CConstaterende datBergen
Koppel je AI →
Document · PDF

2.1 Ontwerpbegroting BsGW 2027 en -MJR 2028-2031

Gemeenteraad 9 juni 2026, gemeente BergenBij agendapunt: Zienswijze begroting 2027 inclusief de ontwerpmeerjarenraming 2028-2031 BsGW;23.003 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Niet gevonden in dit document.

Ontwerpbegroting 2027 en meerjarenraming 2028-2031 BsGW

Versie 1.0 d.d. 26-02-2026

Begroting BsGW 2027 en meerjarenraming 2028-2031

Inhoudsopgave 1. Inleiding ..........................................................................................................................4 1.1 Algemeen .................................................................................................................. 4 1.2 Indeling van de begroting ............................................................................................ 4 1.3 Leeswijzer.................................................................................................................. 4 2. Managementsamenvatting .................................................................................................6 3. Financiële effecten ............................................................................................................8 3.1 Financieel effect op de (exploitatie)begroting 2027 ......................................................... 8 4. Beleidsbegroting .............................................................................................................

10 4.1 Uitgangspunten .........................................................................................................10 4.2 Definities: reserves, voorzieningen, weerstandscapaciteit/-vermogen, post onvoorzien.......12 4.3 Ontwikkelingen ..........................................................................................................13 4.3.1 Landelijke ontwikkelingen ................................................................................... 13 4.3.2 Ontwikkelingen in de bedrijfsvoering .................................................................... 15 4.4 Producten van dienstverlening .....................................................................................19 4.5 Paragrafen ................................................................................................................21 4.5.1 Lokale heffingen ................................................................................................ 21 4.5.2 Weerstandsvermogen en risicobeheersing ............................................................ 21 4.5.3 Onderhoud kapitaalgoederen .............................................................................. 22 4.5.4 Financiering ......................................................................................................

22 4.5.5 Bedrijfsvoering .................................................................................................. 24 4.5.6 Verbonden partijen ............................................................................................ 24 4.5.7 Grondbeleid ...................................................................................................... 24 4.5.8 Openbaarheid ................................................................................................... 24 5. Financiële begroting ........................................................................................................ 26 5.1 Overzicht baten en lasten ...........................................................................................26 5.2 Harmonisatie en nieuwe kostenverdeelmethode .............................................................26 5.3 Toelichting op de baten en lasten .................................................................................28 5.4 Uiteenzetting van de financiële positie ..........................................................................30 5.4.1 Investeringen ................................................................................................... 30 5.4.2 Financiering ......................................................................................................

30 5.4.3 Stand en verloop reserves en voorziening............................................................. 30 Bijlagen............................................................................................................................. 31 Bijlage 1: MeerjarenInvesteringsProgramma: MIP 2027-2031 ...............................................32 Bijlage 2: Staat van immateriële, materiële, financiële vaste activa en onderhanden werk ........33 Bijlage 3: Staat van vaste schulden ...................................................................................34 Bijlage 4: Staat van reserves en voorzieningen ...................................................................35 Bijlage 5: Berekening van het rente-omslagpercentage ........................................................38 Bijlage 6: Toelichting op de kostenverdeelmethodiek ...........................................................39 Bijlage 7: Risicoanalyse ....................................................................................................43 Bijlage 8: Het Ondernemings- en Ontwikkelplan (OOP) ........................................................50 Bijlage 9: Berekend EMU-saldo .........................................................................................51 Bijlage 10: Geprognosticeerde balans 2024-2030 ................................................................52

Bijlage 11: Bijdragen 2027 ...............................................................................................53 Bijlage 12: Bijdrage per deelnemer Meerjarig .....................................................................56 Bijlage 13: Begroting 2027 en Meerjarenraming 2028-2030 tegen constante waarde ...............57 Bijlage 14: Bijdrage per deelnemer Meerjarig tegen constante waarde ...................................58 Bijlage 15: Bijdrage 2027 Waterschap Limburg volgens BBP-opzet ........................................59

Begroting BsGW 2027 en meerjarenraming 2028-2031

1. Inleiding 1.1 Algemeen Voor u ligt de ontwerpbegroting 2027 en de meerjarenraming 2028-2031 van Belastingsamenwerking Gemeenten

en

Waterschappen

(BsGW). Hierin zijn

de

financiële

consequenties van

zekere

ontwikkelingen en bestuursbesluiten meegenomen. Zekere ontwikkelingen, waarvan de (financiële) effecten nog een mate van onzekerheid hebben, worden eveneens zo veel mogelijk gekwantificeerd. Mogelijke ontwikkelingen worden alleen in de begroting meegenomen voor zover deze zijn in te schatten. De door het Algemeen Bestuur van BsGW op 17 december 2025 vastgestelde kadernota 2027 dient als basis voor de ontwerpbegroting 2027 en de meerjarenraming 2028-2031. Het belangrijkste bestuurlijke uitgangspunt hierbij is een sluitende begroting en meerjarenraming. Het is vanwege de aanhoudende en zelfs toenemende dynamiek in de (inter)nationale samenleving steeds lastiger om meerjarig vooruit te kijken. Daaraan kan worden toegevoegd dat BsGW als gemeenschappelijke regeling de kadernota en de begroting inclusief meerjarenraming vroegtijdig dient aan te leveren als input voor de begrotingen van de deelnemende gemeenten en Waterschap Limburg. BsGW is 1 april 2011 opgericht als samenwerkingsverband op belastinggebied voor gemeenten en waterschappen in de vorm van een gemeenschappelijke regeling. BsGW is een openbaar lichaam op grond van de Wet Gemeenschappelijke Regelingen. Per 1 januari 2025 zijn Waterschap Limburg en de gemeenten Beek, Beekdaelen, Beesel, Bergen, Brunssum, EchtSusteren,

Eijsden-Margraten,

Gennep,

Gulpen-Wittem,

Heerlen,

Kerkrade,

Landgraaf,

Leudal,

Maasgouw, Maastricht, Meerssen, Mook & Middelaar, Nederweert, Peel & Maas, Roerdalen, Roermond, Simpelveld, Sittard-Geleen, Stein, Vaals, Valkenburg aan de Geul, Venlo, Voerendaal, Weert deelnemers in BsGW. De ontwerpbegroting 2027 is gebaseerd op bovenstaande 30 deelnemers. BsGW behartigt als uitvoeringsorganisatie van het waterschap en de deelnemende gemeenten de zorg voor optimaal beheer en verwerking van (basis)gegevens en informatie, het heffen, innen en afdragen van de opbrengsten van lokale belastingen en het waarderen van belastingobjecten in het kader van de wet WOZ, dit alles op basis van bedrijfseconomische principes. 1.2 Indeling van de begroting Aangezien BsGW een samenwerking is voor zowel gemeenten als een waterschap, volgt uit de wetgeving dat verslaggeving dient plaats te vinden conform Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV). De begroting is dan ook ingedeeld volgens het BBV en bestaat uit een beleidsbegroting en een financiële begroting. In de beleidsbegroting worden het programmaplan en de verplichte paragrafen weergegeven. De financiële begroting omvat het overzicht van baten en lasten plus een uiteenzetting van de financiële positie per programma. In het geval van BsGW betreft dit het programma ‘940 lasten heffing en invordering belastingen’. (Bron: Hoofdlijnen vernieuwing Besluit Begroting en Verantwoording blz. 19)

1.3 Leeswijzer Hoofdstuk 1 bevat de inleiding. Hoofdstuk 2 betreft de managementsamenvatting van de ontwerpbegroting 2027.

Begroting BsGW 2027 en meerjarenraming 2028-2031

pagina 4 van 59

In hoofdstuk 3 worden de financiële effecten op de (exploitatie)begroting 2027 gepresenteerd evenals de meerjarenraming 2028-2031. Hoofdstuk 4 bevat de beleidsbegroting met de (reken)uitgangspunten en de ontwikkelingen, waarmee daar waar mogelijk rekening is gehouden in de (financiële) begroting. Deze paragraaf bevat daarnaast de vaste rubrieken met een toelichting op het (benodigde) weerstandsvermogen en de financiering. Tot slot wordt de financiële begroting in hoofdstuk 5 nader toegelicht.

