CConstaterende datBergen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlagen bij toelichting Bijlage 4 Verkennend bodemonderzoek Bleijenbeek 6A - 8

Gemeenteraad 30 mei 2023, gemeente BergenBij agendapunt: Gewijzigd vaststellen bestemmingsplan landgoed Bleijenbeek e.o. 2022;24.049 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Niet gevonden in dit document.

RAPPORT:

Diverse (bodem)onderzoeken, Landgoed Bleijenbeek te Afferden Locatie 1: Bleijenbeek 6A-8

PROJECTNUMMER: B22.8512A Versie: 01

VERHOEVEN MILIEUTECHNIEK B.V. De Tweede Geerden 21 5334 LH Velddriel TEL: 0418-572060 www.verhoevenmilieu.nl info@verhoevenmilieu.nl

RAPPORT: Diverse (bodem)onderzoeken, Landgoed Bleijenbeek te Afferden, Locatie 1: Bleijenbeek 6A-8

PROJECTNUMMER: B22.8512A Versie: 01

OPDRACHTGEVER: ASR Levensverzekering NV

DATUM: 25 oktober 2022

Auteur:

Autorisatie:

Ing. M. Hennekes Projectleider Verhoeven Milieutechniek B.V.

Ing. H.M.W. van der Donk Senior Projectleider Verhoeven Milieutechniek B.V.

B22.8512A/R8512A-01/MH Alle informatie in deze rapportage mag niet worden verveelvoudigd, gekopieerd, gepubliceerd, opgeslagen, aangepast of gebruikt in welke vorm dan ook, online of offline, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de opdrachtgever.

2 SAMENVATTING ASR Levensverzekering NV heeft Verhoeven Milieutechniek B.V. opdracht gegeven voor het uitvoeren van een verkennend bodemonderzoek en een verkennend onderzoek naar asbest, inclusief historische onderzoek, ter plaatse van de Bleijenbeek 6A-8 te Afferden. De diverse (bodem)onderzoeken worden uitgevoerd in het kader van de voorgenomen herontwikkeling en functieverandering van agrarisch bedrijf naar wonen. Tevens wordt de eindsituatie vastgelegd. De onderzoeken zijn uitgevoerd conform de normen NEN 5725:2017 [1], de NEN 5740/A1:2016 [2] en de NEN 5707/C2:2017 [3]. De onderzoeken hebben tot doel de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem (inclusief OCB en asbest) op de onderzoekslocatie te actualiseren c.q. vast te leggen en tevens de eindsituatie vast te leggen van de voormalige bodembedreigende activiteiten (machineloods, werkplaats, bovengrondse dieseltank en kunstmestopslag), om vast te stellen of er bezwaren bestaan tegen de voorgenomen herontwikkeling en functieverandering. Verhoeven Milieutechniek B.V. (certificaatnummer: EC-SIK-20250, geldig tot 20-6-2025, afgegeven door Normec Certification) is gecertificeerd conform BRL SIKB 2000 (versie 6). Verhoeven Milieutechniek B.V. heeft op geen enkele wijze belangen bij de uitkomsten van het bodemonderzoek. Namens Verhoeven Milieutechniek B.V. zijn de werkzaamheden gecoördineerd door mevrouw ing. M.

Hennekes en de heer ing. H.M.W. van der Donk. Conclusies historisch onderzoek en locatiebezoek Uit het historisch onderzoek blijkt het volgende:  Vanwege de aanwezigheid van de Eckeltse beek is mogelijk sprake van verhoogde gehalten aan arseen;  Ter plaatse is geen sprake van mogelijk (gedempte) watergangen, overige dempingen en/of ophogingen en/of boomgaarden;  Ter plaatse van Bleijenbeek 6A-8 is mogelijk sprake van de aanwezigheid van asbesthoudende puinlagen ter plaatse van de erfverharding;  Ter plaatse van Bleijenbeek 6A-8 is sprake van voormalige bodembedreigende activiteiten, deze worden separaat onderzocht;  Aangezien geen sprake is van grondverzet, is géén rekening gehouden met een aanvullend onderzoek van de verdachte grondlaag op PFAS. Op basis van het historisch onderzoek dient een verkennend onderzoek conform de NEN 5740 te worden uitgevoerd ter plaatse van Bleijenbeek 6A-8, waarbij rekening dient te worden gehouden met het verdachte erf, voormalige bodembedreigende activiteiten en overige bijzonderheden. Tevens dient er een verkennend onderzoek naar asbest te worden uitgevoerd conform de NEN 5707 en/of conform de NEN 5897 ter plaatse van het erf (met mogelijke puin- en/of funderingslagen).

Diverse (bodem)onderzoeken, Bleijenbeek 6A-8 te Afferden Rapportnr.: B22.8512A versie: 01 datum: 25 oktober 2022

3 Conclusies en aanbevelingen Conclusies verkennende bodemonderzoeken Voor de onderzoekslocatie is voor de algemene kwaliteit en de voormalige bodembedreigende activiteiten de hypothese gesteld van een verdachte locatie met betrekking tot het voorkomen van een bodemverontreiniging. Algemene kwaliteit Op basis van de resultaten kan de gestelde verdachte hypothese formeel gezien worden verworpen, aangezien in zowel de boven- en ondergrond als het grondwater maximaal licht verhoogde gehalten voor de onderzochte parameters zijn aangetoond. De aangetoonde verhoogde gehalten betreffen overschrijdingen van de achtergrond- of streefwaarden. Aangezien de gestandaardiseerde meetwaarden de indexwaarden van 0,5 niet overschrijden, zijn geen vervolgstappen in het kader van de Wbb noodzakelijk. Voormalige bodembedreigende activiteiten Ter plaatse van de opslag smeerolie, afgewerkte olie en bestrijdingsmiddelenkast zijn licht verhoogde gehalten voor diverse OCB en minerale olie aangetoond in de grond. Er kan niet uitgesloten worden dat deze gehalten afkomstig zijn van de voormalige activiteiten. Aangezien geen nulsituatie bodemonderzoek bekend is kan geen vergelijking gemaakt worden met de bodemkwaliteit voorafgaand aan de bodembedreigende activiteiten.

Het betreffen echter marginaal verhoogde gehalten (maximale index 0,21), waardoor ons inziens geen verdere onderzoeken danwel saneringen zinvol zijn. Ter plaatse van de machineloods, bovengrondse dieseltank en opslag kunstmest zijn geen verhoogde gehalten voor de onderzochte parameters aangetoond in de grond. Ter plaatse van de opslag kunstmest is 350 mg/kg aan kalium, 490 mg/kg stikstof en 540 mgP/kg aan fosfaat aangetoond. In het grondwater zijn maximaal licht verhoogde gehalten voor de geanalyseerde parameters aangetoond. Conclusies verkennend onderzoek naar asbest Voor het verkennend onderzoek naar asbest is op basis van de zintuiglijke waarnemingen tijdens de veldwerkzaamheden de hypothese gesteld van een verdachte locatie met betrekking tot het voorkomen van een verontreiniging met asbest. Op basis van de onderzoeksresultaten dient de gestelde hypothese formeel gezien te worden aangenomen, aangezien zowel zintuiglijk (fractie > 20 mm) als analytisch (fractie < 20 mm) asbest is aangetroffen. Het aangetroffen asbest en het berekende gehalte voor asbest (24,3 mg/kg d.s.) blijft echter onder de interventiewaarde (100 mg/kg d.s.) alsmede onder de norm voor nader onderzoek (50 mg/kg d.s.). In de overige proefgaten zijn zowel zintuiglijk als analytisch geen asbestverontreinigingen aangetroffen. Verhoeven Milieutechniek B.V.

besteedt veel zorg aan de uitvoering van de veldwerkzaamheden, doch bestaat de mogelijkheid dat niet alle asbestverdachte plaatmaterialen zijn waargenomen. Het blijft derhalve mogelijk dat bij aantreffen van asbesthoudend plaatmateriaal de interventiewaarde in de praktijk toch wordt overschreden.

Diverse (bodem)onderzoeken, Bleijenbeek 6A-8 te Afferden Rapportnr.: B22.8512A versie: 01 datum: 25 oktober 2022

4 Algehele conclusie en aanbevelingen Met de uitgevoerde onderzoeken is, ons inziens, de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem (inclusief asbest) ter plaatse van de Bleijenbeek 6a-8 te Afferden in voldoende mate onderzocht. Tevens is de eindsituatie vastgelegd ter plaatse van de voormalige bodembedreigende activiteiten. Er bestaan geen bezwaren tegen de voorgenomen herontwikkeling en civieltechnische werkzaamheden op de locatie. Bij eventuele civieltechnische graafwerkzaamheden in de grond is geen veiligheidsklasse van toepassing volgens de CROW400. VMT heeft slechts een adviserende rol. Geadviseerd wordt om onderhavige rapportage voor te leggen aan het bevoegd gezag ter beoordeling. Voor de volledigheid wordt opgemerkt dat rekening moet worden gehouden met de resultaten van voorliggende onderzoeken en dienen bij ontgraven, afvoeren en toepassen elders altijd de regels van de Regeling en het Besluit bodemkwaliteit van toepassing zijn. Daarnaast kunnen gebiedsspecifiek zowel strengere als minder strenge eisen gelden.

