bijlage 1 regels Stikstofonderzoek en AERIUS-berekening
Tekst van het document
Rapport onderzoek stikstofdepositie Bergse Heide, Bergen
Status van het document: Definitief Datum: 04-07-2025
Sweco Nederland B.V. Onderwerp Projectnummer Klant Auteur Gecontroleerd door Vrijgegeven door Datum Versie Documentreferentie
Handelsregister 30129769 Onderzoek stikstofdepositie 51031319 Venterra B.V. E.J. Löhr MSc De heer M.C.H. Verhoeven, BSc R.A.F. Smeets BASc BEd 04-07-2025 D2 Onderzoek stikstofdepositie (51031319 D2) Bergse Heide Bergen.docx
2/20
Inhoudsopgave Inhoudsopgave ........................................................................................................................ 3 Samenvatting ........................................................................................................................... 4 1 Inleiding ......................................................................................................................... 6 2 Toetsingskader .............................................................................................................. 7 2.1 Nederland ............................................................................................................ 7 2.2 Buitenlandse gebieden ........................................................................................ 7 3
Uitgangspunten ............................................................................................................. 8 3.1 Aanlegfase .......................................................................................................... 8 3.2 Gebruiksfase ..................................................................................................... 10
4 5
Berekeningsresultaten en toetsing .............................................................................. 12 Mitigerende maatregelen ............................................................................................. 13 5.1 Intern salderen .................................................................................................. 13 5.2 Beleidsregels salderen ...................................................................................... 13 5.3 Referentiedatum ................................................................................................ 13 5.4 Referentiesituatie .............................................................................................. 13 5.5 Resultaten inclusief interne saldering ............................................................... 16
Bijlage 1. Projecteffect aanlegfase Bijlage 2. Projecteffect gebruiksfase Bijlage 3: Projecteffect inclusief intern salderen aanlegfase Bijlage 4: Projecteffect inclusief intern salderen gebruiksfase
3/20
Samenvatting Aan de Bergse Heide te Bergen is men voornemens 17 woningen te realiseren. Het is verboden om zonder vergunning van het college van Gedeputeerde Staten een project te realiseren dat niet direct verband houdt met of nodig is voor het beheer van, maar significante gevolgen kan hebben voor een Natura 2000-gebied. In het kader van de voorgenomen ontwikkeling is een onderzoek noodzakelijk naar de stikstofdepositie op de nabijgelegen Natura 2000-gebieden. Het project is niet gelegen binnen de grenzen van een gebied dat aangewezen is als Natura 2000-gebied. Het Natura 2000-gebied Maasduinen ligt op circa 215 meter afstand het meest nabij de voorgenomen ontwikkeling. De bescherming van de Natura 2000-gebieden is geregeld in de Omgevingswet (artikel 5.1, lid 1 sub e). De beoogde ontwikkeling mag in beginsel geen negatieve effecten veroorzaken op Natura 2000-gebieden. Met het voorgeschreven programma AERIUS Calculator wordt de depositie van stikstofverbindingen in de vorm van stikstofoxiden (NOx) en ammoniak (NH3) op het oppervlak van de Natura 2000-gebieden inzichtelijk gemaakt. Bij een projecteffect kleiner dan of gelijk aan 0,00 mol/ha/jaar zorgt de beoogde ontwikkeling niet voor een significante toename in stikstofdepositie en kunnen negatieve effecten worden uitgesloten.
Voor het beoordelen van effecten op buitenlandse gebieden is het gebruikelijk om het toetsingskader van het betreffende land te hanteren. Het toetsingskader voor het beoordelen van effecten op Duitse Natura 2000gebieden is gebaseerd op jurisprudentie. In Duitsland is, op basis van een uitspraak van het Bundesverwaltungsgericht, bepaald dat de drempelwaarde voor de Duitse Natura 2000-gebieden 7,14 mol/ha/jaar betreft. Voor het deelgebied Noordrijn-Westfalen is op basis van een meer recente uitspraak van het Oberverwaltungsgericht een drempelwaarde vastgesteld van 3,57 mol/ha/jaar. Wanneer een activiteit op Nederlands grondgebied op geen enkel Natura 2000-gebied in Duitsland deze drempelwaarde overschrijdt, hoeft hiervoor geen toestemming te worden gevraagd aan het Duitse bevoegde gezag. Zowel de aanleg- als de gebruiksfase van de ontwikkeling kunnen negatieve gevolgen hebben voor stikstofgevoelige habitattypen binnen nabijgelegen beschermde natuurgebieden. De projecteffecten van beide fases worden in onderhavig onderzoek inzichtelijk gemaakt. Voor de berekening van de aanlegfase wordt de maatgevende aaneengesloten periode van 12 maanden gehanteerd. Voor de berekening van de gebruiksfase wordt het toekomstig gebruik gedurende een periode van 12 maanden aansluitend op de aanlegfase gehanteerd.
