CConstaterende datBergen
Koppel je AI →
Document · PDF

Ontwerpbegroting BsGW 2025 en -MJB 2026-2029 (002)

Gemeenteraad 4 juni 2024, gemeente BergenBij agendapunt: Zienswijze ontwerpbegroting 2025 en meerjarenraming 2026-2029 BsGW;19.038 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Niet gevonden in dit document.

Ontwerp-Begroting 2025 en meerjarenraming 2026-2029 BsGW

Versie 0.1 d.d. 29-2-2024

Ontwerp-Begroting BsGW 2025 en meerjarenraming 2026-2029

pagina 2 van 51

Inhoudsopgave 1. Samenvatting...................................................................................................................4 2. Inleiding ..........................................................................................................................9 2.1 Algemeen .................................................................................................................. 9 2.2 Indeling van de ontwerp-begroting ............................................................................... 9 2.3 Leeswijzer.................................................................................................................. 9 3. Beleidsbegroting ............................................................................................................. 10 3.1 Uitgangspunten .........................................................................................................10 3.2 Definities: reserves, voorzieningen, weerstandscapaciteit/-vermogen, post onvoorzien.......12 3.3 Ontwikkelingen ..........................................................................................................13 3.3.1 Landelijke ontwikkelingen ................................................................................... 13 3.3.2 Ontwikkelingen in de bedrijfsvoering ....................................................................

14 3.4 Produkten van dienstverlening .....................................................................................18 3.5 Paragrafen ................................................................................................................20 3.5.1 Lokale heffingen ................................................................................................ 20 3.5.2 Weerstandsvermogen en risicobeheersing ............................................................ 20 3.5.3 Onderhoud kapitaalgoederen .............................................................................. 21 3.5.4 Financiering ...................................................................................................... 21 3.5.5 Bedrijfsvoering .................................................................................................. 23 3.5.6 Verbonden partijen ............................................................................................ 23 3.5.7 Grondbeleid ...................................................................................................... 23 3.5.8 Openbaarheid ................................................................................................... 23 4. Financiële ontwerp-begroting ...........................................................................................

25 4.1 Overzicht baten en lasten ...........................................................................................25 4.2 Effect Harmonisatie en nieuwe kostenverdeelmethode ....................................................25 4.3 Toelichting op de baten en lasten .................................................................................27 4.4 Uiteenzetting van de financiële positie ..........................................................................30 4.4.1 Investeringen ................................................................................................... 30 4.4.2 Financiering ...................................................................................................... 30 4.4.3 Stand en verloop reserves en voorziening............................................................. 30 4.4 (Financiële) effecten ontwerp-begroting 2025................................................................31 Bijlagen.............................................................................................................................

32 Bijlage 1: MeerjarenInvesteringsProgramma: MIP 2025-2029 ...............................................33 Bijlage 2: Staat van immateriële, materiële, financiële vaste activa en onderhanden werk ........34 Bijlage 3: Staat van vaste schulden ...................................................................................35 Bijlage 4: Staat van reserves en voorzieningen ...................................................................36 Bijlage 5: Berekening van het rente-omslagpercentage ........................................................38 Bijlage 6: Toelichting op de kostenverdeelmethodiek ...........................................................39 Bijlage 7: Risicoanalyse ....................................................................................................43 Bijlage 8: Berekend EMU-saldo .........................................................................................50 Bijlage 9: Geprognosticeerde balans 2023-2029 ..................................................................51

Ontwerp-Begroting BsGW 2025 en meerjarenraming 2026-2029

pagina 3 van 51

1. Samenvatting Voor u ligt de ontwerp-begroting 2025 en de meerjarenraming 2026-2029 van Belastingsamenwerking Gemeenten en Waterschappen (BsGW). Hierin zijn de financiële consequenties van zekere ontwikkelingen en bestuursbesluiten meegenomen. Zekere ontwikkelingen, waarvan de (financiële) effecten nog een mate van onzekerheid hebben, worden eveneens zo veel mogelijk gekwantificeerd. Mogelijke ontwikkelingen worden alleen in de ontwerp-begroting meegenomen voor zover deze zijn in te schatten. De door het Algemeen Bestuur van BsGW op 7 december 2023 vastgestelde kadernota 2025 dient als basis voor de ontwerp-begroting 2025 en de meerjarenraming 2026-2029. Het belangrijkste bestuurlijke uitgangspunt hierbij is een sluitende begroting en meerjarenraming. Het wordt vanwege de dynamiek in de (inter)nationale samenleving steeds lastiger om meerjarig vooruit te kijken. Daaraan kan worden toegevoegd dat BsGW als gemeenschappelijke regeling de kadernota en de ontwerp-begroting en meerjarenraming vroegtijdig dient aan te leveren als input voor de begrotingen van de deelnemende organisaties. In de voorliggende ontwerp-begroting is voor de indexering 2025 uitgegaan van de meest recente ramingen van het Centraal Planbureau, waarbij deze voor de opvolgende jaren 2026-2029 in de meerjarenraming gelijk zijn gehouden. Forse inflatiecijfers zoals in 2022/2023 worden niet verwacht.

Wel is zowel de nationale consumentenprijsindex als de verwachte loonvoetontwikkeling voor de sector overheid nog altijd een stuk hoger dan vóór 2022/2023. Eind 2023 is de Wet herwaardering proceskostenvergoeding WOZ (en bpm) aangenomen. Ondanks de hierin opgenomen reductie van de proceskostenvergoeding - in combinatie met de uitkering hiervan aan de belanghebbenden in plaats van de no cure no pay-bedrijven (ncnp-bedrijven) – is nog onzeker of dit tot lagere proceskosten (uitkerings- en uitvoeringskosten) bij BsGW zal leiden. Het is bijvoorbeeld niet uitgesloten dat genoemde bedrijven op zoek gaan naar anders mogelijkheden zoals intensievere en bredere inzet Artificial Intelligence en/of meer bezwaren tegen andere soorten heffingen. De toenemende spanning op de arbeidsmarkt in het algemeen en de ICT-sector in het bijzonder vraagt om verscherpte aandacht en pragmatisch handelen. Daarnaast is er de laatste jaren sprake van leeftijdsgebonden uitstroom van medewerkers. Dat zal ook voor de komende jaren zo zijn. Indien BsGW hier niet tijdig op inspeelt en voorsorteert, bestaat het risico dat ook de bijbehorende kennis wegvloeit. Dit alles neemt niet weg dat BsGW blijft zoeken om -waar mogelijk- efficiënter te werken. Dit mag de continuïteit en de kwaliteit van onze dienstverlening evenwel niet in gevaar brengen.

De onderstaande ontwikkelingen hebben een financieel effect op de ontwerp-begroting 2025 en meerjarenraming 2026-2029: Loonindexering en prijsinflatie Dit betreft de reguliere jaarlijkse indexering voor de salarissen en goederen en diensten op basis van de meest recente septembercirculaire van het Centraal Planbureau. Samenwerkingsportaal Initieel was dit project (toen nog Regieportaal) aangegaan voor de looptijd tot en met 2024 voor bedrag van € 250 duizend per jaar. Uit oogpunt van zekerheid en continuïteit is – reeds in de begroting 2024 het Samenwerkingsportaal begrotingstechnisch in de meerjarenraming 2025 – 2027 opgenomen,

Ontwerp-Begroting BsGW 2025 en meerjarenraming 2026-2029

pagina 4 van 51

waarbij is besloten het bedrag te verhogen naar € 350 duizend per jaar (nominaal) om zo de door de deelnemers gewenste verdere doorontwikkeling vorm te kunnen geven. Vanaf de start van het Samenwerkingsportaal is rekening gehouden met de jaarlijkse mutatiedetectie (voorheen niet jaarlijks) waaruit extra werkzaamheden, ICT- en bijbehorende onderhoudskosten voortvloeien. Hiertegenover staat een betere borging in de integraliteit tussen de basisregistraties BAG, BGT en de WOZ. Bestemmingsreserve aanbestedings- en implementatietraject ICT In 2022 zijn drie grote aanbestedingstrajecten opgestart voor de hosting, de belasting- en de waarderingsapplicatie van BsGW. De implementatie hiervan is in 2023 gestart, met een uitloop naar 2024. De verwachte implementatiekosten van dit programma Aanbesteding Hosting en Applicaties (voortaan genoemd: AHA) zijn ingeschat op € 2,775 miljoen. Vanaf 2025 moeten middelen worden gereserveerd (middels de hiervoor vermelde bestemmingsreserve) voor de volgende aanbesteding in 2028 inclusief de daaropvolgende implementatie in 2029. Zodra het huidige aanbestedingstraject is afgerond en de gerealiseerde programmakosten bekend zijn, komt het Dagelijks Bestuur hiertoe eind 2024 met een voorstel (AB 8-12-2022).

