CConstaterende datBarendrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Ontwerp Programmabegroting NRIJ 2026.pdf

commissie Planning en Control 16 juni 2025, gemeente BarendrechtBij agendapunt: Zienswijze ontwerpbegroting 2026 Natuur- en Recreatieschap IJsselmonde (adviserend)11.642 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Niet gevonden in dit document.

PROGRAMMABEGROTING 2026 Natuur- en recreatieschap IJsselmonde

Ontwerpbegroting 2026

Programmabegroting 2026

Inhoud 1. BESTUURLIJKE SAMENVATTING 2. UITGANGSPUNTEN 3. PROGRAMMA INSTANDHOUDING EN ONTWIKKELING GEBIEDEN 3.1. GEBIEDSBEHEER 3.1.1. BEHEERINFORMATIE 3.1.2. UITVOEREN TERREININSPECTIES 3.1.3. ONDERSTEUNING RECREATIE-, LANDSCHAPS- EN NATUURBEHEER 3.1.4. UITVOEREN TERREINBEHEER 3.1.5. OMGEVINGSMANAGEMENT 3.1.6. BEHEER VASTGOED EN GRONDEN 3.1.7. TOEZICHT EN HANDHAVING 3.1.8. VERGUNNINGEN, ONTHEFFINGEN EN TOESTEMMINGEN 3.2. MAATSCHAPPELIJKE BETROKKENHEID 3.2.1. VRIJWILLIGERS EN ACTIEF BURGERSCHAP 3.3. PLANNEN MAKEN 3.3.1. PLAN- EN PROJECTVOORBEREIDING 3.3.2. BEHEERKOSTENBEREKENING EN ANALYSES 3.4. OVERHEAD 3.4.1. BESTUURSPRODUCTEN 3.4.1.1. ACCOUNTMANAGEMENT 3.4.1.2. BESTUURSSECRETARIS 3.4.1.3. SECRETARIAAT 3.4.2. FINANCIËLE DIENSTEN 3.4.2.1. FINANCIEEL BELEID 3.4.2.2. PLANNING EN CONTROL (INCLUSIEF PROJECT CONTROL EN RECHTMATIGHEIDSCONTROLE) 3.4.3. JURIDISCHE DIENSTEN 3.4.3.1. AANSPRAKELIJKHEID 3.4.3.2. JURIDISCHE ONDERSTEUNING 3.4.3.3. PROCEDEREN 3.4.3.4. WOB-PROCEDURES 3.5. PROJECTEN/KREDIETEN 3.6. MUTATIES RESERVES 3.7. WAT GAAT HET KOSTEN 4. PARAGRAFEN 4.1 WEERSTANDSVERMOGEN EN RISICOBEHEERSING 4.2 ONDERHOUD KAPITAALGOEDEREN 4.3 FINANCIERING 4.4 GRONDBELEID 4.5 BEDRIJFSVOERING 4.6 DEELNEMERSBIJDRAGE 5 BIJLAGEN

1

2 3 8 8 8 8 9 9 9 10 10 10 11 11 11 11 12 12 12 12 13 13 13 13 13 14 14 14 15 15 15 15 16 17 17 20 22 24 25 25 34

Programmabegroting 2026

1. Bestuurlijke samenvatting Toekomst recreatieschap De vijf gemeenten op IJsselmonde (Albrandswaard, Barendrecht, Hendrik-Ido-Ambacht, Ridderkerk en Zwijndrecht) in het Natuur- en recreatieschap IJsselmonde hebben eind 2020 gekozen voor een samenwerkingsovereenkomst met Staatsbosbeheer voor het beheer van de gebieden van het Natuur- en recreatieschap IJsselmonde (NRIJ) op basis van een langjarig contract van tweemaal vier jaren. In verband met door gemeente Barendrecht kenbaar gemaakte voornemen tot uittreding zijn NRIJ en Staatsbosbeheer door overeengekomen dat de overeenkomst na afloop van de eerste vier jaar verlengd wordt tot medio 2026. Deze afspraak is vastgelegd in een allonge op de lopende overeenkomst. In deze allonge is tevens vastgelegd dat NRIJ en Staatsbosbeheer uiterlijk 30 juni 2025 aan elkaar kenbaar maken of de samenwerking na zal worden voortgezet. In de besluitvorming zullen de resultaten van een eind 2024 uitgevoerde evaluatie van de huidige samenwerking worden betrokken. Het is van belang helderheid te verkrijgen over de financiële situatie gaat verlopen voor de periode na 2025 in relatie tot de Provinciale bijdrage en de bijdrage van de gemeente Rotterdam. De bij uittreding gemaakte financiële afspraken met de gemeente Rotterdam en de provincie ZuidHolland lopen tot en met 2025.

Gelet op de financiële onzekerheid die daardoor vanaf 2026 ontstaat houdt NRIJ sinds 2022 rekening met een financiële opgave oplopende tot 20% in 2025 (5% per jaar vanaf begroting 2022). NRIJ en Staatsbosbeheer conformeren zich hieraan en werken gezamenlijk aan een zo zorgvuldig mogelijke benadering hiervan, waarbij de doelstellingen van het natuur- en recreatieschap zo veel als mogelijk worden uitgevoerd. Gestreefd wordt de hun openbare diensten, beter, efficiënter en goedkoper uit te voeren, waarbij de gezamenlijke ambitie om een stimulans geven aan de biodiversiteit en de recreatieve versterking van het groene landschap op IJsselmonde blijft bestaan. Dit krijgt vorm in het programma Toekomstbestendig NRIJ dat begin 2025 in uitvoering is gekomen. Gemeente Rotterdam heeft inmiddels duidelijkheid gegeven over de periode na 2025. De gemeente blijft verantwoordelijkheid nemen voor groengebieden rond de stad en heeft daarom de bij uittreding gemaakte afspraken verlengd tot en met 2031. Zij heeft daarbij haar bijdrage bijgesteld van circa € 857.000 naar € 550.000. De provincie Zuid-Holland wil haar financiering vanaf 2026 vormgeven met behulp van de Subsidieregeling beheer recreatiegebieden. De hoogte van de provinciale bijdrage is nog niet bekend. In deze begroting is uitgegaan van een lagere bijdrage van € 35.000,-.

Financiële samenvatting Voor 2026 ligt er een sluitende begroting, waarbij rekening is gehouden met een deelnemersbijdrage van € 1.766.163 (gelijk aan de bijdrage 2025) en een provinciale beheerbijdrage van € 318.988 en de bijdrage van de Gemeente Rotterdam van € 550.000.

2

Programmabegroting 2026 | Uitgangspunten

2. Uitgangspunten Uitgangspunt voor de Programmabegroting 2026 is bestaand en aanvaard beleid, zoals dat is vastgelegd in de door het Algemeen Bestuur op 4 december 2024 vastgestelde Uitgangspunten Programmabegroting 2026. Voor de prijsstijging op de ramingen voor 2026 is een indexatie van 5,2% toegepast, overeenkomstig het indexeringspercentage van de Kring van gemeentesecretarissen. Deze indexering wordt toegepast op alle lasten, met uitzondering van belastingen, verzekeringen, rentelasten en afschrijvingen. De indexering wordt in principe niet toegepast op de baten (voorzichtigheidsbeginsel). Voor de meerjarenraming 2027 tot en met 2030 is geen indexering toegepast. De deelnemersbijdragen zijn conform de Gemeenschappelijke Regeling verwerkt, maar zijn voor 2026 niet geïndexeerd. Financiële opgave vanaf 2026 Bij de uittreding van de gemeente Rotterdam en de provincie Zuid-Holland zijn financiële afspraken gemaakt die lopen tot en met 2025. Om vanaf 2026 een sluitende begroting op te kunnen stellen is het van belang om helderheid te verkrijgen over de inkomsten na 2025. Op het moment van opstellen van deze begroting is de stand van zaken als volgt: - Gemeente Rotterdam heeft duidelijkheid gegeven: de gemeente blijft verantwoordelijkheid nemen voor groengebieden rond de stad en heeft daarom de bij uittreding gemaakte afspraken verlengd tot en met 2031.

