Kaderbrief 2024 VRLN
Tekst van het document
Kaderbrief voor begroting 2024
Versie: vastgesteld door Algemeen Bestuur op 14 december 2022
Kaderbrief 2024 VRLN
-1-
15 december 2022
Inhoud
1.
Inleiding en korte samenvatting ....................................................................................................... 3
2.
Landelijke ontwikkelingen ................................................................................................................ 4 2.1 Publieke Gezondheid ................................................................................................................. 4 2.2 Veiligheid ................................................................................................................................... 5
3.
Accenten in begroting per programma ............................................................................................ 7 3.1 Programma Publieke Gezondheid........................................................................................... 7 3.2 Programma Brandweerzorg .................................................................................................. 11 3.3 Programma Crisisbeheersing ................................................................................................ 13 3.4 Programma Bedrijfsvoering/Overhead .................................................................................. 14 3.5 Risk Factory ........................................................................................................................... 15
4.
Financiële kaders ........................................................................................................................... 16 4.1 Actualisatie verdeelsystematiek gemeentefonds .................................................................. 16 4.2 Aantal inwoners ..................................................................................................................... 16 4.3 Indexatie ................................................................................................................................ 16 4.4 Renteomslag.......................................................................................................................... 17 4.5 Vennootschapsbelasting ....................................................................................................... 17
Bijlage 1. Aansluiting begrotingsjaar 2023-2024 ................................................................................... 18 Bijlage 2. Verdeling gemeentelijke bijdragen over de programma’s ..................................................... 18 Bijlage 3. Gemeentelijke bijdragen ........................................................................................................ 19 Bijlage 4. Ontwikkeling kapitaallasten materieel brandweer ................................................................. 20
Kaderbrief 2024 VRLN
-2-
15 december 2022
1.
Inleiding en korte samenvatting
Voor u ligt de kaderbrief 2024 van Veiligheidsregio Limburg-Noord (VRLN). Jaarlijks maakt de veiligheidsregio een kaderbrief waarin ontwikkelingen worden geschetst die invloed hebben op de (meerjaren)begroting. Tevens worden de financiële uitgangspunten en de kaders voor de begroting 2024 vastgelegd. In 2020 is het beleidsplan VRLN 2020-2023 vastgesteld. Het beleidsplan voor 2024-2027 is op dit moment nog in ontwikkeling. Er zijn strategische visies voor 2022 tot en met 2030 ontwikkeld voor publieke gezondheid, brandweerzorg en crisisbeheersing (in concept). In de kaderbrief zijn de visies vertaald naar het budgettair kader. De noodzaak de taakuitoefening van de veiligheidsregio’s en de GGD-en te versterken is door de rijksoverheid vertaald in extra middelen: Het kabinet trekt € 300 miljoen uit voor versterking van de pandemische paraatheid waarvan voor het versterkingsprogramma van de GGD’en in 2023 en 2024 jaarlijks € 37 miljoen beschikbaar is. Tevens wordt in 2023 en 2024 € 16 miljoen beschikbaar gesteld voor verbetering van de informatievoorziening in het kader van pandemiebestrijding. Verder vergroot het kabinet de doeluitkering voor rampenbestrijding en crisisbeheersing stapsgewijs naar € 83 miljoen in 2026. Bij het opmaken van de kaderbrief is onduidelijk hoeveel budget de VRLN extra gaat ontvangen.
De beleidsintensiveringen van VRLN zullen voor een belangrijk deel uit bovenstaande extra rijksmiddelen moeten worden gefinancierd. In deze kaderbrief vragen wij in het taakveld Publieke Gezondheid aandacht voor de financieringsmethodiek van forensische verrichtingen voor gemeenten en voor versterking van de medische milieukunde. In het programma Brandweerzorg komt het probleem van de kapitaallasten van de materiele voorzieningen in beeld. In de huidige onzekere tijden is het op een betrouwbare manier in beeld brengen van de loon- en prijsontwikkeling niet eenvoudig. Conform de vastgestelde indexatiesystematiek is gerekend met: - indexatie loonstijging 2024 3,3% ten bedrage van € 1,3 miljoen; - indexactie materiële kostenstijging 5,9% ten bedrage van € 1,4 miljoen. De indexatiepercentages zijn afgeleid van de Macro Economische Verkenning (MEV) van het Centraal Planbureau (september 2022). Op basis van het Centraal Economisch Plan vindt eventueel bijstelling plaats (maart 2023). Het kabinet gaat bij de Voorjaarsnota 2023 extra accres aan het gemeentefonds uitkeren voor de prijsbijstelling 2022. Ook de VRLN is geconfronteerd met een forse prijsverhoging in 2022 en dat werkt door naar het budgettair kader in 2023. In het voorjaar van 2023 zal dit knelpunt aanleiding kunnen geven tot een wijziging van de begroting 2023.
Kaderbrief 2024 VRLN
-3-
15 december 2022
2.
Landelijke ontwikkelingen
In de kaderbrief stippen we een aantal landelijke ontwikkelingen aan. Wijziging Wet publieke gezondheid en Evalutie wet veiligheidsregio’s De Wet publieke gezondheid wordt in een aantal tranches gewijzigd. De Wet veiligheidsregio’s is geëvalueerd en ook dat leidt tot aanpassing van het wettelijk kader. Bij het opmaken van de kaderbrief is nog in onvoldoende mate duidelijk wat de wijzigingen exact gaan betekenen voor de VRLN.
2.1 Publieke Gezondheid Beter voorbereid zijn op een volgende pandemie Een van de belangrijkste plannen van het kabinet is om klaar te zijn voor een eventuele pandemie. Om dat voor elkaar te krijgen, zijn er verschillende maatregelen. De belangrijkste maatregelen zijn: • meer opleidingsplekken voor infectieziektebestrijdingsartsen bij de GGD; • oprichting van de Landelijke Functionaliteit Infectiebestrijding (LFI), die bij een (volgende) pandemie de coördinerende rol op zich kan nemen bij de bestrijding; • kennis- en innovatieprogramma’s op het gebied van virusverspreiding en ventilatie; • investeren in ICT en informatievoorziening, om goed zicht te kunnen houden op (potentiële) pandemieën. Vanaf 2024 trekt het kabinet jaarlijks € 15,4 miljoen uit om de vaccinatie van baby’s tegen het rotavirus (ontsteking van maag en darmen) onderdeel te maken van het rijksvaccinatieprogramma. Nationaal Preventieakkoord Via het Nationaal Preventieakkoord streeft het kabinet naar de Gezonde Generatie in 2040. Dit wil het kabinet onder meer bereiken door: • extra in te zetten op het tegengaan van overgewicht; • het aantal rokers te verminderen; • problematisch alcoholgebruik terug te dringen. Daarnaast komt er extra aandacht voor mentale gezondheid en meer focus op sport en bewegen. Doel is dat in 2040 75% van de mensen minstens 2,5 uur per week beweegt. Nu is dat minder dan 50%.
Om dit te bereiken, wil het kabinet onder andere meer doelgroepen bereiken en sporten en bewegen voor iedereen toegankelijk maken. Vanuit het Nationaal Sportakkoord worden hierover afspraken gemaakt met de sportsector en gemeenten. Mensen die dat nu al doen, kunnen zo blijven sporten en bewegen. En een nieuwe groep mensen wordt hierdoor gestimuleerd om te gaan sporten en bewegen. Programma Kansrijke start Met het landelijke actieprogramma Kansrijke Start 2018-2021 hebben betrokken partijen in de afgelopen drie jaar een stevig fundament gelegd voor samenwerking en interventies om (aanstaande) ouders en kinderen in de eerste 1000 dagen van hun leven beter te ondersteunen. In het coalitieakkoord is vanaf 2023 € 23 miljoen structureel opgenomen voor Kansrijke Start. Het grootste deel is bestemd voor lokale en regionale coalities en ondersteuning van (aanstaande) ouders, langs 3 lijnen: financiering lokale coalities, financiering interventies en ondersteuning regionale samenwerkingsafspraken. Naar verwachting zal het geld voor coalities en ondersteuning van ouders per 1 januari 2023 via een SPUK (specifieke uitkering) beschikbaar komen, waarbij gemeenten een aanvraag kunnen doen ten behoeve van de coalities Kansrijke Start.
