Bijlage VI Quickscan flora en fauna (1)
Tekst van het document
QUICKSCAN SOORTENBESCHERMING AIJENSEWEG 7 TE AIJEN
Colofon Quickscan soortenbescherming Projectnummer: E.00005214 Versie: 4 Datum: 22 juli 2025 Opdrachtnemer Agrifirm NWE BV Bedrijfsontwikkeling Exlan Waalkade 33 5347 KR Oss
Postbus 300 5340 AH Oss
Locatie Aijenseweg 7 Aijen Contactpersoon Anton van Zeeland T: 088 – 488 2929 F: 088 – 488 2102 E: a.vanzeeland@agrifirm.com Uitvoerders AvZ LB KvL Collegiale check AvZ
ALLE RECHTEN VOORBEHOUDEN. NIETS UIT DEZE UITGAVE MAG WORDEN VERVEELVOUDIGD DOOR MIDDEL VAN DRUK, FOTOKOPIE, MICROFILM, GELUIDSBAND, ELEKTRONISCH OF OP WELKE ANDERE WIJZE DAN OOK, EN EVENMIN IN EEN GEAUTOMATISEERD GEGEVENSBESTAND WORDEN OPGESLAGEN, ZONDER VOORAFGAANDE SCHRIFTELIJKE TOESTEMMING VAN AGRIFIRM EXLAN.
2 Quickscan Flora- en Fauna – Aijenseweg 7 Aijen
Inhoudsopgave Quickscan soortenbescherming INLEIDING
4
HOOFDSTUK 1 TOETSINGSKADER
6
HOOFDSTUK 2 ONDERZOEKSRESULTATEN
9
HOOFDSTUK 3 CONCLUSIE
29
LITERATUUR
30
WAARNEMINGEN EFFECTEN INDICATOR SOORTEN PLAN PROJECTLOCATIE NATUURGEGEVENS PROVINCIE LIMBURG BROEDVOGELINDICATIE
31 35 42 43
3 Quickscan Flora- en Fauna – Aijenseweg 7 Aijen
6
9
29
Inleiding Planbeschrijving Aanleiding Het plangebied is gelegen aan de Aijenseweg 7 te Aijen. De plannen omvatten het slopen van een ligboxenstalen, schuurtje, 2 sleufsilo’s en het vervolgens realiseren van 6 woningen in verschillende groottes met bijbehorende bouwwerken. In dit kader wordt door het bevoegde gezag een toets aan de soortenbescherming noodzakelijk geacht. Bij de uitvoering van de voorgenomen ingrepen moet rekening worden gehouden met het huidige voorkomen van de, op grond van de Wet natuurbescherming, beschermde soorten. Als de voorgenomen ingreep leidt tot het overtreden van verbodsbepalingen betreffende beschermde soorten, moet vrijstelling of ontheffing worden verkregen. De voorliggende quickscan bevat een inventarisatie van de huidige aanwezigheid van beschermde soorten planten en dieren in en om het plangebied. Tevens worden de te verwachten effecten van de ingreep in het plangebied beoordeeld. Plangebied Het plangebied ligt in de plaats Aijen in de gemeente Bergen. Het plangebied bevindt zich buiten de bebouwde kom van Aijen. Afbeelding 1: luchtfoto plangebied (bron: google maps)
Onderzoeksmethode Om een goede indicatie van de natuurwaarden binnen het plangebied te krijgen, wordt het onderzoek in verschillende stappen uitgevoerd. Op basis van bronnenonderzoek is nagegaan of er wettelijk beschermde planten- of diersoorten in het gebied voor kunnen komen waaraan extra aandacht geschonken dient te worden tijdens het terreinbezoek. Na het bronnenonderzoek is een verkennend terreinbezoek gebracht aan het plangebied. Hierbij is, op basis van de gegevens van het literatuuronderzoek, beoordeeld voor welke soorten het gebied daadwerkelijk een geschikte habitat biedt en daarmee welke soorten er daadwerkelijk voor kunnen komen. Vervolgens zijn de mogelijke effecten op de verwachte beschermde soorten beschreven. Op basis van de doorlopen procedures zijn conclusies getrokken met betrekking tot de eventuele negatieve effecten en/of obstakels inzake de Wet natuurbescherming.
4 Quickscan Flora- en Fauna – Aijenseweg 7 Aijen
Op 24 juli 2023 is de locatie tussen 16:30 en 17:30 uur ter plaatse geïnventariseerd, om te onderzoeken of het plangebied een zodanig belangrijke status heeft dat een aanvullend veldonderzoek noodzakelijk is. Op het moment van inventarisatie was het 20 graden Celsius en zwaar bewolkt. Daarnaast is het plangebied 23 november 2023 bezocht tussen 9.00 en 10.00 voor de sleufsilo’s. Bij dit veldbezoek was het 5 graden en was er sprake van lichte mist. Op basis van terreinkenmerken is beoordeeld of het terrein geschikt is voor de, in de regio voorkomende, beschermde soorten. Doelstelling Om een indicatie te krijgen van de effecten die de sloop- en bouwwerkzaamheden hebben op de natuurwaarden binnen het plangebied, dienen de volgende vragen te worden beantwoord: 1. 2. 3.
Welke wettelijk beschermde soorten komen in het plangebied voor? Welke status hebben deze soorten? Welke invloed heeft de geplande ingreep in het betreffende gebied op de beschermde soorten en komt daarmee de staat van instandhouding in gevaar? Hoe dient omgegaan te worden met eventuele negatieve effecten van het plan op wettelijk beschermde planten- en diersoorten, en welke vervolgstappen zijn nodig?
5 Quickscan Flora- en Fauna – Aijenseweg 7 Aijen
Hoofdstuk 1
1 Toetsingskader Wet natuurbescherming De bescherming van natuur is in Nederland vastgelegd in nationale wetgeving. De nationale wetgeving is een Nederlandse implementatie van de belangrijkste Europese wetgevingselementen. Per 1 januari 2017 zijn de Flora- en Faunawet, de Boswet en de Natuurbeschermingswet 1998 vervangen door de Wet natuurbescherming. De uitvoering van deze nieuwe wet is grotendeels in handen van de provincies gekomen.