Diverse (bodem)onderzoeken, Bleijenbeek 6A-8 te Afferden Rapportnr.: B22.8512A versie: 01 datum: 25 oktober 2022

5 INHOUDSOPGAVE SAMENVATTING................................................................................................................................................ 2 1.

INLEIDING .................................................................................................................................................. 6

2.

DOELSTELLINGEN VAN DE ONDERZOEKEN .................................................................................. 6

3.

LOCATIEGEGEVENS ............................................................................................................................... 6 3.1. ALGEMENE GEGEVENS................................................................................................................................ 6 3.2. HISTORISCH ONDERZOEK (NEN 5725) ...................................................................................................... 6 3.3 CONCLUSIES HISTORISCH ONDERZOEK EN LOCATIEBEZOEK.................................................................... 7

4.

BODEMOPBOUW EN GEOHYDROLOGIE........................................................................................... 8 4.1. BODEMOPBOUW .......................................................................................................................................... 8 4.2. GEOHYDROLOGIE ....................................................................................................................................... 8

5.

HYPOTHESE ............................................................................................................................................... 8

6.

OPZET VAN HET ONDERZOEK ............................................................................................................ 9 6.1. ONDERZOEKSSTRATEGIEËN DIVERSE BODEMONDERZOEKEN .................................................................. 9 6.2. VELDWERKZAAMHEDEN ............................................................................................................................. 9

7.

WIJZE VAN BEOORDELING EN INTERPRETATIE ........................................................................ 12 7.1. GROND/GRONDWATER .............................................................................................................................. 12 7.2. ASBEST ...................................................................................................................................................... 13

8.

RESULTATEN ........................................................................................................................................... 14 8.1. ZINTUIGLIJKE WAARNEMINGEN ............................................................................................................... 14 8.2. LABORATORIUMWERKZAAMHEDEN EN ANALYSERESULTATEN .............................................................. 14 8.3. INTERPRETATIE ANALYSERESULTATEN ................................................................................................... 18

9.

CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN ................................................................................................. 20 9.1. CONCLUSIES VERKENNEND BODEMONDERZOEK ..................................................................................... 20 9.2. CONCLUSIES VERKENNEND ONDERZOEK NAAR ASBEST .......................................................................... 20 9.3. ALGEHELE CONCLUSIE EN AANBEVELINGEN ........................................................................................... 21

10. REFERENTIES .......................................................................................................................................... 22

BIJLAGEN 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8.

Situering in de regio Situatieschetsen met boringen, proefgaten en peilbuizen Boorprofielbeschrijvingen Analysecertificaten grond, grondwater en asbest Achtergrond- en interventiewaarden grond en grondwater Veldwerkformulieren verkennend onderzoek naar asbest Berekening asbestconcentratie Relevante historische informatie

Diverse (bodem)onderzoeken, Bleijenbeek 6A-8 te Afferden Rapportnr.: B22.8512A versie: 01 datum: 25 oktober 2022

6

1.

INLEIDING ASR Levensverzekering NV heeft Verhoeven Milieutechniek B.V. opdracht gegeven voor het uitvoeren van een verkennend bodemonderzoek en een verkennend onderzoek naar asbest, inclusief historische onderzoek, ter plaatse van de Bleijenbeek 6A-8 te Afferden. De diverse (bodem)onderzoeken worden uitgevoerd in het kader van de voorgenomen herontwikkeling en functieverandering van agrarisch bedrijf naar wonen. Tevens wordt de eindsituatie vastgelegd. De onderzoeken zijn uitgevoerd conform de normen NEN 5725:2017 [1], de NEN 5740/A1:2016 [2] en de NEN 5707/C2:2017 [3]. Verhoeven Milieutechniek B.V. (certificaatnummer: EC-SIK-20250, geldig tot 20-6-2025, afgegeven door Normec Certification) is gecertificeerd conform BRL SIKB 2000 (versie 6). Verhoeven Milieutechniek B.V. heeft op geen enkele wijze belangen bij de uitkomsten van het bodemonderzoek. Namens Verhoeven Milieutechniek B.V. zijn de werkzaamheden gecoördineerd door mevrouw ing. M. Hennekes en de heer ing. H.M.W. van der Donk.

2.

DOELSTELLINGEN VAN DE ONDERZOEKEN De onderzoeken hebben tot doel de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem (inclusief OCB en asbest) op de onderzoekslocatie te actualiseren c.q. vast te leggen en tevens de eindsituatie vast te leggen van de voormalige bodembedreigende activiteiten (machineloods, werkplaats, bovengrondse dieseltank en kunstmestopslag), om vast te stellen of er bezwaren bestaan tegen de voorgenomen herontwikkeling en functieverandering.

3.

LOCATIEGEGEVENS 3.1.

Algemene gegevens

De te onderzoeken deellocatie is gelegen aan de Bleijenbeek 6A-8 te Afferden en maakt onderdeel uit van landgoed Bleijenbeek welke gesitueerd is langs de Eckeltse beek ten oosten van Afferden. Het landgoed wordt aan de noord-, west- en zuidzijde omsloten door nationaal park Maasduinen. De locatie staat kadastraal bekend als gemeente Bergen, sectie R, nummer 1296 (ged.) en heeft een oppervlakte van circa 3.154 m2. Op de locatie is een boerderij aanwezig met diverse in- en uitpandige verdachte deellocaties. Inpandig is een (deels dubbele) betonvloer aanwezig. Uitpandig zijn een beton-/stelconverharding, grind en tegelverharding aanwezig. Daarnaast is de locatie deels braakliggend en begroeid met gras. Voor de situering van het perceel in de regio wordt verwezen naar bijlage 1. 3.2.

Historisch onderzoek (NEN 5725)

Voorafgaand aan het verkennend (bodem)onderzoek is door een medewerker van Verhoeven Milieutechniek B.V. (VMT) een historisch vooronderzoek uitgevoerd conform de NEN 5725 (landbodem). De historische informatie is separaat gerapporteerd door VMT (kenmerk B22.8512/HO+OFF-04, d.d. 19 april 2022). De relevantie conclusies zijn onderstaand samengevat en het historische onderzoek is opgenomen in de bijlage. PFAS Voor PFAS zijn geen puntbronnen bekend die een verontreiniging met PFAS hebben kunnen veroorzaken. Aangezien voor de diverse deellocaties vooralsnog geen grondverzet is voorzien, is geen onderzoek naar PFAS opgenomen. Diverse (bodem)onderzoeken, Bleijenbeek 6A-8 te Afferden Rapportnr.: B22.8512A versie: 01 datum: 25 oktober 2022

7

Locatiebezoek Voorafgaand aan de uit te voeren werkzaamheden is een locatiebezoek uitgevoerd. Tijdens het locatiebezoek zijn geen waarnemingen gedaan, buiten de reeds bekende verdachte deellocaties, die kunnen duiden op een bodemverontreiniging. Daarnaast is geen asbestverdachte dakbedekking waargenomen. Volgens informatie van de gebruiker blijkt dat op de locatie geen asbestverdachte dakbedekking en geen (voormalige) druppelzones aanwezig is (geweest). 3.3

Conclusies historisch onderzoek en locatiebezoek

Uit het historisch onderzoek blijkt het volgende:  Vanwege de aanwezigheid van de Eckeltse beek is mogelijk sprake van verhoogde gehalten aan arseen;  Ter plaatse is geen sprake van mogelijk (gedempte) watergangen, overige dempingen en/of ophogingen en/of boomgaarden;  Ter plaatse van Bleijenbeek 6A-8 is mogelijk sprake van de aanwezigheid van asbesthoudende puinlagen ter plaatse van de erfverharding;  Ter plaatse van Bleijenbeek 6A-8 is sprake van voormalige bodembedreigende activiteiten, deze worden separaat onderzocht;  Aangezien geen sprake is van grondverzet, is géén rekening gehouden met een aanvullend onderzoek van de verdachte grondlaag op PFAS. Op basis van het historisch onderzoek dient een verkennend onderzoek conform de NEN 5740 te worden uitgevoerd ter plaatse van Bleijenbeek 6A-8, waarbij rekening dient te worden gehouden met het verdachte erf, voormalige bodembedreigende activiteiten en overige bijzonderheden. Tevens dient er een verkennend onderzoek naar asbest te worden uitgevoerd conform de NEN 5707 en/of conform de NEN 5897 ter plaatse van het erf (met mogelijke puin- en/of funderingslagen).

Diverse (bodem)onderzoeken, Bleijenbeek 6A-8 te Afferden Rapportnr.: B22.8512A versie: 01 datum: 25 oktober 2022

8

4.

BODEMOPBOUW EN GEOHYDROLOGIE Bij de bepaling van de regionale bodemopbouw en geohydrologie zijn de gegevens van de websites www.dinoloket.nl en www.grondwatertools.nl gebruikt. 4.1.

