CConstaterende datBarendrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Voorjaarsnota 2026.pdf

gemeenteraad 8 juli 2025, gemeente BarendrechtBij agendapunt: Voorjaarsnota 20265.172 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Niet gevonden in dit document.

Inhoudsopgave 1. Inleiding ....................................................................................................................................................... 2 2. Trends en ontwikkelingen ............................................................................................................................ 3 3. Financiële stand van de begroting 2026-2029 ............................................................................................... 5 3.1 Startpunt begroting 2025 ............................................................................................................................. 5 3.2 Circulaires vanuit het rijk .............................................................................................................................. 5 3.3 Structurele effecten P&C producten slotwijziging en jaarrekening .............................................................. 5 3.4 Raads- en collegevoorstellen met financieel effect na besluitvorming begroting 2025 ............................... 5 3.5 Mutaties vanuit het voorjaarsnotaproces (> € 100.000) .............................................................................. 6 3.6 Voorlopige inschattingen voorjaarsnota van het Rijk .................................................................................. 9 4.

Mogelijke dekkingsmaatregelen voor een sluitende begroting .................................................................. 10 4.1 Bijlage: Beinvloedbare posten + toelichting + impactanalyse .................................................................... 11 5. Begrotingsuitgangspunten programmabegroting 2026-2029...................................................................... 12

1. Inleiding Voor u ligt de voorjaarsnota voor de begroting 2026 en de meerjarenraming 2027-2029. De voorjaarsnota schetst op hoofdlijnen de inhoudelijke en financiële ontwikkelingen die we de komende jaren verwachten. Het is het kader voor het opstellen van de begroting 2026 en de meerjarenramingen 2027-2029. De voorjaarsnota bevat in het beleidsarme jaar voor de nieuwe gemeenteraadsverkiezingen geen inhoudelijke afwegingen. Alleen onoverkomelijke afwijkingen in de financiële prognose van meer dan € 100.000 zijn meegenomen bij het bijwerken van het meerjarige financiële beeld. Geïnventariseerde afwijkingen van minder dan € 100.000 in zowel positieve als negatieve zin worden verwacht te worden verwerkt binnen het totaal van de huidige kaders van taakveld- en programmabudgetten. Deze uitgangspunten resulteren in de volgende financiële opstelling. In deze voorjaarsnota zijn de volgende financiële onderdelen opgenomen: a. b. c. d. e. f.

De september- en decembercirculaire 2024 van het gemeentefonds; Goedgekeurde college- en raadsvoorstellen na de vaststelling van de begroting 2025-2028; Kostenontwikkelingen van de gemeenschappelijke regelingen (GR’en); Onvermijdelijke ontwikkelingen los van loon/prijsindexatie; Indicatie impact voorjaarsnota Rijk (vooruitlopende op de meicirculaire); en, Een overzicht van beïnvloedbare posten en daarmee mogelijke dekkingsmaatregelen voor een sluitende begroting.

De meerjarenraming 2026-2028 liet bij het vaststellen van de begroting 2025 reeds een negatief financieel beeld zien. Met name in het “ravijnjaar” 2026 is sprake van een miljoenen tekort. Het meerjarig beeld herstelt zich vanaf 2027 vanwege de acties uit het verbeterplan behorende bij de begroting 2024. De acties uit het verbeterplan zijn voornamelijk in het jaar 2027 ingerekend. Eind 2024 ontvingen wij vanuit de toezichthouder het bericht dat de volumestijging van de jeugdzorg moet worden meegenomen in de begroting. Hier staat tot op heden geen compensatie tegenover. Deze ontwikkeling, tezamen met de stijgende kosten in het sociaal domein in algemene zin, zetten de meerjarige financiën nog verder onder druk. Vrijwel alle gemeenten in Nederland staan voor de uitdaging de begroting structureel sluitend te maken. Veel gemeenten kunnen incidentele middelen inzetten om de begroting te sluiten. Die mogelijkheid heeft Barendrecht, door de beperkte algemene reserve en het lage eigen vermogen (solvabiliteit), niet. In deze voorjaarsnota schetsen wij de financiële uitdagingen voor de komende jaren en bieden wij u een inzicht in de beïnvloedbare budgetten die kunnen worden aangepast om de begroting(en) sluitend te maken. Er is geen rekening gehouden met de meicirculaire 2025 omdat deze tijdens de totstandkoming van dit document nog niet gepubliceerd is.

