Conceptbegroting 2027 DBP 20260316
Tekst van het document
Gemeenschappelijke Regeling De BedrijfsvoeringsPartner (DBP) Albrandswaard, Barendrecht en Ridderkerk werken samen op het gebied van de bedrijfsvoeringstaken op basis van de kernwaarden
dichtbij, aandacht, ontwikkeling en zakelijk
Begroting 2027
Conceptversie CMT 13 maart 2026 1
Inhoudsopgave INLEIDING ................................................................................................................................................... 3 BELEIDSBEGROTING ...................................................................................................................................... 5 1.
Programmaplan ............................................................................................................. 6
1.1
Doelstellingen ...................................................................................................................... 6
1.2
Prestatieafspraken en indicatoren ...................................................................................... 9
1.3
Financiën ........................................................................................................................... 10
1.4
Financiële en overige ontwikkelingen ............................................................................... 11
2.
Paragrafen .................................................................................................................. 15
2.1
Paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing ...................................................... 15
2.2
Paragraaf Financiering ....................................................................................................... 18
2.3
Paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen ........................................................................... 20
2.4
Paragraaf Bedrijfsvoering .................................................................................................. 21
2.5
Openbaarheidsparagraaf................................................................................................... 21
FINANCIËLE BEGROTING .............................................................................................................................. 24 3.
Overzicht van baten en lasten en toelichting ................................................................ 25
3.1
Cijfers begroting ................................................................................................................ 25
3.2
Gronden waarop de ramingen zijn gebaseerd .................................................................. 30
3.3
Overzicht incidentele baten en lasten............................................................................... 32
3.4
Toevoegingen en onttrekkingen aan de reserve ............................................................... 32
3.5
Geprognosticeerde meerjarenbalans................................................................................ 33
3.6
EMU-saldo ......................................................................................................................... 33
BIJLAGEN .................................................................................................................................................. 35 Bijlage Investeringen ............................................................................................................. 36 Bijlage Taakvelden ................................................................................................................. 37 Bijlage Overzicht Overhead .................................................................................................... 38
2
Inleiding Hierbij presenteren we de begroting voor 2027 van de Gemeenschappelijke Regeling De BedrijfsvoeringsPartner (DBP). DBP is het samenwerkingsverband van de gemeenten Albrandswaard, Barendrecht en Ridderkerk, waarin we samen zorgen voor de uitvoering van de bedrijfsvoeringstaken. Ons doel is om goede, goed op elkaar afgestemde producten en diensten te leveren binnen de hele bedrijfsvoeringsketen, tegen acceptabele kosten en met een organisatie die efficiënt, kostenbewust en gericht op ontwikkeling werkt. De samenwerking tussen DBP en de gemeenten is gebaseerd op een sterk partnerschap. We werken samen aan de maatschappelijke opgaven van de drie gemeenten en zien bedrijfsvoering als een onlosmakelijk onderdeel van de gemeentelijke processen. DBP staat dichtbij de gemeenten; onze medewerkers werken nauw samen met collega’s in de gemeenten, ieder met een eigen rol, maar altijd met hetzelfde gezamenlijke doel. Dankzij onze kennis van gemeentelijke processen en bedrijfsvoering hebben we een stevige basis voor deze samenwerking. Bij het maken van deze begroting hebben we een aantal belangrijke uitgangspunten gehanteerd: •
Vertrouwen in de samenwerking, met de intentie om goed samen te werken.
•
Financiële voorspelbaarheid, zodat duidelijk is wat de kosten van DBP zijn voor de gemeenten.
•
Beperking van bestuurlijke drukte, met een bekostigingssystematiek die besluitvorming over financiën zo eenvoudig mogelijk maakt.
•
Rechtvaardigheid, waarbij elke deelnemer diensten ontvangt die passen bij zijn bijdrage.
•
Hanteerbaarheid, met een methode die niet te veel administratieve lasten en kosten geeft.
•
Overzichtelijkheid, door transparante en makkelijk te volgen kosten.
Met deze uitgangspunten leggen we een stevige basis voor een heldere en toekomstgerichte begroting die recht doet aan onze gezamenlijke ambitie en verantwoordelijkheid. Uitgangspunten voor de Begroting 2027 Het takenpakket van DBP is vastgelegd in de Producten- en Diensten Catalogus (PDC). De begroting voor 2027 is gebaseerd op deze PDC en de meerjarenraming uit de begroting van 2026. Daarbij zijn de effecten van inflatie en cao-ontwikkelingen, conform gemaakte afspraken, meegenomen. Op advies van de Provincie Zuid-Holland is de raming voor de gestegen loonkosten als gevolg van de nog af te sluiten cao per 1 april 2027 gebaseerd op de loonvoet Overheid van het Centraal Planbureau. Dit zorgt ervoor dat de financiële gevolgen zo goed mogelijk zijn ingeschat en vooraf goed inzichtelijk zijn, in plaats van achteraf. De budgetverhoging voor inflatie is gebaseerd op de prognose van het
3
CPB voor 2027. Zowel de loonvoet als de inflatieverwachting zijn opgenomen in het Centraal Economisch Plan (CEP) 2026, dat op 12 maart 2026 is gepubliceerd. Voorafgaand aan het opstellen van deze begroting zijn alle relevante ontwikkelingen zorgvuldig geïnventariseerd. Ter voorbereiding zijn noodzakelijke en onvermijdelijke budgetverhogingen in kaart gebracht. DBP heeft voor het merendeel hiervan binnen de eigen begroting dekking weten te vinden. Voor een beperkt aantal verhogingen bleek dat niet haalbaar, waarna deze voorstellen aan de gemeenten en vervolgens aan het bestuur zijn voorgelegd. Begin 2026 heeft het bestuur deze voorstellen besproken en beoordeeld, waarbij rekening is gehouden met de haalbaarheid, de impact op de organisatie, de dienstverlening aan de gemeenten en de financiële consequenties. Na dit bestuurlijk overleg zijn twee incidentele budgetverhogingen goedgekeurd en in deze begroting verwerkt. Bezuinigingen in 2027 Gemeenten staan de komende jaren voor grote financiële uitdagingen. Bij het opstellen van de begroting voor 2026 hebben wij daarom vorig jaar, in nauw overleg met de gemeenten, al in een vroeg stadium rekening gehouden met bezuinigingen voor 2027. Op deze manier heeft DBP tijdig medeverantwoordelijkheid genomen voor de financiële druk bij onze drie gemeenten.
In de begroting 2026 waren naast de bezuinigingen voor dat jaar ook al besparingen voor 2027 opgenomen, voor een totaalbedrag van € 499.500. Na vaststelling van de begroting 2026 zijn deze bezuinigingen verwerkt in de meerjarenbegrotingen van zowel de gemeenten als DBP. De structurele besparingen zijn daarmee al meegenomen in de gemeentelijke bijdragen voor 2027 en zullen in dat jaar worden gerealiseerd. Met deze begroting zoeken we een balans tussen het waarborgen van de continuïteit van de dienstverlening en het doorvoeren van noodzakelijke bezuinigingen en aanpassingen. Budgetverhogingen in de begroting 2027 De begroting 2027 is gebaseerd op het bestaande beleid voor de bedrijfsvoeringstaken. Gezien het financiële perspectief van de gemeenten is zeer terughoudend omgegaan met het opnemen van budgetverhogingen. Er zijn daarom slechts twee tijdelijke uitbreidingen van de formatie opgenomen. Het betreft een tijdelijke uitbreiding van het team Inkoopadvies met 1,8 fte in 2027. Deze uitbreiding is nodig vanwege het sterk gestegen aantal inkoop- en aanbestedingstrajecten sinds de ontvlechting van de BAR-organisatie. Daarnaast wordt het team Uitkeringsadministratie tijdelijk uitgebreid met 1 fte voor de jaren 2027 en 2028, vanwege een aanzienlijke toename van het aantal te verwerken dossiers bij de gemeenten.
Over beide tijdelijke formatie-uitbreidingen is overleg gevoerd met de gemeenten. Vanuit een gedeelde verantwoordelijkheid zijn deze keuzes gezamenlijk gemaakt, waarbij ook het financiële perspectief nadrukkelijk is meegewogen. Voor een nadere toelichting op de budgetverhogingen en een totaaloverzicht van de cijfers verwijzen wij naar hoofdstuk 3: Overzicht van de baten en lasten 2027.
