3.5 - Bijlage 2 Rapport Benchmark 2018
Tekst van het document
Zodanig dat voor de ambtelijke fusie-organisatie de koers voor de komende jaren duidelijk is en dat tevens de verwachtingen
Ons advies is dat de besturen het besluit nemen dat het uitge-
tussen de drie gemeenten bestuurlijk gedeeld zijn en hebben
werkte en gedeelde toekomstperspectief ultimo 2019 geldt voor
geleid tot conclusies.
de jaren 2020 tot medio 2023. Vernieuwing van het perspectief wordt daarmee een grote verantwoordelijkheid van de nieuwe
Voor medewerkers is een gedeeld toekomstperspectief minstens
besturen na de gemeenteraadsverkiezingen in 2022. Ons advies
zo van belang. Het vermindert onzekerheid over de toekomst
is ook dat uitgesproken wordt dat de huidige besturen het
van de samenwerking (waar gaat het heen en wat betekent dat
voornemen hebben om in de eerste helft van 2023 het toe-
voor mijn carrière?) én leidt tot een sterker gevoel ‘van welke
komstperspectief te vernieuwen, wetende dat het natuurlijk aan
organisatie je als medewerker bent’, een organisatie waar je je
de nieuwe besturen is of zij dit voornemen willen bekrachtigen.
mee kunt identificeren.
5.2.3 Advies 3. Bekend maakt bemind Cruciaal hierbij is in kaart te brengen wat de belangrijkste
Van een heel andere orde is het derde advies: “bekend maakt
strategische opgaven en ambities van iedere gemeente zijn, of
bemind”. Waar de eerste twee adviezen primair een strategisch-
die lokaal dan wel regionaal kunnen worden gerealiseerd en
inhoudelijke oriëntatie kennen, gaat dit derde advies in op
Definitief eindrapport
49
de relatie. Samenwerken is mensenwerk. En de mensen in de
3. Het ‘in huis’ organiseren van opleidingen en trainingen
besturen en in de ambtelijke organisatie dragen bij aan succes,
voor medewerkers. Ontmoeting en kennisdeling op het
ieder met eigen opvattingen en achtergronden. En soms ook
niveau van inhoud en kenmerken van iedere gemeente gaan
met andere (deel-) belangen. Daar kunnen we iets van vinden,
hierbij hand in hand. Deze trainingen worden bij voorkeur
maar dat verandert niet. Nu niet en ook in de toekomst niet.
zoveel als mogelijk door medewerkers zelf georganiseerd,
Maar we kunnen er wel wat mee doen. Want indien er verschil-
gebruik makend van collega’s in de regio en zo mogelijk met
len zijn (en die constateren wij op politiek-bestuurlijk niveau)
externe expertise.
en de achterliggende motieven worden onvoldoende gedeeld (alleen de standpunten van elkaar zijn bekend) ontstaat verwijdering. En als tussen raden en colleges verwijdering ontstaat in een ambtelijk fusieconstruct, heeft dit niet alleen effect op het realiseren van samenwerkingsdoelen, maar zorgt het ook voor onduidelijkheid bij medewerkers. Een belangrijk advies is daarom: zorg dat je elkaar vaker ontmoet en zicht krijgt op de motieven (en in mindere mate de standpunten) van de ander. Natuurlijk wordt vaak gegrepen naar het organiseren van ontmoetingen, waarin informatie en gezelligheid hand in hand gaan. Het is goed om daarmee door te gaan. Samen plezier hebben, helpt altijd. Echter, beter onderling begrip vergt ook ontmoeting op inhoud en meer serieuze kennis van elkaars rol en perspectief. Onze suggestie is dus om te investeren in ontmoeting, waarin inhoud centraal staat. We hebben daarvoor drie concrete adviezen: 1. Het organiseren van een ABG-leergang, waarin (tijdens avonden) vraagstukken uit de regio centraal staan en gemeenteraadsleden, collegeleden, griffies en topambtenaren met elkaar in gesprek gaan. Geïnspireerd door externe sprekers, primair verkennend van aard (er hoeft niets besloten te worden), maar wel duidelijk vanuit vraagstukken kijkend naar procesgang, verwachtingen, rolinvulling en wellicht zelfs wel gedeelde waarden. 2.
Het organiseren van burgemeester- en wethouders wissels, waarin ieder kwartaal een lid van het college twee dagen mee loopt bij een andere gemeente. In formele zin geeft de wet die ruimte niet, in informele zin wordt deze verrassende en plezierige manier van kennismaken regelmatig succesvol toegepast. Het succes is er in gelegen dat je tijdelijk onderdeel wordt van het systeem van ‘de buren’ en gevoel krijgt bij en zicht krijgt op de vraagstukken van de ander, de charmante en complexe kanten ervaart en merkt dat het anders is bij de buren en dat de mensen daar eigenlijk wel OK zijn.
B
B
Evaluatie ABG-samenwerking
50
5.3
Basis voor de samenwerking meer dan bedrijfsmatig
We constateerden dat de ABG-samenwerking vooral ambtelijk
De doelen hebben een strategisch karakter en zijn gericht op
en bedrijfsmatig is ingestoken en dat meer bestuurlijke gezamen-
de uitkomsten (outcome) van de samenwerking. Deze doelen
lijkheid nodig is. Beide perspectieven zijn uiteraard belangrijk.
worden concreet gemaakt in zogenaamde kritische prestatie
We hebben drie adviezen waarmee een betere balans kan worden
indicatoren (afgekort: KPI’s). De meer operationele resultaten
gecreëerd tussen de politiek-bestuurlijke en de bedrijfsmatige
(prestatie-indicatoren; afgekort: PI’s) gaan over hoe resultaten
werkwijze, de sturing van de ABG-organisatie en de randvoor-
tot stand komen (implementatie/ throughput) of op resul-
waarden voor medewerkers om optimaal te kunnen functioneren.
taten (output); deze zijn primair een verantwoordelijkheid
1. Werk de hoofddoelstellingen voor de ABG-
van het bestuur van de ABG-organisatie en daarmee van de
fusie-organisatie uit, inclusief de KPI’s.
wethouder (en/of burgemeester) die de ABG-organisatie in
2. Standaardiseer, synchroniseer en harmoniseer, tenzij ….
portefeuille heeft.
3. Onderscheid strategische en operationele We adviseren u deze prestatie indicatoren ambtelijk uit te werken,
informatievoorziening en incidenten.
nadat doelen van de samenwerking eenduidig bestuurlijk eendui-
5.3.1 Werk de hoofddoelstellingen voor de ABGfusie-organisatie uit, inclusief de KPI’s
dig zijn geformuleerd. De kunst bij het ontwikkelen van indicato-
Het is van belang dat het gedeelde toekomstperspectief vertaald
klein starten, ontwikkelen en gaandeweg verder uitbouwen.
ren is deze eenvoudig en tegelijk veelzeggend te maken. Dit vergt
wordt in een goede mix van doelstellingen, die gedragen zijn door de drie colleges en het ABG-bestuur en geaccepteerd zijn
Efficiency realiseren versus investeren
door de ambtelijke leiding van de fusie-organisatie.
We raden het bestuur aan duidelijkheid te verschaffen over of en zo ja hoe efficiency realiseren als doel overeind blijft.
Doelen scherper definiëren en vertalen in prestatieafspraken
Concreet gaat het dan om de taakstelling inzake het terug-
Belangrijke doelen voor colleges en raden gaan over meer
verdienen van het voorbereidingskrediet van € 2 mln. Daarbij
kwaliteit bieden en meer nabijheid bij de inwoner realiseren,
adviseren we u om rekening te houden met noodzakelijke inves-
vanuit een meer robuuste organisatie. Onduidelijk is wanneer
teringen in het versterken van (a) het strategisch vermogen en
deze doelen succesvol zijn gerealiseerd. Dit leidt tot een lastige
kwaliteit van de organisatie, (b) de bestuurlijke samenwerking
opdracht voor de ABG-organisatie. Onze suggestie is daarom:
en (c) de ontwikkeling van dienstverlening.
zet vanuit het ABG-bestuur (in de rol van eigenaar van de ABGpen om de doelstellingen te realiseren) de vraag uit aan colleges
5.3.2 Standaardiseer, synchroniseer en harmoniseer, tenzij ….
wat in de beleving van de colleges de invulling van de doelstel-
De drie gemeenten zijn bestuurlijk zelfstandig. Uitgangspunt
lingen zou moeten zijn, gebruik makend van de bevindingen en
hoort daarbij te zijn dat de beleidsruimte (couleur locale) van
analyses uit dit rapport. Dit geeft richting aan de organisatie om
iedere gemeente gerespecteerd wordt. Natuurlijk is het ook zo
op basis hiervan tot een voorstel te komen voor bijbehorende
dat beter geprofiteerd wordt van de ambtelijke organisatie indien
prestatie indicatoren. Dit voorstel wordt vervolgens getoetst bij
op belangrijke beleidsterreinen er één beleid wordt geformuleerd
colleges en bestuur en tot slot vastgesteld in het bestuur.
voor het gehele gebied van de drie gemeenten samen. Het ‘wiel’
organisatie die de noodzakelijke randvoorwaarden moet schep-
hoeft dan immers maar één keer uitgevonden te worden voor Om inzicht te hebben in wat bereikt moet worden is, is de
drie gemeenten. Voor niet ieder beleidsterrein is dit mogelijk,
gebruikelijke methode om te kijken naar de input (welke mid-
met name wanneer de problematiek in de ene gemeente wezen-
delen stop je erin) en de uitkomsten (outcome of maatschappe-
lijk verschilt van de vraagstukken in de andere twee gemeenten.
lijk effect). De nu volgende figuur geeft dit schematisch weer.
