CConstaterende datBergen
Koppel je AI →
Document · PDF

Antwoorden technische vragen PK en KERN Cie 20 jan DEF

Commissie Ruimte en Economie 20 januari 2021, gemeente BergenBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan en MER en vervolg Energielandgoed Wells Meer;2.023 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Niet gevonden in dit document.

Vragen agendapunt 7 Cie R/E 20 januari 2021. (15-01-2021). Fractie Pk Bergen, koos van Eekeren. 1. Raadsvoorstel blz 5 tabel 5.2 Graag korte toelichting op fase 1 Verkenning in uitvoering. Stand van zaken betreffende “in uitvoering”? Graag korte toelichting op fase 2 Ontwerpfase nog uit te voeren. Stand van zaken betreffende “in uitvoering”? Tabel 5.2. is een tabel uit het Plan van Aanpak van 23 april 2018. Hierin zijn de investeringen per fase aangegeven met het doel waarvoor ze gebruikt gaan worden. Inmiddels zijn het vooronderzoek (fase 0), planologische verankering met Structuurvisie en MER (Fase 1) en interactieve planvorming met Masterplan en Businessplan (Fase 2) al afgerond. 2. Communicatie naar inwoners. Laatstelijk is een filmpje inzake grond aankoop gepresenteerd. Heldere uitleg en eenvoudig en begrijpelijk van bewoording voor de buitenstaander. Wordt in de toekomst qua communicatie deze lijn voortgezet? Dank voor het compliment. De wijze van communiceren bekijken we per onderwerp. Om onze communicatie inzet te bepalen houden we rekening met de zwaarte van het onderwerp. 3.

Wanneer komen de inwoners van de gemeente Bergen inzake participatie in dit project in beeld (verwachting)? Het is de intentie om de inwoners te laten deelnemen zodra alle projectontwikkeling risico’s eruit zijn, de fasering en planning van realisatie duidelijk is en we in het stadium van financial close zijn beland. 4. Verzwaringnetwerk (Enexis/TenneT) aansluiting station Venray, prognose realisatie 2025. De realisatie/operationeel van het project Energie Landschap Wells Meer is voorzien in 2023. Hoe wordt een mogelijke overcapaciteit aan stroom/electriciteit alsdan tijdelijk opgevangen en wat zijn hiervoor de mogelijk reële opties? De start is inderdaad voorzien in 2022 met een aansluiting op het lokale net. Zoals eerder gecommuniceerd zal de bouwtijd en aanbesteding van het geheel minimaal 3 jaar duren. Om aan te besteden zal eerst de SDE++ beschikking moeten zijn afgegeven. Deze kunnen we eind 3 e kwartaal 2021 aanvragen en de beschikking zal dan naar verwachting in het 1 e kwartaal van 2022 binnen zijn. In de komende fase (voorbereiding realisatie) zal de realisatiestrategie met TenneT en Enexis worden afgestemd. 5. Participatie buurgemeenten in dit project. Inmiddels is door de Gemeente Mook en Middelaar een intentieverklaring getekend.

Wat is op dit moment de stand van zaken betreffende andere buurgemeenten (o.a de gemeenten Gennep en Venray)? De gemeente Gennep en Venray zijn op dit moment ambtelijk een raadsvoorstel aan het voorbereiden, waarin wordt verzocht de intentie te ondersteunen en de vast te leggen in een intentieverklaring.

KERN technische vragen agendapunt 7: Vaststelling bestemmingsplan en MER en vervolg Energielandgoed Wells Meer 1. Zijn geen van de aanvullende onderzoeken uit het voorstel (bv de AERIUS berekeningen), waarvan sommige pas in de loop of na afloop van de ter inzage legging ter beschikking kwamen, onderdeel van het bestemmingsplan? Geen enkel onderzoek is onderdeel van het bestemmingsplan. De onderzoeken maken deel uit van de toelichting. Volgens vaste jurisprudentie maakt de toelichting geen deel uit van een bestemmingsplan. 2. Kan i.v.m. de stikstofwetgeving NOx tegen ammoniak worden weggestreept? Ja, dat kan. De stikstofdepositie bij stikstofgevoelige natuurwaarden in Natura 2000gebieden wordt getoetst in het kader van de Wet natuurbescherming. Hierbij wordt geen onderscheid gemaakt tussen NOx- en NH3-deposities. Ook het verspreidingsmodel AERIUSCalculator maakt dit onderscheid niet. 3. Er wordt in de AERIUS berekening ervan uitgegaan dat het gehele plangebied in de huidige bestemming bemest wordt. Hoe wordt dit onderbouwd? In de AERIUS-berekeningen is ervan uitgegaan dat de gronden die momenteel gebruikt worden voor akkerbouw of graszodenteelt volgens de normale agrarische praktijk bemest worden. Bij de bouwgronden is rekening gehouden met de geteelde gewassen. 4. Er wordt gebruik gemaakt van interne stikstofsaldering.