Kaderbrief 2024 VRLN
-4-
15 december 2022
2.2 Veiligheid Maatschappelijke ontwikkelingen met nieuwe risico’s De maatschappij en onze omgeving ontwikkelen zich voortdurend en sommige ontwikkelingen hebben vanuit veiligheidsoptiek ook consequenties. Denk aan de klimaatverandering met toenemende risico’s voor wateroverlast en bijvoorbeeld nieuwe infectieziekten. Maar ook veranderingen binnen vitale sectoren zoals de energievoorziening (energietransitie) en aanwezigheid datacenters. Daarnaast kunnen incidenten op afstand, zoals een virus (denk aan Covid) en de oorlog in Oekraine gevolgen hebben voor de veiligheidsregio. Ook informatieveiligheid is een onderwerp dat steeds relevanter wordt. Meer grip op migratie en asiel De rijksoverheid wil meer grip krijgen op: wie Nederland binnenkomt; wie mag blijven en wie terug moet naar het land van herkomst. Er komt extra geld bij voor de bestrijding van de opvangproblemen in de asielketen. Er is tot 2027 ruim € 1 miljard extra beschikbaar voor de crisisopvang, huisvesting van statushouders en de inburgering (€ 90 miljoen). Maar ook voor de aanpak van overlastgevende asielzoekers is meer geld beschikbaar (€ 45 miljoen structureel). Sinds het uitbreken van de oorlog in Oekraïne op 24 februari 2022 staat Nederland voor de opgave om grote aantallen vluchtelingen uit Oekraïne op te vangen.
Het kabinet trekt € 100 miljoen voor de eerste 6 maanden van 2023 uit voor kosten volgend uit de Regeling Medische Zorg voor vluchtelingen uit Oekraïne (RMO). De kosten die veiligheidsregio’s en GGD’s maken voor hun regisserende en coördinerende taak worden eveneens vergoed. Uit de middelen voor de doorstroom migratie wordt ter versterking van de veiligheidsregio’s het budget van de brede doeluitkering rampenbestrijding (BDUR) opgehoogd met een reeks oplopend naar structureel € 83 miljoen vanaf 2026. Kwaliteitsniveau bevolkingszorg Het Veiligheidsberaad heeft de opdracht gegeven een landelijk kwaliteitsniveau voor bevolkingszorg inclusief crisiscommunicatie te beschrijven. Hiertoe zijn een stuur- en projectgroep Uniform Kwaliteitsniveau Bevolkingszorg in het leven geroepen. Beoogde resultaten: • Een eenduidige beschrijving van bevolkingszorg, inclusief een afbakening van gemeentelijke crisisbeheersing. • Landelijke kwaliteitsnormen voor bevolkingszorg. • Kaders en een implementatieadvies voor de vakbekwaamheid van functionarissen. • Een eenduidige beschrijving van de regierol van veiligheidsregio’s. • Kaders voor regionale inkleuring en flexibiliteit. • Indicatie van financiële consequenties van implementatie in de veiligheidsregio’s. • Uitgangspunten voor wetteksten voor beoogde toekomstige wetgeving.
Deeltijdregeling brandweervrijwilligers Op verzoek van de minister van J&V is een juridisch oordeel geformuleerd over de vraag of het Nederlandse systeem inzake de vrijwillige brandweer in strijd is met Europees recht of niet. En zo ja, welke wijzigingen afdoende zijn om deze strijdigheid op te lossen met behoud van maximale ruimte voor vrijwilligheid. De conclusie van dit advies is dat het Nederlandse stelsel van vrijwillige brandweer grotendeels kan worden gehandhaafd en dat goed verdedigbaar is dat taakdifferentiatie niet vereist wordt door Europees recht. Dit geldt onder de voorwaarden dat 1) de rechtspositie van brandweervrijwilligers expliciet gebaseerd wordt op het concept van vrijwilligheid en 2) het contrast tussen vrijwillige en beroeps brandweer wordt verscherpt. Dit betekent concreet dat de huidige categorieën van geconsigneerde en gekazerneerde vrijwilligers, die vrijwilligheid en beroeps Kaderbrief 2024 VRLN
-5-
15 december 2022
vermengen, in beginsel dienen te verdwijnen. Het in Limburg-Noord ontwikkelde concept voor vrijwilligheid ‘Behapbare Basis’ sluit aan op het juridische advies. 2e loopbaanbeleid brandweer In 2006 is het 2e loopbaanbeleid bij de brandweer geïntroduceerd. Dit gaat over medewerkers incidentbestrijding in de 24-uursdienst. Onder voorwaarde van medische geschiktheid mogen deze medewerkers maximaal 20 jaar werken in deze bezwarende functie. In de bestemming van het resultaat over 2020 is een fonds gevormd voor opleidings- en begeleidingsactiviteiten voor brandweermedewerkers. Recent hebben werkgever en vakcentrales de Universiteit Maastricht gevraagd onderzoek te doen naar de belemmerende en bevorderende factoren voor duurzame inzetbaarheid en arbeidsparticipatie van mannen en vrouwen in repressieve brandweerfuncties. Het laatste onderzoek, waarop het huidige 2e loopbaanbeleid gebaseerd is, dateert van 2005 en is aan actualisatie toe. Het onderzoek van de Universiteit Maastricht neemt ruim 4 jaar in beslag. De eerste tussentijdse onderzoeksresultaten worden verwacht in het eerste kwartaal van 2023. De vakbonden in het Landelijk Overleg Arbeidsvoorwaarden Veiligheidsregio’s (LOAV) hebben een akkoord bereikt om de uitvoering van het loopbaanplan voor de brandweerlieden te kunnen uitstellen tot dat de uitkomsten van het onderzoek gereed zijn.
Kaderbrief 2024 VRLN
-6-
15 december 2022
3. Accenten in begroting per programma 3.1 Programma Publieke Gezondheid Manifest ‘Naar gelijke kansen op gezondheid’ In 2021 is het manifest ‘Naar gelijke kansen op gezondheid’ opgesteld. Het manifest is leidend voor de gemeenten en de GGD: vergroten van gelijke kansen op positieve gezondheid en het makkelijker maken van gezond leven. De inhoud van het manifest heeft een bredere reikwijdte dan het werk van de GGD: het gaat om een samenwerking met vele partners. Daarbij wordt aansluiting gezocht bij bestaande overleg- en samenwerkingstafels. De publieke gezondheidszorg blijft veranderen. Er duiken nieuwe infectieziekten zoals corona op en de rol van de inwoner/gemeenschap verandert. Ook de ideeën over de zorg en de verantwoordelijkheid van de overheid hierbij verandert. Als GGD kunnen wij ons vinden in de visie van Noord-Limburg met betrekking tot vitale gemeenschappen. De ontwikkelingen in de samenleving leiden tot nieuwe uitdagingen en mogelijkheden voor de publieke gezondheid. Het Algemeen Bestuur heeft in 2022 de visie Publieke Gezondheid voor 2030 vastgesteld. In deze visie zijn 5 ambities opgenomen. In de begroting voor 2024 geven we aan welke activiteiten in lijn met die ambities plaatsvinden. In de kaderbrief stippen we per ambitie versterkingsvraagstukken aan.
