644585 Bestemmingsplan Drakenburgergracht Zorg 2022 Bijlage Toelichting - 09 Bosbeoordeling Amerpoort 2022
Tekst van het document
Bosbeoordeling Amerpoort 2022
Inhoud Inleiding .............................................................................................. 3 Werkwijze ............................................................................................ 3 Landschappelijke karakteristiek ........................................................... 4 Locatie 2. ............................................................................................. 5 Locatie 4 .............................................................................................. 6 Locatie 6 .............................................................................................. 7 Locatie 7 .............................................................................................. 8 Locatie 8 ............................................................................................ 10 Locatie 14 .......................................................................................... 11 Locatie 15 .......................................................................................... 12 Locatie 16 .......................................................................................... 14 Bosecologie ....................................................................................... 16 Conclusie ...........................................................................................
17 Verwijzingen ...................................................................................... 18
RAPPORTAGE aan: van: betreft: datum:
Amerpoort, Utrecht Ido Borkent bosbeoordeling dinsdag 31 mei 2022
memo bosbeoordeling amerpoort 2022-07 def
Inleiding Als zorgorganisatie ondersteunt Amerpoort mensen met een beperking op het gebied van wonen, werken, leren en vrije tijd. Amerpoort heeft ontwikkelplannen met betrekking tot de vestiging in Baarn. De Provincie Utrecht heeft op het woon- en zorgpark van Amerpoort in Baarn oude bosgroeiplaatsen en oude boskernen aangewezen. Ter voorbereiding op de ontwikkelplannen, ten behoeve van een bestemmingsplan en ten behoeve van een onderbouwing voor een eventuele ontheffing van de herplantplicht in het kader van de Beleidsregels natuur en landschap van de provincie Utrecht wil Amerpoort graag duidelijkheid hebben over het al dan niet aanwezig zijn van oude bosgroeiplaatsen en oude boskernen op een aantal locaties. Hiertoe is door de Stichting in Arcadië een onderzoek uitgevoerd. Het belangrijkste doel was daarbij komen tot een exacte locatietypering van de door de provincie aangegeven gebieden. De provincie typeert de twee boscategorieën als volgt:
Oude bosgroeiplaatsen zijn locaties die sinds het midden van de negentiende eeuw onafgebroken een boslocatie zijn geweest
Oude boskernen betreffen een actuele groeiplaats van autochtone bomen en struiken welke afstammelingen zijn van de oorspronkelijk
3
inheemse flora die na de ijstijd op eigen kracht Nederland heeft bereikt. De groeiplaats kan zowel een bos betreffen als ook een houtwal of een enkele boom of struik welke als relict van het oorspronkelijk bos te beschouwen is) sinds 1850 daadwerkelijk onafgebroken bebost zijn geweest. Het historisch onderzoek van SIA is uitgevoerd door bronnenonderzoek en kaartvergelijkingen; verder is in het veld een korte omschrijving van de groeiplaats opgesteld. (Stichting In Arcadië, 2022) Als aanbeveling is in dat rapport de wens opgenomen om te komen tot een waardestelling van de ecologische boskwaliteiten. Hiermee kan dan, nu de historische context is vastgesteld, gekomen worden tot een rechtvaardiging van de aanwijzing van deze gebieden. Daarbij moet bedacht worden dat de betreffende gebieden zowel klein zijn en als versnipperd in het veld gelegen zijn. Over dit extra provinciaal bosbeleid is in de praktijk enige maatschappelijke discussie ontstaan. (Haverman, 2020) (Boomtotaalzorg, 2021). In dit rapport is van elk onderdeel [zie kaart 1, hieronder] een beschrijving en een waardeoordeel opgenomen, met als referentie voor dat laatste een natuurbos op biotoopniveau. Over bosecologie is een apart kadertje toegevoegd. Werkwijze Op 28 maart 2022, en op 4 mei 2022, heb ik het terrein bezocht.
