Raadsbesluit 2026-105A Bijlage Jaarverslag 2025
Tekst van het document
De onderbesteding van € 1,1 miljoen komt voort uit lagere kosten voor informatievoorziening vergunningen, doordat werkzaamheden voor het in stand houden en verbeteren van de applicaties in eigen beheer zijn uitgevoerd (€ 0,4 miljoen). Daarnaast zijn er lagere lasten bij de Omgevingswet, omdat geplande acties door capaciteitsproblemen niet volledig zijn uitgevoerd; deze middelen worden doorgeschoven naar 2026 (€ 0,4 miljoen). Tot slot is er een vrijval uit de voorziening dubieuze debiteuren vergunningen (€ 0,3 miljoen), gebaseerd op een berekening van de omvang en ouderdom van openstaande vorderingen. • Hogere lasten voor de bestuurlijke boetes (€ 0,7 miljoen). Dit wordt voornamelijk veroorzaakt door een benodigde toevoeging aan de voorziening dubieuze debiteuren. De voorziening wordt ieder jaar volgens een vast rekenmodel op de juiste hoogte gebracht. Dit keer moet deze worden aangevuld vanwege bestuurlijke boetes die nog open staan of waarvoor nog procedures lopen. • Hogere lasten vanwege een toevoeging aan de voorziening Wooncoöperatieven (€ 0,6 miljoen). Deze voorziening is bedoeld voor het afdekken van risico’s bij het verstrekken van geldleningen aan wooncoöperatieven. • Lagere lasten op de huisvesting statushouders (€ 0,5 miljoen) omdat er minder woningen zijn toegewezen. Bij de begroting is uitgegaan van 1.512 woningen terwijl dat uiteindelijk 1.105 zijn geworden.
De taakstelling voor het huisvesten van 1.454 personen is gerealiseerd, maar de achterstand is nog niet weggewerkt. Jaarverslag 2025
• Lagere lasten op het afhandelen van bezwaar en beroep (€ 0,5 miljoen). De benodigde inzet bleek lager dan van tevoren werd gedacht. Wel is er nog sprake van achterstanden. We monitoren deze achterstanden actief en sturen op het inlopen daarvan. • Lagere lasten op het project uitbreiding woonwagens (€ 0,5 miljoen). Wij hadden dit jaar een besteding van € 1,4 miljoen begroot, maar wegens vertragingen, verschuiven we het restant door naar 2026. De dekking komt uit de reserve Bouwstimulering. • Lagere lasten op de subsidie Sanering verkeerslawaai (€ 0,4 miljoen). In 2025 is de uitvoering van de projecten Admiraal de Ruyterweg 1 en 2 afgerond. De uitvoeringskosten waren lager dan het voorschot dat de gemeente van het Rijk heeft ontvangen. De resterende middelen worden toegevoegd aan de balans voor de terugbetaling aan het Rijk. • De lagere lasten op de Wet betaalbare huur (€ 0,3 miljoen). Deze worden veroorzaakt door lagere communicatie- en IV-kosten (informatievoorziening) en lagere personele lasten. De uiteindelijke inzet bleek beperkter dan oorspronkelijk voorzien. • Lagere lasten op de bewonersondersteuning (€ 0,3 miljoen). Dit heeft te maken met het terugvorderen van niet bestede subsidiemiddelen bij de Federatie Huurdersnetwerk. • Lagere lasten bij frictieleegstand (€ 0,3 miljoen).
Dit budget is bedoeld om kosten van woningbouwcorporaties van kortdurende leegstand compenseren zodat woningen beschikbaar blijven voor specifieke doelgroepen. Dit budget is beschikbaar in 2025 tot en met 2027. Omdat definitieve toekenning van deze middelen pas eind 2025 is geweest is het budget voor 2025 niet besteed. Het bedrag van € 0,3 miljoen valt vrij ten gunste van de algemene middelen. • Lagere lasten bij de schimmelaanpak (€ 0,3 miljoen). Vijf van de zes corporaties hebben een subsidieaanvraag gedaan. De aanvraag was vaak lager dan wij hadden begroot. In de begroting was in totaal € 0,7 miljoen begroot. De niet bestede middelen vallen vrij ten gunste van de algemene middelen. • Lagere lasten op de huurkosten van de Hoogte Kadijk (€ 0,3 miljoen). De verwachte huurkosten schuiven door naar 2026 en 2027. • Overige afwijkingen lichten we verder niet toe, omdat de afzonderlijke afwijkingen kleiner zijn dan € 0,2 miljoen. Onttrekkingen reserves De onttrekking aan de reserve Bouwstimulering is € 3,2 miljoen lager dan begroot. Dit komt door de niet benodigde middelen met betrekking tot flexwoningen 44
H.2.1.4
(€ 2,7 miljoen) en de onderbesteding op de woonwagens (€ 0,5 miljoen). Zie ook de toelichting op de lasten. De onttrekking aan de reserve coalitiemiddelen is € 0,7 miljoen lager dan begroot. Dit komt vooral door de onderbesteding op de Integrale aanpak. De onttrekking aan de reserve Opvang Oekraïners is € 0,6 miljoen lager dan begroot. Dit komt vooral door lagere bouwkosten. Overige afwijkingen lichten we verder niet toe, omdat de afzonderlijke afwijkingen kleiner zijn dan € 0,2 miljoen. Toevoegingen reserves Niet van toepassing.
Risicobeheersing Actuele risico’s
Maatregelen
1. Bij de Woningcorporaties komen onvoldoende woningen vrij waardoor minder woningen beschikbaar komen voor urgenten/kwetsbare groepen/ouderen/statushouders. Hierdoor wordt de termijn waarop 80 procent van de urgenten een woning vindt langer dan de gestelde termijn van drie maanden.
• Om de druk op het aantal beschikbare woningen voor kwetsbare groepen te verlagen worden de urgentiecriteria aangepast. Het verwachte effect is dat mensen met de hoogste urgentie sneller aan een passende woning kunnen worden geholpen. De druk op het aantal voor kwetsbare groepen beschikbare woningen neemt daardoor af.
2. Omdat de legesinkomsten uit omgevingsver• Om het conjunctuureffect op de middellange gunningen sterk fluctueren met de conjunctuur, termijn inzichtelijk te krijgen is een blijven de uitvoeringskosten voor gemeenten onderzoeksbureau ingehuurd. – zoals loonkosten en overhead – grotendeels vast en daarmee stabiel. Deze ongelijkheid creëert financiële risico’s bij economische neergang, omdat de gemeente kosten moet blijven maken terwijl de inkomsten sterk teruglopen. Met de komst van de Omgevingswet is de werklast voor gemeenten ook nog eens toegenomen. 3. Het effect vanuit de Omgevingswet op de bouwleges lijkt groter dan waar rekening mee is gehouden. Dit negatieve effect is het gevolg van de knip in een technische bouwactiviteit en een omgevingsplan, waarbij bij veel vergunningaanvragen de aanvraag voor technische bouwactiviteit niet meer volgt en daarvoor geen leges worden ontvangen.
Jaarverslag 2025
Beleidskaders • Amsterdamse Aanpak Volkshuisvesting (AAV): de AAV is een integraal programma met maatregelen die zijn gericht op het realiseren van voldoende betaalbare en goede woningen in een ongedeelde stad. Huisvestingsverordening 2024: beschrijft het instrumentarium en de toepassing hiervan, in relatie tot woonruimteverdeling en woningvoorraad. Met de huisvestingsverordening verdeelt het college schaarse huurwoningen en regels waarmee wijzigingen in de voorraad van zowel huur- als koopwoningen worden gereguleerd. Zo wordt de Amsterdamse woningvoorraad beschermt en wordt de leefbaarheid in wijken en buurten gewaarborgd. • Leegstandsverordening Amsterdam 2022: gezien de schaarste aan woningen in Amsterdam is langdurige woningleegstand zeer onwenselijk. Met leegstandverordening kan de gemeente optreden tegen langdurige leegstand in Amsterdamse woningen. • Samenwerkingsafspraken met de corporaties en huurderskoepels. Deze gaan onder andere over de groei van de voorraad, de betaalbaarheid, de duurzaamheid en de beschikbaarheid van woningen voor alle doelgroepen. Ook staan er afspraken in over de nieuw te bouwen sociale huurwoningen en middeldure huurwoningen en over de grondprijzen. • Omgevingswet: de Omgevingswet regelt alles voor de ruimte waarin we wonen en werken. Deze nieuwe wet bundelt en maakt regels eenvoudiger.
• Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb): dit is een nieuw stelsel van kwaliteitsborging. • VTH-Beleid Fysieke Leefomgeving: hierin staat beschreven hoe we de VTH-taken uitvoeren en zijn diverse strategieën en protocollen opgenomen voor de uitvoering. • Wet betaalbare huur: door deze wet kan de gemeente handhaven op te hoge huren en servicekosten. In de huisvestingsverordening voor 2025 is daarnaast ingezet op invoering van de huisvestingsvergunning voor het middensegment. Met deze twee instrumenten kan de gemeente meer en beter handhaven op de middenhuur.
