CConstaterende datBaarle-Nassau
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 4h - nota van vooroverleg

Gemeenteraad (openbaar) 18 september 2024, gemeente Baarle-NassauBij agendapunt: Raadsvoorstel tot vaststellen bestemmingsplan Tommel 10 Baarle-Nassau1.865 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Niet gevonden in dit document.

BESTEMMINGSPLAN “Tommel 10” Baarle-Nassau

Nota van vooroverleg

Inhoudsopgave 1. Inleiding 1.1 plan 1.2 gevolgde procedure 1.3 Lijst van indieners 2. Samenvatting en beantwoording vooroverlegreacties 2.1 Inleiding 2.2 Indiener 1: Waterschap Brabantse Delta 2.2 Indiener 2: Provincie Noord-Brabant

1. Inleiding 1.1 Plan Het college van Burgemeester en Wethouders van Baarle-Nassau heeft ingevolge art. 160, lid 1 onder b Gemeentewet het concept bestemmingsplan “Tommel 10” in Baarle-Nassau voorbereid. Het plangebied van dit bestemmingsplan omvat de locatie Tommel 10 in Baarle-Nassau en ligt midden op de grens van Nederland en België. Op het perceel is een (agrarisch) gebouw aanwezig. Het woonperceel ligt aan de Tommel 21 in Baarle-Hertog. Uit onderzoek is gebleken dat het bijgebouw een hoge cultuurhistorische waarde bevat. Aanvrager is dan ook voornemens om het gebouw volledig te restaureren en in gebruik te nemen als woning. Hiermee verkrijgt initiatiefnemer de financiële mogelijkheden om herstelwerkzaamheden uit te voeren. Het in gebruik nemen van het gebouw als woning is niet toegestaan. Op basis van het vigerende bestemmingsplan ʺBuitengebiedʺ, aldus vastgesteld door de gemeenteraad op d.d. 6 juni 2009 heeft de locatie Tommel 10 echter de bestemming “agrarisch – agrarisch bedrijf”. Voorliggend bestemmingsplan voorziet in het wijzigen van de bestemming “agrarisch – agrarisch bedrijf” naar de bestemming “wonen”. Daarnaast wordt op het perceel de dubbelbestemming “waarde – cultuurhistorie” gelegd, zodat de cultuurhistorische waarde van het pand juridisch-planologisch beschermd worden.

1.2 Gevolgde procedure Vooroverleg In het kader van het wettelijk vooroverleg (artikel 3.1.1. Bro) is het concept bestemmingsplan aangeboden aan het waterschap Brabantse Delta, aan de provincie Noord-Brabant en aan de gemeente Baarle-Hertog. Zowel de provincie Nood-Brabant als het waterschap Brabantse Delta hebben hun opmerkingen, via een vooroverlegreactie schriftelijk kenbaar gemaakt. De gemeente Baarle-Hertog heeft geen vooroverlegreactie ingediend. De onderhavige “nota van vooroverleg” geeft een overzicht van de inhoud van de vooroverlegreacties en de beantwoording hiervan. 1.3 Lijst van indieners In onderstaande tabel is een overzicht van de indiener van de vooroverlegreacties opgenomen ten aanzien van het voorliggende bestemmingsplan Vooroverlegreacties 1 Waterschap Brabantse Delta Postbus 5520 4801 DZ Breda 2 Provincie Noord-Brabant Postbus 90151 5200 MC ´s-Hertogenbosch

16 november 2021

26 januari 2022

2. SAMENVATTING EN BEANTWOORDING VOOROVERLEGREACTIES 2.1 Inleiding In de onderstaande paragrafen zijn in afzonderlijke tabellen de ontvangen vooroverlegreacties op het bestemmingsplan “Tommel 10” in Baarle-Nassau samengevat en geeft de gemeente een reactie. Vervolgens wordt naar aanleiding van de reactie een conclusie gegeven en worden de eventuele gevolgen voor het bestemmingsplan inzichtelijk gemaakt. 2.2

Indiener 1: Waterschap Brabantse Delta

Samenvatting 1. In paragraaf 4.3 van de toelichting is aangegeven dat er geen retentievereiste noodzakelijk is, omdat de toename aan verhard oppervlak (390 m2) onder de 2.000 m2 drempelwaarde blijft. Het waterschap wijst ons erop dat deze drempelwaarde per beleidswijziging van 27 maart 2021 is aangepast naar 500 m2. 2. In de huidige planregels onder de bestemming “wonen” is geen aandacht geschonken aan “water en waterhuishoudkundige voorzieningen”. Het waterschap verzoekt ons de regels hierop aan te passen.

Reactie In paragraaf 4.3 van de toelichting is de drempelwaarde aangepast van 2.000 m2 naar 500 m2.

In de bestemmingsomschrijving van de bestemming “wonen – 1” is in artikel 3.1 geen planregel openomen die water en waterhuishoudkundige voorzieningen borgt. In artikel 3.1 onder C worden water en waterhuishoudkundige voorzieningen opgenomen.

