630429 Reactie inwoner GA
Tekst van het document
Gemeente Baarn T.a.v. het college van burgemeester en wethouders Postbus 1003 3740 BA BAARN Uitsluitend per e-mail: HerontwikkelingMeanderlocatie@Baarn.nl Baarn, 24 november 2022 Betreft: Zienswijze Ontwerp Nota van randvoorwaarden en uitgangspunten Meanderlocatie Baarn Geacht college, Recent hebben wij kennisgenomen van de Ontwerp Nota van randvoorwaarden en uitgangspunten voor de Meanderlocatie in Baarn (“Ontwerp”) dat u van 28 oktober 2022 tot en met 24 november 2022 ter inzage heeft gelegd. Hierbij heeft u een ieder in de gelegenheid gesteld om een zienswijze in te dienen. Omdat wij ons als omwonenden niet kunnen verenigen met het Ontwerp, maken wij hierbij van deze gelegenheid gebruik. De redenen waarom wij ons niet kunnen verenigen met het Ontwerp, zullen hierna worden uiteengezet. Concrete voorwaarden ontbreken In het Ontwerp is aangegeven dat de gemeente bereid is (planologische) medewerking te verlenen aan de herontwikkeling van het complex Meander Medisch Centrum en dat het voor deze medewerking noodzakelijk is (tijdig) voorwaarden te stellen. Het doel van het Ontwerp is daarom om op basis van een brede inventarisatie inhoudelijke eisen vast te leggen voor de herontwikkeling. Het Ontwerp is – in eigen woorden van de gemeente – het kader voor de herontwikkeling van de locatie.
In hoofdstuk 7 van het Ontwerp zouden hiervoor – zoals de titel van het Ontwerp ook luidt – de randvoorwaarden en uitgangspunten zijn geformuleerd. Het bevreemdt ons en het is op zijn minst opvallend te noemen dat het Ontwerp vervolgens in zijn geheel geen inhoudelijke, concrete of harde voorwaarden of eisen stelt aan de herontwikkeling. Er worden slechts een aantal (zachte) uitgangspunten genoemd, waar kennelijk zondermeer van kan worden afgeweken. Ter illustratie wijzen wij op een aantal voorbeelden. Beoogd wordt om de bestaande bebouwing te behouden, omdat dit bijdraagt aan de circulaire ambitie van de gemeente. De gemeente geeft namelijk aan dat duurzame herontwikkeling van de locatie voorop staat. U geeft in paragraaf 6 aan dat de gebouwen zoveel als mogelijk worden hergebruikt. In 1/7
paragraaf 7 waar de randvoorwaarden en uitgangspunten voor de herontwikkeling staan, is dit echter niet als voorwaarde of eis opgenomen. Waarom stelt u in dit kader niet de harde eis dat (het casco van) de huidige bebouwing behouden moet worden of dat minimaal een bepaald percentage van het gebouw dan wel de materialen hergebruikt moet worden? Doordat dit geen eis is, is geen van de ontwikkelaars gehouden om daadwerkelijk duurzaam te herontwikkelen of (een deel van) het casco te behouden. Waarom stelt u, als u dit zo belangrijk vindt, verder geen harde voorwaarden aan de duurzaamheid van de herontwikkeling? Uit het Ontwerp blijkt echter niet eens wanneer volgens de gemeente sprake is van een duurzame herontwikkeling en waaraan minimaal moet zijn voldaan. U noemt slechts voorbeelden die door marktpartijen zijn genoemd waaraan kan worden gedacht. Vervolgens geeft u marktpartijen enkel de opdracht om hun visie over duurzame herontwikkeling weer te geven. De visie zal mogelijk meewegen, maar op welke manier is volstrekt onduidelijk. Een initiatiefnemer met een in uw ogen “mooier” plan, maar zonder duurzame elementen, kan op deze manier alsnog de opdracht verkrijgen. Verder geeft de gemeente aan dat het terrein nu veel verharding voor parkeren kent en dat dit een vriendelijker en natuurlijker karakter zou moeten krijgen.
