CConstaterende datBeemster
Koppel je AI →
Document · PDF

bestemmingsplan Middenweg 84-88, toelichting en regels.pdf

Raadscommissie 16 februari 2021, gemeente BeemsterBij agendapunt: 7: Voorstel tot het vaststellen van het bestemmingsplan Middenweg 84-88.13.826 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Niet gevonden in dit document.

5.2

Planopzet en systematiek

Het voorliggende bestemmingsplan bevat een gedetailleerde eindbestemming waarmee de toekomstige invulling van het gebied is vastgelegd. Conform het nu geldende bestemmingsplan is de locatie van de gebouwen en de maximale bouw- en goothoogte per gebouw vastgelegd. Door de keuze voor deze planvorm wordt rechtszekerheid geboden voor de omgeving.

5.3

Verbeelding

De verbeelding geeft de bestemmingen van de gronden aan. In de planregels staat per bestemming en aanduiding vastgelegd wat de beperkingen en mogelijkheden van de gronden met de bestemming, zoals aangegeven op de verbeelding, zijn.

5.4

Planregels

In dit bestemmingsplan komen de volgende bestemmingen voor:  Maatschappelijk  Tuin  Water  Wonen Binnen de regels is sprake van positieve bestemmingen. Een positieve bestemming geeft een directe bouwtitel. De regels bevatten het juridisch instrumentarium voor het regelen van het gebruik van de gronden, regels omtrent de toegelaten bebouwing en regelingen betreffende het gebruik van op te richten bouwwerken. De regels zijn onderverdeeld in vier hoofdstukken. Per hoofdstuk zullen de diverse regels artikelsgewijs worden besproken. Hoofdstuk 1 Inleidende regels Dit zijn de inleidende bepalingen van de regels.  Artikel 1: Begrippen

DNS Planvorming BV

25/47

geeft de betekenis aan een aantal in de regels voorkomende begrippen. Hierdoor wordt de interpretatie van de begrippen vastgelegd, waardoor de duidelijkheid wordt vergroot.

 Artikel 2: Wijze van meten geeft aan hoe bepaalde maten dienen te worden berekend. Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels In het bestemmingsplan komt de volgende bestemming voor:

 Artikel 3: Maatschappelijk Binnen deze bestemming zijn maatschappelijke voorzieningen toegestaan. Dit betreft voorzieningen inzake welzijn, volksgezondheid, cultuur, religie, sport, onderwijs, openbare orde en veiligheid en daarmee gelijk te stellen sectoren. Ten behoeve van deze bestemming zijn maximaal 7 woningen toegestaan. Tevens is specifiek aangegeven dat ateliers met ondergeschikte detailhandel en beroep- en bedrijfsuitoefening aan huis zijn toegestaan. In afwijking van de gebruiksregels kan omgevingsvergunning worden verleend voor een bed & breakfast.  Artikel 4: Tuin De bestemming ‘Tuin’ is opgenomen voor de voortuin en een groot deel van de zijtuin van de voormalige pastoriewoning (Middenweg 88). Op of in gronden met de bestemming ‘Tuin’ mag niet worden gebouwd met uitzondering van bouwwerken, geen gebouwen zijnde.  Artikel 5: Water De bestemming ‘Water’ is opgenomen voor de bestaande waterlopen in het plangebied. Op of in gronden met de bestemming ‘Water’ mag niet worden gebouwd met uitzondering van bouwwerken, geen gebouwen zijnde.  Artikel 6: Wonen De voormalige pastoriewoning en een deel van het bijbehorende erf heeft in dit bestemmingsplan de bestemming ‘Wonen’. De gronden zijn bestemd voor wonen, als dan niet in combinatie met een beroeps- of bedrijfsuitoefening aan huis.

Binnen het bouwvlak is een aanduiding ‘karakteristiek’ opgenomen ten behoeve van het behoud van de karakteristiek van het bouwwerk. De huidige goothoogte, bouwhoogte, nokrichting, dakvorm, dakhelling, gevelindeling en grondoppervlakte van het hoofdgebouw dient gehandhaafd te blijven.  Artikel 7: Waarde – Cultuurhistorie (dubbelbestemming) De waarde van het Beemster cultuurlandschap en het aanwezige cultuurhistorisch waardevolle bebouwings-ensemble wordt met dit artikel beschermd. Op de gronden mag ten behoeve van de onderliggende bestemming alleen worden gebouwd met in acht name van aanwezige cultuurhistorische en landschappelijke waarden. Hoofdstuk 3 Algemene regels Deze artikelen bevatten algemene regels die op de bestemmingen van toepassing zijn. De diverse artikelen zullen hieronder kort worden toegelicht.