Gevolgen voor het bestemmingsplan  In paragraaf 4.3 van de toelichting is de drempelwaarde van 2.000 m2 aangepast naar 500 m2.  In de planregels is in artikel 3.1 onder C het volgende openomen: “De voor “Wonen – 1” aangewezen gronden zijn bestemd voor: water en waterhuishoudkundige voorzieningen.

2.3

Indiener 2: Provincie Noord-Brabant

Samenvatting 1. De provincie Noord-Brabant onderschrijft dat vanwege het opgestelde rapport van Cuijpers Advies en de quickscan van het Monumentenhuis Brabant het pand een hoge cultuurhistorische waarde toegekend kan worden. Hierdoor komt het pand in aanmerking voor toepassing van artikel 3.69 Iov, waarbij verbouw tot een woning mogelijk is. 2. Geadviseerd wordt om bij de verbouw tot woning gebruik te maken van de bestaande gevelopeningen. In het rapport van Cuijpers wordt in figuur 17 de suggestie gedaan voor het aanbrengen van dakramen waarbij de dakvensters ter hoogte komen van de spanten. De provincie geeft ons in overweging om de dakramen tussen de spanten te voorzien. 3. De provincie Noord-Brabant vraagt om het pand als gemeentelijk monument te beschermen, omdat de gemeente Baarle-Nassau niet over een erfgoedkaart beschikt.

Reactie Wij danken de provincie Noord-Brabant voor het onderschrijven van de hoge cultuurhistorische waarde van onderhavig pand.

In bijlage 1 van de toelichting is figuur 17 aangepast, waarbij de dakramen tussen de spanten worden voorzien.

Wij begrijpen het verzoek van de Provincie Noord-Brabant om het pand als gemeentelijk monument te beschermen. Vanuit cultuurhistorisch oogpunt is dit de best mogelijke bescherming voor het object. Het opnemen van een aanduiding “gemeentelijk monument”, omdat de bebouwing cultuurhistorische waarde bevat ligt echter niet in rede, omdat:  In de Interim Omgevingsverordening is geen verplichting opgenomen om het object als gemeentelijk monument aan te wijzen.  gemeentelijke monumenten worden niet aangeduid in een bestemmingsplan, maar worden aangewezen op grond van een gemeentelijke erfgoedverordening. Dit zijn regels op grond van de autonome verordenende bevoegdheid van de gemeenteraad.  in de toelichting op het Besluit ruimtelijke ordening staat dat de wetgever nadrukkelijk de wens heeft om niet alsmaar meer monumenten aan te wijzen, maar juist de wens om deze in het bestemmingsplan aan te duiden (zie verwijzing hieronder). In het bestemmingsplan is op het perceel de dubbelbestemming “WaardeCultuurhistorie” opgenomen. Hiermee wordt de cultuurhistorische waarde van het pand voldoende beschermd. https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stb-2011-339.html (I. Algemeen deel, 2. Cultuurhistorische waarden in de ruimtelijke ordening);

4. De provincie Noord-Brabant heeft geen enkel beeld hoe aan de toekomstige invulling gestalte wordt gegeven. Het is een uitdaging om een functie “wonen” in het pand onder te brengen, met behoud en herstel van de erfgoedwaarden. Gelet daarom wil de provincie, ter voldoening aan artikel 3.69 Iov graag inzicht krijgen in de verbouwplannen van de Vlaamse schuur.

Initiatiefnemer heeft vooralsnog geen concrete schetsplannen gemaakt. Hetgeen wij begrijpelijk vinden, omdat initiatiefnemer niet nog meer kosten wil maken, zonder te weten of voorliggend bestemmingsplan ook daadwerkelijk onherroepelijk wordt. Schets- en verbouwplannen horen primair thuis bij de vergunningsprocedure. Artikel 3.69 strekt ons inziens niet zover dat in dit stadium al verbouwplannen aan de provincie gepresenteerd moeten worden. Artikel 3.69 lid c stelt namelijk dat de vestiging van een woonfunctie in cultuurhistorisch waardevolle bebouwing mogelijk is als dit bijdraagt aan behoud of herstel van deze bebouwing. Conform de toelichting op artikel 3.69 lid c Iov moet eveneens inzicht worden verschaft in de cultuurhistorische waarde van de bebouwing. De mogelijkheid om in cultuurhistorisch waardevolle bebouwing een woonfunctie te realiseren is ingegeven vanuit het belang van het behoud of herstel van deze waardevolle bebouwing. Met het mogelijk maken van een woonfunctie krijgt initiatiefnemer de financiële mogelijkheden om de aanwezige cultuurhistorische waarde te herstellen en vervolgens te behouden. Reeds is aangetoond met de cultuurhistorische rapportage van Cuijpers Advies en de Quickscan van het Monumentenhuis Brabant dat er sprake is van een hoge cultuurhistorische waarde.

