Bijlage 1a Toelichting met bijlagen BP Maaspark Well
Tekst van het document
Bestemmingsplan Maaspark Well
projectnummer 0481021.100 Vastgesteld 23 april 2024
www.anteagroup.nl
Bestemmingsplan Maaspark Well projectnummer 0481021.100 Vastgesteld 23 april 2024
datum 29 februari 2024
beschrijving MN
vrijgave EB
projectnummer 0481021.100 betreft Bestemmingsplan Maaspark Well
Inhoudsopgave
1.
Inleiding
5
1.1 1.2
Aanleiding Situering en begrenzing van het plangebied
5 5
2.
Planbeschrijving
7
2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6 2.7 2.8 2.9
Regeling agrarische sector Regeling duurzaamheid en hydrologie Regeling voor wonen/maatvoering Regeling mantelzorg Regeling horeca Regeling recreatie Regeling landschap/reliëf Verbeteringen in de planmethodiek Locatie specifieke aanpassingen
7 7 8 8 8 8 9 9 9
3.
Beleidskader
12
3.1 3.2 3.2.1 3.3 3.4
Rijksbeleid Provinciaal beleid Provinciaal omgevingsvisie Limburg (2021) Regionaal beleid Gemeentelijk beleid
12 16 16 19 22
4.
Onderzoeksaspecten
28
4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7
Algemeen Milieuaspecten Archeologie en cultuurhistorie Ecologie Waterhuishouding Verkeerskundige aspecten Leidingen en infrastructuur
28 28 33 34 35 37 38
5.
Juridische aspecten
39
5.1 5.2 5.3
Algemeen Toelichting op de verbeelding Toelichting op de regels
39 39 39
6.
Uitvoerbaarheid
46
6.1 6.2
Economische uitvoerbaarheid Maatschappelijke uitvoerbaarheid
46 46
7.
Procedure
47
BIJLAGEN 1. Ruimtelijke onderbouwing ‘t Leuken 9 2. Ruimtelijke onderbouwing paviljoen 3. Nota zienswijzen 4. Ambtshalve aanpassingen
projectnummer 0481021.100 betreft Bestemmingsplan Maaspark Well
Topografische kaart met begrenzing plangebied
blad 4 van 48
projectnummer 0481021.100 betreft Bestemmingsplan Maaspark Well
1.
Inleiding
1.1
Aanleiding Voor het gebied Maaspark Well geldt een aantal verouderde bestemmingsplannen. Deze worden samengevoegd tot één nieuw, actueel bestemmingsplan voor dit gebied. Het doel hiervan is om te voorzien in een moderne en adequate regeling voor inwoners en ondernemers in het gebied. De opgaven voor het bestemmingsplan ‘Maaspark Well’ zijn: Het doorvertalen van verleende vergunningen die in de periode na de vaststelling van de oude bestemmingsplannen zijn verleend. Het verwerken van locatie specifieke correcties met als doel het nieuwe bestemmingsplan beter te laten aansluiten op de werkelijke en vergunde situatie in het plangebied. Meenemen van initiatieven in het plangebied, die betrekking hebben op beperkte functiewijziging, bijvoorbeeld van een voormalige agrarische bedrijfswoning naar een burgerwoning. Het waar mogelijk doorvertalen van de relevante delen uit de 'Structuurvisie Maaspark Well'. Voor het plangebied heeft reeds een ontwerpbestemmingsplan 'Maaspark Well' ter inzage gelegen van 3 augustus tot en met 13 september 2017. Mede naar aanleiding van een aantal zienswijzen die tegen dit ontwerpbestemmingsplan zijn ingediend, is besloten om voor dit plangebied een nieuw ontwerpbestemmingsplan ter inzage te leggen. Dit nieuwe ontwerpbestemmingsplan is verbeterend en afgestemd op actueel beleid en regelgeving.
Zo is het bestemmingsplan afgestemd op het actuele beleid van de provincie en de gemeente en is de plansystematiek waar mogelijk in overeenstemming gebracht met het bestemmingsplan 'Buitengebied 2018' en het bestemmingsplan ‘Buitengebied 2018, 1e herziening’. Ook is naar aanleiding van de ingekomen zienswijzen tegen het ter inzage gelegde ontwerp bestemmingsplan een zienswijzennota. Aanpassingen die hier uit voortgekomen zijn, zijn verwerkt in dit nieuwe ontwerpbestemmingsplan. In hoofdstuk 2 wordt de systematiek van dit bestemmingsplan nader toegelicht. Daarnaast zijn de locatie specifieke aanpassingen benoemd.
1.2
Situering en begrenzing van het plangebied Globaal gezien ligt het plangebied tussen de kernen Aijen (noord) en Well (zuid) en tussen de N271 (oost) en de Maas en het bijbehorende Maasdal (west). Het plangebied Maaspark Well omvat het recreatiegebied het Leukermeer en de omliggende gronden, met uitzondering van het Vakantiepark Leukermeer. De begrenzing van het plangebied is in de navolgende afbeelding weergegeven. Aan de oostzijde wordt het plangebied begrensd door de weg N271. Aan de overzijde hiervan liggen voornamelijk woningen, agrarische percelen en bospercelen en enkele bedrijven. Op grotere afstand ligt het natuurgebied De Maasduinen en het Reindersmeer. Ten noorden van het plangebied liggen voornamelijk agrarische percelen en ten noordwesten ligt de kern Aijen. Aan de westzijde van het plangebied is de hoogwatergeul Well-Aijen in uitvoering. Hier vindt delfstoffenwinning plaats, waarna het gebied wordt ingericht als hoogwatergeul met een natuurlijke en extensieve recreatieve functie. Aan de zuidzijde wordt het plangebied begrensd door de Maas en ten zuidoosten ligt de kern Well. Het plangebied zelf wordt gekenmerkt door de voormalige zandwinningsplassen het Leukermeer en de zwemplas Seurenheide. Beide hebben overwegend een recreatieve functie.
Rond beide plassen zijn diverse dag- en verblijfsrecreatieve voorzieningen gesitueerd, deels gericht op waterrecreatie en watersport. De belangrijkste doorgaande weg in het plangebied is de weg De Kamp / Het Leuken, die van noordwest naar zuidoost ligt tussen Aijen en Well. De meeste bebouwing in het gebied is langs deze weg gesitueerd in de buurtschappen 't Leuken en De Kamp. In het meest zuidelijke deel van het plangebied ligt het buurtschap Elsteren, waar van oudsher een concentratie aan glastuinbouwbedrijven lag. Inmiddels zijn diverse bedrijven gesaneerd. Daarnaast komt verspreid in het gebied op kleine schaal bebouwing voor, met name woningen en enkele agrarische bedrijven.
blad 5 van 48
projectnummer 0481021.100 betreft Bestemmingsplan Maaspark Well
Het noordelijk en zuidelijk deel van het plangebied heeft voornamelijk een agrarische functie. In het noordelijk deel worden agrarische percelen afgewisseld met kleinschalige bospercelen. In het zuidelijk deel ligt een groter aaneengesloten agrarisch gebied tussen de plassen en het buurtschap Elsteren. Ten zuiden van Elsteren ligt een natuurgebied langs de oever van de Maas. De plangrenzen voor het bestemmingsplan 'Maaspark Well' zijn afgestemd op de aangrenzende bestemmingsplannen: het bestemmingsplan 'Well', 'Vakantiepark Leukermeer', 'Buitengebied 2018' inclusief de bijbehorende 1e herziening, het bestemmingsplan 'Maaspark Well, deel rivierverruiming' en de bestemmingsplannen voor Elsteren 2 en de Westflank Well.
Luchtfoto met begrenzing plangebied
blad 6 van 48
projectnummer 0481021.100 betreft Bestemmingsplan Maaspark Well
2.