Het Dagelijks Bestuur BsGW,

Roermond, 25 juni 2026

N.M.J.G. Lebens, directeur

G.H.C. Frische, voorzitter

Begroting BsGW 2027 en meerjarenraming 2028-2031

pagina 5 van 59

2. Managementsamenvatting BsGW is een uitvoeringsorganisatie en hanteert daarmee per definitie een beleidsarme begroting. Mocht er al sprake zijn van (nieuw) beleid, dan is dit op basis van een wettelijke grondslag (bijv. de Wet open overheid) dan wel op verzoek van de deelnemers (bijv. het Samenwerkingsportaal). Terugblik Begroting 2026 Naast een eerdere (gedurende de eerste zes jaren na oprichting heeft geen indexering plaatsgevonden) en lopende structurele bezuiniging (taakstelling OOP), is bij de totstandkoming van de begroting 2026 -met

name

in

het

kader

van

het

Ravijnjaar-

nogmaals

extra

kritisch

gekeken

naar

de

kostenontwikkeling. Het garanderen van de continuïteit van de bedrijfsvoering van BsGW in het belang van de dertig deelnemende partijen was, is en blijft hierbij het uitgangspunt. Genoemde exercitie heeft onder andere geleid tot een benedenwaartse bijstelling van het weerstandsvermogen,

waarbij

het

surplus

is

teruggestort

naar

de

deelnemers.

Ook

is

de

bestemmingsreserve qua financiële omvang verlaagd en daarmee ook de door de deelnemers jaarlijks te storten bijdrage hierin. Als gevolg van de Wet herwaardering proceskostenvergoeding WOZ (en bpm) is het tarief proceskostenvergoeding per toegekend bezwaar of beroep per 1-1-2024 drastisch verlaagd. Uitgaande van gelijkblijvende aantallen bezwaren en beroepen, is met ingang van de begroting 2026 de post proceskosten voor wat betreft de uitkeringskosten verlaagd met € 1,5 miljoen. De renteopbrengsten maken -mede op basis van overleg met de accountant- geen onderdeel uit van de begroting van BsGW. Deze worden met ingang van 2025 elk kwartaal doorgestort naar de deelnemers. Het betreft met name de renteontvangsten over de ontvangen belastingopbrengsten, die na enkele verwerkingsdagen worden afgedragen aan de deelnemers van BsGW. De accountant is op basis van het uitgangspunt ‘reëel begroten’ voorstander van het toepassen van indexeringspercentages en kan zich vinden in de hoogte en de onderbouwing van de indexpercentages, die BsGW hanteert.

(Ontwerp)begroting 2027 De belangrijkste ontwikkelingen voor 2027 voor BsGW worden gevormd door het beleid van de deelnemers, (nieuwe) wetgeving, de indexeringen -beïnvloed door de cao Werken voor waterschappen alsook de nationale, Europese en mondiale ontwikkelingen- en het voldoen aan de door het Algemeen Bestuur BsGW opgelegde kostenreductie in het kader van OOP. Het is voor BsGW van cruciaal belang dat de continuïteit van de informatie en de informatievoorziening gewaarborgd blijven. BsGW volgt de huidige ontwikkelingen met betrekking tot de nieuwe c.q. aangescherpte (Europese) wet- en regelgeving omtrent informatiebeveiliging op de voet en zal deze de komende periode implementeren om hieraan te kunnen (blijven) voldoen. BsGW voorziet voor het begrotingsjaar 2027 geen andere kostenstijgingen dan de indexering. Het uitgangspunt voor de indexatie is zoals te doen gebruikelijk de septembercirculaire van het Centraal Planbureau (CPB) met daarin opgenomen de CPB-indexcijfers.

Begroting BsGW 2027 en meerjarenraming 2028-2031

pagina 6 van 59

BsGW werkt momenteel toe naar een structurele bezuiniging van € 1,3 miljoen vanaf 2028 (taakstelling OOP). In 2027 bedraagt de taakstellende kostenreductie € 1,2 miljoen (2026 € 1 miljoen; met ingang van 2028 structureel € 1,3 miljoen). De per 1 mei 2022 in werking getreden Wet open overheid (Woo) leidde, net zoals bij de deelnemers, ook voor BsGW tot extra én aanvullende inspanningen. Inspanningen waartoe de organisatie op dat moment niet geoutilleerd was. Voor de implementatie van de Woo heeft het Algemeen Bestuur voor de jaren 2024-2026 tijdelijk extra formatie beschikbaar gesteld op het gebied van juridisch advies en communicatie. Vanwege het einde van de tijdelijkheid dalen vanaf 2027 de personele lasten structureel met €175 duizend. Na het schrijven van de Kadernota 2027 hebben zich nog enkele ontwikkelingen voorgedaan met een positief effect op de begroting 2027. Zo zal BsGW in het laatste kwartaal van 2026 haar intrek nemen in een ander kantoorpand. De begrote huisvestingskosten zullen naar verwachting structureel dalen met € 200 duizend. Voor wat betreft de afhandeling van de WOZ-bezwaren en -beroepen wordt een nieuwe trend zichtbaar: zowel in 2024 als in 2025 dalen de toekenningspercentages.

Dit betekent dat, naast het (fors) lagere tarief voor proceskostenvergoeding als gevolg van de Wet herwaardering proceskostenvergoeding WOZ (en bpm), ook het aantal bezwaren en beroepen dat een proceskostenvergoeding krijgt toegekend (verhoudingsgewijs) lager wordt. Dit heeft in belangrijke mate te maken met de kwaliteit van het waarderingsproces, de kwaliteit van de aanslagoplegging en de kwaliteit van de afhandeling van bezwaren en beroepen. De begrotingspost ‘kostenvergoeding bezwaar en beroep’ wordt voor de begroting 2027 en verder jaren met € 500 duizend extra verlaagd. Tot slot wordt met ingang van de begroting 2027 ten aanzien van de post onvoorzien een plafond ingevoerd van € 500.000.

Begroting BsGW 2027 en meerjarenraming 2028-2031

pagina 7 van 59

3. Financiële effecten 3.1 Financieel effect op de (exploitatie)begroting 2027

Ontwikkelingen begroting 2027

Zekere ontwikkelingen

Effect op netto kosten 2027 t.o.v. begroting 2026 Opgenomen in de begroting:

Indexering salarissen

€ 806.000

cf KN2027 (AB 17-12-2025) obv CPB februari circulaire

Inflatie

€ 220.000

cf KN2027 (AB 17-12-2025) obv CPB februari circulaire

Verschil taakstelling OOP 2027 t.o.v. 2026

€ -200.000

cf besluit (AB 14-12-2017)

Vervallen tijdelijke extra fte's a.g.v. implementatie Woo

€ -175.000

cf Begroting 2024 en MJR 2025-2028 (AB 29-6-2023)

Kostenvergoeding bezwaren en beroep (uitkeringskosten)

€ -500.000

Verlaging huisvestingskosten

€ -200.000

Wetsvoorstel aanpassing belastingstelsel waterschappen

budgetneutraal

Informatiebeveiliging & Privacy

budgetneutraal

cf KN2027 (AB 17-12-2025) obv NIS2 en BIO2

Stimuleringsregeling

budgetneutraal

cf besluit (AB 23-6-2016)

Effect Harmonisatie en kostenverdeelmethode

Opgenomen in de begroting:

Inflatie maatwerk

€ -15.000

cf nieuwe opzet KVM (AB 25-1-2024), format DVO

Interne kosten maatwerk (nu via offertetraject)

€ 15.000

(AB 12-12-2024) en Harmonisatietraject (AB 8-12-2022)

Mogelijke ontwikkelingen

Niet opgenomen:

Project Inwinning Secundaire Objectkenmerken

onbekend

Tegengaan toenemende armoede

onbekend

- Sociaal invorderen

onbekend

- Vroegsignalering

onbekend

Leegstandsheffing

onbekend

Krapte op de arbeidsmarkt

onbekend

Informatievoorziening en ICT

onbekend

Robotisering en artificial intelligence (AI)

onbekend

Zoals zichtbaar is gemaakt in bovenstaande tabel is de beïnvloedbaarheid door BsGW van de in de begroting opgenomen posten beperkt. De begrotingsposten zijn nagenoeg allemaal gebaseerd op eerder door het Algemeen Bestuur van BsGW genomen besluiten en wetgeving. Per saldo dalen de reguliere netto-kosten 2027 met € 64 duizend ten opzichte van de begroting 2026. Reguliere Begroting 2026 (via KVM)

€

Indexering salarissen interne kosten

€

Inflatie

€

220.000

€

1.026.000

Verschil taakstelling OOP 2027 t.o.v. 2026

€

-200.000

Kostenvergoeding bezwaren en beroep (uitkeringskosten)

€

-500.000

Verlaging huisvestingskosten

€

-200.000

Vervallen tijdelijke extra fte's a.g.v. implementatie Woo

€

-175.000

Inflatie maatwerk

€

-15.000

€

-1.090.000

27.836.000

806.000

€

-64.000

Reguliere Begroting 2027 (via KVM)

€

27.772.000

Maatwerk totaal 2027

€

416.000

Begroting BsGW 2027 totaal

€

28.188.000

Naast de reguliere begroting, zijnde de kosten voor de uitvoering van voorkeursvarianten die worden verrekend via de kostenverdeelmethode, kent BsGW maatwerkvarianten. De uitvoering van de maatwerkvarianten wordt separaat geoffreerd en gefactureerd bij de betreffende deelnemers. Samen vormt dit de totaalbegroting van BsGW.