Het terrein zou een meer natuurinclusief en klimaatadaptief karakter kunnen krijgen. Opnieuw doet u suggesties voor de initiatiefnemer, maar een eis waaraan (ten minste) moet worden voldaan, ontbreekt. Op geen enkele manier wordt geborgd dat aan de belangen die u stelt te hebben, tegemoet moet worden gekomen, terwijl dit uitdrukkelijk uw taak is. Uit het Ontwerp blijkt verder dat er eenzijdig is gekeken naar de mogelijkheden voor de herontwikkeling van deze locatie. De bouw- en gebruiksmogelijkheden lijken eerder bepaald te zijn om een zo een optimale (financiële en m² BVO) opbrengst van de grond en opstallen voor de gemeente te bewerkstelligen (hetgeen ook letterlijk in het Ontwerp staat), dan om een goede, gepaste en toekomstbestendige invulling te geven aan deze locatie. Dat laatste blijkt bijvoorbeeld uit het feit dat een ontwikkelaar kennelijk – ongeacht de kwaliteit van zijn plannen – het recht kan verkrijgen om nieuwbouw te realiseren op dan wel nabij de locatie van het voormalige zusterhuis. Voor zover bebouwing op deze locatie al gewenst en noodzakelijk zou zijn (hetgeen volgens ons niet het geval is; zie ook hieronder) geldt dat ook hieraan voorwaarden zouden moeten worden gesteld. Bijvoorbeeld dat alleen extra m² bebouwing is toestaan, indien de ontwikkelaar echt extra stappen heeft gezet op het gebied van kwaliteit, duurzaamheid, klimaatadaptief bouwen etc.
en van het huidige gebouw iets moois/ bijzonders heeft gemaakt dat past in deze omgeving.
2/7
Verder wordt verwezen naar diverse beleidsdocumenten, maar is niet duidelijk welke eisen de gemeente stelt op basis van haar beleid aan deze herontwikkeling. Bijvoorbeeld op het gebied van water (welke eisen gelden er nu de verharding toeneemt indien extra bebouwing wordt toegestaan – moet er worden voorzien in waterberging?), wat zijn de effecten voor de bodem en welke eisen gelden qua geluid (zowel vanwege de installaties als vanwege het verkeer/ laden en lossen). Aan deze aspecten is ten onrechte geen aandacht besteed, terwijl de intensiteit van het voorgenomen gebruik wel toeneemt ten opzichte van de huidige situatie en hetgeen nu planologisch is toegestaan. Ook aspecten als archeologie en stedenbouwkundige inpassing zijn door u in zijn geheel niet meegenomen. Het gebrek aan voorwaarden komt verder tot uiting doordat weliswaar het maximaal aantal m² BVO is opgenomen, maar bijvoorbeeld geen eisen zijn gesteld ten aanzien van de maximaal toegestane bouwhoogte en/of de footprint van zowel de beoogde nieuwbouw als het huidige gebouw.
Wat doet de gemeente indien weliswaar het aantal m² BVO niet wordt overschreden, maar een ontwikkelaar met het voorstel komt waarbij de footprint van het huidige gebouw wijzigt (en wordt vergroot), of bij de laagbouw extra verdiepingen worden toegevoegd? Verder zijn ook vanuit stedenbouwkundig oogpunt geen eisen of voorwaarden gesteld waaraan het ontwerp van zowel de nieuwbouw als het bestaande gebouw ten minste moet voldoen (zie ook hieronder). Juist daarmee kan worden gestuurd om ervoor te zorgen dat de ontwikkeling past in deze (bijzondere) omgeving en in het beschermde dorpsgezicht. Aan dit laatste aspect heeft u echter wederom ten onrechte geen aandacht besteed. In hoeverre worden daardoor bepaalde (nieuw)bouwmogelijkheden beperkt? Het is onbegrijpelijk dat u zonder onderzoek naar de gevolgen van de door u beoogde invulling van het perceel, medewerking wil en zal verlenen aan deze ontwikkeling. Het is kwalijk dat u op dit punt geen enkel voorbehoud lijkt te maken en de medewerking nergens van afhankelijk heeft gesteld. Het enige dat u heeft onderzocht, is hoe de gemeente een zo optimale grondopbrengst verkrijgt. In dat kader heeft u als gemeente met name gekeken naar wat de mogelijkheden volgens de marktpartijen zijn en waarbij u vervolgens aansluiting heeft gezocht.