Zij heeft daarbij haar bijdrage bijgesteld van circa € 857.000 naar € 550.000. - De provincie Zuid-Holland wil haar financiering vanaf 2026 vormgeven door middel van de Subsidieregeling beheer recreatiegebieden. De hoogte van de provinciale subsidie is nog niet bekend. Vooralsnog wordt uitgegaan van een subsidie die € 35.000 lager is dan de provinciale bijdrage in 2025. - De deelnemers van NRIJ hebben net als in 2025 besloten de deelnemersbijdrage niet te indexeren. Bovenvermelde mutaties leiden in totaal tot circa € 550.000 lagere inkomsten vanaf 2026 (ten opzichte van 2025, inclusief het cumulatieve effect van het niet verhogen van de deelnemersbijdrage in 2025). NRIJ houdt al geruime tijd rekening met mogelijk substantieel dalende inkomsten vanaf 2026. Reeds in 2019 heeft het Algemeen Bestuur besloten “Over te gaan tot een meer bestendig fysiek terreinbeheer, gepaard gaande met een taakstellende besparing, oplopend tot 20% in 2025.” Dit besluit is geëffectueerd door vanaf de begroting 2022

3

Programmabegroting 2026 | Uitgangspunten

een bezuiniging in te boeken op het product Uitvoeren terreinbeheer van 5% per jaar, oplopend tot 20% vanaf 2026. Financieel vertaald gaat het om de volgende bedragen: 2022: € 113.250 2023: € 226.500 2024: € 339.750 vanaf 2025: € 453.000 per jaar De gedurende de periode 2022 tot en met 2025 bespaarde middelen zijn toegevoegd aan de Reserve besparingen. Deze reserve heeft als doel het financieren van investeringen die leiden tot een afname in de onderhoudskosten. De stand van deze reserve per 31-12-2024 is € 1.033.180. De concrete invulling van ingeboekte bezuinigingen vindt plaats door middel van het eind 2021 door het Algemeen Bestuur vastgestelde optimalisatietraject. Hierin zijn met behulp van het Terrein Beheer Model (TBM) 65 maatregelen uitgewerkt, zoals het extensiveren van onderhoud, het herinrichten van terreinen waarmee de beheerkosten lager worden en het overdragen van beheerverantwoordelijkheden aan exploitanten. In 2021 is berekend dat met deze maatregelen een potentiële besparing van € 400.000 bereikt kan worden, geactualiseerd naar prijspeil 2026 is het besparingspotentieel € 500.000-550.000. De uitvoering van de optimalisatiemaatregelen is in 2022 gestart. Het tempo van realisatie is echter achtergebleven bij de jaarlijks oplopende taakstellende besparingen.

Begin 2025 is de stand van zaken dat 13 maatregelen zijn doorgevoerd waarmee een besparing is gerealiseerd van circa € 90.000. De optelsom van lagere inkomsten en achterblijvende besparingen leidt vanaf 2026 tot een tekort van circa € 460.000.

Programma Toekomstbestendig NRIJ De ontstane financiële onzekerheid heeft ertoe geleid dat NRIJ eind 2023 besloten heeft het programma Toekomstbestendig NRIJ te starten. Als eerste stap heeft een ambtelijk team in 2024 met ondersteuning van een extern bureau een opdracht uitgevoerd met de doelstelling “Het komen tot concrete voorstellen voor kostenbesparingen, het continueren van bestaande en vinden van nieuwe bijdragen voor de totale exploitatie van het NRIJ”. Daarbij is vooruitgekeken naar een ‘worst case’ scenario vanaf 2031 waarin de bijdragen van gemeente Rotterdam en de provincie geheel zouden wegvallen. Het resultaat van deze opdracht is dat twee strategische thema’s en vijf deelprojecten zijn geïdentificeerd die verder uitgewerkt worden in het programma Toekomstbestendig NRIJ. De programmamanager is in mei 2025 aangevangen met het opstarten van het programma, in nauwe samenwerking met NRIJ en Staatsbosbeheer.

4

Programmabegroting 2026 | Uitgangspunten

De thema’s leveren geen (aanvullende) besparingen, maar zijn om andere redenen strategisch van belang. Het betreft: Thema A. Labeling van (deel)gebieden Het is van belang om onderscheid te kunnen maken tussen de gebieden van het NRIJ door ze te ‘labelen’, waarbij de keuze is tussen voornamelijk recreatief (met intensiever beheer, maar ook kansen voor baten uit horeca en parkeren) of voornamelijk natuur (met extensiever gebruik, beheer en lagere kosten) met een beperkter(e) toegang, stiltegebieden en minder voorzieningen (zoals parkeren, verharding etc.) De labels zijn bedoeld om te kunnen onderbouwen welke keuzes NRIJ maakt ten aanzien van intensief/extensief beheer en onderhoud alsook het toestaan of verbieden van exploitatie en activiteiten. Daarnaast helpt het met de communicatie over deze keuzes. Het resultaat van dit thema is dat drie labels zijn geïntroduceerd: recreatie, recreatie intensief en natuur. De labels bieden een praktisch kader voor de besluitvorming en het handelen van NRIJ in de toekomst. Thema B. Versnelling van het lopende optimalisatietraject Dit thema heeft een relatie met thema A. ‘labeling’ van gebieden. De labeling kan namelijk de keuzes van het type besparingen en de benodigde (des-) investeringen eenvoudiger maken.

In de uitvoering van de 52 resterende optimalisatiemaatregelen wordt als volgt een versnelling aangebracht: - de (operationele) aansturing wordt verbeterd door de inzet van een inmiddels aangestelde programmamanager; - in geval van onvoldoende capaciteit wordt onderzocht of naast Staatsbosbeheer een derde ingeschakeld wordt voor het opstellen van uitvoeringsplannen en toezicht op de uitvoering; - de uitrol wordt gerealiseerd in twee jaar, met de ambitie eind 2027 gereed, de opgetreden vertraging kan niet worden ingelopen maar verdere achterstand wordt beperkt; - de maatregelen worden gekoppeld aan de labeling, welke een kapstok is voor de belanghebbenden zoals exploitanten en de raden van gemeenten; - daar waar de maatregelen invloed hebben op het gebruik wordt de omgevingscommunicatie geïntensiveerd. Resterend besparingspotentieel: € 410.000-460.000

De vijf deelprojecten waarvan een financieel potentieel wordt verwacht zijn: Deelproject 1. Het bijdragen in de beheerkosten door derden Er zijn publieke en private partijen die hun gronden ter beschikking stellen aan NRIJ. Hiervoor betaalt NRIJ deels een vergoeding en deels zijn de percelen ‘om niet’ in beheer. Geen van deze partijen draagt bij aan de kosten voor het beheer. Met de publieke partijen (als eerste de Staat) zal een gesprek worden gevoerd over een bijdrage in het beheer dan wel het teruggeven van de gronden indien de 5

Programmabegroting 2026 | Uitgangspunten

eigenaren niet bij willen dragen. Een gesprek met private partijen lijkt dit namelijk minder kansrijk en wordt daarom laag geprioriteerd. Besparingspotentieel: max. € 470.000, Deelproject 2. Het beoordelen van bijdragen aan beheer Zuidelijk Randpark Het Zuidelijk Randpark wordt intensief gebruikt voor recreatie en evenementen, volgens informatie vooral door Rotterdammers. Het doel van dit deelproject is het realiseren van een kostendekkende bijdrage in beheerkosten voor het Zuidelijk Randpark. De huidige bijdrage van o.a. gemeente Rotterdam is daarbij te beoordelen in relatie tot de werkelijke beheerkosten. Om meer inzicht te verkrijgen wordt een onderzoek en analyse uitvoeren naar de herkomst en aantallen bezoekers per deelgebied voorbereid. Besparingspotentieel: p.m. Deelproject 3. Bijdragen van NRIJ aan de veerdiensten NRIJ draagt financieel bij aan drie veerdiensten die een nuttige rol hebben voor forensen en (deels) recreanten. Doel van dit deelproject is het verkennen in hoeverre een bijdrage vanuit NRIJ redelijk en logisch is en wat de consequenties zijn van een afnemende bijdrage. Besparingspotentieel: max. € 116.000, rekening wordt gehouden met minimaal 50% besparing. Deelproject 4.

Mogelijkheden tot aanvullende baten In dit deelproject wordt onderzocht in hoeverre aanvullende baten gerealiseerd kunnen worden in de gebieden die (vooralsnog) het label recreatief krijgen. Hierbij wordt o.a. gekeken naar actualisering van de tarifering van evenementen en honden uitlaatservices. Verder kunnen er ‘evenementen terreinen’ worden aangewezen met daarbij een actieve marketing vanuit de betreffende gemeente. Daaropvolgend kunnen gebieden met het label: intensieve recreatie worden geïdentificeerd die geschikt zijn voor een uitvraag aan ondernemers voor een commercieel exploitatie plan met baten voor NRIJ. Hiervoor is een investering in tijd en geld nodig; een deel ligt in lopende ontwikkelingen en een deel in nieuwe kansen. Besparingspotentieel: € 84.000 – 260.000 Deelproject 5. Reduceren van de kosten van bedrijfsvoering Dit deelproject levert een overzicht op van taken en kosten die de bedrijfsvoering betreffen met per taak een voorstel of er een mogelijkheid is tot staken, reduceren of overdragen naar een derde. Bij elk onderdeel wordt aangegeven wat de impact is voor de gebruikers (de burgers) en voor de bedrijfsvoering van het NRIJ. Bestuurders dragen immers de verantwoordelijkheid om publieke middelen efficiënt te besteden als een leidraad voor het handelen.