• Om het effect vanuit de Omgevingswet inzichtelijk te krijgen is een onderzoeksbureau ingehuurd op basis hiervan kan eventueel de legestabel aangepast worden.
45
H.2.1.5
2.1.5 Vastgoed We zetten ons gemeentelijke vastgoedbezit in om maatschappelijke voorzieningen duurzaam, toegankelijk, betaalbaar en in de hele stad tehuisvesten. Onze vastgoedportefeuille verhuren we voor een groot deel aan een zeer verschillende groep huurders. Het grootste deel betreft maatschappelijke huurders.
Doel 1.5.2
De totale CO2‑uitstoot van programmaonderdeel 1.5 is: Scope 1 en 2 in de stad
0 ton CO2
Scope 1 en 2 van de eigen organisatie
375 ton CO2
Scope 3 van de eigen organisatie
38.300 ton CO2
Amsterdam streeft naar een optimaal gebruik van haar maatschappelijk vastgoedportefeuille om een zo hoog mogelijk maatschappelijk rendement te behalen en gemiste inkomsten te minimaliseren. Indicatoren doel
Wat hebben we bereikt (doelen) en wat hebben wij daarvoor gedaan (activiteiten)?
1
Doel 1.5.1 Amsterdam heeft een vastgoedportefeuille die voldoet aan de gemeentelijk en landelijke ambities en wetgeving op het gebied van duurzaamheid, veiligheid en bouwkundige kwaliteit. Indicatoren doel 1
NEN 2767, onderhoudsniveau minimaal 3, sober en doelmatig
Peilwaarde (peiljaar)
Jaarverslag 2024
Begroting 2025
Jaarverslag 2025
83% (2020)
88%
87%
88,3%
Ons vastgoed hebben we in 2025 onveranderd onderhouden op basis van het vastgestelde onderhoudsniveau, sober en doelmatig. Dat doen we ieder jaar. Deze planning is gericht om het groot en gepland onderhoud uit te voeren om de panden op het gewenste onderhoudsniveau te houden. Het percentage panden met het gewenste onderhoudsniveau is gelijk gebleven ten opzichte van 2024. Tegelijkertijd met de geplande onderhoudswerkzaamheden kijken we naar mogelijkheden om te verduurzamen. De verduurzamingsopgave en het onderhouden van onze vastgoedportefeuille hebben een sterk verband. De combinatie van werkzaamheden zorgt voor zo min mogelijk overlast voor onze huurders. Jaarverslag 2025
Bezettingsgraad
Peilwaarde (peiljaar)
Jaarverslag 2024
Begroting 2025
Jaarverslag 2025
86% (2022)
89%
95%
88%
De bezettingsgraad is lager dan begroot. We hebben de waarde bij de begroting te optimistisch ingezet. Het streven naar een optimale bezettingsgraad is het uitgangspunt maar we hebben ook wissellocaties en uitwijkmogelijkheden nodig, bijvoorbeeld als het gaat om de verduurzamingsopgave. Leegstand komt ook voor omdat er te weinig investeringsruimte beschikbaar is om panden op te knappen zodat een volgende verhuring mogelijk is. Doel 1.5.3 Amsterdam streeft naar een zo groot mogelijke CO2-reductie van haar maatschappelijke en commerciële vastgoedportefeuille. Indicatoren doel 1
We verduurzamen onze maatschappelijke en commerciële vastgoedportefeuille
Peilwaarde (peiljaar)
Jaarverslag 2024
Begroting 2025
Jaarverslag 2025
23% (2022)
27%
31%
30,7%
In 2025 hebben we verder gewerkt aan het Uitvoeringsprogramma Duurzaam Vastgoed. We pakten een groot aantal panden aan, vaak in combinatie met gepland groot onderhoud. De verschillende maatregelen bestaan uit isolatie van gevels, daken en 46
H.2.1.5
Baten De totale baten van € 80,5 miljoen zijn € 6,4 miljoen lager dan begroot. Dit komt vooral door: • Lagere baten doordat de huren van de panden die zijn gebruikt voor tijdelijke huisvesting/opvang van Oekraïense ontheemden intern zijn doorbelast (€ 7,4 miljoen). Dit is een technische verrekening met de lasten. Deze zijn per saldo neutraal, zie ook de toelichting bij de lasten. • Hogere baten door hogere doorberekeningen van servicekosten met terugwerkende kracht over voorgaande jaren (€ 1,0 miljoen). Servicekosten zijn aanvullende kosten naast de huur voor onder meer nutsvoorzieningen, onderhoud, schoonmaak, verzekeringen, belastingen en beveiliging.
vloeren. Verder pasten we dubbel glas toe en zorgden voor zuiniger ledverlichting. We hebben ook installaties vervangen door warmtepompen of sloten waar mogelijk aan op warmtenetten. In 2025 is het aantal panden met een A-label gestegen naar 30,7 procent. Ten opzichte van 1990 is de CO2‑uitstoot van de vastgoedportefeuille met 26,1 procent afgenomen.
Verbonden partijen • Scheepsexploitatiemaatschappij BAVO N.V. • Scheepsexploitatiemaatschappij BAVO N.V. is eigenaar van de verpachte agrarische grond in de Volgermeer.
Financiële toelichting (bedragen x € 1 miljoen)
Baten
Rekening Oorspronkelijke 2024 Begroting 2025 83,3
76,8
Najaarsnota 2025
Rekening 2025
Verschil Rekening Najaarsnota
86,9
80,5
-6,4
Lasten
64,6
62,8
68,7
63,1
-5,6
Saldo Baten en Lasten
18,7
14,0
18,2
17,4
-0,8
Onttrekking
3,7
50,1
50,1
50,1
0,0
Toevoeging
2,7
0,0
0,0
0,0
0,0
Saldo onttrekkingen en toevoegingen reserves
1,0
50,1
50,1
50,1
0,0
Totaal 1.5 Vastgoed
19,8
64,1
68,3
67,5
-0,8
Het programmaonderdeel heeft ten opzichte van de Najaarsnota 2025 een negatief resultaat van € 0,8 miljoen. Dit komt door lagere baten van € 6,4 miljoen en lagere lasten van € 5,6 miljoen.
Jaarverslag 2025
Lasten De totale lasten van € 63,1 miljoen zijn € 5,6 miljoen lager dan begroot. Dit komt vooral door: • Lagere lasten doordat de huurkosten van de panden die zijn gebruikt voor tijdelijke huisvesting/opvang van Oekraïense ontheemden intern zijn doorbelast (€ 7,4 miljoen). Dit is een technische verrekening met de lasten. Deze zijn per saldo neutraal, zie ook de toelichting bij de baten. • Hogere lasten vanwege een overschrijding op de nutsvoorzieningen (€ 2,3 miljoen). Deze kosten worden nog verrekend met de verhuurder. Aan het begin van het nieuwe jaar is pas inzichtelijk wat de werkelijke kosten zijn. Op basis daarvan vindt de eindafrekening nog plaats. • Lagere lasten voor calamiteitenonderhoud. Dit is het onderhoud waarvoor geen voorziening wordt getroffen omdat deze kosten niet te plannen zijn (€ 0,7 miljoen). • Hogere lasten door een hogere toevoeging aan de voorziening groot onderhoud. De toevoeging volgt een vaste methodiek waarbij marktindexering en externe herijking worden verwerkt. Jaarlijks moet voldoende worden gedoteerd om groot onderhoud de komende 25 jaar te dekken (€ 0,4 miljoen). • Overige hogere afwijkingen lichten we verder niet toe, omdat de afzonderlijke afwijkingen kleiner zijn dan € 0,2 miljoen.
47
H.2.1.5
Reserves In dit programmaonderdeel zijn geen afwijkingen op reserves.
Risicobeheersing Actuele risico’s
Maatregelen
1. De duurzaamheidsdoelstelling om in 2030 55 procent CO2 te reduceren ten opzichte van 1990 wordt niet gehaald door achterblijvende bestedingen en daarmee vertraging in de verduurzamingsoperatie. Aanbestedingen en/ of werkzaamheden moeten worden uitgesteld door krapte op de arbeidsmarkt en schaarste aan materialen.
• Middels over-programmering zorgden we ervoor dat er voldoende projecten in uitvoering konden gaan en daarmee werd gewerkt aan de vermindering van de CO2‑uitstoot. Door een goede marktbenadering hebben we leveranciers en aannemers aan ons programma gebonden. Tenslotte hebben we ervoor gezorgd dat ons personeelsbestand op peil bleef om de projecten uit te voeren.
