StAB verslag ABRvS 2010
Tekst van het document
Raad ,van State Afd. BRR
StAB
tngekomen:
Behandeld DD. Paraaf: ·'
GERECHTELIJKE OMGEVINGSDESKUNDIGEN
De Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State Postbus 20019 2500 EA Den Haag
0· \ ///
i
....
,,/
I
/// ,,..,...
,....,.-·---: _ _ _ _ _ _
Uw kenmerk 201002566/1/M2
Uw brief 12 mei 2010
Bezuidenhoutseweg 62
2594 AW Den Haag
/
,.,~.·----o-• - '' -~·~-'""-~~- -
Kenmerk StAB/38663/H
\ i'
./
• .... ~··'c
Datum 3 augustus 2010
Onderwerp
Postbus 95928 2509 CX Den Haag T 070 3150150 F 070 3150195 info@stab.nl
www.stab.ni ING 5008021 KvK Den Haag 41159871
Beroep tegen ajmpassing voorschriften van de milieuvergunning van Scheepswerf Koning William B.V. te Amsterdam.
In antwoord op uw brief van 12 mei 2010 ontvangt u hierbij het gevraagde verslag.
ur
<O
ft./\/L .J .P.I.M. Wuisman
StAB GERECHTELIJKE OMGEVINGSDESKUNDIGEN
Verslag ex artikel 8:47 Algemene wet bestuursrecht Opdrachtgever De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State Kenmerk opdrachtgever 201002566/1/M2 Datum opdracht 12 mei 2010 Onderwerp Beroep tegen aanpassing voorschriften van de milieuvergunning van Scheepswerf Koning William B.V. te Amsterdam
Kenmerk StAB StAB/38663/H Datum 3 augustus 2010 Opsteller ing. P. van der Hoogt Toetser ir. J.N. Schinkel
Inhoud Inhoud
1
Samenvatting
2
1.1 1.2 1.3 1.4 1.5 1.6 1.7
Inleiding Bestreden besluit Appellanten Onderzoeksopdracht Werkwijze Beroepsgronden Leeswijzer Bijzonderheden
4 4 4 4 4 5 5 5
2.1 2.2 2.3 2.4
De scheepswerf Koning William Historie Geluidzone Vergunningsituatie Situering
6 6 7 7 9
De beroepsgronden van appellanten Het gebruik van machinale naaldbikhamers. Naaldbikhameren Overige activiteiten Resume Verhoging maximale geluidniveaus Maximale geluidniveaus vanwege gebruik van naaldbikhamers, slijpen en waterstralen. Maximale geluidniveaus vanwege het hameren Resume
11
Bijlagen
20
1
2
3 3.1 3.1.1 3.1.2 3.1.3 3.2 3.2.1 3.2.2 3.2.3 4
~StAB
11 11 14 14 15 16 17 19
StAB/38663/H I 3 augustus 2010 ] 1
Samenvatting In dit verslag komt het beroep aan de orde tegen het besluit van Gedeputeerde Staten van Noord-Holland van 19 januari 2010, waarbij op grond van artikel 8.22 en 8.24 van de Wet milieubeheer voorschriften zijn toegevoegd respectievelijk zijn gewijzigd aan/van de oprichtingsvergunning op grond van de Wet milieubeheer van 30 juli 1997 verleend aan Scheepswerf Koning William B.V. aan de Hoogte Kadijk 145b in Amsterdam. Bij brief van 15 mei 2010 heeft de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State de StAB verzocht in deze zaak een onderzoek in te stellen en haar bevindingen in een verslag aan de Afdeling kenbaar te maken. Appellanten (bewoners van woningen en woonschepen rondom de scheepswerf) geven in beroep aan reeds jaren geluidhinder te ondervinden van het in werking zijn van. de scheepswerf. Om die reden kunnen zij zich niet verenigen met een verhoging van de grenswaarden voor het maximale geluidniveau voor overdag tot 75 dB(A) en het gedurende 12 dagen per jaar toestaan van een nog 4 dB hogere waarde (79 dB(A)). De laatste jaren worden op de werf steeds meer machinale werkzaamheden verricht, die volgens omwonenden steeds meer en vaker geluidhinder veroorzaken en in deze situatie niet als best beschikbare technieken (BBT) kunnen worden aangemerkt.
Zo wordt erg veel hinder ondervonden van het toepassen van machinale naaldbikhamers, waarvan de gemeente Amsterdam volgens appellanten van mening is dat deze activiteit in het verleden niet is vergund. Appellanten zijn van mening dat het machinale bikhameren verboden moet worden. In het verslag is aangegeven dat in de aanvraag om vergunning uit 1997 en ook in de van die vergunning deel uitmakende geluidonderzoeken ten behoeve van de sanering slechts in algemene bewoordingen over hameren en bikken wordt gesproken. Hieruit kan niet warden afgeleid of sprake is van handmatig bikken of bikken met behulp van een pneumatische bikhamer. Gelet op de in die tijd aangevraagde en vergunde compressor ten behoeve van een luchtdruksysteem op de werf en de toepassing van geluidarme slijptollen, zou het er hier voor kunnen worden gehouden dat de vergunning ook betrekking heeft op het bikken met behulp van een pneumatische hamer. De verleende vergunning voor het hameren en bikken heeft betrekking op een periode van hooguit 1,2 uur gedurende de dagperiode. In het bestreden besluit wordt uitgegaan van een bedrijfstijd van bijna 3,5 uur per dag. Door appellanten is bij het bezoek aangegeven dat veel activiteiten warden verricht die niet zijn vergund.
Hierover is in het verslag aangegeven dat de vergunning(en) geen betrekking hebben op activiteiten aan boord van schepen die liggen afgemeerd rond de werf, met uitzondering van schoonspuiten en coaten van kleine schepen aan boord van een dekschuit op een vaste locatie. In dat opzicht worden in het verzoek om aanpassing van de geluidgrenswaarden voor het maximale geluidniveau ten onrechte activiteiten aan boord van schepen
(;JStAB
StAB/38663/H I 3 augustus 2010 I 2
beschouwd en beoordeeld. Het spuiten van verf is in de onderliggende vergunning verboden. Omtrent de grenswaarden voor het maximale geluidniveau is in het verslag opgemerkt dater thans op de referentiepunten uit de onderliggende vergunning (afkomstig van zonering en sanering) grenswaarden voor het maximale geluidniveau worden toegestaan vanwege het gebruik van naaldbikhamers, slijpen, hameren en waterstralen. De grenswaarden bedragen bij sommige referentiepunten meer dan 70 dB(A) maar zullen maximaal 75 dB(A) bedragen. Daarbij is aansluiting gezocht bij de ontheffingsmogelijkheid uit de Handreiking industrielawaai en vergunningverlening. In de voorschriften zijn voorzieningen opgelegd die als BBT kunnen worden aangemerkt. Bij de maximale geluidniveaus van het hameren is uitgegaan van normale en incidenteel luidruchtige hameractiviteiten. Het onderscheid tussen beide activiteiten is niet eenduidig vast te stellen. Bij de luidruchtige hameractiviteiten zullen geluidniveaus kunnen optreden die 10 dB hoger kunnen liggen dan bij de normale activiteiten. Hierbij zijn geluidniveaus van maximaal 85 dB(A) op de referentiepunten te verwachten. Op grond van de voorschriften is voor deze incidentele luidruchtige hameractiviteiten slechts een verhoging van de grenswaarde van 75 dB(A) met 4 dB op de referentiepunten vergund.
~StAB
StAB/38663/H I 3 augustus 2010 I 3
1
Inleiding
1.1
Bestreden besluit
Besluit van Gedeputeerde Staten van Noord-Holland (hierna te noemen verweerder) van 19 januari 2010, waarbij op grond van de artikelen 8.22 en 8.24 van de Wet milieubeheer voorschriften zijn toegevoegd respectievelijk zijn gewijzigd aan/van de oprichtingsvergunning op grond van de Wet milieubeheer van 30 juli 1997. Deze vergunning is in 1997 verleend aan Scheepswerf Koning William B.V. aan de Hoogte Kadijk 14Sb in Amsterdam.
1.2
Appellanten
Bewoners van rond de scheepswerf gelegen woningen en woonboten, die een beroepschrift hebben opgesteld en gezamenlijk hebben ondertekend.
1.3
·Onderzoeksopdracht
Bij brief van 12 mei 2010 heeft de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State de StAB benoemd als deskundige in deze zaak en verzocht een onderzoek in te stellen en hiervan een schriftelijk verslag uit te brengen.