Bodemopbouw

De locatie ligt op circa 14,7 m +NAP. Op de onderzoekslocatie is een circa 1 meter dikke deklaag aanwezig behorend tot de formatie van Boxtel. Het onderliggende eerste watervoerend pakket is circa 14 m dik en bestaat uit fijn tot grof zand met plaatselijk grind van de Formaties van Beegden. Hieronder bevindt zich het tweede watervoerend pakket tot circa 32 m-mv. 4.2.

Geohydrologie

De stromingsrichting van het ondiepe grondwater is naar verwachting globaal noordwestelijk gericht, in de richting van de Eckeltsche Beek en de rivier de Maas. De stromingsrichting van het (ondiepe) grondwater wordt beïnvloed door lokale factoren, zoals het drainagepatroon, oppervlaktewater, de ligging van rioleringen en de aanwezigheid van zandlichamen (voor kabels, leidingen en funderingen). De locatie is voor zover bekend niet gesitueerd binnen een grondwaterbeschermingsgebied. 5.

HYPOTHESE Op basis van de beschikbare informatie is voor de algemene bodemkwaliteit van de onderzoekslocatie de hypothese gesteld van een verdachte locatie met betrekking tot het voorkomen van een bodemverontreiniging. Hierbij vormen de voormalige bodembedreigende activiteiten aandachtspunten. Vooralsnog wordt voor de onderzoekslocatie uitgegaan van een eveneens verdachte locatie met betrekking tot het voorkomen van een asbestverontreiniging. Aangezien voor de locatie vooralsnog geen grondverzet is voorzien, is geen onderzoek naar PFAS opgenomen.

Diverse (bodem)onderzoeken, Bleijenbeek 6A-8 te Afferden Rapportnr.: B22.8512A versie: 01 datum: 25 oktober 2022

9

6.

OPZET VAN HET ONDERZOEK 6.1.

Onderzoeksstrategieën diverse bodemonderzoeken

Verkennend bodemonderzoek Algemene kwaliteit Voor de onderzoeksopzet naar de algemene bodemkwaliteit van de locatie wordt de NEN 5740:2009/A1:2016 gehanteerd, waarbij wordt uitgegaan van de onderzoeksstrategie “diffuus belaste niet-lijnvormige locatie met een heterogeen verdeelde verontreiniging” (VED-HE-NL) voor een locatie van maximaal 4.000 m2. Voor de ondergrond wordt uitgegaan van een onverdachte niet lijnvormige locatie (ONV-NL, < 4.000 m2). Het onderzoek van het grondwater wordt gecombineerd met het onderzoek bij de voormalige bodembedreigende activiteiten. Voormalige bodembedreigende activiteiten (eindsituaties) Voor de onderzoeksopzet ter plaatse van de voormalige bodembedreigende activiteiten, waarvoor de eindsituatie dient te worden vastgesteld, wordt uitgegaan van verdachte deellocaties (VEP). Het betreft de machineloods (150 m2), werkplaats (100 m2), bovengrondse dieseltank (5.000 liter) en kunstmestopslag (100 m2). Verkennend onderzoek naar asbest Voor het verkennend onderzoek naar asbest wordt de NEN 5707:2015/C2:2017 gehanteerd, waarbij wordt uitgegaan van de onderzoeksstrategie “diffuus belaste niet-lijnvormige locatie met een heterogeen verdeelde verontreiniging” (VED-HE-NL) voor een oppervlakte van maximaal 4.000 m2.

Ten behoeve van het onderzoek naar asbest worden met een schep minimaal 14 proefgaten gegraven met een omvang van 0,3 m x 0,3 m tot minimaal 0,5 m-mv. Zintuiglijk kan tot 20 mm worden beoordeeld of asbestverdachte materialen aanwezig zijn. Voor de fractie < 20 mm dient dit middels een analyse te worden geverifieerd. Ten behoeve van het onderzoek naar asbest wordt tevens een locatie- en maaiveldinspectie uitgevoerd. Van de meest verdachte grondlagen uit de proefgaten worden minimaal drie mengmonsters samengesteld voor analyse op asbest conform NEN 5898:2015 (fractie < 20 mm). De veldwerkzaamheden van de diverse onderzoeken zijn zoveel als mogelijk met elkaar gecombineerd. Met het plaatsen van de boringen, peilbuizen en proefgaten is rekening gehouden met de diverse bekende aandachtspunten. 6.2.

Veldwerkzaamheden

Algemeen / certificering Verhoeven Milieutechniek B.V. (certificaatnummer: EC-SIK-20250, geldig tot 20-6-2025, afgegeven door Normec Certification) is gecertificeerd conform BRL SIKB 2000 (versie 6). De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd onder certificaat conform de geldende NEN/NPRnormen, conform BRL SIKB 2000 (versie 6) protocol 2001: het plaatsen van boringen en peilbuizen (versie 6), protocol 2002: het nemen van grondwatermonsters (versie 6) en protocol 2018: locatie-inspectie en monsterneming van asbest in bodem (versie 6). De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd met behulp van een schep, Edelmanboor en zuigerboor. Tijdens de veldwerkzaamheden is de opgeboorde grond zintuiglijk beoordeeld op het voorkomen van puin en/of asbest (fractie > 20 mm). Daarnaast is gebruik gemaakt van een oliedetectiepan om de grond te beoordelen op het voorkomen van olie-waterreacties. In tabel 6.1 zijn de uitvoeringsdata, gehanteerde protocollen en gecertificeerde medewerkers weergegeven. Diverse (bodem)onderzoeken, Bleijenbeek 6A-8 te Afferden Rapportnr.: B22.8512A versie: 01 datum: 25 oktober 2022

10

Tabel 6.1: Uitvoeringsdata en gehanteerde onderzoeksprotocollen Data 26 en 27 september 2022

Bedrijf Verhoeven Milieutechniek B.V.

Gecertificeerde medewerker De heer M.A.H. van Baal

7 oktober 2022

Verhoeven Milieutechniek B.V.

De heer M.A.H. van Baal

Protocol BRL SIKB 2001 (v. 6) 2018 (v. 6) 2002 (v. 6)

Verhoeven Milieutechniek B.V. heeft op geen enkele wijze belangen bij de uitkomsten van de diverse bodemonderzoeken. Verkennend bodemonderzoek Grond Ten behoeve van het bepalen van de diverse bodemonderzoeken zijn in totaal 27 boringen (B101 t/m B127) geplaatst. Voor het bepalen van de bodemkwaliteit ter plaatse van de voormalige bodembedreigende activiteiten zijn er conform de onderzoeksopzet vier boringen geplaatst (B101 t/m PB104) ter plaatse van de voormalige machineloods, waarbij de peilbuis is geplaatst in combinatie met de algemene kwaliteit. De boringen PB105 t/m B107 zijn ter plaatse van de voormalige smeerolieopslag, bestrijdingsmiddelen en opslag afgewerkte olie gesitueerd, de boringen PB108 t/m B110 ter plaatse van de voormalige bovengrondse dieseltank en de boringen B111 en B112 zijn gesitueerd ter plaatse van de opslag kunstmest. De boringen B113 t/m B127 zijn geplaatst ten behoeve van de algemene kwaliteit. De boringen PB104, PB105 en PB108 zijn afgewerkt met een peilbuis ten behoeve van het grondwateronderzoek. In tabel 6.2 zijn de uitgevoerde werkzaamheden weergegeven.

Tabel 6.2: Uitgevoerde veldwerkzaamheden Boringen / peilbuis Maximal 1,0 m-mv Circa 2,0 m-mv Machineloods B101, B102, B103* Smeerolieopslag, bestrijdingsmiddelenkast, opslag afgewerkte olie B106, B107 Bovengrondse dieseltank B109, B110* Opslag kunstmest B111, B112 Algemene kwaliteit B113 t/m B115, B117 t/m B123, B116, B124 B125 t/m B127 Toelichting bij de tabel: * boring B103 en B110 zijn gestaakt op een ondoordringbare laag (beton); # In combinatie met de algemene kwaliteit; Niet van toepassing.

Peilbuis (filterstelling m-mv) PB104 (2,50-3,50)# PB105 (2,70-3,70) PB108 (2,70-3,70) PB104 (2,50-3,50)

Grondwater Het grondwater uit de peilbuizen PB104, PB105 en PB108 is, na een standtijd van minimaal één week en twee keer afpompen, op 7 oktober 2022 bemonsterd. De bemonstering heeft plaatsgevonden volgens de techniek van lage troebelheidsbemonstering, waarbij de grondwaterstand (GWS), zuurgraad (pH), geleidbaarheid (EC) en troebelheid van het grondwater in het veld zijn bepaald. Verkennend onderzoek naar asbest Ten behoeve van het verkennend onderzoek naar asbest ter plaatse van de onderzoekslocatie is allereerst een locatie- en maaiveldinspectie uitgevoerd. Hieruit is gebleken dat het maaiveld op de locatie grotendeels is bedekt met verhardingen en opgeslagen goederen (70 %). Desondanks heeft een efficiënte maaiveldinspectie (> 25% zichtbaar) plaats kunnen vinden. Op het maaiveld zijn, rekening houdend hiermee, geen asbestverdachte (plaat)materialen (fractie > 20 mm) waargenomen.