U heeft duidelijk niet de regie maar bovenal niet gekeken naar het belang van de omwonende en in algemene zin het belang van de inwoners van Baarn die daar vertoeven en de dieren die er leven. Het had op uw weg gelegen om bij het Ontwerp alle voornoemde aspecten eveneens te betrekken om zo tot een zorgvuldige afweging en kader voor de herontwikkeling te komen. Het ontbreken van concrete eisen en harde voorwaarden waaraan (ten minste) moet worden voldaan, is niet alleen onzorgvuldig, maar ook zeer onwenselijk voor ons als omwonenden. Dit leidt ertoe dat toekomstige initiatiefnemers volledige vrijheid krijgen. Deze vrijheid gaat ten koste van de omwonenden, omdat hierdoor niet op voorhand vaststaat wat kan en mag op deze locatie. Dit terwijl 3/7
het Ontwerp moet dienen, zo blijkt uit het Ontwerp, als onderbouwing voor de benodigde bestemmingswijziging. Van dit laatste kan – gelet op de summiere onderbouwing en het ontbreken van concrete eisen en harde voorwaarden – overigens geen sprake zijn. Geen onderzoek naar de behoefte aan zorgvastgoed en zorgwonen Wat verder opvalt is dat uit het Ontwerp op geen enkele wijze blijkt dat onderzoek is verricht naar de behoefte (marktvraag) van het beoogde programma. Nu het programma veel zorgvastgoed bevat en sprake is van een grotendeels andere invulling dan thans het geval is en is toegestaan, had moeten worden gekeken of er wel behoefte bestaat (zowel kwalitatief als kwantitatief) aan het beoogde programma. Dat er mogelijk geïnteresseerden zijn of deels al een eindgebruiker, is hiervoor klaarblijkelijk onvoldoende. Daarbij in ogenschouw nemende dat het huidige Meander Ziekenhuis en de huidige “zelfstandige” Zorg professionals aan die vraag/bezetting niet kunnen voldoen. Het toestaan van nieuwbouw niet onderbouwd Een ander voorbeeld dat laat zien dat u onzorgvuldig te werk bent gegaan bij het opstellen van het Ontwerp, is het feit dat u nieuwbouw zonder meer mogelijk maakt. Zoals u zelf aangeeft, is nieuwbouw in strijd met het bestemmingsplan en dient hiervoor een nieuw bestemmingsplan te worden opgesteld.
Het had in dat kader op uw weg gelegen om na te gaan of opnieuw verstening van dit gebied wenselijk is, en indien zo om dan vervolgens zorgvuldiger af te wegen wat mogelijk is wat betreft nieuwbouw en niet zonder meer uw medewerking te verlenen aan de uitbreiding van het aantal m² BVO. Wat mag de omvang zijn van deze nieuwbouw bijvoorbeeld? Wat is de toegestane footprint en bouwhoogte en welke stedenbouwkundige eisen geeft u mee waaraan deze nieuwbouw moet voldoen? Op welke locatie is nieuwbouw toegestaan (kennelijk is een andere locatie dan de voormalige zusterflat mogelijk) en hoe wordt dit nieuwe gebouw landschappelijk ingepast en welk gebruik is hier toegestaan? Hoe waarborgt u dat initiatiefnemers niet met een plan met enorme footprint komen? Voorziene zorgwoningen niet mogelijk op grond van bestemmingsplan Verder gaat het Ontwerp er ten onrechte van uit dat de voorziene zorgwoningen zoals opgenomen in het indicatief programma, passen binnen het vigerende bestemmingsplan. In het indicatieve programma is voorzien in zorgwoningen voor extramurale zorg. In het Ontwerp is hierover opgemerkt dat onder extramurale zorg wordt verstaan zorg aan cliënten die niet in een instelling verblijven en waarbij de cliënten zelfstandig wonen. Dit kan niet zonder meer worden aangemerkt als “zorgwoning” als bedoeld in het vigerende bestemmingsplan onder de bestemming “maatschappelijk”. 4/7
Gelet op het feit dat zorgwoningen niet zijn gedefinieerd in het bestemmingsplan, kan de gemeente, gezien de jurisprudentie, geen “nagenoeg zelfstandige bewoning” onder de bestemming “maatschappelijk” toelaten. Het zorgaspect moet voldoende aanwezig en verzekerd zijn. Niet staat vast dat hiervan sprake is bij zorgwoningen voor extramurale zorg. In het Ontwerp ontbreken (opnieuw) voorwaarden waaraan een zorgwoning moet voldoen, zodat het past binnen het vigerende bestemmingsplan. Dit toont ook opnieuw aan dat het Ontwerp niet met de vereiste zorgvuldigheid tot stand is gekomen. Overigens is in het Ontwerp een indicatief programma opgenomen voor zorgwoningen. Op geen enkele manier is hiermee geborgd dat een initiatiefnemer ook binnen dit programma moet blijven. Verder kunnen de doelgroepen zoals genoemd in het indicatief programma niet publiekrechtelijk worden geborgd. Dat lijkt door u te zijn miskend. Dit nog los van de vraag of ‘wonen’ zoals door u voorgesteld wenselijk en passend is op deze locatie. Dat lijkt ons niet het geval. Te meer niet omdat dit een intensivering van het gebruik van het terrein tot gevolg heeft met mogelijke (geluids)overlast door toename van het verkeer. Ook legt dit onnodige druk op de omgeving, waaronder het bos (denk ook aan lichthinder). Dit zal verder ten koste gaan van de aanwezige flora- en fauna en diersoorten verder verstoren.
