CConstaterende datBergen (L)
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlagen bij toelichting Bijlage 1 Historisch onderzoek en waardestelling actuele situatie kasteelruïne en landgoed

Gemeenteraad 30 mei 2023, gemeente Bergen (L)Bij agendapunt: Gewijzigd vaststellen bestemmingsplan landgoed Bleijenbeek e.o. 2022;16.109 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Niet gevonden in dit document.

STICHTING IN ARCADIË

HAALBAARHEIDSONDERZOEK HERBESTEMMING KASTEELRUÏNE BLEIJENBEEK TE AFFERDEN DEEL 1. HISTORISCH ONDERZOEK EN WAARDESTELLING ACTUELE SITUATIE KASTEELRUÏNE EN LANDGOED

14 februari 2014

COLOFON 14 februari 2014 Opdrachtgever:

Werkgroep Bleijenbeek p.a. Op de Spekt 19 5871BG Broekhuizenvorst

projectgebied:

Kasteelruïne en landgoed Bleijenbeek te Afferden

Opdrachtnemer:

Stichting in Arcadië te Amersfoort i.s.m. : Klement2 Rentmeesters te Gulpen

Stichting In Arcadië: ‘t Zand 44, 3811 GC Amersfoort T 033 4480035, info@stichtinginarcadie.nl w. www.stichtinginarcadie.nl Projectteam Stichting In Arcadië: Ir P. (Peter) Verhoeff Drs R.H.M. (Ronald) van Immerseel

Landschapsarchitect bnt Historicus

Klement2 Rentmeesters: Pesaken 26, 6271 PB Gulpen T 043 3233511, M. 06 30349979, E. jessica@klement2.com Projectteam Klement2 Rentmeesters: Ir. F. (Frank) Klement rentmeester Drs. J. (Jessica) Klement – van der Graaf bedrijfskundige

Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen of op welke manier dan ook, zonder schriftelijke toestemming van Stichting In Arcadië.

Afbeelding voorzijde: Kasteelruïne Bleijenbeek (foto: Peter Verhoeff, Stichting In Arcadië, mei 2013)

Stichting In Arcadië

Historisch onderzoek en waardestelling Bleijenbeek

14 februari 2014

INHOUD 1.

INLEIDING

5

2.

OUDSTE GESCHIEDENIS; PERIODE TOT 1600

7

3.

DE GROTE BOUWCAMPAGNE VAN ARNOLD SCHENCK VAN NYDEGGEN EN MARIA CATHARINA VAN HOENSBROEK; 1688-1709

11

BLEIJENBEEK IN HET BEZIT VAN DE FAMILIE VAN HOENSBROEK

19

4

4.1 Bleijenbeek in de 18e eeuw 4.2 Bleijenbeek in de 19e eeuw

5

BLEIJENBEEK ALS KLOOSTER; 1874-1912

29

5.1 De paters jezuïeten; 1874-1903 5.2 De zusters Ursulinen; 1909-1912

6

BLEIJENBEEK IN DIVERSE HANDEN; 1917-HEDEN

35

6.1 Leonardus Prins; 1917-1924 en Franz Lothar von und zu Hoensbroech; 1924-1937 6.2 Familie Jurgens; 1937-1944 6.3 Operation Veritable: van kasteel tot ruïne; februari 1945 6.4 Familie Jurgens; 1945-1990 6.5 Bleijenbeek sinds 1990

7

ACTUELE SITUATIE EN WAARDESTELLING

47

7.1 Inleiding 7.2 Beschrijving actuele situatie landgoed 7.3 Interpretatie en Waardestelling

8

AANDACHTSPUNTEN VOOR ONDERZOEK EN PLANVORMING

NOTEN LITERATUUR

3

57

Stichting In Arcadië

Historisch onderzoek en waardestelling Bleijenbeek

De tuin om de kasteelruïne met teruggesnoeide resten van taxushagen (foto sept 2013).

4

14 februari 2014

Stichting In Arcadië

Historisch onderzoek en waardestelling Bleijenbeek

14 februari 2014

1. INLEIDING De kasteelruïne Bleijenbeek is onderdeel van het landgoed Bleijenbeek te Afferden. Het landgoed ligt aan de rand van het Nationaal Park De Maasduinen. De kern van het landgoed bestaat uit de kasteelruïne en een omgracht terrein met restanten van tuinaanleg. Buiten de gracht ligt een imposante lanenstructuur. De landbouwgronden van het landgoed zijn enige jaren geleden ingericht als golfbaan. Het meest noordelijke en meest zuidelijke deel van het landgoed bestaat uit bos, dat aansluit op de uitgebreide boscomplexen van het Nationaal Park. Kader van het onderzoek Kasteelruïne en landgoed Bleijenbeek zijn eigendom van A.S.R. levensverzekeringen n.v.. In 2009 is de Stichting Kasteelruïne Bleijenbeek (SKRB) opgericht. SKRB is erfpachter / zakelijk gerechtigde van de kasteelruïne en zet zich om de ruïne te consolideren, herstellen, verbeteren en toegankelijk te maken en te houden als onderdeel van het landgoed. SKRB wil de natuurlijke en landschappelijke waarden en het culturele en maatschappelijke erfgoed in de ruimste zin van het woord bewaken en beheren en het publiek hier kennis van laten nemen. Behoud, ontsluiting en openstelling van de kasteelruïne en omgeving zijn het doel, maar hiervoor is een gezonde exploitatiebasis vereist.

SKRB wenst een haalbaarheidsonderzoek naar mogelijkheden voor ontwikkeling, exploitatie en beheer van natuur, cultuur- en leisurefuncties op het landgoed en rondom de ruïne. De opdrachtgever vraagt expliciet om breder te kijken dan alleen de kasteelruïne zelf, maar ook landgoed en het Nationaal Park De Maasduinen en de euregio in deze mee te nemen. Als basis voor dit haalbaarheidsonderzoek is in de afgelopen jaren een aantal onderzoeken uitgevoerd naar het maatschappelijke en culturele erfgoed van landgoed en ruïne en hun natuurlijke en landschappelijke waarden. Aanpak en onderzoekmethodiek Het voorliggende rapport vormt onderdeel van het project ‘Haalbaarheidsstudie herbestemming kasteelruïne Bleijenbeek’. Deze haalbaarheidsstudie wordt uitgevoerd in nauwe samenwerking met Klement 2 Rentmeesters uit Gulpen. Het eerste deel van dit project omvat een historisch onderzoek en waardestelling van de actuele situatie op landgoed Bleijenbeek (penvoerder: Stichting In Arcadië). Het tweede deel van het project omvat de toekomstvisie en het businessplan voor de exploitatie van de kern van het landgoed; de kasteelruïne en het omgrachte terrein (penvoerder: Klement2 Rentmeesters). Beide delen van het project worden opgeleverd in een eigen rapport.

Het voorliggende rapport betreft het historisch onderzoek naar de ontwikkelingsgeschiedenis en cultuurhistorische waardestelling van de bestaande situatie van het landgoed Bleijenbeek. Het onderzoek richt zich op de tuin - en parkaanleg op het landgoed en in het bijzonder op de directe omgeving van de kasteelruïne. Bouwkundig onderzoek naar de bebouwing maakt geen onderdeel uit van deze rapportage. In het laatste hoofdstuk worden aandachtspunten geformuleerd en aanbevelingen gedaan voor nader onderzoek en planvorming. Bescherming cultuurhistorische waarden Zowel de ruïne (monumentnr. 529986) als de tuin- en parkaanleg met lanenstructuur (monumentnr. 529987) zijn beschermd als rijksmonument. Samen vormen zij het complex historische buitenplaats Bleijenbeek (complexnr. 529985). Rondom de ruïne en verspreid over het landgoed staan een aantal naoorlogse nietbeschermde bijgebouwen en (dienst)woningen. Het kasteelterrein binnen de buitengracht heeft de kwalificatie ”terrein van zeer hoge archeologische waarde” en is geregistreerd als archeologisch monumentnr. 11123 met een oppervlakte van 17.387m 2. Het terrein is geen rijksmonument. De voormalige akker van boerderij Aldenhof, onderdeel van de golfbaan ten oosten van het kasteelterrein, betreft een terrein met sporen van bewoning (aardewerkvondsten) uit de Romeinse Tijd. De vondstlaag ligt onder het huidige esdek.

Dit terrein heeft de kwalificatie ”terrein van zeer hoge archeologische waarde” en is geregistreerd als archeologisch monumentnr. 11188 met een oppervlakte van 76.497m2. Dit terrein is geen rijksmonument. De provincie Limburg heeft de archeologie, bouwhistorie en de historische geografie geïnventariseerd en vastgelegd in de Cultuur Historische Waardenkaart Limburg. De inventarisatiegegevens van deze Cultuur Historische Waardenkaart hebben een informatieve en signaleringsfunctie, maar geen wettelijke status. Dankzegging Het voorliggende onderzoek is tot stand gekomen in nauwe samenwerking met de werkgroep ‘Herbestemming kasteelruïne Bleijenbeek’ en Klement2 Rentmeesters. Speciale dank gaat uit naar: prof. mr. E.C.M. Jurgens (voorzitter kasteelruïne Bleijenbeek), Ton Wijers en Rien van den Brand.

