CConstaterende datBergen
Koppel je AI →
Document · PDF

Ontwerp Begroting 2026

Gemeenteraad 8 juli 2025, gemeente BergenBij agendapunt: Zienswijze begroting 2026 Veiligheidsregio Limburg Noord;17.551 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Niet gevonden in dit document.

Begroting 2026

Begroting 2026 VRLN

1

15 april 2025

Voorwoord Hierbij presenteren wij de begroting 2026 van Veiligheidsregio Limburg-Noord, opgesteld op basis van de Kaderbrief 2026. Deze begroting bevat de financiële consequenties van belangrijke thema’s die onze regio de komende jaren zullen beïnvloeden. Een centraal thema is de toekomstbestendigheid van GGD Limburg-Noord. Samen met onze 15 gemeenten werken we aan een toegankelijke en robuuste publieke gezondheidszorg. Het budget voor GGD Limburg-Noord was de afgelopen jaren niet meegegroeid met de uitbreiding en intensivering van de wettelijke taken, waardoor achterstanden in het werk zijn ontstaan. Om de GGD in staat te stellen haar wettelijke taken effectief uit te voeren, is er structureel extra budget nodig. Het financieel effect van deze versterking is opgenomen in de begroting 2026. Dit ondersteunt raadsleden bij het maken van een integrale afweging bij de behandeling van de begroting 2026. Het versterkingsplan GGD wordt daartoe als onderbouwing op inhoud van de ontwerp begroting gelijktijdig met de ontwerp begroting 2026 aangeboden voor zienswijze. Het kabinet heeft in 2024 besloten om specifieke uitkeringen (SPUK), waaronder de Brede Doeluitkering Rampenbestrijding (BDuR), per 1 januari 2026 over te hevelen naar het gemeentefonds inclusief een korting van 10%. Dit besluit kan onomkeerbare problemen veroorzaken voor de uitvoering van brandweerzorg en crisisbeheersing.

Na overleg met de staatssecretaris heeft het ministerie van Justitie en Veiligheid echter besloten dat de BDuR als specifieke uitkering blijft bestaan en niet wordt overgeheveld naar het gemeentefonds. Tevens heeft de minister aangegeven zich in te zetten voor de reparatie van de aangekondigde korting van 10%. Indien de SPUK's die betrekking hebben op het programma Publieke Gezondheid worden overgeheveld naar het gemeentefonds, kan dit gevolgen hebben voor de begroting 2026 en daarmee voor de dienstverlening van de GGD. Duidelijkheid over een overheveling van de SPUK's naar het gemeentefonds en het al dan niet toepassen van een korting van 10% wordt pas verwacht in de voorjaarsnota 2025 van het kabinet. In de begroting 2026 van Veiligheidsregio Limburg-Noord is de korting dan ook nog niet verwerkt. De begroting weerspiegelt een breed kader waarin publieke gezondheid, crisisbeheersing en brandweerzorg hand in hand gaan. Met deze begroting zetten we verder koers richting een veilige en gezonde toekomst voor de inwoners in onze regio. Bij ons bent u in goede handen. Namens het bestuur van de Veiligheidsregio Limburg-Noord, Carolien Angevaren Algemeen directeur Veiligheidsregio Limburg-Noord

Begroting 2026 VRLN

2

15 april 2025

Inhoudsopgave Deel A 1

Algemeen .............................................................................................. 4 1.1 1.2 1.3

Deel B 2

Deel C

Weerstandsvermogen en risicobeheersing ................................................. 25 Onderhoud kapitaalgoederen ........................................................................ 29 Financiering..................................................................................................... 30 Verbonden Partijen ......................................................................................... 31 Vennootschapsbelasting ............................................................................... 31

Financiële begroting ................................................................... 32

Baten en lasten per programma .................................................................... 32 Overzicht incidenteel en structureel verloop baten en lasten ................... 34 Verdeling baten ............................................................................................... 35 Geprognotiseerde (meerjaren-)balans ......................................................... 35

Financiële positie ................................................................................. 37 5.1 5.2 5.3 5.4 5.5

6

Programma Publieke Gezondheid .................................................................. 8 Programma Brandweerzorg........................................................................... 13 Programma Crisisbeheersing ........................................................................ 18 Risk Factory .................................................................................................... 22 Programma Bedrijfsvoering/Overhead ......................................................... 23

Overzicht baten en lasten .................................................................... 32 4.1 4.2 4.3 4.4

5

Beleidsbegroting ........................................................................... 8

Paragrafen ........................................................................................... 25 3.1 3.2 3.3 3.4 3.5

4

Algemene kaders .............................................................................................. 4 Ontwikkelingen op basis van bestuurlijke afwegingen ................................ 5 Algemene dekkingsmiddelen .......................................................................... 7

Programmaplan ..................................................................................... 8 2.1 2.2 2.3 2.4 2.5

3

Algemeen ..................................................................................... 4

Aan arbeidskosten gerelateerde verplichtingen ......................................... 37 Financiering..................................................................................................... 37 Investeringen .................................................................................................. 37 Reserves en voorzieningen ........................................................................... 38 EMU-saldo ....................................................................................................... 39

Geraamde baten en lasten per taakveld .............................................. 40

Bijlagen

41

Investeringen ............................................................................................................. 41 Gemeentelijke bijdragen ........................................................................................... 42 Lijst van afkortingen ................................................................................................. 44

Begroting 2026 VRLN

3

15 april 2025

Deel A 1

Algemeen

Algemeen

De begroting 2026 is opgesteld conform de door het Algemeen Bestuur Veiligheidsregio LimburgNoord (VRLN) op 6 december 2024 vastgestelde kaderbrief 2026.

1.1

Algemene kaders

Aantal inwoners Conform het bepaalde in de Wet gemeenschappelijke regeling (Wgr) wordt gerekend met het aantal inwoners op 1 januari voorafgaande aan het begrotingsjaar. Voor 2026 wordt gerekend met de inwoneraantallen van 1 december 2024 gebaseerd op gegevens van het Centraal Bureau voor de Statistiek van 535.274 inwoners. Dit zijn de meest recente gegevens ten tijde van het opstellen van de begroting. In de kaderbrief 2026 werd gerekend met de inwonersaantallen conform begroting 2025. Renteomslag In de begroting 2026 wordt gerekend met een renteomslag percentage van 1,25%. Indexatie Het Algemeen Bestuur heeft besloten dat kostenontwikkelingen als gevolg van loon- en prijsstijgingen worden meegenomen in de gemeentelijke bijdrage op basis van een vastgesteld kader. Dit kader behelst dat kostenstijgingen, die buiten de beïnvloedingssfeer van VRLN liggen, worden meegenomen in de gemeentelijke bijdrage. Voor zover de indexatie herleidbaar en belastbaar is aan derden, worden deze lasten doorbelast aan de bijdragen van derden. Voor het resterende deel worden deze lasten meegenomen in de gemeentelijke bijdrage. De indexatiepercentages in de kaderbrief 2026 waren afgeleid van de Macro Economische Verkenning (MEV) van het Centraal Planbureau (cijfer september 2024).

In de lijn van de door het Algemeen Bestuur vastgestelde indexeringssystematiek vindt op basis van het Centraal Economisch Plan (cijfer februari 2025) bijstelling in de ontwerp begroting 2026 plaats: indexatie loonkostenstijging 2026 is 2,0% ten bedrage van € 0,97 miljoen (was in Kaderbrief 2,1% ten bedrage van € 1,0 miljoen); indexatie materiële kostenstijging 2026 is 2,1% ten bedrage van € 0,62 miljoen (was in Kaderbrief 2,2% ten bedrage van € 0,65 miljoen). Onvoorzien In de begroting 2026 is een bedrag opgenomen van € 50.000 voor onvoorzien en daarmee wordt voldaan aan het wettelijk vereiste. Verdeelsystematiek gemeentelijke bijdrage De verdeling van de gemeentelijke bijdrage aan VRLN voor de programma’s Brandweerzorg en Crisisbeheersing is gebaseerd op de objectieve gemeentefonds-maatstaven van het Openbare Orde en Veiligheid (OOV) subcluster brandweer en rampenbestrijding. Deze verdeling volgt de middelen die de gemeenten ontvangen uit het gemeentefonds. De verdeling van de bijdrage van Publieke Gezondheid is gebaseerd op het inwoneraantal, met uitzondering van de bijdrage voor de Jeugdgezondheidszorg. Deze is gebaseerd op het aantal kinderen in combinatie met een tweetal gemeentefonds-maatstaven voor het sociaal domein.