Op basis van het rapport van SIA, waarin een beschrijving en kaartmateriaal van de betreffende locaties is opgenomen, heb ik de delen bezocht die thans van belang zijn vanwege de renovatieplannen van het bestuur van Amerpoort. Hiertoe heb ik aanwijzingen gekregen van Marlies Stuijt-Koot, projectleider huisvesting bij Amerpoort. Ik heb acht locaties bezocht, en wel de nummers 2, 4, 6, 7, 8 14, 15 en 16 conform kaart SIA; zie kaart 1. Oppervlaktegegevens zijn aangeleverd door Maartje Bos [SIA]. Ter plekke heb ik de vegetatie beschreven, een bodemprofiel gestoken, en eventuele aangetroffen bijzonderheden vermeld.
drogere heide is op deze plaats goed voorstelbaar. Op een plek is daarin door de vervolgens lange bosgeschiedenis een tamelijk duidelijke inspoelingslaag met humeus materiaal [moder] te vinden. Maar ook is te zien dat er vergravingen zijn geweest, en in het oostelijk gedeelte zijn in de bodem na de overgang naar de ondergrond gleyverschijnselen waar te nemen. Het gebied is in de laatste eeuwen ontgonnen, en perceelsgewijs ingericht geweest: landbouwgronden, bebossingen, landgoederen [o.a. Groeneveld], lanen en boomkwekerijen zijn alle aanwezig of aanwezig geweest. Deze is duidelijk anders verlopen dan in het westelijk gelegen het Gooi, onderdeel van Holland. Na WOII is het gebied ingericht als verzorgingstehuis voor mensen met een verstandelijke beperking. Eerst nog met een groot centraal gebouw, maar later met verspreide woon-, dagbesteding- en behandelcomplexen. Hierdoor is gaandeweg een parkachtige structuur ontstaan, met veel verharde wegen, gazons, struikgroepen en parkeerplaatsen.
1. Locatienummers conform rapportage SIA.
Landschappelijke karakteristiek Het terrein ligt in een gebied op de teen van de oostelijke flank van de Utrechtse Heuvelrug, precies op de grens met de Geldersche vallei, op het net nog drogere deel van de Heuvelrug. Aan de aanwezige sloten en watergangen is te zien dat het maaiveld van noordwest naar zuidoost met ongeveer twee meter afloopt. In het oostelijk deel is het grondwater voor bomen bereikbaar. De bodem bestaat uit matig fijn, leemarm materiaal. Het is niet goed te zeggen wat het globale bodemtype is. Ondanks de vrij dikke humeuze bovengrond lijkt een holtpodzolgrond niet echt mogelijk: het moedermateriaal is eigenlijk te leemarm. Het is waarschijnlijker dat er landbouwgebruik voorafgaand aan de bebossingen in de 18e eeuw hebben plaatsgevonden; een eerdgrond dus. Een akker op de overgang naar de 4
2. Het hoofdgebouw van het instituut, centraal op het terrein gelegen.
Locatie 2. Status: NNN, oude boskern/deels oude bosgroeiplaats, deels compensatie B1. Oppervlakte oude boskern 30,59 are, oude bosgroeiplaats 1,99 are.
Dit perceel opgaand bos valt uiteen in twee delen door de doorsnijdende, geasfalteerde weg. Deze weg is weinig in gebruik, maar blijft om reden van veiligheid en brandgevaar in stand, noodzakelijk op dit type woon/zorgpark. Het bos bestaat voornamelijk uit opgaande zomereiken, ontstaan uit doorgegroeide, en destijds op enen gezet hakhout. De leeftijd van de staken schat ik in op 80-100 jaar. Er is een vrijwel gesloten kronendak. Hierin zijn enkele individuen van ruwe berk, Amerikaanse eik, grove den en beuk bijgemengd. De eiken lopen redelijk uit maar vormen geen dicht kronendak. Hieruit kan blijken dat bomen in deze opstand verminderd vitaal zijn. Dat is echter nu op dit moment in het seizoen, en na zeven kurkdroge weken, nog niet zo met zekerheid vast te stellen. Er is een ijle struiklaag met Amerikaanse vogelkers, Drents krentenboompje, esdoornopslag, vuilboom, lijsterbes en kamperfoelie. Er is weinig bodemvegetatie aanwezig: enkele plekken met fraai haarmos, braam sp., stekelvaren sp., gele dovenetel. Er is weinig staand dood hout. Er zijn wel vaak liggende dode takken te vinden. Er zijn geen sporen van actief beheer, op twee stobben na van onlangs gevelde eikenstaken. Waargenomen fauna: tuinhommel, merel, roodborst. Beide mezennestkastjes zijn onbezet. Het maaiveld is zeer flauw gewelfd en wekt de indruk van een oorspronkelijk maaiveld van een stuifduinengebied.