Planbeschrijving
2.1
Regeling agrarische sector en het houden van landbouwhuisdieren Alle agrarische gronden en bedrijven, met uitzondering van glastuinbouwbedrijven en gronden van voormalige glastuinbouwbedrijven, zijn bestemd tot 'Agrarisch met waarden'. De aanwezige glastuinbouwbedrijven zijn bestemd tot 'Agrarisch - Glastuinbouw'. Aan alle agrarische bedrijven zijn bouwvlakken toegekend. Voor het deel van de agrarische bedrijfskavel dat buiten het bouwvlak ligt, is de aanduiding 'erf' opgenomen, overeenkomstig de regeling van het bestemmingsplan 'Buitengebied 2018'. Wat betreft intensieve veehouderijen zijn de bestaande veehouderijlocaties in het plangebied opgenomen. In het bestemmingsplan zijn geen mogelijkheden opgenomen voor nieuwvestiging van veehouderijbedrijven elders in het plangebied. Voor bestaande veehouderijlocaties is een bouwvlak opgenomen, maar er is geen wijzigingsbevoegdheid in de planregels opgenomen waarmee een vormverandering of uitbreiding van het bouwvlak mogelijk gemaakt kan worden. Bij dergelijke initiatieven dient buitenplans een afweging te worden gemaakt. Voor het houden van landbouwhuisdieren in dierenverblijven is het maximum toegestane aantal dieren per diercategorie vastgelegd in de algemene regels, alsmede de maximaal toegestane ammoniakemissie.
2.2
Regeling duurzaamheid en hydrologie Binnen de gemeente Bergen speelt duurzaamheid een steeds prominentere rol. De gemeenteraad heeft op 23 april 2019 de Beleidsnotitie Energie uit Zon en Wind vastgesteld. In het bestemmingsplan zijn een aantal eenvoudige duurzaamheidsaspecten geregeld. Er kunnen middels gebruiks- of bouwregels aspecten met betrekking tot duurzaamheid vastgelegd worden in een bestemmingsplan. Hierbij kan gedacht worden aan de situering van bebouwing en het mogelijk maken van energievoorzieningen. Voor duurzaamheidsaspecten waarin in bestaande wetgeving reeds voorzien wordt, zoals EPC-normen, is het niet mogelijk om tevens in bestemmingsplannen eisen te stellen. In een bestemmingsplan kunnen duurzaamheidsaspecten opgenomen worden als deze ruimtelijk relevant zijn. Er is voor gekozen om in het voorliggende bestemmingsplan 'Maaspark Well' bouwregels op te nemen waardoor energievoorzieningen voor eigen gebruik mogelijk gemaakt worden. Er is een algemene afwijkingsbevoegdheid opgenomen voor kleinschalige duurzaamheidsvoorzieningen.
Aan deze mogelijkheid zijn de volgende voorwaarden verbonden: De energieopwekking dient voor eigen gebruik te zijn; De voorzieningen voor duurzame-energieopwekking worden opgericht binnen de gebieden die zijn aangemerkt als zone 2 zoals opgenomen op de in de bijlage bij deze regels opgenomen 'geschiktheidskaart zonne- en windenergie Bergen' danwel diens rechtsgeldige opvolger; De voorzieningen voor duurzame-energieopwekking worden opgericht binnen danwel binnen een zone van maximaal 100 m van een agrarisch bouwvlak danwel het bestemmingsvlak 'Bedrijf', 'Recreatie' of 'Wonen'; Er geen onevenredige aantasting plaats mag vinden van de belangen van omwonenden en voor het verkeer; er geen onevenredige aantasting plaats mag vinden van landschappelijke, natuurlijke en/ of cultuurhistorische waarden; De bouwhoogte van voorzieningen voor duurzame-energieopwekking maximaal 5 m mag bedragen, voor windmolens en grondgebonden zonnepanelen geldt de hierna genoemde bouwhoogte; Ten aanzien van windmolens tevens de volgende bepalingen van toepassing zijn: o de bouwhoogte van windmolens maximaal 15 m mag bedragen; o windmolens dienen te worden uitgeschakeld bij een snelheid van < 6 m/s; Ten aanzien van grondgebonden zonnepanelen tevens de volgende bepalingen van toepassing zijn: o aangetoond dient te worden dat de zonnepanelen niet op het dak kunnen worden geplaatst vanwege de
constructie of beschikbare ruimte; o de oppervlakte aan zonnepanelen niet meer mag bedragen dan noodzakelijk om in de eigen energiebehoefte te voorzien; o voorzien wordt in een passende landschappelijke inpassing.
blad 7 van 48
projectnummer 0481021.100 betreft Bestemmingsplan Maaspark Well
Tevens is bij afwijkingsbevoegdheden en wijzigingsbevoegdheden de voorwaarde opgenomen dat ontwikkelingen hydrologisch neutraal moeten plaatsvinden.
2.3
Regeling voor wonen/maatvoering Er is in de gemeente veel vraag naar een regeling voor het vergroten van de inhoudsmaat van burgerwoningen, hiervoor is een regeling uitgewerkt in een afwijkingsbevoegdheid. Onder voorwaarden kan worden toegestaan dat de inhoud van een woning en/of de oppervlakte van bijbehorende bouwwerken kan worden vergroot. Hierbij geldt dat het bestemmingsvlak 'Wonen' voor ten hoogste 20% wordt bebouwd, tot een absoluut maximum van 1.000 m2. Tevens wordt, naast een aantal algemene voorwaarden, aangesloten bij de systematiek van ruimtelijke kwaliteitsverbetering. Dit betekent dat er een keuzemenu wordt uitgewerkt waarmee invulling kan worden gegeven aan een op maat gemaakt inrichtingsplan.
2.4
Regeling mantelzorg Ingevolge artikel 2, aanhef en onder 22, van Bijlage II behorende bij de artikelen 2.3, 2.5a en 2.7 van het Besluit omgevingsrecht (Bor) is mantelzorg in bestaande bebouwing vergunningsvrij toegestaan. Er wordt daarom geen regeling opgenomen in dit bestemmingsplan.
2.5
Regeling horeca Binnen het plangebied is geen horecabestemming opgenomen. Wel is ondergeschikte horeca alsmede een terras toegelaten binnen de bestemmingen 'Recreatie - Camping' en 'Recreatie - Dagrecreatie'. Gekoppeld aan de hoofdbestemming kunnen tevens horeca activiteiten alsmede een terras worden uitgeoefend in categorie 1,2 of 3 bij 'Recreatie - Jachthaven' en het paviljoen bij de zwemplas Seurenheide (Recreatie – Dagrecreatie). Middels een afwijkingsbevoegdheid kan daarnaast ondergeschikte horeca mogelijk worden gemaakt binnen de bestemmingen ‘Agrarisch – Glastuinbouw’, 'Agrarisch met waarden' en 'Wonen'. Hieraan is een aantal voorwaarden verbonden, waaronder een maximum oppervlakte en aanvaardbaarheid vanuit stedenbouw, milieu en landschap.
2.6
Regeling recreatie In de Structuurvisie Maaspark Well is het gebied Maaspark Well benoemd als hotspot voor (verblijfs)recreatie. Middels dit bestemmingsplan worden de mogelijkheden hiertoe, zoals die zijn opgenomen in de huidige bestemmingsplannen bestendigd en is gekozen voor één uniforme regeling. Door het opnemen van afwijkingsbevoegdheden wordt geborgd dat een zorgvuldige afweging en ruimtelijke onderbouwing plaatsvindt alvorens verdere ontwikkelingen worden gerealiseerd. Hierbij wordt rekening gehouden met de kwaliteiten van het gebied en het voorkomen van overlast op de omgeving. Er is geen algemene regeling opgenomen voor het toevoegen van recreatiewoningen omdat hiervoor een zorgvuldige onderbouwing moet plaatsvinden van ruimtelijke en milieu aspecten zoals stikstof. Initiatiefnemers moeten hiervoor een zelfstandige procedure volgen. Binnen de bestemming ‘Agrarisch – Glastuinbouw’ en 'Agrarisch met waarden' worden door middel van een afwijkingsbevoegdheid ondergeschikte nevenactiviteiten mogelijk gemaakt bestaande uit een bed & breakfast, of een plattelandswinkel. Hieraan is een aantal voorwaarden verbonden, waaronder een maximum aantal recreatieve eenheden, aanvaardbaarheid vanuit stedenbouw en milieu en een goede landschappelijke inpassing.