2. Onvoldoende investeringsruimte voor bestaand vastgoed (waarin inbegrepen de verduurzamingsopgave) zorgt ervoor dat panden door achterstallig onderhoud niet meer voldoen aan wet- en regelgeving op het gebied van veiligheid en mogelijk buiten gebruik moeten worden gesteld. Daarnaast zullen de onderhoudskosten voor herstel aanzienlijk toenemen, waardoor ook niet kan worden voldaan aan het afgesproken kwaliteitsniveau (sober en doelmatig).
• We zorgden voor een geactualiseerde planning zodat met de beschikbare middelen zo goed mogelijk werd voldaan aan de doelstellingen van de gemeente Amsterdam. Tevens waren we transparant over de investeringen die geen doorgang vonden en wat de mogelijke gevolgen hiervan waren.
3. Het beheren van vastgoed zit in een fraudegevoelig klimaat. Integriteit kan in het geding komen. De administratieve organisatie is nog niet volledig en de informatievoorziening (financieel en managementinformatie) is nog niet optimaal.
• We werkten volgens protocollen en vastgelegde werkprocessen. Er werd regelmatig gemonitord op de aanbestedingsresultaten.
Beleidskaders • Actualisatie Vastgoedstrategie Gemeentelijk Strategie is vastgesteld in 2024.
Jaarverslag 2025
48
H.2.1.6
2.1.6 Duurzaamheid en Milieubeheer Met de inzet op duurzaamheid brengen we de stad op lange termijn binnen planetaire grenzen.
De totale CO2‑uitstoot van programmaonderdeel 1.6 is: Scope 1 en 2 in de stad
0 ton CO2
Scope 1 en 2 van de eigen organisatie
0 ton CO2
Scope 3 van de eigen organisatie
energiebesparing, gebruik van duurzame energiebronnen, CO₂-afvang en andere verduurzamingsmaatregelen zoals circulariteit. Activiteit 1.6.1.1
1.900 ton CO2
We dragen bij aan de transitie naar een circulaire economie. Indicatoren activiteit
Wat hebben we bereikt (doelen) en wat hebben wij daarvoor gedaan (activiteiten)?
1
Doel 1.6.1 Amsterdam voldoet aan de doelstelling van het Klimaatakkoord Parijs door de stad aardgasvrij te maken voor 2040 en de CO2‑uitstoot met 95 procent te verlagen voor 2050 en is een stad met schone lucht waar afval als grondstof wordt gebruikt. Indicatoren doel 1
Totale CO2-emissies (in kton) verbruik van energie op het Amsterdamse grondgebied
Peilwaarde (peiljaar)
Jaarverslag 2024
Begroting 2025
Jaarverslag 2025
4.420
2.821
3.620
3.620
Met de reductie van CO2‑uitstoot (scope 1 en 2) en het gebruik van afval als grondstof (scope 3) worden meetbare stappen gezet om de stad binnen de planetaire grenzen te krijgen. Om klimaatverandering tegen te gaan streven we naar een klimaatneutrale stad in 2050, conform de doelstelling uit het Klimaatakkoord van Parijs. Daarvoor hebben we in 2025 de nieuwe koers warmtetransitie vastgesteld. Met deze visie werken we aan duurzame en betaalbare warmte voor alle Amsterdammers, waarbij de gemeente meer inzet op lokale en gebouwgebonden warmteoplossingen zoals (hybride) warmtepompen. Daarnaast zetten we nog meer in op het isoleren van woningen. We hebben afspraken gemaakt met de acht van de tien meest energie-intensieve bedrijven in de stad om hun CO2‑uitstoot te verminderen. De afspraken gaan onder meer over
Jaarverslag 2025
Totale hoeveelheid nieuw niethernieuwbaar materiaalgebruik in Amsterdam
Peilwaarde (peiljaar)
Jaarverslag 2024
Begroting 2025
Jaarverslag 2025
18,5 mld. kg 13,9 mld. kg* 15,6 mld. kg 17,4 mld. kg** (2016) (2022) (2022)
* In het jaarverslag 2024 stond abusievelijk 14,9 mld. kg, maar inmiddels zijn de cijfers door het CBS herijkt naar 17,4 miljard. ** Bron: CBS. Het CBS rapporteert tweejaarlijks. Daarom is het getal bij Jaarverslag 2025 hetzelfde als bij Jaarverslag 2024 (uit de data over 2022). Doordat in het jaarverslag 2024 de niet-gecorrigeerde cijfers zijn gepubliceerd blijkt dit echter niet uit bovenstaande tabel. In 2026 volgt een update over de jaren 20232024. De trendlijn laat evenwel dezelfde, lichte daling zien.
In 2025 is de Uitvoeringsagenda Circulaire Economie 2023-2026 uitgevoerd om de transitie naar een circulaire economie te versnellen. We hebben belangrijke stappen gezet om circulaire initiatieven en ondernemers te ondersteunen. Zo zijn voorbereidingen getroffen voor de Circulaire Textielhub, en hebben we ongeveer 100 mkb-bedrijven geholpen met inzicht in hun duurzaamheidsimpact en circulaire bedrijfsvoering. Innovatieve bedrijven hebben via financieringsprogramma’s gezamenlijk € 17 miljoen aan kapitaal aangetrokken, en tientallen circulaire initiatieven zijn versterkt met subsidies, juridische hulp en leertrajecten, waarmee een half miljoen inwoners wordt bereikt. Van de Regeling Ruimte voor Duurzaam Initiatief (RvDI) ging 73 procent van de middelen naar een initiatief met een circulair doel. Daarnaast is gewerkt aan een professionele uitleeninfrastructuur voor spullen, en is het eerste circulaire schoolgebouw, Wisperweide, opgeleverd. Ook is 8 procent van de nieuwe woningen in hout gebouwd en hebben 42 bouwbedrijven trainingen gevolgd over biobased isoleren. Verder hebben we circulaire innovaties in specifieke sectoren 49
H.2.1.6
gestimuleerd. Zo is de aanbestedingsfase voor duurzame kunstgrasvelden afgerond, met prototypes die in 2026 worden opgeleverd. Vanuit het Actieplan Voedselverspilling zijn juridische instrumenten ontwikkeld en hebben ondernemers tijdens Food Waste Challenges 25 procent minder voedsel verspild. Bewustwording en gedragsverandering is bevorderd via campagnes zoals de Verspillingsvrije Week en samenwerkingen met de Amsterdam Fashion Week. Ook hebben we ketenverantwoordelijkheid centraal gesteld bij aanbestedingen, zoals bij elektrische inzamelvoertuigen met duurzame accu’s en een True Price-aanbesteding voor koffie, thee en cacao.
Samen met bewoners, ondernemers en maatschappelijke organisatie is verder gewerkt aan de doestellingen en acties uit de Routekaart Amsterdam Klimaatneutraal 2050 we aan verduurzaming van de stad. Indicator 1 De meerderheid (68 procent) van de Amsterdammers vindt het een (heel) goed idee om te stoppen met aardgas voor verwarmen, warm water en koken (Populytics, 2025). In het nog te verschijnen Warmteprogramma wordt richting gegeven welke warmteoplossingen het beste passen bij welke buurten.
Activiteit 1.6.1.2 We werken aan een klimaatneutrale en aardgasvrije stad (routekaart Amsterdam Klimaatneutraal 2050). Indicatoren activiteit
Peilwaarde (peiljaar)
Jaarverslag 2024
Begroting 2025
Jaarverslag 2025
1
Deel van Amsterdammers dat zegt de overstap naar duurzame energie een goede zaak te vinden
75% (2019)
–
75,0%
–*
2
Totaal opgesteld vermogen (in MW) zonne-energie op het Amsterdamse grondgebied
46 (2018)
310
350
360
3
Totaal extra opgesteld vermogen windenergie op het Amsterdamse grondgebied
66 (2019)
84
84
84
4
Aantal woningequivalenten waarvoor in het betreffen-de jaar met WAM-aanpak een investeringsbesluit is genomen om aardgasvrij te worden
n.v.t.
855
1.500
687
5
Totaal aantal woningequivalenten aardgasvrij
6
Aantal locatiebesluiten elektriciteitsstations (onderstations)
7
Aantal locatiebesluiten elektriciteitshuisjes (MSR’s)
123.700 (2024)
–
124.000
123.187**
1
5
–
1
353
80
–
367***
* In 2025 is er geen onderzoek uitgevoerd. ** Door een nieuwe wijze van tellen door Liander is het aantal WEQ lager geworden. *** In eerste instantie werd het aantal aansluitingen inclusief grootverbruikaansluitingen meegenomen, dit is teruggebracht naar alleen netruimtes.