5

Stichting In Arcadië

Historisch onderzoek en waardestelling Bleijenbeek

Actueel Hoogtebestand Nederland. De pijlen geven de oude maasbedding (blauw) aan. www.ahn.nl

Afb. Bodemkaart

6

14 februari 2014

Stichting In Arcadië

Historisch onderzoek en waardestelling Bleijenbeek

14 februari 2014

2. OUDSTE GESCHIEDENIS; PERIODE TOT 1600 De vorm en vestigingsplaats van landgoed en kasteel Bleijenbeek is nauw verbonden met het landschap in deze regio. Het Actueel Hoogtebestand Nederland toont dat direct ten zuiden van Bleijenbeek een voormalige Maasarm heeft gelopen. Deze bedding is tot op heden als een lagergelegen gebied herkenbaar. Bleijenbeek ligt hiermee op de grens van twee Limburgse cultuurlandschappen; het cultuurlandschap van de rivierterrasontginningen en het dekzandlandschap. Het rivierterrassenlandschap bestaat uit grotendeels met zand bedekte ondergrond, doorsneden door beekdalen en oude Maasbeddingen, dat vanaf de Romeinse tijd vrijwel continu bewoond werd.1 De nederzettingen bleven beperkt tot het Maasdal met de Afferden en Bergen en bewoning langs de randen van de beekdalen. Het dekzandlandschap bestaat grotendeels uit zandgebieden met relatief geringe hoogteverschillen en stuifduinen. De bewoning was hier zeer extensief en deze dekzandgebieden werden pas gedurende de late Middeleeuwen (1000-1500) ontgonnen.2 Op de heide werden vrijstaande boerderijen met akkerkampen aangelegd. Tussen Heijen en Bergen zijn deze kampontginningen nog steeds zichtbaar. Grote delen van dit dekzandlandschap, waaronder de stuifduingebieden, werden echter pas vanaf de tweede helft van de 19e eeuw en in de 20e eeuw in cultuur gebracht.

De eerste gegevens voor de heerlijkheid Afferden stammen uit de 14e eeuw. In het midden van deze eeuw was de heerlijkheid in bezit van de aartsbisschop van Keulen (2/3e deel) en de heren van Cuyck (1/3e deel). De heerlijkheid Afferden werd in de tweede helft van de 14e eeuw door hen beleend aan respectievelijk de families Schenck van Nydeggen (2/3e deel) en Van Mirlaer (1/3e deel).3 In de 14e eeuw bevond zich in de Heerewaarden, de uiterwaarden van de Maas nabij Afferden, het “huys tot Aefforden”. 4 Deze burcht was in de tweede helft van de 14e eeuw in bezit van Hendrik Schenck van Nydeggen. Het kasteel Bleijenbeek komt voort uit het bezit van de Van Mirlaers. Wanneer de Van Mirlaers op de huidige locatie een huis hebben gebouwd is niet bekend. Maar in 1405 ruilt Lutgarda van Mirlaer haar bezittingen bij Afferden met Wynand Schenck van Nydeggen voor jaarlijkse inkomsten uit een belastingheffing die Wynand in de heerlijkheid Afferden als leenman van de Keulse bisschop bezat. Lutgarda’s bezit wordt dan omschreven als “guet en hof Blienbeke”. Archeologisch onderzoek heeft aangetoond dat in de tweede helft van de 14e eeuw een rechthoekig omgracht complex is aangelegd met een uitspringende rechthoekige toren. Afgaand op de geringe dikte van de fundering is het niet waarschijnlijk dat het hier een versterkt huis betrof.

Viersen concludeert dat het gebouw beschouwd moet worden als een met een gracht omgeven (verdedigbare) boerderij. 5 Deze 14eeeuwse gracht , de huisgracht, is in het laatste kwart van de 19e eeuw gedempt. De naam Blienbeke, wat heldere beek betekent, suggereert dat er een relatie is met de Eckeltse beek die ook als Bleijenbeek bekend staat. Oorspronkelijk verzamelde het water in de bovenloop zich op lage plekken waar uitgestrekte veengebieden ontstonden zoals het Gochse veen en Afferdense veen. Ter ontginning en afwatering van de ten oosten van het beekdal gelegen venen en vennen werd in de eerste helft van de 14e eeuw de Eckeltse beek vergraven. Voor de afwatering werd gebruik gemaakt van de natuurlijke laagte van de voormalige Maasarm. Het ligt voor de hand dat de bouw van een boerderij met een door deze beek gevoede gracht gesticht werd tijdens deze ontginningsperiode ter beveiliging van en controle over de verveningen. 6 Op een kaart uit 1730 is voor het eerst goed zichtbaar dat de Eckeltse beek twee lopen heeft waarbij de noordelijke loop de huisgracht zal hebben gevoed. Korte tijd later moet er een tweede boerderij gebouwd zijn iets ten westen van Bleijenbeek, namelijk de “Vogelech”.

Stichters waren de monniken van het Augustijner klooster Gaesdonck die de boerderij in 1441 in leen gaven aan ene Egbert van Doeyenbergh.7 Vanaf 1462 wordt Derick Schenck van Afferden als leenman genoemd. Sindsdien behoort de hoeve Vogelheeg bij het landgoed Bleijenbeek. Het Huis te Afferden van de familie Schenck van Nydeggen is vermoedelijk in 1387 gesloopt als gevolg van een overeenkomst tussen de graaf van Kleef en de hertog van Gelre.8 Ook het hof Bleijenbeek is in deze periode tot op het maaiveld gesloopt, mogelijk als gevolg van een verwoesting in lokale twisten. Te Bleijenbeek werd door de Van Mirlaers al snel begonnen met de nieuwbouw van een bescheiden verdedigbaar huis bestaande uit een verdedigbare woontoren met ca. 1 meter dikke muren op de plek van de voormalige 14e-eeuwse toren, een schildmuur (die niet voltooid werd) en bijgebouwen. De toren lag, evenals zijn voorganger, strategisch gezien ten opzichte van de enige doorgaande weg (Afferden-Goch ) door het laaggelegen natte stroomgebied van de Eckeltse beek. Inmiddels was Wynant Schenck van Nydeggen in 1403 door vererving eigenaar geworden van het grootste deel van de heerlijkheid Afferden en in 1405 verwerft hij van Lutgarda van Mirlaer het hof Bleijenbeek.

Wanneer Wynant in 1407 Bleijenbeek in leen opdraagt aan de bisschop van Keulen is er sprake van “Burchhuys ind hoifs van Blidenbeke mit yren zoebehoren vurs. ind mit aller vestongen ind bauwe die nu daran synt of hermails daran gemacht werden”.9 Vermoedelijk wilde Wynant centraler in zijn heerlijkheid zijn machtscentrum vestigen en heeft hij de gestarte nieuwbouw door de Van Mirlaers uitgebreid met een zaalvleugel tegen de westzijde van de

7

Stichting In Arcadië

Historisch onderzoek en waardestelling Bleijenbeek

14 februari 2014

Kasteel Bleijenbeek met vermoedelijk de aarden wal (zie pijl op de uitsnede) tussen huisgracht en buitengracht weergegeven op een kaart uit 1547 inzake een grensconflict tussen de heren van Bleijenbeek en het Nederambt van de stad Goch. Het westen is boven. Afb. overgenomen uit R. van den Brand, Siebengewald - Grepen uit 650 jaar verleden (Afferden 1984), 34 en 44. 8

Stichting In Arcadië

Historisch onderzoek en waardestelling Bleijenbeek

14 februari 2014

toren en een nieuwe vierkante toren aan de zuidzijde. Later in de 15e eeuw werd het kasteel verder versterkt met een schildmuur ter afsluiting van de binnenplaats en een ronde toren op de zuidwesthoek en een poortgebouw. Nog later, mogelijk begin 16e eeuw, volgde een oostelijke vleugel met dienstruimten. 10 Aangezien in 1407 het burchthuis in de hof van Bleijenbeek met alle versterkingen en bouwingen wordt vermeld is er vermoedelijk dan al sprake van een voorburcht of voorhof. Deze zal in de loop der eeuwen zijn aangepast en verbeterd tot het complex dat in 1738 door Jan de Beijer wordt getekend.11 In 1738 maakt de zuidgevel van de voorburcht nog een gesloten indruk met slechts enkele vensters en een ophaalbrug wat wijst op een oudere bouwdatum met verdedigbaarheid als belangrijk aspect. In de loop van de 15e eeuw werd het landgoed Bleijenbeek verder uitgebreid eerst in 1462 met de eerder genoemde hoeve Vogelheeg.

