9. 8 december 2020 college, opvangcapaciteit asielzoekers.pdf
Tekst van het document
GEMEENTE
I
I
BEEMSTER
i h DÉc' ?o2o H*ËKQhÅF-N
IIWERÊLDERFGOED Staf
Gemeenteraad Beemster
-
-
uw brief van
uw kenmerk
ons kenmerk
1537320
datum 8 december 2O2O
Onderwerp O pv a ng c a pacite
it Asi el zoe kers
Geachte leden van de raad, Met deze brief wil ik u informeren over de ontwikkelingen rond de opvang van asielzoekers: onze opgave als afzonderlijke gemeente hierbij.
Aanleiding Op landelijk niveau ligt een taakstelling voor de zorg voor voldoende opvang van asielzoekers, snelle huisvesting en integratie van vergunninghouders. De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft de commissarissen van de Koning en burgemeesters hierover recent geïnformeerd (brief van 30 oktober 2020) en aangegeven dat het realiseren van deze taakstelling alleen kans van slagen heeft wanneer de problematiek gezamenlijk wordt opgepakt (zie bijlage I "Opgaven Huisvesting vergunninghouders en Opvang Ministerie Justitie en Veiligheid).
-
Om in dit kader een en ander concreet vorm te kunnen geven, is binnen de provincie NoordHolland begin dit jaar wederom een bestuurlijke provinciale regietafel (PRT) asielopvang opgestart onder voorzitterschap van de commissaris van de Koning. Deelnemers aan de PRT zijn een vijftal burgemeesters (één namens elke veiligheidsregio), een vertegenwoordiger van de Landelijke Regietafel Migratie en lntegratie, de plaatsvervangend directeur Programma Flexibilisering Asielketen, de bestuursvoorzitter van het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (COA) en de vastgoedregisseur van het COA. Zoals voornoemd vormt de directe aanleiding voor de brief van de staatssecretaris de grote druk op het aantal beschikbare opvangplekken voor asielzoekers. Deze druk is terug te voeren op de achterstanden bij de IND; niet alle asielaanvragen worden binnen de vastgestelde termijnen afgehandeld, waardoor asielzoekers in afiuachting van een besluit langer in de opvang blijven. Daarnaast speelt het niet tijdig huisvesten van vergunninghouders, als gevolg van krapte op de woningmarkt, een niet te verwaarlozen rol. ln eerste instantie dienen op korte termijn in totaal 417 exfra opvangplekken in NoordHolland te worden gerealiseerd om situaties van massale noodopvang zoals in201512016 te voorkomen.
behandeld door:
I
r I
Postadres: Postbus 7,1462 ZG Middenbeemster Telefoon: 0299 452 452 Website: www.beemster.net
telefoonnummer
^
u$n
..ri<2
geadresseerde Gemeenteraad Beemster
ons kenmerk 1537320
datum
blz.
8 december 2020
2
Deze opgave - concreet in te vullen door COA en gemeenten onder coördinatie van de commissaris van de Koning - is dit voorjaar uitgebreid met de uitwerking van de Uitvoeringsagenda Flexibele Opvang, met als oogmerk het realiseren van structurele opvangplekken. Deze Uitvoeringsagenda ziet op meer flexibiliteit in asielopvang teneinde fluctuaties in de asielinstroom op te kunnen vangen. Daarnaast heeft de Uitvoeringsagenda tot doel om de opvang meer evenredig over Nederland te verdelen en ervoor te zorgen dat met name kansrijke asielzoekers en vergunninghouders dichter bij hun uiteindelijke woonplaats worden opgevangen, teneinde de inburgering en integratie te verbeteren. Dit (ook) met het oog op de Nieuwe Wet inburgering die naar verwachting op 1 januari 2022in werking treedt. Daarnaast werkt het COA aan een zgn. routekaart wanneer voornoemde inzet onverhoopt niet toereikend blijkt. Het is goed om in dit verband op te merken dat de gebruikelijke mogelijkheden die het COA tot haar beschikking heeft, in deze tijd door COVID-19 enigszins worden beperkt. Door de R|VM-richtlijnen om verdere besmettingen met COVID-19 tegen te gaan, kan bijvoorbeeld niet worden overgegaan tot noodopvang in evenementenhallen. Wel wordt nu ondezocht met betrokken partners hoe, binnen de R|VM-richtlijnen, gebruik kan worden gemaakt van crisisnoodopvang als uiterste redmiddel.
Kortom, de urgentie om op korte termijn extra reguliere opvanglocaties te realiseren, is toegenomen.