Jaarverslag 2025
Met lokale partijen werkten we aan een buurtgerichte aanpak. Zo haalden we in de Stadionbuurt via het Buurtberaad Warm Huis belangrijke inzichten op. We hielpen bewoners van de K-buurt in Zuidoost bij de overstap naar een nieuw warmtecontract en ondersteunden coöperaties met een roadmap en een Energie Diensten organisatie die bijdraagt aan de professionalisering van initiatieven. Bewoners en ondernemers werden geïnformeerd over energiebesparing, isoleren, warmtepompen en zonnepanelen via het mobiel loket Jouw Huis van Morgen op markten en bijeenkomsten in de stad. Ook online informeerden en inspireerden we via de nieuwsbrief Duurzaam020 en de loketten duurzaamwonen.amsterdam en duurzaamondernemen.amsterdam. Indicator 2 De opwekdoelen voor zonne-energie in 2025 zijn behaald, en daarmee ligt Amsterdam op koers om de doelen voor zonne-energie te realiseren. In december 2025 is er in totaal 360 MWp aan zonne-energie gerealiseerd in Amsterdam. Veel dakeigenaren (ook van middelgrote daken) hebben advies en ondersteuning ontvangen voor de installatie van zonnepanelen. De hergebruikketen voor zonnepanelen in Amsterdam is opgezet en er wordt samen met partners (Metropoolregio Amsterdam, MRA en het Rijk) gewerkt aan opschaling. Om duurzame/ circulaire en lichtgewicht panelen te stimuleren is een subsidieregeling geïntroduceerd.
De eerste projecten van de Zonbank zijn gerealiseerd (financiering vanuit klimaatfonds). Met de Zonbank worden in gebieden met energiearmoede kosteloos zonnepanelen geïnstalleerd bij huishoudens.
50
H.2.1.6
De gunning voor een coöperatieve zonne-carport is afgerond. De realisatie staat gepland voor medio 2026. Voor de zon langs rijkswegen is de planfase is afgerond en wordt het projectbeleid en de gronduitgifte uitgewerkt. Indicator 3 Het programma Wind Amsterdam (PWA) is begin 2025 bestuurlijk vastgesteld. In het PWA heeft het college, in samenspraak met de raad, gebieden aangewezen waar wordt gewerkt aan de ontwikkeling van windenergie. Daarnaast bevat het PWA richtlijnen waarmee initiatiefnemers rekening moeten houden. Het college werkt in 2025 en 2026, samen met partners in alle aangewezen gebieden aan de benodigde onderzoeken, plannen en de voorbereiding van ruimtelijke procedures. In het afgelopen jaar heeft de gemeente een proactieve en ‘regisserende rol vervuld, met als doel de windenergieambitie te realiseren en de richtlijnen van haar beleid, waaronder het PWA, te waarborgen. Indicator 4 en 5 • In 2025 is doorgewerkt in buurten waar de voorbereiding al ver gevorderd was (Wildemanbuurt, WG Ketelhuis, K-buurt Midden). In deze buurten is toegewerkt naar besluitvorming en uitvoering voor aansluiting op stadsverwarming. • Bewoners, VvE’s en particuliere eigenaren zijn ondersteund bij isolatie en (hybride) warmtepompen. In enkele buurten, zoals Buikslotermeer Noord, zijn decentrale warmtebronnen verkend.
• Bewonersinitiatieven en energiecoöperaties kregen ondersteuning bij de voorbereiding van hun plannen. Daarnaast is geanticipeerd op nieuwe wetgeving die de gemeente meer instrumenten geeft en richting een grotere publieke rol in de warmtetransitie. • Het aantal WEQ aardgasvrij bleef achter bij de verwachting. Dit kwam doordat kosten voor materiaal en arbeid sterk stegen, (rijks)subsidies zoals de Stimuleringsregeling Aardgasvrije Huurwoningen wegviel/leeg raakten en projectkosten daardoor niet volledig gedekt konden worden. Hierdoor kwamen businesscases niet rond, waardoor warmteaanbieders minder bestaande bouw hebben aangesloten. • De gerapporteerde daling in WEQ komt mede door een nieuwe rekenwijze, waarbij blokverwarming niet langer als aardgasvrij wordt meegeteld. Blokverwarming verwarmt een aantal appartementen of complexen centraal waardoor individuele (gas) aansluitingen niet nodig zijn. De appartementen werden zodoende aangemerkt als aardgasvrij. Echter omdat blokverwarming meestal gedaan werd door gas is deze rekenwijze terug gedraaid. • Om de opgave te versnellen kiest het college ervoor om all‑electric oplossingen zoals warmtepompen actief te stimuleren. Jaarverslag 2025
Indicator 6 • Door de groei van woningbouw, mobiliteit en economische activiteiten nam in 2025 de druk op het stroomnet verder toe, waardoor nieuwe onderstations noodzakelijk zijn en blijven. • In samenwerking met Liander en TenneT is gekeken naar de belasting van het stroomnet, en uit deze schouw kwam naar voren dat er vier te bouwen stations niet langer nodig waren om de congestie op te lossen. Andere geprognotiseerde locatiebesluiten vertraagden omdat het vinden van geschikte locaties lastig is. In 2025 is alleen de locatie van Hoogte Kadijk vastgesteld. • Tegelijkertijd werd de impact van netcongestie duidelijker: steeds meer gemeentelijke projecten kregen vertraging of onzekerheid over aansluiting. Via flexibele afspraken konden enkele projecten nog wel worden geholpen, maar de beschikbare netcapaciteit bleef en blijft zeer beperkt. • De realisatie van noodzakelijke nieuwe stations is afhankelijk van ruimtelijke inpassing, technische mogelijkheden en uitvoeringscapaciteit. Dit vergt lastige keuzes in de toekomst. Indicator 7 • In 2025 is verder voortgang geboekt bij de realisatie van middenspanningsruimtes: er staan nu 367 van de benodigde 2.612 MSR’s, waarvan 69 in 2025. Daarmee is de netcapaciteit op wijkniveau verder vergroot en zijn lokale knelpunten verminderd.
• Verdere opschaling van MSR’s is nodig om de komende jaren woningbouw, maatschappelijke voorzieningen en verduurzamingsprojecten mogelijk te blijven maken.
Verbonden partijen Afval Energie Bedrijf (AEB) Het Afval Energie Bedrijf levert duurzame energie in de vorm van warmte en elektriciteit. Westpoort Warmte (WPW) De gemeente is aandeelhouder van WPW in een joint-venture met Vattenfall. Wij hebben beiden 50 procent van de aandelen. WPW levert duurzame warmte aan een deel van de stad. Liander Allianders dochteronderneming Liander heeft voor haar verzorgingsgebied de wettelijke taak te zorgen dat bewoners en ondernemers een betrouwbaar en betaalbaar 51
H.2.1.6
distributienetwerk van gas en elektriciteit kunnen gebruiken. Liander is partner in de taskforce congestie en Warm Amsterdam.
Het programmaonderdeel heeft ten opzichte van de Najaarsnota 2025 een positief resultaat van € 0,9 miljoen. Dit komt door lagere baten van € 19,5 miljoen, lagere lasten van € 27,6 miljoen en lagere onttrekkingen aan reserves van € 7,5 miljoen.
Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied Gemeenten zijn wettelijk verplicht om een basistakenpakket op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving onder te brengen bij Omgevingsdiensten. Voor de gemeente Amsterdam is de Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied (OD NZKG) de omgevingsdienst. Het college is bevoegd gezag voor het uitvoeren van deze taken die de OD NZKG voor Amsterdam vervult. De OD NZKG heeft als voornaamste verantwoordelijkheid de beoordeling en goedkeuring of afwijzing van vergunningsaanvragen en het toezicht houden op en handhaven van regelgeving met betrekking tot activiteiten op het gebied van milieu, bodem en bouw (VTH-taken). Ze speelt een rol in het bevorderen van een duurzame en veilige leefomgeving. De OD NZKG heeft een adviserende rol bij gebieds- en beleidsontwikkeling en op het gebied van energietransitie, klimaatverandering, verduurzamen en circulair economie. Port of Amsterdam De Amsterdamse haven is een Europese zeehaven die het voortouw neemt in het versnellen van duurzaamheid. De gemeente is de enige aandeelhouder van de Port of Amsterdam.
Baten De totale baten van € 13,3 miljoen zijn € 19,5 miljoen lager dan begroot. Dit komt vooral door: • Lagere baten op de klimaatakkoordmiddelen (€ 15,8 miljoen). Zie ook de toelichting op de lasten. De middelen blijven beschikbaar op de balans. • Lagere baten aan de proeftuinen aardgasvrije wijken (€ 3,2 miljoen). Deze Rijksbijdragen worden doorgeschoven naar toekomstige jaren. Zie ook de toelichting bij de lasten. • Lagere baten met betrekking tot het project Aardwarmte (€ 1,7 miljoen). Amsterdam doet de bevoorschotting voor het gezamenlijke project. Zie ook de toelichting op de lasten. • Hogere baten voor het EU-project Life Biomatine (€ 0,3 miljoen). Zie ook de toelichting op de lasten. • Hogere baten op het EU-project Drive2X (€ 0,2 miljoen), zie ook de toelichting op de lasten. • Overige afwijkingen lichten we verder niet toe, omdat de afzonderlijke afwijkingen kleiner zijn dan € 0,2 miljoen.