Wel is een eerste beeld van de impact van de voorjaarsnota van het Rijk opgenomen. Hierin komen onder andere een demping van de terugval van het gemeentefonds en een bijdrage in het tekort op de jeugdzorg terug. Vanaf 2028 ontstaat er hernieuwde druk op het gemeentefonds vanuit de geïndexeerde taakstelling hervormingsagenda jeugd. De daadwerkelijke uitwerking op het meerjarenbeeld van de algemene uitkering zal bij de meicirculaire duidelijk worden. Het college informeert de gemeenteraad zo spoedig mogelijk per raadsbrief hierover. Het college heeft samen met het management in een aantal sessies de beïnvloedbare budgetten geïnventariseerd en voorzien van een meerjarige raming, toelichting en impactanalyse. De basis hiervoor is de bij de begroting 2025 aangeboden “groslijst maatregelen” aangevuld met input vanuit het “navigatieboek sociaaldomein” en een aantal algemene aanvullingen en aanscherpingen. Belangrijk is dat er een perspectief ontstaat om in de toekomst financieel gezond te zijn. Daar hoort ook bij het bewaken en beheersen van de omvang van de algemene reserve en de leningenportefeuille van de gemeente. Dit is een lastige opgave die om scherpe en soms pijnlijke keuzes vraagt. Op deze wijze willen we in opmaat naar de begroting een integraal beeld schetsen van de tekorten en de mogelijke oplossingsrichtingen.

Dit document samen met het voorjaarsnota debat in juli stelt de raad in staat een goed kader af te geven voor de begroting 2026-2029. De begroting wordt behandeld in de raad van 11 november. 2

2. Trends en ontwikkelingen Bestuur en organisatie Voor een gemeente die stevig in haar schoenen staat en klaar is voor de toekomst, zijn krachtige bestuurlijke keuzes noodzakelijk. Een goed bestuur en een stabiele organisatie vormen daarbij de basis. Wij zetten in op de verdere ontwikkeling van onze eigen gemeentelijke organisatie. Een organisatie die zowel efficiënt als flexibel is, zodat we snel kunnen reageren op veranderende maatschappelijke omstandigheden en nieuwe uitdagingen. Goede dienstverlening aan onze inwoners blijft hierbij altijd het uitgangspunt. We zorgen ervoor dat deze toegankelijk is en gericht op de behoeften van de bewoners. Daarnaast maken we, waar mogelijk, gebruik van technologische innovaties en digitalisering om onze werkprocessen te stroomlijnen en effectiever te maken. Tegelijkertijd blijven we scherp op het financieel beleid, met aandacht voor een verantwoorde inzet van zowel middelen als personeel. Door in te zetten op stabiliteit en daadkracht, kunnen we ervoor zorgen dat zowel het bestuur als de organisatie effectief bijdragen aan het realiseren van de gemeentelijke ambities.

Effecten van hoofdlijnenakkoord, circulaires en gemeentefonds In 2024 is het hoofdlijnenakkoord van de landelijke coalitie gepresenteerd. Tot op heden heeft de uitwerking hiervan slechts beperkte gevolgen gehad voor de financiële situatie van gemeenten. Bij de 2024 circulaires is de verlaging van het gemeentefonds vanaf 2026 gehandhaafd. Daarnaast werden de stijgende kosten van gedecentraliseerde taken, bovenop de loon- en prijsindex, niet (volledig) gecompenseerd. Bij het publiceren van de voorjaarsnota 2025 van het Rijk medio april zijn eerste tekenen van compensatie te zien. Gemeenten krijgen structureel € 800 miljoen ter demping van de terugval van het gemeentefonds en ter compensatie voor de tekorten in de jeugdzorg. Dit bedrag staat in geen verhouding met de eerder doorgevoerde korting op het gemeentefonds van € 2,3 miljard en de naar miljarden oplopende tekorten in de jeugdzorg. Met deze tekorten was echter al grotendeels rekening gehouden in het meerjarige financiële beeld waardoor de voorjaarsnota van het Rijk een positief effect zal hebben op de begroting 2026-2029. Op basis van de meicirculaire zal de definitieve berekening worden gemaakt van de algemene uitkering voor de begrotingsjaren 2026-2029.

Daarnaast zal de meicirculaire een meevaller laten zien voor het lopende jaar aangezien de bijdrage voor het tekort in de jeugdzorg van +/- € 1 miljoen per direct zal worden toegevoegd aan de algemene uitkering. Wij zullen u hierover zo snel mogelijk informeren via een raadsinformatiebrief.

Sociaal domein Als Nederlandse gemeente ondervindt ook Barendrecht druk door toenemende werkzaamheden en stijgende kosten in het sociaal domein. De aanleiding hiervoor is drieledig. Allereerst neemt de vergrijzing toe, terwijl inwoners van Barendrecht langer thuis blijven wonen. Daarnaast stijgen de lonen door cao-onderhandelingen en nemen de inflatiekosten toe. En als laatste neemt de multi- c.q. grootstedelijke problematiek toe. Gevolg hiervan is dat de ervaren druk – zowel inhoudelijk als financieel – stijgt. Dit zien we terug binnen de jeugdhulp, de maatschappelijke ondersteuning en het minimabeleid. In de praktijk zien wij dat onder meer de wachtenlijsten bij de wijkteams toenemen en de uitvoeringskosten blijven stijgen.

