CConstaterende datBarendrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

B10 Milieueffectrapport De Stationstuinen

gemeenteraad 19 december 2023, gemeente BarendrechtBij agendapunt: Bestemmingsplan De Stationstuinen 1ste fase27.015 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

2 alinea's met “monumenten”: 858 859

Blad 63 van 238

MER De Stationstuinen Barendrecht Milieueffectrapportage projectnummer 0470766.100 10 februari 2023 revisie 03 Gemeente Barendrecht

Bedrijvigheid in en rond De Stationstuinen In deze paragraaf zijn de aanwezige bedrijven en bijbehorende milieucontouren beschreven. Met de ontwikkeling van De Stationstuinen transformeert dit gebied naar een gemengd woonwerkgebied, de bestaande bedrijvigheid binnen het gebied is in die situatie (grotendeels) verdwenen. Op dit moment is niet bekend hoe en in welk tempo deze transformatie plaats vindt. Hoe de bedrijvigheid in en rond het gebied er de komende jaren exact uitziet is niet bekend. Voor de ontwikkeling van De Stationstuinen leidt dit tot bepaalde mate van onzekerheid. Milieuhinder tijdens de ontwikkeling is niet exact te bepalen. Bij de afwegingen voor fasering (paragraaf 7.4) wordt hier ook op ingegaan.

5.2.2

Geluid Beoordelingskader Criteria Geluidbelasting op nieuwe woningen

Beoordeling De geluidbelasting op de ontwikkelvelden van De Stationstuinen.

Methodiek Kwantitatief

Effecten op geluidbelasting bestaande woningen

De effecten van het planvoornemen op de geluidbelasting bij bestaande geluidgevoelige objecten.

Kwantitatief

Toelichting Bij geluid kijkt het MER naar twee criteria: de geluidbelasting bij de nieuwe geluidgevoelige objecten binnen De Stationstuinen en de effecten van de ontwikkeling op de geluidbelasting bij bestaande geluidgevoelige objecten. Voor het eerste criterium zijn de relevante bronnen van omgevingsgeluid in beeld gebracht. Voor het tweede criterium kijkt het MER naar de effecten van de ontwikkeling op het wegverkeerslawaai bij woningen in de directe omgeving van het plangebied. Binnen het plangebied zijn op dit moment geen geluidgevoelige objecten aanwezig. Voor geluid is onderzoek gedaan naar de geluidbelasting in en rond De Stationstuinen en de effecten van de ontwikkeling op de geluidbelasting. Dit onderzoek is als bijlage opgenomen (Bijlage 24 – Akoestisch onderzoek MER). Beleid Wet geluidhinder Bij geluid wordt in de wetgeving (Wet geluidhinder en Activiteitenbesluit) onderscheid gemaakt in typen geluidbronnen: wegverkeerslawaai, spoorweglawaai en industrielawaai of geluid van individuele inrichtingen. De wettelijke normen en grenswaarden verschillen per bron. Dit is ook logisch, geluidbeleving van passerende treinen of schepen is wezenlijk anders dan continu geluid van bijvoorbeeld koelinstallaties. De geluidbelasting in het plangebied is daarom per bron inzichtelijk gemaakt. Daarnaast is het ook van belang hoe deze bronnen cumulatief leiden tot een geluidbelasting.

Gemeentelijk beleid Naast de waarden die zijn vastgesteld in de Wet geluidhinder, heeft de gemeente eveneens een Actieplan geluid opgesteld. In het Actieplan geluid is de plandrempel voor wegverkeerslawaai

Blad 64 van 238

MER De Stationstuinen Barendrecht Milieueffectrapportage projectnummer 0470766.100 10 februari 2023 revisie 03 Gemeente Barendrecht

vastgesteld op 63 dB Lden, exclusief aftrek ex artikel 110g Wgh. Indien akoestisch relevant (verschil minder dan 10 dB), dienen ook de nabijgelegen 30 km/uur wegen, trams en inrichtingen worden gecumuleerd. Voor de geluidbelasting van railverkeerslawaai is de plandrempel 65 dB Lden. De plandrempel voor industrielawaai is vastgesteld op 60 dB Lden. In het Actieplan geluid heeft de gemeente Barendrecht omschreven dat zij een cumulatieve geluidbelasting van ten hoogstens 65 dB (zonder aftrek ex artikel 110 g Wgh) als aanvaardbare geluidbelasting beschouwt. Daarnaast hanteert de gemeente het standstill-principe ten aanzien van het percentage gehinderden door geluid. De gemeente Barendrecht wil het percentage gehinderden door geluid niet laten toenemen ten opzichte van het percentage in 2006. Het standstill-principe verbindt de geluidbelasting direct met de gezondheid van de bewoners van Barendrecht en is als volgt samen te vatten: 1. Geen geluidsituaties creëren waarbij de geluidbelasting boven de saneringswaarde (70 dB(A)) komt te liggen; 2. Het percentage geluidgehinderden niet laten toenemen ten opzichte van 2006; 3. Een ontheffing hogere grenswaarde (=toestemming voor een geluidniveau boven de voorkeursgrenswaarde van 50 dB(A)) alleen verlenen als wordt voldaan aan het “standstill-principe”.

De uitgangspunten voor de modellering en de berekening zijn opgenomen in het achtergrondrapport geluid, dat een bijlage bij het bestemmingsplan vormt. WHO-advieswaarden voor geluid Geluid in de leefomgeving heeft invloed op de gezondheid. Mensen kunnen er last van hebben als ze geluid horen (hinder). Ook kan het ervoor zorgen dat ze minder goed slapen of kan het de dagelijkse activiteiten verstoren. Verder kunnen mensen er stress van krijgen. Als mensen lange tijd aan te veel geluid blootstaan, kan dat leiden tot chronische effecten, zoals verhoogde bloeddruk en verhoogde niveaus van het stresshormoon cortisol. Dit verhoogt het risico op harten vaatziekten. Ook kan geluid een negatieve invloed hebben op de leerprestaties van kinderen. Wetenschappers denken dat een rustige omgeving helpt om te herstellen van de negatieve effecten van geluid. In 2018 heeft de WHO (World Health Organization) nieuwe gezondheidskundige richtlijnen voor geluid gepubliceerd: Environmental Noise Guidelines for the European Region (2018). De richtlijn geeft aanbevelingen voor weg-, rail-, vliegverkeer, windturbines en recreatiegeluid en is gebaseerd op de nieuwste wetenschappelijke inzichten (tot en met 2014). De WHO heeft advieswaarden opgesteld. Geluidbron

WHO-advieswaarden (Lden)

Weg Rail

53 dB 54 dB

Huidige situatie Geluidbelasting op nieuwe woningen Dit aspect is in de huidige situatie en referentiesituatie niet van toepassing. In het plangebied zijn op dit moment geen woningen aanwezig. In paragraaf 6.2.2 zijn de relevante bronnen van

Blad 65 van 238

MER De Stationstuinen Barendrecht Milieueffectrapportage projectnummer 0470766.100 10 februari 2023 revisie 03 Gemeente Barendrecht

omgevingsgeluid beschreven en is de geluidbelasting van de beoogde woningbouwontwikkeling beoordeeld. Geluidbelasting bij bestaande woningen Het MER onderzoekt het effect van de ontwikkeling van De Stationstuinen op de geluidbelasting bij bestaande woningen. Omdat dit beoordeeld is ten opzichte van de referentiesituatie is de huidige situatie niet relevant. Referentiesituatie Geluidbelasting bij bestaande woningen Tabel 5.5 toont de geluidbelasting bij de woningen langs de Gebroken Meeldijk. De geluidbelasting door wegverkeer ligt hier tussen de 58 en 64 dB. Tabel 5.5 Geluidbelasting in de referentiesituatie bij bestaande woningen langs de Gebroken Meeldijk

5.2.3

Adres

Hoogte

Gebroken Meeldijk 49 Gebroken Meeldijk 47 Gebroken Meeldijk 45 Gebroken Meeldijk 43 Gebroken Meeldijk 41 Gebroken Meeldijk 39 Gebroken Meeldijk 37a Gebroken Meeldijk 37 Gebroken Meeldijk 35 Gebroken Meeldijk 33 Gebroken Meeldijk 31 Gebroken Meeldijk 29 Gebroken Meeldijk 27 Gebroken Meeldijk 25 Gebroken Meeldijk 23 Gebroken Meeldijk 21 Gebroken Meeldijk 19 Gebroken Meeldijk 17 Gebroken Meeldijk 15 Gebroken Meeldijk 13 Gebroken Meeldijk 11 Gebroken Meeldijk 9

4,5 4,5 4,5 4,5 4,5 4,5 4,5 4,5 4,5 4,5 4,5 4,5 4,5 4,5 4,5 4,5 4,5 4,5 4,5 4,5 4,5 4,5

Geluidbelasting referentiesituatie [dB] 60,9 60,8 60,3 59,9 59,8 59,7 59,9 59,9 59,6 59,5 59,4 58,8 58,4 58,4 58,2 58,0 58,0 58,2 59,0 60,0 62,9 64,1

Luchtkwaliteit Beoordelingskader Criteria Luchtkwaliteit binnen het plangebied

Beoordeling De concentraties luchtverontreinigende stoffen in het plangebied.