1.1
Gebiedsbescherming De Wet natuurbescherming noemt bekende maar ook enkele nieuwe soorten natuurgebieden die bescherming behoeven: de Natura 2000-gebieden, het Natuurnetwerk Nederland (NNN), bijzondere provinciale natuurgebieden en landschappen, bijzondere nationale natuurgebieden en de nationale parken. Bij ontwikkelingen met name in het buitengebied moet rekening worden gehouden met het al dan niet van toepassing zijn van de beschermingsregimes van deze natuurgebieden. Ieder gebied kent een eigen beschermingsregime dat afzonderlijk gewogen dient te worden in relatie tot plannen, projecten en andere handelingen met mogelijk nadelige effecten voor de beschermde natuurwaarden. Natura 2000-gebieden De bekendste natuurgebieden zijn de Natura 2000-gebieden, zij kennen tevens het meest strikte beschermingsregime. De basis voor Natura 2000 zijn de Europese Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn. In Nederland zijn 164 gebieden als Natura 2000-gebied aangewezen. Voor ieder gebied zijn instandhoudingsdoelstellingen bepaald die betrekking kunnen hebben op de bescherming van specifieke flora en fauna alsook leefgebieden van soorten. Alle projecten en handelingen binnen of buiten de gebiedsgrenzen mogen geen verstorend of verslechterend effect hebben op de instandhoudingsdoelstellingen. Voor de voorgenomen ontwikkeling is hier, voor zover van toepassing, separaat aan getoetst.
In deze rapportage wordt hier verder niet op ingegaan. Natuurnetwerk Nederland Het Natuurnetwerk Nederland (voorheen EHS) is het Nederlands netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden. Het netwerk moet natuurgebieden beter verbinden met elkaar en met het omringende agrarisch gebied. De provincies zijn belast met de taak een dergelijk netwerk tot stand te laten te komen en in stand te laten. De uitvoering hiervan is hoofdzakelijk gestuurd vanuit de ruimtelijke ordening (provinciale verordeningen). Binnen het Natuurnetwerk Nederland geldt een “nee, tenzij”- benadering. Overige gebieden Naast de bovengenoemde gebieden kunnen gebieden aangewezen worden als ‘bijzondere provinciale natuurgebieden’, ‘bijzondere provinciale landschappen’ of ‘nationaal park’. De bescherming van deze gebieden vindt net als bij het NNN plaats via het ruimtelijk spoor. Daarnaast kan een gebied aangewezen worden als ‘bijzonder nationaal gebied’, een soort voorloper van de aanwijzing als Natura 2000-gebied. De bescherming van deze gebieden stemt dan ook overeen met de bescherming van Natura 2000-gebieden.
6 Quickscan Flora- en Fauna – Aijenseweg 7 Aijen
1.2
Soortenbescherming De Wet natuurbescherming deelt soorten in drie beschermingsregimes in. Daarnaast zijn er vrijgestelde soorten en jaarrond beschermde vogelnesten. 1) Beschermingsregime soorten vogelrichtlijn 2) Beschermingsregime soorten habitatrichtlijn 3) Beschermingsregime ander soorten 4) Vrijgestelde soorten 5) Jaarrond beschermde vogelnesten Vogelrichtlijn Onder de soorten van de Vogelrichtlijn vallen alle van nature in Nederland in het wild levende vogels. Het is verboden om: Opzettelijk vogels te doden of te vangen; Opzettelijk vogelnesten, -rustplaatsen en – eieren te vernielen of te beschadigen of vogelnesten weg te nemen; Eieren van vogels te rapen en deze onder zich te hebben; Opzettelijk vogels te storen, tenzij de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort. Habitatrichtlijn Onder de soorten van de Habitatrichtlijn vallen soorten die genoemd zijn in Bijlage IV van de Habitatrichtlijn, Bijlage I en II van het Verdrag van Bern en Bijlage I van het Verdrag van Bonn. In de Bijlagen van de Verdragen van Bern en Bonn worden ook vogels genoemd.
Wat betreft deze soorten is het verboden om: Opzettelijk dieren te doden of te vangen; Opzettelijk dieren te verstoren; Opzettelijk eieren van dieren te vernielen of te rapen; Voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren te beschadigen of te vernielen; Opzettelijk planten in hun natuurlijke verspreidingsgebied te plukken, te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. Ook is het verboden deze soorten te verkopen, te vervoeren voor verkoop, te verhandelen, te ruilen of te kopen, tenzij het gaat om gefokte of gekweekte dieren of planten. Andere soorten Onder het beschermingsregime andere soorten vallen soorten waarvan er geen Europese verplichting tot bescherming is. Dit zijn soorten die vanuit nationaal belang extra bescherming behoeven. Het beschermingsniveau van deze soorten kan per provincie verschillen. Het is verboden om: 1) Opzettelijk dieren te doden of te vangen; 2) Voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren te beschadigen of te vernielen; 3) Opzettelijk (vaat)planten in hun natuurlijke verspreidingsgebied te plukken te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. Provincies hebben de bevoegdheid om bij provinciale verordening vrijstelling te verlenen voor nationaal beschermde soorten.
Vrijgestelde soorten De verboden zijn niet van toepassing op de bosmuis, de huisspitsmuis en de veldmuis voor zover deze dieren zich in of op gebouwen of daarbij behorende erven of roerende zaken bevinden. Ook vallen de zwarte rat, bruine rat, huismuis, de mol en sommige exoten niet onder beschermingsregime van de Omgevingswet en mogen opzettelijk gedood en gevangen worden. Daarnaast geldt, zoals hierboven reeds aangegeven, dat provincies de bevoegdheid hebben vrijstelling te verlenen voor bepaalde soorten. Zo heeft de provincie Limburg de steenmarter, hazelworm, levendbarende hagedis en de eekhoorn gedurende specifieke periodes van het jaar vrijgesteld. Daarnaast zijn hier de aardmuis, bastaardkikker, bruine kikker, bunzing, dwergmuis, dwergspitsmuis, gewone bosspitsmuis, gewone pad, haas, hermelijn, kleine watersalamander, konijn, meerkikker, ondergrondse woelmuis, ree, rosse
7 Quickscan Flora- en Fauna – Aijenseweg 7 Aijen
woelmuis, tweekleurige bosspitsmuis, vos, wezel en woelrat vrijgesteld. Voor deze soorten geldt uitsluitend de specifieke zorgplicht uit de omgevingswet (artikel 11.27 Bal). Jaarrond beschermde vogelnesten De opgestelde lijst met jaarrond beschermde nesten voor vogels is een beleidsdocument dat voortvloeit uit de voormalige Flora- en faunawet en meegenomen is onder de Wet natuurbescherming. De nesten zijn ingedeeld in categorieën (1 t/m 4) waarvan de categorie 1 t/m 4 jaarrond beschermd zijn. Nesten in categorie 4 zijn enkel beschermd bij afwezigheid van voldoende alternatieven. 1) jaarrond gebruikte nesten. Deze soorten maken ook buiten het broedseizoen gebruik van de nestplaats 2) zeer plaatstrouwe broedvogels of soorten die afhankelijk zijn van bebouwing Deze soorten broeden elk broedseizoen op dezelfde plaats en zijn daarin zeer conservatief. De fysieke voorwaarden voor de nestplaats zijn vaak zeer specifiek en limitatief beschikbaar 3) plaatstrouwe vogels die ieder jaar terugkeren naar specifiek nest omdat ze niet of nauwelijks in staat zijn om zelf een nest te bouwen . Deze soorten zijn niet in staat een geheel eigen nest te bouwen en maken gebruik van oude kraaiennesten of nesten waar zij eerder gebroed hebben. Of ze bouwen een nieuw nest op het oude nest van het voorgaande jaar en zijn extra kwetsbaar voor verstoring.