Stationstuinen Het project De Stationstuinen is tot op heden niet in de gemeentelijke begroting opgenomen. Afgelopen periode zijn er diverse ontwikkelingen geweest waarover u in commissieverband bent geïnformeerd. Ten tijde van het opstellen van de voorjaarsnota waren de componenten nog niet voldoende hard om te verwerken. De Stationstuinen zullen integraal onderdeel uitmaken van de begroting 2026 en de meerjarenramingen 20272029.

Positie van de algemene reserve De algemene reserve per 01-01-2025 bevat € 7.924.337. Dit saldo wordt aangevuld met € 2.314.406 op basis van de resultaatsbestemming behorende bij de jaarrekening 2024. Het functionele saldo van de algemene reserve is daarmee € 10 miljoen bij aanvang van het jaar 2025 en als startpunt voor de begroting van 20262029. De resultaten van de jaarschijven 2025-2029 worden op termijn ook toegevoegd danwel onttrokken aan de algemene reserve. Op basis van de aangenomen motie om de jaarschijven 2027-2029 sluitend te presenteren is de verwachting dat met name in het jaar 2026 incidenteel een beroep moet worden gedaan op een onttrekking uit de algemene reserve. Zoals eerder aan u aangegeven heeft het college de afgelopen periode geïnventariseerd welke mogelijkheden er zijn om incidentele baten toe te voegen aan de algemene 3

reserve om deze op voldoende niveau te houden. Een deel van de uitkomsten van deze inventarisatie zal reeds worden meegenomen bij de Turap 2025 en een deel hiervan wordt geeffectueerd in 2026. Op basis van de inventarisatie zijn deze incidentele baten voldoende om de benodigde onttrekking uit de algemene reserve in 2026 weer aan te vullen. Over de uitkomsten van deze inventarisatie wordt u later in meer detail geïnformeerd door middel van een raadsinformatiebrief.

Cao afspraken gemeenteambtenaren De cao Gemeenten is per 31 maart 2025 verlopen. Op het moment van het opstellen van deze voorjaarsnota ligt er een eindbod van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) bij de vakbonden. Het gaat hierbij om een voorstel voor twee jaar met een totale loonsverhoging van 7,64%. Daarnaast zijn er in de cao afspraken gemaakt over diverse secondaire arbeidsvoorwaarden. In de gemeentebegroting zijn voor zowel 2025 als 20262029 stelposten opgenomen voor de loon- en prijsindexatie. Deze stelposten zijn bedoeld om de onzekerheid over de hoogte van de loonkosten, als gevolg van de cao-onderhandelingen, deels op te vangen. Het resterende bedrag van de stelpost 2025 voor de cao-uitkomst is voldoende om de stijging in dit jaar op te vangen. Daarnaast is het mogelijk om het structurele effect van de nieuwe cao grotendeels op te vangen met de stelpost uit 2025. Hierdoor ontstaat er minder druk op de beschikbare stelposten voor loon- en prijsindexatie in de jaren 2026 en 2027. Afhankelijk van de uitkomsten van de totale inventarisatie van benodigde loon- en prijsindex voor 2026 kan een deel van de stelpost 2026 vrijvallen. De financiële verwerking van de cao zal hoogstwaarschijnlijk in de tussenrapportage 2025 kunnen plaatsvinden. De structurele effecten worden meegenomen bij de begroting 2026-2029.

Stelpost voor loonprijsindex De budgetten in de meerjarenramingen zijn opgenomen op basis van constante prijzen. Voor de jaarlijkse inflatie op budgetten van toekomstige jaarschijven zijn stelposten opgenomen. Deze stelposten zijn gebaseerd op het te ontvangen prijsdeel van het accres van het gemeentefonds. Het prijsdeel wordt bepaald op basis van het8-jaars historisch gemiddelde van het Bruto Binnenlands product (bbp). Per saldo gaat het om gemiddeld 3% op de relevante gemeentelijke budgetten. Deze relevante budgetten omvatten ongeveer twee derde van de totale gemeentelijke begroting. Posten zoals afschrijvingslasten en budgetten met direct gekoppelde inkomsten, zoals de uitkeringen in het kader van de BUIG (Bijstandsverlening Uitkeringsgerechtigden), zijn hierin niet meegenomen. Het gaat hierbij om een gemiddeld percentage van alle prijsstijgingen waarbij er voor de verschillende componenten zoals de cao, subsidieplafonds en Gemeenschappelijke Regelingen gedifferentieerde percentages van toepassing zijn. Bij het opstellen van de begroting 2026 zal de benodigde index voor loon/prijsbijstellingen definitief worden bepaald en afgezet tegen het daarvoor beschikbare budget vanuit de stelpost. De verwachting is dat de stelpost voor de begroting 2026 voldoende is om de benodigde loon/prijs index af te dekken.