Opdracht Het betreft hier dus een gecombineerde opgave voor de opvang van asielzoekers voor de korte en middellange termijn. Om deze opgave in te vullen, wordt ervan uitgegaan dat de verdeling plaatsvindt op basis van inwonertal te verdelen over de Veiligheidsregio's.
ln onderstaande overzichten wordt die onderverdeling gevisualiseerd
velllgheld¡r€glo'¡
Velllgheld3reglo't
ilqd-l{oll¡nd l{oord
f ! f f
zaansrræt.\rwcrfend
f
:.õrm*-uaroø
lmrrtørm*rttottano
I
Aîìdcd¡m{nìd.bnd
Kenmmrtend
!
x.*røø
cæi o" voctttrtootr
!
eæiøvcocr.ct
Dcn Hcldcr: 918
l ve¡dældær2lqtiæ Huldl8c
0.nod¡¡dG (m¡nlmlc en mrimrle)
opwncc.pocitc¡t
oÞrc¡tËlt t.bs regíonrle
(f!brurrl 2O2Ol
opv.ntlftåtlês (RO[l
Hærhu¡ow¡¡rd:600
atg{tis
Amstêrdàm:631
NB. Het is goed om op te merken dat het hier gaat om de Veiligheidsregio a/s geografisch afgebakend gebied. En dus niet als bestuurlijk gremium.
geadresseerde Gemeenteraad Beemster
ons kenmerk 1537320
datum 8 december 2Q20
ln een ciifermatiq overzicht komt deze visualisatie er als volgt uit te zien:
Benodigde opvangca paciteit Noord-Holland
Provincie/ Veiligheidsregio Noord-Holland
ZaanstreekWaterland
Korte termijn (2O2O) Extra benodigd na 1 feb 2020 (acuut) +417
1900-2100
+ 128
225-248
De totale opgave voor de Provincie Noord-Holland is:
o 417 acute opvangplekken (realisatie z.s.m. voor de duur van ca 1,5-2 jaar omdat de AZC's nu aan maximale capaciteit zitten); . 1900-2100 structurele regionale opvangplekken i.v.m. venvachte toename van asielzoekers.
Realisatie Er is in dit kader afgesproken dat binnen het geografische gebied van iedere Veiligheidsregio een praktisch gericht overleg wordt georganiseerd om e.e.a. richting te kunnen geven; een regionale regietafel (RRT) zogezegd. Dit dient te worden gezien als een verlengstuk van de PRT, die als aanjager en coördinator voor de PRT kan functioneren. De vraag vanuit de PRT is dus om dit in iedere regio, dus ook in de regio ZaanstreekWaterland, tot stand te brengen. Uiteraard heeft iedere regio de ruimte om zelf te komen tot een passende samenstelling van de eigen RRT en daarvoor aansluiting te zoeken bij bestaande overlegstructuren. Het zal een samenwerking worden tussen de burgemeesters en wethouders van de betrokken gemeenten. Op regionaal niveau heeft vervolgens de Commissaris van de Koning op 19 november 2020 gesproken met alle burgemeesters binnen Zaanstreek-Waterland en de urgentie van de problematiek voor het voetlicht gebracht. ln de rapportages zal naast de voortgang van het proces ook worden gesproken over de eventuele belemmeringen die zich voordoen. Een bekende belemmering is bijvoorbeeld dat het voor kleinere gemeenten moeilijk blijkt om grootschaliger locaties te vinden. Gemeenten kunnen dit oplossen door elkaar financieel te compenseren of door het (eerder) opnemen van statushouders. Op deze manier kan elke gemeente toch evenredig bijdragen.
Mochten de gemeenten en de provincie er niet gezamenlijk uitkomen, dan dient met de mogelijkheid rekening te worden gehouden dat de staatssecretaris zelf invulling zal geven aan de verdeling.
blz. 3
geadresseerde Gemeenteraad Beemster
ons kenmerk 1537320
datum 8 december 2020
Concluderend ligt er een opgave voor ons als regio en gemeenten om een bijdrage te leveren aan de opvang voor asielzoekers. Dit zal volgend jaar extra inzet vragen vanuit de gemeente.
lk vertrouw u tot zover voldoende te hebben geihformeerd Hoogachtend, van Beemster, de burgemeester
H.C. Heerschop
blz. 4
Ministerie van fustitie en Veiligheid
> Retouradres Postbus 20301 2500 EH Den Haag
Aan de commissarissen van de Koning en burgemeesters
Directoraat-Generaal Higrat¡e Direct¡e Regie Migrat¡eketen
Turfmarkt 147 2511 DP Den Haôg Postbus 20301 2500 EH Den Haag www. r¡jksoverhe¡d. nl/jenv
Contactpersoon
Datum 30 oktober 2020 Onderwerp Opgaven Huisvesting vergunninghouders en Opvang
Ons kenmerk B¡j beantwoord¡ng de datum en ons kenmerk vermelden, W¡lt u slechts één zaak in uw brief behandelen.