4
Beleidsbegroting
5
1. Programmaplan 1.1
Doelstellingen
De BedrijfsvoeringsPartner is het samenwerkingsverband van de gemeenten Albrandswaard, Barendrecht en Ridderkerk op het gebied van bedrijfsvoering. Onder bedrijfsvoering verstaan we de ondersteunende afdelingen die de primaire processen van de gemeenten faciliteren. Voor DBP gaat het om de volgende vakgebieden: Control, Facilitaire Zaken, Financiën, HRM, Informatie & Automatisering inclusief informatieveiligheid en privacy, Inkoop, Juridische Zaken en de financiële administratie. Missie Wij leveren met aandacht en plezier hoogwaardige diensten in de gehele bedrijfsvoeringsketen. Daarbij richten wij ons niet alleen op effectiviteit en efficiency, maar ook op de specifieke behoeften van onze partners. Door onze kennis van de lokale context kunnen onze partners zich concentreren op hun inwoners en maatschappelijke en bestuurlijke vraagstukken. Onze leidraad is dat onze partners zich door DBP goed geholpen voelen. Visie We geven veel ruimte aan de ontwikkeling van onze medewerkers, vakgebieden, organisatie en de ontwikkelopgaven van onze partners. We werken op basis van wederzijds vertrouwen, met veel aandacht voor samenwerking en nabijheid bij onze partners. We leveren maatwerk, werken efficiënt en kostenbewust en baseren onze samenwerking op realistische, zakelijke afspraken.
DBP is een organisatie waar het fijn werken is, waarin medewerkers centraal staan en worden gestimuleerd het beste uit zichzelf te halen. We zijn trots op onze organisatie, onze collega’s en wat we betekenen voor onze partners. Hoofddoelen • Het ontzorgen van onze partners, nu en in de toekomst, in de gehele keten van de bedrijfsvoering. • Een fijne en goede werkgever zijn voor onze medewerkers, met een eigen gezicht en identiteit. Doelstellingen 2027 In 2027 verscherpen we onze blik op de toekomst en concretiseren we wat dat betekent voor de strategische ontwikkeling van DBP. We realiseren de bezuinigingen zoals overeengekomen in 2025 en houden daarbij rekening met de financiële risico’s die deze ingrepen met zich meebrengen. Deze bezuinigingen volgen op eerdere maatregelen in 2026 en de afronding van de ontvlechting van de BAR-organisatie in 2025. Ook in 2027 blijft DBP werken aan de verdere doorontwikkeling van de organisatie en aan de ondersteuning van de gemeentelijke processen. Tegelijkertijd is er, in nauw overleg met onze partners, veel aandacht voor het beheersen van financiële risico’s. Uitvoeringsplan Ons uitvoeringsplan 2025-2026 bevat diverse actielijnen, waarvan een groot deel inmiddels is afgerond. De actielijnen blijven ook in 2027 relevant en krijgen onze voortdurende aandacht. In 2026
6
wordt het uitvoeringsplan bijgewerkt en geactualiseerd voor de jaren 2027-2028. Belangrijke prioriteiten en aandachtspunten voor (2026 en) 2027 zijn: •
Producten en Diensten Catalogus (PDC) en Dienstverleningsovereenkomst (DVO) DBP levert een breed scala aan ondersteunende producten en diensten, nauw verbonden met de gemeentelijke processen. Goede afspraken hierover zijn essentieel. De PDC is geactualiseerd en afgestemd op de DVO, het formele kader waarin onze taakvelden voor 2027 zijn vastgelegd. Hiermee bieden we een concreet handvat voor onze dienstverlening.
•
OGON-documenten (Opdrachtgever – Opdrachtnemer) We herijken en ontwikkelen onze OGON-documenten verder. Duidelijke OGON’s zorgen voor heldere afspraken over taken, verantwoordelijkheden, doelen, communicatie, financiën en risicobeheersing. Dit voorkomt misverstanden en maakt de samenwerking overzichtelijker en effectiever.
•
Afstemming en evaluatie van de werkafspraken We stemmen de zakelijke werkafspraken af met de gemeenten. Voor cruciale klantprocessen stellen we servicelevels vast, wat samenhangt met verdere uitwerking van de accounthoudersrol binnen DBP richting de gemeenten.
•
KPI’s (Key Performance Indicators) KPI’s zijn meetbare indicatoren die inzicht geven in de kwaliteit en effectiviteit van onze bedrijfsvoeringsprocessen. In 2026 worden deze KPI’s ontwikkeld en vastgesteld, waarna ze in 2027 worden geïmplementeerd. Daarom bevat deze begroting nog een beperkt aantal indicatoren, dat in de toekomst wordt uitgebreid. KPI’s helpen ons en onze partners om samen de dienstverlening continu te verbeteren.
•
Realiseren van dashboards en stuurinformatie Verbetering van de datakwaliteit en het proces rondom het aanvragen, realiseren en beheren van dashboards, met in eerste instantie de focus op het sociaal domein, waarna de toepassingen later breder zullen worden uitgerold.
•
Organisatiestructuurveranderingen doorvoeren Aandacht voor tijdige aanmelding en doorvoering van structurele wijzigingen in systemen als gevolg van veranderende organisatievormen.
•
ICT en applicatiebeheer Verbeterpunten gericht op doorlooptijden en capaciteitsvraagstukken bij ICT en applicatiebeheer.
•
Communicatie, tijdig informeren en betrekken Tijdige en voortdurende informatie-uitwisseling tussen gemeenten en DBP, bijvoorbeeld bij aanbestedingen, projecten en andere impactvolle veranderingen.
7
•
Partnerschap en samenwerking Samenwerking en partnerschap vormen de kern van ons handelen. We werken als gelijkwaardige partners, zowel binnen DBP als met de gemeenten die we bedienen. Open communicatie, wederzijds vertrouwen en het actief luisteren naar elkaars behoeften zijn daarbij essentieel. Daarom verzamelen we input bij onze partners en binnen onze eigen organisatie om verbeterpunten te identificeren. Met deze gezamenlijke inzichten zetten we concrete stappen om onze dienstverlening continu te verbeteren. Door intern goed samen te werken, elkaar tijdig te informeren en de juiste hulpmiddelen te bieden, kunnen we kwalitatieve producten en diensten blijven leveren die aansluiten bij de wensen van onze partners. Het in 2026 op te stellen uitvoeringsplan 2027/2028 speelt hierbij een belangrijke rol en vormt een belangrijk instrument voor de verdere optimalisering van de samenwerking.
8
1.2
Prestatieafspraken en indicatoren
De doelstellingen van DBP zijn vertaald naar prestatieafspraken en prestatie-indicatoren. Over de voortgang van deze afspraken wordt gerapporteerd binnen de planning- en controlcyclus, zowel via tussenrapportages als in de jaarrekening. Onderstaand overzicht geeft de belangrijkste prestatie-indicatoren weer. Deze set zal in de toekomst worden aangescherpt en uitgebreid op basis van de informatiebehoeften van het bestuur en nieuwe ontwikkelingen. Realisatie 2024
Realisatie 2025
Norm 2027
Betaaltermijn facturen DBP (binnen 31 dgn.)
87%
91%
90%
Betaaltermijn facturen gemeenten (binnen 31 dgn.)
