CConstaterende datBergen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage VI Archeologisch onderzoek bewerkt

Gemeenteraad 30 mei 2023, gemeente BergenBij agendapunt: Gewijzigd vaststellen bestemmingsplan woningbouw Dorpsstraat 36 t/m 42 en Mgr. Frederixplein Afferden;12.139 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Niet gevonden in dit document.

ARCHEOLOGISCH BUREAUONDERZOEK DORPSSTRAAT TE AFFERDEN GEMEENTE BERGEN

archeologisch bureauonderzoek Dorpsstraat te Afferden Opdrachtgever

HOOGH adviesbureau De Messemaker 21 5431 KT Cuijk

Rapportnummer

17455.002

Versienummer1

1

Datum

6 december 2021

Vestiging

Limburg Rijksweg Noord 39 6071 KS Swalmen 088 - 5001600 swalmen@econsultancy.nl

Opsteller

De heer drs. M. Stiekema

Paraaf

Kwaliteitscontrole

De heer drs. A.H. Schutte

Paraaf

© Econsultancy bv, Swalmen ngen: Econsultancy bv, tenzij anders vermeld. Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotokopie of op welke wijze dan ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgevers. Econsultancy aanvaardt geen aansprakelijkheid voor eventuele schade voortvloeiend uit de toepassing van de adviezen of het gebruik van de resultaten van dit onderzoek. ISSN: 2210-8777 (Analoog rapport) ISSN: 2210-8785 (Digitaal rapport E-depot) 1

Versie 1 betreft een rapport waarvan geen beoordeling van de bevoegde overheid is ontvangen, bij versie 2 is het rapport wel beoordeeld door de bevoegde overheid.

Econsultancy Archeologisch Rapport

Administratieve gegevens plangebied Projectcode

17455.002

Toponiem

Dorpsstraat

Opdrachtgever

HOOGH adviesbureau

Gemeente

Bergen

Plaats

Afferden

Provincie

Limburg

Kadastrale gegevens

gemeente Bergen, sectie T en de nummers 985, 992, 994, 998, 1576, 1577 en 2224

Omvang plangebied

circa 1.800 m2

Kaartblad

46 D

Coördinaten centrum plangebied

X: 198.045 Y: 405.270

Bevoegde overheid

Gemeente Bergen Postbus 140, 5854 ZJ Bergen Contactpersoon: Natascha Bakker

T: 048 5348383 E: n.bakker@bergen.nl

Deskundige namens de bevoegde overheid

ArchAeO B.V. Rapelenburglaan 9 5654 AP Eindhoven Contactpersoon: Drs. Fokko P. Kortlang

T: 040 2519270 E: advies@archaeo.nl

ARCHIS3 Onderzoeksmeldingsnummer (OM-nr.)

5139064100

Archeoregio NOaA

Limburgs zandgebied

Beheer en plaats documentatie

Econsultancy, Swalmen/ Provinciaal Archeologisch Depot Limburg

Uitvoerder

Econsultancy, De heer drs. M. Stiekema

Kwaliteitszorg Econsultancy is onder meer gecertificeerd voor protocollen 4001, 4002, 4003 en 4004 van de BRL SIKB 4000. Verder is Econsultancy lid van de Nederlandse Vereniging van Archeologische Opgravingsbedrijven (NVAO). De leden van de NVAO bieden kwalitatief hoogstaand archeologisch onderzoek. Het lidmaatschap is een waarborg voor kwaliteit en betrouwbaarheid. Tevens is Econsultancy aangesloten bij de Vereniging van Ondernemers in Archeologie (VOiA). De VOiA behartigt de belangen van meer dan 100 bedrijven in alle takken van de archeologie. Betrouwbaarheid Dit onderzoek is op zorgvuldige wijze uitgevoerd, conform de toepasselijke en van kracht zijnde regelgeving. Een booronderzoek wordt in het algemeen uitgevoerd door het steekproefsgewijs onderzoeken van de bodem, waardoor het, op basis van de resultaten van een booronderzoek, onmogelijk is garanties af te geven ten aanzien van de aan- of afwezigheid van archeologische waarden. In dit kader dient ook opgemerkt te worden dat geraadpleegde bronnen niet altijd zonder fouten en volledig zijn. Daar Econsultancy voor het verkrijgen van historische informatie afhankelijk is van deze bronnen, kan Econsultancy niet instaan voor de juistheid en volledigheid van deze informatie.

Econsultancy Archeologisch Rapport

SAMENVATTING Econsultancy heeft in opdracht van HOOGH adviesbureau een archeologisch onderzoek uitgevoerd voor een plangebied gelegen aan de Dorpsstraat te Afferden in de gemeente Bergen. De initiatiefnemer is voornemens in het plangebied een mix aan appartementen, nieuwbouwwoningen en levensloopbestendige woningen te realiseren. Om deze ontwikkeling mogelijk te maken, moet eerst een wijziging van het bestemmingsplan worden doorgevoerd. Hierbij moet ook inzichtelijk worden gemaakt welke archeologische waarden binnen het plangebied kunnen worden verwacht. De noodzaak tot archeologisch onderzoek vloeit voort uit het Verdrag van Malta (1992) en de Wet ruimtelijke ordening (Wro, 2006). Het archeologisch onderzoek is noodzakelijk om te bepalen of er archeologische waarden aanwezig zijn binnen het plangebied en of deze door de voorgenomen bodemingrepen kunnen worden aangetast. Doel van het bureauonderzoek is een antwoord te vinden op de vraag wat de gespecificeerde archeologische verwachting voor het plangebied is. Dit wordt uitgevoerd door middel van het verwerven van informatie, aan de hand van bestaande bronnen, over bekende en verwachte archeologische waarden. Met de resultaten van het archeologisch onderzoek kan worden vastgesteld of binnen het plangebied archeologische waarden aanwezig (kunnen) zijn en of vervolgonderzoek dan wel planaanpassing noodzakelijk is.

Gespecificeerde archeologische verwachting bureauonderzoek Op basis van de ligging van het plangebied in de historische kern van Afferden, nabij de terrasrand naar een lager gelegen Maasterras, heeft het plangebied een middelhoge gespecificeerde verwachtingswaarde voor archeologische resten uit het Laat Paleolithicum tot en met het Neolithicum en een hoge gespecificeerde verwachtingswaarde voor archeologische resten uit de Bronstijd tot en met de Nieuwe tijd. Advies Gezien de in dit onderzoek opgestelde archeologische verwachting is binnen het plangebied vervolgonderzoek noodzakelijk om deze te toetsen. Het vervolgonderzoek kan het beste worden uitgevoerd in de vorm van een karterend en waarderend proefsleuvenonderzoek na de sloop van de (bovengrondse delen van de) huidige bebouwing in het plangebied. Booronderzoeken zijn in historische kernen minder geschikt gezien de grote kans op het voorkomen van puinlagen die aan historische bebouwing toegeschreven kunnen worden. Bij een proefsleuvenonderzoek dienen verspreid over het plangebied sleuven gegraven te worden met als doel om eventuele archeologische waarden te karteren en waarderen. Voor dit onderzoek dient een door de bevoegde overheid goedgekeurd Programma van Eisen te zijn opgesteld waarin is vastgelegd waaraan het onderzoek moet voldoen. Bovenstaand advies is van Econsultancy.

De resultaten van onderhavig onderzoek dienen te worden beoordeeld door de bevoegde overheid (gemeente Bergen). De bevoegde overheid neemt vervolgens een besluit.

Rapport 17455.002 versie 1

INHOUDSOPGAVE

1

INLEIDING .................................................................................................................................. 1

2

BUREAUONDERZOEK .............................................................................................................. 1 2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6 2.7 2.8

3

Doelstelling en onderzoeksvragen ................................................................................... 1 Methoden .......................................................................................................................... 1 Afbakening en huidige situatie van het plangebied .......................................................... 2 Toekomstige situatie ......................................................................................................... 3 Aardwetenschappelijke gegevens .................................................................................... 3 Archeologische waarden .................................................................................................. 6 Beschrijving van het historische gebruik .......................................................................... 7 Gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel ........................................................ 10

CONCLUSIE EN ADVIES ......................................................................................................... 12

LITERATUUR ...................................................................................................................................... 13 BRONNEN .......................................................................................................................................... 14

Rapport 17455.002 versie 1

LIJST VAN TABELLEN Tabel I. Tabel II. Tabel III. Tabel IV.

Aardwetenschappelijke gegevens plangebied Grondwatertrappenindeling Geraadpleegd historisch kaartmateriaal Gespecificeerde archeologische verwachting

LIJST VAN AFBEELDINGEN Figuur 1. Figuur 2. Figuur 3. Figuur 4. Figuur 5. Figuur 6. Figuur 7. Figuur 8. Figuur 9.