In 1489 verpandt ene Ryckart Wadden zijn iets ten oosten van de buitengracht van Bleijenbeek gelegen hoeve Aldenhof tegen een jaarlijkse rente van 7 gulden aan Johan Schenck van Nydeggen.12 In 1622 koopt Schenck van Nydeggen van de geërfden van Afferden de direct ten zuiden van het kasteel gelegen heide “schietende uit den eenen eint op den uitwech van den Aldenhof (…) ende met den andere eint op die Vogelhegg”.13 Wanneer de hoeves Boshof en Bulshees in bezit komen van Bleijenbeek is niet bekend. De oudst bewaard gebleven verpachtingen van beide hoeves door de eigenaren van Bleijenbeek stammen uit respectievelijk 1600 en 1693, maar het eigendom en stichtingsdatum gaan mogelijk verder terug. 14 Wanneer de buitengracht als extra fortificatie om het kasteel is aangelegd is niet bekend, maar vermoedens zijn er wel. Op een kaart uit 1547, waarop Bleijenbeek staat weergegeven, lijkt het kasteel omgeven te zijn door een aarden omwalling waarvoor de uit de buitengracht komende grond zal zijn gebruikt. Bleijenbeek was sinds 1530 in handen van Hendrik van der Lippe genaamd Hoen. In 1530 had de hertog van Gelre de nazaten van Dirk Schenck van Nydeggen, wegens de slechte staat van onderhoud van deze voor Gelre inmiddels belangrijke grensburcht, gedwongen Bleijenbeek aan Hendrik van der Lippe te verkopen.

Dat fortificatie geen overbodige luxe was blijkt uit de mislukte aanval in 1559 door een kleinzoon van Dirk op het kasteel. In 1576 deed Marten Schenck van Nydeggen, een achterkleinzoon van Dirk een hernieuwde poging, nu met meer succes. Maarten was een militair die tot 1576 in Staatse dienst was.15 Hierna verwisselde hij het Staatse kamp voor het Spaanse kamp en veroverde en passant Bleijenbeek waarvan hij meende dat hij op grond van zijn afstamming rechtmatig eigenaar was. Of zijn verwisseling van kamp ingegeven was door de verovering van het kasteel of dat hij omgekeerd het kasteel veroverde voor zijn nieuwe opdrachtgever is niet bekend. In 1585 wisselde Maarten wederom van kamp en werd weer Staats militair. Als gevolg hiervan werd de Bleijenbeek in 1589 na een twee maanden durend beleg ingenomen door de Koninklijke Spaanse troepen. Gezien de duur van het beleg zal het kasteel door Maarten aanzienlijk versterkt en zullen de fortificaties verbeterd zijn. Mogelijk is dus dat de buitengracht en een aarden omwalling aan de binnenzijde van de buitengracht pas tussen 1576 en 1589 zijn aangelegd. Het belang van buitengracht en omwalling lag er in dat geschut hiermee op verdere afstand kon worden gehouden en dus minder schade kon aanrichten.

Het bouwhistorisch en archeologisch onderzoek heeft aangetoond dat het kasteel na het beleg is hersteld.16 Sinds de aanleg van de buitengracht stroomde de Eckeltse beek aan de oostzijde in de buitengracht in stroomde aan de westzijde van de buitengracht verder door het Elzenbroek. Over de situatie tot de grote bouwcampagne in 1688 is weinig bekend. Van de tuinaanleg op Bleijenbeek is in deze periode weinig bekend. In de jaarlijkse rekeningen vinden we af en toe een glimp zoals in 1676 wanneer de “gardenier van Gogh mr. Niclaes” naar Bleijenbeek komt om “de grote heggen te somberen en het bindtwerck te fatsouneren”.17 Intrigerend is de opmerking over de “grote heggen” die op latere afbeeldingen steeds terugkeren en dus vermoedelijk als structuur al vanuit de 17e eeuw stammen. In de tweede helft van de 17e eeuw lag Bleijenbeek nog te midden van uitgestrekte heidevelden en moerassen. Een groot deel van deze heidevelden en moerassen werden gemeenschappelijk gebruikt door de inwoners voor de beweiding met vee. Nog in 1832 blijkt, volgens de Oorspronkelijk Aanwijzende Tafel behorend bij het Kadastraal Minuut Plan, het grootste deel van de heidevelden en inmiddels uitgeveende moerassen rondom Bleijenbeek in gemeenschappelijk bezit van de gemeente te zijn.

De kleine door houtsingels tegen verstuiving omgeven particuliere kampen die verspreid op de heide lagen (zoals de Burkel, de Zeven Boomen, de Berkekamp, de Wolfwinckel, In den Kelder etc..) tonen in 1832 een sterk versnipperd grondbezit bestaand in vele kleine percelen. Dit in tegenstelling tot de grote percelen behorend bij Bleijenbeek. Dit wijst er op dat Bleijenbeek vermoedelijk al vanuit de Middeleeuwen een rondom het kasteel geconcentreerd gebied bezat. Door overbegrazing van de gemeenschappelijke gronden in de middeleeuwen vervielen deze gemeenschappelijke bossen tot heide en struikgewas. Ook de heide veranderde vervolgens door het te intensieve gebruik in sommige gevallen tot stuifzandgebieden die vervolgens de landbouwgronden bedreigden. Over het algemeen behielden bosgebieden die tot het eigendom van kastelen behoorden door beter beheer en bescherming hun houtopstand. 18 Vermoedelijk is dit ook op Bleijenbeek zo geweest.

9

Stichting In Arcadië

Historisch onderzoek en waardestelling Bleijenbeek

14 februari 2014

Kasteel Bleijenbeek na de verbouwing in de periode 1688-1709. Rechts de in 1704 tegen de noordgevel aangebouwde kapel met alliantiewapen Schenck van Nydeggen-Van Hoensbroek. Afb. coll. Ton Wijers.

Het kernbezit van landgoed Bleijenbeek volgens de Oorspronkelijk Aanwijzende Tafel uit 1832 weergegeven op een recente luchtfoto.

10

Stichting In Arcadië

Historisch onderzoek en waardestelling Bleijenbeek

14 februari 2014

3. DE GROTE BOUWCAMPAGNE VAN ARNOLD SCHENCK VAN NYDEGGEN EN MARIA CATHARINA VAN HOENSBROEK; 1688-1709 Uit het bouwhistorisch en archeologisch onderzoek blijkt dat in het laatste kwart van de 17e eeuw een grootscheepse nieuwbouw heeft plaatsgevonden bestaand uit vier vleugels rondom een rechthoekige binnenplaats onder Arnold Schenck van Nydeggen en vanaf zijn huwelijk in 1694 ook door Maria Catharina van Hoensbroek. De werkzaamheden onder Arnold (en vanaf 1694 Maria Catharina) zijn te dateren tussen circa 1688 en 1709. De in de Tweede Wereldoorlog verloren gegane poortdeuren droegen het jaartal 1688. Het fronton boven de hoofdentree dat met de verbouwing samenhing end ateert van voor het huwelijk in 1694 bevat alleen het familiewapen Schenck van Nydeggen.19 Verder is bekend dat in 1694 en 1695 nog werkzaamheden plaatsvonden, respectievelijk de voltooiing van de Paradijszaal met jaartal in het stucplafond en een geschilderd plafond met jaartal in een zaal grenzend aan de aan na 1738 gebouwde westelijke torentje ( de “poeptoren”). 20 In deze periode werd tevens een houten galerijen op de binnenplaats vervangen door een stenen galerijen met bakstenen arcaden met daarboven gangen die vertrekken op de bel-etage ontsloten. De hardstenen bogen zijn destijds vervaardigd van hergebruikt 16e-eeuws materiaal.

De nieuwe gangen werden ontsloten door een nieuwe traptoren met helm en spits die tegen de noordelijke vleugel werd geplaatst. In 1704 werd aan de noordzijde van het kasteel in de gracht een kapel gebouwd in de as van de traptoren. De “meester schrijnwercker” die de kapel bouwde was Joannes Frere.21 De kapel werd een jaar na het overlijden van zoon, en enig kind, Christoffel Arnold Adriaan (1696-1703) gerealiseerd. Mogelijk is de kapel ter nagedachtenis van Christoffel gebouwd. Het alliantiewapen in de kapelmuur is van het echtpaar Arnold Schenck van Nydeggen en Maria Catharina van Hoensbroek. Korte tijd later werd het imposante lanenstelsel van Bleijenbeek aangelegd. Aangezien de Berkenlaan (de noordelijke laan) en de Spiegellaan (de zuidelijke laan) van Bleijenbeek en de laan langs de Aldenhof gericht zijn op de traptoren uit circa 1688 zal de aanleg verband houden met de grootscheepse verbouwing en verfraaiing van het kasteel tussen 1688 en 1704.

