RIB.pdf
Tekst van het document
Raadsinformatiebrief Afdoening motie
Aan: Datum Portefeuille(s) Portefeuillehouder(s): Behandeld door Onderwerp
De leden van de gemeenteraad van Amsterdam 8 juli 2025 Coördinatie Bedrijfsvoering; Duurzaamheid, Energietransitie en Circulaire Economie Hester van Buren, Zita Pels Facilitair Bureau, Bestuurszaken.fb@amsterdam.nl Afdoening motie 440.24 tijdspad afbouw CO2 scope 3 uitstoot gemeentelijke organisatie
Geachte leden van de gemeenteraad, In de vergadering van de gemeenteraad van 9 en 10 oktober 2024 heeft uw raad bij de behandeling van de Rapportages Duurzaamheid (agendapunt 19) motie 440.24 van raadsleden Van Munster en IJmker van GroenLinks aangenomen. Daarin wordt het college gevraagd om: 1. Een tijdspad te ontwikkelen met concrete doelstellingen voor het afbouwen van de CO2 scope 3 uitstoot van de gemeentelijke organisatie in lijn met de duurzaamheidsdoelstellingen van de gemeente Amsterdam; 2. De raad jaarlijks te informeren over de voortgang en resultaten hiervan. In deze raadsinformatiebrief stelt het college reductiedoelstellingen vast voor CO2-uitstoot in scope 3* in verschillende termijnen (tijdspad), in lijn met de duurzaamheidsdoelstellingen van de gemeente Amsterdam. Het college informeert de raad jaarlijks in de Verduurzamingsrapportage over de voortgang op de duurzaamheidsdoelstellingen van de gemeente Amsterdam, waaronder CO2-uitstoot in scope 3 van de gemeentelijke organisatie. Reductiedoelstellingen We hebben reductiedoelstellingen voor CO2-uitstoot in scope 3 van de gemeentelijke organisatie opgesteld. Deze liggen in lijn met de duurzaamheidsdoelstellingen van de gemeente Amsterdam en met internationale afspraken over reductiedoelstellingen voor broeikasgassen. In bijlage 1 vindt u de onderbouwing van de doelstellingen.
De nieuwe reductiedoelstellingen voor CO2-uitstoot in scope 3 voor de gemeentelijke organisatie zijn: ▪ 2030: 60 procent reductie ten opzichte van 1990. Dat komt neer op een maximale uitstoot van 354 kiloton CO2-eq. in 2030. ▪ 2040: 90 procent reductie ten opzichte van 1990. Dat komt neer op een maximale uitstoot van 89 kiloton CO2-eq. in 2040. ▪ 2050: 100 procent reductie ten opzichte van 1990. Dat komt neer op een maximale uitstoot van 0 kiloton CO2-eq. in 2050.
Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief
Datum 8 juli 2025 Pagina 2 van 4
Reductiepotentieel De vastgestelde doelstellingen sturen aan op de minimale reductie benodigd om aan het Klimaatakkoord van Parijs te voldoen. Reductie van CO2-uitstoot in scope 3 is een gedeelde verantwoordelijkheid, waarbij de gemeente voor een deel afhankelijk is van externe partijen. De reductie zal voor een aanzienlijk deel al plaatsvinden door internationale ontwikkelingen zoals de energietransitie en de grondstoffentransitie. De CO2-uitstoot in scope 3 van de gemeentelijke organisatie vindt met name plaats in de productieketens van de ingekochte goederen en materialen. Het verder terugdringen van deze uitstoot kan onder andere worden gerealiseerd door inkoopkeuzes van de gemeente en zal in overleg en samenwerking met leveranciers en producenten moeten gebeuren. Zo kan de gemeente Amsterdam een rol spelen bij duurzame ontwikkelingen in de markt door bijvoorbeeld het initiëren en stimuleren van onderzoek en innovatie. Een globale analyse laat zien dat Amsterdam een aanzienlijke CO2-reductie in scope 3 kan halen door ontwikkelingen in de markt (zie bijlage 2). Dit is berekend aan de hand van huidige plannen en prognoses van Nederlandse sectoren, zoals elektriciteit en gebouwde omgeving. Maar met deze prognoses worden de bovenstaande doelstellingen nog niet gehaald.
In sectoren, zoals elektriciteit en personenmobiliteit, voltrekt de transitie zich grotendeels autonoom onder invloed van landelijke en Europese ontwikkelingen, waardoor de rol van de gemeente beperkter is. Als gemeente kunnen we in andere sectoren onze directe invloed inzetten om de energietransitie te versnellen. Hier hebben we ook een grotere verantwoordelijkheid voor. Dit geldt met name voor: • Inkoop in de grond-, weg- en waterbouw (GWW), waar keuzes voor materialen en aanbestedingen tot directe CO2-reductie leiden; • Renoveren van eigen gemeentelijke panden, waarbij verduurzaming leidt tot energiebesparing en -opwekking; • Inzet van emissieloos groot materieel, zoals vuilniswagens en bouwmachines. Deze markten kunnen we als grote opdrachtgever stimuleren. De gemeente werkt al actief aan het voorkomen van CO2-emissies in scope 3. Denk hierbij aan het programma ‘hergebruik, tenzij’, en door minder en duurzamer in te kopen. We verduurzamen ons vastgoed, werken met onze deelnemingen aan het versnellen van de verduurzaming en kijken naar de mogelijkheden om het woon-werkverkeer te vergroenen. De komende jaren moet de voortgang van deze maatregelen en onderzoek naar de effecten aantonen of we de doelen halen, of moeten bijsturen.