Financiële toelichting (bedragen x € 1 miljoen)
Rekening Oorspronkelijke 2024 Begroting 2025
Najaarsnota 2025
Rekening 2025
Verschil Rekening Najaarsnota
Baten
20,7
0,9
32,8
13,3
-19,5
Lasten
63,5
90,5
109,2
81,6
-27,6
Saldo Baten en Lasten
-42,8
-89,5
-76,4
-68,4
8,1
Onttrekking
19,6
44,7
63,7
56,2
-7,5
Toevoeging
2,1
1,7
1,7
1,3
-0,4
Saldo onttrekkingen en toevoegingen reserves
17,5
43,0
62,0
54,9
-7,2
Totaal 1.6 Duurzaamheid en Milieubeheer
-25,2
-46,6
-14,4
-13,5
0,9
Jaarverslag 2025
Lasten De totale lasten van € 81,6 miljoen zijn € 27,6 miljoen lager dan begroot. Dit komt vooral door: • Lagere lasten op de klimaatakkoordmiddelen (€ 15,8 miljoen). Deze middelen zijn bedoeld voor extra personele capaciteit voor het uitvoeren van taken op het gebied van klimaat- en energiebeleid. In 2025 hebben verschillende projecten de activiteiten uit andere middelen gedekt, onder andere de activiteiten met betrekking tot het aardgasvrij maken van objecten. Het restant wordt medio 2026 herverdeeld en kan worden uitgegeven tot en met 2027. • Lagere lasten op de proeftuinen voor aardgasvrije woonwijken (€ 4,7 miljoen). Dit komt doordat de toegekende subsidie voor het Wilhelmina Gasthuis-terrein nog niet is vastgesteld. De lasten kunnen pas worden verantwoord zodra de prestatie is geleverd. Hiertegenover staat ook een Rijksbijdrage (€ 3,2 miljoen) en een onttrekking aan de reserve Klimaatfonds (€ 1,5 miljoen). Deze worden daardoor ook niet gerealiseerd.
52
H.2.1.6
• Lagere lasten op de middelen Klimaatfonds (€ 3,2 miljoen), voornamelijk doordat toegekende subsidies pas later dan 2025 worden gerealiseerd en vastgesteld. De lasten kunnen pas worden verantwoord zodra de prestatie is geleverd. Vanwege de lange doorlooptijd tussen het toekenningsbesluit en de uiteindelijke verantwoording, verschuift de lastenverantwoording naar een later moment. • Lagere lasten op het project Aardwarmte (€ 2,1 miljoen). Het aardwarmteproject in de regio Amsterdam is een samenwerking tussen de gemeente Amsterdam, Vattenfall en Energie Beheer Nederland (EBN) om duurzame warmte uit de diepe ondergrond te winnen en te gebruiken voor de warmtenetten in de stad en omgeving. Afgelopen jaar stond vooral nog in het teken van de onderzoeksfase. Daarom vallen de baten en lasten lager uit dan eerder gedacht. • Lagere lasten voor bodemsanerings- en nazorgprojecten (€ 1,4 miljoen). Dit is het gevolg van saneringskosten aan de Appelweg die we op een later moment nog met de grondexploitaties gaan verrekenen. Daarnaast vielen de reguliere kosten bij de Diemerzeedijk en de Volgermeerpolder lager uit dan gedacht. • Lagere lasten op de energietransitie binnen Duurzaamheid en Milieubeheer (€ 0,9 miljoen). Bij de oorspronkelijke aanvraag is uitgegaan van een hogere capaciteitsbehoefte dan in de huidige fase noodzakelijk blijkt.
Dit hangt samen met het programma warmte, dat zich nog in opbouw bevindt, en toewerkt naar meer publieke regie in de warmtetransitie. Ook verloopt de uitbreiding van de netinfrastructuur door de netbeheerders langzamer dan eerder voorzien. Waardoor wij minder capaciteit hebben moeten inzetten. • Lagere lasten op coalitiemiddelen zonne-energie (€ 0,6 miljoen). We hebben verschillende zonneprojecten voorbereid, maar de uitvoering is doorgeschoven naar 2026. • Lagere lasten op circulaire economie (€ 0,3 miljoen). Wij voorzagen versnelde kansen op de Uitvoeringsagenda Circulair. Hiervoor hadden wij € 1,2 miljoen beschikbaar gemaakt in het lopende jaar, maar deze bleek niet geheel nodig. Dit kwam met name door de subsidieregeling SESA voor externe circulaire projectvoorstellen, waar de aanvragen niet meer in 2025 tot stand kwamen. • Hogere lasten voor het EU-project Life Biomatine (€ 0,3 miljoen). Dit project wil biobased isolatie opschalen als duurzame standaard voor bestaande gebouwen én erfgoed, en daarmee bijdragen aan de EU-doelen voor klimaat, circulariteit en gezonde woonomgevingen. Hier tegenover staan ook niet begrote baten. De resterende middelen (€ 0,5 miljoen) zullen wij in 2026 opnieuw begroten. • Hogere lasten op het EU-project Drive2X (€ 0,2 miljoen), welke gaat over de luchtkwaliteit in de stad.
Deze lasten zijn niet eerder begroot, omdat de uitgaven en de baten onzeker waren. Tegenover deze lasten staan ook niet begrote baten. Jaarverslag 2025
• Overige afwijkingen lichten we verder niet toe, omdat de afzonderlijke afwijkingen kleiner zijn dan € 0,2 miljoen. Onttrekkingen reserves De onttrekking aan de reserve Klimaatfonds is € 4,7 miljoen lager dan begroot. Hiervan behoort € 1,5 miljoen bij de uitgestelde subsidie van de proeftuinen aardgasvrije woonwijken en € 3,2 miljoen op de reguliere uitgaven. Zie hiervoor ook de toelichting op de lasten. De onttrekking aan de reserve coalitieakkoordmiddelen is € 1,2 miljoen lager dan begroot. Dit wordt veroorzaakt door uitgestelde projecten met betrekking tot zonneenergie. In 2026 komen wij met een nieuw voorstel tot inzet van deze middelen. De onttrekking aan de reserve Bodemsanering en nazorg is € 1,0 miljoen lager dan begroot. Dit komt vooral door lagere kosten dan gedacht, zie ook de toelichting bij de lasten. Toevoegingen reserves Niet van toepassing.
53
H.2.1.6
Risicobeheersing
Beleidskaders
Actuele risico’s
Maatregelen
4. Voor het behalen van de doelstellingen voor CO2-vermindering en aardgasvrij zijn we afhankelijk vooral afhankelijk het Rijk die (te) laat met juridisch instrumentarium (zoals de WCW en de WGIW) en financiële middelen om de doelen te halen. Daarnaast blijft de landelijke elektriciteitsmix achter. In het Klimaatakkoord is afgesproken dat de elektriciteitsmix in 2030 voor 75 procent duurzaam is. de doelstelling. Vooral de groei van de stad (maar ook de energietransitie) zorgt voor een overbelasting van de energie-infrastructuur. Er zijn grote boven- en ondergrondse aanpassingen nodig voor de inpassing van benodigde elektriciteitsinfrastructuur. Hiervoor is fysieke ruimte nodig, maar ook financiële en wettelijke kaders op Rijksniveau. Netbeheerders moeten meer mogelijkheden krijgen om congestie maximaal te voorkomen.
• Naast het scala aan activiteiten die we uitvoeren voor de energietransitie, proberen we met verschillende maatregelen de risico’s voor het behalen van de doelstellingen te beperken, zoals: • Amsterdam draagt binnen zijn mogelijkheden/ gemeentegrenzen maximaal bij aan de verduurzaming van de elektriciteitsmix en spreekt het Rijk aan op haar rol. • Via onze lobby vragen we het Rijk om passende regelgeving, financiële bijdrages en een daadkrachtig en passend gemeentelijk instrumentarium. • We anticiperen in nauwe samenwerking met onze partners op de verwachte ontwikkelingen van gebiedsontwikkeling, aardgasvrije wijken, elektrisch vervoer en duurzame opwekking. • We stemmen binnen het programma met netbeheerders en met het Rijk af om investeringen in de toekomst mogelijk te maken en om voorrang te kunnen geven op het aansluiten van functies met maatschappelijke waarde.
5. Er is een groot tekort aan vakmensen voor de energietransitie. Techniek en bouw zijn nu al sectoren die kampen met te weinig personeel en de vraag naar gekwalificeerde mensen zal door de transitie alleen maar toenemen. Dat geldt ook voor de circulaire economie.