Begroting BsGW 2027 en meerjarenraming 2028-2031

pagina 8 van 59

Ontwerpbegroting 2027 en meerjarenraming 2028-2031: Bedragen x € 1.000

Begroting KVM

Realisatie

Begroting KVM

Maatwerk totaal

Begroting BsGW totaal

Meerjarenperspectief

2025

2026

2027

2027

2027

2028

2029

2030

2031

Personeelskosten

0

18.247

18.867

259

19.126

19.968

20.846

21.763

22.721

Huisvestingkosten

0

951

770

0

770

790

811

832

853

Afschrijvingkosten

0

57

57

0

57

58

60

62

63

ICT-kosten

0

3.384

3.472

40

3.512

3.603

3.696

3.793

3.891

Overige operationele kosten

0

1.304

1.338

117

1.455

1.493

1.532

1.571

1.612

Diensten door derden

0

1.050

1.077

0

1.077

1.105

1.134

1.163

1.194

Kostenvergoeding bezwaar en beroep

0

2.125

1.667

0

1.667

1.711

1.755

1.801

1.848

Overige operationele kosten

0

4.479

4.083

117

4.200

4.309

4.421

4.536

4.654

algemene kosten

0

630

646

0

646

663

680

698

716

onvoorzien

0

424

405

0

405

416

427

438

449

Algemene kosten

0

1.054

1.051

0

1.051

1.078

1.107

1.135

1.165

bankkosten

0

300

308

0

308

316

324

332

341

rentekosten

0

8

8

0

8

8

8

8

9

Bank- en rentekosten

0

308

315

0

315

324

332

341

349

Toevoegingen aan voorzieningen

0

357

357

0

357

357

357

357

357

Totale lasten

0

28.835

28.972

416

29.388

30.487

31.630

32.818

34.054

-1.000

-1.200

0

-1.200

0

0

0

0

-1.300

-1.300

-1.300

-1.300

0

27.835

27.772

416

28.188

29.187

30.330

31.518

32.754

Lasten

Taakstelling kostenreductie OOP Structurele kostenreductie Totale lasten Baten Renteopbrengsten

0

0

0

0

0

0

0

0

0

BsGW diensten aan derden

0

0

0

0

0

0

0

0

0

overige opbrengsten

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Diensten aan derden

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Bijdragen van derden

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Opbrengst vervolgingskosten

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Totale baten

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Netto kosten

0

27.835

27.772

416

28.188

29.187

30.330

31.518

32.754

Waarvan incidentele baten/lasten (saldo)

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Totaal bijdragen

0

27.835

27.772

416

28.188

29.187

30.330

31.518

32.754

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Bijdragen samenwerkingsportaal Exploitatieresultaat (+ is winst/ - is verlies)

De realisatiecijfers 2025 worden aangevuld zodra deze door de accountant zijn gecontroleerd.

Zie hoofdstuk 4 en 5 voor een nadere toelichting en relevante ontwikkelingen.

Begroting BsGW 2027 en meerjarenraming 2028-2031

pagina 9 van 59

4. Beleidsbegroting 4.1 Uitgangspunten Onderwerp

Uitgangspunt

Raming personele lasten

Salariskosten worden jaarlijks geïndexeerd op basis van de CAO Werken voor Waterschappen. Indien die niet bekend zijn ten tijde van het opstellen van de kadernota wordt uitgegaan van de Macro Economische Verkenningen uit de laatst bekende septembercirculaire van het CPB, onderdeel ‘loonvoet sector overheid’ (voor de personele kosten).

Formatie en personeel

BsGW werkt met een vaste formatie en een flexibele schil. Binnen deze twee categorieën kan worden geschoven, maar de vastgestelde loonsom kan niet overschreden worden, behalve door CAO-stijgingen.

Financiering

Alleen voor investeringen kan BsGW een langlopende lening aantrekken. Hiervoor is een bestuursbesluit vereist.

Raming materiële lasten

Voor de jaarlijkse indexatie wordt uitgegaan van de Macro Economische Verkenningen uit de laatst bekende septembercirculaire van het CPB, onderdeel ‘nationale consumentenprijsindex’. Indien voor specifieke kostencategorieën andere indexeringspercentages gelden, wordt hiervan afgeweken en worden de marktconforme kostenstijgingen in de begrotingscijfers verwerkt.

Inhuur derden

De verwachte inhuurkosten worden geïndexeerd met de raming van het CPB. Een afwijking hierop wordt gemotiveerd toegelicht.

Raming onvoorzien

De raming onvoorzien bedraagt 1,4% van de begrote kosten, met een plafond van € 500.000.

Investeringen in het belastingpakket

Bij investeringen in het belastingpakket is BsGW verplicht om te voldoen aan de wettelijke eisen, incl. onderhoudskosten. Als uitgangspunt wordt alle software afgenomen als dienst (SaaS), waardoor er eenmalige implementatiekosten zijn en daarna jaarlijkse abonnements- en licentiekosten. Er vindt dus geen reservering kapitaalslasten inzake belastingsoftware meer plaats. Er wordt niet langer op afgeschreven omdat BsGW geen juridisch eigenaar is.

Risicomanagement

Het weerstandsvermogen wordt uitgedrukt als ratio t.o.v. de benodigde weerstandscapaciteit, waarbij de in het AB van 24-3-2022 vastgestelde Kadernota Risicomanagement leidend is.

Kosten die specifiek zijn voor bepaalde deelnemers

Deze worden o.b.v. de goedgekeurde offerte separaat doorbelast.

Kostenverdeelmethode

De bestuurlijk (AB 25 januari 2024) vastgestelde kostenverdeelmethode wordt gehanteerd. Maatwerk en Externe vorderingen worden separaat geoffreerd en gefactureerd.

Begroting BsGW 2027 en meerjarenraming 2028-2031

pagina 10 van 59

Ondernemings- en Ontwikkelplan (OOP) BsGW 2018-2020

Het OOP moet – conform besluitvorming door het Algemeen Bestuur d.d. 14 december 2017 – leiden tot een stapsgewijze nettokostenreductie, oplopend tot structureel € 1,3 miljoen vanaf 2028. Jaar: Lagere netto-kosten i.r.t. OOP: 2024 € 600.000 2025 € 800.000 2026 € 1.000.000 2027 € 1.200.000 2028 € 1.300.000 Deze kostenreductie, die met name gerealiseerd wordt middels een formatiereductie, is als taakstelling opgenomen in de (meerjaren) begroting van BsGW.

Renteopbrengsten (Schatkistbankieren)

De rentevergoedingen* op het saldo van de gelden die uitstaan bij het Rijk als gevolg van Schatkistbankieren, maken geen onderdeel uit van de begroting van BsGW en worden elk kwartaal (achteraf) doorgestort naar de deelnemers. *

betreft met name de renteontvangsten over de ontvangen belastingopbrengsten, die na enkele verwerkingsdagen worden afgedragen aan de deelnemers van BsGW.

