c. Overzicht Purmerend, wijzigingen en toelichting APV Purmerend.pdf
Tekst van het document
betrekking hebbend op: - openbare verkoping, aanbiedingen ter verkoop, verhuur of verpachting van een onroerende zaak, voor zolang zij feitelijke betekenis hebben; - het beroep, de dienst, of het bedrijf dat in of op de onroerende zaak wordt uitgeoefend of waarvoor die zaak is bestemd, zomede op naamborden; mits deze opschriften, aankondigingen of afbeeldingen gezamenlijk geen grotere oppervlakte hebben dan 0,50 m2 en geen van alle een grotere afmeting in een richting hebben dan 1 meter en mits deze opschriften, aankondigingen of afbeeldingen zijn aangebracht op of aan de onroerende zaak; d. betrekking hebbend op de naam en/of aard van in uitvoering zijnde bouwwerken en/of op de namen van degenen die bij het ontwerp en/of de uitvoering van het bouwwerk betrokken zijn, mits deze opschriften, aankondigingen of afbeeldingen zijn aangebracht op borden bij of op de in uitvoering zijnde bouwwerken zelf en niet
wordt voorzien door het Activiteitenbesluit milieubeheer.
75
verlicht zijn, zulks voor zolang zij feitelijke betekenis hebben; e. aan gebouwen en inrichtingen van openbaar vervoer, indien deze zijn aangebracht ten dienste van dat vervoer. 5. Het in het tweede lid gestelde verbod geldt voorts niet voor voorwerpen niet zijnde terrasschotten, bestemd of gebruikt tot handelsreclame, voor zover deze zich maximaal 1,20 meter buiten de opgaande gevel van het gebouw waartoe ze behoren, bevinden. 6. Het is verboden de in lid 4 en lid 5 bedoelde voorwerpen aan te brengen of te hebben op zodanige wijze dat de veiligheid van het verkeer in gevaar wordt gebracht of ernstige hinder voor de omgeving wordt veroorzaakt. 7. Een vergunning als bedoeld in het eerste, tweede en derde lid kan worden geweigerd: a. indien de reclame, hetzij op zichzelf, hetzij in verband met de omgeving, niet voldoet aan de redelijke eisen van welstand; b. in het belang van de verkeersvrijheid of -veiligheid; c. in het belang van het voorkomen of beperken van overlast voor de omgeving; d. vanwege strijd met een geldend bestemmingsplan; e. indien de reclame geen verband heeft met het in het pand gevestigde bedrijf en/of bewoning. 8.
Het in het eerste, tweede en derde lid gestelde verbod geldt voorts niet voor zover de Woningwet, op de Wet milieubeheer gebaseerde voorschriften, de Monumentenwet, de Verordening opschriften en opslag Noord-Holland of de Monumentenverordening Purmerend 1991 van toepassing zijn. n.v.t. AFDELING 5 kamperen buiten kampeerterreinen Artikel 80a begripsomschrijvingen In deze afdeling wordt onder kampeermiddel verstaan: Een onderkomen of voertuig waarvoor geen bouwvergunning in de zin van artikel 40 Woningwet is vereist, dat bestemd of opgericht is dan wel gebruikt wordt of kan worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf.
Artikel 4:16 (Vervallen) Afdeling 5. Kamperen buiten kampeerterreinen Artikel 4:17 Definitie In deze afdeling wordt onder kampeermiddel verstaan een onderkomen of voertuig waarvoor geen omgevingsvergunning voor het bouwen in de zin van artikel 2.1, eerste lid, onder a, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht is vereist, dat bestemd of opgericht is dan wel gebruikt wordt of kan worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf.
Artikel van model Apv overgenomen. Inhoudelijk ongewijzigd.
76
Artikel 80b Recreatief nachtverblijf buiten kampeerterreinen 1. Het is verboden ten behoeve van recreatief nachtverblijf kampeermiddelen te plaatsen of geplaatst te houden buiten een kampeerterrein dat als zodanig in het bestemmingsplan is bestemd of mede bestemd. 2. Het eerste lid geldt niet voor het plaatsen van kampeermiddelen voor eigen gebruik door de rechthebbende op een terrein. 3. De leden van de bij de Sportvisserij Nederland aangesloten hengelsportvereniging en - federaties die vissend overnachten aan het water zijn vrijgesteld van het in het eerste lid vervatte verbod van 1 juni tot en met 31 augustus van elk jaar. 4. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod gesteld in het eerste lid. 5. Het college kan de ontheffing weigeren in het belang van: a. de openbare orde; b. het voorkomen of beperken van overlast; c. de verkeersveiligheid of de veiligheid van personen en goederen; d. de zedelijkheid of de gezondheid; e. de bescherming van natuur en landschap; f. de bescherming van een stadsgezicht. Artikel 80c Aanwijzing kampeerplaatsen 1. Het college kan plaatsen aanwijzen waarop het verbod van artikel 80b, eerste lid niet geldt. 2. Het college kan daarbij nadere regels stellen in het belang van de gronden genoemd in artikel 80b, vierde lid (moet zijn: vijfde lid).
Hoofdstuk 5 Andere onderwerpen betreffende de huishouding van de gemeente AFDELING 1 Parkeerexcessen Artikel 81 Begripsomschrijvingen In deze afdeling wordt verstaan onder: a. de weg: de weg als bedoeld in artikel 1, eerste lid onder b, van de Wegenverkeerswet 1994; b. voertuigen: alle voertuigen als bedoeld in artikel 1, onder a1, van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, met uitzondering van kleine wagens
Artikel 4:18 Recreatief nachtverblijf buiten kampeerterreinen 1. Het is verboden ten behoeve van recreatief nachtverblijf kampeermiddelen te plaatsen of geplaatst te houden buiten een kampeerterrein dat als zodanig in het bestemmingsplan, de beheersverordening, exploitatieplan of een voorbereidingsbesluit is bestemd of mede bestemd. 2. Het verbod geldt niet voor het plaatsen van kampeermiddelen voor eigen gebruik door de rechthebbende op een terrein. 3. De leden van de bij de Sportvisserij Nederland aangesloten hengelportvereniging en- federaties die vissend overnachten aan het water zijn vrijgesteld van het verbod van 1 juni tot en met 31 augustus van elk jaar. 4. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod. 5. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de ontheffing worden geweigerd in het belang van de bescherming van: a. natuur en landschap; of b. het uiterlijk aanzien van de gemeente. 6. Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing. Artikel 4:19 Aanwijzing kampeerplaatsen 1. Het verbod van artikel 4:18, eerste lid, is niet van toepassing op door het college aangewezen plaatsen. 2. Het college kan daarbij nadere regels stellen ter bescherming van de belangen genoemd in artikel 4:18, vijfde lid. Hoofdstuk 5.
Andere onderwerpen betreffende de huishouding van de gemeente Afdeling 1. Parkeerexcessen en stopverbod Artikel 5:1 (Vervallen)
Het eerste lid is aangevuld en het vierde lid is anders geformuleerd.
Kleine tekstuele wijziging, inhoudelijk ongewijzigd.
Dit artikel is komen te vervallen, omdat de definities in het nieuwe artikel 1:1 zijn opgenomen.