Begroting 2026 VRLN

4

15 april 2025

1.2 Ontwikkelingen op basis van bestuurlijke afwegingen Onderstaande ontwikkelingen zijn door het bestuur al eerder vastgesteld. Kapitaallasten materieel brandweer In het Algemeen Bestuur van december 2022 is besloten dat het budget voor de kapitaallasten van de materiële voorzieningen van de brandweer de komende jaren stapsgewijs gaat toenemen. Het ingroeiscenario is als volgt: 2024 + € 1 per inwoner, 2025 + € 0,50 en 2026 + €0,50, wat betekent vanaf 2027 € 2 structureel. De uitzetting van het budget wordt via het verdeelmodel voor de kosten van de brandweerzorg over de gemeenten verdeeld. Via een stapsgewijze uitzetting van het budget voor de kapitaallasten wordt het financiële knelpunt weggenomen. Daarnaast geeft het ingroeimodel de budgettaire ruimte de egalisatiereserve in het perspectief van 2027 te verhogen. Uit deze reserve wordt dan de kostenstijging uit technologische innovatie opgevangen. Naast vervanging vindt kwaliteitsverbetering plaats, vanzelfsprekend passend bij doelmatige brandweerzorg tegen aanvaardbare kosten. Strategische huisvesting In december 2023 heeft het Algemeen Bestuur het strategisch huisvestingsplan vastgesteld. Het aantal werkplekken wordt teruggebracht en daartoe wordt het pand aan de Nijmeegseweg na verkoop afgestoten. Nieuw- en verbouw van meerdere brandweerlocaties vindt plaats.

Tevens is rekening gehouden met herhuisvesting van een aantal consultatiebureaus van de GGD (Gemeentelijke Gezondheidsdienst). Uitgangspunt daarbij is het organiseren van het aanbod laagdrempelig en in de nabijheid van de doelgroep. Met als uitgangspunt minimaal één GGD-locatie per gemeente in combinatie met de verruiming van de bereikbaarheid van tien grotere GGD locaties. Het hybride werken (deels thuis, deels op kantoor) wordt verder doorgevoerd en dat betekent dat in meerdere mate multifunctioneel gebruik gemaakt gaat worden van regiovestigingen. Diverse panden worden aangepast aan deze nieuwe manier van werken, met flexibele werkplekken en meer ruimte voor ontmoeten en vergaderen. Daarnaast worden in de eigendomspanden duurzaamheidsmaatregelen doorgevoerd. In de kaderbrief werden verder nog twee belangrijke ontwikkelingen genoemd die van invloed kunnen zijn op de begroting VRLN. Toekomstbestendige GGD De continuïteit en kwaliteit van de wettelijke taken staan structureel onder druk, waardoor deze niet naar behoren uitgevoerd kunnen worden. Het budget voor GGD Limburg-Noord was de afgelopen jaren niet meegegroeid met de uitbreiding en intensivering van de wettelijke taken, waardoor achterstanden zijn ontstaan. Jaarlijks is er € 4,5 miljoen meer nodig dan het huidige budget, blijkt uit een interne analyse en vergelijking met andere GGD’en.

Samen met de gemeenten is in 2024 gestart met een versterkingstraject: 'Toekomstbestendige GGD'. De uitgangspunten voor dit traject zijn: • De GGD voert wettelijke taken naar behoren uit, dat wil zeggen volgens landelijke protocollen. • De GGD gebruikt andere financieringsbronnen waar het kan en doet een beroep op gemeenten waar dat noodzakelijk is. • De GGD streeft naar een gemeentelijke bijdrage die noodzakelijk is om de wettelijke taken op het gebied van publieke gezondheid naar behoren uit te voeren. • De GGD wil een goede werkgever zijn voor haar medewerkers. Voor dit traject is een versterkingsplan opgesteld: ‘Samen borgen van Publieke Gezondheid in Noorden Midden-Limburg’. Het Algemeen Bestuur heeft op 6 december 2024 ingestemd met het concept versterkingsplan als kijkrichting voor de noodzakelijke versterking GGD en onderbouwing van de

Begroting 2026 VRLN

5

15 april 2025

financiering voor 2025 van € 1,6 miljoen uit de reserves. Tevens is kennisgenomen van het concept versterkingsplan voor de koers van 2026 en verder. Op basis van het besluit van het Dagelijks Bestuur van 7 februari 2025 is € 3,2 miljoen voor de toekomstbestendige GGD verwerkt in de begroting 2026. Vervolgens nemen in 2027 de kosten met € 1,3 miljoen toe ten opzichte van 2026. De reden om dit op te nemen in de begroting 2026 is om het voor gemeenteraden mogelijk te maken een integrale financiële afweging te maken op basis van de inhoudelijke onderbouwing daarvan zoals beschreven in het versterkingsplan. Het versterkingsplan GGD wordt daartoe als onderbouwing op inhoud van de concept begroting gelijktijdig met de concept begroting 2026 aangeboden voor zienswijze. Overhevelen specifieke uitkeringen naar het gemeentefonds Op basis van het hoofdlijnenakkoord heeft het kabinet besloten om specifieke uitkeringen (SPUK’s) over te hevelen naar het gemeentefonds en daarop een korting van 10% toe te passen. De overheveling en korting moet ingaan per 1-1-2026. Door de overheveling naar het gemeentefonds vervalt het oormerk van de bijdrage. Gemeenten zijn vrij in de bestedingen van het gemeentefonds en dus ook vrij in welk deel van de voormalige SPUK (en dus de BDuR) zij aan de veiligheidsregio beschikbaar stellen.

Door de GGD’en en GGD GHOR Nederland zijn bezwaren gemaakt tegen het opheffen van de SPUK’s. Daarbij heeft de staatsecretaris nog geen uitspraak gedaan over de toegepaste korting van 10%. Door de onduidelijkheid wordt er in de begroting 2026 VRLN nog geen rekening gehouden met de overheveling van de SPUK’s. Dit betekent dat deze vooralsnog als overige baten zijn opgenomen in de begroting, waarbij nog geen rekening gehouden is met de verwachte korting van 10%. Bij een overheveling naar het gemeentefonds worden bedragen via de gemeenten aan VRLN betaald, waardoor de inwonerbijdrage zal stijgen en de overige inkomsten van VRLN dalen. VRLN ontvangt de volgende specifieke uitkeringen: • Brede Doeluitkering Rampenbestrijding (BDuR) Veiligheid en versterking Crisisbeheersing; Aanvullende Seksuele Gezondheidszorg (ASG), via centrum GGD Zuid-Limburg; • Versterking Pandemische paraatheid en • COVID-19 vaccinatie • BDuR Veiligheid en versterking Crisisbeheersing Naar aanleiding van de overheveling naar het gemeentefonds en de daarbij toegepaste korting van de BDuR hebben de veiligheidsregio’s gesproken met de staatssecretaris. Deze heeft aangeven dat het opheffen van de BDuR als specifieke uitkering een ongewenst effect is geweest. Middels een schrijven van het ministerie van Justitie en Veiligheid (J&V) d.d.

11 november jl., heeft de minister te kennen gegeven, dat het kabinet heeft besloten dat de BDuR blijft bestaan als specifieke uitkering en daarmee niet wordt overgeheveld naar het gemeentefonds. Wat betreft de korting is de inzet om in de voorjaarsnota 2025 duidelijkheid te geven hoe dit zal gaan uitwerken. Voor nu staat de korting verwerkt vanaf 2026 in de J&V-begroting. Een eventuele korting van 10% op de BDuR kan mogelijk gevolgen hebben voor de dienstverlening door crisisbeheersing en brandweerzorg. Crisisbeheersing heeft afgelopen jaren met de versterkingsgelden een ontwikkeling ingezet die door een mogelijke korting geremd kan worden. Voor brandweerzorg is de BDuR al jarenlang een vaste inkomstenbron waar vaste formatie voor is aangenomen die de paraatheid ondersteunt. • SPUK ASG Besluitvorming over de overheveling van de SPUK ASG naar het Gemeentefonds heeft, bij het opstellen van deze begroting, nog niet plaatsgevonden. Hierdoor is nog onduidelijk wat het totale beschikbare bedrag gaat worden en hoe dit verdeeld gaat worden. De SPUK ASG is met die reden ongewijzigd opgenomen in de begroting.