Financieel technische uitgangspunten v.w.b. de indexeringen: BsGW valt onder de CAO Werken voor waterschappen. In deze cao wordt niet alleen rekening gehouden met koopkrachtontwikkeling, maar is tevens een automatische prijscompensatie opgenomen, gebaseerd op de Consumenten Prijs Index (CPI). Dit betekent dat medewerkers bij stijgende inflatie automatisch worden gecompenseerd. De huidige cao eindigt per 31 december 2026. Het uitgangspunt voor de indexatie van de salariskosten is zoals te doen gebruikelijk de septembercirculaire van het Centraal Planbureau (CPB) met daarin opgenomen de CPB indexcijfers. Voor de verwachte materiële lasten en inhuur betreft dit de ‘nationale consumentenprijsindex’. Voor de verwachte salariskosten betreft dit de ‘loonvoet sector overheid’. Normaliter worden in de septembercirculaire vijf toekomstige jaren opgenomen. De doorkijk van de CPB-indexcijfers van september 2025 reikte -in afwijking van voorgaande jaren- niet verder dan 2026. Voor begrotingsjaar 2027 zijn daarom de meest actuele indexeringen van opgenomen uit het Centraal Economisch Plan (CEP) 2025 d.d. februari 2025.

Indexeringen Begroting 2027 Indexering materiele lasten en inhuur Het gemiddelde percentage van nationale consumentenprijsindex over de jaren 2023-2027 bedraagt tussen de 2,3% en 3,0%. Gekozen is om het drie jaargemiddelde 2025-2027 van 2,6% aan te houden. Indexering salarissen Het gemiddelde percentage van de loonvoet overheidssector over de jaren 2023-2027 bedraagt tussen de 4,0% en 5,3%. Gekozen is om ook hier het drie jaargemiddelde 2025-2027 aan te houden van 4,4%. Mocht de septembercirculaire 2026 van het CPB daartoe aanleiding geven, dan zal dienovereenkomstig een correctie plaatsvinden via de bestuurlijk vastgestelde P&C-cyclus van BsGW.

Begroting BsGW 2027 en meerjarenraming 2028-2031

pagina 11 van 59

4.2 Definities: reserves, voorzieningen, weerstandscapaciteit/-vermogen, post onvoorzien Reserves kunnen worden omschreven als vermogensbestanddelen die als eigen vermogen zijn aan te merken en die vrij zijn te besteden. Reserveren betekent geld opzij leggen: -

om later een (grote) investering te doen;

-

voor moeilijke tijden (weerstandsvermogen. Dit is het weerstandsvermogen en dit betreft alleen de algemene reserve);

-

om risico’s op te vangen;

-

voor onverwachte zaken.

Voorzieningen zijn passiefposten in de balans (vreemd vermogen), die een inschatting geven van voorzienbare lasten in verband met risico’s en verplichtingen waarvan de omvang en/of het tijdstip van optreden min of meer onzeker zijn. Bij voorzieningen is er sprake van een oorzaak uit het verleden: er is iets gebeurd wat niet terug te draaien is en wat waarschijnlijk leidt tot lasten in de toekomst die niet waren voorzien (begroot). Ook kan een voorziening ingesteld worden ter egalisatie van pieken in de kosten in de begroting. Deze kosten dienen zeker plaats te vinden. Van een vrije keuze bij het instellen van een voorziening is derhalve geen sprake. Wel kunnen soms de gevolgen nog beïnvloed worden. Bij het bepalen van de noodzakelijke omvang van de voorziening wordt hiermee ook rekening gehouden. Weerstandscapaciteit is de mate waarin BsGW over middelen beschikt of kan beschikken om niet voorziene tegenvallers op te vangen. Er wordt hierbij onderscheid gemaakt tussen de post onvoorzien en het weerstandsvermogen. De post onvoorzien mag worden opgevat als een buffer voor onvoorziene externe tegenvallers: onvoorzien, onvermijdelijk en onuitstelbaar. De post onvoorzien moet een soepele uitvoering van de begroting vergemakkelijken en zorgt zodoende voor een beetje flexibiliteit.

Er kunnen zich gezien de tijdspanne tussen het opstellen van de kadernota (laatste kwartaal van begrotingsjaar t-2), de (ontwerp-)begroting en realisatie (begrotingsjaar t), altijd tegenvallers voordoen als gevolg van bijvoorbeeld wijzigingen in wet-/regelgeving. Tussentijdse begrotingswijzigingen worden hiermee zoveel als mogelijk voorkomen. Het weerstandsvermogen is in principe bedoeld als buffer voor het opvangen van risico's, waarvan de financiële gevolgen vooraf niet redelijkerwijs zijn in te schatten. Jaarlijks wordt deze post berekend aan de hand van de door het bestuur vastgestelde risico-analyse. Hierbij worden de risico’s (kwalitatief) en de bedragen plus de inschatting van de kans dat een risico zich daadwerkelijk voordoet (kwantitatief) in kaart gebracht. Zie ook paragraaf 4.5.2 en bijlage 7 Risicoanalyse.

Begroting BsGW 2027 en meerjarenraming 2028-2031

pagina 12 van 59

4.3 Ontwikkelingen In deze paragraaf wordt op hoofdlijnen een beeld geschetst van de ontwikkelingen waar BsGW mee te maken heeft en krijgt. De ontwikkelingen binnen BsGW (bedrijfsvoering) worden grotendeels bepaald door externe (inter)nationale ontwikkelingen. 4.3.1 Landelijke ontwikkelingen Proceskosten BsGW heeft nog steeds te maken met ncnp-bedrijven. Deze bedrijven veroorzaken een relatief groot aantal van de jaarlijkse (WOZ-)bezwaren met de daaruit voortvloeiende proceskosten (uitvoerings- en uitkeringskosten). Bovendien worden de bezwaren steeds uitgebreider, complexer en technischer waardoor de uitvoeringskosten per ingediend bezwaar oplopen.

Proceskosten vs aantal bezwaren € 6.000

60.000

€ 5.000

50.000

€ 4.000

40.000

€ 3.000

30.000

€ 2.000

20.000

€ 1.000

10.000

€-

2019

2020

2021

2022

2023

Proceskosten (* 1.000,-)

2024

2025

2026

2027

Aantal objecten onder bezwaar

Als gevolg van de Wet herwaardering proceskostenvergoeding WOZ (en bpm) zijn de tarieven voor de proceskostenvergoedingen drastisch verlaagd. Daarnaast is het aantal bezwaren –na de hausse aan bezwaren in 2023– in 2024 en 2025 weer in lijn met het aantal bezwaren in 2022. Dit heeft geleid tot een structurele verlaging van de uitkeringskosten in de begroting 2026 en meerjarenraming 2027-2030. Voor wat betreft de afhandeling van de WOZ-bezwaren en -beroepen wordt een nieuwe trend zichtbaar: zowel in 2024 als in 2025 dalen de toekenningspercentages. Dit betekent dat naast het (fors) lagere tarief voor proceskostenvergoeding als gevolg van de Wet herwaardering proceskostenvergoeding WOZ (en bpm) ook (verhoudingsgewijs) het aantal bezwaren en beroepen dat een proceskostenvergoeding krijgt toegekend lager wordt. Dit heeft een extra dempend effect op de gerealiseerde proceskostenvergoedingen (uitkeringskosten). Het bovenstaande leidt tot een additionele verlaging van de begrotingspost ‘proceskostenvergoeding’ met € 500 duizend in de begroting 2027 (en verdere jaren). BsGW hanteert hierbij het voorzichtigheidsprincipe, te meer omdat er ten aanzien van de aanslagoplegging 2026 (peildatum 1 januari 2025) sprake is van een aanzienlijke (gemiddelde) waardestijging van de objecten in combinatie met een in voorkomende gevallen aanzienlijke tariefstijging door gemeenten.

Dit zal – gezien de krapte op de woningmarkt – ook voor de aanslagoplegging 2027 gelden. Meer bezwaren leiden sowieso tot meer uitvoeringskosten voor het

Begroting BsGW 2027 en meerjarenraming 2028-2031

pagina 13 van 59

afhandelen van de bezwaren en de eventueel daaruit voortvloeiende beroepen. Daarnaast zijn er ook risico’s wat betreft de proceskostenvergoedingen (uitkeringskosten). Zo is recent de richtlijn vergoeding proceskosten WOZ-taxaties ingetrokken en zijn er enkele (voormalige) ncnp-bureaus die via de rechtbank in het gelijk zijn gesteld dat ze een regulier beroepsmatige gemachtigde zijn, waardoor eventuele proceskostenvergoedingen met factor 4 hoger uitvallen dan bij een ncnp-bureau. Mocht zich ten aanzien van de proceskosten een positief effect voordoen, dan wordt dit in eerste instantie in het lopend boekjaar via de P&C-cyclus verantwoord en verrekend. Voor het daaropvolgende jaar zal – rekening houdend met de door het Algemeen Bestuur vastgestelde spelregels (AB 8-12-2022) – een begrotingswijziging worden doorgevoerd. Project Inwinning Secundaire Objectkenmerken Het doel van het project Inwinning Secundaire Objectkenmerken, in de praktijk ook wel ‘Check uw woning’ genaamd, is het terugwinnen van het vertrouwen bij de woningeigenaren in de overheid in het algemeen en de bepaling van de WOZ-waarde in het bijzonder door de woningeigenaren maximaal te betrekken bij het vaststellen van (een aantal van) de secundaire objectkenmerken en hierbij maximale transparantie te bieden.

