396313 brief wethouder Luijendijk inzake beantwoording technische vragen fractie EVB gebiedsvisie Zuidpolder.pdf
Tekst van het document
Aan de leden van de gemeenteraad P.W.J. Luijendijk wethouder
Uw brief van: Uw kenmerk: Bijlage(n): Onderwerp:
---Raadsvragen EVB gebiedsvisie Zuidpolder fase 2
Ons kenmerk: Contactpersoon: Team: Telefoonnummer: Datum:
396313 De heer J.P. van den Berg Ruimtelijke ordeningen 14 0180 7 september 2021
Geachte raadsleden, Vanavond vindt in de commissie ruimte de behandeling van de gebiedsvisie Zuidpolder fase 2 plaats. Naar aanleiding hiervan heeft de EVB mij 3 september een aantal vragen gesteld welke ik in deze brief aan u zal beantwoorden. 1. In het raadsvoorstel geeft u aan onder argument 1.3 dat deze Gebiedsvisie een eventuele aanwijzing vanuit provincie of rijk als woningbouwlocaties voorkomen wordt, danwel zeer lastig gemaakt. Kunt u dit nader duiden waarom dit zo is? De gemeenteraad gaat zelf over het eventueel wijzigen van een bestemmingsplan. Met het vaststellen van de gebiedsvisie wordt invulling gegeven aan een lang gekoesterde wens voor ontwikkeling van het gebied naar natuur- en recreatie zoals ook is opgenomen in het beleid van de provincie (en bekrachtigd door de gedeputeerde). Het omzetten van agrarisch gebied naar een recreatieve functie met een belangrijke maatschappelijke functie maakt mogelijke invulling met woningbouw complexer en minder voor de hand liggend. Indien binnenstedelijke ontwikkeling niet mogelijk is, kijken provincie en rijk vooral naar uitleggebieden met agrarisch gebruik. Het vastleggen van een brede recreatieve functie maakt de Zuidpolder als uitleggebied voor woningbouw zéér onwaarschijnlijk. 2.
In het raadsvoorstel geeft u onder kanttekening 1.2 en onder kopje Uitvoering/vervolgstappen aan dat benodigde procedures moeten worden doorlopen. U geeft daarbij aan dat het ontwerp met een uitgebreide omgevingsvergunning, via het college van B&W, kan worden afgedaan. Echter is een bestemmingsplanwijziging noodzakelijk voor deze ontwikkeling doordat functies worden toegevoegd of gewijzigd, zoals toevoegen van natuur en bebouwing. Kunt u nader uitleggen waarom het college van B&W hier bevoegd is en deze bestemmingsplanwijziging niet aan de gemeenteraad hoeft te worden voorgelegd? Met het aanwijzingsbesluit Wabo/Bor, ook wel het delegatiebesluit genoemd, kan door het college met een uitgebreide omgevingsvergunning worden afgeweken van het bestemmingsplan indien het
Portefeuille:
Onderwijs en –huisvesting, Ruimtelijke Ontwikkeling, Vergunningen WABO, Verkeer & Vervoer
Onderwerp: Raadsvragen EVB gebiedsvisie Zuidpolder fase 2
Pagina 2 van 3
project past binnen een door de raad vastgestelde gebiedsvisie (art 1.a). Met de genoemde omgevingsvergunning kan worden afgeweken van de huidige functies in het bestemmingsplan en hoeft geen bestemmingsplanprocedure te worden doorlopen. De afwijking wordt op termijn opgenomen in het nieuwe omgevingsplan. 3. In de Gebiedsvisie wordt gesproken over het toevoegen van bebouwing in de Zuidpolder als kostendrager(s) voor de ontwikkeling van natuur en recreatie. Tijdens eerdere bezoeken aan GKB, waar uitleg werd gegeven over het plan, is ook gesproken over de mogelijkheden van subsidie voor deze ontwikkeling. Is hier nu al serieus naar gekeken en welke mogelijkheden zijn daaruit naar voren gekomen, bijvoorbeeld vanuit de provincie of vanuit de Europese Unie? Ten behoeve van de ontwikkeling van het gebied is uitvoerig met de provincie gesproken. Hierbij heeft de provincie aangegeven dat de pot voor recreatieve ontwikkeling op dit moment leeg is. Dit is tevens de reden waarom gemeente en provincie ‘slechts’ fase 2.1 nog kunnen realiseren. Subsidies vanuit de Europese Unie richten zich vooral op soortenbescherming en herstel van leefgebieden en sluit niet aan op het primaire doel van deze gebiedsvisie. Mogelijk dat hier in de uitwerking nog wel onderdelen van het plan voor in aanmerking kunnen komen. 4.