 Artikel 8: Antidubbeltelregel Op grond van de antidubbeltelregel is bepaald dat grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing blijft (artikel 3.2.4 Bro). Deze bepaling voorkomt dat er meer kan worden gebouwd dan wenselijk is indien een kavel wordt gesplitst en op grond daarvan een nieuw bouwperceel ontstaat. Elk bouwperceel heeft immers in principe recht op een bepaalde hoeveelheid bebouwing.  Artikel 9: Algemene gebruiksregels Met deze regels is het verboden de in het plan opgenomen gronden en gebouwen te gebruiken voor doeleinden waarin het plan niet voorziet.

DNS Planvorming BV

26/47

 Artikel 10: Algemene afwijkingsregels Met deze bepaling kan middels een omgevingsvergunning worden afgeweken van de regels ten aanzien van het bouwen van gebouwen ten behoeve van het overschrijden van bepalingen inzake goothoogte, hoogte, oppervlakte en inhoud van bouwwerken. Onder deze algemene afwijkingsregels is tevens een regeling opgenomen voor vervangende bouw. Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels Dit hoofdstuk bevat de laatste bepalingen van de bestemmingsregels. Hieronder worden de verschillende artikelen toegelicht.

 Artikel 11: Overgangsregels Het overgangsrecht is tweeledig en heeft betrekking op bouwwerken en gebruik. In dit artikel staan de overgangsregels voor bestaande bouwwerken en bestaande gebruiksactiviteiten die afwijken van het bestemmingsplan.  Artikel 12: Slotregel Dit artikel geeft de naam en datum van het bestemmingsplan aan. 5.5

Handhaafbaarheid

Met handhaving wil de gemeente bereiken dat:  het bestemmingsplan wordt nageleefd;  overtredingen snel worden gesignaleerd;  tegen overtredingen van bestemmingsplanregels met succes kan worden opgetreden. Een belangrijke voorwaarde voor adequaat handhavingsbeleid is dat de bedoeling van de regelgeving duidelijk uit het bestemmingsplan blijkt. Dit vraagt om heldere, leesbare en eenduidig te interpreteren planregels. Ook moet het plan actueel zijn en gebaseerd op een goed gedocumenteerde uitgangssituatie. Alleen dan kunnen eventuele strijdige bebouwings- en gebruiksvormen worden geconstateerd en effectief worden bestreden. Naast de eisen die handhaving stelt aan de juridische opzet van het bestemmingsplan, zullen maatregelen van financiële, organisatorische en communicatieve aard ertoe bijdragen dat handhaving van regelgeving een wezenlijke uitvoeringstaak van de gemeente is.

DNS Planvorming BV

27/47

6

Financiële uitvoerbaarheid

Ingevolge artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) dient er in het kader van het bestemmingsplan een onderzoek te worden gedaan naar de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid van het plan. In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de financiële haalbaarheid van het plan. De maatschappelijke aspecten worden in hoofdstuk 7 toegelicht. In artikel 6.12 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) is voorgeschreven dat de gemeenteraad een exploitatieplan vaststelt voor de gronden waarop een bouwplan is voorgenomen. In artikel 6.2.1 van het Besluit ruimtelijke ordening is de definitie van bouwplan gegeven, waarbij het onderhavige plan als bouwplan kan worden aangemerkt. Met het tweede lid van artikel 6.12 Wro kan worden afgeweken van de plicht een exploitatieplan vast te stellen, mits het verhaal van kosten anderszins is verzekerd. De gemeente Beemster heeft in het kader van de ontwikkeling en realisatie van het gebied een anterieure overeenkomst met de initiatiefnemer gesloten. Om deze reden is een exploitatieplan niet nodig. De gemeente acht deze partij in staat om de kosten voor ontwikkeling van het plan te dragen. De kosten voor het bouwplan alsmede de plankosten worden gedragen door de initiatiefnemer. De financiering vindt deels plaats door middel van beschikbare subsidies.

Op grond van het bovenstaande wordt de financiële uitvoerbaarheid van het plan voldoende gewaarborgd.

DNS Planvorming BV

28/47

7

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

7.1

Overleg

Ingevolge artikel 3.1.1 Besluit ruimtelijke ordening (Bro), dienen burgemeester en wethouders overleg te plegen met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen en met die diensten van provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. In verband hiermee is het concept ontwerp bestemmingsplan voorgelegd aan de provincie Noord-Holland en Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier (HHNK). De provincie Noord-Holland heeft geen aanleiding gezien om te reageren of opmerkingen te maken. HHNK heeft een overlegreactie gestuurd. Deze is hieronder samengevat en beantwoord. Overlegreactie HHNK HHNK heeft geen aanvullende opmerkingen of aandachtspunten op de toelichting van het bestemmingsplan. Met betrekking tot de regels en verbeelding is aangegeven dat in de regels in de bestemmingsomschrijving geen water is opgenomen. Omdat water een specifieke bestemming zou moeten hebben, zijn er twee mogelijkheden: 1. de plangrenzen aanpassen tot de insteek (waar het talud van de oever begint) van de sloot te laten lopen in plaats van tot halverwege het water of: 2. al het bestaande water ook met de bestemming water op te nemen in de verbeelding en in de regels.