De bovengrond bestaat uit een tamelijk dikke laag ruwe humus, vooral natuurlijk uit eikenblad bestaand. De laag is ongeveer 10 centimeter dik, en in het onderste deel is het blad sterk gefragmenteerd, en ook met haarwortels samengepakt. Daarna is er een scherpe overgang naar de minerale grond. Deze is over een diepte van circa 50 centimeter sterk humeus, en bestaat verder uit leemarm, matig grof zand. Daarna is er een vage overgang naar een meer loodgrijs materiaal als in een veldpodzolgrond, en met een vergelijkbare sortering. Dit materiaal is in het onderste deel wat doorgemengd, wellicht ooit geploegd.
Locatie 4 Status: NNN, oude boskern, deels compensatie B1. Oppervlakte oude boskern 6,78 are.
3. De bovenste 50 centimeter van de minerale bodem.
Dit bosgedeelte lijkt me een aardig ongeschonden bos, maar wel ontwikkeld vanuit hakhout-teelt. Over de bossamenstelling voor deze fase is niets te zeggen. De oppervlakte is voor een acceptabel ontwikkeld natuurbos echter veel te klein.
6
Dit kleine perceel bestaat in wezen uit een onderdeel van een door de brede sloot afgesneden bosje van Locatie 2. Langs de noordrand is een stevig bramenstruweel ontstaan. Verder is er een aardig vlak met lelietjevan dalen aanwezig. Ook staat hier verwilderde kleinbladige cotoneaster. Er groeit een polletje bosbies, dat wellicht afkomstig is uit die naastgelegen sloot. De nestkast is niet bezet. Een klein deel van dit perceel is verhard voor een parkeerplaats. In principe van dezelfde kwaliteit als locatie 2, maar door randinvloeden en de toch wel zeer kleine omvang verstoord.
Locatie 6 Status: NNN, oude boskern, deels oude bosgroeiplaats, deels compensatie B2. Oppervlakte oude boskern 11,81 are.
Dit perceel betreft een smalle strook bos tussen de sloot die ten oosten ervan ligt, en de begrenzing ervan met de parkbossen van de aangrenzende eigenaar. Het opgaande bos bestaat voornamelijk uit voorheen op enen gezette zomereik van ongeveer 50-60 jaar oud. Het is plaatselijk gemengd met enkele ruwe berk en Amerikaanse eik. In het middelste gedeelte staat een groep Westerse hemlock [Tsuga heterophylla], welke aansluit op een dito boomgroep bij de buren. Door de storm van februari j.l. is daar een deel van omgevallen [windworp]. In de eiken is wat lichte sterfte zichtbaar. In de noordelijke punt van het perceel staan enkele oudere grove dennen [plm .100 jaar] en enkele staande dode dennen, wat jonger. In de struiklaag komen lijsterbes, hulst, krent, Amerikaanse vogelkers voor, naast jonge opslag van Tsuga, grove den, fijnspar en Amerikaanse eik. Op de iets opener plaatsen is braam aanwezig, naast wat pollen bochtige smele en ruwe smele langs de sloot. Aan de zuidzijde van het bos is een bijenstand aanwezig met 13 kasten, omgeven door extra hekwerk. Op de minerale bodem ligt een dik pakket aan bladstrooisel. Bovenin het profiel is een lichte mate van humusuitspoeling zichtbaar aan de lichtgrijze zweem. Inspoeling van humus vindt plaats op ongeveer 40-50 centimeter onder maaiveld, waar een wat vettige en zwarte humuslaag aanwezig is.