De relevante emissies van stikstofoxiden en ammoniak tijdens de aanlegfase vinden plaats door de verkeersbewegingen ten behoeve van de af- en aanvoer van materialen en het vervoer van personeel, koude starts van vertrekkende voertuigen, het stationair draaien van vrachtwagens op het terrein en de inzet van mobiele werktuigen tijdens de sloop en constructie. De werkzaamheden zullen in 2025 worden uitgevoerd. De relevante emissies tijdens de gebruiksfase vinden plaats door de verkeersbewegingen van en naar de gerealiseerde ontwikkeling en de koude starts van vertrekkende voertuigen. De berekening van het projecteffect van zowel de aanleg- als de gebruiksfase is verricht met behulp van het programma AERIUS Calculator versie 2024.1.2. Het projecteffect op de Nederlandse Natura 2000-gebieden als gevolg van zowel de aanleg- als de gebruiksfase is groter dan 0,00 mol/ha/jaar. Op basis van het onderzoek blijkt dat er een vergunningsaanvraag bij het college van Gedeputeerde Staten noodzakelijk is voor het aspect stikstofdepositie. In dit onderzoek zal verder gekeken worden naar de mitigerende maatregel intern salderen, deze kan in het vervolg proces gebruikt worden in de aanvraag van een vergunning door middel van een passende beoordeling.
Het projecteffect op de Duitse Natura 2000-gebieden als gevolg van zowel de aanleg- als de gebruiksfase is kleiner dan of gelijk aan de drempelwaarde. Bij een dergelijk projecteffect zal de beoogde ontwikkeling niet Sweco | Rapport onderzoek stikstofdepositie Bergse Heide, Bergen Projectnummer 51031319 Datum 04-07-2025
Versie D2
Documentreferentie Onderzoek stikstofdepositie (51031319 D2) Bergse Heide Bergen.docx 4/20
voor een significante toename in stikstofdepositie zorgen en kunnen negatieve effecten worden uitgesloten. Voor de ontwikkeling hoeft geen toestemming te worden gevraagd aan het bevoegde gezag in Duitsland.
Sweco | Rapport onderzoek stikstofdepositie Bergse Heide, Bergen Projectnummer 51031319 Datum 04-07-2025
Versie D2
Documentreferentie Onderzoek stikstofdepositie (51031319 D2) Bergse Heide Bergen.docx 5/20
1
Inleiding
Aan de Bergse Heide te Bergen is men voornemens 17 woningen te realiseren. Het is verboden om zonder vergunning van het college van Gedeputeerde Staten een project te realiseren dat niet direct verband houdt met of nodig is voor het beheer van, maar significante gevolgen kan hebben voor een Natura 2000-gebied. In het kader van de voorgenomen ontwikkeling is een onderzoek noodzakelijk naar de stikstofdepositie op de nabijgelegen Natura 2000-gebieden. In figuur 1.1 is de situering van de ontwikkeling en de nabijgelegen Natura 2000-gebieden weergegeven.
Figuur 1.1
Situering ontwikkeling en omliggende Natura 2000-gebieden
Het project is niet gelegen binnen de grenzen van een gebied dat aangewezen is als Natura 2000-gebied. Het Natura 2000-gebied Maasduinen ligt op circa 215 meter afstand het meest nabij de voorgenomen ontwikkeling.
Sweco | Rapport onderzoek stikstofdepositie Bergse Heide, Bergen Projectnummer 51031319 Datum 04-07-2025
Versie D2
Documentreferentie Onderzoek stikstofdepositie (51031319 D2) Bergse Heide Bergen.docx 6/20
2
Toetsingskader
2.1
Nederland
De bescherming van de Natura 2000-gebieden is geregeld in de Omgevingswet (artikel 5.1, lid 1 sub e). De beoogde ontwikkeling mag in beginsel geen negatieve effecten veroorzaken op Natura 2000-gebieden. Met het voorgeschreven programma AERIUS Calculator wordt de depositie van stikstofverbindingen in de vorm van stikstofoxiden (NOx) en ammoniak (NH3) op het oppervlak van de Natura 2000-gebieden inzichtelijk gemaakt. Bij een projecteffect kleiner dan of gelijk aan 0,00 mol/ha/jaar zorgt de beoogde ontwikkeling niet voor een significante toename in stikstofdepositie en kunnen negatieve effecten worden uitgesloten.
2.2
Buitenlandse gebieden
Voor het beoordelen van effecten op buitenlandse gebieden is het gebruikelijk om het toetsingskader van het betreffende land te hanteren. Dit is conform artikel 4, derde lid, van het Verdrag van de Europese Unie. De Raad van State heeft meermaals geoordeeld dat de Duitse (ECLI:NL:RVS:2020:682) en Vlaamse (ECLI:NL:RVS:2019:872) toetsingskaders mogen worden gehanteerd voor activiteiten op Nederlands grondgebied die een depositietoename veroorzaken op buitenlandse Natura 2000-gebieden. Voor de in het buitenland gesitueerde Natura 2000-gebieden zijn met behulp van de AERIUS Calculator automatisch rekenpunten toegevoegd binnen 25 kilometer van de ontwikkeling.
Duitsland Het toetsingskader voor het beoordelen van effecten op Duitse Natura 2000-gebieden is gebaseerd op jurisprudentie. In Duitsland is, op basis van een uitspraak1 van het Bundesverwaltungsgericht, bepaald dat de drempelwaarde voor de Duitse Natura 2000-gebieden 7,14 mol/ha/jaar betreft. Voor het deelgebied Noordrijn-Westfalen is op basis van een meer recente uitspraak2 van het Oberverwaltungsgericht een drempelwaarde vastgesteld van 3,57 mol/ha/jaar. Wanneer een activiteit op Nederlands grondgebied op geen enkel Natura 2000-gebied in Duitsland deze drempelwaarde overschrijdt, hoeft hiervoor geen toestemming te worden gevraagd aan het Duitse bevoegde gezag.
1 2
BVerwG 9 A 5.08, 14 april 2010 16.06.2016 – 8 D 99/13.AK
Sweco | Rapport onderzoek stikstofdepositie Bergse Heide, Bergen Projectnummer 51031319 Datum 04-07-2025
Versie D2
Documentreferentie Onderzoek stikstofdepositie (51031319 D2) Bergse Heide Bergen.docx 7/20
3
Uitgangspunten
Zowel de aanleg- als de gebruiksfase van de ontwikkeling kunnen negatieve gevolgen hebben voor stikstofgevoelige habitattypen binnen nabijgelegen beschermde natuurgebieden. De projecteffecten van beide fases worden in onderhavig onderzoek inzichtelijk gemaakt. Voor de berekening van de aanlegfase wordt de maatgevende aaneengesloten periode van 12 maanden gehanteerd. Voor de berekening van de gebruiksfase wordt het toekomstig gebruik gedurende een periode van 12 maanden aansluitend op de aanlegfase gehanteerd.
3.1
Aanlegfase
De relevante emissies van stikstofoxiden en ammoniak tijdens de aanlegfase vinden plaats door de verkeersbewegingen ten behoeve van de af- en aanvoer van materialen en het vervoer van personeel, koude starts van vertrekkende voertuigen, het stationair draaien van vrachtwagens op het terrein en de inzet van mobiele werktuigen tijdens de sloop en constructie. De werkzaamheden zullen in 2025 worden uitgevoerd.