De stikstofemissie van de huidige bedrijvigheid wordt overgenomen. Mag de initiatiefnemer van het project (gemeente Bergen) de bestaande stikstof overnemen (zonder overleg met de bestaande bedrijven) en hoeft deze niet gekocht te worden van deze huidige ‘eigenaar’ van de stikstof? Behalve indien er sprake is van evidente privaatrechtelijke belemmeringen speelt eigendom geen rol in bestemmingsplanprocedures. Op basis van recente gerechtelijke uitspraken kan geconcludeerd worden dat stikstofemissies grondgebonden zijn.

5. Hoe wordt ervoor gezorgd dat het oorspronkelijke grondgebruik mogelijk blijft na de levensduur van het zonnepark conform de gedragscode zon op land? De gemeente Bergen heeft de gedragscode zon op land niet ondertekend en is derhalve niet aan de gedragscode verbonden. Uit de gedragscode: “Zonnevelden worden doorgaans aangelegd met tijdelijke vergunning en met een tijdelijke ontheffing voor het bestemmingsplan. Na verloop van tijd zou technisch gezien herinvestering aan de orde zijn (loopt de opbrengst van de panelen terug). Het kan zijn dat de omgeving, grondeigenaar en het bevoegd gezag kiezen met zon-PV door te gaan. Waar dit niet is gewenst, zorgt de sector dat er voor haar deel geen belemmering is om het oorspronkelijke grondgebruik (zowel beleidsmatig, juridisch als fysiek) weer te hervatten.” In onderhavige procedure wordt het Energielandgoed Wellsmeer niet mogelijk gemaakt met een tijdelijke vergunning en een tijdelijke ontheffing van het bestemmingsplan. Er

ligt een nieuw bestemmingsplan voor een de benodigde vergunningen zijn aangevraagd voor onbepaalde tijd. Het bestemmingsplan maakt onder voorwaarden agrarisch medegebruik mogelijk. Het gebruik overeenkomstig het oorspronkelijk gebruik, na verwijdering van de zonnepanelen, wordt niet belemmerd. Het valt nu niet te voorspellen welke functies in het plangebied kunnen landen na de levensduur van de zonnepanelen. Het kunnen opnieuw zonnepanelen zijn maar ook kassen of weer grondgebonden landbouw. Het is vanzelfsprekend dat activiteiten in het Energielandgoed niet mogen leiden tot bodemverontreiniging zodat toekomstig landbouwkundig gebruik beperkt wordt. Indien lokaal de mogelijkheden voor landbouw beperkt zijn door bijvoorbeeld bodemverdichting kan de bodem hersteld worden. 6. Waarom wordt nu, in strijd met voorgaande raadsbesluiten (o.a. Masterplan, bladzijde 43), gekozen voor windturbines met een tiphoogte tot maximaal 250 meter? We hebben we nog geen definitieve keuze gemaakt voor de hoogte van de windturbines. Het bestemmingsplan geeft de maximale ruimte weer. Dat is een maximale hoogte van 250 meter. De technische ontwikkeling van de windturbines volgt de markt. De markt richt zich op het maximale uit de wind halen per windturbine, hier is de systematiek van de SDE++-regeling een voorbeeld van.

De ontwikkeling van windturbines richt zich hierdoor op het vergroten van de rotordiameter en verhogen van de ashoogte, om zo veel mogelijk wind te kunnen vangen. Het vergroten van de bandbreedte in het bestemmingsplan en de vergunning sluit hier op aan. Dit komt ten goede aan het volgende (tender)proces.

7. Staat het bestemmingsplan helemaal los van de Wnb vergunning? Waarom kunnen we niet wachten met het bestemmingsplan totdat deze vergunning verstrekt is door de provincie? Voor het vaststellen van het bestemmingsplan is geen Wnb-vergunning nodig. Omdat nu sprake is van een gecoördineerde besluitvorming, wordt gelijktijdig met het vaststellen van het bestemmingsplan de omgevings-vergunningen voor de bouw, oprichten en in werking hebben van het wind- en zonnepark verleend. Het is op dit moment niet aan te geven of een Wnb-vergunning vereist is. Er wordt al maanden aangekondigd dat de Afdeling bestuursrechtspraak op korte termijn waarschijnlijk zal oordelen dat bij interne saldering geen vergunning vereist is. De uitspraak is op 18 januari 2021 nog niet gedaan. Wel vragen we voorafgaand aan definitieve vergunningverlening een Wnb-vergunning aan, die geheel in lijn is met de redeneringen die nu worden vastgelegd in het bestemmingsplan. Hierdoor sluiten deze onderdelen nu naadloos op elkaar aan.

8. Vindt het college dat de belangen van de huidige pachters voldoende zijn meegewogen? Hoe zijn die meegewogen en wat is de huidige stand van zaken? Hebt U daar ook een financiële onderbouwing bij? Ja, deze belangen zijn voldoende meegewogen. De MKBA is al eerder door uw raad vastgesteld bij Masterplan en Businesscase. Daaruit blijkt dat deze ontwikkeling in de volle breedte een maatschappelijke verbetering is.