Begroting 2026 VRLN

6

15 april 2025

• SPUK Versterking Pandemische paraatheid Voor de Versterking Pandemische paraatheid is de SPUK versterking GGD’en beschikbaar. Met deze SPUK worden de trajecten ‘Versterking Infectieziektebestrijding en Pandemische paraatheid’ (VIP) en ‘Landelijke Functie Opschaling Infectieziektebestrijding’ (LFI) gefinancierd. De bedoeling was dat de SPUK met ingang van 2025 structureel zou worden, maar dat is door het regeerakkoord niet doorgegaan. Hierdoor is onduidelijk of deze middelen na 2025 worden gecontinueerd. De financiering van deze activiteiten wordt op basis van het huidige regeerakkoord van het kabinet afgebouwd naar 2029. Onduidelijk is wat dit betekent voor de taken van de GGD. Er worden gesprekken gevoerd met het ministerie om hier duidelijkheid over te krijgen. In het voorjaar van 2025 wordt duidelijk of de plannen van het kabinet worden bijgesteld. • COVID-19 vaccinatie De kosten van de COVID-19 werden steeds volledig door het Rijk vergoed via de SPUK COVID-19vaccinatie. De regering heeft nog geen besluit genomen over het structureel verstrekken van de COVID-19 vaccinatie. Onduidelijk is welke opdracht de GGD’en/gemeenten krijgen en welke vergoeding daarvoor ontvangen gaat worden. Op dit moment loopt de voorbereiding van de besluitvorming, waarbij voor 2025 nog onderzocht wordt hoe de vaccinaties bekostigd worden.

In opdracht van het Rijk wordt onderzocht of een vergoeding per vaccinatie haalbaar is. De uitkomsten van dit onderzoek zijn op dit moment nog niet bekend. De ontwikkelingen in de gemeentelijke bijdrage van 2025 naar 2026 zijn het resultaat van bovenstaande bestuurlijke afwegingen. (bedragen in duizenden euro's)

Bedrag

I/S

Gemeentelijke bijdrage 2025 Loonkostenstijging 2026 Materiële kostenstijging 2026 Versterking GGD Strategisch huisvestingsplan Kapitaallasten materieel brandweer

72.304 966 621 3.208 263 262

S S S S S S

Totaal gemeentelijke bijdrage 2026

77.624

1.3 Algemene dekkingsmiddelen VRLN kent als algemeen dekkingsmiddel het saldo van de financieringsfunctie. Voor 2026 is dit saldo naar verwachting € 350.000.

Begroting 2026 VRLN

7

15 april 2025

Deel B 2

Beleidsbegroting

Programmaplan

2.1 Programma Publieke Gezondheid 2.1.1. Wat willen we bereiken en wat gaan we ervoor doen? Buiten de eerder beschreven ontwikkelingen rondom Toekomstbestendige GGD en Strategische huisvesting streeft de GGD in 2026 naar het uitvoeren van de ‘GGD Visie 2030’. Beide trajecten zijn bepalend en rand voorwaardelijk om goed invulling te kunnen geven aan deze visie. In de ‘GGD Visie 2030’ zijn vijf ambities opgenomen voor het programma Publieke Gezondheid: 1. Investeren in een nieuwe generatie 2. Versterken van de gezondheidsbescherming 3. Informatie laten werken voor publieke gezondheid 4. Publieke gezondheid en publieke veiligheid vanzelfsprekend verbonden 5. Samenwerken aan een duurzame leefomgeving Per ambitie worden de belangrijkste veranderingen en doelstellingen beschreven. In tegenstelling tot andere jaren zijn bij de prestaties geen aantallen opgenomen. De aantallen zijn sterk afhankelijk van de vordering van (de implementatie van) het versterkingsplan en daarom van veel variabelen afhankelijk. Voor monitoring en verantwoording van de prestaties wordt aangesloten bij de reguliere rapportage momenten (Planning & Control cyclus), waarbij in eerste instantie de focus ligt op de wettelijke taken.

Ambitie 1: Investeren in een nieuwe generatie Integraal Zorgakkoord (IZA) en Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA) De gemeenten ontvangen een specifieke uitkering van het Rijk voor het uitvoeren van IZA/GALA. De oorspronkelijke financieringsafspraken tussen Rijk en gemeenten lopen tot 2026, waarbij er nog geen duidelijkheid is over voortzetting van deze SPUK. Activiteiten die de GGD in dit kader uitvoert in opdracht van de gemeenten, worden uitgevoerd via een dienstverleningsovereenkomst (DVO). De DVO’s Kansrijke start, Nu Niet zwanger en VoorZorg zijn of worden verlengd voor 2025. Gemeenten hebben hun voorkeur uitgesproken om de DVO’s daarna structureel te maken en op te nemen in de gemeentelijke bijdrage. Aangezien hier nog geen concrete afspraken over zijn gemaakt, zijn deze DVO’s in de begroting 2026 meegenomen als overige baten en zitten dus niet in de gemeentelijke bijdrage. Wijziging Rijksvaccinatieprogramma (RVP) Vaccinaties beschermen kinderen tegen ernstige infectieziekten. De Gezondheidsraad heeft geadviseerd om een aantal vaccinaties op een andere leeftijd te geven. Daardoor zijn kinderen nog beter beschermd. In 2025 is het nieuwe Rijksvaccinatieschema ingegaan. De wijzigingen hebben rechtstreeks invloed op nieuwe jaarberekeningen en benodigd personeel door veranderende contactmomenten, ontwikkelingen en benodigde ruimtes op consultatiebureaus.

GGD’en hebben eind 2024 een eenmalige compensatie van het rijk ontvangen voor de implementatie. Op dit moment is de impact van de implementatie na 2025 nog niet duidelijk en daarom nog niet verwerkt in de begroting. Toezicht kinderopvang Vanaf 2027 vindt er een landelijke kwaliteitsimpuls plaats op Vroegschoolse Educatie (VE) locaties. Het toezicht hierop komt bij de GGD te liggen en een wetswijziging wordt hiervoor momenteel voorbereid. Dit betekent dat hier de organisatie in 2026 op voorbereid moet worden. Daarnaast worden als gevolg van de wettelijke uitbreiding van het aantal inspecties vanaf 2023 ook meer

Begroting 2026 VRLN

8

15 april 2025

overtredingen geconstateerd. De druk op de normtijden neemt daarom toe. Tevens nemen de items die in de inspecties bekeken moeten worden toe. Landelijke besluitvorming hierover moet nog plaatsvinden. Er wordt dan gelijktijdig aangegeven wat dit betekent voor de tijd per inspectie. Strategisch doel

Operationeel doel

Prestaties

Veilig en gezond opgroeien alle

Uitvoeren basispakket JGZ voor

Aanbieden van contactmomenten, verdeeld over 18

kinderen in Limburg-Noord, incl. alle kinderen

consultatiebureaus, conform Landelijk Professioneel

nieuwkomers.

Kader en professionele richtlijnen.

Verkleinen

Aanbieden van extra zorg voor

gezondheidsverschillen

kinderen met extra zorgbehoeften

Aanbieden van extra contactmomenten.

Optimale start voor alle

Aanbieden van zorg op maat in

- Uitvoeren pre- en perinataal aanbod.

kinderen

eerste 1.000 dagen van het kind

- Participatie JGZ preventieagenda.

Bestrijden van door vaccinatie

Minimaal 95% van kinderen

- Participatie Kansrijke Start. - Uitvoeren RVP, inclusief de 22 wekenprik voor

te voorkomen infectieziekten op (WHO-norm) is gevaccineerd individueel en populatieniveau

zwangere vrouwen.

conform Rijksvaccinatieprogramma (RVP).

