Notitie voorstel transitiefonds definitief
Tekst van het document
Notitie
Aan
Gemeenteraad
Van
College van B&W
Datum
2 juni 2026
Over
Voorstel vormgeving en invulling gemeentelijk fonds t.b.v. landbouwtransitie – uitvoering door De Marke Stichting
1. Aanleiding De gemeente Bergen heeft in de beleidsnotitie ‘Toekomstbestendige landbouw op gemeentelijke pachtgronden’ vastgelegd dat zij gemeentelijke pachtgronden inzet als strategisch instrument voor de landbouwtransitie, met doelen op bodem, water, biodiversiteit, landschap en agrarische werkgelegenheid. Dit sluit aan bij bredere gemeentelijke ambities op het gebied van economie, duurzaamheid en klimaat (zie het Economische Programma Bergen 2030 en het Programma Klimaatklaar en Leefbaar). In deze beleidslijn is tevens benoemd dat, als de gemeente een daadwerkelijke beweging wil laten ontstaan, het te overwegen is om financiële mogelijkheden te creëren (bijv. inzet van een deel van pachtopbrengsten voor transitieondersteuning zoals compensatie/lagere pacht tijdens omschakeling, investeringsbijdragen of kennisbegeleiding). De gemeenteraad heeft het college verzocht om samen met De Marke Stichting een integraal afsprakenpakket uit te werken met daarin onder meer een heldere governance-structuur, een financieel kader en een samenhangend plan voor fondsvorming. De afgelopen maanden zijn hiervoor afspraken uitgewerkt in een intentieovereenkomst en een allonge op de mantelovereenkomst erfpacht, inclusief concretisering van de verantwoordingscyclus (jaarverslag/jaarplan).
Om doelen te bereiken is het nodig dat de gemeente, naast het stellen van kaders, gerichte financiële ondersteuning mogelijk maakt. In deze memo wordt beschreven op welke wijze de fondsvorming voor de landbouwtransitie invulling kan krijgen. Van belang is om in te gaan op hoe de Marke Stichting haar werk goed kan doen en het programmamanagement kan voeren waarbij ze middelen beschikbaar krijgen om al die verschillende werkzaamheden te kunnen verrichten. De gemeente speelt een rol in het organiseren van het proces waarbij wij ervan uitgaan dat de uitvoering kan worden betaald uit externe middelen, mits er is voorzien in een startkapitaal. 2. Waarom een transitiefonds? Het transitiefonds is een instrument om gemeentelijke ambities daadwerkelijk uit te voeren. Het ondersteunt de economische haalbaarheid van de transitie, die vaak investeringen, tijdelijke opbrengstdaling of extra beheer vraagt. Door het fonds strategisch in te zetten, fungeert het bovendien als hefboom voor externe subsidies: met beperkte gemeentelijke middelen kan cofinanciering worden aangetrokken.
Pagina 1 van 7
Transitie vraagt meer dan financiering alleen. Ook uitvoeringskracht is nodig: van programmering en begeleiding tot monitoring en bijsturing. Het fonds maakt het mogelijk om initiatiefnemers actief te ondersteunen en samen te werken aan de transitie van de landbouw. Door heldere doelen, toetsbare kaders en vaste verantwoordingsmomenten draagt het fonds bij aan transparantie en legitimiteit. Tegelijk zorgt het voor continuïteit en voorkomt afhankelijkheid van tijdelijke, versnipperde subsidies en ad-hoc besluiten. Kortom, het transitiefonds is nodig om een transitie daadwerkelijk van papier naar uitvoering te brengen door: • transitie financieel haalbaar te maken, • externe middelen te stapelen met gemeentelijke hefboom, en • uitvoeringskracht en verantwoording structureel te organiseren, zodat de transitie niet blijft hangen in beleidsvoornemens. 3. Doel, reikwijdte en uitgangspunten voor het transitiefonds 3.1 Doel transitiefonds Het transitiefonds is een instrument om de gemeentelijke ambities uit de Omgevingsvisie en nader gespecificeerde doelen uit de gemeentelijke beleidsnotitie Toekomstbestendige landbouw op gemeentelijke pachtgronden daadwerkelijk te realiseren. Het fonds ondersteunt maatregelen die bijdragen aan bodemkwaliteit, water en klimaatadaptatie, biodiversiteit en landschapskwaliteit, met behoud van een economisch perspectief en agrarische werkgelegenheid.