91%
93%
90%
Bezwaarschiften gemeenten (binnen termijn)
95%
89%
90%
Realisatie 2024
Realisatie 2025
Norm 2027
4,7
4,6
3,5
7,9
7,9
7,0
Indicator
Indicator Klanttevredenheid dienstverlening automatisering: afhandeling ICT meldingen (op een schaal van 1 - 5) Klanttevredenheid dienstverlening automatisering: uitlevering ICT middelen (op een schaal van 1 - 10)
Beleidsindicatoren bedrijfsvoering Conform het BBV worden in de begroting beleidsindicatoren opgenomen om inzicht te geven in de voortgang en resultaten van het beleid. Vijf van deze indicatoren hebben betrekking op de bedrijfsvoering en zijn daarom in de DBP-begroting verwerkt. Het doel van deze indicatoren is het bestuur inzicht te geven in de stand van zaken, de voortgang van beleidsdoelstellingen te volgen en de begroting en het jaarverslag beleidsmatiger en transparanter te maken. Indicator
Uitkomst
Bron
1 Formatie: Aantal fte per 1.000 inwoners
235 fte
123.308 inwoners
1,91
Formatieplan
2 Bezetting: Aantal fte per 1.000 inwoners
225 fte
123.308 inwoners
1,82
Formatieplan
3 Apparaatskosten per inwoner
€ 37.267.900
123.308 inwoners
€ 302
Eigen begroting
4 Externe inhuurkosten als percentage van de totale loonkosten
€ 2.150.000
€ 24.305.300
8,8%
Jaarrekening 2025 en eigen begroting
5 Kosten overhead als percentage van de totale lasten
€ 33.262.200
€ 37.267.900
89,3%
Eigen begroting
Toelichting: 1. De formatie op basis van het eigen gegevens HRM. 2. Het werkelijk aantal fte van de formatie dat naar verwachting in 2027 gemiddeld zal zijn ingevuld. 3. De personele en materiële kosten die noodzakelijk zijn voor het functioneren van de organisatie. Voor DBP bestaat de begroting volledig uit deze organisatiekosten.
9
4. Kosten voor de inzet van externe personen of organisaties die tijdelijk werkzaamheden uitvoeren voor DBP, zonder dat sprake is van een arbeidsovereenkomst of dienstverband met de organisatie. Hier zijn de werkelijke inhuurkosten in 2025 afgezet tegen de in de begroting van 2027 opgenomen totale loonkosten. 5. Alle kosten die samenhangen met de sturing en ondersteuning van de organisatie en die niet direct aan het primaire proces kunnen worden toegerekend. Omdat de werkzaamheden van DBP grotendeels bestaan uit ondersteunende processen ten behoeve van de primaire processen van de deelnemende gemeenten, is het aandeel overhead binnen de totale kosten relatief hoog.
1.3
Financiën
Wat mag het kosten? In onderstaande tabel is weergegeven wat de totale lasten van DBP in 2027 bedragen. DBP kent, in tegenstelling tot gemeenten, één programma: bedrijfsvoering. De programmabudgetten voor de gemeentelijke taken zijn opgenomen in de begrotingen van de deelnemende gemeenten. In deze begroting zijn de eerder vastgestelde bezuinigingen uit de begroting 2026 ter hoogte van € 499.500 verwerkt. Dit heeft geleid tot een sluitende begroting die voldoet aan de eisen van het financieel toezicht en die het volgende beeld laat zien: De bedragen, uitgesplitst naar kostencategorieën, voor de jaren 2027–2030 zijn als volgt: Saldo
Begroting 2027
Begroting 2028
Begroting 2029
Begroting 2030
Salariskosten (incl. inhuurkosten) Opleidingen Overige personeelslasten Huisvestingskosten ICT Facilitair Vennootschapsbelasting Overige bedrijfsvoering
24.872.000 432.200 1.309.800 298.900 6.879.100 2.124.000 3.600 585.400
24.412.000 432.200 1.309.800 298.900 6.871.100 2.110.800 3.600 585.400
24.332.000 432.200 1.309.800 298.900 6.872.300 2.109.600 3.600 585.400
24.332.000 432.200 1.309.800 298.900 6.897.900 2.084.000 3.600 585.400
Gesaldeerde bedragen (excl. bijdragen gemeenten)
36.505.000
36.023.800
35.943.800
35.943.800
In de bovenstaande tabel zijn de baten en lasten gesaldeerd, exclusief de bijdragen van de gemeenten. In het overzicht van baten en lasten in de financiële begroting worden deze saldi nader gespecificeerd. De belangrijkste inkomstenbron van DBP zijn de bijdragen van de drie deelnemende gemeenten. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen collectieve en individuele dienstverlening. De collectieve dienstverlening wordt voor alle gemeenten op dezelfde manier uitgevoerd. Deze gezamenlijke uitvoering maakt een efficiënte organisatie mogelijk en helpt de uitvoeringskosten voor gemeenten laag te houden. Het collectieve dienstverleningspakket wordt aan de drie gemeenten doorbelast op basis van de overeengekomen procentuele verdeelsleutel. Deze verdeelsleutel wordt vastgesteld aan de hand van
10
de meest recente inwonersaantallen. Hierbij wordt uitgegaan van de inwonercijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), stand 2026. Dit resulteert in de volgende verdeelsleutel: Albrandswaard: Barendrecht: Ridderkerk:
26.560 inwoners 48.678 inwoners 48.070 inwoners
21,54% 39,48% 38,98%
Naast het collectieve dienstverleningspakket kunnen gemeenten, wanneer zij specifieke wensen hebben op het gebied van dienstverlening, hiervoor aparte budgetten beschikbaar stellen. Deze maatwerkbudgetten zijn meestal meerjarig en structureel. Daarom zijn in de begroting per gemeente twee bedragen opgenomen: één voor de bijdrage aan de standaarddienstverlening en één voor de bijdrage aan de maatwerkdiensten van DBP. De bijdragen voor de collectieve dienstverlening op basis van de inwonersaantallen zijn in 2027: Albrandswaard € 7.722.800 Barendrecht € 14.154.900 Ridderkerk € 13.975.600 De maatwerkbijdrage per gemeente is in 2027: Albrandswaard € 80.200 Barendrecht € 176.200 Ridderkerk € 395.300 De totale bijdrage per gemeente in 2027 komt daarmee op: Albrandswaard € 7.803.000 Barendrecht € 14.331.100 Ridderkerk € 14.370.900
1.4
Financiële en overige ontwikkelingen
Cao SGO (Samenwerkende gemeentelijke organisaties) Voor de medewerkers van DBP is de cao SGO van toepassing. De financiële gevolgen van wijzigingen in deze cao kunnen worden doorberekend in de gemeentelijke bijdragen. De huidige cao Gemeenten/SGO loopt tot en met 31 maart 2027. Daarom is in de begroting 2027, op advies van de provincie, een raming opgenomen voor de verwachte financiële gevolgen van een nieuwe cao. Deze raming is gebaseerd op de loonvoet sector overheid van het Centraal Planbureau (CPB), zoals opgenomen in het Centraal Economisch Plan (CEP) van maart 2026. Voor 2027 raamt het CPB deze loonvoet op 4,2%. Omdat de huidige cao nog tot en met maart 2027 loopt, heeft de raming alleen betrekking op de periode april tot en met december 2027. Voor deze negen maanden wordt uitgegaan van een stijging van de salarislasten met 3,15%, wat neerkomt op circa € 723.300.
11
Zodra een nieuwe cao is vastgesteld, worden de budgetten zo nodig bijgesteld via een tussenrapportage. Prijsindexatie materiële lasten Voor de prijsstijging van de inflatiegevoelige posten in de begroting wordt aangesloten bij de ramingen van het Centraal Planbureau (CPB). Daarbij wordt het in het Centraal Economisch Plan (CEP) van maart 2026 opgenomen percentage voor prijs overheidsconsumptie, netto materieel (IMOC) gehanteerd. Dit kengetal wordt algemeen gebruikt als maatstaf voor de ontwikkeling van materiële kosten binnen de overheid. Voor het betreffende begrotingsjaar is daarom uitgegaan van een prijsstijging van 2,1%, conform de raming van het CPB in het CEP van 12 maart 2026. Door toepassing van deze indexatie nemen de materiële lasten in de begroting toe met € 223.700. Met de deelnemende gemeenten is afgesproken dat DBP voor deze prijsontwikkeling wordt gecompenseerd. De inflatiecorrectie is daarom verwerkt in de gemeentelijke bijdragen in deze begroting.
1.5
Overige ontwikkelingen
Digitalisering – kostentrend Het is een landelijke ontwikkeling dat ICT-budgetten een steeds groter onderdeel vormen van gemeentelijke begrotingen. Uit de ICT Benchmark Gemeenten 2025 (M&I Partners, oktober 2025) blijkt dat de uitgaven aan ICT de afgelopen jaren structureel zijn toegenomen. Deze stijging moet worden gezien in het licht van het groeiende takenpakket van gemeenten. Veel van deze taken zijn zonder inzet van ICT niet meer uitvoerbaar, waardoor digitalisering een steeds belangrijkere randvoorwaarde wordt voor gemeentelijke dienstverlening.