Hier vallen ook roofvogels onder die zich sinds kort aan het vestigen zijn in de provincie waarvan de staat van instandhouding nog verre van gunstig van is. 4) zijn de nesten van plaatstrouwe vogels die over voldoende flexibiliteit beschikken om zich elders te vestigen indien de nestplaats verloren gaat. Ze zijn dusdanig kwetsbaar dat de functionaliteit niet in het geding mag komen. Indien de omgeving van de bekende nestplaats vernietigd wordt moet worden bepaald of er voldoende functionaliteit behouden blijft.
1.3
Houtopstanden De regels van de Boswet zijn grotendeels onveranderd opgenomen in de Wet natuurbescherming. Een houtopstand is een zelfstandige eenheid van bomen, boomvormers, struiken, hakhout of griend, die een oppervlakte van 10 are of meer beslaat ofwel een rijbeplanting die meer dan twintig bomen omvat. Buiten de bescherming vallen: houtopstanden binnen de bij besluit van de gemeenteraad vastgestelde grenzen van de bebouwde kom (voor deze wet); houtopstanden op erven of in tuinen fruitbomen en windschermen om boomgaarden; naaldbomen bedoeld als kerstbomen en niet ouder dan twintig jaar kweekgoed; o uit populieren of wilgen bestaande wegbeplantingen, o beplantingen langs waterwegen, en o eenrijige beplantingen langs landbouwgronden; Het dunnen van een houtopstand; uit populieren, wilgen, essen of elzen bestaande beplantingen die zijn bedoeld voor de productie van houtige biomassa indien zij: o ten minste eens per tien jaar worden geoogst; o bestaan uit minstens tienduizend per hectare per beplantingseenheid o bestaande uit een aaneengesloten beplanting die niet wordt doorsneden door onbeplante stroken breder dan twee meter; o zijn aangelegd na 1 januari 2013.
8 Quickscan Flora- en Fauna – Aijenseweg 7 Aijen
Hoofdstuk 2
2 Onderzoeksresultaten 2.1
Bronnenonderzoek Gegevens van websites als www.waarneming.nl zijn geraadpleegd voor achtergrondinformatie. Een groot aantal amateurs en professionals publiceert op deze bekende websites zijn natuurwaarnemingen, die worden gecontroleerd door een validatiecommissie. Zodoende zijn de waarnemingen uit deze bronnen redelijk betrouwbaar, maar moeilijk te verifiëren. De waarnemingen geven eventueel wel een indicatie van soorten waar tijdens het veldonderzoek extra aandacht aan besteed dient te worden. Natuurnetwerk Nederland Het natuurbeheerplan is een beleidskader om het Europese, rijks- en provinciale natuur- en landschapsbeleid te realiseren. Het gaat hier om bestaande natuurgebieden, gebieden waar nieuwe natuur aangelegd wordt, landbouwgebieden worden ingericht en beheerd volgens agrarisch natuurbeheer en de Natura 2000-gebieden. Het plangebied ligt tegen het Natuurnetwerk Nederland en buiten andere natuurgebieden zoals Natura 2000. Het meest dichtbijgelegen Natura 2000-gebied is het Natura 2000-gebied “Maasduinen”. De Limburgse natuurgebieden, waaronder ook de Natura 2000-gebieden, vormen samen het Limburgse deel van het Natuurnetwerk Nederland (samen ca. 53.000 ha). Het Natuurnetwerk Limburg is gelegen in delen van beekdalen, op hellingen en op veen- en stuifzandgebieden van de hoger gelegen gebieden.
Binnen het Natuurnetwerk Limburg wordt ingezet op een goede kwaliteit en bescherming van de natuur met een bijzonder accent op bedreigde Limburgse dier- en planten soorten. Daarnaast wordt ingezet op het bieden van mogelijkheden voor natuurbeleving. De Natura 2000-gebieden (ca. 17.000 ha) vormen een selectie binnen het Natuurnetwerk Limburg. Hier ligt de absolute nadruk op de natuurwaarden: het zo spoedig mogelijk en verantwoord bereiken van een gunstige staat van instandhouding van de soorten en habitatten, waarop de aanwijzing als Natura2000-gebied is gebaseerd. De Natuurbeheerplannen van de 23 Natura 2000-gebieden in Limburg geven inzicht in hetgeen daarvoor nodig is. Er zijn ook Natura 2000-gebieden (net) buiten de provinciegrens. Vanuit de Europese wet- en regelgeving geldt een strenge wet- en regelgeving gericht op beheer en bescherming van de natuurwaarden. Onder andere via het Aanvalsplan Stikstof wordt gewerkt aan het verbeteren van de omgevingskwaliteit van de Natura 2000-gebieden.
9 Quickscan Flora- en Fauna – Aijenseweg 7 Aijen
Afbeelding
2:
ligging
Natuurnetwerk
Nederland
en
Natura
2000
(bron: atlasleefomgeving.nl/kaarten)
2.2
Veldonderzoek Op verschillende punten in het plangebied zijn waarnemingen verricht. Tijdens het veldbezoek is het gebied beoordeeld op de aanwezigheid van beschermde soorten en de habitatgeschiktheid voor beschermde soorten. Er is extra aandacht besteed aan de mogelijke aanwezigheid van vleermuizen en vogelnesten. De ecologische factoren in de omgeving zijn met behulp van een digitale fotocamera vastgelegd. Om de flora en fauna te kunnen determineren, is gebruik gemaakt van eigen kennis en literatuur.