Ambitie 1: Investeren in een nieuwe generatie GGD Limburg-Noord heeft als missie dat ieder kind zo gezond, veilig en kansrijk mogelijk opgroeit. Wij hebben structurele aandacht voor preventie en in het bijzonder voor het bevorderen van een gezonde leefstijl. Vanaf het eerste moment van de zwangerschap, tot 26 jaar. Toename aantal kinderen Na een periode van daling van het aantal kinderen in onze regio was in 2021 (gemiddeld 390 geboortes/maand) sprake van een geboortegolf. Het geboortecijfer over het eerste halfjaar van 2022 (gemiddeld 361 geboortes/maand) vlakt iets af maar ligt hoger dan voor 2021. In 2020 waren er gemiddeld 347 geboortes per maand. De toename van het aantal kinderen vertaalt zich naar meer activiteiten vanuit de JGZ. In 2023 volgen we hoe deze ontwikkeling zich voortzet. Tevens brengen we in kaart wat dit betekent in voor de JGZ als onderdeel van het project optimalisatie planning JGZ. Doorlopende preventielijn 0-2 jaar Bestuurlijk is ingestemd met het regionaal implementeren van de Doorlopende preventielijn 0-2 jaar. Door te starten met de integrale aanpak bij 0-2 jaar, wordt een basis gelegd voor een doorlopende preventielijn waarbij aandacht is voor gezond opgroeien in Noord- en Midden-Limburg. Dit linkt immers met programma’s als Kansrijke Start, Eerste 1000 dagen, Gezonde Basisschool van de Toekomst, LiFi, JOGG.
Met gemeenten zijn hierover financiële afspraken gemaakt tot 2024. Kei Gezond pilot in de gemeenten Roermond, Venlo en Horst aan de Maas Samen met partijen als Maastricht Universitair Medisch Centrum, zorgverzekeraars CZ en VGZ en de GGD Zuid Limburg, werken we in ieder geval voor een periode van drie jaar samen in de provincie Limburg in een pilot Kei Gezond. Hierin worden maximaal 800 kinderen met een matig, sterk en extreem Gewichtsgerelateerd gezondheidsrisico (GGR) en 500 kinderen met een licht verhoogde GGR ondersteund met passende hulp om het overgewicht terug te brengen, weerbaarder te worden en regie te pakken over hun eigen gezondheid.
Kaderbrief 2024 VRLN
-7-
15 december 2022
Uitbreiding van MAZL naar Primair- en Middelbaar Beroeps Onderwijs Meer Aandacht voor Ziekgemelde Leerlingen (MAZL) is een methodiek voor een integrale aanpak van ziekteverzuim bij scholieren. Schoolmedewerkers, jeugdartsen en leerplichtambtenaren hebben samen aandacht en zorg voor leerlingen met ziekteverzuim, waardoor problematiek vroegtijdig in beeld komt. Tot 2024 wordt de inzet van MAZL op het MBO deels door de provincie vergoed (voor 18+). Voor de inzet van MAZL voor de doelgroep 18- op het MBO en voor een eventuele uitbreiding naar het primair onderwijs is nog geen financiële dekking. De inzet van MAZL in het Voortgezet Onderwijs is reeds geborgd in de begroting van de GGD. Ambitie 2: Versterken van de gezondheidsbescherming Bedreigingen in de publieke gezondheid zullen er altijd zijn. Niet elke crisis of uitdaging voor de publieke gezondheid is te voorkomen of laat zich voorspellen. Op de juiste manier omgaan met acute situaties die de publieke gezondheid bedreigen is daarom belangrijk. Juist ook om te voorkomen dat de gezondheidsverschillen in de regio verder toenemen. GGD Limburg-Noord is verantwoordelijk voor het op peil houden van de bescherming tegen gezondheidsrisico’s waar inwoners zelf niet of nauwelijks invloed op hebben en mogelijk ook geen weet van hebben.
Versterking Infectieziektebestrijding Een versteviging van de reguliere infectieziektebestrijding is nodig om klaar te kunnen staan voor een komende pandemie. GGD’en zijn op dit moment onvoldoende geëquipeerd om hun rol op het gebied van infectieziektebestrijding kwalitatief goed uit te voeren. In opdracht van het Ministerie van VWS is er een programma opgezet gericht op het oplossen van urgente kwetsbaarheden voor pandemische paraatheid op de korte termijn. GGD’en vragen bij VWS subsidie aan via een Specifieke Uitkering (SPUK). De looptijd is 2 jaar (2023 en 2024). Vaccinatievoorziening bij GGD’en De versteviging van de infectieziektebestrijding kent ook een samenhang met het vaccinatiestelsel. Landelijk is er een principebesluit genomen op het organiseren van een vaccinatievoorziening voor volwassenen bij de GGD’en. Volwassen kunnen bij de vaccinatievoorziening terecht voor vaccinaties, informatie en advies, het voeren van een gesprek over vaccineren (zoals in geval van twijfel of bij onderliggende aandoeningen) en het krijgen van de vaccinatie. De vaccinatievoorziening voor volwassenen voert regie op het vaccineren in de GGD-regio en kan verbindingen leggen met andere ketenpartners die betrokkenheid hebben bij het indiceren, voorlichten of zetten van vaccinaties, zoals huisartsen, JGZ-professionals en medisch specialisten.
De vaccinatievoorziening voor volwassenen is regionaal het expertisecentrum op het gebied van vaccinatiezorg. Versterking Forensische Geneeskunde Het aantal lijk- en euthanasieschouwingen stijgt. In de periode 2017 t/m 2020 verrichtten de VRLN jaarlijks tussen de 650 en 720 lijk- en euthanasieschouwingen. In 2021 steeg dit aantal naar 868 schouwingen en voor 2022 is de verwachting dat we richting de 900 schouwingen gaan. Onderzocht wordt welke oorzaken hieraan ten grondslag liggen. Meest voor de hand liggende oorzaak lijkt de vergrijzing. Te overwegen valt financiering per verrichting in te voeren voor lijk- en euthanasieschouwingen. Het budget beweegt dan mee met de productie. Zuid-Limburg volgt deze systematiek en ook de andere onderdelen van forensische geneeskunde kennen een financiering per verrichting. In 2018 is er een herberekening geweest van de gemeentelijke bijdrage voor lijk- en euthanasieschouwingen. Als we de productie-aantallen van 2018 als uitgangspunt nemen, vertaalt de productiestijging zich in een uitzetting van het budgettair kader met € 140.000 à € 150.000. Bij facturering gaat de generieke gemeentelijke bijdrage omlaag want dan factureren we per verrichting naar de individuele gemeente. Voor deze wijziging in financiering moet administratief nog het een en
Kaderbrief 2024 VRLN
-8-
15 december 2022
ander worden ingeregeld. De bedoeling is om hiermee in 2023 te starten. De aanpassing van de gemeentelijke bijdrage wordt meegenomen in de wijziging van de begroting 2023. Ambitie 3: Informatie laten werken voor publieke gezondheid GGD Limburg-Noord zet in op het verkrijgen, verrijken, delen en duiden van data. Daarnaast zet de GGD zich in voor het toepassen van technologische innovaties. Dit alles met behoud van Informatieveiligheid. Versterken monitoringsfunctie Nieuwe technologieën bieden kansen. Ook als het gaat om het vergroten van veiligheid en gezondheid. Tegelijkertijd schept dit ook verwachtingen. We moeten als GGD meegaan met de snelheid van de informatiemaatschappij waarbinnen wij werken en tegelijkertijd betrouwbaar blijven. In onze monitoringstaak kunnen data inzicht bieden in de situatie en laten zien wat er mogelijk is of wat de effecten zijn van bepaalde besluiten. Dit betekent dat we zowel kwantitatief, kwalitatief en procesgericht (beleids)onderzoek doen. Sturen op data creëert maatschappelijke waarde als deze kennis wordt ingezet ter ondersteuning van ons gezamenlijke doel. Ambitie 4: Publieke gezondheid en publieke veiligheid vanzelfsprekend verbonden GGD Limburg-Noord zet zich in op de borging van publieke gezondheid binnen de publieke veiligheid.