Geachte commissarissen en burgemeesters,
Begin november 202O wordt de taakstelling huisvesting vergunninghouders voor de eerste helft van 2021 gepubliceerd. De totale taakstelling voor het jaar 2021 is met 27.000 te huisvesten vergunninghouders substantieel hoger dan de taakstelling van 2020 die totaal uitkwam op 12.000. We realiseren ons dat deze hoge taakstelling gemeenten voor een enorme opgave stelt, aanvullend op de opgaven op het terre¡n van opvang zoals gecommuniceerd in de brief van 19 juni jl. We hebben een gezamenlijke opgave om de doorgaande lijn van de fase van opvang naar integratie te ver¿ekeren en dat gaat niet zonder uw medewerking.
Wij constateren dat er vele opgaven bij u terecht komen; naast de vraag naar opvangplekken voor de korte termijn en het huisvesten van vergunninghouders moet er ook aandacht zijn voor inburgering, Voor de middellange termijn is uitwerking van de provinciale plannen cf. de Uitvoeringsagenda Flexibilisering Asielketen (zie onze brief van 19 juni jl.) cruciaal. Tijdens de Landelijke Regietafel Migratie en Integratie (hierna: LRT) van 28 oktober jl. is dan ook besloten tot een integrale benadering van dit complexe samenspel van opgaven, die we samen voorstaan. Een integrale benadering waarin we als één overheid optrekken met alle partners en de samenhang wordt geborgd. We zullen de komende maanden deze integrale aanpak gezamenlijk nog verder vorm moeten geven, zodat er op al deze zaken één Samenhangende en Integrale Uitvoeringsagenda vanuit de LRT tot stand komt. Dit doen we met in ieder geval op de volgende onderdelen (inclusief financiën en ondersteuning):
A. Opvang: de stand van zaken van de opvang-opgave; 81. Huisvesting: een toelichting op de taakstelling 2021; 82. Huisvesting: een set ondersteuningsmaatregelen:
C. Gevolgen voor inburgering.
Tot die tijd blijven we onverkort inzetten op de bestaande uitvoeringsagenda, en is het echt noodzakelijk dat daaraan resultaatgericht invulling wordt gegeven. De Pag¡na 1 van I
Uitvoeringsagenda Flexibilisering Asielketen wordt uiteindelijk onderdeel van de integrale uitvoeringsagenda aan het begin van het nieuwe jaar (januari).
A. Opvang: de stand van zaken van de opvang-opgave Bij brieven van 8 november 2019 en 19 juni jl. hebben we u verzocht om de Provinciale Regietafels (hierna: PRT's) te revitaliseren teneinde aan de korte- en middellange termijnopgave op het terrein van opvang te voldoen. De directe aanleiding vormde en vormt de grote druk op het aantal beschikbare opvangplekken. Deze druk isterug tevoeren op de achterstanden bij de IND: niet alle asielaanvragen worden binnen de vastgestelde termijnen afgehandeld, waardoor asielzoekers in afwachting van een besluit langer in de opvang blijven. Door middel van een toegewijde Taskforce bij de IND wordt deze problematiek verholpen. Daarnaast speelt het n¡et tijd¡g huisvesten van vergunninghouders als gevolg van krapte op de woningmarkt een niet te verwaarlozen rol, Verder sluit het aanbod vanuit het COA, grote gezinnen of alleenstaanden, soms lastig aan bij het aanwezige aanbod in de sociale huursector. De druk op de opvangcapaciteit bij het COA wordt verlicht door de aan de gemeenten gekoppelde vergunninghouders sneller te huisvesten (zie onder 82). Dit betekent voor de vergunninghouders bovendien het begin van hun integratie en participatie. We waarderen het dat de PRT's zijn opgestaft en werken aan zowel de realisatie van de korte- als de middellange termijnopgave.
