Raadsbesluit 2026-105A Bijlage Jaarverslag 2025
Tekst van het document
In 2025 is vanuit ‘Amsterdam Maakt Ruimte’ het gesprek met de stad voortgezet over de transitie waar Amsterdam voor staat op het vlak van mobiliteit en openbare ruimte. Met als doel de koers te verrijken met inzichten van bewoners en ondernemers en het draagvlak voor verandering te verbreden. Er zijn Toekomstgesprekken georganiseerd over de toekomst van de stad. Om het perspectief van kinderen te betrekken bij het gemeentelijk beleid, zijn Designathons georganiseerd verspreid over alle stadsdelen. Kinderen denken hierin creatief mee over de toekomst van de stad.
61
H.2.2.1
2.2.1 Verkeer, Vervoer en Parkeren We zorgen ervoor dat Amsterdam een aangename stad is om in te verblijven en waarin Amsterdammers en bezoekers zich op een prettige manier kunnen verplaatsen.
De totale CO2‑uitstoot van programmaonderdeel 2.1 is Scope 1 en 2 in de stad
825.421 ton CO2
Scope 1 en 2 van de eigen organisatie
12 ton CO2
Scope 3 van de eigen organisatie
57.000 ton CO2
Wat hebben we bereikt (doelen) en wat hebben wij daarvoor gedaan (activiteiten)? Doel 2.1.1 De openbare ruimte van Amsterdam is een plek waar bewoners en bezoekers prettig, veilig en gezond kunnen verblijven en verplaatsen. Indicatoren doel 1
WiA onderzoek; gemiddelde rapportcijfer leefbaarheid buurt
Peilwaarde (peiljaar)
Jaarverslag 2024
Begroting 2025
Jaarverslag 2025
7,5
n.v.t. wordt om de twee jaar gemeten
7,5
* Data wordt pas openbaar in Q2 2026
* Het Wonen in Amsterdam onderzoek (WiA) wordt 1x per 2 jaar uitgevoerd, het laatste onderzoek dateert uit 2025 en de rapportage volgt in de loop van 2026.
We hebben in 2025 de Uitvoeringsagenda Amsterdam Maakt Ruimte met daarin een set nieuwe doelstellingen en bijhorende maatregelen en projecten voor de stad opgesteld. Deze zijn gericht op vergroening, klimaatadaptie, verblijfskwaliteit, verkeersveiligheid, ontmoeting, gezondheid en toegankelijkheid. Daarbij experimenteren we ook met nieuwe werkwijzen, zoals de Verbonden Buurt Aanpak om bij vervangingswerkzaamheden in de openbare ruimte de buurt intensiever te betrekken en maximale maatschappelijke meerwaarde te bereiken.
Jaarverslag 2025
In 2025 is gewerkt aan het Afwegingskader doelgroepen autoverkeer. Het afwegingskader helpt om de impact van maatregelen die de groei van autoverkeer inperken goed in beeld te brengen. In de stadsdelen West, Zuid en Centrum zijn we gestart met het aanpakken van specifieke knelpunten op het gebied van de toegankelijkheid van de bestaande openbare ruimte. Denk aan oplossingen voor geparkeerde fietsen, het verlagen van stoepbanden, het maken van schuine opritjes en het weghalen van hinderlijke objecten. Vanuit stadsverbetering zijn er in 2025 verschillende projecten opgeleverd. Het gaat onder anderen over het Oosterpark waar het Slavernijmonument is aangelegd, de openbare ruimte is verbeterd en een nieuwe ingang is aangelegd. Daarnaast is er gewerkt aan de aanleg van een natuurspeeltuin in Amsteldorp, de herinrichting van de Platanenweg, diverse kleinere speeltuinen in Oost en Zuid, de aanleg van een skatepark en calisthenics in het Brasapark, de herinrichting van het Belgiëplein, het realiseren van een fietsoversteek op de Seineweg en de aanleg van een speeltuin in het Piet Wiedijkpark. Verder is in 2025 gewerkt aan de planvorming voor het verbeteren van de sociale veiligheid, toegankelijkheid van kwaliteit van de openbare ruimte rond de dertien metrostations in Amsterdam Oost en Zuidoost.
We kijken hierbij expliciet vanuit het vrouwelijk perspectief en hebben in de participatie ook veel vrouwelijke OV-gebruikers en Amsterdammers gesproken. In samenwerking met onder andere Vervoerregio, Ouder-Amstel, Diemen, GVB en Prorail heeft het college in februari 2026 de Nota van Uitgangspunten vastgesteld. Bij de herinrichting van (sport)park Spieringhorn in Nieuw-West is vanuit het vrouwelijk perspectief gekeken hoe het gebied aantrekkelijk en sociaal veilig kan worden. In het ontwerp is ruimte opgenomen voor een plek voor meiden en openbare toiletten, en wordt rekening gehouden met goede zichtlijnen en levendigheid rondom de fietsroutes. 62
H.2.2.1
Verder is er afgelopen jaar gewerkt aan grote projecten voor de groeiende stad. Het gaat onder anderen over de Johan van Hasseltknoop, aansluitingen A10 en HOV Zaan IJ in Noord, de Cruciale mijl Zeeburg en de Oostbrug over het IJ in Oost, de HOVverbinding CS-Sloterdijk in Centrum en West, verbeteren station Lelylaan en aanleggen Schinkelbrug in Nieuw-West en het verbeteren van station Bijlmer ArenA in Zuidoost. Activiteit 2.1.1.1 We beperken het ruimtebeslag van de auto, zowel rijdend als geparkeerd. Indicatoren activiteit
Peilwaarde (peiljaar)
Jaarverslag 2024
Begroting 2025
Jaarverslag 2025
1.500
1.000
1.000
1
Herbestemde parkeerplaatsen
7.000-10.000 parkeerplaatsen (2020-2025)
2
Aantal gereden autokilometers in Amsterdam (2018)
4.463.000 km 4.550.000 km 4.800.000 km 4.572.750 km
In 2025 zijn ongeveer 1.000 parkeervakken herbestemd voor andere doeleinden. Denk hierbij bijvoorbeeld aan speelplekken, fietsparkeerplaatsen, groenvoorzieningen, maatregelen om kademuren te ontlasten en afvalcontainers. Dit aantal ligt binnen de verwachtingen. Daarnaast is het aantal gereden kilometers in 2025 met 0,5 procent toegenomen ten opzichte van 2024. Dit is in lijn met de meerjarige ontwikkeling van het autoverkeer, als gevolg van de groei van de stad en de toename van bezoekers, waaronder toeristen. Tot slot is de uitbreiding van betaald parkeren in Noord en Nieuw-West dit jaar volledig afgerond. Dit betekent dat alle gebieden in deze twee stadsdelen inmiddels onder fiscaal parkeren vallen. In Zuidoost is de uitbreiding van betaald parkeren nog gaande.
Activiteit 2.1.1.2 We maken meer ruimte voor fietsers, voetgangers en verblijfruimte. Indicatoren activiteit
Peilwaarde (peiljaar)
Jaarverslag 2024
Begroting 2025
Jaarverslag 2025
1
Tevredenheid over fietsparkeren (wordt 2-jaarlijks gemeten)
6,0 (2022)
n.v.t.
7,0
Wordt niet langer gemeten
2
Tevredenheid over fietsrit (wordt 2-jaarlijks gemeten)
6,7 (2022)
n.v.t.
7,0
Wordt niet langer gemeten
In 2025 hebben we op diverse plekken in de stad gewerkt aan het verbeteren van de fiets Infrastructuur. Voorbeelden van opgeleverde resultaten dit jaar zijn: • Herinrichting van Amsteldijk Zuid: het verbeteren van fietsoversteken, het versmallen van de rijbaan in verband met gebiedsontsluiting 30 km/h (GOW 30), en een rijbaan van 2x2 naar 2x1. • Herinrichting van Hallstraat/Haarlemmerweg: doortrekken ontbrekende schakel (fietsoversteek) naar Westerpark. • Seineweg – Brettenpad: toevoegen van een fiets-, voetgangers-, en fauna-oversteek waarmee de verkeersveiligheid verbetert. Daarnaast is fietspad Ringdijk opgeleverd, is het fietspad Bos en Lommerweg verbreed en zijn de tegels daar vervangen in asfalt. Activiteit 2.1.1.3 We zorgen voor een veilige doorstroming van voetgangers op drukke verblijfplekken en momenten en rond evenementen in de openbare ruimte. Indicatoren activiteit 1
We beperken het aantal Crowd Control situaties (politie inzet) als gevolg van drukte bij geplande activiteiten/evenementen en te voorspellen drukte
Peilwaarde (peiljaar)
Jaarverslag 2024
Begroting 2025
Jaarverslag 2025
2 (2023)
0
0
0
Naast de vele reguliere evenementen werd 2025 gekenmerkt door alle festiviteiten rond het 750-jarig bestaan van Amsterdam, met als hoogtepunt het festival Op de Ring. Jaarverslag 2025
63
H.2.2.1
Daarnaast vond in 2025 ook voor het eerst in 10 jaar SAIL weer plaats. Zowel Amsterdam 750 als SAIL hebben in voorbereiding en uitvoering veel aandacht gevraagd.