Het plangebied op de topografische kaart Het plangebied op de kadastrale kaart. Het plangebied op een luchtfoto Situering van het plangebied binnen de archeologische beleidskaart. Het plangebied op de geomorfologische kaart. Het plangebied op het actueel hoogtebestand (AHN3). Het plangebied op de bodemkaart. Archeologische waarden en onderzoeken in de omgeving van het plangebied. Het plangebied op historische kaarten.

BIJLAGEN Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3 Bijlage 4 Bijlage 5 Bijlage 6 Bijlage 7

Overzicht geologische en archeologische tijdvakken AMK-terreinen Onderzoeksmeldingen Vondstmeldingen Bewoningsgeschiedenis van Nederland AMZ-cyclus Planontwerp

Rapport 17455.002 versie 1

1

INLEIDING

Econsultancy heeft in opdracht van HOOGH adviesbureau een archeologisch onderzoek uitgevoerd voor een plangebied gelegen aan de Dorpsstraat te Afferden in de gemeente Bergen (zie figuur 1). De initiatiefnemer is voornemens in het plangebied een mix aan appartementen, nieuwbouwwoningen en levensloopbestendige woningen te realiseren. Om deze ontwikkeling mogelijk te maken, moet eerst een wijziging van het bestemmingsplan worden doorgevoerd. Hierbij moet ook inzichtelijk worden gemaakt welke archeologische waarden binnen het plangebied kunnen worden verwacht. De noodzaak tot archeologisch onderzoek vloeit voort uit het Verdrag van Malta (1992) en de Wet ruimtelijke ordening (Wro, 2006). Het archeologisch onderzoek bestaat uit een bureauonderzoek (hoofdstuk 2). Uitgaande van de in het bureauonderzoek opgestelde gespecificeerde archeologische verwachting wordt een advies gegeven of vervolgstappen noodzakelijk zijn (hoofdstuk 3). Het archeologisch onderzoek is uitgevoerd in december 2021 door drs. M. Stiekema (Senior KNA Prospector). Het rapport is gecontroleerd door drs. A.H. Schutte (Senior KNA Archeoloog).

2

BUREAUONDERZOEK

2.1

Doelstelling en onderzoeksvragen

Het doel van het bureauonderzoek is het opstellen van een gespecificeerde archeologische verwachting voor het plangebied. Hiervoor wordt een inventarisatie gemaakt van bekende aardwetenschappelijke, archeologische en (cultuur)historische gegevens. Aan de hand van deze inventarisatie wordt het gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel opgesteld. 2.2

Methoden

Het archeologisch onderzoek is uitgevoerd onder certificaat op grond van de BRL SIKB 4000 (KNA, versie 4.1, 24 05 2018) en conform de eisen en normen zoals aangegeven in de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA, versie 4.1, 24 05 2018, protocol 4002), die is vastgesteld door het Centraal College van Deskundigen (CCvD) Archeologie en is ondergebracht bij het SIKB te Gouda. Voor de uitvoering van het bureauonderzoek gelden de specificaties LS01, LS02, LS03, LS04 en LS05. De resultaten van dit onderzoek worden in dit rapport weergegeven conform specificatie LS06. 2 Binnen dit onderzoek zijn de volgende werkzaamheden verricht: afbakening van het plangebied en vaststellen van de consequenties van het mogelijk toekomstige gebruik (LS01); beschrijving van de huidige en toekomstige situatie (LS02); beschrijving van de historische situatie en mogelijke verstoringen (LS03); beschrijving van bekende archeologische en historische waarden en aardwetenschappelijke gegevens (LS04); opstellen van een gespecificeerde verwachting (LS05). Bij het uitvoeren van deze werkzaamheden zijn de volgende bronnen geraadpleegd: 2

SIKB.

Rapport 17455.002 versie 1

Pagina 1 van 15

het Archeologische Informatie Systeem (ARCHIS); de Archeologische Monumenten Kaart (AMK); geologische kaarten, geomorfologische kaarten en bodemkaarten; de centrale toegangspoort tot Data en Informatie van de Nederlandse Ondergrond (DINOLoket); literatuur en historisch kaartmateriaal; bouwhistorische gegevens; de recente topografische kaart (schaal 1:25.000); het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN); Provinciaal Archeologisch Aandachtsgebied kaart van de provincie Limburg; de archeologische beleidskaart van de gemeente Bergen; plaatselijke (amateur-)archeoloog c.q. heemkundevereniging. 2.3

Afbakening en huidige situatie van het plangebied

Afbakening Er dient een onderscheid gemaakt te worden tussen het onderzoeksgebied en het plangebied. Het plangebied is het gebied waarbinnen feitelijk de bodemverstorende ingreep gaat plaatsvinden. Het onderzoeksgebied is het gebied waarover informatie is verzameld om een goed beeld te krijgen van de archeologische waarden binnen het plangebied. Dit gebied is groter dan het plangebied. In het huidige onderzoek betreft het onderzoeksgebied het gebied binnen een straal van circa 500 meter rondom het plangebied.3 Het plangebied, circa 1.800 m2, ligt aan de Dorpsstraat, in de kern van Afferden in de gemeente Bergen (zie figuur 1 en figuur 2). Het plangebied bestaat uit twee locaties aan weerszijden van het Mgr. Frederixplein. De westelijke locatie betreft Dorpsstraat 36, 38 en 40. In totaal betreft deze locatie een oppervlakte van ± 850 m2. De oostelijke locatie betreft Kubbus Partycentrum aan de Dorpsstraat 42 met een oppervlakte van ± 950 m 2. De eerste locatie omvat de kadastrale percelen bekend als gemeente Bergen, sectie T en de nummers 992, 994, 998, 1576, 1577 en 2224. De tweede locatie betreft het kadastrale perceel bekend als gemeente Bergen, sectie T nummer 985. Volgens het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN) bevindt het maaiveld zich op een hoogte van circa 14 meter +NAP. Huidige situatie Voor het bureauonderzoek is het van belang de huidige situatie te onderzoeken.

Landgebruik en bebouwing kunnen van invloed zijn op de archeologische verwachting. Hiervoor is gebruik gemaakt van de meest recente gegevens. Het plangebied is momenteel grotendeels bebouwd. Langs de randen bevinden zich enkele kleine tuinen (zie figuur 3). Vigerend beleid Sinds 1 juli 2016 is de Erfgoedwet van kracht. Het doel van deze wet is te voorkomen dat archeologische waarden uit het verleden verloren gaan. In deze wet zijn de gemeenten verantwoordelijk voor het beheer van het bodemarchief binnen hun grondgebied. Voor een goed beheer van dit bodemarchief gebruikt de gemeente een archeologische beleidskaart. De archeologische beleidskaart geeft een gemeentebreed overzicht van bekende en te verwachten archeologische waarden. De kaart maakt inzichtelijk waar en bij welke ruimtelijke ingrepen een archeologisch onderzoek verplicht is en wordt als toetsingskader gebruikt voor ruimtelijke procedures. 3 Binnen deze straal wordt geacht dat er voldoende informatie beschikbaar is om een gefundeerde uitspraak te doen over de archeologische verwachting van het plangebied.

Rapport 17455.002 versie 1

Pagina 2 van 15

Volgens het bestemmingsplan Afferden (vastgesteld in 2010) heeft de gehele onderzoekslocatie een dubbelbestemming Waarde - Archeologie. In deze gebieden dient bij planvorming en voorafgaand aan vergunningverlening bij bodemingrepen groter dan 250 m 2 en dieper dan 50 cm vroegtijdig een inventariserend archeologisch onderzoek te worden uitgevoerd. 4 De dubbelbestemming is afgeleid van de archeologische beleidskaart en de bijbehorende beleidsnota. Volgens de beleidskaart (Figuur 4) ligt het plangebied grotendeels in een zone met een hoge archeologische waarde (Categorie 3) en deels (het zuidoostelijke deel) in een zone met een zeer hoge archeologische waarde (Categorie 2). Deze waarden hangen samen met de ligging van het plangebied binnen de historische kern van Afferden, iets ten noordwesten van de St.-Cosmas en Damianiskerk. 5 Huidig milieuonderzoek Gelijktijdig met het archeologisch bureauonderzoek is er voor het plangebied een milieuhygiënisch bodemonderzoek uitgevoerd door Econsultancy (rapportnummer: 17455.001). De resultaten van het milieuhygiënisch bodemonderzoek waren ten tijde van het uitvoeren van dit archeologisch bureauonderzoek nog niet bekend. 2.4

Toekomstige situatie

Het toekomstige gebruik/inrichting van het plangebied kan gevolgen hebben op het in-/ex-situ behoud van de archeologische waarde. In het plangebied is de bouw van een mix aan appartementen, nieuwbouwwoningen en levensloopbestendige woningen gepland. In totaal zullen er tien appartementen, vijf rijtjeswoningen, twee levensloopbestendige woningen, 17 buitenbergingen en 25 parkeerplaatsen worden gerealiseerd. Het exacte oppervlak en de diepte van verstoring ten behoeve van de nieuwbouw zijn nog niet bekend (zie bijlage 7). De geplande werkzaamheden kunnen tot gevolg hebben dat eventueel aanwezige archeologische waarden worden verstoord. 2.5

Aardwetenschappelijke gegevens

Het landschap heeft altijd een belangrijke rol gespeeld in het nederzettingspatroon. Bij onderzoek naar archeologische sporen in een bepaald gebied is het van groot belang te weten hoe het landschap er in het verleden heeft uitgezien. Men kan meer te weten komen over dit landschap door de geologische opbouw, de bodem en de hydrologie van een gebied te bestuderen. De volgende aardwetenschappelijke gegevens zijn bekend van het plangebied: Tabel I.