Daarbij wordt opgemerkt dat NRIJ niet ontevreden over de huidige dienstverlening op bedrijfsvoering, maar dat er een mogelijkheid mag zijn om periodiek te kunnen vergelijken. Besparingspotentieel: € 50.000 – 200.000 6

Programmabegroting 2026 | Uitgangspunten

Taakstellende bezuiniging 2026 en oplossen van het tekort In deze programmabegroting 2026 is het tekort verwerkt als een taakstellende bezuiniging van € 454.288. De uitwerking van de thema’s en deelprojecten binnen het programma Toekomstbestendig NRIJ moet leiden tot nadere besluitvorming in 2025 over structurele oplossingen van het tekort vanaf 2026. Hierin wordt de volgende planning voorzien: Thema/deelproject A. Labeling van (deel)gebieden

Mogelijke besparing

2026

2027

2028

2029

N.v.t.

-

-

-

-

B. Versnelling van het lopende besparingstraject

€ 410.000

€ 300.000

€ 410.000

€ 410.000

€ 410.000

1. Het bijdragen in de beheerkosten door derden

€ 235.000

€ 117.500

€ 235.000

€ 235.000

€ 235.000

2. Beoordelen bijdragen aan beheer Zuidelijk Randpark

p.m.

-

-

-

-

3. Bijdragen van NRIJ aan de veerdiensten

€ 58.000

€ 58.000

€ 58.000

€ 58.000

€ 58.000

4. Mogelijkheden tot aanvullende baten

€ 84.000

€ 48.000

€ 66.000

€ 84.000

€ 84.000

5. Reduceren van de kosten van bedrijfsvoering

€ 50.000

-

€ 50.000

€ 50.000

€ 50.000

€ 487.500

€ 819.000

€ 837.000

€ 837.000

TOTAAL

7

Programmabegroting 2026 | Programmaplan

3. Programma Instandhouding en ontwikkeling gebieden Het programma is opgebouwd uit de volgende onderdelen: -

Gebiedsbeheer Maatschappelijke betrokkenheid Plannen maken Overhead Algemene dekkingsmiddelen Kredieten en Mutatie reserves

3.1. Gebiedsbeheer Aantrekkelijke en gevarieerde gebieden, die onderling samenhangen en verbonden zijn, en waarin recreatie en ecologie elkaar versterken. Dat vraagt om professioneel beheer. Met het Terrein Beheer Model (TBM) bijvoorbeeld, waarmee we gefundeerde inrichtings- en beheerkeuzes kunnen maken, met inzicht in de beheerkosten. Voor het aantrekkelijk houden van de gebieden is het belangrijk dat bezoekers zich er welkom en veilig voelen. Het recreatieve aanbod is divers en sluit aan bij de vraag van de gebruikers. En we zorgen voor de afhandeling van vragen, klachten en verzoeken voor gebruik van het gebied en voor handhaving. 3.1.1. Beheerinformatie Wat willen we bereiken Beheerinformatie levert inzicht in de beheerwerkzaamheden en kosten voor de komende jaren. Deze informatie is onmisbaar voor een goede beheervoorbereiding en -uitvoering in de terreinen. Wat gaan we er voor doen Meten is weten. Daarom is het van belang dat de beheerinformatie inzichtelijk en op orde is. De koppeling aan een Geografisch Informatie Systeem (GIS) aan het Terrein Beheer Model maakt data en kosten inzichtelijk, goed te beheren en te vergelijken.

Het gaat hierbij om bijvoorbeeld kaartmateriaal van de huidige en toekomstige inrichting, planningen, geografische gebiedsanalyses en beschrijvingen van kapitaalgoederen zoals wegen en paden, maar ook ‘kunstwerkpaspoorten’ voor bijvoorbeeld bruggen en steigers. 3.1.2. Uitvoeren terreininspecties Wat willen we bereiken Het uitvoeren van inspecties leidt tot actuele, heldere beheerdata. Daarmee kan op de korte termijn de kwaliteit en veiligheid in de gebieden gewaarborgd worden en is op de langere termijn inzicht in de noodzakelijke investeringen. Wat gaan we er voor doen Door systematische visuele en technische inspecties te doen blijft er zicht op de onderhoudsstaat van de natuur- en recreatieterreinen. Zo kan er tijdig bijgestuurd worden. 8

Programmabegroting 2026 | Programmaplan Inspecties stellen in staat dat: - de kwaliteit van het terrein te geborgd wordt; - de meerjarenplanningen groot onderhoud actueel gehouden wordt; - de veiligheid in het gebied (beter) gewaarborgd blijven; - er invulling gegeven wordt aan aantoonbaarheid (juridische aansprakelijkheid). 3.1.3. Ondersteuning recreatie-, landschaps- en natuurbeheer Wat willen we bereiken Beoogd wordt een natuurlijke en eigentijdse inrichting van de terreinen, met naast recreatieve mogelijkheden ook aandacht voor landschappelijke kwaliteit en vergroting van de biodiversiteit. Wat gaan we er voor doen Terreinbeheer is continu inspelen op nieuwe wettelijke kaders en op vragen en veranderend gebruik van stakeholders in en om de terreinen. Het is dan ook belangrijk om deze vraagstukken goed te volgen en aanpassingen te onderbouwen en te implementeren in het beheer. Recreatieadviseurs, ecologen en landschapsarchitecten zetten hierbij hun kennis van zowel het recreatiegebruik en de natuur- en landschapswaarden van de gebieden als hun landelijke expertise in, zodat het beheer wordt ingericht vanuit een integraal perspectief. 3.1.4.

Uitvoeren terreinbeheer Wat willen we bereiken Efficiënt en hoogwaardig terreinbeheer levert een duurzaam onderhouden recreatie- en natuurgebied op dat aansluit op de wensen van bezoekers, met faciliteiten die schoon, heel en veilig zijn. Daarnaast draagt het beheer bij aan natuurwaarden en biodiversiteit. Wat gaan we er voor doen Binnen de kaders van wet- en regelgeving en met behoud van de landschappelijke kwaliteit wordt integraal en duurzaam terreinbeheer uitgevoerd. Verder wordt er op basis van Social Return gewerkt; en wordt ervaring in beheer, recreatie en biodiversiteit gedeeld. Uitvoering van het werk gebeurt op basis van het Terrein Beheer Model. Deze systematiek garandeert de kwaliteit van het beheer en maakt vervangingsinvesteringen voor dagelijks en groot onderhoud per jaar inzichtelijk. De meerjarige onderhoudsplanning geeft ook inzicht voor de lange termijn. 3.1.5. Omgevingsmanagement Wat willen we bereiken Beoogd wordt een brede waardering voor de gebieden, heldere communicatie en samenwerking met belanghebbenden, gezamenlijke verantwoordelijkheid en begrip voor beheermaatregelen. Wat gaan we er voor doen Veel mensen voelen zich betrokken bij uw gebieden en willen graag meedenken en bijdragen aan het beheer van terreinen. Goed terreinbeheer betekent dus ook: communicatie en samenwerking met de omgeving en belanghebbenden.

Er wordt gebruik gemaakt van diverse vormen van gebieds- en stakeholdercommunicatie, zoals participatieen informatiebijeenkomsten, woordvoering, en (landelijke) online en offline 9

Programmabegroting 2026 | Programmaplan communicatiekanalen. De boswachters zijn hierbij lokaal aanspreekpunt en monitoren wat er in de omgeving leeft. Uiteraard worden ook landelijke expertise en netwerken ingezet. 3.1.6. Beheer vastgoed en gronden Wat willen we bereiken Professioneel vastgoed- en grondbeheer houdt u de (vermogens)positie op orde. Bovendien wordt voldaan aan de rechten en plichten die het eigendom met zich meebrengt. Zorgvuldig en passend medegebruik draagt bij aan het recreatieaanbod én aan structurele inkomsten. Wat gaan we er voor doen De grondpositie (de gronden en vastgoed binnen het werkingsgebied) vormt de basis van elk natuur- en recreatiegebied. Duurzame borging van dit bezit vraagt om zorgvuldig beheer (goed rentmeesterschap). Daarmee wordt invulling gegeven aan verzoeken om medegebruik, bijvoorbeeld door erfpacht- of andere gebruiksovereenkomsten aan te gaan, inclusief de administratieve, financiële en juridische afwikkeling daarvan. Professioneel grond- en vastgoedbeheer is ook financieel van belang: de grond en gebouwen vormen immers uw kapitaal. Op basis van de lopende contracten komen twee contracten voor verlenging in aanmerking én één contract moet worden herzien.