Diverse (bodem)onderzoeken, Bleijenbeek 6A-8 te Afferden Rapportnr.: B22.8512A versie: 01 datum: 25 oktober 2022

11 Ten behoeve van de onderzoeksopzet en op basis van de waarnemingen in het veld zijn in totaal 14 proefgaten (B114 t/m B127) van 0,3 m x 0,3 m tot circa 0,5 m-mv gegraven. Om een (bodem)verontreiniging met asbest vast te stellen is, per proefgat, de grove fractie (> 20 mm) van het vrijgekomen materiaal geïnspecteerd op asbestverdachte materialen (fractie > 20 mm) en puinrestanten. Hierbij zijn zintuiglijk (fractie > 20 mm) asbestverdachte (plaat)materialen aangetroffen in de bovengrond (0,0-0,5 m-mv) van boring/proefgat B115. In het veld zijn 4 monsters samengesteld ten behoeve van het analytisch onderzoek naar asbest in de fijne fractie (< 20 mm). Een overzicht van de samengestelde monsters en de zintuiglijke waarnemingen met bijbehorende analyses is in tabel 8.6 van hoofdstuk 8 weergegeven. De veldwerkformulieren van het verkennend onderzoek naar asbest zijn opgenomen in bijlage 7. De situatieschets met de boringen, proefgaten en peilbuizen is opgenomen als bijlage 2.

Diverse (bodem)onderzoeken, Bleijenbeek 6A-8 te Afferden Rapportnr.: B22.8512A versie: 01 datum: 25 oktober 2022

12

7.

WIJZE VAN BEOORDELING EN INTERPRETATIE 7.1.

Grond/grondwater

De verontreinigingssituatie van de bodem kan worden beoordeeld door toetsing van de gemeten gehaltes in grond en/of grondwater aan de streef-, achtergrond- en interventiewaarden. De achtergrondwaarden voor grond zijn opgenomen in de Regeling bodemkwaliteit [4]. De meest recente streef- en interventiewaarden voor grondwater en interventiewaarden voor grond zijn vermeld in de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013 [5] en worden gebruikt voor de toetsing van de analyseresultaten. De streefwaarden geven voor het grondwater het niveau aan waarbij sprake is van een duurzame bodemkwaliteit. In het bodembeschermingsbeleid geven zij het te bereiken en te behouden kwaliteitsniveau voor het grondwater aan. De achtergrondwaarden geven voor de grond het niveau aan waarbij sprake is van een duurzame bodemkwaliteit. In het bodembeschermingbeleid geven zij het te bereiken en te behouden kwaliteitsniveau voor de grond aan. De interventiewaarden geven aan wanneer de functionele eigenschappen die de bodem heeft voor mens, dier en plant ernstig zijn of dreigen te worden verminderd. Om van een geval van ernstige bodemverontreiniging te spreken dient voor ten minste één stof de gemiddelde concentratie van minimaal 25 m3 grond of 100 m3 bodemvolume voor grondwater hoger te zijn dan de interventiewaarde.

De achtergrond- en interventiewaarden voor de vaste bodem zijn gerelateerd aan het lutum- en/of het organische stofgehalte van de bodem. Om de verkregen analyseresultaten te kunnen toetsen aan de achtergrond- en interventiewaarden worden de meetwaarden, met behulp van de analytisch vastgestelde gehalten aan lutum en/of organische stofgehalte, teruggerekend naar gestandaardiseerde meetwaarden (GSSD). Indien de lutum en/of organische stofgehalten niet analytisch zijn vastgesteld, zijn ze aan de hand van de zintuiglijke waarnemingen, in combinatie met de overige analyseresultaten, ingeschat. Aan de hand van bovenstaande waarden wordt een index berekend. De index wordt voor grond berekend met de formule: (GSSD - achtergrondwaarde) / (interventiewaarde achtergrondwaarde). Voor grondwater wordt de achtergrondwaarde in de formule vervangen door de streefwaarde. Indien de index groter is dan 1 wordt de interventiewaarde overschreden. Uit de toetsing van de GSSD aan de streef-, achtergrond-, en interventiewaarden kan het volgende worden afgeleid:  Bij een overschrijding van de streef- en/of achtergrondwaarde is het vermoeden van bodemverontreiniging bevestigd.  Bij een berekende index groter dan 0,5 bestaat het vermoeden van een geval van ernstige bodemverontreiniging.

Middels de uitvoering van de aanvullende analyses, mogelijk gevolgd door een nader bodemonderzoek, dient de omvang van de verontreiniging(en) te worden bepaald. Afhankelijk van de resultaten wordt het vermoeden van een geval van ernstige bodemverontreiniging bevestigd dan wel verworpen. In het eerste geval dient overgegaan te worden tot de uitvoering van een saneringsonderzoek, gevolgd door een sanering. Momenteel wordt gewerkt aan het toevoegen van toetsingswaarden voor PFAS aan de Regeling bodemkwaliteit tot die tijd moet het handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie (geactualiseerd d.d. 13 december 2021), worden gehanteerd.

Diverse (bodem)onderzoeken, Bleijenbeek 6A-8 te Afferden Rapportnr.: B22.8512A versie: 01 datum: 25 oktober 2022

13 In het handelingskader hergebruik is vastgesteld dat voor de functieklasse “landbouw/ natuur” (achtergrondwaarde) voor PFOS een toepassingsnorm van 1,9 μg/kg d.s. wordt gehanteerd en voor alle overige PFAS stoffen een toepassingsnorm van 1,4 μg/kg d.s. Voor de functieklassen “wonen” en “industrie” geldt een toepassingsnorm van 7 μg/kg d.s. voor PFOA en 3 μg/kg d.s. voor de overige PFAS stoffen en GenX. Aanvullend wordt opgemerkt dat deze gehalten door gebiedsspecifiek beleid zowel strenger als minder streng kunnen zijn. Het is nu nog niet mogelijk om interventiewaarden voor PFAS te bepalen. Daarom heeft het RIVM (d.d. 5 maart 2020, met aanpassing d.d. 9 mei 2022) voorlopige waarden afgeleid: de Indicatieve Niveaus voor Ernstige Verontreiniging (INEV). Met de INEV’s kunnen gemeenten en provincies bepalen waar de bodem ernstig verontreinigd is en of meer onderzoek nodig is. Als de concentraties onder de INEV’s blijven, zijn er doorgaans geen onaanvaardbare risico’s voor mens of milieu. 7.2.

Asbest

De interventiewaarde voor asbest in de grond is vermeld in de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013 en bedraagt 100 mg/kg d.s. gewogen asbestconcentratie (serpentijnconcentratie vermeerderd met tienmaal de amfiboolconcentratie). De aangetroffen concentraties voor asbestverdachte grondmonsters en aan asbestverdachte plaatmaterialen worden teruggerekend naar het in het veld geïnspecteerde volume en vervolgens getoetst aan de interventiewaarde bodemsanering. Indien tijdens de analyse van asbest in fijne fractie (< 20 mm) blijkt dat er in een monster niethechtgebonden asbest is aangetroffen en dat er losse vezels zijn aangetroffen in de fractie < 500 µm, wordt in de NEN 5898 geadviseerd een onderzoek naar het aantal respirabele vezels uit te voeren middels een Stereo Electro Microscoop (SEM) analyse. Als tijdens het onderzoek naar asbest in de grond een gewogen asbestgehalte van meer dan 1.000 mg/kg d.s. (hechtgebonden) en/of meer dan 100 mg/kg d.s. (niet-hechtgebonden) wordt aangetoond, moet op basis van de risicobeoordeling in de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013 eveneens een onderzoek naar de respirabele vezels worden uitgevoerd. Indien de gewogen asbestconcentratie groter is dan de halve interventiewaarde bestaat het vermoeden van een geval van ernstige bodemverontreiniging. Het uitvoeren van een nader onderzoek naar asbest in de grond is dan verplicht.

De hoogst berekende waarde binnen een (deel)locatie is hiervoor bepalend. Er is sprake van een geval van ernstige verontreiniging met asbest indien de berekende concentratie binnen een ruimtelijke eenheid hoger is dan de interventiewaarde/maximale samenstellingswaarde. Het vaststellen van de gemiddelde gewogen asbestconcentratie dient te worden uitgevoerd conform de NEN 5707/NEN5897. Als respirabele vezels in de toplaag (contactzone, of diepte graafwerkzaamheden) worden aangetoond en het gewogen gehalte van 10 mg/kg d.s. wordt overschreden is reeds sprake van “onaanvaardbare risico’s buiten”. Opgemerkt wordt dat het volumecriterium voor een bodemverontreiniging met asbest niet van toepassing is bij het vaststellen van de ernst.

Diverse (bodem)onderzoeken, Bleijenbeek 6A-8 te Afferden Rapportnr.: B22.8512A versie: 01 datum: 25 oktober 2022

14

8.