1.4
Werkwijze
Op 16 juli 2010 heb ik een bezoek gebracht aan de scheepswerf en heb daarbij gesproken met de bedrijfsleider, de heer C.C.J. Kerkelaan, in bijzijn van twee zoons, die in het bedrijf werken. Er is door de heer Kerkelaan een toelichting op de bedrijfsvoering gegeven en er heeft een rondleiding door het bedrijf plaatsgevonden. Op 16 juli 2010 heb ik tevens op het adres Witttenburgergracht 22 (woonboot) gesproken met de heer A. Flapper en mevrouw A. van der Veen. Deze hebben namens appellanten 1 een toelichting op de beroepsgronden gegeven. Op 26 juli 2010 heb ik gesproken met de heren G.J. Kruijs (vergunningverlener) en H.J. Janssen (akoestisch deskundige) van de provincie Noord-Holland. Van de zijde van verweerder heb ik op verzoek nadere stukken ontvangen. Deze stukken komen verderop in het verslag aan de orde en zijn in de beschouwing meegenomen. Van de zijde van de Dienst Milieu en Bouwtoezicht van de gemeente Amsterdam heb ik op verzoek ook nadere stukken ontvangen. Deze stukken komen eveneens verderop in het verslag aan de orde en zijn in de beschouwing meegenomen. De gemeente Amsterdam is als derde belanghebbende de mogelijkheid geboden een nadere toelichting op de kwestie te geven. Daarvan is geen gebruik gemaakt.
1
Mevrouw van der Veen sprak namens appellante J. Hofman, die verhinderd was.
(jStAB
StAB/38663/H I 3 augustus 2010 I 4
1.5
Beroepsgronden
Appellanten geven in beroep aan reeds jaren geluidhinder te ondervinden van het in werking zijn van de scheepswerf. Om die reden kunnen zij zich niet verenigen met een verhoging van de grenswaarden voor het maximale geluidniveau voor overdag tot 75 dB(A) en het gedurende 12 dagen per jaar toestaan van een nog 4 dB hogere waarde (79 dB(A)). De laatste jaren worden op de werf steeds meer machinale werkzaamheden verricht, die volgens omwonenden steeds meer en vaker geluidhinder veroorzaken en in deze situatie niet als best beschikbare technieken (BBT) kunnen worden aangemerkt. Zo wordt erg veel hinder ondervonden van het toepassen van machinale naaldenbikhamers, waarvan de gemeente Amsterdam volgens appellanten van mening is dat deze activiteit in het verleden niet is vergund. Appellanten zijn van mening dat het machinale bikhameren verboden moet worden.
1.6
Leeswijzer
In het navolgende hoofdstuk 2 wordt eerst instantie ingegaan op de historische ontwikkeling van de scheepswerf in zijn omgeving. Daarna wordt de vergunningsituatie besproken en de ligging op een geluidgezoneerd industrieterrein. In hoofdstuk 3 ga ik in op de beroepsgronden van appellanten.
1.7
Bijzonderheden
De scheepswerf wordt, gelet op zijn omvang en uitvoering, aangemerkt als een zogeheten 'grote la.waaimaker' op grond van de Wet geluidhinder. Ik kom daar verderop in het verslag nog terug. De provincie is ten aanzien van dit soort bedrijven het bevoegd gezag als het gaat om het verlenen van een milieuvergunning. Desondanks zijn in het ve.rleden door de gemeente Amsterdam milieuvergunningen verleend. Dit gebeurde op basis van een mandatering van de provincie aan de gemeente. Nadat de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State in enkele kwesties2 had uitgesproken dat een provincie niet op grond van artikel 107 van de Provinciewet de bevoegdheid tot vergunningverlening en handhaving van 'grote Jawaaimakers' had mogen overdragen aan een gemeente, is het milieudossier van de scheepswerf door de gemeente overgedragen aan de provincie. Uit de stukken leid ik af dat dit om-streeks medio 2004 zal hebben plaatsgevonden.
2
Onder meer de uitspraken E03.97.0088 van 22 juni 2000 (Goar) en 200100433/2 van 28 december 2001 (Amsterdam).
t;)StAB
StAB/38663/H I 3 augustus 2010 I 5
2
De scheepswerf Koning William
2.1
Historie
Het gaat hier om een gebied - de Kadijken geheten - in het centrum van Amsterdam, waar zich kort na het ontstaan van dit gebied (zie ter info StAB-1) scheepsbouwactiviteiten hebben ontwikkeld. Later werden in het gebied veel pakhuizen gebouwd. Van de vele scheepswerven die zich vroeger in dit gebied gevestigd hebben, zijn uiteindelijk alleen nog 't Kromhout (zie voor een overzicht van dit bedrijf StAB-2) en de onderwerpelijke werf Koning William, beide ontstaan in de 18e eeuw, overgebleven. Beide werven grenzen, gescheiden door water, aan elkaar. De werf Koning William heeft - zo bleek uit foto's die de heer Kerkelaan bij het bezoek heeft getoond - in het verre verleden maximaal 4 scheepshellingen gehad, waarvan er een als een overkapte minihelling kon worden aangemerkt. Omstreeks 1970 heeft de heer Kerkelaan op de oude, inmiddels vervallen locatie van de werf, een doorstart gemaakt. Rond die tijd waren er in Amsterdam nog ongeveer zeven werfjes over. De grond van deze werfjes was door het jarenlange !assen, teren en repareren van boten ernstig vervuild met teer, kwik, koper en food. Reden waarom omstreeks 1994 door de milieudienst van de gemeente Amsterdam een 'saneringsplan' is gepresenteerd (zie krantenartikel uit die tijd, StAB-3).
Naar aanleiding van dit plan is het bedrijf kort daarna flink op de schop gegaan en zijn twee nieuwe hellingen gerealiseerd, ter vervanging van twee oude hellingen. Er is ter plaatse van de hellingen een beschoeiing aangebracht, met langs de rand opvahggoten voor spoelwater van het schoonspuiten van de schepen. De vloer van de werf is daartoe voorzien van een vloeis.tofdichte verharding. Ondanks het verstrekken van een subsidie, heeft de werf een deel van het terrein moeten verkopen om voor de noodzakelijke aanpassingen van het bedrijf financien te kunnen genereren. Op de werf worden thans grachtenbootjes, beunbakken, pontons, dekschuiten, sleepboten en woonboten/schepen onderhouden en gerepareerd. Onder onderhoud wordt onder meer schoonspuiten, ontroesten en teren van de schepen verstaan. Ten behoeve van het verslepen van de schepen van hun ligplaats naar de werf en het manoeuvreren ten behoeve van het hellingen van de schepen is op het ad res van de scheepswerf ook 'Scheepsleep en dekschuiten verhuurbedrijf de Houthaven B.V.' 3 (hierna: Houthaven) gevestigd. Deze B.V. beschikt over diverse sleepbootjes, die vaak bij de scheepswerf liggen afgemeerd.
3
Koning William B.V. en de Houthaven B.V. vallen volgens de heer Kerkelaan beide onder Weko B.V. die ook op het adres Hoogte Kadijk 145b is gevestigd.
~StAB
StAB/38663/H I 3 augustus 2010 I 6
2.2
Geluidzone
Het industrieterrein 'Kadijken-Oost' omvat in totaal drie 'grate lawaaimakers' op grand van de Wet geluidhinder (de voormalige 'A-inrichtingen'). Het betreft de bedrijven Koning William en 't Kramhout (scheepswerven voor het bouwen, onderhouden, repareren of het behandelen van de oppervlakte van metalen schepen met een langs de waterlijn te meten lengte van 25 meter of meer). Het derde bedrijf betreft een complex van het G.E.8. (transformatorstation, met niet in een gesloten gebouw ondergebrachte transformatoren, met een maximaal gelijktijdig in te schakelen elektrisch vermogen van 200 MVA of meer). Op 20 augustus 1986 is een wettelijke geluidzone voor industrielawaai door de gemeenteraad van Amsterdam (nr. 1080) vastgesteld. Dit zonebesluit is goedgekeurd door Gedeputeerde Staten van Noord-Holland bij besluit van 6 januari 1987, nr. 28/19. Stukken hieramtrent heb ik opgevraagd en ik heb deze, zeals de zonekaart en een dee! van een akoestisch onderzoek van Comprimo 8.V. uit 1983, aan het dossier toegevoegd (StA8-4). Omdat woningen binnen de geluidzone een geluidsbelasting van meer dan 55 d8(A) ontvingen, is vervolgens een wettelijke geluidsaneringsonderzoek uitgevoerd. Dit heeft geleid tot een zogeheten besluit hogere grenswaarden van de Minister van VROM van 7 oktober 1998.
Daarbij heeft de Minister de ten hoogste toelaatbare waarde van de geluidsbelasting (MTG's) vanwege het industrieterrein 'Kadijken-Oost' te Amsterdam vastgesteld van de gevels van de woningen die liggen binnen de geluidszone rand het genoemde industrieterrein. Ik heb oak hieramtrent stukken opgevraagd en heb deze, zeals het saneringspragramma ex artikel 71 Wet geluidhinder, het MTG-besluit, de geluidsaneringsonderzoeken fase U en III en een kaartje met daarap in kleur aangegeven de woningen die een hogere grenswaarde (HGW) hebben gekregen, aan het dossier toegevoegd (StAB5).