77
zoals: kruiwagens, kinderwagens en rolstoelen; c. parkeren: het laten stilstaan van een voertuig, anders dan gedurende de tijd die nodig is voor en gebruikt wordt tot het onmiddellijk in- of uitstappen van passagiers of voor het onmiddellijk laden en lossen van goederen; d. Voertuigwrak: een voertuig dat rijtechnisch in onvoldoende staat van onderhoud en tevens in een kennelijk verwaarloosde toestand verkeert. Artikel 82 Parkeren van voertuigen van autobedrijf e.d. 1. Het is degene die er zijn bedrijf, nevenbedrijf dan wel een gewoonte van maakt voertuigen te stallen, te herstellen, te slopen, te verhuren of te verhandelen, verboden drie of meer voertuigen die hem toebehoren of zijn toevertrouwd, op de weg te parkeren. 2. Onder verhuren als bedoeld in het eerste lid wordt mede verstaan: a. het gebruiken van een voertuig voor het geven van lessen; b. het gebruiken van een voertuig voor het vervoeren van personen tegen betaling. 3. Tot de voertuigen bedoeld in het eerste lid worden niet gerekend voertuigen waaraan herstel- of onderhoudswerkzaamheden worden verricht die in totaal niet langer dan een uur vergen, zulks gedurende de tijd die nodig is voor en gebruikt wordt voor deze werkzaamheden 4. Het college kan van het in het eerste lid gestelde verbod ontheffing verlenen. 5. Paragraaf 4.1.3.3.
van de Algemene wet bestuursrecht is van toepassing op een aanvraag voor een ontheffing als bedoeld in het vierde lid.
Artikel 83 Te koop aanbieden van voertuigen 1. Het is verboden op door het college aangewezen wegen of weggedeelten een voertuig te parkeren met het kennelijke doel het te koop aan te bieden of te verhandelen. 2. Het college kan van dit verbod ontheffing verlenen.
Artikel 5:2 Voertuigen van autobedrijf en dergelijke 1. Onder verhuren als bedoeld in dit artikel wordt mede verstaan: a. het gebruiken van een voertuig voor het geven van lessen; of b. het gebruiken van een voertuig voor het vervoeren van personen tegen betaling. 2. Tot de voertuigen als bedoeld in dit artikel worden niet gerekend: a. voertuigen waaraan herstel- of onderhoudswerkzaamheden worden verricht die in totaal niet meer dan een uur vergen, en dit gedurende de tijd die nodig is en gebruikt wordt voor deze werkzaamheden; of b. voertuigen voor persoonlijk gebruik van de in het derde lid bedoelde persoon. 3. Het is degene die er zijn bedrijf, nevenbedrijf dan wel een gewoonte van maakt voertuigen te stallen, te herstellen, te slopen, te verhuren of te verhandelen, verboden: a. drie of meer voertuigen die hem toebehoren of zijn toevertrouwd, op de weg te parkeren binnen een cirkel met een straal van 25 meter met als middelpunt een van deze voertuigen; b. de weg als werkplaats voor voertuigen te gebruiken. 4. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod. 5. Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing. Artikel 5:3 Te koop aanbieden van voertuigen 1.
Het is verboden op een door het college aangewezen plaats een voertuig te parkeren met het kennelijke doel het te koop aan te bieden of te verhandelen. 2. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod.
Artikel van model Apv overgenomen. Hierdoor zijn enkele tekstuele wijzigingen doorgevoerd en zijn enkele zaken nieuw. De afstandseis genoemd in lid 3 onder a is op 25 meter gesteld. Deze afstand wordt ook in diverse andere gemeenten gehanteerd.
Artikel van model Apv overgenomen.
78
3. Paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht is van toepassing op een aanvraag voor een ontheffing als bedoeld in het tweede lid. Artikel 84 Defecte voertuigen Het is verboden een voertuig waarmee als gevolg van andere dan eenvoudig te verhelpen gebreken niet kan of mag worden gereden, langer dan drie opeenvolgende dagen op de weg te parkeren. Artikel 85 Voertuigwrakken 1. Het is verboden een voertuigwrak op de weg of op een vanaf de weg zichtbare plaats te plaatsen of te hebben. 2. Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor zover de Wet milieubeheer van toepassing is.
Artikel 86 Caravans e.d. 1. Het is verboden een woonwagen, kampeerwagen, caravan, camper of ander dergelijk voertuig dat voor de recreatie dan wel anderszins uitsluitend of mede voor andere dan verkeersdoeleinden wordt gebezigd op de weg te plaatsen of te hebben langer dan op: a. drie achtereenvolgende dagen in de periode van 1 november tot 1 maart; b. acht achtereenvolgende dagen in de periode van 1 maart tot 1 november. 2. Het is verboden een magazijnwagen, aanhangwagen, keetwagen of ander dergelijk voertuig dat uitsluitend of mede voor andere dan verkeersdoeleinden wordt gebezigd op de weg te parkeren langer dan op drie achtereenvolgende dagen. 3. Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste en tweede lid gestelde verbod. 4. Het in het eerste en tweede lid gestelde verbod geldt niet voor zover de Verordening Opschriften en opslag Noord-Holland of de Caravan- en tentenverordening Noord-Holland van toepassing zijn. 5. Paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht is van toepassing op een aanvraag voor een ontheffing als bedoeld in het derde lid.
3. Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing. Artikel 5:4 Defecte voertuigen Het is verboden een voertuig waarmee als gevolg van andere dan eenvoudig te verhelpen gebreken niet kan of mag worden gereden, langer dan drie achtereenvolgende dagen op de weg te parkeren. Artikel 5:5 Voertuigwrakken 1. Het is verboden een voertuig dat rijtechnisch in onvoldoende staat van onderhoud en tevens in een kennelijk verwaarloosde toestand verkeert op de weg te parkeren. 2. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet milieubeheer. Artikel 5:6 Kampeermiddelen en andere voertuigen 1. Het is verboden een woonwagen, kampeerwagen, caravan, camper of dergelijk voertuig dat voor recreatie of anderszins uitsluitend of mede voor andere dan verkeersdoeleinden wordt gebruikt op de weg te plaatsen of te hebben langer dan : a. drie achtereenvolgende dagen in de periode van 1 november tot 1 maart; b. acht achtereenvolgende dagen in de periode van 1 maart tot 1 november. 2. Het is verboden een magazijnwagen, aanhangwagen, keetwagen of ander dergelijk voertuig dat uitsluitend of mede voor andere dan verkeersdoeleinden wordt gebruikt op de weg te plaatsen of te hebben langer dan gedurende drie achtereenvolgende dagen. 3.
Het is verboden de voertuigen bedoeld in het eerste en tweede lid te plaatsen of te hebben op door het college aan te wijzen plaatsen waar het naar zijn oordeel schadelijk is voor het aanzien van de gemeente. 4. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod. 5. Het eerste en tweede lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door het Provinciaal wegenreglement Noord-Holland of de Landschapsverordening NoordHolland.
Ongewijzigd.
Artikel van model Apv overgenomen.
Er is voor gekozen om het oude artikel 86 over te nemen en te actualiseren. Dit systeem, met de data genoemd in het eerste lid, wijkt af van het artikel van de model Apv. Dit geldt ook voor het tweede lid. Dit lid komt niet voor in de model Apv. Het systeem van Purmerend wordt als vollediger en juister geacht dan de model Apv. Het derde lid is wel ontleend van de model Apv, kwam al voor in de Apv van Beemster, en is vanwege de harmonisatie nu ook in de Apv van Purmerend opgenomen.