Blad 66 van 238

Methodiek Kwantitatief

MER De Stationstuinen Barendrecht Milieueffectrapportage projectnummer 0470766.100 10 februari 2023 revisie 03 Gemeente Barendrecht

Effecten op luchtkwaliteit bij bestaande woningen

De effecten van het planvoornemen op de concentraties luchtverontreinigende stoffen ter plaatse van bestaande woningen.

Kwantitatief

Toelichting Net als bij geluid kijkt het MER bij luchtkwaliteit naar twee criteria. De luchtkwaliteit binnen het plangebied van De Stationstuinen wordt in beeld gebracht door middel van kaarten voor achtergrondconcentraties en toetspunten op randen van ontwikkelvelden. Daarnaast kijkt het MER naar de effecten van de ontwikkeling op concentraties luchtverontreiniging ter plaatse van woningen in de directe omgeving van het plangebied. Voor luchtkwaliteit is onderzoek gedaan naar de concentraties luchtverontreiniging. Dit onderzoek is als bijlage opgenomen (Bijlage 25 – Onderzoek Luchtkwaliteit De Stationstuinen). Beleid Wet milieubeheer De Wet milieubeheer (Wm) vormt de grondslag voor de beoordeling van luchtkwaliteit. In de Wet milieubeheer zijn grenswaarden gesteld voor zeven stoffen en richtwaarden voor vijf stoffen met betrekking tot de concentraties in de buitenlucht. In Nederland zijn NO2 en PM10 het meest kritisch. Daarnaast is per 1 januari 2015 ook voor zeer fijn stof (PM2,5) een jaargemiddelde grenswaarde van kracht. Stikstofdioxide (NO2) Stikstofoxiden (NOx) komen vooral in de lucht terecht door uitlaatgassen van het verkeer en de uitstoot van industrie. Stikstofdioxide (NO2) is een goede maat voor hoeveel luchtvervuiling door verkeer in de lucht zit. Het wordt in Nederland standaard gemeten.

Fijnstof (PM10 en PM2,5) Fijnstof is een verzamelnaam voor de kleine deeltjes in de lucht. Een deel van het fijnstof komt van natuurlijke bronnen zoals opwaaiend stof en zeezout, maar het meeste fijnstof (vaak zo’n 75- 80%) door verbrandingsprocessen in de industrie, vanuit veehouderijen en van verkeer. In het algemeen geldt dat bij voldoen aan de normen voor deze stoffen, een overschrijding van de normen voor de overige luchtverontreinigende stoffen redelijkerwijs kan worden uitgesloten. In Nederland wordt vrijwel overal voldaan aan de wettelijke grenswaarden voor de jaargemiddelde concentraties luchtverontreinigende stoffen. Dit betekent echter niet dat deze stoffen geen schade kunnen toebrengen aan de gezondheid. Naast de wettelijk vastgelegde grenswaarden, zijn er ook advieswaarden vanuit de World Health Organization (WHO). In 2021 zijn de normen uit 2005 aangescherpt. De normen voor de stoffen NO2, PM10 en PM2,5 zijn opgenomen in tabel 5.5. Tabel 5.6 Grenswaarden voor luchtverontreiniging uit de Wet milieubeheer (Wm) en de WHOadvieswaarden van 2005 en 2021 Stof

Norm

Grenswaarde (Wm)

NO2 PM10 PM2,5

Jaargemiddeld Jaargemiddeld Jaargemiddeld

40 μg/m3 40 μg/m3 25 μg/m3

Blad 67 van 238

WHO-advieswaarde 2005 2021 40 μg/m3 10 μg/m3 20 μg/m3 15 μg/m3 10 μg/m3 5 μg/m3

MER De Stationstuinen Barendrecht Milieueffectrapportage projectnummer 0470766.100 10 februari 2023 revisie 03 Gemeente Barendrecht

Huidige situatie Luchtkwaliteit binnen het plangebied Voor het onderzoek naar de luchtkwaliteit binnen het plangebied kijkt het MER naar de referentiesituatie. In de referentiesituatie wordt rekening gehouden met autonome ontwikkelingen die de luchtkwaliteit beïnvloeden. Dit betreft onder andere de toename van elektrische voertuigen en technologische ontwikkelingen die leiden tot schonere verbrandingsmotoren. De huidige situatie is daarom niet in beeld gebracht. Luchtkwaliteit bij bestaande woningen Voor de effectbepaling van de ontwikkeling wordt een vergelijking gemaakt met de referentiesituatie. De huidige situatie is voor dit criterium niet relevant. Referentiesituatie Luchtkwaliteit binnen het plangebied In het achtergrondrapport luchtkwaliteit zijn de concentraties stikstofdioxide en fijn stof voor het rekenjaar 2030 berekend. Tabel 5.7 toont de hoogste concentraties langs vier wegen in het plangebied van De Stationstuinen. Tabel 5.7 Hoogste concentraties langs vier wegen in het plangebied Punt

Locatie

Jaargemiddelde concentratie NO2

PM10

PM2,5

42

Spoorlaan

17,6

14,7

7,6

38

Zuideinde

17,4

14,6

7,6

58

Zuidplein

16,2

14,5

7,6

48

Gebroken Meeldijk

17,6

14,9

7,8

Luchtkwaliteit bij bestaande woningen Tabel 5.8 toont de concentraties stikstofdioxide en fijn stof voor de referentiesituatie (2030) ter hoogte van de woningen langs de Gebroken Meeldijk. De concentraties liggen onder de WHOadvieswaarden voor 2005, maar boven de advieswaarden uit 2021. Tabel 5.8 Concentraties ter hoogte van de woningen langs de Gebroken Meeldijk

5.2.4

Stof

Referentiesituatie

NO2 PM10 PM2,5

18,8 μg/m3 15,1 μg/m3 7,8 μg/m3

Externe veiligheid Beoordelingskader Aspect Plaatsgebonden risico Groepsrisico

Beoordeling De effecten van het planvoornemen op het plaatsgebonden risico

Methodiek Kwantitatief

De effecten van het planvoornemen op het groepsrisico

Kwantitatief

Blad 68 van 238

MER De Stationstuinen Barendrecht Milieueffectrapportage projectnummer 0470766.100 10 februari 2023 revisie 03 Gemeente Barendrecht

Zelfredzaamheid

Mate van zelfredzaamheid voor de bewoners van De Stationstuinen

Kwalitatief

Beleid Externe veiligheid beschrijft de risico's die ontstaan als gevolg van opslag of handelingen met gevaarlijke stoffen. Dit kan betrekking hebben op inrichtingen (bedrijven) of transportroutes. Op beide categorieën is verschillende wet- en regelgeving van toepassing. Voor inrichtingen is het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) het relevante beleidskader, voor buisleidingen is dit het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). Het beleid voor transportmodaliteiten staat in het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt). Binnen het beleidskader voor externe veiligheid staan twee kernbegrippen centraal: het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Hoewel beide begrippen onderlinge samenhang vertonen zijn er belangrijke verschillen. Hieronder worden beide begrippen verder uitgewerkt. Plaatsgebonden risico (PR) Het plaatsgebonden risico (PR) geeft de kans, op een bepaalde plaats, om te overlijden ten gevolge van een ongeval bij een risicovolle activiteit. De kans heeft betrekking op een fictief persoon die de hele tijd op die plaats onbeschermd aanwezig is. Het PR kan op de kaart van het gebied worden weergeven met zogeheten risicocontouren: Lijnen die punten verbinden met eenzelfde PR. Binnen de 10-6/jaar-contour (welke als wettelijk harde norm fungeert) mogen geen nieuwe kwetsbare objecten geprojecteerd worden.

Voor beperkt kwetsbare objecten geldt de 10-6/jaar-contour niet als grenswaarde, maar als een richtwaarde. Groepsrisico (GR) Het groepsrisico (GR) is een maat voor de kans dat bij een ongeval een groep slachtoffers valt met een bepaalde omvang. Het GR is daarmee een maat voor de maatschappelijke ontwrichting bij een calamiteit. Het GR wordt bepaald binnen het invloedsgebied van een risicovolle activiteit. Dit invloedsgebied wordt begrensd door de 1% letaliteitsgrens (tenzij anders bepaald): De afstand waarop nog 1% van de blootgestelde mensen in de omgeving komt te overlijden bij een calamiteit met gevaarlijke stoffen. Het GR kan niet ‘op de kaart’ worden weergegeven, maar wordt weergegeven in een grafiek waar de kans (f) afgezet wordt tegen het aantal slachtoffers (N): de fNcurve.