Faciliteren beleidsontwikkeling

Informeren en adviseren van

- Opstellen Integrale Jeugdrapportage.

publieke gezondheid jeugd

gemeenten over

- Gezondheidsmonitor kind en jeugd.

gezondheidsbeleid op basis van

- Borgen jeugdgezondheidszorg in lokale

monitoring, rapportage en

uitvoeringsplannen

onderzoek Sluitend aanbod van

Samenwerking in sociaal domein

Deelname aan lokale coalities.

preventieve en gespecialiseerde versterken zorg Continue verbetering van

Signaleren kansen,

Uitvoeren van verdiepend onderzoek en het adviseren

publieke gezondheid voor de

ontwikkelingen en bedreigingen

over trends en ontwikkelingen.

jeugd

en samenbrengen van diverse informatiebronnen

Het houden van toezicht

Uitvoeren van toezicht op de

- Uitvoeren van jaarlijkse onderzoeken bij

kinderopvang

kinderdagverblijven (KDV), buitenschoolse opvang (BSO), gastouderbureaus (GOB) en gastouders (GO) - Uitvoeren van onderzoek bij aanvraag nieuwe opvanglocatie. - Uitvoeren overige onderzoeken bij KDV, BSO, GOB en GO.

Ambitie 2: Versterken van de gezondheidsbescherming Een versteviging van de reguliere infectieziektebestrijding (IZB) is nodig om klaar te kunnen staan voor een komende pandemie. De GGD is op dit moment nog onvoldoende geëquipeerd om hun rol op het gebied van infectieziektebestrijding kwalitatief goed uit te voeren. Deze versterking is ook onderdeel van het versterkingsplan Toekomstbestendige GGD. De formatie-uitbreiding tot en met 2027 heeft als doel om alle zeven kerntaken behorende bij IZB naar behoren uit kunnen voeren, pandemisch paraat zijn en goed aangesloten zijn op de processen van de LFI. Bovenregionale samenwerking vraagt inzet, maar levert ook kennis en tijdswinst. Bij gelijke inzet meer kwaliteit, niet minder werk.

Begroting 2026 VRLN

9

15 april 2025

Tuberculosebestrijding Met de grote instroom van vluchtelingen en arbeidsmigranten merken we dat het aantal te behandelen patiënten toeneemt. Dit vergroot de werkdruk omdat hier vaak meerdere momenten van (intensieve) begeleiding nodig zijn om de behandeling adequaat voort te zetten. Met de verwachting dat de instroom van (niet-)EU-ingezetenen zich niet laat sturen en een vernieuwde wijze van screening die nu middels een pilot wordt uitgevoerd, is de inschatting dat dit om extra inzet en middelen zal vragen. Dit is onderdeel van het traject toekomstbestendige GGD. Seksuele Gezondheid De GGD wil de komende jaren de ingeslagen weg volgen in het bevorderen van seksuele gezondheid en het gesprek hierover aangaan met jongeren, docenten, intermediairs bij verenigingen etc.. In de afgelopen jaren hebben we met de SPUK ASG deze deskundigheid op kunnen bouwen. Onduidelijkheid rondom deze SPUK brengt deze expertise mogelijk in gevaar. Vooralsnog is deze activiteit opgenomen in de begroting, op basis van toekomstige besluitvorming rondom de SPUK ASG wordt duidelijk in welke mate dit door blijft gaan. Strategisch doel

Operationeel doel

Prestaties

Het voorkomen of

Signaleren en bestrijden - Afhandelen van meldingen van infectieziekten

vroegtijdig signaleren

van infectieziekten en

- Preventieve en voorlichtingsactiviteiten geven zowel individueel als in

van besmettelijke

monitoren

groepsverband, als aan risicogroepen

infectieziekten

vaccinatiegraad

- Voorlichting en advies over hygiëne en gezondheid; - Bijdragen aan kennisontwikkeling en activiteiten ten behoeve van antibioticaresistentie en infectiepreventie; - Uitvoeren van bron- en contactonderzoek; Screening op en behandeling van infectieziekten.

Het beschermen van

Signaleren van factoren - In 2026 wordt de gezondheidsmonitor Jeugd uitgevoerd

de bevolking tegen

die gezondheidsrisico’s

gezondheids-

met zich mee brengen

bedreigende factoren

en het bevorderen van

en het stimuleren van

een leefomgeving die

een gezonde leefstijl

uitnodigt tot gezond

en -omgeving

gedrag

Continue verbetering

Signaleren kansen,

- Uitvoeren van verdiepend onderzoek en het adviseren over trends en

van de algemene

ontwikkelingen en

ontwikkelingen.

publieke gezondheid

bedreigingen en

- Wij voeren in 2026 panelonderzoeken en duidingsgesprekken bij

samenbrengen van

gemeenten.

diverse

- Wij geven beleidsadviezen over gezondheidsbevordering en gemeentelijk en

informatiebronnen

regionaal preventiebeleid.

- Uitvoeren verdiepend onderzoek naar gezondheid en -gezondheidsrisico’s

Ambitie 3: Informatie laten werken voor publieke gezondheid Nieuwe technologieën bieden kansen. Ook als het gaat om het vergroten van veiligheid en gezondheid. Tegelijkertijd schept het ook verwachtingen. We moeten als GGD meegaan met de snelheid van de informatiemaatschappij waarbinnen wij werken en tegelijkertijd betrouwbaar blijven. Wij zetten ons in op het verkrijgen, verrijken, delen en duiden van data. Voor onze gemeenten en voor onze inwoners. Er wordt al gewerkt aan de integratie van business intelligence (BI) binnen de VRLN/GGD. Naast een goed datafundament en -warehouse zijn er voor het ontsluiten en analyseren van deze data ook BI-professionals nodig. Vanaf 2025 zijn er structureel middelen opgenomen in de begroting hiervoor. In 2026 wordt gewerkt aan de verdere verbetering van de benodigde structuur en organisatie voor data-gedreven, informatie-gestuurd werken.

Begroting 2026 VRLN

10

15 april 2025

Diverse applicatie vervangingen en aanpassingen Veel applicaties die de GGD gebruikt voor de uitvoering van taken zijn landelijke GGD-applicaties en zijn of komen op landelijk niveau in beheer. Dat vraagt ook van regionale gebruikers om inspanningen op het gebied van ontwikkeling, voorbereiding en uitvoering. Mogelijk moet hiervoor extra geïnvesteerd gaan worden. De schaal en omvang hiervan is door actuele en constante ontwikkeling van de landelijke en eigen informatievoorziening nog lastig in te schatten. Ambitie 4: Publieke gezondheid en publieke veiligheid vanzelfsprekend verbonden Om de verbinding te versterken tussen publieke gezondheid en de gemeenten zijn GGD-teams ingesteld. De teams bundelen data, kennis en ervaring om gemeenten beter en op maat te kunnen adviseren. Uit reacties van diverse gemeenten is op te maken dat de inzet van GGD-teams positief werkt. Om de ontwikkeling en inzet van de GGD-teams te optimaliseren wordt de inzet van deze teams in 2025 geëvalueerd. De begroting 2026 gaat uit van een ongewijzigde voorzetting van de GGD-teams. Forensische geneeskunde Door de schaarste van forensische artsen en de wens van de politie om één contractpartner per politieregio te hebben, is de samenwerking met GGD Zuid Limburg versterkt. Er wordt gewerkt vanuit één rooster en ondersteunende bedrijfsvoering is vanuit Zuid opgepakt.

De landelijke politie is in 2024 gestart met de aanbesteding van arrestantenzorg (één onderdeel van de dienstverlening aan de politie). Deze gunning is meerdere malen uitgesteld. Bij het afronden van deze begroting was net bekend dat de medische arrestantenzorg (MAZ) na 2026 aan een andere partij wordt gegund. De effecten hiervan zijn op dit moment nog niet duidelijk, mede omdat de bezwarenperiode rondom de aanbesteding nog loopt en gunning nog niet definitief is. De verwachting is dat in de loop van 2025 de consequenties inzichtelijk gemaakt kunnen worden. Strategisch doel

Operationeel doel

Het beschermen van

Signaleren van factoren - Lijkschouw bij vermoeden niet-natuurlijke dood en euthanasie

Prestaties

de bevolking tegen

die gezondheidsrisico’s

- Forensisch medisch onderzoek bij incidenten, huiselijk geweld, zedenzaken

gezondheids-

met zich mee brengen

en kindermishandeling;

bedreigende factoren

en het bevorderen van

- Opstellen letselbeschrijvingen.