Daarna is er een scherpe overgang naar het moedermateriaal.
7
Locatie 7 Status: NNN, oude bosgroeiplaats, deels compensatie B2. Oppervlakte oude bosgroeiplaats 21,60 are.
4. De bovenste 50 centimeter van de minerale bodem.
Dit perceel is door het medegebruik en de onduidelijke grenssituatie wat verrommeld. De honingbijen vormen een geduchte voedselconcurrentie voor eventueel aanwezige wilde bijensoorten (Smit, 2021). Er vindt geen beheer plaats.
8
Het bos bestaat uit een mozaïek-achtige menging van opgaande Amerikaanse eik, zomereik, grove den en ruwe berk; alle in de leeftijdscategorie 60-70 jaar. In de struiklaag komen groepen rododendron [aangeplant, ook langs de noordrand], Amerikaanse eik, Drents krentenboompje en Amerikaanse vogelkers. De kruidlaag vertoont veel tekenen van verstoring: bodembedekkende braam, een groot vlak met Japanse duizendknoop [op ongeveer een derde van de oppervlakte]; verder incidenteel enkele trosvlieren, en langs de zuidrand wat stekelvaren sp. en gele dovenetel. Verder zijn er veel kiemlingen van Amerikaanse eik aangetroffen, en plekken met verwilderende lelietje van dalen. Er zijn enkele dode liggende grove dennen en berken. Enkele zomereiken wijzen ook hier op een hakhoutgeschiedenis.
perceel loopt een sloot, die dit voorjaar is opgeschoond door te baggeren, waarbij de vrijkomende grond breed is gespreid in het bos. Nu is de sloot weer watervoerend. Door al deze verrommeling is een bijna ruderale situatie ontstaan.
Deze locatie wordt verstoord door het regelmatig dumpen van blad, dat elders op het terrein wordt verzameld op verhardingen en gazons. Door het 9
Locatie 8 Status: NNN, oude bosgroeiplaats, geen compensatiegebied. Oppervlakte 22,48 are.
Deze oude bosgroeiplaats is ernstig aangetast door regelmatig bedrijfsmatig gebruik, en onlangs nog door baggerwerkzaamheden. De oude laanstructuur is nog maar voor de helft intact. In wezen betreft het hier het oostelijke deel van de Huydecoperlaan, een oude allee die doorloopt tot ver oostelijk op de buitenplaats Groeneveld. Ter plekke is nog slechts de zuidelijke rij bomen aanwezig. Dat zijn Amerikaanse eiken van circa 105 jaar [aan stobbe geteld]. De weg zelf zet zich hier niet voort, maar is nu vooral een soort depotterrein voor materieel en uit het groenbeheer afkomstig blad- en takafval. Dit deel is zonder vegetatie, dan wel ruderaal, met soorten als brandnetel, look-zonder-look, kropaar, hondsdraf, vlier, bosandoorn, framboos, braam en stekelvaren sp.. Langs de noordzijde bevindt zich een smalle strook opgaand bos met zomereik en Amerikaanse eik. De zomereik ook hier als op enen gezette staak van 50-60jaar oud. Dit deel wordt in de lengte doorsneden door een watervoerende sloot, die onlangs is opgeschoond om de water afvoerende functie in stand te houden. De vrijkomende grond is langs de oever gespreid, waardoor een nieuwe verstoring is ontstaan.
10
Locatie 14 Status: NNN, oude bosgroeiplaats, geen compensatiegebied. Oppervlakte 19,61 are.
Op deze plek, de Huydecoperlaan bevindt zich een laan van Amerikaanse eik, een intensief gemaaide berm en een asfaltverharding. De eiken zijn 105 jaar oud, geteld aan een onlangs gezaagde stobbe. Van een bosgroeiplaats is weinig meer over. De berm is smal en is geen bosvegetatie meer aanwezig. Het grootste gedeelte van de oppervlakte is geasfalteerd. Van een oorspronkelijke bosbodem is geen sprake meer. In de stammen van enkele Amerikaanse eiken bevinden zich nu nog kleine gaten. Hier is natuurlijk een potentie voor holenbroeders, en wellicht ook vleermuizen als rosse vleermuis.
11
Locatie 15 Status: NNN, oude bosgroeiplaats, geen compensatiegebied. Oppervlakte 38,79 are
Het bos op deze locatie bestaat vooral uit opgaande Amerikaanse eik van ongeveer 70 jaar oud. Het is bijgemengd met enkele beuk, grove den en berk. Het perceel omsluit een schraal grasland, dat is ontstaan op de plek waar eerder bebouwing stond. Het geheel heeft dan ook meer het karakter van een brede bosrand, waarin fraaie solitaire bomen staan. Het perceel grenst aan de zuidzijde direct aan op de laanbeplanting van de Huydecoperlaan, en aan de westrand aan woningen. De struiklaag is matig ontwikkeld, en bestaat uit aangeplante rododendron, opslag van Amerikaanse eik, verder wat Drenst krenteboompje, trosvlier, sneeuwbes en kamperfoelie. Opvallend is de verwilderende aanplant van boshyacint met blauwe, witte en roze bloemkleuren. Als bodemvegetatie op een doorgaans dikke strooisellaag van ruwe humus verder braam, stekelvaren sp. en lelietje van dalen. Er is enig liggend dood hout aanwezig. Midden door het perceel loopt een watervoerende sloot, die onlangs is opgeschoond om de water afvoerende functie in stand te houden. De vrijkomende grond is gespreid langs de oever en in een aansluitend deel van het bos, waardoor er verstoring is ontstaan.
12
De bodem heeft in principe dezelfde opbouw als de eerder genoemde percelen: ruwe humus, dikkere eerdlaag, moedermateriaal. Omdat dit terreindeel wat lager ligt zijn in het moedermateriaal duidelijk roestvlekken [gleyverschijnselen] te zien in de door het uitbaggeren blootliggende grond.
5. Moedermateriaal onder de eerdlaag, met gleyverschijnselen
Door de vergraving, maar ook door de aanleg van een parkeerplaatsje, is deze groeiplaats deels aangetast. De vegetatie zelf heeft weinig natuurlijke kenmerken door de overheersing van Amerikaanse eik. Wellicht door de randwerking zijn er wat andere, meer parkachtige vogels te horen: roodborst, tjiftjaf, spreeuw, winterkoning, koolmees, vink en grote bonte specht.
13
Locatie 16 Status: NNN, oude bosgroeiplaats, compensatiegebied B7. Oppervlakte 60,83 are
Het bos op deze locatie bestaat uit twee delen. In het westelijk deel is een beplanting van gewone esdoorn aanwezig. In het oostelijk deel staat een wat oudere beplanting, ook een monocultuur, van Japanse lariks. De esdoornopstand is nog betrekkelijk jong, te schatten op 20-25 jaar oud. De bomen groeien doorgaans matig tot slecht. Dat komt ongetwijfeld door de voor deze soort veel te arme bodem, waarin geen leem of calcium aanwezig is. Zelfs de bladvertering is hier matig, wat opvallend is voor deze soort. Het kronendak is nauwelijks gesloten. De ondergroei bestaat slechts uit een tamelijk ijle facie van adelaarsvaren. Adelaarsvaren wordt wel gezien als kenmerk van een oudere bosbodem, maar dat is slechts ten dele waar. Eenmaal gevestigd, doorgaans na een verstoring waarbij minerale grond vrijkomt, breidt de plant zich via krachtige wortelstokken snel uit. Hierbij schept ze haar eigen groeiplaats, want het langzaam verterende blad bevat voor veel planten giftige bestanddelen. De plant is overigens ook giftig voor de meeste fauna. Spontane bosverjonging in een mat van adelaarsvaren is vrijwel onmogelijk. Ammonium-depositie, als onderdeel van het stikstofprobleem, vergroot de groeikracht van de soort (Weeda, et al., 1985 p. 31). De opstand van Japanse lariks is wat ouder, circa 50 jaar.
De bomen vertonen een redelijke groei, maar staan door gebrek aan dunning in een te dichte stand. Voor deze lichtbehoeftige soort is dat niet goed voor de vitaliteit en de stabiliteit. In het noordelijk deel van de opstand is een oudere sterfteplek, veroorzaakt door een bastkever. Mogelijk is het de Grote sparrebastkever; overigens voor lariks een atypische soort (Hellinga, et al., 1982 p. 291). Onder de lariks is een dichte mat aanwezig van adelaarsvaren. Andere vegetatie is afwezig. Er staan nog een beuk en een
14
taxus in de onderetage. De bodem is diep humeus, bovenin zeer zwart en onder een dikke mat van strooisel van lariksnaalden en adelaarsvarenblad. De bodem is niet geheel homogeen, en dus wellicht ooit doorgespit of gediepploegd.
6. De bovenste 50 cm. van de minerale grond
15
Dit is het grootste bosperceel van alle hier besproken locaties. De bosvegetatie is echter erg eenzijdig, en deel ook minder vitaal. Adelaarsvaren is hier op te vatten als latente storingssoort. Inheemse boomen struiksoorten ontbreken. Een ontwikkeling naar een meer duurzame bossamenstelling, met inheemse soorten is niet onmogelijk, maar kan alleen door aanplant, en via dunning. Dat laatste zou voor de lariks zonder meer wenselijk zijn om de fysieke levensduur van deze bomen te verlengen.
Bosecologie Eén boom maakt nog geen bos. En een oude bosgroeiplaats kan inmiddels van alles zijn. De waarde van “bos” in ecologisch opzicht is doorgaans hoog. Tenminste, als we spreken over de levensgemeenschap bos. Bij een bos of bosje in landschappelijke of houtteeltkundige zin ligt dat natuurlijk anders: het technisch of visueel-technisch functioneren is dan het voornaamste. Het beschermen van oude bosgroeiplaatsen is op zich zeer zinvol, want de maten van herstelbaarheid of maakbaarheid is gering. Er is immers veel tijd verstreken sinds het ontstaan ervan. Dat kan natuurlijk zijn [erg zeldzaam in Nederland] of door aanleg. De categorie bos waar we dan over spreken is doorgaans ouder dan 200 jaar. In die lange ontwikkelingstijd hebben de verschillende generaties bomen, andere planten, schimmels én fauna een ingewikkeld voedselweb opgebouwd. Inclusief de doorgaans soortenrijke micro- en macrofauna gaat het om duizenden soorten. Dat kan alleen beschermd worden door het bos, in welke samenstelling dan ook, dit natuurlijke bosvormingsproces te laten voortzetten. Dat proces is alleen kansrijk als het een zekere schaal heeft. Van min of meer natuurlijke bossen zijn limiterende oppervlakten bekend, het zogenoemde MSA, het minimum structuur areaal. Op biotoopniveau geldt voor
16
bos van arme zandgronden een MSA van 30 hectare voor naaldbos, en 50 hectare voor loofbos (Bal, et al., 2001 p. 684). Plaats je dit type bos in een vrijwel geheel natuurlijk systeem, dan gaat het uiteraard om nog veel grotere oppervlakten: tenminste 500 hectare, en in relatief eenvormige gebieden nog veel groter. Het is duidelijk dat we hier op het terrein van Amerpoort het nooit over dergelijk oppervlakten kunnen hebben. Naast veel te weinig oppervlakte als zodanig, ook al ligt het soms aangesloten aan andere multifunctionele bossen, maakt het intensieve menselijke gebruik én bewoning als zorgorganisatie ontwikkeling van natuurlijke bosprocessen onmogelijk. Aanwijzing van beschermde oude bosgroeiplaatsen op deze locatie maakt dit vanuit bosecologisch gezichtspunt hoogstens nog zinvol als er relictpopulaties beschermd zouden worden. Daar zijn hier echter geen aanwijzingen voor. (SWECO, 2021) De aanwezigheid van een oude en in onbruik geraakte vorm van houtteelt is op zich interessant, maar hoogstens als cultuurhistorische duiding van de plek. Het voeren van hakhoutbeheer is niet aan de orde. Teelt van eikenhakhout op arme gronden is uitputtend vanwege stelselmatige afvoer van nutriënten en is derhalve schadelijk voor de ontwikkeling van de levensgemeenschap bos.