Reactie gemeente Het is correct dat binnen zowel de maatschappelijke bestemming en de woonbestemming een deel van een waterloop aanwezig is. Het deel van de waterloop kent in het huidige bestemmingsplan een maatschappelijke bestemming. In het bestemmingsplan Buitengebied 2012 zijn smalle waterlopen, zoals hier aanwezig, niet specifiek als Water bestemd. Naar aanleiding van de overlegreactie zijn de waterlopen in dit bestemmingsplan als Water bestemd en is in de bestemmingen Maatschappelijk, Tuin en Wonen toegevoegd dat “water en maatregelen ten behoeve van de waterhuishouding” zijn toegestaan.

7.2

Procedure

Het ontwerpbestemmingsplan heeft van 30 november 2020 tot en met 11 januari 2021 ter inzage gelegen. Het ontwerpbesluit met de relevante stukken hebben ter inzage gelegen op het gemeentehuis van de gemeente Beemster, en zijn ook op de gemeentelijke website gepubliceerd. Het ontwerpbestemmingsplan is daarbij gedurende de terinzagetermijn tevens op www.ruimtelijkeplannen.nl elektronisch beschikbaar gesteld. Gedurende de terinzagetermijn is eenieder in de gelegenheid gesteld (schriftelijk of mondeling) zienswijzen over de ontwerpbesluiten naar voren te brengen. Er zijn geen zienswijzen ontvangen. Na een beroepstermijn van zes weken na publicatie van het vastgestelde plan treedt het bestemmingsplan in werking, tenzij conform artikel 8.4 Wro een verzoek om voorlopige voorziening is gedaan bij de afdeling bestuursrechtspraak Raad van State.

DNS Planvorming BV

29/47

REGELS

DNS Planvorming BV

30/47

Hoofdstuk 1 Inleidende regels

Artikel 1 1.1

Begrippen

plan:

het bestemmingsplan ‘Middenweg 84-88, Middenbeemster’ met identificatienummer NL.IMRO.0373.2020Middenweg84-VA01 van de gemeente Beemster. 1.2

bestemmingsplan:

de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen. 1.3

aanbouw:

een gebouw met een primaire woonfunctie dat als afzonderlijke ruimte is gebouwd aan een hoofdgebouw waarmee het in directe verbinding staat, welk gebouw onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw en dat in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw. 1.4

aanduiding:

een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels, regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden. 1.5

aanduidingsgrens:

de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft. 1.6

aan huis verbonden beroep:

een dienstverlenend beroep op zakelijk, maatschappelijk, juridisch, medisch, ontwerptechnisch of kunstzinnig gebied, dat in of bij een woning wordt uitgeoefend door de gebruik(st)er, waarbij de woning in overwegende mate de woonfunctie behoudt en dat een ruimtelijke uitwerking of uitstraling heeft die met de woonfunctie in overeenstemming is. 1.7

aan huis verbonden bedrijf:

een bedrijf dat in een (gedeelte van) een woning wordt uitgeoefend en dat is gericht op het vervaardigen van producten en/of het leveren van diensten, door de gebruik(st)er van de woning, en dat niet krachtens een milieuwet vergunning- of meldingplichtig is. 1.8

achtererf:

erf achter de lijn die het hoofdgebouw doorkruist op 1 m achter de voorkant en van daaruit evenwijdig loopt met het aangrenzend openbaar toegankelijk gebied, zonder het hoofdgebouw opnieuw te doorkruisen of in het erf achter het hoofdgebouw te komen. 1.9

bebouwing:

één of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde. 1.10

bed & breakfast:

een kleinschalige vorm van verblijfsrecreatie zonder eigen kookvoorziening die zich met name richt op de trekkende toeristen, die voor één of enkele nachten een onderkomen zoeken; de indeling en invulling van de kamers is sterk afhankelijk van de bestaande bebouwing.