Aardwetenschappelijke gegevens plangebied

Type gegevens Geologie

6

Gegevensomschrijving Formatie van Beegden; rivierzand en -grind (Be3)

Geomorfogenetische kaart Maasvallei7

Hooggelegen terrasvlakte uit het Allerød

Geomorfologie8

Bebouwd gebied

Bodemkunde9

Hoge bruine enkeerdgrond (bEZ30)

Grondwatertrap

VII

4

Portaal voor Ruimtelijke Plannen. Van de Water & Kortlang, 2012 6 De Mulder et al., 2003. 7 Isarin e.a., 2015 8 Wageningen Environmental Research, 2017. 9 Stichting voor Bodemkartering, 1976. 5

Rapport 17455.002 versie 1

Pagina 3 van 15

Landschappelijke ontwikkeling10 Het terrassenlandschap langs de Maas is ontstaan gedurende de verschillende koude en warme perioden van het Kwartair. Tijdens koude perioden heeft de Maas een vlechtend karakter gehad met een brede riviervlakte en een opeenhoping van sedimenten. Gedurende de overgang van een koude naar een warme periode sneed de rivier zich in het rivierterras in. Daarna begon de Maas te meanderen, waarbij de rivier zich concentreerde in één geul en er verschillende sedimenten in de bedding, op de oever en in de naastgelegen komgronden werden afgezet. De oudste terrassen liggen hoog, de jongere lager. Kenmerkend zijn de vele geulen (insnijdingen) binnen de terrasniveaus. De Maas heeft zich herhaalde malen verlegd zodat behalve de huidige rivierloop diverse oude geulen, vaak in de vorm van een meanderbocht, zijn achtergebleven. Deze meanders zijn scherp begrensd en liggen aanmerkelijk lager in het landschap dan de aangrenzende niet-geërodeerde afzettingen. Hierdoor is een landschap ontstaan met grotere en kleinere plateaus die veel steile randen hebben naar de geulen. De gronden binnen deze plateaus betreffen vaak oude kleigronden en bruine, oude bouwlanden. De meanders zijn meestal opgevuld met jonge rivierklei. Plaatselijk wordt er binnen meanders zand aangetroffen of heeft er enige veenvorming plaatsgevonden (broekveen) wanneer meanders zijn afgesloten.

Behalve in zijn eigen afzettingen (grove, grindrijke rivierzanden behorende tot de Formatie van Beegden) heeft de Maas zich ook ingesneden in het westelijk gelegen dekzandgebied en deels in het gebied van de rivierstuifduinen, waardoor deze hoger gelegen, geïsoleerde delen vormen. Daarnaast zijn de afzettingen van de hoger gelegen terrassen deels bedekt door dekzandafzettingen. De vorm van oude meandergeulen zijn op de kaart goed te herkennen bij de overgang naar het dekzandgebied. Het plangebied bevindt zich binnen de Laat-Pleistocene en Holocene riviervlakte die zich uitstrekt aan weerszijden van de Maas. In het westen worden de Maasterrassen begrensd door een steile rand van het hoger gelegen dekzandgebied en in het oosten door de steile rand van de oude Rijnterrassen. De terrassen ten oosten van de Maas worden lokaal bedekt met afzettingen van rivierstuifduinen. Vanaf hun ontstaan zijn de Maasterrassen aantrekkelijk geweest voor de mens. In eerste instantie voor tijdelijke kampementen van jagers en verzamelaars en later voor permanente agrarische nederzettingen. Mensen vestigden zich op de hoogste delen van het terras, met name op oeverwallen en rivierduintjes. Het plangebied ligt op een Maasterras dat is ontstaan gedurende het Allerød (circa 14.500 - 12.850 BP). Het oostelijke deel van dit Maasterras ten noordoosten van de kern van Afferden is afgedekt met rivierduinen.

Op circa 100 meter ten zuidwesten van het plangebied bevindt zich de overgang naar het lager gelegen terras uit de Jonge Dryas (circa 12.700-11560 BP). Langs de terrasrand op het Jonge Dryas terras ligt een beekdal welke vermoedelijk een oude restgeul van de Maas volgt. DINO11 Het Dinoloket is de centrale toegangspoort tot Data en Informatie van de Nederlandse Ondergrond (DINO). Het DINO-systeem is de centrale opslagplaats voor geowetenschappelijke gegevens over de diepe en ondiepe ondergrond van Nederland. Het archief omvat diepe en ondiepe boringen, grondwatergegevens, sonderingen, geo-elektrische metingen, resultaten van geologische, geochemische en geomechanische monsteranalyses, boorgatmetingen en seismische gegevens. De site wordt beheerd door TNO. In het Dinoloket zijn enkele boringen bestudeerd.12 Hieruit blijkt dat de ondergrond voornamelijk bestaat uit grove zandafzettingen, met plaatselijk een fijner zand dek. Geomorfologie De geomorfologische kaart van Nederland (1:50.000) geeft de mate van reliëf en de vormen die in het landschap te onderscheiden zijn weer. Doordat het plangebied zich binnen de bebouwde kom van 10

Berendsen, 2008; Van den Berg, 1996; Isarin e.a., 2015. Dinoloket. 12 DINO boornummers B46D1563 en B46D1564. 11

Rapport 17455.002 versie 1

Pagina 4 van 15

Afferden bevindt, is de geomorfologie niet gekarteerd (zie figuur 5). Uit extrapolatie van geomorfologische gegevens buiten het plangebied is het aannemelijk dat het plangebied op een dalvlakteterras of eventueel afdekkende dekzandwelvingen liggen. Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN)13 Het Actueel Hoogtebestand Nederland vormt een belangrijke aanvullende informatiebron voor de landschapsanalyse. Dit met behulp van laseraltimetrie verkregen digitale bestand vormt een gedetailleerd beeld van het huidige reliëf in het plangebied. Uitgaande van het AHN ligt het plangebied op een licht golvend Maasterras. Binnen het plangebied hangen de aanwezige hoogteverschillen samen met de bebouwing en verharding. Op het AHN zijn met name de hoger gelegen rivierduinen ten noordoosten van Afferden duidelijk te herkennen (zie figuur 6). Bodemkunde14 Volgens de Bodemkaart van Nederland (1:50.000) is het plangebied gekarteerd als hoge bruine enkeerdgrond (zie figuur 7). Enkeerdgronden zijn oude bouwlanden, die vanaf de Late Middeleeuwen op de Pleistocene zandgronden zijn ontstaan door het opbrengen van mest (uit potstallen) vermengd met plaggen, die gestoken werden op de woeste gronden (zoals heide, bossen en beekdalen). Dergelijke gronden zijn eerst ontstaan op de hogere delen van het landschap en hebben zich later uitgebreid tot de lagere delen.

Ze bestaan uit dikke lagen leemarme en humusrijke gronden. Het belang van een enkeerdgrond ligt in de beschermende kwaliteiten van het dek. Eventuele archeologische waarden worden in de regel door het dikke dek beschermd tegen verstoring door onder andere agrarische activiteiten. Sinds de jaren 80 van de 20e eeuw is er een grotere en meer systematische aandacht voor plaggenbodems in Nederland. In veel gevallen bleken de betreffende terreinen een hoge dichtheid aan verhoudingsgewijs goed geconserveerde archeologische overblijfselen te bevatten, soms zelfs complete archeologische landschappen. De vaak opmerkelijke resultaten vormen de belangrijkste bron voor de beschrijving van de bewoning en het landgebruik in de zandlandschappen voor de periode vanaf de Midden-Bronstijd tot in de Nieuwe tijd. Veel hiervan representeert de vroegere geschiedenis van de dorpen die tussen de 9e en de 12e eeuw naast de essen kwamen te liggen. De rijkdom aan archeologische resten heeft er toe geleid dat de hoger en droger gelegen plaggendekken of enkeerdgronden over het algemeen een hoge indicatieve archeologische waarde kregen.15 Boringen en/of sonderingen In het plangebied zijn in het kader van andere bodemonderzoeken (nog) geen boringen dan wel sonderingen gezet waarvan de resultaten gebruikt kunnen worden voor dit bureauonderzoek.