10
Afbeelding 3: Zicht op te verbouwen schuur
Quickscan Flora- en Fauna – Aijenseweg 7 Aijen
Afbeelding 4: Bestaande boerderijwoning wordt niet verbouwd kantpannen zijn ingesmeerd
11
Afbeelding 5: Binnenzijde schuur, wordt verbouwd tot woning is voorzien van ecopanelen
Quickscan Flora- en Fauna – Aijenseweg 7 Aijen
12
Afbeelding 6: Achterzijde voormalige ligboxenstal wordt gesloopt, nestkastjes
Afbeelding 7: Binnenzijde ligboxenstal wordt gesloopt zijn voorzien van ecopanelen
Quickscan Flora- en Fauna – Aijenseweg 7 Aijen
13
Afbeelding 8: Buitenzijde woning met soortenrijke (sier)tuin
Afbeelding 9: Achteraanzicht te slopen ligboxenstal
Quickscan Flora- en Fauna – Aijenseweg 7 Aijen
14
Afbeelding 10: Zijaanzicht te verbouwen voormalige rundveestal
Afbeelding 11: Zijaanzicht te slopen ligboxenstal
Quickscan Flora- en Fauna – Aijenseweg 7 Aijen
15
Afbeelding 12: Voorzijde te verbouwen schuur
Afbeelding 13: Uitzicht vanaf planlocatie
Quickscan Flora- en Fauna – Aijenseweg 7 Aijen
16
Afbeelding 14: Toekomstige vrijstaande woning met garage
Afbeelding 15: rijsilo’s worden verwijderd
Quickscan Flora- en Fauna – Aijenseweg 7 Aijen
17
Afbeelding 16: Voorzijde starterswoningen met verschillende heggen
Quickscan Flora- en Fauna – Aijenseweg 7 Aijen
18
Afbeelding 17: torenvalk kast in de achtertuin is niet bewoond
Quickscan Flora- en Fauna – Aijenseweg 7 Aijen
19
Afbeelding 18:Toekomstige levensloopwoning met garages
Afbeelding 19: Schuur in het land, houtopslag met windbreekgaas (wordt gesloopt)
Quickscan Flora- en Fauna – Aijenseweg 7 Aijen
20
Afbeelding 20: Schuur in het land, binnenzijde ongeïsoleerd schuurtje wordt gesloopt
Afbeelding 21: Binnenzijde houtopslag
Quickscan Flora- en Fauna – Aijenseweg 7 Aijen
21
Afbeelding 22: Binnenzijde houtopslag
Afbeelding 23: Zijkant houtopslag, doorwaaischuur
Quickscan Flora- en Fauna – Aijenseweg 7 Aijen
22
Afbeelding 24: Rijplaten in het land, rijkuil wordt gesloopt
Afbeelding 25: Houtschuurtje met rijplaten
Quickscan Flora- en Fauna – Aijenseweg 7 Aijen
Flora algemeen Op de planlocatie is niet veel erfbeplanting aanwezig. Echter de tuin is zeer rijkelijk beplant en zeer goed onderhouden en zal in de beoogde situatie nog verder aangeplant gaan worden. Er zijn verschillende soorten hagen oa taxus en beuk aanwezig en verschillende sierplanten. Grondgebonden zoogdieren Specifiek wordt bekeken of binnen de betreffende inrichting verwacht kan worden of er streng beschermde zoogdieren; steenmarter, bunzing, hermelijn, wezel, eekhoorn, bever en das kunnen worden aangetroffen. Steenmarter De onderzoekslocatie vormt geschikt habitat voor de steenmarter. Steenmarters gebruiken hooizolders, loze ruimtes onder het dak, schuurtjes en dergelijke, als verblijfplaats. Een steenmarter heeft binnen zijn territorium verscheidene verblijfplaatsen. Daarnaast laten steenmarters enorm veel sporen achter. Tijdens het veldbezoek zijn geen sporen, zoals uitwerpselen of prooiresten aangetroffen die duiden op het gebruik van de onderzoekslocatie als vaste rust- of verblijfplaats door deze soort. Kleine marterachtigen De onderzoekslocatie biedt geen geschikte verblijflocaties voor de hermelijn, wezel en bunzing. De soorten maken gebruik van oude holen van onder andere mollen en muizen, maar ook houtwallen, steenhopen en ruimtes onder boomwortels. Desbetreffende soorten hebben binnen hun territorium verscheidene verblijfplaatsen.
Tijdens het veldbezoek zijn er geen marters of sporen van marters aangetroffen op de onderzoek locatie. Echter, dit betekent niet dat het gebied niet potentieel in gebruik is door de hermelijn, wezel en/of bunzing als migratieroute. De bunzing en hermelijn zijn in de provincie Limburg vrijgesteld. Voor deze soorten geldt uitsluitend de zorgplicht. Eekhoorn De onderzoekslocatie is vanwege de afwezigheid van voldoende bomen niet geschikt als habitat voor de eekhoorn. Er staan te weinig bomen rondom de projectlocatie. Tevens worden er met de werkzaamheden geen bomen verwijderd. Een negatief effect als gevolg van de werkzaamheden is uitgesloten. De eekhoorn is in de provincie Limburg in de periode maartapril en juli t/m november vrijgesteld. In die periode geldt alleen de zorgplicht. Bever Voor de bever is op de onderzoekslocatie geen geschikt habitat aanwezig. Vaste rust- en verblijfplaatsen van de bever kunnen worden uitgesloten. Het staat vast dat de bever aanwezig is in de Maas. En hoewel de watergang tussen Bergen en Aijen niet rechtstreeks met de Maas verbonden is, zou het best kunnen zijn dat de bever in deze watergang aanwezig is. Maar dat is op een afstand van bijna 100 meter van de projectlocatie. Op het erf van de projectlocatie zijn inde huidige situatie ook al menselijke bewegingen.
