezige leden. Ieder lid van het algemeen bestuur hee� in dat verband één stem, en; (ii) het aantal aanwezige leden dat vóór het voorstel stemt, gezamenlijk minimaal 50% van het inwonertal van de deelnemende gemeenten dient te vertegenwoordigen. Voor de berekening van het aantal inwoners wordt uitgegaan van de door het Centraal Bureau voor de Sta�s�ek opgemaakte bevolkingscijfers per 1 januari van het betreffende jaar. 3. Op de vergaderingen van het algemeen bestuur is ar�kel 22 van de wet van toepassing. 4

4. Het algemeen bestuur stelt voor zijn werkzaamheden een reglement van orde vast. Ar�kel 11 Taken en bevoegdheden 1. Aan het algemeen bestuur behoren de taken en bevoegdheden toe die in de wet aan het algemeen bestuur zijn opgedragen, alsmede alle bevoegdheden die voorts in deze regeling aan dit orgaan worden opgedragen en niet aan het dagelijks bestuur of de voorziter zijn opgedragen. 2. Het algemeen bestuur kan aan het dagelijks bestuur bevoegdheden overdragen met uitzondering van de bevoegdheid tot: a. het vaststellen en wijzigen van de begro�ng; b. het vaststellen van de jaarrekening; c. het vaststellen van het uitvoeringsprogramma; d. het vaststellen van een subsidieregeling; e. het instellen van bestuurscommissies, en; f. het oprichten van of deelnemen in s�ch�ngen, vennootschappen, en coöpera�eve en andere verenigingen passend binnen de te behar�gen belangen, de taken en de bevoegdheden van het samenwerkingsverband dan wel het ontbinden van die rechtspersonen of het beëindigen van de deelneming. HOOFDSTUK 5 – HET DAGELIJKS BESTUUR Ar�kel 12 Samenstelling en zi�ngsduur 1. Het dagelijks bestuur bestaat uit de voorziter en twee andere leden, allen door het algemeen bestuur uit zijn midden aan te wijzen. 2. De leden van het dagelijks bestuur treden af op de dag waarop zij a�reden uit het algemeen bestuur van de regeling.

Zij kunnen, indien zij opnieuw zijn aangewezen tot lid van het algemeen bestuur, terstond opnieuw worden benoemd. 3. Een lid van het dagelijks bestuur kan door het algemeen bestuur worden ontslagen, indien dit lid niet langer het vertrouwen geniet van het algemeen bestuur. 4. Tussen�jds verlies van het lidmaatschap van het algemeen bestuur brengt direct het verlies van het lidmaatschap van het dagelijks bestuur met zich mee. 5. Een lid van het dagelijks bestuur kan te allen �jde ontslag nemen. Hij deelt zijn ontslag mee aan het algemeen bestuur en aan het college dat het aangaat. Het ontslag gaat in zodra onherroepelijk in de opvolging is voorzien. Ar�kel 13 Werkwijze en vergaderorde 1. Het dagelijks bestuur vergadert in beginsel zes maal per jaar en verder zo dikwijls als de voorziter dit nodig oordeelt of tenminste één lid van het dagelijks bestuur zulks schri�elijk, onder opgave van de te behandelen onderwerpen verzoekt, in welk laatste geval de vergadering binnen twee weken plaatsvindt. 2. In de vergadering van het dagelijks bestuur hebben alle leden één stem. 3. Besluiten van de vergaderingen van het dagelijks bestuur vinden plaats op basis van gewone meerderheid van de uitgebrachte stemmen. 4. De ar�kelen 54, 56, 58 en 59 van de Gemeentewet zijn van overeenkoms�ge toepassing. 5.

Het dagelijks bestuur kan een of meer van zijn bevoegdheden opdragen aan een of meer van zijn leden, tenzij de regeling waarop de bevoegdheid steunt zich daartegen verzet. 6. Het dagelijks bestuur stelt voor zijn werkzaamheden een reglement van orde vast. Dit reglement wordt ter kennis gebracht van het algemeen bestuur.