Grondwatertrap Grondwatertrappen zijn een indicatie voor de diepte van de grondwaterstand en de seizoensfluctuatie daarvan. De grondwatertrappenindeling is gebaseerd op de gemiddeld hoogste (GHG) en de gemiddeld laagste grondwaterstand (GLG). Hiermee worden de winter- en zomergrondwaterstanden gekarakteriseerd in een jaar met een gemiddelde neerslag en verdamping. In stedelijk gebied zijn geen grondwate (1:50.000) weergegeven. Tabel II geeft een overzicht van de klassengrenzen die worden aangehouden bij de indeling van de grondwatertrappen. De trappen worden vastgesteld op een schaal van I tot VII van respectievelijk 13

AHN. Stichting voor Bodemkartering, 1976. 15 Doesburg et al., 2007. 14

Rapport 17455.002 versie 1

Pagina 5 van 15

extreem nat tot extreem droog. Bij sommige grondwatertrappen is een * weergegeven: het gaat hier om tussenliggende grondwatertrappen die een drogere variant vertegenwoordigen. Grondwatertrappenindeling16

Tabel II. Grondwatertrap

I

II'

III'

IV

V'

VI

VII"

VIII

GHG (cm -mv)

-

<40

<40

>40

<40

40-80

>80

> 140

GLG (cm -mv)

<50

50-80

80-120

80-120

>120

>120

>120

-

') ")

Bij deze grondwatertrappen wordt een droger deel onderscheiden Een met een * achter de code als onderverdeling aangegeven "zeer droog deel" heeft een GHG dieper dan 140 cm beneden maaiveld

Gebiedsdelen met een goede ontwatering (Grondwatertrap VI, VII en VIII) zijn zeer geschikt voor landbouw en vormden mede daarom, vooral in het verleden, een aantrekkelijk vestigingsgebied. Ook is het grondwaterpeil een indicatie voor de conservering van metalen en organische resten, hoe beter de ontwatering hoe slechter de conservering. Het plangebied bevindt zich in een gebied dat wordt gekenmerkt met een grondwatertrap VI. Vanwege deze diepe grondwaterstand is niet te verwachten dat de toekomstige bebouwing het grondwaterpeil zal beïnvloeden. 2.6

Archeologische waarden

Voor de uitkomst van het bureauonderzoek is het van belang de bekende archeologische waarden (al dan niet volledig onderzocht) te beschrijven. Een belangrijke informatiebron is het landelijke ARCHeologisch Informatie Systeem (ARCHIS), dat beheerd wordt door de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE).17 In dit systeem worden alle archeologische gegevens verzameld en via internet zijn deze door bevoegden te raadplegen. De bekende archeologische waarden zijn middels kaartmateriaal weergegeven in figuur 8. Hierop staan de in ARCHIS geregistreerde AMK-terreinen, waarnemingen, vondstmeldingen en onderzoeksmeldingen binnen een straal van 500 meter weergegeven. Aangezien de gemeentelijke beleidskaart een hoger detailniveau heeft dan de landelijke IKAW (Indicatieve Kaart Archeologische Waarde) is de IKAW voor het onderzoek niet geraadpleegd. Provinciale archeologische aandachtsgebieden provincie Limburg 18 De Provincie Limburg heeft in maart 2008 besloten haar verantwoordelijkheid voor archeologie te gaan beperken tot waarden van provinciaal belang. Daartoe heeft ze een aantal zgn. archeologische aandachtsgebieden aangewezen. Dit zijn representatieve en relatief gave delen van de verschillende Limburgse cultuurlandschappen met een groot potentieel aan archeologische waarden. De Provincie wil zich inzetten voor het behoud en onderzoek van archeologische waarden in deze gebieden.

Het betreft zes soorten gebieden, verspreid over 16 verschillende gemeenten. Volgens de Provinciaal Archeologisch Aandachtsgebied kaart van de provincie Limburg ligt het plangebied niet binnen een Provinciaal Archeologisch Aandachtsgebied. 19 AMK-terreinen binnen het onderzoeksgebied 20 De Archeologische Monumentenkaart (AMK) bevat een overzicht van archeologische monumenten/terreinen in Nederland. De terreinen zijn beoordeeld op verschillende criteria (kwaliteit, zeldzaam16

Locher & De Bakker, 1990. Archeologisch informatiesysteem Archis3, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE), Amersfoort. 18 Provinciaal Omgevingsplan Limburg. 19 Provinciaal Omgevingsplan Limburg. 20 Archeologisch informatiesysteem Archis3, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE), Amersfoort. 17

Rapport 17455.002 versie 1

Pagina 6 van 15

heid, representativiteit, ensemblewaarde en belevingswaarde). Op grond daarvan zijn deze ingedeeld in vier categorieën; terreinen met archeologische waarde, een hoge archeologische waarde, een zeer hoge archeologische waarde of een zeer hoge archeologische waarde met een beschermde status. Het plangebied ligt binnen een AMK-terrein dat samenvalt met de historische kern van Afferden. Binnen het onderzoeksgebied ligt verder nog een AMK-terrein op 150 meter ten westen van het plangebied dat samenvalt met de ligging van een (inmiddels verdwenen) kasteel uit de Late Middeleeuwen (zie bijlage 2 en figuur 8). In het verleden uitgevoerde archeologische onderzoeken binnen het onderzoeksgebied 21 Binnen het onderzoeksgebied zijn in de afgelopen jaren door verschillende archeologische bedrijven en instellingen in totaal zes archeologische onderzoeken uitgevoerd. Het gaat daarbij om bureauonderzoeken, booronderzoeken en een archeologische begeleidingen van graafwerkzaamheden (zie bijlage 3 en figuur 8). De resultaten van de onderzoeken die rondom het plangebied zijn uitgevoerd laten zien dat de bodem veelal bestaat uit dekzandafzettingen op een Laat Glaciaal Maasterras. Nabij de bebouwing is het dekzanddek veelal afgegraven als gevolg van moderne bodemingrepen. Vondstmeldingen binnen het onderzoeksgebied 22 In ARCHIS staan alle bekende archeologische vondstmeldingen geregistreerd.

Binnen het plangebied zijn geen vondstmeldingen geregistreerd. Binnen het onderzoeksgebied staan zeven vondstmeldingen geregistreerd (zie bijlage 4 en figuur 8). De vondsten die rondom het plangebied zijn gedaan laten zien dat er menselijke activiteiten hebben plaats gevonden in het onderzoeksgebied in de perioden Bronstijd tot en met Nieuwe tijd. 2.7

Beschrijving van het historische gebruik

In het plangebied kunnen naast archeologische sporen ook historische relicten voorkomen die nog in het landschap zichtbaar zijn. Het gaat hierbij om historisch geografische relicten zoals nederzettingsvormen en wegen- en kavelpatronen. Veel van deze bewaard gebleven historische geografie geeft door de herverkavelingen in de tweede helft van de 20e eeuw een incompleet beeld van het historisch landschap. Historische kaarten van vóór de herverkaveling zijn een goede aanvulling op het huidige incomplete beeld. Voor de historische ontwikkeling is naast het historisch kaartmateriaal ook relevante achtergrondliteratuur geraadpleegd. Korte bewoningsgeschiedenis van Afferden In deze paragraaf wordt een bespreking van de bewoningsgeschiedenis van de streek gegeven. Een algemene ontwikkeling van de bewoningsgeschiedenis van Nederland wordt weergegeven in bijlage 5. Op de terrasrand in de gemeente Bergen zijn tot op heden diverse nederzettingen en grafvelden bekend. De bekendste Romeinse vondst betreft een villacomplex nabij Afferden. De heerlijkheid Afferden met het kasteel Bleyenbeek viel samen met de parochie Afferden, waarvan de heilige Cosmas en Damianus de patronen zijn. Afferden, dat al tussen 1250 en 1290 zo werd genoemd, was een groot en dichtbebouwd dorp dat tussen twee akkerlandgebieden in lag.