Echter, vaak is dit wel mogelijk en wordt de bestuurskracht van iedere gemeente zo een grote dienst bewezen.
Going concern
We adviseren het ABG-bestuur de opdracht aan de ABGInput
Implementatie
Output
Incidenten
Incidenten
Uitkomsten
organisatie te geven om een lijst op te stellen van mogelijke harmonisatiethema’s. Deze thema’s worden vervolgens aan de
Figuur 8 Input, Implementatie, Output en Uitkomsten
drie colleges voorgelegd en per college besproken. De uitkomst per harmonisatiethema kan als volgt zijn:
Definitief eindrapport
51
a. Het thema leent zich duidelijk voor harmonisatie;
lastige context, zware start en beperkt ingevulde randvoorwaar-
b. Het thema leent zich nog niet voor
den- voor het geheel van de drie gemeenten geen wezenlijke
harmonisatie (meer onderzoek is nodig);
zaken zijn ‘omgevallen’, meer kwaliteit is gerealiseerd en een
c. Het thema leent zich duidelijk niet voor
minder kwetsbare organisatie is ontstaan. Het gevoel bij velen
harmonisatie (om couleur locale redenen).
is echter dat ‘we er niet beter van geworden zijn’, een gevoel dat met name in Gilze en Rijen en in Baarle-Nassau wordt ervaren.
De uitkomsten van de gesprekken per college worden vergeleken
Omdat nulmetingen ontbreken en tussentijdse metingen alleen
en met de kans-hebbende thema’s wordt een ontwikkelagenda
op deelaspecten worden uitgevoerd, is niet bekend wat de pro-
gemaakt door de organisatie. In deze agenda staat de harmoni-
gressie is van gewenste resultaten. Onder meer gemeenteraden
satie van thema’s in de tijd gepland. Inclusief planning, voorbe-
hebben hierdoor geen goed zicht op hoe bijvoorbeeld dienstver-
reidende werkzaamheden en benodigde randvoorwaarden. Deze
leningsdoelen worden gerealiseerd. De toezichthoudende rol
harmonisatie-agenda komt in een tweede collegeronde terug. Ons
kan daardoor beperkt worden ingevuld en beleving en gevoel
advies is hierbij om te starten met een aantal potentieel succes-
voeren de boventoon.
volle thema’s en te laten zien wat de opbrengst is. Evalueer steeds na een half jaar de ‘winst’ van de harmonisatie in de colleges.
We raden u aan om de te ontwikkelen indicatoren te vatten in kwartaalrapportages die voor een ieder openbaar en toeganke-
Er zijn thema’s die sterk samenhangen met de koers van de
lijk zijn. Hierdoor ontstaat, primair voor het bestuur, inzicht
bestuurlijke samenwerking en het effect daarvan op de ABG-
in de mate waarin doelen worden gerealiseerd. Door meerdere
organisatie. Bijvoorbeeld ten aanzien van huisvesting en de
kwartaalrapportages naast elkaar te zetten, worden ontwikkel-
regionale samenwerking, zoals we in onze analyse beschreven.
trends zichtbaar en is het mogelijk om te sturen en te besturen
Voor onder andere deze thema’s stellen wij voor een lijst te
op basis van doelgerichte voortgangsinformatie.
maken met specifieke bespreekpunten voor bestuur en directie. In onze hoofdaanbevelingen doen wij u een voorstel voor deze
Agendeer strategische ontwikkelingen jaarlijks in
lijst van bespreekpunten.
gemeenteraden, colleges en ABG-bestuur De strategische oriëntatie op samenwerkingsverbanden en op
5.3.3 Onderscheid strategische en operationele informatievoorziening en incidenten
de ABG fusie-organisatie in het bijzonder verdient in iedere
Om in de sturing een betere balans te vinden tussen strate-
portage over de prestaties van de ABG-organisatie periodiek te
gische doelen, bedrijfsmatige (meer operationele) doelen en
bespreken. Deze rapportage laat -langs de lijnen van doelstellin-
incidenten, stellen wij voor een aantal lijnen uiteen te rafelen.
gen van de ABG-organisatie- de effecten van de samenwerking
gemeenteraad bijzondere aandacht. We adviseren u de rap-
in heldere strategische KPI’s zien. Strategische informatie
Daarnaast vraagt strategie ook om andere afwegingen. Namelijk, hoe verhoudt de ABG-samenwerking zich tot andere samenwerkingen, tot regionale oriëntatie en ook of de hui-
Operationele informatie
dige omvang voldoende bestuurskracht geeft. Deze -wat meer zwaarwegende aspecten- vragen om de rust en aandacht die een strategische overweging vergt. Bijvoorbeeld in de vorm van een strategische gemeenteraadsavond.
Incidenten
! In ons onderzoek hebben we geconstateerd dat veel goed gaat binnen de ABG-organisatie, maar dit is niet (voldoende) zichtbaar. Wij vinden het een knappe prestatie dat -ondanks de
B
B
Evaluatie ABG-samenwerking
52
5.4
Rolduidelijkheid en heldere rolinvulling
Het is duidelijk dat de vorm van bestuurlijk zelfstandige
vraagt één avond van 18:30 tot 22:30 uur. Ons voorstel is deze
gemeenten, gecombineerd met het hebben van een fusie-orga-
training in gezamenlijkheid uit te voeren.
nisatie, een complexe besturing tot gevolg heeft. Een besturing met veel verschillende rollen. Uit het onderzoek is gebleken dat
Het is te overwegen om de training te herhalen na de verkie-
er bij veel spelers rolonduidelijkheid bestaat. We constateren dat
zingen van 2022. De nieuwe raden en colleges kunnen dan
het voor collegeleden die ook deelnemen in het ABG-bestuur
opnieuw zicht krijgen op de verschillende rollen binnen de
lastig is om zowel vanuit een lokaal belang als ook vanuit het
governance van de ABG-samenwerking.
gezamenlijke belang te handelen. Voor de ABG-directie en organisatie is het lastig om zowel de organisatiedoelen te reali-
5.4.2 Uitgeschreven rolinvulling
seren (in opdracht van het bestuur) als ook dienstverlenend te
Mede op basis van de training “Grip op samenwerking” worden
handelen (in opdracht van de individuele colleges) en daarin
de verschillende rollen binnen de governance van de ABG-
zakelijk te handelen. Daarnaast is voor een deel van de raads-
organisatie in een handzaam en sterk gevisualiseerde vorm vast-
leden niet duidelijk welke rol ze formeel hebben in de richting
gelegd. Deze uitgeschreven rolinvulling wordt met raadsleden,
van ABG-organisatie, welke informatievoorziening daarbij past
collegeleden, griffie en ambtenaren gedeeld, en dient daarmee
en welke andere handvatten nodig zijn om de rol te kunnen
tevens als naslagwerk.
vervullen. Investeren in krachtige rol van bestuur en directie Heldere rolverdeling draagt bij aan effectieve besturing en
Ter versterking van de rol en kracht van het ABG-bestuur en de
aansturing en daarmee betere resultaten. Het is dus zaak
directie voorzien we aanvullende, meer diepgaande activiteiten.