Vooruitlopend hierop is - op basis van het huidige prijspeil van de huidige bestemmingsreserve – in de voorliggende begroting voor de jaren 2025-2029 begrotingstechnisch een geschat bedrag opgenomen van € 555.000,- per jaar. Mocht het bestuursvoorstel hier aanleiding toe geven, dan kan dit geschatte bedrag worden gewijzigd via de bestuurlijk vastgestelde P&C-cyclus. Het Ondernemings- en Ontwikkelplan (OOP) Na de oprichting in 2011 groeide BsGW in slechts vier jaar tijd uit tot het huidige samenwerkingsverband, waarin 29 van de 31 Limburgse gemeenten en het Waterschap Limburg deelnemen. De consolidatie van het aantal deelnemers heeft om een herijking van de organisatie gevraagd. Hiertoe heeft BsGW een separaat ontwikkeltraject uitgevoerd, zijnde het Ondernemings- en Ontwikkelplan (OOP). Het OOP kan (in financieel opzicht) in drie fase worden onderverdeeld: Fase 1 2018 tot 2021 Projectfase Fase 2 2021 tot 2028 Terugbetalen projectkosten Fase 3 vanaf 2028 Structureel voordeel deelnemers Het projectbudget van het OOP is op 14 december 2017 door het Algemeen Bestuur vastgesteld op € 4 miljoen. Na de uitvoering van het ontwikkeltraject, dienen de projectkosten via de eigen begroting van BsGW te worden terugverdiend via oplopende kostenreductie in de jaren 2023-2027. Deze kostenreductie leidt met ingang van 2028 tot een structurele reductie van de netto-kosten van € 1,3 miljoen.

Vanaf het jaar 2028 wordt de structurele daling van de deelnemersbijdrage à € 1,3 miljoen verwerkt in de begroting (AB 14-12-2017). Weerstandsvermogen Het benodigde weerstandsvermogen is gebaseerd op een jaarlijks bij het opstellen van de ontwerpbegroting uitgevoerde risicoanalyse en is voor de voorliggende ontwerp-begroting berekend op € 1,137 miljoen. Het aanwezige weerstandsvermogen bedraagt eind 2023 (vóór resultaatbepaling 2023) € 1,502 miljoen, waarmee de ratio uitkomt op 1,35. Een ratio lager dan 1,0 duidt op een kwetsbare financiële positie, omdat de capaciteit niet voldoende is om de geïdentificeerde risico’s af te dekken.

Ontwerp-Begroting BsGW 2025 en meerjarenraming 2026-2029

pagina 5 van 51

Aanvullen in definitieve begroting 2025 (AB 27 juni 2024) Na resultaatbestemming 2023 bedraagt het weerstandsvermogen € xxx miljoen, waarmee de ratio uitkomt op xxx. Deze ratio valt wel / niet binnen de bandbreedte van 0,8 en 1,4 waardoor er (g)een aanleiding bestaat het weerstandsvermogen aan te passen (zie ook de kadernota Risicomanagement, AB 24-3-2022). Het verschil tussen het aanwezige en het benodigde weerstandsvermogen bedraagt € 365 duizend. De inzet van dit bedrag zal worden meegenomen bij de resultaatbepaling 2023 (AB 27-6-2024). Het voorgenomen DB-besluit resp. AB-voorstel is om deze € 365 duizend in te zetten voor de ‘voeding’ van de nieuwe bestemmingsreserve AHA. Kostenverdeelmethode en bijdragen deelnemers Door het bestuur is afgesproken (AB 25-6-2020) dat er een nieuwe kostenverdeelsystematiek aan de orde zal komen, omdat de indruk bestaat dat er diensten worden verleend, die niet één op één worden doorberekend. Harmonisatie van de beleids- en uitvoeringsregels en de daarmee samenhangende processen is onlosmakelijk verbonden met de kostenverdeelmethode (KVM). Er is daarom samen met de deelnemers een Harmonisatietraject opgestart (AB 9-12-2021) waarbij de verschillende producten, die BsGW levert aan haar deelnemers op het gebied van belastingheffing en -inning, zijn onderverdeeld in: -

Voorkeursvarianten, waarbij nog onderscheid wordt gemaakt in de meer arbeidsintensieve belastingsoorten;

-

Maatwerkvarianten;

-

Externe heffingen.

Dit heeft er in geresulteerd dat vanaf 2024 de laatste twee categorieën voortaan via een separaat offerte- en factureringstraject in rekening worden gebracht bij de betreffende deelnemers. De kosten voor de reguliere belastingsoorten c.q. voorkeursvarianten worden via de kostenverdeelmethode bij de deelnemers in rekening gebracht. Tevens is in opdracht van het bestuur (AB 23-3-2023) de evaluatie van de vanaf de oprichting van BsGW vigerende KVM uitgevoerd door een onafhankelijke, externe adviseur. Nadat in december 2023 de uitgangspunten en aanbevelingen door het bestuur zijn bekrachtigd (AB 7-12-2023), is de nieuwe KVM opgesteld, waarbij de uitgangspunten en aanbevelingen één op één zijn doorvertaald en vastgesteld (AB 25-1-2024). De nieuwe KVM treedt per 1 januari 2025 in werking. De opbrengst vervolgingskosten zal vanaf 2025 rechtstreeks aan de deelnemers worden afgedragen. Ze maakt derhalve geen onderdeel meer uit van de begroting van BsGW zelf. Buiten dat heeft de nieuwe KVM geen financiële gevolgen voor de begroting van BsGW zelf, maar wel in de doorbelasting van de kosten aan de deelnemers van BsGW. Ten tijde van het opstellen van deze ontwerp-begroting is niet bekend of er gewerkt gaat worden met een ingroeimodel voor wat betreft de nieuwe bijdragen als gevolg van de nieuwe KVM. Het Dagelijks Bestuur stelt hier mogelijk een bestuursvoorstel voor op (AB 28-03-2024).

Vandaar dat in deze ontwerpbegroting vooralsnog de bijdragen als totaal worden gepresenteerd. De uitsplitsing naar deelnemer zal worden toegevoegd aan de begroting (AB 27-6-2024).

Ontwerp-Begroting BsGW 2025 en meerjarenraming 2026-2029

pagina 6 van 51

Financieel effect op de (exploitatie)ontwerp-begroting 2025: Ontwikkelingen begroting 2025

Effect op netto kosten 2025 t.o.v. begroting 2024

Niet in begroting BsGW, wel positief effect deelnemers

Opgenomen in de begroting:

Niet opgenomen:

Zekere ontwikkelingen - CAO 2024

+ € 340.000,-

cf CAO 2024 (Onderhandelingsakkoord 22-11-2023)

- Indexering salarissen

+ € 915.000,-

cf KN2025 (AB 7-12-2023) obv CPB

- Inflatie

+ € 384.000,-

cf KN2025 (AB 7-12-2024) obv CPB (xx-9-2023),

- Doorontwikkeling Samenwerkingsportaal

+ € 100.000,-

cf KN2025 (AB 7-12-2023) obv B2024 (AB 29-6-2023)

- Vorming bestemmingsreserve ICT 2025 - 2029

+ € 555.000,-

cf KN2025 (AB 7-12-2024) obv besluit (AB 8-12-2022)

- Wet herwaardering proceskostenvergoeding

onbekend, geen meerkosten

cf wet (1e Kamer 19-12-2023)

- Verbetering archiefbeheer

budgetneutraal

cf Archiefwet en inspectie Provincie Limburg

- Stimuleringsregeling

budgetneutraal

cf besluit (AB 23-6-2016)

Effect Harmonisatie en kostenverdeelmethode

Opgenomen in de begroting:

Niet opgenomen:

- Opbrengst vervolgingskosten

+ € 2.149.000,-

- € 2.149.000,-

- Interne kosten maatwerk (voorheen in begroting)

- € 246.000,-

cf Harmonisatietraject (AB 8-12-2022)

- Interne kosten maatwerk (nu via offertetraject)

+ € 246.000,-

cf Harmonisatietraject (AB 8-12-2022)

- Extra kosten maatwerkvarianten (via offertetraject)

+ € 39.000,-

cf Harmonisatietraject (AB 8-12-2022)

Mogelijke ontwikkelingen

Niet opgenomen:

Niet opgenomen:

onbekend

Tegengaan toenemende armoede

onbekend

- Sociaal invorderen

onbekend

- Vroegsignalering Fiscale Vereenvoudigingswet 2017

cf nieuwe opzet KVM (AB 25-1-2024)

vooralsnog niet (2027 of later)

Krapte op de arbeidsmarkt

onbekend

Wetsvoorstel aanpassing belastingstelsel waterschappen

onbekend

Robotisering en artificial intelligence (AI)

onbekend - € 365.000,-

Surplus weerstandsvermogen cf risico-analyse B2025

*)

*) vooruitlopend op het voorgenomen DB-besluit resp. AB-voorstel om het verschil tussen het aanwezige en benodigde weerstandsvermogen ad € 365 duizend in te zetten voor de ‘voeding’ van de nieuwe bestemmingsreserve AHA.