Bij het project, dat onder verantwoordelijkheid van de Landelijke Vereniging Lokale Belastingen (LVLB) wordt uitgevoerd, zijn o.a. de VNG, het ministerie van Financiën, het ministerie van Justitie en Veiligheid, de Waarderingskamer, de Vereniging Eigen Huis en de Consumentenbond betrokken. In afstemming met genoemde partijen is een vragenlijst tot stand gekomen, die in de vorm van een aantal pilots aan woningeigenaren wordt voorgelegd in combinatie met een opgave van de huidige situatie (lees: weergave van de huidige secundaire objectkenmerken). Medio 2026 wordt het project afgerond en vindt de rapportage plaats. Tegengaan toenemende armoede In eerdere miljoenennota’s zijn maatregelen opgenomen om de toenemende armoede tegen te gaan en de koopkracht van de laagste inkomens te verbeteren, de zogenaamde bestaanszekerheid. Daarnaast neemt de overheid ook maatregelen om gezinnen te helpen, die hun rekening niet kunnen betalen. Sociaal invorderen, vroegsignalering en schuldhulpverlening zijn instrumenten die hiervoor worden ingezet. Ook zullen gemeenten in een zo vroeg mogelijk stadium passende hulp aanbieden. Het percentage oninbaar zal mogelijk stijgen, hetgeen zal leiden tot lagere netto-belastingopbrengsten voor de deelnemers.

Uit de Rijksbegroting 2026 blijkt dat het demissionair kabinet verder gaat met het Nationaal Programma Armoede en Schulden en de hierboven genoemde maatregelen. Doelen zijn: kleine schulden klein houden, betere schuldhulpverlening in alle gemeenten en meer waarborgen van het bestaansminimum. Vroegsignalering en interdepartementale samenwerking moeten nieuwe schuldenproblematiek voorkomen. Leegstandheffing Op 2 december 2025 heeft de Eerste Kamer het amendement op de Fiscale Verzamelwet 2026 voor het invoeren van een leegstandverordening aangenomen. Hiermee krijgen de gemeenten de bevoegdheid om een leegstandheffing op te leggen. Onder de heffing vallen gebouwde onroerende zaken, of delen daarvan die als zelfstandige woonruimte zijn te kwalificeren, mits deze langer dan twaalf maanden onafgebroken leegstaan. De gemeente kan zelf kiezen of zij een leegstandverordening wil invoeren, wanneer de belasting ingaat, hoe hoog deze is en of het een vast bedrag betreft of een heffing gebaseerd om de WOZ-waarde van het leegstaande object. De Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) werkt aan een modelverordening. BsGW volgt dit actief, ook via de Landelijke Vereniging Lokale Belastingen (LVLB). BsGW zal ervoor zorgen dat nieuwe

Begroting BsGW 2027 en meerjarenraming 2028-2031

pagina 14 van 59

inzichten en ontwikkelingen steeds met alle deelnemers worden gedeeld. Uiteindelijk leidt dit tot een afweging om de leegstandsheffing al dan niet in te voeren, waarbij de beleidskeuze nadrukkelijk bij de deelnemende gemeenten zelf ligt.

4.3.2 Ontwikkelingen in de bedrijfsvoering Huisvesting Vanwege een aflopend huurcontract stond BsGW voor de keuze: blijven (en noodzakelijke verbouwingen en verbeteringen laten uitvoeren aan technische installaties en leidingwerk in combinatie met bouwkundige beperkingen voor medegebruik) of verhuizen. Omdat het huidige kantoorpand te groot is als gevolg van hybride werken en met het oog op de toekomst (OOP) het aantal medewerkers en werkplekken verder zal afnemen, heeft een uitgebreide marktverkenning plaatsgevonden naar een nieuwe kantoorlocatie. De marktverkenning heeft geleid tot succesvolle onderhandelingen met de eigenaar van het voormalige Philipsterrein ook wel bekend als Weerstand Roermond. De historische gebouwen op Weerstand worden zoveel mogelijk behouden en krijgen een nieuwe bestemming, waarbij duurzaamheid een belangrijke rol speelt. BsGW neemt daardoor straks haar intrek in een eigentijds en toekomstbestendig gebouw. Het nieuwe kantoorpand voldoet daarbij niet alleen aan de kaders die zijn gesteld door het Dagelijks Bestuur van BsGW (marktconforme huur, parkeervoorziening en in gebruik name voor einde huidige huurcontract), maar ook de wensen van het personeel van BsGW (diversiteit aan werkruimten incl. bijbehorende faciliteiten en aandacht voor werkomgeving, zoals akoestiek, licht, klimaat en ergonomie).

Krapte op de arbeidsmarkt De krapte op de arbeidsmarkt houdt vooralsnog aan. Het effect van toepassingen van AI is momenteel nog niet merkbaar, ook niet binnen het ICT-vakgebied. Vanwege de ontgroening en vergrijzing, die onze provincie extra treft, zal -naast het zelf op een verantwoorde wijze inzetten van AI- gezocht moeten worden naar andere manieren om toch bijtijds de juiste, noodzakelijke kennis in huis te halen én te houden. Waar nodig en mogelijk wordt samen met deelnemers en/of andere samenwerkingsverbanden voorzien in moeilijk invulbare rollen en functies. Wet aanpassing belastingstelsel waterschappen De Wet aanpassing belastingstelsel waterschappen, die per 1 januari 2026 in werking is getreden, biedt waterschappen meer en betere mogelijkheden om te heffen naar profijt of belang. Diegene, die meer profijt heeft van de werkzaamheden van het waterschap, betaalt dan een hogere heffing. Degene die minder belang heeft, krijgt een lagere heffing. Daarnaast kunnen waterschappen voortaan beter inspelen op (toekomstige) ontwikkelingen, zoals klimaatopwarming, de circulaire economie, de energietransitie en veranderingen in het eigen waterschap. Deze wet regelt ook dat Rijkswaterstaat en waterschappen geen schadelijke stoffen meer hoeven te gebruiken bij het meten van de vervuiling in afvalwater.

De gevolgen van de wijziging voor specifieke groepen belastingbetalers verschillen per waterschap. De besturen van de waterschappen bepalen namelijk zelf hoe zij de kosten precies verdelen. Waterschap Limburg en BsGW zijn eind 2023 een project gestart om de migratie naar het nieuwe belastingstelsel vorm te geven. De projectkosten, die BsGW hiervoor maakt, komen geheel en al ten laste van Waterschap Limburg. Dit geldt ook voor eventuele structurele kosten. Deze zullen via de Planning & Control-cyclus (P&C-cyclus) worden verwerkt en doorbelast aan Waterschap Limburg.

Begroting BsGW 2027 en meerjarenraming 2028-2031

pagina 15 van 59

Samenwerkingsportaal Vanaf 1 januari 2022 bestaat de verplichting om woningen te waarderen op basis van de gebruiksoppervlakte. Daarvoor gebruikte BsGW de bruto inhoud om woningen te waarderen. Namens en op verzoek van de deelnemers heeft BsGW de regie van dit transitieproject (2019-2021) op zich genomen, in nauwe samenwerking met de gemeenten en Het Gegevenshuis. Voor het actueel houden en borgen van alle gegevens, heeft BsGW namens alle partijen de regie op zich genomen voor het aanschaffen van een applicatie, die in staat is om relevante gegevens voor zowel de BAG (gemeenten), de BGT als de WOZ (BsGW) op een efficiënte manier uit te wisselen en te tonen, zowel administratief als geografisch. Het zogenaamde Samenwerkingsportaal. Landelijk was het streven om te komen tot een samenhangende objectenregistratie (SOR); een uniforme registratie met daarin basisgegevens over objecten in de fysieke werkelijkheid, die zich voor gebruikers als één registratie gedraagt. Daaronder verstaan we objecten die in het terrein zichtbaar zijn, zoals gebouwen, wegen, water, spoorlijnen en bomen, terreindelen, aangevuld met enkele (administratieve) objecten als woonplaatsen, gemeentegrenzen en openbare ruimten. In de objectenregistratie zouden in ieder geval de objecten van de basisregistratie adressen en gebouwen (BAG) en de basisregistratie grootschalige topografie (BGT) opgaan.