RESULTATEN 8.1.

Zintuiglijke waarnemingen

De bodem op onderzoekslocatie bestaat vanaf het maaiveld/onderzijde verharding tot maximaal 1,5 m-mv uit matig fijn, zwak siltig, lokaal matig humeus zand. Vanaf 1,5 m-mv tot circa 2,0 mmv is een sterk zandige leemlaag aanwezig. Hieronder is tot aan de maximale boordiepte van 3,7 m-mv matig fijn, zwak siltig zand aanwezig. Zintuiglijk zijn op de onderzoekslocatie diverse bodemvreemde bijmengingen aangetroffen, zoals weergegeven in tabel 8.1. Tabel 8.1: Zintuiglijke waarnemingen Boring/ proefgat PB104 B106 B107 B109

Diepte boring (m -mv) 3,50 0,50 0,50 1,00

B110 B113 B114 B115

0,50 1,00 1,00 1,00

Traject (m -mv) 0,50 - 1,20 0,15 - 0,50 0,15 - 0,50 0,00 - 0,50 0,50 - 1,00 0,00 - 0,50 0,12 - 0,50 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50

Grondsoort

Waargenomen bijzonderheden

Zand Zand Zand + Zand Zand Zand Zand Zand

Sporen baksteen Sporen baksteen Sporen baksteen Volledig grind Sporen baksteen Sporen baksteen, gestaakt op betonplaat Sporen baksteen Sporen baksteen Sporen baksteen, circa 11 gram asbestverdacht plaatmateriaal Sporen baksteen Volledig baksteen, volledig beton Sporen baksteen Sporen baksteen Sporen baksteen Sporen baksteen Sporen baksteen Sporen baksteen Sporen baksteen Sporen baksteen Sporen baksteen Sporen baksteen

B116 2,00 0,00 - 0,50 Zand B117 1,00 0,00 - 0,50 + B118 1,00 0,05 - 0,50 Zand B119 1,00 0,00 - 0,50 Zand B120 1,00 0,00 - 0,50 Zand B121 1,00 0,00 - 0,50 Zand B122 1,00 0,00 - 0,50 Zand B123 1,00 0,00 - 0,70 Zand B124 2,00 0,00 - 0,50 Zand B125 1,00 0,00 - 0,50 Zand B126 1,00 0,00 - 0,50 Zand B127 1,00 0,00 - 0,50 Zand Toelichting bij de tabel voor de bodemvreemde bijmengingen: Sporen < 1 % bodemvreemde bijmengingen; Volledig > 50 % bodemvreemde bijmengingen; + Betreft geen bodem.

Verder zijn tijdens de veldwerkzaamheden geen overige waarnemingen (zoals olie-water reacties ter plaatse van de voormalige bodembedreigende activiteiten) gedaan die kunnen duiden op de aanwezigheid van een bodemverontreiniging. De volledige boorprofiel beschrijvingen zijn opgenomen als bijlage 3. 8.2.

Laboratoriumwerkzaamheden en analyseresultaten

De analyses zijn uitgevoerd door het geaccrediteerde laboratorium van SGS Environmental Analytics B.V. te Rotterdam (grond, grondwater en asbest). De achtergrondwaarden voor grond zijn opgenomen in de Regeling bodemkwaliteit. De meest recente streef- en interventiewaarden voor grondwater en interventiewaarden voor grond zijn vermeld .in de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013 en worden gebruikt voor de toetsing van de analyseresultaten. De analysecertificaten zijn opgenomen als bijlage 4. Een volledig overzicht van de toetsings- en analyseresultaten voor de grond en het grondwater is opgenomen als bijlage 5. In tabel 8.2 is een overzicht opgenomen van de opmerkingen die aan de analysecertificaten zijn toegevoegd.

Diverse (bodem)onderzoeken, Bleijenbeek 6A-8 te Afferden Rapportnr.: B22.8512A versie: 01 datum: 25 oktober 2022

15 Tabel 8.2: Opmerkingen analysecertificaten Certificaatnummer Grond 13742387

(Meng-) monster

Parameter

Opmerking

Toelichting

M02

Minerale olie C30-C40

Er zijn componenten na C40 aangetroffen. Deze zijn niet van invloed op het gerapporteerde resultaat

Aangezien het gemeten gehalte voor minerale olie de achtergrondwaarde niet overschrijdt, wordt niet verwacht dat de eindconclusie van dit onderzoek hierdoor wordt beïnvloed.

Grond Verkennend bodemonderzoek Op basis van de onderzoeksopzet en de zintuiglijke waarnemingen tijdens de veldwerkzaamheden zijn diverse (meng)monsters samengesteld. Op basis van de zintuiglijke waarnemingen zijn twee extra mengmonsters samengesteld en geanalyseerd op een NEN-pakket. De (meng)monsters met bijbehorende analyses en resultaten zijn in tabel 8.3 weergegeven. Tabel 8.3: Overzicht (meng)monsters met bijbehorende analyses en resultaten (Meng) monster

Omschrijving

Boringen (traject in m -mv)

Analyse-pakket

Deellocatie A: Machineloods MM01 Bovengrond, zand Zintuiglijk: -

B101 (0,15 - 0,50) NEN, As, Cr B102 (0,15 - 0,50) PB104 (0,15 - 0,50) Deellocatie B, C, E: Smeerolieopslag, bestrijdingsmiddelenkast en afgewerkte olie M02 Bovengrond, zand PB105 (0,00 - 0,50) NEN, As, Cr, OCB Zintuiglijk: MM03 Bovengrond, zand B106 (0,15 - 0,50) NEN, As, Cr, OCB Zintuiglijk: sporen baksteen B107 (0,15 - 0,50) Deellocatie D: Bovengrondse dieseltank MM04 Bovengrond, zand B109 (0,50 - 1,00) MO B110 (0,00 - 0,50) Zintuiglijk: sporen baksteen Deellocatie F: Opslag kunstmest MM05 B111 (0,15 - 0,50) Bovengrond, zand ZW, As, Cr, NPK Zintuiglijk: B112 (0,15 - 0,50)

Algemene kwaliteit MM06 Bovengrond, zand Zintuiglijk: sporen baksteen MM07

Bovengrond, zand Zintuiglijk: sporen baksteen

MM08

Bovengrond, zand Zintuiglijk: sporen baksteen

MM09

Ondergrond, zand Zintuiglijk: -

MM10

Ondergrond, klei Zintuiglijk: -

B113 (0,12 - 0,50) B114 (0,00 - 0,50) B115 (0,00 - 0,50) B116 (0,00 - 0,50) B118 (0,05 - 0,50) B120 (0,00 - 0,50) B121 (0,00 - 0,50) B122 (0,00 - 0,50) B123 (0,00 - 0,50) B125 (0,00 - 0,50) B126 (0,00 - 0,50) B127 (0,00 - 0,50) B116 (0,50 - 1,00) B116 (1,00 - 1,50) B124 (0,50 - 1,00) B124 (1,50 - 2,00) PB105 (0,50 - 1,00) PB105 (1,00 - 1,50) PB108 (1,00 - 1,50) B116 (1,50 - 2,00) PB105 (1,50 - 2,00) PB108 (1,50 - 2,00)

Diverse (bodem)onderzoeken, Bleijenbeek 6A-8 te Afferden Rapportnr.: B22.8512A versie: 01 datum: 25 oktober 2022

Resultaten > AW < I >I -

-

HCB, MO, drins, DDT -

-

-

-

K2O: 350 mg/kg NKi: 490 mg/kg Fos: 540 mgP/kg

-

NEN, As, Cr

-

-

NEN, As, Cr

Zn

-

NEN, As, Cr

Cd

-

NEN, As, Cr

Mo, Ni

-

NEN, As, Cr

-

-

16 Toelichting bij de tabel 8.3: NEN De zware metalen barium [Ba], cadmium [Cd], kobalt [Co], koper [Cu], kwik [Hg], lood [Pb], molybdeen [Mo], nikkel [Ni] en zink [Zn], polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK, 10 VROM), Polychloor bifenylen (PCB) en minerale olie (MO), inclusief lutum en organische stof (humus); MO Minerale olie, inclusief lutum en organische stof (humus); OCB Organochloorbestrijdingsmiddelen, inclusief organische stof (humus) ZW De zware metalen barium [Ba], cadmium [Cd], kobalt [Co], koper [Cu], kwik [Hg], lood [Pb], molybdeen [Mo], nikkel [Ni] en zink [Zn] incl. lutum en organische stof (humus); NPK Fosfaat, kalium, kjeldahl-stikstof; K2O Kalium; Fos Fosfaat; NKi Stikstof Kjeldahl; As Arseen; Cr Chroom; AW Achtergrondwaarde; I Interventiewaarde; Niets aangetroffen / waargenomen.