• We bouwen een netwerk van werkgevers, brancheorganisaties en opleiders om (zij-)instroom in de sector te faciliteren en bevorderen, bijvoorbeeld met informatiecampagnes, voorschakeltrajecten, bemiddeling van werkzoekenden en financiële regelingen om een (over) stap naar de sector te vergemakkelijken. Bij investeringen in duurzame maatregelen vragen we onze opdrachtnemers mee te werken aan deze maatregelen.
6. Voor onze bijdrage aan het behalen van de • De gemeente schrijft circulaire tenders uit en landelijke doelstellingen op de circulaire econointegreert circulair inkopen in het beleid. Er mie zijn we afhankelijk van financiële middelen en worden in MRA verband ook afspraken gemaakt wetgeving die op Rijks- of EU-niveau genomen over onder andere biobased/ houten woningbouw moeten worden. Het uitblijven van ingrijpende zodat de markt voor circulaire bouwmaterialen maatregelen maken dat het halen van het halzicht heeft op de groei van die markt en daardoor veringsdoel in 2030 buiten beeld blijft. Daarnaast nieuwe investeringen en mogelijke schaalstaat de huidige bouwopgave op gespannen voet voordelen kunnen gaan ontstaan. met duurzaamheidsdoelstellingen wegens grootschalige toepassing van beton en staal in de huidige bouwmethoden. Om een eerlijker speelveld te creëren moeten het gebruik van biobased materialen en recycling van materialen meer ondersteund worden zodat dat kan concurreren met conventionele productieprocessen. 7. De woningbouwopgave staat op gespannen voet met duurzaamheidsopgaven, onder meer door een toenemende vraag naar materialen.
Jaarverslag 2025
• Via de Amsterdamse Aanpak Volkshuisvesting wordt het gebruik van de bestaande woningvoorraad verbeterd en wordt voor een deel in de woonbehoefte voorzien zonder nieuw te bouwen.
Nationaal • De Klimaatwet • Wet collectieve warmtevoorziening (WCW) • Wet gemeentelijk instrumenten warmte (Wgiw) • EU Fit for 55 pakket (EU, juli 2021) • Nationale Programma Circulaire Economie (NPCE) 2023-2030 Lokaal • De strategie Amsterdam Circulair 2020‑2025 • De Routekaart Amsterdam Klimaatneutraal 2050 is een ambitiedocument met een langetermijnvisie op de Amsterdamse energietransitie en met acties voor de korte termijn. • Onze Stad van morgen: In de raadsinformatiebrief Onze stad van morgen uit 2023 geeft het college een overzicht van de klimaatinspanningen en committeert zich gezamenlijk aan de duurzame doelen. • De Transitievisie Warmte (vastgesteld gemeenteraad september 2021), in januari 2025 is de nieuwe koers warmtetransitie gedeeld met de raad. Voor de korte termijn zetten we vooral in op zoveel mogelijk CO2-reductie, onder andere met warmtepompen en energiebesparing. Ondertussen werken we verder aan het verbeteren van de randvoorwaarden voor de middellange termijn. Een belangrijke stap in de nieuwe koers is de deelname in een publiek warmtebedrijf, waarmee de kansen voor collectieve warmtenetten worden verbeterd. • De afspraken van het landelijke Klimaatakkoord zijn uitgewerkt in 30 Regionale Energie Strategieën (RES).
In de RES1.0 (gemeenteraad, 2021) is bepaald waar er mogelijkheden zijn voor duurzame elektriciteitsopwekking, zoals windturbines, zonnepanelen en duurzame warmtebronnen. • Ontwikkelingskader Elektriciteitsvoorziening Amsterdam 2035 (B&W, 2022). Het richtinggevend ruimtelijk kader voor de noodzakelijke uitbreiding van de hoofd elektriciteitsinfrastructuur in Amsterdam voor de periode 2022 tot 2035. • Het programma Windenergie Amsterdam is voorjaar 2025 bestuurlijk vastgesteld. In het programma staan de gebieden waar windturbines ontwikkeld kunnen worden en onder welke voorwaarden. • Ontwikkelperspectief Distributienet Amsterdam (B&W, 2023). In het Ontwikkelperspectief Distributienet leggen gemeente Amsterdam en Liander hun gezamenlijk belang in de verzwaring en uitbreiding van het distributienet vast.
54
H.2.1.6
• In Uitvoeringsagenda Naar een Duurzame Organisatie 2020-2030 (2020) is de weg uitgestippeld naar een volledig duurzame organisatie in 2030. Gemeentelijke Visie Haven 2020‑2040 (Gemeenteraad, december 2020) beschrijft hoe de stad samen met het Havenbedrijf, Noordzeekanaalgebied en bedrijven in het havengebied werkt aan een toekomstbestendige en duurzame Amsterdamse haven. • CES 1.0, Cluster Energie Strategie Noordzeekanaalgebied 1.0 (2021) is een aanbod voor CO2-reductie van de industrie in het Noordzeekanaalgebied.
Jaarverslag 2025
55
H.2.1.7
2.1.7 Begraafplaatsen en Crematoria Door de gemeentelijke begraafplaatsen en crematoria maken we uitvaarten mogelijk met ruimte voor ieders persoonlijke wens, ongeacht sociale, religieuze of culturele achtergrond.
Activiteit 1.7.1.1
De totale CO2‑uitstoot van programmaonderdeel 1.7 is: Scope 1 en 2 in de stad
0 ton CO2
Scope 1 en 2 van de eigen organisatie
126 ton CO2
Scope 3 van de eigen organisatie
300 ton CO2
We faciliteren begravingen, crematies en herdenkingen, en onderhouden het culturele erfgoed van de begraafplaatsen; de parken en monumenten (het stenen archief van de stad). Indicatoren activiteit
Wat hebben we bereikt (doelen) en wat hebben wij daarvoor gedaan (activiteiten)?
1
Totale hoeveelheid nieuw niethernieuwbaar materiaalgebruik in Amsterdam
Peilwaarde (peiljaar)
Jaarverslag 2024
Begroting 2025
Jaarverslag 2025
18,5 mld. kg (2016)
13,9 mld. kg* (2022)
15,6 mld. kg
17,4 mld. kg** (2022)
Doel 1.7.1 Amsterdam geeft tegen kostendekkende tarieven de mogelijkheid tot begraven en cremeren, waarbij ruimte is voor ieders persoonlijke wens, ongeacht sociale, religieuze of culturele achtergrond. Indicatoren doel 1
Kostendekkendheid leges lijkbezorgingsrechten
Peilwaarde (peiljaar)
Jaarverslag 2024
Begroting 2025
Jaarverslag 2025
95,0% (2018)
95,3%
100,0%
96,8%
De kostendekkendheid van de leges lijkbezorgingsrechten is 3,2 procentpunt lager dan begroot. De kostendekkendheid in 2025 is ten opzichte van 2024 wel gestegen met 1,5 procentpunt. De toename van de kostendekkendheid in 2025 is veroorzaakt door de tarieven van de leges lijkbezorgingsrechten meer te laten stijgen dan de centraal vastgestelde nominale prijsmutatie. Doordat onder andere het aantal crematies zonder aanwezigheid van nabestaanden lager is uitgevallen dan gepland is geen 100 procent dekking gerealiseerd.
De gemeentelijke begraafplaatsen streven naar behoud van marktaandeel van het aantal uitvaarten in Amsterdam. Er wordt gestreefd naar een marktaandeel van ongeveer 35 procent. Het marktaandeel van uitvaarten op onze 13 algemene begraafplaatsen en 2 crematoria staan al enige jaren onder druk. Om als begraafplaats en crematorium het marktaandeel minimaal te behouden is in 2025 volop geïnvesteerd in de herinrichting van de aula- en koffiekamers van De Nieuwe Ooster. Op de begraafplaats De Nieuwe Ooster is het achterstallige groenonderhoud weggewerkt evenals de herinrichting van de paden en borders van De Nieuwe Noorder. In 2025 hebben we geen meting laten uitvoeren door NL Greenlabel, waardoor de indicator 2025 NL terreinlabel niet is gevuld. In 2025 hebben wij een keuze gemaakt om prioriteit te geven aan het locatieonderzoek naar plaatsing van de nieuwe crematieoven en het onderzoek voor de vervanging van het drainagesysteem beiden op de begraafplaats. In 2025 is de aanbesteding gestart van de uitvaarten die door de gemeente worden geregeld. Dit zijn uitvaarten die onder verantwoordelijkheid van de gemeente worden uitgevoerd wanneer nabestaanden dit niet kunnen of willen. Bij de aanbesteding zijn
Jaarverslag 2025
56
H.2.1.7
duurzaamheidscriteria ‘s opgenomen in het programma van eisen. Met als beoogd resultaat om tot een aantoonbare duurzame uitvoering van uitvaarten te komen.
Verbonden partijen We schakelen geen verbonden partijen in voor dit programmaonderdeel.