Activiteit 2.1.2.1 We werken aan een verkeersveilige en rustige stad waarin je onbezorgd van A naar B kunt bewegen.
In 2025 vonden veel demonstraties plaats over de oorlog in Gaza. De ‘Rode Lijndemonstratie’ op 5 oktober was met ruim 250.000 deelnemers de meest drukbezochte demonstratie van 2025. Bij zowel SAIL als Amsterdam 750 heeft de inzet van verkeersen crowdmanagement bijgedragen aan een goed verloop. Doel 2.1.2
Indicatoren activiteit
1
Dodelijk slachtoffers verkeersongevallen (ambitie 0 in 2050, streefgetal halvering in 2030 t.o.v. 2010)
Peilwaarde (peiljaar)
Jaarverslag 2024
Begroting 2025
Jaarverslag 2025
15 (2022)
18 (data over 2023)
<15
21 (data over 2024)*
* Data over 2025 volgt in Q2 2026.
In 2025 heeft de gemeente aan verschillende projecten gewerkt om de verkeersveiligheid te verbeteren voor fietsers en voetgangers en zijn onveilige kruispunten aangepakt met behulp van de blackspot aanpak. Ondanks deze maatregelen was er toch een stijging in het aantal verkeersslachtoffers te zien. Ook landelijk zien we een stijging van het aantal verkeersongevallen en in verschillende andere steden. De ontwikkeling van het aantal ernstig gewonden vinden we zorgelijk, daarom gaan we onverminderd door met onze inzet op verkeerveiligheid.
Jaarverslag 2024
Begroting 2025
Jaarverslag 2025
1
Ernstig gewonden verkeersongevallen (ambitie 0 in 2050, streefgetal halvering in 2030 t.o.v. 2010)
1.150 (2022)
1.256 (data over 2023)
1.000
1.312 (data over 2024)*
2
Beleving ervaren verkeersveiligheid
7,1 (2023)
Niet onderzocht in 2024
7,0
Niet onderzocht in 2025
Bewoners en bezoekers kunnen zich verplaatsen van, naar en binnen Amsterdam. Indicatoren doel
Peilwaarde (peiljaar)
* Data over 2025 volgt in Q2 2026.
De toename van ernstige verkeersongevallen kan mogelijk verklaard worden door de toenemende drukte in de stad en de opkomst van de e-bike. Ook landelijk en in diverse andere steden zien we een stijging in het aantal verkeersongevallen. We hebben gewerkt aan de verbetering van de verkeersveiligheid. Bijvoorbeeld door de herinrichting van de Amsteldijk en de fietsoversteek van het Brettenpad over de Seineweg. In 2023 is uitgebreid onderzocht hoe de beleving wordt ervaren van de verkeersveiligheid en daarom is dat in 2025 niet gedaan. Dit zorgt ervoor dat de indicator hierover dit jaar niet in te vullen was. Daarnaast zijn er op 21 locaties in de stad kleine infrastructurele aanpassingen gedaan, en zijn 16 blackspotlocaties en 13 quickscan-locaties aangepakt. Bij negen scholen is de schoolomgeving veiliger gemaakt door middel van kleine infrastructurele maatregelen, voor nog eens vijf locaties liggen de ontwerpen klaar. Bij vier scholen is in 2025 een pilot gestart met een schoolstraat. Twee van deze schoolstraten zijn definitief gemaakt. Jonge bestuurders op een fatbike en/of e-bike blijft een belangrijk thema en ergernis in het verkeer. We hebben de campagne ’t Kan Hard Gaan die zich richt op het opvoeren, de risico’s en de gevolgen daarvan, in 2025 weer uitgevoerd en aangevuld met StreetTalks interventies.
Daarin spraken we de doelgroep op scholen om het gedrag bespreekbaar te maken.
Jaarverslag 2025
64
H.2.2.1
Activiteit 2.1.2.2 We voeren regie op het gebruik van het mobiliteitsnetwerk van de stad. Indicatoren activiteit 1
Indicator is in ontwikkeling
Peilwaarde (peiljaar)
Jaarverslag 2024
Begroting 2025
Jaarverslag 2025
–
–
–
–
In 2025 vonden op diverse plekken in en rond de stad werkzaamheden plaats. Dit had veel impact op bewoners en ondernemers. Daarnaast kreeg de stad ook te maken met grote en langdurige afsluitingen van de Rijkswegen rond de stad. Omdat in 2025 zoveel hinder werd verwacht op zowel stedelijke wegen als rijkswegen, is extra ingezet op een regionale communicatiecampagne en diverse mobiliteitsmaatregelen. De uitgebreide communicatie zorgde voor bekendheid en meer acceptatie van de werkzaamheden. Ook leidde de communicatie tot minder autoverkeer van en naar Amsterdam. Dit leidde in de spits regelmatig tot 17 procent minder autoverkeer en buiten de spits tot maximaal tien procent. Op storingen en incidenten in de tunnels kon adequaat en veilig worden gereageerd door de continue bewaking en bediening van de tunnels. Met Rijkswaterstaat, provincie Noord-Holland en ProRail is met name veel afstemming geweest over grote projecten in en rond Amsterdam. Deze afstemming doen we om overlast tot een minimum te beperken. Activiteit 2.1.2.3 We verbeteren de luchtkwaliteit en verminderen de CO2‑uitstoot door in te zetten op uitstootvrije mobiliteit. Indicatoren activiteit
Peilwaarde (peiljaar)
Jaarverslag 2024
Begroting 2025
Jaarverslag 2025
1
Aantal toetspunten en straten waar niet wordt voldaan aan EUgrenswaarde stikstofdioxide (NO2, 40 µg/m3)
33% (2022)
0%
0%
0%
2
Percentage van de toetspunten waar niet wordt voldaan aan de WHOadvieswaarde voor fijnstof (PM 2,5)
37% (2021)
0%
25%
1% (data over 2024)
Jaarverslag 2025
De resultaten van de RIVM-monitoringsronde 2025 laten zien dat de luchtkwaliteit in zichtjaar 2024 is verbeterd ten opzichte van de peiljaren. De rapportage van het aantal toetspunten en straten waar niet wordt voldaan aan de EU-grenswaarde van stikstofdioxide loopt altijd 1 jaar achter. In zichtjaar 2024 is 0 procent overschrijding op toetspunten van de EU-grenswaarde stikfstofdioxide NO2 in Amsterdam. Verder is in 2024 de EU-grenswaarde aangescherpt per 2030 (40 naar 20 µg/m3). Voor de rapportage van fijnstof geldt ook dat deze altijd 1 jaar achterloopt. In zichtjaar 2024 voldoen slechts twee van de 8600 toets punten in Amsterdam niet aan de WHO-advieswaarde voor fijnstof PM2,5 uit 2005 (vastgesteld door RIVM in Monitoring MLK 2025). In zichtjaar 2024 was evenals in 2023 sprake van gunstige meteorologische omstandigheden voor luchtkwaliteit. In 2025 is verder uitvoering gegeven aan de Uitvoeringsagenda Uitstootvrije Mobiliteit 2023‑2026: • Op 1 januari 2025 zijn de uitstootvrije zone binnen de S100 voor nieuwe bestel- en vrachtauto’s en de uitstootvrije zone voor nieuwe brom- en snorfietsen binnen de bebouwde kom – met uitzondering van Landelijk Noord en Weesp – ingegaan. Ook is de milieuzone voor dieselpersonenauto’s en dieselbestelauto’s aangescherpt. Dieselvoertuigen tot en met emissieklasse 4 hebben geen toegang meer.
Verder is op 1 april de uitstootvrije zone voor pleziervaart ingevoerd met een overgangsregeling voor pleziervaartuigen. • In 2025 zijn het Beleidskader Houtstook, de Uitvoeringsagenda Schone Mobiele Werktuigen en de Inkoopaanpak Mobiele Werktuigen vastgesteld. Op basis hiervan nemen we aanvullende maatregelen om de luchtkwaliteit te verbeteren en CO2‑uitstoot te reduceren. • Per 1 oktober 2025 is het aantal publieke laadpunten in de stad gegroeid tot bijna 9.500. Hiervan wordt 10% netbewust aangestuurd (variabele laadsnelheid op basis van de ruimte op het elektriciteitsnet).
65
H.2.2.1
Activiteit 2.1.2.4
Indicatoren activiteit
We maken parkeren van auto en fiets duurzaam en kosteneffectief mogelijk.
1
Verminderen aandeel zware voertuigen (maximum massa boven de 30 ton) ten opzichte van alle bestel- en vrachtwagens in de ZZV per jaar binnen de S100
2
Stijging van de gemiddelde beladingsgraad van bestel- en vrachtauto’s in de hele stad
Indicatoren activiteit
Peilwaarde (peiljaar)
Jaarverslag 2024
Begroting 2025
Jaarverslag 2025
1
Aantal gemeentelijke garages met led-verlichting
24 (2022)
37
30
34
2
Aantal garages voorzien van laadpalen
21 (2022)
26
30
30
Amsterdam is op een veilige en duurzame manier bereikbaar voor commercieel vervoer.
Zie indicatoren onder activiteit 2.1.3.1 / 2.1.3.2
Peilwaarde (peiljaar)
Jaarverslag 2024
Begroting 2025
Jaarverslag 2025
–
–
–
–
Amsterdam is op een veilige en duurzame manier bereikbaar voor commercieel vervoer. Activiteit 2.1.3.1 We stimuleren schoon, licht, verkeersveilig en efficiënt (goederen)vervoer door bundeling van goederen (logistieke hubs), intensiever gebruik van water en specifieke aandacht voor gebieden in de stad waar de (logistieke) druk hoog is.
Jaarverslag 2025
Begroting 2025
Jaarverslag 2025
0,72% (2022)
0,80%
0,68%
0,86%
–
Geen betrouwbare data
–
Geen betrouwbare data
De evaluatie over 2020‑2025 laat zien dat het aantal touringcarbewegingen in de zone zwaar verkeer in 2025 ten opzichte van 2023 met tweederde is afgenomen, terwijl het touringcarverkeer in de rest van de stad meegroeit met het aantal bezoekers van de stad. Deze daling draagt bij aan de leefbaarheid in de stad.
Doel 2.1.3
1
Jaarverslag 2024
Touringcar 1 januari 2024 is het verkeersbesluit Zone Zwaarverkeer in werking getreden waarmee touringcars zwaarder dan 7,5 ton grotendeels worden geweerd binnen de S100. Tegelijk helpen we touringcarverkeer dat wel nodig is, door (samen met partners) actief te zoeken naar passende halteer- en overstaplocaties buiten het stadscentrum en aan de rand van de stad. Langs de A10 zijn in 2024 en 2025 meerdere overstaplocaties aangelegd en in gebruik genomen.
In 2025 hebben we gewerkt aan het verduurzamen van de gemeentelijke parkeergarages. Het concrete resultaat hiervan is: • 34 parkeergarages en 6 fietsenstallingen zijn voorzien van ledverlichting; nieuwbouw garages of stallingen zijn standaard uitgevoerd met intelligente ledverlichting (dimmen bij afwezigheid) en bij groot onderhoud in de bestaande garages is de conventionele tl-verlichting vervangen voor ledverlichting. • 25 parkeergarages (in eigendom of huur) en twee terreinen zijn voorzien van in totaal 512 aansluitpunten voor elektrisch vervoer.
Indicatoren doel
Peilwaarde (peiljaar)
Logistiek In 2025 hebben we daarnaast gewerkt aan schoner, lichter, verkeersveiliger en efficiëntere stedelijke logistiek. De belangrijkste resultaten zijn: • Opening van de Park & Switch hub in de Piet Hein-garage om het makkelijker te maken voor (klus)bedrijven om de binnenstad in te gaan met kleine, schone vormen van vervoer. • Pilot voor het gratis testen van een elektrische deel- en bestelauto voor meerdere Bedrijveninvesteringszones (BIZ-zen). • Pilot voor de verruiming van de venstertijden voor laden- en lossen. • Pilot waarbij Bedrijveninvesteringszones op de Rode Loper gebundeld worden bevoorraad via City Hub. • Verruiming van de venstertijden op een aantal locaties voor transport over water. • Start met het project Lichter op de Wallen, gericht op het vergroten van leefbaarheid, veiligheid en bescherming van bruggen en kademuren in het gebied. • De samenwerking met de logistieke branche verder versterkt.
66
H.2.2.1
Rijksbijdrage (Brede Doeluitkering). De regioraad stelt de begroting vast. De gemeenteraden van de deelnemende gemeenten kunnen een zienswijze daarover afgeven.
Activiteit 2.1.3.2 We werken aan een betrouwbaar en milieuvriendelijk taxivervoer. Indicatoren activiteit
Peilwaarde (peiljaar)
Jaarverslag 2024
Begroting 2025
Jaarverslag 2025
12,1% (2020)
25%
25%
40%
1
Percentage uitstootvrije taxi’s
2
Aantal gemeten unieke taxivoertuigen rond de S100 tijdens de weekendnachten
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
Zie toelichting
3
Aandeel ontheffinghouders taxi t.o.v. aantal gemeten unieke taxivoertuigen
n.v.t.
n.v.t.
Taxivergunningen 2244, LBO's 2181, Stadsbreed gemeten unieke taxi’s 7569,23, Aandeel ontheffingshouders is 58,46%
Zie toelichting
Taxi In 2025 is de aangescherpte Amsterdamse Taxiaanpak 2025 vastgesteld. De gemeenteraad heeft besloten de Amsterdamse Taxiverordening te behouden en te actualiseren. In dat kader zijn de voorbereidingen gestart voor een herijking van het lijnbusbaanbeleid, verbetering van bebording en verdere inzet op handhaafbaarheid, onder meer met camerahandhaving op drukke locaties. Daarnaast is ingezet op participatie met de taxibranche en ketenpartners en op het verzamelen van data ter onderbouwing van vervolgstappen. Bij twee indicatoren zoals hierboven beschreven kunnen geen cijfers worden vermeld omdat er nog geen ontheffingen zijn.
Servicehuis Parkeer en Verblijfsrechten (SHPV) Voor het handhaven van het betaald parkeren gebruiken we het Nationaal Parkeer Register (NPR) van de coöperatie Servicehuis Parkeer- en Verblijfsrechten (SHPV). Het SHPV beheert namens aangesloten gemeenten het register. Zo kunnen we op dezelfde landelijke digitale manier parkeren registreren en raadplegen voor (digitale) handhaving. Als parkeergarages in eigendom van ons en onderdeel van een gebouwencomplex zijn, dan zijn wij verplicht lid van de Vereniging van Eigenaren (VvE).
Financiële toelichting (bedragen x € 1 miljoen)
Baten
Rekening Oorspronkelijke 2024 Begroting 2025 72,8
55,4
Najaarsnota 2025
Rekening 2025
Verschil Rekening Najaarsnota
88,5
105,5
17,0
Lasten
246,9
261,8
350,3
344,2
-6,1
Saldo Baten en Lasten
-174,0
-206,4
-261,8
-238,7
23,0
Onttrekking
13,6
208,5
387,8
383,7
-4,1
Toevoeging
132,1
12,0
184,0
184,0
0,0
Saldo onttrekkingen en toevoegingen reserves
-118,5
196,5
203,8
199,6
-4,1
Totaal 2.1 Verkeer, vervoer en parkeren
-292,5
-10,0
-58,0
-39,1
18,9
Het programmaonderdeel heeft ten opzichte van de Najaarsnota 2025 een positief resultaat van € 18,9 miljoen. Dit komt door hogere baten van € 17,0 miljoen, lagere lasten van € 6,1 miljoen en lagere onttrekkingen aan de reserves van € 4,1 miljoen.
Verbonden partijen Vervoerregio Amsterdam (VRA) De Vervoerregio Amsterdam is een samenwerkingsverband van 14 gemeenten rond verkeer en openbaar vervoer. De belangrijkste taken zijn het opdrachtgeverschap van het openbaar vervoer en het verstrekken van subsidies voor Infrastructuur. Dit laatste gebeurt via de Investeringsagenda Mobiliteit. De Vervoerregio is ook een partner in de Metropoolregio Amsterdam (MRA). De Vervoerregio wordt volledig bekostigd uit een
Jaarverslag 2025
Baten De totale baten van € 105,5 miljoen zijn € 17,0 miljoen hoger dan begroot. Dit komt vooral door: • Hogere baten van niet begrote bijdragen derden van met name de Vervoersregio Amsterdam (VRA) aan diverse projecten, waaronder project Middenweg. De bijdragen worden op een laat moment beschikt, waardoor deze bijdragen geen onderdeel uitmaken van de begroting. Tegenover de bijdragen staan ook uitgaven in 2025. Zie ook toelichting op de lasten (€ 12,7 miljoen). 67
H.2.2.1
• Hogere baten door reguliere parkeeropbrengsten (evenementen, kortparkeren, P+R en laadpalen), een niet-begrote VvE-bijdrage voor Hof en Werf en een ontvangen subsidie van de VRA (€ 3,0 miljoen). • Hogere baten door ontvangsten vanuit de laadpalen uit de stad (€ 0,7 miljoen). • Hogere baten door ontvangsten vanuit het Rijk omtrent de specifieke uitkering Schone Lucht Akkoord (SLA). In de begroting is hiermee geen rekening gehouden. Zie ook toelichting op de lasten (€ 0,5 miljoen). • Hogere baten door het realiseren van het centraal loket voor zero-emissie zones. De gemeente Amsterdam realiseert namens de deelnemende G4-gemeenten het centraal loket, waarbij bijdragen van deze gemeenten worden ontvangen. De gemeente Amsterdam heeft de activiteiten grotendeels in 2024 voorgeschoten, waardoor de resterende bijdragen van de deelnemende gemeenten in 2025 worden verantwoord (€ 0,3 miljoen). • Overige afwijkingen lichten we verder niet toe, omdat de afzonderlijke afwijkingen kleiner zijn dan € 0,2 miljoen (€ 0,2 miljoen). Lasten De totale lasten van € 344,2 miljoen zijn € 6,1 miljoen lager dan begroot.
Dit komt vooral door: • Lagere lasten bij projecten zoals Infraverkeersmatregelen, HUB strategie, fietsroute NYP, Loopdekken AP, Blackspots en Redroutes en fietsroute IJ-Geldersekade, Fietsnetwerk Zuidoost, Herinrichting Noorderpark, SMF verb Holterbergweg/ Muntbergweg, Mobiliteitsprogramma Zuidoostflank en NvvU Johan van Hasseltzone. Een aantal van deze projecten worden gedeeltelijk of geheel gedekt door het programma Stadsverbetering (€ 10,3 miljoen). • Lagere lasten bij fiets- en garageparkeren door niet bestede incidentele middelen als de aanbesteding en ontwikkeling van een digitaal verkoopkanaal, lagere huur-, service en verzekeringskosten, OZB, energiekosten en kosten van uitbesteed werk en lagere personele lasten doordat personeel nog niet ingevuld kon worden in verband met uitloop van de reorganisatie (€ 5,7 miljoen). • Lagere lasten bij straatparkeren door een lagere inspanning van de parkeerdienstverlener op handhaving, voordelen op incidentele budgetten voor uitbreiding parkeren en voordelen op overige budgetten als bankkosten, inningskosten van naheffingsaanslagen, onderzoek en systemen (€ 5,5 miljoen). • Lagere lasten project Zuidasdok door 2 incidentele bijdragen die niet begroot waren. De ene betreft een bijdrage van € 1,3 miljoen voor de geluidswanden Schinkelkwartier. De andere betreft een bijdrage van € 0,8 miljoen voor het SETgebouw.
Deze middelen zijn opgenomen in de reserve omdat de werkzaamheden Jaarverslag 2025
de komende jaren naar verwachting zullen plaatsvinden. Dit heeft ook impact op de mutatie van de reserve Schaalsprong (€ 2,0 miljoen). • Lagere lasten omdat de voorgenomen extra inzet op het terugdringen van de ontstane achterstanden voor het afhandelen van bezwaar- en beroepszaken rondom afvalboetes, weggesleepte voertuigen en vaarvignetten niet zijn geeffectueerd (€ 1,5 miljoen). • Lagere lasten door vrijval van de voorziening achterstallig onderhoud Hof en Werf garage. Het werk is gereed en het restant van de voorziening valt vrij (€ 1,0 miljoen). • Lagere lasten door niet gebudgetteerde doorbelasting van personeel naar andere programmaonderdelen en in het kader van het project Zuidasdok naar programma 1 en lasten die zijn begroot op programma 2 maar zijn geboekt op programma B. Deze afwijking is administratief van aard en heeft geen invloed gehad op de uitvoering van de activiteiten (€ 0,8 miljoen). • Lagere lasten door vertraging in de uitvoering van projecten voor stadsverbetering zoals het project impuls spelen, VV Velserpolder, Sport en spelen, VV & infra Gein, enz. Er was onder andere meer tijd nodig voor de voorbereidende werkzaamheden zoals participatie bewoners, enz. De uitvoering is verschoven naar 2026 (€ 0,7 miljoen). • Lagere lasten door het besluit voor noodzakelijk vervangingsonderhoud dat over twee tot zes jaar moet worden uitgevoerd.
Daarmee is minder uitgegeven aan de voorbereiding van de herinrichting van de openbare ruimte rondom de Zuidelijke IJ-oevers. Dit heeft ook impact op de mutatie van de reserve Zuidelijke IJ-oever (POR) (€ 0,5 miljoen). • Hogere lasten bij projecten waar bijdragen van VRA/GVB tegenover staan. Bijvoorbeeld de projecten Pledanplein, Fietsroute Noorderijplas en vervangingsonderhoud Prins Hendrikkade Oost, aanleiding NDSM en Middenweg. Zie ook toelichting op de baten (€ 12,7 miljoen). • Hogere lasten als gevolg van overprogrammering bij programma Stadsverbetering. In het bestedingsplan Stadsverbetering wordt geanticipeerd op planningsoptimisme. De planning kan om verschillende redenen over de jaargrens heenlopen, waaronder beschikbare uitvoeringscapaciteit, aanbesteding, doorloop participatietraject, etc. De consequentie is een onderbesteding in 2025. Tegenover deze onderbesteding wordt gewerkt met de systematiek overprogrammering. Er worden feitelijk meer projecten geraamd ten opzichte van het begrote budget. Uit ervaringscijfers wordt een percentage gehanteerd van 15%. Deze overprogrammering moet in relatie worden gebracht met de onderbesteding op de verschillende projecten, waaronder Weesperstraat leeft!, uitwerking hubstrategie en loopdekken Amsterdamse Poort) (€ 5,0 miljoen). 68
H.2.2.1
• Hogere lasten door programma-aanpassing WIOR en meer uitgaven voor de milieuzone (€ 2,1 miljoen). • Hogere lasten bij projecten zoals Fietsnetwerk Zuidoost, Herinrichting Noorderpark, SMF Holterbergweg/Muntbergweg, Mobiliteitsprogramma Zuidoostflank en NvvU Johan van Hasseltzon. Dit heeft ook impact op de mutatie van de reserve Vereveningsfonds (€ 0,7 miljoen). • Hogere lasten door oninbaarheid van vorderingen op bedrijven voor verhuur van parkeerplaatsen in onze garages middels een toevoeging aan de voorziening oninbare vorderingen (€ 0,6 miljoen). • Hogere lasten door meer inhuur voor managementondersteuning met een tijdelijk karakter gedeeltelijk gecompenseerd door latere invulling van vaste fte plaatsen en lagere inschaling dan gebudgetteerd (€ 0,5 miljoen). • Hogere lasten omtrent de specifieke uitkering Schone Lucht Akkoord (SLA). In de begroting is hiermee geen rekening gehouden. Zie ook toelichting op de baten (€ 0,5 miljoen). • Overige afwijkingen lichten we verder niet toe, omdat de afzonderlijke afwijkingen kleiner zijn dan € 0,2 miljoen (€ 0,2 miljoen). Onttrekkingen reserves • De onttrekking aan de reserve Schaalsprong is € 2,7 miljoen lager dan begroot. Zie toelichting op de lasten. • De onttrekking aan de reserve Coalitiemiddelen is € 1,1 miljoen lager dan begroot vanwege het doorschuiven van middelen Luchtkwaliteit naar 2026 en verder.
Dit komt doordat de opstartfase in voorgaand jaar langer heeft geduurd en hierdoor de bestedingen zijn vertraagd. • De onttrekking aan de reserve Zuidelijke IJ-oever (POR) is € 0,5 miljoen lager dan begroot. Zie toelichting op de lasten. • De onttrekking aan de reserve Vereveningsfonds is € 0,7 miljoen hoger dan begroot. Zie toelichting op de lasten.
Jaarverslag 2025
Risicobeheersing Actuele risico’s
Maatregelen
1. (In)complete Stad: Toenemende druk op de bestaande Infrastructuur (fietspaden, wegen etc.) veroorzaakt door stadsuitbreiding waardoor het risico op files, en gevaarlijke situaties in het verkeer toeneemt.
• Er loopt een bestuursopdracht om invulling te geven aan dit onderwerp.
2. In de beleidsuitvoering niet kunnen voldoen • Onderzoeken wat mogelijk is in opschaling van aan de gestelde ecologische bovengrens en de capaciteit en middelen voor vergroening. sociale ondergrens waardoor de beleidsdoelen • De sociale ondergrens vergt op vele vlakken voor de stad niet kunnen worden gerealiseerd maatwerk tot maatregelen bij parkeren, ov en als voorzien. inrichting openbare ruimte met impact op (parkeer) inkomsten en noodzakelijke middelen.
Beleidskaders • Afwegingskader doelgroepen Autoverkeer • Uitvoeringsplan Verkeersveiligheid, 30 km/u, Voetganger en Fiets • Koersdocument Amsterdam maakt Ruimte (2023) • Actieplan Programma Bruggen en Kademuren 2023‑2026 • Uitvoeringsstandaard Toekomstbestendig Werken aan de Openbare Ruimte (2023). Hoe we werken in de openbare ruimte bij onderhoud, vervanging, herinrichting en losse verbetermaatregelen. • Ruimte voor de voetganger (2023) • Nota Deelmobiliteit (2023) • Amsterdamse P+R-maatregelen Actualisatie (2023) • Logistieke Strategie (2022) en Werkplan Stedelijke Logistiek (2023) • Omgevingsvisie Amsterdam 2050 • Hubsvisie 2021 • Agenda Touringcar 2020-2025 (2020) • Agenda Taxi 2020-2025
69
H.2.2.2
2.2.2 Openbaar Vervoer Amsterdam zorgt voor een aantrekkelijk en toegankelijk openbaar vervoersysteem, dat bewoners en bezoekers in staat stelt zich duurzaam door de stad te bewegen, nu en in de toekomst.
De totale CO2‑uitstoot van programmaonderdeel 2.2 is Scope 1 en 2 in de stad
35.889 ton CO2
Scope 1 en 2 van de eigen organisatie
0 ton CO2
Scope 3 van de eigen organisatie
6.200 ton CO2
gereden. Ook hebben alle stadspashouders één gratis GVB-dagkaart ontvangen. Daarnaast is gezorgd dat lijn 21 is teruggekeerd in de Eendracht in Geuzenveld. Verder is er gewerkt aan de inrichting van het ov op Cruquiuseiland (met oplevering in 2026) en wordt er gekeken of de bus in de Waalstraat via de Rijnstraat kan gaan rijden. In 2025 is het geld ook gebruikt om meer fietsparkeerplekken rondom ov-knopen aan te leggen.
Wat hebben we bereikt (doelen) en wat hebben wij daarvoor gedaan (activiteiten)?
Gratis ov voor kinderen Gratis OV voor kinderen is in 2025 doorgezet. Kinderen kunnen gratis reizen tussen 7.00 en 21.00 uur tot en met de kerstvakantie van 2026.
Doel 2.2.1
Activiteit 2.2.1.1
Amsterdam is voor iedereen op een prettige en aantrekkelijke manier bereikbaar via het openbaar vervoer.
We beheren en verbeteren de toegankelijkheid van onze ov-Infrastructuur in samenwerking met GVB en de Vervoerregio Amsterdam.
Indicatoren doel
Indicatoren activiteit
Peilwaarde (peiljaar)
Jaarverslag 2024
Begroting 2025
Jaarverslag 2025
1
Tevredenheid reizigers over GVB bus, tram en metro (0-10)
8,2 (2022)
8,0
8,0
7,9
2
De passagiers zijn tevreden over de veren (0-10)
7,8 (2022)
8,3
8,3
8,4
1
Het aandeel volledig toegankelijke ov-haltes
Peilwaarde (peiljaar)
Jaarverslag 2024
Begroting 2025
Jaarverslag 2025
30% (2022)
35%
35%
41%
Personele knelpunten en groeiende reizigersvraag Ondanks stevige inspanningen kampt GVB nog steeds met een groot personeelstekort. Er zijn door GVB maatregelen getroffen om de uitstroom van chauffeurs te compenseren, maar van een grote personele groei is nog geen sprake. Ondanks deze personeelsuitdagingen zien we dat de reizigerstevredenheid op peil blijft.
Er zijn in Amsterdam (januari 2026) 950 bushaltes en 443 tramhaltes. Van de bushaltes voldoet 57 procent volledig aan de eisen van toegankelijkheid, zodat ook mensen met een beperking onbelemmerd kunnen reizen (540 haltes). Van te tramhaltes is dit nog slechts 6 procent (27 haltes). In totaal is daarmee 41 procent van de haltes toegankelijk ten opzichte van 35 procent vorig jaar. Deze grote stap komt door het aanpassen van een groot aantal haltes in 2025. Daarnaast is de registratie van de toegankelijkheid per halte verbeterd.
€ 7,5 miljoen om het ov te verbeteren Vanwege de grote druk op het ov hebben we € 7,5 miljoen vrijgemaakt om in 2024 en 2025 het ov te verbeteren. Met dit geld zijn in 2025 onder andere acht bushaltes toegankelijk gemaakt en heeft er in een aantal weekenden als pilot een nachtmetro
Het grote verschil tussen tram- en bushaltes komt door de hogere eisen die worden gesteld aan tramhaltes. Haltes waar zowel trams als bussen stoppen, worden gerekend als tramhalte en zo veel mogelijk uitgevoerd met een ‘combiband’, die ervoor zorgt dat beide voertuigen toegankelijk kunnen halteren.
Jaarverslag 2025
70
H.2.2.2
Activiteit 2.2.1.2 We maken meer ruimte voor fietsers, voetgangers en verblijfsruimte. Indicatoren activiteit 1
Percentage van afvaarten waarbij passagiers moeten achterblijven op de kade of is te onaangenaam druk op de pont
Peilwaarde (peiljaar)
Jaarverslag 2024
Begroting 2025
Jaarverslag 2025
<3% (2022)
<3%
<3%
<3%
Voorbereidingen nieuwe ov-concessie Amsterdam 2025 In 2025 is per 1 juli de nieuwe concessie (meerjarig contract voor GVB) ingegaan. Het Plan van Eisen (onderliggend aan het contract) zet in op aantrekkelijk, duurzaam en inclusief openbaar vervoer in een stad die de komende jaren sterk zal groeien. Daarnaast besteedt wordt aandacht besteed aan de sociale en maatschappelijke functie van het openbaar vervoer en de bijdrage daarvan aan een brede welvaart. De nieuwe dienstregeling gaat in op 29 maart 2026. Schaalsprong projecten 2025 was het eerste jaar dat de nieuwe snelle busverbinding (HOV) tussen IJburg, Diemen Bijlmer Arena reed; een belangrijke stap voor de bereikbaarheid. In 2025 werkten we ook samen met de regionale partners aan de voorbereidingen van twee snelle busverbindingen, te weten; Zaan-IJ en Haarlem-Amsterdam. Verder is afgelopen jaar voortgang geboekt in het onderzoek naar een hoogwaardige ov-verbinding tussen Amsterdam Zuid, via Schiphol naar Haarlemmermeer. Daarnaast zijn en worden in het onderzoek naar een ov-verbinding tussen Sloterdijk en Amsterdam Centrum (om zo de toekomstige woonwijk Haven-Stad te ontsluiten) nog verschillende varianten onderzocht.
Investeringen in openbaar vervoer projecten door de Vervoerregio In 2025 hebben we samen met de Vervoerregio veel geïnvesteerd in gemeenschappelijke projecten die bijdragen aan doorstroming en betrouwbaarheid van het openbaar vervoer, duurzaamheid, verkeersveiligheid, toegankelijkheid en het ontsluiten van nieuwe wijken. Projecten waar we gezamenlijk aan gewerkt hebben, zijn: het project De Entree bij Amsterdam Centraal, de ZuidasDok openbaar vervoer-terminal, Knooppunt Lelylaan, verlenging IJ-tram, nieuwe HOV-busverbinding tussen Strandeiland en Bijlmer Arena.
Jaarverslag 2025
Internationaal spoor Begin 2025 is de nieuwe internationale terminal voor reizen naar Groot-Brittannië op station Amsterdam Centraal geopend. Daarnaast wordt er lobby gevoerd in Brussel voor een Europees boekingssysteem voor treinkaartjes, om eisen aan het spoor in verschillende landen op elkaar aan te laten sluiten, om ontbrekende verbindingen tussen grote steden aan te laten leggen en om ruimte in Amsterdam te reserveren voor het opstellen van internationale treinen. Vervoer door vrijwilligers In 2025 ondersteunde en stimuleerde de gemeente het ‘vrijwilligersvervoer’ Dit zijn initiatieven die ouderen en mensen met een beperking tegen een kleine vergoeding op een korte afstand van A naar B brengen. Door subsidie en intensieve ondersteuning zijn in 2025 nieuwe initiatieven gestart. Daarnaast zijn verschillende bestaande initiatieven ondersteund. Zo hebben meerdere initiatieven hun oude voertuigen kunnen vervangen door nieuwe, betrouwbaardere voertuigen met meer bereik. Veren In 2025 breidden we de dienstverlening op het IJ verder uit. Het totaal aantal uren dat de ponten werden ingezet op het IJ nam in 2025 met 3 procent toe ten opzichte van 2024. Ten opzichte van 2023 is er zelfs sprake van een groei van 12 procent. In 2025 is levensduurverlengend onderhoud uitgevoerd bij een aantal ponten. Ook is gestart met de vervanging van de pontaanlanding NDSM.
Verbonden partijen GVB Holding NV Het GVB zorgt in Amsterdam voor het openbaar vervoer. Het GVB heeft verschillende dochterondernemingen, of heeft een belang in ondernemingen. Het gaat hier om: • GVB Exploitatie BV • GVB Veren BV • GVB Activa BV • GVB Infra BV GVB Activa BV is eigenaar van de zogenaamde strategische ov-activa. Dit zijn onder andere railvoertuigen, werkplaatsen, remises en eindpuntvoorzieningen. GVB Infra BV is onze opdrachtnemer voor met name dagelijks onderhoud aan railinfra en
71
H.2.2.2
tramvervangingsprojecten. Wij zijn opdrachtgever voor de veerverbindingen over het IJ en het Noordzeekanaal. GVB Veren BV voert dit uit volgens het Contract voor Exploitatie Beheer en Onderhoud 2019-2024 en de aanbesteding van de verschillende investeringen. Wij zijn 100 procent eigenaar van GVB Holding NV. Vervoerregio Amsterdam (VRA) De Vervoerregio Amsterdam is een samenwerkingsverband van 14 gemeenten rond verkeer en openbaar vervoer. De belangrijkste taken zijn het opdrachtgeverschap van het openbaar vervoer en het verstrekken van subsidies voor Infrastructuur. Dit laatste gebeurt via de Investeringsagenda Mobiliteit. De Vervoerregio is ook een partner in de Metropoolregio Amsterdam (MRA). De Vervoerregio wordt volledig bekostigd uit een Rijksbijdrage (Brede Doeluitkering) van ruim € 400 miljoen per jaar.
Financiële toelichting (bedragen x € 1 miljoen)
Rekening Oorspronkelijke 2024 Begroting 2025
Najaarsnota 2025
Rekening 2025
Verschil Rekening Najaarsnota
Baten
21,9
63,9
30,1
39,5
9,3
Lasten
68,8
130,6
90,7
95,7
4,9
Saldo Baten en Lasten
-46,9
-66,8
-60,6
-56,2
4,4
Onttrekking
0,6
2,4
2,4
2,6
0,2
Toevoeging
0,0
0,0
0,0
0,0
0,0
Saldo onttrekkingen en toevoegingen reserves
0,6
2,4
2,4
2,6
0,2
-46,3
-64,4
-58,2
-53,6
4,6
Totaal 2.2 Openbaar vervoer
Het programmaonderdeel heeft ten opzichte van de Najaarsnota 2025 een positief resultaat van € 4,6 miljoen. Dit komt door hogere baten van € 9,3 miljoen, hogere lasten van € 4,9 miljoen en hogere onttrekkingen aan de reserves van € 0,2 miljoen. Baten De totale baten van € 39,5 miljoen zijn € 9,3 miljoen hoger dan begroot. Dit komt door: • Hogere baten uit Vervoerregio Amsterdam (VRA) verrekende neutrale ov-projecten. Als het jaarsaldo van deze projecten negatief is, wordt dit technisch verrekend in de baten. Dit was bijvoorbeeld het geval bij het project Parnassusweg en in de MIRT (Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport) verkenningsprojecten Jaarverslag 2025
OV-verbinding Amsterdam-Haarlemmermeer en de OV-verbinding SloterdijkAmsterdam Centrum. Zie ook toelichting op de lasten (€ 4,2 miljoen). • Hogere baten omdat veel bijdragen derden van met name de VRA op een laat moment in het jaar zijn toegekend en daarom niet zijn begroot. Zie ook toelichting op de lasten (€ 3,8 miljoen). • Hogere baten door verkoop van zonnepanelen metrostations. Hier staat eenzelfde lastenpost tegenover, zie ook toelichting op de lasten (€ 1,3 miljoen). Lasten De totale lasten van € 95,9 miljoen zijn € 4,9 miljoen hoger dan begroot. Dit komt vooral door: • Hogere lasten uit VRA verrekende neutraler ov-projecten. Als het jaarsaldo van deze projecten negatief is, wordt dit technisch verrekend in de baten. Dit was bijvoorbeeld het geval bij het project Parnassusweg en in de MIRT (Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport) verkenningsprojecten OV-verbinding Amsterdam-Haarlemmermeer en de OV-verbinding SloterdijkAmsterdam Centrum. Zie ook toelichting op de baten (€ 4,1 miljoen). • Hogere lasten voor de projecten Binnenring, Handhaving Taxi, Aanlanding NDSM en Fietsenstalling Sloterdijk. Deze projecten worden voornamelijk gedekt uit hogere baten VRA. Zie ook toelichting op de baten (€ 2,2 miljoen). • Hogere lasten vanwege het afboeken van de verkochte zonnepanelen metrostations. Zie ook toelichting op de baten (€ 1,3 miljoen).
• Hogere lasten door een administratieve correctie op de kapitaallasten (€ 0,6 miljoen). • Lagere lasten door een hogere onttrekking aan de voorziening Veren. De voornaamste oorzaak ligt in het feit dat de kosten van de Veren op het Noordzeekanaal volledig worden gedekt uit de voorziening (€ 1,8 miljoen). • Lagere lasten bij het project Plan Versterken Openbaar Vervoer door met name beschikbare capaciteit, waardoor de uitvoering over de jaargrens heen loopt (€ 0,8 miljoen). • Lagere lasten van bij vrijwilligersvervoer doordat het budget voor deze activiteiten is overgeheveld vanuit programmaonderdeel 6.3. Echter, de realisatie van de bijbehorende activiteiten en uitgaven heeft plaatsgevonden binnen programmaonderdeel 6.3 en is daar ook verantwoord. Deze afwijking is administratief van aard en heeft geen invloed gehad op de uitvoering van de activiteiten (€ 0,2 miljoen). • Overige afwijkingen lichten we verder niet toe, omdat de afzonderlijke afwijkingen kleiner zijn dan € 0,2 miljoen (€ 0,5 miljoen). 72
H.2.2.2
Onttrekkingen reserves De afwijkingen lichten we verder niet toe, omdat de afzonderlijke afwijkingen kleiner zijn dan € 0,2 miljoen. Toevoegingen reserves In dit programmaonderdeel zijn geen toevoegingen reserves opgenomen.
Risicobeheersing Geen beleidsrisico’s voor programmaonderdeel 2.2.
Beleidskaders • Amsterdam Maakt Ruimte; dit koersdocument geeft richting aan het toekomstbeeld van Amsterdam op het gebied van ruimte en vervoer. • Toekomstvisie Sociaal Vervoer (2023) beschrijft de mogelijkheden voor mensen met een handicap en de verschillende vervoersmogelijkheden, die zij hebben. • Update Nota Veren (2021), dit document beschrijft de reizigersgroei tot 2030 en de maatregelen die genomen zullen worden voor uitbreiding en verduurzaming van de vloot en het verensysteem als geheel (vloot, verbindingen, aanlandingen en havenfaciliteiten). • Visie Openbare Ruimte 2025 (2017) heeft vijf ambities geformuleerd en principes uitgewerkt voor meer regie op ontwikkelen, inrichten, beheren en gebruiken van de openbare ruimte op stadsniveau. • MobiliteitsAanpak Amsterdam 2030 (2013), het overkoepelende kader voor het Mobiliteitsbeleid van de gemeente Amsterdam in de periode tot 2030. • Ruimtelijk Kader Hoogfrequent Spoorvervoer Amsterdam. • Structuurvisie Amsterdam (2011)/Omgevingsvisie Amsterdam 2050 (2021) • Beleidskader Inclusieve Mobiliteit (2020) van de Vervoerregio, waarin staat beschreven hoe het ov fysiek, visueel, qua datavoorziening en mentaal toegankelijker kan worden gemaakt en de samenwerking tussen ov en aanvullend openbaar vervoer (AOV) kan worden verbeterd.
• Uitvoeringsagenda Mobiliteit (2015), de agenda die Amsterdam bereikbaar en aantrekkelijk houdt, met maatregelen voor meer ruimte en betere doorstroming voor voetganger, fietser, openbaar vervoerreiziger en de automobilist. • Beleidskader Verkeersnetten (2017). Hierin staan de ambities uit Mobiliteitsaanpak en Uitvoeringsagenda uitgewerkt met een afwegingskader bij conflicterende belangen. • Wet lokaal spoor, in werking getreden op 1 december 2015; deze wet maakt de VRA verantwoordelijk voor aanleg, beheer en veiligheid van lokale railInfrastructuur. Jaarverslag 2025
• Visie Lokaal Spoor (2015), vastgesteld door het dagelijks bestuur van de VRA en bindend kader voor de beheerder van het lokaal spoor. VRA stelt een vervoerder aan via de OV-concessie en VRA mag een beheerder van de Infrastructuur aanwijzen. Vanaf 2022 is GVB de aangewezen beheerder. Het gemeentelijk mandaat voor openbaar vervoer is vooral gebaseerd op de rol als wegbeheerder en beheerder/ verdeler van de openbare ruimte (inclusief bushaltes). Tegelijkertijd hebben we als gemeente een sterke ambtelijke, en bestuurlijke, adviesrol. • De metronetvisie Amsterdam (2020) en de metrovisie Amsterdam (2021) van de Vervoerregio Amsterdam. • De in 2015 vastgestelde Lijnennetvisie is het beleidskader voor het ontwikkelen van vervoerplannen. De gemeente voert overleg met vervoerbedrijven over inpassing van nieuwe vervoerplannen. • Taxiverordening Amsterdam 2012 (laatst gewijzigd in 2018).
73
H.2.2.3
2.2.3 Afval en Reinigen Openbare Ruimte We zorgen voor een schone stad door te reinigen op plaatsen en momenten waar het nodig is. Afval scheiden we voor hergebruik of hoogwaardige verwerking met efficiënte, schone inzameling.
De totale CO2‑uitstoot van programmaonderdeel 2.3 is
Indicatoren activiteit
Scope 1 en 2 in de stad
0 ton CO2
Scope 1 en 2 van de eigen organisatie
797 ton CO2
Scope 3 van de eigen organisatie
34.300 ton CO2
Wat hebben we bereikt (doelen) en wat hebben wij daarvoor gedaan (activiteiten)? Doel 2.3.1
Peilwaarde (peiljaar)
Jaarverslag 2024
Begroting 2025
Jaarverslag 2025
1
Ervaren overlast door vervuiling (cijfers Wonen in Amsterdam) (0-10)
5,4 Geen meting (2021)
6,5 Geen meting
2
Het schoonhouden van de straten en stoepen wordt door de bewoners beoordeeld op een 6,5
6,5 Geen meting (2021)
6,5 Geen meting
3
Het schoonhouden van het groen wordt door de bewoners beoordeeld op een 6,5
6,6 Geen meting (2021)
6,5 Geen meting
Het Wonen in Amsterdam onderzoek (WiA) wordt 1x per 2 jaar uitgevoerd. Het laatste onderzoek dateert uit 2025, de rapportage volgt in de loop van 2026. Activiteit 2.3.1.1 We maken de openbare ruimte schoon (daar waar het er toe doet).
Jaarverslag 2025
Jaarverslag 2024
Begroting 2025
Jaarverslag 2025
1
Percentage CROW scores grof zwerfvuil op niveau B
87% (2021)
81%
80%
81%
2
Percentage CROW scores vullingsgraad prullenbakken op niveau B
89% (2021)
88%
80%
88%
3
Percentage oplosbare meldingen over afval en schoon dat naar tevredenheid is afgehandeld
57% schoon & 69% afval (2023)
58% (schoon) & 71% (afval)
70%
47% (schoon) 70% (afval)
De tevredenheid over de afhandeling van meldingen binnen de reiniging bedraagt 47 procent en blijft daarmee 23 procentpunt onder de doelstelling van 70 procent. Ten opzichte van vorig jaar is de score met 11 procentpunt gedaald.
Amsterdam is een schone stad. Indicatoren doel
Peilwaarde (peiljaar)
Amsterdammers gaven het vaakst aan ontevreden te zijn omdat het werk naar hun beleving niet volledig was afgerond. Dit deed zich bijvoorbeeld voor wanneer zwerfvuil niet direct werd opgeruimd, maar pas na enkele dagen. Met name door de enorme afvaloverlast als gevolg van statiegeld op blikjes en flesjes duurde de afhandeling van meldingen soms langer. Om de afvaloverlast op straat in het Centrum tegen te gaan is in juli 2025 een verbod ingegaan voor bedrijven om bedrijfsafval in zakken op straat aan te bieden. Afval moet in containers worden aangeboden. In stadsdeel Zuid zijn venstertijden voor het aanbiedtijden van bedrijfsafval ingevoerd. Ook het aanbieden van huishoudelijk afval in afvalzakken in Centrum en enkele wijken van stadsdeel Zuid wordt uitgefaseerd. Er zijn op een aantal plaatsen al tijdelijke bovengrondse containers geplaatst. De komende jaren worden waar mogelijk in Centrum ondergrondse containers geplaatst. Voor de proef met brengpunten op het water zijn de voorbereidingen gestart.
74
H.2.2.3
In gebieden waar zakkeninzameling nog van toepassing is, hebben we het ‘treintje’ ingevoerd. Dit is een advies van het burgerberaad waarbij de afvalinzamelwagen direct wordt gevolgd door veegploegen. De invoering van statiegeld leidt tot méér zwerfafval doordat mensen prullenbakken doorzoeken naar statiegeldverpakkingen. Om dit probleem aan te pakken zijn we gestart met een Prullenbakkenoffensief. Uitvoeringsteams gaan de wijken in om voor de meest problematische locaties tot een maatwerkoplossing te komen. Dat kan betekenen dat afvalbakken worden weggehaald, vervangen door een ander type bak, of – in samenspraak met ondernemers – juist dat er een extra afvalbak wordt geplaatst. Daarnaast hebben we het gebruik van transparante vuilniszakken in prullenbakken ingevoerd. Deze worden minder vaak door verzamelaars opengescheurd en blijven beter in de afvalbak zitten. Ook hebben we zelfsluitende afvalbakken geplaatst in en rondom winkelgebieden en andere probleemlocaties. Met deze bakken kunnen statiegeldverzamelaars blikjes en flesjes uit de bak halen zonder deze open te breken of te beschadigen.
De CROW-indicator voor bijplaatsingen meet hoe groot het aandeel containerlocaties is dat op niveau B of hoger scoort, dat wil zeggen: geen of nauwelijks afval naast de container. De gemeentelijke doelstelling is dat 90 procent van de gemeten locaties dit niveau haalt. Die doelstelling is in 2025 niet gerealiseerd. Dit heeft verschillende oorzaken. Een deel van de bewoners zet afval naast de container omdat de container vol of defect is, omdat het afval te groot is voor de container, of uit gemakzucht. Dit gedrag is moeilijk te doorbreken. Ook speelt grof afval een rol: omdat dit in Amsterdam nog grotendeels op straat wordt aangeboden, werkt het aantrekkend, als er toch al iets staat, voegt de volgende er gemakkelijk iets aan toe. De Aanpak Bijplaatsingen (ABP) richt zich specifiek op de hardnekkigste probleemlocaties: toezichthouders controleren deze dagelijks, ruimen bij, handhaven en zetten gerichte communicatie in. In de eerste helft van 2025 zijn 546 locaties van de ABProutelijst afgehaald omdat ze een CROW-score van 80 procent of hoger haalden een teken dat de aanpak werkt, maar ook dat een aanzienlijk aantal locaties structureel extra aandacht blijft vragen. Activiteit 2.3.1.3
Activiteit 2.3.1.2 We zamelen het afval efficiënt en duurzaam in. We zorgen dat inwoner en bedrijven hun afval op de juiste wijze kunnen aanbieden. Indicatoren activiteit 1
Percentage CROW scores bijplaatsingen naast containers op niveau B
Peilwaarde (peiljaar)
Jaarverslag 2024
Begroting 2025
Jaarverslag 2025
85% (2022)
83%
90%
78%
De vervuilingsindicator op bijplaatsingen van afval naast containers wordt afgegeven aan de hand van een CROW-score. Vanuit de Aanpak Bijplaatsingen is in de gehele stad extra inzet georganiseerd op gemiddeld 1500 containerprobleemlocaties door het uitvoeren van: • Gerichte maatwerk participatie interventies met bewoners en stakeholder op langdurige probleemlocaties. • Kartoncampagnes, woon-winkelcampagnes en studentencampagnes voor in en uithuizing met ludieke acties. • Gerichte acties op container- en grof afvaldump- locatieniveau in samenwerking met de stadsdelen, THOR, stadswerken, woningcorporaties en studentenhuizen. • Extra controles uitgevoerd door toezichthouders en andere units waarbij is gecontroleerd, opgeruimd en zaken doorgezet naar handhaving. Jaarverslag 2025
Indicatoren activiteit 1
Kg CO2‑uitstoot per ton ingezameld materiaal
Peilwaarde (peiljaar)
Jaarverslag 2024
Begroting 2025
Jaarverslag 2025
19,2 (2019)
2,4
2,5
2.3
In 2025 is een aanbesteding afgerond voor de aanschaf van 45 uitstootvrije voertuigen en is veel werk verricht voor de voorbereiding voor onder andere de laadvoorzieningen. Deze voertuigen verwachten we te ontvangen in de tweede helft van 2026 met uitloop naar 2027. Het jaar 2025 stond ook in het teken van de door het Rijk aangekondigde aanzienlijke verhogingen van de belasting op het verbranden van restafval. Dit was voor medewerkers van AEB reden om in juni te gaan staken, waardoor de gemeente drie dagen geen afval kon aanbieden bij AEB. Het in 2024 aangekochte terrein aan de Hemweg heeft tijdelijk als bufferlocatie gediend zodat de afvalinzameling ongestoord kon doorgaan en de stad geen overlast heeft ervaren. We hebben bij het kabinet alternatieven aangedragen voor de verhoging van de belasting op verbranden, waarbij de focus niet aan het eind van de keten wordt gelegd maar aan de voorkant om zo circulariteit en duurzaamheid te bevorderen. 75
H.2.2.3
Activiteit 2.3.1.4
Activiteit 2.3.2.1
We ondersteunen medebeheer en zetten in op preventie.
We maken het voor bewoners mogelijk om hun afval op de juiste manier gescheiden te kunnen aanbieden.
Indicatoren activiteit 1
Tevredenheid (zeer en redelijk tevreden) onder containeradoptanten
Peilwaarde (peiljaar)
Jaarverslag 2024
Begroting 2025
Jaarverslag 2025
76% (2020)
88%
75%
Wordt elke 2 jaar gemeten; volgt weer in 2026
Indicatoren activiteit 1
Aantal Amsterdamse huishoudens dat toegang heeft tot een GFE-T inzamelvoorziening
Peilwaarde (peiljaar)
Jaarverslag 2024
Begroting 2025
Jaarverslag 2025
1% (2019)
12%
13%
13%
De werving van containeradoptanten is voornamelijk gericht op containers met afvaloverlast. In 2025 zijn er 556 adoptanten bijgekomen, wat het totaal op rond 3.500 containeradoptanten brengt. Adoptanten helpen bij het schoon houden van de containerplek en dragen zo bij aan de leefbaarheid van de buurt. Het tevredenheidsonderzoek onder de containeradoptanten vindt om de twee jaar plaats. Het volgende onderzoek vindt plaats in 2026.