De inzet voor dit type werkzaamheden is bij het sluiten van de SOK en bijbehorende uitvoeringsagenda uitgezonderd van het operationeel beheer (operationeel beheer omvat slechts een deel van de werkzaamheden die in de PDC tot de werkzaamheden van beheer vastgoed en gronden behoort. 3.1.7. Toezicht en handhaving Wat willen we bereiken Beoogd wordt een gebied te leveren waar mensen zich veilig en welkom voelen en waar de natuur wordt beschermd. Door naleving van de wet- en regelgeving blijft de kwaliteit van het gebied op orde en de recreatie- en belevingswaarde hoog. Wat gaan we er voor doen Toezicht en handhaving bestaat uit drie onderdelen: - Gastheerschap voor de gebruikersgroepen; - Handhaving op geldende bepalingen en wetgeving; - Samenwerking met andere bevoegde toezichthouders (politie, gemeentelijke handhavers); De uitvoering van deze onderdelen door boswachters met boa-bevoegdheden, gebeurt in overleg met o.a. gemeenten en andere toezichthouders. Hierbij wordt ingespeeld op de aard van het gebied en mogelijke probleemsituaties in de terreinen en/of op het water. 3.1.8. Vergunningen, ontheffingen en toestemmingen Wat willen we bereiken De gebieden bieden ruimte voor initiatieven van derden, zorgvuldig getoetst aan de andere belangen voor het terrein. Afspraken met partijen worden vastgelegd en gecommuniceerd.

Wat gaan we er voor doen De gebieden worden regelmatig gebruikt door organisaties en particulieren voor het organiseren van activiteiten en evenementen. Dat is een maatschappelijke meerwaarde. 10

Programmabegroting 2026 | Programmaplan Want naast het beschermen van natuur, zijn ook het beleven en benutten van terreinen belangrijke waarden. Maar niet alles kan en mag overal. Daarom is het nodig om heldere afspraken te maken over het gebruik van het gebied en de faciliteiten, zeker bij grote bezoekersaantallen. Dit wordt vastgelegd in de vorm van een vergunning (verlening door gemeenten), ontheffing of toestemming. Vanzelfsprekend op basis van de afspraken en doelstellingen die voor een terrein gelden. 3.2. Maatschappelijke betrokkenheid Duurzaam, hoogwaardig beheer vraagt om afstemmen en samenwerken. Met omwonenden, ondernemers en diverse gebruikersgroepen. Mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt vinden er zinvol werk en hun inzet verhoogt de kwaliteit van gebieden. Ook zorgen we dat de terreinen toegankelijk zijn voor mensen met een beperking en bieden we lesprogramma’s en voorzieningen aan voor jeugd. Zo verbinden we duurzaam beheer met maatschappelijk beheer en werken we samen aan terreinen waar mens en natuur elkaar vinden. 3.2.1. Vrijwilligers en actief burgerschap Wat willen we bereiken Een zorgvuldige aanpak van vrijwilligerswerk en actief burgerschap leidt tot betrokkenheid, betekenis en plezier bij gebruikers en de omgeving van het gebied.

De vrijwilligers werken mee aan excursies, jeugdactiviteiten en terreinbeheer, maar ook helpen zij bij monitoring, toezicht en handhaving en bij vragen, meldingen en klachten van bezoekers. Wat gaan we er voor doen Veel mensen voelen zich betrokken bij de gebieden en zetten zich er graag voor in. ‘Vrijwilligers en actief burgerschap’ is een essentieel product om hen hiervoor op een zorgvuldige, professionele manier ruimte te bieden en terreinen op eigentijdse wijze te beheren. Dat levert kwalitatief hoogstaand gebiedsbeheer op en bovendien draagvlak in de omgeving. Het bestaat uit o.a.: - professionele begeleiding inzet van vrijwilligers; - faciliteren en onderhouden van participatiegroepen; - samenwerken met bewonersplatforms, stichtingen en verenigingen. 3.3. Plannen maken Gebiedsbeheer gaat verder dan de bestaande inrichting zorgvuldig en efficiënt in stand houden. Het gaat ook om flexibel kunnen reageren op veranderende maatschappelijke en ecologische vraagstukken. Maar ook om aanpassing van beheer naar de nieuwste inzichten op het gebied van recreatie, kwaliteit van de leefomgeving, klimaatadaptatie en ecosystemen. Dat vraagt om strategische en onderbouwde doorontwikkeling van terreinen. 3.3.1. Plan- en projectvoorbereiding Gedurende het jaar kunnen zich knelpunten of kansen aandienen, die vragen om een eerste beoordeling en standpuntbepaling door het bestuur.

Om flexibel op dergelijke ontwikkelingen te kunnen reageren wordt een budget van € 20.000 opgenomen. Ten laste 11

Programmabegroting 2026 | Programmaplan van dit budget wordt alleen de inzet van capaciteit benodigd voor het opstellen van een bestuursvoorstel gebracht. Dit voorstel heeft als doel een besluit te nemen of het schap het gesignaleerde probleem wil oplossen of de kans wil benutten en bereid is daarvoor middelen beschikbaar te stellen. Zo’n voorstel geeft daarom inzicht in welke kosten en opbrengsten aan een vervolg zijn verbonden. 3.3.2. Beheerkostenberekening en analyses Wat willen we bereiken De beheerkostenberekening geeft inzicht in de beheerkosten voordat de herinrichting start zodat vooraf bestuurlijke, beheersmatige en financiële keuzes gemaakt kunnen worden en daarmee grip geeft op debegroting (geprognotiseerde en werkelijke kosten). Wat gaan we ervoor doen Bij de grote of kleinere herinrichting van een gebied, of bij het inrichten van nieuw terrein, is het wenselijk vooraf inzicht in de te verwachten beheerkosten te hebben. Dit wordt verzorgd door beheerkostenberekeningen en -analyses uit te voeren. In deze berekeningen worden de beheerkosten van de huidige situatie afgezet tegen die van de toekomstige inrichting van een gebied. Ook wordt een analyse gemaakt van de kostenbepalende elementen, zodat er gefundeerd keuzes gemaakt kunnen worden. 3.4.

Overhead Efficiënt beheer staat of valt met kwalitatief hoogwaardige bestuurlijke en juridische advisering aan het Dagelijks Bestuur en het Algemeen Bestuur, over ten minste de volgende aandachtsgebieden: -

lopende zaken, beleid, ontwikkelingen en toekomst van het schap nieuwe of gewijzigde wet- en regelgeving die van invloed zijn op het schap

Daarbij wordt rekening gehouden met wat er speelt op de betreffende beleidsvelden en met het netwerk binnen en buiten het schap. Dit netwerk bestaat o.a. uit schapsdeelnemers, ambtelijk apparaat, natuur- en milieuorganisaties en stakeholders in het schapsgebied. Tevens wordt het Algemeen Bestuur, het Dagelijks Bestuur en de voorzitter bijgestaan in alles wat de hen opgedragen taken aangaat, o.a. met een goed financieel en administratief management en met een solide juridische onderbouwing en afhandeling. 3.4.1. Bestuursproducten 3.4.1.1. Accountmanagement Wat willen we bereiken De accountmanager is een deskundig aanspreekpunt vanuit Staatsbosbeheer voor het recreatieschap en een opdrachtnemer voor de bestuurlijke opdrachten. Wat gaan we er voor doen Met de bestuurlijk-juridische achtergrond en kennis organisatie fungeert de accountmanager als sparringpartner voor het schap. Hij is opdrachtnemer voor bestuurlijke opdrachten, bewaakt de voortgang van de projecten en werkzaamheden die daaruit voortkomen en informeert het schap over de voortgang en de eindresultaten. 12

Programmabegroting 2026 | Programmaplan 3.4.1.2. Bestuurssecretaris Wat willen we bereiken De bestuurssecretaris levert een effectieve ondersteuning en advisering van het bestuur. Wat gaan we er voor doen De bestuurssecretaris is de expert-sparringpartner. Hij adviseert en begeleidt het bestuur en andere samenwerkingspartners. Met zijn bestuurlijk-juridische achtergrond heeft hij veel kennis van onder meer gemeenschappelijke regelingen. Hij ondersteunt de uitvoering van bestuurlijke taken en besluitvormingsprocessen en denkt mee over bestuurlijke vraagstukken. Als rechterhand van het bestuur vertaalt de bestuurssecretaris besluiten naar concrete afspraken voor Staatsbosbeheer. 3.4.1.3. Secretariaat Wat willen we bereiken Het ambtelijk secretariaat zorgt ervoor dat de vergaderingen goed voorbereid en professioneel verlopen, dat de daarbij behorende vergaderstukken tijdig beschikbaar zijn en dat de archivering op orde is. Wat gaan we er voor doen Het ambtelijk secretariaat verzorgt de planning, organisatie, voorbereiding, verslaglegging en archivering van de bestuursvergaderingen. Met gedegen kennis van bestuurlijk-juridische processen bewaakt de ambtelijk secretaris dat voldaan wordt aan de vereisten en bepalingen die onder meer de Wet Gemeenschappelijke Regelingen stelt.