Grondwater Conform de onderzoeksopzet zijn voor de locatie drie grondwatermonsters geanalyseerd. De grondwatermonsters met de bijbehorende analyses- en toetsingsresultaten zijn in tabel 8.4 weergegeven. Tabel 8.4: Peilbuizen met bijbehorende analyse- en toetsingsresultaten grondwater Peilbuis

Filterdiepte GWS pH EC Troebelheid Analysepakket Resultaten (m-mv) (m-mv) (µS/cm) (NTU) >S<I >I Deellocatie A: machineloods en algemene kwaliteit PB104* 2,50 - 3,50 1,95 5,9 414 154 NEN, As, Cr Ba, Ni Deellocatie B, C, E: Smeerolieopslag, bestrijdingsmiddelenkast en afgewerkte olie PB105 2,70 - 3,70 1,90 5,8 375 172 NEN, As, Cr Ba Deellocatie D: Bovengrondse dieseltank PB108 2,70 - 3,70 1,92 5,8 337 143 MO, BTEX Toelichting bij tabel 8.4: NEN Zware metalen (Barium [Ba], cadmium [Cd], kobalt [Co], koper [Cu], kwik [Hg], lood [Pb], molybdeen [Mo], nikkel [Ni], zink [Zn]), Vluchtige aromaten (benzeen, tolueen, ethylbenzeen, xylenen en naftaleen), vluchtige chloorkoolwaterstoffen (VOCl) en minerale olie (MO); MO Minerale olie BTEXN De vluchtige aromaten benzeen, tolueen, ethylbenzeen, xylenen en naftaleen; S Streefwaarde; I Interventiewaarde; * In combinatie met de algemene kwaliteit; Niets aangetoond.

De gemeten waarden voor de zuurgraad (pH), geleidbaarheid (EC) zijn niet afwijkend van een natuurlijke situatie. In de genomen grondwatermonsters uit alle 3 de peilbuizen is een hogere troebelheid gemeten dan voor natuurlijke troebelheid wordt verwacht (< 10 NTU). De peilbuizen hebben voldoende rusttijd gehad na plaatsing (minimaal een week). Daarnaast zijn de peilbuizen zorgvuldig en met een voldoende laag debiet (≤ 0,1 l/min) afgepompt zodat de grondwaterstand in de peilbuis minder dan 50 cm (niet belucht) zijn gedaald. Daarom wordt aangenomen dat er geen sprake is geweest van een verstoord bodemevenwicht tijdens monsterneming en dat de gemeten waarde voor de troebelheid een natuurlijke oorzaak hebben (zwevende stoffen als lutum of silt in het grondwater). Asbest Om een verontreiniging met asbest vast te stellen is er een maaiveldinspectie uitgevoerd en is per boring en/of proefgat de grove fractie (> 20 mm) van het vrijgekomen materiaal zintuiglijk geïnspecteerd op asbestverdachte materialen en puinrestanten. Hierbij zijn op het maaiveld geen asbestverdachte plaatmaterialen waargenomen. Ter plaatse van proefgat B115 is in de vrijgekomen grond zintuiglijk (fractie > 20 mm) wel asbestverdacht (plaat)materiaal aangetroffen.

Het aangetroffen asbestverdachte (plaat)materiaal is in het veld direct dubbel verpakt, gecodeerd en aangeboden aan het laboratorium voor analyse op de aanwezigheid van asbest conform de NEN5896:2003 (asbest in plaatmateriaal).

Diverse (bodem)onderzoeken, Bleijenbeek 6A-8 te Afferden Rapportnr.: B22.8512A versie: 01 datum: 25 oktober 2022

17 In tabel 8.5 zijn de analyseresultaten van het aangetroffen asbestverdachte (plaat)materiaal in de grond weergegeven. Tabel 8.5: Asbestverdacht (plaat)materiaal en percentage asbest conform analysecertificaat Boringen/ proefgaten

Monstercode

Massa (gram)

Materiaal

Hechtgebonden

Type*

B115

ASB-A-B115

10,95

Plaat

Ja

Chrysotiel

Schatting gewichtspercentage (%) 10-15

Gemiddeld gewichtspercentage (%) 12,5

Toelichting bij de tabel: * Chrysotiel (witte asbest) is een serpentijnasbest. Bij serpentijnasbest zijn de vezels gekruld. Crocidoliet (blauwe asbest) en amosiet (bruine) zijn een amfiboolasbest asbest. Bij amfiboolasbest zijn de vezels staafvormig en daardoor gevaarlijker. Daarom wordt de amfiboolconcentratie met een factor 10 verhoogd.

Op basis van de onderzoeksopzet en de zintuiglijke waarnemingen zijn vier grondmonsters samengesteld, waarvan 3 mengmonsters zijn aangeboden aan het lab voor analyse op asbest conform de NEN5898:2015 (asbest in grond in de fractie < 20 mm). De samenstelling van de grondmonsters met zintuiglijke waarnemingen en de bijbehorende analyses zijn in tabel 8.6 op de volgende pagina weergegeven. Tabel 8.6: Samenstelling grondmonsters asbest Monstercode

Proefgaten / boringen

Zintuiglijke waarnemingen

Traject (m -mv) Sporen baksteen 0,00 - 0,50 Sporen baksteen 0,00 - 0,50 Sporen baksteen 0,00 - 0,50 Sporen baksteen, asbesthoudend plaatje 0,00 - 0,50

MMASB101 B114, B116 MMASB102 B118 t/m B122 MMASB103 B123 t/m B127 MMASB104 B115 Toelichting bij de tabel: 1 Asbestanalyse conform NEN5898:2015: asbest in puin < 20 mm.

Soort

Analysepakket

Grond Grond Grond Grond

Asbest in grond (> 10 kg) Asbest in grond (> 10 kg) Niet geanalyseerd Asbest in grond (> 10 kg)

De resultaten van de geanalyseerde grondmonsters en de gewogen hoeveelheid asbest (< 20 mm, conform analysecertificaten) is weergegeven in tabel 8.7. Tabel 8.7: Overzicht onderzochte grondmonsters en gewogen hoeveelheid asbest < 20 mm conform analysecertificaat Monstercode

Soort

Hechtgebonden

Type*

Gemeten <20 mm (mg/kg d.s.) <2 <2 3,8

Totaal gewogen <20 mm (mg/kg d.s.) <2 <2 3,81

MMASB101 MMASB102 MMASB104 Board Ja Chrysotiel Toelichting bij de tabel: * Chrysotiel (witte asbest) is een serpentijnasbest. Bij serpentijnasbest zijn de vezels gekruld. Crocidoliet (blauwe asbest) en amosiet (bruine asbest) zijn een amfiboolasbest. Bij amfiboolasbest zijn de vezels staafvormig en daardoor gevaarlijker. Daarom wordt de amfiboolconcentratie met een factor 10 verhoogd; Niets aangetoond.

Aan de hand van de resultaten in de tabellen 8.5 en 8.7 en de waarnemingen in het veld (o.a. afmetingen proefgat, hoeveelheid asbesthoudende (plaat)materialen fractie > 20 mm, fractie puin > 20 mm) is de totaal gewogen asbestconcentratie in proefgat B115 berekend. In de overige proefgaten is zintuiglijk geen asbestverdacht (plaat)materiaal in de fractie > 20 mm aangetroffen. De complete berekening is opgenomen in bijlage 8 en de resultaten zijn weergegeven in tabel 8.8. Tabel 8.8: Totaal berekende asbestconcentratie Proefgat (traject in m-mv) B115 (0,00 - 0,50)

Gewogen asbestconcentratie fractie > 20 mm (mg/kg d.s.) 20,52

Diverse (bodem)onderzoeken, Bleijenbeek 6A-8 te Afferden Rapportnr.: B22.8512A versie: 01 datum: 25 oktober 2022

Gewogen asbestconcentratie fractie < 20 mm (mg/kg d.s.) 3,77

Totaal gewogen asbestconcentratie (mg/kg d.s.) 24,3

18

8.3.

Interpretatie analyseresultaten

Grond Deellocatie A: Machineloods In mengmonster MM01 van de zintuiglijk schone bovengrond (zand) zijn geen verhoogde gehalten voor de geanalyseerde parameters (NEN, arseen en chroom) aangetoond, ten opzichte van de betreffende achtergrondwaarden. Deellocatie B, C, E: Smeerolieopslag, bestrijdingsmiddelenkast en afgewerkte olie In monster M02 van de zintuiglijk schone bovengrond (zand) zijn licht verhoogde gehalten voor hexachloorbenzeen, minerale olie, drins en DDT aangetoond. De aangetoonde gehalten blijven ruim onder de interventiewaarden, alsmede onder de indexwaarde van 0,5 (norm voor nader onderzoek). In mengmonster MM03 van de bovengrond met sporen baksteen zijn geen verhoogde gehalten voor de geanalyseerde parameters (NEN, arseen en chroom) aangetoond, ten opzichte van de betreffende achtergrondwaarden. Deellocatie D: Bovengrondse dieseltank In mengmonster MM04 van de bovengrond met sporen baksteen is geen verhoogd gehalte voor minerale olie aangetoond, ten opzichte van de betreffende achtergrondwaarde. Deellocatie F: Opslag kunstmest In mengmonster MM05 van de zintuiglijk schone bovengrond (zand) zijn geen verhoogde gehalten voor de geanalyseerde parameters (zware metalen, arseen en chroom) aangetoond, ten opzichte van de betreffende achtergrondwaarden. Daarnaast is 350 mg/kg aan kalium, 490 mg/kg stikstof en 540 mgP/kg aan fosfaat aangetoond.