Een tweede aanwijzing die wijst op de aanleg van de lanen en het in cultuur brengen van de heidegronden is een post in het rekeningenboek van 1702 waarin het kapitale bedrag van 195 gulden 9 stuivers en 3 cent wordt betaald voor het “graftmaecken”, de aanleg van sloten.22 Wanneer in 1715 een inventarisatie van het bezit van Maria Catharina Schenck van Nydeggen geboren markiezin van Hoensbroek wordt gemaakt is er sprake van bij het kasteel gelegen “heijde nu ter deele tot landt gemaeckt ende ten deele

met eyckelen besayt oock by den voors. Huijse gelegen, soude naer gissinghe groot sijn hondert morgens doch heel slechten grondt.” 23 Mogelijk is de wal pas in deze periode geslecht en uitgevlakt over het terrein tussen buitengracht en huisgracht.

Het lanenstelsel dat werd aangelegd bestond uit een laan ten noorden van het kasteel door de akkergronden van het kasteel tot iets ten noorden van de boerderij Boshof. Ten oosten van het kasteel werd een laan aangelegd langs de Aldenhof als zichtlaan op het traptorentje. Ten zuiden van Bleijenbeek werd een laan aangelegd die in het verlengde van de zuidelijke kasteelsingel in westelijke richting langs de boerderij Vogelheeg voerde richting Moolenpoel en Afferden voerde. Ten zuiden van het kasteel werd bovendien de Spiegellaan aangelegd die over de Spiegelberg voerde en doodliep op het Helmeer. Het eerste gedeelte van de Spiegellaan was aan de oostzijde voorzien van een brede watergang. In het Spiegelbergerbos werden een aantal dwarslanen aangelegd. Opvallend hierbij is dat de meest zuidelijke dwarslaan gericht lijkt te zijn op de kerktoren van Afferden. Ten zuidoosten van het Helmeer werd eveneens een kaarsrechte laandijk aangelegd, in 1805 genoemd als de “Hoogen Weg” die aan de zuidzijde aantakte op een weg naar Bergen en aan de noordzijde aantakte op de weg van Afferden naar Baal. Tegelijk met de aanleg van deze lanen is een aantal doorgaande openbare wegen in de nabijheid van het kasteel zijn rechtgetrokken en van laanbeplanting van eiken met berken als ondergroei zijn voorzien. Dit betreft de weg van Afferden naar Baal (Dld.).

Ook het wegenstelsel ten zuidoosten van het kasteel om de Lege of Lage Heide, bestaand uit de Horsterbeekweg tot aan de Groote Horst (en het vervolg als Gochsedijk), de Baalsedijk en het verlengde van de dwarslaan over de Spiegelberg langs de zuidzijde van de Lage Heide. Ook het in westelijke richting afbuigende vervolg van de noordelijke laan richting Heijen is geheel beplant met eiken en berken. Ten westen van het kasteel lijkt de doorgaande weg richting Afferden over enkele stukken te zijn rechtgetrokken. Alleen langs het Elzenbroek en de Eckeltse beek direct ten westen van het kasteel behield de weg zijn oude slingerende verloop maar was eveneens als laan beplant. Mogelijk had dit te maken met het waardevolle gemeenschappelijke bezit van het Elzenbroek door de gemeente in tegenstelling tot de heidegronden. Al deze wegen zijn vóór 1730 aangeplant als laan zoals valt af te leiden van een kaart van het landgoed uit 1730. Op de kaart staan bij deze doorgaande wegen genoteerd hoeveel eiken en berken hier aanwezig waren in 1730. Vermoedelijk had Schenck van Nydeggen met het verbeteren en voor zijn kosten rechttrekken van deze wegen het voorpootrecht verworven. 11

Stichting In Arcadië

Historisch onderzoek en waardestelling Bleijenbeek

14 februari 2014

De noordzijde van het kasteel omstreeks 1920. Duidelijk zichtbaar de taxushaag langs de droge huisgracht en fruitbomen langs de paden. Foto coll. Ton Wijers.

12

Stichting In Arcadië

Historisch onderzoek en waardestelling Bleijenbeek

14 februari 2014

In 1709 erfde Catharina Maria Schenck van Nydeggen- van Hoensbroek kasteel Bleijenbeek nadat haar echtgenoot Arnold overleden was. Hun zoon Christoffel Arnold Adriaan (1696-1703) had zichzelf bij het spelen met een geladen geweer in 1703 doodgeschoten waardoor er geen nazaten waren. Uit een beschrijving van haar bezit, opgemaakt in 1715, blijkt dat zij de gehele heerlijkheid Afferden bezat;

“Het huijs geheten Blijenbeek mett alle sijne rechten, goederen ende alle andere toebehoort oock die twee derden deelen der heerlijckheijdt Afferden bezat [ het andere 1/3e deel bezat zij ook] met den hoge ende lege gerichte aenstellen van scholtis, schepenen, secretaris, bode ende andersints, renten, goederen, lande, sande, heyde, weyden, aen de Maese ende elders gelegen, bosch, broeck, visscherijen, wiltbaenen, turffvennen, met allen anderen toebehoor, neffens eenen koorendwanckmolen, d’ackerlanden bij den voors. Huijse Blijenbeek gehoorende sijn groot ongevehr dertigh klijne morgen. Het broeck bij den selven huijsen gelegen, moras, holtgewass ende heijde nu ter deele tot landt gemaeckt ende ten deele met eyckelen besayt, oock by den voors. Huijse gelegen, soude naer gissinghe groot sijn hondert morgens doch heel slechten grondt. Item hooren bij dessen huijsen noch vier bouwhooven daer rontom gelegen, geheten den Aldenhoff, die Vogelbeeck, op den Nijenbosch Boshof], ende op die Bulshees, sonder dat men weet hoeveel morgens dat die groot zijn en schieten alle metter eenere sijden aen die gemeynte ende metter andere sijden aen d’erven van den alten huijse Blijenbeek.

Item horen hierbij nog twee hoven nu maer eenen sijnde den anderen tot bosch gemaeckt nu genoemt wordende de Vijerst gelegen tusschen Bleijenbeek en heijden rondtom in de gemeijnte (vermoedelijk een tot bosperceel gemaakt boerenerf iets ten oosten van de Molenweg dat in 1832 Afferden sectie C, 7e blad perceel nr. 565)

nog bekend staat als “Nieuw Bosschen”.24

Verder behoorden bij Bleijenbeek nog de verder weg gelegen boerderijen “Vrijenhoff”, “aen Gen Eyndt”, “de Vlammert”, “het Hofken in’t Nieuwdorp” en de molen met het “Meulenhuys”. In de beschrijving is er sprake van “bosch” en “wiltbaenen” die zich vermoedelijk bevonden op en rondom de Spiegelberg ten zuiden van het kasteel. Het is verder op zijn minst opvallend dat vrijwel alle bossen rondom Bleijenbeek op de Tranchotkaart uit 1805 tot het grondbezit behoorden van Bleijenbeek. De verdere omtrek bestaat uit gemeenschappelijke heide en de eerdergenoemde verspreide particuliere kampen.

13

Stichting In Arcadië

Historisch onderzoek en waardestelling Bleijenbeek

14 februari 2014

Ridderzaal (noordvleugel) met schoorsteenpartij en het wapen Van Hoensbroek

De binnenplaats met poortdoorgang en galerij Foto’s interieur van het lege kasteel omstreeks1910. Deze serie geeft een goed beeld van het interieur zoals dat rond 1700 werd gerealiseerd. Foto’s coll. Ton Wijers. 14

Stichting In Arcadië

Historisch onderzoek en waardestelling Bleijenbeek

De Paradijszaal op de beletage van de westvleugel met het rijk geornamenteerde plafond

Kapel, aansluitend op de Ridderzaal

De schoorsteenpartij in de Paradijszaal

15

14 februari 2014

Stichting In Arcadië

Historisch onderzoek en waardestelling Bleijenbeek

14 februari 2014

Manuscriptkaart 1730 Kaart overgenomen uit R. van den Brand en S. Frankowitz, Das Findbuch zum Archiv schloss Haag (2008), nr. 110-111. 16

Stichting In Arcadië

Historisch onderzoek en waardestelling Bleijenbeek

17

14 februari 2014

Stichting In Arcadië

Historisch onderzoek en waardestelling Bleijenbeek

Afb. Jan de Beijer, 1738. Coll. Rijksdienst Cultureel Erfgoed objectnr. 1.795

18

14 februari 2014

Stichting In Arcadië

Historisch onderzoek en waardestelling Bleijenbeek

14 februari 2014

4 BLEIJENBEEK IN HET BEZIT VAN DE FAMILIE VAN HOENSBROEK Via Maria Catharina Schenck van Nydeggen- Van Hoensbroek vererfde landgoed Bleijenbeek op de familie Van Hoensbroek. In 1733 werd haar broer Willem Adriaan eigenaar van haar bezittingen, waarbij Maria Catharina wel het vruchtgebruik hield. Na de dood van Willem Adriaan werd zijn zoon Arnold Frans van Hoensbroek eigenaar. De familie Van Hoensbroek zou Bleijenbeek in bezit houden tot 1937. De Van Hoensbroeks woonden in de 18e en 19e eeuw op Schloss Haag en gebruikten hun andere kastelen waaronder Hillenraad en Bleijenbeek amper.