Het fonds maakt de transitie naar toekomstbestendige landbouw op gemeentelijke pachtgronden haalbaar en schaalbaar door middelen te verbinden aan de door de gemeente vastgestelde doelen, door te sturen op uitvoering en door samen met de Marke Stichting cofinanciering te organiseren. Om de opstart van het transitiefonds en de uitvoering goed te kunnen organiseren, heeft De Marke Stichting een startkapitaal nodig. Dit startkapitaal is bedoeld voor de inrichting van de organisatie en het programmamanagement, waaronder procesinrichting, (tijdelijke) capaciteit (personeel aantrekken), communicatie, opstart van pilots en het organiseren van cofinanciering. Daarmee wordt een uitvoeringsbasis gelegd om meerdere geldstromen te bundelen en de transitie daadwerkelijk te realiseren. 3.2 Reikwijdte van het transitiefonds Het transitiefonds is gericht op het realiseren van een toekomstbestendige agrarische sector in de gemeente Bergen en het faciliteren van de beoogde landbouwtransitie van gemeentelijke pacht- en erfpachtgronden. Waar dit echter aantoonbaar bijdraagt aan gemeentelijke (beleids)doelen kan het fonds in overleg met de Marke Stichting aanvullend worden ingezet voor maatregelen op niet-gemeentelijke gronden. Het transitiefonds kan dan worden benut als bouwsteen voor aan landbouwtransitie gerelateerde gebiedsgerichte opgaven.
Wij willen tenslotte een beweging creëren waar ondernemers en andere partijen aan kunnen meedoen en bijdragen. 3.3 Uitgangspunten transitiefonds Het transitiefonds is een instrument van de gemeente Bergen om de landbouwtransitie daadwerkelijk van beleid naar uitvoering te brengen. Bij de opzet en inzet van het fonds gelden de volgende uitgangspunten: 1. Het transitiefonds is een sturingsinstrument van de gemeente en geen generieke subsidieregeling. De inzet van middelen is gericht op het realiseren van vastgestelde beleidsdoelen en vindt plaats binnen door de gemeente vastgestelde kaders.
2
2. De middelen uit het fonds worden doelgericht en tijdelijk ingezet, primair als aanjager voor uitvoering en het aantrekken en bundelen van externe financiering. Gemeentelijke bijdragen zijn bedoeld om beweging mogelijk te maken en niet om structurele uitvoering volledig te financieren. 3. De besteding van het fonds vindt plaats via De Marke Stichting, die optreedt als uitvoeringsorganisatie en loket. Dit gebeurt binnen een heldere governance- en verantwoordingsstructuur, met duidelijke afspraken over mandaat, transparantie en rapportage, passend bij de beschikbare capaciteit. 4. Het fonds is zodanig ingericht dat agrariërs actief worden ondersteund en ontzorgd bij de transitie, onder meer in de voorbereidende fase. Tegelijk blijft de verantwoordelijkheid voor keuzes en bedrijfsvoering bij de agrariër zelf. 5. Fondsbijdragen dragen aantoonbaar bij aan de beoogde landbouwtransitie en zijn aanvullend op bestaande regelingen. Stapeling van middelen is mogelijk waar toegestaan; dubbele financiering van dezelfde activiteit wordt voorkomen. Geldende subsidie-, instandhoudings- en staatssteunvoorwaarden zijn aandachtspunten die relevant zijn voor de uitvoering. 6. Er wordt gestuurd op continuïteit en financiële robuustheid van het fonds, door te werken met meerdere inkomstenbronnen en door te voorkomen dat middelen versnipperd of eenmalig worden ingezet zonder structureel effect. 7.
De verantwoording is transparant en proportioneel: eenvoudig waar mogelijk en passend bij het karakter van het fonds. In het volgende hoofdstuk wordt uitgewerkt op welke onderdelen (sporen) het transitiefonds wordt ingezet en hoe deze sporen elkaar versterken. 4. Financiering en inzet: sporenaanpak 4.1 Financiering van gemeentelijke ambities De gemeente Bergen draagt bij aan het realiseren van haar ambities voor de landbouwtransitie door het transitiefonds te ondersteunen en daarmee de uitvoeringskracht en voortgang te faciliteren. De gemeentelijke bijdrage bestaat uit het beschikbaar stellen van een eenmalig startkapitaal van € 100.000,00. Deze bijdrage heeft een aanjagend karakter: zij maakt het mogelijk om cofinanciering te organiseren en om hiaten te overbruggen wanneer externe dekking (nog) niet beschikbaar of passend is. Zie voor de verdere financiële uitwerking hoofdstuk 5. 4.2 Vijf sporen die elkaar versterken Hieronder wordt nader ingegaan op 5 sporen die wij onderscheiden en meer inzicht geven in waar de transitiefonds aan kan bijdragen. Nadere invulling van deze sporen vindt plaats via maatwerk en pilots. A. Ondersteuning agrariër bij voorbereiding en planvorming Dit spoor is gericht op het (tijdelijk) ondersteunen van agrariërs in de landbouwtransitie.