Algemene kwaliteit In mengmonster MM06 van de bovengrond met sporen baksteen (zand) en mengmonster MM10 van de zintuiglijk schone ondergrond (klei) zijn geen verhoogde gehalten voor de geanalyseerde parameters (NEN, arseen en chroom) aangetoond, ten opzichte van de betreffende achtergrondwaarden. In mengmonster MM07 van de bovengrond met sporen baksteen (zand) is een licht verhoogd gehalte voor zink aangetoond. Het aangetoonde gehalte overschrijdt de betreffende achtergrondwaarde, maar blijft ruim onder de interventiewaarde, alsmede onder de indexwaarde van 0,5. In mengmonster MM08 van de bovengrond met sporen baksteen (zand) is een licht verhoogd gehalte voor cadmium aangetoond. Het aangetoonde gehalte overschrijdt de betreffende achtergrondwaarde, maar blijft ruim onder de interventiewaarde, alsmede onder de indexwaarde van 0,5. In mengmonster MM09 van de zintuiglijk schone ondergrond (zand) zijn licht verhoogde gehalten voor molybdeen en nikkel aangetoond. De aangetoonde gehalten blijven ruim onder de interventiewaarden, alsmede onder de indexwaarde van 0,5. Grondwater Deellocatie A: machineloods i.c.m. algemene kwaliteit In het grondwatermonster uit peilbuis PB104 ter plaatse van de machineloods zijn licht verhoogde gehalten voor barium en nikkel aangetoond ten opzichte van de betreffende streefwaarden.

De overige onderzochte parameters zijn niet verhoogd aangetoond ten opzichte van de betreffende streefwaarden. Diverse (bodem)onderzoeken, Bleijenbeek 6A-8 te Afferden Rapportnr.: B22.8512A versie: 01 datum: 25 oktober 2022

19 Deellocatie B, C, E: Smeerolieopslag, bestrijdingsmiddelenkast en afgewerkte olie In het grondwatermonster uit peilbuis PB105 ter plaatse van de smeerolieopslag, bestrijdingsmiddelenkast en opslag afgewerkte olie is een licht verhoogd gehalte voor barium aangetoond ten opzichte van de betreffende streefwaarde. De overige onderzochte parameters zijn niet verhoogd aangetoond ten opzichte van de betreffende streefwaarden. Deellocatie D: Bovengrondse dieseltank In het grondwatermonster uit peilbuis PB06 ter plaatse van de voormalige bovengrondse olietank zijn geen verhoogde gehalten voor minerale olie en vluchtige aromaten aangetoond ten opzichte van de betreffende streefwaarden. Asbest Met de maaiveldinspectie zijn op het maaiveld zintuiglijk (fractie > 20 mm) geen asbestverdachte (plaat)materialen aangetroffen. Tijdens de veldwerkzaamheden is in het opgeboorde / opgegraven materiaal uit boring/proefgat B115 zintuiglijk circa 10,95 gram asbesthoudend (plaat)materiaal aangetroffen. Het asbesthoudende (plaat)materiaal uit de boring/proefgat B115 is in het lab beoordeeld als hechtgebonden board (chrysotiel). In het grondmonster MMASB104 van de bovengrond met sporen baksteen uit proefgat B115 (0,0-0,5 m-mv) is analytisch 3,81 mg/kg d.s. aan hechtgebonden chrysotiel asbest aangetoond. Het totaal berekende gehalte aan asbest voor B115 bedraagt circa 24,3 mg/kg d.s.

Het gehalte blijft hiermee onder de interventiewaarde (> 100 mg/kg d.s.) alsmede onder de norm voor nader onderzoek (< 50 mg/kg d.s.). In de grondmonsters MMASB101 (proefgaten B114 en B116) en MMASB102 (proefgaten V118 t/m B122) zijn geen gehalten voor asbest aangetoond (< 2 mg/kg d.s.).

Diverse (bodem)onderzoeken, Bleijenbeek 6A-8 te Afferden Rapportnr.: B22.8512A versie: 01 datum: 25 oktober 2022

20

9.

CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN 9.1.

Conclusies verkennend bodemonderzoek

Voor de onderzoekslocatie is voor de algemene kwaliteit en de voormalige bodembedreigende activiteiten de hypothese gesteld van een verdachte locatie met betrekking tot het voorkomen van een bodemverontreiniging. Algemene kwaliteit Op basis van de resultaten kan de gestelde verdachte hypothese formeel gezien worden verworpen, aangezien in zowel de boven- en ondergrond als het grondwater maximaal licht verhoogde gehalten voor de onderzochte parameters zijn aangetoond. De aangetoonde verhoogde gehalten betreffen overschrijdingen van de achtergrond- of streefwaarden. Aangezien de gestandaardiseerde meetwaarden de indexwaarden van 0,5 niet overschrijden, zijn geen vervolgstappen in het kader van de Wbb noodzakelijk. Voormalige bodembedreigende activiteiten Ter plaatse van de opslag smeerolie, afgewerkte olie en bestrijdingsmiddelenkast zijn licht verhoogde gehalten voor diverse OCB en minerale olie aangetoond in de grond. Er kan niet uitgesloten worden dat deze gehalten afkomstig zijn van de voormalige activiteiten. Aangezien geen nulsituatie bodemonderzoek bekend is kan geen vergelijking gemaakt worden met de bodemkwaliteit voorafgaand aan de bodembedreigende activiteiten. Het betreffen echter marginaal verhoogde gehalten (maximale index 0,21), waardoor ons inziens geen verdere onderzoeken danwel saneringen zinvol zijn.

Ter plaatse van de machineloods, bovengrondse dieseltank en opslag kunstmest zijn geen verhoogde gehalten voor de onderzochte parameters aangetoond in de grond. Ter plaatse van de opslag kunstmest is 350 mg/kg aan kalium, 490 mg/kg stikstof en 540 mgP/kg aan fosfaat aangetoond. In het grondwater zijn maximaal licht verhoogde gehalten voor de geanalyseerde parameters aangetoond. 9.2.

Conclusies verkennend onderzoek naar asbest

Voor het verkennend onderzoek naar asbest is op basis van de zintuiglijke waarnemingen tijdens de veldwerkzaamheden de hypothese gesteld van een verdachte locatie met betrekking tot het voorkomen van een verontreiniging met asbest. Op basis van de onderzoeksresultaten dient de gestelde hypothese formeel gezien te worden aangenomen, aangezien zowel zintuiglijk (fractie > 20 mm) als analytisch (fractie < 20 mm) asbest is aangetroffen. Het aangetroffen asbest en het berekende gehalte voor asbest (24,3 mg/kg d.s.) blijft echter onder de interventiewaarde (100 mg/kg d.s.) alsmede onder de norm voor nader onderzoek (50 mg/kg d.s.). In de overige proefgaten zijn zowel zintuiglijk als analytisch geen asbestverontreinigingen aangetroffen. Verhoeven Milieutechniek B.V. besteedt veel zorg aan de uitvoering van de veldwerkzaamheden, doch bestaat de mogelijkheid dat niet alle asbestverdachte plaatmaterialen zijn waargenomen. Het blijft derhalve mogelijk dat bij aantreffen van asbesthoudend plaatmateriaal de interventiewaarde in de praktijk toch wordt overschreden.

Diverse (bodem)onderzoeken, Bleijenbeek 6A-8 te Afferden Rapportnr.: B22.8512A versie: 01 datum: 25 oktober 2022

21

9.3.

Algehele conclusie en aanbevelingen

Met de uitgevoerde onderzoeken is, ons inziens, de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem (inclusief asbest) ter plaatse van de Bleijenbeek 6a-8 te Afferden in voldoende mate onderzocht. Tevens is de eindsituatie vastgelegd ter plaatse van de voormalige bodembedreigende activiteiten. Er bestaan geen bezwaren tegen de voorgenomen herontwikkeling en civieltechnische werkzaamheden op de locatie. Bij eventuele civieltechnische graafwerkzaamheden in de grond is geen veiligheidsklasse van toepassing volgens de CROW400. VMT heeft slechts een adviserende rol. Geadviseerd wordt om onderhavige rapportage voor te leggen aan het bevoegd gezag ter beoordeling. Voor de volledigheid wordt opgemerkt dat rekening moet worden gehouden met de resultaten van voorliggende onderzoeken en dienen bij ontgraven, afvoeren en toepassen elders altijd de regels van de Regeling en het Besluit bodemkwaliteit van toepassing zijn. Daarnaast kunnen gebiedsspecifiek zowel strengere als minder strenge eisen gelden.

Diverse (bodem)onderzoeken, Bleijenbeek 6A-8 te Afferden Rapportnr.: B22.8512A versie: 01 datum: 25 oktober 2022

22

10.