Versterken van verbinding veiligheid en gezondheid Wat publieke gezondheid en publieke veiligheid gemeen hebben, is een verantwoordelijkheid voor de hele samenleving, met tegelijkertijd risicogerichte aandacht voor groepen die kwetsbaar zijn, waaronder jeugd. Een belangrijke meerwaarde van de samenwerking tussen publieke gezondheid en veiligheid is meer gezamenlijk zicht krijgen op groepen die kwetsbaar zijn. Sociale veiligheid richt zich op risico’s als huiselijk geweld, kindermishandeling, zedenzaken en onnatuurlijke dood. Het hele veld van sociale veiligheid is vanzelfsprekend breder dan uitsluitend deze aspecten van publieke gezondheid. Het draait om risico’s van criminaliteit en overlast in alle verschijningsvormen. Ook gaat het om risico’s binnen de sociale veiligheid die grootschalig optreden vergen. Dit ligt op het raakvlak met zowel fysieke veiligheid als publieke gezondheid. Het omvat risico’s als verstoring openbare orde en maatschappelijke onrust, zowel reguliere als opgeschaalde publieke gezondheid. Onbegrepen gedrag In onze regio wordt door gemeenten gewerkt aan een sluitende aanpak voor personen met onbegrepen gedrag. ZonMW heeft subsidie beschikbaar gesteld. De GGD komt personen met onbrepen gedrag tegen in de arrestantenzorg, in het project Nu Niet Zwanger, in activiteiten in het kader van seksuele gezondheid en in de jeugdgezondheidzorg.
Daarnaast ligt er voor de GGD in het kader van de gezondheidsbewaking een taak op het gebied van monitoring en advisering. In het perspectief van 2024 willen we met gemeenten afstemmen hoe die taak ingevuld kan gaan worden. Ambitie 5: Samenwerken aan een duurzame leefomgeving GGD Limburg-Noord adviseert gemeenten om samen met haar partners, voor en met inwoners een zo gezond en veilig mogelijk leven, thuis, in de directe woonomgeving, op school, op het werk en in de vrije tijd, te creëren. Versterking Medische Milieukunde Verontreinigingen van de leefomgeving (milieuverontreinigingen zoals bodem, lucht, water en kwaliteit van het binnenklimaat, veehouderij) en klimaatverandering worden door instanties als de WHO gezien als de grootste bedreigingen voor de volksgezondheid. Deze bedreigingen kunnen zich op de lange termijn uiten, maar ook tijdens een incident. Het werkveld medische milieukunde binnen de GGD
Kaderbrief 2024 VRLN
-9-
15 december 2022
Limburg-Noord is met de komst van de Omgevingswet en nieuwe thema’s, zoals o.a. klimaatverandering, energietransitie, verduurzaming en gezonde leefomgeving aan versterking toe. Het taakgebied is kwetsbaar ingericht gezien de ambities van de GGD. Op dit moment worden de werkzaamheden door 1 vakspecialist gezondheid (milieugezondheidkundige) en 1 medewerker medische milieukunde uitgevoerd. Daarnaast is het team niet operationeel actief in de bestrijding van incidenten door het ontbreken van een Gezondheidskundig Adviseur Gevaarlijke Stoffen (GAGS). Deze taak is tegen betaling belegd bij de GGD Zuid-Limburg. Om de rol van Medische Milieukunde te versterken, geven we in overweging het team uit te breiden met 1 fte vakspecialist en 0,5 fte GAGS. Om dit te kunnen realiseren, is een uitbreiding van het budgettair kader van € 150.000 nodig.
Kaderbrief 2024 VRLN
- 10 -
15 december 2022
3.2 Programma Brandweerzorg In de begroting bestaat het programma Brandweerzorg uit drie onderdelen: • Risicobeheersing; • Incidentbestrijding; • Preparatie. Visie op brandweerzorg Het Algemeen Bestuur heeft in 2021 de visie op brandweerzorg vastgesteld. Deze visie is vertaald naar het Repressief Brandweer Organisatieplan. In de visie 2030 zijn de lijnen voor de komende jaren vastgelegd: • • • • • •
de behapbare basis; risicogerichte specialismen; een flexibel repressief organisatiemodel; gebiedsgerichte opkomsttijden in het volgende dekkingsplan; toekomstbestendige brandweerzorg, met inachtneming van de ‘deeltijdrichtlijn’; informatiegestuurd werken en continu ontwikkelen van onze kennis.
Natuurbrandbestrijding Uit het financieel resultaat 2021 is extra budget vrijgemaakt voor investeringen in natuurbrandbestrijding. Het gaat om aanvullende investeringen in onder andere twee extra waterwagens en het oprichten van een interregionaal specialistisch team voor natuurbranden (handcrew). Ervaringen uit onder andere de branden in het Meinweggebied en de Peel worden meegenomen in de aanpak. Informatiegestuurd werken Informatiegestuurd werken is een uitgangspunt voor brandweerzorg, crisisbeheersing en publieke gezondheid. In de begroting beschrijven we de activiteiten die in dat kader plaatsvinden. Voor 2024 staat onder andere de vervanging van twee commando haakarmbakken door één multidisciplinaire commando unit op de agenda. Daarmee beschikken we over een moderne unit die het proces van informatiemanagement optimaal kan ondersteunen. Kwaliteitsnormen De evaluatiecommissie Wet Veiligheidsregio's heeft geadviseerd om meer kwaliteitsnormen vast te stellen voor de brandweer dan alleen de opkomsttijden. In april 2022 heeft de Tweede Kamer een motie aangenomen waarin de regering wordt verzocht met voorstellen te komen voor eenduidige landelijke regels omtrent het minimumniveau van brandweerzorg. Hoe deze ontwikkeling zich zal verhouden met de rationele brandweerzorg in Noord-Limburg is nog niet duidelijk.
Personele capaciteit De keuzes ten aanzien van de personele capaciteit spitsen zich toe op de inrichting van de repressieve slagkracht en de organisatie van specialistische taken. Dit vloeit voort uit het niet langer invullen van gekazerneerde diensten door vrijwilligers en de implementatie van ‘de behapbare basis’. De invoering vindt gefaseerd plaats omdat de minister van J&V zich nog uit gaat spreken over de randvoorwaarden die worden gesteld aan de navolging van de Europese wetgeving. De beroepscapaciteit is reeds verder uitgebreid en wordt in 2023 en 2024 verder ingevuld.
Kaderbrief 2024 VRLN
- 11 -
15 december 2022
Huisvesting De keuzes ten aanzien van huisvesting zijn nog niet allemaal uitgekristalliseerd. De samenvoeging van de posten Heythuysen en Roggel is in voorbereiding en is reeds in het budgettair kader verwerkt. De centrumpost in Venray wordt aangepast en dat brengt hogere lasten (€ 85.000) met zich mee. De kazerne in Roermond wordt verplaatst omdat deze post niet meer voldoet aan de duurzaamheidseisen. Het afstoten van panden in Roermond en Venlo met hoge onderhoudslasten moet de budgettiare ruimte voor nieuwbouw opleveren. Structureel tekort op kapitaallasten materieel brandweer Vanaf 2015 is bekend dat het in de regionalisering van de brandweer overgedragen budget voor de kapitaallasten te laag is. Vrijwel direct na de regionalisering is begonnen de brandweerzorg efficiënt(er) te organiseren. De slagkracht en de hieraan gerelateerde capaciteit aan materieel is in de afgelopen jaren telkens weloverwogen naar beneden bijgesteld. Daarnaast is in 2017 een egalisatiereserve voor de kapitaallasten gevormd. In bijlage 4 wordt de ontwikkeling kapitaallasten en het proces van de regionalisering verder geschetst. De technologische ontwikkeling kent een hoog tempo. Voor een doelmatige inrichting van de brandweerzorg is het noodzakelijk het materieel tijdig te vervangen en daarbij te anticiperen op de technologische vernieuwing.
Om het structurele tekort dat ontstaat op te vangen wordt het budget voor de dekking van de kapitaallasten stapsgewijs verhoogd met een bedrag van € 1.048.000 in 2027. Voor de begroting 2024 betekent dit een extra bijdrage van € 524.000.