De berichten die ons daarover bereiken stemmen hoopvol, maar we moeten tegelijkertijd constateren dat alle inspanningen vooralsnog niet voldoende en tijdig renderen. Vanwege de tegenvallende opbrengst met betrekking tot de kofte termijnopgave (de 417 opvangplaatsen per provincie) en de sinds augustus weer stijgende bezetting zet het COA in op een aantal extra mogelijkheden om opvang te kunnen blijven bieden. Het gaat dan om de inzet van commercieel vastgoed, versoepelen van het programma van eisen en het versoepelen van de logeerregeling. Daarnaast wordt gewerkt aan een routekaart wanneer deze inzet onverhoopt niet toereikend blijkt, Het is goed om in dit verband op te merken dat de gebruikelijke mogelijkheden, zoals beschreven in het handelingsperspectief op- en afschalen, het COA niet zondermeer voorhanden staan. Door de RIVM-richtlijnen om verdere besmettingen met COVID-19 tegen te gaan kan bijvoorbeeld niet worden overgegaan tot noodopvang in evenementenhallen. Wel wordt nu onderzocht met betrokken partners hoe, binnen de RlVM-richtlijnen, gebruik kan worden gemaakt van crisisnoodopvang als uiterste redmiddel,
Kortom, de urgentie om op korte termijn extra reguliere opvanglocaties te realiseren is toegenomen.
81. Huisvesting: een toelichting op de taakstelling 2O21 I n I open achte rsta nd asiel aa nv rage n
De landelijke taakstelling huisvesting vergunninghouders voor gemeenten wordt gebaseerd op het aantal te verwachten inwilligingen van de asielaanvragen door de IND. De IND heeft de afgelopen jaren een grote achterstand opgelopen in het behandelen van asielaanvragen. Op 3 maaft 2020 is een Taskforce ingesteld die erop gericht is om voor het einde van 2020 de achterstanden bij de IND volledig weg te werken, Dit resulteert in een verwachte afgifte van 27.000 verblijfsvergunningen asiel in de periode oktober 2020 tot oktober 2O2L. Deze productieplanning is ambitieus en wordt omgeven door onzekerheden zoals bijvoorbeeld het aantal kansrijke aanvragen, inwilligingspercentages en het aantal nareizigers. Ook de effecten van de coronacrisis spelen daarbij een rol. Dat geeft Pag¡na 2 van I
onzekerheid bij het bepalen van de taakstelling voor de eerste helft van 2021 (de periode waarover de taakstelling nu gepubliceerd wordt). Evenredige spreiding over 2027 De inhaalslag van de Taskforce leidt ook tot meer aanvragen - en uiteindelijk meer inreis- van nareizigers. De komst van nareizigers kan gefaseerd worden uitgevoerd. Door de nareizigers de tweede helft van 2O2L te laten arriveren, is het mogelijk om een piek in hun komst in de eerste helft van 2027te voorkomen en kan een evenredige verdeling van de taakstelling over het jaar plaatsvinden. Voor alle paftijen in de keten ¡s een zo realistisch mogelijke taakstelling van belang. Het aantal te huisvesten vergunninghouders wordt daarom voor de eerste helft van 2021 vastgesteld op 13.500 te huisvesten vergunninghouders. De taakstelling voor de tweede helft van 2021 wordt uiterlijk 7 april2O2L vastgesteld en gepubliceerd en ligt naar alle waarschijnlijkheid - met de kennis van nu - ook
op het aantal van 13.500. Tussentijd se eva I uatie In januari 2O21 zal worden gekeken of het aantal afgegeven vergunningen volgens de productieplanning loopt en of de taakstelling 2021-I op de juiste hoogte is vastgesteld. Bij een eventuele achterblijvende vergunningproductie, kan uiterlijk in februari 2021 een tussentijdse bijstelling van de taakstelling 202L-l plaatsvinden. Dat voorkomt dat het COA onvoldoende vergunninghouders aan gemeenten kan koppelen en dat de toezichthoudende taak van de provincies daardoor wordt ondermijnd. Indien de vergunningproductie evident hoger blijkt dan de prognose dan ligt een verhoging van de taakstelling niet in de rede. De koppelingen komen dan weliswaar boven de gemeentelijke taakstelling uit maar wij gaan ervan uit dat gemeenten dan blijven huisvesten en een voorschot nemen op de taakstelling 2021-IL Met de tussenevaluatie kan tevens een actuelere vooruitblik naar de taakstelling 2O21-II worden gedaan,
Hervestiging In de taakstelling 2021-I is de hervestigingsopgave 2021 (zowel vanuit Turkije als het nationaal quotum) nog niet verwerkt, De reden hiervoor is dat de hervestigingsopgave voor 2020 (die al meegerekend is in de taakstelling van 2020) nog grotendeels gerealiseerd moet worden. De realisatie van de hervestigingsopgave voor 2020 stagneert door de complicaties bij het uiWoeren van bestaande hervestigingsprocedures door de COVID-19 pandemie; onder meer vanwege reisbeperkingen en quarantainevereisten. Komend jaar, te weten 2021, zal daardoor zowel in het teken staan van de uitvoering van de restant hervestiging van 2020 als uitvoering van de inzet voor 202L. De inzet voor 2021 wordt dan in de taakstelling van ZO2L-II meegenomen. Huisvestingsopgave Gemeenten hebben, gezamenlijk met corporaties en maatschappelijk ondersteuningsinstanties, eerder in de jaren 2015-20181 ook hogere aantallen goed weten te huisvesten, dit met bestuurlijk commitment en een gezamenlijk gevoel voor urgentie. We stonden hierbij schouder aan schouder. De huidige situatie is complex: gemeenten hebben, mede door de COVID-19 crisis, te maken met een achterstand in huisvesting van vergunninghouders. De druk op de (sociale) woningvoorraad is groot doordat diverse groepen aanspraak maken op een sociale huurwoning. Daarnaast staat de financiële slagkracht van gemeenten
1 De taakstellingen in de periode 2015-2018 waren achtereenvolgens: 28.000,43.000,
23.000 en 24.000 per jaar. Pagina 3 van I
onder druk. Dit alles maakt de piek in de te huisvesten vergunninghouders een enorme uitdaging voor gemeenten.
82. Huisvesting: een set ondersteuningsmaatregelen Set o n d e rste u n i n g sma atreg e I e n Het aanbieden van een set ondersteuningsmaatregelen is niet gebruikelijk bij de halfjaarlijkse taakstelling, maar de komende taakstellingen zijn dermate hoog (ten opzichte van de afgelopen jaren) dat wij waar mogelijk gemeenten tegemoet willen komen om deze opgave in 2O2L te kunnen realiseren. Deze maatregelen zijn door JenV, BZK, VNG, IPO en SZW gezamenlijk opgesteld. De ondersteuningsmogelijkheden worden in de komende weken in overleg met alle partijen verder uitgewerK zodat deze zo goed mogelijk aansluiten bij de vragen en behoeften van de gemeenten en provincies. Deze uitwerking kunt u voor het einde van het jaar tegemoetzien. Deze set ondersteuningsmaatregelen bestaat uit verschillende categorieën die verder worden toegelicht:
1. Ondersteuning van het huisvestingsproces; 2. Bredere mogelijkheden van huisvesting; 3. Financiëleimpulsen; 4. De systematiek rondom het huisvesten. 1. Ondersteuning van het huisvestingsproces Integrale aanpak De huisvestingsopgave vergunninghouders wordt integraal bekeken en uitgewerK in de integrale uitvoeringsagenda met opvang, inburgering, zo mogelijk sociaal domein, ondersteuningsstructuur en financiën, Een snellere huisvesting leidt tot een minder urgente vraag aan opvangplekken bij het COA. Na de huisvesting doen nieuwkomers een beroep op sociale voozieningen en moeten zij inburgeren. Wij streven naar een landelijke programmatische integrale ondersteuningsstructuur waarbij de PRT's de regie hebben en waar zowel de opvang van asielzoekers als de huisvesting en integratie van vergunninghouders worden besproken, Dat betekent concreet dat het wenselijk is om (een delegatie van) de portefeuillehouders wonen en inburgering van gemeenten en provincies te laten aansluiten bij de PRT's.
Voornaamste doel van de ondersteuningsstructuur is om u praktische ondersteuning te bieden bij de uiWoering van de verschillende opgaven, Daarnaast kan worden gedacht over de inzet van een bestuurlijk zwaargewicht, die ervoor kan zorgen dat alle betrokkenen in het land het als een gezamenlijke opdracht zien, de urgentie benadrukt en werkt aan bestuurlijk commitment en de inspanning van de provincie en gemeenten ondersteunt.
Programmamanager De LRT heeft eerder dit jaar de opdracht vastgesteld voor een programmamanager bij het ministerie van BZK tot eind december 2020 die inzet op het verkleinen van het aantal statushouders in de opvang. De insteek van de opdracht was de inzet als'oliemannetje', met behoud van de bestaande verantwoordelijkheden voor alle betrokken partijen. Bij de vaststelling van de opdracht was niet duidelijk dat de huisvestingsopgave zo sterk zou stijgen. Dit programma zal dan ook in combinatie met bovenstaande maatregelen tot en met december 2020 worden ingezet. Pag¡na 4 van 8
Inzet van ¡nstrumentarium van tijdens de hoge instroom in 2015/2016 De mogelijkheid van de in het verleden gebruikte instrumenten waar goede ervaringen zijn opgedaan worden uitgewerkt, zoals bijvoorbeeld: Þ Werkgroep procesverbeteringen; waarbij onder andere aandacht is voor verbeteringen in proces en communicatie vanuit IND en COA zoals een goed overdrachtsdossier van de te huisvesten vergunninghouders met name wat betreft: BSN-nummers, goede ID-pasjes en het vroegtijdig bekend zijn van de vereiste van een aangepaste woning; Þ Verbeteren regionale en landelijke samenwerking tussen COA, provincie en gemeenten (systematiek); Þ Regionale afstemming, regionale aanpak (rol provincie) waarbij er meer rekening wordt gehouden met lokale woningmarkt; Þ Adequate informatievoorziening met betrekking tot het doorstroomproces ( kwantitatief en kwalitatief) ; Þ Kennis en informatiepunt voor gemeenten.
2. Bredere mogelijkheden van huisvesting Meer dan 20 procent van de bezetting van het COA bestaat uit vergunninghouders en circa de helft daarvan zijn referenten en nareizigers. Zij verblijven significant langer in de opvang dan vergunninghouders die geen familie laten nareizen; grofweg 27 weken versus 19 weken. Gemeenten wachten in de meeste gevallen met het huisvesten van de referent tot het moment dat de nareizende familie is gearriveerd. De referent tijdelijk in alleenstaandenhuisvesting plaatsen, doen gemeenten in de regel niet, omdat wordt opgezien tegen het twee keer moeten huisvesten en de daarbij komende kosten. Om structureel een kleiner aantal vergunninghouders in de opvang te hebben en de verblijfstermijnen te verlagen, zal de aandacht vooral op de groep referenten en nareizigers moeten worden gericht. Hierbij kan worden gedacht aan tussenvormen van huisvesting voor de referent en het organiseren van woonruimte voor het hele gezin op het moment dat duidelijk wordt dat de aanvraag tot gezinshereniging is ingewilligd. Idealiter is dan die woonruimte beschikbaar op het moment dat de nareizende familie arriveert in Nederland, waardoor zij rechtstreeks naar de woning kunnen, en geen gebruik hoeven te maken van opvang. Deze aanpak zal in de nabije toekomst nader worden
uitgewerkt, in samenspraak met betrokken partijen. Tussenvormen huisvesti ng Doel is de vergunninghouders zo snel mogelijk te huisvesten in gemeenten waaraan ze zijn gekoppeld; bijkomend voordeel is dat de gehuisveste
vergunninghouders aan hun integratie en participatie kunnen beginnen. Deze huisvesting kan in tijdelijke onzelfstandige huisvestingsfaciliteiten (bijvoorbeeld tussenvoorzieningen) of woningen die gedeeld worden door een (klein) aantal referenten (doorstroomwoningen). De geplaatste personen kunnen na enige tijd doorstromen naar zelfstandige woonruimte in de gemeente. Samen met gemeenten, provincies en corporaties en/of andere partijen op de vastgoedmarkt kunnen hiervoor een aantal concrete locaties worden gevonden. Het kan wellicht op korte termijn gaan over verbouw van leegstaand vastgoed/ verzorgingstehuizen. Gezamenlijk kunnen we gemeenten helpen bij het realiseren van tussenvoorzieningen, zowel inhoudelijk (denk aan regelgeving en uitwerking van kaders) als financieel (denk aan een percentage van een mogelijke regeling voor huisvesting kwetsbare groepen). Pag¡na 5 van I
Inzet wo n i ng co rporaties Het is belangrijk dat BZK de Woningcorporaties deelgenoot maakt en actief laat participeren in het gehele proces. Het gaat namelijk om een combinatie van oplossingen, Als belangrijke partner kunnen zij, samen met gemeenten, hieraan meewerken. Corporaties doen in nauwe samenspraak met gemeenten en huurdersorganisaties, middels prestatieafspraken, al heel veel op dit gebied. Uiteindelijk maken corporaties in overleg met gemeenten een afweging (waarbij ook draagvlak en leefbaarheid een rol speelt) en willen een "gezonde mix" van verschillende doelgroepen in een wijk met hun corporatiebestand of in hun flat of straat. Corporaties kunnen betrokken worden bij afspraken over het uitbreiden van de woningvoorraad en dan bijvoorbeeld voor het huisvesten van specifieke doelgroepen, zoals alleenstaanden en grotere gezinnen.
3. Financiële impulsen Door gemeenten wordt in de praktijk nauwelijks gebruikt gemaakt van de mogelijkheid om, afhankelijk van de lokale woningmarktsituatie, de woningvoorraad (tijdelijk) uit te breiden met alternatieve (sobere) huisvesting, Bijvoorbeeld met nieuwbouw of leegstaande kantoren/gebouwen die zijn verbouwd of met snel te plaatsen modulaire bouw of via kamergewijze verhuur (flexwonen). Door gemeenten wordt veelal voor de huisvesting van vergunninghouders gebruik gemaaK van woningen in sociale huursector; in deze sector is de concurrentie tussen de urgent te huisvesten doelgroepen groot. Ter
stimulering van versnelde huisvesting van vergunninghouders (in bijvoorbeeld flexwonen-projecten) wordt gekeken naar mogelijkheden van financiële tegemoetkomingen, Bonus bij snelle huisvesting Een snelle doorstroom van verqunninghouders, en met name referenten, heeft voordelen voor de opvangcapaciteit van het COA en voor vergunninghouders en gemeenten ¡n het kader van integratie. Als gemeenten heel voortvarend huisvesting aan kunnen bieden - binnen de eerste 14 weken na
vergunningverlening - dan heeft het COA minder huisvestingskosten voor deze vergunninghouder en meer ruimte voor de opvang van asielzoekers. Deze 'besparing'bij de opvang en de'bonus'aan gemeenten voor het versneld huisvesten van vergunninghouders levert winst op voor de vergunninghouder, de gemeente en het COA. Het Rijk onderzoekt een dergelijke financiële stimuleringsregeling voor versneld huisvesten van vergunninghouders door gemeenten binnen de kaders van de Rijksbegroting. Middelen voor huisvesting kwetsbare groepen Voor 2020 heeft het ministerie van BZK EUR 50 mln. beschikbaar gesteld voor het huisvesten van kwetsbare groepen. Het ministerie van BZK beziet in hoeverre het mogelijk is om een dergelijke regeling opnieuw beschikbaar te stellen voor 2021. Indien een dergelijke regeling opnieuw opgesteld wordt, kunnen gemeenten hiervoor projecten indienen. Gemeenten worden dan ook ten zeerste uitgenodigd om in dat geval projecten voor vergunninghouders in te dienen, zodat deze kunnen worden gehuisvest,
4. De systematiek rondom het huisvesten Het proces van de taakstelling is al jaren hetzelfde terwijl ontwikkelingen in migratieketen ook het opvang- en huisvestingsproces raken, Het zou goed zijn om Pagina 6 van I
de huidige werkwijze (zowel proces als inhoud) tegen het licht te houden en te kijken welke verbetermogelijkheden er zijn. Op de korte termijn kan in ieder geval rekening gehouden worden met het volgende: Koppelen vergunninghouders en woningmarkt Sommige gemeenten kunnen door hun woningvoorraad makkelijker kleine gezinnen of alleenstaanden huisvesten dan andere gemeenten. Gemeenten en COA gaan kijken naar mogelijkheden of en hoe bij koppelingen betere aansluiting met de lokale woningmarkt kan plaatsvinden. Ko ppel e n verg u n ni ng houd ers en u itp laatsi ng s reg io's
Provincies ondervinden dat het aantal vergunninghouders in de opvang in de uitplaatsingsregio niet altijd correspondeert met de taakstelling van de provincie De provincies en het COA gaan kijken hoe deze mismatch in de toekomst voorkomen kan worden. Punt van aandacht hierbij is een goede spreiding van opvangplekken over Nederland zodat gemeenten ook daadwerkelijk versneld kunnen huisvesten omdat ze voldoende koppelingen hebben.
Mogelijke verevening opvang 417 plekken korte term¡jn en versneld huisvesten vergunninghouders. Per provincie moeten in principe dit jaar 417 opvangplekken gerealiseerd worden,
Realisatie van deze plekken blijft momenteel fors achter, In plaats van extra opvangplekken te realiseren kan de druk op de opvang ook verminderd worden door vergunninghouders (bovenop de taakstelling) te huisvesten. Voor het operationaliseren van deze verevening tussen het realiseren van de 417 opvangplekken en de gehuisveste vergunninghouders zijn door de VNG en het IPO drie varianten voorgesteld. De combinatie van de drie voorgestelde scenario's kan wellicht juist ruimte bieden en nodige flexibiliteit. De ministeries van JenV en BZK gaan met VNG, IPO en COA in gesprek om te kijken naar mogelijkheden om een additionele/extra realisatie op de taakstelling, bovenop bestaande verplichtingen, in mindering te kunnen brengen op de opvang-opgave.