Binnen de bestemmingen ‘Bedrijf’ en 'Wonen' worden door middel van een afwijkingsbevoegdheid ondergeschikte nevenactiviteiten mogelijk gemaakt, in de zin van kleinschalige verblijfsrecreatie en een bed & breakfast. Hieraan is een aantal voorwaarden verbonden, waaronder een maximum aantal recreatieve eenheden, aanvaardbaarheid vanuit stedenbouw en milieu en een goede landschappelijke inpassing.
blad 8 van 48
projectnummer 0481021.100 betreft Bestemmingsplan Maaspark Well
Binnen de bestemming 'Recreatie - Dagrecreatie' worden door middel van een afwijkingsbevoegdheid camperplaatsen mogelijk gemaakt tot een maximum van 25 plaatsen. Hieraan is een aantal voorwaarden verbonden, waaronder een maximum aantal recreatieve eenheden, aanvaardbaarheid vanuit stedenbouw en milieu en een goede landschappelijke inpassing.
2.7
Regeling landschap/reliëf Binnen het plangebied zijn diverse waardevolle landschapselementen en bijzondere reliëfs (natuurlijke hoogteverschillen in het landschap) aanwezig. Deze waarden worden in het voorliggende bestemmingsplan beschermd. Voor de bijzondere reliëfs is de gebiedsaanduiding 'overige zone - bijzonder reliëf' opgenomen. Ter plaatse van deze aanduiding zijn de gronden mede bestemd voor het behoud en bescherming van het aanwezige bijzondere reliëf. Een reliëf wordt hierbij gedefinieerd als 'afwisseling van hoogten en laagten in het landschap ontstaan door natuurlijke processen, in de vorm van steilranden, terraswanden, kliffen, stootoevers, steilwanden, rivierduinen en dergelijke'. Voor deze gebieden geldt een omgevingsvergunningplicht voor het uitvoeren van diverse werkzaamheden, zoals het afgraven of ophogen van de grond. Een omgevingsvergunning voor dergelijke werkzaamheden kan alleen worden verleend als het bijzondere reliëf niet onevenredig wordt aangetast. Indien nodig kunnen voorwaarden aan de omgevingsvergunning worden verbonden ter voorkoming of vermindering van de nadelige effecten van de voorgenomen werken of werkzaamheden (mitigatie) of ter compensatie van waarden die door de voorgenomen werken en werkzaamheden verloren zullen gaan.
De aanwezige landschappelijke waardevolle elementen binnen het plangebied zijn aangeduid op een Kaart landschappelijke waarden, die als bijlage 4 bij de regels is gevoegd. Binnen alle enkelbestemmingen in dit bestemmingsplan is het behoud en herstel van deze elementen met landschappelijke waarde opgenomen in de bestemmingsomschrijving. Daarnaast is in de algemene regels een omgevingsvergunningplicht opgenomen voor het uitvoeren van diverse werkzaamheden ter plaatse van de aanwezige landschappelijke waarden. Onder andere grondbewerkingen als afgraven en ophogen, het herprofileren van waterlopen, het verwijderen van zandwegen en houtgewas zijn op basis hiervan vergunningplichtig. Een omgevingsvergunning voor dergelijke werkzaamheden kan alleen worden verleend als de aanwezige landschappelijke waarden niet onevenredig worden aangetast. Indien nodig kunnen voorwaarden aan de omgevingsvergunning worden verbonden ter voorkoming of vermindering van de nadelige effecten van de voorgenomen werken of werkzaamheden (mitigatie) of ter compensatie van waarden die door de voorgenomen werken en werkzaamheden verloren zullen gaan.
2.8
Verbeteringen in de planmethodiek De vigerende bestemmingsplannen in het plangebied zijn over het algemeen verouderd. Hierdoor bestaat de noodzaak om deze plannen in het voorliggende bestemmingsplan te actualiseren, zodat wordt voorzien in een passende regeling conform de meest actuele RO-standaarden. Tevens wordt aangesloten bij de regelingen in het recent vastgestelde bestemmingsplan 'Buitengebied 2018', inclusief de bijbehorende herziening en is getracht de regels uniform te maken. Hierdoor zal, na vaststelling van dit bestemmingsplan, sprake zijn van een eenduidige bestemmingsregeling voor zowel het buitengebied van de gemeente Bergen als voor het gebied Maaspark Well.
2.9
Locatie specifieke aanpassingen Het voorliggende bestemmingsplan is grotendeels conserverend en actualiserend van aard, waarbij de bestaande situatie wordt vastgelegd volgens een actuele plansystematiek. De bouw- en gebruiksmogelijkheden volgens de geldende bestemmingsplannen zijn overgenomen in het voorliggende bestemmingsplan. Daarnaast worden enkele nieuwe ontwikkelingen in het plangebied meegenomen in dit bestemmingsplan. In paragraaf 2.9.1 worden deze ontwikkelingen benoemd.
blad 9 van 48
projectnummer 0481021.100 betreft Bestemmingsplan Maaspark Well
Daarnaast is een aantal verleende omgevingsvergunningen doorvertaald in dit bestemmingsplan (paragraaf 2.9.2). Tevens hebben op diverse locaties kleinschalige correcties plaatsgevonden (paragraaf 2.9.3), om de planologische regeling te laten aansluiten op de feitelijke (legale) situatie. Tot slot is een aantal zienswijzen ingediend op het eerdere ontwerp bestemmingsplan 'Maaspark Well'. De aanpassingen die hieruit volgen zijn opgenomen in de tabel in paragraaf 2.9.4.
2.9.1
Meegenomen initiatieven De onderstaande initiatieven worden meegenomen in het voorliggende bestemmingsplan. Locatie Paviljoen Leukermeer Seurenheide
’t Leuken 9
2.9.2
/
Beschrijving zwemplas Op de gronden gelegen tussen het Leukermeer en de zwemplas Seurenheide is het voornemen een horeca paviljoen op te richten. Dit paviljoen is gelegen aan de Waterboulevard, een recreatief wandel- en fietspad vanaf de sluis tussen het Reindersmeer en het Leukermeer, dat via de zuidzijde van het Leukermeer naar de jachthaven loopt. De locatie is op de verbeelding aangeduid middels de functieaanduiding 'specifieke vorm van recreatie – paviljoen'. De voormalige agrarische bestemming wordt omgezet naar een woonbestemming. De locatie wordt heringericht en gebouwen worden gerenoveerd. Binnen de gebouwen wordt een bed & breakfast opgericht en een kleinschalige horeca gelegenheid. De overige ruimtes vormen bijgebouwen bij de woning.
Verwerkte omgevingsvergunningen Voor een aantal locaties in het plangebied zijn in het verleden omgevingsvergunningen verleend, waardoor er sprake is van andere bouw- en gebruiksmogelijkheden dan in de voorheen geldende bestemmingsplannen. Deze vergunde mogelijkheden zijn, waar dit van toepassing is, doorvertaald in het voorliggende bestemmingsplan.
2.9.3
Correcties op locatieniveau Er zijn verschillende correcties op locatieniveau doorgevoerd. Dit betreft over het algemeen kleinschalige correcties, teneinde het bestemmingsplan beter te laten aansluiten bij de werkelijke en vergunde situatie. Daarnaast is de begrenzing van het Nationaal Natuurnetwerk opgenomen op de verbeelding middels de gebiedsaanduiding 'overige zone – Natuurnetwerk Nederland'. Ook is de begrenzing van de bestemming 'Verkeer' aangepast op de werkelijke situatie overeenkomstig de BGT.
2.9.4
Aanpassingen naar aanleiding van zienswijzen In 2017 heeft een eerdere versie van het bestemmingsplan 'Maaspark Well' als ontwerp ter inzage gelegen. Op dit plan is een aantal zienswijzen ingediend, waarvan een aantal aanleiding gaven om aanpassingen door te voeren in het bestemmingsplan. Daarnaast is het bestemmingsplan aangepast op basis van de systematiek van het bestemmingsplan 'Buitengebied 2018' en de bijbehorende 1e herziening. Ingekomen zienswijzen die betrekking hebben op het onjuist doorvertalen van verleende omgevingsvergunningen zijn niet opgenomen onderstaande tabel, maar verwerkt conform paragraaf 2.9.2.
blad 10 van 48
projectnummer 0481021.100 betreft Bestemmingsplan Maaspark Well
Locatie De Kamp 2
Halve Maan 10 Waterbergend rivierbed
Halve Maanseweg 4
De Kamp 12 't Leuken 8 Halve Maanseweg 2
Leukermeer Elsteren 11
Beschrijving Wijziging bestemming 'Natuur' in 'Agrarisch met waarden', in overeenstemming met het huidige agrarische gebruik van dit perceel. Aan de bestemmingsomschrijving van de bestemming 'Natuur' is toegevoegd dat bestaand agrarisch gebruik is toegestaan. Toevoeging aanduiding 'intensieve veehouderij' overeenkomstig de bestaande situatie. Binnen de dubbelbestemming 'Waterstaat - Waterbergend rivierbed' is een aanlegvergunningstelsel ('Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden') opgenomen overeenkomstig het beleid van Rijkswaterstaat en het bestemmingsplan 'Buitengebied 2018' en de bijbehorende 1e herziening. De functieaanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - agrarisch hulpbedrijf' is opgenomen voor deze locatie, overeenkomstig het voorheen geldende bestemmingsplan 'Leuken-Seurenheide'. De veldkapel op het perceel S 2224 is aangeduid op de verbeelding middels de bouwaanduiding 'karakteristiek'. Wijziging bestemming van een deel van het perceel met 'Agrarisch met waarden' (aansluitend aan het woonperceel) naar 'Tuin'. In de regels van de bestemming 'Agrarisch met waarden' is een wijzigingsbevoegdheid opgenomen voor de vormverandering van het bouwvlak. Deze geldt voor alle agrarische bouwvlakken en is niet specifiek voor deze locatie opgenomen. In het bestemmingsplan is delfstoffenwinning uitgesloten.