4.1 BLEIJENBEEK IN DE 18E EEUW In het archief van Bleijenbeek bevindt zich een manuscriptkaart uit ca. 1730 waarop Bleijenbeek en omgeving staat weergegeven. Hoewel de kaart voor wat betreft de verhoudingen en afstanden niet erg nauwkeurig is, valt uit de kaart het nodige af te leiden. Goed zichtbaar zijn de rond 1688 door Schenck van Nydeggen aangelegde lanen en beplante doorgaande wegen. Bij de aansluiting van de Horsterbeekweg op de entree naar het kasteel, de locatie van de huidige kapel, staat een kruis weergegeven. Dit wijst er op dat hier in 1730 al een wegkruis of kapel zal hebben gestaan. De indeling van de tuin tussen buitengracht en huis gracht is helaas niet weergegeven. Wel is aan de oostzijde een tuinmuur met poort of mogelijk een brug zichtbaar ter hoogte van de verbinding tussen beide grachten. Aan de westzijde van de buitengracht bevindt zich een grote door een sloot of gracht omgeven kasteelboomgaard. De boomgaard lijkt geheel omgeven te zijn door een schutting. De entree tot de kasteelboomgaard is een poortgebouwtje bij de zuidwesthoek van de buitengracht. In het Elzenbroek is een eikenplantage aangelegd met “588 eycken”. Aan de oostzijde, tussen de buitengracht en de Aldenhof, ligt omsloten door de beide lopen van de Eckeltse beek een “Hoppengarten” en “gaerdt”.

Verder in oostelijke richting zijn diverse percelen bos zichtbaar die gezien hun geometrische vorm plantages betreffen. In zuidelijke richting liggen de bossen op de Spiegelberg. Interessant is de weergave van een gebouwtje met de vermelding “vogelheerd” iets ten noorden van de zichtlaan op de kerktoren van Afferden. De term vogelheerd suggereert dat zich hier in 1730 een vinkenbaan bevond. Op de kaart uit 1730 is voor het eerst goed zichtbaar dat de Eckeltse beek twee lopen heeft. De meest noordelijke beek wordt door de buitengracht geleid. Ten zuiden hiervan is een tweede loop zichtbaar die duidelijk gekanaliseerd en rechtgetrokken is. Deze loop buigt tussen de boerderij Aldenhof en buitengracht af in zuidelijke richting en stroomt verder ten zuiden van de buitengracht. Iets ten oosten van de Spiegellaan is in de beek vermoedelijk een brug zichtbaar op de kaart uit 1730. Ter hoogte van ’t Rimpelt komen beide armen weer samen. De eerste duidelijke 18e-eeuwse afbeelding van het huis Bleijenbeek stamt uit 1738 en is gemaakt door Jan de Beijer. Hoewel De Beijer bekend staat om zijn betrouwbare en realistische weergaves, concludeerde Viersen in zijn bouwhistorisch onderzoek al dat Bleijenbeek onnauwkeurig is weergegeven. Wat geldt voor het gebouw geldt ook voor de omgeving.

De tekening biedt vanuit het zuidwesten een blik op het complex waarbij de tuinindeling niet zichtbaar is door de weergegeven haag. De haag op het terrein tussen huisgracht en buitengracht is een constante die ook in later eeuwen op afbeeldingen steeds voorkomt. Op de voorgrond, direct achter de haag met boomsingel, ligt de buitengracht. Tussen het huis en de veel te ondiep weergegeven voorburcht ligt de huisgracht. De boerderij op de voorburcht is met rieten dak weergegeven. Het kleine torentje (de “poeptoren”) ontbreekt op de tekening door de Beijer en zal dus van na 1738 stammen. In 1753 werd Arnold Frans van Hoensbroek door het Hof van Gelre teruggefloten als heer van Afferden en Bleijenbeek. De klacht was dat hij “als Heere aldaer sich tracht toetematigen het recht van permissie te verleenen

tottet vercoopen ende afgraven van gemeentens, voorts van over dergelijcke gronden die geenen particulieren Eijgenaer hebben naer sijn welgevallen te disponeeren dat denselven die oock werckelijck sonder kennis ende Voorweeten der Geerfden” te verkopen.25 De eigenaar van Bleijenbeek stelde zich op als eigenaar van de gemeenschappelijke gronden en werd door het Hof van Gelre hierin in het ongelijk gesteld. De gevolgen waren groot en leidden tot een sterkere positie van de geërfden zoals verderop zal blijken.

In 1761 wordt kasteel Bleijenbeek met “getimmer, garthen, jacht ende Vischerij oock die darige laenderijen omtrent die sestig morgen” door Frans Lothar van Hoensbroek voor 6 jaar verpacht aan Karel baron van Heyden Rijnestein.26 In de verpachtingsakte komt ook, zij het zijdelings, de tuin aan bod. Zo is opgenomen dat Van Heyden Rijnestein de “oude schranck ende houten werck tot haeren afbaekeninge die wegh in dem Bosch (…) voor sijn plaisir wieder in staend setten mag” . Met andere woorden de Spiegellaan was geen openbare weg en Van Heyden Rijnestein mocht deze naar eigen blieven afsluiten met een slagboom. Van Heyden Rijnestein mocht van Van Hoensbroek verder geen schapen ”in Meine Bosch ofte gehoudwas laten te driven”. Het scheren van “Alle 19

Stichting In Arcadië

Historisch onderzoek en waardestelling Bleijenbeek

14 februari 2014

2

1

Manuscriptkaart uit 1769 met schematisch weergegeven het Elzenbroek met de beide lopen van de Eckeltse beek als begrenzing. Rechts het kasteel (1) met de kasteelboomgaard (2). Archief Schloss Haag, nr. 550.

Ontwerp voor het “Broederbosch” uit 1788. Archief Schloss Haag, nr. 519. 20

Stichting In Arcadië

Historisch onderzoek en waardestelling Bleijenbeek

14 februari 2014

heggen um garthen” kwam voor rekening van Van Heyden Rijnestein. Deze had dan wel het gebruik van de “Garden alsoock boomgarten sonder daerinne verhanderinge te moogen maecken”. In 1769 werd een contract opgesteld tussen de eigenaar van Bleijenbeek en de gemeente van Afferden namens de geërfden over diverse gebieden die oorspronkelijk tot de gemeente behoorden en waarvan de eigendom nu werd betwist door Van Hoensbroek.27 Allereerst betrof dit het bosgebied “beplant met jonge eijcke heijsters en

struijck, elsen als andersints in wandeling geheeten dat elsenbroeck gelegen ontrent en bij den adelijcken casteele Blijenbeek tusschen de bouwhoven de Vogelhegg en de Bulshees welcker erven dar sijn aenschietende, voorts neffens die gemeene beeke komende uijt de heijde en loopende tot in de reviere de Maese. Welck genoemt elsenbroeck bij onverdenkelijcke tijden door de hoog adelijke Besitteren van gemelt casteele Blijenbeek sijnde worden geapteert tot beplantinge van boomen en struijck Holtz het langs de beek liggende Elzenbroek ten westen van het kasteel tussen de Vogelheeg en de Bulshees gesloten.” De Van Hoensbroeks bezaten al het voorpootrecht en het recht op het “staand slaghout” in het Elzenbroek en eigenden zich nu het bezit van het

Elzenbroek toe. De Van Hoensbroeks boden aan een bedrag van 100 Cleefse daalders te betalen en tevens “voor altijt” de gemeenschappelijke beek jaarlijks te zullen schoonmaken in ruil voor de “vrije possessie” van het Elzenbroek. Vermoedelijk ging de gemeente niet akkoord want pas in 1832 kwamen de gemeente Bergen en Clemens Wenceslaus van Hoensbroek in een voorlopige contract overeen, dat in 1836 notarieel werd vastgelegd, dat de markies voor 1.500 gulden eigenaar werd van het gehele Elzenbroek, de kadastrale percelen D141 t/m D 144.28 Het tweede geschilpunt waarvoor een akkoord moest worden gesloten betrof de heide ten noordwesten van de hoeves Bulshees en Boshof. Op de kaart uit 1730 is hier al een strook hakhout met enkele opgaande bomen weergegeven. Vermoedelijk was de gemeenschappelijke heide hier door overbegrazing met schapen door de geërfden veranderd in “vliegende sandtbergen”.