De bever zal niet gehinderd worden door de geplande werkzaamheden als deze aanwezig is in de watergang aan de overzijde van de straat. Das Tijdens het veldbezoek zijn op de onderzoekslocatie en de directe omgeving geen loop- of eetsporen, latrines en/of wissels aangetroffen die duiden op de aanwezigheid en/of het gebruik van de onderzoekslocatie door de das. Dassen zullen eerder hun leefgebied hebben in de nabijgelegen natuurgebieden en de aansluitende weilanden. Het bosje ten zuidwesten van de projectlocatie, rondom Aijenseweg 9, 11 en 13 biedt meer beschutting voor de das. Daardoor is die locatie geschikter. De onderzoekslocatie biedt geen beschutting en ook geen hoogteverschil in het terrein. Dassen maken vaak hun burcht in een helling. Verstoring ten aanzien van de das als gevolg van de voorgenomen ingreep is niet aan de orde. Het voorkomen van overige grondgebonden zoogdieren waarvoor geen vrijstelling geldt, is tijdens het veldbezoek niet vastgesteld.
23
Quickscan Flora- en Fauna – Aijenseweg 7 Aijen
Vleermuizen Het plangebied is zeer nauwkeurig beoordeeld op de mogelijke waarde voor vleermuizen. Hierbij is gelet op de geschiktheid van de aanwezige bebouwing als verblijfplaats voor deze dieren: aanwezigheid van spouwgaten en andere openingen in muren en daken, vetstrepen, uitwerpselen en prooiresten bij gevelopeningen. Verblijfsruimte voor vleermuizen hebben specifieke voorwaarden zoals een stabiele temperatuur en het tochtvrij zijn. Bij vleermuizen worden vier verblijfplaatsen onderscheiden; winterverblijven, zomerverblijven, kraamverblijven en paarverblijven. Aan de winterverblijven worden de hoogste eisen gesteld, daarna de kraamverblijven, dan de zomerverblijven en tenslotte de paarverblijven, waarbij de vleermuizen een zeer korte tijd op een bepaalde locatie kunnen verblijven. Voorwaarde is wel dat de verblijfplaats vrij is van tocht. Er zijn in en om de stallen geen sporen (vetstrepen, uitwerpselen, prooiresten) aangetroffen. Bij de onderzoekslocatie bevindt zich het woonhuis. Eventuele verblijfsplaatsen hierin ondervinden door de afstand tot de bouwlocatie en de aard van de ingreep geen hinder. De te slopen stallen zijn gemaakt van geprefabriceerd metselwerk elementen. Hierin zitten geen open stootvoegen, spleten of kieren. De aansluiting onder het dak is voorzien van gaas.
Het dak van de te slopen stal is gemaakt van golfplaten welke niet stabiel blijven qua temperatuur en gedurende de dag aan enorme temperatuurschommelingen onderhevig zijn. De dakconstructie is hierdoor geen geschikte verblijfsplaats voor vleermuizen. Ook het te slopen vrijstaande schuurtje is totaal ongeschikt als verblijfplaats voor vleermuizen. Tenslotte zijn de stallen en het erf vaak in de nacht verlicht. Ongewenst bezoek wordt hierdoor gemeden. Vleermuizen houden van een donkere omgeving. Zouden er (tijdelijk) vleermuizen op deze locatie voorkomen dan heeft het woonhuis hiervoor sterk de voorkeur. Daar dit het hoogste gebouw is op deze locatie. Echter zijn bij dit woonhuis ook geen potentiële openingen waargenomen. Foerageerhabitat De onderzoekslocatie zal, gelet op de aanwezige habitat, gebruikt kunnen worden door in de omgeving verblijvende vleermuizen om te foerageren. De plannen zullen echter geen aantasting van belangrijk foerageerhabitat vormen. Door de voorgenomen ingreep zal het aanbod van foerageermogelijkheden niet in het geding komen, zeker gezien het feit dat er nauwelijks bebouwing wordt uitgebreid en areaal jaaggebied wordt weggehaald. In de directe omgeving is meer geschikt foerageerhabitat voor vleermuizen aanwezig in de vorm van bomenrijen, bosranden en watergangen.
Vliegroutes Vleermuizen maken veelal gebruik van lijnvormige (donkere) landschapselementen zoals houtsingels, beken en lanen om zich te verplaatsen tussen verblijfsplaatsen en foerageergebieden. Doordat dergelijke lijnvormige elementen ontbreken op de onderzoekslocatie, worden er geen potentiële vliegroutes verstoord. De watergang aan de overzijde van de straat, waar een mooie rij bomen langs staat, is wel een geschikte vliegroute. Deze ligt op bijna 100 meter van de projectlocatie. De werkzaamheden hebben geen invloed op deze potentiële vliegroute Vogels Tijdens het bezoek is met name gelet op de aanwezigheid van nesten en rustplaatsen voor vogels. Er zijn broedvogels waarvan de nesten ook beschermd zijn op het moment dat ze niet voor de voortplanting in gebruik zijn. Binnen het gebied kunnen dit zijn: boomvalk, buizerd, havik, sperwer, wespendief, huismus, steenuil en de kerkuil. Boomvalk De boomvalk is een soort die geen eigen nest maakt, maar broedt in gebruikte kraaien- en/of eksternesten in verschillende typen bos(randen) of in solitaire bomen, populierensingels, of op
24
Quickscan Flora- en Fauna – Aijenseweg 7 Aijen
erven. De soort komt vooral voor in open en halfopen landschappen zoals boerenland en dorpen, alsook in buitenwijken van steden. De bomen op- en nabij de projectlocatie zijn gecontroleerd op dergelijke nesten, deze zijn niet aangetroffen. Evenmin worden er met de beoogde werkzaamheden bomen verwijderd. Negatieve effecten op de boomvalk als gevolg van de werkzaamheden zijn derhalve niet aan de orde. Buizerd en havik De buizerd en havik broeden op grote nesten van ongeveer een meter in doorsnede en 60 centimeter diep. Dergelijke nesten zijn tijdens het veldbezoek niet waargenomen. Een broedgeval van de buizerd en havik is daarom uit te sluiten. Eveneens worden er met de beoogde werkzaamheden geen bomen gekapt, zodat het wegnemen van een jaarrond beschermd nest kan worden uitgesloten. Wespendief en sperwer De wespendief is doorgaans gebonden aan grotere bosgebieden van zowel loof- als naaldbomen. Bij voorkeur is er afwisseling binnen het bosgebied aanwezig in de vorm van open plekken. De sperwer broedt bij voorkeur meer verborgen in naaldbomen. Beide situaties zijn op de onderzoekslocatie niet aanwezig. Gezien de ligging van de onderzoekslocatie binnen agrarisch gebied en de afwezigheid van voldoende dekking is een nestplaats van de sperwer of wespendief niet te verwachten. Eveneens zijn er tijdens het veldbezoek geen nesten aangetroffen.