3.4.2. Financiële diensten 3.4.2.1. Financieel beleid Wat willen we bereiken Beoogd wordt een solide financieel beleid dat voldoet aan juridische en financiële vereisten, verordeningen, notities en kaders. Wat gaan we er voor doen Zorgvuldig terreinbeheer en -ontwikkeling vraagt om zorgvuldig budgetbeheer. De beschikbare middelen zijn immers bedoeld om de doelen en visie te realiseren voor uw gebieden. Door kennis, ervaring en netwerk worden de terreinen zo efficiënt mogelijk beheerd. Er wordt een intern inkoop- en beleidskader opgesteld, (Europese) aanbestedingen worden begeleid, contracten worden opgesteld, rapportages voor verantwoording en accountantscontrole worden verzorgd, en de verzekeringsportefeuille wordt gecoördineerd. Uiteraard volgens de wettelijke vereisten. En op onderwerpen wordt financieel advies gegeven. 3.4.2.2. Planning en control (inclusief project control en rechtmatigheidscontrole) Wat willen we bereiken Een Planning & Control-cyclus (P&C) is een wettelijke vereiste. En het geeft daarnaast 13

Programmabegroting 2026 | Programmaplan kader en sturing aan het bestuur en biedt ondersteuning om de doelstellingen te bereiken. Wat gaan we er voor doen Deze P&C begint met het plannen van de jaarlijkse activiteiten (begroting) en eindigt met het vaststellen van het jaarresultaat en het samenstellen van de jaarrekening. Administratie (de vastlegging van financiële handelingen) en projectcontrolling maken vanzelfsprekend onderdeel uit van P&C. Met de najaarsrapportage wordt de uitvoering van activiteiten bewaakt en wordt er voor gezorgd dat de bedrijfsvoering ‘in control’ blijft. Indien nodig wordt het voorgenomen beleid of de activiteiten en processen bijgesteld. Uiteraard binnen het extern kader van Gemeentewet, het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV), fiscale wetgeving en andere weten regelgeving.

3.4.3. Juridische diensten 3.4.3.1. Aansprakelijkheid Wat willen we bereiken Beoogd wordt een beperking van aansprakelijkheidsprocedures, - risico’s en -kosten. Efficiënte afhandeling van klachten voorkomt bovendien eventuele beroepsprocedures bij de Nationale Ombudsman. Wat gaan we er voor doen Terreineigendom en -beheer brengen juridische verantwoordelijkheden met zich mee. Gezorgd wordt voor een onderbouwde afwijzing of toewijzing van claims, voor de (financiële) afhandeling ervan, of claims worden doorgestuurd naar de verantwoordelijke partij. Omgekeerd wordt gezorgd voor aansprakelijkheidstelling van derden bij schade aan de terreinen. Bij klachten op grond van de Algemene wet bestuursrecht wordt gezorgd voor correspondentie met de directe toezichthouder (Politie en OM), worden hoorzittingen voorbereid en worden beslissingen opgesteld. Verder worden beroepen van klagers bij de Nationale Ombudsman afgehandeld. In bezwaarprocedures wordt gezorgd voor de hoorzittingen en worden beslissingen op bezwaar opgesteld. 3.4.3.2. Juridische ondersteuning Wat willen we bereiken Beoogd wordt een goede en snelle juridische ondersteuning ter voorkoming en beperking van imagoschade en allerhande risico’s. Wat gaan we er voor doen Voor effectief beheer en ontwikkeling van terreinen is een solide juridische basis onmisbaar.

Daarom wordt vorm gegeven aan tal van overeenkomsten in het kader van beleid en uitvoering van beheer, waaronder de samenwerking met derden (private en publieke partijen). Dat gebeurd onder andere door adviseren, beoordelen en/of opstellen van overeenkomsten. 14

Programmabegroting 2026 | Programmaplan 3.4.3.3. Procederen Wat willen we bereiken Het voorkomen van een onnodige gerechtelijke procedure spaart tijd en geld. In die gevallen waarin geprocedeerd moet worden, wordt een vlotte en correcte afhandeling van de procedure beoogd en draagt zodoende bij aan een besparing van kosten en komt uw imago ten goede. Wat gaan we er voor doen Mochten conflicten met derden tot juridische procedures leiden, dan wordt er geprocedeerd als verweerder, eisende partij, gedaagde of belanghebbende en zijn de juristen het aanspreekpunt voor de advocaat. Ook worden collega’s bijgestaan in juridische procedures, bijvoorbeeld als zij slachtoffer zijn van een delict of een ongeval. Als het nodig is, wordt er opgetreden als gemachtigde in een gerechtelijke procedure. 3.4.3.4. Woo-procedures Wat willen we bereiken Gestreefd wordt naar een snelle en correcte afhandeling van W00-procedures. Wat gaan we er voor doen Woo-verzoeken worden in behandeling genomen. Ook kan een zienswijze opgesteld worden op een Woo-verzoek dat door derden wordt behandeld en waarin het recreatieschap derde-belanghebbende bent. Cruciaal hierbij is dat over de gevraagde informatie (documenten) beschikt kan worden. 3.5. Projecten/kredieten Er zijn bij het opstellen van deze begroting geen projecten die doorlopen tot in 2026. 3.6. Mutaties reserves Lasten Deelproduct/product

Baten

Rekening 2024

Begroting 2025 Begroting 2026

Saldo

Rekening 2024

Begroting 2025 Begroting 2026

Rekening 2024

Begroting 2025 Begroting 2026

Mutatie reserves Reserve Pendrechtse molen Reserve afschrijvingen Reserve besparingen Egalisatiereserve groot onderhoud Algemene Reserve Totaal mutatie reserves

27.700 339.750 205.025 117.500

27.700 453.000 -

27.700 -

15.000 11.813 21.100 261.202 179.587

15.000 4.500 261.203 -

15.000 11.813 -

689.975

480.700

27.700

488.702

280.703

26.813

15

12.700 (11.813) 318.650 (56.177) (62.087) 201.273

12.700 (4.500) 453.000 (261.203) 199.997

12.700 (11.813) 887

Programmabegroting 2026 | Programmaplan

3.7. Wat gaat het kosten Lasten Deelproduct/product

Rekening 2024 Personeel

Baten

Begroting 2025 Begroting 2026

Rekening 2024

Saldo

Begroting 2025 Begroting 2026

Rekening 2024

Begroting 2025 Begroting 2026

817.626

1.027.124

1.084.850

-

-

-

817.626

1.027.124

1.084.850

-

(453.000) 119.066

(454.288) -

-

-

-

-

(453.000) 119.066

(454.288) -

2.649.484 3.467.110 28.867

2.315.828 3.342.952 49.000

2.077.938 3.162.788 51.500

853.533 853.533 -

953.975 953.975 -

832.900 832.900 -

1.795.951 2.613.577 28.867

1.361.853 2.388.977 49.000

1.245.038 2.329.888 51.500

28.867 10.474 59 10.533

49.000 37.200

51.500 10.000

-

-

-

37.200

10.000

-

-

-

28.867 10.474 59 10.533

49.000 37.200 37.200

51.500 10.000 10.000

Juridische diensten

113.455 927 114.382 161.732 56.463 218.195 18.832 18.832

57.700 97.100 154.800 179.200 22.450 201.650 19.400 3.500 22.900

34.900 99.400 134.300 188.600 23.650 212.250 20.500 20.500

795 795 -

130.000 130.000 -

-

113.455 927 114.382 161.732 55.668 217.400 18.832 18.832

57.700 97.100 154.800 179.200 (107.550) 71.650 19.400 3.500 22.900

34.900 99.400 134.300 188.600 23.650 212.250 20.500 20.500

Totaal overhead

351.409

379.350

367.050

795

130.000

-

350.614

249.350

367.050

9.932 9.932

-

5.826 5.826

1.653.711 383.014

1.766.163 353.988

169.774 854.373 3.060.872

854.373 2.974.524

(1.653.711) (383.014) (159.842) (854.373) (3.050.940)

(1.766.163) (353.988) (854.373) (2.974.524)

(1.766.163) (318.988) (124.174) (550.000) (2.759.325)

-

50.000

-

Optimaliseringsrichting fysiek beheer Overschot op rekening Materieel Gebiedsbeheer Personeel Materieel Maatschappelijke betrokkenheid Personeel Materieel Plannen maken Overhead Personeel Materieel Bestuurlijke diensten Personeel Materieel Financiële diensten Personeel Materieel

Deelnemersbijdrage Bijdrage Provincie Zuid-Holland Beheerkostenregeling Rente Bijdrage gemeente Rotterdam Algemene middelen Onvoorzien

Saldo gewone bedrijfsvoering Totaal kredieten

3.867.851 137.908

3.858.502 -

-

3.597.164

3.915.200

-

86.587

-

4.058.499 -

1.766.163 318.988 130.000 550.000 2.765.151 -

3.598.051 -

-

50.000

-

(47.349)

(199.997)

(887)

51.321

-

-

Saldo van baten en lasten

4.005.759

3.858.502

3.597.164

4.001.787

4.058.499

3.598.051

3.972

(199.997)

(887)

Totaal mutatie reserves

689.975

480.700

27.700

488.702

280.703

26.813

201.273

199.997

887

Gerealiseerd resultaat

4.695.734

4.339.202

3.624.864

4.490.489

4.339.202

3.624.864

205.245

-

-

16

Programmabegroting 2026 | Paragrafen

4. Paragrafen 4.1 Weerstandsvermogen en risicobeheersing Het weerstandsvermogen weerspiegelt de mate waarin het recreatieschap in staat is middelen vrij te maken om de risico's die zich in de praktijk voordoen op te vangen zonder dat dit betekent dat het beleid veranderd of ingekrompen moet worden. Conform de nota weerstandsvermogen wordt de ratio weerstandsvermogen berekend om te bepalen of het recreatieschap in staat is voldoende financiële middelen vrij te maken voor het dekken van de risico’s op het moment dat de risico’s zich voordoen. Voor de waardering van de toereikendheid van het weerstandsvermogen wordt de volgende tabel gehanteerd. Ratio weerstandsvermogen Waarderingscijfer A B C D E F

Ratio weerstandsvermogen > 2,0 1,4 < x < 2,0 1,0 < x < 1,4 0,8 < x < 1,0 0,6 < x < 0,8 < 0,6

Betekenis Uitstekend Ruim voldoende Voldoende Matig Onvoldoende Ruim onvoldoende

Risicoanalyse Risico

Aard van het risico

Financiële impact risico

Kans van optreden H/M/L *)

Impact (uitgaande van vier jaar)

Bijdrage PZH

Structureel

€ 192.000

H

€ 574.000

Programma toekomstbestendig NRIJ

Structureel

€ 453.000

L

€ 360.000

Niet kwantificeerbare risico’s

Structureel

€ 18.900

€ 75.600

*) De financiële impact wordt berekend door bij een hoog risico 75%, bij een gemiddeld risico 50% en bij een laag risico 25% van het bedrag van de financiële omvang te nemen.

17

Programmabegroting 2026 | Paragrafen Bijdrage Provincie Zuid-Holland vanaf 2026 Bij de uittreding van de provincie Zuid-Holland zijn financieringsafspraken gemaakt die lopen tot en met 2025. In de destijds afgesloten financieringsovereenkomst is het uitgangspunt opgenomen dat de provincie ook na 2025 haar medeverantwoordelijkheid voor recreatiebeheer behoudt en daartoe middelen beschikbaar stelt. De provincie zal dit met ingang van 2026 vormgeven door toepassing van de Subsidieregeling beheer recreatiegebieden. Volgens de regeling kan subsidie echter uitsluitend worden aangevraagd door eigenaren of erfpachters van gebieden die door de provincie aangemerkt zijn als recreatiegebied met een minimumoppervlakte van 100 hectare. Daarnaast hanteert de provincie een plafondbudget waardoor nog niet duidelijk is of het in de regeling opgenomen maximale subsidiepercentage van 40% kan worden behaald. De bijdrage van de provincie bedroeg in 2024 € 383.015 (inclusief indexering). Rekening wordt gehouden met een bijdrage die significant lager is. Voor de risicoanalyse is gerekend met een halvering. Programma toekomstbestendig NRIJ Vanwege de vermindering van de bijdrage van provincie Zuid-Holland en het verminderen van de bijdrage van gemeente Rotterdam (vanaf 2026) heeft het Algemeen Bestuur eind 2021 het besluit “Optimalisatierichting Natuur- en recreatieschap IJsselmonde” genomen.

Hiermee heeft het bestuur ingestemd met het uitwerken en doorvoeren van de eerste serie optimaliseringsvoorstellen. Voorts heeft het bestuur opdracht gegeven voor het uitvoeren van een nadere verkenning van de haalbaarheid en uitwerking van de tranches voor de jaren 2023 tot en met 2025. In verband hiermee is sinds 2022 een taakstellende bezuiniging opgenomen in de programmabegrotingen, oplopend tot € 453.000 in 2025. In 2022/2023 een beperkt aantal optimaliseringsvoorstellen uitgevoerd. Daarna is de daadwerkelijke realisatie van optimaliseringen en herinrichtingen getemporiseerd. In 2024 heeft een ingehuurde externe partij advies uitgebracht over de verdere aanpak van het doorvoeren van besparingen en het verhogen van inkomsten. Dit heeft erin geresulteerd dat in 2025 het programma Toekomstbestendig NRIJ wordt gestart. Vanwege het achterlopen van de realisatie van optimalisatievoorstellen is een risico opgenomen ter hoogte van de taakstellende bezuiniging. Niet kwantificeerbare risico’s Hier wordt uitgegaan van 2% van de structurele inkomsten. Voor dit beleid volgt het schap het rijksbeleid voor gemeenten. Het rijk stelt voor gemeenten, die vallen onder het artikel 12-regime, de minimale buffer van de algemene reserve op 2% van de som van de structurele inkomsten. Dit bedrag is daarmee het minimaal gewenste/benodigde weerstandsvermogen voor niet gekwantificeerde risico's.

Voor de structurele inkomsten wordt uitgegaan van de huren & pachten en de verwachte rentebaten. Deze zijn in de begroting 2026 gesteld op 954K. Het risico is dan 18.900 x 4 = 75.600 euro. Ratio Weerstandsvermogen Zoals hiervoor aangegeven wordt de ratio weerstandsvermogen berekend om te bepalen of het schap in staat is voldoende financiële middelen vrij te maken voor het dekken van de risico’s op het moment dat de risico’s zich voordoen. Het totaal van de risico-inventarisatie komt uit op € 1.009.600 De stand van de Algemene Reserve is per eind 2024 (inclusief resultaatbestemming) ca. € 641.400. De ratio komt uit op < 1 en is daarmee onvoldoende. 18

Programmabegroting 2026 | Paragrafen Kengetallen BBV In het BBV (=financiële regelgeving voor gemeenten, provincies, gemeenschappelijke regelingen) staat dat er in de jaarstukken enkele kengetallen moeten worden opgenomen. De kengetallen staan in onderstaande tabel. Kengetallen

Begroting 2026

Begroting 2027

Begroting 2028

Begroting 2029

Begroting 2030

-130% n.b. 67%

-124% n.b. 70%

-115% n.b. 74%

-93% n.b. 85%

-100% n.b. 82%

netto schuldquote netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen solvabiliteitsratio structurele exploitatieruimte

Deze kengetallen geven enig inzicht in de financiële positie en de financiële weerbaar- en wendbaarheid van de organisatie. De Provincie Zuid-Holland gebruikt de volgende signaleringswaarden: Kengetal gezond neutraal risicovol netto schuldquote <90% 90-130% >130% netto schuldquote gecorrigeerd <90% 90-130% >130% solvabiliteitsratio >50% 20-50% <20% structurele exploitatieruimte >0% 0% <0%

De netto schuldquote geeft een beeld van het niveau van de schuldenlast ten opzichte van de eigen middelen. Bij de “netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen” worden ook de verstrekte leningen meegenomen. Een negatieve schuldquote geeft in feite aan dat er per saldo geen sprake is van een schuld. De solvabiliteitsratio wordt berekend als het percentage van het totale eigen vermogen ten opzichte van het totale vermogen van het schap. Dit geeft inzicht in de mate waarin het schap in staat is om aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Het kengetal “structurele exploitatieruimte” geeft aan of de structurele baten groter zijn dan de structurele lasten. Dit wordt in het kengetal als percentage van de totale baten uitgedrukt. Dit kengetal zegt in feite iets over het structurele jaarrekeningsaldo, d.w.z. zonder alle incidentele lasten.

19

Programmabegroting 2026 | Paragrafen 4.2 Onderhoud kapitaalgoederen Het goed onderhouden van de gebieden is een belangrijke taak voor het schap om duurzaam gebruik mogelijk te maken. Als basis voor het plannen van regulier- en groot onderhoud en vervangingsinvesteringen wordt het Terrein Beheer Model (TBM) gehanteerd. Dit model is gebaseerd op zogenaamde doeltypen (bijvoorbeeld speel- en ligweide, strand of bos) waarvoor een gestandaardiseerde inrichting met daarbij behorende onderhoudscycli en normkosten zijn bepaald. Het totaal aan oppervlaktes, stuks en lengte van de aanwezige doeltypes bepaalt met de cycli en de normkosten de geplande uitgaven voor meerjarig duurzaam onderhoud. De geplande uitgaven van groot onderhoud fluctueren van jaar tot jaar. Dit kan een direct en groot effect hebben op het jaarresultaat en daarmee op de jaarlijkse deelnemersbijdrage. Om dit ongewenste effect zoveel mogelijk te voorkomen heeft het schap ervoor gekozen om een egalisatievoorziening groot onderhoud in te stellen. Jaarlijks wordt een vastgestelde dotatie ten laste van de exploitatie gebracht en de werkelijke onderhoudslasten worden ten laste van de Voorziening verantwoord. Jaarlijks worden de geplande uitgaven, de dotatie en de werkelijke kosten gemonitord.