4

3. Financiële stand van de begroting 2026-2029 In onderstaande overzichten geven wij de financiële stand van zaken weer voor de jaren 2026 tot en met 2029. Het vertrekpunt van de voorjaarsnota is het saldo van de begroting 2025 (bestaand beleid). Wij streven naar een reëel en structureel sluitende begroting in lijn met de eisen voor repressief (normaal) toezicht vanuit de Provincie Zuid-Holland. Het uitgangspunt hierbij is dat structurele budgetten structureel zijn gedekt in minimaal het eerste of het laatste jaar van de periode 2026-2029. Omdat reserves, m.u.v. kapitaallastenreserves, incidenteel van karakter zijn, worden deze niet als structurele dekking ingezet. De ontwikkeling van het saldo van de begroting laat op basis van de hierna toegelichte inzichten het volgende beeld voor 2026 – 2029 zien.

3.1 Startpunt begroting 2025 De resultaten uit de programmabegroting 2025-2028 vormen het startpunt voor het opstellen van de voorjaarsnota 2026-2029, waarbij de jaarschijf 2029 een kopie is van de jaarschijf 2028.

3.2 Circulaires vanuit het rijk De begroting 2025-2029 is opgesteld met de meicirculaire 2024 als uitgangspunt. Daarna zijn de september- en decembercirculaire verschenen. Deze circulaires hadden een positief effect op het meerjarenbeeld. U bent door middel van raadsinformatiebrieven hiervan op de hoogte gebracht. Tabel na verwerking punten 3.1 en 3.2: (Bedrag in € -/- = voordeel + = nadeel) 2026

2027

2028

2029

Saldo Begroting 2025 (raadsvergadering 12-11-2024)

3.911.400 tekort

1.309.100 tekort

814.500 tekort

814.500 tekort

Hulp bij gescheiden opvoeden Bewustwordingscampagne Veiligheid Amendement Aanvullende Bezuinigingsmaatregelen

-70.900 -10.000 -80.900

-70.900 -10.000 -80.900

-70.900 -10.000 -80.900

-70.900 -10.000 -80.900

Septembercirculaire 2024 algemene uitkering Decembercirculaire 2024 algemene uitkering

-44.000

-111.000

-260.000

-429.000

12.000

-3.000

-30.000

-5.000

3.798.500 tekort

1.114.200 tekort

443.600 tekort

299.600 tekort

Saldo na decembercirculaire 2024 algemene uitkering

3.3 Structurele effecten P&C producten slotwijziging en jaarrekening Bij de slotwijziging over het jaar 2024 is een beperkt aantal structurele financiële mutaties aangegeven. Deze mutaties hebben een beperkt negatief effect op het meerjarenbeeld.

3.4 Raads- en collegevoorstellen met financieel effect na besluitvorming begroting 2025 Na de vaststelling van de begroting 2025-2028 zijn separate college- en raadsvoorstellen goedgekeurd met een financieel effect op de begrotingsjaren 2026-2029.

5

Tabel na verwerking punten 3.3 en 3.4: (Bedrag in € -/- = voordeel + = nadeel) 2026

2027

2028

2029

3.798.500 tekort

1.114.200 tekort

443.600 tekort

299.600 tekort

Thuiswerkvergoedingen en CAO-verplichtingen (bijdrage DBP) Studietoeslag Regeling Structurele mutaties Slotwijziging 2024

24.900 70.000 94.900

24.900 70.000 94.900

24.900 70.000 94.900

24.900 70.000 94.900

Advisering Gezonde Leefomgeving GGD Rotterdam-Rijnmond Afwaarderen boekwaarde Maasstraat 25,27,29 en 31

17.700 PM

B&W besluiten

17.700

Programma geluid en lucht Visie op dienstverlening

40.700 55.000

40.700

40.700

40.700

Raadsbesluiten

95.700

40.700

40.700

40.700

4.006.800 tekort

1.249.800 tekort

579.200 tekort

435.200 tekort

Saldo na decembercirculaire 2024 algemene uitkering

Saldo na besluitvorming t/m 01-04-2025

3.5 Mutaties vanuit het voorjaarsnotaproces (> € 100.000) Op basis van de informatie tot en met het eerste kwartaal 2025 is op hoofdlijnen gekeken naar eventuele impact op de gemeentelijke budgetten voor de periode 2026-2029. Het uitgangspunt hierbij is dat het gaat om financiële mutaties van meer dan € 100.000 positief danwel negatief. Daarnaast gaat het om onoverkomelijke mutaties die niet afhankelijk zijn van beleidskeuzes of besluitvorming. Dit resulteert in twee procesmatige punten en een vijftal financiële mutaties. Onderstaand worden deze mutaties kort toegelicht. Gemeenschappelijke Regelingen (proces) Jaarlijks krijgt de gemeente in het tweede kwartaal van het jaar de concept begrotingen van de Gemeenschappelijke Regelingen (GR’en) aangeboden. Er bestaat hierbij de mogelijkheid tot het uitbrengen van een zienswijze op deze begrotingen. Uiteindelijk zullen de vastgestelde begrotingen van de GR’en budgettair in de gemeentelijke begroting moeten worden verwerkt. In de regio Rotterdam Rijnmond zijn regio brede afspraken gemaakt over een indexering van de GR’en van 5,2% voor het jaar 2026. Daarnaast zijn er medio 2024 brieven verzonden met hierin een oproep tot een besparing van 5-10%. Op basis van de huidige concept begrotingen van de GR’en zien wij dat er voor 2026 stijgingen zijn in de kosten ten opzichte van 2025.