2.3
Vergunningsituatie
Op 30 juli 1997 is door burgemeester en wethouders van Amsterdam een oprichtingsvergunning op grand van de Wet milieubeheer verleend. Een kopie van dit besluit is in het dossier aanwezig (stuk 2.1). Het bij deze vergunning behorende aanvraagformulier en de aanvraagtekeningen zijn door mij opgevraagd en aan het dossier toegevoegd (StA8-6). Mij is gebleken dat de oprichtingsvergunning is aangevraagd na afloop van de ingrijpende sanering van de werf, zeals is beschreven ender paragraaf 2.1 van dit verslag. Tekening 8101 (StA8-6) geeft de nieuwe situatie aan. Daaruit blijkt dat de vergunning, zeals eerder is aangegeven, betrekking heeft op een kleinere werf dan waar in het kader van de zonering van is uitgegaan. Ik verwijs hiervoor ter verduidelijking naar de hierna volgende figuur 1 in het verslag, waarop het terrein van de inrichting waarvoor vergunning is gevraagd en verleend met een arcering is aangegeven. Uit het gesprek met de heer Kerkelaan heb ik begrepen dat ten tijde van de sanering van de werf het naastgelegen perceel is verkocht. Op dit perceel is een omstreeks 1999 een kantoor (zie figuur 1) gebouwd met een
C)StAB
StAB/38663/H I 3 augustus 2010 I 7
ondergrondse parkeergarage. Deze garage is via een doorgang ender het kantoor vanaf het binnenterrein bereikbaar. Op 8 november 2000 is door burgemeester en wethouders van Amsterdam een veranderingsvergunning op grand van de Wet milieubeheer verleend. Het betrof een uitbreiding met een aangepaste boegschuit, op een specifieke locatie voor de kade, waarop kleine boten warden gereinigd met water door middel van een aparte hogedrukreiniger4 en daarna warden geconserveerd (coating). Deze vergunning met aanvraagformulier en -tekening is als stuk 2.2 in het dossier aanwezig
Figuur 1 Terrein Scheepswerf Koning William met gearceerd de thans aanwezige scheepswerf waarvoor in 1997 oprichtingsvergunning is ver/eend.
In het bestreden besluit ( dossierstuk 2) wordt oak nag gesproken over een wijziging van 11 juli 1999. Gebleken is dat dit besluit echter betrekking heelt op het naastgelegen perceel ten behoeve van het realiseren van de ondergrondse parkeergarage (afvoer grondwater). Ter informatie heb ik dit besluit oak opgevraagd en aan het dossier toegevoegd (StAB-7).
4
Het vermogen van dit apparaat is beduidend minder dan dat van de eerder vergunde hogedrukapparatuur (no. 17 op aanvraagtekening/renvooilijst).
CJStAB
StAB/38663/H I 3 augustus 2010 I 8
Door de provincie zijn de laatste jaren overschrijdingen geconstateerd van de vergunde grenswaarden voor het maximale geluidniveau. De overschrijdingen zijn dermate groot dat de vergunning, door het opnemen van te strenge geluidgrenswaarden voor het maximale geluidniveau, eigenlijk in 1997 impliciet is geweigerd. Zie hiertoe bladzijde 6 van de aanvraag, die is verzorgd door Peutz B.V.(dossierstuk 2.3). Omdat een weigering van de vergunning kennelijk toen niet de bedoeling is geweest, is door de scheepswerf aan de provincie gevraagd om de opgelegde grenswaarden te veranderen. Op 19 januari 2010 heeft de provincie het verzoek (begeleid door Peutz BV) gehonoreerd en heeft daarbij de grenswaarden voor het maximale geluidniveau verhoogd. Tevens zijn gelijktijdig in het kader van de actualiseringsplicht (ambtshalve) diverse voorschriften ingetrokken en nieuwe voorschriften aan de onderliggende vergunningen verbonden. Dit betreft het thans bestreden besluit.
2.4
Situering
Voor de.figging van de werf in Amsterdam verwijs ik kortheidshalve naar de door mij toegevoegde luchtfoto's en foto's (StAB-8) van de omgeving (Googlearth™ en Google©). Aan de westzijde van de werf wordt de erfscheiding van de scheepwerf gevormd door het eerder genoemde nieuwe kantoorgebouw dat uit meerdere verdiepingen bestaat met tussen het kantoorgebouw en de waterkant een muur die de werf afschermt van het naastgelegen open terrein. Aan de zuidkant liggen, aan de overzijde van de weg, woongebouwen (meerdere verdiepingen) waarvan de bouw midden jaren tachtig is aangevangen. De afstand van de toegang van de werf tot de gevels van deze woningen bedraagt ongeveer 16 meter. In de milieuvergunning uit 1997 voor de scheepswerf zijn bij deze woningen de referentiepunten 5 en 7 vastgelegd, welke in het kader van de geluidzoneringen en -sanering werden gehanteerd. Daarbij werd voor deze woningen als adres de Entrepotdoksluis wordt genoemd. Deze woningen hebben echter het postadres Laagte Kadijk. Zie hiervoor met name de foto's 3 en 4 van StAB-8. Aan de oostkant ligt, aan de andere zijde van het water, de werf 't Kromhout. Aan de kade van 't Kromhout ligt een woonschip ('Finngerd') waarvoor volgens de heer Kerkelaan nog niet zo lang gelegen door de gemeente een ligplaatsvergunning is afgegeven. De afstand van dit woonschip tot het open terrein van de werf bedraagt 20 meter.
Tegen de loodsen van 't Kromhout is overigens enkele jaren geleden een kleine woning gebouwd, welke feitelijk op het gezoneerde industrieterrein ligt. Zie foto 6 van StAB-8 Aan de noordkant van de werf !open aan weerszijden van de twee nog resterende hellingen steigers het water in. Aan weerszijden van deze steigers ligt een flink aantal vaartuigen (zie luchtfoto's, StAB-8). Deze behoren volgens de heer Kerkelaan tot de werkvoorraad van de werf. Ook liggen daartussen enkel · sleepboten afgemeerd van het 'zusterbedrijf Houthaven. Aan de overzijde van het water liggen woonboten. De kortste afstand van de woonboten tot aan het terrein
CJStAB
StAB/38663/H r 3 augustus 2010 I 9
van de werf bedraagt circa 60 meter. Aan de overzijde van de weg, waarlangs de woonboten liggen, liggen woningen van derden.
tjStAB
StAB/38663/H l 3 augustus 2010 I 10
3
De beroepsgronden van appellanten
3.1
Het gebruik van machinale naaldbikhamers.
Standpunt appellanten Appellanten zijn van mening dat het naaldbikhameren, dat veel geluidshinder veroorzaakt in de omgeving, in het verleden niet vergund is geweest. Bij het bezoek werd aanvullend aangegeven dat oak diverse andere activiteiten, zoals het verrichten van werkzaamheden op de afgemeerde schepen en verfspuiten, niet zijn vergund. Standpunt verweerder Verweerder stelt zich op het standpunt dat de aanvraag uit 1997 vrij algemeen is opgesteld en dat onder de in de aanvraag genoemde werkzaamheden (conserveren) oak naaldbikhameren kan warden begrepen. Verweerder wordt daarin gesterkt door het feit dat met het naaldbikhameren aan de grenswaarden voor het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau ( =energetisch gemiddeld geluidniveau) voor de dagperiode kan warden voldaan. Het werken op omliggende schepen en verfspuiten zijn als activiteiten niet vergund. Het betreft hier een kwestie van handhaving. Beschouwing In het navolgende ga ik eerst in op het naaldbikhameren, waarbij ik inzicht probeer te geven in hoeverre deze activiteit reeds door de onderliggende vergunning was gedekt. Vervolgens sta ik kart stil bij de overige door appellanten gemelde activiteiten waarvoor geen vergunning zou zijn verleend. 3.1.1 Naaldbikhameren Een naald(en)bikhamer is een pneumatische bik- of hakhamer die gebruikt wordt voor het ontroesten en het verwijderen van verf eri lasspetters.
Een bundel naalden voert een bikkende beweging uit (zie figuur 2).
Figuur 2 Naaldbikhamer door perslucht aangedreven. (de afgebee/de hakhamer heeft 24 naa/den van 2 mm diameter en geeft 4500 bikken per minuut.
Voor het bewerken van grate oppervlakken is de bikhamer minder geschikt, deze leent zich met name voor roestverwijdering op, voor een slijpmachine, moeilijk te bereiken plaatsen, zoals hoeken en sleuven. De toepassing van de naaldhamer kent als nadeel de hoge geluidproductie, vooral omdat de geluidafstraling van het stalen schip mede bepalend is.