De functieaanduidingen 'recreatiewoning' en ‘bed en breakfast' zijn opgenomen voor deze locatie, overeenkomstig de bestaande c.q. vergunde situatie.
blad 11 van 48
projectnummer 0481021.100 betreft Bestemmingsplan Maaspark Well
3.
Beleidskader In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de voor het plangebied relevante beleidskaders vanuit het rijks-, provinciaal, regionaal en gemeentelijk beleid. De bestaande ruimtelijke en functionele structuur van het plangebied wijzigen niet inhoudelijk als gevolg van dit bestemmingsplan. Er worden geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk gemaakt die niet passen in het bestaande beleidskader.
3.1
Rijksbeleid
3.1.1
Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte Op 12 maart 2012 is de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) vastgesteld. In de SVIR staan de plannen voor ruimte en mobiliteit. Overheden, burgers en bedrijven krijgen de ruimte om zelf oplossingen te creëren. Het Rijk richt zich met name op het versterken van de internationale positie van Nederland en het behartigen van de nationale belangen. Het Rijk zet zich voor wat betreft het ruimtelijk- en mobiliteitsbeleid in voor een concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig Nederland. In de Structuurvisie Infrastructuur en Milieu worden drie hoofddoelen genoemd om Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig te houden voor de middellange termijn (2028): Het vergroten van de concurrentiekracht van Nederland door het versterken van de ruimtelijk-economische structuur van Nederland; Het verbeteren, in stand houden en ruimtelijk zekerstellen van de bereikbaarheid waarbij de gebruiker voorop staat; Het waarborgen van een leefbare en veilige omgeving waarin unieke natuurlijke en cultuurhistorische waarden behouden zijn. Voor de drie rijksdoelen worden de onderwerpen van nationaal belang benoemd, waarmee het Rijk aangeeft waarvoor het verantwoordelijk is en waarop het resultaten wil boeken.
De 13 nationale belangen luiden kort samengevat als volgt: Versterken van de ruimtelijk-economische structuur van Nederland Een excellent en internationaal bereikbaar vestigingsklimaat in de stedelijke regio's met een concentratie van topsectoren. Ruimte voor het hoofdnetwerk voor (duurzame) energievoorziening en de energietransitie. Ruimte voor het hoofdnetwerk voor vervoer van (gevaarlijke) stoffen via buisleidingen. Efficiënt gebruik van de ondergrond. Verbeteren bereikbaarheid: Slim Investeren, Innoveren en Instandhouden Een robuust hoofdnetwerk van weg, spoor en vaarwegen rondom en tussen de belangrijkste stedelijke regio's inclusief de achterlandverbindingen. Betere benutting van de capaciteit van het bestaande mobiliteitssysteem van weg, spoor en vaarwegen. Het in stand houden van de hoofdnetwerken van weg, spoor en vaarwegen om het functioneren van de netwerken te waarborgen. Waarborgen kwaliteit leefomgeving Verbeteren van de milieukwaliteit (lucht, bodem, water), bescherming tegen geluidsoverlast en externe veiligheidsrisico's. Ruimte voor waterveiligheid, een duurzame zoetwatervoorziening en klimaatbestendige stedelijke (her)ontwikkeling. Ruimte voor behoud en versterking van (inter)nationale unieke cultuurhistorische en natuurlijke kwaliteiten.
blad 12 van 48
projectnummer 0481021.100 betreft Bestemmingsplan Maaspark Well
Ruimte voor een nationaal netwerk van natuur voor het overleven en ontwikkelen van flora- en faunasoorten. Ruimte voor militaire terreinen en activiteiten. Zorgvuldige afwegingen en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke plannen.
Afweging Het voorliggende bestemmingsplan betreft een overwegend conserverend plan, dat slechts op beperkte schaal nieuwe ontwikkelingen mogelijk maakt. In de ruimtelijke onderbouwingen voor deze afzonderlijke ontwikkelingen is aangetoond dat deze passend zijn binnen het vigerende Rijksbeleid. Hierdoor zijn er geen nationale belangen, zoals benoemd in de SVIR, in het geding. Voor het plangebied geldt daarnaast uiteraard dat voldaan dient te worden aan de voorwaarden van zorgvuldige afwegingen en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke plannen. Inzake de afwegingen omtrent de milieukwaliteit, geluid, externe veiligheidsrisico's, natuur en cultuurhistorie wordt verwezen naar hoofdstuk 4.
3.1.2
Besluit ruimtelijke ordening De 'ladder voor duurzame verstedelijking' is in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) geïntroduceerd en vastgelegd als procesvereiste in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Doel van de ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening in de vorm van een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Met de ladder voor duurzame verstedelijking wordt een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten nagestreefd. De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, dient volgens de ladder een beschrijving te bevatten van de behoefte aan die ontwikkeling. Indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, dient een motivering te worden gegeven waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Afweging Het voorliggende bestemmingsplan is grotendeels conserverend van aard. Het bestemmingsplan maakt geen nieuwe stedelijke ontwikkelingen mogelijk, zoals bedoeld in artikel 1.1.1 van het Bro. De ontwikkelingsmogelijkheden die reeds werden geboden op basis van de geldende bestemmingsplannen middels afwijkings- en wijzigingsbevoegdheden zijn in het voorliggende bestemmingsplan op eenzelfde wijze overgenomen.
Verdere toetsing aan de ladder voor duurzame verstedelijking is hierdoor niet nodig.
3.1.3
Besluit algemene regels ruimtelijke ordening In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) zijn de nationale belangen die juridische borging vereisen opgenomen. Het Barro is gericht op doorwerking van de nationale belangen in bestemmingsplannen en wordt in juridische termen aangeduid als Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). Het besluit is op 30 december 2011 in werking getreden. Hierna zijn nog enkele wijzigingen in werking getreden. De onderwerpen in het Barro betreffen: Rijksvaarwegen, Project Mainportontwikkeling Rotterdam, Kustfundament, Grote Rivieren, Waddenzee en waddengebied, Defensie, Nationaal Natuurnetwerk (NNN), erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde, hoofdwegen en hoofdspoorwegen, elektriciteitsvoorziening, buisleidingen van nationaal belang voor vervoer van gevaarlijke stoffen, primaire waterkeringen buiten het kustfundament en het IJsselmeergebied. Afweging stroomvoerend rivierbed Delen van het plangebied zijn gelegen binnen het stroomvoerend deel van het rivierbed van de Maas. Voor het rivierbed geldt op basis van artikel 2.4.3 van het Barro dat een bestemmingsplan alleen een nieuwe bestemming kan aanwijzen als er:
blad 13 van 48
projectnummer 0481021.100 betreft Bestemmingsplan Maaspark Well
sprake is van een zodanige situering van de bestemming dat het veilig en doelmatig gebruik van het oppervlaktewaterlichaam gewaarborgd blijft; geen sprake is van feitelijke belemmering voor de vergroting van de afvoercapaciteit van de rivier; sprake is van een zodanige situering van de bestemming dat de waterstandverhoging of de afname van het bergend vermogen zo gering mogelijk is, en sprake is van een zodanige situering van de bestemming dat de ecologische toestand van het oppervlaktewaterlichaam niet verslechtert.