Blad 69 van 238

MER De Stationstuinen Barendrecht Milieueffectrapportage projectnummer 0470766.100 10 februari 2023 revisie 03 Gemeente Barendrecht

Figuur 5.12 Weergave plaatsgebonden risicocontouren, invloedsgebied en groepsrisicografiek met oriëntatiewaarde voor transport.

Verantwoordingsplicht In het Bevi, het Bevb en het Bevt is een verplichting tot verantwoording van het groepsrisico opgenomen. Bij deze verantwoordingsplicht dient het bevoegd gezag op een juiste wijze de toename en ligging van het groepsrisico te onderbouwen en te verantwoorden. Hierbij geeft het bevoegd gezag aan of het groepsrisico in de betreffende situatie aanvaardbaar wordt geacht. Bij de verantwoording van het groepsrisico dient het bevoegd gezag advies in te winnen bij de veiligheidsregio. De verantwoordingsplicht van het groepsrisico dient naast de rekenkundige hoogte van het groepsrisico, dat berekend wordt door middel van een kwantitatieve risicoanalyse (QRA), tevens rekening te houden met een aantal kwalitatieve aspecten, zoals in figuur 5.12 weergegeven.

Figuur 5.13 Verplichte en onmisbare onderdelen van de verantwoordingsplicht van het groepsrisico. Het geeft aan dat je op alle verschillende schalen slecht (rood), gemiddeld (oranje/geel) tot goed (groen) kan scoren. De beoordeling van deze aspecten samen vormen de verantwoording van het groepsrisico door het bevoegd gezag.

Zelfredzaamheid Zelfredzaamheid is de mate waarin personen in staat zijn zichzelf (zonder hulp van buitenaf) in geval van een calamiteit in veiligheid te brengen. Het gewenste handelingsperspectief in geval van een calamiteit (schuilen en/of vluchten) is afhankelijk van het scenario.

Blad 70 van 238

MER De Stationstuinen Barendrecht Milieueffectrapportage projectnummer 0470766.100 10 februari 2023 revisie 03 Gemeente Barendrecht

Omgevingsveiligheid (Omgevingswet) Omgevingsveiligheid is een begrip dat hoort bij de Omgevingswet die naar verwachting in 2022 in werking zal treden. Door alle wetten en regelingen binnen het omgevingsrecht samen te voegen ontstaat een verandering onder het motto ‘Eenvoudig beter’. De Omgevingswet introduceert (in het Besluit kwaliteit leefomgeving) een aantal aandachtsgebieden. Deze aandachtsgebieden verschillen per risicobron. Voor transportroutes gevaarlijke stoffen die zijn aangewezen in het Basisnet (waaronder de spoorlijn direct ten noorden van het plangebied) gaan de volgende aandachtsgebieden gelden:  Een brandaandachtsgebied van 30 meter;  Een explosieaandachtsgebied van 200 meter. Binnen deze aandachtsgebieden kunnen aanvullende bouwkundige maatregelen van toepassing zijn. De afwegingsruimte ligt hierbij primair bij het bevoegd gezag, met uitzondering van zeer kwetsbare gebouwen (zoals gebouwen bestemd voor het verblijf van jonge kinderen). Voor zeer kwetsbare gebouwen binnen het aandachtsgebied gelden de aanvullende bouwkundige maatregelen (of gelijkwaardige maatregelen) altijd. Huidige situatie In en rondom het plangebied bevinden zich een aantal risicobronnen, het gaat om een spoorlijn, hogedruk aardgasleidingen en risicovolle inrichtingen. Hieronder zijn deze uitgewerkt.

Spoorlijn route 203 Spoorlijn Kijfhoek- Barendrecht ligt circa 20 meter ten westen van de ontwikkellocatie. De spoorlijn is opgenomen in de Regeling basisnet. Het plangebied bevindt zich binnen het invloedsgebied van de spoorlijn (>4.000 meter; stofcategorie D4). In de Regeling basisnet is voor deze spoorlijn aangegeven dat een plasbrandaandachtsgebied (PAG) van 30 meter geldt. Echter, de spoorlijn ligt ter plaatse van het plangebied in een landtunnel. Het vervoer van gevaarlijke stoffen vindt plaats via tunnelbuis 3 en 4 (zie de detailkaart bij figuur 5.13). Omdat sprake is van een tunnel, is wettelijk aangegeven dat er geen sprake is van een PAG.

Blad 71 van 238

MER De Stationstuinen Barendrecht Milieueffectrapportage projectnummer 0470766.100 10 februari 2023 revisie 03 Gemeente Barendrecht

Figuur 5.14 Inrichting van de tunnel ter hoogte van station Barendrecht

Over spoorlijn Kijfhoek- Barendrecht worden de volgende hoeveelheden gevaarlijke stoffen vervoerd: Tabel 5.9 Vervoerseenheden spoorlijn Kijfhoek- Barendrecht Stofcategorie Transportintensiteit (ketelwagenequivalenten per jaar) BLEVE*-verhouding A 34440 0,16 B2 18650 0,47 B3 560 NVT C3 151780 NVT D3 12910 NVT D4 4590 NVT *boiling liquid expanding vapour explosion: Dit is een soort explosie die kan voorkomen als een houder (tank) met een vloeistof onder druk openscheurt.

A15 Ten noorden van het plangebied ligt de A15. Het invloedsgebied van de A15 bedraagt >4.000 meter (stofcategorie: GT4). De afstand tot de ontwikkellocatie bedraagt circa 670 meter en valt daarmee binnen het plangebied. Hogedruk aardgasleidingen Hogedruk aardgastransportleiding A-559 heeft een invloedsgebied van circa 410 meter. De ontwikkellocatie ligt op circa 400 meter. Hiermee valt het binnen het invloedsgebied van de leiding, echter is het overlappende gebied bestemt als “water’’. Dit betekent dat geen fysieke gebouwen van het plangebied overlappen met het invloedsgebied en vormt het geen verdere belemmering. Hogedruk aardgastransportleiding A-517 heeft een invloedsgebied van circa 430 meter. De ontwikkellocatie ligt op circa 410 meter. Hiermee valt het binnen het invloedsgebied van de leiding, echter is het overlappende gebied bestemt als “water’’. Dit betekent dat geen fysieke gebouwen van het plangebied overlappen met het invloedsgebied en vormt het geen verdere belemmering.

Blad 72 van 238

MER De Stationstuinen Barendrecht Milieueffectrapportage projectnummer 0470766.100 10 februari 2023 revisie 03 Gemeente Barendrecht

Hogedruk aardgastransportleiding A-555 heeft een invloedsgebied van circa 490 meter. De ontwikkellocatie ligt op circa 800 meter. Daarmee valt de ontwikkellocatie buiten het invloedsgebied en vereist geen verdere toelichting.

Figuur 5.15 Ligging van de hogedruk aardgastransportleidingen (A-559, A-517 en A-557)

Risicovolle inrichtingen Binnen het plangebied ligt het LPG-tankstation Berkman. Voor LPG-tankstations is wettelijk vastgelegd dat het invloedsgebied 150 meter bedraagt, gerekend vanaf het vulpunt en vanaf het bovengrondse deel van de ondergrondse tank. De circulaire effectafstanden externe veiligheid LPG-tankstations gaat uit van de volgende scenario’s:  Fakkelbrand scenario: 60 meter  Explosie scenario: 160 meter  Aanvullend op het bovengenoemde is het LPG-tankstation opgenomen in Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) met een effectafstand van circa 340 meter. Deze grotere effectafstand is af te leiden uit de brandstof (hoeveelheid) LNG. De risicobron is direct gelegen in het onderzoeksgebied, wat resulteert dat het valt binnen het invloedsgebied en het plaatsgebonden risicocontour. Ten noordoosten van het onderzoeksgebied ligt op circa 200 meter een Bevi-bedrijf ‘The Greenery BV’. In het verleden had dit bedrijf een ammoniakkoeling. De vergunning is echter aangepast en deze is niet meer aanwezig4. In het plangebied ligt de risicovolle inrichting ‘Olympic food BV’ (blauwe puntje op de kaart), opgenomen in het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi). Het betreft hier een ammoniakopslag. Volgens de milieuvergunning mag dit bedrijf 630 kg ammoniak opslaan, wat 4

Deze aanpassing is nog niet verwerkt in de signaleringskaart.

Blad 73 van 238

MER De Stationstuinen Barendrecht Milieueffectrapportage projectnummer 0470766.100 10 februari 2023 revisie 03 Gemeente Barendrecht

betekent dat het Besluit externe veiligheid inrichtingen niet van toepassing is. Er zijn geen veiligheidscontouren aangegeven voor deze risicobron. Deze bron vereist daarom geen verdere toelichting.