Kaderbrief 2024 VRLN
- 12 -
15 december 2022
3.3 Programma Crisisbeheersing De aandachtspunten voor het programma Crisisbeheersing staan hieronder beschreven. Visie Crisisbeheersing 2030 In het verlengde van ontwikkelingen bij de brandweer vraagt ook de doorontwikkeling van crisisbeheersing aandacht. De VRLN werkt daarom naar analogie van de brandweervisie aan een visie op crisisbeheersing in 2030. De contouren van deze visie beginnen zich af te tekenen en we onderscheiden een aantal pijlers, te weten: • crisisbeheersing en de burger; • crisisbeheersing en informatie; • grenzeloze crisisbeheersing. De ontwikkelingen in crisisbeheersing volgen elkaar snel op. Een van de bestemmingen voor de extra toegekende BDUR gelden is informatievoorziening binnen crisisbeheersing. Dit wordt een van de hoofdthema’s de komende jaren. Gemeentelijke processen Ongeveer 300 functionarissen in onze regio verdeeld over 17 sleutelfuncties in 14 bovenlokale, 3 interlokale en 8 lokale pools vertegenwoordigen samen de gemeenten en zorgen voor bevolkingszorg. Het Veiligheidsberaad wil een landelijk kwaliteitsniveau voor bevolkingszorg inclusief crisiscommunicatie vastleggen. Vanuit de VRLN zullen we in samenspraak met onze deelnemende gemeenten een bijdrage leveren aan het inkleuren van het kwaliteitsniveau.
Veiligheid Informatie Knooppunt VRLN ontwikkelt samen met de zes zuidelijke veiligheidsregio’s (Limburg-Noord, Zuid-Limburg, Brabant-Zuidoost, Brabant-Noord, Midden- en West-Brabant en Zeeland) een Veiligheid Informatie Knooppunt (VIK). Deze innovatie wordt voor een belangrijk deel met subsidies gefinancierd. Informatiegestuurd werken vormt de basis voor moderne crisisbeheersing. Nieuwe informatiebronnen en nieuwe (digitale) toepassingsmogelijkheden en systemen vragen om voortdurende innovatie. Grensoverschrijdende samenwerking Begin 2023 wordt in het nieuwe INTERREG-VI-A Programm Deutschland-Niederlande subsidie aangevraagd voor het versterken van de internationale samenwerking. Hierover vindt veelvuldig overleg plaats met de Euregio Rijn-Maas-Noord, die constructief ondersteunen bij de totstandkoming van de aanvraag. De VRLN is leadpartner en vanuit Nederland sluiten de drie Gelderse veiligheidsregio’s aan. Vanuit Duitsland gaat met om de Kreisen Viersen en Kleve. Voor de samenwerking met België vinden verkenningen plaats (samen met EMRIC namens Veiligheidsregio Zuid-Limburg en Veiligheidsregio Brabant Zuid-Oost) met Hoofd Noodplanningsdienst Belgisch Limburg. Voor natuurbrandbeheersing wordt ook in het INTERREG Programm subsidie aangevraagd.
Kaderbrief 2024 VRLN
- 13 -
15 december 2022
3.4 Programma Bedrijfsvoering/Overhead Het programma bedrijfsvoering/overhead is ondersteunend aan de beleidsinhoudelijke programma’s en bestaat uit de activiteiten met betrekking tot personeel & organisatie, financiën, control, informatie & automatisering, facilitaire ondersteuning, inkoop, juridische zaken en communicatie Uitgangspunten die voor de bedrijfsvoering gelden: -
-
-
ondersteunen van het primair proces, binnen wet- en regelgeving en de inhoudelijke kaders die door het bestuur zijn gesteld; functioneren binnen financiële kaders die samenhangen met de bestuurlijk vastgestelde begroting; functioneren binnen de door de organisatie gebruikte kwaliteitssystemen; werken op basis van informatie delen en toegankelijkheid, waarbij digitalisering actief wordt opgepakt. Dit met als randvoorwaarde een goede borging van aspecten van informatieveiligheid en privacy; duurzame inzetbaarheid van vitale en veerkrachtige medewerkers; duurzame bedrijfsvoering gericht op het tegengaan van verspilling van middelen, menselijk kapitaal en energie.
De VRLN heeft zichzelf ten doel gesteld de generieke overhead van de VRLN te beperken tot 15% van de totale personele capaciteit. Daartoe wordt rondom hoogwaardige specialistische bedrijfsvoeringsvraagstukken de samenwerking met gemeenten, andere veiligheidsregio’s en GGD-en actief opgezocht. Haalbaarheidsstudie samenwerking met ICT NML De VRLN heeft de afgelopen jaren geïnvesteerd in de ICT-infrastructuur. Dat is nodig om de interne, regionale, externe en landelijke data-aansluiting te waarborgen. De ‘werkplek’ van de VRLN kenmerkt zich door plaats, tijd en apparaat onafhankelijk werken, waarbij gegevens op een veilige en verantwoorde manier worden gedeeld. Voor de doorontwikkeling van de ICT-omgeving zoekt de VRLN actief de samenwerking op. Bij voorkeur met onze deelnemende gemeenten en andere veiligheidsregio’s, GGD-en en in het meldkamerdomein met de ICT organisatie van de politie. In september 2022 heeft het Dagelijks Bestuur ingestemd met een haalbaarheidstudie naar samenwerking met ICT Noord- en Midden-Limburg. Door deel te nemen aan ICT NML kan de VRLN met de gemeenten in de regio gezamenlijk werken aan een optimale ICT-ontwikkeling waarbij kwaliteit, continuïteit, kostenbeheersing en efficiency voorop staan. In 2023 worden de uitgangspunten van het haalbaarheidsonderzoek vertaald naar een toekomstige beleidslijn.
Informatieveiligheid Met de toenemende digitalisering neemt het belang van informatieveiligheid toe, daar we merken dat de digitale kwetsbaarheden en dreigingen ook toenemen. Het borgen van informatieveiligheid is topprioriteit. De VRLN staat voor een grote uitdaging te voldoen aan alle normen en regels die van toepassing zijn. De veiligheidsregio moet voldoen aan de Baseline Informatiebeveiliging Overheid (BIO). De GGD aan de normstelling in het kader NEN5710. Naast organisatorische maatregelen zijn technische maatregelen voorzien. Op de netwerkverbindingen en gebruikersapparatuur vindt monitoring plaats (Security Information and Event Management) en in geval van calamiteiten worden experts ingeschakeld (Security Operations Centre SOC).
Kaderbrief 2024 VRLN
- 14 -
15 december 2022
Strategisch huisvestingsplan In juli 2022 heeft het Algemeen Bestuur het strategisch huisvestingsplan vastgesteld. Het aantal werkplekken wordt teruggebracht en daartoe wordt het pand aan de Nijmeegseweg na verkoop afgestoten. Nieuw- en verbouw van meerdere brandweerlocaties vindt plaats. Het hybride werken wordt verder doorgevoerd (deels thuis, deels op kantoor) en dat betekent dat in meerdere mate multifunctioneel gebruik gemaakt gaat worden van regiovestigingen. Diverse panden worden aangepast aan deze nieuwe manier van werken, met flexibele werkplekken en meer ruimte voor ontmoeten en vergaderen. Daarnaast worden in de eigendomspanden duurzaamheidsmaatregelen doorgevoerd. Op een termijn van 4 à 5 jaar levert dit een besparing op in de huisvestingslasten. De besparing wordt ingezet voor financering van hogere onderhoudslasten. Meerjaren onderhoudplannen (MJOP’s) In juli 2022 heeft het Algemeen Bestuur de meerjarige onderhoudsplannen vastgesteld. De onderhoudslasten stijgen. Forse prijsstijgingen in de bouw- en installatiesector spelen hierbij een belangrijke rol. Ter dekking van de lasten van groot onderhoud is een voorziening gevormd. De besparing uit het strategische huisvestingsplan wordt hiervoor ingezet. Strategisch personeelsplan Tijdens de Bestuursconferentie in september 2022 zijn de contouren van het personeelsbeleid gepresenteerd.
In het personeelsplan worden zeven strategische denklijnen, met als uitgangspunt gezonde mensen in een gezonde organisatie (‘Vitaal en Veerkrachtig’) uitgewerkt, te weten: • aantrekkelijk werkgeverschap; • vacature reductie en intern potentieel benutten; • voorbereid zijn op uitval; • competentieontwikkeling; • werken vanuit de bedoeling; • opgave gericht werken en • lerende organisatie.