Voor het jaar 2028 heeft Microsoft prijsverhogingen aangekondigd voor haar producten en diensten. In het meest ongunstige scenario kan dit leiden tot een kostenstijging van maar liefst 65% tot 70%. Voor DBP kan dit resulteren in een toename van de jaarlijkse structurele exploitatielasten met enkele tonnen.
12
De aangekondigde prijsverhogingen raken vrijwel alle Nederlandse gemeenten en (semi)overheidsorganisaties. Het ligt daarom in de verwachting dat de VNG een coördinerende rol zal vervullen in de gesprekken en eventuele onderhandelingen met Microsoft. We volgen de ontwikkelingen nauwgezet. Zodra er meer duidelijkheid is over de definitieve prijsontwikkeling en de mogelijke gevolgen voor DBP, zal hierover worden gerapporteerd. Technologie: Artificial Intelligence (AI) Kunstmatige intelligentie ontwikkelt zich snel en krijgt ook binnen gemeenten een steeds grotere rol. AI kan medewerkers ondersteunen bij dagelijkse werkzaamheden, zoals het opstellen en verbeteren van teksten, het analyseren van informatie en het genereren van ideeën. Waar momenteel binnen overheden nog veel wordt geëxperimenteerd met AI, is de verwachting dat vanaf 2027 gerichter zal worden geïnvesteerd in concrete toepassingen. Daarbij ligt de nadruk op veilige en verantwoorde inzet van AI die bijdraagt aan betere dienstverlening en hogere productiviteit. Geopolitieke situatie De geopolitieke ontwikkelingen zorgen ervoor dat bij het aangaan van ICT-contracten zorgvuldiger wordt gekeken naar afhankelijkheden van leveranciers. Hierbij wordt onder meer gekeken naar de invloed en het gedrag van zowel politieke ontwikkelingen als grote, vaak Amerikaanse, technologiebedrijven.
Dit helpt om weloverwogen keuzes te maken over digitale infrastructuur en dienstverlening. Europa: Digital Decade De Europese Unie heeft dit decennium uitgeroepen tot het Digital Decade, met als doel een sterke digitale transformatie van Europa. Dit leidt tot een groot aantal nieuwe wetten en verordeningen op het gebied van digitale dienstverlening, zoals NIS2, de Cybersecurity Act (CSA), verschillende dataverordeningen en de AI-verordening. Deze wet- en regelgeving zal ook voor gemeenten en DBP leiden tot implementatietrajecten en aanpassingen in processen en systemen. Nederlandse Digitaliseringsstrategie (NDS) De geopolitieke ontwikkelingen zijn ook een belangrijke aanjager voor de Nederlandse Digitaliseringsstrategie (NDS). Deze strategie vormt een belangrijk onderdeel van het kabinetsbeleid op het gebied van digitalisering en richt zich op zes samenhangende prioriteiten: cloud, data, artificiële intelligentie, burgers en ondernemers centraal stellen, het versterken van digitale weerbaarheid en autonomie, en digitaal vakmanschap met een moderne werkomgeving. De uitvoering van deze strategie zal ook voor gemeenten en DBP gevolgen hebben en vraagt de komende jaren tijd en aandacht. VNG en collectivisering Tijdens de algemene ledenvergaderingen van de VNG in juni en november 2025 zijn vergaande afspraken gemaakt over de collectivisering van digitalisering.
Gemeenten hebben besloten hun krachten te bundelen en ten minste 80% van de digitalisering gezamenlijk op te pakken. Deze besluitvorming kan vanaf 2027 leiden tot concrete gezamenlijke projecten en initiatieven.
13
Leveringsmodellen en accountancyregels Het leveringsmodel van softwareleveranciers is de afgelopen jaren verschoven van het verkopen van software naar het aanbieden van diensten, zoals cloud- of SaaS-oplossingen. Hierdoor verschuiven kosten van investeringen (kapitaaluitgaven) naar exploitatiekosten. Tegelijkertijd gelden strengere accountancyregels voor het activeren van softwarekosten. In combinatie met de verdere digitalisering leidt dit naar verwachting tot een verdere stijging van softwareexploitatiekosten. De budgetten voor 2027 zullen daarom nauwlettend worden gevolgd en afgezet tegen de ontwikkeling van kosten en investeringen. Indien nodig kunnen budgetten via tussenrapportages worden aangepast. Interne ontwikkelingen In 2026, met doorloop naar 2027, wordt gewerkt aan het verbeteren van de I&A-processen, waaronder processen rond ICT-projecten en het ontwikkelen van dashboards en stuurinformatie. Daarnaast lopen er programma’s gericht op digitale innovatie, AI en digitale vaardigheden voor zowel gemeenten als DBP. Overige ontwikkelingen De krappe arbeidsmarkt kan leiden tot hogere personeels- en inhuurkosten. Tegelijkertijd veranderen de eisen op het gebied van arbeidsvoorwaarden en groeit de vraag naar gespecialiseerde digitale vaardigheden. Dit maakt het aantrekken en behouden van personeel complexer en kostbaarder.
De organisatie zet daarom in op een aantrekkelijke werkomgeving waarin medewerkers zich kunnen ontwikkelen en graag willen werken. Daarnaast zorgen grote maatschappelijke opgaven, zoals de energietransitie, klimaatadaptatie, de Omgevingswet en de aanpak van ondermijning, voor nieuwe behoeften aan ICT-toepassingen. Hierbij wordt ook gekeken naar de mogelijkheden van AI. Tegelijkertijd staat de financiële positie van Nederlandse gemeenten de komende jaren onder druk, met name richting 2027 en 2028. Volgens de BDO Benchmark Nederlandse Gemeenten verslechteren de meerjarenbegrotingen doordat de rijksbijdrage per inwoner daalt, terwijl de gemeentelijke taken en maatschappelijke opgaven toenemen. Personeel en arbeidsmarkt De krappe arbeidsmarkt kan leiden tot hogere personeels- en inhuurkosten, mede door de toenemende vraag naar specialistische vaardigheden. DBP volgt deze ontwikkelingen nauwlettend en heeft het thema arbeidsmarkt de komende jaren als speerpunt gesteld. Management en leidinggevenden houden hier actief rekening mee bij het plannen van capaciteit en het aantrekken en behouden van personeel. Monitoring en sturing Alle genoemde ontwikkelingen hebben impact op de exploitatie en investeringen. DBP volgt de kostenontwikkeling en de voortgang van digitalisering en informatiebeveiliging continu en past budgetten waar nodig aan via de reguliere P&C-cyclus en tussenrapportages.
14
2. Paragrafen 2.1
Paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing
De BedrijfsvoeringsPartner ondersteunt de gemeenten bij de uitvoering van hun taken en bij het realiseren van de maatschappelijke doelstellingen van de drie gemeenten. De dienstverlening van DBP vormt daarmee een belangrijke randvoorwaarde voor een doelmatige en continu beschikbare publieke dienstverlening aan inwoners, bedrijven en instellingen. DBP verzorgt de ondersteunende bedrijfsvoeringsfuncties voor de partnergemeenten en voert daarnaast onderdelen van de administratieve basis uit voor primaire processen, waaronder de uitkerings- en zorgadministratie. Door de operationele verwevenheid tussen DBP en de partnergemeenten is de continuïteit van de lokale dienstverlening mede afhankelijk van een stabiele en robuuste bedrijfsvoeringsbasis. Nu de organisatie na eerdere veranderingen in een stabiele beheerfase komt, ligt de nadruk op het verder versterken van een integrale ketenbenadering. Vanuit deze rol levert DBP de randvoorwaarden voor de uitvoering van gemeentelijke strategieën en programma’s. Het risicoprofiel van DBP sluit hierop aan en richt zich op het waarborgen van de continuïteit, kwaliteit en doelmatigheid van de bedrijfsvoering. Methodiek en Weerstandscapaciteit Systematiek Voor het bepalen van het weerstandsvermogen wordt onderscheid gemaakt tussen de beschikbare weerstandscapaciteit en de benodigde weerstandscapaciteit.
De benodigde weerstandscapaciteit wordt bepaald op basis van een inventarisatie en kwantificering van de belangrijkste risico’s binnen de bedrijfsvoering van DBP. Beschikbare weerstandscapaciteit DBP beschikt over een eigen gelimiteerde algemene reserve. Deze reserve heeft een beperkt karakter en is primair bedoeld voor het opvangen van schommelingen in de bedrijfsvoering, het opvangen van incidentele nadelen en het bevorderen van organisatorische wendbaarheid. Deze reserve is niet ingericht voor de afdekking van strategische of majeure risico’s. Conform artikel 11 BBV rapporteert DBP over haar risico's en weerstandsvermogen. Het vigerende beleid van de regeling is echter dat de materiële risico's van de uitvoering direct worden gedragen door Albrandswaard, Barendrecht en Ridderkerk. Hierdoor is de benodigde weerstandscapaciteit op het niveau van de GR minimaal en is de aanwezige algemene (wendbaarheids-)reserve uitsluitend bestemd voor operationele fricties in de eigen bedrijfsvoering, niet voor de afdekking van taakrisico's. Risicoverdeling en financiële afdekking De risico’s die samenhangen met de uitvoering van de bedrijfsvoeringstaken voor de partnergemeenten worden financieel betrokken bij de risicoprofielen en het weerstandsvermogen
15
van de deelnemende gemeenten. De deelnemende gemeenten blijven daarmee verantwoordelijk voor de uiteindelijke financiële afdekking van deze risico’s. Benodigde weerstandscapaciteit Op basis van de uitgevoerde risicoanalyse is de totale benodigde weerstandscapaciteit voor de geïdentificeerde risico’s geraamd op € 2.555.000. Verdeling van benodigde weerstandscapaciteit per gemeente Op Voor de begroting 2027 is ten opzichte van de jaarrekening 2025 sprake van een lichte toename van het risicoprofiel. Dit hangt samen met ontwikkelingen in taken, verantwoordelijkheden en externe verplichtingen binnen de bedrijfsvoering. De financiële gevolgen van deze risico’s worden, conform de afspraken binnen de samenwerking, betrokken bij de risicoprofielen en het weerstandsvermogen van de deelnemende gemeenten. De benodigde weerstandscapaciteit wordt daarom verdeeld over de gemeenten en opgenomen in hun respectieve risicoprofielen, zoals in onderstaande verdeling is weergegeven. Gemeente
Risicobedrag
Percentage
Albrandswaard Barendrecht Ridderkerk
516.000 1.024.000 1.015.000
20,2% 40,1% 39,7%
Totaal
2.555.000
100%
De genoemde risicobedragen en de bijbehorende verdeling zijn gebaseerd op een simulatie met peildatum begin maart 2026 en geven daarmee een momentopname weer. Door periodieke herijking van risico’s en veranderingen in externe factoren kunnen deze bedragen in de loop van de tijd wijzigen.
16
Top 10 grootste risico’s De grootste risicogebieden zijn herijkt richting 2027 en in onderstaande tabel gerangschikt naar risicobedrag opgenomen. Risicogebied
Belangrijkste Maatregelen
1
Digitale Weerbaarheid & EU-wet
2
Arbeidsmarktkrapte & Retentie
Implementatie GRC-raamwerk (AVG/NIS2/AI-wet): 'Cyberveerkracht'. Focus op werkgeversklimaat en strategische werving.
3
Naleving en juridische controle
4
Balans in strategisch partnerschap
5
Bedrijfscontinuïteit (BCM)
6
Fraude, Integriteit & GRC
7
Grip op Contractmanagement
8
Menselijke fouten & Aansprakelijkheid
9
Schade aan Bezittingen
10
Onvoorziene kostenontwikkeling
Maximaal risico 1.575.400 598.200
Centraal toezicht op wettelijke kaders; periodieke compliancetests Regieorganisatie versterken: 'Opdrachtgeveroverleg Standaardisatie processen'. Borging kritieke processen via IBD-richtlijnen, Continuïteitsplannen DBP-gemeenten. Fraudeanalyse; integriteitstrainingen: monitoring via GRCsoftware. Centralisatie contractbeheer: leveranciersmanagement conform CRA-normen. Automatisering processen: gedegen opleiding en begeleiding. Actief verzekeringsbeheer: onderhoud vitale hardware.
510.000
Monitoring via dashboard & Turaps: scenario-analyses voor bijsturing.
229.415
490.100 372.000 348.600 326.000 271.700 234.000
Evaluatie en toekomstperspectief Jaarrekening 2025 en ontwikkelingen richting begroting 2027 Het risicoprofiel in de jaarrekening 2025 gaf een representatief beeld van de ontwikkelingen in dat jaar. Nieuwe ontwikkelingen en trends richting 2027 waren daarin nog niet volledig verwerkt. In de begroting 2027 zijn deze ontwikkelingen opnieuw beoordeeld en waar nodig verwerkt in de risicoanalyse. Landelijke kaders en beperkte eigen regie Deze ontwikkelingen vragen extra inzet en kosten van zowel de gemeenten als DBP. Tegelijkertijd staan de gemeentelijke financiën onder druk door ontwikkelingen in de algemene uitkering van het Rijk. Dit maakt een zorgvuldige afweging noodzakelijk tussen de standaardisatie van processen en de ruimte voor lokale beleidskeuzes. Landelijke kaders en regelgeving beperken de eigen regie van gemeenten op bepaalde taken en beïnvloeden daarmee de mogelijkheden om risico’s volledig zelfstandig te beheersen. Een goed ingerichte combinatie van procesmanagement, risicomanagement en prestatiesturing blijft daarom onmisbaar. Arbeidsmarkt en operationele robuustheid De aanhoudende krapte op de arbeidsmarkt blijft een belangrijk aandachtspunt. Voor DBP is het daarom essentieel zowel medewerkers te behouden als nieuwe expertise aan te trekken.
Om de continuïteit van de dienstverlening te waarborgen, wordt geïnvesteerd in de ontwikkeling van medewerkers, een aantrekkelijk werkgeversklimaat en duidelijke samenwerking met de partnergemeenten. Tegelijkertijd wordt verder ingezet op standaardisatie van processen en het gebruik van moderne technologie. Dit versterkt de efficiëntie, ondersteunt een stabiele bedrijfsvoering en draagt bij aan
17
een professionele en stimulerende werkomgeving voor medewerkers. GRC en risicogestuurd werken DBP werkt aan de verdere ontwikkeling van een integrale aanpak voor Governance, Risk en Compliance (GRC). GRC is een managementbenadering waarbij sturing, risicobeheersing en naleving van wet- en regelgeving in samenhang worden georganiseerd. Door processen, risico’s, interne beheersing en rapportages beter op elkaar af te stemmen ontstaat meer inzicht in risico’s en prestaties en kan tijdig worden bijgestuurd. De implementatie van moderne GRC-ondersteuning wordt naar verwachting in 2026 afgerond. Daarbij wordt de huidige softwareomgeving vervangen door een moderner systeem dat beter aansluit bij datagedreven risicomanagement en bestuurlijke rapportage. Tijdens deze overgang wordt zorgvuldig geborgd dat de continuïteit van risicoregistratie en bestuurlijke verslaglegging behouden blijft. Conclusie Het actuele risicoprofiel vormt de basis voor de uitvoering van de taken waarvoor DBP verantwoordelijk is. Door gericht risicomanagement en passende beheersmaatregelen wordt gewerkt aan een stabiele en betrouwbare bedrijfsvoering voor de partnergemeenten. De toename van de benodigde weerstandscapaciteit hangt samen met ontwikkelingen in regelgeving, arbeidsmarkt en bedrijfsvoering.
Deze ontwikkeling is nodig om de robuustheid van de gezamenlijke uitvoering door DBP en de deelnemende gemeenten te waarborgen en de continuïteit van de dienstverlening aan inwoners te ondersteunen.