C)StAB
StAB/38663/H I 3 augustus 2010 I 11
Tot de onderliggende oprichtingsvergunning uit 1997 behoort een aanvraagformulier, twee tekeningen en een bijlage, genaamd renvooi (zie StAB-6). Met verweerder ben ik van mening dat de beschrijving op het aanvraagformulier vrij algemeen van aard is. In de considerans van deze vergunning uit 1997 is echter op bladzijde 4 bepaald dat het geluidonderzoek van DGMR (rapport R.93.592.A, zie StAB-5), dat is opgesteld in het kader van het saneringsprogramma, tevens deel uitmaakt van de vergunning voor zover dit onderzoek betrekking heeft op scheepswerf Koning William (als zodanig gewaarmerkt). In een saneringsonderzoek wordt normaliter aangesloten bij de representatieve bedrijfsvoering zoals die is aangegeven in een zoneringsonderzoek (zie bladzijde 17 en 18 Comprimo-rapport). In het DGMR-rapport wordt echter gesproken over een wijziging van de uitgangspunten ten aanzien van bedrijfstijden van bronnen alswel van nieuwe bronnen, reden waarom in een (eerder) rapport (R.91.374.A) de nieuwe representatieve situatie is beschreven. Dit rapport (sanering fase II) is bij de stukken van de geluidsanering aanwezig (StAB-5). In rapport R.91.374.A is op bladzijde 17 het volgende aangegeven: De bedrijfsactiviteiten zijn als volgt uitgebreid: Drie sleepboten vertrekken of komen aan in de dagperiode.
Incidenteel, dat wil zeggen minder dan 12 maal per jaar, komt het voor dat de sleepboten buiten de dagperiode aankomen of vertrekken; Toename van het aantal manuren van 24 tot 40 per dag. Tijdens deze manuren wordt er minder gehamerd, maar meer geslepen. De wijzigingen in werktijden warden in de bedrijfsduurcorrectietermen tot uitdrukking gebracht. De bronnen zijn als volgt ingevoerd: Bron 1-8: Werkzaamheden binnenschip: Hierin zijn alle bewerkingen opgenomen met uitzondering van slijpen en !assen. De meest dominante tiewerking is het hameren en bikken (L,., = 111 dB(A)). Dit is relatief afgenomen. Bij een halvering van het hameren en bikken, en een toename van de overige bewerkingen van 24 naar 40 warden de bronnen met 1 dB verminderd. Dit is verwerkt in de bedrijfsduurcorrectieterm. Bron12- 17:
Dekschuit: Hiervoor gaat hetzelfde op als de bronnen 1 t/m 8. De bedrijfsduurcorrectieterm wordt met 1 dB verhoogd.
Bron 50:
Compressor: Extra ingevoerde bran Vertrekkende sleepboot: Extra ingevoerde bran
Bron 51:
Bij het bezoek aan de werf is gebleken dat met behulp van de compressor lucht onder druk wordt geproduceerd. Deze compressor staat op de aanvraagtekening behorend bij het verzoek om de oprichtingsvergunning uit 1997. Op het terrein tussen de hellingen bevinden zich aansluitpunten voor apparaten die op luchtdruk werken. De leidingen voor deze aansluitpunten lopen onder het verharde terrein van de werf door. In dit geval zouden, gelet op de toegepaste en vergunde
CJStAB
StAB/38663/H I 3 augustus 2010 l 12
werkzaamheden, alleen slijptollen en naaldbikhamers in aanmerking komen voor het gebruik en toepassen van lucht als voortdrijving (pneumatiek) van deze apparatuur. In de saneringsonderzoeken en vergunning uit 1997 wordt echter gesproken over geluidsarme slijptollen, waartoe pneumatische slijptollen vanwege hun jankend geluid niet direct kunnen worden gerekend. Bij het bezoek bleek dat electrische slijptollen worden toegepast. De aanvraag uit 1997 en ook de geluidonderzoeken ten behoeve van de sanering hebben het slechts in algemene bewoordingen over hameren en bikken. Hieruit kan niet worden afgeleid of sprake is van handmatig bikken of bikken met behulp van een pneumatische bikhamer. Gelet op de aangevraagde compressor ten behoeve van een luchtdruksysteem op de werf, zou het er hier voor kunnen worden gehouden dat de vergunning ook betrekking heeft op het bikken met behulp van een pneumatische hamer. Resteren nog enkele kanttekeningen op dit punt. In het DGMR-rapport wordt voor het bikken en hameren uitgegaan van een bronniveau van 111 dB(A), terwijl Peutz in de rapportage (zie bladzijde 10 van stuk 2.3) voor het naaldbikhameren (pneumatisch roestbikken) uitgaat van een bronvermogen van 114 dB(A), zonder akoestische voorzieningen.
Verder neemt Peutz in de rapportage (bladzijde 8 van stuk 2.3) in het kader van de representatieve bedrijfsvoering de bedrijfsduur van het hameren en bikken van 1,2 uur over uit het Comprimo-rapport uit 1983. Deze bedrijfsduur zal volgens het geactualiseerde DGMR-rapport R.91.374.A (bladzijde 17) iets lager liggen 5 • In de tabellen van het akoestisch rapport (bijlage II, bladzijde II.2) voert Peutz voor het roestbikken (lees: naaldbikhameren) echter viermaal een bron van 108 dB(A) 6 in met een bedrijfsduurcorrectie (Cb) van 11,4 dB. Een dergelijke bedrijfsduurcorrectie 7 komt overeen met een bedrijfstijd (Tb) van 52 minuten. Voor hameren (richtwerkzaamheden e.d.) wordt viermaal een bron ingevoerd met een bedrijfsduurcorrectie van 33 dB, hetgeen overeenkomt met een bedrijfsduur van 22 seconden per bron. Totaal hanteert daarmee Peutz een bedrijfsduur van in totaal 4 x 52 minuten + 4 x 22 seconden = 209 minuten, hetgeen overeenkomt met een bedrijfsduur van 3,5 uur tijdens de dagperiode. Dit is aanzienlijk meer dan de eerder in het Comprimo-rapport genoemde waarde van 1,2 uur voor de representatieve bedrijfsvoering. Een dergelijk lange periode van het gebruik van naaldbikhamers strookt overigens met de door de heer Kerkelaan aangegeven noodzaak tot het frequenter gebruik van naaldbikhamers vanwege het verbod op koperhoudende aangroeiwerende verven (antifouling).
Zie hiervoor ook de brief van de milieudienst van Amsterdam (dossierstuk II.a) uit 2004, waar ook door appellanten in dit kader naar wordt verwezen.
5 6
7
Helft lager maar toename van 40/24 in verband met uitbreiding van 3 naar 5 mensen. Toepassing van een soort geluidafschermende abri's rond de activiteit zou het bronvermogen met 2 x 3 dB kunnen verminderen; zie paragraaf 3.2.4 van dit verslag. c, = -lOxlog T,/T0 ; met daarin T0 is 12 uur (07.00-19.00 uur).
StAB/38663/H I 3 augustus 2Q.10 I 13
3.1.2
Overige activiteiten
Door appellanten werd bij het bezoek ter plaatse gewezen op diverse andere activiteiten die plaatsvinden maar die niet door vergunning zijn gedekt. Zo werd aangegeven dat sommige dekschuiten zo fang zijn dat ze met hun achtersteven nog in het water liggen, maar dat op die achtersteven (buiten het terrein van de werf) werkzaamheden worden uitgevoerd. Ook worden aan boord van de schepen, die tot de werkvoorraad worden gerekend en rondom de werf liggen afgemeerd, werkzaamheden verricht zoals Iassen en slijpen. Tenslotte wordt verf via de zogeheten arirless-methode op de schepen gespoten hetgeen in strijd is met de vergunning. Van de zijde van verweerder werd aangegeven dat deze activiteiten inderdaad niet zijn vergund en derhalve verboden zijn. Ik kan mij met de opmerking van verweerder op het punt van het verfspuiten verenigen. Anders ligt dit voor wat betreft het werken op schepen die aan de kade zijn afgemeerd. In het verzoek om aanpassing van de grenswaarden voor het maximale geluidniveau worden namelijk activiteiten op schepen aan de kade genoemd 8 • Zie hiervoor bladzijde 2 van de aanvulling op de aanvraag, Peutz 15 juli 2009, dossierstuk 2.5. Daarbij zijn bronniveaus op schepen aangegeven vanwege Slijpen en hameren.