Als vervolg op vraag 3; bent u het met ons eens dat wanneer er subsidies in het verschiet liggen dit het toevoegen van bebouwing kan verminderen en er daarmee meer natuur en recreatie kan worden ontwikkeld? Als er substantiële subsidies in het verschiet zouden liggen zou er mogelijk meer ruimte zijn voor natuur- en recreatie. Mochten dergelijke subsidies zich voordoen zullen wij die ook zeker inzetten om bebouwing te beperken bij de uitwerking van de visie en de natuur/recreatie de ruimte te geven. 5. Kunt u inzage geven in de hoeveelheid bebouwing voor maatschappelijke organisaties en het aantal woningen waar nu van uit gegaan wordt en hoe dat verdeeld wordt over de erven? Ontwikkeling van de erven hangt in grote mate af van de ruimtelijke inpasbaarheid en daaraan gekoppelde kaders in de visie. Op dit moment denkt de ontwikkelaar aan de volgende invulling van het gebied: Erf 1: maatschappelijke functie Erf 2: maatschappelijke functie (senioren, hoofdgebouw en 8 aanleunwoningen) Erf 3: woningen (circa 15) Erf 4: maatschappelijke functie Erf 5: woningen (circa 35) Bij de uitwerking van de visie in concrete plannen zal worden bepaald wat ruimtelijk wenselijk en passend is binnen de kaders van de vast te stellen gebiedsvisie alsmede wat financieel noodzakelijk is om tot een haalbaar plan te komen. 6.
Kunt in het verlengde op vraag 5 aangeven welke VON-prijzen voor deze woningen worden gehanteerd? De ontwikkelaar denkt op dit moment aan VON-prijzen tussen de € 280.000,- en € 600.000,7. Wat zijn de totale plankosten van het te ontwikkelen gebied? En hoeveel ontwikkelkosten worden gedragen door de toe te voegen maatschappelijke bebouwing en woningen? In de eerste berekeningen die wij van ontwikkelaar hebben ontvangen is uitgegaan van een investering van circa 26 miljoen euro voor de gehele ontwikkeling. Al deze ontwikkelkosten moeten worden gedragen door de opbrengsten van maatschappelijke bebouwing en woningen. Gezien de looptijd van een dergelijke ontwikkeling zou hier nog een verschuiving in plaats kunnen vinden. Bij
Portefeuille:
Onderwijs en –huisvesting, Ruimtelijke Ontwikkeling, Vergunningen WABO, Verkeer & Vervoer
Onderwerp: Raadsvragen EVB gebiedsvisie Zuidpolder fase 2
Pagina 3 van 3
de ontwikkeling van de erven zal ontwikkelaar hier openheid van zaken over moeten geven om zorg te dragen voor een ‘gezond’ plan, zowel ruimtelijk als financieel. 8. In een eerdere notitie wordt aangegeven dat er een geparkeerde subsidie van de provincie is (inmiddels is de Provincie akkoord met uitstel en blijven kosten gemaakt tot en met 31-12-2017 subsidiabel). Om welke subsidie gaat het hier en is deze van toepassing op fase 2 van de Zuidpolder? Deze subsidie, genaamd ‘Zuidpolder Verbindt’ (fase 2.1) is door de provincie vastgesteld op 27 februari 2020. Het uiteindelijke bedrag is vastgesteld op € 1.506.909,-. Deze subsidie is niet van toepassing op het gebied ten zuiden van fase 2.1. 9. In de Barendrechtse begroting en jaarrekening staat geschreven dat er een reserve staat opgenomen van ca. € 2 miljoen. Hoe zit dit nu met deze reserve? Waar is deze van afkomstig? En wordt deze reserve ingezet voor deze ontwikkeling of voor een andere fase? Deze reserve is bestemd voor fase 2.1 en zal worden ingezet voor het grondwerk en de inrichting van fase 2.1 (fietspad en klimaatbuffer/blauwe verbinding). De rest van Zuidpolder fase 2 zal op kosten van ontwikkelaar worden ingericht.
Met vriendelijke groet,
P.W.J. Luijendijk
Portefeuille:
Onderwijs en –huisvesting, Ruimtelijke Ontwikkeling, Vergunningen WABO, Verkeer & Vervoer