De belangen van de pachters vloeien tevens voort uit de koopovereenkomsten en de daarin meegekomen contracten/rechten. Daarbinnen maken we vervolgafspraken. Overleg hierover loopt momenteel. Er is een financiële onderbouwing, maar in het belang van de onderhandelingen kan hier niet inhoudelijk op worden ingegaan. 9. Hoe wordt het risico van planschade ingeschat door het college en hebt u een inschatting van de mogelijke omvang hiervan? Er is een planschaderisicoanalyse uitgevoerd. Deze risicoanalyse geeft inzicht in welke mate bij welke objecten planschade wordt verwacht als gevolg van de bestemmingsplanherziening. Dit geeft ons voldoende inzicht om te kunnen concluderen dat planschade de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan niet in de weg zal staan. 10. De energieboulevard maakt een wezenlijk onderdeel uit van het energielandgoed. Is het geen vereiste voor de SDE++ aanvraag dat ook hiervoor alle vergunningen verleend zijn? Voor de windturbines en de zonnevelden is het niet nodig dat ook de vergunningen voor de energieboulevard zijn verleend. 11. De kostenuitsplitsing voor fase 4 is wel erg ruim en grof. Graag een verdere uitsplitsing van elke post. Het verder uitsplitsen van deze kosten is ongewenst. Dit geeft te veel marktinformatie en dat heeft dan effect op onze inkopen. 12.

Hoe uit de waardesprong van het project zich concreet voor gemeente Bergen? Wordt de totale waarde van de aandelen van de gemeente in de bv bijvoorbeeld duidelijk hoger dan het geïnvesteerd bedrag? Ja. 13. Waarom wordt er bij de Businesscase Optimistisch 12 miljoen euro meer geïnvesteerd? Duurdere panelen? We gaan in de Businesscase Optimistisch bij het zonproject uit van een hoger vermogen per paneel (+10%, 550 Wattpiek vs. 500 Wattpiek), en een lagere prijs voor aanschaf en installatie van het zonproject (-ong. 5%, EUR 375 / kiloWattpiek vs. EUR 390 / kiloWattpiek). Bij het windproject gaan we uit van een lagere prijs voor aankoop en installatie (-ong. 5,5%, EUR 850.000 per MegaWatt vs. EUR 900.000 per MegaWatt) Al met al leidt het tot een hogere prijs van de aankoop en installatie van het wind- en zonproject samen in de Businesscase Optimistisch: Omdat er wel evenveel panelen geïnstalleerd worden groeit het vermogen (met 10%) en daarmee de totale prijs van het zonproject. 14. Is dit dan het enige verschil in uitgangspositie tussen de beide berekende scenario’s? In de Businesscase Optimistisch hebben we de volgende uitgangspunten veranderd: -

Zonproject: Een groter vermogen per paneel: 550 Wattpiek vs. 500 Wattpiek (+10%) Zonproject: Een lagere prijs voor aankoop en installatie van het zonproject: EUR 375 per kiloWattpiek vs. EUR 390 per kiloWattpiek (ong. -5%)

-

Windproject: Een lagere prijs voor de aankoop en installatie van de windturbines: EUR 850.000 per MegaWatt vs. EUR 900.000 per MegaWatt (ong.-5,5%) Beide projecten: Een groter deel van de begroting gefinancierd met bankfinanciering (van 80% naar 82,5%).

15. Waarom wordt nu uitgegaan van een hoger percentage eigen vermogen t.o.v. het Masterplan? Banken hanteren bepaalde randvoorwaarden voor het beschikbaar stellen van financiering. Op basis van de toepassing van de randvoorwaarden op de huidige business case kan 80% van de investering gefinancierd worden met vreemd vermogen (vs. 85% in het masterplan). De rest moet dan ingebracht worden door middel van eigen vermogen. 16. Waarom wordt er gekozen voor een aanzienlijk hogere elektriciteitsproductie dan de doelstelling met mogelijk nadelige milieugevolgen? Wordt het raadsbesluit om energie 50% grootschalig op te wekken, niet opgerekt om het financiële rendement aantrekkelijker te maken? In de Reactienota advies Commissie mer gaan we in op de hogere elektriciteitsproductie. Het financiële rendement wordt hiermee niet aantrekkelijker gemaakt maar blijft om en nabij gelijkwaardig. Naarmate de techniek goedkoper wordt en meer kilowattuur per euro produceert daalt de SDE evenredig. De winst in de energieproductie leidt tot een lager subsidiebedrag per kilowattuur. 17. Klopt het volgens de reactie op het MER advies dat een doorkruising van de Maas met hoogspanningsmasten niet is uit te sluiten? Ja, dat klopt, maar dat is wel ultimum remedium. Uitgangspunt voor TenneT en Enexis is een passage onder de Maas door. De technische uitvoerbaarheid hiervan wordt nu onderzocht door TenneT. 18.

Volgens het raadsvoorstel van 7 januari is het restant budget van fase 3 € 240.032 en volgens het RIB van december is dit € 196.026. Kunt u deze tegenstrijdigheid uitleggen? De uitputting van de openstaande verplichtingen is meegevallen. 19. Wanneer kan de raad kennisnemen van de getekende koopovereenkomst van de provinciale gronden en wordt deze ook openbaar voor de inwoners van onze gemeente? Deze is openbaar geworden na het passeren van de akte op 30 december 2020.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9649329/2