Daarnaast geldt specifiek voor een bestemmingsplan dat betrekking heeft op het stroomvoerend deel van het rivierbed, dat een ruimtelijke ontwikkeling uitsluitend mogelijk is wanneer daarbij een of meer van de volgende activiteiten worden mogelijk gemaakt: de aanleg of wijziging van waterstaatkundige kunstwerken; de verwezenlijking van voorzieningen voor een betere en veilige afwikkeling van de beroeps- of recreatievaart; de bouw of wijziging van waterkrachtcentrales; de vestiging of uitbreiding van overslagbedrijven of het realiseren van overslagfaciliteiten, uitsluitend voor zover de activiteit gekoppeld is aan het vervoer over de rivier; de aanleg of wijziging van scheepswerven voor beroeps- of pleziervaartuigen; de verwezenlijking en het beheer van natuurterreinen; de uitbreiding of wijziging van bestaande steenfabrieken; de verwezenlijking van voorzieningen die onlosmakelijk met de waterrecreatie zijn verbonden; de winning van oppervlaktedelfstoffen; de verwezenlijking van voorzieningen van groot openbaar belang die niet buiten het rivierbed kunnen worden gerealiseerd; activiteiten van een zwaarwegend bedrijfseconomisch belang voor bestaande grondgebonden agrarische bedrijven die niet buiten het rivierbed kunnen worden gerealiseerd; een functieverandering binnen de bestaande bebouwing; activiteiten die onderdeel uitmaken van de lijst van
maatregelen opgenomen in de Bijlage bij de planologische kernbeslissing Ruimte voor de Rivier en waarvan de uitvoering wordt gefinancierd door Onze Minister. Het voorliggende bestemmingsplan maakt geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk binnen het stroomvoerend deel van het rivierbed, die niet op basis van de geldende bestemmingsplannen ook al mogelijk waren. De ligging van delen van het plangebied binnen het stroomvoerend deel van het rivierbed van de Maas vormt hierdoor geen belemmering. De dubbelbestemming 'Waterstaat - Stroomvoerend rivierbed' is in het voorliggende bestemmingsplan opgenomen overeenkomstig artikel 2.4.3 van het Barro. Afweging waterbergend rivierbed Daarnaast zijn delen van het plangebied gelegen binnen het waterbergend deel van het rivierbed. Voor deze delen van het plangebied geldt eveneens dat geen nieuwe ontwikkelingen zijn voorzien, die niet op basis van de geldende bestemmingsplannen ook al mogelijk waren. De ligging van delen van het plangebied binnen het waterbergend deel van het rivierbed van de Maas vormt hierdoor geen belemmering. Voor deze gebiedsdelen is de dubbelbestemming 'Waterstaat - Waterbergend rivierbed' opgenomen. Deze gronden zijn in eerste instantie bestemd voor bescherming en behoud van de beschikbare afvoer- en bergingscapaciteit van het rivierbed.
Ter plaatse van deze dubbelbestemming mag niet worden gebouwd, behoudens bouwwerken waarvoor de vereiste vergunning op grond van artikel 6.5 Waterwet is verleend, dan wel de daarvoor vereiste melding op grond van de Waterwet is gedaan of aangetoond is dat een dergelijke vergunning niet noodzakelijk is. Door middel van een omgevingsvergunning kunnen bouwwerken worden toegestaan. Voorwaarden hierbij zijn onder andere dat waterveiligheid is gewaarborgd en de afname van het bergend vermogen van het rivierbed wordt gecompenseerd. Daarnaast geldt een omgevingsvergunningplicht voor het uitvoeren van diverse werkzaamheden, waarbij soortgelijke voorwaarden van toepassing zijn.
blad 14 van 48
projectnummer 0481021.100 betreft Bestemmingsplan Maaspark Well
Afweging Nationaal Natuurnetwerk Verder zijn delen van het plangebied gelegen binnen het Nationaal Natuurnetwerk. Ter plaatse van het Nationaal Natuurnetwerk worden echter geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk gemaakt, waardoor deze ligging geen belemmeringen oplevert. De delen van het plangebied die deel uitmaken van het Nationaal Natuurnetwerk zijn voorzien van de gebiedsaanduiding 'overige zone - Nationaal Natuurnetwerk'. Ter plaatse van deze aanduiding zijn de gronden mede bestemd voor het behoud en bescherming van de bestaande natuurgebieden, de actueel aanwezige natuurbeheertypen en de nagestreefde natuurdoeltypen en voor te realiseren natuurgebieden de nagestreefde natuurdoeltypen zoals vastgelegd op de beheertypenkaart en de ambitiekaart van het Provinciaal Natuurbeheerplan. Afweging Rijksvaarweg Tot slot grenst het meest zuidelijke deel van het plangebied aan de Rijksvaarweg de Maas. Op grond van artikel 2.1.2 van het Barro dient daarom een vrijwaringszone te worden opgenomen, die wordt gemeten vanaf de begrenzingslijn van de Rijksvaarweg. De breedte van deze zone is afhankelijk van vaarwegklasse die de vaarweg heeft. Voor de Maas is een vrijwaringszone van 25 meter aan weerszijden benodigd (op basis van een Rijksvaarweg van CEMT-klasse IV, V of VI).
Deze vrijwaringszone is in het voorliggende bestemmingsplan opgenomen conform artikel 2.1.2 van het Barro, middels de gebiedsaanduiding 'vrijwaringszone - vaarweg'. Ter plaatse van deze aanduiding zijn de gronden bestemd voor de veilige doorvaart van de scheepvaart en geldt een bouwverbod voor gebouwen. Voor het overige zijn er geen belangen zoals genoemd in het Barro in het geding bij de ontwikkeling van het plangebied. Het initiatief is kortom niet in strijd met de beleidsregels, zoals deze zijn opgenomen in het Barro.
3.1.4
Regeling algemene regels ruimtelijke ordening De Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Rarro) is gebaseerd op het Barro. In het Barro is bepaald dat bij ministeriële regeling verschillende militaire terreinen en objecten, hoofdwegen en NNN-gebieden worden aangewezen, waar gemeenten bij de vaststelling van bestemmingsplannen rekening mee moeten houden. In de Rarro wordt daar uitvoering aan gegeven. Afweging Het plangebied valt binnen het radarverstoringsgebied van Vliegbasis Volkel. Dit houdt in dat, om het ongestoord functioneren van radar- en communicatieapparatuur op de vliegbasis te waarborgen, er rond deze vliegbasis een gebied is aangewezen waarbinnen het niet is toegestaan om bouwwerken op te richten die gevolgen kunnen hebben voor het functioneren van de radar. Op grond van artikel 2.6.9. van het Barro is het niet toegestaan om bestemmingen op te nemen die het oprichten van bouwwerken mogelijk maken die door hun grootte onaanvaardbare gevolgen kunnen hebben voor de werking van de radar. Op basis van artikel 2.4 van de Rarro zijn windturbines, waarvan de tippen van de wieken de maximale hoogte van 65 meter ten opzichte van NAP overschrijden, binnen de gemeente Bergen niet toegestaan. In dit bestemmingsplan worden dan ook geen windturbines hoger dan 65 meter mogelijk gemaakt. Dit bestemmingsplan vormt dan ook geen belemmering voor het radarverstoringsgebied.