Rapporteren op voortgang Het college informeert de raad jaarlijks in de Verduurzamingsrapportage over de voortgang op de duurzaamheidsdoelen van de gemeente Amsterdam. De Verduurzamingsrapportage over 2024 wordt rond de zomer van 2025 aangeboden aan de raad. We rapporteren kwalitatief over de reductie van de CO2-uitstoot in scope 3. Het doel om de uitstoot in scope 3 maximaal te reduceren is vastgelegd in de in 2024 uitgevoerde herijking Uitvoeringsagenda Naar een Duurzame Organisatie 2020-2030. Vanaf de Verduurzamingsrapportage over 2025 rapporteren we zoveel mogelijk kwantitatief over de voortgang op de reductie van CO2-uitstoot in scope 3. Hier nemen we naast inkoop, ook de
Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl
Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief
Datum 8 juli 2025 Pagina 3 van 4
CO2-uitstoot van andere categorieën mee (zoals investeringen, deelnemingen en gemeentelijk vastgoed). We hebben in 2022 een nulmeting en in 2024 een éénmeting1 uitgevoerd voor kwantitatief inzicht in CO2-emissies in scope 3. Deze metingen zijn grotendeels uitgevoerd op basis van secundaire data, namelijk het aantal uitgegeven euro’s aan inkoopcategorieën. Een beperkt deel van de kwantitatieve inzichten komt uit primaire data. Dit is CO2-uitstoot gekoppeld aan gedetailleerde inzichten over ingekochte goederen en diensten, bijvoorbeeld de hoeveelheid ingekocht staal. Om in de toekomst jaarlijks kwantitatief te rapporteren over de voortgang is het nodig om het verzamelen van de benodigde data op orde te brengen. Dit vraagt veel van de organisatie en van leveranciers. De nu beschikbare data, vooral op basis van uitgegeven euro’s, leveren inzicht in de orde van grootte van de CO2-uitstoot in scope 3. Het levert nog te weinig inzicht om de voortgang van jaar tot jaar te monitoren. Op 5 en 6 maart 2025 heeft uw Raad het initiatiefvoorstel ‘Amsterdams geld voor Amsterdam: inkopen met en van waarde(n)’ van het lid IJmker aangenomen. Hierin vraagt u om integrale sturingsinformatie over de voortgang op de realisatie van de maatschappelijke doelen. CO2reductie maakt daar onderdeel van uit. Voor het meten van de voortgang hebben we nog een systeem in te richten. Dat is een meerjarenopgave.
Ons voorstel is om de rapportage over de CO2reductie bij inkopen, zodra dit mogelijk is, op te nemen in deze brede rapportage over MVOI. Tot slot De afgelopen jaren heeft de gemeente veel aandacht besteed aan het verminderen van de CO2uitstoot in scope 1 en 2 van de eigen organisatie. Dat gaat onverminderd door. Daarnaast werkt de gemeente aan het terugdringen van haar scope 3-uitstoot. Dit gaan we de komende jaren beter monitoren. Het college beschouwt motie 440.24 hiermee als afgehandeld.
1
https://openresearch.amsterdam/nl/page/109745/nulmeting-circulariteit-en-klimaatvoetafdrukgemeente-amsterdam-2022 https://openresearch.amsterdam/nl/page/111587/klimaatvoetafdruk-gemeentelijke-organisatieamsterdam
Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl
Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief
Datum 8 juli 2025 Pagina 4 van 4
Namens het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam,
Hester van Buren Wethouder Bedrijfsvoering
Zita Pels Wethouder Duurzaamheid, energietransitie en circulaire economie Bijlagen: Bijlage 1. Onderbouwing doelstellingen Amsterdam Bijlage 2. Eindrapportage Reductiepotentieel Gemeente Amsterdam
* Wat is CO - uitstoot in scope 1, 2 en 3? 2
Scope 3 uitstoot is alle indirecte CO2-uitstoot die de gemeentelijke organisatie veroorzaakt. Dit is uitstoot waar wij niet altijd volledige controle over hebben. Maar waar we wel veel invloed op kunnen uitoefenen. 99,6 procent van de totale CO₂-uitstoot van de gemeentelijke organisatie is uitstoot in scope 3. Voor de berekening van de uitstoot van broeikasgassen gebruikt de gemeente Amsterdam het Greenhouse Gas Protocol. Hierin worden de emissies van een organisatie ingedeeld in 3 categorieën, de zogenoemde scopes. CO2-uitstoot in scope 1 is de eigen, directe uitstoot, meestal veroorzaakt door de verbranding van fossiele brandstoffen. Dit gaat vooral om benzine en diesel van eigen voertuigen, en aardgas voor de verwarming van de eigen huisvesting. CO2-uitstoot in scope 2 is de uitstoot die vrijkomt bij het opwekken van de energie die de gemeente inkoopt. Vooral elektriciteit en warmte. Scope 3-uitstoot zijn broeikasgassen die vrijkomen bij de productie en levering van de goederen en diensten die wij inkopen, bij bedrijven waarin we investeren (onze deelnemingen), door het energieverbruik van gemeentelijk vastgoed dat we verhuren, door woon-werkverkeer van medewerkers en bijvoorbeeld bij het transport van het afval van de gemeentelijke organisatie. De scope 3-uitstoot kan plaatsvinden in de stad, of vaker nog, (ver) daarbuiten, in de productieketens van de ingekochte goederen.
Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl