B 2026 07-1 Begroting 2027 ODNML - definitieve versie v1.1
Tekst van het document
+
Begroting ODNML 2027
Inhoud VOORWOORD .............................................................................................................................. 3 LEESWIJZER ................................................................................................................................. 5 OVER DE ODNML .......................................................................................................................... 6 1.
BELEIDSBEGROTING ............................................................................................................. 7 1.1. ROBUUSTHEIDSCRITERIA ...........................................................................................................7 1.1.1. Omzetvolume >€16,5mln ............................................................................................7 1.1.2. Meer dan 80% in eigen dienst ......................................................................................7 1.1.3. Innovatiebudget >1% van de begroting .........................................................................7 1.1.4. Weerstandsratio >0,80 ................................................................................................7 1.1.5. Opleidingsbudget >3% van het loonkostenbudget .........................................................8 1.2. PROGRAMMAPLAN ...................................................................................................................9 1.2.1. Programma Omgevingsdienstverlening ........................................................................9 1.2.2. Algemene dekkingsmiddelen ..................................................................................... 10 1.2.3. Overhead ................................................................................................................. 11 1.2.4.
Heffing vennootschapsbelasting ................................................................................ 11 1.2.5. Onvoorzien ............................................................................................................... 12 1.3. PARAGRAFEN ....................................................................................................................... 13 1.3.1. Weerstandsvermogen en risicobeheersing ................................................................. 13 1.3.2. Financiering.............................................................................................................. 15 1.3.3. Bedrijfsvoering .......................................................................................................... 18 1.3.4. Openbaarheid .......................................................................................................... 20
2.
FINANCIËLE BEGROTING 2027 ..............................................................................................21 2.1. OVERZICHT VAN BATEN EN LASTEN ............................................................................................. 21 2.2. TOELICHTING OP HET OVERZICHT VAN BATEN EN LASTEN .................................................................. 21 2.2.1. Algemeen ................................................................................................................. 21 2.2.2. Baten ....................................................................................................................... 22 2.2.3. Lasten ...................................................................................................................... 23 2.3. OVERZICHT VAN INCIDENTELE BATEN EN LASTEN ............................................................................ 25 2.4. UITEENZETTING FINANCIËLE POSITIE INCLUSIEF TOELICHTING ............................................................ 25 2.4.1. Grondslagen voor waardering en resultaatbepaling ..................................................... 25 2.5. MEERJARENRAMING 2028-2030 MET TOELICHTING ....................................................................... 30
BIJLAGE 1 BIJDRAGEN PER DEELNEMER, PER JAAR ........................................................................32 BIJLAGE 2 OVERZICHT BATEN EN LASTEN PER TAAKVELD ..............................................................33 BIJLAGE 3 OVERZICHT BATEN EN LASTEN (EXPLOITATIE) ................................................................34 BIJLAGE 4 RISICO-INVENTARISATIE ..............................................................................................35
Begroting 2027 en meerjarenramingen 2028-2030 ODNML
2
Voorwoord Beste bestuurders, raads- en statenleden, Voor u ligt de begroting 2027 van de Omgevingsdienst Noord- en Midden-Limburg. Nu ik dit voorwoord schrijf - net voor onze start op 1 april 2026 - denk ik terug aan de bijeenkomsten met de colleges, commissies, raden en staten waarin we het bedrijfsplan presenteerden. We presenteerden dat alle partners op basis van de eerste financiële ramingen stevig moesten gaan investeren in de nieuwe, robuuste, fysieke omgevingsdienst. En dat tijdens financieel moeilijke tijden. Wat mij het meeste is bijgebleven, is dat we van jullie het vertrouwen kregen. We ontvingen zelfs - naast een beperkt aantal zienswijzen op het bedrijfsplan en de begrotingsstukken 2026 – ook complimenten en succeswensen van colleges, raden en staten. Mijn grote dank daarvoor.
We doen wat we zeggen…
En nu pakken wij onze verantwoordelijkheid verder op, zoals afgesproken. Verantwoordelijkheid op ook de door mij gedane toezegging dat we financieel voorspelbaar willen blijven als ODNML. U leest straks dat deze begroting op de euro nauwkeurig – met de afgesproken indexering – aansluit op de raming van ons bedrijfsplan. We gaan er alles aan doen om geen extra middelen te vragen. We sturen erop dat de begroting 2027 ook tevens de eindafrekening 2027 wordt, maar, dit zal niet eenvoudig zijn. We zijn immers een startende organisatie.
…en we zeggen wat we doen
We hebben geen uurtje factuurtje mentaliteit. Met een eerlijke – in de gezamenlijkheid bepaalde – kostenverdeelsleutel verdelen we de kosten. Elk kwartaal rapporteren wij aan onze partners over ons werk. De ambitie is om dit op termijn 'live' voor onze partners te doen met een dashboard waarop onze resultaten meetbaar en zichtbaar zijn. Mocht het financieel onverhoopt toch anders uitpakken dan begroot, dan willen we dat zo snel mogelijk aan u laten weten en ook uitleggen waarom dat zo is gekomen. Samen We hebben - na de positieve ervaring bij het opstellen van het bedrijfsplan - besloten om alle P&C documenten samen met de specialisten van de partners te blijven opstellen. Dat telt dus ook weer voor deze begroting. Hopelijk voelt u dat we met deze manier van samenwerken onze missie in drie woorden ‘samen duurzaam dichtbij’ omzetten in daden en resultaten. Namens het Dagelijks Bestuur,
Maurice Heijnen Directeur ODNML
Begroting 2027 en meerjarenramingen 2028-2030 ODNML
3
Begroting 2027 en meerjarenramingen 2028-2030 ODNML
4
Leeswijzer De voorliggende begroting 2027 is opgezet conform de voorschriften van het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV)*. Het bestaat uit twee delen: een beleidsbegroting en een financiële begroting. De beleidsbegroting bestaat uit de voortgang ten aanzien van de financiële robuustheidscriteria, een programmaplan en de uit de BBV verplichte paragrafen. De financiële begroting bestaat uit het overzicht van baten en lasten (met toelichting), de uiteenzetting van de financiële positie (met toelichting) en het overzicht van baten en lasten per taakveld. * het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) bepaalt hoe gemeenten, provincies, waterschappen en gemeenschappelijke regelingen hun begroting en jaarrekening opstellen. Dankzij uniforme definities en voorschriften worden baten en lasten op dezelfde manier geregistreerd en gepresenteerd.
Begroting 2027 en meerjarenramingen 2028-2030 ODNML
5
Over de ODNML De ruimte in Noord- en Midden-Limburg is kostbaar. Mensen willen ondernemen, verduurzamen en leven. Maar ruimte is niet onbeperkt – belangen raken elkaar, en regels vragen om balans. Dáár komt de Omgevingsdienst Noord- en Midden-Limburg in beeld. Wij staan midden in de regio, tussen inwoners, bedrijven en bestuur. We adviseren, beoordelen en handhaven – maar bovenal maken we ruimte. Ruimte om plannen te laten werken, om gesprekken te hebben die verder helpen en om de regels de praktijk te laten dienen. Onze kracht ligt in mensen: vakmensen met kennis, overtuiging en hart voor de leefomgeving. Door te verbinden brengen we belangen, regels en mensen samen. We werken met vertrouwen, verantwoordelijkheid en vrijheid – waarden die onze samenwerking dragen. Zo bouwen we aan een gezonde, veilige en duurzame leefomgeving waarin mens, natuur en economie in balans kunnen groeien. Omgevingsdienst Noord- en Midden-Limburg – samen duurzaam dichtbij.
Begroting 2027 en meerjarenramingen 2028-2030 ODNML
6
1.
Beleidsbegroting
1.1. Robuustheidscriteria Het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat vraagt aan alle omgevingsdiensten om ‘robuust’ te zijn. De aanduiding ‘robuust’ wordt uitgesplitst in robuustheidscriteria waar het Ministerie iedere omgevingsdienst op toetst. De begroting 2027 van de ODNML geeft invulling aan meerdere van deze robuustheidscriteria. Hieronder lichten we per robuustheidscriterium toe waarom we in aanmerking komen om daar ‘groen licht’ op te krijgen.
1.1.1.
Omzetvolume >€16,5mln
Voor het vaststellen van de ondergrens van het regionale werkprogramma is gekeken naar de benodigde minimale capaciteit in het primaire proces (inclusief juridische ondersteuning, ketentoezicht, BOA, specialismen crisisbeheersing en piketdienst) en de overhead. Op basis daarvan is de minimale omzet bepaald. In de begroting van 2027 is een omzet van €20.862.682 opgenomen. Daarmee voldoen we aan het robuustheidscriterium voor omzetvolume.
1.1.2.
Meer dan 80% in eigen dienst
Onderdeel van een robuuste organisatie is het opbouwen en behouden van kennis en ervaring. Medewerkers die in eigen dienst zijn, dragen daaraan bij. Het Ministerie heeft vastgesteld dat 80% van de medewerkers in eigen dienst moeten zijn om voldoende robuustheid te borgen. In 2027 beogen we 85% van de medewerkers in eigen dienst te hebben. Daarmee voldoen we aan het robuustheidscriterium van minimaal 80%.
1.1.3.
Innovatiebudget >1% van de begroting
De omgevingsdienst heeft een innovatieagenda met daarin een visie op innovatie, met daaraan gekoppeld een meerjarig innovatieprogramma (met projecten) dat jaarlijks wordt geëvalueerd en geactualiseerd. Om deze innovatieagenda te kunnen uitvoeren moet er minimaal 1% van de begroting beschikbaar worden gesteld. Dit budget is een aparte post op de begroting en is meerjarig geraamd en vrij te besteden door de omgevingsdienst. In 2027 hebben we 1,1% van de begroting (€250.000) gereserveerd voor innovatie. Daarmee voldoen we aan het robuustheidscriterium van minimaal 1%.
1.1.4.
Weerstandsratio >0,80
De omgevingsdienst dient, conform de voorschriften uit de BBV, bij de begroting en jaarrekening het weerstandsvermogen in beeld te brengen. De hoogte van de weerstandsratio voldoet aan de volgende eisen: • De weerstandsratio van de omgevingsdienst heeft minimaal een waarde van 0,8 en een streefwaarde van 1,0. • Hiervan kan worden afgeweken als expliciet (in de GR of in beleidsregels) is vastgelegd dat (bepaalde) risico’s worden opgevangen door deelnemers.
Begroting 2027 en meerjarenramingen 2028-2030 ODNML
7
• •
De omgevingsdienst heeft afspraken vastgelegd op welke wijze het weerstandsvermogen wordt aangevuld, als de weerstandsratio in enig jaar lager dan onder het minimumniveau komt. Er vindt jaarlijks een actualisatie van de bepaling van het weerstandsvermogen plaats, waarbij ook de mogelijke financiële impact van risico’s wordt geactualiseerd.
In 2027 hebben we een weerstandsratio begroot van 0,96 (ofwel een buffer van €1.000.000). Daarmee voldoen we aan het robuustheidscriterium om een weerstandsratio van minimaal 0,80 te hebben.
1.1.5.
Opleidingsbudget >3% van het loonkostenbudget
Elke omgevingsdienst heeft een opleidingsprogramma met daarin opgenomen het reguliere onderhoud van kennis, kunde en vaardigheden én de benodigde investeringen in opleiding en training ten behoeve van nieuwe kennis, kunde en vaardigheden. De opleidingsuitgaven voor het onderhoud van kennis, kunde en vaardigheden bedraagt tenminste 3% van de het loonkostenbudget. De begroting dekt de benodigde middelen voor de uitvoering van het opleidingsprogramma. De gehanteerde definities voor de opleidingsuitgaven en het loonkostenbudget zijn conform het A&O fonds gemeenten. •
•
Loonkostenbudget: het loonkostenbudget is de totale begrote loonsom (salarislasten + IKB + werkgeverslasten) voor het ambtelijk apparaat zoals opgenomen in de begroting. Om het percentage vast te stellen wordt budget voor inhuur van extern personeel niet tot de begrote salarislasten gerekend. Opleidingsuitgaven: onder opleidingsuitgaven vallen in beginsel alle begrote kosten die voor rekening van de omgevingsdienst komen, dus inclusief die van studiemateriaal, examens en de salariskosten van ambtenaren die zich uit hoofde van hun functie met scholing bezighouden. Hieronder vallen niet de kosten van doorbetaling van salaris in geval van scholing tijdens het werk. Ook de tijdsinzet van medewerkers voor het volgen van een opleiding valt niet onder opleidingsuitgaven.
In 2027 hebben we 3,3% van het loonkostenbudget gereserveerd als opleidingsbudget (€ 625.000). Daarmee voldoen we aan het robuustheidscriterium om minimaal 3% van het loonkostenbudget te besteden aan opleiding en ontwikkeling.
Begroting 2027 en meerjarenramingen 2028-2030 ODNML
8
1.2. Programmaplan De begroting 2027 van de ODNML is opgezet conform de voorschriften van het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV). Hierin is geregeld hoe decentrale overheden hun begroting en jaarrekening dienen in te richten. In de programmabegroting en de paragrafen wordt de voorgenomen uitvoering voor het jaar 2027 toegelicht. Het programmaplan bevat naast het programma Omgevingsdienstverlening ook: • Een overzicht van de algemene dekkingsmiddelen • Een overzicht van de kosten van de overhead • Het bedrag voor de heffing van de vennootschapsbelasting • Het bedrag voor onvoorzien Tabel 1 Programmaplan 2027 Omschrijving
* bedragen x 1€ Baten
Lasten
20.712.682
14.542.340
150.000
0
150.000
Overhead
0
6.115.343
-6.115.343
Heffing VPB
0
5.000
-5.000
Bedrag onvoorzien
0
200.000
-200.000
20.862.682
20.862.682
0
Mutatie reserves
0
0
0
Totaal toevoeging en onttrekking aan reserves
0
0
0
20.862.682
20.862.682
0
Programma Omgevingsdienstverlening Algemene dekkingsmiddelen
Saldo van baten en lasten vóór mutatie reserves
Saldo 6.170.343
Toevoeging en ont t rekking reserves
Saldo van bat en en last en na mut at ie reserves
1.2.1.
Programma Omgevingsdienstverlening
Wat willen we bereiken? De doelstelling van het programma volgt uit het Regionale Uitvoeringskader dat voor 4 jaar is vastgesteld. Jaarlijks wordt dit vertaald in een Regionale Uitvoeringsprogramma (RUP) 2027 Hierin zijn alle planbare en verwachte taken opgenomen voor de uitvoeringstaken van milieu en de milieuadvisering aan de partners. Het Regionale Uitvoeringskader draagt bij aan de kwaliteit van dienstverlening aan burgers, bedrijven en belanghebbenden ten aanzien van de uitvoering van VTH-taken en de kwaliteit, veiligheid en gezondheid van de leefomgeving. Wat gaan we doen? De ODNML geeft uitvoering aan het Regionale Uitvoeringsprogramma 2027 dat eind 2026 wordt vastgesteld door het AB op basis van het Regionale Uitvoeringskader. Hierin staat welke reguliere VTH-milieu- en adviestaken we uitvoeren, gebaseerd op de producten en dienstencatalogus (PDC). Daarnaast realiseren we de innovatie- en ontwikkelagenda 2026-2030. Daarmee bouwen we aan: - Een robuust fundament dat een lerende, data gedreven en professioneel handelende ODNML mogelijk maakt; - Een actueel, volledig en inzichtelijk beeld van alle relevante milieubelastende activiteiten in de regio; - Onze positie als regionaal kenniscentrum ten aanzien van milieubelastende activiteiten;
Begroting 2027 en meerjarenramingen 2028-2030 ODNML
9
-
Een structurele, transparante en datagedreven samenwerking met ketenpartners;
Onze missie om te bouwen aan een veilige, gezonde en duurzame leefomgeving realiseren we door ook in te kunnen springen op actuele trends en ontwikkelingen. Door middel van projecten en betrokkenheid van onze medewerkers in de keten positioneren we ons in het taakveld. Risico’s ten aanzien van de uitvoering van het RUP 2027: - Voortdurende beleidsontwikkeling rond stikstof (bijv. provinciale programma's, wijzigingen in de aanpak van de PAS-opvolgers) leidt tot fluctuaties in het type en aantal vergunningaanvragen. Dit kan effect hebben op de doorlooptijden van vergunningverlening. - Ontwikkeling van de arbeidsmarkt ten aanzien van vergunningverleners. Een aanhoudende krapte kan leiden tot een aanhoudend hoge werkvoorraad. Dit kan effect hebben op doorlooptijden van vergunningverlening. Wat mag het kosten? Tabel 2 Programma Omgevingsdienst verlening Omschrijving
* bedragen x 1€ Realisatie 2025
Begroting 2026
Begroting 2027
n.a.
14.619.506
20.712.682
0
14.619.506
20.712.682
Bat en Uitvoering Uniform Taken Pakket Totaal baten Last en Programmakosten
n.a.
10.379.844
14.542.340
Totaal lasten
0
10.379.844
14.542.340
Tot aal saldo van bat en en last en
0
4.239.662
6.170.343
Toevoegingen aan reserves
n.a.
0
0
Onttrekkingen aan reserves
n.a.
0
0
0
4.239.662
6.170.343
Result aat
1.2.2.
Algemene dekkingsmiddelen
Volgens het BBV wordt onder de algemene dekkingsmiddelen verstaan: lokale heffingen (zonder gebonden bestedingsplicht), algemene uitkeringen, dividend, saldo van de financieringsfunctie en overige algemene dekkingsmiddelen. Kenmerkend hierbij is dat er geen sprake is van een specifiek bestedingsdoel. In de praktijk betekent dit, dat hier de verwachte rentebaten van de ODNML worden gepresenteerd.
Begroting 2027 en meerjarenramingen 2028-2030 ODNML
10
Wat mag het kosten? Tabel 3 Algemene dekkingsmiddelen Omschrijving
* bedragen x 1€ Realisatie 2025
Begroting 2026
Begroting 2027
Baten
n.a.
24.938
Lasten
n.a.
0
0
0
24.938
150.000
Toevoegingen aan reserves
n.a.
0
0
Onttrekkingen aan reserves
n.a.
0
0
0
24.938
150.000
Saldo Algemene dekkingsmiddelen
Result aat
1.2.3.
150.000
Overhead
Het BBV hanteert als definitie voor de overhead: “Alle kosten die samenhangen met de sturing en ondersteuning van (de medewerkers in) het primaire proces”. Deze worden toegelicht in de paragraaf Bedrijfsvoering. Wat mag het kosten? Tabel 4 Overhead
* bedragen x 1€ Omschrijving
Realisatie 2025
Begroting 2026
Begroting 2027
Baten
n.a.
2.004.062
0
Lasten
n.a.
5.890.412
6.115.343
Saldo overhead
0
-3.886.350
-6.115.343
Toevoegingen aan reserves
n.a.
845.000
0
Onttrekkingen aan reserves
n.a.
633.000
0
0
-4.098.350
-6.115.343
Result aat
1.2.4.
Heffing vennootschapsbelasting
Net als andere publieke organisaties valt de ODNML, in beginsel, onder de vennootschapsbelastingplicht voor overheidsondernemingen. De (beperkte) activiteiten die de RUD Limburg Noord uitvoerde voor haar deelnemers vielen niet onder deze belastingplicht. Op dit moment is nog niet duidelijk of, en zo ja in welke mate, de werkzaamheden die de ODNML voor haar deelnemers uitvoert onder de vennootschapsbelastingplicht vallen. Vandaar dat, uit voorzorg, hiervoor een beperkt bedrag is opgenomen.
Begroting 2027 en meerjarenramingen 2028-2030 ODNML
11
Wat mag het kosten? Tabel 5 Heffing Vennoot schapsbelast ing Omschrijving
* bedragen x 1€ Realisatie 2025
Begroting 2026
Begroting 2027
Baten
0
0
0
Lasten
0
3.750
5.000
Saldo VPB
0
-3.750
-5.000
1.2.5.
Onvoorzien
De post onvoorzien is geraamd op (afgerond) 1% van het begrotingstotaal van de ODNML. Dat komt in praktische zin neer op een bedrag van €200.000. Dit bedrag wijkt af van hetgeen in de Financiële Verordening (nog van de RUD Limburg Noord) is bepaald. In die verordening wordt uitgegaan van een post onvoorzien van €50.000. De reden dat in de voorliggend begroting is gekozen voor een hoger bedrag vloeit voort uit het gegeven dat het huidige begrotingstotaal (ruim) viermaal zo groot is als het begrotingstotaal van de voormalige RUD Limburg Noord. Wat mag het kosten? Tabel 6 Onvoorzien
* bedragen x 1€ Omschrijving
Realisatie 2025
Begroting 2026
Begroting 2027
Baten
0
0
0
Lasten
0
162.500
200.000
Saldo Onvoorzien
0
-162.500
-200.000
Begroting 2027 en meerjarenramingen 2028-2030 ODNML
12
1.3. Paragrafen In het BBV zijn meerdere verplichte paragrafen opgenomen voor provincies, gemeenten en hun gemeenschappelijke regelingen. Deze zijn niet allemaal van toepassing op de ODNML. De ODNML int geen belastingen en heffingen, bezit geen grondposities, bezit geen eigendommen die duurzaam in stand gehouden moeten worden (onderhoud vergen) en neemt niet deel in verbonden partijen. Om deze reden zijn de paragrafen lokale heffingen, grondbeleid, onderhoud kapitaalgoederen en verbonden partijen niet opgenomen. Hierdoor resteren een viertal paragrafen, te weten: 1. Weerstandvermogen en risicobeheersing; 2. Financiering; 3. Bedrijfsvoering; 4. Openbaarheid.
1.3.1.
Weerstandsvermogen en risicobeheersing
De Kadernota 2027 bevat een afzonderlijk hoofdstuk met kaders over het weerstandsvermogen en risicobeheersing. Dit was nodig omdat noch de RUD Limburg Noord, noch de ODNML hierover al eerder (in formele zin) kaders had vastgesteld én omdat een van de landelijke robuustheidscriteria specifiek ingaat op het weerstandsvermogen. De belangrijkste onderdelen uit de Kadernota 2027 worden hierover weergegeven. Definities Het Bbv laat gemeenten, provincies en gemeenschappelijke regelingen vrij in het inkleuren van de begrippen risico, weerstandscapaciteit en weerstandsvermogen. Ieder van deze organisaties mag zelf risico’s en de weerstandscapaciteit in beeld brengen. Het is niet mogelijk om in het algemeen aan te geven welke risico’s een “gemiddelde omgevingsdienst” loopt en wat tot de weerstandscapaciteit gerekend moet worden. Een risico wordt gedefinieerd als een onzekere ongewenste gebeurtenis, waardoor het realiseren van de organisatiedoelstellingen en -strategie in gevaar komt. Als er zekerheid bestaat over het voordoen van een gebeurtenis, is er geen sprake meer van een risico. Dit heeft gevolgen voor de wijze waarop met de (financiële) effecten van een dergelijke gebeurtenis moet worden omgegaan. Risicomanagement is het effectief omgaan met de kansen en bedreigingen die de realisatie van de organisatiedoelstellingen kunnen beïnvloeden.
Hiervoor is het van belang dat er een continu proces wordt ingericht van identificeren, prioriteren en beheersen. Hierdoor kunnen goed onderbouwde keuzes gemaakt worden met betrekking tot: • Welke risico’s gedragen kunnen worden? • Welke beheersmaatregelen kunnen getroffen worden? • Welke middelen moeten, ter afdekking van risico’s, gereserveerd worden?
Risicomanagement is een systematisch en cyclisch proces van identificeren, analyseren en beoordelen van risico’s, het ontwerpen en implementeren van maatregelen die de kans van optreden en/of de gevolgen van risico’s beheersbaar houdt en het evalueren en rapporteren over de verschillende stappen in het proces.
Begroting 2027 en meerjarenramingen 2028-2030 ODNML
13
Het Bbv definieert het weerstandsvermogen als de relatie tussen de weerstandscapaciteit en alle risico's waarvoor geen maatregelen zijn getroffen en die van materiële betekenis kunnen zijn in relatie tot de financiële positie. De weerstandscapaciteit wordt gedefinieerd als de middelen en mogelijkheden waarover de ODNML kan beschikken om niet begrote kosten te dekken. Het is als het ware een buffer om er voor te zorgen dat de organisatiedoelstellingen niet in gevaar komen, als risico’s werkelijkheid worden. In het BBV is niet voorgeschreven welke onderdelen tot de weerstandscapaciteit behoren, dit kan het Algemeen Bestuur van de ODNML zelf bepalen. Uitgangspunt hierbij is dat de inzet van deze middelen geen invloed heeft op de uitvoering van de programma’s. De ODNML rekent alleen de algemene reserve tot de weerstandscapaciteit. Dit sluit aan bij de definitie die de meeste gemeenten en omgevingsdiensten hanteren. De ontwikkeling van de algemene reserve in relatie tot de geïnventariseerde risico’s wordt gepresenteerd in de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing van de begroting en de jaarstukken. De risico’s die een organisatie onderkent leiden tot een benodigde weerstandscapaciteit. De middelen die beschikbaar zijn om de risico’s af te dekken is de beschikbare weerstandscapaciteit.
Het weerstandsvermogen toont de onderlinge verhouding (de ratio) tussen deze twee grootheden.
Indien het weerstandsvermogen kleiner is dan 1, dan is de potentiële impact van de geïnventariseerde risico’s groter dan de beschikbare weerstandscapaciteit. Dit wordt doorgaans als een ongewenste situatie gezien. Vandaar dat gemeenten en provincies meestal een streefwaarde voor het weerstandsvermogen tussen de 1,0 en 1,4 aanhouden. De landelijke robuustheidscriteria voor omgevingsdiensten die per 1 april 2026 van kracht zijn, schrijven weerstandsvermogen voor van minimaal 0,8 en een streefwaarde van 1,0. Ontwikkeling algemene reserve In de Gemeenschappelijke Regeling van de Omgevingsdienst Noord- en Midden- Limburg is een bepaling opgenomen over de maximaal toegestane hoogte van de algemene reserve. In artikel 27 is gesteld dat “de reserve in enig jaar niet meer bedraagt dan tien procent van de gezamenlijke bijdragen van de deelnemers van dat jaar”. Vanaf 2027 bedraagt het totaal van de deelnemersbijdragen ruim €20 miljoen. Het maximale volume van de algemene reserve komt daarmee op een niveau van €2 miljoen. Risico-inventarisatie De meest recente risico-inventarisatie (tevens de benodigde weerstandscapaciteit) kent een verwachtingswaarde van €1.040.000. In 2026 heeft het Algemeen Bestuur, bij het vaststellen van de 1e begrotingswijziging 2026, besloten tot een eenmalige kapitaalinjectie van de algemene reserve.
De waarde van de beschikbare weerstandscapaciteit bedraagt hierdoor inmiddels €1 miljoen.
Begroting 2027 en meerjarenramingen 2028-2030 ODNML
14
Het weerstandsvermogen (de ratio) bedraagt 0,96 (namelijk: €1.000.000 / €1.040.000). Financiële kengetallen In artikel 11 van het BBV staat dat gemeenten, provincies en gemeenschappelijke regelingen in de voorliggende paragraaf een set van vijf financiële kengetallen dienen op te nemen. Niet al deze kentallen zijn van toepassing voor de ODNML. Wél van toepassing zijn de kengetallen voor: de netto schuldquote, solvabiliteitsratio en de structurele exploitatieruimte. Netto schuldquote Dit betreft de schuldenlast ten opzichte van de eigen middelen. Het geeft een indicatie van de mate waarin rentelasten en aflossingen op de exploitatie drukken. Een negatieve waarde duidt er op dat er, per saldo, geen sprake is van een schuld. Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen Dit kengetal is in geval van de ODNML gelijk aan de bovenstaande, ongecorrigeerde versie omdat de ODNML geen leningen aan derden versterkt. Solvabiliteitsratio Dit kengetal geeft inzicht in de mate waarin aan de financiële verplichtingen kan worden voldaan. Het betreft het eigen vermogen als percentage van het balanstotaal. Het eigen vermogen bestaat uit alle reserves en het exploitatieresultaat. Structurele exploitatieruimte Deze ruimte wordt bepaald door het saldo van de structurele baten en lasten en het saldo van de structurele mutaties van de reserves te delen door de totale baten. Tabel 7
1.3.2.
Financiering
Deze paragraaf gaat in op de wijze waarop de ODNML zo adequaat mogelijk omgaat met het liquiditeitenbeheer. Hiervoor gelden niet alleen wettelijke kaders en regels, zoals vastgelegd in onder andere de wet FIDO (Financiering Decentrale Overheden) en RUDDO (Regeling Uitzettingen Derivaten Decentrale Overheden), maar ook interne richtlijnen zoals vastgelegd in het treasurystatuut. Het statuut geeft de kaders aan waarbinnen het beleid wordt uitgevoerd. In het BBV is bepaald dat de financieringsparagraaf in elk geval de beleidsvoornemens voor het risicobeheer van de financieringsportefeuille dient te bevatten. Daarnaast wordt inzicht geboden in de rentelasten, het renteresultaat, de wijze van het toerekenen van rente en de financieringsbehoefte.
Begroting 2027 en meerjarenramingen 2028-2030 ODNML
15
Berekening omslagrente Het BBV stelt dat de berekening van de ‘omslagrente’ moet worden opgenomen in de paragraaf Financiering. De omslagrente wordt bepaald door de externe rentelasten te delen door het totaal van de activa. Zoals hiervoor is weergegeven heeft de ODNML geen externe rentelasten. De berekening van de omslagrente is daarmee niet van toepassing voor de ODNML. Schatkistbankieren Sinds 2013 is Schatkistbankieren bij het Rijk verplicht gesteld voor decentrale overheden. Dit houdt in dat overtollige liquiditeiten aangehouden dienen te worden in de Nederlandse schatkist: 'overtollig' verwijst naar alle middelen die decentrale overheden niet onmiddellijk nodig hebben voor de publieke taak. Voor de ODNML geldt dat overschotten slechts in de schatkist aangehouden dienen te worden, zodra deze minimaal € 1 miljoen (gemiddeld tegoed gedurende een heel kalenderkwartaal) bedragen. Interne ontwikkelingen en renteresultaat Sinds enkele jaren wordt door het Rijk rente vergoed over het saldo aangehouden in de schatkist. Dit bedrag wordt getoond in onderstaande tabel. Tabel 8 Rent eschema
* bedragen x 1€
Omschrijving a
De externe rentelast over de korte en lange financiering
b
De externe baten (idem)
150.000
Saldo rentelasten en rentebaten
-150.000
c1 c2 c3
De rente die aan de grondexploitatie moet worden doorberekend De rente van projectfinanciering die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend De rentebaat van doorverstrekte leningen indien daar een specifieke lening voor is aangetrokken (= projectfinanciering), die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend
0
0 0 0 0
Aan taakvelden toe te rekenen externe rente d1
Rente over eigen vermogen
d2
Rente over vreemd vermogen
-150.000 0 0
Totaal aan taakvelden toe te rekenen rente
-150.000
e
De aan taakvelden toegerekende rente (renteomslag)
150.000
f
Renteresultaat op taakveld Treasury
0
Kasgeldlimiet Voor het bepalen van de liquiditeitspositie is de zogenoemde kasgeldlimiet belangrijk. Hieronder wordt verstaan het bedrag dat maximaal als kasgeld mag worden opgenomen. Dit bedrag wordt berekend door middel van een door het Ministerie van Financiën vastgesteld percentage (8,2%), te vermenigvuldigen met het totaal van de jaarbegroting van de ODNML bij aanvang van het jaar. Bij overschrijding van dit limiet moet er in langlopende financieringsmiddelen worden voorzien.
Begroting 2027 en meerjarenramingen 2028-2030 ODNML
16
Tabel 9 Kasgeldlimiet
* bedragen x 1 € Omschrijving
ultimo 2025
ultimo 2026
ultimo 2027
- opgenomen gelden < 1 jaar
-
-
-
- schuld in rekening-courant
-
-
-
- door derden gestorte gelden < 1 jaar
-
-
-
- overige schulden / overlopende passiva
511.000
511.000
511.000
Totaal
511.000
511.000
511.000
1 Vlottende schuld
2 Vlottende middelen - contante gelden in kas - tegoeden rekening courant - overige uitstaande tegoeden < 1 jaar Totaal
-
-
-
2.155.000
2.435.000
2.431.000
758.000
758.000
758.000
2.913.000
3.193.000
3.189.000
-2.402.000
-2.682.000
-2.678.000
3 Toets kasgeldlimiet 3.1 Totaal netto vlottende schuld (1 -/- 2) 3.2 Toegestane kasgeldlimiet
279.292
1.347.793
1.710.740
2.681.292
4.029.793
4.388.740
Begrotingstotaal
3.406.000
16.436.506
20.862.682
Normpercentage
8,20%
8,20%
8,20%
279.292
1.347.793
1.710.740
Ruimte (3.2 -/- 3.1) Berekening toegestane kasgeldlimiet
Norm
Renterisico Het renterisico kan worden gedefinieerd als de mate waarin het saldo van de rentelasten en rentebaten verandert door wijziging in het rentepercentage op leningen en uitzettingen met een rente-typische looptijd van één jaar of langer. Bij de inwerkingtreding van de Wet FIDO is het begrip ‘renterisico-norm’ ingevoerd. Uitgangspunt hierbij is om zoveel mogelijk spreiding in de looptijden van leningen aan te brengen. De wettelijk vastgestelde renterisiconorm van 20% houdt in dat in enig jaar de aflossing van de lange schuld niet hoger mag zijn dan 20% van het begrotingstotaal. De ODNML heeft geen opgenomen (noch verstrekte) leningen, waardoor aan de renterisiconorm voldaan wordt. Tabel 10 Rent erisiconorm Variabelen
* bedragen x 1 € 2027
2028
2029
2030
1
Renteherzieningen
0
0
0
0
2
Aflossingen
0
0
0
0
3
Renterisico (1+2)
0
0
0
0
4
Renterisiconorm
4.172.536
4.414.450
4.656.364
4.736.774
5a Ruimte onder risiconorm (4 > 3)
4.172.536
4.414.450
4.656.364
4.736.774
5b Overschrijding risiconorm (3 > 4)
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
Begrotingstotaal
20.862.682
22.072.252
23.281.822
23.683.872
Percentage 20%
4.172.536
4.414.450
4.656.364
4.736.774
Minimumbedrag conform regeling
2.500.000
2.500.000
2.500.000
2.500.000
Berekening renterisiconorm (4)
Begroting 2027 en meerjarenramingen 2028-2030 ODNML
17
Leningen en kredietfaciliteiten De ODNML heeft geen schulden en is niet voornemens om vreemd vermogen aan te trekken. De activiteiten van de ODNML worden gefinancierd uit de deelnemersbijdragen. Deelnemers worden tweemaal per jaar gefactureerd op hun deelnemersbijdragen.
1.3.3.
Bedrijfsvoering
Robuuste bedrijfsvoering De landelijke criteria voor een robuuste Omgevingsdienst zijn niet alleen op het primaire resultaatgerichte proces gericht. Er worden eisen gesteld aan de bedrijfsvoering. Bij de inrichting van onze organisatie zijn deze landelijke criteria leidend geweest. Naast de resultaatgerichte teams hebben wij teams die faciliteren in monitoring & control, continu verbeteren en innovatie. Een groeiende en lerende organisatie Met de start van ODNML in 2026 is een nieuwe regionale omgevingsdienst ontstaan waarin de 16 deelnemers aan de gemeenschappelijke regeling de uitvoeringstaken voor de 15 gemeenten uitvoeren. In 2026-2027 staat de organisatie voor de opgave om door te groeien van circa 100 FTE bij de start naar 148 FTE. Deze groei is noodzakelijk om het brede pakket aan milieutaken op een verantwoord niveau te kunnen uitvoeren. In 2030 bereiken wij het door de partners gewenste uitvoeringsniveau, dan zijn we gegroeid naar 174,5 FTE.
Figuur 1: meerjarenraming 2027-2030
HRM beleid: strategische werving en behoud ODNML positioneert zich nadrukkelijk als een moderne, goede en aantrekkelijke werkgever. We willen onze mensen vinden, binden en boeien. Zo richten wij ons ook op trainees, starters en zijinstromers. Werving en behoud gaan daarbij hand in hand: medewerkers moeten perspectief ervaren, zich kunnen ontwikkelen en een werkdruk hebben die bijdraagt aan werkplezier. Door in te zetten op loopbaanontwikkeling, professionalisering en aandacht voor vitaliteit gaan we medewerkers duurzaam binden en behouden.
Begroting 2027 en meerjarenramingen 2028-2030 ODNML
18
Leren, ontwikkelen en deskundigheidsborging Omdat een aanzienlijk deel van de toekomstige medewerkers nieuw is in het vakgebied, blijft investeren in leren en ontwikkelen een structurele voorwaarde voor het succes van de organisatie. Onze gezamenlijke Omgevingsdienst NL Academy van de vereniging van Omgevingsdiensten vormt hiervoor het fundament, met landelijke basisopleidingen, specialistische modules en uniforme leerlijnen. Werkdruk, begeleiding en productiviteit De combinatie van organisatiegroei, rolontwikkeling en instroom van nieuwe medewerkers brengt extra werkdruk met zich mee. Teams bestaan in 2027 uit een mix van ervaren medewerkers en collega’s in opleiding. Dit betekent dat ervaren medewerkers tijd besteden aan begeleiding, kwaliteitscontrole en gezamenlijke casuïstiek. In individuele werkplannen wordt rekening gehouden met onze ontwikkeling. Vanaf 2030 gaan wij uit van een 1350 uur primaire taakuitvoering per FTE. Tot en met 2029 creëren wij ontwikkelruimte door uit te gaan van 1300 uur. In het financieel meerjarenperspectief van het bedrijfsplan is hier al rekening mee gehouden. Wij maken expliciet ruimte voor opleiding, begeleiding en organisatieontwikkeling. Onze managers hebben maandelijks met iedereen individueel aandacht voor balans, werkplezier, vitaliteit en (team)ontwikkeling.
Zo dragen wij bij aan duurzame inzetbaarheid en het behoud van onze medewerkers. Informatisering en automatisering Het jaar 2026 heeft in het teken gestaan van het opbouwen van de digitale werkomgeving en het inrichten van de informatieprocessen. In 2027 zal de focus komen te liggen op het borgen van de veiligheid en betrouwbaarheid van de systemen. Voor de IT-omgeving betekent dit het up-to-date houden van de systemen, zowel hardware als software. Daarnaast zal na de initiële inrichting invulling gegeven worden aan enkele nieuwe systemen die nodig zijn en onderzoek naar de hard- en software van de (nabije) toekomst. Voor de informatiesystemen en processen zal in 2027 een optimalisatie jaar zijn. In 2026 zijn de processen zo robuust en lean als mogelijk ingericht met de inzichten van toen. Sommige processen zijn basaal ingericht om te zorgen dat de ODNML vanaf 1 april haar werk kon doen. In 2027 worden deze processen nader uitgewerkt. We optimaliseren en vereenvoudigen waar dat kan en voegen toe wat nodig is. Procesontwikkeling en organisatorische stabiliteit Als jonge organisatie heeft ODNML in 2027 behoefte aan verdere stabilisatie van processen en systemen. Werkprocessen moeten worden aangescherpt en eenduidig toegepast om medewerkers houvast te bieden en de kwaliteit van de uitvoering te borgen. Dit gebeurt in nauwe samenwerking met medewerkers.
Door processen helder te beschrijven, digitale workflows te optimaliseren en de ketensamenwerking met gemeenten, provincie en waterschap te versterken ontstaat meer rust, voorspelbaarheid en efficiëntie. Dit draagt bij aan een stabielere organisatie waarin medewerkers zich beter kunnen richten op hun kerntaken: vergunningen verlenen, toezichthouden, handhaven en adviseren.
Begroting 2027 en meerjarenramingen 2028-2030 ODNML
19
Rechtmatigheid Met ingang van het boekjaar 2023 geldt de nieuwe wet waarbij nieuwe regels gelden voor de financiële verslaglegging en de accountantscontrole. Met deze wetswijziging dient het Dagelijks Bestuur in de jaarrekening een verklaring af te geven over de rechtmatigheid van de financiële beheers handelingen. De accountant toetst de jaarrekening (inclusief rechtsmatigheidsverantwoording) op getrouwheid. Het Algemeen Bestuur geeft in het controleprotocol de nadere aanwijzingen aan de accountant over de reikwijdte van de accountantscontrole. Tevens stelt het Algemeen Bestuur voor de rechtmatigheidsverantwoording (door het Dagelijks Bestuur) de verantwoordings- en rapporteringsgrens vast. Middels een intern controleplan is ODNML in staat om zelf controles uit te voeren en vast te leggen als onderbouwing van de rechtmatigheidsverantwoording. Beleid tegen misbruik en oneigenlijk gebruik (M&O beleid) De ODNML beschikt (nog) niet over een M&O beleid. De interne beheershandelingen zijn er mede op gericht om misbruik en oneigenlijk gebruik te voorkomen, detecteren en corrigeren. Dit wordt tevens via de interne controle (steekproefsgewijs) gecontroleerd. De ODNML zal in de verdere doorontwikkeling van de organisatie ook aandacht besteden aan het M&O beleid.
1.3.4.
Openbaarheid
Uitvoering Wet open Overheid (Woo) De Wet open overheid (Woo) regelt het recht op informatie over alles wat de overheid doet. De Woo is beperkt van toepassing op de ODNML. Alleen die zaken waarvoor wij het bestuursorgaan zijn. De Woo verantwoordelijkheid voor de UTP-taken is niet overgedragen aan ons en ligt bij de gemeenten. Stukken die betrekking hebben op de Gemeenschappelijke Regeling worden op grond van artikel 3.1 lid 1 gepubliceerd op de website van KOOP. Vergaderstukken van het Algemeen Bestuur (AB) worden vooraf gepubliceerd. Besluitenlijsten van het Dagelijks Bestuur worden na de DBvergaderingen gepubliceerd. Op deze manier voldoen wij aan de wettelijke verplichtingen die de Woo aan ons stelt.
Begroting 2027 en meerjarenramingen 2028-2030 ODNML
20
2.
Financiële begroting 2027
2.1. Overzicht van baten en lasten Tabel 11
2.2. Toelichting op het overzicht van baten en lasten 2.2.1.
Algemeen
1. De begroting 2027 is gebaseerd op de kadernota 2027 en refereert (voor zover mogelijk) aan de jaarrekening 2025 en de (gewijzigde) begroting 2026. 2. Het begrotingsvolume stijgt naar 85%, zoals afgesproken in het Bedrijfsplan ODNML. 3. In het Bedrijfsplan ODNML zijn enkele uitgangspunten opgesteld waarbinnen de begroting ODNML in 2030 aan moet voldoen. De huidige status hiervan is als volgt: Uitgangspunten Bedrijfsplan op Hoofdlijnen ODNML Begroting 2027 Aandeel overheadfuncties in de formatie is maximaal 22 procent 18,33% Aandeel overheadkosten in de totale kosten is maximaal 33 procent 30% Formatie bestaat uit 136 fte primair proces en 38 fte overhead Primair 142,5. Overhead 32. totaal (174 fte in totaal) in 2030 174,5 in 2030 Vanaf 2030: verhoging productiviteitsnorm van 1.300 uur/fte in het primaire proces naar 1.350 basis op 1300 uur in 2027 De formatie opbouw is gebaseerd op HR21-functieprofielen V De salariskosten zijn gebaseerd op de gemeentelijke CAO CAO SGO Arbeidsmix bestaat uit 80% personeel in vaste dienst en 20 procent flexibele schil 85/15%
Begroting 2027 en meerjarenramingen 2028-2030 ODNML
21
4. In de begroting 2027 wordt het principe van constante lonen en prijzen toegepast. Dat betekent dat alleen het jaar 2027 is geïndexeerd (ten opzichte van 2026). 5. De begroting 2027 voldoet aan de (verplicht gestelde) landelijke robuustheidscriteria die voortkomen uit het Interbestuurlijk programma VTH (IBP). 6. Voor de indexering is uitgegaan van de meest actuele raming van het CPB (de MEV 2026 in september 2025). • Loonvoet sector overheid: 2,9% • Prijs overheidsconsumptie, netto materieel: 2,4%
2.2.2.
Baten
Deelnemersbijdragen De baten van de ODNML bestaan voornamelijk uit deelnemersbijdragen als vergoeding voor de uit te voeren werkzaamheden. Hierbij geldt als uitgangspunt: voorcalculatie is nacalculatie. Zo blijven we financieel voorspelbaar. Dat wil zeggen dat er geen maatwerk-afrekening (uurtje-factuurtje systematiek) per deelnemer wordt opgesteld aan het einde van het uitvoeringsjaar. De deelnemersbijdragen, zoals gepresenteerd in het medio 2025 door het Algemeen Bestuur vastgestelde Bedrijfsplan op hoofdlijnen, zijn de basis voor de deelnemersbijdragen in 2027. De deelnemersbijdragen uit het Bedrijfsplan zijn geïndexeerd met een gewogen index:
index lonen index prijzen gewogen
Index
Gewicht
2,90% 2,40% 2,74%
67% 33%
Zie voor de hoogte van de bijdragen per deelnemer bijlage 1. Subsidies Voor zover nu bekend stopt de specifieke uitkering voor toezicht en handhaving op de energiebesparingsplicht voor bedrijven (SPUK THE) per 2026. Dat betekent dat er in de begroting 2027 geen rekening is gehouden met inkomsten uit deze regeling (c.q. een eventuele opvolgende regeling). Daarnaast heeft Provincie Limburg besloten, bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet, om gemeenten financieel te compenseren voor de gevolgen van de bevoegdheidsverschuiving van provincies naar gemeenten vanwege de Wet bodembescherming en het Besluit bodemkwaliteit. Hiervoor is jaarlijks, tot en met 2030, een bedrag van €150.000 beschikbaar gesteld. Overige baten De overige baten bestaan alleen uit rentebaten voortvloeiend uit schatkistbankieren a €150.000.
Begroting 2027 en meerjarenramingen 2028-2030 ODNML
22
2.2.3.
Lasten
De lasten bestaan voornamelijk uit personeelsgerelateerde kosten, waaronder salarissen en kosten voor externe inhuur. In de opgestelde kostenramingen is rekening gehouden met de hierboven toegelichte uitgangspunten voor indexatie. Onderstaand overzicht toont de verschillende kostenrubrieken op hoofdlijnen en geeft tevens inzicht in de toerekening hiervan naar de programma’s. Tabel 12 Last en naar kost ensoort en programma
POST
Personeel
* bedragen x 1€ Omgevingsdienstverlening
Overhead
Onvoorzien
Heffing Vpb
Totaal
13.627.340
4.361.343
0
0
17.988.682
Uitbesteding
400.000
150.000
0
0
550.000
Kapitaallasten
0
185.000
0
0
185.000
515.000
1.419.000
0
0
1.934.000
14.542.340
6.115.343
0
0
20.657.682
0
0
200.000
5.000
205.000
14.542.340
6.115.343
200.000
5.000
20.862.682
Organisatiekosten TOTAAL PROGRAMMALASTEN Overige lasten TOTAAL LASTEN
Personeel Uitgangspunt is, dat de OMNML uiteindelijk over circa 174 fte kan beschikken. De komende jaren wordt stapsgewijs hier naartoe gewerkt. Voor 2027 wordt uitgegaan van een invulling van 85% van de formatie. Dit komt neer op circa 148 fte. De personele kosten bestaan uit de volgende categorieën: • Salarissen • Externe Inhuur • Opleidingen • Reis- en verblijfskosten • Overige personele kosten De geraamde salariskosten komen uit op €13,7 miljoen en de kosten voor externe inhuur zijn begroot op €2,9 miljoen. Tabel 13
Zoals uit bovenstaand overzicht blijkt, wordt in 2027 uitgegaan van een flexibele schil van 15%.
Begroting 2027 en meerjarenramingen 2028-2030 ODNML
23
Voor de reis-en verblijfskosten zijn nog geen relevante ervaringscijfers beschikbaar. De ramingen zijn daarom gebaseerd op indicatief bedrag per medewerker. In totaal is begroot €334.000. De overige personele kosten bestaan onder meer uit kosten voor Arbo, werving & selectie, consumpties, onkostenvergoedingen en personeelsbijeenkomsten. Ook hier is de raming (van €443.000) gebaseerd op een indicatief bedrag per medewerker. Uitbesteding Onder deze rubriek is allereerst het budget voor de innovatie-agenda opgenomen. Hiervoor is een bedrag van €250.000 begroot. Daarnaast betreft het €150.000 (aanvullende) advieskosten voor de uitvoering van de gevolgen van de bevoegdheidsverschuiving van provincies naar gemeenten vanwege de Wet bodembescherming en het Besluit bodemkwaliteit (Wbb). Als laatste zijn hier externe advieskosten geraamd, zoals voor de externe accountant, maar ook voor advisering op het gebied van IT, Hrm en financiën. Het totaalbudget komt uit op €550.000. Kapitaallasten Onder kapitaallasten worden afschrijvingen en toegerekende rente verstaan. De ODNML rekent geen rentelasten toe aan investeringen omdat er geen externe middelen hoeven te worden aangetrokken om investeringen te kunnen doen. De kapitaalgoederen (ook wel: activa) kennen verschillende afschrijvingstermijnen. Deze zijn gebaseerd op de verwachte levensduur van verschillende typen goederen.
Deze afschrijvingstermijnen zijn vastgelegd in de Financiële Verordening van de ODNML. De ODNML gaat de komende jaren, anders dan het geval was bij de RUD Limburg Noord, de nodige investeringen doen. Na enkele jaren (afhankelijk van de verwachte levensduur) vinden er vervangingsinvesteringen plaats. Op termijn leidt dit tot een ideaalcomplex van activa met een redelijk stabiel jaarlijks volume van kapitaallasten. In de eerste jaren is dit nog niet het geval. De raming voor de (structurele) kapitaallasten bedraagt €185.000. Organisatiekosten Zoals al vaker is aangegeven, is de ODNML nog een jonge organisatie die nog niet kan steunen op relevante ervaringscijfers die relevant zijn voor het opstellen van een begroting. Uiteraard is er zoveel als mogelijk gesteund op offertes, overeenkomsten en ervaringscijfers van vergelijkbare organisaties. Het laat onverlet dat er, zeker voor wat betreft de organisatiekosten, ook aannames zijn gedaan. Hierbij geldt: “the proof of the pudding is in the eating”. De organisatiekosten bestaan onder andere uit kosten voor IT-beheerkosten, kosten voor software, data, telefonie, kantoorkosten, abonnementen, lidmaatschappen, verzekeringen, leaseauto’s, huisvesting met inbegrip van servicekosten. In totaal gaat het hierbij op een bedrag van €1,9 miljoen. In bijlage 3 is een overzicht van bovenstaande bedragen per kostenrubriek gepresenteerd.
Begroting 2027 en meerjarenramingen 2028-2030 ODNML
24
2.3. Overzicht van incidentele baten en lasten De baten hebben een duurzaam karakter en hebben, met uitzondering van rentebaten, betrekking op deelnemersbijdragen. De lasten van de ODNML hebben betrekking op de (nieuwe) organisatie en daarmee gepaard gaande kosten. Deze zijn, ondanks de verwachte geleidelijke groei van de komende jaren, allemaal van structurele aard. Hierop geldt één uitzondering: voor de periode tot en met 2030 zijn er incidentele baten en lasten (€150.000 per jaar). Dit als gevolg van de compensatie van provincie Limburg naar de gemeenten vanwege de bevoegdheidsverschuiving van de bodemtaken door de inwerkingtreding van de Omgevingswet.
2.4. Uiteenzetting financiële positie inclusief toelichting 2.4.1.
Grondslagen voor waardering en resultaatbepaling
De begroting is opgesteld in overeenstemming met de voorschriften van het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) voor provincies en gemeenten. In overeenstemming met artikel 63 BBV vindt de waardering van de activa plaats op basis van verkrijgingsprijs. De waardering van passiva vindt plaats op basis van nominale waarde, met uitzondering van voorzieningen welke tegen de contante waarde zijn gewaardeerd. Mits niet anders vermeld bij de desbetreffende balansonderdelen, worden de activa, passiva en de bepaling van het resultaat gewaardeerd tegen nominale waarde. Indien er sprake is van (eenmalige) schokeffecten (bijvoorbeeld door reorganisaties), dan dienen deze als een verplichting opgenomen te worden. Sinds 2022 is echter in de CAO bepaald dat medewerkers bovenwettelijke verlofuren mogen sparen (verlofsparen). Met verlofsparen kunnen medewerkers passend bij hun levensfase hun bovenwettelijke verlofuren inzetten op een manier die aansluit bij hun persoonlijke levens- en carrière-planning. Deze uren verjaren niet en de opbouw is onvoorspelbaar. Zodoende dient deze verplichting wél (conform het BBV) in een voorziening opgenomen te worden; ook in meerjarig perspectief.
Begroting 2027 en meerjarenramingen 2028-2030 ODNML
25
Tabel 14 (Geprognost iceerde) balans per 31-12 ACTIVA
* bedragen x 1 € Realisat ie 2025
2026
2027
2028
2029
2030
Vast e act iva Immat eriële vast e act iva
0
0
0
0
0
0
Mat eriële vast e act iva
0
0
44.000
147.000
277.000
342.000
Investeringen met een economisch nut
0
0
44.000
147.000
277.000
342.000
Financiële vast e act iva
0
0
0
0
0
0
Totaal vaste activa
0
0
44.000
147.000
277.000
342.000
2.777.000
3.057.000
3.053.000
3.010.000
2.960.000
2.995.000
758.000
758.000
758.000
758.000
758.000
758.000
2.019.000
2.299.000
2.295.000
2.252.000
2.202.000
2.237.000
0
0
0
0
0
0
Vlot t ende act iva
Uit zet t ingen met een rent et y pische loopt ijd kort er dan 1 jaar Vorderingen op openbare lichamen Uitzettingen in ’s Rijks schatkist met een rentetypische looptijd korter dan één jaar; Overige vorderingen Liquide middelen
136.000
136.000
136.000
136.000
136.000
136.000
Banksaldi
136.000
136.000
136.000
136.000
136.000
136.000
Overlopende act iva
228.000
655.000
655.000
655.000
655.000
655.000
De voorschotbedragen die ontstaan door voorfinanciering op uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel, nog te ontvangen van: - Europese overheidslichamen - het Rijk
0 0
- overige Nederlandse overheidslichamen
32.000
Overige nog te ontvangen bedragen
196.000
Vooruitbetaalde bedragen die ten laste van volgende begrotingsjaren komen
655.000
0
Totaal vlottende activa
3.141.000
3.848.000
3.844.000
3.801.000
3.751.000
3.786.000
TOTAAL ACTIVA
3.141.000
3.848.000
3.888.000
3.948.000
4.028.000
4.128.000
Begroting 2027 en meerjarenramingen 2028-2030 ODNML
26
(Geprognost iceerde) balans per 31-12 PASSIVA
* bedragen x 1 € Realisat ie 2025
2026
2027
2028
2029
2030
Vast e passiva Eigen vermogen
1.301.000
1.513.000
1.513.000
1.513.000
1.513.000
1.513.000
Algemene reserve
155.000
1.000.000
1.000.000
1.000.000
1.000.000
1.000.000 0
Bestemmingsreserve VTH-systeem
0
0
0
0
0
Bestemmingsreserve Doorontwikkeling robuuste OD
633.000
0
0
0
0
0
Resultaat boekjaar (nog te bestemmen)
513.000
513.000
513.000
513.000
513.000
513.000
Voorzieningen
43.000
61.000
101.000
161.000
241.000
341.000
Spaarverlof
43.000
61.000
101.000
161.000
241.000
341.000
Vast e schulden
0
0
0
0
0
0
Binnenlandse banken en overige financiele instellingen
0
0
0
0
0
0
1.344.000
1.574.000
1.614.000
1.674.000
1.754.000
1.854.000
Net t o vlot t ende schulden met een rent et y pische loopt ijd kort er dan 1 jaar
511.000
511.000
511.000
511.000
511.000
511.000
Overige schulden
511.000
511.000
511.000
511.000
511.000
511.000
1.286.000
1.763.000
1.763.000
1.763.000
1.763.000
1.763.000
669.000
615.000
560.000
1.148.000
Totaal vaste passiva Vlot t ende passiva
Overlopende passiva Verplichtingen die in het begrotingsjaar zijn opgebouwd en die in een volgend begrotingsjaar tot betaling komen, m.u.v van jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume De van EU, Rijk en provincies ontvangen voorschotbedragen voor specifieke uitkeringen die dienen ter dekking van lasten van volgende begrotingsjaren, uitgesplitst naar: - Europese overheidslichamen - het Rijk - overige Nederlandse overheidslichamen Overige vooruitontvangen bedragen die ten bate van volgende begrotingsjaren komen
57.000
0
Totaal vlottende passiva
1.797.000
2.274.000
2.274.000
2.274.000
2.274.000
2.274.000
TOTAAL PASSIVA
3.141.000
3.848.000
3.888.000
3.948.000
4.028.000
4.128.000
Begroting 2027 en meerjarenramingen 2028-2030 ODNML
27
Tabel 15 EMU-saldo
+ + + + + + -
* bedragen x 1 € Realisatie 2025
2026
513.000 0
2027
2028
2029
2030
513.000
513.000
513.000
513.000
513.000
0
46.000
67.000
140.000
185.000
12.000
0
0
0
0
0
4. Investeringen in (im)materiële vaste activa die op de balans worden geactiveerd
0
0
90.000
170.000
270.000
250.000
5. Baten uit bijdragen van andere overheden, de Europese Unie en overigen, die niet op de exploitatie zijn verantwoord en niet al in mindering zijn gebracht bij post 4
0
0
0
0
0
0
6a. Verkoopopbrengsten uit desinvesteringen in (im)materiële vaste activa (tegen verkoopprijs)
0
0
0
0
0
0
6b. Boekwinst op desinvesteringen in (im)materiële vaste activa
0
0
0
0
0
0
7. Aankoop van grond en de uitgaven aan bouw-, woonrijp maken e.d. (alleen transacties met derden die niet op de exploitatie staan)
0
0
0
0
0
0
8a. Verkoopopbrengsten van grond (tegen verkoopprijs)
0
0
0
0
0
0
8b. Boekwinst op grondverkopen
0
0
0
0
0
0
9. Lasten op balanspost Voorzieningen voorzover deze transacties met derden betreffen 10. Lasten ivm transacties met derden, die niet via de onder post 1 genoemde exploitatie lopen, maar rechtstreeks ten laste van de reserves (inclusief fondsen en dergelijke) worden gebracht en die nog niet vallen onder één van bovenstaande posten Boekwinst bij verkoop effecten
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
1. Exploitatiesaldo vóór toevoeging aan c.q. onttrekking uit reserves (zie BBV, artikel 17c) 2. Afschrijvingen ten laste van de exploitatie 3. Bruto dotaties aan de post voorzieningen ten laste van de exploitatie
Berekend EMU-saldo
0
0
0
0
0
0
525.000
513.000
469.000
410.000
383.000
448.000
Jaarlijkse arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume Onder dit type verplichtingen vallen de verlofrechten van de ODNML-medewerkers. De huidige verlofregelingen, die de afgelopen jaren steeds ruimer zijn geworden, maken het steeds lastiger om een gedegen onderscheid te maken tussen het ‘reguliere’ en het ‘bovenmatige’ deel van de verlofrechten. Voor de ODNML geldt als bijkomende bijzonderheid, dat er pas in de loop van 2026 enig zicht komt op de spaarverlofrechten van de medewerkers die in dienst treden. Bij het opstellen van de 1e begrotingswijziging 2026 bleek dat er nog geen zicht was op de aard en omvang van de verlofrechten van de ODNML-medewerkers. Vandaar dat er nog geen middelen beschikbaar zijn gesteld om deze rechten (op de balans) af te dekken. Uiterlijk in de Jaarstukken 2026, maar wellicht al in de Bestuursrapportage 2026, moeten hiervoor passende maatregelen genomen worden. Investeringen Investeringen worden ook wel aangeduid als materiële vaste activa of kapitaalgoederen. Kenmerkend zijn de meerjarige gevolgen van een investering. Het aanschaffen van materiële vaste activa gaat gepaard met het doen van investeringen. Deze goederen gaan langere tijd mee en behouden gedurende deze periode een bepaalde (steeds afnemende) waarde. De materiële vaste activa worden op de balans verantwoord.
De (jaarlijkse) lasten die voortvloeien uit het investeren in materiële vaste activa maken onderdeel uit van het overzicht van baten en lasten. Het betreft de kapitaallasten. Tabel 16 Invest eringen met een economisch nut Type investering
* bedragen x 1€ Kredietaanvraag
2026
2027
2028
2029
2030
Totaal
bedrijfsgebouwen
0
0
0
0
0
0
machines, apparaten, installaties
0
0
0
0
0
0
inventaris
0
0
0
0
0
0
hardware
0
90.000
170.000
270.000
250.000
780.000
Tot aal
0
90.000
170.000
270.000
250.000
780.000
Bovenstaand overzicht toont dat het investeringsvolume van de ODNML in enkele jaren oploopt naar een structurele waarde van €250.000 tot €270.000 per jaar.
Begroting 2027 en meerjarenramingen 2028-2030 ODNML
28
Verloop reserves en voorzieningen Tabel 17
St and van de reserves per 31-12
* bedragen x 1€ Realisatie 2025
2026
2027
2028
2029
2030
Algemene reserve Algemene reserve
155.000
1.000.000
1.000.000
1.000.000
1.000.000
1.000.000
Totaal algemene reserves
155.000
1.000.000
1.000.000
1.000.000
1.000.000
1.000.000
0
Best emmingsreserves Bestemmingsreserve VTH-systeem
0
0
0
0
0
Bestemmingsreserve Doorontwikkeling robuuste OD
633.000
0
0
0
0
0
Nog te bestemmen resultaat
513.000
513.000
513.000
513.000
513.000
513.000
Totaal bestemmingsreserves
1.146.000
513.000
513.000
513.000
513.000
513.000
TOTAAL VAN DE RESERVES
1.301.000
1.513.000
1.513.000
1.513.000
1.513.000
1.513.000
2026
2027
2028
2029
St and van de voorzieningen per 31-12
* bedragen x 1€ Realisatie 2025
2030
Voorzieningen Spaarverlof
43.000
61.000
101.000
161.000
241.000
341.000
TOTAAL VAN DE VOORZIENINGEN
43.000
61.000
101.000
161.000
241.000
341.000
St and en verloop van de reserves
* bedragen x 1€ Realisatie 2025
2026
2027
2028
2029
2030
1.000.000
1.000.000
1.000.000
1.000.000
Algemene reserve Saldo per 1-1
155.000
155.000
0
845.000
155.000
1.000.000
1.000.000
1.000.000
1.000.000
1.000.000
Saldo per 1-1
0
0
0
0
0
0
bij:
0
0
0
0
0
0
af:
0
0
0
0
0
0
Saldo per 31-12
0
0
0
0
0
0
bij: Saldo per 31-12 Best emmingsreserve VTH-sy st eem
Best emmingsreserve Dooront wikkeling robuust e OD Saldo per 1-1
633.000
633.000
0
0
0
0
bij:
0
0
0
0
0
0
af:
0
633.000
0
0
0
0
633.000
0
0
0
0
0
0
513.000
513.000
513.000
513.000
513.000
513.000
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
513.000
513.000
513.000
513.000
513.000
513.000
1.301.000
1.513.000
1.513.000
1.513.000
1.513.000
1.513.000
2026
2027
2028
2029
Saldo per 31-12 Nog t e best emmen result aat Saldo per 1-1 bij: af: Saldo per 31-12 TOTAAL VAN DE RESERVES
St and en verloop van de voorzieningen
* bedragen x 1€ Realisatie 2025
2030
Spaarverlof Saldo per 1-1
31.000
46.000
61.000
101.000
161.000
241.000
bij:
12.000
15.000
40.000
60.000
80.000
100.000
af:
0
0
0
0
0
0
Saldo per 31-12
43.000
61.000
101.000
161.000
241.000
341.000
TOTAAL VAN DE VOORZIENINGEN
43.000
61.000
101.000
161.000
241.000
341.000
Bovenstaand overzicht toont dat enkele bestemmingsreserves van de RUD Limburg Noord vanaf 2026 ophouden te bestaan. Tevens is in het overzicht het gevolg van de 1e Begrotingswijziging 2026 verwerkt. Vandaar dat de algemene reserve een omvang van €1 miljoen bedraagt. De voorziening spaarverlof is wel overgenomen van de RUD Limburg Noord. In lijn met de geprognotiseerde uitbereiding van het personeelsbestand tot en met 2030, is rekening gehouden met een jaarlijks oplopende dotatie in deze voorziening. Ten tijde van het opstellen van deze begroting is er nog geen definitieve resultaatbestemming van het jaarrekeningresultaat 2025 (van de voormalige RUD-LN) en is derhalve nog niet verwerkt in tabel 17.
Begroting 2027 en meerjarenramingen 2028-2030 ODNML
29
2.5. Meerjarenraming 2028-2030 met toelichting De meerjarenraming bij de begroting richt zich op de 3 jaren volgend op het begrotingsjaar (2027). In dit geval betreft het de periode 2028 tot en met 2030. De meerjarenraming is opgesteld op basis van het (verwachte) prijspeil 2027; er is geen sprake van aanvullende jaarlijkse indexeringen in de jaren 2028, 2029 en 2030. Desondanks is er toch sprake van toenemende baten en lasten. Oorzaak hiervan is de gestage volumegroei van de ODNML-organisatie en daarmee van de begroting. Zoals is toegelicht in het door het Algemeen Bestuur vastgestelde Bedrijfsplan op hoofdlijnen geldt voor 2027 dat 85% van de (uiteindelijke) begroting wordt ingevuld. In 2028 stijgt dit volume naar 90%, in 2029 naar 95% en in 2030 zijn de ramingen gebaseerd op het beoogde eindplaatje (100%).In 2030 is er daarnaast sprake van een begrote productiviteitsverhoging van 1300 naar 1350 uur per FTE in het primaire proces. De compensatie van provincie Limburg naar de gemeenten vanwege de bevoegdheidsverschuiving van de bodemtaken door de inwerkingtreding van de Omgevingswet zorgt voor een verschil van €150.000 per jaar ten opzichte van de ramingen uit het bedrijfsplan. De meerjarenramingen bevatten hierdoor incidentele baten en lasten (€150.000 per jaar) voor de periode tot en met 2030 die ingezet wordt voor het taakgebied bodem.