Zoals zichtbaar is gemaakt in bovenstaande tabel is de beïnvloedbaarheid door BsGW van de in de begroting opgenomen posten nihil. De begrotingsposten zijn nagenoeg allemaal gebaseerd op eerder door het bestuur van BsGW vastgestelde stukken en besluiten en wetgeving. Voor wat betreft de opbrengst vervolgingskosten: deze post wordt niet meer opgenomen in de begroting van BsGW zelf maar rechtstreeks afgedragen aan de deelnemers. Dit resulteert in een negatief effect op de begroting van BsGW en een positief effect op de eigen begroting van de desbetreffende deelnemer. Per saldo stijgen de reguliere bijdragen 2025 met € 4,197 miljoen ten opzichte van de begroting 2024. CAO 2024

€

340.000

Indexering salarissen interne kosten

€

915.000

Inflatie

€

384.000

Doorontwikkeling Samenwerkingsportaal

€

100.000

Vorming bestemmingsreserve ICT 2025 - 2029

€

555.000

Effect zekere ontwikkelingen

€

2.294.000

Opbrengst vervolgingskosten

€

2.149.000

Maatwerk (voorheen in begroting BsGW)

€

-246.000

Effect Harmonisatie en kostenverdeelmethode

€

1.903.000

Verschil

€

4.197.000

Van dit verschil is € 2,149 miljoen het gevolg van het door het Algemeen Bestuur vastgestelde besluit om de opbrengst vervolgingskosten niet meer op te nemen in de begroting van BsGW maar de werkelijke opbrengsten rechtstreeks aan de betreffende deelnemers af te dragen.

Ontwerp-Begroting BsGW 2025 en meerjarenraming 2026-2029

pagina 7 van 51

Naast de reguliere begroting, zijnde de kosten voor de uitvoering van voorkeursvarianten die worden verrekend via de kostenverdeelmethode, kent BsGW maatwerkvarianten. De uitvoering van de maatwerkvarianten wordt separaat geoffreerd en gefactureerd bij de betreffende deelnemers. Samen vormt dit de totaalbegroting van BsGW.

Begroting 2024, incl 1e wijziging 2023

€

25.122.000

Verschil

€

4.197.000

Ontwerp-begroting 2025 (via KVM)

€

29.319.000

Maatwerk

€

285.000

Ontwerp-begroting 2025 totaal

€

29.604.000

Netto-kosten 2025

€

28.804.000

Kostenreductie tbv terugbetaling projectkn OOP

€

-800.000

De in 2025 te behalen taakstellende kostenreductie ad. € 800 duizend wordt ingezet voor de terugbetaling van de projectkosten OOP.

Ontwerp-begroting 2025 en meerjarenraming 2026-2029: Bedragen x € 1.000

Realisatie

Begroting KVM

Begroting

Maatwerk totaal

Begroting BsGW totaal

Meerjarenperspectief

2023

2024

2025

2025

2025

2026

2027

2028

2029

Personeelskosten

0

16.341

17.362

236

17.598

18.334

19.206

20.282

21.418

Huisvestingkosten

0

889

919

0

919

951

983

1.016

1.051

Afschrijvingkosten

0

357

357

0

357

357

357

357

357

ICT-kosten

0

2.775

2.972

39

3.011

3.177

3.285

3.397

3.512

1.326

1.361

10

1.372

1.408

1.455

1.505

1.556

982

1.015

0

1.015

1.050

1.086

1.123

1.161

3.391

3.506

0

3.506

3.625

3.748

3.876

4.007

Lasten

Overige operationele kosten Diensten door derden Tegemoetkoming proceskosten Overige operationele kosten

0

5.699

5.882

10

5.893

6.082

6.289

6.503

6.724

Algemene kosten

0

922

974

0

974

999

1.026

1.053

1.082

Bank- en rentekosten

0

313

297

0

297

307

318

328

339

Toevoegingen aan voorzieningen

0

0

555

0

555

555

555

555

555

Totale lasten

0

27.296

29.319

285

29.604

30.762

32.019

33.491

35.037

-600

-800

0

-800

-1.000

-1.200

0

0

0

Taakstelling kostenreductie OOP Structurele kostenreductie Totale lasten

0

0

-1.300

-1.300

0

26.696

28.519

285

28.804

29.762

30.819

32.191

33.737

Renteopbrengsten

0

13

0

0

0

0

0

0

0

Diensten aan derden

0

0

0

0

0

0

0

0

0

2.162

0

0

0

0

0

0

0

0

2.175

0

0

0

0

0

0

0

Netto kosten

0

24.522

28.519

285

28.804

29.762

30.819

32.191

33.737

Waarvan incidentele baten/lasten (saldo)

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Totaal bijdragen

0

25.122

29.319

285

29.604

30.762

32.019

32.191

33.737

Exploitatieresultaat (+ is winst/ - is verlies)

0

600

800

0

800

1.000

1.200

0

0

-600

-800

-800

-1.000

-1.200

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Baten

Opbrengst vervolgingskosten Totale baten

Waterschap Limburg

Terugbetaling projectkosten OOP Resultaat na terugbetaling OOP

0

0

* Ten tijde van het opstellen van de ontwerp-begroting zijn de jaarrekeningcijfers 2023 nog niet bekend. Deze zullen worden verwerkt in de begroting (AB 27 juni 2024)

Voor een nadere toelichting en ontwikkelingen verwijzen we u naar hoofdstuk 3 en 4.

Ontwerp-Begroting BsGW 2025 en meerjarenraming 2026-2029

pagina 8 van 51

2. Inleiding 2.1 Algemeen Voor u ligt de ontwerp-begroting 2025 en de meerjarenraming 2026-2029 van Belastingsamenwerking Gemeenten en Waterschappen (BsGW). Deze is volledig opgesteld binnen de kaders van de door het Algemeen Bestuur vastgestelde kadernota 2025. BsGW is 1 april 2011 opgericht als samenwerkingsverband op belastinggebied voor gemeenten en waterschappen in de vorm van een gemeenschappelijke regeling. BsGW is een openbaar lichaam op grond van de Wet Gemeenschappelijke Regelingen. Per 1 januari 2023 zijn Waterschap Limburg en de gemeenten Beek, Beekdaelen, Beesel, Bergen, Brunssum, EchtSusteren, Eijsden-Margraten, Gennep, Gulpen-Wittem, Heerlen, Kerkrade, Landgraaf, Leudal, Maasgouw, Maastricht, Meerssen, Mook & Middelaar, Nederweert, Peel & Maas, Roerdalen, Roermond, Simpelveld, Sittard-Geleen, Stein, Vaals, Valkenburg aan de Geul, Venlo, Voerendaal, Weert deelnemers in BsGW. De ontwerp-begroting 2025 is gebaseerd op bovenstaande 30 deelnemers. BsGW behartigt als uitvoeringsorganisatie van het waterschap en de deelnemende gemeenten de zorg voor optimaal beheer en verwerking van (basis)gegevens en informatie, het heffen, innen en afdragen van de opbrengsten van lokale belastingen en het waarderen van belastingobjecten in het kader van de wet WOZ, dit alles op basis van bedrijfseconomische principes.

2.2 Indeling van de ontwerp-begroting Aangezien BsGW een samenwerking is voor zowel gemeenten als een waterschap, volgt uit de wetgeving dat verslaggeving dient plaats te vinden conform Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV). De ontwerp-begroting is dan ook ingedeeld volgens het BBV en bestaat uit een beleidsbegroting en een financiële begroting. In de beleidsbegroting worden het programmaplan en de verplichte paragrafen weergegeven. De financiële begroting omvat het overzicht van baten en lasten plus een uiteenzetting van de financiële positie per programma. In het geval van BsGW betreft dit het programma ‘940 lasten heffing en invordering belastingen’. (Bron: Hoofdlijnen vernieuwing Besluit Begroting en Verantwoording blz. 19)

2.3 Leeswijzer Hoofdstuk 1 bevat de samenvatting. Hoofdstuk 3 bevat de beleidsbegroting met de (reken)uitgangspunten en de ontwikkelingen, waarmee daar waar mogelijk rekening is gehouden in de (financiële) begroting. Deze paragraaf bevat daarnaast de vaste rubrieken met een toelichting op het (benodigde) weerstandsvermogen en de financiering. De financiële begroting wordt tot slot in hoofdstuk 4 nader toegelicht.