DNS Planvorming BV

31/47

1.11

bestemmingsgrens:

de grens van een bestemmingsvlak. 1.12

bestemmingsvlak:

een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming. 1.13

bijgebouw:

een op zichzelf staand, al dan niet vrijstaand gebouw, dat door zijn vorm onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw en dat in architectonisch en functioneel opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw; 1.14

bouwen:

het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk. 1.15

bouwgrens:

de grens van een bouwvlak. 1.16

bouwperceel:

een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten. 1.17

bouwperceelgrens:

de grens van een bouwperceel. 1.18

bouwvlak:

een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn toegelaten. 1.19

bouwwerk:

elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct of indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond. 1.20

cultuurhistorisch deskundige:

een door het bevoegd gezag aan te wijzen deskundige of commissie van deskundigen inzake cultuurhistorie. 1.21

cultuurhistorische waarde:

de aan een bouwwerk of een gebied toegekende waarde, gekenmerkt door het beeld dat is ontstaan door het gebruik dat de mens in de loop van de geschiedenis heeft gemaakt van dat bouwwerk of dat gebied; 1.22

dakkapel:

een constructie ter vergroting van een gebouw, die zich tussen de dakgoot en de nok van een dakvlak bevindt, waarbij deze constructie onder de noklijn is gelegen en de onderzijde van de constructie in het dakvlak is geplaatst. 1.23

dakoverstek:

de breedte van de dakrand (inclusief de goot) welke zich buiten de verticale projectie van de gevel bevindt.

DNS Planvorming BV

32/47

1.24

detailhandel:

het bedrijfsmatig te koop aanbieden (waaronder de uitstalling ten verkoop), verkopen, verhuren en leveren van goederen, geen motorbrandstoffen zijnde, aan personen die die goederen kopen of huren voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit, waaronder grootschalige detailhandel, volumineuze detailhandel, tuincentrum en supermarkt. 1.25

erf:

al dan niet bebouwd perceel, of een gedeelte daarvan, dat direct is gelegen bij een gebouw en dat in feitelijk opzicht is ingericht ten dienste van dat gebouw en voor zover de regels deze inrichting niet verbieden. 1.26

gebouw:

elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt. 1.27

hoofdgebouw:

een gebouw, dat op een bouwperceel door zijn constructie, afmetingen of functie als het belangrijkste bouwwerk valt aan te merken. 1.28

horeca:

het bedrijfsmatig verstrekken van ter plaatse te nuttigen voedsel en dranken, het bedrijfsmatig exploiteren van zaalaccommodatie en/of het bedrijfsmatig verstrekken van nachtverblijf, waaronder een discotheek, feestzaal en partyboerderij. 1.29

landschapswaarde:

de aan een gebied toegekende waarde met betrekking tot het waarneembare deel van de aardoppervlakte, die wordt bepaald door de herkenbaarheid en de identiteit van de onderlinge samenhang tussen levende en niet-levende natuur. 1.30

landschapsdeskundige:

een door het bevoegd gezag aan te wijzen deskundige of commissie van deskundigen inzake natuur en landschap. 1.31

maatschappelijke voorzieningen:

voorzieningen inzake welzijn, volksgezondheid, cultuur, religie, sport, onderwijs, openbare orde en veiligheid en daarmee gelijk te stellen sectoren; 1.32

nutsvoorzieningen:

voorzieningen ten behoeve van het openbare nut, zoals transformatorhuisjes, gasreduceerstations, schakelhuisjes, duikers, bemalingsinstallaties, gemaalgebouwtjes, telefooncellen, voorzieningen ten behoeve van (ondergrondse) afvalinzameling en apparatuur voor telecommunicatie. 1.33

overig bouwwerk:

een bouwkundige constructie van enige omvang, geen pand zijnde, die direct en duurzaam met de aarde is verbonden. 1.34

overkapping:

een bouwwerk, geen gebouw zijnde, voorzien van een gesloten dak en met aan ten hoogste één zijde een gesloten wand. 1.35

peil:

a. voor een bouwwerk, waarvan de hoofdtoegang direct aan de weg grenst: de hoogte van de weg ter plaatse van die hoofdtoegang; b. voor een bouwwerk, waarvan de hoofdtoegang niet direct aan de weg grenst: de hoogte van het terrein ter hoogte van die hoofdtoegang bij voltooiing van de bouw;

DNS Planvorming BV

33/47

c.

indien in of op het water wordt gebouwd: de hoogte van het terrein ter plaatse van het meest nabij gelegen punt waar het water grenst aan het vaste land.

1.36

perceelsgrens:

de grens van een bouwperceel. 1.37

prostitutie:

het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding. 1.38

rijksmonument:

beschermd monument als bedoeld in de Erfgoedwet dat van algemeen belang is wegens de schoonheid, de betekenis voor de wetenschap of de cultuurhistorische waarde. 1.39

seksinrichting:

een voor het publiek toegankelijke besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in de omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht of vertoningen van erotische/pornografische aard plaatsvinden, waaronder in ieder geval worden verstaan een prostitutiebedrijf, een erotische massagesalon, een seksbioscoop, een seksautomatenhal, een sekstheater of een parenclub, al dan niet in combinatie met elkaar. 1.40

uitbouw:

een gebouw met een primaire woonfunctie dat als vergroting van een bestaande ruimte is gebouwd aan een hoofdgebouw, welk gebouw door de vorm onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw en dat in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw; 1.41

voorgevel:

de gevel van het hoofdgebouw die door zijn aard, functie, constructie of uitstraling als belangrijkste gevel kan worden aangemerkt. 1.42

woning:

een complex van ruimten, uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden.