Een broedgeval van zowel de wespendief als de sperwer zijn uitgesloten. Steenuil en kerkuil De kerkuil en steenuil hebben een voorkeur voor cultuurlandschappen met allerlei landschapselementen die voor afwisseling zorgen. Beide soorten broeden in gebouwen en gebruiken ook graag speciale nestkasten. Daarnaast worden door de steenuil ook wel boomholten gebruikt, mits er zich grote holten in bevinden. De gebouwen zijn in zijn geheel gecontroleerd op de aanwezigheid van steen- en kerkuilen en is vooral gelet op de aanwezigheid van sporen; braakballen, veren en uitwerpselen. Er zijn geen (sporen van) steen- en kerkuilen waargenomen. Wanneer een kerkuil op een locatie verblijft zijn er erg veel sporen in de vorm van braakballen, veren en uitwerpselen te vinden. Dat is op deze plek niet aan de orde. Daarnaast gebruiken de meeste kerkuilen een speciale nestkast. Wat de steenuil betreft, de locatie wordt niet door steenuilen bezocht, er zijn geen braakballen, veren of uitwerpselen aangetroffen. Daarnaast zijn er geen geschikte nestplaatsen aangetroffen in stallen wordt vaak een open nok als nestplaats gebruikt en zijn de openingen onder de dakrand, waardoor een uil onder de dakconstructie kan komen, is dichtgezet met windbreekgaas. Een steenuil is daarnaast niet zo flexibel dat ie zonder hulp(opstapje) onder een golfplaat kan komen. De andere stallen hebben een heel gesloten karakter.
Ze zijn ’s nachts gesloten. Daarnaast zijn de stallen zeer glad en netjes afgewerkt. Sporen van uilen zouden direct opvallen. Als de stallen hebben daardoor geen potentiële openingen die door steenuilen gebruikt zouden kunnen worden. Er is geen sprake van een afname van belangrijk foerageergebied. Er blijft er voldoende foerageergebied aanwezig in de omgeving Huismus Ook voor de huismus, die veel te vinden is in agrarisch gebied en vooral gebonden aan gebouwen is, is het nest jaarrond beschermd. Er zijn geen nesten van huismussen gevonden in de te slopen bebouwing. Er zijn ook geen huismussen gezien of gehoord rondom de planlocatie. Voor een huismus is het van belang dat het habitat aan een aantal voorwaarden voldoet: 1. nestgelegenheid 2. jaarrond aanwezig voedsel binnen 200 meter van het nest 3. schuilgelegenheden in dichte beplanting De ervaring leert dat wanneer er huismussen aanwezig zijn op een locatie, ze vaak sterk de voorkeur hebben voor de hoogste gebouwen, welke voorzien zijn van dakpannen en dan ook voornamelijk op de koude zijden noord en oost. Zouden er op deze locatie een kolonie of een deel van een kolonie aanwezig zijn, dan zou het woonhuis de meest ideale locatie zijn voor
25
Quickscan Flora- en Fauna – Aijenseweg 7 Aijen
huismussen. Daar alle andere gebouwen voorzien zijn van golfplaten. Golfplaten koelen en warmen enorm op. Hierdoor kom je in het veld geen huismussennesten tegen direct onder de golfplaten. De locatie is tweemaal bezocht bij beide bezoeken zijn geen huismussen waargenomen, daarnaast zijn er ook geen uitwerpselen gezien wat vaak ook een kenmerk is van de aanwezigheid van huismussen. Er zijn geen huismussen gezien of gehoord tijdens de twee veldbezoeken. Op de projectlocatie worden geen dieren meer gehouden. Ook geen sierkippen of hobbypaarden. Hierdoor is er geen jaarrond voedsel aanwezig voor de huismussen. Daarnaast blijft in het voorgenomen plan de woning ongemoeid. Als men al deze factoren op een rijtje zet kan men concluderen dat zonder aanvullend onderzoek, door de realisatie van de woningen geen huismusnesten worden aangetast. Boerenzwaluw en huiszwaluw Zowel de boerenzwaluw als de huiszwaluw zijn te vinden rond boerenerven. Beide soorten maken een moddernest. Echter bouwt de boerenzwaluw zijn nest bij voorkeur in een schuur terwijl een huiszwaluw zijn nest aan de buitenkant van een gebouw maakt en helemaal dicht metselt. Ook zijn beide soorten heel sociaal. Huiszwaluwen broeden vaak in kolonies van grote aantallen nesten. Terwijl de boerenzwaluwen vaak in losse kolonies broed met enkele paren bij elkaar. De te slopen stallen hebben een vrij gesloten karakter.
De deur staat nagenoeg de hele dag dicht. Bij bedrijven waar een voerkeuken of tanklokaal aanwezig is, staat de deur vaak open. Hier zie je vaak boerenzwaluwen. Maar op dit bedrijf zijn de stallen te veel gesloten. Daarmee zijn de stallen op de projectlocatie voor de boerenzwaluw niet geschikt. De dieren kunnen namelijk niet makkelijk in en uit vliegen. Kenmerk bij de aanwezigheid van boerenzwaluwen zijn uitwerpselen tegen deuren en muren. Deze zijn op de locatie niet aangetroffen. In combinatie met dichte stallen en schuren en het niet waarnemen van nesten wordt deze locatie momenteel niet gebruikt door boerenzwaluwen. Een huiszwaluw bouwt zijn nest vaak onder witte overstekken. De te slopen stallen zijn niet voorzien van een overstek. Daarnaast vallen deze nesten erg op. Er zijn geen zwaluwnesten aangetroffen tijdens het veldonderzoek ook niet bij het woonhuis. Gierzwaluw De gierzwaluw is in Nederland voornamelijk te vinden in oude stad/dorpskernen. Waarbij ie broed in losse kolonies. De gierzwaluw is een echte zomervogel en is aanwezig van eind april tot begin augustus. Hij komt alleen aan land om te broeden en verder doet ie alles in de lucht. Kenmerk van een goede nestplaats voor gierzwaluwen is dat er een grote opening in het dak zit, die goed aanvlieg baar is en de locatie zich in intensief bebouwd gebied bevindt. Hierbij is vaak de voorkeur voor hoge oude gebouwen.