Conclusie De aanwijzing van extra beschermde bosgebieden, naast de bescherming die bossen al hebben vanuit de Wet natuurbescherming (Boerema, 2017) en de aangewezen NNN, kan een zinvolle zaak zijn. Hiermee zou teloorgang van ecologisch waardevolle boslocaties kunnen worden voorkomen via het ruimtelijk beleid. In de uitwerking ervan is het natuurlijk ook noodzakelijk enig realisme te betrachten. De extra te beschermen bossen of bosgroeiplaatsen dienen natuurlijk kwalitatief op orde te zijn, of in ieder geval die potentie te hebben. Dat is eigenlijk onmogelijk als het, in het kader van de hier mogelijke bossen van droge, arme zandgronden, over relatief zeer kleine oppervlakten gaat. Daarnaast geldt voor de meeste hier besproken locaties dat er sprake is van verstoring, waardoor ecologische doelstellingen sowieso niet gehaald kunnen worden. Het is duidelijk dat dit geen moedwillige verstoring is, hoogstens slordigheid, maar dat dit gepaard gaat met het intensieve gebruik van dit woon-/zorgpark als vestigingsplaats voor mensen met een verstandelijke beperking. Er wonen hier veel mensen, er werken ook vele mensen. Dit alles maakt dat de aanwijzing van de oude boskernen en oude bosgroeiplaatsen in Amerpoort in de praktijk een futiel karakter heeft. Dat is natuurlijk op zich jammer.
Maar er ontstaat zo wel een onnodige blokkade voor de plannen rondom de renovatie van de bebouwing en de gewenste kwaliteitsverbetering daarmee voor de bewoners.
17
Ido Borkent ---------------------------------------------------------------
Bosland adviesbureau
Waaldijk 24, 6677 MB Slijk-Ewijk. 0481-482 556 | 0653-847 171
ido.borkent@boslandadviesbureau.org ----------------------------------------------------------------
Verwijzingen Bal D, Beije H.M. and anderen Handboek Natuurdoeltypen [Book]. Wageningen : LNV, 2001. - Vols. tweede, geheel herziene editie. Boerema L. teksten Wet natuurbescherming [Book]. - Den Haag : Ddu uitgevers, 2017. - Vol. editie 2017. Boomtotaalzorg Paleis Soestdijk: onderzoek houtopstanden [Report]. 2021. Haverman Merel Strijd om oude bosgroeiplaatsen [Journal] // het Buiten; kastelen, buitenplaatsen en hun bewoners. - Amersfoort : Stichting het Buiten, december 2020. - 6 : Vol. 2. Hellinga G. and anderen Bosbescherming [Book]. - Wageningen : Pudoc, 1982. Smit John Honingbij mededeling Naturalis [Report]. - Leiden : Naturalis, 2021. Stichting In Arcadië Amerpoort te Baarn; onderzoek naar oude boskernen en bosgroeiplaatsen [Report]. - Amersfoort : [s.n.], 2022. SWECO Veldonderzoek ten behoeve van NNN Amerpoort, Baarn [Report]. - De Bilt : Sweco, 2021. Weeda E.J. and anderen Nederlandse Oecologische Flora, deel 1 [Book]. - 1985.
18
19
20