3.5 Risk Factory Vanaf mei 2019 bezoeken doelgroepen het realistisch educatiecentrum Risk Factory, waar beleven van gezondheid en veiligheid centraal staat. Met realistische en interactieve scenario’s ervaren doelgroepen (on)gezondheid en (on)veiligheid én leren ze hoe te handelen. Levensechte ervaringen veranderen de kijk op risico’s. En dat geeft zelfvertrouwen om – als het er echt op aankomt – de juiste beslissingen te nemen. Evaluatie In 2023 vindt de geplande evaluatie plaats. We kijken naar de maatschappelijke meerwaarde en ook naar de bedrijfsmatige randvoorwaarden waarbinnen de Risk Factory zich kan doorontwikkelen. De toekomst van de Risk Factory komt op de agenda van de bestuursconferentie in september 2023. Blijvende afstemming met Zuid-Limburg Vanaf het allereerste moment is gepoogd Zuid-Limburg te betrekken bij de ontwikkeling van de Risk Factory in Limburg-Noord. Er begint zich bestuurlijke interesse af te tekenen. We hopen dat dat leidt tot het gezamenlijk doorontwikkelen van de Risk Factory in Limburg.
Kaderbrief 2024 VRLN
- 15 -
15 december 2022
4.
Financiële kaders
4.1 Actualisatie verdeelsystematiek gemeentefonds Vanaf 1 januari 2023 wordt in het gemeentefonds een herzien verdeelmodel gebruikt. Het doel van de herziene verdeling is een stabiel verdeelmodel dat zo goed mogelijk aansluit bij de kosten van gemeenten. Het model is geen eindstation en zal continu onderhoud vragen. De fondsbeheerders hebben besloten het ingroeipad, het pad waarmee gemeenten naar de nieuwe verdeling ingroeien, te beperken tot 3 jaar. Eind 2025 wordt de invoering van het nieuwe model geëvalueerd. Verder worden de effecten per gemeente het eerste jaar beperkt tot € 7,50 per inwoner (in plaats van de gebruikelijke € 15) en voor 2024 en 2025 tot € 15 per inwoner. Het totale effect over 3 jaar komt daarmee op maximaal plus of min € 37,50 per inwoner. De verdeling van de gemeentelijke bijdrage aan VRLN voor de programma’s Brandweerzorg en Crisisbeheersing is gebaseerd op de objectieve gemeentefonds-maatstaven. De verdeling van de bijdrage voor de Jeugdgezondheidzorg is voor een deel gebaseerd op een tweetal gemeentefondsmaatstaven voor het sociaal domein. De actualisatie van de verdeelsystematiek gemeentefonds die vanaf 2023 ingaat, geeft geen aanleiding de wijze waarop de bijdrage over de individuele gemeenten wordt berekend te wijzigen. Voor de bijdrage Jeugdgezondheidszorg geldt dat 2024 het laatste ingroeijaar is voor de nieuwe verdeelsleutel.
Vanaf 2025 betalen de gemeenten de bijdrage conform verdeelsleutel.
4.2 Aantal inwoners Conform het bepaalde in de Wet gemeenschappelijke regeling (Wgr) wordt het aantal inwoners genomen op 1 januari voorafgaande aan het begrotingsjaar. Voor 2024 dus 1 januari 2023. De eerste schatting van het CBS is medio februari 2023 bekend en dient als basis voor het opstellen van de begroting 2024. In deze kaderbrief wordt uitgegaan van het inwoneraantal op 1 januari 2022.
4.3 Indexatie Het Algemeen Bestuur heeft besloten dat kostenontwikkelingen als gevolg van loon- en prijsstijgingen worden meegenomen in de bijdrage op basis van een vastgesteld kader. Dit kader behelst dat kostenstijgingen, die buiten de beïnvloedingssfeer van de VRLN liggen, worden meegenomen in de bijdrage. De loonkostencompensatie is gebaseerd op de verwachte ontwikkeling van de loonkosten in de publieke sector in de Macro Economische Verkenning (MEV) van het Centraal Planbureau (cijfer september T-2). Op basis van het Centraal Economisch Plan vindt eventueel bijstelling plaats (cijfer maart T-1). Voor de ontwikkeling van de materiële kosten wordt in de systematiek uitgegaan van de Index Materiële Overheidsconsumptie (IMOC) uit de MEV. Voor zover de indexatie herleidbaar en belastbaar is aan derden, worden deze lasten doorbelast aan de bijdragen van derden. Voor het resterende deel worden deze lasten meegenomen in de gemeentelijke bijdrage. Loonstijging Uitgangspunt voor de raming van de looncompensatie zijn de geldende cao-afspraken. In deze kaderbrief 2024 is de index ter hoogte van 3,3% meegenomen, gebaseerd op de meest recente MEVpublicatie, sector overheid van het Centraal Planbureau van september 2022. In maart 2023 wordt dit percentage geactualiseerd en verwerkt in de begroting 2024.
De 3,3% wordt berekend over de grondslag personele lasten zijnde € 48.553.118, waarmee de loonstijging uitkomt op € 1.602.253. Ongeveer 16% van de loonstijging, zijnde € 254.000, wordt ten laste gebracht aan derden. Een bedrag van € 1.348.000 komt ten laste van de gemeentelijke bijdrage.
Kaderbrief 2024 VRLN
- 16 -
15 december 2022
Materiële kostenstijging Voor de materiële kosten wordt de ‘index materiële overheidsconsumptie’ (IMOC) uit de MEV toegepast. In deze kaderbrief 2024 is deze IMOC bepaald op 5,9%. In maart 2023 wordt dit percentage geactualiseerd en verwerkt in de begroting 2024. De grondslag voor de berekening van de materiële kostenstijging is een begrotingsbedrag van € 23.799.818.
4.4 Renteomslag In de begroting 2024 wordt gerekend met een renteomslag percentage van 2,25%. Als gevolg van herfinanciering en interne financiering ontstaat een voordeel op de werkelijke rentelasten. Dit voordeel wordt ingezet voor het opvangen van hogere kapitaallasten.
4.5 Vennootschapsbelasting Vanaf 1 januari 2016 zijn overheidsondernemingen van bijvoorbeeld gemeenten, provincies en waterschappen belastingplichtig voor de vennootschapsbelasting. Met deze wetswijziging wil de Nederlandse overheid gelijkheid creëren tussen overheidsondernemingen en private ondernemingen. De hiermee samenhangende financiële gevolgen zijn voor de veiligheidsregio zeer beperkt.
