20210928 - beantwoording raadsvragen EVB functioneren Wmo raad.pdf
Tekst van het document
Aan de leden van de gemeenteraad
Uw brief van: Uw kenmerk: Bijlage(n): Onderwerp:
24 september 2021 -Schriftelijke vragen betreffende rapport functioneren Wmo raad
Ons kenmerk: Contactpersoon: Team: Telefoonnummer: Datum:
367836 B. Lampe Beleid & Ontwikkeling SD. 14 0180 28 september 2021
Geachte raadsleden, Hierbij sturen wij u onze de reactie op de door de fractie van EvB gestelde vragen over het rapport functioneren Wmo raad. De onderzoeker adviseert aan het college als eerste: “Wees als College van B&W duidelijk naar de leden van de adviesraad en werkgroepen hoe het kan dat er berichten in de media zijn gekomen dat er een onderzoek plaats zou vinden. Geef aan welke stappen daaraan vooraf zijn gegaan. “ 1. Wanneer is dat gedaan? Antwoord: Op 30 juli jl. heeft wethouder Roopram, via de ambtelijke organisatie, een bericht naar de leden van de adviesraad Wmo gestuurd. 2. Hoe en waar kunnen wij daar kennis van nemen? Antwoord: Op 30 juli jl. is er een mail gestuurd naar de leden van de adviesraad Wmo die deelgenomen hebben aan het onderzoek. In de mail is de volgende tekst opgenomen over de media-aandacht:
Onderwerp: schriftelijke vragen betreffende het rapport functioneren Wmo raad
Pagina 2 van 5
Media-aandacht voor het onderzoek Verschillende leden hebben aangegeven verrast te zijn over de media aandacht over het onderzoek. Hier wil ik graag een korte toelichting op geven. Na het gesprek met de twee DB-leden (31 mei jl) en de brieven van oud leden richting het college, waren er vanuit de gemeenteraad vragen ontstaan. Hierop is gereageerd met een Raadsinformatiebrief, welke vervolgens in de pers terecht is gekomen met een eigen interpretatie vanuit de media. Door het uitbrengen van een Raadsinformatiebrief wilden we vooral (verdere) onrust in de gemeenteraad voorkomt. Hierbij waren we in de veronderstelling dat u door de DB-leden was geïnformeerd over het onderzoek en de raadsinformatiebrief. Daarnaast hadden we niet verwacht dat de raadsinformatiebrief zou worden opgepakt door de pers. In de toekomst zullen we hier meer aandacht voor hebben en u als leden rechtstreeks informeren over ontwikkelingen. Wij realiseren ons dat dit proces voor de leden van de adviesraad en de werkgroepen ook het nodige met zich mee brengt. Wij vertrouwen er op dat dit alles zal leiden tot een duidelijke positie van de adviesraad binnen de gemeentelijke gelederen en een constructief samenspel tussen de gemeente en de adviesraad.
3. De onderzoeker adviseert vervolgens “Wees duidelijk dat de conclusies die in de media zijn gecommuniceerd te voorbarig waren en dat dit het imago van de adviesraad mogelijk schade heeft gedaan.”. Deelt het college deze aanbeveling? a. Zo nee, waarom niet? b. Zo ja, heeft het college al haar excuses aangeboden? Aan wie, wanneer en hoe? Antwoord: Zie het antwoord op vraag 2. 4. Deelt het college de conclusie dat (mogelijk) imagoschade bij de WMO-raad is opgetreden? 5. Wat vind het college daar van? Antwoord op vraag 4 en 5: Naar onze mening heeft de media aandacht voor het onderzoek impact gehad op de individuele leden van de adviesraad. Dit vinden wij erg vervelend, maar wij zien niet hoe we dit hadden voorkomen, zie ook de beantwoording op vraag 2. Wij hebben geen reden om aan te nemen dat er sprake is geweest van imago schade voor de adviesraad als geheel.
Onderwerp: schriftelijke vragen betreffende het rapport functioneren Wmo raad
Pagina 3 van 5
6. Hoe kijkt het college aan tegen de eigen rol daarin van zichzelf en van individuele collegeleden? Antwoord: Als college nemen we de aanbevelingen van de Koepel Adviesraden SD uitermate serieus en erkennen we dat we al in een veel eerder stadium duidelijkere kaders hadden moeten meegeven aan de adviesraad. Gezien de aanbevelingen wordt dit nu voortvarend opgepakt en meegenomen in een visiedocument dat binnenkort aan uw raad wordt aangeboden. 7. Verstrekking rapport aan de raad versus datum rapport Na het advies “Wees duidelijk dat de conclusies die in de media zijn gecommuniceerd te voorbarig waren en dat dit het imago van de adviesraad mogelijk schade heeft gedaan.” Adviseert de onderzoeker: “doe dit z.s.m.” Kan het college aangeven hoe zij invulling heeft gegeven aan 'z.s.m.'? Het rapport heeft een datum van 28 juli. Antwoord: Zie antwoord op vraag 2. 8. Kan het college uitleggen waarom het rapport een datum heeft van 28 juli en hoe we op 22 september, dus 2 maanden later, dit pas krijgen als raad? Antwoord: Hier spelen 2 aspecten in mee. Enerzijds ontvingen wij het rapport op 30 juli jl, dus in de vakantieperiode. Vanwege de vakantieperiode van zowel collegeleden, de onderzoekster en de ambtelijke ondersteuning, kon het rapport niet eerder dan op 7 september in het college worden toegelicht.