De grens van de heide met de grote akker tussen Boshof en Bulshees diende verder “beplant te woorden met struyck hout, of boomen, ten eijnde die sandvlugt mogte gekeert worden tot voorkominge van overgrooten schaede” aan de akkers zo schreef de rentmeester van Van Hoensbroek.29 De eigenaar van Bleijenbeek stelde de gemeente voor de grond op eigen kosten te beplanten mits “voor altijt het profijt en genot van die beplanting sal hebben, en blijvend behoudende sonder dat de gemeente daer recht sal hebben of gewinnen”. Het antwoord van de gemeente was duidelijk. Van Hoensbroeks mocht planten en het hout voor eigen gebruik reserveren, zoals alle geërfden dit op de “infertile gronden” mochten. Maar dat hij “dit hout (…) met den grond, als eijgen landen behouden, is geheel nul en van onweer-

den, alsoo de gemeijnte onbevoeght is ieth van gronden te connen weghgeven, maer moet alles ten proufijtte van de gemeijnte ende teghens betaelinghe van cooppeninghen ende schattinghe vercoght worden”.

Vermoedelijk heeft Van Hoensbroek in 1769-1770 inderdaad een strook grond langs de stuifzand op de grens met zijn akkers aangekocht en verder beplant. De Tranchotkaart uit 1805 laat zien dat op de grens tussen heide en het bouwland van Van Hoensbroek een strook met bebossing of struikhout staat weergegeven. Op het Kadastraal Minuut Plan, waarvoor de terreininmeting in 1821 gereed kwam, is deze aanplant gekarteerd en afgescheiden van de gemeenschappelijke woeste gronden.30 Op de eerste kadastrale legger uit 1832 blijken de percelen in bezit te zijn van Clemens Wenceslaus van Hoensbroek. Het areaal aan bossen hakhout moet in deze tijd inmiddels behoorlijk zijn uitgebreid. Een staat van activa en passiva van Bleijenbeek uit 1777 beschrijft de houtopbrengst als volgt; “aen houtgewas zoo slaghout als

boomen soude d’een jaer door het andere konnen opbrengen f. 1.000”.

In 1779 werd Bleijenbeek binnen de familie verpacht aan Franz Hendrik van Hoensbroek. 31 In 1783 gebeurde dit wederom. Vanaf 1786 huurde Joseph van Hoensbroek, domheer te Trier Bleijenbeek tot na 1810. 32 Joseph verbleef veelvuldig op Bleijenbeek. Veel van zijn honderden brieven aan familieleden zijn verstuurd vanaf Bleijenbeek.33 In 1788 besloten drie broers Van Hoensbroek, te weten Leopold, Johan Frederik en Joseph gezamenlijk een groot rechthoekig stuk heide ten noorden van Bleijenbeek te ontginnen en als bosaanplant in gebruik te nemen. De wijze van ontginning van de heide tot bos door de Van Hoensbroeks en de inspanningen die dit kostte zijn goed te volgen aan de hand van de bewaard gebleven kostenoverzichten van het Fratelli- of Broederbos. De gezamenlijke onderneming waarvan de gehele boekhouding en het ontwerp voor de aanleg bewaard is gebleven kreeg de toepasselijke naam Broederbos, ook wel Broedermansbos of Fratellibos genaamd. 34 Dit bos is in feite de eerste grootschalige heideontginning tot bos op de heide ten noorden van Bleijenbeek. De rechthoekige structuur van wallen en lanen is tot op heden nog deels herkenbaar. Deze oorspronkelijke ontginning is later naamgever geworden van het gehele eind 19e en eerste helft 20e eeuw aangeplante gelijknamige bos.

21

Stichting In Arcadië

Historisch onderzoek en waardestelling Bleijenbeek

14 februari 2014

Blad 13 van de Tranchot-Müfflingkaart uit 1805 met de bosgebieden (gestippeld), akkers (wit) en de lanen. Goed zichtbaar het belang van het Spiegelbergerbos in de aanleg.

Verzamelblad van het Kadastraal Minuut Plan gemeente Bergen, 1821 (nb. het noorden is links). De hoofdtoegang wordt gevormd door de “chemin de Bleijenbeek” . 22

Stichting In Arcadië

Historisch onderzoek en waardestelling Bleijenbeek

14 februari 2014

4.2 BLEIJENBEEK IN DE 19E EEUW De vroegste 19e-eeuwse kaart waar het landgoed op staat weergegeven stamt uit 1805 en betreft blad 13 van de Tranchotkaart. Het kasteel staat met zijn muurwerk in het water van de huisgracht. Daaromheen ligt een veel bredere min of meer vierkante buitengracht. Het terrein tussen de huisgracht en de buitengracht lijkt op de Tranchotkaart door een padenstelsel in vakken te zijn gedeeld wat een tuinaanleg suggereert. De weergave op de Tranchotkaart met paden die de tuin in vakken deelt tonen een grote mate van overeenkomst met de aanleg op een luchtfoto uit 1944. De zuidoosthoek bestaat uit een imposante voorburcht met bijgebouwen die in twee carrés twee binnenpleinen omsluiten. Opvallend is dat de brug over de gracht niet in het verlengde van de as van de Spiegellaan ligt. Zoals hierboven al gesteld lijnen de in of kort na 1688 aangelegde lanen uit op het torentje en is bij de verbouwing van het kasteel in deze jaren de oudere voorburcht gehandhaafd. Van een omlopende laan langs de buitenzijde van de buitengrachten is geen sprake. Vanaf de Horsterbeekweg voert een laan langs de oostzijde van de buitengracht en sluit hier aan op de laan naar de boerderij Vogelheeg en Aldenhof. Tussen deze laan en de buitengracht is het poortgebouw van de boomgaard weergegeven dat iets ten westen van de brug staat.

Op het Kadastraal Minuut Plan uit 1821 en een aquarel van A.F.L. ten Berge uit 1889 is dit gebouw zichtbaar. Als de omgeving van het kasteel nader wordt bekeken valt direct op dat Bleijenbeek nog steeds te midden van uitgestrekte woeste gronden ligt. Direct rondom het kasteel liggen productiegronden en bossen met elkaar verbonden door een lanen. De vier boerderijen rondom het kasteel liggen ieder aan een akker. Direct ten zuiden van het kasteel bevindt zich aan weerszijden van de laan een complex van weilanden en een strook weiland langs de Eckeltse beek bij de Aldenhof. De belangrijkste bosgebieden zijn het Broederbos aan de noordzijde, een perceel bos ten noordoosten van het kasteel, het bos ten oosten van de akker van den Aldenhof, het Spiegelbergerbos aan de zuidzijde en het Elzenbroek aan de westzijde. De eerste betrouwbare kartering van landgoed Bleijenbeek betreft het Kadastraal Minuut Plan. Deze eerste kadastrale inmeting van Bleijenbeek stamt officieel uit 1832. Volgens het opschrift van het verzamelblad van het Kadastraal Minuut Plan van de gemeente Bergen is het gebied gekarteerd in 1821. De bijbehorende Oorspronkelijk Aanwijzende Tafel die het grondgebruik en de eigendomssituatie weergeeft stamt uit 1832.

Op het verzamelblad is voor het eerst goed zichtbaar dat de hoofdentree naar Bleijenbeek, op de kaart genoemd als de “chemin de Bleijenbeek” vanuit het zuiden (vanaf Bergen) gevormd wordt door de laandijk “Hoogen weg” en in noordelijke richting overgaat in een gebogen laandeel langs de Aldenhof dat naar brug over de buitengracht voert. Dit gebogen laandeel ligt op de oeverwal van de oude maasbedding. Op het verzamelblad staan alleen de doorgaande wegen aangegeven zoals de Horsterbeekweg (genoemd als “Gochsen Dijk”), de dwarslaan door het Spiegelbergerbos (genoemd als de “chemin d’Afferden à Baal”) en de Berkenlaan (genoemd als “Bleijenbeek”). Opvallend genoeg staat de Spiegellaan niet weergegeven wat overeenkomt met de eerdergenoemde slagboom die Van Heyden Rijnestein mocht plaatsen. Deze laan was alleen als zichtlaan in gebruik bij de eigenaren van Bleijenbeek. Wanneer naar de meer gedetailleerde minuutplans wordt gekeken wordt het huis genoemd als “kasteel’ (nr. 111). Op het Kadastraal Minuut Plan is duidelijk zichtbaar dat de hoofdentree van het kasteel, de brug over de huisgracht, de entree van de voorburcht en de brug over de buitengracht in een as liggen. De huisgracht (nr. 109 “vijver”) heeft aan de noordzijde een gebogen vorm en staat aan de oostzijde in verbinding met de buitengracht.