Transitie vraagt om nieuwe keuzes, plannen en verdienmodellen, waarvoor vaak eerst kennis, advies en uitwerking nodig zijn. Het transitiefonds kan hierin een ondersteunende rol vervullen en bijdragen aan: • het ontwikkelen van een transitie- of bedrijfsplan; • kosten voor onafhankelijk advies en begeleiding; • het opstellen van een ondernemings- of investeringsplan; • voorbereidende stappen richting uitvoering of subsidieregelingen. De ondersteuning is gericht op het creëren van een goed onderbouwd en uitvoerbaar toekomstperspectief. Dit spoor versterkt de effectiviteit van spoor D en spoor E door te zorgen dat kansrijke initiatieven goed voorbereid van start gaan.
3
B. Omschakelondersteuning (tijdelijk) Gericht op het verlagen van omschakelrisico’s en het overbruggen van de periode waarin opbrengsten dalen en/of extra kosten optreden. Hiervoor dient de Marke Stichting met een voorstel te komen. Er kan worden gedacht aan een transitieplan en hoe zij gaan sturen op resultaten. Dit heeft niet alleen betrekking op de Marke Stichting, de verdienmodellen van de pachters dienen hierin ook te worden meegenomen. Eerste gedachtes zijn: • Tijdelijke pachtverlaging of financiële compensatie gedurende omschakeljaren (bijv. 1–3 jaar met afbouw), gekoppeld aan een transitieplan en meetbare stappen. • Compensatie bij vrijwillige pachtomzetting of gelijkwaardige beheerafspraak wanneer dit nodig is om duurzaam extensief beheer juridisch te kunnen borgen (sturen op het resultaat van grondgebruik). Het gemeentelijk beleid gaat uit van een transitieperiode van 7 jaar op de gemeentelijke pachtgronden. C. Beheerbijdragen (jaarlijks, prestatiegericht) Met de beoogde transitie gaan de percelen extensiever worden gebruikt en worden beheerd. Het is redelijk om na te denken over vergoedingen voor extensieve teelten en agrarisch natuur- en landschapsbeheer. Dit kan worden gedifferentieerd naar gebieds- en beheerniveau. Hiervoor dienen heldere criteria en controleerbare maatregelen voor in het leven te worden geroepen.
Suggesties zijn: • Vergoedingen per hectare op basis van een beheerniveau met een heldere criteriaset en controleerbare maatregelen. • Aansluiten bij de logica van het Nederlandse stelsel van beheermaatregelen en subsidies (Agrarisch Natuur- en Landschapsbeheer – ANLb) waarmee boeren en andere grondgebruikers worden vergoed voor het behoud en de ontwikkeling van natuur, bidioversiteit en landschap op of rond hun landbouwgrond. • Tijdelijke beheerregeling als overbrugging tot het fonds volledig operationeel is, zodat gewenste beheermaatregelen direct kunnen starten en gemonitord worden. D. Inrichting & investeringen (eenmalig/meerjarig) Hier wordt beoogd om bij te dragen aan maatregelen die niet via jaarlijkse beheerbijdragen kunnen worden gedekt, maar wel essentieel zijn voor structurele verbetering. Voorbeelden zijn: • Aanleg en onderhoud van landschapselementen (akkerranden, houtwallen, kruidenrijk grasland, bufferzones, etc.). • Bodem- en watermaatregelen (bijv. organische stofopbouw, water vasthouden, natuurvriendelijke oevers) wanneer deze passen binnen gemeentelijke doelen en gebiedsopgaven. E.