Bovendien is in de bovengenoemde rapportage in hoofdstuk 4 inzicht verschaft in de cultuurhistorische waarde van de bebouwing en hoe deze bij een verbouwing behouden en/of versterkt kan worden. Voorliggend bestemmingsplan voldoet naar ons idee hiermee aan artikel 3.69 lid c Iov.

5. De planregels zijn zodanig opgesteld dat de cultuurhistorische waarde onvoldoende geborgd is. Dit is in strijd met artikel 3.69 Iov. Dit volgt uit het volgende:  artikel 3.2.2 onder a stelt dat algehele herbouw van een woning uitsluitend mag plaatsvinden op bestaande fundamenten;  de maatvoering uit artikel 3.2.3 is niet afgestemd op de Vlaamse schuur;

Uiteraard zijn wij te allen tijde bereid, na het onherroepelijk worden van het bestemmingsplan, de concrete verbouwplannen / schetsplannen van initiatiefnemer aan de provincie te tonen. Wij zijn eens met de provincie Noord-Brabant dat de planregels te ruim zijn opgeschreven en niet volledig aansluiten op de bestaande vormgeving en maatvoering van het cultuurhistorisch waardevolle gebouw. Om die reden passen we de planregels aan:  In artikel 3.2.2 onder a is de zin “algehele herbouw van een woning mag uitsluitend plaatsvinden op de bestaande fundamenten” geschrapt  de maatvoering uit artikel 3.2.3 is afgestemd op de bestaande Vlaamse schuur;

 

artikel 3.3 maakt herbouw buiten bestaande fundamenten mogelijk; de bouwregels uit artikel 5.2 zijn zodanig geformuleerd dat een constructie anders dan een Vlaamse schuur mogelijk is;

6. Het cultuurhistorisch onderzoek van Cuijpers biedt onvoldoende aanknopingspunten om bij recht bijgebouwen ter plaatse toe te staan. De topografische kaarten op pagina 6 van het rapport geven mogelijkerwijze een aanduiding van een bouwwerk. Indien uit bijkomend onderzoek blijkt dat er daadwerkelijk een bijgebouw heeft gestaan, biedt dat een mooi aanknopingspunt om als basis te nemen voor vorm, oppervlakte en locatie van het bijgebouw.

 

artikel 3.3 is geschrapt; artikel 5.2 is herschreven waarbij alleen een constructie van een Vlaamse schuur mogelijk is.

In navolging hiervan merken wij ten overvloede op dat artikel 7.2 en 7.3 (algemene bouwregels) zich niet kunnen verhouden tot de aanwezige cultuurhistorische waarden. Om die reden schrappen we artikel 7.2 en 7.3 uit de planregels. Artikel 3.69 stelt enkel dat de Provincie iets mag vinden van het cultuurhistorische pand waar een woonfunctie in wordt gecreëerd. Primair stellen wij ons op het standpunt dat de provincie niet bevoegd en niet mag intreden bij een regeling die gaat over bijgebouwen. De bijgebouwen regeling betreft een standaard bijgebouwen regeling die hoort bij het bestemmingsplan “Buitengebied 2008”. Logischerwijs bestemmen wij in onderhavig bestemmingsplan niet enkel het cultuurhistorisch waardevolle pand, maar ook het (op Nederlands grondgebied) liggende erf. Hetgeen ook vereist is conform de Iov. Daar is de bijgebouwen regeling onderdeel van. Wel is in aangepaste planregels in artikel 5 lid b bepaald dat een omgevingsvergunning noodzakelijk is om nieuwe gebouwen toe te voegen die cultuurhistorische waarden van bestaande gebouwen en/of de omgeving afzonderlijk en/of als geheel kunnen aantasten. Alvorens een bijgebouw vergund gaat worden zal hieromtrent advies worden ingewonnen bij de monumentencommissie. Daarmee is onzes inziens voldoende geborgd dat een bijgebouw ook qua uitstraling en vormgeving zal passen bij de rest van de bebouwing.

Gevolgen voor het bestemmingsplan  In bijlage 1 van de toelichting is figuur 17 aangepast waarbij de dakramen tussen de spanten worden voorzien;  In artikel 3.2.2 onder a is de zin “algehele herbouw van een woning mag uitsluitend plaatsvinden op de bestaande fundamenten” geschrapt;  De maatvoering uit artikel 3.2.3. (maatvoering van de woning) is afgestemd op de maatvoering van de bestaande Vlaamse schuur;  Artikel 3.3 (afwijken van de bouwregels) is geschrapt;  Artikel 5.2 is dusdanig herschreven dat alleen een constructie van een Vlaamse schuur mogelijk is;  In artikel 5.2.1 lid b is toegevoegd dat ook voor een bijgebouw een omgevingsvergunning noodzakelijk is, waarbij beoordeeld moet worden of het bijgebouw niet leidt tot aantasting van de cultuurhistorische waarde van de reeds aanwezige bebouwing en/of omgeving.  Artikel 7.2 en 7.3 zijn geschrapt.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14412034/1