Het Dagelijks Bestuur BsGW

Roermond, 27 juni 2024.

N.M.J.G. Lebens, directeur

G.H.C. Frische, voorzitter

Ontwerp-Begroting BsGW 2025 en meerjarenraming 2026-2029

pagina 9 van 51

3. Beleidsbegroting 3.1 Uitgangspunten Onderwerp

Uitgangspunt

Raming personele lasten

Salariskosten worden jaarlijks geïndexeerd op basis van de CAO Werken voor Waterschappen. Indien die niet bekend zijn ten tijde van het opstellen van de kadernota wordt uitgegaan van de Macro Economische Verkenningen uit de laatst bekende septembercirculaire van het CPB, onderdeel ‘loonvoet sector overheid’ (voor de personele kosten).

Formatie en personeel

BsGW werkt met een vaste formatie en een flexibele schil. Binnen deze twee categorieën kan worden geschoven, maar de vastgestelde loonsom kan niet overschreden worden, behalve door CAO-stijgingen.

Financiering

Alleen voor investeringen kan BsGW een langlopende lening aantrekken. Hiervoor is een bestuursbesluit vereist.

Raming materiële lasten

Voor de jaarlijkse indexatie wordt uitgegaan van de Macro Economische Verkenningen uit de laatst bekende septembercirculaire van het CPB, onderdeel ‘nationale consumentenprijsindex’. Indien voor specifieke kostencategorieën andere indexeringspercentages gelden, wordt hiervan afgeweken en worden de marktconforme kostenstijgingen in de begrotingscijfers verwerkt.

Inhuur derden

De verwachte inhuurkosten worden geïndexeerd met de raming van het CPB. Een afwijking hierop wordt gemotiveerd toegelicht.

Raming onvoorzien

1,4 % van de begrote kosten.

Investeringen in het belastingpakket

Investeringen verplicht om te voldoen aan de wettelijke eisen, incl. onderhoudskosten. Als uitgangspunt wordt alle software afgenomen als dienst (SaaS), waardoor er eenmalige implementatiekosten zijn en daarna jaarlijkse licentiekosten (geen reservering kapitaalslasten meer inzake belastingsoftware: er wordt niet op afgeschreven i.v.m. geen juridisch eigenaar).

Risicomanagement

Het weerstandsvermogen wordt uitgedrukt als ratio t.o.v. de benodigde weerstandscapaciteit, waarbij de in het AB van 24-3-2022 vastgestelde Kadernota Risicomanagement leidend is.

Kosten die specifiek zijn voor bepaalde deelnemers

Deze worden o.b.v. de goedgekeurde offerte separaat doorbelast.

Kostenverdeelmethode

De nieuwe kostenverdeelmethode wordt gehanteerd (AB 25 januari 2024).

Ondernemings- en Ontwikkelplan (OOP) BsGW 2018-2020

Het OOP en de wijze van financiering hiervan, is vastgesteld door het Algemeen Bestuur van BsGW in de AB-vergadering van 14 december 2017. De uitvoering van het OOP was een separaat traject en behoorde niet tot de reguliere bedrijfsvoering van BsGW.

Ontwerp-Begroting BsGW 2025 en meerjarenraming 2026-2029

pagina 10 van 51

Het OOP raakt in die zin de kadernota 2025 en de ontwerp-begroting 2025 niet, maar wel de laatste twee jaar van de meerjarenraming 20262029. De taakstellende, structurele kostenreductie à € 1,3 miljoen per jaar, die het AB BsGW heeft opgelegd zal vanaf 2028 tot uitdrukking komen in lagere netto-kosten voor de deelnemers van € 1,3 miljoen op jaarbasis. Renteopbrengsten (Schatkistbankieren)

De rentevergoedingen* op het saldo van de gelden die uitstaan bij het Rijk als gevolg van Schatkistbankieren, fluctueren, zijn niet-structureel en bovendien niet beïnvloedbaar door BsGW. BsGW begroot deze renteopbrengsten als zijnde nihil. Eventuele renteopbrengsten worden gereserveerd en meegenomen in de (besluitvorming over de) resultaatbestemming. * betreft voornamelijk de renteontvangsten als gevolg van de enkele verwerkingsdagen voordat de ontvangen belastingopbrengsten worden afgedragen aan de deelnemers van BsGW.

Financieel technische uitgangspunten v.w.b. de indexeringen: BsGW valt onder de CAO Werken voor Waterschappen. Eind 2023 is een onderhandelingsakkoord gesloten voor de CAO 2024. Het financiële effect is ruim 5,5% en is daarmee fors hoger dan de in de begroting 2024 opgenomen indexering van 3,3%. Op basis van de door het AB vastgestelde spelregels (AB 8-12-2022) is een begrotingswijziging 2024 niet aan de orde aangezien het verschil van € 340 duizend lager is dan 3% van het begrotingstotaal. De CAO 2024 heeft evenwel een structureel effect, dat wordt doorberekend in de voorliggende begroting 2025 en meerjarenraming 2026-2029. De looptijd van de CAO is 1 jaar. Voor de ontwerp-begroting 2025 is het uitgangspunt voor de indexatie van de salariskosten daarom de septembercirculaire van het Centraal Planbureau (CPB) met daarin opgenomen de CPB indexcijfers. Voor de verwachte materiële lasten en inhuur betreft dit de ‘nationale consumentenprijsindex’. Voor de verwachte salariskosten betreft dit de ‘loonvoet sector overheid’. Indexeringen Ontwerp-begroting 2025 Indexering materiele lasten en inhuur Het gemiddelde percentage van nationale consumentenprijsindex over de jaren 2022-2025 bedraagt tussen de 3,2% en 5,1%. De forse inflatie van 2022 van 10% betreft een trendbreuk en wordt daarom buiten beschouwing gelaten. Gekozen is om het drie jaargemiddelde 2023-2025 van 3,4% aan te houden.

Indexering salarissen Het gemiddelde percentage van de loonvoet overheidssector over de jaren 2022-2025 bedraagt tussen de 5,6% en 5,9%. Gekozen is om ook hier het drie jaargemiddelde 2023-2025 aan te houden van 5,6%. Mocht de septembercirculaire van het CPB d.d. 2024 daartoe aanleiding geven, dan zal dienovereenkomstig een correctie plaatsvinden via de bestuurlijk vastgestelde P&C-cyclus van BsGW.

Ontwerp-Begroting BsGW 2025 en meerjarenraming 2026-2029

pagina 11 van 51

3.2 Definities: reserves, voorzieningen, weerstandscapaciteit/-vermogen, post onvoorzien Reserves kunnen worden omschreven als vermogensbestanddelen die als eigen vermogen zijn aan te merken en die vrij zijn te besteden. Reserveren betekent geld opzij leggen: -

om later een (grote) investering te doen;

-

voor moeilijke tijden (weerstandsvermogen. Dit is het weerstandsvermogen en dit betreft alleen de algemene reserve);

-

om risico’s op te vangen;

-

voor onverwachte zaken.

Voorzieningen zijn passiefposten in de balans (vreemd vermogen), die een inschatting geven van voorzienbare lasten in verband met risico’s en verplichtingen waarvan de omvang en/of het tijdstip van optreden min of meer onzeker zijn. Bij voorzieningen is er sprake van een oorzaak uit het verleden: er is iets gebeurd wat niet terug te draaien is en wat waarschijnlijk leidt tot lasten in de toekomst die niet waren voorzien (begroot). Ook kan een voorziening ingesteld worden ter egalisatie van pieken in de kosten in de begroting. Deze kosten dienen zeker plaats te vinden. Van een vrije keuze bij het instellen van een voorziening is derhalve geen sprake. Wel kunnen soms de gevolgen nog beïnvloed worden. Bij het bepalen van de noodzakelijke omvang van de voorziening wordt hiermee ook rekening gehouden. Weerstandscapaciteit is de mate waarin BsGW over middelen beschikt of kan beschikken om niet voorziene tegenvallers op te vangen. Er wordt hierbij onderscheid gemaakt tussen de post onvoorzien en het weerstandsvermogen. De post onvoorzien mag worden opgevat als een buffer voor onvoorziene externe tegenvallers: onvoorzien, onvermijdelijk en onuitstelbaar. De post onvoorzien moet een soepele uitvoering van de begroting vergemakkelijken en zorgt zodoende voor een beetje flexibiliteit.