Figuur 5.16 Risicovolle inrichtingen in relatie tot het onderzoeksgebied.

Referentiesituatie In juli 2023 wordt de Omgevingswet van kracht. De Omgevingswet introduceert aandachtsgebieden. De omvang van deze gebieden verschilt per risicobron: Risicobron

Brand Explosie Gifwolk aandachtsgebied aandachtsgebied aandachtsgebied Hogedruk A 559 = 410 meter1 n.v.t. n.v.t. aardgastransportleiding A 517 = 430 meter1 A 555 = 480 meter1 Rijksweg A15 30 meter 200 meter 300 meter2 Spoorlijn 30 meter3 200 meter3 300 meter2 LPG tankstation 60 meter 160 meter 1 Mogelijk dat deze afstand in het definitieve Bkl minder wordt. 2 Deze afstand wordt waarschijnlijk opgenomen in het Besluit kwaliteitseisen leefomgeving 3 Niet ter plaatse van de tunnel, het Bkl wordt hierop aangepast.

Voor De Stationstuinen betekent dit dat de ontwikkeling binnen de explosie en gifwolkaandachtsgebieden van de spoorlijn valt. Ook de aandachtsgebieden van het LPGtankstation vallen binnen het plangebied.

Blad 74 van 238

MER De Stationstuinen Barendrecht Milieueffectrapportage projectnummer 0470766.100 10 februari 2023 revisie 03 Gemeente Barendrecht

5.2.5

Trillingen Trillingen kunnen op veel verschillende manieren ontstaan. Dit kan door de mens maar ook door natuur (storm of aardbeving). Ook door bepaalde industrie, langs het spoor of langs wegen kunnen trillingen ontstaan. Trillingen kunnen als hinderlijk worden ervaren door het veroorzaken van laagfrequente trillingen in de bodem. Beoordelingskader Aspect Trillingen

Beoordeling Mogelijke trillingshinder van spoor in het plangebied

Methodiek Kwalitatief

Beleid In Nederland bestaat er echter geen wetgeving voor het voorkomen van hinder of zelfs schade door trillingen. Wel zijn er richtlijnen vanuit Stichting Bouwresearch (SBR). Ondanks dat is het aspect trillingen bij het opstellen van ruimtelijke plannen wel degelijk een aandachtspunt. Er is echter in de referentiesituatie geen hinder of overlast door trillingen te verwachten. De enkele zware vrachtwagens die langs of door het gebied rijden, zijn geen continue bron van trilling en hierom ook te verwaarlozen. Huidige situatie Het plangebied ligt binnen het aandachtsgebied van 100 meter van de spoorlijn. In de huidige situatie is ook bebouwing aanwezig binnen deze zone. Dit zijn echter geen gevoelige functies. Referentiesituatie Voor dit aspect zijn geen relevante autonome ontwikkelingen te verwachten. De referentiesituatie is daarom gelijk aan de huidige situatie.

5.2.6

Geur Beoordelingskader Aspect Geur

Beoordeling Mogelijke geurhinder in het plangebied

Methodiek Kwalitatief

Bedrijfsactiviteiten zoals afvalverbrandingsinstallaties, petrochemische industrie of veehouderijen kunnen geurhinder veroorzaken. Bij geurhinder gaat het veelal om (zeer) lage concentraties van stoffen in de leefomgeving. Geurhinder op zich zegt overigens niets over de mogelijke schadelijkheid van de stoffen. Er is sprake van geurhinder als geur waarneembaar is gedurende meer dan 175 uur binnen een jaar tijd (2% van de tijd). Als geur minder uren waarneembaar is dan wordt dit als aanvaardbaar gezien door de overheid. Als geur waarneembaar is en erger is dan de zogenaamde ernstige hindergrenswaarde dan is er sprake van ernstige geurhinder. Geuremissie wordt uitgedrukt in Europese odour units per kubieke meter (OUE/m3). Eén Europese odour unit per kubieke meter is de concentratie geurstoffen die door iemand van een geurpanel in een laboratorium met zekerheid kan worden geroken. De geurbelasting is uitgedrukt in percentielwaarden. Bijvoorbeeld 1 OUE/m3 als 98-percentiel. Dit betekent dat de uurgemiddelde geurconcentratie van 1 OUE/m3 gedurende 98 procent van het jaar niet wordt overschreden (2 procent van het jaar is de bron dus wel waarneembaar en kan hinder ervaren worden).

Blad 75 van 238

MER De Stationstuinen Barendrecht Milieueffectrapportage projectnummer 0470766.100 10 februari 2023 revisie 03 Gemeente Barendrecht

Beleid Provinciaal beleid Door de Provincie Zuid-Holland is er in de vorm van ‘Geurhinderbeleid provincie Zuid-Holland (actualisatie 2019)’ een doorvertaling gemaakt van rijks- naar provinciaal beleid. Dit beleid is hoofdzakelijk toegespitst op het vaststellen van een aanvaardbaar geurhinderniveau en het onderscheid tussen verschillende categorieën geurgevoelige objecten. Om het aanvaardbaar geurhinderniveau vast te kunnen stellen zijn de hindergrens en de ernstige hindergrens vastgelegd. Er zijn verschillende situaties vastgelegd op basis van het aantal emissieuren en de geurconcentratie. Hierin is de hindergrens de grens waar geurhinder start, alles onder deze grens is geen geurhinder. Ernstige hindergrens is de grens waarboven geurhinder waarschijnlijk is. Als deze grens wordt overschreden is de geurhinder voor geurgevoelige objecten op voorhand onacceptabel. Klachten nemen zeer sterk toe als de geurbelasting de grens van ernstige geurhinder wordt overschreden. Om geurgevoelige objecten te beschermen tegen geuroverlast zijn er drie categorieën opgesteld oplopend van type 1 (meest geurgevoelig) tot type 3 (licht geurgevoelig). Voor type 1 is de streefwaarde zo dicht mogelijk bij de hindergrens. Voor type 3 geldt dat de ernstige hindergrens niet overschreden mag worden. Tabel 5.10 Verschillende typen geurgevoelige objecten in provinciaal beleid Type 1: meest geurgevoelig

Type 2: minder geurgevoelig

Type 3: licht geurgevoelig

Woonwijk, lintbebouwing

Bedrijfswoningen

Bedrijventerreinen en industriegebieden

Ziekenhuizen, sanatoria, bejaarden- en verpleegtehuizen

Woningen in het landelijk gebied, verspreid liggende woningen

Recreatiegebieden (verblijfsrecreatie)

Recreatiegebieden (dagrecreatie)

Woonwagenterreinen

Kantoren

Woonboten

Winkels

Asielzoekerscentra

Huidige situatie Op het bedrijventerrein is maximaal milieucategorie 4.2 toegestaan. Hierbij hoort vanuit de VNGbrochure bedrijven en milieuzonering een maximale geurcontour van 200 meter. Door DCMR heeft een inventarisatie plaatsgevonden van de bedrijven in de omgeving van het plangebied. In figuur 5.17 zijn alle bedrijven weergegeven die een VNG‐categorie hebben met richtafstand met betrekking tot geur (voor gemengd gebied) die de ontwikkelvelden raken. Aan de zuidkant van het plangebied, ten noorden van de Gebroken Meeldijk ligt het afvalverwerkingsbedrijf Renes. Dit betreft een recyclingbedrijf voor agf. Deze bedrijfsactiviteiten leiden tot geuroverlast in de omgeving.

Blad 76 van 238

MER De Stationstuinen Barendrecht Milieueffectrapportage projectnummer 0470766.100 10 februari 2023 revisie 03 Gemeente Barendrecht

Figuur 5.17 Geurcontouren van de omliggende bedrijven die de ontwikkelvelden raken.

Referentiesituatie Voor dit aspect zijn geen relevante autonome ontwikkelingen te verwachten. De referentiesituatie is daarom gelijk aan de huidige situatie.

5.2.7

Gezondheid Beoordelingskader Criteria Gezondheidsbescherming

Beoordeling Op basis van beoordeling geluidhinder, luchtkwaliteit en hittestress.

Methodiek Kwalitatief

Gezondheidsbevordering

Invloed van inrichting van de openbare ruimte op sport en bewegen.