Financiële toelichting (bedragen x € 1 miljoen)
Rekening Oorspronkelijke 2024 Begroting 2025
Najaarsnota 2025
Rekening 2025
Verschil Rekening Najaarsnota
Baten
9,7
10,1
10,4
10,3
-0,2
Lasten
10,2
10,6
11,1
11,4
0,3
Saldo Baten en Lasten
-0,5
-0,5
-0,6
-1,1
-0,5
Onttrekking
0,0
0,0
0,0
0,0
0,0
Toevoeging
0,0
0,0
0,0
0,0
0,0
Saldo onttrekkingen en toevoegingen reserves
0,0
0,0
0,0
0,0
0,0
Totaal 1.7 Begraafplaatsen en crematoria
-0,5
-0,5
-0,6
-1,1
-0,5
Het programmaonderdeel heeft ten opzichte van de Najaarsnota 2025 een negatief resultaat van € 0,5 miljoen. Dit komt door lagere baten van € 0,2 miljoen en hogere lasten van € 0,3 miljoen. Baten De totale baten van € 10,3 miljoen zijn € 0,2 miljoen lager dan begroot. Dit komt vooral door: • Lagere baten van de leges lijkbezorgingsrechten (€ 0,3 miljoen) doordat het aantal (technische) crematies lager is uitgevallen dan gepland. • Hogere baten uit uitvaarten van gemeentewege (€ 0,2 miljoen). De gemeente verzorgt uitvaarten wanneer er geen nabestaanden zijn of wanneer nabestaanden deze niet kunnen regelen of betalen. Als er financiële middelen beschikbaar zijn, worden zowel de uitvaartkosten als de interne kosten verhaald op de overledene of diens nabestaanden. De hogere opbrengsten zijn het gevolg van gestegen uitvaarttarieven, die verhaald zijn. • Overige afwijkingen lichten we verder niet toe, omdat de afzonderlijke afwijkingen kleiner zijn dan € 0,2 miljoen. Jaarverslag 2025
Lasten De totale lasten van € 11,4 miljoen zijn € 0,3 miljoen hoger dan begroot. Dit komt vooral door: • Hogere lasten vanwege de overgang naar het nieuwe financieel systeem (€ 0,3 miljoen). In 2025 is het opstarten van het incassotraject van de niet betaalde facturen later gestart dan gebruikelijk. Hierdoor is een hoger openstaand debiteurensaldo ontstaan met als gevolg een extra storting in de voorziening dubieuze debiteuren. • Hogere lasten op de afschrijvingslasten (€ 0,2 miljoen). Met de implementatie van de investeringen in het nieuwe financieel systeem zijn de afschrijvingstermijnen van bepaalde investeringen niet identiek gebleken. Dit zorgde voor een afwikkelingsresultaat op de afschrijvingslasten. • Hogere lasten uitvaarten van gemeentewege (€ 0,2 miljoen). Dit is onder andere veroorzaakt doordat de kosten van een gemiddelde uitvaart zijn gestegen. • Lagere personeelslasten (€ 0,2 miljoen). Dit is vooral veroorzaakt doordat ontstane vacatureruimte van vast personeel niet of niet tijdig kon worden ingevuld. • De overige afwijkingen lichten we verder niet toe, omdat de afzonderlijke afwijkingen kleiner zijn dan € 0,2 miljoen. Reserves In dit programmaonderdeel zijn geen reserves opgenomen.
Risicobeheersing Actuele risico’s
Maatregelen
Het huidige drainagesysteem op de begraafplaats De Nieuwe Ooster functioneert niet meer. Hierdoor is het grondwaterpeil niet meer te reguleren, In de nattere perioden wordt dan het risico gelopen dat het grondwaterpeil te hoog is, waardoor op De Nieuwe Ooster gedurende deze periode wettelijk gezien niet begraven mag worden.
De onderzoeken om het huidige drainagesysteem te vervangen zijn al gestart. In 2025 is op basis van deze onderzoeksresultaten een keuze gemaakt en is een aanvullend meerjarig investeringskrediet aangevraagd. Het drainagesysteem zal fasegewijs worden vervangen, zodat de bedrijfsvoering op de begraafplaats gewoon voort kan gaan. Het nieuwe drainagesysteem moet dan in 2029/ 2030 weer volledig operationeel zijn.
Beleidskaders • De Nieuwe Ooster: Structuurplan 2005, geactualiseerd in 2016.
57
H.2.2
2.2
Openbare Ruimte, Water, Groen en Vervoer
H.2.2
Samenvatting Financiële toelichting (bedragen x € 1 miljoen)
Rekening Oorspronkelijke 2024 Begroting 2025
Najaarsnota 2025
Rekening 2025
Verschil Rekening Najaarsnota 30,5
Baten
645,3
681,8
684,0
714,5
Lasten
1.310,4
1.410,5
1.468,0
1.468,8
0,8
Saldo Baten en Lasten
-665,0
-728,7
-784,0
-754,3
29,8
Onttrekking
212,6
233,4
410,8
405,4
-5,3
Toevoeging
161,3
17,0
189,6
194,5
4,9
Saldo onttrekkingen en toevoegingen reserves
51,3
216,3
221,1
210,9
-10,2
Totaal 2 Openbare Ruimte, Water, Groen en Vervoer
-613,8
-512,3
-562,9
-543,4
19,6
Rekening Oorspronkelijke 2024 Begroting 2025
Najaarsnota 2025
Rekening 2025
Verschil Rekening Najaarsnota
275,6
347,6
72,1
Apparaatslasten (bedragen x € 1 miljoen)
Apparaatskosten
286,2
218,1
Het programma heeft ten opzichte van de Najaarsnota 2025 een positief resultaat van € 19,6 miljoen. Dit komt door hogere baten van € 30,5 miljoen, hogere lasten van € 0,8 miljoen en een negatief saldo onttrekkingen en toevoegingen reserves van € 10,2 miljoen. Baten De totale baten van € 714,5 miljoen zijn € 30,5 miljoen hoger dan begroot. Dit komt vooral door: • Hogere baten van niet begrote bijdragen derden van met name de Vervoersregio Amsterdam (VRA) aan diverse projecten, waaronder project Middenweg. De bijdragen worden op een laat moment beschikt, waardoor deze bijdragen geen onderdeel uitmaken van de begroting. Tegenover de bijdragen staan ook uitgaven in 2025. Zie ook toelichting op de lasten (€ 16,5 miljoen). Jaarverslag 2025
• Hogere baten uit VRA verrekende neutrale ov-projecten. Dit was bijvoorbeeld het geval bij het project Parnassusweg en in de MIRT (Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport) verkenningsprojecten OV-verbinding AmsterdamHaarlemmermeer en de OV-verbinding Sloterdijk-Amsterdam Centrum. Zie ook toelichting op de lasten (€ 4,2 miljoen). • Hogere baten door reguliere parkeeropbrengsten fiets- en garageparkeren waar incidentele en structurele voordelen gerealiseerd zijn en een subsidie van de VRA (€ 3,0 miljoen). • Hogere baten door meer aanvragen voor tijdelijke parkeerverboden en een toename van het aantal projecten in de stad. De baten uit verkoop van materialen stijgen minder hard dan de inkoopkosten, doordat de kosten later worden doorbelast. Zie ook toelichting op de lasten (€ 2,4 miljoen). • Hogere baten Binnenhavengeld omdat er meer is geïnd. Dit is het gevolg van het • verlagen van de milieukorting op het reguliere binnenhavengeldtarief naar 35 procent voor uitstootvrije en hybride vaartuigen, het uitvoeren van controles en communicatie over de vignetplicht. Daarnaast zijn er meer leges geïnd omdat er meer vergunningen zijn verstrekt dan verwacht. Ook de invoer van uitstootvrije zone in 2026, de dispensatie voor niet elektrische vaartuigen en de vignetplicht hebben een rol gespeeld (€ 1,4 miljoen). • Hogere baten door verkoop van zonnepanelen metrostations.