Programma & ondersteuning (structureel) Voor het professioneel organiseren van de uitvoering van de transitie op gemeentelijke pachtgronden (door de Marke) dient een plan van aanpak te komen met daarin aandacht voor programmamanagement, communicatie, begeleiding en kennisontwikkeling. Een communicatiestrategie gericht op educatie over de meerwaarde en de noodzaak van de transitie van de landbouw en het verleiden van de agrarische sector tot participatie in dit traject is een wezenlijk onderdeel. De hoofdlijnen die we in dit spoor onderscheiden zijn: • Organisatiekosten bij De Marke voor programmamanagement en coördinatie (incl. procesinrichting, administratie, rapportage). • Communicatie en participatie (duidelijke informatievoorziening richting agrariërs en omgeving). • Training/educatie en begeleiding (kennisoverdracht, praktijkbegeleiding, netwerkvorming), afgestemd op de gemeentelijke criteria en het ontwikkelpad.
4
De uitvoering van maatregelen binnen de vijf sporen vindt zoveel mogelijk plaats met inzet van externe fondsen en subsidies. De gemeentelijke bijdrage via het transitiefonds is primair gericht op de opbouw en inrichting van de uitvoeringsorganisatie bij De Marke Stichting, waaronder programmamanagement en het verwerven van externe middelen, zodat zij in staat is fondsen en subsidies daadwerkelijk aan te vragen, te combineren en te benutten. Deze inzet vormt de basis om de landbouwtransitie op te starten en gericht tot uitvoering te brengen. 5. Financieel kader: voeding en inzet van het transitiefonds Voor een effectief functionerend transitiefonds is een robuust en realistisch financieel kader nodig. De inzet van middelen is gericht op het mogelijk maken van uitvoering, het organiseren van uitvoeringskracht en het aantrekken van externe financiering. Daarbij wordt gewerkt met een gefaseerde en doelgerichte inzet van gemeentelijke middelen, in combinatie met andere financieringsbronnen. 5.1 Gemeentelijke bijdrage De gemeente Bergen levert een bijdrage aan het transitiefonds in de vorm van een eenmalig startkapitaal van € 100.000.
Dit startkapitaal is bedoeld om: • de opstart van het fonds mogelijk te maken (10%), • het programmamanagement te organiseren (60%) • de basis te leggen voor uitvoering zoals het opstarten van pilots (15%) en • het verwerven van externe middelen door bijvoorbeeld een subsidieadviseur in te huren (15%). Bovenstaande verdeling van de kosten is indicatief. Het startkapitaal heeft een tijdelijk en aanjagend karakter en is niet bedoeld als structurele financiering van allerhande maatregelen. Daarnaast kan de gemeenteraad, indien de omstandigheden daarom vragen, overwegen om tijdelijk aanvullende middelen beschikbaar te stellen aan het transitiefonds. Deze mogelijkheid is bedoeld als vangnet en versneller, met name in situaties waarin externe subsidie-inkomsten (nog) niet beschikbaar zijn of achterblijven bij de ambities. De inzet, omvang en duur van een eventuele aanvullende bijdrage vergen een afzonderlijk besluit van de gemeenteraad en worden betrokken bij de reguliere begrotings- en verantwoordingscyclus. 5.2 Externe publieke middelen Een belangrijk uitgangspunt is dat de feitelijke uitvoering van maatregelen zoveel mogelijk wordt ondersteund door externe publieke middelen, zoals subsidies van het Rijk, de provincie en regelingen binnen GLB en ANLb. Deze middelen spelen een essentiële rol bij het realiseren van pilots, projecten en structurele maatregelen.