Kwalitatief

Blad 77 van 238

MER De Stationstuinen Barendrecht Milieueffectrapportage projectnummer 0470766.100 10 februari 2023 revisie 03 Gemeente Barendrecht

Toelichting Gezondheidsbescherming heeft te maken met het geheel aan activiteiten en maatregelen dat ertoe bijdraagt dat mensen minder worden blootgesteld aan schadelijke stoffen en schadelijke omstandigheden. Naast thema’s als geluidhinder en luchtverontreiniging in relatie tot gezondheid (waarvan de milieueffecten in eerdere paragrafen zijn beschreven), gaat het hierbij om geur, lichthinder en hittestress. Gezondheidsbevordering gaat om de mate waarin de inrichting van het plangebied en de omgeving bijdraagt aan (het bevorderen van) een gezonde levensstijl. Dit kan gaan om de aanwezigheid en bereikbaarheid van sportvoorzieningen of de beschikbaarheid van wandelroutes. Huidige situatie Geluid en lucht De milieuaspecten geluid en luchtkwaliteit beïnvloeden de gezondheid van bewoners en bezoekers van het plangebied. De geluidbelasting in de huidige situatie en de referentiesituatie is beschreven in paragraaf 5.2.2. De luchtkwaliteit in het plangebied is beschreven in paragraaf 5.2.3. De aandachtspunten die hier naar voren komen gelden ook voor het aspect gezondheidsbescherming. Hoge geluidbelasting en hoge concentraties luchtverontreiniging hebben negatieve effecten op de gezondheid. Hittestress Bij hittestress, ook wel warmtestress genoemd, kan je lichaam de warmte moeilijk kwijt.

Hittestress kan verschillende gezondheidsproblemen veroorzaken, zoals overmatig zweten, uitdroging, vermoeidheid, concentratieproblemen en hoofdpijn. Het verschijnsel treedt op wanneer er in toenemende mate warme nachten zijn (hittegolven) waardoor de hitte niet verdreven wordt. In Nederland stijgt tijdens hittegolven de sterfte met 12% (ongeveer 40 doden per dag extra) (bron: Factsheet Climate Proof Cites, TNO). Hittestress ontstaat wanneer warmte niet kan ontsnappen. In steden met veel verhard oppervlakte, weinig bomen en water, kan de warmte niet goed ontsnappen en kan de temperatuur dus enkele graden hoger zijn dan buiten de stad. In de stad zijn deze effecten dus het grootst, zoals onderstaand figuur schematisch weergeeft. Dit wordt het hitte-eilandeffect genoemd.

Figuur 5.18 Het effect van hitte in de stad (Bron: KNMI)

Blad 78 van 238

MER De Stationstuinen Barendrecht Milieueffectrapportage projectnummer 0470766.100 10 februari 2023 revisie 03 Gemeente Barendrecht

Het stedelijk hitte-eilandeffect is het sterkst 's nachts. Het zorgt ervoor dat de luchttemperatuur 's nachts minder daalt waardoor bijvoorbeeld gevoelige bevolkingsgroepen (baby's, kinderen, ouderen) gezondheidseffecten ondervinden. Figuur 5.19 geeft het stedelijk hitte-eilandeffect weer in de huidige situatie in De Stationstuinen. Dit is het gemiddelde temperatuurverschil tussen de verschillende delen in De Stationstuinen en de omgeving. De kaart geeft een voorspelling van het stedelijk hitte-eilandeffect op basis van verschillende onderliggende kaartgegevens: de bevolkingsdichtheid, windsnelheid, hoeveelheid groen, blauw en verharding.

Figuur 5.19 Het huidige stedelijk hitte-eilandeffect in en rond het plangebied (bron: klimaateffectatlas.nl)

De figuur laat een gemiddelde verhoogde temperatuur zien variërend van circa 1°C in het (noord)westelijk deel van het plangebied tot 2°C in de meer centrale delen van het plangebied ten opzichte van de omgeving. Doordat het gebied relatief verhard is, zie je in het algemeen een significante temperatuurstijging. In de gebieden waarin de temperatuursverhoging lager is, wordt dit veroorzaakt door het verkoelende effect van groen en water. Zo is op de overkapping van het spoor is een dakpark gerealiseerd en de Boezemweg kent een duidelijke groenstructuur. Het hitteeilandeffect is hier beduidend lager. Gezondheidsbevordering Gezondheidsbevordering betekent bevorderen dat mensen zich gezonder gedragen. Dan is de kans groter dat zij langer leven in goede gezondheid. Dit kan door individueel gedrag van mensen te beïnvloeden, maar ook door een gezonde leefomgeving te creëren. Hierbij gaat het om

Blad 79 van 238

MER De Stationstuinen Barendrecht Milieueffectrapportage projectnummer 0470766.100 10 februari 2023 revisie 03 Gemeente Barendrecht

mogelijkheden tot beweging, mate van roken, faciliteiten die een ongezonde leefstijl promoten (zoals slijterijen, snackbars, coffeeshops en dergelijke) en een gebied dat uitnodigt tot buiten zijn (groen) en bewegen. Sporten en bewegen is een belangrijk onderdeel van een gezonde levensstijl. Tabel 5.11 toont enkele cijfers over het percentage inwoners dat sport, de uitgaven van de gemeente aan sport en de gezondheidssituatie van de bevolking van Barendrecht. Tabel 5.11: Indicatoren voor gezondheidsbevordering in Barendrecht in vergelijking met het landelijk gemiddelde (bron: waarstaatjegemeente.nl).

Niet-sporters Aangesloten bij sportvereniging Gemeentelijke uitgaven aan sport per inwoner Beweegt voldoende Overgewicht

Barendrecht 48% 26% € 259 40% 51%

Landelijk 49% 25% € 283 50% 49%

Uit de cijfers blijkt dat inwoners van Barendrecht gemiddeld minder bewegen. Het percentage inwoners dat niet sport is daarentegen iets lager dan het landelijk gemiddelde. Het aantal inwoners dat aangesloten is bij een sportvereniging is iets hoger. De gemeente Barendrecht geeft per inwoner minder uit aan sport dan het nationaal gemiddelde. De percentages voor overgewicht zijn hier deels aan gerelateerd. Op dit moment zijn er in het plangebied geen speelplekken aanwezig. Alleen centraal in het gebied zijn (tijdelijk) padelbanen gevestigd. In paragraaf 5.1.3 zijn de aanwezige fietsverbindingen in het gebied beschreven. Wandelpaden en voorzieningen zijn in het plangebied en de directe omgeving niet aanwezig. Langs de noordoever van het Waaltje, ten zuidoosten van de Noldijk is een klein wandelgebied (Wevershoek) van circa 7 ha aanwezig. Ruim 2,5 kilometer naar het westen is het grotere recreatiegebied Zuidpolder gelegen. Hier is ook een toeristisch overstappunt (TOP) aanwezig. Referentiesituatie Voor dit aspect zijn geen relevante autonome ontwikkelingen te verwachten. De referentiesituatie is daarom gelijk aan de huidige situatie.

5.3 5.3.1

Duurzaamheid

Energie Beoordelingskader Criteria Energiebehoefte Mogelijkheden voor duurzame energie

Beoordeling De verwachte energiebehoefte van het programma van De Stationstuinen. De mogelijkheden om binnen De Stationstuinen duurzame energie op te wekken en bestaande bronnen van duurzame energie te benutten.

Blad 80 van 238

Methodiek Kwalitatief Kwalitatief

MER De Stationstuinen Barendrecht Milieueffectrapportage projectnummer 0470766.100 10 februari 2023 revisie 03 Gemeente Barendrecht

Beleid RES Rotterdam Den Haag De gemeente Barendrecht maakt onderdeel uit van de Regionale Energie Strategie (RES) Rotterdam Den Haag. RES Rotterdam Den Haag is een samenwerking van 23 gemeenten, vier waterschappen en de provincie Zuid-Holland. Zij hebben een strategie (RES 1.0) beschreven waarover door de volksvertegenwoordigers van de gemeenten/waterschappen/provincie wordt besloten: iedere partij heeft daarvoor zijn eigen planning en aanpak. In Barendrecht en omgeving is het potentiële aanbod van restwarmte (vanuit de Rotterdamse haven) en geothermie (warmte uit de aarde) bijna tweemaal zo groot als de warmtevraag. Het voornemen is om deze warmte te gebruiken voor woningen en bedrijven maar ook met aangrenzende regio’s uitwisselen tegen elektriciteit. Aan elektriciteit is in de regio juist een tekort. De gemeente zet in op een gezamenlijk warmtenet (stadsverwarming). Het gebruik van waterstof of groen gas voor verwarmen van of bedrijfspanden is zeker voor 2030 niet realistisch, omdat het nog niet voldoende voorhanden is. De regio draagt ongeveer acht tot negen procent bij aan de nationale opgave. Dit gebeurt met grootschalige wind- en zonne-energie. Onder andere bij het Vaanplein moeten windturbines een belangrijke bijdrage leveren aan de opgave voor duurzame energie.