initiatieven te nemen om verbeteringen aan te brengen in het overzicht van alle verschillende rollen en van de inhoud van die
We stellen voor dat het ABG-bestuur, in een aantal bijeenkom-
rollen (die soms ook wettelijk bepaald zijn). Vervolgens kan in
sten met onafhankelijke begeleiding, definieert wat het van de
gezamenlijkheid bekeken worden hoe er meer eensluidendheid
eigen rol verwacht en wat nodig is om succesvol de eigenaarsrol
komt in de rolopvatting van de belangrijkste spelers. Om tot
te kunnen vervullen. Een van de bespreekpunten in deze bijeen-
slot te komen tot een effectievere besturing, inclusief heldere
komsten is ook hoe de rol van gemeentesecretaris zich -in de
rollen, gedeelde rolopvattingen en bijpassende rapportagelijnen.
beleving van het bestuur- tot de rol van directeur en het bestuur
Wij zien drie initiatieven die helpen om deze effectieve(re)
dient te verhouden. Dit zou vervolgens met de directie bespro-
besturing te bewerkstelligen en beschrijven die hieronder.
ken moeten worden, waarbij de directie vooraf inzichtelijk maakt hoe de eigen rol idealiter wordt gezien en wat de directie randvoorwaardelijk nodig heeft om die rol optimaal te kunnen
Training ‘Grip op samenwerking’
vervullen. Onder meer gaat het dan over succesfactoren van de directierol, maar net zozeer wat de directie van het bestuur en de colleges verwacht.
Uitgeschreven rolinvulling
Het vergt oefening en continu leren en ontwikkelen om elke rol goed in te kunnen vullen en deze goed te kunnen onderscheiden van de andere rollen. Periodieke reflectie / evaluatie van de onderlinge samenwerking tussen directie, colleges en
Oefenen in de praktijk met rolopvatting
bestuur is daarbij zeer aan te raden. Wellicht is het raadzaam bij deze gesprekken (primair in het bestuur) een onafhankelijk en gezaghebbend iemand te betrekken. Escalatie spelregels
5.4.1 Training “Grip op samenwerking”
We adviseren u ook om een passend proces met spelregels
Ons advies is dat de raadsleden, griffieleden en collegeleden een
vorm te geven, in geval zich geschillen voordoen tussen direc-
training “Grip op samenwerking” volgen die toegespitst is op de
tie, bestuur en colleges. In goede tijden is het van belang te
ambtelijke samenwerking van de drie gemeenten. Deze training
regelen hoe eventuele slechte tijden beheerst kunnen worden.
Definitief eindrapport
Dergelijke professionele escalatie-lijnen leiden tot duidelijkheid en kunnen er voor zorgen dat incidenten gekanaliseerd worden beantwoord. Verkennen van besturings- en directiemodel We concludeerden dat het huidige besturingsmodel er voor zorgt dat een deel van de wethouders op afstand staat in de besturing van ABG-organisatie. Om deze afstand te overbruggen zijn andere varianten voor het huidige besturingsmodel denkbaar. In het analysehoofdstuk noemden we reeds de volgende twee varianten: •• Een openbaar lichaam, met een algemeen bestuur (alle wethouders en burgemeesters) en een dagelijks bestuur (een vertegenwoordiging van het algemeen bestuur). d. Een alternatief is het huidige model, met als aanpassing dat het bestuur gevormd wordt door alle collegeleden samen. Ons advies is te verkennen of een van deze varianten een oplossing zou kunnen vormen, voor het te creëren van meer eigenaarschap en verbinding binnen én tussen de individuele colleges. Ten aanzien van het directiemodel adviseren we u niet om voor een ander model te kiezen, gezien de onbewezen voor- of nadelen van de verschillende modellen. Wel geven we u mee, in aanvulling op de hierboven genoemde investering in rolduidelijkheid van bestuur en directie, de uitkomsten van dat proces ‘langs de verschillende directiemodellen te leggen’.
Op dat moment kan worden bedacht om het model al dan niet gemotiveerd te veranderen.
5.4.3 Oefenen in de praktijk met rolopvatting De complexiteit zit deels in het begrijpen welke rollen er zijn en wat de inhoud van de rollen is. Echter, de ervaring leert dat een goede invulling van de rollen in de dagelijkse praktijk het meest lastig is. Immers, bij het toepassen van de rollen komen ook zaken als rolopvatting en hoe om te gaan met dilemma’s (met name lokaal versus gemeenschappelijk belang) om de hoek kijken. Het oefenen van rollen met casuïstiek kan een belangrijke bijdrage leveren aan het laten ‘beklijven’ van de gewenste rolinvulling. Enerzijds kan dat zijn plaats krijgen in de training “Grip op samenwerking”. Hier gaat het om veel voorkomende casuïstiek in bestuurlijk Nederland. Anderzijds kan een leergang een prachtig vehikel zijn om langs op de ABG-gemeenten van toepassing zijnde- thema’s te oefenen met rolinvulling en rolopvatting.
53
B
B
Evaluatie ABG-samenwerking
54
5.5
Meer evenwicht tussen betalen en genieten
De huidige kostenverdeelsleutel zorgt voor relatieve balans
Zoals we u eerder presenteerden, is er altijd een bepaalde marge
tussen eenvoud (voor het basistakenpakket wat alle gemeenten
in acht te nemen omdat de cijfers wat betreft betalen en genieten
afnemen) en maatwerk (voor taken die specifiek zijn voor een
nooit helemaal exact uitkomen. Ons advies is dan ook hiervoor
bepaalde gemeente). De in 2018 ontwikkelde capaciteitsbeheer-
een marge te hanteren (van bijvoorbeeld maximaal 5%).
singssystematiek (ten behoeve van de verdeling van ‘genieten) leidt tot meer inzicht in wat elke gemeente qua capaciteit mag
5.5.2 Investeer in zakelijke omgang
ontvangen op basis van de kostenverdeelsleutel (‘betalen’),
De ervaring elders in Nederland rond samenwerkingen leert dat
waardoor meer evenwicht tussen betalen en genieten gecreëerd
het niet alleen gaat om een goed uitgewerkte methodiek voor
wordt. We hebben drie adviezen voor verdere ontwikkeling.
capaciteitsbeheersing. Het gaat óók om een vertrekpunt van vertrouwen én het -op basis van de methodiek- goed kunnen spelen van het ‘spel van (bestuurlijke) vraag en (ambtelijk)
Ga zo door en vereenvoudig
aanbod’. Dit vergt investeren in de relatie en het om kunnen gaan met afwijkingen. En daarmee om actieve oefening en gewenning aan zowel de bestuurlijke als de ambtelijke kant, wat in de eerder genoemde trainingen en rollenspellen aan bod kan
Investeer in zakelijke omgang
komen. Verder is het van belang dat colleges en raden periodiek geïnfor-
Investeer in harmoniseren
meerd worden over de stand van zaken wat betreft de feitelijke benutting van de capaciteit. Op welke wijze dit het beste vorm kan krijgen, is op dit moment onderwerp van onderzoek binnen de ABG-organisatie. Door deze informatievoorziening kan vroegtijdig bijgestuurd worden als de verhouding tussen betalen en genieten teveel uit de pas gaat lopen.
5.5.1 Ga zo door én vereenvoudig De ABG-organisatie heeft in 2018 stappen voorwaarts gezet om
5.5.3 Investeer in harmoniseren
te komen tot een systematiek voor kostenverdeling en capaci-
De omvang van het genieten hangt sterk samen met stan-
teitsbeheersing die zorgt voor meer evenwicht tussen betalen en
daardisatie en synchronisatie, maar vooral met de mate van
genieten. Wel is deze systematiek complexer dan het systeem op
harmonisatie. Hoe meer geharmoniseerd kan worden, hoe
basis van vertrouwen (wat vóór 2018 gebruikt werkt). Uit het
meer tijd beschikbaar is voor andere prioriteiten. En hoe meer
onderzoek komt naar voren dat op enkele gebieden, waaronder
er te genieten valt. Om per gemeente de ruimte voor genieten
afval, huisvesting en de buitendienst, jaarlijks (dezelfde) com-
te kunnen vergroten is dus het maken van harmonisatiekeuzes
plexe doorrekeningen moeten worden gemaakt. Wij adviseren
een van de knoppen om aan te draaien. In paragraaf 5.3.2
het ABG-bestuur een besluit te nemen over een oplossing die
stelden we al voor op welke wijze harmonisatie-opties verkend
meerjarig geldt en het model vereenvoudigt. Ook kwam uit het
kunnen worden.
onderzoek naar voren dat het niet voor alle betrokkenen duidelijk is wat standaard en wat maatwerk is, en welke spelregels hierbij gelden. Tegelijkertijd zijn deze spelregels veranderd door de introductie van de nieuwe capaciteitsbeheersingssystematiek. Wij adviseren daarom om -voor relevante personen en gremiahelderheid te verschaffen over de nieuwe spelregels. Mede gezien deze toegenomen complexiteit is het ons inziens van belang om 2019 te zien als een leerjaar, op basis waarvan de systematiek vanaf 2020 en verder vervolmaakt kan worden.