Elke vier jaar wordt de dotatie opnieuw berekend en vastgesteld tenzij uit de monitoring volgt dat eerder een bijstelling nodig is Programma groot onderhoud In onderstaande tabel is het verwachte verloop van de voorziening Groot Onderhoud te zien voor de komende jaren.

Stand voorziening Groot onderhoud per 01-01 Dotatie

2026 2.823.456 695.000

2027 2.330.226 695.000

2028 2.076.769 695.000

2029 1.711.321 695.000

2030 861.201 695.000

914.023 274.207

729.582 218.875

815.729 244.719

1.188.553 356.566

369.714 110.914

2.330.226

2.076.769

1.711.321

861.201

1.075.573

Werkelijke uitgaven 2022 M Werkelijke uitgaven 2022 P Prognoses 2026 ev. Prognoses 2026 ev. Stand voorziening groot onderhoud per 31-12

In 2026 is groot onderhoud en vervangingsonderhoud voorzien aan o.a.: -

bos en beplantingen/solitairen: het uitvoeren van onderhoud bosonderhoud in o.a. Sandelingen Ambacht en het Oosterpark; asfalt: het uitvoeren van groot onderhoud en vervangingsonderhoud aan diverse asfaltverhardingen in o.a. de recreatiegebieden Johannapolder en Hoge Veld; speeltoestellen: het uitvoeren van groot onderhoud en vervangingsonderhoud aan alle speelvoorzieningen in het gehele gebied.

20

Programmabegroting 2026 | Paragrafen

Onderstaand een volledig overzicht van de in 2026 geplande werkzaamheden (excl. P): Cat egorie TBM-overig Speelt oest ellen Bos Solit airen en knot bomen Niet normat ieve asset s (lampjes) Asfalt Bagger Harde oevers St eenbest ort ing Bruggen Vlonders en st eigers Tot aal GO

2026 9.695 119.415 323.380 166.927 11.239 159.027 29.856 2.523 40.188 42.199 9.574 914.023

Er zijn in 2026 geen vervangingsinvesteringen gepland.

21

Programmabegroting 2026 | Paragrafen

4.3 Financiering Kasgeldlimiet Tot het kasgeld behoren alle vlottende schulden < 1 jaar, de contante gelden in kas, de uitgaande gelden < 1 jaar en de tegoeden / schulden rekening-courant. Doel van de kasgeldlimiet is het beperken van de renterisico’s op de korte schuld. De korte schuld is bedoeld voor de lopende uitgaven en zodoende is de limiet gekoppeld aan het begrotingstotaal. De kasgeldlimiet is vastgesteld op 8,2% van het totaal van de jaarbegroting bij aanvang van het jaar. Er is voldaan aan de kasgeldlimiet, aangezien er per saldo geen sprake is van een kortlopende schuld. Renterisiconorm De renterisiconorm stelt een limiet aan het renterisico over de lange termijn financiering. Het renterisico is het geldbedrag aan leningen dat in een bepaald jaar aan renteherziening en herfinanciering onderhevig is. Het renterisico mag maximaal 20% van het begrotingstotaal per 1 januari van het betreffende kalenderjaar bedragen. De renterisiconorm benadrukt het belang van een goede spreiding van de leningenportefeuille en de renterisico’s. In 2024 zijn geen vaste geldleningen aangegaan. Er zijn op balansdatum 2024 meerdere uitstaande geldleningen zonder renteherziening gedurende de looptijd. Er is geen sprake van herfinanciering. Derhalve is er geen renterisico.

Schatkistbankieren Bij het schatkistbankieren wordt dagelijks het saldo bij een vastgesteld drempelbedrag overgeboekt op een bankrekening ten gunste van de rekening-courant die een decentrale overheid heeft bij de schatkist. Omgekeerd kan het saldo ook worden aangevuld ten laste van de rekening-courant die een decentrale overheid heeft bij de schatkist. Voor het schap zijn de benodigde overeenkomsten met het Rijk afgesloten. De drempel van € 1.000.000 is in 2024 niet overschreden. Zie verder het overzicht in de toelichting op de balans, onderdeel Schatkistbankieren. EMU saldo Het (EMU-saldo) is het saldo van de inkomsten en uitgaven van de overheid. Decentrale overheden moeten inzicht geven in de berekening van hun aandeel in dit EMU-saldo. Deze informatie wordt middels enquêtes aangeleverd bij het CBS. Voor de EMU-enquête worden de gemeenten, de provincies en de waterschappen integraal waargenomen. Bij de gemeenschappelijke regelingen wordt een deelwaarneming gedaan. Een gemeenschappelijke regeling valt binnen de deelwaarneming indien het totaal aan baten of lasten op de exploitatierekening groter is dan 20 miljoen euro. Omdat het begrotingstotaal van het Recreatieschap onder deze grens van €20 miljoen ligt is toelichting van het EMU saldo niet verplicht en derhalve niet opgenomen.

22

Programmabegroting 2026 | Paragrafen Renteschema Rent eschema: a. De ext erne rent elast en over de kort e en lange financiering b. De ext erne rent ebat en (idem) Saldo rent elast en en rent ebat en c1. De rent e die aan de grondexploit at ie moet w orden doorberekend c2. De rent e van project financiering die aan het bet reffende t aakveld moet w orden t oegerekend c3. De rent ebaat van doorverst rekt e leningen indien daar een specifieke lening voor is aanget rokken (= project financiering), die aan het bet reffende t aakveld moet w orden t oegerekend Aan t aakvelden t oe t e rekenen ext erne rent e €

-/-

-/-

-

-/-

-

-/-

-

5.826 130.000 -124.174

-

d1. Rent e over eigen vermogen d2. Rent e over voorzieningen Tot aal aan t aakvelden t oe t e rekenen rent e

+/+ +/+

e. De aan t aakvelden t oegerekende rent e (rent eomslag)

-/-

-124.174 -124.174

f. Rent eresult aat op het t aakveld Treasury

23

Programmabegroting 2026 | Paragrafen 4.4

Grondbeleid

Algemeen Het Dagelijks Bestuur van het recreatieschap heeft begin 2016 de nota grondbeleid vastgesteld waarin de volgende uitgangspunten centraal staan: -

-

Grond is een middel en geen doel. Bij en met de inzet van grond en vastgoed wordt financiële optimalisatie nagestreefd. Met de inzet van grond wordt samenwerking met gebiedspartijen gezocht. Hoewel het schap zelf geen grond- of opstalexploitaties voert, heeft zij in haar aanpak een actieve houding. Hierbij stuurt zij – in samenwerking met de andere gebiedspartijen – actief op programmering, kostenbeheersing en opbrengstoptimalisatie. Het schap werkt innovatief en extern gericht, zoekt naar nieuwe verbanden en geeft waar mogelijk ruimte aan nieuwe technologieën en duurzame toepassingen. Het schap neemt in beginsel niet risicodragend deel in gebieds- en vastgoed)ontwikkelingen. Bij de inzet van grond en vastgoed werkt het schap transparant en marktconform.

Financieel Naast het algemene uitgangspunt van financiële optimalisatie is de inzet vooral gericht op het behoud van het huidige niveau van inkomsten in de schapsbegroting, zulks in relatie tot de met eigendom/erfpacht samenhangende kosten. Grondpositie Grondpositie per 31 december 2024: Oppervlakte:

31-12-2023

31-12-2024*

548 ha

563 ha

Totaal

Toelichting mutatie: Eenmalige correctie n.a.v. controle oppervlaktes met het Kadaster

*Afgerond op hele getallen

Deze tabel betreft de grondpositie, hierin zijn niet meegenomen de gronden die het schap op basis van persoonlijke overeenkomsten (o.a. huur) in gebruik en onderhoud heeft. Peildatum voor deze tabel is de kadastrale registratie per 31 december 2024.