DNS Planvorming BV

34/47

Artikel 2

Wijze van meten

Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1

de afstand tot de zijdelingse perceelgrens:

De kortste afstand van het verticale vlak in de zijdelingse perceelsgrens tot enig punt van het op dat bouwperceel voorkomende bouwwerk. 2.2

dakhelling:

langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak. 2.3

de goothoogte van een bouwwerk:

vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel. 2.4

de bouwhoogte van een bouwwerk:

vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen. 2.5

de inhoud van een bouwwerk:

tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen. 2.6

breedte en diepte van een bouwwerk:

tussen de buitenwerkse gevelvlakken of het hart van scheidingsmuren. 2.7

de oppervlakte van een bouwwerk:

tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk. 2.8

meten:

bij toepassing van deze regels wordt gemeten tot of vanuit het hart van een lijn op de (digitale) verbeelding. Bij de toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen worden ondergeschikte bouwdelen, als plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, schoorstenen, gevelen kroonlijsten, luifels, erkers, balkons en overstekende daken buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding van bouw- of bestemmingsgrenzen niet meer dan 0,5 m bedraagt.

DNS Planvorming BV

35/47

Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels

Artikel 3 3.1

Maatschappelijk

Bestemmingsomschrijving

De voor ‘Maatschappelijk’ aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. maatschappelijke voorzieningen; met de daarbij behorende: b. woningen; c. kerkzaal; d. ateliers met ondergeschikte detailhandel; e. wegen en paden; f. parkeervoorzieningen; g. groenvoorzieningen; h. water en maatregelen ten behoeve van de waterhuishouding; i. erven en open terreinen; j. nutsvoorzieningen; alsmede voor: k. ter plaatse van de aanduiding ‘specifiek bouwaanduiding – rijksmonument’ voor het behoud en bescherming van rijksmonumenten. 3.2

Bouwregels

3.2.1

Algemeen

Op deze gronden mogen hoofdgebouwen, bijbehorende bouwwerken en bouwwerken, geen gebouw zijnde, worden gebouwd. 3.2.2

Hoofdgebouwen

Voor het bouwen van hoofdgebouwen gelden de volgende regels: a. er mag uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd; b. het aantal woningen mag niet meer bedragen dan ter plaatse van de aanduiding ‘maximum aantal wooneenheden’ is aangegeven; c. de goot- en bouwhoogte mag niet meer bedragen dan ter plaatse van de aanduiding 'maximum bouwhoogte (m), maximum goothoogte (m)’ is aangegeven; d. voor gronden met de aanduiding ‘specifiek bouwaanduiding – rijksmonument’ geldt dat de goot- en bouwhoogte niet meer of minder mag bedragen dan de bestaande goot- en bouwhoogte. 3.2.3 Bijbehorende bouwwerken Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken gelden de volgende regels: a. bijbehorende bouwwerken mogen uitsluitend worden gebouwd binnen het bouwvlak; b. de bouwhoogte van aan- of uitbouwen mag niet meer bedragen dan de hoogte van de eerste bouwlaag van de woning; c. de goothoogte en bouwhoogte van bijgebouwen en overkappingen mag niet meer bedragen dan respectievelijk 3 m en 6 m. 3.2.4 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen mag niet meer 2 m bedragen;

DNS Planvorming BV

36/47

b. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouw zijnde mag niet meer dan 5 m bedragen. 3.3

Specifieke gebruiksregels

3.4.1 Strijdig gebruik Tot een met de bestemming strijdig gebruik wordt in elk geval gerekend het gebruik van gronden en bouwwerken zonder de instandhouding van het bebouwingsensemble. Het bebouwingsensemble bestaat uit de gebouwen die binnen de drie bouwvlakken in de onderhavige bestemming zijn toegestaan. 3.3.2 Beroep- en bedrijfsuitoefening aan huis Een woning en de daarbij behorende bijbehorende bouwwerken op gronden als bedoeld lid 3.2.3 onder a mogen worden gebruikt voor beroeps- en bedrijfsuitoefening aan huis, mits: a. de gezamenlijke vloeroppervlakte niet meer bedraagt dan 30% van het bruto vloeroppervlakte van de betreffende woning en de bijbehorende aan-, uit- en bijgebouwen; b. het beroeps- en/of bedrijfsuitoefening aan huis betreft die niet vergunningplichtig is op grond van de Wet milieubeheer; c. het geen detailhandel of horeca betreft; d. op de bij de betreffende woning behorende gronden geen buitenopslag plaatsvindt van goederen ten behoeve van het aan huis gebonden beroep en bedrijf; e. in de omgeving van de betreffende woning geen onevenredige vergroting van de verkeersen parkeerdruk optreedt. 3.4

Afwijken van de gebruiksregels

3.4.1 Bed & breakfast a. Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen in afwijking van het bepaalde in lid 3.1 ten behoeve van een bed and breakfast, mits voldaan wordt aan de volgende regels: 1. de bed and breakfast mag uitsluitend worden gerealiseerd in een woning die permanent is en blijft bewoond door de hoofdgebruiker van het perceel en/of in de daarbij behorende bijgebouwen; 2. de bed and breakfast aan niet meer dan 8 personen gelijktijdig nachtverblijf verschaft; 3. parkeren ten behoeve van de bed and breakfast plaats heeft op eigen terrein; 4. indien de bed and breakfast (deels) wordt gerealiseerd in een bijgebouw, mag er geen onaanvaardbare verkeerssituatie optreden, waarbij niet alleen rekening wordt gehouden met parkeerplaatsen, maar ook met de capaciteit van de weg; 5. het gebruik van de woning als bed and breakfast moet ondergeschikt zijn aan de hoofdbestemming; 6. het gebruik van aan- en uitbouwen en bijgebouwen als bed and breakfast mag niet meer dan 70 m2 bedragen mits wordt voldaan aan lid 3.2.3.

DNS Planvorming BV

37/47

Artikel 4 4.1

Tuin

Bestemmingsomschrijving

De voor ‘Tuin’ aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. tuinen en erven; b. water en maatregelen ten behoeve van de waterhuishouding. 4.2

Bouwregels

Op deze gronden mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouw zijnde, worden gebouwd. 4.2.1 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouw zijnde gelden de volgende regels: a. carports en overkappingen zijn niet toegestaan; b. de hoogte van erf- of terreinafscheidingen mag niet meer bedragen dan 1 meter; c. de hoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan 3 meter.

DNS Planvorming BV

38/47

Artikel 5 5.1

Water

Bestemmingsomschrijving

De voor ‘Water’ aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. waterhuishouding; b. waterberging; c. waterlopen; d. bruggen en dammen, uitsluitend voor zover aanwezig ten tijde van de ter inzage legging van dit bestemmingsplan. 5.2

Bouwregels

Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde gelden de volgende regels: a. de hoogte van bouwwerken, geen gebouw zijnde, mag niet meer bedragen dan 3 m, gemeten ten opzichte van de hoogte van de aangrenzende oever.

DNS Planvorming BV

39/47

Artikel 6 6.1

Wonen

Bestemmingsomschrijving

De voor ‘Wonen’ aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wonen, al dan niet met ruimte voor beroeps- en bedrijfsuitoefening aan huis; met de daarbij behorende: b. bouwwerken; c. tuinen en erven; d. groenvoorzieningen; e. water en maatregelen ten behoeve van de waterhuishouding; f. nutsvoorzieningen; alsmede voor: g. ter plaatse van de bouwaanduiding ‘karakteristiek’ voor behoud en bescherming van karakteristieke bouwwerken. 6.2

Bouwregels

6.2.1 Algemeen Op deze gronden mogen hoofdgebouwen, bijbehorende bouwwerken en bouwwerken, geen gebouw zijnde, worden gebouwd; 6.2.2

Hoofdgebouwen

Voor het bouwen van hoofdgebouwen gelden de volgende regels: a. er mag uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd waarbij per bouwvlak maximaal één woning is toegestaan; b. ter plaatse van de bouwaanduiding ‘karakteristiek’ dient de uitwendige hoofdvorm van het betrokken bouwwerk, bepaald door de goothoogte, bouwhoogte, nokrichting, dakvorm, dakhelling, gevelindeling en grondoppervlakte gehandhaafd te worden; c. de inhoud van de woning inclusief aan- en uitbouwen mag niet meer bedragen dan de bestaande inhoud. 6.2.3 Bijbehorende bouwwerken Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken gelden de volgende regels: a. bijbehorende bouwwerken zijn uitsluitend toegestaan in de vorm van vrijstaande bijgebouwen en overkappingen, met uitzondering van bestaande aan- en uitbouwen; b. de goothoogte en bouwhoogte van bijgebouwen en overkappingen mag niet meer bedragen dan respectievelijk 3 m en 6 m; c. bijgebouwen moeten zijn voorzien van een kap haaks op de weg waarvan de dakhelling niet minder dan 30º en niet meer dan 60º mag bedragen; d. de gezamenlijke oppervlakte van aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen mag niet meer bedragen dan 50% van het voor bebouwing aangewezen erf van de woning, met voor bijgebouwen en overkappingen een maximum van 48 m2. e. de zijdelingse afstand tot de aanwezige sloten mag niet minder dan 3,6 m bedragen danwel de bestaande afstand; f.