Definitief eindrapport
5.6
55
Evenwichtige beelden en feiten rond externe dienstverlening
Veel gaat goed in de ABG-dienstverlening. Daarnaast zijn er
d. Zet een systeem op van periodiek leren van wensen van
concrete ontwikkelbehoeften en -mogelijkheden. We geven
inwoners en ondernemers, partnerorganisaties en maat-
u de volgende drie adviezen mee ten aanzien van externe
schappelijke organisaties. Waarbij gebruik wordt gemaakt
dienstverlening.
en verder wordt gebouwd op wat wel periodiek aan klanten wordt voorgelegd. Definieer en concretiseer dienstverleningsdoelen
5.6.2 Creëer een evenwichtig beeld van prestaties Creëer een meer evenwichtig beeld van dienstverleningsprestaties door de informatievoorziening aan colleges, raden en gemeenschap te versterken, consequent gebruikmakend van de
Creëer een evenwichtig beeld van prestaties
nieuwe (K)PI’s. a. Laat actief aan colleges en raden zien wat de prestaties zijn
Versterk de klantkennis en interne verbindingen
in relatie tot de (verder te ontwikkelen) doelen. En laat zien hoe de feitelijke dienstverlening en tevredenheid hierover zich in brede zin ontwikkelt. b. Wees meer open en transparant over prestaties daar waar het goed gaat en daar waar verbetering nodig is. Colleges en raden
5.6.1 Definieer en concretiseer dienstverleningsdoelen (en te realiseren prestaties)
kunnen daardoor meer zien en waarderen wat goed gaat.
Bepaal scherper wat de ABG-gemeenten met dienstverlening
5.6.3 Versterk de klantkennis en interne verbindingen
willen bereiken en biedt daarmee een antwoord op de vraag:
a. Overweeg voor het versterken van de verbinding tussen
wanneer doen we het goed (genoeg)? De scherpte kan ontstaan
eerste en tweede lijn het inrichten van een ‘tweede lijn’ in
door de volgende acties:
het KCC. Specialistische vragen -die niet in de ‘eerste lijn’ van het KCC door generalisten kunnen worden beant-
a. Herijk de visie op dienstverlening / vertaal dienstverlenings-
woord- kunnen dan worden behandeld door gespecialiseerde
doelstellingen in eenduidige definities en indicatoren en
medewerkers. Dit advies beoogt de klantvraag sneller en met
betrek hiervoor de input van de drie colleges. Leg het resul-
een hoger kwaliteitsniveau te beantwoorden.
taat voor aan de drie colleges en het bestuur ter bespreking en vaststelling.
b. Verken met de colleges van de drie gemeenten mogelijke varianten om volledig geharmoniseerd te werken ten
b. Creëer daarbij per (K)PI een nieuw nulpunt, te benutten als
aanzien van werken op afspraak en versterking van de aan-
nulmeting waaraan vervolgmetingen kunnen worden gere-
sluiting tussen front- en backoffice. Doe dit door varianten
fereerd. Mogelijk kan hierbij gebruik worden gemaakt van
uit te werken met risico’s en voor- en nadelen per variant.
metingen die reeds voorhanden zijn (afhankelijk van wat de
Essentieel is hierbij ook het inzichtelijk maken van de
herijking van de doelen oplevert). Ten behoeve van adequate
randvoorwaarden: wat heeft de ABG-organisatie nodig om
sturing is het daarnaast te overwegen om per (K)PI’s doelen
varianten mogelijk te maken? Digitalisering van papieren
(normen) te definiëren die aangeven welk prestatieniveau
archieven is hiervan een voorbeeld. Indien verdere harmo-
op welk moment gerealiseerd moet zijn.
nisatie bestuurlijk niet haalbaar blijkt, stel dan resultaatverwachtingen bij en maak consequenties voor de (kwaliteit
c. Betrek de bestuurder periodiek bij wat wordt verwacht en wat
van) dienstverlening inzichtelijk.
wordt beleefd. Bijvoorbeeld door samen met de bestuurders drie of vier vragen te formuleren die per kwartaal of per half jaar worden besproken met een portefeuillehouder/college.
c. Organiseer -met name in Baarle-Nassau speelt dit punteen periodieke rondleiding binnen de gemeente(n) waarop (nieuwe) medewerkers kunnen inschrijven die regelmatig klantcontact hebben met inwoners van de betreffende
B
B
Evaluatie ABG-samenwerking
56
5.7
Een evenwichtiger interne context
gemeente. Fiets door de wijken (en de kernen), bespreek de
We adviseren u de samenwerkingsdoelen opnieuw te verkennen
unieke kenmerken en de historie van de gemeente. Degene
en voor een bepaalde periode te ‘bevriezen’. We zijn hier reeds
met de kennis, zowel ambtelijk als bestuurlijk, is onge-
op in gegaan. Uitvoering van dit advies is cruciaal voor het
twijfeld bereid om die kennis te delen. De deelnemer kan
realiseren van een evenwichtiger interne context. Weten waar je
zijn of haar kennis verrijken van de specifieke situatie per
naar toe gaat (richten) maakt het namelijk mogelijk de interne
gemeente.
context hierop volledig in te richten en de dagelijkse uitvoering te verrichten. In aanvulling hierop hebben we de volgende drie
d. Een inwerkprogramma voor nieuwe medewerkers (waarin onder andere college- en raadsleden uit iedere gemeente een
adviezen inzake het creëren van een evenwichtiger interne context.
rol vervullen) leidt tot meer kennis over specifieke lokale situaties. Organiseer bijvoorbeeld per kwartaal een ‘klasje’. Hierbij wordt ook een introductie gegeven ‘hoe werkt een
Investeren in strategische capaciteit
ambtelijke fusieorganisatie’ en wie doet wat binnen de organisatie. Dit kan gecombineerd worden met een buddy-systeem of mentorschap van een medewerker op een andere plek in de organisatie.
Investeren in aandacht voor medewerkers
Investeren in organisatie ontwikkeling
5.7.1 Investeren in strategische capaciteit Ons eerste advies is het organiseren van meer strategische capaciteit, bijvoorbeeld door enkele strategisch adviseurs / programmamanagers aan te stellen die (naast adviseurs die dit nu al doen) in staat zijn te anticiperen op strategische, integrale opgaven bij de drie gemeenten (en even zo van belang: de bijbehorende interne organisatieontwikkeling). Dit advies is in lijn met onze bevindingen uit de benchmark, waaruit naar voren kwam dat de ABG-organisatie op dit moment relatief beperkt de beschikking heeft over strategisch adviseurs. Belangrijk onderdeel van het profiel van de strategisch adviseur is daarnaast dat deze in staat is te verbinden. Het gaat dan specifiek om de volgende verbindingen: 1. Kennis van de lokale context van de gemeente in relatie tot de ambities van de betreffende bestuurder. 2. Het goed kennen van de weg binnen de ABG-organisatie. Op deze wijze draagt de strategisch adviseur tevens bij aan het verminderen van de afstand tussen de verschillende bestuurders (portefeuillehouders) en de ABG-organisatie.