Daarnaast ligt het noordelijk deel van het plangebied binnen de zogenoemde funnel van de vliegbasis De Peel / Generaal-Luitenant Bestkazerne. Dit is een obstakelvrij start- en landingsvlak met zijkanten dat ten behoeve van de verkeersveiligheid is vastgesteld. In de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte is opgenomen dat in het gebied van de funnel geen objecten mogen worden opgericht die hoger zijn dan de maximaal toelaatbare hoogte van 179,6 meter boven NAP. In dit bestemmingsplan worden geen bouwwerken hoger dan 179,6 meter boven NAP toegestaan. Hiermee vormt dit bestemmingsplan geen belemmering voor de funnel. Voor het overige zijn er geen belangen uit de Rarro in het geding.
blad 15 van 48
projectnummer 0481021.100 betreft Bestemmingsplan Maaspark Well
3.1.5
Wet milieubeheer In artikel 7.2, lid 1 van de Wet milieubeheer is bepaald dat bij algemene maatregel van bestuur de activiteiten worden aangewezen: a. die belangrijke nadelige gevolgen kunnen hebben voor het milieu; b. ten aanzien waarvan het bevoegd gezag moet beoordelen of zij belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kunnen hebben. In het Besluit milieueffectrapportage zijn in artikel 2, lid 1 als activiteiten die belangrijke nadelige gevolgen kunnen hebben voor het milieu (en waarvoor op grond van de Wet milieubeheer dus de verplichting geldt om een milieueffectrapportage op te stellen), aangewezen de activiteiten die behoren tot een in onderdeel C van de bijlage bij het Besluit genoemde categorie. In lid 2 van hetzelfde artikel zijn als activiteiten ten aanzien waarvan het bevoegd gezag moet beoordelen of zij belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kunnen hebben (en waarvoor op grond van de Wet milieubeheer dus een m.e.r.-beoordelingsplicht geldt), aangewezen de activiteiten die behoren tot een in onderdeel D van de bijlage bij het Besluit genoemde categorie. In artikel 2, lid 5, aanhef en onder b.
van het Besluit milieueffectrapportage, is vastgelegd dat de m.e.r.beoordelingsplicht ook geldt voor plannen die weliswaar vallen onder een van de in onderdeel D genoemde activiteiten maar waarbij het project valt onder de drempelwaarden zoals genoemd in onderdeel D, indien: 'op grond van selectiecriteria als bedoeld in bijlage III bij de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling niet kan worden uitgesloten dat de activiteit belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kan hebben'. Afweging In het kader van dit bestemmingsplan is geen m.e.r.-beoordeling uitgevoerd omdat het plan conserverend van aard is en geen activiteiten toestaat boven de grenzen van het Besluit milieueffectrapportage.
3.1.6
Nationaal Waterplan Op 10 december 2015 heeft het kabinet het Nationaal Waterplan vastgesteld. Dit plan geeft op hoofdlijnen aan welk beleid het Rijk in de periode 2016-2021 voert om te komen tot een duurzaam waterbeheer. Het Nationaal Waterplan richt zich op bescherming tegen overstromingen, beschikbaarheid van voldoende en schoon water, en diverse vormen van gebruik van water. Ook worden de maatregelen genoemd die hiertoe worden genomen. Het Nationaal Waterplan (NWP) is de opvolger van de Vierde Nota Waterhuishouding uit 1998 en vervangt alle voorgaande nota's waterhuishouding. Het Nationaal Waterplan is opgesteld op basis van de Waterwet die met ingang van 22 december 2009 van kracht is. Op basis van de Wet ruimtelijke ordening heeft het Nationaal Waterplan voor de ruimtelijke aspecten de status van structuurvisie. In paragraaf 4.5 wordt nader ingegaan op de waterhuishoudkundige aspecten die aan de orde zijn bij het voorliggende bestemmingsplan.
3.2
Provinciaal beleid
3.2.1
Provinciale omgevingsvisie Limburg (2021) Op 1 oktober 2021 hebben Provinciale Staten de Provinciale Omgevingsvisie Limburg (POVI), met bijbehorend m.e.r vastgesteld. De Provinciale Omgevingsvisie is per 25 oktober 2021 in werking getreden. De Provinciale Omgevingsvisie Limburg vervangt het voormalige POL2014. In de omgevingsvisie wordt de lange termijn visie (2030-2050) beschreven. Er wordt continue gezocht naar de goede balans tussen beschermen én benutten van de fysieke leefomgeving. In de Omgevingsvisie komen vraagstukken aan bod, die er op provinciaal niveau echt toe doen. Daarnaast komen er ook autonome
blad 16 van 48
projectnummer 0481021.100 betreft Bestemmingsplan Maaspark Well
vraagstukken aan bod die van groot provinciaal belang zijn. Het Rijnlands model, dat staat voor overleg en samenwerking, solidariteit en vakmanschap en dat zich richt op de lange termijn, op waarden als kwaliteit en geluk, is hierbij het uitgangspunt. Het document is dynamisch en flexibel, dit biedt mogelijkheden om het document te actualiseren met het oog op (eventuele) toekomstige veranderingen. In de omgevingsvisie zijn een aantal hoofdopgaven te onderscheiden, namelijk: 1. Een aantrekkelijke, sociale, gezonde en veilige leefomgeving; a) In stedelijk c.q. bebouwd gebied; Zowel in de stedelijke centra als in de landelijke kernen liggen er diverse uitdagingen. In stedelijke centra heeft dit met name te maken met de versterking van de stedelijkheid, in de landelijke kernen met het behoud van de leefbaarheid. Limburg is rijk aan volkscultuur en tradities en heeft een rijk verenigingsleven. Hoewel sociale verbanden zoals verenigingen vroeger vanzelfsprekend waren, staan deze nu steeds meer onder druk. Er zijn daarnaast uitdagingen op het gebied van de verbetering en verduurzaming van de woningvoorraad, de toegankelijkheid, beschikbaarheid en bereikbaarheid van voorzieningen en het klimaatbestendig maken van de bebouwde omgeving. Ook kent het bebouwd gebied opgaven met betrekking tot de arbeidsmarkt en ruimte voor bedrijvigheid.
b) In landelijk gebied; Limburg kent een uniek landschap en prachtige natuurgebieden. Dit is niet vanzelfsprekend. In het landelijk gebied ligt de nadruk op uitdagingen die te maken hebben met onder meer klimaatadaptatie, de transitie van de landbouw, de inpassing van energie en het zoeken van de balans tussen natuur(behoud), ruimtelijke kwaliteit en het mogelijk maken van ontwikkelingen. Daarnaast zijn schaalvergroting en leegstand van agrarische bebouwing, toeristischrecreatief (mede)gebruik, biodiversiteit, stikstof en (grond)waterkwaliteit belangrijke thema’s. 2.
Een toekomstbestendige, innovatieve en duurzame economie; inclusief landbouwtransitie; Tot 2020 groeit het aantal banen in Limburg. De welvaart en het gemiddelde opleidingsniveau nemen toe, maar niet voor iedereen. Hoewel de werkloosheid gelijk is aan het landelijk gemiddelde (peildatum 2019, 3e kwartaal), is de bruto participatiegraad in Limburg relatief laag. In sectoren als de bouw, horeca en toerisme, zorg en ICT wordt een krapte op de arbeidsmarkt ervaren. Demografische ontwikkelingen maken dat de beroepsbevolking slinkt en het aantal ouderen toeneemt. Een bijzonder punt van zorg is de groeiende maatschappelijke tweedeling die zich ook fysiek uit in de vorm van de ruimtelijke concentratie van kwetsbare groepen. Samen met het verhogen van de arbeidsparticipatiegraad en het aantrekken van internationale werknemers kunnen ontwikkelingen als digitalisering, robotisering en automatisering het tekort aan arbeidskrachten – onder meer als gevolg van demografische ontwikkelingen – tegengaan.
3.
Klimaatadaptieve en energietransitie; Klimaatverandering vergroot de kans op overstromingen en wateroverlast, hittegolven en hittestress en langdurige perioden van droogte. Dit brengt uitdagingen en veiligheidsoverwegingen, maar ook kansen met zich mee. Bijvoorbeeld het koppelen van thema's. Deze klimaatontwikkelingen hebben invloed op onze voedselvoorziening, de leefbaarheid, gezondheid en de natuur. Ook verandert de komende jaren de energievoorziening in Nederland fors. Deze energietransitie zal ook een grote impact hebben op de woon- en leefomgeving in Limburg. Energiebesparing in industrie, landbouw, woningen en mobiliteit én het accommoderen van de ruimtevraag voor de opwekking van duurzame energie, zoals zonne- en windenergie, zijn hierbij uitdagingen met impact op de omgeving.