Tevens was het de bedoeling dat ook het gedeelte van de WOZadministratie waarin objectgegevens zijn opgenomen en een aantal basisgegevens uit aanpalende registraties in de objectenregistratie zouden worden opgenomen. De ontwikkeling naar een SOR zou gevolgen hebben voor zowel BsGW als voor haar deelnemers en aan de deelnemers gelieerde partijen, zoals gegevenshuizen. Het is immers inefficiënt en onwenselijk om op meerdere plaatsen dezelfde of nagenoeg dezelfde gegevens te verzamelen en te verwerken. Dit staat immers haaks op de doelstelling van juist één unieke registratie. De beoogde ingangsdatum van de SOR was 1 januari 2025. Op nationaal niveau is in grote mate overeenstemming over de inhoud en architectuur van de SOR. Dat geldt evenwel niet voor de governance en financiering van de implementatie en het beheer van de SOR. De door de VNG geïnitieerde impactanalyse heeft uitgewezen dat er nog veel onduidelijk is en er een hoog kostenplaatje aan hangt. Een nieuwe streefdatum is nog steeds niet bekend. De vraag is of er überhaupt een SOR gaat komen. Uit oogpunt van zekerheid en continuïteit ligt het voor de hand om het Samenwerkingsportaal begrotingstechnisch voor een bedrag van € 350 duizend per jaar (excl. indexatie) te continueren om zo de door de deelnemers gewenste verdere doorontwikkeling vorm te kunnen blijven geven.

In deze kosten is rekening gehouden met de jaarlijkse mutatiedetectie waaruit extra werkzaamheden, ICT- en bijbehorende onderhoudskosten voortvloeien, waartegenover een betere borging in de integraliteit tussen de basisregistratie BAG, BGT en de WOZ staat. Om de gebruikers meer te betrekken bij het Samenwerkingsportaal is een Gebruikersoverleg in het leven geroepen. Dit Gebruikersoverleg fungeert als klankbord en overlegplatform. Informatievoorziening en ICT BsGW maakt deel uit van een sterk veranderende omgeving, waarin de steeds verdere digitalisering van de informatievoorziening een belangrijke ontwikkeling is. Om wendbaar, betrouwbaar en efficiënt te blijven opereren, is het noodzakelijk om te investeren in toekomstbestendige informatievoorzieningen. Informatievoorziening ondersteunt beleid en uitvoering met actuele, volledige, betrouwbare en goed ontsloten data. Artificial Intelligence (AI) en business intelligence -mits proven technology én veilig- kunnen worden ingezet om trends te herkennen, processen te optimaliseren en dienstverlening te verbeteren. Vanwege einde contractduur zijn zowel de ICT-infrastructuur als het belasting- en waarderingspakket op basis van een Europese aanbesteding gegund (2022/2023) en geïmplementeerd (2023/2024). Deze

Begroting BsGW 2027 en meerjarenraming 2028-2031

pagina 16 van 59

voor BsGW omvangrijke, complexe en intensieve operatie is eind 2024 formeel afgerond, waarna in 2025 de beheerfase is aangebroken. Van daaruit kan gekeken worden naar verdere procesoptimalisatie. Naast het primaire proces van Waarderen, Heffen en Innen geldt dit ook voor de ondersteunende processen (Bedrijfsvoering, Klantzaken en Staf). Hierbij wordt, zoals gezegd, ook de inzet van AI betrokken, rekening houdend met juridische, technische en ethische aspecten. Robotisering en Artificial Intelligence Ook BsGW volgt de ontwikkelingen op het gebied van Kunstmatige Intelligentie oftewel Artificial Intelligence (AI) met bovengemiddelde belangstelling. Generatieve AI is een specifieke vorm van AI. Het helpt mensen, bedrijven en organisaties bij het genereren van bijvoorbeeld tekst, beeld en audio. ChatGPT is het meest sprekende voorbeeld. Generatieve AI heeft grote impact op de maatschappij en samenleving en daarmee op de overheid en in het verlengde daarvan samenwerkingsverbanden, zoals BsGW. Enerzijds biedt generatieve AI kansen, bijvoorbeeld om beter met burgers te communiceren (kwaliteit), om processen te verbeteren (efficiency) en om de toenemende krapte op de arbeidsmarkt mede het hoofd te bieden. Anderzijds maken ook partijen als ncnp-bedrijven intensief gebruik van generatieve AI, met dien verstande dat voor hen niet geldt dat er sprake moet zijn van proven technology.

Het oneigenlijk gebruik van AI door derden in relatie tot dataveiligheid vergt niet alleen kennis, maar ook (extra) financiële investeringen. De overheidsbrede visie op generatieve AI biedt in dit kader houvast door: samen te werken met alle stakeholders, de snelle ontwikkelingen op het gebied van AI nauwgezet te volgen, passende wet- en regelgeving te ontwikkelen, het vergroten van kennis en kunde en als overheid zelf veilig te experimenteren met generatieve AI. Door sterk toezicht op AI met handhaving waar nodig kan Nederland vooraan staan bij de onvermijdelijke veranderingen in onze samenleving. BsGW mag om moverende redenen niet voorop lopen. Het is vooral zaak om tijdig en op de juiste wijze aan te haken. Wettelijk gezien is een en ander geregeld in de AI-verordening. De AI-verordening is een Europese wet, die regels stelt voor de ontwikkeling en het gebruik van AI-systemen. AI zal naar de toekomst toe meer en meer worden ingezet, ook op het gebied van informatiebeveiliging. Des te belangrijker het verantwoord gebruik van AI, waaronder AI-geletterdheid van medewerkers. Informatiebeveiliging & Privacy Het is voor BsGW van cruciaal belang dat de continuïteit van de informatie en de informatievoorziening is gewaarborgd. Eventuele gevolgen van beveiligingsincidenten dienen tot een acceptabel niveau te worden beperkt.

BsGW monitort dit niet alleen zelf intern op naleving, maar laat ook externe audits en onderzoeken uitvoeren. Informatiebeveiliging krijgt ook steeds meer en extra aandacht van de externe accountant. Een van de beheersmaatregelen is uiteraard het voldoen aan Europese en (daaruit voortvloeiende) nationale wet- en regelgeving omtrent informatiebeveiliging. Europese Network and Information Security (NIS2) Om de cyberbeveiliging en weerbaarheid van essentiële diensten in de EU-lidstaten te verbeteren werden in 2016 de Europese Network and Information Security (NIS)-richtlijnen geïntroduceerd: een Europees kader voor de beveiliging van netwerk- en informatiesystemen, die van algemeen belang zijn voor de openbare veiligheid. In Nederland werd de NIS-regelgeving vertaald naar de Wet beveiliging netwerk- en informatiesystemen voor digitale dienstverleners (Wbni). Door de toegenomen onrust in de wereld (zoals COVID, Oekraïne, cyberdreigingen) en de nieuwe technologische ontwikkelingen voldeed de NIS en daarmee ook de Wbni niet langer. Vandaar de komst van de NIS2. Op 17 oktober 2024 is de NIS2-richtlijn in werking getreden. Nederland streeft ernaar om in het voorjaar van 2026 zowel de NIS2 als de Cyberbeveiligingswet geïmplementeerd te hebben in wet- en regelgeving.