79
Artikel 87 Parkeren van reclamevoertuigen 1. Het is verboden een voertuig dat is voorzien van een aanduiding van handelsreclame, op de weg te parkeren met het kennelijk doel om daarmee handelsreclame te maken. 2. Het college kan van dit verbod ontheffing verlenen. 3. Paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht is van toepassing op een aanvraag voor een ontheffing als bedoeld in het tweede lid. Artikel 88 Parkeren van grote voertuigen 1. Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van de lading, een lengte heeft van meer dan 6 meter of een hoogte van meer dan 2,4 meter te parkeren op een door het college aangewezen plaats, waar naar zijn oordeel schadelijk is voor het uiterlijk aanzien van de gemeente. 2. Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van de lading, een lengte heeft van meer dan 6 meter te parkeren op een door het collge aangewezen weg, waar dit parkeren naar zijn oordeel buitensporig is met het oog op de verdeling van beschikbare parkeerruimte. 3. Het in het tweede lid gestelde verbod geldt niet op werkdagen van maandag tot en met vrijdag, dagelijks van 08.00 uur tot 18.00 uur. 4. Het college kan van de in het eerste en tweede lid gestelde verboden ontheffing verlenen. 5. Paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht is van toepassing op een aanvraag voor een ontheffing als bedoeld in het vierde lid.
Artikel 89 Parkeren van uitzicht belemmerende voertuigen 1. Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van de lading, een lengte heeft van meer dan 6 meter of een hoogte van meer dan 2,4 meter, op de weg te parkeren
6. Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing. Artikel 5:7 Reclamevoertuigen 1. Het is verboden een voertuig dat is voorzien van een aanduiding van handelsreclame op de weg te parkeren met het kennelijk doel om daarmee handelsreclame te maken. 2. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod. 3. Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing. Artikel 5:8 Grote voertuigen 1. Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van de lading, een lengte heeft van meer dan 6 meter of een hoogte van meer dan 2,4 meter te parkeren op een door het college aangewezen plaats, waar dit naar zijn oordeel schadelijk is voor het uiterlijk aanzien van de gemeente. 2. Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van de lading, een lengte heeft van meer dan 6 meter te parkeren op een door het college aangewezen weg, waar dit naar zijn oordeel buitensporig is met het oog op de verdeling van beschikbare parkeerruimte. 3.
Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing op campers, kampeerauto’s, caravans en kampeerwagens, voor zover deze voertuigen niet langer dan drie (lid 1 sub a) respectievelijk 8 (lid 1 sub b) achtereenvolgende dagen op de weg worden geplaatst of gehouden. 4. Het tweede lid is voorts niet van toepassing op werkdagen van maandag tot en met vrijdag, dagelijks van 08.00 tot 18.00 uur. 5. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod. 6. Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing. Artikel 5:9 Uitzichtbelemmerende voertuigen 1. Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van lading, een lengte heeft van meer dan 6 meter of een hoogte van meer dan 2,4
Artikel van model Apv overgenomen. Het nieuwe artikel is inhoudelijk ongewijzigd.
Artikel van model Apv overgenomen. Hierdoor is het derde lid nieuw toegevoegd. Het artikel is verder inhoudelijk ongewijzigd.
Artikel van model Apv overgenomen. Het artikel is inhoudelijk ongewijzigd.
80
bij een voor bewoning of ander dagelijks gebruik bestemd gebouw op zodanige wijze dat daardoor het uitzicht van bewoners of gebruikers vanuit dat gebouw op hinderlijke wijze wordt belemmerd of hun anderszins hinder of overlast wordt aangedaan. 2. Dit verbod geldt niet gedurende de tijd die nodig is voor en gebruikt wordt voor het uitvoeren van werkzaamheden waarvoor de aanwezigheid van het voertuig ter plaatse noodzakelijk is. Artikel 90 Parkeren van voertuigen met stankverspreidende stoffen 1. het is verboden een voertuig met stankverspreidende stoffen daar te parkeren waar bewoners of gebruikers van nabijgelegen gebouwen of terreinen daarvan hinder of overlast kunnen vinden. 2. Dit verbod geldt niet voorzover de Wet milieubeheer van toepassing is. n.v.t.
Artikel 90a Aantasting groenvoorzieningen door voertuigen en paarden 1. Het is verboden met een voertuig, fiets, bromfiets of paard te rijden door dan wel deze te doen of te laten staan in een park, plantsoen, speelweide of bos of een van gemeentewege aangelegde beplanting of groenstrook. 2. Het in het eerste lid gestelde verbod is niet van toepassing op: a. wegen, zoals bedoeld in artikel 81 onder a; b. voertuigen, fietsen, bromfietsen of paarden die nodig zijn en gebruikt worden ter uitvoering van taken en werkzaamheden door of vanwege de overheid. c. voertuigen waarme standplaats wordt of is ingenomen op terreinen die mede of uitsluitend voor dit doel zijn bestemd.
meter, op de weg te parkeren bij een voor bewoning of ander dagelijks gebruik bestemd gebouw op zodanige wijze dat daardoor het uitzicht van bewoners of gebruikers vanuit dat gebouw op hinderlijke wijze wordt belemmerd of hen anderszins hinder of overlast wordt aangedaan. 2. Het verbod is niet van toepassing gedurende de tijd die nodig is en gebruikt wordt voor het uitvoeren van werkzaamheden waarvoor de aanwezigheid van het voertuig ter plaatse noodzakelijk is. Dit artikel komt niet (meer) voor in de model Apv en is daarom komen te vervallen.
Artikel 5:10 Parkeren of laten stilstaan van voertuigen anders dan op de rijbaan 1. Het is verboden een voertuig te parkeren op een door het college aangewezen, niet tot de rijbaan behorend weggedeelte. 2. Het verbod is niet van toepassing op voertuigen die worden gebruikt voor werkzaamheden in opdracht van een bestuursorgaan of openbaar lichaam. Artikel 5:11 Aantasting groenvoorzieningen door voertuigen 1. Het is verboden een voertuig te parkeren of te laten stilstaan op een door het college aangewezen, niet tot de rijbaan behorend weggedeelte. 2. Dit verbod is niet van toepassing op: a. de weg; b. voertuigen die worden gebruikt voor werkzaamheden in opdracht van een bestuursorgaan of openbaar lichaam; c. voertuigen waarmee standplaats wordt of is ingenomen op terreinen die voor dit doel zijn bestemd. 3. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod. 4. Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
Artikel van model Apv overgenomen. Dit artikel is nieuw voor Purmerend.
Artikel van model Apv overgenomen. Het artikel is hierdoor anders geformuleerd en het vierde lid is komen te vervallen.
81
3. Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid gestelde verbod. 4. Paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht is van toepassing op een aanvraag voor een ontheffing als bedoeld in het derde lid. n.v.t.
AFDELING 2 Collecteren, standplaatsen en snuffelmarkten Artikel 91 Inzameling van geld of zaak 1. Het is verboden zonder vergunning van het college een openbare inzameling van geld of zaken te houden of daartoe een intekenlijst aan te bieden. 2. Onder een inzameling van geld of zaken, bedoeld in het eerste lid, wordt mede verstaan het bij het aanbieden van zaken, waartoe ook worden gerekend geschreven of gedrukte stukken, dan wel bij het aanbieden van diensten aanvaarden van geld of zaken, indien daarbij te kennen wordt gegeven of de indruk wordt gewekt dat de opbrengst geheel of ten dele voor een liefdadig of ideëel doel is bestemd. 3. Paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht is van toepassing op een aanvraag voor een vergunning als bedoeld in het eerste lid.
Artikel 5:12 Overlast van fietsen of bromfietsen 1. Het is verboden op door het college in het belang van het uiterlijk aanzien van de gemeente, ter voorkoming of opheffing van overlast of ter voorkoming van schade aan de openbare gezondheid aangewezen plaatsen fietsen of bromfietsen onbeheerd buiten de daarvoor bestemde ruimten of plaatsen te laten staan. 2. Het is verboden op door het college aangewezen plaatsen fietsen of bromfietsen langer dan een door het college vastgestelde periode onafgebroken te laten staan. 3. Het is verboden fietsen of bromfietsen, die rijtechnisch in onvoldoende staat van onderhoud en in een verwaarloosde toestand verkeren op de weg te laten staan.