Er kunnen zich gezien de tijdspanne tussen het opstellen van de kadernota (laatste kwartaal van begrotingsjaar t-2), de (ontwerp-) begroting en realisatie (begrotingsjaar t), altijd tegenvallers voordoen als gevolg van bijvoorbeeld wijzigingen in wet-/regelgeving. Tussentijdse begrotingswijzigingen worden hiermee zoveel als mogelijk voorkomen. Het weerstandsvermogen is in principe bedoeld als buffer voor het opvangen van risico's, waarvan de financiële gevolgen vooraf niet redelijkerwijs zijn in te schatten. Jaarlijks wordt deze post berekend aan de hand van de door het bestuur vastgestelde risico-analyse. Hierbij worden de risico’s (kwalitatief) en de bedragen plus de inschatting van de kans dat een risico zich daadwerkelijk voordoet (kwantitatief) in kaart gebracht. Zie ook paragraaf 3.5.2 en bijlage 7 Risicoanalyse.

Ontwerp-Begroting BsGW 2025 en meerjarenraming 2026-2029

pagina 12 van 51

3.3 Ontwikkelingen In deze paragraaf is op hoofdlijnen een beeld geschetst van de ontwikkelingen waar BsGW mee te maken heeft en krijgt. De ontwikkelingen binnen BsGW (bedrijfsvoering) worden grotendeels bepaald door externe (landelijke) ontwikkelingen. In de separate bijlage zijn deze ontwikkelingen uitgebreider omschreven. 3.3.1 Landelijke ontwikkelingen Proceskosten BsGW heeft nog steeds te maken met ncnp-bedrijven. Deze bedrijven veroorzaken een relatief groot aantal van de jaarlijkse (WOZ-)bezwaren met de daaruit voortvloeiende uitvoerings- en proceskosten. In 2023 was sprake van een enorme toename van het aantal WOZ-bezwaren. Een stijging met factor 2,7 ten opzichte van het jaar ervoor. Bovendien worden de bezwaren steeds uitgebreider, complexer en technischer waardoor de uitvoeringskosten per ingediend bezwaar oplopen. Eind 2023 is de Wet herwaardering proceskostenvergoeding WOZ (en bpm) in de Tweede en Eerste kamer aangenomen. De inwerkingtreding is 1-1-2024. Ondanks de hierin opgenomen reductie van de proceskostenvergoeding in combinatie met de uitkering hiervan aan de belanghebbenden in plaats van de no cure no pay-bedrijven (ncnp-bedrijven), is nog niet zeker of de proceskosten ook daadwerkelijk substantieel zullen dalen.

De verwachting, ook vanuit de VNG, is dat de ncnp-bedrijven nog steeds genoeg winst maken bij het WOZ-bezwaarproces doordat dit nagenoeg volledig geautomatiseerd is en in toenemende mate gebruik wordt gemaakt van Artificial Intelligence (AI) en eveneens hun markt zullen verruimen met bezwaren tegen anderen heffingen. Daarnaast zijn er vooralsnog geen maatregelen in het wetsvoorstel opgenomen om de uitvoeringskosten terug te dringen. Enkele maatregelen in het wetsvoorstel zullen zelfs leiden tot hogere uitvoeringskosten per bezwaar. Hierbij moet bijvoorbeeld worden gedacht aan het uitkeren van de proceskosten aan de huiseigenaar in plaats van aan het ncnp-bedrijf en de communicatie hierover. Vooralsnog blijft de begrote post proceskostenvergoeding derhalve gehandhaafd. De deelnemers worden via de kwartaalrapportage op de hoogte gehouden van de ontwikkelingen. Mocht de nieuwe wetgeving in 2024 tot een financieel voordeel leiden, dan zal dit op de gebruikelijke wijze verrekend worden. Bij een structureel voordeel zal de begroting hierop worden aangepast, al dan niet in eerste instantie in de vorm van een begrotingswijziging. Tegengaan toenemende armoede In de Miljoenennota zijn verschillende maatregelen opgenomen om de toenemende armoede tegen te gaan en de koopkracht van de laagste inkomens te verbeteren.

Daarnaast neemt de overheid ook maatregelen om gezinnen te helpen, die hun rekening niet kunnen betalen. Sociaal invorderen, vroegsignalering en schuldhulpverlening zijn instrumenten die hiervoor worden ingezet. Ook zullen gemeenten in een zo vroeg mogelijk stadium passende hulp aanbieden. Wanneer dit de door BsGW uitgevoerde activiteiten op het gebied van Innen raakt (arbeidsintensievere werkzaamheden of (ICT-)procesaanpassingen heeft dit een negatief effect op de begroting van BsGW.

Ontwerp-Begroting BsGW 2025 en meerjarenraming 2026-2029

pagina 13 van 51

Fiscale vereenvoudigingswet 2017 Diverse wetswijzigingen zijn te verwachten welke mogelijk van invloed zullen zijn op de ontwerp-begroting van BsGW, zoals hogere proceskostenvergoedingen. De wet treedt eerst voor de rijksbelastingen in werking per 1 januari 2027 en in een latere –nog nader te bepalen– fase voor de lokale heffingen. 3.3.2 Ontwikkelingen in de bedrijfsvoering Krapte op de arbeidsmarkt De grote krapte op de arbeidsmarkt houdt onverminderd aan. In alle beroepsgroepen is sprake van een tekort aan personeel, voor ICT-ers geldt dit in het bijzonder. Daarnaast is er de laatste en ook komende jaren sprake van leeftijdsgebonden uitstroom van medewerkers. Indien BsGW hier niet tijdig op inspeelt en voorsorteert, wordt het risico gelopen dat ook de bijbehorende kennis wegvloeit. Traditionele wervingscampagnes helpen hierin niet langer; er zal gezocht moeten worden naar andere manieren om toch de juiste kennis in huis te halen. In dit kader wordt, analoog aan het zelf opleiden van taxateurs, nadrukkelijk ook gedacht aan het zelf opleiden van ICT-ers, zoals bijvoorbeeld Functioneel (Applicatie)beheerders. Wetsvoorstel aanpassing belastingstelsel waterschappen Er ligt momenteel een wetsvoorstel aanpassing belastingstelsel waterschappen voor dat waterschappen betere mogelijkheden biedt om het profijtbeginsel toe te passen.

Zo kunnen zij meer kosten neerleggen bij diegenen, die meer voordeel hebben bij de werkzaamheden van het waterschap. Daarnaast kunnen waterschappen door de wijzigingen beter inspelen op (toekomstige) ontwikkelingen, zoals klimaatopwarming, de circulaire economie, de energietransitie en veranderingen in het eigen waterschap. Deze wetswijziging regelt ook dat Rijkswaterstaat en waterschappen geen schadelijke stoffen meer hoeven te gebruiken bij het meten van de vervuiling in afvalwater. Waterschappen krijgen door de aanpassingen in de watersysteemheffing meer mogelijkheden om te heffen naar profijt of belang. Diegene, die meer profijt heeft van de werkzaamheden van het waterschap, betaalt dan een hogere heffing. Degene die minder belang heeft, krijgt een lagere heffing. De beoogde inwerkingtreding van het wetsvoorstel is 1 januari 2025. De gevolgen van de wijziging voor specifieke groepen belastingbetalers verschillen per waterschap. De besturen van de waterschappen bepalen namelijk zelf hoe zij de kosten precies verdelen. Waterschap Limburg en BsGW zijn eind 2023 een project gestart om de migratie van het huidige naar het nieuwe belastingstelsel vorm te geven. De projectkosten, die BsGW hiervoor maakt, komen geheel en al ten laste van Waterschap Limburg. Dit geldt ook voor de structurele kosten.

Vanaf de inwerkingtreding van het nieuwe belastingstelsel zullen deze via de gebruikelijke Planning & Control-cyclus van BsGW worden verwerkt en doorbelast naar Waterschap Limburg. Harmonisatie en de herziening van de kostenverdeelmethode Op 9 december 2021 heeft het Algemeen Bestuur ingestemd met het procesvoorstel m.b.t. harmonisatie en de herziening van de kostenverdeelmethode (KVM). Beide onderdelen zijn actief ter hand genomen. Besluitvorming door de deelnemers over Harmonisatie heeft in nagenoeg alle gevallen voor september 2023 plaatsgevonden; vanaf 2024 zal het zogenaamde maatwerk separaat bij de desbetreffende deelnemers in rekening worden gebracht. Besluitvorming over de herijking van de KVM heeft eind 2023 en begin 2024 plaatsgevonden. De nieuwe KVM treedt op 1 januari 2025 in werking. De herziene kostenverdeelmethode heeft overigens geen invloed op de ontwerp-begroting van BsGW zelf, maar de aanpassingen in de methodiek leiden wel tot wijzigingen in de bijdragen van de deelnemers aan BsGW.