en het stimuleren van

een leefomgeving die

een gezonde leefstijl

uitnodigt tot gezond

en -omgeving

gedrag

Beperken van

Borgen opgeschaalde

Inzetten van psychosociale hulpverlening, medische milieukunde,

gezondheidsschade

publieke gezondheids-

opgeschaalde infectieziektebestrijding en het opstarten van een

processen en

gezondheidsonderzoek bij rampen. Als ook het adviseren van bevoegd gezag.

ondersteunen bevoegd gezag bij incidenten met (mogelijke) maatschappelijke onrust

Ambitie 5: Samenwerken aan een duurzame leefomgeving Wij adviseren gemeenten om samen met haar partners voor en met inwoners een zo gezond en veilig mogelijk leven, thuis, in de directe woonomgeving, op school en op het werk en in de vrije tijd te creëren. Er komt steeds meer aandacht, ook recent in het regeringsbeleid, om de kwaliteit van de leefomgeving in het belang van de gezondheid van mensen te bevorderen. De GGD heeft met de bouwstenen Gezonde Leefomgeving een goede basis gelegd voor gemeenten om dit onderdeel in de omgevingsvisie op te nemen. Een gezonde leefomgeving is in het merendeel van de omgevingsvisies

Begroting 2026 VRLN

11

15 april 2025

van gemeenten opgenomen. In het vervolgtraject, de vertaling naar de omgevingsplannen en de advisering bij nieuwe plannen, wil de GGD graag een actieve rol spelen om deze kennis en inzichten over de leefomgevingsfactoren op de publieke gezondheid optimaal in te kunnen zetten. Dit vereist een veel meer proactieve rol dan we op dit moment kunnen realiseren met de huidige formatie en deskundigheid. Het is de wens om in 2026 in elk GGD-team een adviseur medische milieukunde te hebben. Deze uitbreiding is onderdeel van het traject toekomstbestendige GGD. Strategisch doel

Operationeel doel

Het beschermen van

Signaleren van factoren - (Pro)actief adviseren over gezondheidsrisico’s op gebied van milieu en

Prestaties

de bevolking tegen

die gezondheidsrisico’s

ruimtelijke ordening en de leefomgeving in relatie tot de gezondheid.

gezondheids-

met zich mee brengen

- Voorlichting over voorkomende gezondheidsbedreigende factoren, o.a.

bedreigende factoren

en het bevorderen van

asbest, gewasbeschermingsmiddelen, eikenprocessierups, hitte, houtkachels

en het stimuleren van

een leefomgeving die

en windmolens.

een gezonde leefstijl

uitnodigt tot gezond

- Adviseren over gezondheidsrisico’s van gevaarlijke stoffen

en -omgeving

gedrag

- Ondersteunen van gemeenten bij invoering Omgevingswet en borging van

Het houden van

Uitvoeren van toezicht

- Inspecteren en adviseren van tattoo- en piercingshops, (tijdelijke)

toezicht

op vergunde bedrijven

huisvestinglocaties vluchtelingen en statushouders en seksbedrijven

gezondheid in omgevingsvisies en -plannen.

2.1.2

Wat kost het?

De lasten van het programma Publieke Gezondheid bedragen € 28,8 miljoen exclusief de toerekening van overhead. De gemeenten dekken met hun bijdragen € 20,9 miljoen van de programmalasten. Programma Publieke Gezondheid

(bedragen in duizenden euro's) Begroting 2026

Lasten

28.814

Baten

28.810

Algemene dekkingsmiddelen

0

Onvoorzien

0

Geraam d saldo van baten en lasten

4

Stortingen in reserves

3

Onttrekkingen aan reserves Geraam d resultaat

6

Begroting 2026 VRLN

0

12

15 april 2025

2.2 Programma Brandweerzorg Deze beleidsperiode (2024-2027) moeten we verder toewerken naar een flexibele, informatiegestuurde, rationele en robuuste brandweerorganisatie, om snel en adequaat incidenten te kunnen blijven bestrijden en risicogericht te adviseren.

2.2.1

Wat willen we bereiken?

Visie op brandweerzorg Het Algemeen Bestuur heeft in 2021 de visie op brandweerzorg 2030 vastgesteld. Hierin zijn de lijnen voor de komende jaren vastgelegd. Met dit document als basis, is een traject gestart om de brandweer te moderniseren en meer toekomstbestendig te maken. Hiervoor worden de volgende bouwstenen gebruikt: • Behapbare basis; • Risicogerichte specialismen; • Minimale maar wel verantwoorde slagkracht; • Flexibel repressief organisatiemodel; • Toekomstbestendige brandweerzorg, met inachtneming van de ‘deeltijdrichtlijn’ en • Informatiegestuurd werken en continu ontwikkelen van onze kennis. Goed werkgeverschap Naast de uitdagingen die er voor de brandweerorganisatie liggen op het gebied van het behouden en werven van voldoende vrijwilligers, geldt dit ook voor het overige brandweerpersoneel. Door vergrijzing binnen onze eigen organisatie en krapte op de arbeidsmarkt wordt het een uitdaging om ons personeelsbestand op peil te houden. In de breedste zin is het belangrijk dat er een duurzaam personeelsbeleid wordt opgezet met het doel een aantrekkelijke werkgever te worden en te blijven. Belangrijke thema’s hierbij zijn het geestelijk en lichamelijk vitaal houden van repressief brandweerpersoneel, het voorkomen van PTSS (Posttraumatische stressstoornis) en sociale (on)veiligheid.

De brandweer in verandering Het kabinet heeft aangekondigd om met behoud van het goede, te komen tot een toekomstbestendig, samenhangend stelsel voor de crisisbeheersing en brandweerzorg. Een zichtbare ontwikkeling is een toenemende focus op de voorbereiding en respons op bovenregionale en landelijke incidenten. In feite wordt hier gedoeld op landelijke slagkracht. Het is niet duidelijk of en welke financiële gevolgen dit kan hebben. Het kabinet heeft veiligheidsregio's beoordeeld als vitale aanbieders. Drie processen van de veiligheidsregio's zijn als vitaal geanalyseerd, waaronder repressieve brandweerzorg. Er volgt nu een weerbaarheidsanalyse en een actieplan. Hiervoor worden geen financiële middelen beschikbaar gesteld door het Rijk. Het is nog niet bekend welke gevolgen dit heeft. Tenslotte zien we dat veranderingen ook gevolgen kunnen hebben voor de historisch bepaalde locaties in onze regio: waar komt de toekomstige kazerne te liggen, welke specialismen koppelen we eraan en wat betekent dit voor de dekking? Dit vraagt een meer bedrijfsmatige aanpak waarbij lokale verankering niet losgelaten kan worden. De stijgende maatschappelijke kosten zoals energie en bouwkosten zullen bij de realisatie van nieuwe kazernes ook een rol blijven spelen. De vraag wat mag het kosten, zowel in geld als in tijd zal dus ook in 2026 aan de orde zijn.

Begroting 2026 VRLN

13

15 april 2025

Incidentbestrijding: gegarandeerde brandweerzorg Paraatheid Gegarandeerde brandweerzorg bieden aan onze inwoners is alleen mogelijk bij een voldoende parate repressieve organisatie (7 dagen per week en 24 uur per dag direct en adequaat kunnen reageren op een melding). Het hebben van een grotendeels vrijwillige organisatie, betekent een toenemende uitdaging om de paraatheid op peil te houden. De paraatheid wordt nauwkeurig in de gaten gehouden en we treffen aanvullende maatregelen om de paraatheid op peil te houden waarbij de focus ligt op werving en behouden van vrijwilligers en het versterken van beroepsmatigheid waar vrijwilligheid afneemt. Vrijwilligheid wordt anders ingericht en ingevuld dan in het verleden. Vrijwilligers blijven korter bij de brandweer, werken vaker verder weg van de kazerne, zijn minder beschikbaar en gaan met een andere mindset bij de brandweer dan de vorige generatie. Het behouden en werven van voldoende vrijwilligers is voor de brandweer een belangrijk en continu doel. Om eenzelfde mate van paraatheid te kunnen organiseren gaan we ervan uit dat jaarlijks 2% extra vrijwilligers nodig zijn. Dit leidt tot toenemende inspanningen en kosten van onder andere werving en selectie en het opleiden van nieuw personeel. Tot op heden worden deze kosten gedekt uit de beschikbare budgetten.