De projectlocatie bevindt zich in het buitengebied en bij aanwezigheid van gierzwaluwen zou alleen woonhuis hiervoor in aanmerking komen, echter er zijn potentiële openingen aanwezig in deze woning aanwezig en is het dak geheel gesloten. Ook is het dak niet voorzien van oud Hollandse pannen waar ze nog wel eens onder willen broeden. Doordat de plan locatie zich in het buitengebied bevindt en er geen potentiële openingen aanwezig zijn, is de aanwezigheid van gierzwaluwen uit te sluiten. Torenvalk Een torenvalk bouwt zelf geen nest. Ze gebruiken oude kraaiennesten of speciale torenvalkkasten. Een torenvalk jaagt in open of halfopen landschappen. In een landschap met veel (kort) grasland, heide, hoogvenen, duinen en akkers is voor hen het voedsel goed te vinden. Al biddend in de lucht jaagt hij op prooien op de grond. Op het menu staan vooral woelmuizen maar ook zangvogels en kuikens van weidevogels. Er staat op het erf een torenvalkkast tussen de bomen. Deze was op het moment van het bezoek niet bewoond. Er worden met de voorgenomen werkzaamheden geen bomen gekapt en de nestkast blijft ook in tact. Het beschadigen van nesten is dus uitgesloten. Ook wordt het jaaggebied niet aangetast. Een negatief effect van het plan op de torenvalk is dus uit te sluiten.
26
Quickscan Flora- en Fauna – Aijenseweg 7 Aijen
Overige broedvogels De beplanting op de onderzoekslocatie kan nestgelegenheid bieden aan broedvogelsoorten zoals de merel en winterkoning. De nesten van deze soorten zijn alleen beschermd op het moment dat ze als zodanig in gebruik zijn. Daarnaast hangen er nog enkele nestkastjes aan de te slopen ligboxenstal. Dit zijn nestgelegenheden voor onder andere mezen. Ten tijde van het veldbezoek waren deze nestkastjes niet bewoond de inventarisatie was dan ook na het broedseizoen. Bij de realisatie van de plannen wordt er extra beplanting gerealiseerd en zullen er ook veel meer nestkasten worden opgehangen zodat de nestmogelijkheden voor allerlei vogels na het bouwen van de woningen verbeterd ten opzichte van de huidige situatie. Er zijn weinig vogels gezien en gehoord. Augustus is vaak wel de maand waarbij vogels zich moeilijk laten zien doordat ze in de rui zijn. Op deze locatie worden in andere maanden door de rijke beplanting in de omgeving veel meer soorten vogels voor.
Tabel 1: overzicht waargenomen vogels
Soort Vink
Reptielen, amfibieën en vissen Er zijn tijdens het terreinbezoek geen reptielen, amfibieën en/of vissen waargenomen. Voor de in Nederland voorkomende reptielsoorten zoals de hazelworm (in Limburg vrijgesteld van juli t/m september), de levendbarende hagedis (in Limburg vrijgesteld van 15 augustus t/m 15 oktober) en ringslang biedt de onderzoekslocatie geen geschikt habitat. Deze soorten worden vrijwel alleen aangetroffen in specifieke natuurgebieden. Volgens de data van de verspreidingsatlas van NDFF komen er in atlashok 4655 wel reptielen als hazelworm, gladde slang, zandhagedis en levendbarende hagedis voor. Maar het biotoop op de projectlocatie is niet geschikt voor deze soorten. Het atlashok strekt tot het gebied ten noorden van Bergen. Het gebied maakt deel uit van Nationaal Park De Maasduinen. Het is aannemelijker dat deze soorten in dat gebied leven. Hier is een afwisseling van vennen, heidegebied en bomen aanwezig. Dat is wel een geschikt biotoop voor deze reptielen. Dit geldt ook voor de specifieke beschermende amfibieënsoorten die veel eisen stellen aan zijn habitat; alpenwatersalamander, heikikker, vinpootsalamander, poelkikker en rugstreeppad. Deze zijn allen uit te sluiten omdat de betreffende locatie geen goed habitat biedt voor deze soorten door het ontbreken van voldoende oppervlaktewater.
Het is aannemelijk dat het land- en waterhabitat voor deze soorten aanwezig is rond de watergang aan de overzijde van de sloot. De onderzoekslocatie vormt wel een geschikt habitat voor algemene amfibieënsoorten als de bruine kikker en de gewone pad. Op de onderzoekslocatie kunnen deze soorten beschutting vinden tussen de begroeiing en onder takken- of stenenhopen. Voor algemene amfibieënsoorten geldt in het kader van de Wet natuurbescherming een vrijstelling, zodat een ontheffing bij verstoring niet noodzakelijk is. Het is echter wel zaak om aandacht te schenken aan de zorgplicht. Vissen Vanwege het ontbreken van oppervlaktewater op de onderzoek locatie kan deze soortgroep buiten beschouwing worden gelaten. Overige Van de overige soortgroepen, zoals dagvlinders, insecten en libellen, kan worden aangenomen dat deze soorten gedurende het jaar in het plangebied aanwezig kunnen zijn of dit gebied in de migratieroute hebben liggen. Afhankelijk van het seizoen zijn mogelijk algemene soorten te vinden op/of binnen de planlocatie. Specifieke beschermende soorten zijn voornamelijk afhankelijk van specifieke
27
Quickscan Flora- en Fauna – Aijenseweg 7 Aijen
terreinkenmerken met specifieke biotopen. Binnen het plangebied is een dergelijk biotoop niet aanwezig.