Op bouwkundige gronden wordt aangenomen dat de oudste kerk van Afferden op zijn laatst in het begin van de 11e eeuw is gebouwd. Op 15 meter ten zuiden van het plangebied bevindt zich de Sint-Cosmas en Damianuskerk. De toren van deze kerk is Romaans en stamt uit de 13e eeuw, maar voor die tijd was er ook al een kerk. De kerk staat op een eeuwenoude kerkberg. De benedenste twee geledingen van de toren zijn gebouwd in ijzersteen en de derde geleding in baksteen. Het geheel wordt gedekt door een hoog tentdak, en 21 22

Archeologisch informatiesysteem Archis3, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE), Amersfoort. Archeologisch informatiesysteem Archis3, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE), Amersfoort.

Rapport 17455.002 versie 1

Pagina 7 van 15

de bijbehorende kerk werd in de 16e en de 19e eeuw sterk aangepast, zodat het koor een laatgotische, en de zijbeuken een neogotische uitstraling verkregen. In 1944 werd het bouwwerk verwoest, waarbij de oude kerk verloren is gegaan. De toren werd in 1957-1958 hersteld, de huidige kerk werd gelijktijdig gebouwd.23 H0istorisch kaartmateriaal De situatie van het plangebied is op verschillende historische kaarten als volgt: Tabel III.

Geraadpleegd historisch kaartmateriaal

Bron

Periode

Kaartblad

Schaal

Omschrijving plangebied

Bijzonderheden/directe omgeving

Tranchot und v. Müffling kaart24

1804-1805

13 Boxmeer

1:20.000

Beide deelgebieden al bebouwd met twee woningen

Huidige wegennet al aanwezig

Kadastrale minuut25

1811-1832

Gemeente Bergen, Sectie D, Blad 05

1:2.500

Westelijke deelgebied: drie huizen, verder tuin. Oostelijke deelgebied: twee huizen, verder tuin

Kerk stond destijds meer noordoost-zuidwest gericht als tegenwoordig (oost-west)

Militaire topografische kaart26 (nettekening)

1850-1864

46

1:50.000

Beide deelgebieden al bebouwd met woningen aan de Dorpsstraat en verder in gebruik als tuin.

-

Militaire topografische kaart (veldminuut)

1867

612

1:50.000

Beide deelgebieden al bebouwd met woningen aan de Dorpsstraat en verder in gebruik als tuin.

-

Militaire topografische kaart (veldminuut)

1895

612

1:50.000

Beide deelgebieden al bebouwd met woningen aan de Dorpsstraat en verder in gebruik als tuin.

-

Militaire topografische kaart (veldminuut)

1902

612

1:50.000

Beide deelgebieden al bebouwd met woningen aan de Dorpsstraat en verder in gebruik als tuin.

-

Militaire topografische kaart (veldminuut)

1920

612

1:50.000

Beide deelgebieden al bebouwd met woningen aan de Dorpsstraat en verder in gebruik als tuin.

-

Militaire topografische kaart (veldminuut)

1929

612

1:50.000

Beide deelgebieden al bebouwd met woningen aan de Dorpsstraat en verder in gebruik als tuin.

-

Militaire topografische kaart (veldminuut)

1938

612

1:50.000

Woningen in beide deelgebieden zijn naar achteren uitgebreid/aangebouwd

-

Topografische kaart

1945

46D

1:25.000

Beide deelgebieden deels bebouwd met woningen en verder in gebruik als tuin.

-

Topografische kaart

1957

46D

1:25.000

Beide deelgebieden deels bebouwd met woningen en verder in gebruik als tuin.

-

23

Van de Water & Kortlang, 2012; Website Bergen Toen en Nu Beeldbank Vrije Universiteit 25 Beeldbank Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed 26 Kadaster Topotijdreis (bron voor deze kaart en de hierop volgende kaarten in deze tabel). 24

Rapport 17455.002 versie 1

Pagina 8 van 15

Topografische kaart

1957

46D

1:25.000

Beide deelgebieden deels bebouwd met woningen en verder in gebruik als tuin.

-

Topografische kaart

1966

46D

1:25.000

Beide deelgebieden deels bebouwd met woningen en verder in gebruik als tuin.

-

Topografische kaart

1978

46D

1:25.000

Beide deelgebieden deels bebouwd met woningen en verder in gebruik als tuin.

-

Topografische kaart

1987

46D

1:25.000

Beide deelgebieden deels bebouwd met woningen en verder in gebruik als tuin.

-

Op basis van het beschikbare gedetailleerde historische kaartmateriaal blijkt dat het plangebied begin 19e eeuw al midden in de dorpskern van Afferden lag. Het huidige wegennet was destijds al aanwezig. Langs de Dorpsstraat stonden vijf woningen in het plangebied, terwijl de rest van de deelgebiee eeuw veranderde er weinig aan dit beeld. e Vanaf midden 20 eeuw is de bebouwing in de kern van Afferden wat verdicht, waarbij ook op het achterterrein in het plangebied deels bebouwing is gerealiseerd (zie figuur 9). Rijks- en gemeentemonumenten binnen attentiegebied Een rijksmonument is in Nederland een zaak (een bouwwerk of object, of het restant daarvan) die van algemeen belang is wegens de schoonheid, de betekenis voor de wetenschap of de cultuurhistorische waarde. Een gemeente kan besluiten een bijzonder pand op de gemeentelijke monumentenlijst te zetten. Dit gebeurt als een pand geen nationale betekenis heeft, maar wel van plaatselijk of regionaal belang is. De gemeente legt haar monumentenbeleid vast in de gemeentelijke monumentenverordening. Naast het gemeentelijk monument is er ook nog het Monumenten Inventarisatie Project (MIP). De MIP Gemeentebeschrijvingen vormen een verzameling beschrijvingen van de historischgeografisch, sociaaleconomische, architectuurhistorische, bouwhistorische en stedenbouwkundige ontwikkelingen van gemeenten in de periode 1850-1940.

Op 15 meter ten zuiden van het plangebied bevindt zich een rijksmonument (nummer 9022). Het betreft de midden 20e eeuw opnieuw opgebouwde Sint-Cosmas en Damianuskerk. De kerk is behalve een rijksmonument ook een MIP monument (nummer 60800). Bouwhistorische gegevens Bij de gemeente Bergen is het gemeentelijk archief geraadpleegd (contactpersoon de heer F. Verhappen), wat geen aanvullende relevante informatie heeft opgeleverd; bij de gemeente Bergen waren geen bouwdossiers bekend uit het plangebied. Bij het raadplegen van de Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG) van de bestaande bebouwing blijkt dat op de westelijke deellocatie de meeste bebouwing (zowel Dorpsstraat 36 als 38, met de achterliggende bijgebouwen) zijn gerealiseerd in 1901. Dorpsstraat 40 en de achterliggende schuur zijn gebouwd in 1978. De bebouwing in het oostelijke deelgebied (Dorpsstraat 42) is volgens de Basisregistratie Adressen en Gebouwen gerealiseerd in 1930.27 Tweede Wereldoorlog Om vast te stellen of mogelijke archeologische waarden uit de Tweede Wereldoorlog in het plangebied aanwezig zijn, is een aantal publicaties geraadpleegd. 28 Uit deze bronnen blijkt dat in het plangebied archeologische waarden uit de Tweede Wereldoorlog te verwachten zijn. Het plangebied was 27

Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG). Amersfoort & Kamphuis, 1990/Jong, 1969 1994/ Indicatieve kaart Militair Erfgoed/VEO Bommenkaart/Ruimingskaart/Klep & Schoenmaker, 1995/Zwanenburg, 1990. 28

Rapport 17455.002 versie 1

Pagina 9 van 15

tijdens de Tweede Wereldoorlog onderdeel van de Maas-stellung, een Duitse verdedigingslinie langs de oostoever van de Maas, aangelegd om een geallieerde invasiemacht uit het westen en zuiden te kunnen stoppen/vertragen. Rondom het plangebied hebben gevechtshandelingen plaatsgevonden, waarbij onder andere de Sint-Cosmas en Damianuskerk direct ten zuiden van het plangebied is verwoest. Aanvullende informatie Heemkunde Vereniging Omdat er momenteel geen actieve heemkundevereniging actief is in de gemeente Bergen, heeft het raadplegen van heemkundekringen niet plaats gevonden. 2.8

Gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel

Op grond van de gegevens uit het bureauonderzoek is de volgende gespecificeerde archeologische verwachting opgesteld: Tabel IV.