Daarnaast speelt hierin ook mee dat wij als college ook rekening hebben gehouden met de gevoeligheden van dit dossier. We hebben dan ook zorgvuldig willen handelen ten opzicht van de Wmoraad en zijn ook het gesprek met de Wmo-raad aangegaan. Door deze zorgvuldigheid kon niet eerder dan vorige week het rapport naar de raad gestuurd worden. 9. Waarom heeft het college ons een uitstelbericht gestuurd na onze schriftelijke vragen van 30 augustus, terwijl het rapport al op 28 juli klaar was? Antwoord: Zie het antwoord op vraag 8. 10. In de notitie “informatievoorziening naar de raad” die dinsdag 28 september wordt behandeld staat: “Informatie wordt vroegtijdig gedeeld”. Hoe ziet het college dit in relatie tot de voorgaande twee vragen? Is daar aan voldaan?
Onderwerp: schriftelijke vragen betreffende het rapport functioneren Wmo raad
Pagina 4 van 5
Antwoord: Bij het vroegtijdig delen van informatie moeten wij wel zorgvuldig handelen, wat in dit geval betekend dat er rekening is gehouden met de belangen van de Wmo-adviesraad. Conform aangekondigde planning is uw raad na de zomerperiode geïnformeerd over de uitkomsten. 11. Discussie in het college Wij lezen in de collegenotulen van 24 augustus, een maand na het rapport, het volgende: “Wethouder Roopram geeft het college een toelichting op het dossier ‘WMO-raad’. Op 7 september a.s. zal de extern adviseur haar onderzoeksrapport en advies toelichten aan het college. Op 21 september zal zij op basis hiervan het college een voorstel aanbieden.” Was het rapport van 28 juli op dat moment ook verstrekt aan c.q. beschikbaar voor het hele college van B&W? Want dat valt uit de notulen niet op te maken. a. Zo ja, wat is er op dat moment met het advies “Reflecteer binnen het College van B&W welke lessen er getrokken uit dit proces en welke afspraken dat vraagt naar de toekomst toe” concreet gedaan? b. Zo nee, i. wanneer heeft het college dan precies kennis genomen van het rapport van 28 juli? En op welke wijze? ii. Wat vinden de overige collegeleden ervan dat zij pas later kennis van het rapport hebben genomen, gezien het advies om z.s.m.
enkele acties te ondernemen en juist binnen het college te reflecteren? Antwoord: Op 30 juli is het rapport door de onderzoekster naar de wethouder gestuurd. In verband met de vakantieperiode van zowel de collegeleden als onderzoekster zelf, is het rapport voor de collegevergadering van 7 september geagendeerd. Het rapport was dus bij de agendastukken van 7 september voor alle collegeleden beschikbaar. Wel heeft mevrouw Roopram op 25 augustus laten weten dat zij de ambtelijke organisatie meteen na 30 juli opdracht heeft gegeven om de komen met een voorstel (een visiedocument en raadvoorstel om de verordening aan te passen). Op dat moment was nog de verwachting dat dit voorstel op 21 september in het college kon worden behandeld. Uiteindelijk is dit voor de collegevergadering van vanochtend, 28 september, geagendeerd. Hiermee heeft wethouder Roopram gehoor gegeven aan de aanbeveling van de onderzoekster om de aanbevelingen zo snel mogelijk op te pakken. 12. Waarom meende wethouder Roopram c.q. het college dat er gezien de urgente adviezen gewacht moest worden tot 7 september voor specifieke toelichting? Antwoord: Zie de antwoorden op vraag 8, 10 en 11.
Onderwerp: schriftelijke vragen betreffende het rapport functioneren Wmo raad
Pagina 5 van 5
13. Op welk ‘voorstel’ van 21 september ziet bovenstaande passage? Wat is dat geweest en wat is er besloten? Waar kunnen we daar kennis van nemen? Antwoord: Het gaat om een collegevoorstel met betrekking tot een visiedocument en een gedragscode voor de adviesraad sociaal domein. Hierbij is aangesloten op concepten van de Koepeladviesraden Sociaal Domein, zodat we aansluiten op wat landelijk gebruikelijk is qua inrichting van een adviesraad Sociaal Domein. Tevens wordt er een raadsvoorstel voor een nieuwe verordening ‘adviesraad Sociaal Domein’ aan u voorgelegd. De stukken zijn vanochtend in het college vastgesteld en zullen via de agendacommissie op de agenda van de commissie en raad worden geplaatst.
14. Waarom lezen we in de collegenotulen van 7 september niets meer over de ‘toelichting op het advies’ waarnaar in de notulen van 24 augustus wordt verwezen? Is het niet doorgegaan? Of is dit buiten de collegevergadering gebeurt? Of anders? Kunt u ons informeren wat er wel is gebeurd en wat is besproken? Antwoord: Het rapport is op 7 september, in een informerende bijeenkomst, door mevrouw v.d. Horst aan de collegeleden toegelicht. Van deze bijeenkomst is geen verslag gemaakt. De besluiten die op 28 september jl met betrekking tot dit onderwerp zijn genomen, worden wel in de besluitenlijst opgenomen.
15. Is er een gedetailleerde reactie beschikbaar van het college van B&W op alle aanbevelingen, adviezen en randvoorwaarden in het rapport? Het zijn er namelijk nogal wat. 16. Waar kunnen we die reactie vinden? Antwoord op vraag 15 en 16: Nee, er is geen gedetailleerde reactie van het college op alle aanbevelingen. Wij nemen de aanbevelingen over. De aanbevelingen worden verwerkt in het visiedocument en een voorstel voor een nieuwe adviesraad Sociaal Domein, zie de beantwoording op vraag 13. Hoogachtend, Het college van burgemeester en wethouders van Barendrecht, de secretaris,
de burgemeester,
G.J. Bravenboer
drs. J. van Belzen