2.2
Paragraaf Financiering
Kaders De treasuryfunctie van DBP wordt uitgevoerd binnen de kaders van de Wet financiering decentrale overheden (Wet Fido) en het Treasurystatuut DBP 2024. Deze kaders zijn gericht op een doelmatig beheer van financiële middelen en het beheersen van financiële risico’s. Financiering en liquiditeitsbeheer DBP financiert de reguliere exploitatiekosten uit de bijdragen van de deelnemende gemeenten. Externe financiering wordt zoveel mogelijk beperkt door eerst gebruik te maken van beschikbare interne middelen, waardoor renterisico’s worden beperkt en het renteresultaat geoptimaliseerd. Voor investeringen met een meerjarig nut, zoals de aanschaf of vervanging van vaste activa, is externe financiering nodig. Ook bij tijdelijke liquiditeitstekorten die niet met interne middelen of bevoorschotting door gemeenten kunnen worden opgevangen, kan DBP kortlopende of langlopende leningen aantrekken. Hierbij wordt gehandeld binnen de kaders van de Wet Fido en de Regeling schatkistbankieren decentrale overheden, met oog voor rentestand, marktomstandigheden en de financiële positie op langere termijn. Op basis van de Regeling Schatkistbankieren worden overtollige liquide middelen boven het vastgestelde drempelbedrag aangehouden bij de Rijksschatkist, eventueel tijdelijk als deposito tegen de inleenrente van de Nederlandse Staat.
18
Renterisicobeheer Het renterisicobeheer vindt plaats binnen de wettelijke normen van de Wet Fido: • Kasgeldlimiet – beperkt de maximale kortlopende financiering (looptijd ≤ 1 jaar). Bij overschrijding gedurende drie opeenvolgende kwartalen wordt gerapporteerd aan de provincie en een herstelplan opgesteld. • Renterisiconorm – beperkt het renterisico op langlopende leningen (> 1 jaar). De financieringsbehoefte van DBP is doorgaans beperkt. Tijdelijke liquiditeitsbehoeften worden in eerste instantie opgevangen via de bevoorschotting door de gemeenten. DBP heeft momenteel geen langlopende leningen, waardoor het renterisico laag blijft en de normen ruimschoots worden nageleefd. KASGELDLIMIET Omvang begroting per 1-1-2027 Kasgeldlimiet in procenten Kasgeldlimiet in bedrag Kasgeldlimiet
€ 36.505.000 8,20% € 2.993.400 1e kwartaal
2e kwartaal
3e kwartaal
4e kwartaal
Totaal vlottende schuld
3.000.000
3.000.000
3.000.000
3.000.000
Totaal vlottende middelen
1.500.000
1.500.000
1.500.000
1.500.000
Saldo schuld (+) of overschot (-)
1.500.000
1.500.000
1.500.000
1.500.000
Kasgeldlimiet
2.993.400
2.993.400
2.993.400
2.993.400
Ruimte onder kasgeldlimiet
1.378.200
1.378.200
1.378.200
1.378.200
Renterisiconorm Renterisiconorm en renterisico's van de vaste schuld Renterisico op vaste schuld 1a. Renteherziening op vaste schuld o/g 1b. Renteherziening op vaste schuld u/g 1. Netto renteherziening op vaste schuld (1a - 1b) 2. Betaalde aflossingen 3. Renterisico op vaste schuld (1+ 2)
2027
2028 0 0 0 0 0
Renterisiconorm 4a. Begrotingstotaal 2027 4b. Het bij ministeriële regeling vastgestelde percentage 4. Renterisiconorm
36.505.000 20% 7.301.000
Toets Renterisiconorm 5a Ruimte onder renterisiconorm (4 - 3) 5b Overschrijding renterisiconorm (4 - 3)
7.301.000 n.v.t.
2029
0 0
2030
0 0
0 0
19
Renteschema Om inzicht te geven in de rentelasten van externe financiering, het renteresultaat en de wijze van rentetoerekening is hieronder het voorgeschreven renteschema opgenomen. Bedrag
Toelichting
Rentelasten externe financiering – langlopend
0
Rentelasten externe financiering – kortlopend
71.700
Betaalde rente op langlopende leningen (> 1 jaar) Betaalde rente op kortlopende financiering (< 1 jaar)
Totale rentelasten externe financiering
71.700
Werkelijke rentelasten op externe financiering
Rentebaten (uitzettingen / schatkistbankieren)
-36.000
Ontvangen rente op uitgezette middelen
Saldo externe rente
35.700
Netto rentelasten
Aan taakvelden toegerekende rente (omslagrente)
54.100
Begrote rente toegerekend aan taakvelden
Renteresultaat (positief t.o.v. de begroting)
-18.400
Verschil tussen toegerekende rente en werkelijke rente
Op dit moment heeft DBP geen langlopende leningen afgesloten. De financieringsbehoefte voor kortlopende leningen in 2027 is op dit moment nog niet bekend.
2.3
Paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen
DBP doet investeringen gericht op de bedrijfsvoering, waaronder informatisering, automatisering en facilitaire voorzieningen. Deze investeringen ondersteunen zowel de interne processen als de dienstverlening aan de partner-gemeenten. De benodigde investeringen zijn opgenomen in een meerjarig investeringsplan (zie bijlage Investeringen). Voor 2027 zijn kapitaallasten van € 1.385.000 begroot. De dekking voor deze lasten is voorzien via de vrijval van bestaande kapitaallasten in de meerjarenbegroting. Kapitaallasten en investeringen worden periodiek gevolgd en waar nodig bijgesteld via de reguliere P&C-cyclus en tussenrapportages. I&A-investeringen 2027 Hardware: Investeringen in fysieke IT-middelen zoals servers, opslagcapaciteit, laptops, mobiele telefoons, netwerkinfrastructuur en randapparatuur die nodig zijn voor de digitale dienstverlening en de interne bedrijfsvoering. Software: Licenties en programmatuur die de informatiesystemen en processen van DBP en de deelnemende gemeenten ondersteunen. Actualisatie investeringsbudgetten 2027–2030 Bij het vaststellen van het I&A-beleid 2020–2024 werd gekozen voor een overstap naar de cloud, met een verwachte structurele besparing op server- en opslagcapaciteit. Door externe factoren is de migratie vertraagd, waardoor de behoefte aan hardware hoger blijft dan oorspronkelijk voorzien.
Hierdoor zijn de investeringsramingen voor hardware en randapparatuur bijgesteld.
20
Daarnaast groeit het aantal medewerkers sneller dan verwacht, waardoor extra laptops, telefoons, beeldschermen en werkplekswitches nodig zijn. Deze hogere investeringen zijn verwerkt in de bijgestelde ramingen voor de komende jaren. Vervanging en aanbestedingen In 2027 lopen contracten van verschillende softwareproducten en -diensten af of zijn pakketten aan vervanging toe. Bij aanbestedingen zal zorgvuldig worden afgewogen of nieuwe software wordt aangeschaft of diensten via SaaS worden afgenomen. Facilitaire investeringen De budgetten voor werkplekken, kantoormeubilair en audiovisuele middelen zijn geactualiseerd en afgestemd op de huidige en toekomstige behoeften van de eigen organisatie en de deelnemende gemeenten. Jaarlijks wordt een bedrag gereserveerd voor vervanging van audiovisuele middelen en apparatuur. Daarnaast wordt geïnvesteerd in de doorontwikkeling en in de aanschaf van moderne hybride vergaderapparatuur.
2.4
Paragraaf Bedrijfsvoering
Conform het BBV is het verplicht een paragraaf op te nemen die inzicht geeft in de stand van zaken en de beleidsvoornemens met betrekking tot de bedrijfsvoering. In deze begroting zijn alle relevante onderdelen van de bedrijfsvoering – zoals organisatie, personeel, financiën, ICT en informatievoorziening – geïntegreerd in het programmaplan. Daarmee worden zowel de huidige situatie als de beleidsvoornemens volledig inzichtelijk gemaakt. Om die reden is een afzonderlijke paragraaf bedrijfsvoering niet nodig.