Gespecificeerde archeologische verwachting

Archeologische periode

Gespecificeerde verwachting

Te verwachten complextype/resten

Relatieve diepte t.o.v. het maaiveld

(Laat-)Paleolithicum

Middelhoog

Kampementen, vuursteenstrooiïngen en vuurstenen gebruiksvoorwerpen

Onder het antropogeen eerddek en in de top van de dekzandafzettingen

Mesolithicum

Middelhoog

Kampementen, vuursteenstrooiïngen en vuurstenen gebruiksvoorwerpen

Onder het antropogeen eerddek en in de top van de dekzandafzettingen

Neolithicum

Middelhoog

Akkerlaag en/of nederzettingssporen, grafvelden, rituele plaatsen: kleine fragmenten aardewerk, natuursteen en vuurstenen gebruiksvoorwerpen, houtskool en gebruiksvoorwerpen

Onder het antropogeen eerddek en in de top van de dekzandafzettingen

Bronstijd

Hoog

Akkerlaag en/of nederzettingssporen, grafvelden, rituele plaatsen: kleine fragmenten aardewerk, natuursteen en vuurstenen gebruiksvoorwerpen, metaalresten, houtskool, botresten en gebruiksvoorwerpen

Onder het antropogeen eerddek en in de top van de dekzandafzettingen

IJzertijd

Hoog

Akkerlaag en/of nederzettingssporen, grafvelden, rituele plaatsen: kleine fragmenten aardewerk, natuursteen, metaalresten, glasresten, houtskool, botresten en gebruiksvoorwerpen

Onder het antropogeen eerddek en in de top van de dekzandafzettingen

Romeinse tijd

Hoog

Akkerlaag en/of nederzettingssporen, grafvelden, rituele plaatsen: kleine fragmenten aardewerk, natuursteen, metaalresten, glasresten, houtskool, botresten en gebruiksvoorwerpen

Onder het antropogeen eerddek en in de top van de dekzandafzettingen

Vroege-Middeleeuwen

Hoog

Bewoningssporen van een (boeren)erf: kleine fragmenten aardewerk, metaalresten, glasresten, houtskool, botresten, organische resten en gebruiksvoorwerpen

Onder het antropogeen eerddek en in de top van de dekzandafzettingen

Late-Middeleeuwen

Hoog

Bewoningssporen van een (boeren)erf: kleine fragmenten aardewerk, metaalresten, glasresten, houtskool, botresten, organische resten en gebruiksvoorwerpen

Onder het antropogeen eerddek en in de top van de dekzandafzettingen

Rapport 17455.002 versie 1

Pagina 10 van 15

Nieuwe tijd

Hoog

Bewoningssporen van een (boeren)erf: kleine fragmenten aardewerk, metaalresten, glasresten, houtskool, botresten, organische resten en gebruiksvoorwerpen

Onder maaiveld/in het antropogeen eerddek en in de top van de dekzandafzettingen

Uit de landschappelijke ligging nabij de rand van een met dekzand en rivierduinen afgedekt Maasterras in het noordoosten naar een lager gelegen Maasterras met restgeul in het zuidwesten, blijkt dat het plangebied vanaf het Paleolithicum gunstig is geweest voor jagers en verzamelaars en vanaf het Neolithicum voor landbouwers. Uit de archeologische gegevens die verzameld zijn uit het onderzoeksgebied blijkt dat er in de omgeving van het plangebied sporen van menselijke activiteit zijn waargenomen uit de Bronstijd tot en met Nieuwe tijd. Door archeologisch onderzoek is er een goed beeld van waar de jagers en verzamelaars hun tijdelijke kampementen vestigden. De jagers en verzamelaars waren afhankelijk van een aantal ecologische factoren, zoals het voedselaanbod en de aanwezigheid van grondstoffen in de omgeving van de locatie. Ze leefde van de jacht, visserij en het verzamelen van onder andere noten, vruchten en wortels. Dit soort voedsel was met name te vinden op het overgangsgebied van hoge en droge gronden naar lage en natte gronden, de gradiëntzone, en dichtbij water, zoals vennen en beken.

Op dit soort locaties was ook drinkwater bereikbaar.29 De ligging van het plangebied op de overgang van een hoger gelegen Maasterras in het noordoosten naar een lager gelegen Maasterras met een beekdal in een restgeul in het zuidwesten maakte het een landschappelijk gezien interessante locatie voor jagersverzamelaars. Er zijn echter geen vondsten van jagers en verzamelaars bekend in de omgeving van het plangebied. De gespecificeerde verwachtingswaarde voor archeologische resten uit het LaatPaleolithicum en Mesolithicum is daarom middelhoog voor het plangebied. Voor de landbouwers zijn andere factoren van belang bij de locatiekeuze. Vanaf het Neolithicum ging men zich vestigen op één locatie. Om te kunnen blijven wonen op één plek werd het kunnen uitvoeren van landbouw een belangrijke factor. Voor akkerbouw is onder andere een vruchtbare bodem en een goede afwatering van belang.30 Het plangebied is op basis van zijn landschappelijke ligging op goed ontwaterende zandbodems nabij een terrasrand een geschikte vestigingslocatie voor landbouwers. Er zijn in de omgeving van het plangebied vondsten bekend uit alle perioden vanaf de Bronstijd. De gespecificeerde verwachtingswaarde voor archeologische resten in het plangebied is daarom middelhoog voor het Neolithicum en hoog voor de Bronstijd tot en met de Vroege-Middeleeuwen.

Vanaf de Middeleeuwen zijn schriftelijke bronnen bekend die de bekende locatiekeuzes en archeologische gegevens kunnen aanvullen. Vanaf de 13 e eeuw wordt de locatie langs kruisingen en splitsingen van doorgaande en lokale wegen ook van belang voor de locatiekeuze van een nederzetting. Deze nederzettingen kunnen zijn gegroeid tot de hedendaagse gehuchten en woonkernen. 31 Het plangebied ligt in de historische kern van Afferden, aan een kruising van twee al lang bestaande wegen en direct naast een kerk die teruggaat tot in de Late Middeleeuwen. Uit de historische kaarten blijkt bovendien dat het plangebied al zeker 200 jaar bebouwd is met woningen. De gespecificeerde verwachtingswaarde voor archeologische resten uit de Late Middeleeuwen en Nieuwe tijd is daarom hoog voor het plangebied. De archeologische resten worden verwacht onder het eerddek en in de top van de oorspronkelijke Chorizont. De vondstenlaag is opgenomen onder in het eerddek; hier wordt gesproken: een doorwerkte oude bodem tussen het eerddek en de ongeroerde ondergrond met klei29

Louwe Kooijmans et al., 2005. Louwe Kooijmans et al., 2005. 31 Renes, 1999. 30

Rapport 17455.002 versie 1

Pagina 11 van 15

ne fragmenten aardewerk, natuursteen, vuursteen en houtskool. Aan en direct onder het maaiveld worden archeologische resten verwacht uit de Nieuwe tijd. De vondstenlaag van deze resten zal zich niet dieper bevinden dan circa 30 cm beneden het maaiveld. Archeologische sporen worden verwacht in de top van de C-horizont. Organische resten en metaal zullen door de relatief droge en zure bodemomstandigheden slecht zijn geconserveerd. Het complextype en de omvang kunnen niet nader worden gespecificeerd door de beperkte gegevens. Bodemverstoring Dat een gebied een middelhoge of hoge archeologische verwachting heeft, betekent niet dat eventuele aanwezige archeologische resten behoudenswaardig zijn. De waarde van archeologische vindplaatsen wordt grotendeels bepaald door de mate waarin grondsporen dan wel vondsten in situ bewaard zijn gebleven. Het plangebied is al langdurig deels bebouwd. Door graaf- en bouwactiviteiten kunnen eventueel aanwezige archeologische waarden, die vanaf het maaiveld worden verwacht, mogelijk verloren zijn gegaan.

3

CONCLUSIE EN ADVIES

Doel van het bureauonderzoek is een antwoord te vinden op de vraag wat de gespecificeerde archeologische verwachting voor het plangebied is. Op basis van de ligging van het plangebied in de historische kern van Afferden, nabij de terrasrand naar een lager gelegen Maasterras, heeft het plangebied een middelhoge gespecificeerde verwachtingswaarde voor archeologische resten uit het Laat Paleolithicum tot en met het Neolithicum en een hoge gespecificeerde verwachtingswaarde voor archeologische resten uit de Bronstijd tot en met de Nieuwe tijd. Gezien de in dit onderzoek opgestelde archeologische verwachting is binnen het plangebied vervolgonderzoek noodzakelijk om deze te toetsen. Het vervolgonderzoek kan het beste worden uitgevoerd in de vorm van een karterend en waarderend proefsleuvenonderzoek na de sloop van de (bovengrondse delen van de) huidige bebouwing in het plangebied. Booronderzoeken zijn in historische kernen minder geschikt gezien de grote kans op het voorkomen van puinlagen die aan historische bebouwing toegeschreven kunnen worden. Bij een proefsleuvenonderzoek dienen verspreid over het plangebied sleuven gegraven te worden met als doel om eventuele archeologische waarden te karteren en waarderen. Voor dit onderzoek dient een door de bevoegde overheid goedgekeurd Programma van Eisen te zijn opgesteld waarin is vastgelegd waaraan het onderzoek moet voldoen.