Robuustheid en slagkracht Het vaker voorkomen van grote incidenten, zoals grote of gelijktijdige natuurbranden of overstromingen, betekent dat het hebben van een robuuste brandweerorganisatie steeds belangrijker wordt. De slagkracht in de regio moet hiervoor op peil blijven. Onze eigen regionale slagkracht is teruggebracht tot een minimaal, maar wel verantwoord niveau. Er wordt geïnvesteerd in modern materieel, gerichte slagkracht zoals voor de bestrijding van natuurbranden en branden in zeer grote brandcompartimenten en in specialistische teams. We werken toe naar een toekomstbestendige brandweer met voldoende capaciteit om kwalitatief hoogwaardige brandweerzorg te leveren én weerstand te kunnen bieden aan grootschalige en nieuwe incidenttypen. Waarschijnlijk zullen in het kader van vergroten van de weerbaarheid van de samenleving meer en andere taken bij de brandweer belegd gaan worden. Bestrijding van waterongevallen (inclusief incidenten op en met schepen) moet nog worden doorontwikkeld. Er is een landelijke visie vastgesteld die vertaald moet worden naar onze regio. Hierbij valt te denken aan samenwerking met andere regio's/partners, modernisering van de oppervlakteredding, modernisering van de uitrusting van het duikteam en modernisering van de eigen vloot brandweerboten. Dit zal in 2025 en 2026 zijn beslag gaan krijgen.

2e loopbaanbeleid brandweer In 2006 is het 2e loopbaanbeleid voor medewerkers incidentbestrijding in de 24-uursdienst geïntroduceerd. Onder voorwaarde van medische geschiktheid mogen deze medewerkers maximaal 20 jaar werken in deze bezwarende functie. Bijna alle 24-uursdienst medewerkers maken hier gebruik van. Het 2e loopbaanbeleid kent ook nadelen. Daarom wordt op verzoek van werkgevers en werknemers onderzoek uitgevoerd naar de belemmerende en bevorderende factoren voor duurzame inzetbaarheid en arbeidsparticipatie van mannen en vrouwen in repressieve brandweerfuncties. Dit onderzoek duurt tot en met 2026. De uitvoering van het loopbaanplan voor de brandweerlieden is uitgesteld tot dat de uitkomsten van het onderzoek gereed zijn. Dit betekent dat de kosten van het 2 e loopbaanbeleid grotendeels naar achteren worden geschoven.

Begroting 2026 VRLN

14

15 april 2025

Risicobeheersing: van regelgericht naar risicogericht adviseren Regelgerichte en risicogerichte advisering De brandweer is bezig met een transitie naar niet alleen regelgerichte advisering, maar ook risicogerichte advisering. Bij een stapeling van risico's of bij nieuwe ontwikkelingen ontbreekt het soms aan duidelijke regelgeving; op zo'n moment vraagt het dat veiligheidsregio's vanuit hun deskundigheid meedenken, zodat de veiligheid en continuïteit toch geborgd worden bij activiteiten en opgaven in de fysieke leefomgeving. Naast de verandering van risico's worden de risico's ook steeds complexer. De verdichting van initiatieven, nieuwe technieken en technologieën die gebruikt worden en dus ook complexere risico's vergen daardoor ook steeds complexere adviezen. Dit betekent dat de kennis en competenties van de medewerkers mee moeten groeien met de adviesvragen die voorliggen. Vanuit het plan ‘perspectief’ wordt invulling gegeven aan groei en ontwikkeling van de individuele medewerkers en daarmee ook aan de afdeling in zijn geheel. Er wordt continu gewerkt aan de kwaliteit van de afdeling. Doordat er op regionale schaal veel ervaring wordt opgedaan en gedeeld kunnen gemeenten goed geadviseerd worden. De veranderingen in de maatschappij zorgen voor risico's die snel veranderen. Denk hierbij aan de Veilige Energietransitie, extreem weer, klimaatverandering en natuurbranden.

Dit vraagt om een afdeling Risicobeheersing die goed kan inspelen op de nieuwe risico's die hierbij horen om de fysieke veiligheid te borgen. Dit doen we door de gemeenten te ondersteunen met het uitvoeren van toezicht op brandveilig gebruik en advisering op initiatieven in de fysieke omgeving. Informatiegestuurd werken Met snel veranderende risico's is het ook van groot belang om zicht te hebben op de ontwikkeling van de risico's. Informatiegestuurd werken krijgt hierin een steeds belangrijkere rol. De afdeling Risicobeheersing kent de ontwikkelingen in de regio en de risico's en is daarmee een belangrijke informatiebron voor de veiligheidsketen. Hierin vindt continue ontwikkeling plaats. Versterken zelfredzaamheid Als incidenten plaatsvinden zijn hulpdiensten meestal later aanwezig. Dit betekent dat er altijd een beroep gedaan wordt op de zelfredzaamheid van inwoners van onze regio. Vanuit risicobeheersing werken we aan de versterking van zelfredzaamheid door gedragsbeïnvloeding. De Risk Factory, Keurmerk Veilig Ondernemen, branchegerichte projecten zoals ‘de zorg brandveilig’ en het netwerk met de woningcorporaties zijn hier voorbeelden van. Ook publieksvoorlichting, voorlichting op scholen, en statushouders zijn belangrijke doelgroepen voor het versterken van deze zelfredzaamheid. Deze aanpak blijven we continu versterken.

Natuurbrandmanagement Het gevaar voor onbeheersbare natuur- en bosbranden neemt door klimaatverandering ernstig toe. Door middel van het Interreg-project, lopende van eind 2024 t/m eind 2027 wordt er samen met 14 Duitse en Nederlandse gemeenten, natuurbeheerders en kennisinstituten gewerkt aan een grensoverschrijdend project ten behoeve van Natuurbrandbeheersing. Denk hierbij aan het elkaar beter leren kennen, innovatieontwikkelingen, inrichtingsmaatregelen, oefeningen, leerprogramma's natuurbrand ontwikkelen en burgers, bedrijven en stakeholders informeren over natuurbrandrisico's. Ook zijn er landelijke ontwikkelingen binnen Nederland op het gebied van natuurbrandbeheersing, zoals een visie en bijbehorend uitvoeringsplan. In samenhang met het Interreg-project zullen ook hier ontwikkelingen lokaal geïmplementeerd worden.

Begroting 2026 VRLN

15

15 april 2025

Preparatie Herziening Brandweeronderwijs We zien dat het landschap van de brandweer aan het veranderen is en dat vraagt ook een herziening van het onderwijs. De verwachting is dat deze ontwikkeling ons de komende jaren bezig gaat houden. Met name de transitie van het huidige onderwijsmodel naar een meer modulair systeem waarbij de belastbaarheid en de flexibiliteit centraal staan. Het systeem zal ook op inhoud overeen moeten komen met de repressieve organisatie. De mate waarin crisisbeheersing en brandweerzorg elkaar gaan beïnvloeden zal invloed hebben op de inrichting van het nieuwe onderwijsstelsel. De onderlinge relatie tussen de onderdelen preparatie en incidentbestrijding is evident, toch is het geen vanzelfsprekendheid dat de balans er is. Het jaarlijks blijven afstemmen van ambitie en uitvoering moet belangrijk blijven. Onder invloed van landelijke en regionale ontwikkelingen/belangen moet de uitvoerbaarheid getoetst worden. Niet alleen in het kader van duurzaam inzetbaar houden van ons personeel, maar ook vanwege de verantwoording van kosten. Een goede afweging maken bij het besluiten tot vervanging van materieel is al de gehanteerde werkwijze. Dit moeten we ook in 2026 vasthouden omdat we op deze manier zuiver en verantwoord de maatschappelijke middelen wegen. Ook gaan we in 2026 ons als brandweer nog meer richten op de samenhang der dingen.