Begroting BsGW 2027 en meerjarenraming 2028-2031

pagina 17 van 59

Concreet betekent dit voor overheidsorganisaties, en dus ook BsGW, het volgende: • Risicogestuurde informatiebeveiliging • Strengere meldplicht • Zorgplicht: Meer focus op preventie • Handhaving door toezichthouders zal meer proactief gaan plaatsvinden • Potentiële persoonlijke aansprakelijkheid bestuurders • Registratieplicht Baseline Informatiebeveiliging Overheid (BIO) De zorgplicht uit de cyberbeveiligingswet bestaat feitelijk uit het voldoen aan de Baseline Informatiebeveiliging Overheid (BIO), die sinds 1 januari 2020 van kracht is. De BIO geldt als normenkader voor alle overheden en verving de afzonderlijke baselines informatieveiligheid voor gemeenten, Rijk, waterschappen en provincies. Met de komst van de BIO kwam er een eenduidige en herkenbare stevige basis voor een veilige digitale overheid. Overheidsbreed wordt aan de opvolger van de BIO gewerkt, BIO2 genaamd. BIO2 volgt op de evaluatie van de huidige BIO en geeft tevens invulling aan eisen vanuit de nieuwe Europese Network and Information Security (NIS2) richtlijn. Het ontwerp voor de BIO2 is ontwikkeld in samenwerking met gemeenten, provincies, waterschappen en de Rijksoverheid Op 23 september 2025 heeft het Overheidsbreed Beleidsoverleg Digitale Overheid (OBDO) de Baseline Informatiebeveiliging Overheid versie 2 (BIO2) vastgesteld.

Vertaling door BsGW Naast de reeds door BsGW ingezette maatregelen om de risico’s op het gebied van veiligheidsincidenten te mitigeren, zal de komende periode gewerkt worden om te voldoen aan de eisen van de NIS2 en de BIO2. Zo is de update van het bedrijfscontinuïteitsplan van BsGW nagenoeg afgerond. In de volgende fase wordt gestart met het periodiek simuleren van en oefenen met diverse scenario’s. Een Bedrijfsimpactanalyse (BIA) maakt hier onderdeel van uit. Op basis van de uitkomsten van de simulaties en oefensessies wordt het continuïteitsplan actueel gehouden. Tenzij de implementatie van de NIS2 en de BIO2 aantoonbaar een onevenredig beslag legt op de middelen (zowel formatief als financieel) worden de meerkosten binnen de begroting van BsGW opgevangen. Wet toekomst pensioenen Op 1 juli 2023 trad de Wet toekomst pensioenen (Wtp) in werking. Het doel van deze wet is om het pensioenstelsel te moderniseren en aan te passen aan veranderende en economische omstandigheden. De pensioenfondsen moeten uiterlijk op 1 januari 2028 overgestapt zijn naar de nieuwe regels voor pensioen. ABP gaat al met ingang van 1 januari 2027 volgens de nieuwe regels werken. Onvoorziene omstandigheden daargelaten heeft de Wet toekomst pensioenen geen financiële gevolgen voor de begroting 2027 (en verdere jaren).

BTW problematiek huidig pensioenstelsel De gerechtshoven Arnhem en Leeuwarden deden eind 2025 een tweetal uitspraken in hoger beroepzaken tussen pensioenfondsen en de Belastingdienst. De rechter oordeelde dat de pensioenfondsen btw in rekening moeten brengen over de totale maandelijkse pensioenpremies. Als de uitspraak in stand blijft, heeft dit financiële gevolgen voor werkgevers die de btw niet mogen aftrekken. Dat zou betekenen dat pensioen duurder wordt. De staatssecretaris van Financiën geeft onder verwijzing naar een tegengestelde uitspraak in eenzelfde situatie uit 2023 dat pensioenuitvoering als btw-vrijgestelde dienst moet worden aangemerkt zolang de

Begroting BsGW 2027 en meerjarenraming 2028-2031

pagina 18 van 59

Hoge Raad geen uitspraak heeft gedaan. BsGW houdt verdere berichtgeving en ontwikkelingen in de gaten. In het vernieuwde pensioenstelsel speelt deze problematiek niet meer. Het eventuele financiële risico betreft 2026 en wellicht 2027 indien ABP onverhoopt op de uiterlijke datum van 1 januari 2028 overgaat.

4.4 Producten van dienstverlening BsGW heeft haar processen uitgedrukt in drie producten van dienstverlening: 1. Heffen 2. Waarderen 3. Innen Heffen Kern van het product Heffen is het beheer en onderhoud van de basisgegevens belastingen en vastgoed van alle deelnemers. Aangezien de kwaliteit van de basisgegevens bepalend is voor de kwaliteit van de andere primaire processen, worden de basisgegevens continu actueel gehouden. Dit gebeurt hoofdzakelijk via geautomatiseerde verwerkingen. Er is permanente aandacht voor bestandsbeheer en reguliere, structurele controles op de juistheid en volledigheid van de basisgegevens. Binnen de randvoorwaarden van betrouwbare en actuele basisgegevens worden aanslagen met een zo vroeg mogelijke dagtekening opgelegd. Er worden per belastingplichtige zoveel mogelijk aanslagregels belastingen van gemeente(n) en heffingen van waterschap(pen) gecombineerd op één biljet. Waarderen Het product Waarderen heeft tot doel het waarderen van alle onroerende zaken van de gemeentelijke opdrachtgever, conform de Wet Waardering Onroerende Zaken. Onder waarderen wordt de jaarlijkse (modelmatige) waardebepaling, de herwaardering als gevolg van bezwaar- en beroepsprocedures en de marktanalyse woningen en niet-woningen verstaan. Het resultaat van de waardering dient te voldoen aan de kwaliteitseisen die de Waarderingskamer hieraan stelt.

Innen Het product Innen omvat het tijdig, volledig en efficiënt invorderen van opgelegde aanslagen gericht op een goed betalingsgedrag, een actueel en strak openstaand postenbeheer en een zo vroeg mogelijke ontvangstdatum, als ook de afhandeling van kwijtscheldingsverzoeken. Daarnaast behelst dit product het tijdig

afdragen

van de

ontvangsten, conform de

met

opdrachtgevers overeengekomen

afdrachtenprognoses. Intern kent BsGW nog twee ondersteunende afdelingen: -

Klantzaken

-

Ondersteuning & Ontwikkeling

Klantzaken Klantzaken is verantwoordelijk voor registratie van alle contacten die via de verschillende contactkanalen binnenkomen. Daarnaast beantwoordt Klantzaken alle verzoeken om informatie, reacties tegen de kosten van aanmaningen en dwangbevelen, treft Klantzaken betalingsregelingen en boekt bezwaarschriften in. Ook het accountmanagement met onze opdrachtgevers is bij Klantzaken ondergebracht.

Begroting BsGW 2027 en meerjarenraming 2028-2031

pagina 19 van 59

Ondersteuning & Ontwikkeling Het product Ondersteuning & Ontwikkeling heeft betrekking op de algemene activiteiten die een indirect verband hebben met de operationele uitvoering van de primaire hoofdprocessen heffen, innen, waarderen en klantzaken. Het gaat hierbij vooral om activiteiten op het gebied van ICT, HRM, bestuursondersteuning, algemene (fiscaal)-juridische aangelegenheden, Planning & Control, staf Control, algemeen management en directievoering. Deze activiteiten worden veelal uitgevoerd ter ondersteuning van de activiteiten die verricht moeten worden om de primaire taken van de dienstverlening uit te voeren. Hiermee vallen ook de huisvesting en overige facilitaire zaken onder de kosten van dit product. De kosten van de activiteiten die vallen onder Ondersteuning & Ontwikkeling voldoen aan de definitie Overhead conform BBV: alle kosten die samenhangen met de sturing en ondersteuning van de medewerkers in het primaire proces. De overheadkosten van BsGW bedragen voor 2027 € 11.854.027, -.

Begroting BsGW 2027 en meerjarenraming 2028-2031

pagina 20 van 59

4.5 Paragrafen 4.5.1 Lokale heffingen De paragraaf lokale heffingen is niet van toepassing voor BsGW. 4.5.2 Weerstandsvermogen en risicobeheersing Weerstandsvermogen Het weerstandsvermogen bestaat uit de middelen waarover BsGW kan beschikken om niet begrote kosten te dekken plus de financiële gevolgen op te kunnen vangen van bedrijfsvoeringsrisico’s waarvoor geen maatregelen zijn of kunnen worden getroffen. Bestuurlijk is de voorkeur uitgesproken het weerstandsvermogen van BsGW zo bescheiden mogelijk, doch wel realistisch, te laten zijn. Operationele risico’s moeten door BsGW zelf kunnen worden opgevangen, zonder te hoeven terugvallen op de deelnemers. Het benodigde weerstandsvermogen is conform besluitvorming gebaseerd op een, bij de oprichting, bepaalde methode van risicoanalyse. De founding fathers - Waterschap Limburg en de gemeente Venlo - hebben het weerstandsvermogen in 2011 opgebouwd door een bodemstorting van € 385 duizend. Een en ander is vastgelegd in het bestuursdocument van Conquaestor en als zodanig vastgesteld door de founding fathers. Eventuele verhoging van het weerstandsvermogen zal door alle deelnemers in BsGW gedragen dienen te worden.