Gezien de maatvoering van de bijlage bij dit rapport en de gemiddelde breedte van een dekschuit/schip van 5,5 meter, zijn de bronnen geprpjecteerd op een tweede/derde rij van afgemeerde schepen vanaf de kade gerekend 9 over een groot deel van de lengte van die kade. De opmerking van de zijde van verweerder dat het hier gaat om reeds door vergunnJng gedekte activiteiten deel ik op dit punt niet. De vergunning voor de dekschuit voor het schoonspuiten en coaten van kleine schepen heeft namelijk betrekking op een specifieke ligplaats fangs de kade en heeft geen betrekking op lassen, slijpen en hameren aan boord van deze dekschuit. Ik stel derhalve vast dat thans activiteiten zijn beschouwd en beoordeeld waarvoor in het verleden geen vergunning is verleend. Overigens zal een en ander voor de beoordeling van specifiek de maximale geluidniveaus niets uitmaken 10 •
3.1.3
Resume
De aanvraag om vergunning uit 1997 en ook de van die vergunning deel uitmakende geluidonderzoeken ten behoeve van de sanering spreken slechts in algemene bewoordingen over hameren en bikken. Hieruit kan niet worden afgeleid of sprake is van handmatig bikken of bikken met behulp van een pneumatische bikhamer. Gelet op de in die tijd aangevraagde en vergunde compressor ten behoeve van een luchtdruksysteem op de werf en de toepassing van geluidarme slijptollen, zou het er hier voor kunnen worden gehouden dat de vergunning ook betrekking heeft op het bikken met behulp van een pneumatische hamer. 8 9 10
Vermeld is dat het gebruik van de hellingen wordt verminderd, hetgeen voor klanten kostenbesparend kan werken. Zie ook de situatieschets in de zienswijze van omwonenden, bijlage van dossierstuk 2.10.
Voor de energetisch ge~lde of equivalente geluidsniveaus wellicht wel. ~
QStAB
StAB/38663/H I 3 augustus 2010 I 14
De verleende vergunning voor het hameren en bikken heeft betrekking op een periode van hooguit 1,2 uur gedurende de dagperiode. In het bestreden besluit wordt uitgegaan van een bedrijfstijd van bijna 3,5 uur per dag. De vergunning( en) hebben geen betrekking op activiteiten aan board van schepen die liggen afgemeerd rand de werf, met uitzondering van schoonspuiten en coaten van kleine schepen aan board van een dekschuit op een vaste locatie. In dat opzicht warden in het verzoek om aanpassing van de geluidgrenswaarden voor het maximale geluidniveau ten onrechte activiteiten aan board van schepen beschouwd en beoordeeld. Het spuiten van verf is in de onderliggende vergunning verboden.
3.2
Verhoging maximale geluidniveaus
Standpunt appellanten De vergunde grenswaarde van 75 dB(A) biedt geen waarborg tegen geluidhinder. Deze maximale geluidniveaus treden op vanwege activiteiten in de buitenlucht. Deze activiteiten zijn niet als BBT aan te merken. Bij nag hogere geluidniveaus is de situatie binnen een woning onleefbaar. De 12-dagen regeling is verder niet handhaafbaar. De verhoogde grenswaarden zouden niet mogen warden toegestaan. Standpunt verweerder Verweerder is van mening dat de activiteiten van de werf kunnen warden uitgevoerd binnen de reeds vergunde equivalente geluidsruimte. Aanpassing van de vergunning kan niet warden geweigerd op de overschrijding van piekniveaus. Alie denkbare mogelijke maatregelen zijn in relatie tot de vergunde situatie bezien en voor zover mogelijk zijn deze in een middelvoorschrift vastgelegd. Daarmee is invulling gegeven aan BBT. Beschouwing De vraag in hoeverre ten gevolge van het opnemen van grenswaarden voor het maximale geluidniveau de bedrijfsvoering van dit bedrijf op een geluidgezoneerd industrieterrein niet onmogelijk mag maken, acht ik een juridisch aspect waar ik in dit kader verder niet op inga. Ik volsta te verwijzen naar een op dit punt vrij recente uitspraak -na datum van het bestreden besluit- van de Afdeling (ABRvS 200907100/1 van 30 juni 2010).
Omdat de ~t geluidhinder en de daarop gebaseerde besluiten niet voorzien in afzonderlijke grenswaarden ten aanzien van het maximale geluidniveau heeft verweerder op dit punt gebruik gemaakt van de Handreiking industrielawaai en vergunningverlening van de Minister van VROM. Daarin is op bladzijde 16 aangegeven dat overdag ter voorkoming van geluidhinder van piekgeluiden geen hogere grenswaarden voor het maximale geluidniveau mogen worden vergund dan 70 dB(A). In het geval dat er sprake is van een voor de bedrijfsvoering onvermijdbare situatie waarin technische .noch organisatorische maatregelen soelaas bieden om het geluidsniveau te beperken, zou volgelis de Handreiking de grenswaarde van 70 dB(A) voor de dagperiode met ten hoogste 5 dB mogen warden overschreden.
(jStAB
StAB/38663/H I 3 augustus 2010 I 15
Verweerder heeft op grand van het rapport Peutz (aanvraag) in het nieuwe voorschrift 1.2.1 de grenswaarden voor het maximale geluidniveau verhoogd. Daarbij zijn grenswaarden van onder meer 75 dB(A) vergund voor referentiepunt 5 en 71 dB(A) voor referentiepunt 7. Als referentiepunten zijn de meetpunten uit het oude voorschrift Bl uit de vergunning uit 1997 gehanteerd. Het betreft de punten 4, 5, 6 en 7 die zijn weergegeven onder N. van de vergunning uit 1997 (Bijlage Geluidszonekaart11 ). Uit het rapport van Peutz (aanvraag) is te herleiden dat de hoogste waarden voor het maxima le geluidniveau naar verwachting zullen optreden vanwege het gebruik van de naaldbikhamers, slijpen en het schoonspuiten met water ('waterstralen') enerzijds en het hameren (vooral het gebruik van voorhamers bij richtwerkzaamheden) anderzijds. In het navolgende richt ik mij op de maximale geluidniveaus van met name deze twee groepen activiteiten.
3.2.1
Maximale geluidniveaus vanwege gebruik van naaldbikhamers, ·slijpen en waterstralen. Uit het rapport van Peutz behorend bij de aanvraag blijkt (bladzijde 10, stuk 2.3) dat het bronvermogen van het gebruik van naaldbikhamers 114 dB(A) bedraagt. In het bedrijf wordt volgens het rapport gebruik gemaakt van een mobiele geluidafschermende omkasting (een soort abri) waardoor degene die aan het roestbikken is feitelijk in een soort afgeschermde ruimte staat. Het effect van deze omkasting wordt door Peutz op 3 dB geschat waardoor in het rapport een bronvermogen is aangegeven van 111 dB(A). Omdat de geluidafstraling van het schip een belangrijke bijdrage zal leveren (aangegeven in paragraaf 3.1.1) is door Peutz voorgesteld om de omkasting grater te maken, waardoor een grater deel van de geluidafstralende scheepshuid wordt afgeschermd. Deze zou vanwege de mobiliteit in twee delen moeten warden uitgevoerd. Aldus is volgens Peutz een extra geluidreductie te verkrijgen die oak in _de orde van 3 dB wordt geschat. Om die reden is uiteindelijk in tabel 3 op bladzijde 11 een bronniveau voor het naaldbikhameren van 108 dB(A) gehanteerd. Voor 'waterstralen' wordt in dezelfde tabel uitgegaan van een bronniveau van 108,5 dB(A) en voor slijpen wordt een niveau van 106 dB(A) genoemd. Deze geluidniveaus zijn als bronvermogen voor het energetisch gemiddeld geluidniveau (Lw,) realistisch.
Op bladzijde 14 van het Peutz-rapport zijn voor deze activiteiten de maximale geluidimmissieniveaus (Lwc,maxl genoemd die tussen 2 en 9 dB hoger liggen dan de bronniveaus. Derhalve zijn maximale geluidimmissieniveaus te verwachten van 115, 113 en 110 dB(A) ten gevolge van respectievelijk slijpen, roestbikken en waterstralen. In de tabel op bladzijde 15 zijn de berekende maximale geluidniveaus van deze activiteiten bij de referentiepunten berekend, welke in enkele gevallen meer dan 70 dB(A) maar minder dan 75 dB(A) zullen bedragen.
11
Ik maak hierbij de kanttekening dat de geluidszonekaart en de saneringsrapporten uitgaan van een situatie waarbij de werf groter in terreinomvang was. Het verzoek om vergunning gaat echter al uit van een kleinere werf. Meet/vergunningpunt 4 dat in het kader van de zonering/sanering werd gehanteerd, wordt thans afgeschermd door het nieuw gerealiseerde kantoor op het vroegere deel van de werf.