5

Ar�kel 14 Taken en bevoegdheden Tot de taken en de bevoegdheden van het dagelijks bestuur van de regeling behoren naast de bevoegdheden als genoemd in ar�kel 33b van de wet: a. het voorstaan van de belangen van het samenwerkingsverband bij andere overheden, instellingen en diensten waarmee, of personen met wie contact met het samenwerkingsverband van belang is; b. het beheer van ac�va en passiva van het samenwerkingsverband, waaronder het voorbereiden van de ontwerpbegro�ng en het opstellen van de voorlopige jaarrekening; c. de zorg, voor zover deze niet aan anderen toekomt, voor de controle op het geldelijke beheer en de boekhouding; d. het verlenen van subsidies, en; e. het aannemen, schorsen en ontslaan van personeel, dit met uitzondering van de secretaris. HOOFDSTUK 6 – DE VOORZITTER Ar�kel 15 Taken en bevoegdheden 1. De voorziter wordt door het algemeen bestuur uit zijn midden aangewezen. 2. Hij is belast met de leiding van de vergaderingen van het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur. 3. Bij afwezigheid van de voorziter wordt hij vervangen door een lid van het dagelijks bestuur, door dat bestuur aan te wijzen. 4. Hij tekent de stukken, die van het algemeen bestuur en van het dagelijks bestuur uitgaan. 5. De voorziter vertegenwoordigt het samenwerkingsverband in en buiten rechte. Hij kan de vertegenwoordiging opdragen aan een door hem aan te wijzen persoon.

HOOFDSTUK 7 – DE COMMISSIES Ar�kel 16 Commissies van advies 1. Het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en de voorziter kunnen commissies van advies instellen, zulks met inachtneming van ar�kel 24 en ar�kel 24a van de wet. 2. Het algemeen bestuur stelt op voorstel van de raden in ieder geval een raadsadviescommissie in die belast is met de advisering van het algemeen bestuur en van de raden. Ar�kel 24a van de wet is van toepassing op de raadsadviescommissie. Ar�kel 17 Bestuurscommissies 1. Het algemeen bestuur kan commissies instellen met het oog op de behar�ging van bepaalde belangen, voor zover deze niet zijn voorbehouden aan het algemeen bestuur. 2. Het algemeen bestuur gaat niet over tot het instellen van een commissie als bedoeld in het eerste lid dan nadat de raden van de deelnemende gemeenten van dit voornemen op de hoogte zijn gesteld en in de gelegenheid zijn gesteld hun wensen en bedenkingen ter kennis van het algemeen bestuur te brengen. 3. Het algemeen bestuur regelt, met inachtneming van ar�kel 25 van de wet, hun bevoegdheden en samenstelling.

6

HOOFDSTUK 8 – INLICHTINGEN, VERANTWOORDING EN ONTSLAG Ar�kel 18 Het dagelijks bestuur en de voorziter ten opzichte van het algemeen bestuur 1. De leden van het dagelijks bestuur zijn, tezamen en ieder afzonderlijk, aan het algemeen bestuur verantwoording verschuldigd voor het door hen gevoerde bestuur. 2. Zij geven ongevraagd aan het algemeen bestuur alle informa�e die voor een juiste beoordeling van het door het dagelijks bestuur te voeren en gevoerde bestuur nodig is. 3. Zij geven – tezamen dan wel afzonderlijk – aan het algemeen bestuur, wanneer dit bestuur of een of meer leden daarvan hierom verzoekt, alle gevraagde inlich�ngen. 4. Een lid van het dagelijks bestuur kan door het algemeen bestuur worden ontslagen, indien dit lid het vertrouwen van het algemeen bestuur niet meer bezit. 5. Het bepaalde in het eerste tot en met het vierde lid is van overeenkoms�ge toepassing op de voorziter voor het door hem gevoerde bestuur. Ar�kel 19 Het dagelijks bestuur en algemeen bestuur ten opzichte van raden 1. Het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur geven aan de raden van de deelnemende gemeenten alle informa�e die de raden nodig hebben voor de uitvoering van hun taken. 2. Het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur verstrekken aan de raden van de deelnemende gemeenten alle inlich�ngen die door een of meer leden van die raden worden verlangd.