Definitief eindrapport
57
5.7.2 Investeren in aandacht voor medewerkers
5.7.3 Investeren in ontwikkeling
In deze paragraaf adviseren we enkele maatregelen die er toe
Gedurende het onderzoek hebben wij van medewerkers diverse
leiden dat medewerkers zich sterker en gericht kunnen ontwik-
adviezen meegekregen voor de ontwikkeling van de organisatie.
kelen. Het leidend motief daarbij is te streven naar een pro-
Deze adviezen zijn terug te vinden in de bijlage met de Nota van
fessionele resultaatverantwoordelijke cultuur, waarin trots op
bevindingen (hoofdstuk Kosten, kwaliteit en kwetsbaarheid) en
prestaties en vakmanschap centraal staan.
hoofdstuk 2 van het bijlagenboek. Voorbeelden van de adviezen zijn: het verder harmoniseren van P&C producten en het
In de vorige paragraaf kwam versterking van het strategisch ver-
maken van een gezamenlijk handboek voor de openbare ruimte.
mogen aan de orde. Beoogd effect hiervan is tevens het ontlas-
We raden de organisatie aan om de door medewerkers gedane
ten van de managers. De manager krijgt hierdoor namelijk meer
adviezen te wegen en uitvoering te overwegen.
tijd en aandacht om te besteden aan het welzijn en de ontwikkeling van de medewerkers binnen de betreffende afdeling. In
Uit het onderzoek komt ook naar voren dat het effectief
de huidige situatie worden de managers namelijk regelmatig in
functioneren binnen de driehoek “eigenaar – opdrachtgever –
de adviesrol ‘getrokken’, waardoor er minder tijd overblijft om
opdrachtnemer” bijzonder belangrijk is. Het scherper definiëren
te besteden aan een van de primaire taken van een manager: de
van de rollen en het verder ontwikkelen van vaardigheden en
ontwikkeling van medewerkers.
gedrag, zoals “nee-zeggen” en keuze-opties aanbieden, zijn daarbij essentieel en worden bijzonder gewenst door de collegeleden.
De directie kan -eveneens in lijn van onze benchmarkbevindin-
Dit past in de reeds gestarte ontwikkeling in het kader van de
gen- ontlast worden door ‘dicht op de directie’ een kwaliteitsad-
capaciteitsbeheersing. Dit vraagt om het spel van ‘vraag en
viseur annex directiesecretaris aan te stellen. Deze functionaris
aanbod’ beter te leren spelen door organisatie én bestuurders.
kan tevens een rol spelen in het beheersen van incidenten; in
Hoe beter het spel wordt gespeeld, des te beter medewerkers ‘in
het volgende hoofdstuk werken wij deze aanbeveling verder
control’ zijn van de eigen werkdruk.
uit. In aanvulling op dit advies zou iemand die strategie en praktijk goed kan verbinden, snel kan schakelen, bedreven is in
Wij adviseren dat het ABG-bestuur de organisatie een meerjarig
planning en control en kwaliteitsmanagement en denkt vanuit
budget ter beschikking stelt om te investeren in organisatie-
de principes van opgavengericht werken de directie kunnen
ontwikkeling, innovatie en onvoorzien werk. De directie doet
ondersteunen.
hiertoe een voorstel, ter bespreking met en ter besluitvorming van het ABG-bestuur. Naast budget is het zaak dat directie
De bij dit onderzoek betrokken bedrijven en maatschappelijke
inzichtelijk maakt wat van de eigen rol en wat van het bestuur
organisaties geven krachtig aan dat het belangrijkste ontwikkel-
wordt verwacht om de organisatieontwikkeling, met een zuivere
punt voor de komende jaren is het toegroeien naar het zijn van
onderlinge rolverdeling, succesvol te laten verlopen.
een partner van de gemeenschap. Dat betekent dat de ambtelijke organisatie adaptief wordt, opgavegericht gaat werken en
In geval van innovatie geldt dat het experimenteren met nieuwe
waar lijnmanagement (borging van kennisopbouw) hand in
manieren van werken aandacht, tijd en capaciteit vergt. We
hand gaat met programmatisch werken.
adviseren u, met daarin een sterke rol voor medewerkers, creatief te zijn in hoe innovatie kan bijdragen aan doelrealisatie en daarbij de benodigde randvoorwaarden te creëren (bij het ABG-bestuur). Rest ons nog mee te geven dat onvoorzien werk kan ontstaan. Een organisatie zonder financiële flexibiliteit kan niet wendbaar inspelen op actualiteiten die zich in gemeenten soms voordoen. Het past bij een professionele organisatie dat dit soort situaties financieel kunnen worden opgevangen.
B
B
58
Conclusies en aanbevelingen
Hoofdstuk 6
6.1
Inleiding
over de samenwerking naar het gestructureerd samen bou-
In dit hoofdstuk vindt u onze conclusies en aanbevelingen.
wen aan de toekomst van de drie gemeenten, de regio en de
We maken hierbij een keuze uit de mogelijkheden die in het
fusie-organisatie.
vorige hoofdstuk beschreven zijn. Dit hoofdstuk beschrijft daarmee welke interventies voor de drie gemeenten en hun
De keuze leidt daarmee tot een drietal aanbevelingen, die in
gezamenlijke ABG-organisatie op dit moment het meest waar-
paragraaf 6.5 zijn opgenomen. Daarnaast trekken we in dit
devol zijn. Immers, er is altijd sprake van proportionaliteit. Niet
hoofdstuk ook conclusies. Conclusies die ingaan op de hoofde-
alles wat zinvol lijkt, moet je ook allemaal (direct) doen. Het is
valuatievragen van het onderzoek. Deze conclusies zijn beschre-
van belang om keuzes te maken over welke aanbevelingen er nu
ven in paragraaf 6.2.
worden opgepakt, en welke wellicht later. Zo niet, dan bestaat het risico dat door de veelheid van acties de helft niet wordt gerealiseerd en teleurstelling ontstaat.
6.2
Een notie vooraf: zakelijk en met beide benen op de grond
De drie gemeenten Alphen-Chaam, Baarle-Nassau en Gilze en Het gaat dus om goede en gerichte keuzes maken. Die keuze
Rijen hebben de afgelopen vier jaar de handen ineen geslagen
wordt gestut door drie afwegingen;
om -uitgaande van bestuurlijke zelfstandigheid- door ambtelijke samenwerking meer bestuurskracht te ontwikkelen. Na een
a. Wat is effectief?
moeizame start is er nu een breed gedeeld beeld van de ABG-
b. Wat kun je met elkaar aan en hoe lang is je polsstok?
organisatie met veel plussen én aandachtspunten.
c. Leidt de keuze tot een evenwichtig en samenhangend geheel? Zo ontstaat een beeld waarin -terugkijkend- een aantal keuzes Wij pleiten daarom voor een toekomstgerichte aanpak met
ongelukkig zijn geweest (taakstellingen, veel eigenheid ook
een overzichtelijke agenda. Één die meerwaarde creëert voor
op terreinen die niet aan bestuurlijke zelfstandigheid raken,
de gemeenschappen van de drie gemeenten. Én die de aan-
matige verbinding op bestuurlijk vlak), die mede er aan hebben
dacht verlegt van discussies, standpunten en proefballonnetjes
bijgedragen dat -zeker in het begin- de beeldvorming rond de
B
Evaluatie ABG-samenwerking
60
samenwerking matig was. En een beeld waarin -vooruitkijkend-
maar ook de eigen bestuurskracht. Een andere bestuurlijke
er veel afhankelijkheid tussen de drie gemeenten is voor nieuwe
oriëntatie van Gilze en Rijen kan de bestuurlijke zelfstandigheid
of andere keuzes. De behoefte aan bestuurlijke zelfstandigheid
van de andere twee gemeenten in gevaar brengen en mogelijk
van Baarle-Nassau raakt niet alleen de andere twee partners,
grote financiële consequenties hebben.
Gezamenlijke verantwoordelijkheid vanuit ‘valse start’
Terugkijkend
HIER EN NU Alphen-Chaam Baarle-Nassau Gilze en Rijen
Vooruitkijkend
Gezamenlijke verantwoordelijkheid vanuit consequenties
De weg vooruit voor de drie gemeenten en de ABG-organisatie
Dat betekent dat het uitgangspunt voor de drie gemeenten in de
vraagt en verdient een sterker zakelijke aanpak, waarin nuchter
huidige setting als volgt zou moeten zijn:
wordt gebouwd aan de toekomst, wat die toekomst ook te bieden heeft. Zakelijkheid om los te komen van de dominantie van beelden, maar ook zakelijkheid om effectief verbeteringen te kunnen aanbieden. In de drie hoofdaanbevelingen komt die zakelijkheid ook terug. Wij zijn van mening dat een resultaatgerichte aanpak
De drie gemeenten Alphen-Chaam, Baarle-Nassau en Gilze en Rijen spreken uit dat het optimaliseren van de samenwerking tussen de drie gemeenten uitgangspunt is in deze bestuursperiode.
en sturing, die onderdeel is van deze zakelijkheid, de beste garanties geeft voor een verdere uitbouw van onderling vertrouwen.