Daarnaast zet Barendrecht in op circa 0,8 TWh kleinschalige opwek zon- en windenergie op daken van huizenbezitters en woningcorporaties. Er zijn in de regio nog geen aangewezen locaties voor de uitvoering. Huidige situatie en referentiesituatie Huidig energiegebruik van het gebied Doordat het plangebied van De Stationstuinen in de huidige situatie in gebruik is al bedrijventerrein is het energiegebruik in de huidige situatie relatief hoog. Bestaande functies zijn aangesloten op het bestaande gas- en elektriciteitsnet. Een enkel bedrijf dat gelegen is op het bedrijventerrein (binnen de grenzen van het plangebied) is voorzien van zonnepanelen. Mogelijkheden voor duurzame energie Om in een stedelijk gebied duurzame energie op te wekken zijn de mogelijkheden beperkt. In woongebieden zijn windturbines of biomassacentrales niet in te passen. Zonnepanelen op daken zijn wel een geschikte manier om energie op te wekken. Zowel het huidig aanwezige dakoppervlak als de nieuwe bebouwing biedt hier kansen voor. Volgens cijfers van het CBS (2020) is 14,4% van de woningen in Barendrecht voorzien van zonnepanelen, tegen 16% landelijk. Behalve elektriciteit is er ook behoefte aan warmte. Hiervoor bieden bronnen in de omgeving of omgevingsaspecten kansen om (rest)warmte te benutten. De nabijheid van grote wateren biedt kansen voor aquathermie.

Een voorbeeld van een duurzame warmtevoorziening is Project Repelwei in Barendrecht. In dit project zijn 62 woningen aangesloten op een Warmte Koude Opslag (WKO) installatie (wkotool.nl). Ook overschakelen naar elektrisch vervoer draagt bij aan de energietransitie. In Barendrecht is ongeveer 1,5% van de auto’s elektrisch, tegen 2% landelijk (bron: RDW-Klimaatmonitor, 2020). Creëren van voorzieningen zoals laadpalen of snellaadstations kan bijdragen aan dit deel van de energietransitie. Figuur 5.20 toont de huidige laadpunten in en rond het plangebied van De Stationstuinen. Binnen de gemeente Barendrecht wordt ook gebruik gemaakt van elektrische deelscooters.

Blad 81 van 238

MER De Stationstuinen Barendrecht Milieueffectrapportage projectnummer 0470766.100 10 februari 2023 revisie 03 Gemeente Barendrecht

Figuur 5.20 Bestaande, te realiseren en geplande laadpunten voor elektrische voertuigen (bron: evmaps.nl/barendrecht).

5.3.2

Klimaatadaptatie Beoordelingskader Criteria Wateroverlast Waterveiligheid

Beoordeling De effecten van het planvoornemen op wateroverlast door hevige regenval. De risico’s van waterveiligheid in het gebied en de effecten van het planvoornemen op de waterveiligheid.

Methodiek Kwalitatief Kwalitatief

Nederland heeft te maken met een veranderend klimaat. Deze veranderingen zijn bijvoorbeeld zichtbaar in meer droogte en meer en hevigere regenval in de toekomst. Om zodanig voorbereid te zijn op deze toekomstige veranderingen dat de gevolgen beperkt blijven, zal de stedelijke omgeving aangepast moeten worden op klimaatverandering. Aanpassen aan een veranderend klimaat wordt ook wel klimaatadaptatie genoemd. Beleid Op het gebied van klimaatadaptatie is op verschillende overheidsniveaus beleid ontwikkeld. In het achtergrondrapport Quickscan Water zijn de relevante beleidsstukken uitgebreid beschreven. De belangrijkste beleidsstukken zijn het Regionaal Waterprogramma Zuid-Holland 2022-2027 en Weerkrachtig Zuid-Holland (Provincie Zuid-Holland), het Convenant klimaatadaptief bouwen in Zuid-Holland, Waterbeheerplan 2022-2027 en Keur- en beleidsregels 2014 (Waterschap Hollandsche Delta) en de Strategie Klimaatadaptie (gemeente Barendrecht). Deze beleidsstukken worden hieronder toegelicht.

Blad 82 van 238

MER De Stationstuinen Barendrecht Milieueffectrapportage projectnummer 0470766.100 10 februari 2023 revisie 03 Gemeente Barendrecht

Regionaal Waterprogramma Zuid-Holland 2022-2027 (Provincie Zuid-Holland) Het regionaal waterprogramma bevat de uitwerking van het beleid van de provincie Zuid-Holland. Het regionaal waterprogramma beschrijft in ieder geval wat de provincie doet om uitvoering te geven aan de Europese richtlijnen die betrekking hebben op water: de Kaderrichtlijn Water (KRW), de Grondwaterrichtlijn, de Drinkwaterrichtlijn, de Richtlijn Overstromingsrisico’s en de Zwemwaterrichtlijn. Weerkrachtig Zuid-Holland De provincie Zuid-Holland streeft naar een gezonde, groene leefomgeving, een aantrekkelijk vestigingsklimaat, goede bereikbaarheid en een veerkrachtige innovatie economie. De provincie heeft echter te maken met toenemende weersextremen en bodemdaling. Om te voorkomen dat deze factoren een belemmering vormen is er gekozen om als provincie de rol van aanjager en verbinder in te nemen. Dit zal voor elk dossier een andere uiting hebben. Tevens heeft de provincie zeven werkregio’s vastgesteld waarin voor elke regio andere punten hoog op de agenda staan. In het geval van Barendrecht is dit de Metropoolregio Rotterdam-Den Haag (MRDH). Binnen de MRDH staat de ‘koppeling klimaatadaptatie met verstedelijkingsopgave’ hoog op de agenda. De doorwerking op gemeentelijk beleid hiervan is te vinden in de handelingsperspectieven die zijn opgesteld in ‘Strategie klimaatadaptatie 2022-2026’ (zie hieronder).

Convenant klimaatadaptief bouwen in Zuid-Holland (Waterschap Hollandsche Delta) Waterschap Hollandse Delta maakt onderdeel uit van het “convenant klimaatadaptief bouwen in Zuid-Holland”. Dit convenant anticipeert op de gevolgen van klimaatverandering door in te zetten op klimaat adaptief bouwen. Het convenant streeft de volgende doelen na: 1. Minder wateroverlast 2. Meer biodiversiteit 3. Minder hittestress 4. Minder langdurige droogte en minder nadelige gevolgen ervan 5. Minder bodemdaling en minder nadelige gevolgen ervan. Waterbeheerplan 2022-2027 (Waterschap Hollandsche Delta) In het waterbeheerplan 2022-2027 staat hoe waterschap Hollandse Delta het waterbeheer in het werkgebied in de komende jaren wil uitvoeren. Daarbij gaat het om betaalbaar waterbeheer met evenwichtige aandacht voor veiligheid, waterkwaliteit, waterkwantiteit, duurzaamheid én om het watersysteem als onderdeel van de ruimtelijke inrichting van ons land. Het waterbeheerplan beschrijft de uitgangspunten voor het beheer, de ontwikkelingen die de komende jaren verwacht worden en de belangrijkste keuzen die het waterschap moet maken. Daarnaast geeft het waterbeheerplan een overzicht van maatregelen en kosten. De maatregelen voor de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) zijn onderdeel van het plan.

In het waterbeheerplan van het waterschap Hollandse Delta zijn verschillende hoofdthema's bijgewerkt zoals: circulaire economie, klimaat adaptatie, duurzame energievoorziening, opkomende stoffen en verlies aan biodiversiteit, en digitalisering. De concrete doelen voor het watersysteem voor de korte termijn zijn:  het streven naar een klimaatneutrale en circulaire grond-, weg- en waterbouw

Blad 83 van 238

MER De Stationstuinen Barendrecht Milieueffectrapportage projectnummer 0470766.100 10 februari 2023 revisie 03 Gemeente Barendrecht

  

duurzaam bodembeheer en peilbeheer in veenweidegebieden en het tegengaan van ontbossing; kwetsbaarheden in beeld brengen met behulp van een stresstest optimaliseren van de beschikbaarheid van zoetwater

Keur- en beleidsregels 2014 (Waterschap Hollandsche Delta) De Keur is een verordening van de waterbeheerder met wettelijke regels (gebod- en verbodsbepalingen) voor waterkeringen (o.a. duinen, dijken en kaden), watergangen (o.a. kanalen, rivieren, sloten, beken) en andere waterstaatswerken (o.a. bruggen, duikers, stuwen, sluizen en gemalen). De Keur en beleidsregels maken het mogelijk dat het waterschap haar taken als waterkwaliteits- en kwantiteitsbeheerder kan uitvoeren. Er kan een ontheffing van de in de Keur vastgelegde gebods- en verbodsbepalingen worden aangevraagd om een bepaalde activiteit wel te mogen uitvoeren. Als het waterschap daarin toestemt wordt dat geregeld in een Watervergunning. In de beleidsregels die bij de Keur horen is het beleid van Hollandse Delta nader uitgewerkt. Strategie Klimaatadaptatie 2022-2026 Op 24 september 2019 is ‘’Klimaatopgave Barendrecht, visiedocument’’ door de gemeenteraad van Barendrecht vastgesteld. Hierin is de inzet van Barendrecht in de wereldwijde klimaatopgave omschreven. In dit plan is aangestuurd op een klimaatadaptatieplan, deze is 22 februari 2022 door de gemeenteraad vastgesteld in de vorm van ‘’Strategie klimaatadaptatie 2022-2026’’. De hoofddoelen van deze strategie zijn als volgt: 1. ‘’we zijn waterrobuust en klimaatbestendig’’; 2. ‘’we hebben een leefbare en gezonde leefomgeving’’.