Ar�kel 20 Leden algemeen bestuur ten opzichte van het college van burgemeester en wethouders 1. Een lid van het algemeen bestuur verscha� de deelnemer die dit lid hee� aangewezen met inachtneming van ar�kel 16 en ar�kel 18 van de wet alle inlich�ngen, die door de deelnemer worden verlangd en wel op de in het reglement van orde voor de vergaderingen van de deelnemer aangegeven wijze. 2. Een lid van het algemeen bestuur is de deelnemer die dit lid hee� aangewezen met inachtneming van ar�kel 16 en ar�kel 18 van de wet verantwoording verschuldigd voor het door hem in dat bestuur gevoerde beleid en wel op de in het reglement van orde voor de vergaderingen van die deelnemer aangegeven wijze. 3. Met inachtneming van ar�kel 19 lid 1 van de wet, is het bepaalde in het eerste en het tweede lid van overeenkoms�ge toepassing ten aanzien van de gemeenteraden. HOOFDSTUK 9 – ZIENSWIJZEN EN INSPRAAK Ar�kel 21 Zienswijzen 1. Besluiten van het algemeen bestuur worden alleen aan zienswijzen onderworpen indien de wet of deze regeling dat expliciet voorschrij�. 2. Het algemeen bestuur kan besluiten tot de oprich�ng van en de deelneming in s�ch�ngen, maatschappen, vennootschappen, verenigingen, coöpera�es en onderlinge waarborgmaatschappijen, indien dat in het bijzonder aangewezen moet worden geacht voor de behar�ging van het daarmee te dienen openbaar belang.

Het besluit wordt niet genomen dan nadat de raden van de gemeenten een ontwerpbesluit is toegezonden en in de gelegenheid zijn gesteld hun wensen en bedenkingen ter kennis van het algemeen bestuur van het openbaar lichaam te brengen. 3. Het algemeen bestuur besluit niet tot het vaststellen van uitvoeringsprogramma's dan nadat de raden van de deelnemende gemeenten gedurende twaalf weken in de gelegenheid zijn 7

gesteld om schri�elijk hun zienswijzen op het concept bij het dagelijks bestuur naar voren te brengen. 4. Het algemeen bestuur beslist niet over een voorstel alvorens de raden van de deelnemende gemeenten om zienswijzen zijn gevraagd, wanneer ten minste een vijfde van de raden het dagelijks bestuur hierom verzoekt. In spoedeisende gevallen kan het dagelijks bestuur afzien van het vragen van zienswijzen. Het dagelijks bestuur stelt de raden hiervan schri�elijk en gemo�veerd op de hoogte. 5. Indien het tweede, derde of vierde lid wordt toegepast, dan hebben de raden twaalf weken de �jd hun zienswijzen bij het dagelijks bestuur naar voren te brengen. Voorafgaande aan het nemen van het besluit waarover de zienswijzen gegeven zijn, stelt het dagelijks bestuur de raden en het algemeen bestuur schri�elijk en gemo�veerd in kennis van het oordeel over de zienswijzen, alsmede van de eventuele conclusies die het daaraan verbindt. Ar�kel 22 Inspraak 1. Ingezetenen van de gemeenten en belanghebbenden kunnen via de reguliere procedures bij de colleges en de raden van de deelnemende gemeenten betrokken worden bij de voorbereiding, uitvoering en evalua�e van beleid. 2. In afwijking van het eerste lid kan het dagelijks bestuur besluiten dat bij de voorbereiding, uitvoering en evalua�e van beleid met ingrijpende gevolgen een apart par�cipa�etraject wordt doorlopen. 3.

Het tweede lid vindt ook toepassing wanneer ten minste een vijfde van de raden het dagelijks bestuur hierom verzoeken. 4. Het dagelijks bestuur informeert de deelnemers zo spoedig mogelijk omtrent zijn voornemen tot het mogelijk maken van inspraak als bedoeld in het tweede of het derde lid en de wijze waarop deze inspraak voor ingezetenen van de gemeenten en belanghebbenden zal worden vormgegeven. HOOFDSTUK 10 – ORGANISATIE EN PERSONEEL Ar�kel 23 Secretaris 1. Tot het personeel van het samenwerkingsverband behoort de secretaris. Het algemeen bestuur beslist omtrent benoeming, schorsing en ontslag van de secretaris. 2. De secretaris is tevens als directeur belast met de dagelijkse leiding van het samenwerkingsverband, waarvoor hij de verantwoording draagt. 3. Het dagelijks bestuur stelt de taken van de secretaris vast in een direc�estatuut. Het direc�estatuut wordt ter kennis gesteld van het algemeen bestuur. 4. De secretaris is het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en de voorziter bij de hun opgedragen taak behulpzaam. 5. De secretaris is in de vergaderingen van het algemeen en van het dagelijks bestuur aanwezig. De secretaris hee� in de vergaderingen uitsluitend een adviserende rol. 6. Door de secretaris worden alle stukken die van het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur uitgaan medeondertekend. 7.