Zie ook toelichting op de lasten (€ 1,3 miljoen). • Hogere baten door meer in rekening gebrachte huisaansluitingen riolering (€ 1,0 miljoen). Lasten De totale lasten van € 1.468,8 miljoen zijn € 0,8 miljoen hoger dan begroot. Dit komt vooral door: • Hogere lasten bij projecten waar bijdragen van VRA/GVB tegenover staan. Bijvoorbeeld de projecten Pledanplein, Fietsroute Noorderijplas en vervangingsonderhoud Prins Hendrikkade Oost en Middenweg. Zie ook toelichting op de baten (€ 16,5 miljoen). • Hogere lasten vanwege de toevoeging van het positieve resultaat (ten opzichte van de najaarsnota) aan de voorziening afval. Dit betreft het voordelige saldo van lagere lasten en hogere baten in het gesloten systeem van de afvalstoffenheffing (€ 9,3 miljoen). • Hogere lasten door groot onderhoud aan de Jan Schaeferbrug en vervroegd groot onderhoud aan de Gooise weg en in Stadsdeel Noord, door meerwerk aan het 59
H.2.2
Museumplein, het Auschwitzmonument en vanwege monumentale eisen voor werkzaamheden aan het pierenbadje in het Beatrixpark en verhardingsprojecten aan het Amstelveld en de Prinsengracht (€ 4,6 miljoen). • Hogere lasten uit VRA verrekende neutrale ov-projecten. Dit was bijvoorbeeld het geval bij het project Parnassusweg en in de MIRT (Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport) verkenningsprojecten OV-verbinding AmsterdamHaarlemmermeer en de OV-verbinding Sloterdijk-Amsterdam Centrum. Zie ook toelichting op de baten (€ 4,1 miljoen). • Hogere incidentele lasten door calamiteiten bij werkzaamheden aan verschillende tunnels, sluizen, bruggen, pleinen en wegen. De calamiteiten bestonden onder andere uit lekkages (Schollenbrug), gaslek (woonboten), brand in het dienstgebouw van de Piet Hein Tunnel en storingen in de IJtunnel (€ 3,8 miljoen). • Hogere lasten door toevoeging van het positieve resultaat (ten opzichte van de najaarsnota) van de rioolheffing aan de egalisatievoorziening rioolheffing (€ 2,6 miljoen). • Hogere lasten door een stijging inkoop materialen voor projecten in de openbare ruimte. Zie ook toelichting op de baten (€ 2,2 miljoen). • Hogere lasten door het afboeken van de boekwaarde zonnepanelen metrostations. Zie ook toelichting op de baten (€ 1,3 miljoen). • Lagere lasten op het programma Stadsverbetering (€ 15,3 miljoen).
Dit komt vooral door: • Vertraging in het project door diverse redenen (beschikbare uitvoeringscapaciteit, participatie neemt meer tijd in beslag, planningsoptimisme, etc). Bij groene projecten moet er rekening worden gehouden met het plantseizoen. Dit geldt voor bijvoorbeeld Weesperstraat Leeft!, uitwerking hubstrategie en loopdekken Amsterdamse Poort; • De afronding van het project Inrichting Belgiëplein met een positief resultaat. • Lagere lasten bij fiets- en garageparkeren (€ 6,7 miljoen). Dit komt door: • Lagere lasten voor een digitaal verkoopkanaal, huur, service, verzekeringen, OZB, energie en openstaande vacatures vanwege uitloop van de reorganisatie; • Lagere lasten door vrijval van voorziening achterstallig onderhoud Hof en Werf garage waarvoor het werk gereed is gekomen. • Lagere lasten bij straatparkeren door een lagere inspanning van de parkeerdienstverlener op handhaving, incidentele voordelen op uitbreiding parkeren en overige voordelen op bankkosten, inningskosten van naheffingsaanslagen, onderzoek en systemen (€ 5,5 miljoen).
Jaarverslag 2025
• Lagere lasten vanwege onderbezetting op personeel door aanhoudende krapte op de arbeidsmarkt en minder uitgaven op verbetertrajecten bij Stichting Waternet. Dit heeft ook impact op de mutatie van de drinkwaterreserve (€ 7,9 miljoen). • Lagere lasten afvalinzameling door diverse projectvertragingen, schaalvoordelen bij groei van de stad en door een hogere onttrekking aan de voorziening dynamisch inzamelen voor licentie- en afschrijvingskosten (€ 5,7 miljoen). • Lagere lasten van het wagenpark door minder inhuur en lagere verzekerings-, onderhouds- en brandstoflasten door de aanschaf van elektrische voertuigen (€ 3,6 miljoen). Onttrekkingen en toevoegingen reserves Per saldo zijn er lagere onttrekkingen aan de reserves van in totaal € 10,2 miljoen. Dit komt vooral door: • Lagere onttrekking aan de reserve Coalitiemiddelen door onder andere lagere uitgaven groenprojecten, programma Voedselstrategie en projecten in het kader van Masterplan Aanpak Noord (€ 3,2 miljoen). • Per saldo is minder verrekend met de drinkwaterreserve. Dit is het gevolg van een positief saldo baten en lasten drinkwater (€ 3,2 miljoen). Zie ook toelichting op de lasten. • Lagere onttrekking aan de reserve Schaalspong vanwege lagere lasten voor Zuidasdok (€ 2,7 miljoen). In de programmaonderdelen volgt een verdere toelichting van de afwijkingen op de baten, lasten, onttrekkingen en toevoegingen.
Investeringen Binnen programma 2 vallen alle investeringen uit het domein Tariefdiensten en het grootste deel van de investeringen uit het domein Openbare Ruimte en Mobiliteit. In beide domeinen wordt gewerkt met de stimuleringsmaatregel van 30 procent overprogrammering om uit te komen op jaarlijkse investeringsruimte. Hieronder het resultaat van de investeringen vallend onder programma 2: Investeringsruimte 2025
Realisatie 2025
Verschil
Domein Openbare Ruimte en Mobiliteit
278
285
7
Domein Tariefdiensten
104
124
20
(bedragen x € 1 miljoen)
60
H.2.2
In beide domeinen zien we dat er sprake is van een hogere besteding dan begroot. In het domein Openbare Ruimte en Mobiliteit is dat 2,5 procent en wordt het vooral veroorzaakt doordat de voortgang van een aantal programma’s in 2025 groter was dan verwacht. Dit betreft met name de programma’s Civiel en Openbare Verlichting, waar ook de investeringsruimte inclusief overprogrammering is overschreden. Bij Civiel is er ook in de exploitatie een overschrijding. Dat komt niet onverwacht. De opgave van Civiel is groter dan het budget en de investeringsruimte. Er lopen onderzoeken om delen van de opgave beter in beeld te krijgen en daarvoor plannen op te stellen (onder andere sluizen en beweegbare bruggen). Bij de Tariefdiensten Afval & Grondstoffen en Waternet komt de overschrijding van 19 procent volledig voor rekening van de drinkwatertaak bij Waternet. Zowel bij de productie als de distributie van drinkwater is de investeringsruimte inclusief overprogrammering overschreden. Hier is waarschijnlijk sprake van een structurele oorzaak. De stad groeit, het aantal meldingen neemt toe en de prijzen zijn de afgelopen jaren meer gestegen dan de prijscompensatie. Voor meer toelichting wordt verwezen naar de investeringsparagraaf in deze Jaarrekening.
Thema’s per programma Horizontale thema’s Digitale stad/ Informatie • We hebben samen met partijen die aan de openbare ruimte werken afspraken gemaakt over hoe digitalisering bijdraagt aan een schone, hele en veilige stad, en we zijn gestart met sessies om per onderwerp een duidelijke planning te maken voor verbeteringen in de digitale ondersteuning. • We hebben informatiegestuurd werken concreet gemaakt met nieuwe en verbeterde overzichten, onder andere voor bomen en groen (zoals een bomenoverzicht, een overzicht van groenvlakken en een kaart die helpt bij snelle keuzes tijdens storm), en we hebben bestaande rapportages samengebracht in één rapportage-omgeving. • We hebben voor vaste bruggen een objecttypenbibliotheek vastgesteld, zodat bruggegevens voortaan op één eenduidige manier worden vastgelegd en gebruikt. • We hebben verbeterplannen gemaakt om informatie beter te beveiligen en we hebben transparanter gemaakt welke rekenregels en geautomatiseerde beslissingen we gebruiken door deze te publiceren in het algoritmeregister. Jaarverslag 2025
• We hebben een jaarplanning gemaakt voor het tijdig inkopen, vernieuwen en netjes overdragen van digitale systemen naar beheer, zodat de continuïteit beter geborgd is. • We hebben de interne toepassing ATLAS in gebruik genomen, waarmee gegevens die eerder verspreid stonden (bijvoorbeeld in losse spreadsheets) structureler kunnen worden opgeslagen en teruggevonden. Democratisering Vanuit Programma 2 is op verschillende manieren bijgedragen aan meer zeggenschap, eigenaarschap en participatie voor Amsterdammers bij het ontwikkelen en uitvoeren van beleid. Concrete voorbeelden hiervan zijn dat er voor alle herinrichtingen van de openbare ruimte actief wordt geparticipeerd. Bewoners, ondernemers en andere belanghebbenden denken mee over de inrichting en kunnen de gemeente kritisch bevragen. Conform de participatieverordening 2024 gebeurt dat altijd op basis van een bestuurlijk vastgesteld en gepubliceerd participatieplan. Hierbij is aandacht voor een goede verhouding tussen de opgave en het tegemoetkomen aan wensen en belangen van betrokkenen. Daarnaast zorgen we ervoor dat we bij onderhoudswerkzaamheden de omgeving altijd goed informeren en open staan voor vragen en goede ideeën. Verder hebben we in 2025 bij de verbonden buurtaanpak voor vervangingswerkzaamheden in een aantal kwetsbare wijken extra ingezet op participatie, sociale cohesie en vergroening van de openbare ruimte.