Het transitiefonds fungeert hierbij als hefboom en verbindend instrument. 5.3 Overige bijdragen Aanvullend kunnen in de toekomst andere bijdragen worden verkend, zoals gebieds- of projectgebonden bijdragen van derden (bijvoorbeeld via rood-voor-groen-constructies, waterschap, bedrijven of andere partijen). Deze mogelijkheden worden, waar relevant en passend binnen de gemeentelijke doelen, in een later stadium nader uitgewerkt. 6. Governance, rollen en uitvoeringskracht 6.1 Verantwoordelijkheden Rol gemeente Bergen De gemeente stelt de beleidsdoelen, bestedingskaders en mandaatgrenzen vast voor het transitiefonds en behoudt haar publiekrechtelijke verantwoordelijkheid. Zij ziet
5
toe op een zorgvuldige inzet van middelen en op de samenhang tussen het fonds, het vastgestelde landbouwbeleid en eventueel andere relevante beleidsstukken. Het fonds staat ten dienste van het realiseren van gemeentelijke ambities en tot uitvoering brengen van gemeentelijk beleid. De gemeente vervult een kaderstellende en toezichthoudende rol en stuurt op hoofdlijnen. De juridische en financiële inrichting (waaronder beheer van middelen, betaalstromen en factuurafhandeling) wordt uitgewerkt binnen de gemeentelijke kaders en vastgelegd in de uitvoeringsafspraken met De Marke. Rol De Marke Stichting De Marke Stichting geeft uitvoering aan het gemeentelijk beleid en fungeert als uitvoeringsorganisatie en loket voor het transitiefonds (daarmee is de Marke Stichting een instrument voor de gemeente). De Marke is verantwoordelijk voor de programmering, begeleiding, beoordeling, contractering, uitbetaling, monitoring en verantwoording van fondsbijdragen, binnen de door de gemeente vastgestelde kaders. De Marke werkt daarbij conform haar statutaire doelstellingen en de gemaakte afspraken met de gemeente. De verantwoordingscyclus is geconcretiseerd: uiterlijk 1 juni wordt een jaarverslag (inhoudelijk en financieel) aangeleverd en uiterlijk 1 december een jaarplan op hoofdlijnen.
Stakeholder-inbreng: De Raad van Advies wordt benut als praktisch advies- en signaleringsorgaan, waarin onder meer landbouw, natuur en gemeente zijn vertegenwoordigd. De Raad van Advies heeft geen besluitvormende rol, maar draagt bij door praktijkervaringen te delen, knelpunten te signaleren en te adviseren over bijsturing van de uitvoering. 6.2 Uitvoeringskracht en randvoorwaarden De effectiviteit van het transitiefonds is in belangrijke mate afhankelijk van voldoende uitvoeringskracht bij De Marke Stichting. Gelet op de rol van De Marke als uitvoeringsorganisatie en loket is het noodzakelijk dat de organisatie beschikt over voldoende capaciteit en duidelijkheid in aansturing en werkwijze. Daarbij is van belang dat De Marke: • beschikt over toereikende organisatorische en inhoudelijke capaciteit; • één of meer duidelijke aanspreekpunten heeft voor gemeente, agrariërs en andere betrokken partijen; • werkt op basis van een samenhangend plan van aanpak waarin doelen, werkwijze en prioriteiten zijn uitgewerkt. De inzet van gemeentelijke middelen, waaronder het startkapitaal, is gekoppeld aan het op orde brengen en behouden van deze uitvoeringskracht.
In de nadere uitwerking van het transitiefonds worden hierover aanvullende afspraken gemaakt, waaronder: • de koppeling van middelen aan concrete werkzaamheden en resultaten; • programmatische aansturing via het jaarplan; • periodieke verantwoording via het jaarverslag. 7. Vervolg en uitwerking De fondsopzet en het financieel kader worden de komende periode verder uitgewerkt binnen de lopende afspraken tussen gemeente en De Marke. De uitwerking bestaat o.a. uit: 1. Transitie plan van aanpak waarbij eventuele subsidies in beeld worden gebracht; 2. Voorstel voor vergoedingen extensivering en agrarisch natuurbeheer op gemeentelijke pachtgronden;
6
3. Voorstel van benodigde maatregelen gericht op structurele verbetering per gebiedstype; 4. Een communicatiestrategie met daarin ook aandacht voor educatie en kennisopbouw; 5. Pilots gericht op uitvoering en monitoring.
Bronvermelding 1. Gemeente Bergen (L) – ‘Toekomstbestendige landbouw op gemeentelijke pachtgronden’ (beleidsnotitie). 2. Gemeente Bergen (L) & De Marke Stichting – ‘Intentieovereenkomst Governance en Financiering Bergen – De Marke’ (versie 20 april 2026). 3. Gemeente Bergen (L) & De Marke Stichting – ‘Allonge Mantelovereenkomst Erfpacht Bergen – De Marke’ (versie 20 april 2026). 4. Gemeente Bergen (L) – ‘Oplegnotitie voorstel governance-structuur De Marke Stichting’ (14 april 2026). 5. Connecting Agri & Food – ‘Onderzoek Toekomstgerichte Landbouwsystemen Gemeente Bergen’ (16 april 2024). 6. Landschap Overijssel – ‘Landschapsfondsen in Nederland, portfolio van een verkenning’ (april 2022)
7