Het dagelijks bestuur kan in spoedeisende gevallen overgaan tot schorsing van de secretaris en doet hiervan terstond mededeling aan het algemeen bestuur. De schorsing vervalt wanneer het algemeen bestuur deze niet in zijn eerstvolgende vergadering bekrach�gt. Ar�kel 24 Inrich�ng organisa�e en personeel 1. Het dagelijks bestuur stelt de inrich�ng en werkwijze van de organisa�e vast. 8

2. Op het personeel van de organisa�e is de Cao Samenwerkende gemeentelijke organisa�es van toepassing alsmede de binnen de organisa�e vastgestelde personele regelingen, inclusief alle toekoms�ge wijzigingen daarvan. 3. De secretaris kan namens het dagelijks bestuur worden belast met het aannemen, het schorsen en het ontslaan van personeelsleden van het samenwerkingsverband. HOOFDSTUK 11 – VERGOEDINGEN Ar�kel 25 Regeling inzake vergoeding van werkzaamheden 1. Het algemeen bestuur kan met inachtneming van de ar�kelen 21, 24 en 25 van de wet voor de leden van een commissie als bedoeld in ar�kel 16 en 17 van deze regeling, die niet de func�e van burgemeester, wethouder of secretaris vervullen, een regeling inzake de vergoeding van hun werkzaamheden respec�evelijk voor het bijwonen van vergaderingen een tegemoetkoming in de kosten vaststellen. 2. Het bepaalde in het vorige lid is niet van toepassing op ambtenaren werkzaam bij één of meer van de deelnemende gemeenten, die als zodanig tot lid van een commissie zijn benoemd. Deze ambtenaren hebben geen recht op vergoeding. 3. De in het eerste en tweede lid bedoelde regelingen worden aan gedeputeerde staten gezonden. HOOFDSTUK 12 – FINANCIËLE BEPALINGEN Ar�kel 26 Bijdragen van de gemeenten 1.

De kosten van het samenwerkingsverband worden door de deelnemers gedragen naar rato van het aantal inwoners per deelnemer op 1 januari van het jaar voorafgaand aan dat, waarop die kosten betrekking hebben. Het aantal inwoners wordt gebaseerd op de cijfers van het Centraal Bureau voor de Sta�s�ek. 2. In de begro�ng wordt aangegeven welke bijdragen de deelnemers, afzonderlijk of tezamen, verschuldigd zijn voor het jaar waarop de begro�ng betrekking hee�. 3. De deelnemende gemeenten betalen bij wijze van voorschot jaarlijks voor 15 januari en voor 15 juli telkens de hel� van de voor dat jaar geraamde bijdrage. 4. In de jaarrekening wordt het door elk van de deelnemende gemeenten, afzonderlijk of tezamen, over het desbetreffende jaar werkelijk verschuldigde bedrag opgenomen, waarna er, indien nodig, een nacalcula�e plaatsvindt. 5. De deelnemers dragen er zorg voor dat het samenwerkingsverband te allen �jde over voldoende middelen beschikt om aan al haar verplich�ngen te kunnen voldoen. Ar�kel 27 Begro�ngsprocedure 1. Het dagelijks bestuur zendt vóór 30 april van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begro�ng dient de algemene financiële en beleidsma�ge kaders aan de raden van de deelnemende gemeenten. 2.

Het dagelijks bestuur zendt de ontwerpbegro�ng met de daarbij behorende toelich�ng ten minste twaalf weken voordat zij aan het algemeen bestuur wordt aangeboden, doch uiterlijk 30 april van het jaar voorafgaande aan het jaar waarvoor de ontwerpbegro�ng geldt, toe aan de raden van de deelnemende gemeenten. 3. De ontwerpbegro�ng wordt door de colleges voor eenieder ter inzage gelegd en, tegen betaling van de kosten, ook algemeen verkrijgbaar gesteld. 9