Artikel van model Apv overgenomen. Dit artikel, en dan het eerste lid, kwam al voor in Beemster, en is vanwege de harmonisatie ook in de Apv van Purmerend opgenomen. Overigens heeft handhaving aangegeven behoefte te hebben aan dit nieuwe artikel. Reden hiervoor is dat handhaving relatief veel meldingen ontvangt over zogenaamde fietswrakken en weesfietsen en er behoefte is aan een grondslag om deze fietsen te kunnen verwijderen. De fietswrakken vielen onder artikel 85 en vallen in de toekomst onder artikel 5:5. De weesfietsen zijn vaak geen fietswrakken, maar eerder een onbeheerd in de openbare ruimte achtergelaten voertuig. De weesfietsen vallen onder dit nieuwe artikel 5:12 en zodoende is er een grondslag om deze fietsen te kunnen verwijderen.
Afdeling 2. Collecteren Artikel 5:13 Inzameling van geld of goederen of leden- of donateurwerving 1. Het is verboden zonder vergunning van het college een openbare inzameling van geld of goederen te houden of daartoe een intekenlijst aan te bieden, dan wel in het openbaar leden of donateurs te werven als daarbij te kennen wordt gegeven of de indruk wordt gewekt dat de opbrengst geheel of ten dele voor een liefdadig of ideëel doel is bestemd. 2. Onder een inzameling als bedoeld in het eerste lid wordt mede verstaan het aanvaarden van geld of goederen bij het aanbieden van diensten of goederen, waartoe ook worden gerekend geschreven of gedrukte stukken, als daarbij te kennen wordt gegeven of de indruk wordt gewekt dat de opbrengst geheel of ten dele voor een liefdadig of ideëel doel is bestemd. 3. Het verbod geldt niet voor: a. een inzameling of werving die in besloten kring wordt gehouden;
Artikel van model Apv overgenomen. Hierdoor valt ledenof donateurswerving voortaan ook onder dit artikel. Daarnaast is een belangrijke wijziging dat het college voortaan jaarlijks een collecte- en wervingsrooster (van het CBF) vaststelt. De activiteiten die voorkomen op de lijst zijn vergunningsvrij. Overigens zal het ‘Beleid inzake geldinzamelingen Purmerend 2017’, welk beleid een uitwerking is van het Apv artikel, op deze wijzigingen worden aangepast. De aanpassing van dit beleid volgt direct nadat de nieuwe Apv in werking is getreden.
82
n.v.t.
n.v.t.
Artikel 92 Venten Venters zijn verplicht gedurende de tijd dat zij zaken te koop aanbieden of verkopen, op een duidelijk zichtbare plaats aan hun verkoopgelegenheid een bord te hebben, dan wel bij het ontbreken van een dergelijke gelegenheid op hun kleding een badge te dragen, waarop duidelijk leesbaar hun voorletters, naam, adres en woonplaats zijn aangegeven.
b. door een instelling die is ingedeeld in het door het college voor het betreffende kalenderjaar vastgestelde collecte- en wervingsrooster, mits de inzameling of werving overeenkomstig dat collecte- en wervingsrooster en met inachtneming van de door het college gegeven voorwaarden voorschriften plaatsvindt; of c. door een andere, door het college aangewezen instelling. 4. Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing. Afdeling 3. Venten
Artikel 5:14 Definitie 1. In deze afdeling wordt onder venten verstaan het in de uitoefening van de ambulante handel te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel diensten op een openbare en in de open lucht gelegen plaats of aan huis. 2. Onder venten wordt niet verstaan: a. het aan huis afleveren van goederen in het kader van de exploitatie van een winkel als bedoeld in artikel 1 van de Winkeltijdenwet; b. het te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel het aanbieden van diensten op jaarmarkten en markten als bedoeld in artikel 160, eerste lid, aanhef en onder g, van de Gemeentewet of artikel 5:22; c. het te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel het aanbieden van diensten op een standplaats als bedoeld in artikel 5:17. Artikel 5:15 Ventverbod 1. Het is verboden te venten op door het college aangewezen openbare plaatsen, dagen of uren. 2. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod. 3. Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing. 4. Het verbod is niet van toepassing op:
Deze afdeling volgt uit de model Apv. De afdeling kwam al voor in Beemster en is vanwege de harmonisatie ook in de Apv van Purmerend opgenomen. Dit artikel volgt uit de model Apv. Dit artikel kwam al voor in Beemster en is vanwege de harmonisatie ook in de Apv van Purmerend opgenomen.
Er is, mede op advies van handhaving, voor gekozen om het artikel van de model Apv over te nemen. Dit houdt in dat in Purmerend voortaan een ventverbod geldt op door het college aangewezen plaatsen, dagen of uren. In de Apv van Beemster kwam al een ventverbod voor, al was dit verbod anders geformuleerd dan het model, namelijk een algemeen ventverbod als de openbare orde in gevaar komt en een verbod om
83
a. situaties waarin wordt voorzien door artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994; b. het venten met gedrukte of geschreven stukken waarin gedachten en gevoelens worden geopenbaard.
n.v.t. n.v.t.
n.v.t.
Artikel 93 Standplaatsen; uitstallingen op de weg 1. Het is verboden zonder vergunning van het college op of aan de weg of aan een openbaar water dan wel op een andere - al dan niet met enige beperking - voor publiek toegankelijke plaats: a. met een voertuig, een kraam, een tafel of enig ander middel een standplaats in te nemen of te hebben teneinde in de uitoefening van de handel zaken te koop aan te bieden dan wel diensten aan te bieden; b. anderszins zaken uit te stallen of uitgestald te hebben om deze te
Artikel 5:16 (Vervallen) Afdeling 4. Standplaatsen
Artikel 5:17 Definitie 1. In deze afdeling wordt onder standplaats verstaan het vanaf een vaste plaats op een openbare en in de openlucht gelegen plaats te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel diensten, gebruikmakend van fysieke middelen, zoals een kraam, een wagen of een tafel. 2. Onder standplaats wordt niet verstaan: a. een vaste plaats op een jaarmarkt of markt als bedoeld in artikel 160, eerste lid, aanhef en onder g, van de Gemeentewet; b. een vaste plaats op een evenement als bedoeld in artikel 2:24. Artikel 5:18 Standplaatsvergunning en weigeringsgronden 1. Het is verboden zonder vergunning van het college een standplaats in te nemen of te hebben. 2. Het college weigert de vergunning wegens strijd met een geldend bestemmingsplan, beheersverordening, exploitatieplan of voorbereidingsbesluit. 3. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de vergunning worden geweigerd als: a. de standplaats hetzij op zichzelf, hetzij in verband met de omgeving
te venten op zondag en in de avonduren. Zoals gezegd is handhaving voorstander van een ventverbod met ontheffingsmogelijkheid. Dit geeft de gemeente niet enkel een extra handvat om op te treden tegen het verkopen van lachgas (venten), maar wij merken ook dat we bij het behandelen van andere zaken aanlopen tegen het feit dat iedereen in Purmerend, zonder vergunning, mag venten en we daar bij overlast niet tegen kunnen optreden. Door een ventverbod op te nemen in de Apv is hier wel een grondslag voor. Deze afdeling volgt uit de model Apv. De afdeling kwam al voor in Beemster en is vanwege de harmonisatie ook in de Apv van Purmerend opgenomen. Overigens wijkt de inhoud van deze afdeling af van de artikelen van Purmerend. Dit komt omdat de model Apv is afgestemd op de Dienstenrichtlijn. Dit artikel volgt uit de model Apv. Dit artikel kwam al voor in Beemster en is vanwege de harmonisatie ook in de Apv van Purmerend opgenomen.