Het aanhouden van een weerstandsvermogen voorkomt dat elke financiële tegenvaller dwingt tot directe begrotingsmaatregelen zoals bezuinigingen en het aanpassen van het vastgestelde beleidskader en de daaruit voortvloeiende productdoelstellingen. Fluctuaties in de jaarlijkse bijdragen van de deelnemers aan BsGW kunnen hiermee worden voorkomen. Voor

het

beleidsmatige

kader

wordt

verwezen

naar

de

‘Kadernota

risicomanagement

en

weerstandsvermogen BsGW’ (AB 24-3-2022). De

risicoanalyse

wordt

elk

jaar

uitgevoerd

zodat

bepaald

kan

worden

of

het

gestorte

weerstandsvermogen toereikend is. Hierin is voor elk van de risico’s de kans dat het zich voordoet realistisch ingeschat en worden de gevolgen benoemd met daarbij de omvang van de financiële impact. Door het treffen van effectieve beheersmaatregelen, kan BsGW de financiële gevolgen hiervan terugbrengen. Het geïdentificeerde risico na het nemen van de beheersmaatregelen (het restrisico) leidt tot een berekend weerstandsvermogen. Zie ook bijlage 7: Risicoanalyse. Risico’s met betrekking tot de belastingopbrengsten behoren niet tot de bedrijfsrisico’s van BsGW. Ratio weerstandsvermogen De verhouding tussen de niet afgedekte risico’s en het aanwezige weerstandsvermogen wordt weergegeven in de ratio weerstandsvermogen. De ratio weerstandsvermogen wordt berekend door het beschikbare weerstandsvermogen te delen door het benodigde weerstandsvermogen op basis van het risicoprofiel. Deze ratio is een stuurmiddel. Een ratio lager dan 1,0 duidt op een kwetsbare financiële positie, omdat de capaciteit niet voldoende is om de geïdentificeerde risico’s af te dekken. Het berekend weerstandsvermogen is voor de voorliggende ontwerpbegroting berekend op € 1,19 miljoen. Het aanwezige weerstandsvermogen vóór bestemming van het jaarrekeningresultaat 2025 bedraagt € 998 duizend. De ratio komt hiermee uit op 0,84.

Deze ratio valt binnen de bandbreedte van 0,8 en 1,4 waardoor er geen aanleiding bestaat het weerstandsvermogen aan te passen. Het verschil tussen het aanwezige en het benodigde weerstandsvermogen bedraagt € 192 duizend.

Begroting BsGW 2027 en meerjarenraming 2028-2031

pagina 21 van 59

Financiële kengetallen Op grond van het wijzigingsbesluit BBV is een aantal financiële kengetallen verplicht voorgeschreven. Hiervan zijn drie financiële kengetallen relevant voor BsGW, zoals in onderstaande tabel weergegeven: Kengetallen

JR2023

JR2024

B2025

B2026

B2027

B2028

B2029

B2030

Netto schuldquote

1,6%

-25,8%

-8,7%

-10,2%

-11,1%

-11,8%

-12,4%

-8,8%

Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen

1,6%

-25,8%

-8,7%

-10,2%

-11,1%

-11,8%

-12,4%

-8,8%

Solvabiliteitsrisico

-31,6%

31,1%

24,5%

28,5%

32,5%

35,2%

37,7%

30,2%

Grondexploitatie

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

Structurele exploitatieruimte

-7,8%

23,6%

0,0%

0,0%

0,0%

0,0%

0,0%

0,0%

Belastingcapaciteit

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

De cijfers in bovenstaande tabel betreft de stand ultimo 2024 (jaarrekening) en wordt aangevuld met de realisatiecijfers 2025 zodra de cijfers door de accountant zijn gecontroleerd. De netto schuldquote weerspiegelt het niveau van de schuldenlast ten opzichte van de eigen middelen. Een laag percentage is gunstig. De VNG adviseert om 130% als maximumnorm te hanteren en daarboven de schuld af te bouwen. Als gemeenschappelijke regeling, die middels bijdragen van de deelnemers haar exploitatie financiert, behaalt BsGW al jaren een zeer lage netto schuldquote. Fluctuaties in de vlottende schulden en dan wel vlottende activa zijn slechts tijdelijk (bijdragen worden eerder ontvangen dan uitgaven visa versa). Hiervoor, en voor eventuele niet-reguliere activiteiten, wordt indien nodig zoveel mogelijk gebruik gemaakt van kasgeldleningen. BsGW heeft vaste schulden in de vorm van een aangetrokken lening van € 2 miljoen (per 4-12-2020, looptijd 7 jaar, lineaire aflossing) maar verstrekt geen leningen. Zij blijft ruim onder de norm en de verwachting is dat dit ook zo blijft. 4.5.3 Onderhoud kapitaalgoederen De kapitaalgoederen van BsGW bestaan uit ICT-(innovatie)projecten, grote aanschaf ICT(-licenties) en grote aanschaf en vervanging inventaris. Op deze activa wordt afgeschreven. Kleine aanschaf van inventaris en hard- en software wordt via de (begrotings)exploitatie afgehandeld.

De kaders zoals deze zijn opgesteld in de nota financieel beleid zijn hierop van toepassing. 4.5.4 Financiering De netto-exploitatiekosten van BsGW worden geheel voorgefinancierd via vaste maandelijkse bijdragen van de deelnemers. Voor de financiering van investeringen kunnen eventueel (langlopende) leningen worden aangetrokken. BsGW kan zelf leningen aangaan sinds de verzelfstandiging is geformaliseerd. Dit geldt ook voor de deelname aan het overige geldverkeer. Wet FiDO Met als doel het bevorderen van een solide financiering en kredietwaardigheid van de decentrale overheden, is per 1 januari 2001 de Wet FiDO (Financiering Decentrale Overheden) in werking getreden. Uit hoofde van deze wet is een treasurystatuut van toepassing, waarin onder andere de taken, bevoegden verantwoordelijkheden, beleid, doelstellingen en uitgangspunten omtrent de treasury functie zijn uitgewerkt.

Begroting BsGW 2027 en meerjarenraming 2028-2031

pagina 22 van 59

Verplicht dient in de begroting en de jaarrekening in de treasuryparagraaf verslag te worden gedaan van de uitvoering van het treasurybeleid, bedoeld voor het sturen en beheersen van, verantwoorden over en toezicht houden op de treasury. Treasurybeheer Het risicoprofiel van BsGW kan als laag worden gekwalificeerd. Onderkende risico’s in dit verband zijn: renterisico’s, kredietrisico’s, liquiditeitsrisico’s en, voor zover dit voorkomt, koers- en valutarisico’s. Renterisicobeheer a.

Kasgeldlimiet

Tijdelijke (exploitatie-)tekorten worden gefinancierd middels kasgeldleningen. Het renterisico op deze vlottende schuld wordt ingeperkt door het hanteren van de kasgeldlimiet: de maximaal toegestane netto korte schuld. De hoogte van de kasgeldlimiet is wettelijk bepaald op 8,2% van de totale bruto lasten (€ 28,2 miljoen) en komt daarmee voor het begrotingsjaar 2027 uit op een bedrag van € 2,3 miljoen. (Bron: art. 3 Wet Financiering decentrale overheden en art. 2 lid 1d Uitvoeringsregeling Financiering Decentrale overheden)

Ratio netto vlottende schuld / kasgeldlimiet Op basis van bovenstaande mag BsGW € 2,3 miljoen lenen via kortlopende leningen (korter dan 1 jaar). Als de kasgeldlimiet in drie achtereenvolgende kwartalen wordt overschreden, moet BsGW maatregelen nemen (zoals het aantrekken van langlopende leningen). bedragen * € 1.000,-

Kwartaal 1 Kwartaal 2 Kwartaal 3 Kwartaal 4

Gem. netto vlottende schuld (1)

4.997

4.997

4.997

4.997

Kasgeldlimiet (2)

2.283

2.283

2.283

2.283

Ratio (1)/(2)

219%

219%

219%

219%

De cijfers in bovenstaande tabel betreft de stand ultimo 2024 (jaarrekening) en wordt aangevuld met de realisatiecijfers 2025 zodra de cijfers door de accountant zijn gecontroleerd. b.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16907247/1