(jStAB
StAB/38663/H I 3 augustus 2010 I 16
Naast het vastleggen van de maximale waarden van de optredende geluidbelasting bij de referentiepunten in voorschrift 1.2.1 heeft verweerder in voorschrift 1.4.1 vastgelegd dat bij het machinaal roestbikken en het waterstralen te alien tijde gebruik meet warden gemaakt van een mobiele geluidisolerende omkasting, die voldoende groat meet zijn om het geluidafstralend deel van de scheepshuid af te schermen 12 • Verder meet gebruik warden gemaakt van geluidarme slijpschijven dan wel lamellenslijpschijven 13 (voorschrift 1.4.3). Deze voorzieningen kunnen voor een bestaande en vergunde scheepswerf als de onderhavige, als de best beschikbare technieken (BBT) warden aangemerkt. Of de door de scheepswerf gebruikte constructie van een verrijdbare omkasting daadwerkelijk de door Peutz noodzakelijk geachte afscherming van 6 dB zal bezitten, zal uit een nadere verlangde geluidmeting (voorschrift 1.1.2) moeten blijken. Indien de afscherming niet wordt gebruikt dan wel dat de afscherming minder bedraagt dan is aangenomen, kunnen tot maximaal 6 dB hogere waarden in de omgeving optreden. Daarbij zullen de immissiewaarden op het bepalende referentiepunt 5 uiteindelijk maximaal 79 dB(A) kunnen bedragen 14 •
3.2.2 Maximale geluidniveaus vanwege het hameren Het gaat hierbij om geluidpieken die kunnen optreden als gevolg van het hameren op de scheepshuid of andere te bewerken stalen onderdelen. Gedacht meet hierbij warden aan het met hand bikken met een hamer of het hanteren van een zware voorhamer ten behoeve van richtwerkzaamheden. Met het laatste wordt bedoeld het vervangen van een stuk scheepshuid. De te vervangen stukken scheepshuid !open vaak rand. Daarvoor kan een stuk metalen plaat eerst warden voorbewerkt met behulp van een buigpers (randing). Nadat het stuk met lassen is vastgehecht, kan de plaat vervolgens met behulp van een zogeheten 'dommekracht' (zie figuur 3 hiernavolgend) verder in positie warden geduwd/ getrokken. Het resterende, nag verder, gekromde stuk zal dan met behulp van een voorhamer op zijn plaats moeten warden geslagen. Door Peutz is aangegeven (bladzijde 11) dat vanwege de hiervoorgenoemde activiteiten maximale geluidimmissieniveaus van 110 to 125 dB(A) zijn te verwachten. Omdat de richtwerkzaamheden qua aard nogal uiteen kunnen lopen is Peutz voor de normale bedrijfsomstandigheden (komt het meest voor) uitgegaan van een geluidimmissieniveau van 115 dB(A). Voor de omstandigheden die niet vaak voor komen maar waar voor het hameren bijzonder veel kracht meet 12
13
14
In de stukken wordt oak gesproken over een geluidafschermende flap. Bij het bezoek bleek het te gaan om een ijzeren balk met daaraan lamellen van rubber. De kraan kan deze constructie bij een geluidproducerende activiteit hangen om een zekere geluidafscherming te berelken. Deze flap is niet in de vergunning vastgelegd. Het effect daarvan acht ik overigens oak niet bijzonder groat. Momenteel wordt de flap niet of nauwelijks gebruikt omdat de kraan standaard op een dekschuit langs de kade staat opgesteld (zie foto's, StAB-8). Hierdoor kan slechts een heel klein deel van de werf warden bestreken. Volgens de heer Kerkelaan wordt de kraan oak soms op _ karwei elders gebruikt en om die reden met een boot versleept. Gebruikelijk zijn keramisch gebonden slijpschijven. Lamellen-slijpschijven bestaan uit ander materiaal (bijv. glasvezels) hetgeen tot 15 dB(A) reductie kan leiden ten opzichte van de standaard schijven. In de tabel is door Peutz aangegeven dat door de provincie op het ten opzichte van punt 5 veel verder gelegen referentiepunt 7 al eens geluidniveaus van 75 dB(A) zijn gemeten.
CJStAB
StAB/38663/H l 3 augustus 2010 I 17
warden gebruikt, zijn volgens Peutz geluidpieken van 125 dB(A) mogelijk. De verwachting is volgens Peutz dat de laatstgenoemde pieken niet vaker dan 12 dagen per jaar zullen optreden en dan slechts gedurende zeer korte tijd. Maatregelen om deze pieken van het hameren te minimaliseren, zijn niet voorhanden. Bij het bezoek ter plaatse heb ik geprobeerd inzicht te verkrijgen in de situaties wanneer de 'normale piekniveaus' en de 'incidentele pieknivaus' zullen kunnen optreden. De heer Kerkelaan kon dit onderscheid niet geed aangeven. Wei is duidelijk geworden dat het in beide gevallen gaat om activiteiten die tot de representatieve bedrijfsvoering moeten warden gerekend.
Figuur 3
Dommekracht
In de tabel op bladzijde 15 van de aanvraag heeft Peutz berekend dat de hoogste pieken vanwege het 'normaal hameren' op referentiepunt 5 maximaal 75 dB{A) zullE?n bedragen. Als gevolg van het incidenteel luidruchtig hanieren kunnen volgens Peutz, mede gelet op het voorgaande, nag 10 dB hogere pieken optreden. Zeals aangegeven heeft verweerder de maximale waarden van de optredende geluidbelasting bij de referentiepunten in voorschrift 1.2.1 vastgelegd. Voor referentiepunt 5 is daarbij een grenswaarde van 75 dB(A) vastgelegd. Voor de incid.entele luidruchtige hameractiviteiten heeft verweerder in voorschrift 1.3.1 en 1.3.2 vastgelegd dat deze niet meer dan twaalf keer per jaar mogen plaatsvinden (per keer tussen 08:00 en 16:30 uur) en dat daarbij de grenswaarden uit voorschrift 1.2.1 met niet meer dan 4 dB mogen warden overschreden. Los van de vraag in hoeverre duidelijk zal zijn of hier, gezien het voorgaande, sprake is van normale dan wel incidenteel luidruchtige hameractiviteiten 15 (kwestie van handhaafbaarheid), zijn door verweerder voor de luidruchtige hameractiviteiten geluidniveaus vergund waaraan blijkens de aanvraag niet kan warden voldaan. Zeals gezegd zullen de luidruchtige hameractiviteiten namelijk 10
15
Beide activiteiten warden gerekend tot de representatieve werkzaamheden van de werf (richtwerkzaamheden).
CJStAB
StAB/38663/H I 3 augustus 2010 ! 18
dB hoger kunnen liggen (maximaal 85 dB(A)) en is slechts een toename van 4 dB toegestaan (79 dB(A)). Terzijde merk ik nog op dat in het verweerschrift ten aanzien van de 12-dagen regeling een verhoging tot 81 dB(A) wordt genoemd. Abusievelijk wordt hierbij gedoeld op het in de overwegingen van het besluit genoemde niveau dat kan optreden bij het, niet zo fang geleden aan de kade van scheepswerf 't Kromhout met ligplaatsvergunning, afgemeerde woonschip 'Finngerd'. Het betreft daarbij overigens een maximale geluidniveau dat kan optreden als gevolg van de 'normale' hameractiviteiten.
3.2.3 Resume Er zijn op de referentiepunten uit de onderliggende vergunning (afkomstig van zonering en sanering) grenswaarden voor het maximale geluidniveau toegestaan vanwege het gebruik van naaldbikhamers, slijpen, hameren en waterstralen. De grenswaarden bedragen bij sommige referentiepunten meer dan 70 dB(A) maar zullen maximaal 75 dB(A) bedragen. Daarbij is aansluiting gezocht bij de ontheffingsmogelijkheid uit de Handreiking industrielawaai en vergu nn ingverleni ng. In de voorschriften zijn voorzieningen opgelegd die als BBT kunnen worden aangemerkt. Of de door de scheepswerf gebruikte constructie van een verrijdbare omkasting (in voorschrift verlangd) daadwerkelijk de door Peutz noodzakelijk geachte afscherming van 6 dB zal bezitten, zal uit een nadere verlangde geluidmeting (voorschrift 1.1.2) moeten blijken. Bij de maximale geluidniveaus van het hameren is uitgegaan van normale en incidenteel luidruchtige hameractiviteiten. Het onderscheid tussen beide activiteiten is niet eenduidig vast te stellen. Bij de luidruchtige hameractiviteiten zullen geluidniveaus kunnen optreden die 10 dB hoger kunnen liggen dan bij de normale activiteiten. Hierbij zijn geluidniveaus van maximaal 85 dB(A) op de referentiepunten te verwachten.
Op grond van de voorschriften is voor deze incidentele luidruchtige hameractiviteiten slechts een verhoging van de grenswaarde van 75 dB(A) met 4 dB op de referentiepunten vergund.
LJStAB
StAB/38663/H I 3 augustus 2010 I 19
Bijlagen StAB-1 StAB-2 StAB-3 StAB-4 StAB-5 StAB-6 StAB-7 StAB-8
OStAB
Informatie over het gebied De Kadijken in Amsterdam. Informatie over scheepswerf 't Kromhout. Krantenartikel uit 1994 met betrekking tot 'sanering' scheespwerven. Stukken met betrekking tot geluidzonering industrieterrein 'KadijkenOost'. Stukken met betrekking tot geluidsanering industrieterrein 'KadijkenOost'. Stukken met betrekking tot oprichtingsvergunning scheepswerf Koning William uit 1997. Besluit uit 1999 met betrekking tot naast scheepswerf gelegen perceel Hoogte Kadijk 145a Fate's werf en omgeving.
StAB/38663/H I 3 augustus 2010 I 20
Genummerde StAB-stukken
Qdijken
Nieuwe Vaart- als Entrepotdokzijde een flink aantal Het Zeemanshuls aan het nieuwe woningen is gerealiseerd. Verder zijn er Kadijksplein in 190 I kleine bedrijfjes en kantoren gevestigd in het Entrepotdok en in enke!e door de buurt verspreide bedrijfsverzamelgebouwen. T enslotte zijn er enke!e horecavestigingen op en rond het Kadijksplein. Aan dit plein staan ook het Zeemanshuis en het poortgebouw van het Entrepoc, beide uit de [9e eeuw. Winkels ontbreken in deze buurt vrijwel geheel. Korte historie
Jn de periode 1585- f 662 heeft Amsterdam een viertal stadsuitbreidingen gekend. Deze waren nodig om de snel toenemende bevolking - de stad groeide in die periode van 30.000 naar 200.000 inwoners - woonruimte te bieden. Daarnaast nam vanwege de economische expansie ook de vraag naar grond voor bedrijven en opslagruimte toe. Met name de scheepsbouw ontwikkelde zich tot een ruimtegebruiker van de eerste orde. De uitbreidingen vonden voor het grootste deel plaats aan de oostkant van de stad, waarbij buitendijks land met een primair agrarische functie bij de stad werd ingelijfd. Het Kadijkseiland ontstond bij de vierde uitbreiding, die werd voltooid in ! 663. eerste belangrijke activiteit die op de Kadijken tot ontwikkeling kwam was de scheepsbouw. Op de strook tussen de Nieuwe Zeedijk (de huidige Hoogte Kadijk) en de Nieuwe Vaart vestigden zich verschillende scheepswerven. Daarvan zijn nu nog Koning William en l Kromhout, beide ontstaan in de IBe eeuw, ove_rgebleven.
oe
1
De strook ten zuiden van de Nieuwe Zeedijk had, net als de Plantage, aanvankelijk een rec~eatieve bestemming. Begin IBe eeuw werden de eerste pakhuizen a.an het Entrepotdok (toen Rapenburgergracht geheten) gebouwd. Ruim een eeuw later Werd die pakhuisbebouwing in oostelijke richting uitgebreid met •-..:_..:;.;.:...•·-.. -~ een groot aantal nieuwe pakhuizen, Werf 't Kromhout aan de Nieuwevaart loodsen en magazijnen. Met een lengte van 800 meter zou het een van de langste pakhuiscomplexen van Europa worden. Tezamen vorn1de het complex tot 1895 het Algen1een Rijksentrepot, waar goederen tijdelijk konden word en opgeslagen, zonder dat daarover invoerrechten hoefden te worden betaald. Ditter stimulering van de transitohandel in een tijd dat Amsterdam veel concurrentie ondervond van and ere havens. Eind ! 9e eeuw we rd het entrepot verplaatst naar de Cruquiusweg in het oostelijk havengebied.
In de 19e eeuw werd de Nieuwe Vaart een belangrijk havenbekken. Pakhuizen met laad- en losfaciliteiten gingen het beeld domineren en de scheepsbouw verdween nagenoeg. De sociale gevolgen hiervan waren ingrijpend. Naast een sterke bevo!kingsgroe! veranderde ook het soorr Stoomschepen KNSM in Nieuwe Vaart rond bev1oners. Geschoolde arbe1ders 1900 IT;aakten p\aats ',>c;or ongeschoo\dE:: havenwerkers, voor een groot dee! aangetrokken van buiten Amsterdam.
http://wcob.nl/index:php?id=66[22-7-20 IO JO: 12:29]
Arl;!sterdam.nl - Typisch Amsterdams - Werf 't Kromhout
Typisch Amsterdams - Werf '! Kromhout
[+] Typisch Amstcrdams geschiedenis
20 ougustus 2009 - Johanneke Helmers
De Hcogte Kadijk wc:s halverwege de 18e ee!.!w een dijk d!e Amsterdam van het water scheidde. Aan die dijk ontstond in 1757 tussen de pakhuizen Scheepswerf 't Kromhout. De pakhuizen werden in de 20e eeuw omgebouwd tot woningen of gesloopt, maar de werf werd van de slopershamer gered.
Op deze pagina
Het houten tijdperk
[<] Machines in pl<1<1ts van schepen
Nee!tje Hendrikse de Vries kocht op 11 mei 1757 een stuk grand voor haar man, scheepstimmerman Doede Jansen Kromhout. Deze 1 bouwde er een werf. En zoals gebruikelijk kreeg de werf de naam van de elgenaar. Dat was sowieso een goede naam voor een werf. Een kromhout is namelijk een krom stuk hout zoals dat in de boomstam groeit. Bij de bouw van een schip waren er vele nodig als spanten
[ <] Het houten tfjdperk [ <] Het ijzeren tijdperk [ <] Crisis en modernisering
[ <] Nieuwe fabriek [ <]' V.terfmuseum 't Kromhout
Zie ook
Internet
voor het bijeenhouden van de planken.
[>] Website Machinekamer Het ijzeren tijdperk Met de volgende eigenaar ging een ijzeren tijdperk in voor de scheepswerf. Daniel Goedkoop Sr. kocht op 11 maart 1867 de in verval geraakte werf voor zijn zoon D3ni!!I Goedkoop Jr. en zijn schoonzocn Johannes Kloos. De werf werd gehee! herste1d. Op juniors 17de verjaardag, 6 mei 1867, opende de werf de deuren en begon een nieuwe fase voor het bedrijf.
[> J Website Wert 't Kromhout
't Kromhout was net als de meeste van de 26 Amsterdamse werven
een klein bedrijf. Het waren dan ook kleine zeeschepen en binnenvaartuigen die onder de houten overkappingen op de he!lingen kwamen. IJzer begon in die tijd langzaam het hout te vervangen. Van 1867 tot 1894 werden er 267 schepen gebouwd op de werf. Crisis en modernisering
brak er crisis uit. Om 1oosheid te voorkomen ging Goedkoop reorgan!seren. Hij kocht op een veiling een ijzeren overkapping. Deze nam de plaats in van de oude houten overkappingen. De nieuwe kap had een breedte van 20 m:::tc~ er: :::en k::i;ite v::m 50 meter. Onder de kap kwam een nieuwe, door Goedkoop zelf ontworpen 40 meter iange sleepheHing met stoomkracht. In 1874 was er namelijk een stoommachine acingeschcift voor het in beweging brengen van de werfrnachines. NOg een be!angrijke rnodernisering kwam in 1888. Een dynamo van 25 ampere en 65 volt, aangedreven door de stoommachine, zorgden voor verlichting van de werf. Vermoedelijk was deze scheepswerf de eerste in Amsterdam die van een e!ektrische verl1chting werd voorzien.
Machines in plaats van sc:hepen Jan Goedkoop, de derde zoon van Daniel Jr., trad in 1899 toe tot de directie van de werf, waar zijn oudere broer al werkzaam was. Jan was van oorsprong machinist en meer geTnteresseerd in machinedan in scheepsbouw. Naast schepen ging het be:ir!jf oo'K machines bouwen. Het was Jan Goedkoop die eerst de
http ://W..,.l'.}.f. amsterd,o;-m. n!/<c.tad _in_beeid/typlsc:h. _a <nste1·da, ns/iyµisch_ a msterdams_-_8?.e..ctltm!dt=4738[22- 7-201 O 9; 54: 18]
• 'Al;; de grachten schoon zijn, hebben wij geen vuil slib' Milieu-eisen drijven werfjes tot wanhoop-Archief- de Volkskrant
VKbcn2n
VK1ei1en
H;;1( Er; Ziel
VKb!og
VKgesclliedeDis
Cinemo;..nl
'Als de grachten schoon zijn, ARCHIEF hebben wij geen vuil slib' Milieueisen drijven werfjes tot wanhoop Rf
Download de VK iPhone app
!nloggen Online krant
WEB WINKEL
TAGE, DAMARIS BEEMS op 02juli '94, 00:00, bijgewerkt 15 januari '09, 20:26
De paar werfjes uit de Gouden Eeuw die Amsterdam nog heeft, krijgen te
maken met strenge milieumaatregelen. Om daar onderuit te komen, zodat ze toch actief kunnen blijven, moeten ze het aantal schepen per jaar tors
terugbrengen. De werfeigenaars zijn wanh_opig. 'lk kan niet leven van cultuurhistorische motieven.' Van onze verslaggeefster
12 albums voor € 64,95! De 12 beste liveoptredens van de afgelopen
decennia in een unieke cd reeks. Met o.a. Coldplay, Nirvana, David Bowie, James Bmwn en The Rolling Stones. Direct Jeverbaar!
Damaris Seems AMSTERDAM Al ruim drie eeuwen heeft Amsterdam scheepswerven binnen zijn grachtengordel. Ooit waren het er tweehonderd, nu zijn er nog zeven werfjes uit de zeventiende eeuw over. De grond is door het jarenlange lassen, teren en repareren van boten emstig vervuild met teer, k:wik, koper en lood. En nu moeten de huidige eigenaren betalen voor het vieze verJeden van hun voorgangers en dure miheumaatregelen nemen op de hellingen. De milieudienst van de gemeente Amsterdam heeft daarom een reddingsp!an gepresenteerd, maar de eigenaren van de scheepswerven zien er niet allemaaf iets reddends in. 'D ::laan is door vorige generaties te rigoureus geschoond van bedrijvigheid. Die 10ut mogen we niet weer maken', zegt J. Cleij, directeur van de mi!ieud!enst in Amsterdam.
WEBWINKEL
Wijnpakket Limburg Heerlijke zomerwijnen van eigen bodem, geselecteerd door Onno Kleyn. 6 flessen voor slechts € 57,-
'Als je de kerk in het dorp wilt laten, moet je de k!eine lettertjes van de wet niet op deze scheepswerven loslaten. Dan redden ze het niet. Maar we hebben nou eenmaal met de milleu-eisen van deze tijd te maken.' Dus bedacht Cleij een reddingsplan. De werfjes uit de Gouden Eeuw hoeven niet helemaar te voldoen aan de mi!ieuwetgeving - over vijftien jaar wordt de grand in deze buurt toch gesaneerd - maar dan mogen ze per jaar maar een klein aantal schepen op de helllngen hebben. En dat is de doodsteek voor onder anderen C. Kerkelaan van scheepswerf Koning William op de Ooste!ijke E!Janden. Op de drie hel!ingen van deze werf warden nu jaar!ijks honderddertig schepen schoongemaakt en gerepareerd. Met de milieuvoorzieningen die Kerkelaan nu heeft, zouden dat er nag maar dertig mogen zijn. 'lk kan niet leven van cultuurhistorische motieven. lk verdien vljfentwintig jaar mijn brood met rnijn werf, historie of niet. Jk ben gewcon ondernemer. A!s de gemeente echt wil dat wij hier b!ijven zitten om historische en culturele motieven, en ens een paar boten per jaar wil !aten repareren, moet ze me op de !oon!ijst van de gemeente zetten, een pet geven en er een museum van
n i)://www. vol ks kran!. nl/arch ief_gm tis!article6 l 877 l . ece!Als _de _grachten _schoon ___zijn .. _hebbc.n __wi.i_geen __vuil __ sl ib _M iiieu-eisen_ d rijven. __werfjes _tot_wanhoop[22-7-10 l 0 I 0:09: 51.J
• 'A• de grachten schoon zijn, hebben wij geen vuil s!ib' Milicu-eisen drijven werfjes tot wanhoop- Archief- de Volkskrant
Word Volkskrant-fan op Doe de Tourquiz en win Doe het onderzoek 'Het Facebook een racefiets Nieuwe Werken'
Volg de Volkskrant op Twitter
win mooie prijzen!
RSS
Service Bezorging Vakantie Abonnement wijzlgen
Abonnementen Proefabonnement Vast abonnement Zaterdagplus abonnement
Feed laatste nieuws Feed videoreportages Overzicht RSS-feeds
Nieuwsalerts E-mail nieuwsbrief E-mail nieuws alert SMS nieuws alert
Nieuwe media Mobiel Nieuwsklikker Widgets & gadgets
Speel de popquiz en
de Volkskrant Adverleren Copyright Contact
de Volkskrant is onderdeel van de Persgroep Nederland, andere uilgaven van de Persgroep Nederland zijn AD, Trouw en He! Paroo!.
hllp:/iwl'f',l! .volbkranL11iinrchief._gra!isfm~dcJe618TI : .er·r:-//', is. de_ grachte;;11 _schorn1 _:-rjn, '..;cblxn_y:~i
~'.ll ~lib_Mi!icu-ei~cn _ddiven
wcr:ljrs __ tot Wllnhnnp[22-7-2010 IO:G9:51]
:l~ttii:i
; ' __:;O
':~
:·' ,_._.,-_' ',-:'·"'"
;-,
·-- .
' - -t:: ~
'._
.·--..._ ...
-----
·~
;,;
~
..
.
-~,
-·
J_ •... ,.__ .
----
-.--:-:--:._
·-.
-
·. g"ewi]zlgd-~--esnfsrw scit r,·ew --....:. .
i· ; lj . ,if11 • I ! ·U:::f.. !/ .r ':/ (J/ -- -?f-J-/ ;/i ;' . ff-; J.1.1; . I;
·1 o-
/1:
-i ::'
,
.•
1/ IJ
.')
.. ;.
O&\'.' Dage!i jlcs b 0 sh u rr .
~~mo>t-f~~
:;
-~- -~
@fflj
I.
, ,_ . - --·-
i -
- .f
I -
1 1 //i!i~·p
. ·- - -
VASTG.ESTELD. BIJ BES .
- ...
ct.cl.
"2..\:l~&~108b_ no. \C
_
dd tP-11.- /'5<Jf
.
,?fifffv,ffi-
GELU I DZO NE KAART · CATEGORl A-lNRlCHT!NGEN IN HE'T.INDU KADU!--1::N OOST TRIEGEBlED
_J-.
,
. : _-;;~
r ~ ; ~-- ------
__ ]
_]
_J'----_ -
] ... -.
] __ _
J-------
-11 '--Ji
0
~)
SCJ-_:{AAL
- ") (\:\('"\ ~LVVU
.J
Gelui.drapport betreffencie·:·~· · ~ )
Cluster; W:ekQ .. R. v., /t !C.romliout,...-/ . . \...._~ I Gemeente Energ:i:e &=d.:i:ij f, Hbogte Kad:i:j~(.loct; Amsterdam Comprimo ordernurrrrner: 00-20096:...2/3/4
•
Co.mpriino B.. V.
Datum
Maart 1983
B-ehan_deld door: A. F. Lori aux C.G.A.~
COM 0 RIMO
8.V.
AMSTEROAl,1
CUROPAHUIS. JAMES WATTSTRAAT ;>g POSTBlJS -'12!:1
!OQ9 P..C AMSTEROP..M
TV_LO::FOCN i020) -'.'08 gi, 1
van Oudenaren
I:NHOU::J
pagina
i. 2~
Inleiding
1
Samenvatting.
3
3. Probleem en normste.lling. 21:
4. Berekeningsmethode.
25
5. Meetverslag.
;
/
'"
1
l ]
] ] ] ) -,
I'
"~
i
"'
)
•
Comprimo b.v.
1.
IN""LEIDING.
In opdracht van de afdeling Hinderwet van de Dienst Bouw- en Woningtoezicht van de Gemeente Amsterdam, is bij de sch.eepswerven t-Teko
B~V.,
en ' t Kromhout en b.i.j t.i.et Gemeente Energie Bedrijf,
een akoestisch onderzoek verricht,
t.b~v-
zonering rend A-inrlch-
tingen.
Dit rapport beschrijft het onderzoekresultaat van de drie inrichtingen tezamen (de zgn. Cluster}. alsmede de situatie, waarin het G.E.B. als enige de geluidbelasting verocrzaakt (de zgn. nachtwaardel.
Het onderzoek heeft betrekking op de Clus.ter ~"leko,
't Kromhaut en
het Gemeentelijk energie hedrijf. De zonering van verk.eer wordt in dit onderzoek niet meegenomen en
dient apart te ge.Deuren. De geluidbelasting van het verkEer wordt niet b~j de geluidbelasting van de industrie opgeteld.
De sch.eeps:werv-en Weko en 't Kramb.out houden zich beziq met_ ni.euwhouw. en reparatiewerkzaamheden. Het onderzoek bij het G.E.B. heeft zich in h.oofdzaak gericht op het trafo. station.
De firma Weko heeft geen Hinderwet vergunning.
•
't Kromhout heeft een Provinciale "rergunning.
He·t G.E.B. heeft een Hinderwet vergunning onder nummer 157 HW,
In geen van de ·vergunningen s.taan geluideisen vermeld.
1962~
-2-
1.
(vervolg) .
De hoofdlijnen van het·akoestiscQ onderzcek zijn:
a_
Het vaststellen van de huidige 50, 55 en 60 dB(Al contour bij een denkbare gemiddelde Dedrijfssituati_e. H.i.erbij Wordt uitgegaan. van een vrije veld situati.e, waarhij met Delullp van Dronmeting en extrapolat£e de contouren warden Derek.end.
b.
contr:oie van de bronmeting en .Derekeningen door middel van een
•
voldoende aantal i:rmnis.siemetingen random het bedrijf op representati:~ve
punt!.en .. )
Naar aanleidi.ng van het schr:i:jven van de staf Hinderwet en M:ilieuzaken, d .. d .. 0.4 februar± 1983, zijn in dit rapport geen vcorstellen omtrent zonering en sanering gedaan.
Bij de metingen en bereJc.eningen warden als uitgangspunteh gebruikt:
de·
11
ffandlei:_iliJ.1.g meten en rekene_n- industr±elawaai, ll..-HR-13--01",