Ontwerp-Begroting BsGW 2025 en meerjarenraming 2026-2029

pagina 14 van 51

Verbetering archiefbeheer In 2021 heeft een archiefinspectie plaatsgevonden binnen BsGW. In 2022 zijn op basis van het vastgestelde plan van aanpak de eerste verbeterstappen gezet. Het traject om te voldoen aan de Archiefwet loopt door tot en met de eerste helft van 2024. Naast het digitaliseren van het archief en het zaaksysteem-werken is met name ook aanvullende kennis en kunde nodig om alle aspecten rondom de (digitale) informatiehuishouding binnen BsGW vanuit juridisch perspectief én kostenbewustzijn (enkelvoudige opslag – meervoudig gebruik) te (waar)borgen. Om aan de vereiste kwaliteit van een digitaal archief te kunnen (blijven) voldoen heeft het AB met ingang van 2024 structureel 0,8 fte Recordmanager beschikbaar gesteld. De betreffende functie wordt inmiddels bekleed. Samenwerkingsportaal Vanaf 1 januari 2022 bestaat de verplichting om woningen te waarderen op basis van de gebruiksoppervlakte. Daarvoor gebruikte BsGW de bruto inhoud om woningen te waarderen. Namens en op verzoek van de deelnemers heeft BsGW de regie van dit transitieproject (2019-2021) op zich genomen, in nauwe samenwerking met de gemeenten en Het Gegevenshuis.

Voor het actueel houden en borgen van alle gegevens, heeft BsGW namens alle partijen de regie op zich genomen voor het aanschaffen van een applicatie, die in staat is om relevante gegevens voor zowel de BAG (gemeenten), de BGT als de WOZ (BsGW) op een efficiënte manier uit te wisselen en te tonen, zowel administratief als geografisch. Het zogenaamd Samenwerkingsportaal. Landelijk wil men komen tot een samenhangende objectenregistratie (SOR). Dit is een uniforme registratie met daarin basisgegevens over objecten in de fysieke werkelijkheid, die zich voor gebruikers als één registratie gedraagt. Daaronder verstaan we objecten die in het terrein zichtbaar zijn, zoals gebouwen, wegen, water, spoorlijnen en bomen, terreindelen, aangevuld met enkele (administratieve) objecten als woonplaatsen, gemeentegrenzen en openbare ruimten. In de objectenregistratie gaan in ieder geval de objecten van de basisregistratie adressen en gebouwen (BAG) en de basisregistratie grootschalige topografie (BGT) op. Daarnaast is het de bedoeling dat ook het gedeelte van de WOZ-administratie waarin objectgegevens zijn opgenomen en een aantal basisgegevens uit aanpalende registraties in de objectenregistratie worden opgenomen. De ontwikkeling naar een SOR heeft gevolgen voor zowel BsGW als voor haar deelnemers en aan de deelnemers gelieerde partijen, zoals gegevenshuizen.

Het is inefficiënt en onwenselijk om op meerdere plaatsen dezelfde of nagenoeg dezelfde gegevens te verzamelen en te verwerken. Dit staat immers haaks op de doelstelling van juist één unieke registratie. De beoogde ingangsdatum van de SOR is 1 januari 2025. Het is de vraag of dit realistisch is. Op nationaal niveau is in grote mate overeenstemming over de inhoud en architectuur van de SOR. Dat geldt evenwel niet voor de governance en financiering van de implementatie en het beheer van de SOR. De door de VNG geïnitieerde impactanalyse heeft uitgewezen dat er nog veel onduidelijk is en er een hoog kostenplaatje aan hangt. Uit oogpunt van zekerheid en continuïteit wordt het Samenwerkingsportaal begrotingstechnisch gecontinueerd voor een bedrag van € 350 duizend per jaar (nominaal) om zo de door de deelnemers gewenste verdere doorontwikkeling vorm te kunnen blijven geven. In deze kosten is rekening gehouden met de jaarlijkse mutatiedetectie waaruit extra werkzaamheden, ICT- en bijbehorende onderhoudskosten voortvloeien, waartegenover een betere borging in de integraliteit tussen de basisregistratie BAG, BGT en de WOZ staat. Informatievoorziening en ICT BsGW maakt deel uit van een sterk veranderende omgeving, waarin de steeds verdere digitalisering van de informatievoorziening een belangrijke ontwikkeling is. Vanwege einde contractduur is het vervangen

Ontwerp-Begroting BsGW 2025 en meerjarenraming 2026-2029

pagina 15 van 51

van zowel de ICT-infrastructuur als de huidige belastingpakketten via een Europese aanbesteding in 2023 en 2024 aan de orde geweest. In 2024 staat de aanbesteding centraal van de huidige telefooncentrale. Tevens zal begin 2024 duidelijk moeten worden of BsGW voor haar archief kan voortbouwen op het document managementsysteem van GouwIT, dan wel dat BsGW de markt moeten verkennen voor een andere leverancier. Dit om te kunnen voldoen aan de eisen van de archiefwet. De overeenkomst met de (nieuwe) leveranciers voor de waarderingsapplicatie en de applicaties voor heffen en innen zijn voor drie jaar aangegaan, met daarna de optie tot driemaal een jaar verlenging. Op basis van het huidige prijspeil zou vanaf 2025 € 555.000,- per jaar gereserveerd moeten worden voor de volgende aanbesteding in 2028 inclusief de daaropvolgende implementatie. Dit geschatte bedrag is voor de jaren 2025 – 2029 begrotingstechnisch opgenomen in de voorliggende (meerjaren)begroting, vooruitlopend op een (begrotings)voorstel van het Dagelijks Bestuur uiterlijk eind 2024. Robotisering en artificial intelligence (AI) Wanneer de nieuwe belastingapplicatie geïmplementeerd is, is het moment gekomen om verder vooruit te kijken hoe nieuwe ontwikkelingen op het gebied van robotisering en AI hierin passen.

Naar verwachting zal hierover binnenkort Europese regelgeving volgen met kaders en randvoorwaarden waarbinnen overheden gebruik kunnen maken van deze nieuwe technologieën. Het Ondernemings- en Ontwikkelplan (OOP) Na de oprichting in 2011 groeide BsGW in slechts vier jaar tijd uit tot het huidige samenwerkingsverband, waarin 29 van de 31 Limburgse gemeenten en het Waterschap Limburg deelnemen. De consolidatie van het aantal deelnemers heeft om een herijking van de organisatie gevraagd. Hiertoe heeft BsGW een separaat ontwikkeltraject uitgevoerd, zijnde het Ondernemings- en Ontwikkelplan (OOP). Het doel daarvan was om na jaren van groei, de focus te leggen op het toekomstbestendig maken van BsGW. Processen stroomlijnen, efficiënter maken. Meer digitaliseren en automatiseren. Ook het hierbij behorende investerings- en ontwikkelbudget van € 4 miljoen is toen door het bestuur vastgesteld. De dekking voor deze projectkosten bestaat uit de op termijn te realiseren structurele reductie van de netto-kosten. Kortom: geen extra bijdragen van de deelnemers voor de uitvoering van dit project, maar opvangen binnen de eigen begroting van BsGW.

Het OOP kan (in financieel opzicht) in drie fase worden onderverdeeld: Fase 1 2018 tot 2021 Projectfase Fase 2 2021 tot 2028 Terugbetalen projectkosten Fase 3 vanaf 2028 Structureel voordeel deelnemers Projectfase Tijdens de Projectfase is het OOP zowel inhoudelijk als financieel verantwoord via de P&C-cyclus getoetst door de accountant. Terugbetalen projectkosten De financieringswijze van het OOP is op 14 december 2017 door het Algemeen Bestuur vastgesteld. Er is destijds een investerings- en ontwikkelbudget vrijgegeven van € 4 miljoen. De balans laat een opgenomen geldlening van € 2 miljoen zien. Deze lening is voor 7 jaar aangetrokken en wordt vanaf 2021 in zeven termijnen lineair afgelost. De aflossing ligt op koers. Structureel voordeel deelnemers Het OOP moet -conform besluitvorming door het Algemeen Bestuur d.d. 14 december 2017- met ingang van 2028 leiden tot een structurele reductie van de netto-kosten van € 1,3 miljoen. Anders gezegd,

Ontwerp-Begroting BsGW 2025 en meerjarenraming 2026-2029

pagina 16 van 51

vanaf 2028 wordt in de BsGW begroting een structurele taakstelling van € 1,3 miljoen opgenomen, die in belangrijke mate gerealiseerd dient te worden middels een formatiereductie.

Investerings-/ontwikkelbudget (* 1.000,-)

2018

2019

2020

2021

2022

Investering op kosten van BsGW *)

2.000

1.000

1.000

-

-

Ontwikkelfase (terugbetaling investering) Voordeel voor de deelnemers **

-

-

-

-

-

2023

2024

2025

-

-

-

400-

600-

800-

-

-

-

2026

2027

2028

2029

-

-

1.300-

1.300-

-

-

1.000-

1.200-

-

-

* 2018 t/m 2020: investering van € 4 miljoen, zonder investering van de deelnemers. Gefinancierd door BsGW via kasgeldlening en langlopend deel ad. € 2 miljoen 2021 t/m 2027: ontwikkelfase OOP en terugbetaling van de projectkosten ** Vanaf 2028: lagere bijdragen voor deelnemers € 1,3 miljoen. Structureel taakstellende bezuiniging miv 2028

In de voorliggende begroting is de met het bestuur afgesproken taakstellende kostenreductie voor de jaren tot en met 2027 zichtbaar gemaakt in de financiële tabellen. De structurele daling van de deelnemersbijdrage à € 1,3 miljoen vanaf 2028 is verwerkt in de meerjarenraming van de begroting 2025.

Ontwerp-Begroting BsGW 2025 en meerjarenraming 2026-2029

pagina 17 van 51

3.4 Produkten van dienstverlening BsGW heeft haar processen uitgedrukt in drie producten van dienstverlening: 1. Heffen 2. Waarderen 3. Innen Heffen Kern van het product Heffen is het beheer en onderhoud van de basisgegevens belastingen en vastgoed van alle deelnemers. Aangezien de kwaliteit van de basisgegevens bepalend is voor de kwaliteit van de andere primaire processen, worden de basisgegevens continu actueel gehouden. Dit gebeurt hoofdzakelijk via geautomatiseerde verwerkingen. Er is permanente aandacht voor bestandsbeheer en reguliere, structurele controles op de juistheid en volledigheid van de basisgegevens. Binnen de randvoorwaarden van betrouwbare en actuele basisgegevens worden aanslagen met een zo vroeg mogelijke dagtekening opgelegd. Er worden per belastingplichtige zoveel mogelijk aanslagregels belastingen van gemeente(n) en heffingen van waterschap(pen) gecombineerd op één biljet. Waarderen Het product Waarderen heeft tot doel het waarderen van alle onroerende zaken van de gemeentelijke opdrachtgever, conform de Wet Waardering Onroerende Zaken. Onder waarderen wordt de jaarlijkse (modelmatige) waardebepaling, de herwaardering als gevolg van bezwaar- en beroepsprocedures en de marktanalyse woningen en niet-woningen verstaan. Het resultaat van de waardering dient te voldoen aan de kwaliteitseisen die de Waarderingskamer hieraan stelt.

Innen Het product Innen omvat het tijdig, volledig en efficiënt invorderen van opgelegde aanslagen gericht op een goed betalingsgedrag, een actueel en strak openstaand postenbeheer en een zo vroeg mogelijke ontvangstdatum, als ook de afhandeling van kwijtscheldingsverzoeken. Daarnaast behelst dit product het tijdig afdragen van de ontvangsten, conform de met opdrachtgevers overeengekomen afdrachtenprognoses. Intern kent BsGW nog twee ondersteunende afdelingen: -

Klantzaken

-

Ondersteuning & Ontwikkeling

Klantzaken Klantzaken is verantwoordelijk voor registratie van alle contacten die via de verschillende contactkanalen binnenkomen. Daarnaast beantwoordt Klantzaken alle verzoeken om informatie, reacties tegen de kosten van aanmaningen en dwangbevelen, treft Klantzaken betalingsregelingen en boekt bezwaarschriften in. Ook het accountmanagement met onze opdrachtgevers is bij Klantzaken ondergebracht. Ondersteuning & Ontwikkeling Het product Ondersteuning & Ontwikkeling heeft betrekking op de algemene activiteiten die een indirect verband hebben met de operationele uitvoering van de primaire hoofdprocessen heffen, innen, waarderen en klantzaken. Het gaat hierbij vooral om activiteiten op het gebied van Informatievoorziening, Processturing en Automatisering (IPA), HRM, bestuursondersteuning, algemene (fiscaal)-juridische aangelegenheden, Planning & Control, staf Control, algemeen management en directievoering.

Ontwerp-Begroting BsGW 2025 en meerjarenraming 2026-2029

pagina 18 van 51

Deze activiteiten worden veelal uitgevoerd ter ondersteuning van de activiteiten die verricht moeten worden om de primaire taken van de dienstverlening uit te voeren. Hiermee vallen ook de huisvesting en overige facilitaire zaken onder de kosten van dit product. De kosten van de activiteiten die vallen onder Ondersteuning & Ontwikkeling voldoen aan de definitie Overhead conform BBV: alle kosten die samenhangen met de sturing en ondersteuning van de medewerkers in het primaire proces. De overheadkosten van BsGW bedragen voor 2025 € x.xxx.xxx,-.

Ontwerp-Begroting BsGW 2025 en meerjarenraming 2026-2029

pagina 19 van 51

3.5 Paragrafen 3.5.1 Lokale heffingen De paragraaf lokale heffingen is niet van toepassing voor BsGW. 3.5.2 Weerstandsvermogen en risicobeheersing Weerstandsvermogen Het weerstandsvermogen bestaat uit de middelen waarover BsGW kan beschikken om niet begrote kosten te dekken plus de financiële gevolgen op te kunnen vangen van bedrijfsvoeringsrisico’s waarvoor geen maatregelen zijn of kunnen worden getroffen. Bestuurlijk is de voorkeur uitgesproken het weerstandsvermogen van BsGW zo bescheiden mogelijk, doch wel realistisch, te laten zijn. Operationele risico’s moeten door BsGW zelf kunnen worden opgevangen, zonder te hoeven terugvallen op de deelnemers. Het benodigde weerstandsvermogen is conform besluitvorming gebaseerd op een, bij de oprichting, bepaalde methode van risicoanalyse. De founding fathers - Waterschap Limburg en de gemeente Venlo - hebben het weerstandsvermogen in 2011 opgebouwd door een bodemstorting van € 385.000,-. Een en ander is vastgelegd in het bestuursdocument van Conquaestor en als zodanig vastgesteld door de founding fathers. Eventuele verhoging van het weerstandsvermogen zal door alle deelnemers in BsGW gedragen dienen te worden.

Het aanhouden van een weerstandsvermogen voorkomt dat elke financiële tegenvaller dwingt tot directe begrotingsmaatregelen zoals bezuinigingen en het aanpassen van het vastgestelde beleidskader en de daaruit voortvloeiende productdoelstellingen. Fluctuaties in de jaarlijkse bijdragen van de deelnemers aan BsGW kunnen hiermee worden voorkomen. Voor het beleidsmatige kader wordt verwezen naar de ‘Kadernota risicomanagement en weerstandsvermogen BsGW’ (AB 24-3-2022). De risicoanalyse wordt elk jaar uitgevoerd zodat bepaald kan worden of het gestorte weerstandsvermogen toereikend is. Hierin is voor elk van de risico’s de kans dat het zich voordoet realistisch ingeschat en worden de gevolgen benoemd met daarbij de omvang van de financiële impact. Door het treffen van effectieve beheersmaatregelen, kan BsGW de financiële gevolgen hiervan terugbrengen. Het geïdentificeerde risico na het nemen van de beheersmaatregelen (het restrisico) leidt tot een berekend weerstandsvermogen. (Zie ook bijlage 7. Risicoanalyse.)

Risico’s met betrekking tot de belastingopbrengsten behoren niet tot de bedrijfsrisico’s van BsGW. Ratio weerstandsvermogen De verhouding tussen de niet afgedekte risico’s en het aanwezige weerstandsvermogen wordt weergegeven in de ratio weerstandsvermogen. De ratio weerstandsvermogen wordt berekend door het beschikbare weerstandsvermogen te delen door het benodigde weerstandsvermogen op basis van het risicoprofiel. Deze ratio is een stuurmiddel. Het berekend weerstandsvermogen is voor de voorliggende ontwerp-begroting berekend op € 1,137 miljoen. Een ratio lager dan 1,0 duidt op een kwetsbare financiële positie, omdat de capaciteit niet voldoende is om de geïdentificeerde risico’s af te dekken. Het aanwezige weerstandsvermogen eind 2023 (vóór resultaatbepaling 2023) bedraagt € 1,502 miljoen. De ratio komt hiermee uit op 1,35. Het verschil tussen het aanwezige en het benodigde weerstandsvermogen bedraagt € 365 duizend. De inzet van dit bedrag zal worden meegenomen bij de resultaatbepaling 2023. Het voorgenomen DB-

Ontwerp-Begroting BsGW 2025 en meerjarenraming 2026-2029

pagina 20 van 51

besluit resp. AB-voorstel is om deze € 365 duizend in te zetten voor de ‘voeding’ van de nieuwe bestemmingsreserve AHA. Aanvullen in definitieve begroting 2025 (AB 27 juni 2024) Na resultaatbestemming 2023 bedraagt het weerstandsvermogen € xxx miljoen, waarmee de ratio uitkomt op xxx. Deze ratio valt wel / niet binnen de bandbreedte van 0,8 en 1,4 waardoor er (g)een aanleiding bestaat het weerstandsvermogen aan te passen. Financiële kengetallen Op grond van het wijzigingsbesluit BBV is een aantal financiële kengetallen verplicht voorgeschreven. Hiervan zijn drie financiële kengetallen relevant voor BsGW, zoals in onderstaande tabel weergegeven: Kengetallen

JR2022

B2023

B2024

B2025

B2026

B2027

12,1%

14,9%

13,4%

11,9%

10,7%

9,5%

12,1%

14,9%

13,4%

11,9%

10,7%

9,5%

19,5% nvt nvt nvt

12,9% nvt nvt nvt

13,3% nvt nvt nvt

13,7% nvt nvt nvt

14,2% nvt nvt nvt

14,7% nvt nvt nvt

Netto schuldquote Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen Solvabiliteitsrisico Grondexploitatie Structurele exploitatieruimte Belastingcapaciteit

De cijfers in bovenstaande tabel betreft de stand ultimo 2022 (jaarrekening) en wordt aangevuld met de realisatiecijfers 2023 zodra de cijfers door de accountant zijn gecontroleerd. De netto schuldquote weerspiegelt het niveau van de schuldenlast ten opzichte van de eigen middelen. Een laag percentage is gunstig. De VNG adviseert om 130% als maximumnorm te hanteren en daarboven de schuld af te bouwen. Als gemeenschappelijke regeling, die middels bijdragen van de deelnemers haar exploitatie financiert, behaalt BsGW al jaren een zeer lage netto schuldquote. Fluctuaties in de vlottende schulden en dan wel vlottende activa zijn slechts tijdelijk (bijdragen worden eerder ontvangen dan uitgaven visa versa). Hiervoor, en voor eventuele niet-reguliere activiteiten, wordt indien nodig zoveel mogelijk gebruik gemaakt van kasgeldleningen. BsGW heeft vaste schulden in de vorm van een aangetrokken lening van € 2 miljoen (per 4-12-2020, looptijd 7 jaar, lineaire aflossing) maar verstrekt geen leningen. Zij blijft ruim onder de norm en de verwachting is dat dit ook zo blijft. 3.5.3 Onderhoud kapitaalgoederen De kapitaalgoederen van BsGW bestaan uit ICT-(innovatie)projecten, grote aanschaf ICT(-licenties) en grote aanschaf en vervanging inventaris. Op deze activa wordt afgeschreven. Kleine aanschaf van inventaris en hard- en software wordt via de (begrotings)exploitatie afgehandeld.

De kaders zoals deze zijn opgesteld in de nota financieel beleid zijn hierop van toepassing. 3.5.4 Financiering De netto-exploitatiekosten van BsGW worden geheel voorgefinancierd via vaste maandelijkse bijdragen van de deelnemers. Voor de financiering van (ICT-)investeringen, kunnen eventueel (langlopende) leningen worden aangetrokken. BsGW kan zelf leningen aangaan sinds de verzelfstandiging is geformaliseerd. Dit geldt ook voor de deelname aan het overige geldverkeer.

Ontwerp-Begroting BsGW 2025 en meerjarenraming 2026-2029

pagina 21 van 51

Wet FiDO Met als doel het bevorderen van een solide financiering en kredietwaardigheid van de decentrale overheden, is per 1 januari 2001 de Wet FiDO (Financiering Decentrale Overheden) in werking getreden. Uit hoofde van deze wet is een treasurystatuut van toepassing, waarin onder andere de taken, bevoegden verantwoordelijkheden, beleid, doelstellingen en uitgangspunten omtrent de treasury functie zijn uitgewerkt. Verplicht dient in de begroting en de jaarrekening in de treasuryparagraaf verslag te worden gedaan van de uitvoering van het treasurybeleid, bedoeld voor het sturen en beheersen van, verantwoorden over en toezicht houden op de treasury. Treasurybeheer Het risicoprofiel van BsGW kan als laag worden gekwalificeerd. Onderkende risico’s in dit verband zijn: renterisico’s, kredietrisico’s, liquiditeitsrisico’s, en, voor zover dit voorkomt, koers- en valutarisico’s. Renterisicobeheer a.

Kasgeldlimiet

Tijdelijke (exploitatie-)tekorten worden gefinancierd middels kasgeldleningen. Het renterisico op deze vlottende schuld wordt ingeperkt door het hanteren van de kasgeldlimiet: de maximaal toegestane netto korte schuld. De hoogte van de kasgeldlimiet is wettelijk bepaald op 8,2% van de totale bruto lasten (€ 28,5 miljoen) en komt daarmee voor het begrotingsjaar 2025 uit op een bedrag van € 2,3 miljoen. (Bron: art. 3 Wet Financiering decentrale overheden en art. 2 lid 1d Uitvoeringsregeling Financiering Decentrale overheden)

Ratio netto vlottende schuld / kasgeldlimiet Op basis van bovenstaande mag BsGW € 2,3 miljoen lenen via kortlopende leningen (korter dan 1 jaar). Als de kasgeldlimiet in drie achtereenvolgende kwartalen wordt overschreden, moet BsGW maatregelen nemen (zoals het aantrekken van langlopende leningen). bedragen * € 1.000,Gem. netto vlottende schuld (1) Kasgeldlimiet (2) Ratio (1)/(2)

Kwartaal 1 Kwartaal 2 Kwartaal 3 Kwartaal 4 5.663 5.663 5.663 5.663 2.238 2.238 2.238 2.238 253% 253% 253% 253%

De cijfers in bovenstaande tabel betreft de stand ultimo 2022 (jaarrekening) en wordt aangevuld met de realisatiecijfers 2023 zodra de cijfers door de accountant zijn gecontroleerd. b.

Renterisiconorm

Naast de kasgeldlimiet geeft de renterisiconorm inzicht in de feitelijke risico’s op de vaste schuld. Het financieren en (op korte termijn) uitzetten van gelden houdt in dat er renterisico wordt gelopen. De renterisiconorm geeft het maximale leningsbedrag aan dat binnen 1 jaar onderhevig mag zijn aan rentewijziging. Dit per jaar te berekenen normbedrag is wettelijk bepaald op 20% van de netto vaste schuld. Toepassing van deze norm heeft tot gevolg dat jaarlijks geen al te grote verschillen in rentelasten (en baten) kunnen voorkomen. (Bron: art. 5 Wet Financiering decentrale overheden en art. 2 lid 2d Uitvoeringsregeling Financiering Decentrale overheden)

Door de renterisiconorm kan BsGW tot een dusdanige opbouw van de langlopende leningenportefeuille komen, dat tegenvallers als gevolg van renteaanpassing en herfinanciering in voldoende mate worden beperkt. Het totaal aan aflossing en herfinanciering mag jaarlijks maximaal 20% zijn van het begrotingstotaal.

Ontwerp-Begroting BsGW 2025 en meerjarenraming 2026-2029

pagina 22 van 51

Op 4 december 2020 heeft BsGW een langlopende lening van € 2 miljoen aangetrokken om de vooruit gefinancierde kosten van het OOP te dekken. De lening is voor zeven jaar aangetrokken en zal in zeven termijnen lineair worden afgelost, te beginnen op 4 december 2021. Op deze lening is een marginale negatieve rente van toepassing tot en met 2027. Kredietrisicobeheer Het kredietrisicobeheer (of debiteurenrisicobeheer) is het beheersen van risico’s die voortvloeien uit de mogelijkheid van een waardedaling van de vorderingspositie ten gevolge van het niet (tijdig) na kunnen komen van verplichtingen door de tegenpartij. Aangezien BsGW geen geldleningen heeft verstrekt aan derden geldt het kredietrisico uitsluitend voor de vorderingen op debiteuren. Dit risico is laag gezien het feit dat de bijdrage of vergoeding van de deelnemers/klanten van BsGW vooraf in vaste maandelijkse termijnen wordt ontvangen. Liquiditeitenbeheer Het te volgen financieringsbeleid ligt vast in het Financieringsstatuut en houdt in dat beleidsmatig wordt gestreefd naar een gemiddelde nulstand van het rekening-courantsaldo. Gezien het tijdens het jaar niet synchroon lopen van ontvangsten en uitgaven zijn fluctuaties rond het nulpunt onvermijdelijk. Kasbeheer Via verplicht schatkistbankieren worden alle decentrale overheden verplicht om overtollige (liquide) middelen aan te houden in de schatkist.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14105857/1