Artikel van model Apv overgenomen. Het nieuwe artikel is hierdoor behoorlijk vereenvoudigd. In de kern is het nog steeds verboden om zonder vergunning een standplaats in te nemen.
84
koop aan te bieden, te verkopen of te verstrekken aan publiek. 2. Het in het eerste lid, onder b, gestelde verbod geldt niet ten aanzien van het uitgestald hebben van gedrukte of geschreven stukken waarin gedachten of gevoelens worden geopenbaard als bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de Grondwet. 3. Het is verboden gedrukte of geschreven stukken waarin gedachten of gevoelens worden geopenbaard als bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de Grondwet uit te stallen of uitgestald te hebben om deze te koop aan te bieden, te verkopen of te verstrekken aan het publiek, indien deze stukken door hun omvang, vormgeving of constructie schade toebrengen aan de weg, gevaar opleveren voor de bruikbaarheid van de weg of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan, dan wel een belemmering vormen voor het doelmatig beheer en onderhoud van de weg. 4. Een vergunning als bedoeld in het eerste lid kan worden geweigerd: a. in het belang van de openbare orde of -veiligheid; b. in het belang van het voorkomen of beperken van overlast; c. in het belang van de bescherming van het uiterlijk aanzien van de omgeving; d. in het belang van de verkeersvrijheid of -veiligheid; e.
wanneer als gevolg van bijzondere omstandigheden in de gemeente of in een deel van de gemeente redelijkerwijs te verwachten is dat door het verlenen van de vergunning een redelijk verzorgingsniveau voor de consument ter plaatse in gevaar komt; f. vanwege de grootte of het uiterlijk aanzien van het middel. 5. Het college houdt de beslissing op een aanvraag voor een standplaatsvergunning aan, indien de aanvraag tevens een Wetmilieubeheerplichtige activiteit betreft en indien geen toepassing kan worden gegeven aan het vierde lid, tot de dag waarop de beslissing over de Wet milieubeheervergunningaanvraag is genomen. 6. Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor zover de Wet milieubeheer, de Woningwet, de Wet beheer rijkswaterstaatswerken, het Provinciaal wegenreglement, de
niet voldoet aan redelijke eisen van welstand; of b. een kwantitatieve of territoriale beperking als gevolg van bijzondere omstandigheden in de gemeente of in een deel van de gemeente noodzakelijk is in verband met een dwingende reden van algemeen belang. 4. Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
85
Marktverordening Purmerend 1997 of de artikelen 94 of 112 van toepassing zijn. 7. Paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht is van toepassing op een aanvraag voor een vergunning als bedoeld in het eerste lid. n.v.t.
n.v.t.
n.v.t. n.v.t.
n.v.t.
Artikel 94 Snuffelmarkten 1. Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester: a. in of op een - al dan niet met enige beperking - voor het publiek toegankelijk gebouw of plaats een markt te organiseren of toe te laten, waar ter plaatse aanwezige zaken worden verhandeld; b. toe te laten, te bevorderen of er gelegenheid toe te geven, dat in of op een - al dan niet met enige beperking - voor publiek toegankelijk gebouw of plaats met een kraam, een tafel of enig ander dergelijk middel standplaats wordt
Artikel 5:19 Toestemming rechthebbende Het is de rechthebbende op een perceel verboden toe te staan dat daarop zonder vergunning van het college standplaats wordt of is ingenomen. Artikel 5:20 Afbakeningsbepalingen 1. Artikel 5:18, eerste lid, is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet milieubeheer, de Wet beheer rijkswaterstaatswerken of het Provinciaal wegenreglement Noord-Holland. 2. De weigeringsgrond van artikel 5:18, derde lid, onder a, is niet van toepassing op bouwwerken. Artikel 5:21 (Vervallen) Afdeling 5. Snuffelmarkten
Artikel 5:22 Definitie 1. In deze afdeling wordt onder snuffelmarkt verstaan een markt in een voor het publiek toegankelijk gebouw waar hoofdzakelijk tweedehands en incourante goederen worden verhandeld of diensten worden aangeboden vanaf standplaatsen. 2. Onder snuffelmarkt wordt niet verstaan: a. een markt of jaarmarkt als bedoeld in artikel 160, eerste lid, aanhef en onder g, van de Gemeentewet; b. een evenement als bedoeld in artikel 2:24. Artikel 5:23 Organiseren van een snuffelmarkt 1. Het is verboden een snuffelmarkt te organiseren: a. wegens strijd met een geldend bestemmingsplan, beheersverordening, exploitatieplan of voorbereidingsbesluit; b. als de burgemeester het organiseren van de snuffelmarkt verboden heeft in het belang van de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu; of
Dit artikel volgt uit de model Apv. Dit artikel kwam al voor in Beemster en is vanwege de harmonisatie ook in de Apv van Purmerend opgenomen. Dit artikel volgt uit de model Apv. Dit artikel kwam al voor in Beemster en is vanwege de harmonisatie ook in de Apv van Purmerend opgenomen.
Deze afdeling volgt uit de model Apv. De afdeling kwam al voor in Beemster en is vanwege de harmonisatie ook in de Apv van Purmerend opgenomen. Dit artikel volgt uit de model Apv. Dit artikel kwam al voor in Beemster en is vanwege de harmonisatie ook in de Apv van Purmerend opgenomen.
Tussen Purmerend en Beemster bestond een verschil in werkwijze ten aanzien van dit artikel. In Purmerend werkte men met een vergunningstelsel (zie artikel 94) en in Beemster met een meldingsplicht. Dit verschil is geharmoniseerd. Voor zowel Purmerend als Beemster is gekozen om een meldingsplicht te hanteren. Reden hiervoor is dat men in de praktijk heeft gemerkt dat een vergunningplicht voor het organiseren van een snuffelmarkt in bepaalde gevallen overbodig is. Denk hierbij aan het organiseren
86
of is ingenomen om zaken aan publiek aan te bieden, te verkopen of te verstrekken. 2. Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor ruimten die uitsluitend geheel en voortdurend dan wel nagenoeg geheel en voortdurend in gebruik zijn als winkel in de zin van de Winkeltijdenwet. 3. Een vergunning als bedoeld in het eerste lid kan worden geweigerd: a. in het belang van de openbare orde of -veiligheid; b. in het belang van het voorkomen of beperken van overlast voor de omgeving; c. in het belang van de bescherming van het uiterlijk aanzien van de omgeving; d. in het belang van de verkeersvrijheid en -veiligheid; e. in het belang van een krachtens de Gemeentewet ingestelde markt. 4. Paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht is van toepassing op een aanvraag voor een vergunning als bedoeld in het eerste lid.
AFDELING 3 Openbaar water n.v.t.
c. als degene die voornemens is een snuffelmarkt te organiseren daarvan niet tevoren melding heeft gedaan. 2. De organisator doet de melding als bedoeld in het eerste lid, onder c, binnen 8 weken voorafgaand aan de snuffelmarkt met vermelding van: a. naam en adres van de organisator; b. adres van het gebouw waar de snuffelmarkt gehouden wordt; c. de dagen en tijdstippen waarop de snuffelmarkt wordt gehouden; d. de frequentie van het houden van de snuffelmarkt; e. het soort van goederen en diensten dat wordt aangeboden en verhandeld; f. het aantal standplaatsen; en g. het te verwachten aantal bezoekers. 3. De snuffelmarkt kan worden gehouden als de burgemeester niet binnen 4 weken na ontvangst van de melding heeft beslist dat het organiseren van de snuffelmarkt wordt verboden in het belang van de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu. De burgemeester geeft daarvan binnen 4 weken na ontvangst van de melding aan de organisator met opgaaf van redenen bericht. 4. Het verbod geldt niet voor ruimten die uitsluitend dan wel nagenoeg geheel en voortdurend in gebruik zijn als winkel in de zin van de Winkeltijdenwet. Afdeling 6. Openbaar water Artikel 5:24 Voorwerpen op, in of boven openbaar water 1.