De voorgestelde besparingen vanuit de GR’en zijn aanzienlijk lager dan de oproep van 5-10%. Per saldo zorgen de besparingen er voor dat de indexatie op GR’en beperkt blijft tot 2-3% en daarmee past binnen de stelpost voor loon- en prijsindexatie. Hiermee is wel het eventuele voordeel van de 5-10% besparingsbrieven vervallen. Bij twee GR’en zijn er bijzonderheden te melden. Bij de GR Jeugdhulp Rijnmond is er sprake van een splitsing van de jaarlijkse bijdrage in het GR deel en de gespecialiseerde jeugdzorgbudgetten die moeten worden opgenomen in de begroting van de gemeente zelf. Met name op de gespecialiseerde jeugdzorgbudgetten is er sprake van een meerjarige volumestijging. De financiële impact hiervan is meegenomen en verderop toegelicht. Daarnaast wordt de bijdrage aan de GR De BedrijfsvoeringsPartner wel als financiële mutatie meegenomen. Bij de begroting van 2025 heeft u besloten om de opgelegde besparing van 5% reeds te verwerken in de gemeentelijke meerjarenramingen. Het niet volledig effectueren van deze taakstelling heeft daarmee in tegenstelling tot de overige GR’en direct impact op het financiële meerjarenbeeld.

6

CAO Gemeente (proces) De nieuwe cao voor gemeente ambtenaren heeft een doorloop van twee jaar met terugwerkende kracht vanaf 01-04-2025. Voor beide jaren is er een stelpost binnen de begroting beschikbaar om de cao-index af te dekken. Het restant van de stelpost voor loon- en prijsindex kan mogelijk vrijvallen bij de begroting 2026. Dit is afhankelijk van de benodigde indexatie op de overige budgetten binnen de begroting. Voor het financiële meerjarenbeeld is er op dit moment van uitgegaan dat de cao-index gelijk is aan de hoogte van de stelpost waardoor het effect nihil is voor de meerjarige ramingen. Gespecialiseerde jeugdhulp gemeentelijke budgetten ( € diverse bedragen) Eind 2024 heeft de toezichthouder Provincie Zuid-Holland aangegeven dat de verwachte meerjarige stijging in de kosten van de jeugdzorg moet worden opgenomen in de begroting. Voor de inschatting van deze kosten meerjarig volgen wij de opgave van de GR Jeugdzorg Rijnmond. Het geactualiseerde beeld laat een aanzienlijke volumestijging zien in 2028 en 2029. Deze verwachte stijging zal worden opgenomen in de begroting 20262029. De stijging die op dit moment moet worden opgenomen is lager dan de signalen die wij eind 2024 ontvingen. Er zijn diverse factoren die dit kunnen verklaren. Een van de verklaringen is bijvoorbeeld de wachtlijst bij de wijkteams die ervoor zorgt dat minder jongeren geholpen konden worden.

Een andere verklaring is te vinden in een verschuiving van het regionale naar het lokale jeugdhulpbudget. Jeugdhulp blijft daarnaast een open einde regeling waardoor er altijd meer onzekerheid en fluctuatie in het budget is. Dit zorgt er ook voor dat we deze budgetten continu kritisch blijven volgen.

Gemeentelijke budgetten Jeugdhulp Rijnmond

2026

2027

2028

2029

-726.500

-43.100

737.600

1.632.400

Gemeenschappelijke Regeling De Bedrijfsvoeringspartner (€ diverse bedragen) Bij de begroting 2025 is een structurele besparing van € 684.000 (5%) op de uitgaven van DBP ingeboekt. DBP realiseert deze besparing naar verwachting grotendeels in 2027. Anderzijds wordt DBP geconfronteerd met diverse noodzakelijke budgetwijzigingen voor het uitvoeren van de taken. Per saldo resulteert de begroting 2026 van DBP, na aftrek van de compensatie voor loon/prijsindex, in een meerjarig tekort op de gemeentelijke begroting.