24

Programmabegroting 2026 | Paragrafen 4.5

Bedrijfsvoering

Productomschrijving

Gebiedsbeheer

Maatschappelijke Plannen maken betrokkenheid

Overhead

60.900 72.500 40.800 452.000 69.200 142.900 225.700 20.850

60.900 72.500 40.800 452.000 69.200 142.900 225.700 20.850

Beheerinformatie Uitvoeren Terreininspecties Ondersteuning recreatie-, landschaps- en natuurbeheer uitvoeren Terreinbeheer RO 30% Omgevingscommunicatie Beheer vastgoed en gronden (rentmeesterschap) Toezicht en Handhaving Vergunningen, ontheffingen en toestemmingen

51.500

51.500

Vrijwilligers en actief burgerschap

Totaal

10.000 -

10.000 -

Plan- en projectvoorbereiding Beheerkostenberekening & analyses Accountmanagement

34.900

34.900

Financieel beleid Planning en control Projectcontrol rechtmatigheidscontrole

15.800 146.000 15.800 11.000

15.800 146.000 15.800 11.000

Aansprakelijkheid Juridische ondersteuning Procederen WOB-procedures

3.400 13.900 1.600 1.600

3.400 13.900 1.600 1.600

244.000

1.390.350

1.084.850

Subtotaal Dienstverlening in uitgaven voorziening Groot Onderhoud

51.500

10.000

274.200

274.200

1.664.550

Totaal

4.6

Deelnemersbijdrage Aandeel in nadelig exploitatiesaldo

Percentage

Inwoneraantallen per 1-1-2024

Gemeente Albrandswaard Gemeente Barendrecht Gemeente Hendrik-Ido-Ambacht Gemeente Ridderkerk Gemeente Zwijndrecht

232.913 429.110 288.091 420.570 395.479 1.766.163

13% 24% 16% 24% 22% 100%

26.428 48.690 32.689 47.721 44.874 200.402

Totaal

1.766.163

Verdeling deelnemersbijdrage

25

Programmabegroting 2026 | Financiële begroting Financiële begroting Lasten Deelproduct/product

Rekening 2024 Personeel

Baten

Begroting 2025 Begroting 2026

Rekening 2024

Saldo

Begroting 2025 Begroting 2026

Rekening 2024

Begroting 2025 Begroting 2026

817.626

1.027.124

1.084.850

-

-

-

817.626

1.027.124

1.084.850

-

(453.000) 119.066

(454.288) -

-

-

-

-

(453.000) 119.066

(454.288) -

2.649.484 3.467.110 28.867

2.315.828 3.342.952 49.000

2.077.938 3.162.788 51.500

853.533 853.533 -

953.975 953.975 -

832.900 832.900 -

1.795.951 2.613.577 28.867

1.361.853 2.388.977 49.000

1.245.038 2.329.888 51.500

28.867 10.474 59 10.533

49.000 37.200

51.500 10.000

-

-

-

37.200

10.000

-

-

-

28.867 10.474 59 10.533

49.000 37.200 37.200

51.500 10.000 10.000

Juridische diensten

113.455 927 114.382 161.732 56.463 218.195 18.832 18.832

57.700 97.100 154.800 179.200 22.450 201.650 19.400 3.500 22.900

34.900 99.400 134.300 188.600 23.650 212.250 20.500 20.500

795 795 -

130.000 130.000 -

-

113.455 927 114.382 161.732 55.668 217.400 18.832 18.832

57.700 97.100 154.800 179.200 (107.550) 71.650 19.400 3.500 22.900

34.900 99.400 134.300 188.600 23.650 212.250 20.500 20.500

Totaal overhead

351.409

379.350

367.050

795

130.000

-

350.614

249.350

367.050

9.932 9.932

-

5.826 5.826

1.653.711 383.014

1.766.163 353.988

169.774 854.373 3.060.872

854.373 2.974.524

(1.653.711) (383.014) (159.842) (854.373) (3.050.940)

(1.766.163) (353.988) (854.373) (2.974.524)

(1.766.163) (318.988) (124.174) (550.000) (2.759.325)

-

50.000

-

Optimaliseringsrichting fysiek beheer Overschot op rekening Materieel Gebiedsbeheer Personeel Materieel Maatschappelijke betrokkenheid Personeel Materieel Plannen maken Overhead Personeel Materieel Bestuurlijke diensten Personeel Materieel Financiële diensten Personeel Materieel

Deelnemersbijdrage Bijdrage Provincie Zuid-Holland Beheerkostenregeling Rente Bijdrage gemeente Rotterdam Algemene middelen Onvoorzien

Saldo gewone bedrijfsvoering Totaal kredieten

3.867.851 137.908

3.858.502 -

3.597.164

-

3.915.200

-

86.587

-

4.058.499 -

1.766.163 318.988 130.000 550.000 2.765.151 -

3.598.051 -

-

50.000

-

(47.349)

(199.997)

(887)

51.321

-

-

Saldo van baten en lasten

4.005.759

3.858.502

3.597.164

4.001.787

4.058.499

3.598.051

3.972

(199.997)

(887)

Totaal mutatie reserves

689.975

480.700

27.700

488.702

280.703

26.813

201.273

199.997

887

Gerealiseerd resultaat

4.695.734

4.339.202

3.624.864

4.490.489

4.339.202

3.624.864

205.245

-

-

26

Programmabegroting 2026 | Financiële begroting Toelichting op het overzicht van baten en lasten Het overzicht van lasten en baten is als volgt opgebouwd: Reguliere lasten en baten gewone bedrijfsvoering Dit onderdeel betreft de exploitatielasten en –baten van de structurele activiteiten. Dit zijn de jaarlijks min of meer in dezelfde vorm terugkerende activiteiten. Op basis van deze informatie kunnen meerjarige trends en ontwikkelingen worden geschetst. Kredieten De kredieten hebben betrekking op uitgaven gerelateerd aan activiteiten die zorgen voor veranderingen in de natuur- en recreatiegebieden, zoals investeringen met maatschappelijk nut in de openbare ruimte. Deze uitgaven worden gedekt vanuit bijdragen derden (subsidies, bijdragen) en/of onttrekkingen aan de algemene of bestemmingsreserves. Toevoegingen en onttrekkingen (mutaties) aan reserves Dit onderdeel omvat alle mutaties (stortingen en onttrekkingen) in de reserves. Structureel evenwicht In verband met de aanscherping van het financieel toezicht is in de begroting en de meerjarenraming het structureel en reëel evenwicht geïntroduceerd. Het BBV is aangepast, zodat Algemeen Bestuur en financieel toezichthouder kunnen vaststellen of sprake is van een structureel en reëel evenwicht in de begroting en de meerjarenraming.

Algemeen uitgangspunt is dat structurele lasten en baten die lasten en baten zijn die betrekking hebben op posten of beleid met een looptijd van meer dan drie jaar. Toevoegingen en onttrekkingen aan de reserves worden als incidenteel beschouwd, tenzij het gaat om reguliere onttrekkingen aan financieringsreserves c.q. dekkingsreserves (kapitaallasten) of om onttrekkingen uit een daartoe toereikende (bestemmings)reserve gedurende een periode van minimaal 3 jaar met als doel het dekken van structurele lasten. Het structureel en reëel begrotingsevenwicht wordt berekend door de totale lasten en baten te verminderen met de incidentele lasten en baten. Het saldo dat overblijft moet positief zijn (de structurele baten zijn dan groter dan de structurele lasten). Het overzicht van structurele toevoegingen en onttrekkingen is opgenomen in de toelichting op de meerjarenraming. Uiteenzetting van de financiële positie (geprognosticeerde balans) De financiële positie in meerjarenperspectief blijkt uit de geprognosticeerde balanscijfers voor de jaren 2026 tot en met 2030.

27

Programmabegroting 2026 | Financiële begroting Bedragen Begroting 2026

Begroting 2027

Begroting 2028

Begroting 2029

Begroting 2030

ACTIVA Materiële vaste activa Financiële vaste activa Vlottende activa

2.550.467 4.772.697

2.510.120 4.515.096

2.470.794 4.144.484

2.431.671 3.334.374

2.386.495 3.594.809

Totaal activa

7.323.164

7.025.216

6.615.277

5.766.045

5.981.304

PASSIVA Reserves (Geraamd) resultaat Voorzieningen Langlopende schulden Vlottende passiva

4.902.182 2.330.226 90.756 -

4.903.069 2.076.769 45.378 -

4.903.956 1.711.321 -

4.904.843 861.202 -

4.905.730 1.075.574 -

Totaal passiva

7.323.164

7.025.216

6.615.277

5.766.045

5.981.304

Totaaloverzicht

Toelichting op de uiteenzetting van de financiële positie De uitgangspunten, die bij het samenstellen van deze begroting zijn gehanteerd, zijn vermeld in hoofdstuk 2 van deze begroting. Materiële vaste activa De afname in de materiële vaste activa betreft de jaarlijkse afschrijvingen. Financiële vaste activa Niet van toepassing. Vlottende activa De vlottende activa is bepaald door het verschil te nemen tussen het “totaal passiva per jaar” minus het totaal van de materiële vaste activa.

28

Programmabegroting 2026 | Financiële begroting Reserves

Algemene Reserve

Saldo Resultaat 1-1-2025 bestemming 846.623 205.245-

BESTEMMINGSRESERVES Investeringsreserve Reserve herinrichting Zuidelijk Randpark Reserve vervangingsinvesteringen Reserve Pendrechtse molen Reserve besparingen Afschrijvingsreserve Egalisatiereserve groot onderhoud

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15651063/1