Welke toekomstontwikkelingen komen er op ons af waar we meer op in moeten spelen. Om dit op een juiste en tijdige manier te vertalen is de informatiepositie van de brandweer van belang. Dit vraagt ook een herdefiniëring van ons aansturingsmodel. Naast onze repressieve veerkracht moet we ook in staat zijn om duiding te geven aan toekomstige vraagstukken. Hiervoor is een transformatie van het vakgebied operationele voorbereiding noodzakelijk, meer vanuit programmalijnen op inhoud inrichten in plaats van de traditionele aansturingslijn. Hierdoor komen we meer aan de voorkant van de informatie en kunnen we een nauwe samenwerking met de afdeling Risicobeheersing en Crisisbeheersing inregelen. Voor 2026 zullen we ook keuzes moeten maken die zich bevinden op het scheidsvlak van exploitatie en personeel. We zien dat we ook in de nabije toekomst in moeten spelen op vervanging of aanschaf van nieuwe materialen. Naast de reguliere vervanging komen we hier in de knel met beschikbaar personeel. We zullen dus ook keuzes moeten gaan maken die raken aan ons reguliere werk. Om niet in te boeten op onze repressieve veerkracht, zullen we personele capaciteit aan moeten wenden om bestaande ontwikkelingen te vertalen naar nieuwe behoeftes. In 2026 zullen we aandacht moeten geven aan dit proces. Dit past ook bij ons uitgangspunt dat de mens onze kritische succes factor is.

Voor al deze ontwikkelingen geldt, dat binnen de eigen begroting ruimte moet worden gecreëerd om door te ontwikkelen en uitvoering te geven aan onze ambities.

Begroting 2026 VRLN

16

15 april 2025

2.2.2

Wat kost het?

De lasten van het programma Brandweerzorg bedragen € 40,2 miljoen (exclusief toerekening overhead). De gemeenten dekken met hun bijdragen € 33,0 miljoen van de programmalasten. Tabel programma Brandweerzorg

(bedragen in duizenden euro's) Begroting 2026

Lasten

40.181

Baten

40.181

Algemene dekkingsmiddelen

0

Onvoorzien

0

Geraam d saldo van baten en lasten

0

Stortingen in reserves

0

Onttrekkingen aan reserves Geraam d resultaat

0

Begroting 2026 VRLN

0

17

15 april 2025

2.3

Programma Crisisbeheersing 2.3.1 Wat willen we bereiken?

Het domein crisisbeheersing Om invulling te kunnen geven aan de opgaven en uitdagingen vanuit zowel de Landelijke Agenda Crisisbeheersing (LACb) alsook ons beleidsplan zijn we in 2023 gestart met een intensieve samenwerking tussen de drie kolommen binnen crisisbeheersing (Crisisbeheersing, GHOR (Geneeskundige Hulpverleningsorganisatie in de Regio) en Bevolkingszorg). Hierbij wordt gewerkt vanuit domein-brede processen waar alle reguliere werkzaamheden, projecten en pijlers uit de visie crisisbeheersing (crisisbeheersing en de burger; crisisbeheersing en informatie; grenzeloze crisisbeheersing) zijn ondergebracht. In 2023 is een ontwerp gemaakt hoe we aan de versterking gaan werken en een start gemaakt met het leggen van het fundament in het domein crisisbeheersing. In 2024 is dit fundament verfijnd. De jaren 2025, 2026 en 2027 staan in het teken staan van het uitwerken van de ontwikkelingen zodat we eind 2027 kunnen vaststellen dat we de versterkingsopgaven gerealiseerd hebben. Deze beleidsperiode (2024-2027) versterken we crisisbeheersing naar een flexibele en robuuste organisatie die in de koude en lauwe fase in leiding, coördinatie en informatiemanagement voorziet en komt met handelingsperspectieven voor inwoners, betrokkenen en (keten)partners. Daarnaast is er een geborgde crisisorganisatie voor de warme fase.

Thema’s die extra aandacht verdienen zijn de interne continuïteit, relatie met de inwoners en het adaptieve vermogen van de crisisorganisatie. Ook onze informatiepositie en samenwerking over onze grenzen heen zal verder uitgebouwd worden. Landelijke doelen voor crisisbeheersing zijn vastgelegd in de LACb. De pijlers in dit plan zijn: versterken voorbereiding en paraatheid, versterken van een weerbare samenleving en bevorderen van kwaliteit en professionaliteit. De versterking crisisbeheersing wordt gefinancierd vanuit structurele BDuR-bijdrage van het Rijk. Hoewel het bevorderen van weerbaarheid op onderdelen deel uitmaakt van de taken van crisisbeheersing, is de verwachting rondom dit thema in het licht van militaire dreiging het afgelopen jaar enorm toegenomen. Begrippen als civiele bescherming en civiel-militaire samenwerking worden opnieuw geframed. Daarbij geeft defensie aan de komende jaren nadrukkelijk minder beschikbaar te zijn voor ondersteuning bij crisistaken; sterker nog: er wordt eerder een bijdrage verwacht vanuit het civiele aan het militaire domein. Daarbij wordt voor de uitvoering van een aantal taken nadrukkelijk richting veiligheidsregio's gekeken.

Met taken in bijvoorbeeld de (regie op) het vergroten van maatschappelijke weerbaarheid, het organiseren van noodsteunpunten en het in beeld brengen en activeren van maatschappelijke netwerken zijn echter aanzienlijke capaciteiten en middelen gemoeid. Dat levert een landelijke discussie op over taken, middelen en prioriteiten, waar op het moment van schrijven nog geen duidelijkheid over bestaat.

Het programma crisisbeheersing is onderverdeeld in vier processen, te weten: kaderstelling en verbinding, risicoanalyse en -advisering, organiseren en uitvoeren en informatievoorziening. Verbinding en kaders: werken vanuit onze stakeholders Om de functionaliteit naar de verschillende ketens en partners in stand te houden en verder uit te bouwen zijn op de taakvelden GHOR, bevolkingszorg, multidisciplinaire samenwerking en internationale samenwerking regisseurs actief om stakeholdermanagement, programma’s, beleid en verantwoording vorm te geven. Belangrijkste ambities op deze taakvelden zijn: -

Operationaliseren en implementeren van de landelijke kwaliteitskaders bevolkingszorg; Borgen van onze bijdragen aan landelijke netwerken, initiatieven en eventuele crisisteams;

Begroting 2026 VRLN

18

15 april 2025

-

-

Operationaliseren van een toekomstvisie over piketfuncties voor de crisisorganisatie, in tijden van nieuwe generaties, toenemende schaarste, werkdruk en veranderend werkgeverschap; Verstevigen van netwerkmanagement en onze daadwerkelijke verbinding met inwoners en maatschappelijke partijen (bouwen aan vertrouwen als basis voor versterken weerbaarheid); Intern bestendigen van een programma voor (internationale) samenwerking, met het inzetten en verwerven van externe fondsen; Voorbereiding van de grote multidisciplinaire eindoefening van het Interreg gesubsidieerde project ERMWIC (Euregionale Rijn-Maas-Waal Incidentbestrijding en Crisismanagement) die in de eerste helft van 2027 plaatsvindt; Borging van samenwerking na de projectperiode resulteert eind 2026 in een voorstel aan alle in ERMWIC samenwerkende partners hoe dit structureel gefinancierd kan worden en Structureel inhoud geven aan de thema's ‘weerbare samenleving’ en 'weerbare organisatie’ (business continuïty management). Onze rol in dit kader zal afhangen van de landelijke takenen financieringsdiscussie, danwel regionaal bestuurlijke herprioritering.

Netwerkmanagement De versterking en uitbreiding van de netwerken komt alle processen binnen crisisbeheersing en VRLN ten goede, maar helpt ook de betrokken partners in de voorbereiding op rampen en crises. Het (internationale) netwerkmanagement vanuit multi-perspectief en vanuit GHOR en Bevolkingszorg wordt geregisseerd vanuit het proces kaderstelling en verbinding. Convenanten en werkafspraken worden opgesteld of geactualiseerd en het netwerk wordt uitgebreid. Grenzeloze crisisbeheersing De pijler grenzeloze crisisbeheersing valt binnen dit proces, waaronder het netwerk N4 en het met Interreg subsidie ondersteund project ERMWIC is gestart. Doel van ERMWIC is het bevorderen en borgen van grensoverschrijdende samenwerking in crisisbeheersing en rampenbestrijding. In het tijdplan van dit project zijn voor 2026 specifieke milestones bepaald. Eind 2026 heeft de ‘verkenning naar’ geresulteerd in een voorstel wat er nodig is om ook na de projectperiode de continuïteit en duurzame grensoverschrijdende samenwerking te bewaken en bevorderen. ERMWIC en Natuurbrandmanagement, beide Interreg gesubsidieerde projecten waarvoor VRLN leadpartner is, zoeken nadrukkelijk naar synergie-effecten. Ten aanzien van het N4 netwerk is er in 2026 uitsluitsel, hoe de verantwoordelijke ministeries in Nederland en Duitsland het netwerk, i.c.