Bijdrage DBP

2026

2027

2028

2029

622.300

429.200

346.500

346.500

7

Rente vanaf 2029 (€ 250.000 structureel) Bij de begroting 2025-2028 zijn de rentelasten op basis van de huidige lening portefeuille en geprognosticeerde nieuwe leningen opgenomen. De gemiddelde rentelast van deze lening portefeuille is momenteel aanzienlijk lager dan de huidige marktrente. Bij de jaarlijkse herfinanciering van leningen zal er daardoor de komende jaren extra rentelasten moeten worden begroot. Dit effect moet voor 2029 en verder nog worden opgenomen in de begroting. Om beter grip te houden op de jaarlijkse rentelasten zullen tussentijdse kredietaanvragen voortaan worden voorzien van een marktrente in het advies. De kapitaallasten worden bij deze voorstellen gepresenteerd als een combinatie van afschrijvingslasten en rentelasten. Hierdoor worden deze kosten eerder inzichtelijk dan pas bij de jaarlijkse aanbieding van de rentekosten bij de begroting. WBI/Versnellingsgelden verwerking ( € 831.900 structureel) De afgelopen jaren is er voor bijna € 30 miljoen aan WBI/Versnellingsgelden ontvangen voor ontwikkeling van De Stationstuinen. De daadwerkelijke investeringen in De Stationstuinen zullen zich pas de komende jaren voordoen. Hierdoor ontstaat er tijdelijk een liquiditeitsvoordeel waardoor de gemeente minder langlopende leningen heeft hoeven aantrekken.

Op basis van het raadsvoorstel “vormen rentereserve Stationstuinen” worden deze rentevoordelen toegevoegd aan de rentereserve Stationstuinen. Het gaat hierbij om 3% over de stand van € 27,8 miljoen per 31-12-2024. Bij het bepalen van de jaarlijkse rentelasten in de begroting is echter geen rekening gehouden met het voordeel dat ontstaan is door de ontvangen WBI/Versnellingsgelden. Om einde jaar daadwerkelijk het rentevoordeel te kunnen storten in de rentereserve Stationstuinen moet dit alsnog worden gebudgetteerd. WMO (€ 300.000 structureel) We voorzien een tekort op de WMO, vooral bij Huishoudelijke hulp, door volume en tariefstijgingen. De invoering van de inkomens-en vermogensafhankelijke eigen bijdrage is uitgesteld tot 2027, waardoor een evt. besparing op huishoudelijke hulp later komt. Daarnaast zien we bij huishoudelijke hulp een stijging in gebruik door de vergrijzing. Voor leerlingenvervoer zijn in de nieuwe voorliggende verordening richtlijnen opgenomen waarmee we verwachten binnen de budgettaire kaders te kunnen blijven. Tabel na verwerking punten 3.5: (Bedrag in € -/- = voordeel + = nadeel) 2026

2027

2028

2029

Saldo na besluitvorming t/m 01-04-2025

4.006.800 tekort

1.249.800 tekort

579.200 tekort

435.200 tekort

Gemeentelijke budgetten Jeugdhulp Rijnmond

-726.500

-43.100

737.600

1.632.400

Bijdrage DBP

894.700 -272.400 622.300

701.600 -272.400 429.200

618.900 -272.400 346.500

618.900 -272.400 346.500

-/- Inzet stelpost loon-en prijsontwikkeling 2026 Begroting 2026 DBP Rente op de leningenportefeuille

250.000

Rente WBI/Versnellingsgelden De Stationstuinen

831.900

831.900

831.900

831.900

WMO (volumestijging)

300.000

300.000

300.000

300.000

5.034.500 tekort

2.767.800 tekort

2.795.200 tekort

3.796.000 tekort

Startpunt 2026-2029 (informatie t/m heden verwerkt)

8

3.6 Voorlopige inschattingen voorjaarsnota van het Rijk In de voorjaarsnota van het Rijk zijn diverse componenten opgenomen die impact hebben op de algemene uitkering voor de begrotingsjaren 2026-2029. De daadwerkelijke doorrekening van deze componenten volgt bij de meicirculaire. Om het politieke debat te voeren op basis van de meest actuele financiële inschattingen is in onderstaande tabel een eerste indicatie meegegeven van de impact. De structurele compensatie voor het tekort in de jeugdzorg en demping terugval gemeentefonds leveren naar verwachting 2 miljoen per jaar op. Daarnaast is er in 2026 en 2027 sprake van een verzachting van het ingroeipad maatregelen Jeugdzorg waardoor er in deze jaren waarschijnlijk sprake zal zijn van hogere compensatie. Vanaf 2028 staat de hervormingsagenda jeugd nog wel als korting op het gemeentefonds ingeboekt inclusief een indexatie. Daarnaast is er voor de jaren 2028 en 2029 sprake van een korting vanwege een eigen bijdrage voor de jeugdzorg. Gemeenten worden in theorie geacht om zowel de hervormingsagenda jeugd als de eigen bijdrage jeugd budgettair neutraal te kunnen verwerken en hiermee de afname van het gemeentefonds te compenseren. Op dit moment is het nog lastig in te schatten hoe realistisch dit is en in hoeverre de toezichthouder ons toestemming geeft om deze posten budgettair neutraal te verwerken.