Kaderbrief 2024 VRLN
- 17 -
15 december 2022
Bijlage 1. Aansluiting begrotingsjaar 2023-2024 De aansluiting begroting 2023 na wijziging naar kaderbrief 2024 kan worden weergegeven op basis van de volgende mutaties. (bedragen in duizenden euro's)
Bedrag
I/S
Gemeentelijke bijdrage 2023 (Begroting) Loonkostenstijging 2024 Materiële kostenstijging 2024 Medische milieukunde Toename kapitaallasten materieel brandweer
60.500 1.348 1.404 150 524
S S S S S
Totaal gemeentelijke bijdrage 2024
63.927
Bijlage 2. Verdeling gemeentelijke bijdragen over de programma’s (bedragen in duizenden euro's)
Programma
2023
2024
Publieke Gezondheid Brandweerzorg Crisisbeheersing Overhead Totaal gemeentelijke bijdrage
15.061 27.720 4.451 13.268 60.500
15.796 29.542 4.665 13.924 63.927
(bedragen in duizenden euro's)
Programma
2023
2024
Publieke Gezondheid Brandweerzorg Crisisbeheersing Totaal gemeentelijke bijdrage
20.873 33.958 5.669 60.500
21.887 36.112 5.928 63.927
Kaderbrief 2024 VRLN
- 18 -
15 december 2022
Bijlage 3. Gemeentelijke bijdragen De opbouw van de gemeentelijke bijdragen 2024 is weergegeven in onderstaande tabellen. (bijdragen in duizenden euro's)
Gem eente
Aantal inw oners Bijdragen (peildatum 2023 1-1-2022)
Loonkostenstijging 2024
Materiële kostenstijging 2024
Medische m ilieukunde
IngroeiIngroei 2024 effect kapitaallasten verdeelm aterieel sleutel Brandw eer JGZ (25%)
Bijdragen 2024
Beesel
13.412
1.475
33
34
4
-18
12
1.540
Bergen
13.106
1.625
36
38
4
-9
14
1.708
Echt-Susteren
31.739
3.483
78
81
9
-1
32
3.683
Gennep
17.245
2.073
46
48
5
7
18
2.197
Horst aan de Maas
43.041
5.020
112
117
12
-10
44
5.295
Leudal
35.941
4.129
92
96
10
1
37
4.365
Maasgouw
24.028
2.621
58
61
7
9
25
2.782
Mook en Middelaar
7.985
546
12
13
2
0
7
580
Nederw eert
17.322
1.877
42
44
5
0
16
1.984
Peel en Maas
44.280
4.784
107
111
13
-25
40
5.030
Roerdalen
20.562
2.250
50
52
6
12
21
2.391
Roermond
59.139
7.245
161
168
17
-7
59
7.644
Venlo
102.128
12.555
280
291
29
14
104
13.273
Venray
43.972
5.078
113
118
13
3
44
5.369
Weert
50.344 524.244
5.738 60.500
128 1.348
133 1.404
14 150
25 0
49 524
6.088 63.927
Totaal
(bijdragen euro's)
Program m a
Totaal
Beesel
EchtSusteren
Bergen
Gennep
Horst aan de Maas
Leudal
Maasgouw
Publieke Gezondheid
21.886.973
591.398
536.928
1.244.560
721.002
1.709.626
1.372.237
883.170
Brandw eerzorg
36.111.971
816.886
1.008.331
2.073.506
1.270.471
3.084.874
2.574.906
1.614.155
Crisisbeheersing
5.927.869
131.345
162.859
364.501
205.641
500.099
417.359
284.654
Totaal
63.926.813
1.539.629
1.708.118
3.682.567
2.197.114
5.294.599
4.364.502
2.781.979
Venlo
Venray
Weert
Program m a
Mook en Nederw eert Middelaar
Peel en Maas
Roerdalen Roerm ond
Publieke Gezondheid
50.391
664.741
1.757.898
795.928
2.803.338
4.779.042
1.894.663
2.082.052
Brandw eerzorg
454.108
1.134.867
2.815.189
1.356.825
4.168.488
7.315.523
2.976.034
3.447.807
Crisisbeheersing
75.073
184.299
456.774
238.349
671.801
1.178.684
498.290
558.138
Totaal
579.572
1.983.907
5.029.861
2.391.102
7.643.627 13.273.249
5.368.988
6.087.998
Kaderbrief 2024 VRLN
- 19 -
15 december 2022
Bijlage 4. Ontwikkeling kapitaallasten materieel brandweer Uit de schets van het budgettaire knelpunt van de kapitaallasten uit materiële voorzieningen bij de brandweer komt naar voren dat in 2027 een financieel probleem ontstaat. In de aanloop daarheen wordt het knelpunt met de egalisatiereserve kapitaallasten opgevangen. 1. Adequate brandweerzorg tegen maatschappelijk aanvaardbare kosten Na inventarisatie van in de regionalisering van de brandweer overgedragen materiele voorzieningen werd duidelijk dat het eveneens overgedragen budget voor kapitaallasten te laag was. Aan het Algemeen Bestuur is aangegeven dat een budgettair knelpunt zou gaan ontstaan van € 5 ton in 2018 oplopend tot € 1,5 miljoen in 2026. De bijlage bevat een schets van het regionaliseringproces. Vrijwel direct na de regionalisering is begonnen de brandweerzorg efficiënter te organiseren. De slagkracht en de hieraan gerelateerde capaciteit aan materieel is in de afgelopen jaren telkens weloverwogen naar beneden bijgesteld. Vermindering materieel door risicogerichte slagkracht (2015) In 2015 is het Repressief Brandweer Organisatieplan 2.0 vastgesteld door het Algemeen Bestuur. In het plan is de minimale slagkracht en capaciteit aan voertuigen bepaald op basis van de risico’s in het provinciaal risicoprofiel.
Het Algemeen Bestuur heeft in 2015 gekozen voor een vermindering van het materieel maar met enige redundantie. Keuzes in Repressief Brandweer Organisatieplan vastgesteld in 2015: - Aantal operationele tankautospuiten van 42 naar 35 - Geen vervangingskrediet voor vervangingstankautospuiten - Afvoer van de twee verbindingscommandovoertuigen (VC-II) - Afvoer slangenwagen - Afvoer zes motorspuitaanhangers - Afvoer TSC baan (Taak Specifieke Conditietest) - Van 31 naar 30 brandweerposten Vermindering materieel voor uitzetting beroepscapaciteit (2021) In mei 2021 heeft het Algemeen Bestuur ingestemd met de vermindering van het aantal Tankautospuiten en Snelle Interventie Voertuigen. Deze keuze vloeit voort uit het Repressief Brandweer Organisatie Plan (RBOP 2022 - 2030) waarin de uitzetting van de beroepsformatie wordt gefinancierd uit een vermindering van de materiele voorzieningen. De uitzetting van de beroepsformatie is de reactie van de VRLN op Europese wetgeving omdat onze inschatting is dat het kazerneren van vrijwilligers niet langer wordt toegestaan. Dat maakt de inzet van meer beroepskrachten noodzakelijk. Tevens verwachtten wij in 2021 dat de rijksoverheid de structurele kostenverhoging als gevolg van een stelselwijziging door Europese wetgeving zou gaan vergoeden.
Vooruitlopend op de aanvullende vergoeding van het rijk is de dekking voor het aantrekken van extra beroepsmedewerkers vanaf 2021 gevonden in een vermindering van het materieel. Hierbij is de minimaal benodigde operationele slagkracht gewaarborgd gebleven maar is geen sprake meer van redundantie. Aan het Algemeen Bestuur is de winstwaarschuwing afgegeven dat de technische kostenstijging van het materieel in het RBOP nog niet was gedekt.
Kaderbrief 2024 VRLN
- 20 -
15 december 2022
Keuzes in beleidsplan 2020-2023 en Repressief Brandweer Organisatieplan vastgesteld in 2021: - Van 35 naar 33 tankautospuiten - Van 30 naar 29 brandweerposten - Van 7 naar 4 hulpverleningsvoertuigen - Van 4 naar 2 systemen grootwatertransport - Van 2 naar 1 gaspakteam - Van 15 naar 10 verkenningseenheden - Van 7 naar 0 chemiepak-teams - Van 2 naar 1 basis ontsmettingseenheid (BOE) - Afstoten 2 haakarmcontainers OGS - Van 2 naar 1 multidisciplinaire commandovoorziening - Van 9 naar 4 Snelle Interventie Voertuigen Autonome ontwikkelingen De hoogte van de kapitaallasten is te beïnvloeden door het maken van keuzes over de aard en de omvang van het materieel maar daarnaast doet zich een aantal autonome ontwikkelingen voor: -
De materiele voorzieningen maken een technologische doorontwikkeling door en dat veroorzaakt een kostenverhoging; - De prijzen in specifieke productgroepen stijgen harder dan de in de begroting opgenomen prijsindexering en daardoor is het budget voor kapitaallasten niet meegegroeid met de verwachte prijsstijging bij de daadwerkelijke vervanging van het materieel. - Er is sprake van schaarste in materialen. Wereldwijd is er een enorm tekort ontstaan aan grondstoffen, doordat tijdens de coronapandemie nauwelijks voorraden zijn aangelegd. De vraag overtreft het aanbod ruimschoots, waardoor de prijzen de lucht in schieten en levertijden extreem lang zijn. In de praktijk zien we bovenstaande ontwikkelingen terug in de aanschaf van vrijwel alle materialen en voertuigen. Een recent voorbeeld is de aanschaf van schuimblusvoertuigen, waarvan de prijzen in een jaar tijd met 15% zijn gestegen. Een ander voorbeeld is de aanstaande vervanging van portofoons. Het vervangen vergt een tweemaal zo hoog krediet dan oorspronkelijk geraamd. 2. Egalisatiereserve kapitaallasten brandweerzorg Voor de materiële vervangingsinvesteringen is in december 2017 door het Algemeen Bestuur besloten een egalisatiereserve in te stellen. Het uitgangspunt hierbij was om de schommeling in de lasten over in de jaren 2017 t/m 2020 op te vangen uit deze egalisatiereserve.