Bovenstaand advies is van Econsultancy. De resultaten van onderhavig onderzoek dienen te worden beoordeeld door de bevoegde overheid (gemeente Bergen). De bevoegde overheid neemt vervolgens een besluit.

Rapport 17455.002 versie 1

Pagina 12 van 15

LITERATUUR Amersfoort, H. & P.H. Kamphuis, 1990: Mei 1940. De strijd op Nederlands grondgebied hage.

- Graven-

Berendsen, H.J.A., 2008: Fysische Geografie van Nederland, deel 1: De vorming van het land. Inleiding in de geologie en de geomorfologie. Van Gorcum, Assen. Berg, M.W. van den, 1996: Fluvial sequences of the Maas; a 10 Ma record of neotectonics and climate change at various time-scales. Thesis, Landbouw Universiteit Wageningen. Doesburg, J. van (red.), et al., 2007: Essen in zicht. Essen en plaggendekken in Nederland: onderzoek en beleid. Amersfoort 2007. Isarin, R., E. Rensink, R. Ellenkamp & E. Heunks 2015: Archeologische Verwachtingskaart Maasdal tussen Mook en Eijsden. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, Amersfoort. Jong, L. de, 1969-1994: Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog.

- Gravenhage.

Klep C. & B. Schoenmaker, 1995: De Bevrijding Van Nederland 1944-1945 - Oorlog op de flank. Den Haag. Locher, W.P. & H. de Bakker, 1990: Bodemkunde van Nederland. Deel 1: Algemene bodemkunde. Malmberg, Den Bosch. Louwe Kooijmans,. L.P., P.W. van den Broeke, H. Fokkens, A. van Gijn (red.), 2005: Nederland in de prehistorie. Uitgeverij Bert Bakker, Amsterdam. Mulder, E.F.J. de, M.C. Geluk, I.L. Ritsema, W.E. Westerhoff, T.E. Wong, 2003: De ondergrond van Nederland. Wolters-Noordhoff, Groningen. Renes, J., 1999: Landschappen van Maas en Peel. Een toegepast historisch-geografisch onderzoek in het streekplangebied Noord- en Midden-Limburg. Eisma, Leeuwarden. Stichting voor Bodemkartering, 1976: Bodemkaart van Nederland, schaal 1:50.000, blad 46 West. Wageningen Environmental Research, 2017: Geomorfologische Kaart van Nederland (2017), schaal 1:50.000. Water, A.E.M. van de & F.P. Kortlang: Nota Archeologiebeleid Bergen; De implementatie van de Wet op de archeologische monumentenzorg in het gemeentelijke beleid. ArchAeO-rapport 1204, Eindhoven Zwanenburg G.J., 1990: En nooit was het stil - Kroniek van een luchtoorlog. Emmen.

Rapport 17455.002 versie 1

Pagina 13 van 15

BRONNEN AHN; internetsite, december 2021. http://www.ahn.nl Archeologisch informatiesysteem Archis3, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE), Amersfoort, december 2021. https://archis.cultureelerfgoed.nl Archieven; internetsite, december 2021. https://www.archieven.nl/nl/ Basisregistraties Adressen en Gebouwen (BAG), internetsite, december 2021. http://bagviewer.kadaster.nl Beeldbank Rijksdienst voor het Cultureelerfgoed; internetsite, december 2021 http://www.beeldbank.cultureelerfgoed.nl Beeldbank Vrije Universiteit; internetsite, december 2021. http://imagebase.ubvu.vu.nl/cdm/compoundobject/collection/krt/id/5629/rec/1 Bergen Toen en Nu; internetsite, december 2021. https://www.bergentoenennu.nl/ Bodemkundig Informatie Systeem (BIS) Nederland, internetsite, december 2021. http://maps.bodemdata.nl/ Bodemloket, internetsite, december 2021. http://www.bodemloket.nl Cultuurhistorische Waardenkaart Provincie Limburg; internetsite, december 2021. https://www.limburg.nl/Beleid/Cultuur/Erfgoed/Monumenten/Cultuurhistorische_Waardenkaart Data Archiving and Networked Services DANS-Easy; internetsite, december 2021. https://easy.dans.knaw.nl/ui/home Dinoloket; internetsite, december 2021. http://www.dinoloket.nl/ Indicatieve kaart Militair Erfgoed; internetsite, december 2021. http://www.ikme.nl/ Kadaster Topotijdreis; internetsite, december 2021.

http://www.topotijdreis.nl/ Portaal voor ruimtelijke plannen; internetsite, december 2021. http://www.ruimtelijkeplannen.nl/web-roo/roo/ Provinciaal Omgevingsplan Limburg; internetsite, december 2021. https://www.limburg.nl/onderwerpen/cultuur/erfgoed/archeologie/arch-onderzoek/

Rapport 17455.002 versie 1

Pagina 14 van 15

Publieke Dienstverlening Op de Kaart (PDOK); internetsite, december 2021. https://pdokviewer.pdok.nl Ruimingskaart; internetsite, december 2021. http://www.beobom.nl/ruimingskaart/ SIKB; internetsite, december 2021. https://www.sikb.nl VEO Bommenkaart; internetsite, december 2021. http://www.explosievenopsporing.nl/veo-bommenkaart/

Rapport 17455.002 versie 1

Pagina 15 van 15

Figuur 1. Het plangebied op de topografische kaart

Rapport 17455.002 versie 1

Figuur 2. Het plangebied op de kadastrale kaart.

Rapport 17455.002 versie 1

Figuur 3. Het plangebied op een luchtfoto

Rapport 17455.002 versie 1

Figuur 4. Situering van het plangebied binnen de archeologische beleidskaart.

Rapport 17455.002 versie 1

Figuur 5. Het plangebied op de geomorfologische kaart.

Rapport 17455.002 versie 1

Figuur 6. Het plangebied op het actueel hoogtebestand (AHN3).

Rapport 17455.002 versie 1

Figuur 7. Het plangebied op de bodemkaart.

Rapport 17455.002 versie 1

Figuur 8. Archeologische waarden en onderzoeken in de omgeving van het plangebied.

Rapport 17455.002 versie 1

Rapport 17455.002 versie 1

Figuur 9. Het plangebied op historische kaarten.

Rapport 17455.002 versie 1

Bijlage 1 Ouderdom in jaren

Overzicht geologische en archeologische tijdvakken

Chronostratigrafie

MIS

Holoceen 11.755 12.745 13.675 14.025

LaatWeichselien (LaatGlaciaal)

15.700

1 Late Dryas (koud) Allerød (warm) Vroege Dryas (koud) Bølling (warm)

Lithostratigrafie Formaties: Naaldwijk (marien), Nieuwkoop (veen), Echteld (fluviatiel)

2

LaatPleniglaciaal 29.000

50.000

75.000

MiddenWeichselien (Pleniglaciaal)

MiddenPleniglaciaal VroegPleniglaciaal

VroegW eichselien (VroegGlaciaal) 115.000 130.000

370.000 410.000

3

5a

Formatie van Beegden

5b 5c 5d 5e

Saalien (ijstijd)

6

Eem Formatie Formatie van Drente Formatie van Urk

Elsterien (ijstijd) 475.000

Cromerien (warme periode) 850.000

Pre-Cromerien 2.600.000

Rapport 17455.002 versie 1

Formatie van Boxtel

4

Eemien (warme periode)

Holsteinien (warme periode)

Formatie van Kreftenheye

Formatie van Sterksel

Formatie van Peelo

Cal. jaren v/n Chr.