6.3
Een tweede notie vooraf; de ontwikkelrichting is niet vrijblijvend
Nuchterheid en beide benen op de grond is ook geboden
De besturen van de drie gemeenten bepalen de koers van de
vanwege de volgende redenen:
gemeenten en daarmee de koers voor de samenwerking. Wij doen gerichte voorstellen over de stappen die de gemeenten in
a. Er is veel energie en geld geïnvesteerd in de ambtelijke fusie.
de samenwerking kunnen zetten, het tempo dat wij daarbij verstandig achten en het proces dat gelopen kan worden. Echter,
b. De investeringen beginnen het laatste jaar voorzichtig te renderen.
het is aan de besturen om de inhoud van de stappen, het tempo en het proces te bepalen. Immers, bij de besturen ligt het eigenaarschap en de verantwoordelijkheid voor de samenwerking
c. Het is aannemelijk dat verbeterprogramma’s de komende twee jaar effectief worden. d. Eventuele ontvlechtingskosten van een ambtelijke fusie zijn hoog.
en ook voor de bestuurlijke toekomst van de drie gemeenten. Vanuit deze evaluatie kunnen en willen we daar niet in treden. Echter, juist vanuit deze evaluatie hebben wij krachtige opvattingen over de vraag hoe de verdere ontwikkeling van de ambtelijke fusie wordt gestimuleerd of wordt belemmerd. Dit doen
e. De bestuurlijke zelfstandigheid van tenminste twee van
we vanuit algemeen beschikbare kennis, de kennis die bij ons
de drie gemeenten leunt sterk op de aanwezigheid van een
aanwezig is over deze ambtelijke fusie en over ambtelijke fusies
robuuste ambtelijke (fusie-) organisatie.
als fenomeen, opgedaan bij het landelijke onderzoek naar de effecten van ambtelijke fusies, zoals dat in 2018 gepubliceerd is
f. Verbeterprogramma’s van de ambtelijke organisatie
(met als titel: “Een vlucht naar voren of een duurzaam perspec-
vragen om gerichte aandacht vanuit een rustige politiek-
tief?”). Een onderzoek dat in opdracht van twee provincies en
bestuurlijke setting.
in nauwe samenwerking met drie universiteiten is uitgevoerd.
g. Vernieuwing van toekomstperspectieven van de drie gemeenten vragen doordachtheid en goede voorbereiding.
Over vragen als de mate van standaardisatie en harmonisatie, huisvesting van de ambtelijke organisatie en de verdeelsleutel
Definitief eindrapport
61
hebben wij opvattingen, die gebaseerd zijn op breed onderzoek,
die gemeenschap. Juist in dit partnerschap ligt ontwikkelpoten-
op wetenschappelijke verificatie en/of gebaseerd op een brede
tieel van de gemeenten en van de fusie-organisatie.
praktijkervaring. In bijlage B is een lijst opgenomen met deze onderwerpen, inclusief de ontwikkelrichting die bijdraagt aan
Doel: Betere kwaliteit kunnen bieden
een zo optimaal mogelijk functionerende ambtelijke fusie-or-
Kwaliteit van de ABG-organisatie geeft -gezien de omstan-
ganisatie. De keuze wanneer welke maatregelen in welke mate
digheden van een lastige start en beperkt georganiseerde
worden genomen, is aan de besturen van de drie gemeenten.
randvoorwaarden- een positief beeld. Het gaat redelijk goed met de ABG-organisatie. Bestuursadvisering en de kwaliteit
6.4
Conclusies op basis van de onderzoeksvragen
De hoofdvraag van dit onderzoek luidt:
van bestuursondersteuning wordt overwegend goed gewaardeerd. Sommige taken zijn in kwaliteit duidelijk versterkt. Kennisuitwisseling onder medewerkers vindt meer dan voor-
In welke mate heeft de ABG-organisatie de gemeenten Alphen-Chaam, Baarle-Nassau en Gilze en Rijen gebracht wat bedoeld was? En wat kunnen we leren en verbeteren?
heen plaats. Accountants geven jaarlijks een goedkeurende ver-
Op hoofdlijnen beschrijven we hieronder ons antwoord op het
Een belangrijk ontwikkelpunt is versterking van het strategisch
eerste deel van de onderzoeksvraag, namelijk in welke mate
vermogen. Qua capaciteit is de organisatie op dit punt ‘dun
door ABG-organisatie is gebracht wat bedoeld was, in lijn met
bezaaid’, hetgeen ook in kwalitatieve zin wordt gemerkt. We
drie raadsbesluiten uit 2015.
doelen dan op niet stevig genoeg kunnen anticiperen op externe
klaring en veel wettelijke procestermijnen worden gerealiseerd. Klachten komen weinig voor. Grote incidenten hebben zich niet voorgedaan.
ontwikkelingen en strategische opgaven integraal behandelen.
In welke mate heeft de ABG-organisatie de gemeenten gebracht wat bedoeld was?
ABG-managers (directie en teammanagers) kiezen er noodgedwongen voor c.q. laten zich in met strategische advisering.
De mate waarin de aan ABG-organisatie gestelde doelen tot nu toe zijn gerealiseerd, is grotendeels onduidelijk. Dit wordt
Een tweede ontwikkelpunt is gelegen in het programmatisch en
verklaard doordat de meeste doelen van de samenwerking geen
opgavegericht werken binnen een adaptieve en open organisa-
eenduidige definities kennen, nauwelijks zijn uitgewerkt in con-
tie. Dit ontwikkelpunt sluit nauw aan op de eerder beschreven
crete prestatieafspraken, nulmetingen grotendeels ontbreken en
maatschappelijke wens tot een actiever partnerschap.
periodieke tussentijdse metingen van doelrealisatie grotendeels niet zijn uitgevoerd. Hierdoor is progressie van doelrealisatie
Een derde ontwikkelpunt is de interne organisatorische volwas-
voor ons als onderzoekers slecht vast te stellen.
senheid. Druk bezette managers en onvoldoende aandacht voor medewerkers wordt door veel medewerkers en managers als pro-
Toch kunnen we op basis van dit onderzoek een gedeeltelijk
bleem ervaren. Met gevolgen voor ontwikkeling en prestaties,
antwoord geven op de onderzoeksvraag. Dit doen we hieronder
onduidelijkheid over de organisatiekoers en gebrek aan organi-
(op hoofdlijnen) aan de hand van de vijf ABG-doelen.
satie-identiteit: ‘waar hoor ik nu eigenlijk bij’? Het doelgericht investeren in opleiding en ontwikkeling, in leren van de klant,
Doel: Beter in staat zijn de dienstverlening
leren van hoe werkprocessen geoptimaliseerd kunnen worden
dichter bij de burger te brengen
behoort ook bij deze organisatorische volwassenheid.
Dienstverlening aan inwoners en ondernemers is op meerdere onderdelen verbeterd en gaat op verschillende onderdelen
Doel: Extra doelmatigheid kunnen genereren
goed. Een belangrijke constatering. De beleving van de meeste
Doelmatigheid realiseren lijkt tot op heden niet gerealiseerd.
belanghouders is dat de dienstverlening (gemiddeld) niet
De organisatie is -voor zover wij hebben kunnen achterhalen-
is verbeterd sinds de fusie. Feitelijk heeft de dienstverlening
niet doelmatiger of efficiënter geworden. We constateren dat
zich positief ontwikkeld, vooral voor 1 lijns producten en de
taakstellingen bij de start de ABG-organisatie in de ontwikke-
klantcontactkanalen. We constateren dat bij meer complexe
ling hebben geremd. Ook heldere afspraken over en weer over
dienstverlening, waarbij ook vakafdelingen een rol hebben, er
wat kan worden verwacht bij de beschikbare middelen en het
verbetermogelijkheden zijn. Evident en overduidelijk is dat de
onvoldoende doorvoeren van standaardisatie en harmonisatie
gemeenschap wenst dat de gemeente een actieve partner is van
zijn verklaringen die het boeken van efficiencywinst bij de
e
ABG-organisatie belemmeren. Hoewel hierover beelden opgaan,
B
B
Evaluatie ABG-samenwerking
62
is het efficiencydoel tot op heden niet losgelaten door het
c. Een belangrijke kanttekening is dat - in de beleving van het
ABG-bestuur.
college van Baarle-Nassau - het behoud van zelfstandigheid voor hen als een doel op zich wordt ervaren en minder als
Doel: Minder kwetsbaar zijn in de ambtelijke bezetting
randvoorwaarde.