Normtijden voor huisvesti ng Conform afspraken met ketenpartners heeft het verblijf van een vergunninghouder in de opvang een normtijd van 14 weken (afspraak uit 2012); 2 weken voor de koppeling door het COA (fase 1), 10 weken voor het regelen van huisvesting door gemeenten (fase 2) en 2 weken voor de uitstroom uit COA (fase 3). Fasen 1 en 3 vinden plaats binnen de norm, maar fase 2 valt buiten de norm van 10 weken; zonder nareizigers is het verblijf gemiddeld 19 weken en met nareizigers gemiddeld 27 weken. In het licht van de huidige krappe woningmarkt (waarbij de concurrentie tussen doelgroepen die gehuisvest moeten worden steeds groter wordt) kan onderzocht worden of de bestuurlijke afspraken uit 2012 van 2, 10 en 2 weken in deze woningmarksituatie nog wel houdbaar zijn. Voo rra ng verg u n n i ng houd ers Gemeenteraden kunnen gebruik maken van hun bevoegdheid om vergunninghouders in de Huisvestingsverordening als een urgente categorie aan te merken inzake huisvesting. Tot 1 juli 2017 waren vergunninghouders in de Huisvestingswet opgenomen als verplichte urgentiecategorie. Met het in werking treden van de 'Wet tot wijziging van de Huisvestingswet 2014 inzake de huisvesting van vergunninghouders'2 zijn de vergunninghouders als verplicht urgente categorie uit de Huisvestingswet geschrapt.
Daardoor is de gemeenteraad, ingeval zij urgentiecategorieën in de huisvestingsverordening
2 stb. 2016, 534 Pagina 7 van I
heeft opgenomen n¡et meer verplicht om vergunninghouders hierin op te nemen, maar kan dat wel. In veruit de meeste gemeenten is dat nog het geval.
C. Gevolgen voor inburgering De hoge productieplanning van de IND en Taskforce zal ertoe leiden dat er een aanzienlijke groep vergunningshouders nog moet staften onder de Wet inburgering 2013 vlak voordat de nieuwe inburgeringswet ingaat. Het ministerie van SZW brengt op dit moment in kaart welke gevolgen dit met zich meebrengt en de uitwerking hiervan zal onderdeel zijn van de integrale uitvoeringsagenda, Hierover volgt op korte termijn een nader gesprek tussen SZW en VNG. Via het ondersteuningspakket huisvesting worden gemeenten ondersteund om nieuwe vergunningshouders zo snel mogelijk te huisvesten. Een snelle doorstroom van vergunninghouders naar gemeenten is in het algemeen van belang voor de integratie van vergunninghouders. Daarbij geldt ook dat een snelle doorstroom van extra belang is om ervoor te zorgen dat gemeenten vanaf 1 juli 2021 zo snel mogelijk aan de slag kunnen met inburgeraars onder de nieuwe inburgeringswet. SZW stelt vanaf 2021 een bedrag van cumulatief EUR 25,5 mln. voor gemeenten beschikbaar voor de ondersteuning van inburgeraars vallend onder het huidige stelsel, Over de precieze invulling van de middelen vindt nog overleg plaats met de VNG, zoals afgesproken in de bestuurlijke afspraken van 24 april 2020. Ook de hogere taakstelling zal onderdeel zijn van de bovengenoemde bespreking tussen SZW en de VNG.
De uitkomst van dit gesprekken zullen worden opgenomen in de integrale uitvoeringsagenda. De minister van SZW zal de Tweede Kamer zo snel mogelijk over de uitkomsten informeren. Deze middelen zijn in aanvulling op de middelen die gemeenten per inburgeraar krijgen ten behoeve van de maatschappelijke begeleiding en het participatieverklari ngstraject.
Tot slot Wij verwachten dat het met het aanbieden van deze set van maatregelen het reallseren van de taakstelling door gemeenten wordt ondersteund. In december zullen wij u informeren over de nadere uitwerking van bovengenoemd ondersteuningspakket. Wij zien ernaar uit dit samen met u op te pakken, zodat wij als overheden gezamenlijk zorgen voor voldoende opvang van asielzoekers, voor snellere huisvesting en integratie van vergunninghouders.
De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid,
De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,
mede namens
de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, de voorzitters van het Interprovinciaal Overleg en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten.
Pag¡na 8 van 8