de zijdelingse afstand tot de aanwezige kopergravuresloten mag niet minder dan 7,2 m bedragen, danwel de bestaande afstand; g. de karakteristiek van karakteristieke bouwwerken mag niet worden aangetast. 6.2.4 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte van een erf- of terreinafscheiding mag 1 m achter de voorgevel of het verlengde daarvan niet meer dan 2 m en daarvoor niet meer dan 1 m bedragen; b. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouw zijnde mag niet meer dan 5 m bedragen.

DNS Planvorming BV

40/47

6.3

Afwijken van de bouwregels

Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen in afwijking van het bepaalde in: a. lid 6.2.2 lid b. indien de woning ter plaatse van de bouwaanduiding ‘karakteristiek’ door een calamiteit teniet is gegaan en/of handhaving van het in lid 6.2.2 lid b. bepaalde, niet in redelijkheid kan worden gevergd van de eigenaar en/of gebruiker van de woning; b. lid 6.2.2 sub a voor het splitsen van een bestaande woning met inachtneming van de volgende regels: 1. de uitwendige hoofdvorm van het betrokken gebouw, bepaald door de goothoogte, bouwhoogte, nokrichting, dakvorm, dakhelling, gevelindeling en grondoppervlakte blijft zoveel mogelijk gehandhaafd bij karakteristieke hoofdgebouwen; 2. het aantal te splitsen eenheden van een gewoon hoofdgebouw, een woning zijnde, mag niet meer dan 4 bedragen en het aantal te splitsen eenheden van een karakteristiek hoofdgebouw, een woning zijnde, mag niet meer dan 2 bedragen; 3. de inhoud van enige wooneenheid mag niet minder bedragen dan 120 m³; 4. lid 6.2.3 sub d. is van overeenkomstige toepassing met dien verstande dat voor de tekst ‘het erf van de woning’, de tekst ‘het bouwperceel’ moet worden gelezen; c. lid 6.2.3 sub c. voor het plat afdekken of voor een kap niet haaks op de weg mits de openheid van het landschap niet wordt aangetast. 6.4

Specifieke gebruiksregels

6.4.1 Strijdig gebruik Als strijdig gebruik wordt aangemerkt het aanleggen of aanwezig hebben van een paardenbak. 6.4.2 Beroep- en bedrijfsuitoefening aan huis Een woning en de daarbij behorende aan-, uit- en bijgebouwen op gronden als bedoeld lid 6.2.3 mogen worden gebruikt voor beroeps- en bedrijfsuitoefening aan huis, mits: a. de gezamenlijke vloeroppervlakte niet meer bedraagt dan 30% van het bruto vloeroppervlakte van de betreffende woning en de bijbehorende aan-, uit- en bijgebouwen; b. het beroeps- en/of bedrijfsuitoefening aan huis betreft die niet vergunningplichtig is op grond van de Wet milieubeheer; c. het geen detailhandel of horeca betreft; d. op de bij de betreffende woning behorende gronden geen buitenopslag plaatsvindt van goederen ten behoeve van het aan huis gebonden beroep en bedrijf; e. in de omgeving van de betreffende woning geen onevenredige vergroting van de verkeersen parkeerdruk optreedt. 6.5

Afwijken van de gebruiksregels

6.5.1 Bed & breakfast a. Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen in afwijking van het bepaalde in lid 6.1 ten behoeve van een bed and breakfast, mits voldaan wordt aan de volgende regels: 1. de bed and breakfast mag uitsluitend worden gerealiseerd in een woning die permanent is en blijft bewoond door de hoofdgebruiker van het perceel en/of in de daarbij behorende bijgebouwen; 2. de bed and breakfast aan niet meer dan 8 personen gelijktijdig nachtverblijf verschaft; 3. parkeren ten behoeve van de bed and breakfast plaats heeft op eigen terrein; 4. indien de bed and breakfast (deels) wordt gerealiseerd in een bijgebouw, mag er geen onaanvaardbare verkeerssituatie optreden, waarbij niet alleen rekening wordt gehouden met parkeerplaatsen, maar ook met de capaciteit van de weg; 5. het gebruik van de woning als bed and breakfast moet ondergeschikt zijn aan de hoofdbestemming; 6. het gebruik van aan- en uitbouwen en bijgebouwen als bed and breakfast mag niet meer dan 70 m2 bedragen mits wordt voldaan aan lid 6.2.3.