2.5
Openbaarheidsparagraaf
De Wet open overheid (Woo), in werking getreden op 1 mei 2022, verplicht bestuursorganen tot transparantie en het actief en passief openbaar maken van overheidsinformatie. Op grond van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten wordt in de begroting een openbaarheidsparagraaf opgenomen waarin wordt toegelicht hoe het bestuursorgaan uitvoering geeft aan deze verplichtingen. DBP werkt gefaseerd aan de implementatie van de Woo-verplichtingen en borgt daarbij dat wordt voldaan aan de geldende wet- en regelgeving. Voor de uitvoering van de Woo is in de begroting een structureel budget van € 169.400 per jaar opgenomen. Daarnaast wordt capaciteit binnen de bestaande formatie ingezet. De bestuurlijke verantwoordelijkheid voor de uitvoering van de Woo ligt bij het bestuur. De uitvoering van de Woo-verplichtingen wordt binnen DBP gefaseerd voortgezet op basis van het meerjarige implementatieplan. De in 2025 gerealiseerde maatregelen, zoals de Woo-contactfunctie, de eerste tranche van actieve openbaarmaking en de voortgang in de digitale informatiehuishouding, vormen het uitgangspunt voor de verdere uitvoering in 2027. Hiermee wordt invulling gegeven aan
21
de BBV-eisen: de begroting bevat beleidsvoornemens en in de jaarrekening wordt verantwoording afgelegd over de uitvoering. Woo-contactfunctionaris De Woo verplicht bestuursorganen een Woo-contactfunctionaris aan te wijzen. Sinds augustus 2025 beschikt DBP over een contactfunctionaris die: • • •
ondersteuning biedt bij Woo-verzoeken van inwoners, bedrijven en partners, bijdraagt aan de verdere implementatie van Woo-verplichtingen binnen de organisatie, fungeert als aanspreekpunt en kan helpen bij het formuleren van een verzoek.
De functie is binnen de organisatie formeel belegd en de invulling wordt periodiek geëvalueerd. Voortzetting uitvoering Woo De uitvoering van de Woo vindt plaats binnen een meerjarig implementatietraject. De in 2025 gerealiseerde stappen omvatten onder meer: • • • •
de inrichting van de Woo-contactfunctie, de behandeling van Woo-verzoeken van partners, de eerste stappen in de actieve openbaarmaking van wettelijke informatiecategorieën, de verdere ontwikkeling van de digitale informatiehuishouding richting 2030.
Er zijn in 2025 geen Woo-verzoeken rechtstreeks bij DBP ingediend. Op basis van de ervaringen van dat jaar worden voor 2027 geen aanvullende structurele investeringen voorzien; uitvoering vindt plaats binnen de bestaande organisatie en beschikbare middelen. De actieve openbaarmaking wordt de komende jaren verder uitgebreid en de digitale informatiehuishouding stapsgewijs verbeterd volgens het meerjarige implementatieplan. Passieve openbaarmaking Passieve openbaarmaking betreft de behandeling van verzoeken om informatie op grond van de Woo. Hiervoor zijn binnen de organisatie werkprocessen ingericht. Voor het begrotingsjaar 2027 worden geen aanvullende structurele investeringen voorzien. De uitvoering vindt plaats binnen de bestaande organisatie en beschikbare middelen. Ontwikkelingen in wet- en regelgeving en in het aantal verzoeken worden via de planning- en controlcyclus gemonitord. Actieve openbaarmaking De Woo verplicht bestuursorganen om een aantal informatiecategorieën actief openbaar te maken. Deze verplichting wordt gefaseerd ingevoerd via Koninklijk Besluit. De eerste tranche is op 1 november 2024 in werking getreden. DBP publiceert de bijbehorende informatiecategorieën, waaronder: • • •
organisatie- en bereikbaarheidsgegevens; informatie over organisatie en werkwijze; jaarverslagen.
22
Daarnaast worden waar mogelijk al informatiecategorieën gepubliceerd waarvan de verplichting formeel nog niet in werking is getreden. De implementatie van aanvullende informatiecategorieën wordt voorbereid. Voor de tweede tranche is momenteel nog geen officiële ingangsdatum vastgesteld. In het begrotingsjaar wordt onder meer gewerkt aan de implementatie van de categorie jaarplannen en jaarverslagen van bestuursorganen (artikel 3.3, tweede lid, onder g Woo). Waar mogelijk wordt aangesloten bij de implementatie bij de deelnemende gemeenten. Informatiehuishouding De Woo verplicht bestuursorganen om de digitale informatiehuishouding uiterlijk in 2030 op orde te brengen. Dit betreft een meerjarig traject waarbij jaarlijks prioriteiten worden vastgesteld. DBP sluit bij de verdere ontwikkeling van de informatiehuishouding aan bij de uitgangspunten binnen de gemeentelijke sector, onder andere via de Vereniging van Nederlandse Gemeenten. Belangrijke ontwikkelpunten zijn: • • • • • •
verdere ontwikkeling van digitaal archiefbeheer en mogelijke aansluiting op een edepotvoorziening, waaronder de e-depotpilot van het Stadsarchief Rotterdam; implementatie van selectielijsten binnen applicaties (archiving by design); verbetering van de archivering van e-mail en tekstberichten; doorontwikkeling van het informatiebeheerplan; verdere implementatie van het kwaliteitssysteem voor informatiebeheer; doorontwikkeling van het metagegevensschema.
Op basis van wettelijke bewaartermijnen, technische randvoorwaarden en landelijke ontwikkelingen wordt periodiek beoordeeld welke maatregelen doelmatig en uitvoerbaar zijn. Monitoring en verantwoording De uitvoering van de Woo-verplichtingen en de ontwikkeling van de informatiehuishouding worden periodiek gemonitord. Over de voortgang wordt gerapporteerd via de reguliere planning- en controlcyclus. Indien nodig worden prioriteiten en maatregelen bijgesteld.
23
Financiële begroting
24
3. Overzicht van baten en lasten en toelichting 3.1 Cijfers begroting De begroting 2027 is opgesteld op basis van de meerjarenraming en de gerealiseerde resultaten over het jaar 2025. Als uitgangspunt is de begroting 2026 gehanteerd. In deze begroting waren twee fasen van ombuigingen (bezuinigingen) opgenomen. Circa twee derde van deze ombuigingen, voor een totaalbedrag van ruim € 1 miljoen, is reeds structureel verwerkt in de begroting 2026. Het resterende deel, circa één derde, is structureel verwerkt in de voorliggende begroting 2027. Het betreft in totaal structurele bezuinigingen ter hoogte van € 499.500. Daarnaast zijn de effecten van inflatie en cao-ontwikkelingen in de ramingen verwerkt. Ook is een beperkt aantal noodzakelijke (incidentele) budgetverhogingen opgenomen. Deze budgetverhogingen zijn door het bestuur in februari 2026 vastgesteld. Bij de besluitvorming is nadrukkelijk rekening gehouden met de uitvoerbaarheid en de impact op zowel de organisatie als het niveau van de dienstverlening aan de gemeenten. De door het bestuur vastgestelde budgetverhogingen zijn in deze begroting verwerkt. Voor diverse overige budgetclaims heeft DBP binnen de bestaande meerjarenraming zelf dekking gevonden. Deze zijn daarom niet afzonderlijk in deze begroting opgenomen.