3.1.1
Mobiele werktuigen
De benodigde gegevens voor de aanlegfase zijn aangeleverd door de opdrachtgever. Voor de realisatie van de woningen wordt gebruik gemaakt van concept-woningen, hierbij worden de woningen gebouwd in de fabriek en daarna op de plan locatie geplaatst. De emissiefactoren van de werktuigen zijn gebaseerd op de kengetallen zoals opgenomen in AERIUS Calculator. Het dieselverbruik in combinatie met het verbruik van AdBlue is gebaseerd op onderzoek van TNO in opdracht van het RIVM 3. De woningen zullen voornamelijk worden opgebouwd uit geprefabriceerde onderdelen, waardoor de inzet van grootschalig materieel beperkt kan worden. Voor de aanlegfase is de inzet van de in tabel 3.1 opgenomen mobiele werktuigen voorzien. Voor overig (klein) materieel wordt uitsluitend gebruik gemaakt van elektrisch aangedreven werktuigen. Het aantal draaiuren betreft alle tijd dat de motor van het werktuig aan staat, dus ook de tijd dat het werktuig stationair staat te draaien. Tabel 3.1
Inzet mobiele werktuigen
werktuig
brandstof
stageklasse
bouwjaar
Graafmachine
vermogen [kW] 115
diesel
IV
Heistelling
300
diesel
IV
Hijskraan
250
diesel
IV
Divers
<125
diesel
IV
3.1.2
2014
draaiuren verbruik [uren/jaar] [liter] 34 340
AdBlue [l/j] 17
2014
34
850
42
2014
170
1.700
85
2014
34
340
17
Verkeersbewegingen
Naast de inzet van werktuigen vinden er ook verkeersbewegingen plaats voor het vervoer van materialen en personen van en naar het bouwterrein. Uit de aangeleverde gegevens blijkt dat er voor de gehele aanlegfase 1.700 lichte, 0 middelzware en 170 zware verkeersbewegingen zullen plaatsvinden. De ontsluiting van het verkeer kan in verschillende richtingen plaatsvinden. In het onderhavig onderzoek is een ontsluiting in noordelijke richting gehanteerd. Een criterium voor wanneer verkeer in het heersende
3
TNO, AUB (AdBlue verbruik, Uren, en Brandstofverbruik): een robuuste schatting van NO x en NH3 uitstoot van mobiele werktuigen, rapport 2021 R12305, publicatiedatum 27 maart 2023.
Sweco | Rapport onderzoek stikstofdepositie Bergse Heide, Bergen Projectnummer 51031319 Datum 04-07-2025
Versie D2
Documentreferentie Onderzoek stikstofdepositie (51031319 D2) Bergse Heide Bergen.docx 8/20
verkeersbeeld is opgenomen wordt gegeven in de instructie 4, namelijk: ‘op het moment dat het aan- en afvoerende verkeer zich door zijn snelheid en rij- en stopgedrag niet meer onderscheidt van het overige verkeer dat zich op de betrokken weg bevindt. Hierbij weegt ook mee hoe de verhouding is tussen de hoeveelheid verkeer dat door de voorgenomen ontwikkeling wordt aangetrokken en het reeds op de weg aanwezige verkeer. In de regel wordt het verkeer meegenomen tot het zich verdund heeft tot enkele procenten van het reeds aanwezige verkeer.’ Gemeente Bergen hanteert voor de ontsluiting van het verkeer de vuistregel dat licht en zwaar verkeer binnen de bebouwde kom na respectievelijk 50 en 150 meter is opgenomen in het heersende verkeersbeeld. In overleg met de gemeente Bergen is afgestemd dat een ontsluiting van 150 meter buiten het plangebied voor zowel lichte als zware verkeersbewegingen een worstcasescenario inzichtelijk maakt. In onderhavig onderzoek is daarom deze vuistregel aangehouden.
3.1.3
Koude start
Wanneer motorvoertuigen worden gestart na een stilstand van twee uur of langer, spreken we van een koude start. Tijdens deze koude start functioneert de katalysator niet optimaal. Dit heeft tot gevolg dat er bij een koude start relatief meer emissies van stikstofoxiden en ammoniak. Voor de uitgangspunten is uitgegaan van de informatie opgenomen in de Handreiking Koude Start 5 en de instructie gegevensinvoer van AERIUS. Bij het verlaten van het plangebied kan er dus sprake zijn van een koude start voor het bouwverkeer. Voor lichte voertuigen gaan we in de berekening ervan uit dat 100% van de voertuigen, voor onderhavig project 850 voertuigen, een koude start maakt. Hiermee wordt een worstcasescenario inzichtelijk gemaakt, aangezien er ook veel lichte voertuigen zullen zijn die minder dan 2 uur de motor uitgeschakeld hebben. Voor het zware vrachtverkeer wordt ervan uitgegaan dat 25% een koude start zal maken. De meeste vrachtwagens zullen het project namelijk uitsluitend aandoen om te laden en lossen. In deze gevallen blijft de motor stationair draaien. Voor het vrachtverkeer dat meer dan 2 uur op locatie met de motor uit blijft staan, wordt een koude start meegenomen in het onderzoek. Door uit te gaan van 25% van het totale verkeer, voor onderhavig project 22 zware voertuigen, wordt naar verwachting een worstcasescenario inzichtelijk gemaakt.