De omgevingsvisie bestaat uit twee delen: Een thematisch deel waarin gedetailleerd wordt ingegaan op de provinciale ambities en opgaven voor de diverse thema’s; Een gebiedsgericht deel waarin de thema’s op hoofdlijnen verbonden worden op regionale schaal voor de drie regio’s Noord-, Midden- en Zuid-Limburg.
blad 17 van 48
projectnummer 0481021.100 betreft Bestemmingsplan Maaspark Well
De begrenzingen van de zoneringen en andere werkingsgebieden die voortkomen uit de Limburgse principes en de uitwerkingen in de thema’s in deze omgevingsvisie, zullen verankerd worden in het kaartmateriaal behorende bij de (ontwerp) Omgevingsverordening Limburg 2021. Het voorliggend bestemmingsplan sluit aan op de ambities van het provinciaal omgevingsvisie Limburg 2021 en draagt bij aan het behoud en versterken van het landelijk gebied. Het planvoornemen geeft invulling aan balans tussen natuur(behoud), ruimtelijke kwaliteit en het mogelijk maken van ontwikkelingen, toeristisch-recreatief (mede)gebruik en biodiversiteit. Conclusie Het voorliggend bestemmingplan vormt geen belemmering voor de Provinciale omgevingsvisie Limburg 2021.
3.2.2
Omgevingsverordening Limburg 2021 In de Omgevingsverordening Limburg 2014 zijn regels opgenomen die een juridische doorvertaling zijn van het beleid zoals opgenomen in de Provinciale Omgevingsvisie Limburg. De Omgevingsverordening is een samenvoeging van de Provinciale milieuverordening, de Wegenverordening, de Waterverordening en de Ontgrondingenverordening en is uitgebreid met een hoofdstuk Ruimte. Het hoofdstuk Ruimte bevat regels die zijn gericht op de doorwerking van het provinciaal ruimtelijke beleid in bestemmingsplannen. Relatie met nieuwe Omgevingsverordening Limburg (2021) In de aanloop naar de invoering van de Omgevingswet is een nieuwe Omgevingsverordening vastgesteld, die de Omgevingsverordening Limburg 2014 op termijn zal vervangen. De nieuwe Omgevingsverordening past binnen de kaders en het instrumentarium van de Omgevingswet. Provinciale Staten hebben de nieuwe Omgevingsverordening vastgesteld op 17 december 2021. Omdat de Omgevingsverordening Limburg (2021) is gebaseerd op de Omgevingswet kan deze niet eerder in werking treden dan de Omgevingswet zelf. De inwerkingtreding van de Omgevingswet – en daarmee de inwerkingtreding van de nieuwe Omgevingsverordening – is nu voorzien op 1 januari 2024.
De Omgevingsverordening Limburg (2021) is hoofdzakelijk een beleidsneutrale omzetting van de Omgevingsverordening Limburg 2014, maar kent ook enkele nieuwe of inhoudelijk gewijzigde onderwerpen. Om te voorkomen dat er een gat valt in de bescherming van de bij de nieuwe regels behartigde belangen, worden de nieuwe regels toegevoegd aan zowel de geldende Omgevingsverordening Limburg 2014, als aan de komende Omgevingsverordening Limburg (2021). Overige regels In de Omgevingsverordening zijn onder andere regels opgenomen ter bescherming van natuur- en landschapszones en grondwaterbeschermingsgebieden. Deze regels moeten in sommige gevallen doorwerken in bestemmingsplannen. Goudgroene/zilvergroene natuurzone en bronsgroene landschapszone c.q. Natuurnetwerk Limburg (groenblauwe mantel) Deze zijn vertaald in de verschillende gebiedsbestemmingen. Daarnaast is sprake van een conserverend bestemmingsplan. Er is geen sprake van aantasting van de kwaliteiten van deze zones. Conclusie Het voorliggend bestemmingplan vormt geen belemmering voor de Omgevingsverordening Limburg 2021.
blad 18 van 48
projectnummer 0481021.100 betreft Bestemmingsplan Maaspark Well
3.2.3
Beleidsregel Limburgs Kwaliteitsmenu Op 12 januari 2010 hebben Gedeputeerde Staten het Limburgs Kwaliteitsmenu (LKM) vastgesteld. Doel van het LKM is om ontwikkelingen in het buitengebied die een inbreuk op de waarden van het buitengebied betekenen te compenseren met een kwaliteitsverbetering die ten goede komt aan hetzelfde buitengebied, waarmee de ruimtelijke kwaliteit van het landelijk gebied wordt verhoogd. De verantwoordelijkheid en de uitvoering van het Kwaliteitsmenu wordt in handen van de gemeenten gelegd. Door de gemeente Bergen is hieraan invulling gegeven door een nadere uitwerking van het LKM in de gemeentelijke 'Structuurvisie+ 2014'. Het plangebied is in het POL2014 aangewezen als landelijk gebied en daarmee is het LKM van toepassing. Voor een nadere afweging hieromtrent zie paragraaf 3.4. Afweging Bij nieuwe ontwikkelingen in het plangebied, die middels afwijkings- en wijzigingsbevoegdheden in dit bestemmingsplan mogelijk worden gemaakt, is een goede landschappelijke inpassing en de vereiste kwaliteitsverbetering conform het kwaliteitsmenu als voorwaarde opgenomen.
3.3
Regionaal beleid
3.3.1
Regionale Woonvisie Noord Limburg 2020-2024 Op 21 september 2020 heeft de gemeenteraad van Bergen de Regionale Woonvisie Noord Limburg 2020-2024 vastgesteld. Vanwege de wijzigingen in de woningmarkt wordt er gekozen meer te sturen op kwaliteit dan op aantallen. Wanneer de juiste woning op de juiste plek wordt toegevoegd is dat in beginsel mogelijk. Er wordt daarvoor een nadrukkelijkere link gelegd tussen de bestaande voorraad en de toekomstige bevolkingssamenstelling. Ook moet meer rekening gehouden worden met alle doelgroepen. De regionale woonvisie vormt de basis voor lokale uitwerkingen. Afweging In het voorliggende bestemmingsplan worden geen nieuwe woningen mogelijk gemaakt, met uitzondering van een afwijkingsbevoegdheid voor de splitsing van bestaande, cultuurhistorisch waardevolle woonbebouwing. Het plan is hierdoor passend binnen de Regionale Woonvisie Noord-Limburg 2020-2024.
3.3.2
Regionale uitwerking POL Vrijetijdseconomie Noord-Limburg In de '1e actualisatie Bestuursafspraken POL-uitwerkingen Noord-Limburg' (ondertekend in maart 2018) zijn de regionale beleidsuitgangspunten voor onder andere vrijetijdseconomie opgenomen. Het doel van dit beleid is om voorwaarden te scheppen die toerisme en recreatie de ruimte geven en negatieve factoren voor de sector beperken. Dit gebeurt onder meer door de omgeving meer beleefbaar te maken, accommodaties te vitaliseren, de attractiewaarde van dagrecreatieve voorzieningen te vergroten, nieuwe verbindingen aan te gaan (crossovers) en effectieve marketing. Wat betreft verblijfsrecreatie wordt gestreefd naar een sector die gericht is op het aanbieden van een breed scala aan verblijfsmogelijkheden, verspreid over Noord-Limburg en kwalitatief goed op peil. De kwaliteit van verblijfsrecreatie wordt op enkele manieren bevorderd: Bedrijven die de aansluiting op de markt verliezen door een slechte kwaliteit of verouderd concept dienen gerevitaliseerd te worden, of indien er geen toekomstperspectief is, getransformeerd of gesaneerd te worden. Nieuwe initiatieven worden niet zomaar toegestaan, maar worden regionaal afgestemd. Uitgangspunt is dat een nieuw initiatief een duidelijke aanvulling is op het regionaal aanbod aan verblijfsrecreatieve voorzieningen.
blad 19 van 48
projectnummer 0481021.100 betreft Bestemmingsplan Maaspark Well
In de bestuursafspraken zijn voorwaarden opgenomen waaronder nieuwvestiging of uitbreiding van verblijfsrecreatie mogelijk is. Deze zijn vooral gericht op het toevoegen van kwaliteit en regionale verevening van de toeristische capaciteit. Wat betreft dagrecreatie wil de regio samen met de sector een aanpak opstellen om het dagrecreatieve aanbod in de regio te versterken. Afweging Het voorliggende bestemmingsplan maakt middels afwijkings- en wijzigingsbevoegdheden het toevoegen van ondergeschikte verblijfsrecreatieve voorzieningen mogelijk, in de vorm van een bed & breakfast. Aangezien hierbij sprake is van kleinschalige, ondergeschikte voorzieningen, hoeven deze niet regionaal te worden afgestemd. Bovendien is het gebied Maaspark Well in de gemeentelijke Structuurvisie Maaspark Well aangewezen als belangrijk recreatiegebied. Elders in de gemeente Bergen zijn, door middel van het nieuwe bestemmingsplan Buitengebied 2018, planologische mogelijkheden voor recreatie in het buitengebied geschrapt. Hierdoor zijn de ontwikkelmogelijkheden voor recreatie in het voorliggende bestemmingsplan niet in strijd met de regionale bestuursafspraken.