DBP streeft ernaar om eventuele budgetoverschrijdingen in 2027 zoveel mogelijk binnen de vastgestelde begroting op te vangen. Indien bijstelling van budgetten noodzakelijk blijkt, zal dit plaatsvinden via tussenrapportages binnen de reguliere P&C-cyclus. Wanneer zich incidentele overschrijdingen voordoen, kan het bestuur worden voorgesteld om hiervoor de reserve als dekking in te zetten. Begroting 2027 Bestaand beleid
Budgetwijzigingen
Begroting 2027
Salariskosten (incl inhuurkosten) Overige bedrijfsvoeringslasten
23.812.900 11.415.100
1.059.100 217.900
24.872.000 11.633.000
Totaal (excl. Bijdragen gemeenten)
35.228.000
1.277.000
36.505.000
Omschrijving
25
Omschrijving
Begroting 2027 Bestaand beleid
Budgetwijzigingen
Begroting 2027
23.812.900
1.059.100 330.000 723.300 5.800
24.872.000
392.000
9.500 9.500
401.500
1.283.000
15.200 15.200
1.298.200
292.600
6.300 6.300
298.900
Facilitair - Inflatie
2.114.500
40.200 40.200
2.154.700
ICT - Inflatie
6.759.300
119.800 119.800
6.879.100
3.500
100 100
3.600
570.200
26.800 26.800
597.000
35.228.000
1.277.000
36.505.000
Salariskosten (incl. inhuurkosten) - Extra formatie - Cao 2027 april-december 2027 3,15% (nog af te sluiten) - Inflatie (werken voor derden) Opleidingen - Inflatie Overige personeelskosten - Inflatie Huisvestingskosten - Inflatie
Vennootschapsbelasting - Inflatie Overige bedrijfsvoeringskosten - Inflatie Totaal (excl. Bijdragen gemeenten)
Budgetverhogingen 2027 1. Extra formatie, € 250.000 incidenteel voor 2027 Uitbreiding formatie team Inkoopadvies met 1,8 fte Uit monitoring blijkt dat de werkdruk binnen team Inkoopadvies sinds de ontvlechting van de BARorganisatie in 2024 structureel is toegenomen. Het aantal aanbestedingen is verdubbeld, de complexiteit van trajecten groeit en de eisen op het gebied van rechtmatigheid en verantwoording worden steeds zwaarder. Hierdoor staat de beschikbare personele capaciteit onder druk. De actuele capaciteitsbehoefte bedraagt 3,5 fte. De aanvullende budgetvraag voor uitbreiding van het team met 3,5 fte is besproken in het collectief opdrachtgeversoverleg en aansluitend in een bestuurlijk overleg. Het bestuur heeft besloten deze aanvraag gedeeltelijk te honoreren. Ter borging van de continuïteit en kwaliteit van de inkoopfunctie is in de begroting 2027 een incidenteel budget van € 250.000 opgenomen. Hiermee kan tijdelijk circa 1,8 fte aan extra capaciteit worden ingehuurd in de vorm van inkoopadviseurs. Deze inzet dekt niet de volledige capaciteitsbehoefte. Om het resterende verschil te overbruggen, zal het team niet-kritische inkooptrajecten uitstellen en prioriteit geven aan wettelijk verplichte en
26
bestuurlijk urgente aanbestedingen. Daarnaast wordt ingezet op gerichte inkooptraining voor inkopende medewerkers binnen de gemeenten en de DBP, zodat met name kleinere inkoopprocedures vaker zelfstandig kunnen worden uitgevoerd. Tot slot wordt de gemeenten gevraagd om waar mogelijk vaker gezamenlijk aan te besteden, zodat efficiënter gebruik kan worden gemaakt van de beschikbare capaciteit.
2. Extra formatie, € 80.000 incidenteel voor 2027 en 2028 Uitbreiding formatie team Uitkeringsadministratie met 1,0 fte Door een stijging van circa 27% in het aantal dossiers binnen de uitkeringsadministratie is de werkdruk toegenomen en zijn achterstanden ontstaan. Om de continuïteit en kwaliteit van de uitvoering te waarborgen wordt de administratieve formatie in de jaren 2027 en 2028 incidenteel uitgebreid met 1 fte. Bij deze uitbreiding is rekening gehouden met procesoptimalisatie binnen het werkproces, waardoor efficiencyvoordelen worden verwacht. Hierdoor wordt uitgegaan van een uitbreiding van 1 fte om de toegenomen werkzaamheden en de druk op zowel de administratie als de teamleider op te vangen. 3. Cao 2027 (vanaf 1 april 2027), € 723.300 structureel Voor werknemers van DBP geldt de cao SGO. Afgesproken is dat financiële gevolgen van caowijzigingen mogen worden doorberekend in de gemeentelijke bijdragen. De huidige cao loopt tot 1 april 2027. Daarom is voor 2027, op advies van de provincie, een raming opgenomen voor de verwachte kosten van een nieuwe cao. Deze is gebaseerd op de door het Centraal Planbureau geraamde loonvoet sector overheid van 4,2 % (CEP, 12 maart 2026). Omdat de huidige cao nog loopt tot en met maart 2027, geldt de raming alleen voor april–december 2027. Omgerekend naar 9 maanden is dit 3,15%.
Dit leidt tot een verwachte stijging van de salarislasten van € 723.300. Zodra een nieuwe cao met ingangsdatum 1 april 2027 is vastgesteld, worden de budgetten zo nodig via een tussenrapportage aangepast. 4. Inflatie 2027, € 223.700 structureel Voor de prijsontwikkeling van inflatiegevoelige posten is aangesloten bij de CPB-raming voor prijs overheidsconsumptie, netto materieel (IMOC) uit het Centraal Economisch Plan (12 maart 2026). Voor 2027 gaat het CPB in hun publicatie uit van prijsstijgingen van 2,1%. Hierdoor nemen de materiële lasten toe met € 223.700. Met de deelnemende gemeenten is afgesproken dat DBP hiervoor wordt gecompenseerd; de inflatiecorrectie is daarom verwerkt in de gemeentelijke bijdragen. Voor de budgetverhogingen bij punt 3 en 4 (cao en inflatie) is in principe afgesproken dat DBP hiervoor compensatie ontvangt van de gemeenten. Samen bedragen deze posten € 947.000.
27
Bezuinigingen 2027 Bij het opstellen van de begroting 2026 zijn door DBP al verschillende bezuinigingsmogelijkheden in beeld gebracht. Door deze bezuinigingen voor twee jaar op te nemen, is een realistische en afgewogen bijdrage geleverd aan de financiële opgaven waarvoor de gemeenten in 2027 en latere jaren komen te staan. Hiermee neemt DBP medeverantwoordelijkheid voor de financiële krapte bij de drie gemeenten. De totale bezuinigingen bedragen € 499.500 en zijn vanaf 2027 verwerkt in de meerjarenbegroting van zowel DBP als de deelnemende gemeenten. De bezuinigingen zijn als volgt verdeeld: • € 30.000 op de formatie van de teams Informatiediensten/Facilitair • € 50.000 op de formatie van team Control • € 77.500 op de formatie van team Informatieadvies • € 100.000 op interne coaching • € 122.000 door het schrappen van een teamleider • € 100.000 door herziening van kapitaallasten • € 20.000 op softwaremodules
28
Overzicht van baten en lasten Lasten
Begroting 2027
Begroting 2028
Begroting 2029
Begroting 2030
Salariskosten (incl. inhuurkosten) Opleidingen Overige personeelslasten Huisvestingskosten ICT Facilitair Vennootschapsbelasting Overige bedrijfsvoering Bijdrage
25.438.600 432.200 1.309.800 298.900 6.987.100 2.124.000 3.600 673.700 -
24.978.600 432.200 1.309.800 298.900 6.979.100 2.110.800 3.600 673.700 -
24.898.600 432.200 1.309.800 298.900 6.980.300 2.109.600 3.600 673.700 -
24.898.600 432.200 1.309.800 298.900 7.005.900 2.084.000 3.600 673.700 -
Totaal lasten
37.267.900
36.786.700
36.706.700
36.706.700
Begroting 2027
Begroting 2028
Begroting 2029
Begroting 2030
-566.600 -108.000 -88.300
-566.600 -108.000 -88.300
-566.600 -108.000 -88.300
-566.600 -108.000 -88.300
Standaard bijdragen deelnemende gemeenten: - Albrandswaard - Barendrecht - Ridderkerk
-7.722.800 -14.154.900 -13.975.600
-7.619.200 -13.964.900 -13.788.000
-7.601.900 -13.933.300 -13.756.900
-7.601.900 -13.933.300 -13.756.900
Maatwerk bijdragen deelnemende gemeenten: - Albrandswaard - Barendrecht - Ridderkerk
-80.200 -176.200 -395.300
-80.200 -176.200 -395.300
-80.200 -176.200 -395.300
-80.200 -176.200 -395.300
-37.267.900
-36.786.700
-36.706.700
-36.706.700
Totaal saldo van baten en lasten
-
-
-
-
Gerealiseerd resultaat
-
-
-
Begroting 2027
Begroting 2028
Begroting 2029
Begroting 2030
Salariskosten (incl. inhuurkosten) Opleidingen Overige personeelslasten Huisvestingskosten ICT Facilitair Vennootschapsbelasting Overige bedrijfsvoering
24.872.000 432.200 1.309.800 298.900 6.879.100 2.124.000 3.600 585.400
24.412.000 432.200 1.309.800 298.900 6.871.100 2.110.800 3.600 585.400
24.332.000 432.200 1.309.800 298.900 6.872.300 2.109.600 3.600 585.400
24.332.000 432.200 1.309.800 298.900 6.897.900 2.084.000 3.600 585.400
Gesaldeerde bedragen (excl. bijdragen gemeenten)
36.505.000
36.023.800
35.943.800
35.943.800
Baten Salariskosten (incl. inhuurkosten) Opleidingen Overige personeelslasten Huisvestingskosten ICT Facilitair Vennootschapsbelasting Overige bedrijfsvoering