4. De raden van de deelnemende gemeenten kunnen bij het dagelijks bestuur hun zienswijze over de ontwerpbegro�ng naar voren brengen. Het dagelijks bestuur voegt de commentaren waarin deze zienswijze is vervat bij de ontwerpbegro�ng, zoals deze aan het algemeen bestuur wordt aangeboden. 5. Het dagelijks bestuur stelt de raden van de deelnemende gemeenten voorafgaande aan het vaststellen van de begro�ng schri�elijk en gemo�veerd in kennis van zijn oordeel over de zienswijze, bedoeld in het vierde lid, alsmede van de eventuele conclusies die het daaraan verbindt. 6. Het algemeen bestuur stelt de begro�ng uiterlijk vast in het jaar voorafgaande aan dat waarvoor zij dient. Hierbij wordt rekening gehouden met de door de raden uitgebrachte zienswijze. 7. Nadat de begro�ng is vastgesteld zendt het algemeen bestuur de begro�ng aan de raden van de deelnemende gemeenten, die ter zake bij gedeputeerde staten hun zienswijze naar voren kunnen brengen. 8. Het dagelijks bestuur zendt de begro�ng binnen twee weken na de vaststelling, doch in ieder geval vóór de in ar�kel 34, tweede lid, van de wet genoemde datum aan gedeputeerde staten.

Ar�kel 28 Begro�ngswijziging Overeenkoms�g het bepaalde in ar�kel 35, zesde lid, van de wet, is ar�kel 27 niet van toepassing op wijzigingen van de begro�ng die niet leiden tot een overschrijding van de jaarlijkse bijdragen van de deelnemers of tot een afwijking van de bestuurlijk vastgestelde uitgangspunten van financieel beleid. Omtrent dergelijke begro�ngswijzigingen besluit het algemeen bestuur. Ar�kel 29 Jaarrekening 1. Het dagelijks bestuur zendt voor 30 april van het jaar na het jaar waarvoor de jaarrekening dient, een voorlopige jaarrekening en het jaarverslag aan de raden van de deelnemende gemeenten. De voorlopige jaarrekening gaat vergezeld van een verklaring omtrent de getrouwheid en rechtma�gheid, afgegeven door een accountant als bedoeld in ar�kel 393 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek. 2. Het dagelijks bestuur draagt er zorg voor dat medewerking wordt verleend aan door of namens de accountant(s) van de deelnemende gemeenten in te stellen onderzoeken naar de door de accountant, bedoeld in het eerste lid, verrichte (controle)werkzaamheden. 3. Het algemeen bestuur stelt de jaarrekening vast in het jaar volgende op het jaar waarop deze betrekking hee�. 4. Bij vaststelling van de jaarrekening vloeit een posi�ef saldo naar rato terug naar de deelnemende gemeenten, tenzij de vastgestelde maximale algemene reserve van € 100.000 nog niet bereikt is.

Een nega�ef saldo wordt naar rato bijgestort door de deelnemende gemeenten. 5. Het dagelijks bestuur zendt de jaarrekening binnen twee weken na de vaststelling, doch in ieder geval vóór 15 juli van het jaar volgende op het jaar waarop de jaarrekening betrekking hee�, aan gedeputeerde staten en de raden van de deelnemende gemeenten. 6. Het dagelijks bestuur stelt de in het eerste lid bedoelde stukken algemeen verkrijgbaar.

HOOFDSTUK 13 – ARCHIVERING Ar�kel 30 Archie�epaling 1. Het dagelijks bestuur draagt zorg voor de archie�escheiden van de bestuursorganen van het samenwerkingsverband. 10

2. De secretaris is belast met het beheer van de archie�escheiden van de bestuursorganen van het samenwerkingsverband, voor zover deze niet zijn overgebracht naar de archie�ewaarplaats. 3. Het dagelijks bestuur stelt voorschri�en vast voor het beheer van de archie�escheiden van de bestuursorganen van het samenwerkingsverband, die niet naar de archie�ewaarplaats zijn overgebracht. 4. Voor de bewaring van de over te brengen archie�escheiden van de bestuursorganen van het samenwerkingsverband wordt aangewezen de archie�ewaarplaats van de gemeente van de plaats van ves�ging. 5. Met het toezicht op het beheer van de archie�escheiden van de bestuursorganen van het samenwerkingsverband, voor zover deze niet zijn overgebracht naar de archie�ewaarplaats, is belast de archivaris van de gemeente van de plaats van ves�ging. 6. De archivaris van de gemeente van de plaats van ves�ging brengt tweejaarlijks aan het dagelijks bestuur verslag uit over het toezicht op het beheer van de archie�escheiden van de bestuursorganen van het samenwerkingsverband, die nog niet zijn overgebracht naar de archie�ewaarplaats. 7. Het dagelijks bestuur brengt tweejaarlijks verslag uit aan het algemeen bestuur over de uitoefening van de aan hen opgedragen zorg voor de archie�escheiden en de uitvoering van het archie�eheer van de bestuursorganen van het samenwerkingsverband. Ar�kel 31 Terbeschikkingstelling 1.