3.3.3
Strategische regiovisie Maasduinen De gemeenten Bergen, Gennep en Mook en Middelaar hebben op 24 februari 2010 de Strategische regiovisie Maasduinen vastgesteld. De regio kiest voor een ontwikkelingsmodel met een onderscheidend profiel dat complementair is aan de stedelijke regio's in de nabije omgeving: in het noorden Arnhem/Nijmegen en in het zuiden Venlo. De inzet is om in de regio een 'center of excellence' neer te zetten, met als steekwoorden: puur, authentiek, gastvrij en met respect voor de natuur en het landschap. De regio heeft een aantal kwaliteiten die versterkt kunnen worden. In de visie wordt een viertal dragende functies onderscheiden, waarvoor hoofdprogramma's zijn uitgewerkt om de kwaliteitssprong te maken. Wonen: vanwege de ligging nabij Arnhem/Nijmegen en Venlo wordt er steeds vaker een beroep gedaan op de regio. Men werkt in de steden en woont bewust vanwege het goede leefklimaat in de regio. Het groeiend aantal forenzen en de vergrijzing vereisen een andere kijk op wonen. De regio wil exclusieve en gebiedskarakteristieke woonmilieus aanbieden en daarnaast aansluiten bij de behoeften van de ouder wordende bevolking met het oog op de toekomstige zorg. Zorg: in de regio zitten al de nodige specialistische zorginstellingen, waardoor er een cultuur is ontstaan van een gastvrij en respectvol onthalen van bijzondere groepen.
Bij een versterking van de zorg denken we aan onderscheidende, kleinschalige en gebiedsvriendelijke zorgcentra. Bovendien wil de regio een bovenregionale functie bekleden op het gebied van 'zorg op een menselijke maat'. Recreatie en toerisme: dit is direct gerelateerd aan het bijzondere landschap. In de regio liggen onder andere de Maasduinen, die een eigen, onvergelijkbaar type natuurschoon opleveren. Dit trekt altijd al veel toeristen en dagjesrecreanten, maar de huidige accommodatie en infrastructuur staan onder druk. Het ontbreekt bovendien aan een goed fiets- en wandelnetwerk. Om het toerisme te stimuleren streeft de regio naar een kleinschalig en exclusief aanbod voor bijzondere doelgroepen. Vanwege de rust en ruimte wil de regio meer ecotoeristen en zorgtoeristen aantrekken. Landbouw: de regio streeft naar kleinschalige, duurzame, diverse en gebiedseigen landbouw. Voor de landbouwers is het moeilijk om zich bestendig te handhaven; zij proberen te voorkomen om zich achteruit te boeren. Dat heeft te maken met de schaalvergroting in de agrarische sector en de ontwikkelingen in het Maasdal ten behoeve van de rivierverruiming.
De agrarische sector zal daarom minder uitsluitend vanuit economisch perspectief bekeken moeten worden, maar meer gericht op zowel het in stand houden van de diversiteit van het landschap als op het profiel van een pure, eerlijke, milieuvriendelijke regionale voedselproductie. Producten van ecologische landbouw appelleren aan een stijgende behoefte van consumenten aan zuiver, authentiek en gezond eten. Om de bovenstaande ambities te realiseren worden drie basisprogramma's onderscheiden die voorwaardenscheppend zijn voor de vier hoofdprogramma's:
blad 20 van 48
projectnummer 0481021.100 betreft Bestemmingsplan Maaspark Well
Het versterken van de oost-westverbindingen en het uitbreiden van de bestaande netwerken, en dan vooral de fiets- en wandelroutes; Het verbeteren de ruimtelijke kwaliteit van de bebouwde omgeving en het landschap; Het garanderen van de veiligheid bij hoogwater van de Maas, middels de aanleg van bijvoorbeeld hoogwatergeulen.
Afweging Het voorliggende bestemmingsplan betreft een grotendeels conserverend plan, waarin geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk worden gemaakt die niet op basis van de vigerende bestemmingsplannen ook reeds mogelijk waren. Daarnaast biedt het plan voldoende ruimte om bovenstaande doelen te kunnen realiseren. Binnen diverse bestemmingen zijn paden en wegen, en daarmee de ontwikkeling en versterking van fiets- en wandelnetwerken, rechtstreeks toegestaan. De kwaliteit van het landschap is geborgd door middel van regels ter bescherming van de aanwezige cultuurhistorische en landschappelijke waarden, die gelden voor het gehele plangebied. Bovendien is bij nieuwe ontwikkelingen die middels afwijkings- en wijzigingsbevoegdheden mogelijk worden gemaakt, als voorwaarde gesteld dat een goede landschappelijke inpassing en kwaliteitsverbetering moet worden gerealiseerd. Het plan is hiermee passend binnen de Strategische regiovisie Maasduinen.
3.3.4
Waterbeleid waterschap Limburg De Algemene Besturen van de voormalige waterschappen Peel en Maasvallei en Roer en Overmaas hebben op 14 oktober 2015 het Waterbeheerplan 2016-2021 'Water in beweging' vastgesteld. Met dit Waterbeheerplan zet het waterschap Limburg de koers uit voor een toekomstbestendig waterbeheer in Limburg; hoe het waterschap invulling willen geven aan de taak om te zorgen voor veilige dijken, droge voeten en voldoende en schoon water. In het plan is vastgelegd hoe het watersysteem en waterkeringen op orde worden gebracht en gehouden. Beschreven wordt voor welke thema's het waterschap aan de lat staat, de strategie hiervoor, welke maatregelen worden uitgevoerd, wie partners daarin zijn en hoe dit wordt gemonitord om waar nodig bij te sturen. Ook staat hierin welke bijdrage het waterschap levert aan de Europese Kaderrichtlijn Water. In een intensief gebruikt gebied, zoals Limburg dat is, is verweving van waterfuncties onvermijdbaar. In het waterbeheer wil het waterschap een goede balans vinden voor alle aanwezige belangen, bijvoorbeeld voor de combinatie van landbouw en natuur bij natuurbeken. Er worden, aanvullend aan de provinciale functietoekenning, functies toegekende aan beken, vennen en plassen en vastgelegd wordt wat dit betekent voor het gebruik van het water en aanliggende gronden. Op basis van die functies wordt het waterbeheer verder ingericht.
Bij de inrichting van wateren is het voorkomen van wateroverlast ('droge voeten') leidend. Het waterschap deelt de verantwoordelijkheid voor functietoekenning en taakafbakening met de Provincie Limburg en gemeenten. De provincie is medeverantwoordelijk voor de functietoekenning. Provincie en gemeenten zijn medeverantwoordelijk voor de taakafbakening. Op waterstaatswerken en watergangen (waterlopen) is de Keur van het waterschap Limburg van toepassing. In de Keur worden enkele handelingen in het watersysteem beperkt, waaronder het lozen van water in het watersysteem en het realiseren van werken c.q. bebouwing binnen de keurzones van een waterstaatswerk of watergang. Afweging In paragraaf 4.5 wordt nader ingegaan op de waterhuishoudkundige aspecten die aan de orde zijn bij het voorliggende bestemmingsplan. Hieruit is geconcludeerd dat als gevolg van het voorliggende bestemmingsplan geen waterhuishoudkundige belangen in het geding zijn. Omdat sprake is van een overwegend conserverend plan, zijn er ook geen wijzigingen in de waterhuishouding voorzien. Binnen diverse bestemmingen zijn wel afwijkings- en/of wijzigingsbevoegdheden opgenomen op basis waarvan nieuwe functies mogelijk gemaakt kunnen worden die gepaard kunnen gaan met een toename van bebouwing en/of verhardingen. In de afwijkingsc.q.
wijzigingsvoorwaarden is als voorwaarde opgenomen dat sprake dient te zijn van een hydrologisch neutrale ontwikkeling. Middels deze voorwaarde is geborgd dat voorzieningen getroffen moeten worden om hemelwater te bergen of infiltreren. Het plan is dan ook in lijn met het waterbeleid van het Waterschap Limburg.