Het onbebouwde deel van het terrein tussen huisgracht en buitengracht wordt opvallend genoeg kadastraal omschreven als “tuin”, wat moestuin betekent. Wanneer sprake is van een siertuin of parkaanleg worden de kadastrale omschrijvingen “aanleg tot vermaak”, “bosch tot vermaak” of soortgelijke kadastrale omschrijvingen gebruikt. In de noordwesthoek is een gebouwtje weergegeven dat gezien zijn vorm een voorloper zal zijn van de huidige ruïneuze tuinkoepel. Langs de gehele binnenzijde van de buitengracht is een bovendien een bomenrij weergegeven die aan de zuidwestzijde niet de grachtoever volgt maar de rooilijn van de voorburcht. Ook de voorburcht staat nauwkeurig ingetekend als een complex van 5 gebouwen rondom twee binnenpleinen. Het betreft hier een complex van bijgebouwen, dienstwoningen, stallen en een brouwerij. Direct ten zuiden van de buitengracht ligt een perceel weiland (nr. 108) aansluitend op de brug. Ten westen hiervan staat het eerdergenoemde poortgebouw (nr. 107) van de inmiddels voormalige boomgaard. De boomgaard blijkt voor 1832 gesplitst te zijn in drie percelen, nl. nr. 116 bouwland, nr. 117 moestuin en nr.1244 boomgaard. Gezien het hoge kadastrale nummer is deze verandering tussen 1821 en 1832 plaatsgevonden.

Duidelijk zichtbaar op het Kadastraal Minuut Plan is dat de Eckeltse beek evenals in 1730 aan de zuid- en westzijde om de boomgaard heen voerde en daar aansloot op de noordelijke beekarm. Dat het terrein binnen de grachten in de kadastrale administratie niet als tuin- en parkaanleg staat weergegeven zal vermoedelijk te maken hebben met de leegstand van het kasteel in deze periode. Het was niet ongebruikelijk dat kasteeltuinen bij leegstand gebruikt werden als moestuinen. Zo worden de tuinen van kasteel Weldam bij Diepenheim binnen de grachten in 1832 kadastraal eveneens als “tuin” omschreven. Dominee Craandijk schreef in 1892 over deze periode “Vele jaren was Weldam of onbewoond gebleven of verhuurd geworden, de oude 23

Stichting In Arcadië

Historisch onderzoek en waardestelling Bleijenbeek

14 februari 2014

Veldminuut van de Topografisch Militaire Kaart uit 1843

Chromotopografische kaart Bonneblad nr. 613 uit 1895 met de bosuitbreiding sinds 1843. 24

Stichting In Arcadië

Historisch onderzoek en waardestelling Bleijenbeek

14 februari 2014

tuinen waren verdwenen, nuttige, maar weinig sierlijke aardappelvelden strekten rondom de huizinge zich uit ”.35 Dezelfde dominee Craandijk schreef in 1882 naar aanleiding van een bezoek aan Hillenraad “ Sinds lang staat het prachtige kasteel ledig. De eigenaar, de graaf van en tot Hoensbroek, woont meestal op zijn goederen in Duitschland en maar een enkele maal kwam in de laatste jaren iemand van de familie er eenige dagen vertoeven. (…) ’t Is te zien, dat de graaf van Hoensbroek zich om dit afgelegen kasteel wenig bekommert en zich vergenoegt met de inkomsten te trekken van de uitgestrekte landerijen, die er onder behooren .” De eigenaar van de kastelen Haag, Bleijenbeek en Hillenraad, Clemens Wenceslaus Johan Baptist graaf van en tot Hoensbroek (1776-1844), woonde op Schloss Haag bij Geldern. Na de dood van zijn vader Frans Lothar Hyacinth Victor van Hoensbroeck (1722 - 1796) erfde hij Bleijenbeek. Hoewel ook Bleijenbeek vermoedelijk na de dood van zijn oom Joseph leeg stond, stond het landgoed wel degelijk in de belangstelling van Clemens Wenceslaus. In 1840 schreef A.J. van der Aa in zijn Aardrijkskundig Woordenboek der Nederlanden ’” Thans beslaat het huis met de

onmiddelijke daartoe behoorende gronden een oppervlakte van 137 bund. 38 v.r. 40 v. ellen. De tegenwoordige bezitter van dit kasteel is de in België gevestigde Marquis van Hoensbroek”.36 Clemens Wenceslaus verbleef re-

gelmatig op Bleijenbeek. Behalve de aankoop van het eerdergenoemde Elzenbroek in 1836 breidde Clemens Wenceslaus tot zijn dood in 1844 Bleijenbeek uit met diverse percelen van particulieren op de Lage Heide. 37 Op de veldminuut van de Topografisch Militaire Kaart uit 1843 is Bleijenbeek weergegeven kort voor het overlijden van Clemens Wenceslaus. Goed zichtbaar is de ontginning van heidepercelen tot hakhout (donkerbruin ingetekend) ten noordoosten van Bleijenbeek en bos (donkergroen) ten zuidoosten en zuiden van het kasteel. Tevens is na de aankoop van het Elzenbroek een deel van dit bos omgevormd tot weiland. Ook op de veldminuut staat de aanleg binnen de grachten weergegeven als moestuin (oranje ingekleurd) met een boomsingel langs de binnenzijde van de buitengracht en een theekoepel in de noordwesthoek. Op deze kaart zijn de Kapel en het wegkruis weergegeven aan de Horsterbeekweg. Tegenover de entree naar het kasteel staat de kapel. Iets ten westen, in de oksel van de doorgaande Horsterbeekweg en de Berkenlaan, stond (en staat) een kruisbeeld voor Sint Jozef. Hoewel de aanwezigheid van beide religieuze objecten wordt toegeschreven aan de aanwezigheid van de paters jezuïeten vanaf 1874 zijn beide elementen al van vóór 1843. Een van beide, vermoedelijk de kapel, staat in 1730 al aangeduid.

Duidelijk zichtbaar is dat in 1843 Bleijenbeek nog als een ontginningslandgoed te midden van de uitgestrekte heidevelden ligt. Een gravure uit vermoedelijk het midden van de 19e eeuw geeft de aanleg van Bleijenbeek weer. Opvallend is dat op de gravure het westelijke torentje ontbreekt en dat ook de voorburcht niet geheel correct is weergegeven. Zo ontbreekt de trapgevel aan de noordzijde van de westelijke vleugel. Op de gravure is de buitengracht en huisgracht herkenbaar. Het terrein tussen huisgracht en buitengracht is als open terrein weergegeven. Aan de noordzijde van het kasteel is een padenkruis zichtbaar. Ook is een omlopende haag afgebeeld maar deze staat veel verder van het huis afgebeeld dan op eerdere en latere afbeeldingen. Waarschijnlijk is hier de beukenhaag afgebeeld langs de buitengracht waarvan tegenwoordig nog een restant langs de westzijde van de buitengracht aanwezig is. Duidelijk zichtbaar is dat er geen sprake is van een laan die de gehele buitengracht omzoomd, maar alleen een laan langs de oostzijde vanaf de doorgaande weg die om de hoek langs de zuidzijde doorloopt tot aan de brug naar de voorburcht. In de 19e eeuw kwam het idee op dat dat de enorme arealen gemeenschappelijke heide en bos onproductief waren en de vooruitgang in de weg stonden.

Ondernemende boeren en particulieren konden door de gemeenschappelijke eigendom amper stukken heide kunnen kopen en ontginnen. In de loop van de negentiende eeuw gingen de organisaties van geërfden er toe over om heide en bos te verkopen. Pas aan het einde van de 19e eeuw werd de opdeling door een wet van overheidswege geregeld in de Markewet (1886). 38 In Afferden beginnen de grootschalige verkopingen al eerder. Franz Egon graaf van en tot Hoensbroek (1805-1874) profiteerde hiervan en wist landgoed Bleijenbeek rond het midden van de 19e eeuw fors uit te breiden met de aankoop van percelen heide en heidevennen. Zo kocht hij in 1853 het totaal van 31 percelen gemeenteheide waaronder het Helmeer. In 1859 kocht nog 9 percelen heide en in 1861 kocht hij het Hommelven. 39 Van particulieren kocht Franz Egon tussen 1845 en 1866 vele tientallen percelen heide, weide en akkerland in de omgeving van Bleijenbeek.40 Op de chromotopografische kaart Bonneblad nr. 613 uit 1895 komen de ontginningsactiviteiten van Franz Egon duidelijk naar voren.41 Grote stukken heide ten noorden van Bleijenbeek zijn ontgonnen en ingeplant als bos. Uit deze kaart blijkt tevens dat de hoeve Boshof vóór 1895 is afgebroken.