Om deze hoofddoelen te realiseren zijn de volgende handelingsperspectieven bepaald:  ‘’werken aan een waterrobuuste omgeving’’: hierin wordt aangestuurd op het beperken van overstromingsrisico, dijkversterkingen en een hogere zelfredzaamheid van bewoners als het fout gaat;  ‘’een natuurlijkere waterkringloop’’: de waterkringloop, die door verstening van het omliggende oppervlak is verstoord, zal in samenwerking met waterschap Hollandse Delta zoveel mogelijk worden hersteld. Zo kan overlast door extreme buien worden beperkt;  ‘’alle nieuwbouw klimaatadaptief’’: er is een grote woningbouwopgave binnen Barendrecht. De doelstelling is om de woningen waar mogelijk en gewenst zowel klimaatadaptief als energieneutraal op te leveren;  ‘’klimaatadaptief inrichten van stedelijk gebied’’: de openbare ruimte wordt klimaatadaptief ingericht, tevens worden beheerders van bedrijventerreinen en burgers gestimuleerd om hun terreinen klimaatadaptief in te richten;  ‘’een klimaatbestendig landelijk gebied; er wordt meer ruimte voor activiteiten in het groen gecreëerd, hier kunnen inwoners in koelte recreëren. Tevens zullen deze plekken benut worden om de biodiversiteit te vergroten;  ‘’werken aan een gezonde leefomgeving’’: het is van belang om te leren gaan met hittestress, daarvoor zal een lokaal hitteplan ontwikkeld worden.

Daarnaast wordt onderzocht hoe om te gaan met andere negatieve effecten die zijn ontstaan door klimaatverandering.

Blad 84 van 238

MER De Stationstuinen Barendrecht Milieueffectrapportage projectnummer 0470766.100 10 februari 2023 revisie 03 Gemeente Barendrecht

Huidige situatie Wateroverlast Wateroverlast ontstaat wanneer hemelwater niet goed afgevoerd kan worden richting het rioolsysteem of oppervlaktewater. Klimaatverandering zorgt ervoor dat er steeds vaker hoosbuien zijn die wateroverlast kunnen veroorzaken. In deze situatie valt er in een korte tijd een grote hoeveelheid regen, waardoor afvoersystemen overbelast raken en het water niet afgevoerd kan worden. Water blijft dan op straat staan wat tot overlast kan leiden. Wateroverlast kan leiden tot schade door bijvoorbeeld het onderlopen van kelders of benedenverdiepingen maar ook bijvoorbeeld tot verstoring van de ontsluiting van het gebied voor verkeer, doordat wegen onbegaanbaar worden of door het uitvallen van nutsvoorzieningen, doordat er kortsluiting in het elektriciteitsnetwerk ontstaat.

Figuur 5.21 Waterdiepte bij intense neerslag (70 mm in een uur) (bron: www.klimaateffectatlas.nl)

Blad 85 van 238

MER De Stationstuinen Barendrecht Milieueffectrapportage projectnummer 0470766.100 10 februari 2023 revisie 03 Gemeente Barendrecht

Figuur 5.21 geeft de huidige situatie weer van de wateroverlast die ontstaat bij hevige regenbuien (70 mm / uur). In de figuur is de waterdiepte op het maaiveld weergegeven bij hevige neerslag die eens in de 100 jaar voorkomt (1:100 jaar). In de figuur is te zien dat op diverse plekken water op straat blijft staan, op sommige locaties meer dan 20 cm. De omvang van de verharding in het gebied speelt hierin een belangrijke rol. Plekken waar hemelwater in de bodem kan infiltreren zijn hierdoor schaars. Het gevolg is dat water niet weg kan en op straat blijft staan. Waterveiligheid Het plangebied ligt op een afstand van ca. 200 meter van een regionale waterkering van de Waal (Waterschap Hollandsche Delta). Het plangebied is binnendijks gelegen. In het gebied bestaat nauwelijks een overstromingsrisico. De overstromingsdiepte (1/1.000 jaar) is in onderstaand figuur te zien.

Figuur 5.22 Overstromingsdiepte bij kleine kans (links), overstroming die eens in de 1.000 jaar voorkomt en de plaatsgebonden overstromingskans voor meer dan 2 m waterdiepte (bron: klimaateffectatlas.nl).

Referentiesituatie Door klimaatverandering neemt de frequentie en hevigheid van regenbuien toe. Dit betekent dat de geschetste wateroverlast vaker voor zal komen en de impact steeds groter wordt. Ook voor overstromingen geldt dat klimaatverandering de frequentie en hevigheid van overstromingen doet stijgen. De stijgende zeespiegel heeft invloed op de waterstanden in grote rivieren, waardoor hoogwater sneller tot overstromingen zal leiden. Voor het plangebied geldt een extreem kleine kans op overstromingen (minder dan 1x per 30.000 jaar).

Blad 86 van 238

MER De Stationstuinen Barendrecht Milieueffectrapportage projectnummer 0470766.100 10 februari 2023 revisie 03 Gemeente Barendrecht

5.3.3

Circulariteit Beoordelingskader Criteria Materiaalgebruik Afval- en afvalwaterbeleid

Beoordeling De mogelijkheden voor duurzaam materiaalgebruik en circulair bouwen. Het omgaan met afval(water) en de mogelijkheden voor duurzame afvalinzameling.

Methodiek Kwalitatief Kwalitatief

Beleid Beleidsplan afval en grondstoffen 2019 – 2023 De gemeente Barendrecht heeft in 2019 het Beleidsplan Afval en grondstoffen vastgesteld. Hierin heeft de gemeente de ambitie gesteld om in 2023 de omvang van het restafval te halveren van 286 kilogram naar 175 kilogram per inwoner per jaar. De gemeente Barendrecht werkt aan het realiseren van een lokale circulaire economie in 2050. Als tussendoelstelling wil de gemeente in 2030 het primaire materiaalgebruik met 50% hebben teruggebracht. De bouwsector is een belangrijke schakel in het realiseren van deze ambitie. Er gaat ontzettend veel materiaal om in het bouwen en verbouwen van woningen en ander vastgoed evenals het realiseren van een prettige leefomgeving. De bouwsector gebruikt zo’n 40% van alle grondstoffen en veroorzaakt 40% van de nationale CO2-uitstoot. Door de huidige bouwopgave op een duurzame manier te benaderen is veel duurzaamheidswinst te behalen. Zonder dat dit ten koste hoeft te gaan van het bouwtempo of de betaalbaarheid van woningen. De gemeente gaat dan ook, waar mogelijk, circulair uitvragen vanaf 2023. Huidige situatie Materiaalgebruik De inzet van duurzame materialen speelt in de huidige situatie en referentiesituatie geen rol. Wel zijn er in het gebied diverse panden aanwezig die mogelijk (door renovatie) geschikt zijn voor hergebruik.

Afval- en afvalwaterbeleid In de gemeente Barendrecht wordt afval gescheiden ingezameld op centrale locaties. Door middel van een pasjessysteem hebben inwoners toegang tot de containers. Voor afvalwater is in het plangebied op dit moment geen gescheiden rioolsysteem aanwezig. Hemelwater en afvalwater wordt in een systeem opgevangen. Het is de wens van de gemeente om gescheiden rioolsystemen toe te passen en hemelwater zoveel mogelijk lokaal in de bodem te laten infiltreren. Referentiesituatie In de referentiesituatie worden geen relevantie ontwikkelingen verwacht voor het aspect circulariteit. De referentiesituatie is daarom gelijk aan de huidige situatie.