DNS Planvorming BV

41/47

Artikel 7 7.1

Waarde - Cultuurhistorie

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Waarde - Cultuurhistorie' aangewezen gronden zijn - behalve voor de andere aldaar geldende bestemming(en) - tevens bestemd voor het behoud van de aanwezige cultuurhistorische en landschappelijke waarden. 7.2

Bouwregels

Op deze gronden mag ten behoeve van de onderliggende bestemming worden gebouwd met in acht name van aanwezige cultuurhistorische en landschappelijke waarden. 7.3

Nadere eisen

Het bevoegd gezag kan voor de bouw van bouwwerken bij afwijking van de bouwregels of bij toepassing van een wijzigingsbevoegdheid ten dienste van de op de verbeelding aangegeven onderliggende bestemming eisen dat: a. de aanvrager van een omgevingsvergunning voor het bouwen een rapport overlegt waaruit blijkt dat de cultuurhistorische en landschappelijke waarden van het terrein dat wordt verstoord in voldoende mate is vastgesteld en met deze waarden actief rekening wordt gehouden; b. alvorens de afwijking wordt verleend, advies wordt ingewonnen bij een door het bevoegd gezag aan te wijzen deskundige; c. er geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de cultuurhistorische en landschappelijke waarden van het gebied.

DNS Planvorming BV

42/47

Hoofdstuk 3 Algemene regels

Artikel 8

Anti-dubbeltelregel

Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

DNS Planvorming BV

43/47

Artikel 9 9.1

Algemene gebruiksregels

Strijdig gebruik

Onder strijdig gebruik wordt in ieder geval verstaan: a. gebruik van gronden, gebouwen, bouwwerken en onderkomens ten behoeve van een seksinrichting en/of escortbedrijf, sekswinkel, raamprostitutie en straatprostitutie; b. het gebruik van bijgebouwen bij een woning als zelfstandige woning. 9.2

Voorwaardelijke verplichting parkeren

a. Bij de uitoefening van de bevoegdheid tot het verlenen van een omgevingsvergunning voor het bouwen van een bouwwerk of het gebruiken van gronden of bouwwerken geldt dat in voldoende parkeergelegenheid wordt voorzien. Of er sprake is van voldoende parkeergelegenheid, wordt bepaald aan de hand van het gemiddelde (afronding naar boven) bepaalde in de actuele ASVV; b. In afwijking van lid a. hoeft niet voldaan te worden aan de ASVV-norm in het geval Burgemeester en wethouders besloten hebben af te wijken van deze norm op grond van artikel 4:84 van de Algemene wet bestuursrecht; c. In het geval de gemeenteraad gedurende de planperiode beleidsregels heeft vastgesteld die parkeernormen bevatten, dient hieraan voldaan te worden. Hetzelfde geldt voor eventuele wijzigingen of vervanging van deze beleidsregels.

DNS Planvorming BV

44/47

Artikel 10 10.1

Algemene afwijkingsregels

Maten en bouwgrenzen

Het bevoegd gezag kan - tenzij op grond van hoofdstuk 2 reeds afwijking mogelijk is - bij een omgevingsvergunning afwijken van de regels voor: a. afwijkingen van maten (waaronder percentages) met ten hoogste 10%. Deze afwijking is niet van toepassing op (bedrijfs)woningen; b. overschrijding van bouwgrenzen, niet zijnde bestemmingsgrenzen, voor zover zulks van belang is voor een technisch betere realisering van bouwwerken dan wel voor zover zulks noodzakelijk is in verband met de werkelijke toestand van het terrein; de overschrijdingen mogen ten hoogste 3 m bedragen en het bouwvlak mag met ten hoogste 10% worden vergroot. De omgevingsvergunning wordt niet verleend, indien daardoor onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de ingevolge de bestemming gegeven gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en bouwwerken.

DNS Planvorming BV

45/47

Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels

Artikel 11 11.1

Overgangsrecht

Overgangsrecht bouwwerken

a. Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, 1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; 2. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. b. Burgemeester en wethouders kunnen eenmalig in afwijking van het bepaalde onder a een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in het eerste lid met maximaal 10%. c. Het bepaalde onder a is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan. 11.2

Overgangsrecht gebruik

a. Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. b. Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in het bepaalde onder a, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. c. Indien het gebruik, bedoeld in het bepaalde onder a, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. d. Het bepaalde onder a is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.

DNS Planvorming BV

46/47

Artikel 12

Slotregel

Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan ‘Middenweg 84-88, Middenbeemster’.

DNS Planvorming BV

47/47

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://beemsterraadsinformatie.purmerend.nl/api/v1/meetings/1330/documents/16929