Het is verboden een voorwerp, niet zijnde een vaartuig of een omgevingsvergunningplichtig voorwerp, op, in of boven openbaar water te plaatsen, aan te brengen of te hebben, als dit door zijn omvang of vormgeving, constructie of plaats van bevestiging gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van het openbaar water of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan dan wel een belemmering vormt voor het doelmatig beheer en onderhoud van het openbaar water. 2. Degene die voornemens is een voorwerp met een permanent karakter, niet zijnde een omgevingsvergunningplichtig voorwerp, op, in of boven openbaar water te plaatsen, doet daarvan uiterlijk twee weken
van een rommelmarkt in een sporthal. In de meeste gevallen laat het bestemmingsplan en het gebruik van de sporthal het organiseren van een rommelmarkt toe. Daarom kan een meldingsplicht volstaan. En bij een meldingsplicht is er nog altijd de mogelijkheid om de snuffelmarkt eventueel te verbieden of samen met de aanvrager aanpassingen te doen. Er kan dus nog steeds maatwerk worden geleverd. De termijnen genoemd in het tweede en derde lid volgen uit de Apv van Beemster. Het betreft hier overigens variant 2 (meldingsplicht) van de model Apv.
Dit artikel volgt uit de model Apv. Dit artikel kwam al voor in Beemster en is vanwege de harmonisatie ook in de Apv van Purmerend opgenomen. In aanvulling op het artikel van de model Apv is aan lid 1 en 2 toegevoegd dat deze regels geen betrekking hebben op omgevingsvergunningplichtige voorwerpen. Op grond van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) is bijvoorbeeld een aanlegsteiger vaak omgevingsvergunningplichtig en in dat kader vindt al een intensieve toets plaats. Om te voorkomen dat men dan naast de (eventueel al afgegeven) omgevingsvergunning ook nog een melding op grond van de Apv moet indienen zijn de beide zinsneden aan het artikel toegevoegd.
87
Artikel 95 Ligplaats woonschepen 1. Het is verboden zonder vergunning van het college met een woonschip een ligplaats in te nemen of te hebben dan wel een ligplaats voor een woonschip beschikbaar te stellen op daartoe door het college aangewezen gedeelten van het openbaar water. 2. Het is verboden met een woonschip een ligplaats in te nemen of te hebben dan wel een ligplaats voor een woonschip beschikbaar te stellen op andere dan in het eerste lid bedoelde gedeelten van openbaar water. 3. Een vergunning als bedoeld in het eerste lid kan worden geweigerd in het belang van: - de openbare orde van veiligheid; - de bescherming van de volksgezondheid; - de bescherming van de milieuhygiëne; - de bescherming van het uiterlijk aanzien van de gemeente. 4. Het college kan aan het innemen, hebben of beschikbaar stellen van een ligplaats met, dan wel voor een woonschip zoals bedoeld in het eerste lid, beperkingen stellen naar soort, afmeting en aantal woonschepen. 5. Het in het eerste en tweede lid bepaalde geldt niet voor zover de Wet milieubeheer, het Binnenvaartpolitiereglement, de Wet beheer rijkswaterstaatswerken of de Woonschepenverordening van de Provincie Noord-Holland van toepassing zijn. Artikel 96 Ligplaats overige vaartuigen
tevoren een melding aan het college. 3. De melding bevat in ieder geval naam, adres en contactgegevens van de melder en een beschrijving van de aard en omvang van het voorwerp. 4. Van de melding wordt kennis gegeven op de in de gemeente gebruikelijke wijze. 5. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, de Scheepvaartverkeerswet, het Binnenvaartpolitiereglement, de Wet beheer rijkswaterstaatswerken, de Waterwet, de Waterverordening Noord-Holland of het bepaalde bij of krachtens de Telecommunicatiewet. n.v.t.
Het betreft hier overigens variant 1 (meldingsplicht) van de model Apv.
Artikel 5:25 Ligplaats vaartuigen 1. Het is verboden met een vaartuig een ligplaats in te nemen
Er wordt geen onderscheid meer gemaakt tussen ‘vaartuigen’ en ‘woonschepen’. Reden hiervoor is
Dit artikel is komen te vervallen. Zie ook onderstaand.
88
1. Het is verboden met een vaartuig een ligplaats in te nemen of te hebben dan wel een ligplaats voor een vaartuig beschikbaar te stellen op door het college aangewezen gedeelten van een openbaar water. 2. Het college kan aan het innemen, hebben of beschikbaar stellen van een ligplaats met dan wel voor een vaartuig op niet krachtens het eerste lid aangewezen gedeelten van openbaar water: a. nadere regels stellen in het belang van de openbare orde, volksgezondheid,veiligheid, milieuhygiëne en het aanzien van de gemeente; b. beperkingen stellen naar soort en aantal vaartuigen. 3. Het in het eerst en tweede lid bepaalde geldt niet voor zover de Wet milieubeheer, het Binnenvaartpolitiereglement, de Wet beheer rijkswaterstaatswerken, de Provinciale Vaarwegenverordening of de Provinciale landschapsverordening van toepassing is. 4. In dit artikel wordt verstaan onder vaartuig: alle vaartuigen, daaronder mede verstaan drijvende werktuigen met uitzondering van woonschepen als bedoeld in artikel 95.
n.v.t. n.v.t. n.v.t.
of te hebben dan wel een ligplaats voor een vaartuig beschikbaar te stellen. 2. Het college kan gedeelten van het openbaar water aanwijzen waar het verbod niet geldt. 3. Het college kan aan het innemen, hebben of beschikbaar stellen van een ligplaats met dan wel voor een vaartuig op niet krachtens het tweede lid aangewezen gedeelten van openbaar water: a. nadere regels stellen in het belang van de openbare orde, volksgezondheid, veiligheid, milieuhygiëne en het uiterlijk aanzien van de gemeente; b. beperkingen stellen naar soort en aantal vaartuigen. 4. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Woningwet, de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, de Wet milieubeheer, het Binnenvaartpolitiereglement, de Waterwet, de Waterverordening Noord-Holland of de Landschapsverordening NoordHolland. 5. Het college kan aan de rechthebbende op een vaartuig aanwijzingen geven met betrekking tot het innemen, veranderen of gebruik van een ligplaats in het belang van de openbare orde, volksgezondheid, veiligheid, de milieuhygiëne en het uiterlijk aanzien van de gemeente. 6. De rechthebbende op een vaartuig is verplicht alle door het college gegeven aanwijzingen met betrekking tot het innemen, veranderen of gebruik van een ligplaats op te volgen. Artikel 5:26 (Vervallen) Artikel 5:27 (Vervallen) Artikel 5:28 Beschadigen van waterstaatswerken 1.