Blad 87 van 238

MER De Stationstuinen Barendrecht Milieueffectrapportage projectnummer 0470766.100 10 februari 2023 revisie 03 Gemeente Barendrecht

5.4 5.4.1

Ruimtelijke kwaliteit

Archeologie en cultuurhistorie Beoordelingskader Criteria Archeologie

Beoordeling De mate van aantasting van archeologische (verwachtings)waarden

Methodiek Kwalitatief

Cultuurhistorie

De mate van aantasting en/of versterking van cultureel erfgoed

Kwalitatief

Beleid Beleidsnota archeologische monumentenzorg Op basis van de doelstellingen van het Verdrag van Malta en met de bevoegdheden en verplichtingen die voortvloeien uit de nieuwe Wet op de Archeologische Monumentenzorg (2007) wil de gemeente Barendrecht een sober en doelmatig archeologiebeleid voeren. De gemeente Barendrecht streeft er naar om het bodemarchief zoveel mogelijk in situ te bewaren. Bekende archeologische waarden worden door planaanpassing zo veel mogelijk ontzien. Zodoende kunnen archeologische waarden behouden blijven en worden opgravingskosten uitgespaard. Om het archeologisch erfgoed zo goed mogelijk te behouden en planaanpassing te kunnen realiseren, dienen archeologische informatie en belangen zo vroeg mogelijk te worden ingebracht en worden meegewogen in het proces van ruimtelijke ordening. Indien behoud van het bodemarchief niet mogelijk is, dient het gedocumenteerd te worden (‘behoud ex situ’). Archeologische Waarden- en Beleidskaart Bij de beleidsnota hoor de Archeologische Waarden- en Beleidskaart (2008). Deze bevat de bekende archeologische waarden en verwachtingen in de gemeente Barendrecht. Ook geeft de kaart in grote lijnen aan hoe rekening gehouden moet worden met archeologische waarden bij groenroering. De kaart geeft vroegtijdig inzicht bij ontwikkelingen. Aanvullend op de kaart worden archeologische waarden beschermt in het bestemmingsplan.

Bij grondroerende werkzaamheden bepaalt de gemeente of archeologisch onderzoek noodzakelijk is. Erfgoedwet In de Erfgoedwet is geregeld hoe monumenten aangewezen kunnen worden als beschermd monument. Er zijn rijks-, provinciale en gemeentelijke monumenten. Daarnaast kunnen gebieden van cultuurhistorische waarde kunnen op grond van de Erfgoedwet worden aangewezen als beschermd stadsgezicht. Bescherming van deze erfgoedwaarden is tot inwerkingtreding van de Omgevingswet in de Erfgoedwet geregeld (waarbij op onderdelen de Monumentenwet 1988 de relevante wetgeving bevat). Bescherming als monument of beschermd stads- of dorpsgezicht dat een omgevingsvergunning (2.1, lid f, Wabo) benodigd is voor werkzaamheden die het monument (op negatieve wijze) beïnvloeden. Een vergunning kan dan alleen verleend worden als het monumentale belang zich hier niet tegen verzet. De bescherming van beschermde dorpsgezichten is verankerd in het bestemmingsplan. Zogenaamde Werelderfgoederen (cultuurhistorische waarde van grote “outstanding, universal value”) zijn vastgelegd in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). Borging hiervan is geregeld in gemeentelijke bestemmingsplannen.

Blad 88 van 238

MER De Stationstuinen Barendrecht Milieueffectrapportage projectnummer 0470766.100 10 februari 2023 revisie 03 Gemeente Barendrecht

Cultuurhistorische hoofdstructuur Zuid-Holland De provincie Zuid-Holland hanteert het beleidsinstrument Cultuurhistorische Hoofdstructuur ZuidHolland (CHS). Hierin heeft de provincie bestaande en mogelijk te verwachten archeologische waarden in beeld gebracht. In het bijbehorende Beleidskader Cultuurhistorische Hoofdstructuur Zuid-Holland zijn per waarderingscategorie algemene beleidsuitgangspunten geformuleerd. De waardering zoals vastgelegd in de cultuurhistorische hoofdstructuur geldt als uitgangspunt voor ontwikkelingen. De juridische basis hiervoor is de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening (ZHOV). Huidige situatie Archeologie Op de Archeologische Waarden- en Beleidskaart heeft het plangebied grotendeels een redelijk hoge archeologische verwachting. Er zijn archeologische waarden te verwachten dieper dan 80 cm onder het maaiveld. In het huidige bestemmingsplan geldt hiervoor de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie – 2’. Bij grondroerende werkzaamheden dieper dan 80 cm onder het maaiveld en met een oppervlakte groter dan 100 m2 is een archeologisch onderzoek vereist. Ook bij bouwactiviteiten moeten archeologische waarden onderzocht worden Op de Gebroken Meeldijk ligt een hoge archeologische verwachting, dieper dan 50 cm zijn waarden te verwachten. Op deze zuidelijke strook in het plangebied ligt de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie – 1’.

Bij grondroerende werkzaamheden dieper dan 50 cm onder het maaiveld en met een oppervlakte groter dan 100 m2 is een archeologisch onderzoek vereist. Ook bij bouwactiviteiten moeten archeologische waarden onderzocht worden. Cultuurhistorie Binnen het plangebied liggen geen rijksmonumenten. Ook is het gebied geen onderdeel van een beschermd stads- of dorpsgezicht. In en rondom het plangebied liggen in de Cultuurhistorische Atlas van de provincie Zuid-Holland geen cultuurhistorisch waardevolle structuren. Referentiesituatie Voor dit aspect zijn geen relevante autonome ontwikkelingen te verwachten. De referentiesituatie is daarom gelijk aan de huidige situatie.

Blad 89 van 238

MER De Stationstuinen Barendrecht Milieueffectrapportage projectnummer 0470766.100 10 februari 2023 revisie 03 Gemeente Barendrecht

Figuur 5.23 Uitsnede van de archeologische waarden- en beleidskaart. Bron: Bureau Oudheidkundig Onderzoek van Gemeentewerken Rotterdam (BOOR)/gemeente Barendrecht.

5.4.2

Ruimtelijke aspecten Beoordelingskader Aspect Windhinder

Beoordeling Mogelijke windhinder en -gevaar in het plangebied

Methodiek Kwalitatief

Bezonning

De effecten van de ontwikkeling op het aantal zonuren bij bestaande functie Mogelijke lichthinder ter plaatse van nieuwe woningen

Kwalitatief

Lichthinder

Kwalitatief

Beleid Windhinder Windhinder is iets wat in geen geval geheel te voorkomen is: als het stormt is de wind hinderlijk, wat voor maatregelen er ook getroffen worden. Rondom hogere gebouwen kan sprake zijn van extra windhinder omdat luwe plekken op korte afstand afgewisseld kunnen worden met plekken waar door situering van gebouwen de wind sterker is.

Blad 90 van 238

MER De Stationstuinen Barendrecht Milieueffectrapportage projectnummer 0470766.100 10 februari 2023 revisie 03 Gemeente Barendrecht

De beoordeling van het windklimaat is vast gelegd in de NEN 8100. Hierin wordt onderscheid gemaakt in windhinder en windgevaar. Ook wordt een onderverdeling gemaakt in het type activiteit. Immers de gevoeligheid van de mens voor wind is sterk afhankelijk van de activiteit waarmee men bezig is. Bij hogere windsnelheden kan tevens sprake zijn van gevaarlijke situatie, zoals evenwichtsverlies bij het passeren van gebouwhoeken en dergelijke. Hiervoor wordt getoetst aan het specifieke gevaarcriterium. Voor windhinder wordt een drempelwaarde (Vdr;h) aangehouden van 5 m/s uurgemiddelde windsnelheid op loop- of verblijfsniveau. Vanaf deze windsnelheid kunnen paraplu’s omslaan, stof in de ogen waaien en in meer extreme vorm het dichtwaaien van een autoportier, etc. In de NEN 8100 staan de volgende criteria voor windhinder: Tabel 5.12 Criteria voor windhinder (bron: NEN 8100). Overschrijdingskans p(vlok > vdr;h) in % van het aantal uren per jaar <2,5 2,5 – 5 5 – 10 10 – 20 >20

Kwaliteitsklasse

Activiteit

Doorlopen Goed Goed Goed Matig Slecht

A B C D E

Slenteren Goed Goed Matig Slecht Slecht

Langdurig zitten Goed Matig Slecht Slecht Slecht

Afhankelijk van de activiteitenklasse wordt de waardering van het lokale windklimaat gekwalificeerd met ‘goed’, ‘matig’ of ‘slecht’. Bij een goed windklimaat ondervindt men geen overmatige windhinder. Bij een matig windklimaat ervaart men af en toe overmatige windhinder. In een slecht windklimaat ervaart men regelmatig overmatige windhinder. Daarnaast kan ook nog sprake zijn van windgevaar. Hiervan is sprake als de uurgemiddelde windsnelheid (Vdr;h) meer dan 15 m/s is. Deze situatie mag slechts in een zeer beperkt percentage per jaar voorkomen (zie tabel 5.13). Tabel 5.13 Criteria windgevaar. Overschrijdingskans p(vlok > vdr;h) in % van het aantal uren per jaar 0,05 < p < 0,30 P ≥ 0,30

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13592997/1