2.3
Effecten van de ingreep De effecten op beschermde soorten zijn onderzocht op basis van het voornemen binnen het plangebied. Flora algemeen Er is geen bijzondere flora aangetroffen binnen het plangebied, negatieve effecten zijn uitgesloten. Grondgebonden zoogdieren Verstoring van algemene zoogdieren vindt mogelijk plaats. De onderzoekslocatie vormt geschikt habitat voor een aantal soorten grondgebonden zoogdieren. Het gaat daarbij om algemene soorten als de egel, konijn en diverse muissoorten. De verblijfsplaatsen van deze soorten worden door de voorgenomen ingreep echter niet aangetast. Verblijfplaatsen van beschermde zoogdiersoorten zijn ter plaatse niet aangetroffen. Vleermuizen Er zijn geen sporen van vleermuizen aangetroffen waaruit blijkt dat de gebouwen als verblijfplaats worden gebruikt. Nader onderzoek in het kader van de soortenbescherming is niet noodzakelijk. Vogels Door de voorgenomen ingreep worden geen vogels en jaarrond beschermde nesten aangetast. Reptielen, amfibieën en vissen Er zijn geen reptielen, amfibieën en/of instandhoudingsdoelstellingen komen niet in het gedrang.
vissen
waargenomen.
De
Overige Omdat er geen geschikt biotoop is waargenomen voor overige beschermde soorten, zijn negatieve effecten uitgesloten. Nader onderzoek is niet noodzakelijk.
28
Quickscan Flora- en Fauna – Aijenseweg 7 Aijen
Hoofdstuk 3
3 Conclusie en aanbevelingen Het natuuronderzoek is gebaseerd op inventarisatiegegevens van derden, literatuuronderzoek en een verkennend veldbezoek aan het plangebied. Het beeld dat uit het onderzoek naar voren is gekomen vormt voldoende basis om gefundeerd uitspraken te doen over de gevolgen van de voorgenomen werkzaamheden voor beschermde soorten en gebieden.
3.1
Conclusie Voor de bepaling van de effecten en voor de beantwoording van de vraag of men in strijd komt met de Wet natuurbescherming, wordt de relatie gelegd tussen het initiatief met deze wet door waar mogelijk antwoord te geven op de volgende vragen: 1.
Welke wettelijk beschermde soorten komen in het plangebied voor? Welke status hebben deze soorten? 2. Welke invloed heeft de geplande ingreep in het betreffende gebied op de beschermde soorten en de staat van instandhouding? 3. Hoe dient omgegaan te worden met eventuele negatieve effecten van het plan op wettelijk beschermde planten- en diersoorten, en welke vervolgstappen zijn nodig?
Het voornemen zoals opgenomen in de inleiding en de daarbij behorende werkzaamheden, zal naar verwachting geen negatief effect hebben op de staat van instandhouding van beschermde soorten. Binnen het plangebied zijn geen (verblijfplaatsen van) strikt beschermde soorten aangetroffen die door de werkzaamheden worden beïnvloed. Uit de effectenbeschrijving blijkt dat er geen onevenredige directe of indirecte gevolgen zijn van de voorgenomen activiteiten op de voortplanting en instandhouding van beschermde dieren/of plantsoorten. Lokaal zullen mogelijk algemene soorten uit het plangebied trekken op zoek naar een vervangende biotoop. De voormalige bedrijfsgebouwen dienen bij voorkeur gesloopt te worden buiten het broedseizoen. Voor aanvang van de werkzaamheden dient derhalve geen aanvullend onderzoek plaats te vinden. Een ontheffing met betrekking tot aantasting van beschermde soorten is niet nodig. De werkzaamheden kunnen leiden tot een beschadiging of vernietiging van mogelijke verblijfplaatsen en/of verstoring van eventueel aanwezige algemene soorten. Een algehele vrijstelling op basis van de Verordening natuurbescherming voor ruimtelijke ontwikkelingen is hierop van toepassing. De algemene zorgplicht blijft onverminderd van toepassing.
29
Quickscan Flora- en Fauna – Aijenseweg 7 Aijen
Literatuur
30
Broekhuizen, S., Hoekstra, B., Laar, van, V., Smeenk, C. & Thissen, J.B.M., 1992 Atlas van de Nederlandse zoogdieren. Stichting uitgeverij van de KNNV, Utrecht. Europese Gemeenschappen, Richtlijn no 92/409 inzake het behoud van de vogelstand. Brussel, 1979. Europese Gemeenschappen, Richtlijn no 92/43 inzake instandhouding van de natuurlijke habitat en de wilde flora en fauna. Brussel, 1992. Provinciale Verordening (Wet) natuurbescherming Hollander, H., & Geest, van der, P., 1994. Rode-Lijst van bedreigde zoogdieren in Nederland. Red data book of threatened mammals in the Netherlands. Vereniging voor Zoogkunde en Zoogdierbescherming, Utrecht. Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, Ministerie van Volkshuisvesting. Ruimtelijke Ordening en milieu, 2004. Nota Ruimte. De Nederlandse libellen, Nederlandse Fauna, deel 4 Nationaal historisch museum, KNNV uitgeverij (2002) Vereniging voor Zoogdierkunde en Zoogdierbescherming (VZZ) Vleermuizen en planologie, Zoogdiervereniging (2010) Wet natuurbescherming. Vastgesteld d.d. 1 januari 2017. www.waarneming.nl www.synbiosys.alterra.nl www.atlasleefomgeving.nl www.ravon.nl www.sovon.nl www.google.nl www.floron.nl www.natuurgegevensprovincielimburg.nl www.ruimtelijkeplannen.nl www.natura2000.nl www.ecologica.eu
Quickscan Flora- en Fauna – Aijenseweg 7 Aijen
1 Waarnemingen Bijlage
31
Quickscan Flora- en Fauna – Aijenseweg 7 Aijen
32
Quickscan Flora- en Fauna – Aijenseweg 7 Aijen
33
Quickscan Flora- en Fauna – Aijenseweg 7 Aijen
34
Quickscan Flora- en Fauna – Aijenseweg 7 Aijen
2 Effecten indicator soorten Bijlage
35
Quickscan Flora- en Fauna – Aijenseweg 7 Aijen
36
Quickscan Flora- en Fauna – Aijenseweg 7 Aijen
37
Quickscan Flora- en Fauna – Aijenseweg 7 Aijen
38
Quickscan Flora- en Fauna – Aijenseweg 7 Aijen
39
Quickscan Flora- en Fauna – Aijenseweg 7 Aijen
40
Quickscan Flora- en Fauna – Aijenseweg 7 Aijen
41
Quickscan Flora- en Fauna – Aijenseweg 7 Aijen
3 Plan projectlocatie Bijlage
42
Quickscan Flora- en Fauna – Aijenseweg 7 Aijen
4 Natuurgegevens Bijlage
provincie
broedvogelindicatie
43
Quickscan Flora- en Fauna – Aijenseweg 7 Aijen
Limburg