Het is verboden schade toe te brengen aan of veranderingen aan te brengen in de toestand van openbare wateren, havens, dijken, wallen, kaden, trekpaden, beschoeiingen, oeverbegroeiing, bruggen, zetten, duikers, pompen, waterleidingen, gordingen, aanlegpalen, stootpalen, bakens of sluizen die bij de gemeente in beheer zijn. 2. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, het
dat met betrekking tot drijvende bouwwerken in de Apv geen regels (meer) gesteld kunnen worden. Op 1 januari 2018 is de Wet verduidelijking voorschriften woonboten (Stb. 2017, 32) in werking getreden. Aanleiding voor deze wet is jurisprudentie van de Afdeling waarin zij besliste dat woonschepen bouwwerken zijn in de zin van de modelBouwverordening en waarop dus de bouwregelgeving van toepassing is (ABRvS 16 april 2014, ECLI:NL:RVS:2014:1331, en 3 juni 2015, ECLI:NL:RVS:2015:1749). Door deze wet worden woonschepen en andere drijvende objecten die hoofdzakelijk worden gebruikt voor verblijf, zoals drijvende hotels en restaurants en watervilla’s, als bouwwerk aangemerkt. Voor het innemen van een ligplaats met deze drijvende bouwwerken is een omgevingsvergunning nodig. Gelet hierop is nu expliciet in het vierde lid geregeld dat het verbod niet van toepassing is op situaties waarin wordt voorzien door de Woningwet en Wabo. Verder zijn het tweede, vijfde en zesde lid nieuw toegevoegd. Op grond van het tweede lid is het innemen van een ligplaats overal verboden, tenzij. Het college kan dan de gedeelten aanwijzen waar het verbod niet geldt.
Dit artikel volgt uit de model Apv. Dit artikel kwam al voor in Beemster en is vanwege de harmonisatie ook in de Apv van Purmerend opgenomen.
89
Artikel 97 Reddingsmiddelen Het is verboden een voor het redden van drenkelingen bestemd en daartoe bij het water aangebracht voorwerp te gebruiken voor een ander doel, dan wel voor dadelijk gebruik ongeschikt te maken. n.v.t.
n.v.t.
AFDELING 4 Crossterreinen n.v.t. Artikel 98 Crossterreinen 1. Het is verboden op enig terrein, geen weg zijnde, met een motorvoertuig of een bromfiets als bedoeld in artikel 1 van het RVV 1990 een wedstrijd dan wel, ter voorbereiding van een wedstrijd, een trainings- of proefrit te houden of te doen houden dan wel daaraan deel te nemen, dan wel een motorvoertuig of een bromfiets met het kennelijke doel daartoe aanwezig te hebben. 2. Het college kan terreinen aanwijzen waarvoor het in het eerste lid gestelde verbod niet van toepassing is. Het kan daarbij regels stellen ten aanzien van het gebruik van deze terreinen: a. in het belang van het voorkomen of beperken van overlast; b. in het belang van de bescherming van het uiterlijk aanzien van de omgeving en ter
Binnenvaartpolitiereglement, de Waterwet of de Waterverordening Noord-Holland. Artikel 5:29 Reddingsmiddelen Het is verboden een voor het redden van drenkelingen bestemd en daartoe bij het water aangebracht voorwerp te gebruiken voor een ander doel dan wel voor dadelijk gebruik ongeschikt te maken. Artikel 5:30 Veiligheid op het water 1. Het is aan een ieder die zich als bader of zwemmer in het openbaar water ophoudt, verboden zich zodanig te gedragen dat het scheepvaartverkeer daarvan hinder of gevaar kan ondervinden. 2. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door het Binnenvaartpolitiereglement, de Waterwet of de Waterverordening Noord-Holland. Artikel 5:31 Overlast aan vaartuigen 1. Het is verboden zich zonder redelijk doel vast te houden aan een vaartuig in openbaar water, daarop te klimmen of zich daarop of daarin te begeven of te bevinden. 2. Het is aan degene die daartoe niet bevoegd is verboden een vaartuig, liggend in of aan een openbaar water, los te maken. Afdeling 7. Crossterreinen en gemotoriseerd en ruiterverkeer in natuurgebieden Artikel 5:31a (Vervallen) Artikel 5:32 Crossterreinen 1.
Het is verboden op enig terrein, geen weg zijnde, met een motorvoertuig of een bromfiets een wedstrijd dan wel, ter voorbereiding van een wedstrijd, een trainings- of proefrit te houden of te doen houden dan wel daaraan deel te nemen, dan wel een motorvoertuig of een bromfiets met het kennelijke doel daartoe aanwezig te hebben. 2. Het verbod is niet van toepassing op door het college aangewezen terreinen. Het college kan nadere regels stellen voor het gebruik van deze terreinen in het belang van: a. het voorkomen of beperken van overlast; b. de bescherming van het uiterlijk aanzien van de omgeving en ter bescherming van andere milieuwaarden;
Ongewijzigd.
Dit artikel volgt uit de model Apv. Dit artikel kwam al voor in Beemster en is vanwege de harmonisatie ook in de Apv van Purmerend opgenomen.
Dit artikel volgt uit de model Apv. Dit artikel kwam al voor in Beemster en is vanwege de harmonisatie ook in de Apv van Purmerend opgenomen.
Titel van deze afdeling geactualiseerd conform model Apv. Het artikel is geactualiseerd. Het eerste en derde lid wijken af van het artikel van de model Apv. Er is namelijk voor gekozen om twee situaties te reguleren. Enerzijds crossen in wedstrijdverband (lid 1) en anderzijds crossen op enig terrein buiten wedstrijdverband (lid 3). Crossen mag zolang er geen (geluid)hinder wordt veroorzaakt.
90
bescherming van andere milieuwaarden; c. in het belang van de veiligheid van de deelnemers van de in het eerste lid bedoelde wedstrijden en ritten en/of van het publiek. 3. Voor de toepassing van het eerste lid wordt onder weg verstaan hetgeen artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994 daaronder verstaat. 4. Het in dit artikel bepaalde geldt niet voor zover de Wet milieubeheer of het Besluit geluidsproductie sportmotoren van toepassing zijn.
n.v.t.
c. de veiligheid van de deelnemers van de in het eerste lid bedoelde wedstrijden en ritten of van het publiek. 3. Het is verboden op enig terrein, geen weg zijnde, met een motorvoertuig of een bromfiets te crossen buiten wedstrijdverband als dat crossen voor een omwonende of overigens voor de omgeving (geluid)hinder veroorzaakt. 4. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, het Besluit omgevingsrecht, de Zondagswet of het Besluit geluidproductie sportmotoren. Artikel 5:33 Beperking verkeer in natuurgebieden 1. Het is verboden binnen voor publiek toegankelijke natuurgebieden, parken, plantsoenen of voor recreatief gebruik beschikbare terreinen te rijden of zich te bevinden met een motorvoertuig, een bromfiets, een fiets of een paard. 2. Het verbod is niet van toepassing op door het college aangewezen terreinen. Het college kan nadere regels stellen voor het gebruik van deze terreinen in het belang van: a. het voorkomen van overlast; b. de bescherming van natuur- of milieuwaarden; c. de veiligheid van het publiek. 3. Het verbod is niet van toepassing op motorvoertuigen, bromfietsen, fietsen en paarden: a.
ten dienste van politie, brandweer en geneeskundige hulpverlening en van andere krachtens artikel 29, eerste lid, van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 door de bevoegde minister aangewezen hulpverleningsdiensten; b. die worden gebruikt in verband met beheer, onderhoud of exploitatie van de terreinen als in het eerste lid bedoeld; c. die worden gebruikt in verband met werken die krachtens wettelijk voorschrift moeten worden uitgevoerd; d. van de zakelijk gerechtigden, huurders en pachters van percelen die gelegen zijn binnen de terreinen als in het eerste lid bedoeld; e. voor het verkeer ten behoeve van bezoek en van de verzorging
Artikel van model Apv overgenomen. Dit artikel is nieuw voor Purmerend.