3.1.4
Stationair draaien vrachtverkeer
Tijdens het laden en lossen van materialen bestaat de kans dat er vrachtwagens binnen het bouwterrein stationair draaien. De bijbehorende emissies zijn gesimuleerd op basis van de rekeninstructie stationaire emissies wegverkeer. Hierbij is uitgegaan van de emissiefactoren voor “verkeer stad stagnerend” welke voor middelzwaar en zwaar vrachtverkeer respectievelijk 64,65 en 92,49 gram stikstofoxiden en 0,71 en 0,90 gram ammoniak per uur bedragen voor peiljaar 2025. In onderhavig onderzoek wordt er vervolgens van uitgegaan dat elke vrachtwagen per locatiebezoek 5 minuten stationair draait. In de praktijk zal de totale stationaire tijd minder zijn, aangezien de vrachtwagens hun motoren doorgaans zullen uitschakelen. Tevens zijn de meeste vrachtwagens (vanaf Euro5 uit 2009) uitgerust met een start/stop systeem, waardoor enkel nog vrachtwagens voorzien van koelinstallaties nog stationair zullen draaien. Op basis van het totaal aantal vrachtwagens dat de locatie zal aandoen (85 zware vrachtwagens), de gemiddelde tijd dat de vrachtwagens stationair zullen draaien (5 minuten) en bovenstaande emissiefactoren bedraagt de totale emissie als gevolg van het stationair draaien van het vrachtverkeer binnen het bouwterrein 0,66 kg stikstofoxiden en 0,006 kg ammoniak.
4 5
Expertiseteam Stikstof en Natura 2000, Instructie gegevensinvoer voor AERIUS Calculator. Expertiseteam Stikstof en Natura 2000, Handreiking Koude Start.
Sweco | Rapport onderzoek stikstofdepositie Bergse Heide, Bergen Projectnummer 51031319 Datum 04-07-2025
Versie D2
Documentreferentie Onderzoek stikstofdepositie (51031319 D2) Bergse Heide Bergen.docx 9/20
3.1.5
Emissiebronnen
In figuur 3.1 zijn de emissiebronnen van de aanlegfase weergegeven. Bron 1 betreft de emissies als gevolg van de mobiele werktuigen, bron 4 de emissies als gevolg van de koude start en bron 3 de emissies als gevolg van het stationair draaien van het (bouw)verkeer. De paarse lijnbron betreft de emissies als gevolg van de verkeersbewegingen.
Figuur 3.1
3.2
Emissiebronnen aanlegfase
Gebruiksfase
De nieuwbouw zal niet worden aangesloten op het gasnet. De relevante emissies van stikstofoxiden en ammoniak tijdens de gebruiksfase vinden plaats door de verkeersbewegingen van en naar de gerealiseerde ontwikkeling en de koude starts van vertrekkende voertuigen. De benodigde gegevens voor de gebruiksfase zijn in overleg met de opdrachtgever bepaald en aangevuld op basis van de in AERIUS Calculator opgenomen kentallen. Voor de berekening van de gebruiksfase is uitgegaan van het rekenjaar opvolgend aan de aanlegfase (2026).
3.2.1
Verkeersbewegingen
De verkeersgeneratie is berekend aan de hand van de CROW-publicatie 744. Het plan te Bergen is gelegen binnen de gemeente Bergen. Bergen is met een omgevingsadressendichtheid van 315 per km² volgens de demografische kencijfers van het CBS6 aan te merken als een niet stedelijke gemeente. De locatie van het project is gelegen in de stedelijke zone rest bebouwde kom. In tabel 3.2 is de volledige berekening van de verkeersgeneratie van de ontwikkeling opgenomen.
6
Laatst gewijzigd op 19 september 2024.
Sweco | Rapport onderzoek stikstofdepositie Bergse Heide, Bergen Projectnummer 51031319 Datum 04-07-2025
Versie D2
Documentreferentie Onderzoek stikstofdepositie (51031319 D2) Bergse Heide Bergen.docx 10/20
Tabel 3.2
Verkeersgeneratie ontwikkeling
functie koop, huis, vrijstaand
beoogde ontwikkeling 17
verkeersgeneratie min max 132,6 146,2
De gemiddelde verkeersgeneratie wordt representatief geacht voor het beoogde plan. Er zijn geen planspecifieke kenmerken om af te wijken naar een minimale of maximale verkeersgeneratie. Uitgaande van de bandbreedte genereert de totale ontwikkeling gemiddeld 139,4 verkeersbewegingen per weekdag. In onderhavig onderzoek is rekening gehouden met 2% middelzwaar vrachtverkeer (2,9 bewegingen) ten behoeve van afvalophaal- en bezorgdiensten. Het overige deel verkeer (98%, 136,6 bewegingen) zijn verkeersbewegingen met lichte motorvoertuigen. Voor de onderbouwing van de ontsluiting van bestemmingsverkeer wordt verwezen naar paragraaf 3.1.
3.2.2
Koude start
Ingevolge de Handreiking Koude Start dient voor woningbouw te worden gerekend met 2 koude starten per woning. Voor onderhavig onderzoek resulteert dit in 34 lichte motorvoertuigen waarbij een koude start van toepassing is. Voor het middelzwaar verkeer is geen sprake van een koude start aangezien deze af- en aanrijden met een warme motor.
3.2.3
Emissiebronnen
In figuur 3.2 zijn de emissiebronnen tijdens het toekomstig gebruik weergegeven. De paarse lijnbron betreft het verkeer van en naar het project en bron 2 de emissies als gevolg van het koude starts.
Figuur 3.2
Emissiebronnen gebruiksfase
Sweco | Rapport onderzoek stikstofdepositie Bergse Heide, Bergen Projectnummer 51031319 Datum 04-07-2025
Versie D2
Documentreferentie Onderzoek stikstofdepositie (51031319 D2) Bergse Heide Bergen.docx 11/20
4
Berekeningsresultaten en toetsing
De berekening van het projecteffect van zowel de aanleg- als de gebruiksfase is verricht met behulp van het programma AERIUS Calculator versie 2024.1.2. In bijlage 1 en 2 zijn de AERIUS-berekeningen van respectievelijk de aanlegfase en de gebruiksfase opgenomen. Het projecteffect op de Nederlandse Natura 2000-gebieden als gevolg van zowel de aanleg- als de gebruiksfase is groter dan 0,00 mol/ha/jaar. Op basis van het onderzoek blijkt dat er een vergunningsaanvraag bij het college van Gedeputeerde Staten noodzakelijk is voor het aspect stikstofdepositie. In dit onderzoek zal verder gekeken worden naar de mitigerende maatregel intern salderen, deze kan in het vervolg proces gebruikt worden in de aanvraag van een vergunning door middel van een passende beoordeling. Het projecteffect op de Duitse Natura 2000-gebieden als gevolg van zowel de aanleg- als de gebruiksfase is kleiner dan of gelijk aan de drempelwaarde. Bij een dergelijk projecteffect zal de beoogde ontwikkeling niet voor een significante toename in stikstofdepositie zorgen en kunnen negatieve effecten worden uitgesloten. Voor de ontwikkeling hoeft geen toestemming te worden gevraagd aan het bevoegde gezag in Duitsland.
Sweco | Rapport onderzoek stikstofdepositie Bergse Heide, Bergen Projectnummer 51031319 Datum 04-07-2025
Versie D2
Documentreferentie Onderzoek stikstofdepositie (51031319 D2) Bergse Heide Bergen.docx 12/20
5
Mitigerende maatregelen
5.1
Intern salderen
Uit de resultaten van dit onderzoek blijkt dat er sprake is van een depositiebijdrage in de aanlegfase en de gebruiksfase. De zekerheid dient te worden verkregen dat de natuurlijke kenmerken van het Natura 2000gebied niet worden aangetast. Dit kan onder andere worden aangetoond met een verschilberekening tussen de referentiesituatie en de toekomstige situatie (interne saldering).
5.2
Beleidsregels salderen
In de provinciale ‘Beleidsregels salderen intern en extern salderen’ is de referentiesituatie gedefinieerd: verleende vigerende en onherroepelijke natuurvergunning, of bij gebrek aan een natuurvergunning een op de Europese referentiedatum aanwezige toestemming, met dien verstande dat de laagst toegestane depositie vanaf de referentiedatum geldt.
5.3
Referentiedatum
De referentiedatum voor gebieden ter uitvoering van de Habitatrichtlijn is 7 december 2004; of de datum waarop het desbetreffende gebied door de Europese Commissie tot een gebied van communautair belang is verklaard, voor zover die verklaring heeft plaatsgevonden na 7 december 2004. De referentiedatum voor gebieden ter uitvoering van de Vogelrichtlijn is 10 juni 1994; of de datum waarop het desbetreffende gebied is aangewezen, voor zover die aanwijzing heeft plaatsgevonden na 10 juni 1994. De bescherming en referentiedata van de relevante Natura 2000-gebieden op basis van de Vogel- (VR) en Habitatrichtlijn (HR) zijn in tabel 5.1 opgenomen. Het overzicht bevat het gebied waarbinnen in de toekomstige situatie een stikstofdepositie wordt berekend. Tabel 5.1
Referentiedata
Natura 2000-gebied
datum VR
datum HR
Maasduinen
24 maart 2000
7 december 2004
5.4
Referentiesituatie
Met de voorgenomen realisatie van 17 woningen komen alle overige activiteiten binnen het perceel te vervallen. De bestaande gronden ter plaatse van de beoogde uitbreiding zijn bestemd voor agrarisch gebruik. Dit betreft perceel BGN02 T 680 met een grootte van 6.960 m² en functie grasland. Het wegvallen van de bemesting houdt direct verband met de voorgenomen realisatie van 17 woningen en zal dus meegenomen worden in de verschilberekening. Het agrarisch gebruik is toegestaan op basis van het planologische regime en algemene regels. Voor agrarische gronden is het bemesten van het perceel de grootste vorm van stikstofuitstoot. Overige activiteiten, zoals eventueel verkeer en het gebruik van mobiele werktuigen voor het onderhoud van het perceel worden, mede gezien het incidentele karakter, niet verder betrokken in de referentiesituatie. Hiermee wordt een worstcasescenario inzichtelijk gemaakt aangezien de emissies tijdens de referentiefase in werkelijkheid hoger uitvallen dan in onderhavig onderzoek mee wordt gerekend. Voor de referentiesituatie is peiljaar 2024 gehanteerd.
Sweco | Rapport onderzoek stikstofdepositie Bergse Heide, Bergen Projectnummer 51031319 Datum 04-07-2025
Versie D2
Documentreferentie Onderzoek stikstofdepositie (51031319 D2) Bergse Heide Bergen.docx 13/20
5.4.1
Bemesten
Het vervallen van het agrarisch gebruik is een rechtstreeks, onlosmakelijk, gevolg van de aanleg op en ingebruikname van het perceel als woonlocatie. De stikstofemissie van het agrarisch gebruik is afhankelijk van de teelt die jaarlijks plaatsvindt en de ondergrond. Op basis van door de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) gepubliceerde kaarten, behorend bij het Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet, blijkt dat het perceel zand- en lössgronden betreft. De kaarten zijn voor het eerst opgesteld na bodemkundige beoordeling door Alterra in opdracht van het Ministerie van LNV. De kaarten zijn vastgelegd in de betreffende Uitvoeringsregeling: Besluit van 9 november 2005, houdende regels ter uitvoering van de Meststoffenwet. De eerste set kaarten zijn als bijlage I opgenomen bij het Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet. Een uitsnede van de kaarten voor het betreffende gebied uit deze bijlage I is in figuur 3.1 weergegeven.
Figuur 5.3
Kaart Meststoffenwet Bergen.
Sweco | Rapport onderzoek stikstofdepositie Bergse Heide, Bergen Projectnummer 51031319 Datum 04-07-2025
Versie D2
Documentreferentie Onderzoek stikstofdepositie (51031319 D2) Bergse Heide Bergen.docx 14/20
Op basis van de ArcGIS Gewaspercelen historie wordt het gewas voor het perceel7 herleid. Voor het bepalen van de bijbehorende emissie wordt de laagste stikstofgebruiksnorm aangehouden die voor dit gebruik in de afgelopen jaren (sinds invoering van de Uitvoeringsregeling in 2006) van toepassing waren 8. Daarbij wordt aangehouden dat conform de normen maximaal 250 kg/N/ha/jaar dierlijke/organische mest9 kon worden toegepast en de resterende bemesting tot de gebruiksnorm dan met kunstmest wordt aangevuld. Vooruitlopend op de totale bemesting zal in dit geval enkel sprake zijn van dierlijke bemesting. Om de emissievracht te bepalen is de manier van toedienen van de mest en het TAN gehalte in de mest van belang. Er bestaan verschillende methoden om mest toe te dienen. De emissiefactoren van deze methoden variëren van 19% tot 71%10. Ook voor de TAN-gehaltes bestaat er een relatief grote range11. Voor beide factoren is een conservatieve aanname gemaakt door gebruik te maken van de laagste emissiefactor die wordt opgegeven. Voor de toedieningsmethodiek betreft dit 19% en voor het TAN gehalte 50%. Op basis hiervan kan worden aangenomen dat bij gebruik van organische mest 9,5% van de stikstof naar de lucht ontsnapt. De bijbehorende ammoniak emissies zijn weergegeven in tabel 5.2. Tabel 5.2
Emissies ammoniak
gewas grasland
Mestgift [kg N/ha/jaar] 250
Oppervlak bouwland [ha] Bruto ammoniak [NH3/jaar]13 0,696 174
Netto emissie [NH3/jaar] 16,53
In figuur 5.1 is de emissiebron van de referentiesituatie weergegeven. Bron 1 betreft de emissies ten gevolge van het bemesten van de percelen.
7
Kadaster Zie ‘Uitvoeringsregeling Meststoffenwet’ (01-01-2023) 9 Toepassing van dierlijke mest is momenteel beperkt tot 170 kgN/ha/jaar op basis van Europese Nitraatrichtlijn en aangenomen is dat geen derogatie van toepassing was. In de jaren 2006/2013 zal de werkelijke toepassing van dierlijke mest hoger zijn geweest dan deze norm, zie o.a. https://www.clo.nl/indicatoren/nl009216-gebruik-van-mest-perlandbouwgebiedsgroep. 10 Wageningen Universiteit & Research, Ruimtelijke allocatie van mesttoediening en ammoniakemissie, d.d. april 2019, Tabel 24. 11 Wageningen Universiteit & Research, Emissies naar lucht uit de landbouw berekend met NEMA voor 1990-2020, d.d. juni 2022, tabel B3.4 8
Sweco | Rapport onderzoek stikstofdepositie Bergse Heide, Bergen Projectnummer 51031319 Datum 04-07-2025
Versie D2
Documentreferentie Onderzoek stikstofdepositie (51031319 D2) Bergse Heide Bergen.docx 15/20
Figuur 5.1
5.5
Emissiebronnen gebruiksfase
Resultaten inclusief interne saldering
Door gebruik te maken van intern salderen is het projecteffect op de Natura 2000-gebieden als gevolg van zowel de aanleg- als de gebruiksfase is kleiner dan of gelijk aan 0,00 mol/ha/jaar. Hierbij is er een afname aan stikstofdepositie van 1,34 mol/ha/jaar in de aanlegfase en 1,44 mol/ha/jaar in de gebruiksfase, het projecteffect is respectievelijk bijgevoegd in bijlage 3 en 4.
Sweco | Rapport onderzoek stikstofdepositie Bergse Heide, Bergen Projectnummer 51031319 Datum 04-07-2025
Versie D2
Documentreferentie Onderzoek stikstofdepositie (51031319 D2) Bergse Heide Bergen.docx 16/20
Bijlage 1
Projecteffect aanlegfase
Sweco | Rapport onderzoek stikstofdepositie Bergse Heide, Bergen Projectnummer 51031319 Datum 04-07-2025
Versie D2
Documentreferentie Onderzoek stikstofdepositie (51031319 D2) Bergse Heide Bergen.docx
Bijlage 2
Projecteffect gebruiksfase
Sweco | Rapport onderzoek stikstofdepositie Bergse Heide, Bergen Projectnummer 51031319 Datum 04-07-2025
Versie D2
Documentreferentie Onderzoek stikstofdepositie (51031319 D2) Bergse Heide Bergen.docx
Bijlage 3
Projecteffect inclusief intern salderen aanlegfase
Sweco | Rapport onderzoek stikstofdepositie Bergse Heide, Bergen Projectnummer 51031319 Datum 04-07-2025
Versie D2
Documentreferentie Onderzoek stikstofdepositie (51031319 D2) Bergse Heide Bergen.docx
Bijlage 4
Projecteffect inclusief intern salderen gebruiksfase
Sweco | Rapport onderzoek stikstofdepositie Bergse Heide, Bergen Projectnummer 51031319 Datum 04-07-2025
Versie D2
Documentreferentie Onderzoek stikstofdepositie (51031319 D2) Bergse Heide Bergen.docx