In 2025 zijn groente-, fruit-, etensresten en tuinafval-containers (gfe/t-rolcontainers) geplaatst in de stadsdelen Oost, Nieuw-West en Noord. Op basis van ervaringen in Oost is meer aandacht besteed aan bewonerscommunicatie; onder andere via een informatiemarkt en bewonersbrieven.
Doel 2.3.2
We zorgen dat het afval zo hoogwaardig mogelijk wordt verwerkt. Indicatoren activiteit
Amsterdam voorkomt (rest)afval. Indicatoren doel
Peilwaarde (peiljaar)
Jaarverslag 2024
Begroting 2025
Jaarverslag 2025
1
Kilogram huishoudelijk fijn en grof restafval per inwoner per jaar (BBV-verplicht)
247 (2019)
232
230
233
2
Kilogram huishoudelijk afval per inwoner per jaar
358 (2019)
353
347
355
De hoeveelheid afval per inwoner is in 2025 licht gestegen. Dit wordt vrijwel geheel veroorzaakt door de toename van het aanbod van grof afval.
Jaarverslag 2025
Activiteit 2.3.2.2
1
Percentage gerecycled afval per inwoner per jaar t.o.v. totale hoeveelheid huishoudelijk afval
Peilwaarde (peiljaar)
Jaarverslag 2024
Begroting 2025
Jaarverslag 2025
22% (2019)
25%
26%
25%
Het recyclingspercentage is in 2025 onveranderd gebleven t.o.v. voorgaand jaar. De afvalscheiding op de recyclepunten en aparte inzameling van gfe/t zijn toegenomen. Vanwege gepland groot onderhoud is de scheidingsinstallatie het eerste kwartaal dicht geweest. Dit heeft het recyclepercentage negatief beïnvloed. Het landelijk lachgasverbod heeft als nevenaffect dat gebruikte lachgascilinders niet meer retour worden ingenomen maar in het afval belanden. Dit heeft geleid tot explosies in afvalverwerkingsinstallaties met grote financiële gevolgen. Dit was de aanleiding om in samenwerking met AEB en Meerlanden een Lachgasloods te bouwen waarin het restafval ontdaan kan worden van lachgascilinders voordat het ter verbranding wordt aangeboden. Deze Lachgasloods is in maart 2025 in gebruik genomen.
76
H.2.2.3
Verbonden partijen
• Hogere baten reinigingsrechten doordat de stad groeit en er daarom meer huishoudens zijn die reinigingsrecht betalen (€ 0,4 miljoen). • Hogere baten door een hogere uitkering van de statiegeldvergoeding (€ 0,2 miljoen). • Overige afwijkingen lichten we verder niet toe, omdat de afzonderlijke afwijkingen kleiner zijn dan € 0,2 miljoen (€ 0,2 miljoen).
AEB Holding N.V. Amsterdam AEB verwerkt het Amsterdamse restafval, onder andere door kunststof verpakkingen en metalen na te scheiden en het restafval te verbranden. Daarmee produceert AEB stadswarmte en elektriciteit voor woningen en bedrijven. Stichting Pantar Stichting Pantar voert onder andere opdrachten uit op gebied van schoon en afvalinzameling/recycling (prikken en het verwijderen van bijplaatsingen, inzamelen van afvalstromen, voorsorteren van afvalstromen).
Financiële toelichting (bedragen x € 1 miljoen)
Rekening Oorspronkelijke 2024 Begroting 2025
Najaarsnota 2025
Rekening 2025
Verschil Rekening Najaarsnota
Baten
215,0
215,3
219,9
221,4
1,5
Lasten
291,1
268,4
273,7
278,2
4,5
Saldo Baten en Lasten
-76,1
-53,1
-53,8
-56,8
-3,0
Onttrekking
46,8
7,9
2,9
2,9
0,0
Toevoeging
3,3
0,0
0,0
0,0
0,0
Saldo onttrekkingen en toevoegingen reserves
43,6
7,9
2,9
2,9
0,0
Totaal 2.3 Afval en Reinigen Openbare Ruimte
-32,5
-45,2
-50,8
-53,8
-3,0
Het programmaonderdeel heeft ten opzichte van de Najaarsnota 2025 een negatief resultaat van € 3,0 miljoen. Dit komt door hogere baten van € 1,5 miljoen en hogere lasten van € 4,5 miljoen. Baten De totale baten van € 221,4 miljoen zijn € 1,5 miljoen hoger dan begroot. Dit komt vooral door: • Hogere baten uit afvalstoffenheffing door de afwikkeling van nog op te leggen heffingen oude jaren (€ 0,7 miljoen).
Jaarverslag 2025
Lasten De totale lasten van € 278,2 miljoen zijn € 4,5 miljoen hoger dan begroot. Dit komt door: • Lagere lasten voor kwijtschelding van afvalstoffenheffing (€ 0,6 miljoen). • Lagere lasten van voertuigen afvalinzameling: brandstoffen, verzekeringen, onderhoud (€ 2,3 miljoen). • Lagere lasten afvalinzameling door vertragingen bij diverse projecten (€ 3,2 miljoen). • Lagere lasten afvalinzameling als gevolg van schaalvoordelen bij groei van de stad (€ 1,9 miljoen). • Lagere lasten afvalinzameling door een hogere onttrekking aan de voorziening dynamisch inzamelen voor licentie- en afschrijvingskosten (€ 0,6 miljoen). • Hogere lasten vanwege de toevoeging van € 9,3 miljoen aan de voorziening afval. Dit betreft het voordelige saldo van lagere lasten en hogere baten in het gesloten systeem van de afvalstoffenheffing. • Hogere lasten door vergrote inzet en hoge prijsindexatie bij uitbestede werkzaamheden voor onder andere onderhoud parken en door extra inzet aannemer op uitbreiding van de opdracht verzorgend onderhoud voor onder andere blad verwijderen en het verwijderen van onkruid op verhardingen (€ 1,8 miljoen). • Hogere lasten door inzet uitzendkrachten en extra uitbesteed werk wegens het hoge ziekteverzuim onder reinigers in de stad en het niet volledig kunnen invullen van de formatie vanwege het moeizaam kunnen werven van uitvoerend personeel (€ 1,6 miljoen).
• Hogere lasten door gestegen tarieven stortkosten en transportkosten veegvuil, onder andere door aparte verwerking lachgascilinders en kosten voor opslagcontainers (€ 0,8 miljoen). • Lagere lasten door minder inzet bij de gladheidsbestrijding vanwege gunstige weersomstandigheden (€ 0,4 miljoen). Onttrekkingen reserves De onttrekking aan de reserve Verevening Onroerend Goed is gelijk aan de begroting.
77
H.2.2.3
Risicobeheersing
Beleidskaders
Actuele risico’s
Maatregelen
1. Veranderende wet- en regelgeving op o.a. afvalstoffenbelasting en op het gebied van milieuwetgeving, beperkingen voor gebruik van bruggen en kades voor de inzamelinglogistiek en (nog) hogere milieueisen voor het wagenpark, waardoor inzamelings- en verwerkingskosten toenemen.
• Vroeg op de hoogte zijn van veranderingen in wet- en regelgeving door goede monitoring en constant alerte blik naar buiten. Voor het ontzien van bruggen en kades is een pilot gestart voor anders inzamelen in Centrum-gebied. In de komende aanbesteding wagenpark worden de milieueisen meegenomen en worden met drie leveranciers raamcontracten afgesloten.
2. Meer afval op straat door problemen in het primaire proces en externe factoren. Bij een pandemie gaan we meer thuiswerken, meer online aankopen, wat zorgt voor meer afval. Tegelijkertijd leidt hoger ziekteverzuim tot verminderde beschikbaarheid van personeel.
• Vroeg op de hoogte zijn door goede monitoring en analyse van afvalaanbod, klachten en “schoon” resultaten waardoor snel kan worden bijgestuurd met inzet en inzamelfrequentie. Flexibele inzet van personeel door verdere standaardisatie. Vastleggen van voldoende “reservecapaciteit” bij uitzendbureaus. Voor uiterste situaties in personeelstekort is er een stappenplan ‘Noodscenario Afvalinzameling’.
3. Doelstelling om hoeveelheid (rest) afval te verminderen wordt niet gehaald door externe factoren zoals een lage inzet vanuit Rijk en EU bij de inzet op preventie, lage producenten-verantwoordelijkheid en lage inspanning van Amsterdammers.
• Constante lobby samen met NVRD, VNG en bv G4 richting het rijk om belang en inzet op preventie en producenten-verantwoordelijkheid te benadrukken. • Gedrag van Amsterdammers aanpassen door: faciliteiten te bieden om afval gescheiden aan te bieden en in te zamelen en door communicatie en gerichte campagnes burgers bewust(er) te maken van het scheidingseffect van afvalstromen en welk effect dat heeft op de kosten (voor verwerken van restafval) en opbrengsten (bijvoorbeeld voor karton).