25

Stichting In Arcadië

Historisch onderzoek en waardestelling Bleijenbeek

14 februari 2014

Kadastraal Minuut Plan gemeente Bergen, gecombineerde bladen sectie C 7e en 8e blad en sectie D 3e en 4e blad (1821)

26

Stichting In Arcadië

Historisch onderzoek en waardestelling Bleijenbeek

Kadastraal Minuut Plan, sectie D, 3e blad. Detail kasteel en omgeving.

27

14 februari 2014

Stichting In Arcadië

Historisch onderzoek en waardestelling Bleijenbeek

14 februari 2014

Gravure kasteel Bleijenbeek omstreeks 1850 afgebeeld in H. Ferber, Die Geschichte der familie Schenck von Nydeggen (Keulen en Neuss 1860)

Aquarel Bleijenbeek door A.L.F. ten Berge,1889. Duidelijk zichtbaar is op de voorgrond de plek waar de Eckeltse beek de buitengracht verlaat. Afb. coll. Ton Wijers.

28

Stichting In Arcadië

Historisch onderzoek en waardestelling Bleijenbeek

14 februari 2014

5 BLEIJENBEEK ALS KLOOSTER; 1874-1912 In de periode 1874-1912 wordt door de familie van en tot Hoensbroek het kasteel en de directe omgeving verhuurd aan verschillende religieuze organisatie. Voor deze verhuur worden kasteel, bijgebouwen en de tuin aangepast.

5.1 DE PATERS JEZUÏETEN; 1874-1903 In 1872 moeten de paters jezuïeten evenals vele andere religieuze ordes, als gevolg van de Kulturkampf Duitsland verlaten. Franz Egon van Hoensbroek stelt zijn kasteel Bleijenbeek ter beschikking van de paters. Tussen 1872 en 1903 verbleven er Duitse jezuïeten, die vanwege de Kulturkampf waren uitgeweken, in het kasteel. Deze jezuïeten stonden los van de Nederlandse jezuïetenprovincie. 42 Op Bleijenbeek werden 80 paters gehuisvest die het complex als klooster in gebruik nemen. Vermoedelijk was het kasteel zelf te klein voor de 80 paters. In een artikel over de geschiedenis van de Duitse paters jezuïeten in Limburg wordt vermeld over de eerste jaren na de komst; “Overal was evenwel plaatsgebrek. Exaten en Blijenbeek konden zich door uitbreiding nog eenigszins behelpen, echter te Wijnandsrade bleek dit onmogelijk”.43 De boerderij op de voorburcht was al zeker sinds de 18e eeuw apart verpacht. Voor de uitbreiding op Bleijenbeek moest een andere oplossing gezocht worden. Door de jezuïeten werden minstens vier gebouwen opgericht; een dormitorium, een neo-romaanse kapel, een badhuis en de “paoterskapel”. Op de aquarel van Ten Berge uit 1889 staat een opvallend vier bouwlagen tellend gebouw ten westen van de voorburcht weergegeven. Vermoedelijk betrof dit een dormitorium voor de jezuïeten.

Het gebouw komt voor het laatst voor op de chromotopografische kaart van 1913 waarvoor de terreinverkenning al eerder werd uitgevoerd. Het slaapgebouw is vermoedelijk in 1902 of 1903 afgebrand waarbij enige paters in de brand zijn omgekomen.44 In 1903 besloten de paters het dormitorium niet meer terug op te bouwen maar te verhuizen naar hun ordebroeders in het klooster Exaten bij Baaxem. Hierna stond het kasteel leeg tot 1909. de paoterskapel werd omstreeks 1880 gebouwd in de singel ten noorden van de akker van de vml. Boshof. De paters jezuïeten hebben de tuin rondom Bleijenbeek aanzienlijk aangepast, waarbij de hoofdindeling en de structuur is van de 17e eeuwse aanleg van het terrein binnen de grachten bewaard is gebleven. De gracht om het huis is vrijwel zeker gedempt door de paters jezuïeten, waardoor er een ‘droge gracht’ ontstond. Deze droge gracht ligt enigszins lager ten opzichte van de tuinen eromheen. De droge gracht die werd door taxushagen is omgeven, werd ingezaaid met gras. De laatste vermelding van de (natte) gracht stamt uit 1860 door H. Ferber in zijn Geschichte der Familie Schenck van Nydeggen. Op de chromotopografische kaart Bonneblad nr. 613 uit 1895 is de gracht al verdwenen. Ook foto’s van rond 1900 tonen dat de huisgracht dan al is gedempt.

De verbinding tussen de huisgracht en buitengracht aan de oostzijde is destijds niet gedempt maar als vijver gehandhaafd zoals blijkt uit foto’s uit het eerste kwart van de 20e eeuw. De aquarel uit 1889 toont het huis met een haag langs de buitengracht. De lengte van de haag komt overeen met de tekening van De Beijer en loopt vanaf de bijgebouwen op de voorburcht tot aan de theekoepel die geheel links staat afgebeeld. Ook op foto’s van rond 1900 is de haag zichtbaar. De haag om tuin en kasteel zal voor het klooster een belangrijke functie hebben gehad om de kloostertuin af te sluiten van de buitenwereld. De berceau langs de noordelijke buitengracht is vermoedelijk door de paters jezuïeten aangelegd, evenals de twee lindencirkels aan de oost- en westzijde. Uit deze periode dateert ook nog een beton sokkel op de noordoosthoek waarop vroeger een beeld van de H. Elisabeth van Thüringen heeft gestaan. Beeld en sokkel vormden vroeger de beëindiging van de berceau aan deze zijde. Ook beide dwarspaden aan de voor- en achterzijde van het kasteel werden aan de westzijde besloten met een beeld. Het dwarspad aan de voorzijde kwam uit op een beeld van H. Maria in een cirkel van Linden. Het pad achter het kasteel werd kwam uit op een beeld van de Sint Hubertus.

In vergelijking met het Kadastraal Minuut Plan uit 1832 is de theekoepel uitgebreid met een rechthoekige aanbouw, vermoedelijk een tuinschuur. Gezien het pannendek zal het geen kas zijn geweest. De boom achter de theekoepel betreft de huidige metasequoia die dus vermoedelijk gezien zijn grootte (ook op latere foto’s herkenbaar) vermoedelijk uit het midden van de 19e eeuw stamt. Het terrein tussen de haag en de buitengracht is open en bestaat uit gras met enkele (fruit)bomen. In de tuin werd een nieuwe kapel in neo-romaanse stijl gebouwd direct ten westen van en evenwijdig aan het kasteel. De kapel werd ingepast binnen de bestaande paden– en vakkenstructuur. De uit 1704 stammende huiskapel zal voor dit grote aantal van 80 paters te klein zijn geweest. Voor de bouw van de kapel werd de taxushaag langs de westzijde van de kapel gerooid. De kapel was met een tussenbouw over de gedempte gracht heen verbonden met het westelijke torentje van het kasteel zoals op foto’s zichtbaar is. Tevens was naast de tussenbouw en torentje, zoals op diverse foto’s zichtbaar is, een buitentrap aangebracht die de tuin vanuit het kasteel ontsloot. Op de aquarel uit 1889 en de chromotopografische kaart uit 1895 staat de kapel niet.

De kapel komt wel voor op de foto’s uit het tijdschrift Buiten in 1911 en een foto van uit de collectie van de jezuïet Eugenius Büchel.45 Onbekend is wanneer de kapel is gebouwd en wanneer deze is afgebroken, maar vermoedelijk dus gebouwd na 1889 en na 1911 afgebroken.46 29

Stichting In Arcadië

Historisch onderzoek en waardestelling Bleijenbeek

14 februari 2014

Foto uit de kloosterperiode ten tijde van paters jezuïten omstreeks 1900. Zicht vanaf de voorburcht over het voorplein richting de droge gracht. De voorgevel is van espaliers voorzien met leifruit, verder staan er kuipplanten en vormbomen langs het muurtje om de droge gracht. Foto coll. Ton Wijers.

taxushaag

De vijver op de plek van de vroegere verbindingsgracht tussen huisgracht en buitengracht, eerste kwart 20e eeuw. Langs de buitengracht is de vijver afgedamd van de buitengracht en hier alleen middels een duiker mee verbonden. De vijver is omgeven door een rasterwerk met daarachter de taxushaag. In de vijver is een decoratief eendenhok (zie pijl) zichtbaar. Foto coll. Ton Wijers. 30

Stichting In Arcadië

Historisch onderzoek en waardestelling Bleijenbeek

14 februari 2014

Kasteel ten tijde van de kloosterperiode tussen 1884 en 1909 met de door de paters jezuïeten gebouwde neo-romaanse kapel. De tuin heeft een rijke decoratie met bloembedden, bijzondere heesters en in vormbomen. Afb. coll. Ton Wijers.

Kasteel Bleijenbeek met neo-romaanse kapel voor 1911 met een dichte beplantingsrand langs de westzijde van de buitengracht. Foto afgebeeld in Buiten. Geïllustreerd weekblad (1911).

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12667234/1