Om vanaf 2021 het tekort op de kapitaallasten op te vangen, werd het noodzakelijk geacht beleidskeuzes te maken over de aard en omvang van de materiële voorzieningen. In de jaren 2017 t/m 2021 is de egalisatiereserve niet aangesproken maar in plaats daarvan was het mogelijk de reserve aan te vullen. De financiële ruimte voor aanvulling komt met name uit de verkoopopbrengst van afgestoten materieel en door gerichte temporisering van vervanging. Het bleek mogelijk de levensduur van materieel te verlengen zonder aan kwaliteit in te boeten. De onttrekking is meerdere jaren uitgesteld. Stand van de egalisatiereserve kapitaallasten brandweerzorg: Ultimo 2017 € 645.500
Ultimo 2018 € 751.800
Kaderbrief 2024 VRLN
Ultimo 2019 € 1.011.300
Ultimo 2020 € 1.229.300
- 21 -
Ultimo 2021 € 1.662.600
Ultimo 2022 p.m. afhankelijk van besluitvorming n.a.v. jaarrekening 2022
15 december 2022
3. Raming kapitaallasten De inventarisatie van het aanwezige materieel is in 2021 geactualiseerd aan de hand van de geldende en te verwachte aanschafwaarden van nieuw materieel. Tevens is de vervangingsbehoefte in kaart gebracht. De recente prijsstijgingen nopen ons de raming wederom te actualiseren. Dat is een vertaling van vooral technische kostenstijging. De jaarlijkse algemene generieke prijsstijging is nog niet verwerkt. In de lijn van het door het Algemeen Bestuur vastgestelde financieel beleid is het budget voor kapitaallasten nog niet meerjarig geïndexeerd. Er wordt jaarlijks bij vaststelling van de begroting een prijsindexatie toegekend. Op voorhand is wel duidelijk dat de generieke index de autonome technische stijging van de kosten van brandweermaterieel niet zal dekken. Voor materieel dat een verkoopwaarde vertegenwoordigt, rekenen wij met restwaarde van 7,5%. Daaruit volgt dat wordt afgeschreven tot 92,5% van de boekwaarde. Ook als er geen verkoopopbrengst wordt gerealiseerd, is afschrijven tot 92,5% voor dat specifieke materieel realistisch omdat de technische levensduur veelal langer is dan de economische levensduur. Deze uitgangspunten zijn getoetst aan ervaringscijfers van andere brandweerkorpsen. We rekenen met percentage van planvertraging van 10%. De ervaring leert dat de geplande investeringen in de meerjarenraming later plaatsvinden.
De uitgaven vinden later plaats en daarmee verschuift het budgettair beslag naar een volgend boekjaar. Het budgettair knelpunt is niet van tafel maar treedt later op. In de afgelopen tijd was de planvertraging groter. We verwachten voor de komende jaren dat de geplande investeringen voor het overgrote deel worden uitgevoerd. (bedragen x € 1000)
Meerjarenbeeld tegen constante prijzen cf. begrotingssystematiek 2023 3.360
2024 3.360
2025 3.360
2026 3.360
2027 3.360
2028 3.360
2029 3.360
2030 3.360
Kapitaallasten (incl. recente prijsstijging)
3.313
3.473
3.806
4.035
4.162
4.469
4.458
4.417
Tekort (-) /overschot (+) Verwachte mutatie kap. lasten reserve
47
-112
-445
-674
-801
-1.108
-1.098
-1.056
-47
112
445
674
479
0
0
0
Budgettair tekort Stand kap. lasten reserve
0 1.710
0 1.598
0 1.153
0 1.053
322 479
1.108 0
1.098 0
1.056 0
Budget voor kapitaallasten
Uit bovenstaande cijferopstelling blijkt dat vanaf 2027 een budgettair knelpunt ontstaat. In onderstaande grafiek maken we dat zichtbaar.
Kaderbrief 2024 VRLN
- 22 -
15 december 2022
Ontwikkeling kapitaallasten materieel BRWZ 6.000.000 5.000.000 4.000.000 3.000.000 2.000.000 1.000.000
0 -1.000.000 -2.000.000
2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029 2030 Kapitaallasten 3.313.5593.472.8593.806.0384.034.9954.162.0374.469.8174.458.4664.417.061 Dekking (budget en reserve) 5.023.5665.070.9564.959.0464.513.9583.839.9113.360.9493.360.9493.360.949 Verschil lasten en dekking 1.710.0071.598.0971.153.009 478.962 -322.125-1.108.86-1.097.51-1.056.11
Kaderbrief 2024 VRLN
- 23 -
15 december 2022
Bijlage: Proces regionalisering Vanaf 2014 zijn gemeenten verplicht de brandweerzorg onder te brengen in een regionale organisatie, de Veiligheidsregio. Dit houdt in dat het personeel, het materieel en de leiding in regionale dienst zijn. De Veiligheidsregio is als gemeenschappelijke regeling per december 2008 ingesteld. Per medio 2009 is gestart met de voorbereiding van de (ongelijktijdige) toetreding door de vijf voormalige brandweer districten. De districten Weert (2009), Venlo (2011) en Venray (2012) traden toe voor het in werking treden van de wetswijziging tot verplichte regionalisering van de brandweer en Roermond (2013) per inwerkingtreding. Als laatste is het district Maas en Peel (2014) tot de VRLN toegetreden, op het moment van de landelijke deadline. Door het ontbreken van een nulmeting bij de overdragende districten en ‘toelatingscriteria’ bij de ontvangende Veiligheidsregio gingen districten ‘niet schoon door de poort’. -
-
-
-
-
-
In het kader van de regionalisering zijn vooraf geen eenduidige kwaliteitsnormen gesteld, zodat de kwaliteit en het soort uitrusting dat werd overgedragen aan de regio, divers was. Er was geen plan voor het wegwerken van de verschillen; De geraamde kredieten op de investeringslijsten (samenvoeging van de lijsten van districten, gemeenten en het voormalig regiobureau) waren vaak te laag om alle noodzakelijke investering te plegen. De kredieten lagen niet meer in de pas met de geldende marktprijzen. De investeringslijsten waren niet compleet en dus was niet altijd een vervangingskrediet beschikbaar; Op de kleinere schaal van de individuele gemeenten was een deel van de aanschaffingen voor de brandweer geen investering. Denk hierbij aan ademluchtapparatuur, uitrukkleding en meetapparatuur. De voor de vervanging benodigde financiële middelen kwamen bij een deel van de gemeenten uit de exploitatie en dus niet uit budget voor kapitaallasten; De bezuiniging in 2014 op de exploitatiebudgetten van de brandweer gebeurde zonder volledig inzicht in de noodzakelijke vervanging van het materieel; De btw-component was niet overal consequent in het budgettair kader opgenomen. Dit is een knelpunt omdat de veiligheidsregio de btw niet kan compenseren via het btw-compensatiefonds.
De verhoging van de rijksbijdrage voor het oplossen van dit knelpunt was niet toereikend; Het overhevelen in 2016 van rijkstaken naar de veiligheidsregio heeft niet altijd met toevoeging van de benodigde budgettaire middelen plaatsgehad. Het gaat hier onder andere om de vervanging van het grootwatertransport en de voorzieningen voor het CoPI. De vervanging hiervan vergt een investering van € 2 miljoen; Er is in de afgelopen tien jaar sprake van een aanscherping van de eisen en de wensen die worden gesteld aan materiele voorzieningen van de brandweer.
Kaderbrief 2024 VRLN
- 24 -
15 december 2022