91
AFDELING 5 Verbod vuur te stoken Artikel 99 Verbod vuur te stoken 1. Het is verboden in de openlucht vuur aan te leggen, te stoken of te hebben. 2. Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid gestelde verbod. 3. De ontheffing, bedoeld in het tweede lid, kan worden geweigerd: a. in het belang van de openbare orde en veiligheid; b. ter bescherming van de woonen leefomgeving c. ter bescherming van de flora en fauna; d. ter voorkoming van hinder of nadelige beïnvloeding van het milieu door rook, roet, stof, walm of stank. 4. Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voorzover: a. op de Wet milieubeheer gebaseerde voorschriften van toepassing zijn; b. de Provinciale milieuverordening hierover een regeling bevat; c. artikel 429, aanhef en onder 1 of 3, Wetboek van strafrecht van toepassing is; of d. het betreft verlichting door middel van kaarsen, fakkels en dergelijke of het betreft vuur voor koken, bakken en braden, indien dat geen gevaar oplevert voor de omgeving. 5. Paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht is van toepassing op een aanvraag voor een ontheffing als bedoeld in het tweede lid.
van de onder d bedoelde personen. 4. Het verbod is voorts niet van toepassing: a. op wegen die gelegen zijn binnen de in het eerste lid bedoelde gebieden of terreinen; b. binnen de bij of krachtens de provinciale milieuverordening Noord-Holland aangewezen stiltegebieden ten aanzien van motorrijtuigen die bij of krachtens die verordening zijn aangewezen als toestel. 5. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod. 6. Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing. Afdeling 8. Vuurverbod Artikel 5:34 Verbod afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen of anderszins vuur te stoken 1. Het is verboden in de openlucht afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen in de zin van de Wet milieubeheer of anderszins vuur aan te leggen, te stoken of te hebben. 2. Mits geen sprake is van gevaar, overlast of hinder voor de omgeving, is het verbod niet van toepassing op: a. verlichting door middel van kaarsen, fakkels en dergelijke; b. sfeervuren zoals terrashaarden en vuurkorven, voor zover geen afvalstoffen worden verbrand; c. vuur voor koken, bakken en braden. 3. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod. 4. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de ontheffing worden geweigerd ter bescherming van de flora en fauna. 5.
Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door artikel 429, aanhef en onder 1˚ of 3˚, van het Wetboek van Strafrecht of de Provinciale milieuverordening Noord-Holland. 6. Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
Artikel geactualiseerd conform model Apv. Hierdoor geldt nu ook een verbod om afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen in de zin van de Wet milieubeheer.
92
n.v.t.
Afdeling 9 Detectieverbod
n.v.t.
Artikel 5:35 Detectieverbod 1. Het is verboden zich op door het college aan te wijzen gebieden van het grondgebied van de gemeente te bevinden met een metaaldetector, met het kennelijke doel die detector voor opgravingwerkzaamheden te gebruiken. 2.Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid gestelde verbod met inachtneming dat de openbare orde en/of veiligheid van anderen niet in gevaar wordt gebracht. 3.Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op degene aan wie ingevolge artikel 5.2 van de Erfgoedwet een certificaat voor het uitvoeren van een opgraving is verstrekt. 4. Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op een persoon of organisatie die voldoet aan de bij ministeriële regeling gestelde eisen van vakbekwaamheid op het niveau van opruimer explosieven. 5. Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing. n.v.t.
AFDELING 6 Lijkbezorging
Artikel 101 Begripsomschrijving Vervallen. Artikel 102 Openstelling begraafplaatsen Vervallen. Artikel 103 Tijden van begraven en cremeren Vervallen. Artikel 104 Vergunning grafbedekking Vervallen. Artikel 105 Onderhoud door de rechthebbende Vervallen. Artikel 106 Ruiming, bezorging van overblijfselen en as Vervallen. Artikel 107 Aanwijzingen Vervallen. Artikel 108 Hinder of overlast Vervallen. AFDELING 7 Naamgeving en nummering
Deze afdeling komt niet voor in de model Apv. Zie onderstaand voor een toelichting. Metaaldetectie is toegestaan tot 30 cm onder het maaiveld. In delen van de gemeente Purmerend en Beemster zijn een aantal gebieden met een hoge archeologische waarde waar de archeologische waarden zich direct onder het maaiveld bevinden. Om deze archeologische waarden te beschermen en het schatgraven tegen te gaan wordt het wenselijk geacht om een verbod op metaaldetectie in de Apv op te nemen en het college de bevoegdheid te verlenen gebieden aan te wijzen waar het verbod geldt.
Deze afdeling komt niet meer voor in de model Apv. Dit is nu geregeld in de Beheersverordening begraafplaatsen.
n.v.t.
n.v.t.
Deze artikelen worden opgenomen in de Verordening naamgeving openbare ruimte (het voorstel is in de maak).
93
Artikel 109 Gedoogplicht aanduidingen 1. Indien het college het nodig oordeelt dat borden met een wijkof buurtaanduiding, borden met straatnamen, daarbij behorende onderschriften daaronder begrepen, huisnummers en verwijsborden aan een bouwwerk, gebouw, muur, paal, schutting of een nader soort terreinafscheiding worden aangebracht, is de rechthebbende verplicht toe te laten dat de hier bedoelde borden overeenkomstig de aanwijzingen van het college worden aangebracht, onderhouden, gewijzigd of verwijderd. 2. De rechthebbende dient er zorg voor te dragen dat de in het eerste lid genoemde borden vanaf de openbare weg duidelijk zichtbaar blijven. Artikel 110 Verwijdering e.d. aanduidingen 1. Het is aan degene die daartoe niet bevoegd is verboden enige aanduiding als bedoeld in artikel 109, eerste lid, te verwijderen, wijzigen, beschadigen, verplaatsen of onleesbaar te maken. 2. Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voor de rechthebbende op een bouwwerk die met inachtneming van het door het college huisnummer de aanduiding hiervan in afwijkende vorm aanbrengt. Het college kan ter zake nadere regels stellen. 3. Het in het eerste lid bepaalde geldt voorts niet voor zover het Wetboek van Strafrecht van toepassing is. AFDELING 9 Woonvoertuigen
n.v.t.
Artikel 114 Plaatsen van woonvoertuigen 1. Het is verboden een voertuig waarin gewoond wordt, op de weg dan wel op een vanaf de weg zichtbare plaats, te plaatsen dan wel geplaatst te houden. 2. Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor: a. woonwagens op standplaatsen als bedoeld in de Verordening Woonwagenstandplaatsen; b. zover het desbetreffende bestemmingsplan het aldaar parkeren van een dergelijk voertuig reeds verbiedt. 3. Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid gestelde verbod. 4. Een ontheffing als bedoeld in het derde lid kan worden geweigerd:
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
Deze afdeling komt niet meer voor in de model Apv.
94
a. in het belang van de verkeersvrijheid en -veiligheid; b. in het belang van de openbare orde, - veiligheid of - gezondheid; c. in het belang van het voorkomen of beperken van overlast voor de omgeving; d. in het belang van de bescherming van het uiterlijk aanzien van de omgeving. 4. Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor zover de Verordening Opschriften en opslag Noord-Holland of de Caravan- en tentenverordening Noord-Holland van toepassing zijn. Hoofdstuk 6 Straf-, overgangsen slotbepalingen Artikel 115 Strafbepaling 1. Overtreding van het bij of krachtens deze verordening bepaalde wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste drie maanden of geldboete van de tweede categorie. 2. Onverminderd het bepaalde in het eerste lid kan overtreding van het bij of krachtens deze verordening worden gestraft met openbaarmaking van de rechterlijke uitspraak.