De deelnemers aan de regeling stellen �jdig aan het dagelijks bestuur van het samenwerkingsverband de archie�escheiden beschikbaar, die nodig zijn voor de uitvoering van de overgedragen taken. 2. In een verklaring van terbeschikkingstelling worden de periode van terbeschikkingstelling en het toezicht op het beheer van de ter beschikking gestelde archie�escheiden vastgelegd. 3. In de verklaring kunnen nadere voorwaarden worden gesteld aan de terbeschikkingstelling.

HOOFDSTUK 14 – TOETREDING, UITTREDING EN OPHEFFING Ar�kel 32 Toetreding tot de regeling 1. Een college kan tot de regeling toetreden na verkregen toestemming van de raad, onverminderd het bepaalde in ar�kel 1 van de wet. 2. Toetreding tot de regeling kan slechts plaatsvinden indien ten minste drie vierde van de deelnemers daartoe een gelijkluidend besluit nemen, onverminderd het bepaalde in ar�kel 1 van de wet. 3. Het algemeen bestuur regelt de gevolgen van de toetreding van een nieuwe deelnemer. 4. Het algemeen bestuur kan aan de toetreding voorwaarden verbinden. Ar�kel 33 Uitreding uit de regeling 1. Een deelnemer kan uit de regeling treden door een daartoe strekkend besluit van de betreffende deelnemer, onverminderd het bepaalde in ar�kel 1 van de wet. 2. Uitreding kan plaats vinden niet eerder dan 5 jaren na toetreding tot de regeling, met in acht name van een opzegtermijn van tenminste twee jaar. Deze opzegtermijn vangt aan op 1 januari van het jaar volgend op dat waarin tot uitreden besloten is. 3. Een deelnemer zendt, na toestemming van zijn raad, het besluit tot uitreding aan het algemeen bestuur. De procedure voor uitreding vangt aan op de dag nadat het algemeen bestuur het besluit hee� ontvangen. 4.

Het dagelijks bestuur inventariseert de gevolgen van de uitreding, de wijze waarop met deze gevolgen kan of moet worden omgegaan en de voorwaarden voor uitreding en legt deze vast in een uitredingsplan zoals bedoeld in ar�kel 34. 11

5. Uiterlijk zes maanden na het moment van uitreding stelt het algemeen bestuur het uitredingsplan vast. De daarin voor de uitredende deelnemer omschreven financiële verplich�ngen zijn bindend. 6. Nadat het uitredingsplan is vastgesteld, is de uitredende deelnemer gehouden om binnen zes maanden de daarin voor de uitredende deelnemer omschreven financiële verplich�ngen aan de regeling te voldoen. Ar�kel 34 Procedure voor vaststelling uitredingsplan 1. Het in ar�kel 33 bedoelde uitredingsplan bevat de financiële, juridische, personele en organisatorische consequen�es die gedurende een periode van vijf jaar het directe gevolg zijn van de uitreding. Tevens bevat het uitredingsplan de uitreedsom die betaald moet worden door de uitredende deelnemer. 2. Met het oog op het bepalen van de inhoud van het uitredingsplan wijst het algemeen bestuur een ona�ankelijke externe deskundige aan die in opdracht van het algemeen bestuur het uitredingsplan voorbereidt. De kosten voor het inschakelen van een ona�ankelijke externe deskundige komen voor rekening van de uitredende deelnemer. 3. Het algemeen bestuur wijst de ona�ankelijke externe deskundige aan op basis van een gezamenlijke voordracht van de uitredende deelnemer en het dagelijks bestuur.

