CConstaterende datBaarn
Koppel je AI →
Document · PDF

1418873 Beantwoording technische vragen GroenLinks

Raadsvergadering 28 januari 2026, gemeente BaarnBij agendapunt: Beleidsplan Geldzorgen 2026 - 2030 gemeente Baarn1.048 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Niet gevonden in dit document.

Memo Aan Onderwerp Portefeuillehouder Datum

: Gemeenteraad Baarn : Beantwoording technische vragen Groenlinks Beleidsplan Geldzorgen 2026 – 2030 gemeente Baarn : Mark Eijbaard : 12-01-2025

Geachte raadsleden en steunfractieleden,

De fractie van Groenlinks heeft technische vragen gesteld over het Beleidsplan Geldzorgen 2026 – 2030 gemeente Baarn . Hieronder de vragen en de antwoorden.

Op pagina 3 wordt benoemd dat het gemeentelijk beleid (beschikbaarheid van vrijwel alle minimaregelingen voor inwoners met een inkomen tot 130% van de bijstandsnorm) aansluit bij de problemen van de bijna 1,2 miljoen mensen die net boven de armoedegrens leven (gedefinieerd als: inkomen tot 25% boven de armoedegrens). Vraag 1: Wat is de relatie tussen de bijstandsnorm en de armoedegrens? De bijstandsnorm is het wettelijk vastgestelde minimumbedrag dat een huishouden nodig heeft om van te kunnen leven. Deze norm vormt de basis voor de hoogte van de uitkeringen. Inwoners die netto onder deze norm leven en geen andere middelen hebben, kunnen een bijstandsuitkering aanvragen. De armoedegrens is een statistische maat die uitgaat van de minimaal noodzakelijke levensbehoeften van huishoudens. Hierbij wordt rekening gehouden met uitgaven voor huisvesting, energie, verzekeringen, kleding, dagelijkse boodschappen, telefonie, internet en sociale activiteiten. De hoogte van de armoedegrens verschilt per huishouden, afhankelijk van het aantal volwassenen, kinderen, hun leeftijd en eventuele studenten. Sommige mensen hebben een inkomen boven de bijstandsnorm, maar leven nog steeds in financiële kwetsbaarheid. Zij ontvangen geen bijstandsuitkering, terwijl ze wel moeite hebben om rond te komen.

Het beleid in Baarn, waarbij minimaregelingen beschikbaar zijn voor inwoners tot 130% van de bijstandsnorm, is bedoeld om ook deze groep te ondersteunen en financiële problemen te voorkomen. De armoedegrens en bijstandsnorm liggen dicht bij elkaar, maar zijn niet identiek. Het CBS definieert financiële kwetsbaarheid als een inkomen tot 25% boven de armoedegrens. Gemeente Baarn hanteert veelal 130% van de bijstandsnorm voor minimaregelingen. Deze grenzen zijn niet één-op-één vergelijkbaar, maar overlappen grotendeels. Daarmee bereikt Baarn ook een groot deel van de financieel kwetsbare groep, zonder dat dit exact dezelfde definitie is.

1

Op pagina 6 wordt benoemd dat dit beleidsplan tot stand is gekomen in nauwe samenwerking met inwoners, ervaringsdeskundigen en betrokken organisaties in Baarn. Vraag 2: Op basis van welke criteria zijn inwoners, ervaringsdeskundigen en betrokken organisaties betrokken? Antwoord: Bij het opstellen van dit beleidsplan is bewust gekozen voor een brede en laagdrempelige betrokkenheid vanwege de gevoeligheid van het onderwerp. Er zijn daarom geen harde criteria opgesteld. Betrokken organisaties De betrokken organisaties zijn grotendeels de organisaties die deelnemen aan het Baarn Steun Netwerk. Het gaat om organisaties die actief zijn op het gebied van armoedebestrijding en/of schuldhulpverlening en die vanuit hun dagelijkse praktijk goed zicht hebben op wat wel en niet werkt voor inwoners met geldzorgen. Inwoners en ervaringsdeskundigen Inwoners zijn op verschillende manieren betrokken. Voor de inwonersavond van Baarn Vitaal met het thema bestaanszekerheid zijn geen specifieke selectiecriteria gehanteerd; deze bijeenkomst was open voor alle inwoners. De uitnodiging is daarnaast expliciet gedeeld met organisaties uit het Baarn Steun Netwerk, met het verzoek deze ook te verspreiden onder inwoners die zij kennen.