In onderstaande tabel is de mutatie op het gemeentefonds opgenomen. De budgettair neutrale posten zouden in theorie voor 2028 en 2029 een € 1,5 miljoen positiever beeld opleveren als deze daadwerkelijk kunnen worden verwerkt. Disclaimer: Onderstaande cijfers zijn een indicatie van de uitwerking van de meicirculaire. Afhankelijk van de daadwerkelijk verdeelsleutels kunnen deze bedragen anders uitpakken. Er is dus sprake van een aanzienlijke bandbreedte van onderstaand genoemde bedragen die naar beneden zijn afgerond op € 0,5 miljoen. Voor het inrekenen van de taakmutaties eigen bijdrage jeugdzorg en hervormingsagenda jeugd is een standpunt van de provinciaal toezichthouder nodig. Bij het opmaken van deze voorjaarsnota is dit standpunt nog onbekend. Daarmee is het onzeker of deze bedragen straks bij de behandeling van de begroting 2026-2029 kunnen worden opgenomen. Tabel na verwerking punten 3.6: (Bedrag in € -/- = voordeel + = nadeel) 2026

2027

2028

2029

Startpunt 2026-2029 (informatie t/m heden verwerkt)

5.034.500 tekort

2.767.800 tekort

2.795.200 tekort

3.796.000 tekort

Indicatie toename gemeentefonds 2026-2029 n.a.v. VJN Rijk

-3.000.000

-3.500.000

-1.000.000

-1.500.000

Indicatief na voorjaarsnota Rijk

2.034.500 tekort

-732.200 overschot

1.795.200 tekort

2.296.000 tekort

-1.500.000

-1.500.000

295.200 tekort

796.000 tekort

Taakmutaties: eigen bijdrage jeugdzorg en hervormingsagenda jeugd Indicatief na voorjaarsnota Rijk (incl. taakmutaties jeugd)

2.034.500 tekort

Inzet eenmalige baten* t.b.v. Algemene Reserve

-2.500.000

Indicatief beeld na voorjaarsnota Rijk en inzet eenmalige baten

-465.500 overschot

-732.200 overschot

*Maken geen onderdeel uit van een structureel sluitende begroting

9

4. Mogelijke dekkingsmaatregelen voor een sluitende begroting Barendrecht staat voor de opgave om in een financieel uitdagende tijd te zorgen voor een structureel sluitende begroting, zoals vereist door de toezichthouder. Het meerjarenbeeld voor verwerking van de meicirculaire laat stevige tekorten zien, met een piek in het zogenoemde ravijnjaar 2026 (5 miljoen tekort). Tegelijkertijd geldt de opdracht om uiterlijk in 2026 óf 2029 tot een structureel sluitende begroting te komen, om te voorkomen dat de gemeente onder preventief toezicht wordt geplaatst. In deze context is een brede inventarisatie uitgevoerd van beïnvloedbare posten binnen de begroting. Het gaat hierbij om beïnvloedbare posten waarop bezuinigd kan worden, dan wel posten waarmee inkomsten kunnen worden verhoogd. Deze inventarisatie is gebaseerd op de eerder opgestelde “groslijst maatregelen” zoals aangeleverd bij de begrotingsbehandeling 2025, aangevuld met voorstellen uit het “navigatieboek sociaal domein” en suggesties vanuit de verschillende portefeuilles. De vertaling van de voorjaarsnota Rijk in de meicirculaire zal mede bepalend zijn voor de financiële ruimte. Pas als hier volledige helderheid over is, is duidelijk hoeveel er bezuinigd c.q. verhoogd moet worden.

Toch legt het college vooruitlopend daarop al dit overzicht voor van mogelijke dekkingsmaatregelen, zodat de gemeenteraad haar controlerende en kaderstellende rol volwaardig kan vervullen. Het college kiest er nadrukkelijk voor om in deze fase géén keuzes te maken. Deze lijst is niet meer en niet minder dan een inventarisatie van opties – geen voorstel of voorkeursrichting. Daarmee geven wij de gemeenteraad op transparante wijze inzicht in de breedte van het speelveld. Het is aan de gemeenteraad om tijdens het politieke debat richting te geven aan de keuzes die gemaakt moeten worden. Op deze manier zorgen we gezamenlijk voor een zorgvuldig, transparant en democratisch proces.

10

4.1 Bijlage: Beinvloedbare posten + toelichting + impactanalyse In de bijlage is de lijst met beïnvloedbare posten opgenomen. Deze posten zijn gesorteerd op basis van €impact (in 2029) en ingedeeld op de categorieën lasten verzwaring versus voorzieningen en posten met het label “sociaal domein”.

11

5. Begrotingsuitgangspunten programmabegroting 2026-2029 Inleiding In deze bijlage wordt het financiële beleid (kaders) uiteengezet, waarmee de voorjaarsnota en de begroting worden opgesteld.

Indeling programmabegroting 2026-2029 1. Bestuur en ondersteuning 2. Veiligheid 3. Verkeer, Vervoer en Waterstaat 4. Economie 5. Onderwijs 6. Sport, Cultuur en Recreatie 7. Sociaal domein 8. Volksgezondheid en Milieu 9. Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ontwikkeling en Stedelijke Vernieuwing Daarnaast maken de Algemene Dekkingsmiddelen onderdeel uit van de indeling. De programma’s zijn verdeeld in ambities en speerpunten.