de jaarlijkse netwerkdag en de samenwerkingsomgeving structureel financieel ondersteunen. In 2026 ligt een generiek convenant ter ondertekening voor met betrekking tot de samenwerking met de Belgische crisispartners. Bevolkingszorg Met onze gemeenten implementeren we voor Bevolkingszorg de kwaliteitsambities ‘Uniforme Kwaliteitsniveau Bevolkingszorg’ die we samen met de gemeenten geformuleerd hebben in 2024. Vanuit onze GHOR-verantwoordelijkheid gaan we onder andere de verbinding tussen het Dynamisch Risicoprofiel en het Zorgrisicoprofiel verder versterken. Risicoanalyse en advies Sterke operationele paraatheid en slagkracht wordt verbeterd door inzicht in regionale en lokale risico’s. We ontwikkelen een eenduidig proces voor risico-inventarisatie en risicoanalyse op operationeel, tactisch en strategisch niveau. In 2026 zijn de belangrijkste producten het veiligheidsbeeld, het dynamisch (zorg)risicoprofiel, het Provinciaal Risicoprofiel en uitgevoerde dreigingsanalyses. We trekken samen op met de afdeling Risicobeheersing van de brandweer en adviseren op grote ontwikkelingen in de fysieke omgeving met mogelijke impact op crisisbeheersing en rampenbestrijding. Daarnaast vindt aan de hand van het geactualiseerde evenementenbeleid

Begroting 2026 VRLN

19

15 april 2025

verdere procesoptimalisatie plaats in het adviseringsproces van evenementen. De GHOR blijft onze gemeenten adviseren over onder andere gezondheidsrisico’s bij B- en C-evenementen. Als veiligheidsregio hebben we de ambitie om relatiebeheer met onze inwoners te versterken, ook een van de pijlers vanuit de visie crisisbeheersing (crisisbeheersing en de burger). Het verbeteren van de kennis en bekendheid over risico’s en veiligheid bij inwoners heeft hierbij prioriteit. Door inzet van risico- en crisiscommunicatie wordt de weerbaarheid van de samenleving versterkt en geactiveerd en worden negatieve gevolgen van een ramp of crisis geminimaliseerd. Een andere ambitie is het beter gebruik maken en betrekken van groepen inwoners bij reguliere en ad hoc taken van de veiligheidsregio. In het licht van recente internationale politieke ontwikkelingen behoort de versterking van deze ambities nog nadrukkelijker tot het takenpakket van risico- en crisiscommunicatie. Deze ontwikkelingen passen binnen de begroting, gesteund door de versterkingsgelden crisisbeheersing vanuit de BDuR. Organiseren en uitvoeren Het is van groot belang dat functionarissen met een rol in de crisisbeheersing goed voorbereid hun taken kunnen uitvoeren.

Om deze specifieke doelgroep optimaal te ondersteunen worden plannen en protocollen ontwikkeld, trainingen en oefeningen georganiseerd, lessen getrokken uit incidenten en worden atypische en niet acute crises opgepakt. Maatschappelijke ontwikkelingen en de meerjarige, landelijke agenda crisisbeheersing moeten leiden tot een toekomstbestendig stelsel voor crisisbeheersing en brandweerzorg. Het is duidelijk dat dit stelsel aan de vooravond staat van vernieuwing. Er wordt onder andere gewerkt aan een flexibele netwerksamenwerking, gezamenlijke inrichting van een Knooppunt Coördinatie Regio’s-Rijk (KCR2) en het toewerken naar het optreden als één overheid. Bij het opstellen van het nieuwe regionale crisisplan is, voor zover mogelijk, voorgesorteerd op de verwachte aanpassingen die voortvloeien uit deze ontwikkelingen. In 2026 is de exacte omvang van het werk naar aanleiding van de wetsevaluatie en de landelijke agenda in zicht: -

-

We kijken vooruit en zijn in staat om tijdig te anticiperen op regionale en landelijke veranderingen in het risicobeeld; Iedere functionaris weet wanneer wat verwacht wordt in termen van bereikbaarheid, beschikbaarheid, preparatie en inzet; De operationele gereedheid van het systeem is in beeld waardoor we kunnen anticiperen op mogelijke verstoringen; We trekken lering uit alles wat we meemaken maar we hebben ook zicht op implicaties van lessen over rampen en crises elders in de wereld; We zijn in verbinding met de omgeving waardoor we partners en burgers laagdrempelig kunnen bereiken en veiligheidsvraagstukken die in de regio spelen geadresseerd kunnen worden en Voorbereiding gaat steeds meer over veerkracht en de samenwerking met de inwoners.

Informatievoorziening Het proces informatievoorziening onderhoudt een informatienetwerk dat bestaat uit diverse (interne) organisatieonderdelen en externe partners/organisaties en zorgt ervoor dat de juiste personen op het juiste moment over de juiste veiligheidsinformatie beschikken met als doel een 24/7 actueel beeld van kwetsbaarheden, risico’s en dreigingen. Tijdens de koude en lauwe fase wordt primair geleverd aan de processen binnen crisisbeheersing en de relevante veiligheids- en ketenpartners. Tijdens de warme fase levert het proces deze diensten aan de IM-piketorganisatie (Informatiemanagement) die

Begroting 2026 VRLN

20

15 april 2025

de regie voert op de informatie en het gezamenlijk beeld in de verschillende crisisteams (CoPI, ROT en GBT/RBT). Hiervoor wordt een informatienetwerk opgebouwd en onderhouden dat bestaat uit diverse (interne) organisatieonderdelen en externe partners/organisaties. Hiermee werken we toe naar een actueel beeld van kwetsbaarheden, risico’s en dreigingen. Centraal binnen het proces informatievoorziening staat het VIK (Veiligheids Informatie Knooppunt). In het VIK komt informatie over alle aspecten van de veiligheidsregio samen, zowel van risicobeheersing als crisisbeheersing en (aspecten van) bedrijfsvoering. Het VIK wordt steeds verder doorontwikkeld. Naast het operationeel veiligheidsbeeld wordt er gewerkt aan een tactisch-strategisch beeld, het dynamisch risicoprofiel. Het VIK is een samenwerking tussen de twee Limburgse veiligheidsregio’s en wordt de komende jaren doorontwikkeld. De komende jaren versterken we informatiegestuurde veiligheid binnen Limburg via het VIK Limburg en binnen Zuid-Nederland en landelijk door de samenwerking binnen Fieldlab Zuid6. Fieldlab Zuid6 is een samenwerkingsverband dat zich richt op het verkennen, ontwikkelen en implementeren van innovatieve oplossingen op het gebied van informatiegestuurde veiligheid (bijvoorbeeld toepassingen van technologische ontwikkelingen zoals AI).

Vanuit het ministerie van Justitie en Veiligheid ligt de opdracht om landelijk een informatieknooppunt te realiseren. Dit is een optelsom van alle veiligheidsbeelden van de veiligheidsregio’s. De opdrachten binnen VIK Limburg, Zuid6 en landelijk vullen elkaar aan. Voor Limburg-Noord is het verstevigen van de internationale informatie-uitwisseling een belangrijk speerpunt. De ontwikkelingen op informatievoorziening gelden vanzelfsprekend ook voor de GHOR en bevolkingszorg. We willen de landelijke informatiepositie verder versterken door een goede verbinding met het Knooppunt Coördinatie Regio’s-Rijk (KCR2) en de capaciteit voor langdurige inzet borgen. Interne continuïteit In het licht van de toenemende complexiteit van risico’s waarmee VRLN wordt geconfronteerd, wordt een robuust Bedrijfscontinuïteitsmanagementsysteem (BCM) ontwikkeld. Gezien de complexiteit van de materie en de verschillende belangen van de diverse bedrijfsonderdelen die hiermee samenhangen, wordt dit dossier VRLN-breed opgepakt. Verschillende toekomstige ontwikkelingen zoals nieuwbouw, technologische innovatie of nieuwe inzichten uit het nieuwe crisisplan dragen bij aan een robuuste VRLN. Het versterken van de interne continuïteit is ook één van de speerpunten van het beleidsplan 2024-2027 ‘In goede handen’.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15636444/1