Kwetsbaarheid van de ambtelijke bezetting is verminderd. Daar zijn veel aanwijzingen voor. Onderlinge vervanging komt vaker
6.5
voor dan voorheen. Operationele kwetsbaarheid in uitvoerende
In dit rapport komen we tot drie hoofdaanbevelingen. Het is
De drie aanbevelingen
processen verbetert daardoor (het aantal fte per operationele
onze overtuiging dat met juist deze drie aanbevelingen de goede
taak). Er is natuurlijk ook opwaartse druk in de kwetsbaarheid.
mix is gevonden in toekomstgerichtheid, een beter functioneren
Door groei van de omvang ontstaan nieuwe specialismen, die
van de driehoek “gemeente – bestuur – ambtelijke fusie-organi-
op zich weer kwetsbaar kunnen worden. Een ontwikkelpunt
satie” en intensivering en verbetering van het onderlinge begrip
is de harmonisatie van processen, waardoor kwetsbaarheid
en vertrouwen tussen alle hoofdspelers in deze samenwerking.
sterk kan verminderen. Dit is tot op heden te beperkt gedaan,
Dit laatste geschiedt door te investeren op de relatie, de rollen
te verklaren door het onvoldoende krachtig agenderen van dit
en het ontdekken van gemeenschappelijkheid en ook door de
thema in de afstemming tussen ambtelijke organisatie en het
bedrijfsmatige sturing beter op orde te krijgen, alsmede beter
ABG-bestuur en de besturen van de drie gemeenten. Er is tot
passend te maken bij de verschillende rollen.
op heden een combinatie geweest van gebrek aan politiek-bestuurlijke wil om te kiezen voor harmonisatie en onvoldoende
De drie hoofdaanbevelingen zijn de volgende en staan hieron-
vermogen van de fusie-organisatie om kaders voor harmonisatie
der achtereenvolgens toegelicht:
te agenderen bij colleges en raden. Doel: Nabijheid organiseren door samen sterker te staan
Gedeeld toekomstperspectief
De bestuurlijke zelfstandigheid van de drie gemeenten heeft de afgelopen jaren en tot voor kort niet ter discussie gestaan. Deze bestuurlijke en strategische wens is daarmee gehonoreerd. Verdiepen van de samenwerking
Ook lijkt de bundeling van ambtelijke kracht tenminste op het gebied van kwetsbaarheid en in mindere mate kwaliteit een bijdrage geleverd aan het samen sterk staan. Effectieve sturing
Het ontwikkelperspectief ligt in een meer gedeeld toekomstperspectief en verdere harmonisatie en standaardisatie. Deze stappen vergemakkelijken en versnellen de versterking van de ambtelijke organisatie, waarmee tijd, geld en aandacht ontstaan om te investeren in het organiseren van nabijheid bij de burger
6.5.1 Gedeeld toekomstperspectief
(programmatisch werken, opgavegericht werken, adaptieve
Het delen van één toekomstperspectief creëert de noodzakelijke
organisatie).
randvoorwaarden om verbeteringen door te voeren op alle vlakken. In de sturing van de fusie-organisatie, in de bestuur-
Respecteren van gestelde randvoorwaarden
lijke samenwerking leidend tot harmonisatie, standaardisatie
Ten aanzien van gestelde randvoorwaarden aan de samenwer-
en synchronisatie, en op het gebied van duidelijkheid die nodig
king is het volgende duidelijk:
is om het vertrouwen tussen de verschillende spelers te vergroten. Zolang er verschillende perspectieven blijven bestaan
a. De drie gemeenten zijn zelfstandig gebleven en kunnen in sterke mate zelfstandig de kaders bepalen.
van volledige zelfstandigheid (Baarle Nassau) tot verkennen van bestuurlijke fusie en samenwerking met andere gemeenten (Gilze en Rijen), is er permanente onrust, ongelijkgericht-
b. De bijzondere positie van Baarle-Nassau en -Hertog is
heid in de koers en daarmee ineffectiviteit van verdere ABG-
geborgd, doelend op de ondersteuning vanuit de ABG-
organisatieontwikkeling. Anders gezegd: het creëren van één
organisatie middels de euroambtenaar.
gedeeld toekomstperspectief is de eerste en meest dominante
Definitief eindrapport
voorwaarde om de samenwerking meer betekenis te geven en beter te laten lopen.
63
viii. Een heldere vertaling van het toekomstperspectief naar verwachtingen over de te behalen resultaten.
Een gedeeld toekomstperspectief krijgt meerwaarde indien de
De weg naar het gedeelde toekomstperspectief
besturen van de drie gemeenten deze gezamenlijk vaststellen en
De stip op de horizon is het bekrachtigen van het gedeelde
laten gelden voor een bepaalde periode.
toekomstperspectief door de drie raden uiterlijk op 31 december 2019. De drie colleges staan aan de lat om in gezamenlijkheid
Ons procesvoorstel is concreet:
in 2019 het gedeeld toekomstperspectief te creëren (en bij
a. Verken het toekomstperspectief en stel het zo snel mogelijk,
voorkeur met prioriteit en tempo). Een traject om daartoe te
uiterlijk op 31 december 2019, vast;
komen is niet zozeer tijdsintensief, maar vraagt om krachtige regie, inhoudelijke scherpte en het inbrengen van kennis. Van
b. Laat dat toekomstperspectief geldend zijn tot medio 2023;
de colleges vraagt het vooral om commitment en het nemen van verantwoordelijkheid.
c. De nieuwe raden en colleges kunnen zich dan in de eerste helft van 2023 buigen over een vernieuwing van het
Een wijze om dit te realiseren kan de volgende kenmerken
toekomstperspectief, ingaande per 1 juli 2023.
hebben:
Elementen van het gedeelde toekomstperspectief
a. Drie bijeenkomsten van de drie colleges onder leiding van
Het gedeelde toekomstperspectief beslaat tenminste de volgende
een onafhankelijke procesregisseur in 2019. Bij voorkeur zo
elementen:
snel mogelijk, doch uiterlijk afgerond in november;
i.
Een vastgesteld eensluidend beeld over welk bestuurlijk construct in de komende jaren (tot medio 2023) wordt
b. Leidend tot een gedragen opvatting over het toekomstperspectief;
nagestreefd. c. Vastgelegd in één document; ii.
Bepaling van de doelen van de samenwerking, zowel ambtelijk (wat verwachten we van de ambtelijke fusie-
d. Toegelicht bij de provincie;
organisatie?) als bestuurlijk (wat willen we gezamenlijk bestuurlijk bereiken?).
e. Het toekomstperspectief wordt op een identieke wijze en tegelijkertijd ingebracht in de drie raden;
iii. Vaststelling van de financiële kaders waarbinnen de samenwerking plaatsvindt.
f. De gemeenteraden van de drie gemeenten stellen uiterlijk op 31 december 2019 het toekomstperspectief vast.
iv. Vaststelling van de sturing, inclusief de invulling van de verschillende rollen.
Nadat het toekomstperspectief is vastgesteld, vraagt het van raden en colleges rust te bewaren en trouw te blijven aan het
v.
Een voorstel waarin de onderwerpen worden bepaald
toekomstperspectief, totdat in het tweede kwartaal van 2023
waarin in de periode 2020 tot en met de eerste helft van
een nieuw perspectief is vastgesteld.
2023 standaardisatie, synchronisatie en harmonisatie kan plaats vinden (en ook waar dit niet mogelijk is).
6.5.2 Verdiepen van de samenwerking Het gedeelde toekomstperspectief vormt de basis voor verdere
vi. Een eerste opzet van de onderwerpen waarover voor de nieuwe periode per 1 juli 2023 duidelijkheid moet bestaan.
en effectievere samenwerking. Daarnaast is het verdiepen van de samenwerking nodig om de samenwerking soepel te laten verlopen, het “wij-zij”-gevoel tussen de drie gemeenten verder
vii. Een eensluidende set van afspraken hoe in de periode 2020
te verminderen en ervoor te zorgen dat de fusie-organisatie
tot en met 2023 omgegaan wordt met het perspectief en de
door de drie gemeenten wordt gezien als “onze” organisatie. Wij
totstandkoming van een nieuw perspectief voor 2023 en
stellen voor drie maatregelen te nemen:
verder.
B
B
Evaluatie ABG-samenwerking
64
Maatregel 1. Het instellen van een Begeleidingsgroep
van sprekers uit wetenschap en praktijk en door het bieden van
De Begeleidingsgroep bestaat uit 12 raadsleden, vanuit
veel momenten van ontmoeting en reflectie. De vier modules
iedere gemeente 4, aangevuld met de drie griffiers. Deze
worden in de avond gehouden en leiden niet tot besluiten.