REFERENTIES 1. Nederlands Normalisatie Instituut, Delft 2009. NEN 5725:2017, norm Bodem - Landbodem Strategie voor het uitvoeren van vooronderzoek bij verkennend en nader bodemonderzoek. 2. Nederlands Normalisatie Instituut, Delft 2009. NEN 5740/A1:2016, Norm Bodem - Landbodem Onderzoeksstrategie bij verkennend bodemonderzoek, onderzoek naar de kwaliteit van de bodem en grond. 3. Nederlands Normalisatie Instituut, Delft 2015. NEN 5707/C2:2017, norm Bodem - Inspectie en monsterneming van asbest in bodem en partijen grond. 4. Ministerie van VROM en Verkeer en Waterstaat, Regeling bodemkwaliteit, Staatscourant, 20 december 2007, nr. 247 (inclusief rectificaties en wijzigingen hierop volgend). 5. Ministerie van VROM, Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013, Staatscourant, 27 juni 2013, nr. 16675 (inclusief rectificaties en wijzigingen hierop volgend).

Diverse (bodem)onderzoeken, Bleijenbeek 6A-8 te Afferden Rapportnr.: B22.8512A versie: 01 datum: 25 oktober 2022

Bijlage 1

Bijlage 1

Tekening: B22.8512A

Schaal: 1 : 50.000

Bron: CC-BY Kadaster; Topografische kaart van Nederland (uitgave 2016) Onderdeel: Situering in de regio

Bijlage 2

9

6304

899

607 926

k ee nb ije Ble

a

13

ee nb je ei

577

k

Bl

680

513

679

k ee nb ije Ble

15

1278

606

k

ee

nb

512

ije

Ble

a

15

1279 605

1068

1280

511

Ble ije nb k ee

k

nbee

Bleije 683 684

682

1281

7325

17

63

1282

Bleijenbeek

17a

1214 1215 1084

1085

1082 1083

k

nbee

Bleije

a

-14

14

534 1087

1086

1165 1088

536

1089

1202

1200

1166 1090 681

1105 1199 682

12

1092

nbeek

1091

Bleije

Bleije

nbeek 574

10 Ble

ijen

bee

k

1096 1095

1277

1094

1276

1275 1099 1102

1198

1103

Bl

ei

je

nb

ee

k

593

1295

1112

B22.8512A 1294

ek

enbe Bleij

1293

1292

8

1296

6a

1274

1112

enbe Bleij ek

1293

1292

8

6a

Bijlage 3

Bijlage 3

Boring:

B101

Boring:

B102

Datum:

27-9-2022

Datum:

27-9-2022

0 15

0 1 50

50

beton

0 15

0

Kernboor Zand, matig fijn, zwak siltig, neutraal bruinbeige, Edelmanboor

1 50

50

Boring:

B103

Boring:

PB104

Datum:

27-9-2022

Datum:

27-9-2022

0 15 17

0

beton

0 15

0

Kernboor Zand, matig fijn, zwak siltig, neutraal bruinbeige, Edelmanboor, 2de vloer

1 50

50

2 100

3 4

150

120

Kernboor Zand, matig fijn, zwak siltig, neutraal bruinbeige, Edelmanboor

beton Kernboor Zand, matig fijn, zwak siltig, neutraal bruinbeige, Edelmanboor Zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, sporen baksteen, neutraalbruin, Edelmanboor

150

Zand, matig fijn, zwak siltig, neutraal grijsbeige, Edelmanboor

200

Leem, sterk zandig, neutraal grijsbeige, Edelmanboor

5 200

beton

Zand, matig fijn, zwak siltig, neutraal grijsbeige, Zuigerboor handmatig

250

300 350

350

Boring:

PB105

Boring:

B106

Datum:

27-9-2022

Datum:

27-9-2022

0

0

braak

50 100

100 3

150

150 4 200

200

Zand, matig fijn, zwak siltig, laagjes leem, neutraal grijsbeige, Edelmanboor Leem, sterk zandig, neutraal grijsbeige, Edelmanboor Zand, matig fijn, zwak siltig, neutraal grijsbeige, Edelmanboor

250

300

350 370

Projectcode: B22.8512A getekend volgens NEN 5104

1 50

2

0

0

Zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, neutraalbruin, Edelmanboor

1

beton

15

Kernboor

50

Zand, matig fijn, zwak siltig, sporen baksteen, neutraal bruinbeige, Edelmanboor

Bijlage 3

Boring:

B107

Boring:

PB108

Datum:

27-9-2022

Datum:

27-9-2022

0 15

0 1 50

50

beton

Zand, matig fijn, zwak siltig, sporen baksteen, neutraal bruinbeige, Edelmanboor

0

0

Kernboor

braak Zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, neutraalbruin, Edelmanboor

1 50 2 100

100 3

150

150 4

200

200

Zand, matig fijn, zwak siltig, laagjes leem, neutraal grijsbeige, Edelmanboor Leem, sterk zandig, neutraal grijsbeige, Edelmanboor Zand, matig fijn, zwak siltig, neutraal grijsbeige, Edelmanboor

250

300

350 370

Boring:

B109

Boring:

B110

Datum:

27-9-2022

Datum:

27-9-2022

0

0

braak

0

Volledig grind, Edelmanboor 50

50 1

100

100

50

B111

Boring:

B112

Datum:

27-9-2022

Datum:

27-9-2022

0

1 50

getekend volgens NEN 5104

beton

15

Kernboor

50

Zand, matig fijn, zwak siltig, neutraal bruinbeige, Edelmanboor

Projectcode: B22.8512A

braak

50

Zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, sporen baksteen, matig grindhoudend, neutraalbruin, Edelmanboor, Gestaakt op Betonplaat

0

beton

Zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, sporen baksteen, neutraalbruin, Edelmanboor

Boring:

0

0

1

0 1 50

15

Kernboor

50

Zand, matig fijn, zwak siltig, neutraal bruinbeige, Edelmanboor

Bijlage 3

Boring:

B113

Boring:

B114

Datum:

27-9-2022

Datum:

27-9-2022

0 12

0 2

50

50 3

100

100

stelcon

Zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, sporen baksteen, neutraalbruin, Edelmanboor Zand, matig fijn, zwak siltig, neutraal bruinbeige, Edelmanboor

0

0

Kernboor

1 50

50 2 100

Boring:

B115

Boring:

B116

Datum:

27-9-2022

Datum:

27-9-2022

0

0 1 50

Opmerking:

50

gras

50

Zand, matig fijn, zwak siltig, neutraal bruinbeige, Edelmanboor

100

Golfplaat, 1st, 11gr 2 100

100

0

Zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, sporen baksteen, neutraalbruin, Edelmanboor

gras Zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, sporen baksteen, sporen grind, neutraalbruin, Edelmanboor

100

Zand, matig fijn, zwak siltig, neutraal bruinbeige, Edelmanboor

0

gras

1 50

2

Zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, sporen baksteen, sporen grind, neutraalbruin, Edelmanboor Zand, matig fijn, zwak siltig, neutraal bruinbeige, Edelmanboor

3 150

150 4

200

200

Boring:

B117

Boring:

B118

Datum:

27-9-2022

Datum:

27-9-2022

0

0

50

50

100

0 5

0

Volledig baksteen, volledig beton, Edelmanboor

1 50

50 Zand, matig fijn, zwak siltig, neutraal grijsbeige, Edelmanboor

1 100

braak

2 100

3

Leem, sterk zandig, neutraal grijsbeige, Edelmanboor

tegel Zand, matig fijn, zwak siltig, sporen baksteen, neutraal grijsbeige, Edelmanboor

80 100

Zand, matig fijn, zwak siltig, neutraal grijsbeige, Edelmanboor Leem, sterk zandig, neutraal bruinbeige, Edelmanboor

Projectcode: B22.8512A getekend volgens NEN 5104

Bijlage 3

Boring:

B119

Boring:

B120

Datum:

27-9-2022

Datum:

27-9-2022

0

0 1

50

50 2

100

100

gras Zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, sporen baksteen, neutraalbruin, Edelmanboor Zand, matig fijn, zwak siltig, neutraal bruinbeige, Edelmanboor

0

0 1

50

50 2 100

3

80 100

gras Zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, sporen baksteen, neutraalbruin, Edelmanboor Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, neutraal beigebruin, Edelmanboor Zand, matig fijn, zwak siltig, neutraal bruinbeige, Edelmanboor

Boring:

B121

Boring:

B122

Datum:

27-9-2022

Datum:

27-9-2022

0

0 1

50

50 2

100

100

gras

0

0

Zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, sporen baksteen, neutraalbruin, Edelmanboor

50

Zand, matig fijn, zwak siltig, neutraal bruinbeige, Edelmanboor

100

1 50

2

Boring:

B123

Boring:

B124

Datum:

27-9-2022

Datum:

27-9-2022

0

0 1 50

2 3

100

gras

0

Zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, sporen baksteen, neutraalbruin, Edelmanboor

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12667238/1