Financieel toezichtskader provincie De provincie Zuid-Holland houdt toezicht op de financiën van de gemeenten op basis van artikel 203 van de Gemeentewet. In de Begrotingscirculaire gemeenten 2026 zijn de wettelijke criteria en aantal (actuele) onderwerpen opgenomen die bijzondere aandacht verdienen voor het financiële toezicht. Deze gelden ook voor de meerjarenramingen 2026-2029. De provincie kent twee vormen van toezicht:  Preventief toezicht (toezicht vooraf): de gemeente kan formeel geen uitgaven doen zonder machtiging van de provincie.  Repressief toezicht (toezicht achteraf): de provincie volstaat ermee de gemeente op afstand te volgen via de begroting, jaarrekening, overige ter kennisneming ingezonden financiële stukken en het voeren van overleg op ambtelijk niveau. Voor het nemen van deze beslissing hierover vormt de provincie zich over de volgende elementen een oordeel:  De begroting 2026 moet structureel en reëel in evenwicht zijn of als de begroting 2026 niet in evenwicht is uiterlijk in het laatste jaar van de meerjarenraming tot stand zijn gebracht  De vastgestelde begroting 2026 moet vóór 15 november 2025 aan Gedeputeerde Staten te zijn toegezonden. Met het ‘structureel en reëel evenwicht’, in bovenstaande punten, wordt bedoeld dat in de begroting de structurele lasten zijn gedekt door structurele baten.

Reëel houdt in dat sprake is van volledige, realistische en haalbare ramingen. Bij mogelijke bezuinigingen, ombuigingen en taakstellingen wordt gesteld dat deze ook voldoende onderbouwd moeten zijn met een reëel bezuinigingsplan. Daarmee wordt bedoeld dat het een aannemelijk plan is met voldoende zekerheid om de maatregelen tijdig en volledig te realiseren.

Baten Algemene uitkering gemeentefonds Bij de berekening van de Algemene uitkering voor de begroting 2026 wordt uitgegaan van de meicirculaire 2025. In deze voorjaarsnota 2026 is rekening gehouden met de uitkomsten van de circulaires tot en met december 2024. Algemene reserve De algemene reserve maakt deel uit van de berekening van het weerstandsvermogen en weerstandsratio. De beschikbare weerstandscapaciteit van de gemeente Barendrecht bestaat uit het geheel aan middelen dat de organisatie daadwerkelijk beschikbaar heeft om de risico's in financiële zin af te dekken. De normtabel biedt de landelijk geaccepteerde waardering van de berekende ratio. Het streven is een weerstandsratio van 1,0. 12

Indexering van (belasting)tarieven en heffingen) Belastingen en heffingen worden conform het tarievenbeleid met de inflatie gecorrigeerd dan wel trendmatig verhoogd. Daarnaast wordt bij de opbrengsten rekening gehouden met de woningbouwplanning (areaaluitbreiding) en verminderingen op aanslagen (in verband met bezwaren). Voor 2026 wordt uitgegaan van een inflatiepercentage van 2,4% (geharmoniseerde consumentenprijsindex (HICP) (CPB maart 2024).

Lasten Loon- en Prijsontwikkeling Het Centraal Plan Bureau (CPB) volgt de prijsontwikkelingen nauwlettend en stelt periodiek de indexeringspercentages bij. Die indexeringspercentages worden gepubliceerd in de mei- en septembercirculaire van het gemeentefonds. De hoge inflatie heeft gevolgen voor zowel de lasten als de baten in de begroting. De extra uitgaven voor loon- en prijsontwikkelingen van gemeenten worden voornamelijk door het Rijk gecompenseerd via de loon- en prijscompensatie in de accressen van het gemeentefonds. De toezichthouder gaat ervan uit dat we de loon- en prijsstijging aan de lastenkant van de begroting minimaal laten aansluiten op de in de meicirculaire gepubliceerde index. Gemeenschappelijke Regelingen De bijdragen uit de begrotingen 2026 van de verbonden partijen, gebaseerd op bovenstaande uitgangspunten, worden na vaststelling door de gemeenteraad opgenomen in de begroting 2026 van Barendrecht. Subsidies De subsidieplafonds voor “Zorg en welzijn” en “Cultuur” worden in 2026 met 5% geïndexeerd. De 5% is gebaseerd op de HICP 2026 met een eenmalige correctie voor de discrepantie tussen de jaarlijkse HICP en hoger dan gemiddelde cao-stijgingen van de afgelopen jaren. De maatschappelijke organisaties in deze sectoren zijn door de grote personele component financieel onder extra druk komen te staan.

De indexatie van de subsidieplafonds wordt verwerkt binnen het totaal aan beschikbare loon- en prijsindexatie voor 2026. Marktrente financieringstekort De marktrente voor het te berekenen financieringstekort wordt gebaseerd op de rente (ontwikkelingen) van een 20-jarige lening met jaarlijkse aflossing. Indicatief gaat het om 3,5% rente per jaar.

13

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15764478/1