Indien geen overeenstemming kan worden bereikt over een gezamenlijke voordracht, wijst het algemeen bestuur de ona�ankelijke externe deskundige aan op basis van een bindende voordracht van een selec�ecommissie bestaande uit drie leden van het algemeen bestuur, waaronder in ieder geval de vertegenwoordiger in het algemeen bestuur van de uitredende deelnemer. 4. Het algemeen bestuur baseert de berekening van de voorlopige uitreedsom op de systema�ek als bedoeld in het eerste lid en op de jaarrekening van het meest recent verstreken begro�ngsjaar. Tevens past de ona�ankelijke adviseur bij de berekening van de uitreedsom een risico-opslag van 5% op de uitreedsom toe om eventueel onvoorziene toekoms�ge kosten gerelateerd aan de uitreding te ondervangen. Deze opslag vrijwaart de uitredende deelnemer van alle toekoms�ge onvoorzienbare kosten. 5. Het algemeen bestuur is gehouden redelijkerwijs al het mogelijke te doen om de uitreedsom zo laag mogelijk te houden. Het algemeen bestuur onderzoekt in dat kader met de uitredende deelnemer de mogelijkheid tot overname van personeel, ac�va en contracten. Het voorgaande behoe� echter niet te leiden tot wijziging van overeenkomsten met en verplich�ngen jegens derden die zijn aangegaan respec�evelijk bepaald voorafgaand aan het �jds�p van ontvangst door het algemeen bestuur van het besluit tot uitreding van de deelnemer. Ar�kel 35 Wijziging 1.

Het dagelijks bestuur en de deelnemers kunnen aan het algemeen bestuur voorstellen tot wijziging doen. 2. Indien het algemeen bestuur instemt met een wijzigingsvoorstel, doet het een daartoe strekkend voorstel aan de deelnemers. 3. Een wijzigingsbesluit komt vervolgens tot stand, indien ten minste drie vierde van de deelnemers een gelijkluidend besluit daartoe genomen hebben, onverminderd het bepaalde in ar�kel 1 van de wet. Ar�kel 36 Opheffing en liquida�e 1. De regeling kan worden opgeheven bij een daartoe strekkend besluit van alle deelnemers minus één. Het besluit tot opheffing wordt niet genomen voordat de raden van de deelnemende gemeenten gedurende twaalf weken in de gelegenheid zijn gesteld om schri�elijk op de voorgestelde opheffing hun zienswijze bij het college naar voren te brengen. 2. In geval van een opheffingsbesluit draagt het algemeen bestuur zorg voor de opstelling en vaststelling van een liquida�eplan. Alvorens dit plan vast te stellen legt het algemeen bestuur dit voor aan de deelnemers die daarover hun zienswijzen kenbaar kunnen maken. 12

3. De deelnemers verbinden zich in het geval van opheffing van het samenwerkingsverband in het liquida�eplan de verplich�ng op te nemen dat zij alle rechten en verplich�ngen van het samenwerkingsverband over de deelnemende gemeenten verdelen op een in het plan te bepalen wijze. 4. Het dagelijks bestuur zal als vereffenaar optreden en belast worden met de uitvoering van het liquida�eplan. 5. Het samenwerkingsverbanden zijn bestuur blijven na het opheffingsbesluit bestaan voor zover dit voor de vereffening van het vermogen van het samenwerkingsverband nodig is.

HOOFDSTUK 15 – SLOTBEPALINGEN Ar�kel 37 Geschillen Geschillen omtrent de toepassing, in de ruimste zin, van een regeling tussen besturen van deelnemende gemeenten of tussen besturen van een of meer deelnemende gemeenten en het bestuur van het samenwerkingsverband worden overeenkoms�g ar�kel 28 van de wet, door gedeputeerde staten beslist. Ar�kel 38 Duur van de regeling De regeling wordt aangegaan voor onbepaalde �jd. Ar�kel 39 Evalua�e en bekendmaking 1. De werking van de regeling zal geëvalueerd worden indien twee deelnemers hierom verzoeken. Het dagelijks bestuur zal dan een onderzoeksvoorstel aan de deelnemers voorleggen. 2. Het college van de gemeente Venlo maakt een volledig ondertekend exemplaar van deze regeling alsmede besluiten tot wijziging, tot uitreding van, van toetreding tot en tot opheffing van deze regeling �jdig in alle deelnemende gemeenten bekend in het door de gemeente Venlo uitgegeven Gemeenteblad. 3. Het dagelijks bestuur is belast met de registra�e van de regeling overeenkoms�g ar�kel 26, tweede lid, van de wet. Ar�kel 40 Citeer�tel De regeling wordt aangehaald als: Gemeenschappelijke regeling Regio Noord-Limburg.

13

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15660969/1