Omdat geldzorgen een gevoelig onderwerp is en niet iedereen hier openlijk over spreekt of een georganiseerde bijeenkomst bezoekt, is gekozen voor aanvullende, laagdrempelige manieren om ervaringsdeskundigen te betrekken. Zo is via Pit Baarn contact gelegd met inwoners die leven met geldzorgen. Deze gesprekken vonden vaak plaats in aanwezigheid van een medewerker van Pit Baarn, vanwege de bestaande vertrouwensband. Ook zijn vrijwilligers van Pit Baarn gesproken, die regelmatig in contact staan met inwoners met geldzorgen. Om ook inwoners te bereiken, die vanwege een taalbarriére mogelijk niet op deze uitnodigingen ingaan, is een taalles bij de bibliotheek bijgewoond waarin gesprekken over geld zijn gevoerd. Daarnaast is vanuit Baarn Vitaal een online, anonieme enquête verspreid om inwoners de mogelijkheid te geven hun ervaringen te delen zonder herkenbaar te zijn. Vraag 3: Over hoeveel inwoners, ervaringsdeskundigen en betrokken organisaties gaat het? Antwoord: In totaal zijn ongeveer 30 inwoners betrokken via bijeenkomsten, gesprekken en de online enquête. Binnen deze groep bevonden zich meerdere inwoners met eigen ervaring met schulden en/of armoede. Omdat niet iedereen openlijk aangeeft geldzorgen te hebben en niet alle vormen van participatie herleidbaar zijn tot specifieke doelgroepen, is het niet mogelijk dit aantal verder te specificeren.

De betrokken organisaties betreffen met name de organisaties die zijn aangesloten bij het Baarn Steun Netwerk, bestaande uit circa 18 organisaties die actief zijn op het gebied van armoedebestrijding, schuldhulpverlening en aanverwante ondersteuning. Voor nadere informatie over de inwonersbijeenkomst en de opgehaalde input wordt verwezen naar de bijlage ‘Terugkoppeling bijeenkomsten Baarn Vitaal’.

2

Op pagina 11 wordt benoemd dat de gemeente jaarlijks streeft naar minimaal 10 convenanten met vaste lastenpartners en schuldeisers in het kader van vroegsignalering. Vraag 4: Klopt onze aanname dat het hier gaat om regelingen met vaste lastenpartners en schuldeisers om de schuldenlast te bevriezen en vervolgens te verminderen? Antwoord: Nee, dit klopt niet. Het convenant vroegsignalering gaat niet over het bevriezen of verminderen van schulden. Dergelijke afspraken maken onderdeel uit van schuldhulpverleningstrajecten die pas in een later stadium aan de orde zijn. Het convenant richt zich op het vroegtijdig signaleren van betalingsachterstanden en het tijdig aanbieden van hulp. Het convenant zorgt ervoor dat vaste-lastenpartners deze signalen op een juridisch zorgvuldige en geautomatiseerde manier kunnen delen met gemeenten. Dit volgt uit de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (Wgs), waarin is vastgelegd dat gemeenten signalen van betalingsachterstanden mogen ontvangen en verplicht zijn om naar aanleiding daarvan een hulpaanbod te doen. Zo hebben wij convenanten met zorgverzekeringen zoals Menzis en CZ, maar ook met verhuurders zoals Omthuis, energieleveranciers zoals Greenchoice en Eneco en drinkwaterbedrijven zoals Vitens.

Vraag 5: Wat is de basis voor het aantal van minimaal 10 convenanten in relatie tot het voortdurend wisselende aantal huishoudens met geregistreerde problematische schulden? Antwoord: Het aantal van 10 convenanten is niet direct afgeleid van het aantal huishoudens met geregistreerde problematische schulden. Het aantal huishoudens met schulden wisselt inderdaad voortdurend en is daarom geen geschikt uitgangspunt om het aantal convenanten op te baseren. Het aantal van minimaal 10 convenanten is een beleidsmatige doelstelling: hiermee willen we met minimaal 10 extra vaste-lastenpartners zorgen dat signalen van vroegsignalering binnenkomen. Hoe meer convenanten er worden afgesloten, hoe groter de dekking van signaleringspartners en hoe effectiever de gemeente inwoners tijdig kan ondersteunen.

Ik ga er van uit u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd. Met vriendelijke groet, Mark Eijbaard Wethouder

3

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16475521/2