14

C jaren

Chronostratigrafie

0

1950

Vb2

1500

Subatlanticum koeler vochtiger

450 0 12

Pollen zones

Vb1 Va

800 815

2650

IVb Subboreaal koeler droger

2000

3755

IVa

5000

4900

5300

7020

8240

Atlanticum warm vochtig

III

Boreaal warmer

II

Preboreaal warmer

I

8000

9000

8800 11.755

10.150

12.745

10.800

13.675

11.800

14.025

12.000

15.700

13.000

LaatWeichselien (LaatGlaciaal)

Late Dryas

LW III

Allerød

LW II

Vroege Dryas LW I Bølling

35.000

Vegetatie Loofbos eik en hazelaar overheersen haagbeuk veel cultuurplanten rogge, boekweit, korenbloem Loofbos eik en hazelaar overheersen beuk>1% invloed landbouw (granen)

Archeologische perioden Nieuwe tijd Middeleeuwen Romeinse tijd IJzertijd Bronstijd

Neolithicum

Loofbos eik, els en hazelaar overheersen in zuiden speelt linde een grote rol den overheerst hazelaar, eik, iep, linde, es eerst berk en later den overheersend

Mesolithicum

parklandschap dennen- en berkenbossen open parklandschap open vegetatie met kruiden en berkenbomen

MiddenWeichselien (Pleniglaciaal)

perioden met een poolwoestijn en perioden met een toendra

VroegWeichselien (VroegGlaciaal)

perioden met bos en perioden met een subarctisch open landschap

Laat-Paleolithicum

75.000

115.000 130.000

Eemien (warme periode)

Midden-Paleolithicum loofbos

Saalien (ijstijd) 300.000

Vroeg-Paleolithicum Chronostratigrafie voor Noordwest-Europa volgens Zagwijn (1974), Vandenberghe (1985) en De Mulder et al. (2003). Lithostratigrafie volgens De Mulder et al. (2003). Mariene isotoop stadium (MIS) volgens Bassinot et al. (1994). Atmosferische data volgens Stuiver et al. (1998). Zuurstofisotoop calibratie (OxCal) versie 3.9 Bronk Ramsey (2003), toegepast op het Laat-Weichselien en het Holoceen. Archeologische periode-indeling en ouderdom volgens de Rijksdienst voor het Oudheidkundig Bodemonderzoek (ROB). Vegetatie bewerkt volgens Berendsen (2000). Pollenzones volgens P. Vos & P. Kiden (2005).

Rapport 17455.002 versie 1

Bijlage 2 AMK nr. 16271

11125

AMK-terreinen

Locatie

Datering

Waarde en omschrijving

In en om het plangebied Afferden te Afferden Gemeente Bergen Coördinaat: 198322/405227

Late Middeleeuwen Nieuwe tijd

150 meter ten westen van het plangebied Heerenwaard te Afferden Gemeente Bergen Coördinaat: 197783/405185

Late Middeleeuwen

Complex: Nederzetting Waarde: Terrein van hoge archeologische waarde Terrein met de oude dorpskern van Afferden. Op de AMK zijn historische dorpskernen en clusters oude bebouwing als gebieden van hoge archeologische waarde aangegeven. Dit is op grond van het belang van deze locaties, waar de wortels van de huidige dorpen of steden kunnen liggen. De begrenzing van deze kernen is gebaseerd op 19 e-eeuwse en vroeg 20e-eeuwse kaarten. Binnen deze contourenkunnen in de bodem resten van vroegmoderne en waarschijnlijk ook van laatmiddeleeuwse (vanaf circa 1300 AD) bewoning aangetroffen worden. Ook sporen van oudere bewoning kunnen aanwezig zijn. Bedacht dient echter te worden dat de bewoning in de Vroege en Volle Middeleeuwen (tot circa 1300 AD) een meer dynamisch karakter gehad kan hebben en dat de plaats en grens ervan niet perse hoeft samen te vallen met die van de latere bewoning. Complex: Kasteel Waarde: Terrein van archeologische waarde Kasteelterrein uit de Late Middeleeuwen. Het terrein ligt aan de samenloop van de Eckeltsche Beek en de Maas. Het kasteel is waarschijnlijk aan het einde van de 13e of het begin van de 14e eeuw gebouwd. Mogelijk werd als opvolger van het kasteel in de Heerenwaard in de tweede helft van de 14e eeuw kasteel Blijenbeek gebouwd. Deze omgrachte boerderij werd aan het einde van de 14e eeuw alweer gesloopt. In de 15e eeuw was een echt kasteel gereed.

Afferden en Blijenbeek vormen vanaf 1540 een heerlijkheid. In het landschap waren aan het begin van de 20e eeuw nog tekenen te zien van het kasteelterrein. Het terrein bestond uit twee eilanden, een groot eiland met vermoedelijk de hoofdburcht en een kleiner eiland met een voorburcht. Een dijk aan de zuidzijde leidde naar de ingang van de voorburcht. Op de hoek van de voorburcht stond een toren die de poort naar de hoofdburcht bewaakte. In 1908 vond er archeologisch onderzoek plaats (A.F. van Beurden). De voormalige gracht en hoogtes van de burcht en voorburcht werden aangetroffen en in kaart gebracht. Bij grondwerkzaamheden, benodigd voor de wegaanleg, zijn veel van de kasteelrestanten vernietigd. Aangezien de weg op een kunstmatige verhoging ligt, is het mogelijk dat er nog enkele restanten van het kasteel onder het oppervlak liggen. In het huidige landschap zijn nauwelijks meer tekens aanwezig dat het kasteel er daadwerkelijk heeft gestaan. Volgens Renes (1997) zijn er nog sporen van de grachten te zien; tijdens een later veldbezoek zijn deze niet herkend. De exacte locatie van het kasteel is niet bekend. Aan de oostzijde van het terrein ligt veel oud puin dat waarschijnlijk afkomstig is van het kasteel. Het materiaal is aan het oppervlak gekomen tijdens grondwerkzaamheden voor de aanleg van een persleiding.

Rapport 17455.002 versie 1

Bijlage 3 Zaaknummer (OMnummer) 2353588100 (49989)

2142541100 (20663)

2303026100 (43179)

Onderzoeksmeldingen

Locatie

Aard, uitvoerder en resultaten van het onderzoek

100 meter ten zuiden van het plangebied te Afferden Gemeente Bergen (L) Coördinaat: 198079/405094

Type onderzoek: booronderzoek Uitvoerder: BAAC BV Datum: 1-12-2011 Resultaat: In verband met de voorgenomen verbreding van het fietspad langs de N271 ter hoogte van Afferden is een bureaustudie uitgevoerd. Hieruit is naar voren gekomen dat het traject grotendeels een middelhoge tot hoge verwachting heeft. Uit het booronderzoek blijkt dat grote delen van het traject zijn verstoord. Voor die delen waar de bodem wel intact is wordt een archeologische begeleiding aanbevolen (protocol proefsleuven) Type onderzoek: bureauonderzoek Uitvoerder: BAAC BV Datum: 3-3-2006 Resultaat: Ondanks de ernstige mate van verstoring wordt toch geadviseerd het terrein op de AMK te laten staan. Type onderzoek: bureauonderzoek Uitvoerder: BAAC BV Datum: 27-9-2010 Resultaat: Uit het bureauonderzoek blijkt dat het plangebied deel uitmaakt van het rivierdal van de Rijn en Maas, dat in het laat Weichselien en het vroeg Holoceen is bedekt met eolische zanden. In de omgeving van het plangebied bevindt een groot aantal waarnemingen en monumenten, die dateren uit het Paleolithicum tot de Nieuwe tijd. Het plangebied doorsnijdt ook een archeologisch monument, waar zich sporen van bewoning uit de IJzertijd, Romeinse tijd en Vroege Middeleeuwen en een vuursteenvindplaats uit de steentijd bevinden. Archeologische resten worden vooral in de hogere delen van het landschap aangetroffen.

In de loop van de eerste helft van de 19 e eeuw heeft men deels in en deels ten zuiden van het plangebied een vrij rechte doorgaande weg aangelegd, die grotendeels de voorloper van de huidige N271 vormde. In de loop der tijd is het tracé aangepast en opgehoogd. In hoeverre het bodemprofiel en daarmee eventueel aanwezige archeologie is verstoord door hiermee gepaard gaande werkzaamheden is niet bekend. Op basis van de landschappelijke ligging (AHN), de historische situatie en bekende archeologische waarden in en rond het plangebied is aan het plangebied een lage tot hoge archeologische verwachting toegekend. In die delen van het plangebied met een lage archeologische verwachting wordt geen vervolgonderzoek geadviseerd. In die delen van het plangebied met een middelhoge tot hoge archeologische verwachting wordt bij bodemverstoringen dieper dan 30 cm beneden het huidige maaiveld een vervolgonderzoek in de vorm van een verkennend booronderzoek geadviseerd om een gedetailleerder beeld van de landschappelijke vormeenheden, de aard en de intactheid van het bodemprofiel te krijgen. Type onderzoek: booronderzoek Uitvoerder: RAAP Archeologisch Adviesbureau Datum: 20-2-2009 Resultaat: Grote delen van de bodem in het plangebied zijn tot diep in de C-horizont verstoord (vergraven, diepploegen).

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12667126/1