Begeleidingsgroep borduurt voort op de huidige raadsklank-
Waar de inhoud de “schering” vormt is het samen kijken naar
bordgroep, maar heeft een meer duidelijke opdracht en komt
rolinvulling, rolopvatting en procesvoering de “inslag”. In 2020
frequenter bij elkaar (6 keer per jaar). De Begeleidingsgroep
en 2022 is één van de modules specifiek gewijd aan “Grip op
kent vier specifieke taakvelden. Twee taakvelden waar de
Samenwerking”.
Begeleidingsgroep een verantwoordelijkheid heeft, budget en mandaat (punten a en b) en twee waar de Begeleidingsgroep
6.5.3 Effectieve sturing
initiatieven neemt en stimuleert, maar waar de verantwoor-
Feiten en belevingen ten aanzien van (a) de doelstellingen en
delijkheid ligt bij de drie colleges en de drie gemeenteraden
(b) de prestaties van de ABG-organisatie zijn niet gelijklui-
(punten c en d). De vier taakvelden zijn:
dend, waarmee bij de verschillende actoren een onduidelijk en veelkleurig beeld bestaat. Oordelen over het functioneren van
a. Het nemen van initiatieven om elkaar en elkaars motieven
de organisatie zijn daarmee veelal op gevoel gebaseerd. Dit is
(bestuurlijk) in de samenwerking beter te leren kennen.
niet bevorderlijk voor effectieve sturing van de samenwerking. Wetende dat de politieke arena primair een opiniërend karakter
b. Het zijn van een programmaraad van een ABG-leergang (zie maatregel 3 hieronder) en daarmee inhoudelijk en
heeft, is het belangrijk dat deze beelden gevoed worden door een toegesneden informatievoorziening.
procesmatig verantwoordelijk. c. Voorstellen doen (initiërend, stimulerend) aan de raden om te komen tot standaardisatie, synchronisatie en harmonisatie. d. Voorstellen doen (initiërend en stimulerend) aan de
Toegesneden informatie
raden om te komen tot beleidsmatige en strategische samenwerking. Maatregel 2. Een agenda, gericht op verdieping van de samenwerking Bij de vier genoemde specifieke verantwoordelijkheden van de Begeleidingsgroep (maatregel 1) leiden (zeker en vooral)
Informatievoorziening op orde
het eerste en tweede punt tot een agenda, die gericht is op verdieping van de samenwerking. Deze agenda wordt steeds ververst en gecommuniceerd door de Begeleidingsgroep. De Begeleidingsgroep communiceert ook over de resultaten die op de afgeronde punten van de agenda betrekking hebben. De communicatie heeft zowel een feitelijke en overzichtelijke kant als een enthousiasmerende en beeldende kant. Naast een agenda beschikt de Begeleidingsgroep over een budget -passend
Een resultaatVerantwoordelijke cultuur
bij de agenda- waarover zij beschikking krijgt en het mandaat heeft. Maatregel 3. Het vormgeven van een ABG-leergang De Begeleidingsgroep organiseert in 2020, 2021 en 2022 telkens een ABG-leergang, bestaande uit vier modules waarin
Het is daarom gewenst om te investeren in en toe te groeien
belangrijke vraagstukken in de regio centraal staan. De deelne-
naar een situatie waarbij prestaties (output) en te bereiken
mers (raadsleden, collegeleden, griffie en topambtenaren) ver-
maatschappelijke effecten (outcome) centraal staan. Waarbij
diepen de vraagstukken aan de hand van casuïstiek, met behulp
het belangrijk is de gecreëerde output en outcome inzichtelijk
Definitief eindrapport
te maken en hierover consequent en regelmatig te rapporteren. Dus niet het honoreren van de behoefte aan steeds meer infor-
65
b. Spreek per doelgroep af hoe en in welke frequentie de rapportages besproken worden.
matie, maar het duidelijk maken van doelen en resultaten en de informatieverstrekking hierop toesnijden. Het vraagt een niveau
Omgaan met incidenten
dieper van een informatiehuishouding die op orde is. En tot slot
De beleving - onder meer bij raadsleden – over de prestaties van
om een bijpassende resultaatgerichte cultuur.
de ABG-organisatie wordt vaak gekleurd door incidenten. Het gaat dan bijvoorbeeld om burgers die niet goed geholpen zijn of
Daaruit volgend zijn ons inziens drie maatregelen nodig:
ondernemers die heel lang moeten wachten op de uitkomst van een procedure. Om te weten of dit incidenten betreft of dieper
Maatregel 1: Toegesneden informatie
gewortelde oorzaken heeft, moet bewust met dergelijke inciden-
ABG-organisatie, het bestuur, de drie colleges en de drie raden
ten omgegaan worden. Zeker omdat incidenten nog wel eens
dienen allemaal te beschikken over adequate en bij hun rol
het debat willen “kapen”. De tijdsbesteding rond een incident
passende en toegesneden informatie. Dit drie activiteiten die
staat daarmee vaak in schril contrast tot het benodigde effect.
achtereenvolgens zijn uitgewerkt:
Vaak vragen incidenten om snelle opvolging. Daarbij hebben
1. Herijking en concretisering van de doelen.
incidenten voor de gemeenteraad idealiter alleen betekenis
2. Inrichting van de informatievoorziening met onderscheid
indien er sprake is van een (verontrustend) patroon.
tussen de strategische en operationele informatie. 3. Effectieve omgang met incidenten.
Ons advies in de omgang met incidenten is dat er een vast ambtelijk aanspreekpunt (in de functie van ‘incidentmanager’)
Herijking en concretisering van de doelen
komt, die het incident registreert en er zorg voor draagt dat het
Voor de herijking en concretisering van de doelen die betrek-
incident zo snel mogelijk van opvolging wordt voorzien. De
king hebben op de ABG-organisatie, zien wij de volgende
registratie en opvolging leiden tot een periodieke rapportage,
stappen voor ons:
waarbij ook wordt aangegeven of er sprake is van verontrustende trends en patronen. Deze trends en patronen zijn vanzelf-
a. Scherp met elkaar maken wat je beoogt met de ambtelijke fusie-organisatie. Dit zijn de doelen.
sprekend van strategische waarde en horen terecht te komen in de politiek-bestuurlijke arena.
b. Vertaal de doelen naar resultaten. Wat moet er worden
Voorliggende punten kunnen met een gerichte aanpak er toe
gepresteerd om aan deze doelen te voldoen? Koppel
leiden dat een toegesneden informatievoorziening per 1 januari
indicatoren en streefwaarden aan de gewenste resultaten.
2020 operationeel is. Deze datum past ook bij het gedeelde perspectief dat -volgens onze plannen- in de tweede helft van
Inrichting van de informatievoorziening met onderscheid
2019 wordt opgeleverd.
tussen de strategische en operationele informatie Voor de inrichting van de informatievoorziening is het belang-
Maatregel 2: Informatievoorziening op orde
rijk dat er oog is tussen de verschillende rollen. Allereerst is het
Het bepalen van de informatievoorziening dient voor de ABG-
belangrijk te weten wie waar over gaat en wie daarmee welke
organisatie natuurlijk een vertaalslag te krijgen naar een goede
verantwoordelijkheid heeft in de sturing. Het toesnijden van de
informatievoorziening intern. Op te leveren cijfers moeten
informatievoorziening op de rol van iedere actor geeft rust. Het
betrouwbaar zijn en eenvoudig te produceren. We hebben in de
bestuur bijvoorbeeld heeft in de rol van “eigenaar” een onder-
evaluatie kunnen zien dat deze informatievoorziening wankel
scheidend andere rol dan een gemeenteraad die wil dat binnen
was, maar dat in de afgelopen maanden stappen voorwaarts
financiële kaders de gemeenschap goed wordt bediend. Daarom
gemaakt zijn. Dit proces van verbetering moet gecontinueerd
dienen in dit onderdeel de doelen die voorzien zijn van een her-
worden en krijgt met het bepalen van de “toegesneden infor-
ijking en concretiseringsslag de volgende stappen te doorlopen:
matie” extra focus. Het op orde krijgen van de informatievoorziening moet gelijke tred houden met het opleveren van
a. Ontwerp een visueel krachtige en simpele rapportage voor
toegesneden rapportages en daarmee eind 2019 zijn afgerond.
de verschillende doelgroepen (gemeenteraden, colleges, bestuur, directie).
We merken daarenboven op dat uit de benchmark bleek dat -in tegenstelling tot soortgelijke organisaties- een kwaliteitsadviseur binnen de ABG-organisatie niet voorkomt (en volgens ons wel
B
B
Evaluatie ABG-samenwerking