Bestemmingsplan voor hele locatie Het zou het meest zorgvuldig en wenselijk zijn, indien de gemeente voor het gehele gebied waarop de herontwikkeling betrekking heeft een nieuw bestemmingsplan dan wel t.z.t. wijziging van het omgevingsplan zou vaststellen, waarbij de herontwikkeling gedetailleerd wordt bestemd. Dit biedt ons als omwonenden, en alle gebruikers van het Maarschalksbos, de meeste zekerheid en duidelijkheid. Daarbij is het ook van belang dat de bestaande planologische mogelijkheden gelet op de definitie van maatschappelijke voorziening zeer ruim zijn. Er zou hier moeten worden gekozen voor een bestemming op maat zonder al te veel flexibiliteit. Waarbij mogelijkheden die nu wel zijn toegestaan, maar niet zijn of worden benut gelet op het voorgenomen gebruik worden wegbestemd om ongewenste ontwikkelingen (zoals een sportschool op deze locatie) te voorkomen. Conclusie Kortom, het Ontwerp is nu slechts een resultaat van de uitgangspunten en wensen van MeanderMC en de gemeente, waarbij de gemeente zich enkel heeft gefocust op wat potentiële initiatiefnemers zouden willen en kunnen realiseren. In het Ontwerp is op geen enkele wijze rekening gehouden met overige belangen waarvan de gemeente rekenschap dient te geven, waaronder de belangen van 5/7
omwonenden. De gemeente heeft zelfs expliciet opgenomen dat het haar (en MeanderMC) te doen is om een “optimale opbrengst van de grond en opstallen”. Het is zeer kwalijk dat u zonder het stellen van voorwaarden c.q. voorbehouden in het Ontwerp – terwijl het Ontwerp daarvoor juist bedoeld is – medewerking lijkt toe te zeggen aan deze herontwikkeling (ongeacht hoe hieraan door een marktpartij invulling wordt gegeven). Dit geldt te meer nu het gaat om een belangrijke locatie voor (de inwoners van) Baarn en wij als omwonenden behoefte hebben aan duidelijkheid voor de toekomst van deze locatie. Het is uw taak om in het kader van de herontwikkeling zorgvuldig onderzoek te verrichten en belangen af te wegen om vervolgens te komen tot voorwaarden waaronder de herontwikkeling kan plaatsvinden. Voorwaarden die recht doen aan deze bijzondere locatie, waarbij niet zonder meer moet worden toegestaan dat verharding in de vorm van zowel bebouwing als parkeerplaatsen worden toegevoegd. Het had op uw weg gelegen om met dit Ontwerp een ontwikkelkader te geven aan initiatiefnemers waarmee sturing werd gegeven aan de herontwikkeling. U laat zich nu echter volledig leiden in plaats dat u zelf aan het roer staat en/of de regie neemt over deze herontwikkeling.
Dit terwijl u straks de “volle eigendom” heeft van de grond en dit de enige kans is om nu een herontwikkeling mogelijk te maken die toekomstbestendig is en recht kan doen aan de bijzondere omgeving en bovenal blijkt geeft van de toegevoerde waarde die er is voor de directe omgeving (mens en flora&fauna) en dus niet alleen uw portemonnee boven alles stelt. Nadat het eeuwigdurend in erfpacht is uitgegeven, zijn de mogelijkheden voor een andere invulling niet goed meer denkbaar wat niet past in de huidige tijdsgeest en het milieu. Wij verzoeken u daarom om het Ontwerp zoals dat ter inzage heeft gelegen niet aan uw raad ter vaststelling voor te leggen. Alvorens uw raad over kan gaan tot vaststelling van een kader voor de herontwikkeling van de Meander locatie, dient u eerst nader onderzoek te verrichten naar alle relevante aspecten en te bezien welke nut en noodzaak er bestaat voor nieuwbouw (extra m² BVO) en of er daadwerkelijk een behoefte bestaat aan het beoogde programma. Voorts dient u concrete randvoorwaarden vast te leggen waaraan moet zijn voldaan zou u medewerking willen verlenen aan deze herontwikkeling. Randvoorwaarden die duidelijkheid bieden aan de omgeving wat hier kan en mag komen en hoe dit eruit komt te zien. Enkel op deze manier kan tegemoet worden gekomen aan de belangen van ons als omwonenden, het Hertenkamp en de flora&fauna.
Het is ook uw taak om hier voor genoemde belangen in uw overweging van het Ontwerp mee te nemen danwel zekerheid en houvast te bieden aan ons als omwonenden.
6/7
Wij zijn graag bereid om onze zienswijze toe te lichten. Verder worden wij graag op de hoogte gehouden over het Ontwerp en de nota van beantwoording en vernemen wij of en zo ja wanneer het Ontwerp ter vaststelling wordt aangeboden aan de raad. Met vriendelijke groet,
7/7